036 bijl03 Reactienota Kazernekwartier (1).pdf
Tekst van het document
Reactie: Het is niet verplicht om een rangorde voor dubbelbestemmingen op te nemen. Desondanks wordt deze wel toegevoegd in de regels. 26.
Bouwvlakken ontbreken, kan dit toegevoegd worden?
Reactie: Er is sprake van één groot bouwvlak. Het bouwvlak is reeds op de verbeelding aangegeven. Door het plangebied stroomt de Sint Michielsbeek, deels ligt deze aan de spoorzijde open en voor een deel via buizen onder de grond. 27.
De sint Michielsbeek ontbreekt op de verbeeldingskaart, hoe kan dit?
Reactie: De Sint Michielsbeek voedde de gracht. De gemetselde grachtinlaat is opgegraven en blijft behouden. Deze wordt ook gerestaureerd en zichtbaar en beleefbaar gehouden. In het plan is de inlaat verbeeld met de aanduiding ‘overige zone – archeologisch zeer waardevolle zone’. 28. Wordt er wel rekening gehouden met de loop van de Sint Michielsbeek in het plangebied? Reactie: Zie antwoord vraag 27. 29.
Kan deze beek weer een functie krijgen in het plangebied?
Reactie: Zie antwoord vraag 27. 30. Moet deze beek niet toegevoegd worden aan het plangebied en dus op de verbeelding? Reactie: Zie antwoord vraag 27.
Bestemmingsplan Regels Hieronder onze reactie met betrekking tot de Bestemmingsplan - Regels Kazerne Kwartier opgesteld door Kragten. De structuur van de bestemmingsregels ligt vast volgens de SVBP. Maar als we bij de inleidende regels kijken missen we een aantal begrippen die op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden, vaak verkeerd gebruikt worden en dus ook voor verwarring kunnen zorgen. We verzoeken u dan ook onderstaande begrippen te voorzien van uw interpretatie zodat we allemaal hetzelfde bedoelen en die op te nemen in de Bestemmingsplan Regels. Let hierbij vooral ook op schrijfwijze van begrippen die op elkaar lijken. Door het ontbreken van deze begrippen kunnen wij geen goede zienswijze indienen en we verzoeken u dan ook na aanpassing van de Bestemmingsplan Regels met onderstaande begrippen deze opnieuw ter inzage te leggen gedurende 6 weken zodat we wel een gedegen zienswijze in kunnen dienen! • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Beeldkwaliteitsplan Beeldregieplan Belanghebbende Bestemmingsplan Boomstructuren Cradle to Cradle Communicatieplan Duurzaamheid Ecologisch Erfgoed Externe Veiligheid Fundament Geschiedenis Groenstructuren Groepsrisico Historie Kazernekwartier Kazerne Kwartier Kazerneterrein Nieuwe kazernekwartier Rest Restant
Reactie: In de regels dienen alleen begrippen te worden opgenomen om gebruikte termen in de regels zelf, indien nodig of wenselijk, nader te verklaren. Voor het overgrote deel van de begrippen waarvan wordt voorgesteld deze toe te voegen, geldt dat dit niet noodzakelijk is omdat deze termen in de regels niet terugkomen. Uitzondering hierop vormt de term groepsrisico. Deze term is volledigheidshalve toegevoegd aan de begrippen.
Bij de wijze van meten missen we de eenheden waarin gemeten wordt. Dit is ook niet in een oogopslag terug te vinden op de Verbeelding Bestemmingsplan Kazernekwartier. We zijn dan ook van mening dat het wijzen van meten niet volledig is zonder deze eenheden en er dus geen goed beeld gevormd kan worden van het Bestemmingsplan Kazerne Kwartier. We verzoeken u de wijze van meten te voorzien van de eenheden en de Bestemmingsplan Regels opnieuw ter inzage te leggen gedurende 6 weken zodat we een gedegen zienswijze kunnen indienen! Reactie: In de wijze van meten hoeven geen eenheden genoemd te worden. Voor zover in de regels wordt gesproken over bepaalde maatvoeringen, is hierbij de eenheid waarin gemeten dient te worden genoemd. Daarnaast geldt dat de analoge verbeelding is voorzien van een schaal en kan op de digitale verbeelding exact gemeten worden. Het bestemmingsplan hoeft hiervoor kortom niet opnieuw ter inzage te worden gelegd. In hoofdstuk 3.2 bouwregels komen we met enige regelmaat de term ‘ter plaatse van de aanduiding’ tegen. Alleen op de verbeelding Bestemmingsplan Kazerne Kwartier kunnen wedeze niet terugvinden. 31.Waar kunnen we deze aanduidingen wel terugvinden? Reactie: De aanduidingen, zoals functie-, gebieds- en bouwaanduidingen, staan op de verbeelding en zijn via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen. 32.
Horen deze niet op de Verbeelding Bestemmingsplan Kazerne Kwartier te staan? Reactie: Verwezen wordt naar de beantwoording van vraag 31. In hoofdstuk 2 3.1. e t/m g staat de BSO, kinderdagverblijf en onderwijsinstellingen beschreven. Echter valt hier niet uit op te maken waar deze gepland worden. 33. Moet dit niet in de Bestemmingsplan Regels Kazerne Kwartier opgenomen worden? Reactie: In de regels vallen de genoemde functies onder de bestemming ‘Gemengd’, hetgeen in beginsel betekent dat die functies binnen dat bestemmingsvlak zijn toegestaan. Echter, er geldt een beperking voor een BSO, kinderdagverblijf en een basisschool. Vanwege externe veiligheidsrisico’s zijn deze functies niet toegestaan binnen de veiligheidszone – functies verminderd zelfredzame personen uitgesloten’, zoals op de verbeelding van het bestemmingsplan is aangegeven. 34. Is het wel verantwoord om deze functies in het plangebied op te nemen i.v.m. verminderd zelfredzaamheid en groepsrisico externe veiligheid? Reactie: Ja, echter zijn - zoals in het antwoord op vraag 33 al aangegeven - een BSO,
kinderdagverblijf en een basisschool vanwege externe veiligheidsrisico’s niet toegestaan binnen de veiligheidszone – functies verminderd zelfredzame personen uitgesloten’, zoals op de verbeelding van het bestemmingsplan is aangegeven. In 3.2.1 a Bouwregels staat dat een gebouw uitsluitend binnen het bouwoppervlak gebouwd mag worden. 35. Waar zijn de bouwoppervlakken terug te vinden? Reactie: Er is sprake van één groot bouwvlak, welk is aangegeven op de verbeelding. Verwezen wordt naar de verbeelding op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl 36. Horen bouwoppervlakken niet weergegeven te worden in de verbeelding van het bestemmingsplan Kazerne Kwartier? Reactie: Zie antwoord vraag 35. 3.2.3.b. 37.Hoe wordt er omgegaan met het feit dat het Fort Sint Michiel ook een erfafscheiding kan zijn en de muren dus veranderd worden door bewoners? Of is dit niet mogelijk? Reactie: Dit is niet mogelijk. 38.Dus reconstructie naar originele hoogte is ook mogelijk? Reactie: De reconstructie naar de originele hoogte van de fortmuur, incl. aarden wal, is aan de noordzijde van de appèlplaats voorzien. 3.7.2 39.Waarom staan waardevolle groenstructuren niet op de verbeeldingskaart? Reactie: Deze staan op de verbeelding aangeduid middels de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – waardevolle groenstructuren’.
40.Wat verstaat u onder landschappelijke openheid? Reactie: Daar wordt onder verstaan het open houden van een gebied ten behoeve van het zicht op een natuurlijke wijze (door middel van groen). 41. Wat verstaat u onder cultuurhistorisch perspectief? Reactie: Er wordt uitgegaan van de cultuurhistorische tijdlagen die dominant vertegenwoordigd zijn in de vorm van cultuurhistorische resten, te weten de fortlaag (ondergrondse,
archeologische resten) en de kazernelaag (bestaande kazernegebouwen en appelplaats) archeologie (fortlaag) en bouwhistorie (kazerneperiode), gecombineerd met hedendaagse stedenbouwkundige opvattingen, voor de realisatie van een stedenbouwkundige invulling van het Kazernekwartier. 42. Waarom is er geen sprake meer van landschappelijke openheid uit cultuurhistorisch perspectief? Reactie: Zie antwoord vraag 41. 3.7.3 43.Waarom wordt er eerder toegezegd dat geen enkele boom meer gekapt zal worden? Reactie: Wij herkennen ons niet in deze stelling. Omdat u niet verduidelijkt waar u aan refereert is het niet mogelijk om hier verder inhoudelijk op in te gaan. In algemene zin kan gesteld worden dat bomen waar mogelijk worden behouden. Verder is in de voortgangsmails van juli en september 2022 aangegeven dat we bomen gaan verwijderen om uiteindelijk de groenstructuur te versterken. De voortgangsmails zijn ook te bekijken via onze website: https://kazernekwartiervenlo.nl/omgevingsmanager. 44. Kunnen bomen niet verplaatst worden zoals eerder het plan was? Reactie: Nee, de bomen worden niet verplaatst. Er worden bomen verwijderd die van slechtere kwaliteit zijn en bomen die op plekken staan waar gebouwd gaat worden in de toekomst. Daarnaast is het de afspraak dat er meer nieuwe bomen geplant worden dan dat er worden weggehaald. Hiermee blijft het Kazernekwartier een boomrijke omgeving.
4.1 45. Horen andere bestemmingen niet de verbeelding weergegeven te worden? Reactie: Er is in dit geval gekozen voor één bestemming ‘Gemengd’ waarbinnen de verschillende beoogde functies mogelijk worden gemaakt. 4.3.2.b. 46. Is de onder 4.3.2.b. geschreven tekst niet gewoon een vrijbrief om maar vast alles te slopen en vernielen nog voordat het bestemmingsplan vastgesteld is? Reactie: Dit is niet het geval. Ook in het vigerende bestemmingsplan is een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ opgenomen die voorziet in een beschermende regeling. Voor eventuele werkzaamheden die worden uitgevoerd vooruitlopend op het van kracht worden van het nieuwe bestemmingsplan, geldt dat te allen tijde dient te worden getoetst aan deze dubbelbestemming. Daarnaast zijn diverse elementen aangeduid als monument en daarmee voorzien van een beschermde status.
Volledigheidshalve is de term ‘legale’ toegevoegd bij 4.3.2 sub b van de bestemmingsplanregels. 47. Hoe kan het dat Fort sint Michiel in zijn geheel niet genoemd wordt in artikel 4. Reactie: Dat past niet in de systematiek van de regels. Dat neemt niet weg, dat de archeologische belangen, waaronder die van het Fort Sint Michiel, in de regels en op de verbeelding worden geborgd via een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ en de gebiedsaanduiding ‘overige zone – archeologisch zeer waardevolle zone’. 48. Moet dit niet alsnog toegevoegd worden? Reactie: Dit is niet het geval. Verwezen wordt naar de beantwoording van vraag 47. 49. Hoe gaat men om met het fort in dit bestemmingsplan? Reactie: Verwezen wordt naar de beantwoording van vraag 47. Het fort wordt beschermd via een dubbelbestemming en gebiedsaanduiding. Artikel 8 50.De omschrijving is heel vaag, de bestemming is gemengd. Wat is de toegevoegde waarde van dit artikel? Reactie: Dit artikel ‘Algemene gebruiksregels’ biedt de juridische grondslag om zo nodig te kunnen optreden tegen met het bestemmingsplan strijdig gebruik. 51. Moet hier niet heel specifiek aangeduid worden wat wel/niet mag wat bestemmingen betreft? Reactie: Nee. In andere artikelen van het bestemmingsplan staat beschreven wat wel en niet mag.
Artikel 9 52. Waar blijven archeologische elementen intact? Reactie: Er is sprake van elementen die voorzien zijn van een beschermde status en er is sprake van een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. 53.
Moet dit niet op de bestemmingsplan verbeelding aangegeven worden?
Reactie: Zie de beantwoording van vraag 52. Dit is reeds aangegeven.
54. Klopt het dat het bevoegd gezag ook kan besluiten tot sloop van het Fort Sint Michiel? Reactie: Dit zou niet in lijn zijn met het reeds door het bevoegd gezag vastgestelde Ontwikkelplan (in het bijzonder bladzijde 36). Er bestaat geen enkele intentie hiertoe over te gaan. Er wordt juist gestreefd naar behoud van archeologisch en/of cultuurhistorisch waardevolle objecten. 55.
Wat wordt verstaan onder een goede stedenbouwkundige invulling?
Reactie: Het zorgen voor een goede mix van functies, waarbij onder andere wonen, werken, verblijven en mobiliteit op een evenwichtige manier zijn ingepast en waarbij voldoende ruimte is voor groen en natuur. Daarnaast is dit ter beoordeling aan het bevoegd gezag. 56.
Wie bepaalt of iets een goede stedenbouwkundige invulling is?
Reactie: Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Venlo. 57. Is het geen rekening houden met het Fort Sint Michiel nou een goede of slechte stedenbouwkundige invulling* Graag onderbouwen. Reactie: Het standpunt dat geen rekening wordt gehouden met het Fort Sint Michiel wordt niet gedeeld. Er is wel degelijk rekening gehouden met het betreffende Fort; zie pagina 36 van het vastgestelde Ontwikkelplan. 58. Waarom wordt er geen rekening gehouden met het complete gemeentelijke monument Fort Sint Michiel (muren, steunberen, grachten en andere bouwwerken) Reactie: Zie antwoord vraag 57. Aanvullend: de huidige ontwikkeling is een afgewogen geheel van het behouden en beleefbaar maken van het cultuurhistorisch erfgoed en de nieuwe functie wonen/niet wonen. 59.
Kan er toegezegd worden dat het fort niet verder vernield mag worden?
Reactie: Zie antwoord vraag 54. Artikel 10 60. Waarom zitten er geen grenzen aan meetverschillen? Reactie: Dit wordt niet noodzakelijk geacht. 61.
Moet er niet een beperking (maximaal 10% meetverschil) opgelegd worden?
Reactie: Nee, dit wordt niet noodzakelijk geacht. In het algemeen 62. Waarom worden de rijksmonumenten niet afzonderlijk benoemd? Reactie: Het is niet geheel duidelijk wat met deze vraag wordt bedoeld. De monumenten zijn genoemd in artikel 3.1 en 3.2 van de regels, middels de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - rijksmonument'. 63.
Waarom worden de gemeentelijke monumenten niet afzonderlijk benoemd?
Reactie: Het is niet geheel duidelijk wat met deze vraag wordt bedoeld. De monumenten zijn genoemd in artikel 3.1 en 3.2 van de regels, middels de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – gemeentelijk monument. 64. Moet er in de planregels niet duidelijk vermeld worden wat wel/niet mag met de aanwezige monumenten? Reactie: Zie antwoord vraag 63. Aanvullend: voor rijksmonumenten geldt daarnaast dat deze ook op rijksniveau beschermd zijn. Verder zijn er gemeentelijke monumenten (bebouwd en archeologisch) en zijn er diverse elementen voorzien van de aanduiding ‘overige zone archeologisch zeer waardevolle zone’ met de bijbehorende beschermende regeling. 65. De omschrijvingen bij de regels zijn zo vaag dat ze op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden, kan dit aangepast worden zodat het eenduidig wordt? Reactie: Het is niet geheel duidelijk wat met deze vraag wordt bedoeld en waar precies op wordt gedoeld. 66.
Er staan geen bouwvlakken gedefinieerd, waarom niet?
Reactie: Er is sprake van één groot bouwvlak, welk is aangegeven op de verbeelding. Verwezen wordt naar de verbeelding op de landelijke voorziening: www.ruimtelijkeplannen.nl 67. Het voldoet niet aan de eisen van de SVBP, kan dit document daarop aangepast worden? Reactie: Zie antwoord vraag 20. 68.
De wijze van meten ontbreekt volledig, kan dit aangepast worden?
Reactie: De wijze van meten is al opgenomen in artikel 2 van de planregels.
Bestemmingsplan toelichting Hieronder onze reactie met betrekking tot de Bestemmingsplan - Toelichting Kazerne Kwartier opgesteld door Kragten. 69.
Klopt het dat het plangebied de voormalige Frederik Hendrik Kazerne is?
Reactie: Het plangebied is het gebied zoals weergegeven op de verbeelding en bijvoorbeeld ook op afbeelding 2 in de toelichting. 70.
Zo ja, waarom komt de verbeelding dan niet overeen met het plangebied?
Reactie: De verbeelding geeft het plangebied weer. 71.
Zo nee, waarom wordt dit dan wel zo gesteld?
Reactie: Zie antwoord vraag 69 en vraag 70. 72. Te lezen valt dat het plangebied het in 2008 verworden terrein van de voormalige Frederik Hendrik Kazerne is. Even verderop staat een veel groter terrein beschreven.Wat is het nou? Reactie: Zie antwoord vraag 69 en vraag 70. 73.Weten jullie zelf wel welk oppervlak tot het plangebied behoort? Reactie: Ja; het plangebied betreft het op de verbeelding opgenomen gebied. 74. De kaart met begrenzing plangebied in dit document komt niet overeen met de tekst. Kan dit aangepast worden? Reactie: De toelichting van het bestemmingsplan geeft in tekst de visie weer voor het gebied. Dit kan verder gaan dan het gebied waarvoor een bestemmingsplan nodig is. 75. Hoe kan het Kazerne Kwartier nu een belangrijke rol vervullen in de verbinding tussen Venlo en Blerick, daarvoor is het net een blindedarm. Een aanhangsel waar beide inwonergroepen alleen komen als ze bij iemand op bezoek gaan. Reactie: Het Kazerne Kwartier is precies gelegen tussen Blerick en Venlo. Door de beoogde programmatische invulling en verbeterde verbindingen, zal de barrièrewerking worden verminderd. 76.
Bent u op de hoogte dat er ook andere duurzaamheidsprincipes zijn dan C2C?
Reactie: Daar zijn wij en de ontwikkelende partijen van op de hoogte. Deze zullen aan bod komen in de planuitwerking. 77.
Waarom wordt de stedenbouwkundige visie niet geactualiseerd en herrijkt?
Reactie: De stedenbouwkundige visie is een plan op hooflijnen. In feite is het Ontwikkelplan fase 1 een herijking en tevens verdiepingsslag van de stedenbouwkundige visie. 78.
Wat is fase 2?
Reactie: In paragraaf 2.5 van de toelichting is het onderscheid tussen fase 1 en 2 weergegeven. Het bestemmingsplan ‘Kazernekwartier’ maakt uitsluitend ontwikkelingen mogelijk binnen het gebied dat is aangeduid als fase 1. Enkele gronden behorende tot fase 2 zijn uitsluitend opgenomen in het plangebied om de mogelijkheden op grond van het vigerende bestemmingsplan weg te bestemmen. 79.Waarom staat het eindbeeld niet vast? Reactie: Bij ontwikkelingen van een dermate grote omvang als van het Kazernekwartier, is het wenselijk om enige mate van flexibiliteit te houden om in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen, marktomstandigheden, economische omstandigheden etc. Het is immers ook een gebied dat over een periode van meerdere jaren tot ontwikkeling komt. 80.
Hoe voorkom je dat het eindbeeld niet totaal afwijkt van wat wenselijk is?
Reactie: Het bestemmingsplan biedt tezamen met het beeldkwaliteitsplan voldoende handvatten om te voorkomen dat het eindbeeld teveel afwijkt van hetgeen wenselijk is. Daarnaast zijn er overeenkomsten gesloten met de ontwikkelpartijen, waarin de afspraken omtrent de invulling van het plangebied zijn vastgelegd. De gemeente Venlo realiseert het openbaar gebied. 81.
Hoezo is er sprake van kennis van initiatieven en ruimtevragers?
Reactie: Deze tekst komt uit de ‘Stedenbouwkundige visie Kazerne Kwartier’. Hiermee wordt bedoeld dat mede op basis van actuele kennis van initiatieven en ruimtevragers, een programma voor de eerste fase is samen te stellen. Kennis van initiatieven en ruimtevragers komt onder meer voort uit beleidsmatige prognoses en de actuele marktsituatie. 82.
Wat is deelgebied 1 en 2?
Reactie: Met deelgebied 1 en 2 wordt hetzelfde bedoeld als fase 1 en 2.
83.
Zijn deelgebieden hetzelfde als fases?
Reactie: Wanneer wordt gesproken over een gebied wordt veelal de term deelgebied gehanteerd en met fase wordt met name de procesmatige volgordelijkheid bedoeld. 84.
Zo ja, waarom twee verschillende benamingen?
Reactie: Zie antwoord vraag 83. 85. Er staat dat in fase 2 geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden. Is dat wel zo? Reactie: Dit ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier betreft uitsluitend fase 1. 86.
Blijft fase 2 in de toekomst een braakliggend terrein?
Reactie: Nee, dit is niet de bedoeling. Besluitvorming over fase 2 vindt echter in een later stadium plaats. 87.
Moet deze fase niet alsnog meegenomen worden in het bestemmingsplan?
Reactie: Besluitvorming over fase 2 vindt in een later stadium plaats. Pas nadat meer duidelijkheid bestaat over de mogelijke invulling van fase 2, wordt daarvoor een afzonderlijke juridischplanologische procedure doorlopen. 88.Waarom staat fase 2 niet in zijn geheel afgebeeld op afbeelding 7? Reactie: Het bestemmingsplan heeft betrekking op fase 1. De delen van fase 2 die buiten het plangebied vallen zijn daarmee niet relevant voor het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier. 89.
Er staan bouwvlakken en wegen in fase 2. Wat gaat hier gebouwd worden?
Reactie: De stelling dat in fase 2 bouwvlakken zijn opgenomen is onjuist. Binnen de delen die onderdeel uitmaken van fase 2 is geen bouwvlak opgenomen. Ter plaatse zijn ook geen nieuwe gebouwen voorzien. 90.Kloppen de aantallen woningen dan nog wel? Reactie: Ja, de aantallen woningen zijn juist en hebben betrekking op fase 1.
91. Moeten niet alle onderzoeken aangepast zijn aan fase 2? Reactie: Nee, dit is niet het geval. Het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier richt zich immers uitsluitend op de beoogde ontwikkelingen binnen fase 1. 92.
Moet het bestemmingsplan niet aangepast worden aan fase 2?
Reactie: Nee, dit is niet het geval. Het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier richt zich immers uitsluitend op de beoogde ontwikkelingen binnen fase 1. 93. Waarom staat dit niet afgebeeld in de verbeelding bestemmingsplan Kazerne kwartier? Reactie: Zie voorgaande antwoorden. 94.Wat is het doel om dit wel op te nemen in deze uitwerking? Reactie: De reden dat bepaalde delen van fase 2 wel zijn opgenomen binnen het plangebied van het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier is omdat anders ter plaatse van de betreffende gronden de mogelijkheden zoals opgenomen in het thans vigerende bestemmingsplan in stand zouden blijven. Dit is onwenselijk en zou niet getuigen van een goede ruimtelijke ordening. In het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier zijn deze mogelijkheden feitelijk wegbestemd. 95. Moeten de groenstructuren niet op de verbeelding bestemmingsplan Kazerne Kwartier weergegeven worden? Reactie: Waardevolle groenstructuren en waardevolle boomstructuren zijn op de verbeelding weergeven middels de aanduidingen 'specifieke vorm van groen - waardevolle groenstructuren' en 'specifieke vorm van groen - waardevolle boomstructuren', waaraan in de regels voorwaarden zijn verbonden. 96.Wat is er zo uniek en vernieuwend aan het woonprogramma? Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar het Ontwikkelplan fase 1, waaruit de tekst in de toelichting een verkorte weergave is.
97.Waaruit blijkt dat erfgoed het fundament voor de herontwikkeling is? Reactie: Bij het ontwerpproces heeft het erfgoed nadrukkelijk aan de basis gestaan van het ontwerp van het gehele terrein. Zo zijn de fortmuren in het ontwerp geïntegreerd als basis voor de stedenbouwkundige opzet en blijven deze vrij van bebouwing. Er is daarbij gekozen voor het visualiseren en beleefbaar maken van de twee tijdlagen
fort- en kazerneperiode. 98.Wat verstaat u onder voelbaar? Reactie: Onder voelbaar wordt verstaan praktisch voelbaar/tastbaar. 99.Wat verstaat u onder zichtbaar? Reactie: Onder zichtbaar wordt verstaan visueel zichtbaar. 100.
Wat verstaat u onder beleefbaar?
Reactie: Beleefbaar betekent ervoor zorgen dat zowel bezoekers als bewoners in staat worden gesteld om te ervaren dat het verleden hen nog steeds raakt op deze plek, onder andere door daarbij meerdere zintuigen te stimuleren. Dit kan onder meer door het zichtbaar maken van elementen. 101. Waaruit blijkt dat er sprake is van hoogwaardige openbare ruimtes? Er is al jaren sprake van kaalslag terwijl toegezegd is dat geen enkele boom meergekapt zou worden. Waarom worden bomen niet zoals eerder afgesproken verplaatst? Reactie: Er worden bomen verwijderd die van slechtere kwaliteit zijn en bomen die op plekken staan waar gebouwd gaat worden in de toekomst. Daarnaast is het de afspraak dat er meer nieuwe bomen geplant worden dan dat er worden weggehaald. Hiermee blijft het Kazernekwartier een boomrijke omgeving. 102.
Waarom worden diersoorten verjaagd en gedood?
Reactie: Er wordt zorgvuldig en geheel in overeenstemming met de wet en regelgeving omtrent flora en fauna gehandeld. 103.
Waarom zijn er zoveel struiken verdwenen? Dit is juist een afname van groen.
Reactie: Ter voorbereiding op de realisatie kan het zijn dat er al eerder begroeiing wordt weggehaald. Bijvoorbeeld ten behoeve van bepaalde onderzoeken, voorbereidende werkzaamheden en/ of om rekening te houden met fauna, zodat niet in een broedseizoen struiken worden verwijderd. In het najaar van 2022 zijn extra snoeiwerkzaamheden uitgevoerd in met name het gebied tussen gebouw B en C, de spoorzijde en de Kazernestraat. Na zorgen en diverse signalen van omwonenden is hiertoe besloten vanuit het oogpunt van veiligheid en leefbaarheid.
104. Waarom moet eerst de biodiversiteit kapot gemaakt worden terwijl deze met relatief kleine ingrepen gespaard had kunnen worden? Reactie: Door de realisatie zal de biodiversiteit niet ‘kapot’ worden gemaakt, maar op termijn juist versterkt worden. Na realisatie zal de biodiversiteit groter zijn dan in de huidige situatie. Doordat er sprake is van fasering in de realisatie en ook doordat er gebieden zijn die niet of minder geroerd zullen worden, zoals de zone langs het spoor, de uiterwaarden en de gronden van fase 2 blijft er steeds aanwezig groen dat niet aangetast wordt. 105. Waarom blijkt uit de plannen niet dat duurzaamheid, gezondheid en klimaat belangrijk zijn? Reactie: De stelling dat uit de plannen niet blijkt dat duurzaamheid, gezondheid en klimaat belangrijk zijn wordt niet gedeeld. Dit zijn uiteraard belangrijke elementen die ook tot uiting komen in het vastgestelde Ontwikkelplan fase 1 dat als bijlage is opgenomen bij het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier. 106.
Hoe werkt symbiose in de diverse tijdlagen?
Reactie: Er is niet een tijdlaag welke als belangrijkste wordt beschouwd. Door zowel de Kazerne laag, de fortificatie en de toekomstige laag een plek te geven, ontstaan er relaties tussen deze tijdlagen. Dat wordt gezien als ‘symbiose’. 107.
Er zijn meer dan 3 tijdlagen, waarom maar 3 noemen?
Reactie: Er zijn inderdaad meer tijdlagen, maar er is een keuze gemaakt voor de belangrijkste tijdlagen waarvan op het Kazernekwartier specifiek veel erfgoed fysiek is achtergebleven, zijnde de fortlaag en de kazerneperiode. Daarom is besloten om voornamelijk deze tijdlagen uit te lichten. De 3e tijdlaag is de nieuwe tijdlaag (21e eeuw). 108.
Wat is eigentijdse baksteenarchitectuur?
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar het beeldkwaliteitsplan. 109.
Hoe bereikt men een knipoog naar het Fort Sint Michiel?
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar het beeldkwaliteitsplan. 110. Er staat dat initiatieven gekoesterd worden, waarom merken de verschillende initiatiefnemers dat niet? Reactie: Zie antwoord vraag 2.
111. Placemaking wordt gestimuleerd aldus het document, waarom merken de mensen die dit al jaren doen hier helemaal niets van? Reactie: Zie antwoord vraag 2. 112. Het is zelfs zo dat er op officiële uitnodigingen van initiatiefnemers geen tot weinigrespons komt vanuit de gemeenteraad. Hoe kan dit terwijl jullie initiatieven wel koesteren? Reactie: Raadsleden bepalen individueel op welke uitnodiging zij wel of niet ingaan. 113.
Welke identiteit van het gebied wordt er bedoeld?
Reactie: Hiervoor verwijzen we u naar missie 1 van het vastgestelde Ontwikkelplan. 114.
Er staat dat iedereen deel uit maakt van het nieuwe Kazerne Kwartier. Hoe dan?
Reactie: Naast het woonprogramma, komt er een niet-woonprogramma/stedelijk programma met functies die ook bedoeld zijn voor mensen die er niet wonen. Dat geldt ook voor de openbare ruimte, die is voor iedereen. 115.
Waarom krijgen de partijen die er nu zitten het gevoel dat ze ongewenst zijn?
Reactie: We begrijpen dat er onzekerheid is over de toekomst. We verwijzen u naar het antwoord op vraag 2. 116. Als er toch volop ruimte is om het bijzondere verleden te tonen en te beleven waarom faciliteert de gemeente dan geen fort museum? Reactie: Zie antwoord vraag 2. In reactie op uw vraag verwijzen wij u tevens, als onderdeel van de bestemming cultuur en ontspanning, naar artikel 1.3 van de regels en artikel 3.1-i. 117. Hoe wilt men de levendigheid overdag en in de avond stimuleren en faciliteren als bijna niets mag of kan in het plangebied? Reactie: De stelling dat bijna niets kan of mag wordt niet gedeeld. Binnen de bestemming ‘Gemengd’ is een grote diversiteit aan functies mogelijk die tezamen de levendigheid kunnen stimuleren en faciliteren. 118.
Wat is het exercitiepark?
Reactie: Het ‘Excercitiepark’ is de plek van de huidige appèlplaats. Het hart van het
Kazernekwartier. 119.
Waar is bij de ruiterij?
Reactie: Het gebied ‘Bij de Ruiterij’ is weergegeven op afbeelding 8 in paragraaf 2.5.2. 120.
Welke exercitieloodsen worden er bedoeld?
Reactie: De bestaande exercitieloodsen zijn Loods S en Loods V. 121.
Welke clusters worden er bedoeld?
Reactie: Hiermee worden Loods S en Loods V van de Kazernelaag bedoeld zoals aangegeven op blz. 24 van het Ontwikkelplan. 122.
Welke entrees worden er bedoeld?
Reactie: Hiermee worden de belangrijkste toegangswegen naar het Kazerne Kwartier bedoeld: Voor de auto is dat bijvoorbeeld de entree bij de Kazernestraat/Horsterweg en de toegang vanaf de Venrayseweg. 123.
Welke ontwikkelvelden zijn voor woningen?
Reactie: Zie pagina 26-29 van het Ontwikkelplan en pagina 21 van de toelichting behorende bij het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier. 55. Begane grond van wat? Welk gebouw? Reactie: Er wordt hier niet één specifiek gebouw bedoeld. 124.
Welke openbare ruimtes zijn de belangrijkste?
Reactie: Zie pagina 52 en 53 van het Ontwikkelplan. Het betreft de grotere openbare ruimtes binnen het plangebied, zoals bijvoorbeeld het Excercitiepark en het Rondje Fort. 125.
Welk programma in welke aangrenzende bebouwing?
Reactie: Hier wordt bedoeld het aangrenzende programma in z’n algemeenheid binnen het plangebied. Niet een specifiek deel van het plangebied, een specifiek programma of specifieke aangrenzende bebouwing.
126. Moet dit niet op de verbeelding bestemmingsplan Kazerne Kwartier weergegeven worden? Reactie: Hetgeen op de verbeelding dient te worden opgenomen, is reeds opgenomen. 127.
Waarom wordt erfgoed niet verder uitgewerkt?
Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar het Ontwikkelplan fase 1. 128. Welke interactie binnen de gebouwen en de openbare ruimte in functie wordt er bedoeld? Reactie: Hiervoor wordt verwezen naar het Ontwikkelplan fase 1. 129.
Bij afbeelding 8 is de witte tekst amper leesbaar.
Reactie: Dezelfde afbeelding is ook terug te vinden in het als bijlage bij de toelichting opgenomen Ontwikkelplan fase 1. 130.
Een legenda ontbreekt
Reactie: Een legenda wordt voor deze afbeelding niet noodzakelijk geacht omdat de benaming van de deelgebieden reeds op de tekening is weergegeven. 131.
Wat is het verschil tussen stationsomgeving en stationsplein?
Reactie: De term stationsplein refereert aan het daadwerkelijke plein. De term stationsomgeving betreft een ruimer gebied. 132.
Welke programmering moet voetgangers en fietsers verleiden?
Reactie: Zie missie 1 van het Ontwikkelplan. Hiermee worden functies bedoeld waarvoor men naar het Kazernekwartier komt. Bijvoorbeeld omdat ze aanvullend zijn op wat er al is Venlo en Blerick. 133.
Wat verstaat men onder bourgondische leefstijl?
Reactie: Onder een bourgondische leefstijl wordt verstaan een levensstijl waarin genieten centraal staat. 134.
Hoort daar ook niet een eigen luxe auto op de oprit bij?
Reactie: Binnen het plangebied wordt juist gestreefd naar beperkt autogebruik. Een eigen luxe auto op de oprit heeft geen directe relatie met een bourgondische levensstijl. 135.
Wat verstaat men onder culturele leefstijl?
Reactie: Een levensstijl welke gericht is op culturele aspecten. Denk aan kunst, lokale tradities aansluitend bij de levendigheid van de binnenstad met haar levendige functies. 136.
Hoort daar ook niet een museum onder?
Reactie: Een museum kan passen onder een culturele leefstijl, maar is geen voorwaarde voor een culturele leefstijl. Daarnaast verwijzen wij u naar artikel 1.3 van de regels en artikel 3.1-i. 137.
Hoort daar ook niet horeca categorie 4 onder?
Reactie: In de toelichting wordt horeca categorie 4 niet opgenomen. Dergelijke vormen van horeca worden gelet op de aard en impact ervan op de omgeving, niet wenselijk geacht. 138.
Waarom hoger onderwijs bij het spoor (groepsrisico externe veiligheid?)
Reactie: Ter hoogte van de bedoelde schoollocatie aan de spoorzijde is de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone - functies verminderd zelfredzame personen uitgesloten’ opgenomen. Dit betekent dat ter plaatse de realisatie van bijvoorbeeld een basisschool niet is toegestaan. Een hogere school is bijvoorbeeld wel toegestaan omdat hierbij geen sprake is van een functie voor verminderd zelfredzame personen. 139. Er staat te lezen dat in de eerste fase 505 reguliere wooneenheden en 102 studenteneenheden worden gebouwd. Hoeveel komen er dan in de volgende fase? Reactie: Of, en zo ja hoeveel, woningen er in een volgende fase komen, is nog niet bekend. Nadere uitwerking van fase 2 vindt naar verwachting in de loop van de komende jaren plaats. 140.
In 2.5.4. wordt gesproken over twee militaire lagen, waarom maar twee?
Reactie: Zie antwoord vraag 107. 141.
Hoe worden punten van het fort aangemerkt en uitgelicht?
Reactie: Het is niet geheel duidelijk wat hiermee wordt bedoeld. In het Ontwikkelplan worden essentiële onderdelen van het fort op verschillende wijzen zichtbaar en beleefbaar gemaakt.
142. Er staat dat de hoofdentree van het fort verloren gegaan is bij de bouw van de kazerne. Dit is onzin, kan dit aangepast worden? Reactie: Het standpunt wordt niet gedeeld. 143. Waarom wordt er geen gehoor gegeven aan de toezegging dat de ophaalbrug terugkomt? Reactie: De intentie bestaat nog altijd om de ophaalbrug in enige vorm terug te brengen. De historische brug zal als inspiratie dienen voor de nieuwe brug. In 2023 wordt er archeologisch onderzoek gedaan naar de pilaren van deze brug. De resultaten daarvan geven input voor de verdere vormgeving van de brug. 144.
Bij het inrichtingsplan moeten keuzes gemaakt worden. Welke keuzes?
Reactie: Op welke wijze het rondje Fort in het inrichtingsplan wordt uitgewerkt. Er wordt nader onderzoek gedaan naar de financiële en technische haalbaarheid i.r.t. de historische correctheid. 145.
Welk inrichtingsplan?
Reactie: Het inrichtingsplan voor de openbare ruimte. 146. Appèlplaats wordt exercitiepark genoemd, alleen komt dit niet overeen met het terrein dat als exercitiepark aangemerkt wordt in afbeelding 8. Hoe kan dit? Reactie: Dit staat inderdaad niet goed op de afbeelding. Dit zal in de toelichting van het bestemmingsplan worden aangepast. Het exercitiepark is de centrale groene ruimte tussen het gele en lila vlak op afbeelding 8. 147.
Wat is nu het exercitiepark?
Reactie: Zie antwoord vraag 146. 148. Kan de appèlplaats haar naam behouden (sport- en exercitieterrein), alle andere benamingen zijn namelijk historisch gezien niet correct. Reactie: Er is gekozen voor de term exercitiepark vanwege de herinrichting van het terrein, dat naast de oorspronkelijke appèlplaats ook vrijgelegde en gerestaureerde fortresten omvat. Deze naam sluit aan op de parkachtige inrichting die het terrein krijgt. Opgemerkt dient te worden dat de gehanteerde namen werknamen zijn. Definitieve namen moeten nog worden bepaald.
149. Sinds het vertrek van de Limburgse Jagers is de herdenkingsplek geen herdenkingsplek meer. Zij hebben alles meegenomen, standbeeld, naamplakken van soldaten. Waarom dan dit in stand houden? Reactie: Op deze plek is de reconstructie van de entree van het fort voorzien. 150.
Worden dan ook alle verdwenen elementen weer teruggeplaatst?
Reactie: Dat kan niet worden gegarandeerd. Deze zijn in sommige gevallen in bezit en in eigendom van Defensie. 151.
Waarom wordt er niet gesproken over de reeds eerder toegezegde ophaalbrug?
Reactie: Zie antwoord vraag 143. 152.
Hoe benadrukken groenstructuren de tijdlagen?
Reactie: De wadi’s naast de fortmuur benadrukken de laag fort en daarnaast worden verschillende boomstructuren aangebracht ter accentuering van de verschillende tijdlagen en deelgebieden. 153.
Welke bomen/struiken worden gekozen?
Reactie: Dit vormt onderdeel van de nadere uitwerking in het inrichtingsplan openbare ruimte. 154.
Zijn de afzonderlijke bolletjes op afbeelding 13 bomen?
Reactie: Dit geeft alleen een indicatie van een boomstructuur aan. Exacte aantal en locaties worden in het inrichtingsplan openbare ruimte uitgewerkt. 155. Weet u eigenlijk wel dat er rondom het fort geen bomen stonden in verband met hetvrijhouden van het schootsveld? Reactie: We zijn hiervan uiteraard op de hoogte, maar we maken continue de afweging tussen de verschillende tijdlagen. We willen ook dat het Kazernekwartier een fijne leefomgeving is en voldoende schaduwplekken bieden bij een wandeling rond het fort. Mede hierdoor speelt het Kazernekwartier in op actuele thema’s op het gebied van biodiversiteit en klimaatverandering. 156.
Weet u dat bomen planten rondom het fort dan geschiedvervalsing is?
Reactie: Zie antwoord vraag 155. 157. Welke rol neemt de reeds aanwezige flora en fauna in het toekomstige Kazerne Kwartier? Reactie: Er wordt rekening gehouden met de aanwezige flora en fauna in het gebied. Dit hebben we goed in beeld door jaarlijkse monitoring. De aanwezige flora en fauna is uitgangspunt en vormt onderdeel van de nadere uitwerking. 158.
Het onderdeel biodiversiteit ontbreekt hier, waarom is dat?
Reactie: De biodiversiteit verhogen is een ambitie (zie beeldkwaliteitsplan) en vormt onderdeel van de nadere uitwerking. 159.
Het onderdeel duurzaamheid ontbreekt hier, waarom is dat?
Reactie: De duurzaamheid verhogen is een ambitie (zie beeldkwaliteitsplan) en vormt onderdeel van de nadere uitwerking. 160.
Welke kansen biedt het nieuwe mobiliteitsconcept?
Reactie: Voetganger en fietser centraal. Auto te gast. Door bewoners hiervan al bij planvorming van te doordringen, maken we een duurzame leefomgeving mogelijk. We verleiden de bewoners om van een eerste, tweede of volgende auto af te zien, door de vele alternatieve mobiliteitsmogelijkheden (trein, bus, fietssnelweg, deelauto’s en ander deelvervoer). Hiermee ondersteunen we de hogere beleidsdoelen van de gemeente en rijk; zoals de Klimaat-, water- en milieutransitie. Uiteindelijk beogen we hiermee een hogere verblijfskwaliteit van de openbare ruimte binnen een sterk verstedelijkt gebied. Dankzij het mobiliteitsconcept zetten we in op minder autoverkeer. We focussen op voetgangers en fietsers. Hierdoor kunnen we de openbare ruimte groen inrichten en meer erfgoed beleefbaar maken. 161.
Is dit niet reeds achterhaald?
Reactie: Nee. 162.
Zijn er positieve ervaringen met zo’n mobiliteitsapp elders?
Reactie: Ja. 163. Bent u op de hoogte dat andere steden alweer van het concept deelfiets, deelscooter en deelauto af aan het stappen zijn omdat het niet werkt?
Reactie: Ja. We stellen vast dat het thema deelmobiliteit nog in ontwikkeling is. Niet alle pilots zijn van meet af aan succesvol en goed georganiseerd. Maar er zijn zeker ook positieve resultaten geboekt. 164. Wat gaat er gebeuren als dit concept ook niet in het Kazerne Kwartier blijkt te werken? Reactie: Er is op dit moment geen aanleiding om hier vanuit te gaan. 165.
Denkt u nu werkelijk dat mensen geen auto nemen omdat er 5 deelauto’s staan?
Reactie: Dit is een afweging die eenieder voor zichzelf dient te maken op basis van persoonlijke omstandigheden. Deelauto’s worden overigens ook vaak gebruikt door huishoudens om een tweede auto te vervangen. 166. Hoe voorkomt u dat een deelauto elke ochtend door dezelfde persoon gebruikt wordt om naar werk te rijden en ’s avonds Iaat weer thuiskomt? Reactie: Het concept deelauto is (onder meer vanuit financieel oogpunt) niet interessant voor dagelijks gebruik. Het ligt dan ook niet in de lijn der verwachting dat bewoners deelauto’s dagelijks voor woon-werkverkeer gaan gebruiken. Het concept is met name interessant voor mensen die niet dagelijks een auto nodig hebben maar zo nu en dan wel graag het gemak willen hebben om gebruik te kunnen maken van een auto. 167. Is een deelauto iets wat u zelf zou kiezen in plaats van een eigen auto? Reactie: Dit is een afweging die eenieder voor zichzelf dient te maken op basis van persoonlijke omstandigheden. 168. Venrayseweg is de voorlopige route, wat wordt dan de permanente route? Reactie: De Venrayseweg blijft een toegangsroute naar het Kazernekwartier. Hij wordt afgesloten voor doorgaand verkeer. 169. Wanneer kan men de permanente route verwachten ? Reactie: Bij de realisatie van fase 2. 170. Is de spooronderdoorgang al onderzocht op haalbaarheid? Reactie: Verlengde Antoniuslaan: Nee
Kazernestraat: Ja 171.
Is er al met ProRail over deze spooronderdoorgang gesproken?
Reactie: Ja, dit is met ProRail besproken. 172.
Waarom moet er weer een onderzoek naar een oeververbinding gedaan worden?
Reactie: Een van de ambities vanuit het Kazernekwartier naar Venlo is een verbeterde ontsluiting voor langzaam verkeer. 173.
Bent u alle voorgaande onderzoeken naar een oeververbinding kwijtgeraakt?
Reactie: Nee. 174.
Verwacht u een ander resultaat bij herhaling van het onderzoek? Zo ja wat?
Reactie: Ja, want de invulling van het plan Kazernekwartier is fundamenteel gewijzigd ten opzichte van voorgaande plannen. 175.
Wat zijn de gevolgen voor de mobiliteit als deze verbinding er niet komt?
Reactie: Dan wordt de langzaam verkeersverbinding tussen Venlo en Blerick niet verbeterd. 176.
Wat zijn de gevolgen voor de mobiliteit als deze verbinding er wel komt?
Reactie: Dan wordt de langzaam verkeersverbinding tussen Venlo en Blerick wel verbeterd. 177. Welke definitie van duurzaamheid wordt hier gebruikt? Wat verstaat u hieronder? Reactie: We hebben de ambitie om een duurzame gebiedsontwikkeling te realiseren, duurzaamheid mag hier beschouwd worden in de brede zin van het woord. Denk hierbij bijvoorbeeld (maar niet uitsluitend) aan het energieconcept, natuurinclusief bouwen, circulariteit en klimaatadaptatie. 178.
Hier spreekt men over meerdere tijdlagen, zijn dit er nu 2, 3 of nog meer?
Reactie: Zie antwoord vraag 107.
179.
Welke tijdlagen worden er bedoeld?
Reactie: Zie antwoord vraag 107. 180.
Wat verstaat u onder groen moet een toenemende ecologische waardehebben?
Reactie: Groen dat gedurende de tijd steeds meer ecologische waarde krijgt. Bijvoorbeeld een net aangeplante jonge boom heeft minder ecologische waarde dan een gezonde volwassen boom. 181. Hoe kunt u dat rijmen met het wegtrekken van struiken met wortel en al in het Kazerne Kwartier van afgelopen oktober? Reactie: Zie de beantwoording van vraag 103. 182. Hoe kunt u dit rijmen met het maaien van de bloemenweides nog voordat deze zich hebben kunnen voortplanten? Reactie: Zie de beantwoording van vraag 103. 183. Aanwezig groen moet behouden blijven, waarom wordt dit dan steevast verwijderd? Reactie: Zie de beantwoording van vraag 103. 184. • • • • • • •
Waarom wordt er niet gesproken over Biodiversiteit? Kringlopen? Voedselketens? Struiken? Bomen? Planten? Fauna?
Reactie: Deze onderwerpen worden meegenomen in de uitwerking van de openbare ruimte. 185. Waarom wordt de reeds aanwezige flora en fauna verjaagd en vernietigd voor de herontwikkeling dan? Reactie: Zie antwoord vraag 102 en vraag 103.
186.
Welke volgende fase?
Reactie: Het is niet duidelijk aan welke fase u refereert. 187.
Waarom pas in de volgende fase?
Reactie: Het is niet duidelijk waaraan u refereert. 188. Wat heeft het niet slopen en niet hergebruiken van gebouwen te maken met duurzaam en circulair materiaal gebruik? Reactie: Hoe langer men een materiaal gebruikt is ook een vorm van duurzaamheid. Er hoeven dan namelijk geen nieuwe materialen op die plek te worden aangeschaft. Dus door bestaande gebouwen niet te slopen, wordt bijgedragen aan de duurzaamheid van de ontwikkeling. 189.
Sinds wanneer is herbestemmen een vorm van duurzaam materiaal gebruik?
Reactie: Zie de beantwoording van vraag 188. 190.
Sinds wanneer is herbestemmen een vorm van circulair materiaalgebruik?
Reactie: Door bestaande gebouwen een nieuwe functie te geven, worden de materialen behouden. Circulair materiaal is het hergebruik van bestaande materialen. 191.
Wat verstaat u onder duurzaam materiaalgebruik?
Reactie: Hieronder verstaan we zowel het efficiënt omgaan met materialen als het toepassen van duurzame bouwmaterialen. 192.
Wat verstaat u onder circulair materiaalgebruik?
Reactie: Hieronder verstaan we dat je materiaal opnieuw gebruikt. 193. Er staat dat de appèlplaats vanaf het begin vergroend gaat worden. Watverstaat u onder vergroenen? Reactie: Hiermee wordt bedoeld dat de bestaande verharding (asfalt) zal worden verwijderd en dat daar een groene inrichting voor terugkomt.
194.
Placemaking wordt door vrijwilligers gedaan. Welke vrijwilligers?
Reactie: Het is nog niet gespecificeerd met welke vrijwilligers deze invulling georganiseerd gaat worden. Er is geen sprake van uitsluiting bij voorbaat. 195.
Wie gaat georganiseerd placemaking in de tweede face?
Reactie: Het is onduidelijk hoe deze vraag precies bedoeld is. Maar hoe de placemaking precies georganiseerd gaat worden in de 2e fase moet nog worden uitgewerkt. Het is nog niet gespecificeerd met wie deze invulling georganiseerd zal worden. Er is geen sprake van uitsluiting bij voorbaat. 196. Wordt het placemaking dat al jaren door de stadstuinderij en het FortMuseum Venlo gedaan wordt gezien als vrijwillig placemaking? Reactie: Tijdelijk gebruik (waaronder leegstandsbeheer) wordt beschreven als de eerste fase van placemaking in het ontwikkelplan (pagina 130). Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend m.b.t. betrokken worden bij de herontwikkeling van het Kazernekwartier. 197. Wordt het placemaking door de stadtuinderij en het Fort Museum Venlo gezien als niet-georganiseerde placemaking? Zo ja waarom? Reactie: Initiatieven zijn niet bij voorbaat gelabeld als georganiseerd of niet-georganiseerde placemaking. Zie verder de beantwoording van de voorgaande vraag. 198.
Wat is fase 3?
Reactie: De fasering van de placemaking is in paragraaf 2.5.9 van het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier (of pagina 130 t/m 133 van het vastgestelde Ontwikkelplan) opgenomen. 199.
Wat verstaat u onder placemaking?
Reactie: Hiervoor verwijzen we u naar het ontwikkelplan; pagina 130 t/m pagina 133. 200.
Welke activiteiten vallen volgens u onder placemaking?
Reactie: Zie antwoord vraag 199.
201. Welke activiteiten vallen volgens u niet onder placemaking? Reactie: Zie antwoord vraag 199.
202. In 3.4.2. Lezen we dat fase 1 + 2 bestaat uit 602 woningen, dit is anders dan eerder genoemd. Welke aantallen zijn correct? Reactie: Paragraaf 3.4.2 heeft betrekking op de Woonvisie Venlo 2021-2026. Middels het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier worden maximaal 505 reguliere woningen en maximaal 132 studentenwoningen toegestaan. 203. Als de westoever aanvullend moet zijn op de historische stadskern, waarom worden uit historisch oogpunt geziene zichtlijnen dan weggemoffeld? Reactie: Dit standpunt wordt niet gedeeld. In het stedenbouwkundig plan is expliciet opgenomen dat vanuit het gereconstrueerde bastion en de gereconstrueerde aarden wal aan de noordzijde van het exercitieterrein zichtassen richting de binnenstad worden gerealiseerd. Zie ook het Ontwikkelplan fase 1. 204. Het militaire verleden van het kazernekwartier was er nooit geweest als aan de andere kant van de maas geen vesting Venlo had gelegen. Waarom wordt dit verleden niet nog duidelijker benadrukt in bijvoorbeeld het fort museum? Reactie: Zie de beantwoording van vraag 2. 205. De stad Venlo heeft haar bestaan te danken aan al die keren dat het verdedigd werd vanuit de westoever van de Maas. Wanneer mag deze geschiedenis verteld worden in het fort museum? Reactie: Dit is niet aan de gemeente. 206.
Kan de gemeente Venlo eindelijk eens haar verleden omarmen en het Fort Museum faciliteren? Reactie: Zie antwoord vraag 2. 207. Waarom is een multifunctioneel centrum niet mogelijk?
Reactie: Er is gekozen voor een andere invulling van het plangebied. 208. In 3.4.3 staat dat fase 1 uit 500 woningen en 100 studentenwoningen bestaat. Dit zijn andere getallen dan reeds eerder beschreven. Welke getallen kloppen? Reactie: Paragraaf 3.4.3 heeft betrekking op het ‘Raadsbesluit versnelling woningbouwprogramma Kazerne Kwartier’ en daarin zijn inderdaad 500 woningen genoemd en 100 studentenwoningen. Middels het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier worden maximaal 505 reguliere woningen en maximaal 132 studentenwoningen toegestaan. 209. Kan men niet lezen? Reactie: Zie antwoord vraag 208. 210. Kan men niet rekenen ? Reactie: Zie antwoord vraag 208. 211. Klopt het dat door het overhevelen van fase 2 naar fase 1 er geen woningen in het plangebied van fase 2 komen? Reactie: Nee dit is niet juist. Besluitvorming over fase 2 vindt in een later stadium plaats. 212. Klopt het dat de reden om gehaast veel meer woningen te bouwen in het plangebied is dat nieuwe locaties ontwikkelen voor woningbouw te veel tijd kost? Reactie: De stelling dat sprake zou zijn van ‘gehaast veel meer woningen te bouwen in het plangebied’ wordt niet gedeeld. Er is sprake van een woningtekort en middels de beoogde woningbouw binnen het plangebied wordt getracht in ieder geval deels invulling te geven aan een concrete en actuele behoefte aan woningen. 213.
Heeft de woningcrisis ervoor gezorgd dat er meer woningen in het plangebied komen? Reactie: Zie de beantwoording van de voorgaande vraag.
214. Is zo’n gehaaste beslissing wel op de juiste gronden genomen ? Reactie: Zie de beantwoording van de voorgaande vragen. De stelling dat sprake zou zijn van een gehaaste beslissing wordt niet gedeeld. Genomen beslissingen hieromtrent zijn gebaseerd op een zorgvuldige afweging. 215. Is er wel sprake van een goede ruimtelijke ordening als haast de belangrijkste reden is om woningen te bouwen? Reactie: De stelling dat ‘haast de belangrijkste reden is om woningen te bouwen’ wordt niet gedeeld. 216. Er staat te lezen dat Venlo zich niet kan veroorloven om bewoners kwijt te raken. Waarom niet? Reactie: Het is belangrijk dat de gemeente Venlo ruimte biedt aan de woonbehoeften. Het kan anders voorkomen dat bewoners buiten de gemeente een woning gaan zoeken. Dat kan bijvoorbeeld consequenties hebben voor het draagvlak voor voorzieningen. 217. Er zijn te weinig woningen, wat betekent dat Venlo aan haar max zit wat inwoners betreft. Waarom dan deze uitspraak? Reactie: De stelling dat Venlo aan haar max zit wat inwoners betreft wordt niet gedeeld. De huidige woningvoorraad is simpelweg niet meer in balans met de vraag naar woningen. Dat geldt zowel in Nederland in zijn geheel als in Venlo als gemeente. 218.
Waarop baseert men dat de woningen in het Kazerne Kwartier op de juiste plek staan? Reactie: Nieuwe locaties ontwikkelen kost veel tijd, terwijl er op het Kazernekwartier ruimte, potentie en gelegenheid is om de druk op de woningmarkt te verlichten en een kwaliteitsslag te maken in het stedelijke wonen en leven. 219. Wat is volgens u een omschrijving van de juiste plek? Reactie: Dit is onder andere afhankelijk van de doelgroep waarvoor woningen nodig zijn. Omdat er behoefte is aan stedelijke woonmilieus, wordt het Kazernekwartier, gezien de centrale ligging, daarvoor gezien als de juiste plek.
220. Is de juiste plek niet persoonsgebonden? Reactie: Zie de beantwoording van vraag 219. 221. Er is wederom sprake van een eerste en tweede fase zonder uit te leggen wat er precies bedoeld wordt. Kan dit aangepast worden? Reactie: Paragraaf 3.4.3 betreft een samenvatting van het ‘Raadsbesluit versnelling woningbouwprogramma Kazerne Kwartier’. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige raadsbesluit dat voor eenieder vrij te raadplegen is. 222. Waarom kunnen er ineens geen evenementen meer plaatsvinden op het exercitieterrein en kan dit wel in het vigerend bestemmingsplan? Reactie: Niet alle functies uit het vigerende bestemmingsplan worden wenselijk geacht binnen de beoogde ontwikkeling. Evenementen zijn in de regels van het bestemmingsplan uitgesloten. Het is daarmee echter niet op voorhand uitgesloten, dat incidenteel en met de daartoe benodigde vergunningen een evenement kan plaatsvinden. 223. Hoe wordt de kwaliteit en identiteit van het militaire erfgoed beleefbaar door herinrichting van het exercitieterrein met plek voor kweken en telen? Reactie: Definitieve invulling moet zal nog worden bepaald in de uitwerking. De uitgangspunten staan geformuleerd op blz. 54 en 55 van het vastgestelde Ontwikkelplan. 224.
Welk historisch karakter wordt er bedoeld? Reactie: Met het historisch karakter van het exercitiepark wordt bedoeld de onderdelen die gereconstrueerd zullen worden, waardoor de fortlaag en Kazernelaag beleefd worden: onder andere sport en spel op de appèlplaats, de reconstructie van de appèlplaats, het ensemble met bomencarré en monumenten. 225. 3.4.4. Moet er niet een ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld worden voor de volgende fases? Reactie: Indien nodig c.q. gewenst wordt er voor de volgende fase(s), net als voor fase 1, een beeldkwaliteitsplan opgesteld.
226. fases?
Hoe denkt men dezelfde beeldkwaliteit te kunnen garanderen in volgende
Reactie: Zie mede de beantwoording van de voorgaande vraag. Volledigheidshalve dient te worden opgemerkt dat de vervolgfase(n) geen onderdeel uitmaken van het ontwerpbestemmingsplan Kazernekwartier. Los van de vraag of dezelfde beeldkwaliteit gewenst is in vervolgfasen, heeft deze vraag geen betrekking op het ter inzage gelegde ontwerp bestemmingsplan. 227. Op p.48 lezen we dat er in deze fase van de ontwikkeling nog niet bekend is hoeveel woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen het betreft. Moet dit niet eerst bekend zijn? Reactie: In het bestemmingsplan is een maximum aantal woningen opgenomen. Het betreft een maximum, maar er geldt op grond van het bestemmingsplan geen verplichting om dit maximum ook te realiseren. Daarnaast is nog niet exact bekend hoeveel woningen op welke plek worden gerealiseerd. Vandaar dat in deze fase in het akoestisch onderzoek is gesteld dat in deze fase van de ontwikkeling nog niet exact bekend is hoeveel woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen het betreft. 228.
Kunnen de onderzoeksresultaten dan niet meteen de prullenbak in?
Reactie: Nee, de onderzoeksresultaten voldoen aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving. 229.
Is het maximaal aantal woningen dan nog niet bekend?
Reactie: In het bestemmingsplan is een maximum aantal woningen opgenomen. Het betreft een maximum, maar er geldt op grond van het bestemmingsplan geen verplichting om dit maximum ook te realiseren. 230.
Zijn de bouwvlakken nog niet bekend?
Reactie: Het bouwvlak is bekend, er is namelijk sprake van één groot bouwvlak op de verbeelding. Daarnaast zijn er hoogteaanduidingen opgenomen voor bepaalde delen binnen het plangebied. Hoewel op basis van het Ontwikkelplan de situering van de beoogde woningen vrij goed bekend is, biedt het bestemmingsplan nog de nodige flexibiliteit in relatie tot de exacte situering van woningen/geluidgevoelige functies. 231.
Kan er niet gerekend worden met het maximale aantal woningen?
Reactie: Zie de beantwoording van de voorgaande vragen.
232. Als de gemeente verantwoordelijk is voor de bescherming van archeologische waarden, waarom doet zij dat niet? Reactie: In het bestemmingsplan zijn middels een dubbelbestemming en aanduidingen beschermende regelingen opgenomen. De stelling dat de gemeente archeologische waarden niet beschermt wordt dan ook niet gedeeld. 233. Op p.54 lezen we dat u denkt dat de pilaren van het Fort Sint Michiel hetzelfde rijksmonument is als het sport- en exercitieterrein. Dit is niet het geval. Dit zijn twee verschillende rijksmonumenten. Kan dit aangepast worden? Reactie: In het register van beschermde monumenten worden in de omschrijving van het complex Garnizoenweg 3 te Venlo met het monumentennummer 524718 negen objecten geduid, zoals de kazernegebouwen en het exercitieterrein uit de periode 1913-1914, en de beide hekpijlers met daaraan muurresten van het voormalige fort Sint Michiel. Vervolgens wordt in aanhangige omschrijvingen ieder object gespecificeerd, waarbij onder monumentennummer 527711 het exercitieterrein nader wordt omschreven en onder monumentennummer527713 de twee hekpijlers van het voormalige fort Sint Michiel. In de tekst is de omschrijving met het monumentennummer 524718 als uitgangspunt genomen. 234. Hoort er sowieso niet een beschrijving opgenomen te worden van alle rijksen gemeentelijke monumenten afzonderlijk? Reactie: Nee, dit is niet het geval.
De beschrijvingen zijn te raadplegen bij de RCE en gemeente. In de toelichting is reeds een beschrijving van monumenten binnen het plangebied opgenomen. Er geldt geen verplichting tot het opnemen van een beschrijving van alle afzonderlijke monumenten in een bestemmingsplan. 235. Wat verstaat men onder het buitenterrein ter plaatse van het kazerneterrein? Reactie: Zie Ontwikkelplan fase 1. 236.
Is het gedane bodemonderzoek wel voldoende?
Reactie: Ja, voor de bestemmingsplanprocedure wordt het gedane onderzoek voldoende geacht. 237.
Waarom is de Pfas niet onderzocht?
Reactie: Volgens paragraaf 2.2 van het historisch (bodem)onderzoek zijn op de locatie geen puntbronnen voor verontreinigingen met PFAS te verwachten. Daarom is hier verder geen analytisch onderzoek naar gedaan. Inmiddels is de achtergrondkwaliteit PFAS vastgelegd
in een bodemkwaliteitskaart (te raadplegen via https://www.venlo.nl/informatie-overbodemkwaliteit) waaruit blijkt dat de gemiddelde PFAS-gehalten voor locaties waar geen sprake is van puntbronnen beneden de landelijke achtergrondwaarden liggen. 238. Welke gevolgen kan het niet onderzoeken van de Pfas hebben voor de verdere herontwikkeling van het Kazerne Kwartier? Reactie: Dit heeft geen gevolgen voor de herontwikkeling van het Kazerne Kwartier, omdat voor locaties waar geen puntbronnen voor verontreiniging met PFAS zijn te verwachten, gebruik kan worden gemaakt van de voornoemde PFAS-bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de grond ten aanzien van PFAS. 239.
Wanneer wordt dit onderzoek alsnog uitgevoerd?
Reactie: Zie antwoord op vraag 237 en 238. Aanvullend PFAS-bodemonderzoek is niet noodzakelijk. 240. Afb 25 is slecht leesbaar i.v.m. overlappende stukken tekst. Kan dit aangepast worden? Reactie: Aanpassing wordt niet noodzakelijk geacht. 241. In voorliggend bestemmingsplan is voor een strook aan de oostzijde van het plangebied ook geen bouwoppervlak opgenomen. Hoe kan het dat dit wel als fase 2 bestempeld wordt? Reactie: De delen van fase 2 die zijn opgenomen in het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier zijn opgenomen om de mogelijkheden op grond van het vigerende bestemmingsplan weg te bestemmen. Het is namelijk niet gewenst om ter plaatse de mogelijkheden zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan in stand te houden. 242.
Moet dit stuk grond niet alsnog in de onderzoeken meegenomen worden?
Reactie: Voor zover nodig zijn de betreffende gronden meegenomen in de onderzoeken. 243.
Waarom bevat het hoofdstuk externe veiligheid alleen maar conclusies?
Reactie: De overige informatie is te raadplegen in het de volledige rapportage van het onderzoek dat als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen. 244.
Welk veld is ontwikkelveld Oscar?
Reactie: Zie afbeelding 31 in paragraaf 5.2.2, waarin alle ontwikkelvelden zijn aangegeven.
245. Er wordt gesproken over ontwikkelvelden, bestaande gebouwen hebben nieuwe namen gekregen, nieuwe straatnamen duiken of evenals oude straatnamen en nummering. Dit maakt het geheel erg onduidelijk. Waar ligt nou wat? Moet dit niet op de verbeeldingskaart staan? Reactie: Op de verbeelding is uitsluitend ter informatie de kadastrale ondergrond en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) opgenomen, met inbegrip van straatnamen die hierin zijn opgenomen. Deze dienen echter uitsluitend ter informatie en hebben geen inhoudelijke functie. 246.
Is de haalbaarheid van het mobiliteitsconcept onderzocht?
Reactie: Het concept is uniek voor Venlo. De basis ervan is gebaseerd op goede ervaringen met elementen uit dit concept elders in het land. De positieve ervaringen, de nabijheid van goede infrastructuur (spoor, fietssnelwegen, ontsluitingswegen en busvervoer in combinatie met de aanvulling van deelmobiliteit), geeft ons vertrouwen in de slagingskans van dit project. 247. Hoe denkt u de gevaarlijke situatie Kazernestraat/Gommansstraat op te lossen als het daar nog drukker wordt? Reactie: Dit wordt de komende jaren nader uitgewerkt in de inrichting van de stationsomgeving. 248.
Heeft u weleens in de spits op de Kazernestraat gereden?
Reactie: Een persoonlijke ervaring is in deze niet alles bepalend. Het is gedurende de spits op veel plaatsen druk. Mede daarom ook de keuze voor een nieuw mobiliteitsconcept. 249. Kunt u zich voorstellen wat de gevolgen voor de schooljeugd op de Kazernestraat en de Gommansstraat zullen zijn als er niet alleen gekeken wordt naar de herontwikkeling van het Kazerne Kwartier maar ook naar de huisvestingsplannen van de middelbare scholen? Reactie: Een persoonlijke voorstelling is niet relevant. Het is ‘koffiedik kijken’ naar mogelijk toekomstige situaties die van veel factoren afhankelijk zijn. Feit is dat naast gebiedsontwikkeling alle thema’s van mobiliteit voortdurend de aandacht hebben. Zo ook de verkeersveiligheid van verschillende mobiliteitsdoelgroepen. Dus ook schooljeugd. 250.