036 bijl03 Reactienota Kazernekwartier (1).pdf
Tekst van het document
Wat heeft het station van Blerick met het plangebied te maken?
Reactie: De nabijheid van station Blerick speelt een belangrijke factor in de beschikbaarheid van alternatieve mobiliteit. De verbinding station-Kazernekwartier is om die reden ook mee ontworpen. Zie ook antwoord vraag 247.
251. Waarom wordt de wens om het station volledig toegankelijk te maken vermeld in dit plan? Reactie: Zie de beantwoording van de voorgaande vraag. Daarnaast geldt dat het station momenteel niet volledig toegankelijk is, noch aantrekkelijk voor bepaalde doelgroepen. Door ook het station te upgraden wordt het railvervoer een aantrekkelijker alternatief voor de auto. 252.
Wat wordt daaronder verstaan, volledig toegankelijk maken?
Reactie: Dat het station en de perrons ook voor mensen met een beperking beter bereikt kunnen worden zodat ook deze doelgroepen beter gebruik kunnen maken van railvervoer. 253. Wat staat er nog overeind van het ontwerp dat er voor de herinrichting van het stationsgebied gemaakt is enkele jaren geleden? Reactie: Zie antwoord vraag 247. 254. Waarom staat er dat er geen oppervlakte water aanwezig is, de Sint Michielsbeek stroomt langs het spoortalud het gebied in. Reactie: Deze is ter plaatse van het plangebied overkluisd. Bovendien is er geen sprake meer van een actieve waterloop. 255. Wat wordt er met de sint Michielsbeek gedaan? (leidingen liggen aan de buitenzijde van de fortmuur in de oude gracht) Reactie: Zie antwoord vraag 27. 256.
Er zijn op dit moment geen wadi’s, waar worden deze gepland?
Reactie: Ter hoogte van de voormalige grachten. 257. Er zijn op dit moment geen grachten zichtbaar, waar en wanneer worden deze zichtbaar gemaakt? Reactie: Zie beantwoording van de voorgaande vraag. 258. Hoe denkt u te kunnen waarborgen dat water in tuinen in de grond kan zakken? In de meeste nieuwbouwwijken verharden de bewoners hun tuin meteen.
Reactie: In het bestemmingsplan is in artikel 3.5.4 een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de berging van hemelwater. Hieraan dient eenieder te voldoen. 259.
Hoe voorkomt u dat tuinen voor meer dan 30% verhard worden?
Reactie: Deze 30% is een wens, waarop actief gestuurd zal worden. 260. 4.11 hier heeft men het over 607 wooneenheden, weer een ander getal. Watis het nou? Reactie: De hier genoemde 607 is inderdaad niet juist. Daar moet 635 staan. Dit wordt aangepast. 261. 5.2.2. 505 reguliere woningen en 132 studentenwoningen maximaal. Begrijpt u het nog? Reactie: Er is een onderscheid tussen hetgeen in bepaalde beleidsdocumenten wordt genoemd en hetgeen uiteindelijk in het bestemmingsplan exact wordt geregeld. 262.
Zijn ontwikkelvelden hetzelfde als bouwvlakken?
Reactie: Nee dit is niet het geval. 263.
Wie controleert of een bouwvlak idd maar voor max 50% bebouwd is?
Reactie: Dit is aan het bevoegd gezag, de gemeente Venlo. 264. Moet er niet aangegeven worden met welk percentage er overschrijdingplaats mag vinden van de aanduidingsvlakken? Reactie: Nee, dit is niet het geval. 265. Er staat dat in fase 2 geen bouwoppervlak opgenomen is en er geen gebouwen toegestaan zijn, maar dat dit in de toekomst wel mogelijk is. Waaromwordt dit nu niet meegenomen in het bestemmingsplan? Reactie: Zoals aangegeven, vindt besluitvorming over fase 2 in een later stadium plaats. 266. Welke gevolgen heeft het niet meenemen hiervan voor de resultaten in de bijbehorende onderzoeken?
Reactie: Dit heeft geen gevolgen. 267. Mag er überhaupt wel gebouwd worden als fase 2 wel meegenomen wordt inde onderzoeken? Reactie: Niet van toepassing. 268.
Is dat niet een vorm van oplichting?
Reactie: Nee, dit is niet het geval. De onderzoeken zijn uitgevoerd voor hetgeen middels het ontwerp-bestemmingsplan Kazernekwartier mogelijk wordt gemaakt. Op het moment dat voor fase 2 een juridisch-planologische procedure wordt doorlopen, dienen in het kader daarvan ook daarop toegespitste onderzoeken te worden uitgevoerd. 269.
Moet heel hoofdstuk 5 niet in de bestemmingsplan regels staan?
Reactie: Nee, dit is niet het geval.
Fort Sint Michiel: Aanpassingsplan Kazernekwartier versus bestemminsplan Kazerne Kwartier In het vigerende bestemmingsplan is in de planregels opgenomen dat het uitgangspunt is testreven naar 100% behoud van de vestingmuren en funderingen van Fort Sint Michiel.3 Dit streven komt niet voor in het nieuwe ontwerp bestemmingsplan Kazerne Kwartier. 270. Waarom staat dit niet in het nieuwe ontwerp-bestemmingsplan? Reactie: Het is aangewezen als gemeentelijk monument en heeft daarmee een beschermde status gekregen in het bestemmingsplan. Het standpunt dat het niet in het ontwerpbestemmingsplan Kazernekwartier zou zijn opgenomen wordt dan ook niet gedeeld. 271. Stapt de gemeenteraad van dit streven af? Zo ja, waarom? Reactie: Verwezen wordt naar de beantwoording bij vraag 270. 272. Kunt u dit alsnog in de planregels opnemen van het nieuwe bestemmingsplan? Reactie: Verwezen wordt naar de beantwoording bij vraag 270. Hiermee kan als het ware door het plangebied ’een rondje fort’ worden gemaakt. Voor het muurwerk van het fort is tevens een beschermende gebiedsaanduiding opgenomen. 4 273. Ook hier wijkt men af van wat er in het vigerend bestemmingsplan staat. Kunt u uitleggen waarom dat is? Reactie: In het vigerende bestemmingsplan was nog geen sprake van een beschermde status. 274.
De grachten van het fort horen ook bij het gemeentelijk monument, waarom wordt er dan toch in gebouwd? Reactie: De bestaande gebouwen die binnen de contouren van de grachten staan, hebben een beschermde status. De grachten blijven grotendeels bebouwingsvrij. 275. Wat is de functie van iets een monumentenstatus geven als de gemeente het fort met deze status niet beschermd? Reactie: Het standpunt dat het fort niet beschermd wordt, wordt niet gedeeld.
3 Aanpassingsplan Kazernekwartier p.82 4 Aanpassingsplan Kazernekwartier p.81
Cultuurhistorie & Monumenten: Aanpassingsplan Kazernekwartier versus bestemmingsplan Kazerne Kwartier De wegen rondom het plangebied blijven in hun bestaande ligging behouden. De oudste cultuurlandschappelijke elementen die behoren bij de kazerne (zoals exercitieterrein en entree) worden verankerd in de planontwikkeling. In het beeldregieplan wordt ook uitdrukkelijk rekening gehouden met de genoemde waarden. ’ 276. In de nieuwe plannen verandert men de entree door deze vol te planten met bomen.Dit doet afbreuk aan het cultuurlandschap. Waarom kiest men hier dan toch voor? Reactie: Hiermee wordt beoogd de entree te accentueren. Dit is een bewuste keuze, ook in relatie tot vergroening in het kader van hittestress, biodiversiteit etc. Dit is afgestemd met de RCE. Uit onderzoek in binnen- en buitenland blijkt dat actieve verbeelding en benutting van archeologisch erfgoed zorgt voor sterke toeristische, recreatieve, kwaliteitsverhogende en financiële voordelen en bijdraagt aan het positieve imago van de plek en de stad. Ook draagt het actief bij aan de economie van een gemeenschap. 6 277. Het wordt een woonwijk waar toevallig een fort verborgen ligt, wandelen kan over de muur maar de allure van een fort verdwijnt in zijn geheel. Van enige toeristischeattractie is geen sprake meer.
Waarom is men hiervan afgestapt? Reactie: De stelling dat sprake zou zijn van een woonwijk waar toevallig een fort verborgen ligt, wordt niet gedeeld. Het fort en de muren vormen een belangrijk structurerend element in het ontwerp en de inrichting van het gebied. Uitganspunt zijn de twee tijdlagen fort- en kazerneperiode. Daarmee komen beide periodes evenredig qua belevingswaarde aan bod. 278. Kan men enkele aanpassingen aan het plan doen zodat naast de directe bewoners anderen ook voordeel hebben aan het plangebied? • Fort Museum toevoegen • Evenementen gericht op beleefbaar maken van de geschiedenis toevoegen • Meer fort zichtbaar maken en reconstrueren • Grachten maken in plaats van wadi’s Reactie: - Zie antwoord vraag 2. - Zie antwoord vraag 13. - Verwezen wordt naar de eerdere beantwoording van vragen in relatie tot het fort. - Het terugbrengen van grachten maakt geen onderdeel uit van de plannen. Er is gekozen voor wadi’s ter visualisatie en beleving van het oorspronkelijke grachtenpatroon. Ook is sprake van beschermde bebouwing als beschermd groen ter plaatse van het verloop van de grachten, hetgeen betekent dat het volledig reconstrueren van de grachten onmogelijk is, hetgeen er mede toe heeft geleid dat is
gekozen voor wadi’s. In het algemeen geldt als uitgangspunt voor het plan dat de appèlplaats en het fort tot de nieuwe centrale plek worden getransformeerd, waarbij de nieuwe entree tot Romeinse boulevard wordt getransformeerd. Zij vormen de structurerende elementen in het plan. Hierbij blijft de appèlplaats met bomencarré behouden en/ of wordt gereconstrueerd. Op de appèlplaats is namelijk ook het herstel van het fort, inclusief aanleg van aarden wallen, bruggen, zichtbaar maken van muur en slotgracht voorzien. Rond de appèlplaats blijft de bebouwing in het gelid staan en worden ensembles en zichtlijnen behouden.7 279. Met bovenstaand plan konden wij akkoord gaan, het plan zoals het nu voorligt niet.We willen dan ook dat het plan op bovenstaande punten aangepast wordt. Kunt u als gemeenteraad ons Iaten zien dat u het ook hiermee eens bent en meer fort toevoegen aan het plan? Reactie: Er is voor gekozen om de tijdlagen fort- en kazerneperiode zichtbaar en beleefbaar te maken en deze tijdlagen komen in het plan evenredig aan bod.
Aanpassingsplan Kazernekwartier p.95 Aanpassingsplan Kazernekwartier p.95 7 Aanpassingsplan Kazernekwartier p.100
Groen & Groenstructuren In het verleden zijn diverse uitspraken en toezeggingen gedaan door de projectleiding Kazernekwartier m.b.t. het groen in het plangebied. Een daarvan is dat geen enkele boom meer gekapt zou worden en dat als het toch nodig was deze te verplaatsen. Hiervoor zijn ook diverse voorbereidende werkzaamheden geweest. Daarnaast staat er in het vigerend bestemmingsplan te lezen dat het uitgangspunt van hetparkgebied het maximaal handhaven van bestaande bomen is. 280. Waarom vinden we hier niets van terug in het ontwerp-bestemmingsplan? Reactie: Zie antwoord vraag 101. 281. Kunnen de bomen die in de weg staan voor de herontwikkeling niet verplaatst worden zoals eerder de bedoeling was? Reactie: Zie antwoord vraag 101. Op dit moment is Econsultancy onderzoek aan het doen naar de voedselvoorziening voor de afzonderlijke bomen in het plangebied, waarna de gemeente besluit welke bomen kunnen blijven staan of alsnog verdwijnen. 282. Klopt het dat dit onderzoek gedaan wordt om aan te tonen welke bomen in slechte staat zijn en dus gekapt kunnen worden? Reactie: Er is een Boom effectanalyse (BEA) gemaakt. Hiermee is de huidige staat en toekomstwaarde van de bomen inzichtelijk gemaakt. 283. Wanneer zijn de resultaten van dit onderzoek bekend? Reactie: De resultaten zijn bekend en worden uitgewerkt in het inrichtingsplan.
Ook krijgen we van diverse partijen die in het plangebied onderzoek doen of komende maanden gaan doen te horen dat er wederom bomen gekapt zullen worden. 284. Welke bomen gaan er de komende maanden gekapt worden? Reactie: Dit wordt momenteel uitgewerkt. Ook zijn er in het verleden bomen gekapt (kastanjes) die ziek zouden zijn, hiervan is toegezegd dat deze heraanplant zouden worden in datzelfde jaar. Ook is toegezegd door de toenmalige projectleiding Kazernekwartier (........) dat wij mee mochten beslissen over de soort bomen die deze kastanjelaan moet gaan vervangen. Tot op heden zijn er geen bomen aangeplant.
285. Wanneer komt deze bomenlaan terug? Reactie: Dit wordt momenteel uitgewerkt. 286. Wanneer mogen we eindelijk eens meebeslissen over welke boomsoort(en) aangeplant dienen te worden? Reactie: De uiteindelijke beslissing over welke boomsoorten in de openbare ruimte aangeplant worden is aan de gemeente.
Aanpassingsplan bestemmingsplan p.105
Functie Wonen In de Raadsinformatiebrief wordt gesproken over maximaal 505 reguliere woningen en 132 studenteneenheden in het gehele plangebied. In de Bestemmingsplan — regels Kazerne Kwartier staat dat er in totaal maximaal 150 woningen en 132 studentenwoningen zijn toegestaan. Reactie: In het bestemmingsplan staat dat maximaal 505 woningen zijn toegestaan, waarvan maximaal 150 grondgebonden woningen. Daarnaast zijn 132 studentenwoningen toegestaan. In vele andere documenten staan weer andere aantallen woningen. 287.
Wat is het verschil tussen studenteneenheden en studentenwoningen.
Reactie: Studenteneenheden omvatten zowel studentenwoningen als studentenkamers zoals omschreven in de regels. 288. Indien er geen verschil is, moet er dan niet één naam gebruikt worden om verwarring te voorkomen? Reactie: Zie de beantwoording van de voorgaande vraag. 289.
Hoeveel woningen komen er nu in het plangebied?
Reactie: Maximaal 505 reguliere woningen en maximaal 132 studentenwoningen. 290.
Hoeveel studenteneenheden komen er in het plangebied?
Reactie: Maximaal 132. 291.
Hoeveel woningen in Fase 1?
Reactie: Zie antwoord vraag 289. 292.
En hoeveel in elk van de navolgende fases?
Reactie: Dat is nog niet bekend, omdat fase 2 nog niet is uitgewerkt. 293.
Hoeveel studenteneenheden in Fase 1?
Reactie: Zie antwoord vraag 289. 294.
En hoeveel in de navolgende fases?
Reactie: Dat is nog niet bekend, omdat fase 2 nog niet is uitgewerkt. 295. Moeten de navolgende fases niet meegenomen worden in het ontwerpbestemmingsplan? Reactie: Nee. Voor de vervolgfase wordt een afzonderlijke juridisch-planologische procedure gevolgd. 296. Moeten navolgende fases niet meegenomen worden in de diverse achterliggendeonderzoeken Reactie: Nee. De vervolgfase dient nog te worden uitgewerkt. Over de vervolgfase heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden, waardoor deze nu niet hoeft te worden betrokken bij de bedoelde onderzoeken. 297. Kan men wel spreken van een goede ruimtelijke ordening als men niet alle woningenen studenteneenheden meeneemt in het ontwerp-bestemmingsplan Kazerne kwartier? Reactie: Alle reguliere woningen en studenteneenheden van fase 1 zijn in het (ontwerp)bestemmingsplan meegenomen. Eventuele reguliere woningen en studenteneenheden in een vervolgfase, waarover thans nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden, hoeven in het (ontwerp)bestemmingsplan niet te worden meegenomen.
Beeldregieplan 2012 versus Ontwerp-Beeldkwaliteitsplan Volgens de Raadsinformatiebrief moet het beeldregieplan uit 2012 ingetrokken worden en vervangen worden door het nieuwe beeldkwaliteitsplan. Dit nieuwe beeldkwaliteitsplan zou ter inzage liggen, maar op ruimtelijkepIannen.nl komen we deze niet tegen. 298. Waar kunnen we het ontwerp-beeldkwaliteitsplan inzien? Reactie: Zoals ook in de officiële bekendmaking is vermeld, is het ontwerp-beeldkwaliteitsplan in te zien op de gemeentelijke website www.venlo.nl. 299. Wat is het verschil tussen een beeldregieplan en een beeldkwaliteitsplan? Reactie: Het betreft uitsluitend een andere benaming. Beide hebben eenzelfde doelstelling. 300. Welke voordelen heeft het gebruiken van de naam beeldkwaliteitsplan t.o.v. de naam beeldregieplan voor ofwel de projectontwikkelaars dan wel de gemeente Venlo? Reactie: Geen. 301. Welke nadelen heeft het gebruiken van de naam beeldkwaliteitsplan t.o.v. de naam beeldregieplan ofwel de projectontwikkelaars dan wel de gemeente Venlo? Reactie: Geen. In het beeldregieplan 2012 wordt gesproken over 10 te volgen stappen naar een nieuw Kazernekwartier. Een van die stappen is ’Maak de tijdlagen van het gebied zichtbaar en beleefbaar (Romeinse periode, Spaans Fort, Kazerne van de 20e eeuw, huidige situatie)9 Hier wordt dus gesproken van 4 tijdlagen. 302.
In het nieuwe bestemmingsplan wordt nergens meer gesproken over de Romeinse periode, waarom is dat? Reactie: De tijdlagen fortlaag en kazerneterrein hebben als uitgangspunt gediend voor de uitwerking van de plannen. Voor het overige wordt verwezen naar de eerdere beantwoording van vragen in relatie tot de tijdlagen. En ook ‘Betrek de stad! Betrek bewoners en omwonenden, maar ook ondernemers en initiatiefnemers die mogelijk wat willen in het gebied. Start in 2012 met het ‘programmeren’van het gebied, zodat het gebied gaat Ieven.’
303. Hier is niets van overeind gebleven, sterker nog de wens van de stad (leisure en pleasure wordt de prullenbak in geworpen. Waarom is dat? Reactie: Na beëindiging van de samenwerking tussen de gemeente en Fort van Venlo Vastgoed BV is eind 2018 een eerste verkenning geschetst van een nieuw ontwikkelperspectief. Dit is gevolgd door een herijking van de ruimtelijke opgave voor het Kazerne Kwartier en de ontwikkeling van een plan dat door de Venlonaren kan worden gedragen. Uiteindelijk heeft dit geleid tot vaststelling van een stedenbouwkundige visie door de gemeenteraad van Venlo op 29 januari 2020. Daarna is als uitwerking van de stedenbouwkundige visie voor fase 1 in samenwerking met de ontwikkelpartijen het Ontwikkelplan opgesteld en door het college vastgesteld op 8 maart 2022. Het thema ‘Leisure & Pleasure’, zoals eerder opgenomen in de ontwikkelvisie ‘Lijnstad’ heeft hierin geen plek gekregen. 304. Mensen die al jaren actief zijn in het plangebied worden nergens meer bij betrokken, waarom is dat? Reactie: Dit standpunt wordt niet gedeeld. 305. Organisaties die al jaren het Kazerne Kwartier gebruiken voor hun activiteiten worden niet betrokken bij de herontwikkelen waarom is dat? Reactie: Zie antwoord vraag 196.
Op verzoek van de projectleiding Kazernekwartier en met instemming van de gemeenteraad van Venlo zijn er verschillende partijen gestart met het ontwikkelen van initiatieven in het Kazernekwartier. AI deze initiatiefnemers kunnen dit doen op basis van het vigerend aanpassingsplan Kazernekwartier, echter in het ontwerp-bestemmingsplan Kazerne Kwartier lijkt er geen plaats meer voor hen te zijn. 306. Hoe kan de gemeente verantwoorden dat partijen in eerste instantie met instemming van de projectleiding Kazernekwartier, met instemming van de gemeenteraad, op verzoek van de projectleiding Kazernekwartier in het gebied geland zijn en nu aangeven dat deze partijen niet meer welkom zijn? Reactie: Zie antwoord vraag 2 en vraag 222.
Beeldregieplan Kazernekwartier Venlo p.7
307. Kan het ontwerp-bestemmingsplan Kazerne Kwartier op dit punt aangepast worden zodat deze initiatiefnemers en ondernemers op basis van het bestemmingsplan in het gebied kunnen blijven? Reactie: Het ontwerp-bestemmingsplan wordt hier niet op aangepast. 308. Kan de gemeenteraad haar verantwoordelijkheid nemen en deze partijen die reedsjaren in het Kazerne Kwartier gevestigd zijn het gevoel geven dat er gekeken wordt naar permanente huisvesting in het Kazerne Kwartier? Reactie: Zie antwoord vraag 2. De gemeenteraad heeft via een motie vastgesteld dat de herontwikkeling van het Kazernekwartier recht moet doen aan de (cuItuur)historische waarden10. 309.
Waarom wordt dit niet gedaan?
Reactie: Het standpunt dat dit niet wordt gedaan, wordt niet gedeeld. De ontwikkeling doet wel degelijk recht aan historische waarden. In het beeldregieplan Kazernekwartier werd nog de ambitie uitgesproken om van het Kazernekwartier een evenementen, cultuur en leisure gebied te maken11. Dit was geheel in lijn met de wensen van de inwoners van Venlo die voor dit gebied als thema ‘Leisure & Pleasure’ gekozen hadden. Hier wordt met het nieuwe ontwerp-beeldkwaliteitsplan volledigvan afgeweken en naar de wensen van de inwoners wordt ineens niet meer geluisterd. 310.
Waarom wordt hier volledig van afgeweken?
Reactie: Zie antwoord vraag 303. 311. Waarom mogen er geen evenementen meer in het nieuwe plan en wel in het oudeplan? Reactie: Zie antwoord vraag 222. 312. Waarom worden de partijen die al jarenlang evenementen in het plangebied (geheel volgens de mogelijkheden van het vigerend bestemmingsplan overigens) organiseren nu als ongewenst aangemerkt? Reactie: De gemeente herkent zich niet in dit standpunt. Zie antwoord vraag 2.
313. Kan de evenementen functie alsnog terugkomen in het nieuwe beeldkwaliteitsplan en nieuwe bestemmingsplan? Reactie: Nee, zie antwoord vraag 222. In het verleden is reeds vastgesteld dat de plekken in de gemeente Venlo waar evenementen georganiseerd kunnen worden aan hun max. Zitten volgens de bestemmingsplannen. Verschillende evenementenorganisaties hebben aangegeven dat ze op zoek zijn naar ruimte voor hun evenementen. 314.
Waarom wordt niets met deze informatie gedaan?
Reactie: Zie antwoord vraag 222. 315. Waarom wordt de appèlplaats niet als terrein aangemerkt waar jaarlijks enkele (max.5) evenementen gehouden kunnen worden zoals dat nu wel in het vigerend bestemmingsplan mogelijk is? Reactie: Zie antwoord vraag 222. 316.
Wat is de reden om evenementen in zijn geheel te schrappen?
Reactie: Zie antwoord vraag 222. Over het Fort Sint Michiel staat in het beeldregieplan 2012 te lezen dat ‘De funderingen en muren van Fort St.- Michiel uit 1641 Iiggen haast ongeschonden en zeer dicht onder het maaiveld. Op min of meer dezelfde plek is dit unieke fort hier van de 17e tot en met 19e eeuw diverse keren gebouwd, verbouwd en herbouwd. Bij de visualisering van de archeologische waarden is Fort Sint Michiel het centrale onderwerp. In het park fungeren de oude assen van het fort als wandelpaden. Op de appèlplaats wordt een bastion met taluds en gracht totaal gereconstrueerd. In de rest van het gebied wordt het fort geïntegreerd.’**
10 Beeldregieplan Kazernekwartier Venlo p.7
11 Beeldregieplan Kazernekwartier Venlo p.25
Appèlplaats: Fort reconstrueren Minimaal: Centraal in het gebied rond de Appèlplaats wordt het fort in oude glorie herstelt, inclusief de aarden wallen en de brug, het zichtbaar maken van muur en de slotgracht. Optioneel: De aarden wal leent zich bij uitstek voor een functie aan de binnenkant van het fort, zoals
een fortmuseum. ’3 317.
Waarom wordt er in het nieuwe plan van bovenstaande visualisatie afgeweken?
Reactie: Na beëindiging van de samenwerking tussen de gemeente en Fort van Venlo Vastgoed BV is eind 2018 een eerste verkenning geschetst van een nieuw ontwikkelperspectief. Dit is gevolgd door een herijking van de ruimtelijke opgave voor het Kazerne Kwartier en de ontwikkeling van een plan dat door de Venlonaren kan worden gedragen. Uiteindelijk heeft dit geleid tot vaststelling van een stedenbouwkundige visie door de gemeenteraad van Venlo op 29 januari 2020. Daarna is als uitwerking van de stedenbouwkundige visie voor fase 1 in samenwerking met de ontwikkelpartijen het Ontwikkelplan opgesteld en door het college vastgesteld op 8 maart 2022. Er wordt in dit plan uitgegaan van twee tijdlagen, fortlaag en kazernelaag, die evenredig gevisualiseerd worden.
12 Beeldregieplan Kazernekwartier 2012 p.26 13 Beeldregieplan Kazernekwartier 2012 p.31
Verantwoording Groepsrisico Kazerne Kwartier Hieronder onze reactie met betrekking tot de notitie ‘Verantwoording groepsrisico Kazernekwartier’, gemeente Venlo Augustus 2022 Wat ons opvalt is dat er verwezen wordt naar het onderzoek externe veiligheid /BP Kazerneterrein Blerick in Venlo. Kazerneterrein is een kleiner oppervlak dan Kazerne Kwartier. 318. Als het onderzoek alleen plaatsgevonden heeft in dat kleinere oppervlak, terwijl het grotere oppervlak de volledige herontwikkeling betreft hoe kan men dan spreken van een goede ruimtelijke ordening? Reactie: Het uitgevoerde onderzoek ziet op het gehele plangebied en de ontwikkelingen die daarbinnen mogelijk worden gemaakt. 319. Moet het onderzoek niet opnieuw gedaan worden maar dan met betrekking tot het hele plangebied Kazerne Kwartier? Reactie: Nee, dit is niet het geval. Vervolgens staat er te lezen dat het beleidsplan externe veiligheid 2012-2015 achterhaald is en Venlo geen actueel plan heeft. 320. Hoe kan er een conclusie getrokken worden als het beleidsplan op dit gebied achterhaald is? Reactie: Het gemeentelijk beleidsplan externe veiligheid 2012-2015 is geldend beleid. De conclusies zijn getrokken op grond van actuele gegevens. 321. Moet het onderzoek niet opnieuw uitgevoerd worden als er een nieuw beleidsplan is? Reactie: Nee. Zoals hiervoor is aangegeven betreft het geldend gemeentelijk beleid. 322.
Wat zegt dit over de betrouwbaarheid van de resultaten?
Reactie: Dat de resultaten betrouwbaar zijn. Het programma Robuust Basisnet Spoor loopt nog, maar duidelijk is wel dat Venlo de risicoplafonds overschrijdt. 323. In hoeverre is het dan verantwoord om toch door te gaan met de nieuwbouwplannen?
Reactie: In de verantwoording van het groepsrisico is aangegeven dat de overschrijding van de risicoplafonds mede komt door de aanleg het ‘Derde spoor Duitsland’. Doordat het derde spoor nog in de aanlegfase zit, rijden er over het traject ter hoogte van het plangebied meer treinen met gevaarlijke stoffen. Wanneer het derde spoor gereed is, zal het vervoer van gevaarlijke stoffen afnemen. De overschrijding van de risicoplafonds zijn mogelijk van tijdelijke aard. 324. Hoeveel risico is de gemeenteraad bereid te nemen? Reactie: In het kader van de restrisico’s is een verantwoording van het groepsrisico opgesteld, die als bijlage in de toelichting is opgenomen. De verantwoording van het groepsrisico is een taak van het bevoegd gezag. De veiligheidsregio heeft hierin een wettelijke adviesfunctie. De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft dan ook een advies uitgebracht over diverse mogelijk te treffen maatregelen ter verbetering van de veiligheidssituatie binnen het plangebied. Deze maatregelen zijn samengevat in bijlage 1 “Overzichtstabel gekozen maatregelen bestemmingsplan Kazernekwartier” van de als bijlage 2 in de toelichting opgenomen verantwoording van het groepsrisico. De borging van maatregelen vindt plaats via het bestemmingsplan, de te verlenen omgevingsvergunning(en) en/of de met de marktpartijen gesloten uitgifte-overeenkomst.
Dit betekent dat bij de verdere uitwerking van het plan interactie gaat plaatsvinden tussen de veiligheidsdeskundigen, waaronder de veiligheidsregio en de ontwerpers. Toepassing van de benoemde maatregelen zullen een positief effect hebben op de externe veiligheidssituatie, waaronder de hoogte van het groepsrisico, de omvang en gevolgen van een eventuele ramp en de zelfredzaamheid voor de bezoekers en werknemers binnen het plangebied. Met het toepassen van deze maatregelen wordt het plan Kazernekwartier uit het oogpunt van externe veiligheid verantwoord geacht. In het document staat ook te lezen dat men uitgaat dat de overschrijding van tijdelijke aard is. Deze aanname gaat ervanuit dat op termijn minder goederen via het spoor door Venlo vervoerd gaan worden. Maar Venlo is een logistieke hotspot, zet in op goederen op- en overslag. Nog steeds breiden de tradeports uit, wordt er gebouwd aan een bargeterminal, is er sprake van verdubbeling van het spoor over de Maaslijn en lijkt er geen rem op de benodigde logistieke medewerkers van over de grens te zitten. We kunnen dus ook aannemen dat er op termijn juist meer groei op het spoor te verwachten valt, waarbij het risico alleen maar groter zal worden. 325.
Is er bij een groei van vervoer over het spoor nog wel sprake van een verantwoord groepsrisico? Reactie: Het vervoer van gevaarlijke stoffen over hoofdtransportroutes is geregeld is het Basisnet. Om grip te hebben op de hoeveelheid gevaarlijke stoffen zijn risicoplafonds vastgesteld. Daarin is ook rekening gehouden met toekomstige ontwikkelen in relatie tot aantallen transporten gevaarlijke stoffen. Het Rijk is verantwoordelijk voor het monitoren hiervan en het treffen van maatregelen bij overschrijdingen. Zoals aangegeven hebben we In Venlo ook te maken met een overschrijding van de risicoplafonds. Er zijn nog geen besluiten genomen over mogelijke oplossingen. Wij verwachten dat wanneer het derde
spoor gereed is, er geen sprake meer is van overschrijdingen ter hoogte van Venlo. Bij ruimtelijke plannen (zoals het Kazernekwartier) moet gerekend worden met de aantallen transporten gevaarlijke stoffen zoals aangeven in de Regeling basisnet. Deze aantallen passen binnen de gestelde risicoplafonds. Uit de berekeningen blijkt dat het groepsrisico door de ontwikkeling niet toeneemt en onder de oriëntatiewaarde blijft. De gemeente vindt het groepsrisico verantwoord. 326.
Moet er niet uitgegaan worden van een ‘worst-case scenario?
Reactie: De scenario’s die ten grondgrond liggen aan de gevaren van een brand, explosie en gifwolk zijn worstcasescenario’s. Het gaat hierbij om een plasbrand, koude en warme BLEVE (boiling liquid expanding vapour explosion) en een toxische wolk. Dit zijn scenario’s waarbij grote groepen mensen kunnen komen te overlijden. 327. Indien op bovenstaande vraag ja geantwoord wordt kunt u dan het onderzoek opnieuw uit laten voeren? Reactie: Nee, zie antwoord vraag 325 en vraag 326. 328.
Indien nee, dan graag onderbouwen waarom niet?
Reactie: Zie antwoord vraag 325 en vraag 326. 329. Indien nee, dan graag onderbouwen waarom er op dit gebied volgens u wel sprake is van een goede ruimtelijke ordening? Reactie: Realisering van het plan “Kazernekwartier” leidt niet tot een toename van het groepsrisico en het groepsrisico blijft onder de oriëntatiewaarde. Ondanks dit gegeven vinden we het belangrijk om de mensen in het plangebied te beschermen tegen de gevaren van een brand, explosie en gifwolk. Dit doen wij door het treffen van ruimtelijke maatregelen, bouwkundige maatregelen, maatregelen voor de zelfredzaamheid en maatregelen ten aanzien van bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid. Zie de verantwoording van het groepsrisico voor het volledige overzicht van de te nemen maatregelen. Met Inachtneming van de voorgestelde te treffen maatregelen wordt evenwel de realisering van het plangebied “Kazernekwartier” uit het oogpunt van externe veiligheid in voldoende mate verantwoord geacht. 330. Daarnaast lezen we dat de maatregelen aansluiten op de ruimtelijke maatregelen van het vigerend bestemmingsplan. Echter wordt de gemeenteraad verzocht dit plan in te trekken. Reactie: Het voornemen bestaat de gemeenteraad voor te stellen het beeldregieplan Kazernekwartier uit 2012 in te trekken, niet het vigerend bestemmingsplan.
Dit neemt overigens niet weg dat het vigerende bestemmingsplan uiteindelijk wordt vervangen door het nieuwe bestemmingsplan.
331. Waarom zou je dit zo stellen als het vigerend bestemmingsplan na intrekking door de gemeenteraad geen enkele juridische status meer heeft? Reactie: Zie antwoord vraag 330. 332. Wat zijn de gevolgen hiervan voor de juridische status van de notitie Verantwoording groepsrisico Kazerne Kwartier? Reactie: Geen. Er staat dat er geen kwetsbare gebouwen binnen het brandaandachtsgebied van de buisleiding mogen komen te staan. Echter kunnen we deze buisleiding niet terugvinden op de verbeelding bestemmingsplan Kazerne Kwartier en ook niet in de notitie Verantwoording groepsrisico Kazerne Kwartier. 333. Hoe kan er een beeld gevormd worden over de externe veiligheid als deze buisleiding niet terug te vinden is? Reactie: Voor de ligging van de buisleiding wordt verwezen naar het uitgevoerde onderzoek externe veiligheid. Op basis van dat onderzoek is op de verbeelding van het bestemmingsplan de gebiedsaanduiding ‘Veiligheidszone - functies verminderd zelfredzame personen uitgesloten’ opgenomen. 334. Op welke wijze kan er een weloverwogen keuze gemaakt worden over de externe veiligheid als de benodigde informatie niet in de juiste documentatie terug te vinden is? Reactie: Zie antwoord vraag 332.
In dezelfde notitie wordt aangegeven dat grote personendichtheden verder van het spoor afgesitueerd moeten worden, maar toch plant men een school, kinderdagverblijf en een buitenschoolse opvang in het gebied. Het wordt verantwoord doordat er in het plangebied geen enkele andere ruimte geschikt is voor deze functies. Ook wordt er ruimte gereserveerd naast het spoor voor hoger onderwijs. 335. In hoeverre zijn deze functies nodig in het plangebied? Reactie: Aan de totstandkoming van het bestemmingsplan ‘Kazernekwartier’ ligt een uitgebreid proces ten grondslag waarbinnen zorgvuldige afwegingen zijn gemaakt ten aanzien van de functies die binnen het plangebied gewenst zijn en toegestaan kunnen worden. 336. Is het niet wenselijker om geen enkele school toe te Iaten in het plangebied? Reactie: Zie mede de beantwoording van de voorgaande vraag. Binnen het plangebied is sprake
van een bepaalde hoeveelheid woningen die bijvoorbeeld de realisatie van een basisschool en BSO rechtvaardigen. Een belangrijk speerpunt is de bereikbaarheid van voorzieningen en het terugdringen van het autogebruik. Het realiseren van bijvoorbeeld een basisschool en BSO binnen het plangebied zelf, draagt daar aan bij. 337. Als het niet verantwoord is om deze functies toe te staan, hoe kan men er dan wel mee akkoord gaan? Reactie: Op basis van de uitgevoerde onderzoeken, de opgestelde verantwoording van het groepsrisico, in combinatie met de veiligheidszones die zijn opgenomen in het bestemmingsplan, worden de toegestane functies verantwoord geacht. 338. Wie is er verantwoordelijk als het toch fout gaat in de toekomst? Reactie: De gemeente is het bevoegd gezag. 339. Is de gemeenteraad bereid om de kop in het zand te steken en bij een calamiteit te roepen ‘Wir haben es nicht gewusst’. Reactie: De gemeente heeft een weloverwogen besluit genomen over de externe veiligheidsrisico’s in relatie tot de opgave. In de verantwoording van het groepsrisico hebben wij dit uiteen gezet. Met Inachtneming van de voorgestelde te treffen maatregelen, wordt de realisering van de beoogde ontwikkelingen op het Kazernekwartier vanuit het oogpunt van externe veiligheid in voldoende mate verantwoord geacht.
De Iaatste jaren is er in Venlo veel misgegaan met de veiligheid van gebouwen, waaronder het juniorcollege van het Blariacum College, parkeergarage en het stadskantoor. Dit soort fouten kunnen negatieve gevolgen hebben voor het groepsrisico. 340. Hoe worden herhalingen van deze constructiefouten voorkomen? Reactie: De constructieve veiligheid van de bebouwing zelf waarop wordt gedoeld, staat los van het aspect externe veiligheid en het groepsrisico in het kader van externe veiligheid. 341. Wie gaat de bouwkundige en overige maatregelen met betrekking tot effecten reductie ongeval met gevaarlijke stoffen controleren? Reactie: Dit vormt een onderdeel van de toetsing van omgevingsvergunningaanvragen. Hierbij is het gemeente bevoegd gezag en zal waar nodig worden afgestemd met de veiligheidsregio / brandweer. In de notitie staat aangegeven dat specifieke functies 50 meter van het spoor en 70 meter van de buisleiding af moeten liggen. Echter staat er in de notitie geen kaart en op de Verbeelding Bestemmingsplan Kazerne Kwartier kunnen we dit ook niet terugvinden.
342. Moeten deze zones niet op de verbeelding bestemmingsplan ingetekend worden? Reactie: Voor zover nodig zijn op de verbeelding de gebiedsaanduidingen ‘veiligheidszone (beperkt) kwetsbare objecten uitgesloten’ en ‘veiligheidszone - functies verminderd zelfredzame personen uitgesloten’ opgenomen. 343. Hoe kan het dat er wel rekening gehouden wordt met de komst van onderwijsfunctiebinnen die 50 meter van het spoor? Reactie: Ter hoogte van de bedoelde schoollocatie aan de spoorzijde is de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone - functies verminderd zelfredzame personen uitgesloten’ opgenomen. Dit betekent dat ter plaatse de realisatie van bijvoorbeeld een basisschool niet is toegestaan. Een hogere school is bijvoorbeeld wel toegestaan omdat hierbij geen sprake is van een functie voor verminderd zelfredzame personen. Ook staat er in het bestemmingsplan een verbodsbepaling van functies binnen 200 meter van de spoorlijn en 140 meter van de buisleiding. Ook deze zone is niet terug te vinden in een afbeelding bij deze notitie of de Verbeelding Bestemmingsplan Kazernekwartier. 344. Moet dit niet ingetekend worden in een afbeelding? Reactie: De 140 en 200 meter zones zijn aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan middels de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – functies verminderd zelfredzame personen uitgesloten’. 345.
Hoe kan er sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening als dit niet inzichtelijk gemaakt wordt. Reactie: Zoals hiervoor toegelicht zijn de betreffende zones inzichtelijk gemaakt. Er komen wel degelijk gebouwen dicht bij het spoor te staan, het is onduidelijk of dit koop en/of huurwoningen zijn. Wetende dat woningeigenaren hun woning altijd blijven aanpassen aan hun wensen rijst de volgende vraag: 346. In hoeverre wordt er in de toekomst (na wisseling van eigenaar) nog gecontroleerd bij verbouwing de eigenaren de bouwkundige maatregelen die nu genomen wordenom groepsrisico te beperken in stand houden? Reactie: Hiervoor worden de gebruikelijke procedures gevolgd.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Hieronder onze reactie met betrekking tot de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling Kazerne Kwartier door Kragten 04-10-2022 347. Klopt de definitie Kazerne Kwartier hier? Reactie: Ja. 348. Is kazerneterrein gelijk aan het Kazerne Kwartier? Reactie: Nee. Het ‘Kazerne Kwartier’ is de benaming van het actuele vastgestelde ontwikkelplan, terwijl de benaming kazerneterrein refereert aan het voormalige gebruik van de betreffende locatie als kazerneterrein. 349. De begrenzing in afbeelding 1 komt niet overeen met de definitie? Reactie: Het is niet geheel duidelijk wat wordt bedoeld met ‘de definitie’. Het plangebied zoals weergegeven op afbeelding 1 is in ieder geval juist. 350. Er wordt alleen gesproken over het aantal woningen in fase 1, wat als fase 2 uit honderden woningen in woontorens bestaat, moet er dan niet alsnog een m.e.r. uitgevoerd worden? Reactie: Nee, aangezien over fase 2 nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden hoeft een eventuele vervolgfase niet te worden betrokken bij de onderzoeken voor fase 1. 351. Waarom wordt fase 2 niet meegenomen in deze notitie? Reactie: Omdat over fase 2 nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden. 352. Er wordt gesproken over de ontwikkeling van het kazerneterrein, welke benaming isjuist? Reactie: Beide zijn juist. Zie antwoord vraag 348. 353.
Wat is de uitwerking van fase 2? Reactie: Dat is nog niet bekend. Fase 2 is nog niet is uitgewerkt.
Kazerne Kwartier Venlo Ontwikkelplan Fase 1 Hieronder onze reactie met betrekking tot het Kazerne Kwartier Venlo ontwikkelplan fase 1 door West 8 februari 2022.
354. Als dit ontwikkelplan zowel de stedenbouwkundige visie alsook het beeldkwaliteitsplan is, waarom is dit dan slechts een plan voor fase 1? Reactie: Over fase 2 heeft nog geen formele besluitvorming plaatsgevonden. Het Ontwikkelplan en beeldkwaliteitsplan gaan enkel over de eerste fase. 355.
Horen de andere fases niet meegenomen te worden?
Reactie: Nee, dit is niet het geval. Over fase 2 dient nog besluitvorming plaats te vinden. 356. Als men een duurzaamheid als missie heeft, waarom wordt er dan zoveel gekapt, gesloopt en vernield in het Kazerne Kwartier? Reactie: Er is een zorgvuldige inventarisatie gedaan naar wat behouden dient te blijven en wat verwijderd, vervangen of verplaatst dient te worden in combinatie met het kunnen ontwikkelen van dit gebied. 357.
Er wordt aangegeven dat er een symbiose van tijdlagen is, welke tijdlagen?
Reactie: Zie antwoord vraag 106. 358. Als initiatieven gekoesterd worden, waarom wordt ons initiatief en die van anderendan zo tegengewerkt? Reactie: De gemeente herkent zich niet in dit standpunt. Zie antwoord vraag 2. 359.
Hoe wordt het verleden getoond?
Reactie: Zie de beantwoording van eerdere vragen in relatie tot deze zienswijze inzake de wijze waarop het verleden getoond wordt. 360.
Hoe wordt het verleden beleefbaar gemaakt?
Reactie: Zie antwoord vraag 223. 361.
Wat verstaat men onder kleinschalige Leisure?
Reactie: Qua formaat passend bij de maat van het Kazerne Kwartier. Belangrijk is hierbij ook de uitstraling van een dergelijke functie naar de omgeving. Op p19 worden benamingen van plekken weergegeven, waar liggen deze 362. plekken? Reactie: Dit is aangeduid op blz. 52 en 53 van het vastgestelde Ontwikkelplan. 363.
We komen de term ‘begane grond’ tegen, over welke gebouwen gaat dit?
Reactie: Zie antwoord vraag 55. 364. Hoe kan het Kazerne Kwartier een scharnierpunt worden als mensen eromheen rijden en niet erdoorheen? Reactie: Door programma’s te realiseren welke aanvullend zijn op Venlo en Blerick in combinatie met een unieke identiteit. Hierdoor wordt het Kazerne Kwartier een bestemming. Daarnaast zullen er ook routes door het gebied heen gaan en wordt ook onderzocht of een nieuwe oeververbinding haalbaar is. De grotere infrastructurele voorstellen uit de stedenbouwkundige visie staan nog steeds op ons vizier en kunnen daar ook een bijdrage aanleveren. 365. De afbeelding op pagina 25 geeft bomen weer. Deze bomen nemen beeldbepalendezichtlijnen weg die belangrijk zijn voor de ensemble waarde van de kazernegebouwen. Kan dit geschrapt worden? Reactie: De bomen accentueren juist de verschillende tijdlagen en dus ook de Kazernelaag. Daarnaast zal de ensemblewerking van de kazerne gebouwen voldoende ervaren doordat daken er bovenuit komen en op maaiveld onder de kruin het zicht blijft. Dit is afgestemd met de RCE. Zie ook antwoord vraag 276.
Ook neemt het de zichtlijnen weg naar de stad Venlo die uit historisch oogpunt 366. waarde hebben. Kunnen er geen bomen in deze zichtlijnen geplaats worden? Reactie: Deze mening wordt niet gedeeld. Vanaf de aarden wal op het exercitieterrein worden bewust geen bomen geplaatst ten behoeve van de historische zichtlijn op Venlo. 367. De legenda van de kaart ontbreekt waardoor we maar moeten gokken dat de bolletjes bomen zijn, indien dat niet het geval is wensen we opnieuw inspraak. Kuntu ons dat geven? Reactie: De bolletjes geven de beoogde boomstructuren weer. Hoeveel, welk boomtype en welke
afstand moet nog worden uitgewerkt. 368.
Er staat erfgoed als toegevoegde zien’ Wat wordt hier bedoeld?
Reactie: Erfgoed als toegevoegde waarde zien, als verrijking van het woongebied en de woonbeleving. 369.
Wat zijn de grijze vlakken tussen de Garnizoenweg en de Venrayseweg?
Reactie: Het is niet duidelijk welk kaartje en welke grijze vlakken met deze vraag worden bedoeld. Wellicht wordt gedoeld op de vlakken die onderdeel uitmaken van fase 2. 370.
Komt daar woningbouw?
Reactie: Zie antwoord vraag 369. Aanvullend: bebouwing tussen de Garnizoenweg en Venrayseweg zijn onderdeel van fase 2. Over fase 2 heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden. 371.
Zijn de woningtypes al bekend?
Reactie: De uitgangspunten voor de woningtypes en financieringscategorieën zijn beschreven op de pagina’s 26-29 van het vastgestelde Ontwikkelplan. 372. Behoud de oorspronkelijke namen van de legeringsgebouwen rondom de appèlplaats, deze zijn historisch gezien correct en dat kunnen we niet zeggen van de verzonnen benamingen. Kunt u dat aanpassen? Reactie: De benamingen hebben geen status en betreffen werktitels. 373. Er is al sinds 2016 een wandelapp met QR code voor het rondje fort, waarom dit ontwikkelen? Reactie: QR-codes, audiotours, geocaching en historische podcasts zijn populaire middelen om plaatsen beleefbaar te maken. De QR route zien wij als onderdeel van een eventuele grotere wandelroute door ook de binnenstad van Venlo. In een later stadium vormt het onderdeel van de branding en promotie van het gebied om dergelijke initiatieven te ontplooien. Met een dergelijk initiatief is het uiteraard nooit de intentie om afbreuk te doen aan reeds bestaande initiatieven. 374.
Waarom wel met het Limburgs Museum en niet met het Fort Museum Venlo?
Reactie: Dit is voor het bestemmingsplan niet relevant.
375. De toegang tot het fort is niet met de bouw van de Frederik Hendrik Kazerne verloren gegaan, wilt u dit aanpassen? Reactie: Nee. 376.
De pijlers zijn pas in 1934-1935 verplaatst, niet eerder. Kunt u dat aanpassen?
Reactie: Het Ontwikkelplan is bestuurlijk vastgesteld en daarmee definitief. 377. In 2016 heeft de gemeenteraad toegezegd dat er onderzoek gedaan zou worden naar de reconstructie van de ophaalbrug. Is dat onderzoek al gedaan? Reactie: In 2023 zullen opgravingen uitgevoerd worden naar de eventuele restanten van brugpijlers, zodat overgegaan kan worden tot een verantwoordde reconstructie van de brug, waarbij tevens de ontwerptekening uit 1808 als uitgangspunt zal dienen. Ook zullen de hekpijlers bouwhistorisch worden onderzocht alvorens ze worden verplaatst naar hun oorspronkelijke plek. 378.
Wordt de ophaalbrug gereconstrueerd?
Reactie: Zie antwoord vraag 143. 379.
Of wordt er aan geschiedvervalsing gedaan?
Reactie: Dit is niet het geval. 380.
De definitie van poterne klopt niet, graag aanpassen!
Reactie: Wellicht wordt gedoeld op de volgende definitie: “ondergrondse bomvrije gang door een fort of vesting, dienende als verbinding met een (geheime) toegangs- of uitvalspoort; meer in het algemeen als interne verbinding met andere delen van het werk.” De nu in het Ontwikkelplan fase 1 opgenomen omschrijving komt op hoofdlijnen overeen met deze definitie. Het wordt niet noodzakelijk geacht deze aan te passen. Voor het bestemmingsplan is dit ook niet direct relevant. 381. Kunt u het weer bestellen? Er staat dat nader bepaald wordt hoe vaak een route niet toegankelijk is vanwege waterval. Reactie: Nee, de gemeente kan geen weer bestellen. Hier wordt bedoeld dat op basis van data een vrij nauwkeurige inschatting kan worden gemaakt van het aantal momenten dat hevige waterval er voor zal zorgen dat de historische wandelroute door de wadi niet toegankelijk zal zijn.
382.
Er wordt gesproken over bloemrijke wadi’s. Welke bloemen?
Reactie: Dit vormt onderdeel van de nadere uitwerking. 383.
Hebben deze bloemen een toegevoegde waarde voor de biodiversiteit?
Reactie: Zie de beantwoording van de vorige vraag. 384.
Er wordt gesproken over twee tijdlagen. Welke twee?
Reactie: Fortlaag en kazerneperiode. 385. Er zijn veel meer tijdlagen in het landschap zichtbaar, waarom wordt hieraan voorbijgegaan? Reactie: Zie antwoord vraag 107. 386. Waarom wordt er in samenwerking met het Limburgs Museum gewerkt aan informatiepanelen? Reactie: Dit is voor het bestemmingsplan niet relevant. 387.
Waarom niet met het Fort Museum Venlo?
Reactie: Dit is voor het bestemmingsplan niet relevant. 388.
Waarom wordt er geen speerpunt van de ArcheoRoute geplaatst?
Reactie: Dit is voor het bestemmingsplan niet relevant. 389. Er zou niet op de fortmuur gebouwd worden, klinkers voor een wandelpad is ookbouwen op de fortmuur. We verzoeken u dit niet te doen! Reactie: Klinkers plaatsen is verharden, dit valt niet onder bebouwing. 390. Indien de laatste versie van het fort uitgangspunt is voor de aarden wal dan moet er helemaal geen aarden wal komen. Dit is immers geschiedvervalsing, want bij de laatste versie was geen sprake van een aarden wal. Kan deze wal weggelaten worden?
Reactie: De historische ontwerp- en revisietekeningen uit de Napoleontische periode dienen als uitgangspunt voor de reconstructie. 391. was?
Of kunt u een stenen bastion opmetselen zoals wel in de Iaatste versie aanwezig
Reactie: Zie antwoord vraag 390. 392.
Hoeveel mensen mogen er wel in een amfitheater plaatsnemen?
Reactie: In het Ontwikkelplan is een visie weergegeven waarin onder meer is gesteld dat het bastion als amfitheater zou kunnen dienen. In het bestemmingsplan is de functie amfitheater niet specifiek opgenomen, maar valt wel onder de functie ‘cultuur en ontspanning’. Zie ook antwoord vraag 222. 393. Kunt u in plaats van exercitiepark de oorspronkelijke benaming aanhouden? Exercitieterrein. Reactie: Dit wordt niet noodzakelijk geacht. (Straat)namen dienen nader te worden bepaald. Voor nu zijn dit werktitels en deze kunnen nog veranderen. 394.
Welke prachtige tuinen uit 1960?
Reactie: De inrichting zoals deze in 1960 was. 395.
Indien de tuinen terugkomen is er dan ook plaats voor de volière?
Reactie: Het exercitiepark moet nog worden uitgewerkt, dus dit is nog niet bekend. Gezien de monumentale status, is het toevoegen van bebouwing niet gewenst. 396.
Indien de tuinen terugkomen is er dan ook plaats voor het dierenweitje?
Reactie: Exercitiepark moet nog worden uitgewerkt, dus dit is nog niet bekend. 397. Indien de tuinen terugkomen kunnen dan ook de beelden en ornamenten terugkomen? Reactie: Zie antwoord vraag 396. 398.
Indien de tuinen terugkomen kan dan ook het kanon terugkomen?
Reactie: Zie antwoord vraag 396. 399.
Indien de tuinen terugkomen kan dan ook het wachthuisje terugkomen?
Reactie: Zie antwoord vraag 396. 400. Het is onduidelijk welke straat waar ligt, waarom staat dit niet nader omschreven? Of liever nog afgebeeld op de plankaart? Reactie: Op pagina 24-25 zijn de straatnamen (werktitels) weergegeven. De verbeelding is niet bedoeld om straatnamen weer te geven, maar uitsluitend om de toekomstige bestemmingen en aanduidingen weer te geven. Verder is bij de analoge verbeelding de huidige kadastrale ondergrond voor de duidelijkheid eronder gelegd, evenals de huidige Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). 401. Zijn de bedenkers van dubbele rijrichting tunnelbuis weleens in de spits daar geweest? Reactie: Een persoonlijke ervaring is niet alles bepalend. Ontwerpen en ideeën zijn gebaseerd op landelijke richtlijnen die gelden bij gemeten verkeersintensiteiten. 402. Is het plan met betrekking tot herinrichting Stationsplein meegenomen in dit rapport? Reactie: Zie antwoord vraag 247. Mobiliteitsconcept is achterhaald, in andere steden zijn deelscooters, fietsen 403. en auto’s een flop. Waarom zou dat hier niet zo zijn? Reactie: Zie antwoord vraag 163. 404.
Kun je met de auto wel laden en lossen bij je huis?
Reactie: In de openbare ruimte wordt rekening gehouden met het laden/lossen van bijvoorbeeld boodschappen. Het voor korte tijd stilstaan voor de woning om te laden of lossen is kortom mogelijk. 405. De zin ’inwoners met eigen parkeerplaats gebruik die’ is niet af, wat hoort daarbij?
Reactie: Dit zou moeten zijn: De bewoners met een eigen parkeerplaats gebruiken die. 406. Parkeren is nu niet betaald, mensen komen vanuit tegelen om op het station te parkeren. Hoe voorkomt men dat deze auto’s in de omringende wijken gaan staan? Reactie: De maatschappij is niet maakbaar. In overleg met de omgeving worden hierover nieuwe afspraken gemaakt. 407.
Moeten de eventuele maatregelen niet nu al onderzocht worden?
Reactie: Zie antwoord vraag 406. 408.
Hoeveel onderzoeken wilt u nog doen naar een oeververbinding?
Reactie: Niet meer dan noodzakelijk wordt geacht. 409. huis?
Hoe krijgen mensen hun boodschappen en pakketjes van de hubs bij hun
Reactie: Zie antwoord vraag 404. 410.
Hoe moet dat met eten besteldiensten?
Reactie: Zie antwoord vraag 404. 411.
Hoe moet dat met picnic en jumbo?
Reactie: Zie antwoord vraag 404. 412. Mensen laten pakketjes thuisbezorgen vanwege het gemak, denkt u echt dat afleveren in een hub gaat werken? Reactie: Wij baseren ons op positieve ervaringen elders in het land. In heel Nederland is dit de trend, mede omdat mensen overdag veelal niet thuis zijn. Uiteraard is het ook mogelijk om je pakket thuis te laten bezorgen. Maar we bieden ook een alternatief aan. 413.
Zijn 4-5 deelauto’s niet bij voorbaat al veel te weinig?
Reactie: Indien nodig/wenselijk, kan het aantal deelauto’s worden verhoogd naar gelang de
behoefte. Er worden vooralsnog 20 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gereserveerd voor deelmobiliteit. 414. Hoger opgeleiden zullen zich vestigen in het gebied, zij werken met zijn tweeën veelal ver buiten de stad. Waar moeten zij hun twee auto’s Iaten? Reactie: Dit is een aanname; het gegeven van één parkeerplek per huishouden wordt al succesvol toegepast in de autoluwe wijk Q4. 415. De tradeports zijn bar slecht bereikbaar met het openbaar vervoer, ook deze mensenmaken gebruik van een auto. Waar moeten zij hun auto laten? Reactie: Het bestemmingsplan Kazernekwartier heeft geen betrekking op de Tradeports. 416.
Voorziet u niet nu al een parkeerprobleem?
Reactie: Neen. 417. Kinderen worden veelal voor het naar werk gaan met de auto de school in gereden.Waarom denkt u dat dit in het kazernekwartier niet het geval is? Reactie: Voor het concept Kazernekwartier geldt een duidelijk mobiliteitsconcept “Voetganger en fietser centraal”. De auto is te gast en staat daarom op afstand. Dit concept is duidelijk voor de toekomstige bewoners al bij aankoop van een woning. Bewoners die in het Kazernekwartier komen te wonen kiezen bewust voor deze levenswijze. 418. Hoe zit het met de externe veiligheid bij het plaatsen van hoger onderwijs naast hetspoor? Reactie: Zie antwoord vraag 138. 419.
Waar moeten studenten hun auto Iaten?
Reactie: Dit is een aanname; veel studenten beschikken niet over een auto. Er zijn reeds meerdere studentenflats in de binnenstad, waarbij geen parkeerprobleem ontstaat. 420.
Waar moeten medewerkers hun auto laten?
Reactie: Het plangebied Kazernekwartier is ingericht en gebaseerd op een mobiliteitsconcept waarbij de voetganger en de fietser centraal staan en de auto op afstand. Nabijheid van OV, fiets, deelvervoer maken het gebied uitstekend bereikbaar. Wonen en werken in Kazernekwartier betekent ook kiezen voor deze levenswijze. Daarnaast gaan we uit van
een uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen, doordat bewoners overdag werken en dus niet hun auto in de hub stallen. Hierdoor is er ruimte voor de werknemers die in het plangebied werkzaam zijn. 421.
Wat verstaat u onder duurzaamheid?
Reactie: Zie antwoord vraag 177. 422.
Wat verstaat u onder bewust duurzaam Ieven?
Reactie: Zie antwoord vraag 177. 423. Op welke wijze wilt u bewoners betrekken bij het instandhouden van de geschiedenis? Reactie: Dit wordt nog nader ingevuld. We willen bewoners betrekken bij het cultureel historisch erfgoed, onder andere door het beleefbaar te maken. Het feitelijke in stand houden daarvan, zien we vooral als een taak en verantwoordelijkheid voor de lokale overheid. 424.
Zelfde vraag maar dan voor het beleefbaar maken ervan?
Reactie: Dit wordt nog nader ingevuld. 425.
Welke bestaande organisaties gaat u erbij betrekken?
Reactie: Het project Kazernekwartier is nog tot circa 2032 in ontwikkeling. Wij kunnen nog geen uitspraak doen en overzien wie er in deze periode allemaal betrokken raken bij de ontwikkelingen. 426. Als groenbeheer inderdaad gericht is op soortenrijkdom, waarom wordt er dan zoveel gesnoeid voordat het zich heeft voort kunnen planten? Reactie: Zie antwoord vraag 103. 427. Hoe wilt u de bewoners verbinden met de ontwikkeling en monitoring van de natuurwaarden? Reactie: Dit wordt nog nader ingevuld. 428.
Hoe wilt u de bewoners faciliteren op dit gebied?
Reactie: Dit wordt nog nader ingevuld. 429.
Hoe gaat u om met nestlocaties tijdens de herontwikkeling?
Reactie: Voor eventuele aanwezige nestlocaties gelden de daartoe in de Wet natuurbescherming opgenomen bepalingen. 430. niet?
In de plannen staan geen ambities met betrekking tot soorten vermeld. Waarom
Reactie: Dit wordt nog nader ingevuld. 431.
Kunt u dat alsnog doen?
Reactie: Dit wordt nog nader ingevuld. 432.
Hoe wordt gecontroleerd of minimaal 70% van de tuinen groen ingericht blijft?
Reactie: Deze 70% is een wens, waarop actief gestuurd zal worden. 433.
Wat verstaat u onder groen ingericht?
Reactie: Een omgeving waar gras, planten, struiken en bomen de overhand hebben en verharding ondergeschikt is. 434.
Hoe voorkomt u bebouwing en verharding van tuinen?
Reactie: Zie antwoord vraag 433. 435.
Welke grachten zijn uitstekend geschikt?
Reactie: De grachten binnen het plangebied. 436.
Welke structuren zijn uitstekend geschikt?
Reactie: De (groen)structureren, zoals ook aangegeven in het ontwikkelplan. 437.
Over welke fase wordt er gesproken?
Reactie: Hier wordt bedoeld de nadere uitwerking, volgend op het Ontwikkelplan.
438.
Waarom staat dit niet in de verbeelding bestemmingsplan?
Reactie: Dit is niet noodzakelijk. 439.
Hoe wordt uitstoot van warmte voorkomen?
Reactie: Dit maakt onderdeel uit van de nadere uitwerking. 440. Waarom denkt men dat mensen gaan slepen met hun boodschappen en de auto zullen Iaten staan (het zijn geen Duitsers) Reactie: Zie antwoord vraag 404. 441. Openbaar vervoer wordt steeds slechter, waarom denkt u dat de mensen er gebruik van zullen maken? Reactie: Het standpunt dat openbaar vervoer steeds slechter wordt, wordt niet gedeeld. 442.
Hoe denkt u in 2050 CO2 neutraliteit af te dwingen?
Reactie: Er is sprake van een streven om in 2050 een CO2 neutrale gebouwde omgeving te bereiken. Er is geen sprake van afdwingen. 443.
De energieambitie is een ambitie, wat als deze niet gehaald wordt?
Reactie: In het Ontwikkelplan is de ambitie beschreven en deze wordt momenteel uitgewerkt. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid en mogelijkheden worden onderzocht. 444.
Wat is duurzaam materiaal gebruik?
Reactie: Zie antwoord vraag 191. 445.
Wat is circulair materiaal gebruik?
Reactie: Zie antwoord vraag 192. 446. Wat hebben bovenstaande begrippen te maken met het Iaten staan van gebouwen? Reactie: Zie antwoord vraag 188.
447. Wat heeft de ‘no-waste way of life’ te maken met materiaalkeuze bij het bouwen? Reactie: Zo min mogelijk afval veroorzaken met het (ver)bouwen. 448.
Wat heeft een kledingbieb te maken met materiaalkeuze bij het bouwen?
Reactie: Uitlenen van kleding kan bijdragen aan minder aankoop en productie van kleding. 449.
Wat heeft een gereedschapsbieb te maken met materiaalkeuze bij het bouwen?
Reactie: Uitlenen van gereedschap kan bijdragen aan minder aankoop en productie van gereedschap. 450. Wat heeft de deeleconomie te maken met duurzaam en circulair materiaalgebruik? Reactie: Delen vervoermiddelen kan bijdragen aan minder aankoop en productie van vervoersmiddelen. 451. Hoe kunt u stellen dat het erfgoed in het Kazerne Kwartier te maken heeft met materialen uit het verleden die van elders komen? Reactie: Bijna alle bouwmaterialen moeten vervoerd worden. Ook in het verleden. 452.
Wat is de definitie van erfgoed?
Reactie: Erfgoed is alles wat we van vorige generaties overerven en wat we het bewaren waard vinden. Het kan gaan om tastbare dingen, zoals gebouwen, landschappen, kunstwerken, voorwerpen en archieven (onroerend of roerend erfgoed), of om minder tastbare dingen, zoals verhalen, tradities, feesten, liederen en dialecten (immaterieel erfgoed). Erfgoed geeft ons iets te weten over de huidige maatschappij, over onszelf en over onze eigen identiteit. 453.
Wat is de definitie van verleden?
Reactie: Vroeger; tijd die voorbij is. 454.
Over welke oude producten heeft u het?
Reactie: Er wordt niet op specifieke producten gedoeld, dit kan divers zijn.
455. Greenport Venlo benoemen is een verkooppraatje, wat heeft dat te maken met duurzaamheid in het Kazerne Kwartier? Reactie: Uw mening wordt niet gedeeld. Het gaat om het algemene gedachtegoed in relatie tot duurzaamheid. 456. Het hele kopje materialen gaat niet over duurzaamheid, weet u wel wat duurzaamheid is? Reactie: Ja. Zie voorgaande antwoorden. 457. Hoe gaat u om met mensen die slecht ter been zijn en dus niet naar de hubs kunnen met hun afval? Reactie: Hiervoor hoeft men niet naar een hub. 458. Waarom wordt de historische relatie met de maas kapot gemaakt door zichtlijnen weg te nemen? Reactie: Deze stelling wordt niet gedeeld. In het stedenbouwkundig plan is expliciet opgenomen dat vanuit het gereconstrueerde bastion en de gereconstrueerde aarden wal aan de noordzijde van het exercitieterrein zichtassen richting de binnenstad en daarmee ook de Maas worden gerealiseerd. Zie ook het Ontwikkelplan fase 1. 459.
Over welk duurzaam materiaal gebruik heeft u het?
Reactie: Dat is zowel efficiënt omgaan met materialen als het toepassen van duurzame bouwmaterialen. 460. C2C en circulariteit zijn iets anders dan een deeleconomie, waarom doet u alsof dit hetzelfde is? Reactie: De stelling dat wordt gedaan alsof dit hetzelfde is, wordt niet gedeeld. 461.
Wat is op een goede manier uitwerken van materiaal gebruik?
Reactie: Dat is zowel efficiënt omgaan met materialen als het toepassen van duurzame bouwmaterialen. 462.
Welke initiatieven worden bedoeld?
Reactie: Er wordt niet gedoeld op specifieke initiatieven. Het is in z’n algemeenheid bedoeld.
463.
Welke concrete producten en diensten worden er bedoeld?
Reactie: Er wordt niet gedoeld op specifieke producten en diensten. Het is in z’n algemeenheid bedoeld. 464.
Welke grondstoffen worden er bedoeld?
Reactie: Dit kunnen diverse grondstoffen zijn, er wordt niet op specifieke grondstoffen gedoeld. 465. Afbeelding 96 staat vol ambities, deze worden nergens verder uitgewerkt. Waarom is dat? Reactie: Veel ambities maken onderdeel uit van de nadere uitwerking. Dat ambities niet allemaal vertaald zijn in het bestemmingsplan wilt niet zeggen dat deze niet nader zijn of worden uitgewerkt. Voor diverse ambities geldt daarnaast dat het bestemmingsplan niet het geëigende instrument is om deze nader uit te werken. 466.