E4 Uitvoeringsprogramma VTH 2022 en beoordeling IBT 2021.pdf
Tekst van het document
Ook kunnen voldoende openingen van minimaal 10cm aan de onderzijde van het hekwerk aangebracht worden, of een afstand van het hekwerk tot de grond van minimaal 10cm aangehouden worden.
Artikel 9 - groendragers Voor het realiseren van groendragers grenzend aan het openbaar gebied geldt:
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
7
a. b. c. d.
achter de voorgevelrooilijn; de maximale bouwhoogte is 2,0 m; geschikt om te begroeien met beplanting; langs de gehele lengte van het hekwerk wordt hoogopgaande beplanting tegen de groendrager geplant; e. per zijde is één toegangsdeur toegestaan; f. in plaats van een groendrager vanaf de grond is ook een combinatie van een (stenen) muur tot maximaal 1,0 m hoogte met daarboven een groendrager toegestaan, met daartussen (eventueel) gemetselde steunpilaren; Indien gebruik wordt gemaakt van steunpilaren: g. is de maximale bouwhoogte van de steunpilaren 2,0 m en de maximale breedte 30 cm; h. is de onderlinge tussenruimte tussen gemetselde steunpilaren overwegend 1,8 m.
Toelichting: de gemeente wil het open en groene karakter van de omgeving zoveel mogelijk behouden. Het afsluiten van erven met erfafscheidingen is daarom over het algemeen ongewenst. Zelfstandig staande groenvoorzieningen (coniferen/hagen/heggen) zijn geen bouwwerken en meestal vergunningvrij, ongeacht de hoogte. Op grond van het Bor zijn op het voorerf erf- en perceelafscheidingen vergunningvrij toegestaan tot een hoogte van 1,0 m. Uit de praktijk blijkt dat bij woningen met een zij-erf, welke naar de openbare weg is gekeerd de behoefte bestaat het zij-erf met een erfafscheiding hoger dan 1,0 m af te bakenen om zo maximaal gebruik van het perceel te kunnen maken, waarbij de privacy gewaarborgd blijft. Achter de voorgevelrooilijn en op meer dan 1,0 m van openbaar toegankelijk gebied zijn vergunningvrij erf- of perceelafscheidingen toegestaan, echter in de praktijk blijkt dat men ook op een afstand van minder dan 1m van het openbaar toegankelijk gebied een afscheiding wil kunnen plaatsen. Een passende oplossing voor dit probleem is een groenvoorziening die steun behoeft. Bijvoorbeeld een klimop tegen een gaaswerk. Deze voorziening wordt groendrager genoemd en dient als alternatief voor een haag.
In plaats van een geheel open rasterwerk is ook een combinatie van een gemetselde muur tot maximaal 1,0 m hoogte met daarboven een open rasterwerk toegestaan, met gemetselde steunpilaren.
Artikel 10 - uitbreidingen op verdiepingsniveau Voor uitbreidingen op verdiepingsniveau geldt: a. Bij eenzelfde type woning in dezelfde rij of hetzelfde cluster, waar aan de achterzijde reeds met vergunning uitbreidingen op verdiepingsniveau zijn gerealiseerd, gelden de bestaande vergunningen als precedent voor nieuwe uitbreidingen; b. nieuwe uitbreidingen op verdiepingsniveau, waar bij voor dat type woning in dezelfde rij of hetzelfde cluster nog geen precedent aanwezig is, worden niet toegestaan. Toelichting: het gaat hier om uitbreidingen van het hoofdgebouw, op verdiepingsniveau (dus niet op de begane grond), buiten het bouwvlak. Dergelijke uitbreidingen tasten het karakter van de oorspronkelijke bebouwing aan en zijn doorgaans niet meer ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De realisatie van uitbreidingen op verdiepingsniveau kan in theorie leiden tot een stapeling van uitbreidingen (vergroting van het bouwvlak), waardoor erven volledig dichtslibben. Bij hoekpanden en vrijstaande panden zorgt een uitbreiding op verdiepingsniveau vaak ook voor een aantasting van het straatbeeld, doordat de uitbouw vanaf de zijkant waarneembaar is.
Het is daarom wenselijk om alleen bij eenzelfde type woning in dezelfde rij woningen of in hetzelfde cluster, waar in het verleden al een uitbouw op verdiepingsniveau is gerealiseerd met vergunning (precedent), mee te werken om de rechtszekerheid te waarborgen.
Artikel 11 – dakkapellen Voor de realisatie van dakkapellen op woningen geldt: a. De dakkapel is gelijk in plaatsing, vorm en uitwerking aan een precedent in de straat of de directe omgeving; Of b. De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging van een gebouw;
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
8
c. De maximale breedte is, aan voor- en zijkant van de woning, 50% van de gevelbreedte. Bij een gevelbreedte smaller dan 5,6 meter geldt een maximale breedte van 2,8 m; d. Meerdere dakkapellen op hetzelfde bouwblok worden regelmatig gerangschikt op horizontale lijn (bovenlijn aanhouden); e. Er bevindt zich 0,5 meter tot 1 meter dakvlak onder de dakkapel en minstens 0,5 meter dakvlak boven en naast de dakkapel en op hoeken minstens 1 meter dakvlak naast de dakkapel; f. Hoogte dakkapel is maximaal 1,75 meter; Indien de dakkapel in beschermd dorpsgezicht (historische kernen en linten) geplaatst wordt: g. Kan de maximale breedte over meerdere dakkapellen worden verdeeld; Indien de locatie zich in een gebied met basis, plus of bijzonder welstandsniveau (zie bijlage) bevindt geldt ook nog: h. Aan de voorkant: 1. Hoogstens 1 per woning per dakvlak (geen dakkapellen op aanbouwen en bijgebouwen of boven elkaar); 2. Minstens 1 meter dakvlak naast de dakkapel; Toelichting: een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap. Dakkapellen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld. Dakkapellen zijn ondergeschikte toevoegingen aan een dakvlak. In de bijlage is op de afbeelding te zien welke gebieden een basis, plus of bijzonder welstandsniveau hebben gekregen.
Artikel 12 – dakopbouwen Voor de realisatie van dakopbouwen op woningen geldt: a. De dakopbouw is gelijk in plaatsing, vorm en uitwerking aan een precedent in de straat of de directe omgeving; Of b. alleen op gebouwen van maximaal twee bouwlagen of op gebouwen van twee bouwlagen met een flauwe kap waarbij sprake is van onvoldoende inpandige stahoogte; c. ter vergroting van de bestaande woning; d. direct geplaatst op de hoofdmassa en regelmatig gerangschikt op horizontale lijn; e. Indien het een tussenwoning betreft: 1. aangebracht over de gehele breedte van de woning; 2. één dakopbouw per woning. f. Indien het een kopwoning betreft: 1. minstens 0,5 m afstand van de kopgevel; g. Indien het hoofgebouw voorzien is van een plat dak: 1. minimaal 1,0 m terugliggend vanaf de voorgevel, of aan de voorzijde uitgevoerd met een schuine kap; 2. de maximale hoogte is 3,0 m; h. Indien het hoofdgebouw voorzien is van een kap waarbij een rechte dakopbouw wordt geplaatst: 1. voorzien van plat dak; 2. minimale afstand tot goot van hoofdgebouw aan achterzijde 0,80 m; 3. de maximale hoogte aan de voorzijde is 0,80 m; 4. de maximale hoogte aan de achterzijde is 1,70 m; i. Indien het hoofdgebouw is voorzien van een kap waarbij een schuine dakopbouw wordt geplaatst: 1. uitgangspunt is enkelzijde nokverhoging aan achterzijde van samenhangende rijwoningen met kap; 2. nok evenwijdig aan voorgevel; 3.
hellingshoek nokverhoging gelijk aan het bestaande dak; 4. verhoging van de nok tot maximaal 3,0 m boven de vloer van de vliering; 5. opbouw recht naar achter doortrekken of uitvoeren met kozijn; j. bij toepassing van een kozijn:
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
9
1. 2. 3. 4.
het kozijn eindigt op maximaal 0,8 m boven de goot van de woning; de maximale inwendige hoogte van de vliering is 2,20 m; de maximale hoogte van het kozijn is 1,40 m; de onderkant van het kozijn is direct aangesloten op het dakvlak.
Toelichting: een dakopbouw is een ondergeschikte derde bouwlaag op een woning van twee lagen met een plat dak of een kap. Hierbij ontstaat een nieuwe ruimte of wordt een bestaande ruimte vergroot. Bij meerdere dakopbouwen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente in beginsel naar een herhaling van uniforme exemplaren een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn.
Artikel 13 - dakterrassen Voor de realisatie van dakterrassen geldt: a. op een plat dak aan de achterzijde van de woning; b. uitsluitend op legale (vergunningsvrije of vergunde) aan-, of uitbouwen (bijbehorende bouwwerken) in het achtererfgebied; c. het dakterras wordt uitsluitend gebruikt ten behoeve van het wonen; d. de maximale diepte is 1,75 m uit de achtergevel; e. voorzien van een transparant balkonhek met een maximale hoogte van 1,20 m gemeten vanaf het dakterras; f. op een dakterras dat direct aansluit op een dakterras van het naastgelegen pand is op de erfgrens een privacyscherm toegestaan met een maximale hoogte van 2,0 m gemeten vanaf het dakterras; g. overige bouwwerken op dakterrassen, waaronder schuttingen, worden niet toegestaan; h. indien grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied wordt bij het realiseren van een dakterras een afstand van minimaal 1,0 m tot de voorgevel aangehouden; i. in bijzondere situaties, waarbij een dakterras wenselijk is maar op grond van de leden a, b, en/of d geen medewerking kan worden verleend, kan een afwijkend uitgevoerd dakterras overwogen worden, waarbij tevens de algemene toetsingsaspecten in acht genomen dienen te worden. De overige leden zijn onverminderd van toepassing. Hierbij geldt een maximale terrasoppervlakte van 9 m2.
Toelichting: dakterrassen zijn, maar op een andere manier dan balkons, bepalend voor het aanzien en de beleving van een woongebouw. Bestemmingsplannen laten balkons met een diepte van 1,50 m toe. Een dakterras is hier functioneel aan gelijk te stellen. Het merendeel van de aanvragen voor een dakterras bestaat uit een terras aan de achterzijde van een woning (meestal rijwoningen) waarbij het terras boven op een aanbouw wordt aangevraagd. In deze gevallen worden dakterrassen hetzelfde behandeld als balkons (1,50 m uit de gevel). Om de stedenbouwkundige karakteristiek (het straatbeeld), bezonning, uitzicht en privacy van omwonenden te beschermen is er voor gekozen de regels voor dakterrassen gelijk te trekken met die voor balkons. Een valbescherming is verplicht op grond van het bouwbesluit. Omdat een balkon of dakterras bij nieuwbouw van 1,50 m onvoldoende diepte biedt om te kunnen voldoen aan het bouwbesluit (er moet namelijk ook een valbeveiliging worden gerealiseerd) wordt een diepte van 1,75 m aangehouden. Dakterrassen op bijgebouwen worden niet toegestaan. Om de zichtbaarheid van het terras vanaf de straat te beperken dient een afstand van minimaal 1,0 m tot de voorgevel te worden aangehouden.
Wanneer het vanwege de architectonische opzet van een pand niet mogelijk is om van deze regeling gebruik te maken kan een dakterras in andere vorm maar met een vergelijkbare oppervlakte overwogen worden. In dat geval is het van belang dat er geen negatieve invloed ontstaat op het straatbeeld.
Artikel 14 – Balkons bij nieuwbouw Voor de realisatie van balkons bij nieuwbouw geldt: a. De maximale diepte is 1,75 m uit de gevel b. Een privacyscherm is alleen toegestaan op de grens van 2 geschakelde balkons; c. In hoeken van bouwblokken is de horizontale afstand tot naastgelegen percelen minimaal 2 meter;
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
10
Toelichting: Dit artikel betreft balkons specifiek bij nieuwbouw, omdat balkons bij bestaande bouw reeds geregeld zijn in het bestemmingsplan en er zelden een balkon bij bestaande bouw wordt aangevraagd. Een valbescherming is verplicht op grond van het Bouwbesluit. Omdat een balkon bij nieuwbouw van 1,50 m onvoldoende diepte biedt om te kunnen voldoen aan het Bouwbesluit (er moet namelijk ook een valbeveiliging worden gerealiseerd) wordt een diepte van 1,75 m aangehouden.
Artikel 15 - balkonbeglazingssystemen Voor het aanbrengen van balkonbeglazingssystemen geldt: a. bij een gestapelde woning; b. op een separaat balkon, dus niet bij een galerij of geschakeld balkon met tussenschermen; c. boven het balkon ligt een ander balkon waar aan de onderzijde het systeem op wordt aangesloten; d. de balkons zijn in een rechte lijn boven elkaar gepositioneerd; e. het systeem kan voor minimaal tweederde deel in de breedte geopend worden; f. het systeem bestaat voor minimaal 90% uit transparant glas. Toelichting: bewoners hebben vaak de behoefte om balkons af te kunnen schermen van de elementen, zodat deze jaarrond gebruikt kunnen worden. Het aanbrengen van beglazing op balkons kan echter het straatbeeld aantasten, daarom worden deze slechts onder voorwaarden toegestaan. Om de openheid van de balkons zoveel mogelijk te waarborgen zijn alleen systemen toegestaan die voor minimaal tweederde deel geopend kunnen worden (zie ‘Begrippen’).
Artikel 16- voorzieningen ten behoeve van mantelzorg Voor het realiseren van een voorziening ten behoeve van mantelzorg, gelden de voorwaarden zoals gesteld in het Bor. Hier wordt niet van afgeweken. Toelichting: het Bor voorziet in de mogelijkheid om onder voorwaarden vergunningsvrij een mantelzorgwoning toe te staan. Deze mogelijkheid voorziet in voldoende mogelijkheden om een voorziening ten behoeve van mantelzorg te realiseren, aan andere voorzieningen voor mantelzorg dan genoemd in het Bor zal niet worden meegewerkt.
Artikel 17 – omzetten van panden met een gemengde functie in een eengezinswoning Voor het samenvoegen van een (voormalig) publieksgericht pand (zoals winkel, kantoor of praktijkruimte) met de erboven gelegen woning, geldt: a. het pand ligt in een overwegend woongebied en niet in een gebied waarbinnen winkelfuncties behouden moeten blijven; b. de gevel heeft een uitstraling die past bij de woonfunctie of wordt zodanig aangepast dat de nieuwe woning de uitstraling heeft van een woning; c. de woning heeft een vanaf de straat duidelijk herkenbare hoofdentree; d. er moet worden voldaan aan de parkeernormen. Toelichting: om leegstand tegen te gaan is het in sommige gevallen wenselijk om gecombineerde woon/winkelpanden (winkel met erboven een bovenwoning) of soortgelijke panden met andere functies te wijzigen in een volwaardige eengezinswoning. Er zal wel sprake moeten zijn van een goede ruimtelijke ordening, toevoegen van woningen op bedrijventerreinen is niet wenselijk. De gemeente kan gebieden aanwijzen waarbinnen winkelfuncties behouden moeten blijven.
Artikel 18 - onttrekken van woningen Voor het samenvoegen van twee gestapelde of direct naast elkaar gelegen woningen tot één woning, waarbij aldus een bestaande woning wordt onttrokken, geldt: a. de te onttrekken woning is geen schaarse woning in de zin van de Huisvestingswet; b. de gevel heeft een uitstraling die past bij de woonfunctie of wordt zodanig aangepast dat de nieuwe woning de uitstraling heeft van één woning;
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
11
c. de woning heeft een vanaf de straat duidelijk herkenbare hoofdentree. Toelichting: het samenvoegen van twee (meestal in het verleden gesplitste) woningen tot één woning is niet bezwaarlijk als het geen schaarse woningen betreft. De gemeente kan beleid vaststellen ten aanzien van het begrip schaarse woning. Omwille van het straatbeeld, herkenbaarheid en bereikbaarheid (bijv. voor hulpdiensten en postbezorging) is het wenselijk dat het pand in de nieuwe situatie de uitstraling van een woning krijgt met een duidelijke hoofdentree.
Artikel 19 – flexibiliteitsbepaling Voor wat betreft de toepassing van deze regeling zijn burgemeester en wethouders bevoegd om af te wijken van deze regeling, wanneer deze voor een of meer belanghebbende(n) gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. Van een bijzondere omstandigheid kan sprake zijn indien er geen redelijke alternatieven bestaan voor het verlenen van medewerking, mits de ruimtelijke consequenties beperkt blijven en geen (ongewenste) precedentwerking hoeft te worden gevreesd. Van onevenredigheid kan sprake zijn indien de aanvraag niet binnen geldend beleid past maar als gevolg van het verzoek een beleidswijziging wordt doorgevoerd. Van de in artikel 1 t/m 18 opgenomen regels kan slechts goed gemotiveerd worden afgeweken. De algemene toetsingsaspecten zullen hierbij in acht moeten worden genomen. Toelichting: het vastleggen van beleidsregels betreffende de planologische kruimelgevallen heeft tot gevolg dat het college in beginsel handelt in overeenstemming met de uitgangspunten die in dit afwijkingenbeleid zijn geformuleerd en dat derden daarop kunnen vertrouwen. Er kunnen zich echter gevallen voordoen waarin het beleid niet voorziet of waarbij bijzondere omstandigheden tot een andere uitkomst leiden.
In dit geval zal de aanvraag op zijn merites moeten worden beoordeeld waarbij een goede ruimtelijke ordening dient te worden nagestreefd.
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
12
Overige beleidsnotities De gemeente heeft op verschillende specifieke onderwerpen beleid vastgesteld op grond waarvan kan worden afgeweken van het bestemmingsplan of op grond waarvan een toetsingskader voor afwijkingen van het bestemmingsplan wordt gevormd. Dit beleid is vastgelegd in aparte beleidsnotities en eveneens van toepassing. Hieronder wordt volstaan met een korte verwijzing naar deze beleidsnotities. Aan huis gebonden beroepen Een aan huis gebonden beroep betreft een beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteit, die in een woning door de bewoner van de woning zelf, worden uitgeoefend maar niet vallen onder de vrije beroepen. De uitoefening van een aan huis gebonden beroep is niet altijd wenselijk. Dit is namelijk afhankelijk van de ruimtelijke consequenties die dit gebruik met zich meebrengt. De uitgangspunten waarbinnen dit gebruik is toegestaan zijn vastgelegd in de beleidsnotitie ‘aan huis gebonden beroepen’. Beleidsregel onzelfstandige woonruimte Velsen Voor het gebruik van woningen anders dan voor zelfstandige bewoning door een huishouden, waarbij de huishoudens niet elk de beschikking hebben over een eigen kook- en wasgelegenheid en/of toilet (uitgesloten inwoning/hospitaverhuur), is deze beleidsregel van toepassing.
Antenne-installaties Bij het verlenen van een vergunning voor het plaatsen van een antennemast tot 40 m hoogte, zoals bedoeld in lid 5 van artikel 4 bijlage II Bor, worden de uitgangspunten gehanteerd zoals vastgesteld in de beleidsnotitie ‘ruimtelijke richtlijnen voor het plaatsen van antenne-installaties’. Bed & breakfast Op grond van artikel 4 lid 9 bijlage II Bor is het mogelijk om in een woning een ‘bed & breakfast’ voorziening toe te staan. De beleidsnotitie ‘bed & breakfast’ bevat de uitgangspunten die gehanteerd worden bij de vergunningverlening. Standplaatsen Op standplaatsen voor ambulante handel is de kadernota ‘standplaatsenbeleid en ambulante handel’ van toepassing.
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
13
Algemene bepalingen Tegemoetkoming in de schade Op grond van artikel 6.1 van de Wro kennen burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in het tweede lid van dat artikel genoemde oorzaak, op aanvraag een tegemoetkoming toe, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd. Door middel van een planschadeverhaalsovereenkomst worden de kosten verhaald op de initiatiefnemers van een project waarvoor een planologische procedure wordt gevoerd. Indien er een omgevingsvergunning verleend wordt op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 Wabo, kan er dus aanleiding zijn een verhaalscontract te sluiten met de aanvrager. Op basis van artikel 6.4a van de Wro is het mogelijk een dergelijke overeenkomst af te sluiten. Indien nader onderzoek (risicoanalyse) uitwijst dat de planologische maatregel leidt tot schade bij derden bestaat er aanleiding een verhaalsovereenkomst op te stellen.
Op basis van deze risicoanalyse worden contractuele afspraken gemaakt over het verhaal (compensatie van de tegemoetkoming in de schade) van de kosten van de tegemoetkoming in de schade op de initiatiefnemers van het project waarvoor een procedure ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 Wabo wordt gevoerd. Slotbepaling Het beleid inzake de toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2 van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht betreffende de mogelijkheden tot het afwijken van het bestemmingsplan bij ‘kruimelgevallen’, aan te halen als ‘Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2019’, treedt na daags publicatie op 18-7-2019 in werking, op 19-7-2019. De notitie vervangt het op 24 april 2012 door het college vastgestelde ‘WABO Afwijkingenbeleid Velsen 2012’.
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
14
Bijlage: illustraties Afbeelding niveaus welstand In de onderstaande afbeelding zijn de verschillende welstandsniveaus weergegeven. De rode kleur heeft de aanduiding ‘bijzonder’ gekregen. Oranje heeft de aanduiding ‘plus’. (Donker) Geel heeft de aanduiding ‘basis’. (Licht) Geel heeft de aanduiding ‘licht’. Tot slot heeft het groene gebied de aanduiding ‘vrij’.
Kelders Onder hoofdgebouw met ventilatiemogelijkheid:
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
15
Niet de gehele achtertuin onderkelderen:
Zwembaden Niet gehele achtererf en direct naast buren:
Erkers Max. 60% van gevel evt. in combinatie met luifel
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
16
Groendragers Als alternatief voor hagen:
Evt. met steunpilaren:
Stalling vervoersmiddelen mensen met beperking Scooter-cube:
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
17
Rolcontainerombouwen voorbeelden:
Toegangspoort in hekwerken tot 1m. Voorbeeld:
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
18
Hekwerken hoger dan 1m. Hoger hekwerk bij groot perceel:
Evt. met toegangspoort:
Balkonbeglazingssystemen Voorbeeld:
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
19
Dakopbouwen Dakopbouw op plat dak:
Evt. met dakhelling aan voorzijde:
Dakopbouw over de nok:
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
20
Nokverhoging naar achteren uitgebouwd (goot 6m.):
Nokverhoging naar achteren uitgebouwd (goot 3m.):
Nokverhoging asymmetrisch:
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
21
Dakkapellen Op horizontale lijn:
Dakterrassen max. 1.75 uit de achtergevel:
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
22
Geen schuttingen:
Wabo Afwijkingenbeleid Velsen 2020
23
Vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht en Algemene Plaatselijke Verordening
VTH BELEIDSPLAN Gemeente Velsen 2018-2022
Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen d.d. [17 juli 2018] Titel: VTH-beleidsplan gemeente Velsen Datum: 9juli 2018
Auteurs: drs. Ester van Uden en mr. Ankie Nooijen Bedrijf: MasterMeester (www.mastermeester.nl) E-mailadres: anooijen@mastermeester.nl
VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
1
Voorwoord Het werkgebied vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) voor het omgevingsrecht blijft de komende jaren sterk in ontwikkeling. Steeds meer komt de nadruk te liggen op integraal en programmagericht werken. Terugkerende elementen zijn effectievere en efficiëntere handhaving, vermindering van de administratieve lastendruk, minder vergunningplichtige activiteiten, meer algemene regels en de introductie van cyclisch werken. Enerzijds wordt nadrukkelijk een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en bedrijven. Anderzijds eist de maatschappij steeds meer dat de beoordeling van vergunningaanvragen en het toezicht en de handhaving eenduidiger en transparanter plaatsvinden. Wetswijzigingen volgen elkaar snel op. Na de wet verbetering Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (wet VTH juli 2016), zal de komende jaren vooral in het teken staan van de nieuwe Omgevingswet. Dit vraagt opnieuw om invulling te geven aan de veranderende maatschappij. Een nieuwe mooie uitdaging voor de komende beleidsperiode voor de afdeling VTH waar de uitvoering hiervan is belegd. Dit VTHbeleidsplan gemeente Velsen 2018-2022 legt de basis voor de programmatische en integrale uitvoering van deze wettelijke taken en het bereiken van de doelstellingen zoals in dit plan verwoord.
VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
2
Leeswijzer Dit VTH-beleidsplan is opgebouwd uit een strategisch en een operationeel beleidskader, gebaseerd op een probleemanalyse. Het strategisch kader bevat een samenvatting van de resultaten van de uitgevoerde omgevingsanalyse. Hierin staat aangegeven waar lokaal, regionaal en landelijk rekening mee moet worden gehouden en welke invloed dat heeft op het VTH werkterrein. Op basis daarvan heeft er bestuurlijke prioritering plaatsgevonden, waarin is aangegeven welke thema’s voor het gehele VTH-werkterrein de komende beleidsperiode meer, minder of geen extra aandacht behoeven. Daarna volgen de samengevatte uitkomsten van de risicoanalyse en wordt dieper en gedetailleerder ingezoomd op de daaruit voortvloeiende prioritering en doelstellingen voor de VTH thema’s. Op basis daarvan is een beoordelingsstrategie voor vergunningaanvragen, en een toezicht- en handhavingsstrategie opgesteld. Deze worden beiden ook ingezet voor de onderwerpen gerelateerd aan de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
3
Inhoud Voorwoord .............................................................................................................................................. 2 Leeswijzer ................................................................................................................................................ 3 1
Algemene inleiding .......................................................................................................................... 6 1.1 Onderbouwing actualisatie VTH beleid ......................................................................................... 6 1.2 Beleidscyclus BIG-8 ........................................................................................................................ 7 1.3 Afbakening en begrippenkader ..................................................................................................... 9
2
Ontwikkelingen.............................................................................................................................. 10 2.1 Landelijke en regionale ontwikkelingen ...................................................................................... 10 2.1.1 Omgevingswet ...................................................................................................................... 10 2.1.2 Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving ............................................................ 11 2.1.3 Besluit Omgevingsrecht ........................................................................................................ 11 2.1.4 Erfgoedwet ........................................................................................................................... 11 2.1.5 Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen ............................................................................. 11 2.1.6 Wet Natuurbescherming ...................................................................................................... 12 2.1.7 Wet aanvullende regels veiligheid tunnels (Warvw)............................................................ 12 2.1.8 Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) ................................................................................ 13 2.1.9.
Activiteitenbesluit milieubeheer en activiteitenregeling milieubeheer ............................. 13 2.1.10 Van Gas naar Duurzaam/Wet voortgang energietransitie (Wet Vet) ................................ 13 2.1.12 Asbestdaken 2024 .............................................................................................................. 14 2.1.13 Interbestuurlijk toezicht ..................................................................................................... 14 2.2 Lokale ontwikkelingen ................................................................................................................. 15 2.2.1 Energie, klimaatadaptatie en circulaire economie............................................................... 15 2.2.2 Afvaldumping ....................................................................................................................... 15 2.2.3 Donkerte ............................................................................................................................... 15 2.2.4 Short Stay tijdelijke werknemers Velsen .............................................................................. 16 2.2.5 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................. 16
3
Missie, visie en strategische doelstellingen .................................................................................. 18 3.1 Missie en visie.............................................................................................................................. 18 3.2 Strategische doelstellingen ......................................................................................................... 18
4
Probleemanalyse VTH ................................................................................................................... 21 4.1 Omgevingsanalyse ....................................................................................................................... 21 4.2 Risicoanalyse VTH ........................................................................................................................ 23 4.2.1 Domein Bouwen ................................................................................................................... 23 4.2.2
Domein Erfgoed ............................................................................................................. 24
4.2.3 Domein RO............................................................................................................................ 24 4.2.4 Domein Milieu ...................................................................................................................... 25 VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
4
4.2.5 Domein Groen ...................................................................................................................... 25 4.2.6 Domein APV.......................................................................................................................... 25 4.3 Prioriteitstelling ........................................................................................................................... 26 4.3.1 Landelijke prioriteiten .......................................................................................................... 26 4.3.2 Prioriteitstelling VTH ............................................................................................................ 26 5 Strategieën ......................................................................................................................................... 28 5.1.Vergunningenstrategie ................................................................................................................ 28 5.1.1 Basiswerkwijze en vormen vergunningverlening ..................................................................... 29 5.1.3 Doelstellingen vergunningverlening per beleidsveld ........................................................... 31 5.2 Handhavingsstrategie ..................................................................................................................
34 5.2.1 Landelijke handhavingsstrategie .......................................................................................... 34 5.2.2 Gemeentelijke handhavingsstrategie ................................................................................... 34 5.2.3 Toezichtstrategie .................................................................................................................. 36 5.2.4 Doelstellingen per beleidsveld ............................................................................................. 38 6 Monitoring en verantwoording .......................................................................................................... 41 7 Organisatie en middelen .................................................................................................................... 42 7.1 Wat is het wettelijk kader?.......................................................................................................... 42 7.2 Personele capaciteit .................................................................................................................... 42 7.3 Organisatiestructuur ...................................................................................................................
43 7.4 Uitbesteden ................................................................................................................................. 44 7.4.1 Omgevingsdienst IJmond ..................................................................................................... 44 7.4.2 Veiligheidsregio Kennemerland........................................................................................... 44 7.5 VTH-plan als input voor de begroting ......................................................................................... 45 7.9 Actualisatie vigerend beleid ........................................................................................................ 45 Bijlage 0 Beleidsevaluatie ...................................................................................................................... 46 Bijlage 1 Reikwijdte VTH-beleidsplan Bijlage 2 Overzicht vereisten probleemanalyses VTH Bijlage 3 Uitkomsten Risicoanalyse Bijlage 4 Handleiding Risicoanalyse Bijlage 5 Uitvoeringskader Omgevingsdienst IJmond Bijlage 6 Basiswerkwijze vergunningverlening gemeente Velsen Bijlage 7 Wabo-Afwijkingenbeleid Bijlage 8 Ontheffingenbeleid Bijlage 9 Landelijke handhavingsstrategie
VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
5
1 Algemene inleiding De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vraagt van de overheid een integrale benadering van vergunningverlening en toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Het transparant formuleren en uitvoeren van vergunningen-, toezicht- en handhavingsbeleid is daarbij een belangrijke opgave. Landelijk zijn inmiddels kwaliteitscriteria ontwikkeld voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Met deze kwaliteitscriteria wordt getracht de kwaliteit van de processen, de uitvoeringsorganisaties (gemeenten, provincies, omgevingsdiensten) en haar medewerkers te borgen. Met ingang van 1 juli 2016 zijn deze kwaliteitscriteria verankerd in de Wabo. Al jaren wordt er hard gewerkt aan de verbetering en professionalisering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Hierbij hebben begrippen als excellente dienstverlening, gelijke behandeling van inwoners en bedrijven en vermindering van administratieve lasten voor inwoners en bedrijven een prominente plaats in het beleid en de uitvoering van het handelen van de gemeenten en omgevingsdiensten. Een professionele kwaliteit van beleid en uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) is namelijk wat de samenleving van de overheid verwacht en mag verwachten.
Om de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving te kunnen borgen, uniformiteit aan te brengen met betrekking tot de wijze van vergunningverlening, toezicht en handhaving en een goede afstemming te borgen binnen de gemeentelijk organisatie en de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) is onderhavig beleidsplan vergunningen, toezicht en handhaving, het VTH-beleidsplan gemeente Velsen 2018-2022, hierna te noemen het beleidsplan, opgesteld.
1.1 Onderbouwing actualisatie VTH beleid De actualisatie van het beleidsplan is om meerdere redenen in gang gezet. Onderstaande onderbouwing is het meest van belang: Probleemanalyse vergunningverlening Nieuw in dit beleidsplan is het onderdeel vergunningen (en meldingen). De probleemanalyse van vergunningverlening is een nieuwe wettelijke verplichting. Ook zijn voor dit aspect doelstellingen geformuleerd en zijn prestatie indicatoren opgenomen ten aanzien van bijvoorbeeld de afhandeling. Daarbij zijn risico’s in kaart gebracht en is aan de hand daarvan en op basis van landelijke normen het niveau van toetsing vastgelegd. Kwaliteitsverordening VTH De gemeente Velsen heeft de Verordening Kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht conform de wet VTH vastgesteld. De Verordening VTH ziet met name toe op de kritieke massa van de VTH Kwaliteitscriteria 2.1 krachtens de Wabo (Kwaliteitscriteria 2.1). In de kwaliteitscriteria 2.1 is vastgelegd waaraan organisaties op het gebied van VTH-taken ten aanzien van het personeel (kritieke massa), het proces en de inhoud (deskundigheid) moet voldoen. Dit totaal pakket bepaalt de minimaal vereiste kwaliteit, waaraan elke overheidsorganisatie die met vergunningverlening, toezicht en handhaving van het omgevingsrecht is belast, moet voldoen.
VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
6
Bestuurlijke rolverdeling De door de raad vastgestelde verordening vormt het kader voor de uitvoeringskwaliteit van de Wabo-taken die door het college en in opdracht daarvan handelende omgevingsdienst. De gemeenteraad heeft hiermee de minimale kwaliteit vastgesteld die het bevoegd gezag bij de uitoefening van haar taken moet toepassen. Het bevoegd gezag is in dit geval het college van burgemeester en wethouders. Door vaststelling van de Verordening kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht gemeente Velsen, is het juridische kader gevormd voor het beoordelen, borgen en verbeteren van de kwaliteit van deze VTH-taken. IBT Het opstellen van beleid en uitvoeringsprogramma is een wettelijke verplichting. In het kader van Interbestuurlijk Toezicht (IBT) wordt toegezien of er strategisch en operationeel beleid aanwezig is dat voldoet aan de gestelde procescriteria.
1.2 Beleidscyclus BIG-8 In het Besluit omgevingsrecht (hierna genoemd het Bor) zijn eisen vastgelegd (procescriteria) waaraan elke professionele VTH-organisatie moet voldoen. Deze eisen hebben tot doel om de uitvoering van de VTH-taken op een adequate, herkenbare en structurele wijze te laten verlopen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een model waarmee een logische aaneenschakeling tot stand wordt gebracht van diverse bestuurlijke en uitvoerende werkprocessen. Dit procesmodel staat bekend onder de naam ‘BIG-8’. Aan de hand van de BIG-8 zijn de volgende zeven stappen in het beleidsproces te onderscheiden:
VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
7
Dit beleid gaat over twee onderdelen van de BIG-8 cyclus: het strategische en operationele beleidskader en bevat de volgende onderdelen: C.2 Strategisch Beleidskader en C.3 Operationeel Beleidskader. Het doorlopen van de BIG-8 heeft een lerend effect op de uitvoering van VTH-taken (opbouwen van ervaring). Het zorgt voor meer transparantie in risico’s, prioriteiten, werkprocessen en capaciteit wat resulteert in een doelbewuste afweging van werkzaamheden waardoor een betere verantwoording kan worden afgelegd ten aanzien van de gemaakte keuzes.
VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
8
1.3 Afbakening en begrippenkader Met dit beleidsplan heeft de gemeente Velsen een samenhangend en integraal vergunningen-, toezichts- en handhavingsbeleid geformuleerd voor de beleidsvelden binnen de fysieke leefomgeving De reikwijdte van het VTH beleid betreft de artikelen 2.1 en 2.2 Wabo (In bijlage 1 staan de wettelijke taken waarop het beleidsplan betrekking heeft nader toegelicht). Dit beleidsplan geldt voor de periode 2018-2022. In het beleidsplan worden de volgende begrippen gehanteerd: Vergunningverlening heeft betrekking op het in behandeling nemen van een vergunningsaanvraag, het beoordelen van deze aanvraag en het nemen van een beslissing op de aanvraag in de vorm van een beschikking. Onder vergunningverlening wordt ook het behandelen van een melding verstaan. In de sfeer van vergunningverlening is steeds meer sprake van meldingen (sloopmelding, gebruiksmelding en milieumelding). Toetsing van de compleetheid en de werkingssfeer van een melding wordt gezien als equivalent voor het proces van de vergunningverlening. Aan een melding kunnen nadere voorwaarden (maatwerkvoorschriften) worden verbonden. Het opstellen van dergelijke voorschriften maakt onderdeel uit van de vergunningverlening. Bij milieu kunnen deze voorschriften van belang zijn voor het mogelijk maken van een activiteit (verruiming van normen) en ter ondersteuning van toezicht en handhaving.
Bij slopen zijn deze voorschriften vooral van belang in verband met het omgaan met gevaarlijke stoffen en hinder / overlast voor de omgeving. Onder Toezicht wordt verstaan: •
•
Vergunning gerelateerde controles in de realisatiefase (zoals bij slopen, bouwen) en in de beheer- of gebruiksfase (zoals bij het exploiteren van een milieu-inrichting en brandveilig gebruik van bouwwerken). Controles op het uitvoeren van activiteiten zonder vergunning of melding naar aanleiding van eigen waarnemingen en meldingen van derden. Tevens valt hier de (thematische) gebiedscontrole onder zoals de controle van bedrijventerreinen en/of branches. Als in het kader van handhaving controles moeten worden uitgevoerd vallen deze ook onder het begrip toezicht.
Handhaving is de (bestuurlijke) oordeelsvorming over bevindingen tijdens toezicht en het – waar nodig en bestuurlijk wenselijk geacht – plegen van interventies (maatregelen en sancties) met formeel juridische instrumenten, zoals het toepassen van bestuursdwang, het opleggen van dwangsommen, het opleggen van een bestuurlijke boete of het intrekken van een vergunning.
VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
9
2 Ontwikkelingen Het is van belang voor dit onderhavige beleid om zicht te hebben op de ontwikkelingen binnen het VTH terrein. Deze ontwikkelingen zijn afwisselend van invloed op het uit te voeren beleid en de mogelijke bijstelling ervan tijdens de jaarlijkse evaluatie.
2.1 Landelijke en regionale ontwikkelingen In de volgende paragrafen staan de landelijke en regionale ontwikkelingen binnen het fysiek domein verder uitgewerkt. Dit zijn ontwikkelingen waarmee we rekening dienen te houden in het VTHbeleid. Een aantal ontwikkelingen is van invloed op de wijze waarop we de vergunningverlening, toezicht en handhaving organiseren.
2.1.1 Omgevingswet De Omgevingswet is een nieuwe wet waarin vijftien bestaande wetten met betrekking tot ruimtelijke ordening geheel of gedeeltelijk worden opgenomen en waarvan uit acht andere wetten de gedeeltes met betrekking tot de fysieke leefomgeving zullen worden opgenomen. De Omgevingswet gaat vele wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving vervangen. Bijvoorbeeld de Wro, Wabo en Tracéwet maar ook alle gemeentelijke infrastructuur, water en gemeentelijke regelgeving, zoals in de APV, die ruimtelijke aspecten hebben. Het doel is om de wettelijke kaders voor inwoners, bedrijven en overheden inzichtelijker te maken en ontwikkeling en beheer van de fysieke leefomgeving beter beheersbaar te maken. Ook de Wet Natuurbescherming (2017), zal in de Omgevingswet worden opgenomen. Met de Omgevingswet zal aandacht zijn voor minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven, lokaal maatwerk en vertrouwen als uitgangspunt. Het doel van een initiatief in de fysieke leefomgeving moet centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’ De Omgevingswet verplicht bestuurders integrale plannen te maken waarin de diverse belangen in onderlinge samenhang worden beschouwd. De verwachte inwerkingtreding is 2021. De impact van de Omgevingswet voor ons betekent onder andere het volgende: • • • • • • • • •
alle vergunningprocedures in acht weken; omgevingsplan vraagt om participatie en afweging bij de planvorming: bestuurlijke afwegingsruimte ontstaat; door duidelijke plannen is inzichtelijker wat wel en niet kan en zijn mogelijk minder vergunningen nodig en verschuift de focus naar toezicht en handhaving; andere rollen binnen gemeente; begeleiden bij participatie, partijen bij elkaar brengen. meer maatwerk, immers bij minder regels vergen de besluiten een goede afweging en onderbouwing; taakvelden worden integraal samengevoegd: meer (keten)samenwerking; processen worden straks nog meer dan nu geïnitieerd door inwoners en bedrijven en vragen om integrale afhandeling; gedrag en cultuurverandering: competenties als oplossingsgericht denken, helicopterview en samenwerken worden belangrijker; transparantie van informatievoorziening. Alle digitale informatie is straks op één plek te vinden, het nieuwe Omgevingsloket. Via dit loket kunnen initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel zien wat mag in de fysieke leefomgeving. De inwoner, ondernemer beschikt daarmee over dezelfde informatie als de overheid.
De gemeente Velsen heeft samen met de gemeenten Beverwijk en Heemskerk de handen ineen geslagen om de implementatie van de Omgevingswet verder vorm te geven. Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet ontstaan er ook voor VTH de komende jaren extra werkzaamheden. VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
10
De exacte invulling en consequenties zijn nog niet duidelijk en de komende jaren zullen benut moeten worden om VTH optimaal voor te bereiden. In ieder geval is zeker dat het capaciteit gaat kosten. 2.1.2 Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Met de in juli 2016 ingevoerde Wet VTH heeft de gemeenteraad de verplichte Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving vast (op grond van artikel 5.4 van de Wabo) vastgesteld. Door vaststelling van de Verordening kwaliteit Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Omgevingsrecht gemeente Velsen, is het juridische kader gevormd voor het beoordelen, borgen en verbeteren van de kwaliteit van deze VTH-taken. De gemeenten Beverwijk, Heemskerk en Velsen hebben een samenwerkingsovereenkomst afgesloten. Met deze overeenkomst wordt uitvoering gegeven aan de ambitie om de uitvoering van de VTH-taken op de gebieden bouwen en ruimtelijke ordening (de zogenaamde thuistaken) een kwaliteitsimpuls te geven en te voldoen aan de kwaliteitscriteria voor kritieke massa, zoals vastgelegd in de verordening Kwaliteit Vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht vastgesteld d.d. 11 mei 2017 . Met deze verordening is een uniform kwaliteitsniveau gecreëerd voor het gehele wabotakenpakket.
2.1.3 Besluit Omgevingsrecht Het Bor is april 2017 aangepast als gevolg de aanpassingen van paragraaf 5.2 Wabo. Dit betreft aanpassingen op het gebied van verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Het ontwerpbesluit geeft onder andere invulling aan: • het Basistakenpakket (minimaal verplichte taken die moeten ondergebracht bij de omgevingsdiensten); • de BRZO-omgevingsdiensten; • de procescriteria (met name de verbreding van toezicht en handhaving naar uitvoering van de VTH-taken en de omgevingsdiensten); • het verplichte Inspectieview milieu (gegevensuitwisseling tussen bestuurs- en strafrecht). Met het vaststellen van dit VTH beleid is invulling gegeven aan de procescriteria (zie hierboven).
2.1.4 Erfgoedwet De nieuwe Erfgoedwet is op 1 juli 2016 in werking getreden. De Erfgoedwet vormt samen met de toekomstige Omgevingswet het fundament voor de bescherming van rijksmonumenten. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen dan naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: de ‘duiding’ van erfgoed komt in de Erfgoedwet, de omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet. Nieuw is een wettelijke plicht in de Erfgoedwet voor de eigenaar tot (minimale) instandhouding van zijn rijksmonument. Dit biedt (bijvoorbeeld in geval van onaanvaardbare verwaarlozing) een handvat voor onze handhaving. Waar de gemeente de lat moet leggen, moet de praktijk uitwijzen. Het rijk heeft een handreiking gemaakt.
2.1.5 Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen Met de privatisering van de bouwplantoets en het bouwtoezicht wordt een volgende stap gezet om de verantwoordelijkheid bij de markt te beleggen. Het doel van deze wet is het verbeteren van de kwaliteitsborging voor het bouwen en het versterken van de positie van de bouwconsument. In de praktijk kan dit betekenen dat het toetsen van bouwplannen en het toezicht houden tijdens bouwprojecten in een aantal gevallen door een marktpartij wordt uitgevoerd. De verwachting is dat hiermee op termijn minder werkzaamheden bij vergunningen worden verricht. Het zou kunnen betekenen dat er meer werkzaamheden in het toezicht en handhaving van bestaande bouw nodig is. Bij grotere risico’s en kwetsbare functies zijn er redenen om de betrokkenheid van het bevoegd gezag te behouden. Als de inwerkingsdatum voor deze wet bekend is, voert de gemeente Velsen in eerste instantie een impactmeting uit met als doel de consequenties in kaart brengen. VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
11
2.1.6 Wet Natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Met één wet en minder regels wordt het makkelijker om de wet toe te passen. Doel van de wet is een goede bescherming van de biodiversiteit zonder stijging van lasten voor bedrijven en inwoners. Ook moet de wet zorgen voor een breed draagvlak voor natuur. Verder biedt de wet bedrijven meer ruimte om te ondernemen zonder dat dit gevolgen voor de natuur heeft. Dit kan door de regels voor bedrijven te vereenvoudigen en te verduidelijken. Deze wet heeft o.a. tot gevolg dat een deel van de taken wordt verplaatst naar provincies en gemeenten. In de nieuwe wet is er sprake van een aanhaken van een vergunning op grond van de Natuurbescherming bij een omgevingsvergunning. Gemeenten zijn het bevoegde gezag voor de omgevingsvergunning en vervullen een front-office functie voor de aanvragen/initiatiefnemer. De afgifte van de Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb), en dus de inhoudelijke toetsing, vindt plaats door andere bevoegde gezagen.
Op het bevoegd gezag omgevingsvergunning (de gemeente) rust echter wel de verantwoordelijkheid om na te gaan of de aanvraag volledig is en of men redelijkerwijs kan weten of uit de activiteit waar de aanvraag betrekking op heeft, handelingen voortvloeien die de flora en fauna en/of Natura 2000-gebieden raken. Dit leidt tot een toename van de gemeentelijke uitvoeringslast zowel m.b.t. de vergunningen als het toezicht en handhaving en juridische procedures. In de praktijk blijkt het voor veel (kleine) gemeenten op dit moment niet altijd eenvoudig om vast te stellen of voor een bepaalde activiteit wellicht ook een natuurtoestemming nodig is. Bijvoorbeeld omdat zij niet beschikken over de noodzakelijke ecologische kennis van het gebied om te bepalen of er natuurwaarden in het geding (kunnen) zijn. Wordt ten onrechte niet gevraagd om aanvulling van de aanvraag of ten onrechte bepaald dat aanhaken niet noodzakelijk is, dan leidt dat in beginsel tot vernietiging van de omgevingsvergunning. Ook bij de gemeente Velsen is de kennis omtrent de groene wetgeving nog onvoldoende aanwezig bij de casemanagers, toezichthouders en handhavers. Daarnaast zullen gemeenten vaker aan de lat staan om handhavend op te treden.
De handhavingstaak berust bij het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Dat zal in de regel het college van burgemeester en wethouders van de gemeente zijn. Voor het Natura 2000-gebied Kennemerland Zuid geldt dat de provincies Zuid-Holland en NoordHolland het bevoegd gezag zijn voor de handhaving van de Wet natuurbescherming. Handhaving is nodig om de habitattypen en het leefgebied van de soorten waarvoor een Natura 2000-doel is opgenomen, te behouden. Naast de provincies Noord- en Zuid-Holland zijn er in Kennemerland Zuid ook nog andere handhavende instanties actief. Dit zijn onder andere gemeenten, politie, terreinbeheerders en het waterschap. De provincie Noord-Holland werkt met partijen aan een handhavingsplan voor alle Natura 2000-duingebieden in Noord-Holland. Binnen de Provincie ZuidHolland is Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid belast met het toezicht en de handhaving op de Wet natuurbescherming . De Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid is voornemens een handhavingsplan op te stellen voor alle Natura 2000-gebieden langs de kust vanaf Hoek van Holland (Solleveld en Kapittelduinen) tot en met Noordwijk (Kennemerland-Zuid).
2.1.7 Wet aanvullende regels veiligheid tunnels (Warvw) De gemeente Velsen is op grond van de Warvw het bevoegd gezag voor de wegtunnels die zich op haar grondgebied bevinden. Dit betekent onder meer dat de gemeente bevoegd is om een omgevingsvergunning voor deze tunnels af te geven bij wijziging van gebruik en is daarmee belast met het toezicht op de tunnels. Rijkswaterstaat is belast met het beheer en onderhoud van de tunnels. In casu betreft het concreet de Velsertunnel en de Wijkertunnel. Overigens bevindt de Wijkertunnel zich gedeeltelijk op grondgebied van de gemeente Beverwijk. Beide gemeenten hebben VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
12
afgesproken dat de gemeente Velsen “volledig” optreedt als bevoegd gezag voor de Wijkertunnel, waarvoor in 2015 in de gemeente Beverwijk een besluit is genomen. De rol van de toezichthoudende taak is inmiddels uitgekristalliseerd. De gemeenten hebben de toezichtstaak verder aan het uitgewerkt. Het toezicht wordt op dit moment uitbesteed aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (NZKG).
2.1.8 Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) De LHS biedt een breed toepasbaar kader voor handhaving, waaronder specifieke handhavingstrategieën (zoals de Brzo-strategie) kunnen worden uitgewerkt en vastgesteld. De LHS is ontwikkeld vanuit de wens om te komen tot een verbeterde organisatie en uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit omwille van een ‘gelijk speelveld’ voor natuurlijke of rechtspersonen voor wie een bepaalde norm of voorschrift geldt. En ook omwille van een maatschappij die ervan uit mag gaan dat handhavers zodanig optreden dat haar rechtsgevoel wordt gerespecteerd en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft. Uitgangspunt is het centraal stellen van sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavingsinstanties met een beginselplicht tot handhaven. Die passend interveniëren bij iedere bevinding, dat wil zeggen afhankelijk van de situatie weloverwogen kiezen voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- èn strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. En die in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen. In 2014 hebben alle handhavende instanties zich uitgesproken voor implementatie van de LHS.
Implementatie van de LHS betekent in de eerste plaats dat de bevoegde overheden de LHS vaststellen als eigen strategie of hun eigen strategie compleet in lijn brengen met de LHS. Implementatie van de LHS betekent in de tweede plaats dat de bevoegde overheden en hun handhavingsinstanties, waaronder de omgevingsdiensten, de LHS concreet gaan toepassen en leerervaringen gaan uitwisselen. Gemeente Velsen gaat de komende beleidsperiode gebruiken om volledig conform de LHS te gaan werken en stelt met het voorliggende beleid ook de LHS vast. In hoofdstuk 6 worden de LHS nog nader toegelicht.
2.1.9. Activiteitenbesluit milieubeheer en activiteitenregeling milieubeheer In januari 2016 is de vierde tranche van het Activiteitenbesluit in werking getreden. Dit is de laatste grote wijziging van het Activiteitenbesluit voordat dit besluit in de Omgevingswet opgaat. Onder meer betekent dit dat verschillende vergunningplichtige groepen bedrijven, zoals ziekenhuizen, gieterijen en asbestverwijderingsbedrijven, dan onder het Activiteitenbesluit komen te vallen (van type C naar type B, deels met en deels zonder nieuwe voorschriften). Dit heeft invloed op het aantal te verwachten vergunningsaanvragen en het aantal te verwachten meldingen. Deze worden bij de gemeente Velsen door de ODIJ behandeld. Ook gaat een aantal Besluiten en regelingen op in het Activiteitenbesluit. Per bedrijf zal bij aanvang van toezicht bekeken moeten worden welke artikelen voor hen van toepassing zijn. Dit zal bij de eerste controles de nodige tijd vergen.
2.1.10 Van Gas naar Duurzaam/Wet voortgang energietransitie (Wet Vet) Aardgas heeft ons veel gebracht. Vijftig jaar geleden is Nederland begonnen met het grootschalig gebruik van aardgas in woningen en gebouwen. Omdat aardgas een fossiele brandstof is, zorgt het ook voor klimaatverandering, specifiek gaat het om 11% van de Nederlandse CO2-uitstoot. Om de klimaatdoelstellingen te halen moet Nederland dus van het gas af en overstappen op duurzame warmtebronnen voor onder meer verwarmen, koken en douchen. De transitie van verwarmen met aardgas naar duurzame verwarmingsalternatieven wordt de warmtetransitie genoemd. Om de warmtetransitie goed te laten voorlopen is het belangrijk dat de gemeente Velsen op tijd start met de voorbereidingen en ook bewoners meer betrekken en informeren over de ontwikkelingen. VTH-beleidsplan gemeente Velsen, d.d. 20 juni 2018
13
Deze ontwikkeling is in een stroomversnelling gekomen omdat per 1 juli de gasaansluitingsplicht voor nieuwbouw komt te vervallen. Dit volgt uit het nieuwe lid 7 van artikel 10 van de Gaswet waarin is bepaald dat de aansluittaak van de netbeheerders niet van toepassing is op het aansluiten van nieuwbouwwoningen. Ook in gebieden die door B&W zijn aangewezen als gebied waar zich een warmtenet of andere energie-infrastructuur (die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte) bevindt of gaat bevinden, is de gasaansluitplicht voortaan niet meer van toepassing. Omdat netbeheerders slechts wettelijke taken mogen uitvoeren en hun wettelijke gasaansluitplicht voor genoemde uitzonderingen komt te vervallen, betekent dit feitelijk een verbod om nieuwbouwwoningen waarvoor de vergunning is aangevraagd na 1 juli 2018 aan te sluiten op het gasnet. De Wet Vet heeft ook gevolgen voor aanvragen van omgevingsvergunningen voor nieuwbouwwoningen van na 1 juli 2018. Deze aanvragen moeten voldoen aan het Bouwbesluit 2012 en dus ook het daarin bepaalde over de energieprestatiecoëfficiënt (EPC-norm). Als de EPC-norm niet wordt gehaald zal de vergunning wegens strijd met het Bouwbesluit geweigerd moeten worden.
2.1.12 Asbestdaken 2024 Elk jaar overlijden ongeveer 1000 mensen aan de gevolgen van asbest. De overheid wil in 2040 geen nieuwe asbestslachtoffers meer. Daarom stelt de Rijksoverheid regels die het gevaar van asbest zo klein mogelijk houden. Asbestdaken raken na verloop van tijd beschadigd door weer en wind. Bijvoorbeeld na hagelschade. Vroeg of laat komt er een moment dat asbestvezels vrijkomen. Vanaf 2024 zijn asbestdaken in Nederland verboden. Dit betekent dat eigenaren van gebouwen met asbesthoudende dakbedekking deze voor die tijd moeten verwijderen. Het verbod beschermt mens en milieu tegen de gezondheidsrisico’s die blootstelling aan asbest met zich mee kan brengen. Alles op het gebied van asbest wordt uitgevoerd door de ODIJ voor de gemeente Velsen.
2.1.13 Interbestuurlijk toezicht Sinds 2014 wordt door de Provincie Noord-Holland invulling gegeven aan het interbestuurlijk toezicht op de uitvoering van het toezicht op en handhaving van onder meer de gebieden van de Wabo en ruimtelijke ordening. Vergunningverlening (in de wet wordt de term uitvoering gebruikt) is daarbij een nieuw onderdeel waarop de komende jaren het IBT gaat toetsen. Uit de beoordelingsrapportage van IBT blijkt dat de gemeente Velsen haar taken op het gebied van toezicht en handhaving omgevingsrecht niet adequaat worden uitgevoerd. Hierbij is een onderscheid te maken naar de taken die door de gemeente worden uitgevoerd (Ruimtelijke ordening en Bouw- en Woningtoezicht, hierna: RO en BWT) en de taken die, namens de gemeente, door de omgevingsdienst worden uitgevoerd (Milieu). De taken door gemeente worden niet adequaat uitgevoerd. Taken uitgevoerd door de omgevingsdienst zijn adequaat. Dit verschil komt met name doordat voor de vakgebieden RO en BWT geen actueel beleid aanwezig was. Met het opstellen van dit beleid is een start gemaakt met de verbetersuggesties van het IBT. Sommige verbetersuggesties betreffen het analyseren van gegevens over de afgelopen periode. De gemeente Velsen is de afgelopen jaren niet (of niet volledig met behulp van een (geautomatiseerd) systeem) in staat is geweest de gegevens te (re)produceren.