CConstaterende datVelsen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. MRA_Verstedelijkingsconcept EINDVERSIE

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente VelsenBij agendapunt: Verstedelijkingsstrategie MRA metropoolregio Amsterdam39.662 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Benutten van ondernemerschap en talent voor het aanjagen van open innovatie gericht op transities en andere maatschappelijke opgaven; door proeftuinen/broedplaatsen op te zetten voor toegepaste innovatie; en daarvoor het uitbouwen van een ecosysteem ecosystemen waarin bestaande sterke sectoren, zoals de digitale/ICT en creatieve sector, worden verbonden met circulair, duurzaamheid, gezondheid en sport.

Versterken van het voorzieningenniveau passend bij het hoge woon- en leefklimaat; door het realiseren van goed bereikbare multifunctionele woon-werkmilieus rondom de OV-knooppunten; en daarvoor (stapelbare en kennisintensieve) werkfuncties toe te voegen rondom OV-knooppunten voor een kwalitatieve, aantrekkelijke en levendige mix van wonen/werken/ verblijven, het uitwerken van het concept ‘Werken aan zee’ Zandvoort, en versterken Noordzeekust.

handelingsperspectieven. Daarvoor moeten op korte termijn vier onderzoeken worden uitgevoerd. Concreet gaat het om onderzoek naar het versterken van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen, naar slimme specialisatie van bestaande sectoren en clusters, naar de balans van wonen-werken-voorzieningen-bereikbaarheid, en naar het sociaaleconomische karakter van de deelregio’s. Onderwijs en arbeidsmarkt vraagstukken spelen in al deze verkenningen een rol. Op basis hiervan kan een samenhangende uitvoeringsstrategie worden opgesteld.

Sturing en regie op toeristische druk Spreiden van de druk, om de groei evenwichtiger te verdelen en de leefkwaliteit te beschermen, gaat ook over het toerisme in de MRA. Door samen te blijven werken en de grote diversiteit in de MRA te benutten, kunnen we de bezoekersstromen spreiden over een groter aantal bestemmingen. Daarbij zoeken we steeds naar balans tussen de belangen en behoeftes van bewoners, bezoekers en bedrijven. Landelijk wordt gezocht naar vormen van sturing en regie die recht doen aan de druk op de belangrijke toeristische bestemmingen en hun draagkracht. De MRA met haar internationaal bekende en attractieve bestemmingen wil daarbij een belangrijke rol spelen en werkt daarom aan een actuele, datagedreven strategie voor toerisme en recreatie. Die heeft raakvlakken met bijvoorbeeld het beleid voor mobiliteit, duurzaamheid en werkgelegenheid (de sector levert veel banen op, juist ook voor praktisch geschoolde mensen).

Grotere kansengelijkheid De evenwichtige verdeling van de groei over de regio heeft onder meer de bedoeling om de kansengelijkheid te bevorderen. We willen de opkomende segregatie ermee doorbreken. Daaruit volgt de opgave om overal in de regio betaalbaar te bouwen, in kwetsbare wijken te

•

In MRA-Noord: het bedienen van de woonvraag

•

In de nabijheid van Schiphol: het betaalbaar

werken aan functiemenging, de nabijheid en betaalbare

van de vergrijzende bevolking (ten behoeve van

aanbieden van nieuwe woningen voor starters en

bereikbaarheid van dagelijkse voorzieningen en te zorgen

de doorstroming), lokale starters en vestigers in

doorstromers uit de betreffende gebieden, onder wie

voor voldoende en passende werkgelegenheid, vervoers-

de MRA met een kleinere beurs; en het versterken

doorstromende ouderen, en nieuwe doelgroepen van

en energiearmoede tegen te gaan en de gezondheid van

van kwetsbare wijken. Daarnaast het optimaal

starters en praktisch en middenopgeleiden.

de leefomgeving in kwetsbare wijken te bevorderen.

benutten van de betaalbaarheid van het wonen in

Onder de huidige marktomstandigheden gaat het

de MRA-Noord, waarbij het in verhouding tot de

Stedelijke vernieuwing en beheer

tegengaan van segregatie en het zorgen voor voldoende

bevolkingsgroei minimaal op peil houden en dus

De ambitie is dat zittende bewoners per saldo baat

menging niet vanzelf. Het vergt voortdurende en

laten meegroeien van het aantal bereisbare banen

hebben bij de bouwopgave en verdichting. In de

vergaande interventies op de woningmarkt om ook

boven het IJ en Noordzeekanaalgebied belangrijk is.

periode tot 2030 landt een deel van de binnenstedelijke

In Flevoland: behoud van betaalbare ruim opgezette

bouwopgave in stedelijke vernieuwingsgebieden. Hier

deelregio’s van de MRA. In alle gebieden moet om

woonmilieus en de zorg dat de nieuwbouwopgave

wordt verdichting ingezet als deel van een integrale

verschillende redenen voldoende betaalbare voorraad

niet ten koste gaat van bestaande wijken waar sociale

gebiedsgerichte aanpak die de leefbaarheid in deze

beschikbaar zijn:

lage en middeninkomens blijvend te binden aan alle

•

•

problematiek speelt of op de loer ligt. Daarnaast het

wijken en de sociaaleconomische positie van de

In de kernagglomeratie: het behoud van voldoende

optimaal benutten van de betaalbaarheid van het

huidige bewoners versterkt. Dat vraagt om woningen in

betaalbare woningen voor vestigers en jonge

wonen in Flevoland, waarbij het in verhouding tot

verschillende woonsegmenten, voorzieningen en ruimte

starters, met name met een middelbare of praktische

de bevolkingsgroei minimaal op peil houden en dus

voor lokaal ondernemerschap.

opleiding (die andere woonwensen hebben dan

laten meegroeien van het aantal bereisbare banen in

hoogopgeleide starters).

Flevoland belangrijk is.

44

Brede aanpak stedelijke vernieuwing en kansengelijkheid

Het kabinet heeft zijn koers voor de ontwikkeling van de

de stedelijke vernieuwing, binnen het Programma

Leefkwaliteit Schiphol in relatie tot verstedelijking in de MRA

Leefbaarheid en Veiligheid: Amsterdam Zuidoost,

In een groot deel van de MRA, in het bijzonder

‘Verantwoord vliegen naar 2050’. Hierin is onder meer

Amsterdam Nieuw-West, Lelystad Oost en Zaandam

in Amstelland-Meerlanden, heeft de

opgenomen dat er ruimte voor groei van de luchtvaart

Oost. Voor deze gebieden werkt het Rijk samen met

ontwikkeling van Schiphol grote invloed op de

kan ontstaan, als door innovatie en vlootvernieuwing

decentrale overheden en maatschappelijke partners

verstedelijkingsmogelijkheden ten behoeve van de

de negatieve effecten van de luchtvaart op het klimaat

(zoals scholen, bedrijven, politie en woningcorporaties)

meerkernige ontwikkeling in een gezonde, veilige en

en de leefomgeving aantoonbaar zijn verminderd. ‘Van

aan een langjarige maatwerkaanpak per gebied.

aantrekkelijke leefomgeving.

ongeclausuleerde groei kan niet langer sprake zijn’.

In vier gebieden werken Rijk en regio samen aan

luchtvaart uiteengezet in de Luchtvaartnota 2020-2050

Een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving door

Ook in andere wijken en buurten met een stedelijke vernieuwingsopgave kan vanuit het Programma

Schiphol is een economische motor voor Nederland en

het verminderen van de negatieve effecten van de

Leefbaarheid en Veiligheid een bijdrage worden geleverd

de regio in het bijzonder. Direct en indirect zijn 114.000

luchtvaart op mens en natuur is een belangrijk doel

met kennis, expertise en het stimuleren van doorbraken.

banen met de aanwezigheid van Schiphol gemoeid.

in de Luchtvaartnota. Daarbij wordt gesteld dat het

De toegevoegde waarde die hiermee samenhangt

verminderen van het aantal nachtvluchten op Schiphol

De bouwopgave wordt ook ingezet als vliegwiel

bedraagt € 10,4 miljard. Tegelijkertijd beïnvloedt de

mede afhankelijk is van (het besluit over) de opening en

voor een gezamenlijke inzet op het verminderen

luchtvaart de leefkwaliteit in de omgeving en draagt

ontwikkeling van Lelystad Airport en de substitutie van

energiearmoede in delen van kwetsbare wijken waar dit

het in gemeenten in de Schipholregio in grote mate

vliegverkeer door treinen.5

speelt. Dit om maatschappelijke kosten als gevolg van

bij aan de relatief ongezonde leefomgeving rond

gezondheidsproblematiek of andere sociaaleconomische

Schiphol (zie de analyse van het RIVM op pagina 29 ).

De regio heeft te maken met grote opgaven op het

problematiek ten gevolge van de slechte staat van de

De luchthaven legt daarnaast een claim op de ruimte

gebied van woningbouw, economie, mobiliteit, klimaat,

woningvoorraad verminderen.

in de omgeving, door beperkingen die gelden voor

energietransitie en groen. Dat vraagt op de eerste plaats

de ontwikkelingsmogelijkheden van andere functies

om een brede belangenafweging en een zorgvuldige

Een specifieke opgave ligt in de voormalige groeikernen,

vanwege de geluid- en risicobelasting door de luchtvaart.

toedeling van functies aan de schaarse ruimte. De

waar grote delen van de stad gelijktijdig verouderen.

Tot slot beïnvloedt de aanwezigheid van Schiphol ook de

luchthaven is van waarde voor Nederland en voor de

Dat gaat om Lelystad, Almere, Purmerend en

mogelijkheden om het areaal verrommeld glas (zo’n 800

regio, net zoals woningbouw van waarde is voor het

Haarlemmermeer. Voor deze relatief jonge steden zijn

hectare) te transformeren. Vanwege de beperkingen voor

versterken van het vestigingsklimaat en als bijdrage aan

nieuwe, preventieve vormen van beheer nodig. Die

woningbouw en andere geluidgevoelige en kwetsbare

de bouwopgave. De luchtvaart is in beweging, net zoals

moeten ervoor zorgen dat problemen op fysiek en sociaal

functies is het moeilijk om hiervoor een sluitende

ontwikkelingen op de grond. Uitgangspunt is het principe

terrein, verbonden aan de typische leeftijdsopbouw

businesscase te formuleren. Een knelpunt dat zich

van wederkerigheid tussen ‘de lucht’ en ‘de grond’: de

van de bevolking en het eigen karakter van deze wijken,

voortsleept, waardoor de gebieden verder verpauperen,

luchtvaart houdt rekening met het ruimtegebruik op de

vroegtijdig worden gesignaleerd en aangepakt.

met negatieve gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit en

grond en vice versa.

leefkwaliteit.

5

Kamerbrief 26 juni 2020: “Een eerste stap naar 29.000 nachtvluchten legt het kabinet vast in het komende Luchthavenverkeersbesluit (LVB1). Het gaat hierbij om een evenredige bijdrage. De

stapsgewijze vermindering naar 27.000 en 25.000 zal nader worden uitgewerkt en vastgelegd in regelgeving. Deze laatste stappen zijn mede afhankelijk van voorwaarden zoals de opening van Lelystad Airport en substitutie door treinverkeer op bestemmingen zoals Brussel en Düsseldorf.”

46

Over het langdurig openhouden van planologische reserveringen, zoals die voor de parallelle Kaagbaan, heeft de BRS al een standpunt ingenomen. 6 Over het continueren van de reservering voor een parallelle Kaagbaan wordt in 2021/2022 van Rijkswege een besluit genomen. Ook luchtkwaliteit is een belangrijk aandachtspunt. Dit jaar komen onderzoeksresultaten van het RIVM gereed over de gezondheidseffecten van ultrafijn stof in deze regio, en zal de Gezondheidsraad een advies uitbrengen hierover. Vervolgens kan besloten worden over de beleidsvertaling van de onderzoeksresultaten. Verkend wordt of met maatwerk en een zorgvuldige belangenafweging meer ontwikkelingsruimte mogelijk kan worden gemaakt dan op dit moment, binnen de randvoorwaarden van veiligheid en gezondheid. Dat geldt in het bijzonder voor de directe omgeving van Schiphol (zie paragraaf 4.6 over de Zuidflank).

6

In reactie op de ontwerp Luchtvaartnota hebben de leden

van de BRS (Bestuurlijke Regie Schiphol) als volgt gereageerd op de voorgestelde verlenging van de reservering voor de parallelle Kaagbaan: “Er ligt al jaren een planologische reservering voor de Tweede Kaagbaan. Ook nu schuift de besluitvorming hierover weer door. Deze ruimtelijke reservering gaat ten koste van ontwikkelingen op de grond, zoals het verzorgen van een robuust energiesysteem

afbeelding 11

waar in de Schipholregio veel urgentie voor is. Het nodeloos overeind

Leefkwaliteit Schiphol in relatie tot verstedelijking

houden van een ruimtelijke reservering is ruimtelijk suboptimaal.”

47

3.2

Groenblauw netwerk in en om de stad

De grote variatie aan waardevolle landschappen draagt

Integendeel: landschappelijke structuren zetten zich

het aaneengesloten groenblauwe netwerk van de MRA,

door in de stad, soms verscholen en soms uitgesproken.

dat zich doorzet tot diep in de stedelijke gebieden. Een

Die samenhang wordt versterkt door de noodzaak

hoge en toekomstbestendige kwaliteit van dit netwerk

om de regio klimaatadaptief en natuurinclusief in te

is een onmisbaar element in de gezonde, veilige en

richten. Factoren als de bodemsoort en -kwaliteit, de

aantrekkelijke leefomgeving die we nastreven.

hoogteligging en de watervoorziening zijn richtinggevend bij keuzes voor het ruimtegebruik, zowel in een stedelijke

Sterke steden kunnen niet zonder sterk landschap.

als in een landelijke omgeving. Er ligt een nauwe relatie

Een sterk landschap draagt bij aan de identiteit van het

met de ontwikkeling van het watersysteem.

gebied, is een drager van cultuurhistorische waarden, biedt ontspanning en is productief (als landbouwareaal

Bij de ontwikkeling van het groenblauwe netwerk is

en als leverancier van groenblauwe diensten zoals

steeds het uitgangspunt dat functionele ingrepen in

schone lucht, drinkwater, waterbuffering, verkoeling,

het landschap ook de beleving vergroten, en andersom,

energie en biodiversiteit). De variatie in samenhangende

dat ingrepen die de landschappelijke beleving moeten

landschappelijke eenheden is een unieke,

vergroten ook andere doelen dienen. We maken daarbij

onderscheidende kwaliteit. De metropoolregio beschikt

onderscheid in vijf pijlers:

over cultuur- en natuurlandschappen, oude en nieuwe

1.

landschappen, en natte landschappen in de vorm van het

Koesteren van en een kwaliteitsimpuls voor landschappen met bijzondere waarden (agrarisch,

IJmeer-Markermeer en de Noordzeekust. De kwaliteit en

cultuurhistorisch, ecologisch),

het functioneren van deze landschappen staat in nauw

2.

Landschappelijke versterking,

verband met de landschappelijke waarden en structuren

3.

Aanleg van groene zones,

in de gebieden rondom de MRA.

4.

Landschaps- en natuurinclusieve verstedelijking,

5.

Uitbouwen van een MRA-dekkende recreatieve

Hoewel in het spraakgebruik vaak een onderscheid wordt

structuur.

gemaakt tussen stad en land, is die grens niet zo hard.

48

Groenblauw netwerk in en om de stad Verstedelijkingsconcept 2050

N N

schaal 1:100.000

schaal 1:100.000 0 5.000 0

10.000

5.000

15.000

20.000

10.000

15.000

20.000

Landschappen met bijzondere waarden: koesteren en kwaliteitsimpuls

en ook daarna vraagt dit netwerk inspanningen voor

van 2021 ontstaan door uitbreiding van het bestaande

beheer en verbetering. Dat geldt in het bijzonder voor de

werelderfgoed Stelling van Amsterdam met de Nieuwe

Een aantal gebieden binnen de MRA heeft bijzondere

instandhoudingsverplichting in Natura 2000-gebieden.

Hollandse Waterlinie. Andere landschappen met

natuur- of erfgoedwaarden of een belangrijke functie

Zo gaat de agenda voor het ‘Toekomstbestendig

bijzondere cultuurhistorische waarden zijn in Noord-

als recreatiegebied. Het zijn gebieden om te koesteren,

Ecologisch Systeem’ in en om Markermeer en IJmeer veel

Holland de ‘bijzondere provinciale landschappen’.

maar die in sommige gevallen wel om een kwaliteitsimpuls

verder dan 2027. In beide Nationale Parken in de MRA,

vragen. De landschappelijke waarden vragen aandacht

Zuid-Kennemerland en Nieuw Land, is de ambitie om een

Ook de open en weidse landbouwgebieden zijn een

en onderhoud, willen we ze op de lange duur kunnen

ecologische en recreatieve bufferzone rond de Natura

belangrijk onderdeel van de cultuur en de historie van

handhaven en versterken.

2000-gebieden te realiseren, in lijn met het programma

de regio, maar deze zijn niet altijd beschermd. Deze

Nationale Parken Nieuwe Stijl van het ministerie van LNV.

karakteristieke landschappen zijn afhankelijk van het agrarische grondgebruik. Goede landbouwgronden

De grootste concentraties van natuurwaarden zijn te vinden in de gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk

Erfgoedwaarden zijn in het bijzonder aanwezig in

blijven noodzakelijk voor de voedselvoorziening en ook

Nederland, waaronder de natuurgebieden die vallen

de drie Unesco-werelderfgoederen in de MRA.

voor de transitieopgave naar kringlooplandbouw, de

onder het beschermde Europese netwerk Natura

Naast de grachtengordel van Amsterdam zijn dat de

productie van duurzaam streekvoedsel en het verkorten

2000. De komende jaren zijn nog veel inspanningen

landschappelijke werelderfgoederen van de Beemster

van de voedselketen. Bij afwegingen over ruimteclaims

nodig om het Natuurnetwerk Nederland af te ronden,

en de Hollandse Waterlinies. De laatste is in de zomer

in het landschap moet het behoud van goede landbouwgronden daarom altijd een criterium zijn.8

Behoud agrarische gronden voor kringlooplandbouw

Landschappelijke versterking

Onder de noemer ‘kringlooplandbouw’ vallen vormen van landbouw met een duurzaam beheer van de bodem (waardoor

Het landschap is voortdurend in beweging en in een

de agrarische productiefunctie op lange termijn behouden blijft), waarbij zo min mogelijk afval vrijkomt, de uitstoot van

aantal gebieden kondigt de verandering zich al aan.

schadelijke stoffen (zoals stikstof) zo klein mogelijk is en grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen

Het zijn de gebieden waarmee we aan de slag zijn

worden benut. Kringlooplandbouw is ook een natuur- en landschapsinclusieve landbouw die bijdraagt aan het behoud en

of aan de slag moeten. Dat gaat lang niet alleen om

vergroten van de biodiversiteit in zowel het agrarisch gebied zelf als natuurgebieden in de omgeving. De landbouw binnen

verstedelijking in de beperkte zin van het woord: de bouw

de MRA biedt ook oplossingen om CO2 op te slaan en vast te houden, door het beheer van de bodem en gewaskeuze daar

van stedelijke en industriële functies en infrastructuur.

meer op te richten.

In veel landschappen wordt de ontwikkeling aangejaagd door een andere factor. Dat kan de behoefte aan

Voorwaarde voor de transitie naar kringlooplandbouw is dat er voldoende goede landbouwgrond beschikbaar is, waarbij er

gezondheidsbevordering zijn, bijvoorbeeld in gebieden

per productie-eenheid meer grond nodig zal zijn.

met tekorten aan groen in de woonomgeving of direct bij de kernen (zoals in de Haarlemmermeer en de

In de MRA worden proeftuinen voor kringlooplandbouw ingericht – Laag Holland, de Amstelscheg en Flevoland komen

Westeinderscheg). Rond kwetsbare natuurgebieden kan

daar bijvoorbeeld voor in aanmerking. In Lelystad is in samenwerking met het ministerie van LNV de Boerderij van de

ook de opvang of regulering van groeiende recreatieve

Toekomst opgezet. Daarnaast is Flevoland een van de vijf experimenteergebieden voor kringlooplandbouw in Nederland.

druk een aanleiding zijn en ook natuurontwikkeling

8

De Tweede Kamer heeft in september 2021 een motie aangenomen die de regering vraagt om te onderzoeken hoe met oog voor de ruimteclaims voor onder andere woningbouw en energie,

hoogwaardige landbouwgronden in Nederland beschermd kunnen worden (motie Boswijk c.s. kamerstuk 33037-391),

50

geeft kans op landschappelijke versterking. In de Zuidflank is de noodzakelijke sanering van verouderde glastuinbouwgebieden een directe aanleiding. Het kan ook om duurzaamheidsambities gaan, zoals het beperken van de bodemdaling of de aanleg van nieuwe bossen. Het Rijk en de twaalf provincies hebben zich voorgenomen om 37.000 hectare nieuw bos aan te planten. Het vasthouden van CO2 en het vergroten van

Biodiversiteit vergroten, ook buiten natuurgebieden In het nationale Programma Natuur wordt het begrip ‘basiskwaliteit natuur’ gehanteerd, als tweede spoor naast het verbeteren van de ecologische kwaliteit van het Natuurnetwerk Nederland (door maatregelen binnen en buiten dat netwerk). De Basiskwaliteit Natuur is een instrument om biodiversiteit buiten natuurgebieden te versterken. Het is gericht op een natuurinclusieve ruimtelijke inrichting bij verstedelijking, infrastructuur, industrie en de energietransitie, dus in de gehele samenleving. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat al voorafgaand aan investeringen in woningbouw, economische projecten of infrastructuur maatregelen genomen worden om het ecologische systeem te versterken, ook als de instandhouding van de ecologische kwaliteit in Natura 2000-gebieden daar niet toe verplicht.

de biodiversiteit behoren tot de beweegredenen achter deze nationale Bossenstrategie, net als de functie voor de recreatie, de bijdrage aan de klimaatadaptiviteit en

kunnen, afhankelijk van de inrichting, deels samenvallen

Om ervoor te zorgen dat deze ‘groene zones’ aan

de productie van hout als duurzaam en hoogwaardig

met andere functies in deze gebieden zoals landbouw,

meerdere ambities tegelijk bijdragen (bijvoorbeeld op

bouwmateriaal. Een deel van de 37.000 hectare kan goed

natuur, recreatie en energie.

het gebied van gezondheid, klimaatadaptatie, erfgoed en biodiversiteit) is menging van functies een uitgangspunt

in de MRA worden aangelegd, in landschapstypen die zich daarvoor lenen en waar bossen kunnen helpen om

Meer in het algemeen is in één gebied vaak meer dan

(zoals natuur, landbouw, waterbuffering, en recreatie).

andere opgaven aan te pakken. Zo wordt in Flevoland

één opgave aan de orde. Ambitie bij de landschappelijke

De verhouding tussen deze functies verschilt per zone.

1700 hectare bos bij de nieuwe woningbouwlocaties

versterking is dat functionele ingrepen in het landschap

Verbindingen lopen over land en over water en vaak

aangeplant en kunnen ook PARK21 en de

steeds ook de beleving vergroten en bijdragen aan de

ook langs oevers en dijken. Als ze historische lijnen of

Westeinderscheg mogelijkheden bieden.

toegankelijkheid, en andersom, dat ingrepen om de

structuren volgen, zoals het Oer-IJ of de Stelling van

landschappelijke beleving te vergroten ook andere doelen

Amsterdam, ondersteunen ze ook de cultuurhistorische

dienen.

waarde van het landschap. Veel verbindingen moeten

De noodzaak om tot een waterrobuuste, klimaatadaptieve inrichting te komen, kan landschappelijke versterking

worden verbeterd om goed te functioneren. Ze hebben

verdroging (zoals de Heuvelrug) of verzilting

Groene zones: landschappelijke verbindingen

(zoals de droogmakerijen). De noodzaak voor

Eigen aan de MRA is niet alleen de diversiteit aan

grote infrastructuur. Hetzelfde geldt voor ecologische

grootschalige tijdelijke piekwaterbuffering vanuit

landschappen, maar ook het aaneengesloten karakter

verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland.

het hoofdwatersysteem kan ook een aanleiding zijn.

ervan. De steden en dorpen liggen in het landschap –

Sommige moeten nog worden aangelegd. Andere

Zoekgebieden daarvoor liggen in het Oer-IJ en bij de

daarin onderscheidt de MRA zich van de meeste andere

zijn kwetsbaar, bijvoorbeeld op plekken waar ze grote

Gooi en Vechtstreek. Vanwege de klimaatverandering

metropolitane gebieden in de wereld. Juist omdat de

infrastructuur kruisen.

is tijdelijke piekwaterbuffering in deze gebieden

landschappen verbonden zijn, kunnen ze hun bijdrage

noodzakelijk voor de waterveiligheid van de MRA

leveren aan de leefkwaliteit, de menselijke maat en de

als geheel. Ze vormen een aanvulling op het nieuwe

biodiversiteit in de MRA. Dat maakt de landschappelijke

Landschaps- en natuurinclusieve verstedelijking

noodoverloopgebied in De Ronde Hoep en de tijdelijke

verbindingen belangrijk, ook buiten de ecologische

De groei in de MRA brengt ook ingrepen met zich mee

waterberging in de zuidpunt van Haarlemmermeer,

verbindingen die zijn opgenomen in het Natuurnetwerk

die zich moeilijk laten combineren met de beleving

waartoe al besloten is. Tijdelijke piekwaterbufferlocaties

Nederland.

van het landschap, een belangrijk aspect van een

aanjagen in gebieden die te maken hebben met

niet altijd een inrichting die bij de verbindende functie past en er moeten barrières worden genomen, vooral van

51

gezonde leefomgeving. Die spanning bestaat vooral

in de stad naar stadsparken en via aantrekkelijke

gebieden rondom de natuurkernen van Nationale

bij nieuwe verkeersinfrastructuur en uitbreidingen van

stad-landverbindingen naar het buitengebied.

Parken Zuid-Kennemerland en Nieuw Land, die de

het energienetwerk (zoals leidingen en opwekking)

Cultuurhistorische structuren spelen hier een belangrijke

natuur beleefbaar en toegankelijk moeten maken

en bij bedrijventerreinen en nieuwe woonwijken. Het

rol in, zoals rivieren, waterlopen en dijken. Onderdelen zijn

zonder de ecologische waarde van de natuurkernen

ontwikkelprincipe van een ‘landschapsinclusieve

zowel landschapsparken7 als goede routestructuren en

zelf aan te tasten. Bij het doorontwikkelen vragen

ontwikkeling’ betekent dat als voor zo’n ingreep wordt

spreiding van bestemmingen. Om te komen tot een MRA-

vooral stadsranden en groene verbindingen in de

gekozen, de landschappelijke kwaliteit deel uitmaakt

dekkende recreatieve structuur van goede kwaliteit, die

stad aandacht, zeker daar waar de recreatieve druk

van de afweging en zo mogelijk geïntegreerd wordt in de

berekend is op de verwachte bevolkingsgroei en toename

hoog is of waar sprake is van relatief veel bewoners

oplossing. Dat gaat verder dan een zorgvuldige inpassing;

van de gebruiksdruk van de MRA, is een schaalsprong

met een kwetsbare gezondheid en waar kwalitatief

het betekent ook dat parallel of anticiperend wordt

nodig in het recreatieve netwerk. Dat vraagt om een

groen schaars is en recreatief groen buiten de

geïnvesteerd in compensatie van de verloren gegane

drievoudige aanpak:

bebouwde kom slecht bereikbaar is. Onderdeel van

waarden, op of direct rondom de locatie of het tracé.

1.

Versterking van de bestaande recreatieve

het ‘doorontwikkelen’ is ook het op orde houden

structuur (waar deze sleets is en/of schakels

dan wel verbeteren van de bereikbaarheid. Sommige

Ruimtedruk van infrastructuur en/of stedelijke en

mist). Verantwoordelijkheden voor recreatieve

gebieden kennen een hoge recreatiedruk en het

economische functies kan leiden tot keuzesituaties die

voorzieningen die niet onder een recreatieschap

verkeer erheen zorgt op topdagen voor congestie.

zich niet of niet eenvoudig met het ontwikkelprincipe van

vallen, zijn versnipperd over een groot aantal

Om de bereikbaarheid per openbaar vervoer te

een landschapsinclusieve ontwikkeling laten oplossen.

organisaties en een adequaat en helder financieel

verbeteren, wordt het concept van de ‘buitenpoorten’

Op locaties waar infrastructuur en/of stedelijke en

kader ontbreekt. Deze situatie leidt tot achterstanden

doorontwikkeld. Dit zijn halteplaatsen die direct

economische ontwikkeling noodzakelijk wordt bevonden,

in het beheer en ontbrekende schakels in

toegang bieden tot recreatie- en natuurgebieden.

en landschappelijke waarden daar niet zonder netto

het netwerk. Aanleg van nieuwe gebieden en

De eerste pilot is afgerond (Santpoort-Noord) en vier

kwaliteitsverlies in geïntegreerd kunnen worden, krijgt het

verbindingen vermindert de recreatieve druk op

nieuwe potentiële buitenpoorten worden onderzocht

ontwikkel- en inrichtingsprincipe van een ‘ruimhartige

kwetsbare natuurgebieden. De opgave is niet alleen

(Bussum-Zuid, Wormerveer, Haarlem-Spaarnwoude

compensatie’ invulling op grotere afstand. Dat laat de

om deze knelpunten in de huidige recreatieve

noodzaak van een goede landschappelijke inpassing

structuur te verhelpen, maar ook om toe te werken

onverlet.

Uitbouwen van een MRA-dekkende recreatieve structuur

2.

en Castricum). 3.

Het anticiperen op de toekomstige groei en

naar een beter systeem om het beheer te bekostigen.

de recreatieve behoefte van de bewoners.

Het doorontwikkelen van de bestaande recreatieve

Hierin hebben de gebieden die hierboven zijn

structuur. Dit behelst onder meer de lopende

benoemd voor ‘landschappelijke versterking’ en

ontwikkeling van landschapsparken (zoals PARK21

‘landschappelijke verbindingen’ een belangrijke rol.

Aan de basis van de landschapsbeleving staat een uit

in Haarlemmermeer en de Noorder IJplas tussen

Hier liggen de beste kansen om de aantrekkelijkheid

te bouwen MRA-dekkende recreatieve structuur. Die

Amsterdam en Zaandam), de doorontwikkeling

en capaciteit voor recreatief bezoek te vergroten,

begint idealiter bij de voordeur, loopt via groenzones

van Spaarnwoude en de lopende ontwikkeling van

respectievelijk het recreatieve netwerk uit te breiden.

7

Onder een landschapspark verstaan we een deel van het natuur- of cultuurlandschap, gelegen direct binnen de stedelijke invloedssfeer, waar specifieke voorzieningen zijn getroffen voor openbare

openluchtrecreatie en hoge recreatieve gebruiksdruk. Landschapsparken hebben een flinke maat en schaal, ze zijn groter dan parken in het stedelijk gebied en kleiner dan de oorspronkelijke landschappelijke eenheden. Door deze maat is er veel ruimte om recreatieve, productieve, cultuurhistorische en ecologische waarden te verenigen. Het zijn dan ook vaak rijk gevarieerde gebieden (denk aan het Twiske, het Amsterdamse Bos, de Tuinen van West, het Diemerbos en Spaarnwoude).

52

3.3

Systemen voor de toekomst Keuzes voor de meerkernige ontwikkeling en het groenblauwe netwerk hangen nauw samen met de ontwikkeling van de belangrijkste ‘systemen’: die voor water, ecologie, mobiliteit en energie. Uit deze systemen volgen voorwaarden voor de ruimtelijke ontwikkeling en andersom zullen de systemen op sommige punten moeten worden aangepast aan ruimtelijke ontwikkelingen. Eigen aan al deze vier MRA-systemen is dat ze deel uitmaken van nationale en internationale systemen. Keuzes voor de MRA kunnen niet los worden gezien van de (inter)nationale context. Dat maakt samenwerking tussen Rijk en regio tot een voorwaarde.

53

Watersysteem Meerkernige Metropool en klimaatadaptatie

Ontwikkelrichting 2050 Ontwikkelrichting 2050

N N

schaal 1:100.000

schaal 1:100.000 0 5.000 0

10.000

5.000

15.000

20.000

10.000

15.000

20.000

Watersysteem

betere waterkwaliteit. Ook de druk op waterkeringen

2.

De beschikbaarheid van water sturender te laten

neemt toe, door uitbreidingen van woningbouw en

zijn voor de situering van functies die afhankelijk

Waterrobuuste ontwikkeling

bedrijvigheid, door de klimaatverandering en door keuzes

zijn van veel water en kwetsbaar zijn in periodes van

Tot dusver slagen we er doorgaans in om het

in waterbeschikbaarheid (bijvoorbeeld peilopzet).

droogte, zoals bedrijven die veel koel- of proceswater

watersysteem met technische middelen aan te passen

gebruiken, maar ook agrarische bedrijvigheid en

aan het bestaande of gewenste grondgebruik, verzekerd

Betere wisselwerking tussen ruimtegebruik en

natuur. Dat vraagt ook om zo mogelijk technieken toe

te blijven van voldoende zoetwater, én watersnood en

watersysteem

te passen die de afhankelijkheid van water inperken,

substantiële wateroverlast te voorkomen. Maar de druk

Het watersysteem zit aan zijn limiet. Er is meer ruimte

zoals voor de koeling van datacenters. Zoetwater is

op het watersysteem loopt op. Klimaatverandering

nodig voor een natuurlijk waterbeheer, naast het

niet onbeperkt beschikbaar. Bij ernstige tekorten

vraagt een klimaatadaptieve en waterrobuuste

technische watermanagement, op alle schaalniveaus –

wordt het beschikbare zoete oppervlaktewater

ruimtelijke inrichting. Naast de klimaatverandering

van de straat tot het nationale watersysteem. Dat vraagt

verdeeld volgens de landelijke verdringingsreeks.

zorgen ook ruimtelijk-economische ontwikkelingen voor

om een betere wisselwerking tussen ruimtegebruik en

Het gebruik van drinkwater is geen alternatief voor

toenemende druk op het watersysteem. Stedelijke en

watersysteem door:

functies die deze waterkwaliteit niet per se nodig

economische ontwikkeling hebben een toenemende

1.

De bekende drieslag in het waterbeleid van

hebben. Water van drinkwaterkwaliteit is schaars en

vraag naar water tot gevolg, waar niet voor alle doeleinden

vasthouden, bergen en afvoeren strikter toe te

wordt alleen gebruikt als dat noodzakelijk is of als er

zonder meer in voorzien kan worden. Het beïnvloedt

passen. Waarbij meer dan in het verleden de grootste

geen alternatief voorhanden is.

ook de belasting van het watersysteem, bijvoorbeeld

nadruk ligt op vasthouden, vasthouden en nog

doordat extra verharding bij extreme buien leidt tot

eens vasthouden, in groen, op alle schalen en in

de gevolgen van wateroverlast door regen, mogelijke

een grotere waterafvoer en doordat meer afvalstoffen

alle gebieden. Op daken en percelen, in straten en

overstromingen en zeespiegelstijging zoveel mogelijk

in het watersysteem terecht komen. Dit vergroot de

wijken, lokaal in sloten en polders, in het regionale

beperkt blijven. Vitale en kwetsbare functies worden

opgaves om wateroverlast, watertekort en verzilting

watersysteem en aan en in het hoofdwatersysteem.

bij voorkeur niet op plekken ontwikkeld waar sprake

3.

Nieuwe ontwikkelingen zodanig vorm te geven dat

tegen te gaan en om te werken aan een structureel

afbeelding 12 - Klimaatrisico, tijdshorizon en levensduur (uit Resilience by Design)

55

is van een hoog plaatselijk risico, ofwel worden

Investeringen in het hoofdwatersysteem

IJmeer voor de piekwaterberging en als buffer voor

voldoende robuust aangelegd. Bij ontwikkelingen

De noodzaak van een klimaatadaptieve ontwikkeling

waterbeschikbaarheid dan nu voorzien (ten behoeve

in kwetsbare gebieden is voldoende aandacht voor

werkt door in de voorwaarden voor meerkernige

van zoetwater- en drinkwatervoorziening, mogelijk ook

calamiteitenbeheersing, bijvoorbeeld door rekening

ontwikkeling en de stedelijke inrichting, en in de

voor Gooi en Vechtstreek). Dit vraagt om een grotere

te houden met evacuatieroutes en bereikbare veilige

ontwikkeling van het groenblauwe netwerk. Op een

aan- en afvoercapaciteit richting het Markermeer,

plekken in de buurt. Bij nieuwbouw is dat relatief

aantal punten is onderzoek nodig naar investeringen in

waarvoor de gemaalcapaciteit bij omgeving Muiden en

eenvoudig, in bestaande woon- en werkgebieden

het hoofdwatersysteem voor het vasthouden, bergen en

Amsterdam-Rijnkanaal vergroot zou moeten worden. Bij

is dat uitdagender. Toch moeten ook die aangepakt

afvoeren van water.

deze actie moeten ook de ruimtelijke en economische

worden. Een oplossing is om bestaand stedelijk

consequenties, de doorwerking en effecten op de

gebied en nieuwe ontwikkelingen in samenhang aan

Zo is onderzoek nodig naar de mogelijkheden om het

aangrenzende watersystemen en de infrastructuur (zoals

te pakken.

huidige hoofdwatersysteem in te zetten voor het tijdelijk

doorvaarhoogten) in beeld worden gebracht. Ook moet

vasthouden van water, als mogelijk noodzakelijke

onderzoek worden gedaan naar de mogelijkheden voor

Met name in landelijk gebied kunnen de effecten van

aanvulling op het vasthouden van water in de bebouwde

een grotere en efficiënte aan- en afvoercapaciteit voor

klimaatverandering ook tot gevolg hebben dat het huidige

gebieden, polders en regionale watersystemen en het

het watersysteem. Naast de aan- en afvoercapaciteit op

grondgebruik niet meer houdbaar is, bijvoorbeeld in tijden

tijdelijk bergen van water in piekwaterbufferingsgebieden

het Markermeer gaat dat om de aan- en afvoercapaciteit

van droogte. Dat kan aanpassing van het grondgebruik

aan het hoofdwatersysteem (waarvoor zoekgebieden zijn

van en naar de Lek en de mogelijkheden om meer water

en/of functieverandering tot gevolg hebben.

geïdentificeerd in het Oer-IJ en het Vechtplassengebied).

naar zee te kunnen afvoeren via de gemalen in IJmuiden

Daarnaast kan gedacht worden aan het benutten

en Katwijk. Dit wordt uitgewerkt in het programma

De komende jaren werken we aan een integrale

van de ruimte in het Amsterdam-Rijnkanaal en het

‘Toekomstbestendig Watersysteem Amsterdam-

systeemuitwerking voor een robuuste en

Noordzeekanaal (via het incidenteel accepteren

Rijnkanaal/Noordzeekanaal’ en het Deltaprogramma

klimaatbestendige regio, die moet bijdragen aan een

van hogere peilen bij een dreigende calamiteit),

IJsselmeergebied.

betere wisselwerking tussen het watersysteem en

en een grotere functie van het Markermeer en

de ruimtelijke inrichting. In deze systeemuitwerking zal ook gekeken worden naar de effecten van de zeespiegelstijging en klimaatverandering op locatiekeuzes, naar hoe de verschillende toekomstscenario’s (adaptatiepaden) in de ruimtelijke inrichting opengehouden kunnen worden, en naar de afweging welke gebruiksfuncties op lange termijn nog kunnen worden gefaciliteerd. Daarnaast geeft deze systeemuitwerking aan hoe en waar de ruimtelijke planning rekening moet houden met ruimte voor vasthouden, bergen en afvoeren van water.

Verzilting via het Noordzeekanaal De waterkwaliteit van het Noordzeekanaal wordt beïnvloed door indringing van zout water via de zeesluizen. De toenemende droogte kan het zoutgehalte verder doen toenemen. Enige mate van verzilting is geen bezwaar en zelfs wenselijk voor natuurwaarden langs de oevers. Te veel verzilting is echter schadelijk voor de landbouw, de natuur en de industrie (die het water gebruikt als koel- en/of proceswater), en het bemoeilijkt de drinkwaterproductie. Om een teveel aan zoutwatertoevoer te voorkomen, wordt bij de zeesluizen een constructie gebouwd voor ‘selectieve onttrekking’, waardoor een deel van het zoute water weer terugstroomt naar zee. Verdere ontwikkeling van de haveneconomie kan leiden tot meer scheepvaartverkeer, en daardoor een grotere zoutindringing. Deze verzilting kan via de Oranjesluizen ook de waterkwaliteit van Markermeer-IJmeer beïnvloeden, zeker als een toename van de binnenvaart op die route tot meer schutbewegingen leidt. De omvang van dit effect is onbekend en moet worden onderzocht. Daaruit zal moeten blijken of het een potentieel knelpunt is en wat eraan gedaan kan worden, en of technische middelen zoals de selectieve onttrekking een afdoende oplossing vormen.

56

Verbetering van de waterkwaliteit Een goede kwaliteit van het water is belangrijk voor de natuur, maar ook voor een leefbare en gezonde metropoolregio. Op dit moment worden de normen van de Kaderrichtlijn Water op veel plaatsen niet gehaald. Verontreiniging is onder meer afkomstig van medicijnresten, gewasbeschermingsmiddelen, bemesting, riooloverstorten, foutieve aansluitingen (riool op hemelwaterafvoer) en overmatige organische belasting door bladeren en groenafval. Zeker in stedelijk gebied spelen deze laatste factoren een belangrijke rol. Daarnaast wordt de waterkwaliteit ook bepaald door de inrichting van wateren. Verstedelijking en klimaatverandering (met bijbehorende droogte en verzilting) kunnen leiden tot een verdere vermindering van de waterkwaliteit. Om dat te voorkomen en juist tot een verbetering te komen, is de landelijke voorkeursvolgorde ‘schoonhouden, scheiden, zuiveren’ van belang. De waterkwaliteit hoeft niet overal hetzelfde te zijn. Van belang is dat er in het watersysteem een ordening ontstaat van schoon naar minder schoon water en van zilt naar zoet water, en dat deze ordening is afgestemd met het bestaande en verwachte ruimtegebruik. De behoefte aan zoet water neemt bijvoorbeeld af als het grondgebruik in verziltende gebieden op die verzilting wordt afgestemd.

Zo’n oplossing zou van agrariërs vragen om na te denken over andere teelten of om een ander grondgebruik. De inrichting van de stad kan bijdragen aan de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater door plekken met een hoge gebruiksdruk in en naast het water (denk aan steigers, vaarroutes, drijvende objecten) af te wisselen met rustige natuurvriendelijke plekken in en op het water. Maar ook het bouwrijp maken zonder drainage op klei- en

afbeelding 13

veengronden bevordert de waterkwaliteit.

Het watersysteem en grondgebruik balans

57

Ecologisch systeem

Ontwikkelrichting 2050

N N

schaal 1:100.000

schaal 1:100.000 0 5.000 0

10.000

5.000

15.000

20.000

10.000

15.000

20.000

Ecologisch systeem

omvangrijke populaties trekvogels ontvangen – een

nieuwe ‘groene zones’ op regionale schaal voor de

belangrijke maatstaf voor dit deel van de MRA-natuur.

natuur geïntegreerd in de landschappelijke verbindingen

Een toekomstbestendig ecologisch systeem draagt in de

Ook elders in de regio moeten nog verbindingen worden

(paragraaf 3.2), en is menging met andere functies (zoals

eerste plaats bij aan onze ambitie om de biodiversiteit te

aangelegd of zijn ze kwetsbaar, bijvoorbeeld op plekken

landbouw, waterbuffering, klimaatadaptatie, gezondheid

vergroten, maar er zijn meer redenen om te investeren

waar ze grote infrastructuur kruisen.

en recreatie) een uitgangspunt. De landbouw kan hier, gezien haar grote aanwezigheid in en impact op de

in de natuur. Een vitale natuur draagt bij aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving, zowel

De verdrogingsproblematiek en de stikstofcrisis tonen

omgeving, een belangrijke rol in spelen door kringlopen

binnen de stad als daarbuiten. De versterking van het

indringend aan dat de robuustheid en veerkracht van

te sluiten en om te schakelen naar een natuurinclusieve

groenblauwe netwerk, met zijn functies voor bijvoorbeeld

het Natuurnetwerk Nederland sterk wordt beïnvloed

bedrijfsvoering. Voorwaarde is dat voldoende

recreatie, erfgoed, schone lucht, waterwinning voor de

door het ruimtegebruik buiten het Natuurnetwerk zelf.

landbouwgrond behouden blijft voor de landbouw, zoals

drinkwaterproductie, waterbuffering en verkoeling is

Een robuust ‘groengehalte’, reductie van emissies en

toegelicht wordt in hoofdstuk 3.2. Natuurontwikkeling

mede afhankelijk van de natuurkwaliteit.

een klimaatbestendige waterhuishouding buiten de

is ook een krachtig middel om de landschapsbeleving

natuurgebieden zijn ook van belang voor de kwaliteit

te vergroten en daarmee de recreatieve kwaliteit te

Tot 2027 werken we aan de afronding van het

van het Natuurnetwerk Nederland. Natuur kan een

versterken. Verbindingen lopen over land en over water en

Natuurnetwerk Nederland (het netwerk van onderling

zuiverende werking hebben op lucht en water, maar lijdt

vaak ook langs oevers en dijken.

verbonden natuurgebieden, waaronder de Natura

ook onder lucht- en waterverontreiniging. Die invloed

2000-gebieden). Dat legt de basis voor zo’n robuust en

kan vooral consequenties hebben als een grote bron van

De volgende groene zones/ecologische verbindingen op

veerkrachtig systeem. Tegelijk werken we op de korte en

emissies zich nabij een bestaand of gewenst natuurgebied

regionale schaal zijn in beeld:

lange termijn aan een ‘natuurinclusieve ontwikkeling’,

bevindt. De kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en

•

met versterkte aandacht voor de biodiversiteit in de nabije

de waterpeilen hebben eveneens invloed. De normen van

omgeving, dus niet alleen in natuurgebieden.

de Kaderrichtlijn Water, onder meer afgestemd op een vitale natuur, worden nog lang niet overal gehaald.

Tussen de duinen en het Groene Hart (via PARK21 in Haarlemmermeer, de Westeinderplassen en de Amstelscheg)

•

Natuurnetwerk Nederland

Tussen Spaarnwoude en de Zaanstreek (in combinatie met het zoekgebied voor tijdelijke

De komende jaren zijn nog veel inspanningen nodig

Het verbeteren van de ecologische kwaliteit buiten

om het Natuurnetwerk Nederland af te ronden, en

het Natuurnetwerk Nederland (inclusief de Natura

•

Tussen de Zaanstreek en IJmeer (via Waterland)

ook daarna vraagt dit netwerk inspanningen voor

2000-gebieden), maar wel ten behoeve van dat

•

De Oostvaardersoevers als schakel tussen

beheer en verbetering. Zo gaat de agenda voor het

Natuurnetwerk, is onderdeel van het nationale

de Oostvaardersplassen/Lepelaarplassen,

‘Toekomstbestendig Ecologisch Systeem’ in en om

Programma Natuur dat het Rijk en de provincies

IJmeer/Markermeer en Kustzone Lelystad (de

Markermeer en IJmeer veel verder dan 2027. De

uitwerken.

kustontwikkeling aan het Markermeer is onderdeel

waterbuffering, via het gebied van het Oer-IJ)

ambitie met het Nationaal Park Nieuw Land (bestaande

van het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem

uit Markermeer, Trintelzand, Marker Wadden,

Groene zones: ecologische verbindingen

rond Markermeer en IJmeer, en maakt deel uit

Oostvaardersplassen en Lepelaarplassen) is om dit

Natuurverbindingen kunnen verschillende vormen

van de Natte As tussen de Noord-Hollandse

systeem robuust en veerkrachtig te maken, zodanig dat

aannemen, afhankelijk van de ecologische functie. Binnen

laagveengebieden, het Markermeer en randmeren,

het bestand is tegen de jaarlijkse schommelingen die

het in 2027 af te ronden Natuurnetwerk Nederland

inherent zijn aan elk ecosysteem. Ook in perioden van

zijn ecologische verbindingen aangewezen met een

schaarste, door welke oorzaak dan ook, kan Nieuw Land

heldere functie binnen dat netwerk. Na 2027 worden

en de laagveengebieden in Overijssel) •

Groenblauwe dooradering van het landbouwgebied van Flevoland en Noord-Holland

59

•

De verbinding van de natte en droge natuurgebieden

hebben een belangrijke rol in een het vergroten van de

met de natuur. De ambitie van een natuurinclusieve

in Gooi en Vechtstreek met de natte natuur van

biodiversiteit.

ontwikkeling heeft ook betrekking op stedelijk gebied.

Waterland en de natte natuur en bosgebieden van Flevoland

Groen in de stad is een belangrijk thema in de ‘Agenda Maar ook daarbuiten is een natuurinclusieve ontwikkeling

Natuurinclusief’, onderdeel van het Programma

gewenst, gericht op een vitaal platteland en een

Natuur. Het dient vele doelen; naast ecologie met name

Natuurinclusieve ontwikkeling

vergroende bebouwde omgeving waarin biodiversiteit

klimaatadaptatie, waterbuffering, verkoeling, educatie en

Een logische natuurlijke structuur biedt de beste

als vanzelf verweven is. Een natuurinclusieve ruimtelijke

voedselvoorziening. Groen is essentieel voor een gezonde

basis om te komen tot een robuust natuurlijk systeem

inrichting werkt door in de verstedelijking, infrastructuur,

en leefbare omgeving die gezondheidsachterstanden

waarvan zowel het waterbeheer als de biodiversiteit

industrie en de energietransitie, dus in de gehele

en -problemen helpt tegengaan. De opgave om de

profiteren, en waar een positief effect van uitgaat op de

samenleving. In het nationale Programma Natuur wordt

biodiversiteit in de stad te vergroten (bijvoorbeeld via

gezondheid en leefbaarheid in de metropoolregio. Het

hiervoor het begrip ‘basiskwaliteit natuur’ gehanteerd. De

groenstructuren in de stad, natuurinclusief bouwen en het

groenblauwe raamwerk van de MRA, de aaneengesloten

Basiskwaliteit Natuur is een instrument om biodiversiteit

stimuleren van inwoners en bedrijven om tuinen, balkons

landschapsstructuur, is het frame waarbinnen de andere

buiten natuurgebieden te versterken.

en daken te vergroenen) draagt bij aan een robuust en

ontwikkelingen plaats kunnen vinden. De te versterken

veerkrachtig ecologisch systeem.

landschappen en landschappelijke verbindingen buiten

Ook in de eigen woonomgeving moeten inwoners

het Natuurnetwerk Nederland die hier onderdeel van zijn,

van de regio meer dan nu in aanraking kunnen komen

afbeelding 14 Natuurverbinding in Zuid Kennemerland

60

Mobiliteitssysteem Ontwikkelrichting 2050

N N

schaal 1:100.000

schaal 1:100.000 0 5.000 0

10.000

5.000

15.000

20.000

10.000

15.000

20.000

Mobiliteitssysteem

Met een samenhangende aanpak van de verstedelijking

Afremmen en spreiden van de mobiliteitsgroei

en het mobiliteitssysteem dragen we naast aan

Om de verkeersdruk op het regionale en nationale

Om de groei van de bevolking en de economie op te

bereikbaarheid en leefkwaliteit ook bij aan doelstellingen

mobiliteitssysteem zoveel mogelijk te beperken zetten

kunnen vangen is in de hele Metropoolregio Amsterdam

op het gebied van duurzaamheid, gezondheid en

we allereerst in op het afremmen en spreiden van de

een volgende stap nodig in de ontwikkeling naar slim,

inclusiviteit. Daarvoor is een mix van maatregelen

mobiliteitsgroei. Dit doen we door ervoor te zorgen dat

duurzaam en ruimte-efficiënt vervoer. Door de snelle

noodzakelijk die elkaar versterken. Cruciaal is het

veel nieuwe (betaalbare) woningen, werkplekken en

verstedelijking fungeert de MRA meer en meer als één

afremmen en spreiden van de mobiliteitsgroei, het

voorzieningen in (hoog)stedelijke woonmilieus goed

stedelijk systeem. Dit vraagt om een daarmee nauw

versneld doorzetten van de (ingezette) mobiliteitstransitie

bereikbaar zijn per openbaar vervoer en fiets en dat

samenhangend en multimodaal vervoersysteem voor

en het nauw afstemmen van verstedelijking op nabijheid

deze zich op loop- en fietsafstand bevinden van een

personen en goederen én om een versneld ander en

en bereikbaarheidskwaliteit. Dit laatste geven we invulling

groot aantal bestaande woningen, werkplekken en

meer duurzaam reisgedrag van bezoekers, bestaande en

met de meerkernige ontwikkeling en het realiseren

voorzieningen als winkels, scholen en gezondheidscentra.

nieuwe bewoners. Er is een mobiliteitstransitie nodig in

van gemengde woon-werkmilieus met het accent op

Hiermee wordt de behoefte aan automobiliteit

de MRA om de bereikbaarheid van en naar de MRA en de

binnenstedelijke ontwikkelingslocaties, vooral op en rond

verminderd. Ook draagt dit bij aan een leefbare, veilige,

leefkwaliteit in de steden te borgen. Dit doen we met een

belangrijke ov-locaties.

gezonde openbare ruimte, door het aandeel van de auto in de openbare ruimte minder te laten zijn ten opzichte

mix van gedragsverandering, investeren in de netwerken voor fiets, openbaar vervoer en weg en slim verstedelijken.

Om meer inzicht in het complexe functioneren van het

van groen en verblijfsruimte. Daarnaast blijft er in delen

vervoersysteem in de MRA te krijgen is een Multimodaal

van de MRA en ook elders behoefte bestaan aan andere

Als er niets wordt gedaan aan extra verdichting met

Toekomstbeeld 2040 MRA (MTB 2040) in ontwikkeling

minder gemengde en verdichte woonmilieus. Deze zijn

gemengde woon-werkmilieus en bijbehorende

als verdiepingsslag op de Netwerkstrategie MRA.

niet altijd even goed aangesloten op het regionale en

mobiliteitstransitie wordt het fors drukker in het OV

Dit MTB 2040 geeft richting aan de keuzes die op

landelijke OV-systeem. De auto houdt in deze gebieden

en op de weg met 70% meer OV-ritten en 50% meer

netwerkniveau moeten worden gemaakt om de groei

een rol van betekenis. Wel kunnen we bevorderen dat de

autoverplaatsingen in 2040. Uitgaande van een

van alle modaliteiten en de verstedelijking tot 2040 in de

rit per auto deel wordt van een ketenverplaatsing, met

verstedelijkingstempo van +175.000 woningen tot 2030,

MRA zo goed mogelijk op te kunnen vangen met behoud

overstappen op de fiets of openbaar vervoer, en dat het

is circa 75% van deze groei al in 2030 een feit. Ondanks

of verbetering van de leefkwaliteit in de regio. Daarvoor

aandeel deelauto’s toeneemt.

de geplande investeringen de komende 10 jaar lopen al

worden onder andere het Landelijk OV Toekomstbeeld

in 2030 de netwerken vol, en raken op veel plekken en

en Regionaal OV Toekomstbeeld als basis gebruikt.

Eén samenhangend, multimodaal systeem

voor alle modaliteiten de netwerken verzadigd. Op MRA-

In de vervolgstap van het MTB zal bezien worden

Verdichting en mobiliteitstransitie dragen bij aan

niveau verslechtert dan de bereikbaarheid van banen en

welke investeringen, aanscherpingen in beleidskeuzes

minder en/of kortere verplaatsingen. Ze geven

economische centra en zorgt de groeiende ruimteclaim

en aanscherpingen op het verstedelijkingsconcept

lucht aan het mobiliteitssysteem en verbeteren de

vanuit (auto)mobiliteit voor verminderde leefbaarheid. Als

(woonmilieus en vestigingsklimaat) nodig zijn. Die worden

bereikbaarheid en leefkwaliteit van economische centra

het gaat om de duurzaamheidsdoelen, dan worden deze

vervolgens weer ingebracht in het vervolgtraject van de

en woningbouwlocaties. We kunnen daar echter niet alle

met louter elektrificatie van het wagenpark bij lange na

Verstedelijkingsstrategie.

(voorspelbare) knelpunten direct mee oplossen. Naast

niet gehaald. Ook kan voor met name lager opgeleiden de

een krachtige inzet op gedragsbeïnvloeding zijn flinke

vervoersarmoede toenemen.

investeringen nodig in alle netwerken en bijbehorende knopen.

62

Het mobiliteitssysteem functioneert als één

en duurzame vorm van regionale mobiliteit is. Extra inzet

en filevrij busverkeer en mogelijk tram/lightrail (vooral

samenhangend systeem van verschillende modaliteiten

op de fiets draagt sterk bij aan het behalen van doelen van

HOV Haarlem-Schiphol-Amsterdam Zuid en HOV

voor personen- en goederenvervoer: spoor en openbaar

leefbaarheid en duurzaamheid. De fiets leent zich naast

ZaanIJ). Op het hoofdrailnet gaat het om het ontvlechten

vervoer, weg, waterweg, fiets en lopen. Het MTB 2040

voor de volledige verplaatsing ook uitstekend voor de ‘first

van het regionale spoor (Intercity of Sprinter) en meer

is nog in ontwikkeling, maar duidelijk is al wel dat in

& last mile’ in de keten van verplaatsingen met openbaar

capaciteitsruimte op het nationale spoor.

alle onderdelen/facetten van dit mobiliteitssysteem

vervoer of auto. Daarnaast zijn kwalitatief goede loop- en

maatregelen nodig zijn.

fietsroutes naar ov-knopen in de steden en het bieden

De overstapcapaciteit van de hoofdknopen bereikt zijn

van voldoende veilige stallingscapaciteit van belang.

grens. Het spreiden van het aantal overstappen door

Multimodale en integrale aanpak noodzakelijk

De E-bike en speed pedelec bieden een hoogwaardig

een betere benutting van kleinere ov-knopen zoals in

Om doelstellingen op het gebied van duurzaamheid

alternatief voor verplaatsingen tot 20 kilometer en leiden

de regio Haarlem-IJmond en middelgrote ov-knopen in

en leefkwaliteit te halen en het functioneren van de

tot een toenemend fietsgebruik op stedelijke en regionale

Amsterdam (bijv. Muiderpoort en Lelylaan) sluit beter aan

netwerken te verbeteren, is een mix van maatregelen

fietsroutes. Investeren in het regionale en stedelijke

bij de mobiliteits- en verstedelijkingsdoelen.

noodzakelijk.

fietsnetwerk is daarmee een belangrijke stap. Dat doen we

•

onder meer door de ontwikkeling van doorfietsroutes. Dat

In het onderliggende ov-systeem blijft de fijnmazigheid,

Gedragsmaatregelen/beleid

zijn veilige, comfortabele en snelle fietsroutes, met weinig

betaalbaarheid en beschikbaarheid in de tijd van groot

De groei van het autoverkeer wordt getemperd

stops en in een aantrekkelijke omgeving.

belang om vervoersongelijkheid onder specifieke doelgroepen tegen te gaan en de nabijheid en

door het versterken en uitbouwen van de inzet van integrale gedragsmaatregelen

De verstedelijking en inzet op mobiliteitstransitie

bereisbaarheid van voorzieningen en werklocaties (24

zoals financiële prikkels, autoluwe steden,

leiden tot extra druk op het openbaar vervoer. Een

uurseconomie) te vergroten.

multimodale gebiedsontwikkeling, onderwijs- en

stapsgewijze schaalsprong van het regionale openbaar

werkgeversaanpak. Dit leidt tot meer ruimte in de

vervoer (metro, HOV) speelt ruimte vrij op het (inter)

Investeringen in fiets en openbaar vervoer zijn – ook in

steden voor verblijven, lopen en fietsen, én betere

nationale spoornetwerk en versterkt de (inter)nationale

combinatie met gedragsmaatregelen – onvoldoende om

bereikbaarheid van onder meer de economische

concurrentiepositie en de agglomeratiekracht van de

in het autonetwerk de doorstroming op de ringwegen

centra.

MRA, en de ontsluiting van bestaande steden en nieuwe

rond Amsterdam te borgen. Het blijft van belang dat we

stedelijke ontwikkelgebieden. De beste manier om meer

ook in de toekomst het autoverkeer op de ringwegen

Investeren in de netwerken

capaciteit te creëren in het openbaar vervoer en de

kunnen blijven sturen en verdelen over het netwerk.

Ondanks de positieve effecten van

betrouwbaarheid te verbeteren, is het zoveel mogelijk

Hierbij zou gedacht kunnen worden aan maatregelen

gedragsmaatregelen zijn stevige investeringen

ontvlechten van lokale/regionale netwerken en het (inter)

die het huidig areaal/asfalt slim en vraagafhankelijk

onontkoombaar. Het gaat om investeringen in de

nationale netwerk. Het gaat hier om investeringen in het

maximaal benutten, bijvoorbeeld met dynamische

stedelijke, regionale en nationale netwerken van fiets,

regionale metronetwerk vanuit cruciale netwerk-ingrepen

snelheden en flexibele (doelgroep)stroken. Het is niet

openbaar vervoer, auto en hubs ten behoeve van

of gekoppeld aan grootschalige woningbouwlocaties

opportuun om een keuze te maken tussen de grote ring

de verbetering van de bereikbaarheid, inclusiviteit,

(doortrekken van de Noord/Zuidlijn tussen Amsterdam-

(A5, A9, A10 Noord en Oost) en de kleine ring (A10).

leefkwaliteit, gezondheid en duurzaamheid.

Zuid en Hoofddorp, het sluiten van de Amsterdamse

Beide verdeelringen zijn ook nodig bij de afwikkeling

metroring tussen Isolatorweg en Amsterdam Centraal

van incidenten en de robuustheid van het systeem.

Investeren in het fietsnetwerk en -gebruik is cruciaal

en aanleg van de IJmeerverbinding). Daarnaast gaat

Afhankelijk van het oplossend vermogen van maatregelen

omdat de (e-)fiets de meest ruimte-efficiënte, gezonde

het om het uitbreiden en versterken van snel, frequent

die de vraag reduceren, zijn grootschaligere investeringen

•

63

in het wegennet nodig. Deze investeringen dienen

Voorkom vervoersongelijkheid

twee samenhangende opgaven uit het Toekomstbeeld

bij te dragen aan de doorstroming op de ringwegen.

Voor praktisch en middelbaar opgeleiden verdient de

OV: een voor het hele spoorsysteem cruciale ontvlechting

Op de A10-noord en de A9 Raasdorp – Holendrecht

bereisbaarheid en betaalbaarheid blijvende aandacht.

van de ‘dedicated’ Goederenroute Noordoost Europa

liggen opgaves, alsmede op enkele knooppunten zoals

Binnen stedelijke centrumgebieden zijn werk en

en vanuit de haven is een directe toegang gewenst

Watergraafsmeer en Holendrecht.

voorzieningen goed bereikbaar omdat openbaar vervoer

naar de Aziëhaven in het Noordzeekanaalgebied.

en fiets concurrerend zijn in woon-werkverplaatsingen

Zo wordt ruimte vrijgespeeld op het (inter)nationale

Naast deze hoofdkeuzes zijn er voor weg en openbaar

met de auto. Buiten die stedelijke centrumgebieden

spoornetwerk en ontstaan betere ruimtelijke condities

vervoer ook opgaven op vrijwel alle corridors naar en van

zijn openbaar vervoer en fiets minder concurrerend

voor verstedelijking (ruimte, veiligheid, milieuwinst).

Amsterdam en op de verbinding Flevoland-Utrecht.

met de auto in tijd en prijs. Ook vanuit het oogpunt van

De omvang van stadslogistiek groeit door toenemende

vervoersarmoede is de opgave om de betaalbaarheid

online-aankopen, verdichting en bouwlogistiek. We willen

Regionale en stedelijke bereikbaarheid

en kwaliteit van openbaar vervoer, de kwaliteit van

deze stapsgewijs duurzamer, slimmer en (waar nodig)

Onderdeel van het multimodale netwerk zijn ringen van

fietsvoorzieningen en spreiding van werkgelegenheid in

compacter en lichter organiseren, bijvoorbeeld met hubs

regionale hubs langs de corridors richting Amsterdam

de regio te versterken en zo vervoersongelijkheid tegen te

voor goederenvervoer of bouwlogistiek, vervoer over

om autoverkeer naar de hoofdwegen vroegtijdig af te

gaan. Dit draagt bij aan de bereikbaarheid van banen voor

water en ruimte voor technologische ontwikkelingen zoals

vangen en om over te stappen op (e-)fiets en HOV. Een

het schaarser wordend personeel in de cruciale beroepen

cargoloop en laadinfrastructuur.

succesvolle hubs-strategie is afhankelijk van flankerend

(onderwijs, zorg en veiligheid) en de concurrentiepositie

beleid en de mobiliteitstransitie in het hele netwerk.

van bedrijven in de MRA.

Autoluwe binnensteden en kernen, met minder

Goederenvervoer

hiervan op het mobiliteitssysteem, zetten we in op een

ruimte voor (vooral privé auto)mobiliteit, vergroten de

Nauw verbonden aan het mobiliteitssysteem voor

integrale ontwikkeling van de ontwikkeling van nieuwe

aantrekkelijkheid en leefkwaliteit in steden en dorpen.

personen zijn de logistieke stromen. Op (inter)nationale

woon- en werklocaties en het mobiliteitssysteem,

Het vergroten van verblijfsgebieden (30 km/u) in het

relaties stimuleren we een efficiënte bundeling van

zowel in de tijd als qua functiemenging. Door integrale

onderliggende stedelijke netwerk (50 km/u) verbetert

goederenstromen door slim gebruik te maken van

besluitvorming over de investeringskeuzes voorkomen we

de verkeersveiligheid en draagt bij aan de afname van

het wegennet, spoornetwerk en de vaarwegen. Over

zo veel mogelijk dat de bereikbaarheid en de leefkwaliteit

milieu- en gezondheidsrisico’s. Om dit te bereiken

het spoor zetten we stevig in op het stapsgewijs

in de regio eerst afneemt voordat er weer verbetering

moet geïnvesteerd worden in de openbare ruimte en de

ontvlechten van personen- en goederenvervoer in een

mogelijk is.

stedelijke fiets- en ov-netwerken.

toekomstbestendig en efficiënt Basisnet. Het gaat om

Verstedelijking en mobiliteit lopen samen op Gezien de omvang van de verstedelijking en het effect

64

Energiesysteem Basispad en no regret maatregelen tot 2050

Energiesysteem

Voor de ontwikkeling van het energiesysteem op lange

Basispad 2030

We werken toe naar een geïntegreerd, hybride

termijn gelden de volgende ontwikkelingsprincipes:

De energietransitie volstrekt zich in een hoog tempo

energiesysteem. Dat is een systeem dat gebruik maakt

•

De capaciteit van de energie-infrastructuur

en dat gaat gepaard met de nodige onzekerheden.

van verschillende duurzame bronnen, dat kleinschalige

(opwekking, transport, conversie, opslag) wordt

Omdat het doorgaans om grote projecten met een lange

energiewinning tot op buurtniveau integreert met

meegewogen in de keuze en inrichting van stedelijke

doorlooptijd gaat, kunnen we voor de periode tot 2030

grootschalige energieprojecten zoals aanlanding of

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Velsen&id=7a60cec7-f7b0-47e0-8c61-a114f3c5c1b5