CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering - Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk

Raad (besluitvormend) 7 juli 2026, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen wijziging Omgevingsplan Veldhoven 'Deelplan Zonderwijk'32.923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Verder houdt dit initiatief van de Stadse Woonstraten op de locatie aan de Sterrenlaan rekening met klimaatadaptatie door maatregelen te nemen tegen hittestress, wateroverlast en droogte. Daarnaast biedt het plan ruimte aan initiatieven waar behoefte aan is en die passen binnen de omgeving. Hier kunnen ook sportmogelijkheden onder vallen, zoals een sportschool. Binnen de woningen is eveneens ruimte voor het toevoegen van een zorgconcept. De exacte uitwerking vindt op een later moment plaats. Tot slot is er aandacht voor langzaamverkeerroutes, het bevorderen van fietsen en lopen, voorzien in woningbehoefte en groene omgeving.

15 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

3 Beleid en regelgeving In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het toelaten van de Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Dit geldt ook voor de relevante instructieregels die zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: ‘Bkl’) en de provinciale instructieregels.

Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en het project van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: • een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; • over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; • een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is, een hoog afwentelrisico kent of in beheer is bij het Rijk. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil sturen op en richting geven aan nationale belangen. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid,

1

‘Afwegingsprincipes’, ontwerpnovi.nl.

16 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Doorwerking projectgebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is. Bovendien is er sprake van een toename aan woningen t.o.v. het vigerende bestemmingsplan, daarmee sluit de ontwikkeling aan op het streven van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om 900.000 woningen te bouwen tot en met 2030. Het initiatief sluit goed aan bij de prioriteiten die door het Rijk zijn opgesteld. Door gebruik te maken van uitnodigingsplanologie kan optimaal worden ingezet op de behoefte van het moment. Dit draagt bij aan een duurzaam economisch groeipotentieel en een sterke en gezonde omgeving. Daarnaast draagt de beoogde verstedelijking en ruimere bouwmogelijkheden bij aan het economisch groeipotentieel.

Het plan voorziet namelijk in de woonbehoefte en voorzieningen binnen de Brainport-regio. Door het stellen van randvoorwaarden kan het plan een sterke en gezonde stad bevorderen. Tot slot houdt het plan rekening met klimaatadaptatie en duurzaamheid. In paragraaf 2.4 is nader uitgewerkt hoe invulling wordt gegeven aan de gestelde gebiedskaders over klimaatadaptatie en duurzaamheid.

Instructieregels Rijk (AMvB’s) Om rijksbeleid te borgen zijn er in het Bkl instructieregels opgenomen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies en locaties (afdeling 5.1). Aan deze instructieregels dient getoetst te worden. Het gaat om het waarborgen van de volgende hoofdonderwerpen: Het Bkl bevat voor onder andere de volgende onderwerpen rijksinstructieregels: • voldoen aan de Dienstenrichtlijn (paragraaf 5.1.1); • waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); • beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); • beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; • het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; • het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; • het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen

(paragraaf 5.1.8 Bkl).

17 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Doorwerking projectgebied Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); Paragraaf 5.1.2 Bkl stelt dat omgevingsplannen invulling moeten geven aan een veilige fysieke leefomgeving. In paragraaf 4.14 van deze wijziging van het omgevingsplan wordt getoetst aan dit aspect (Omgevingsveiligheid). In de nabijheid van het projectgebied zijn geen risicobronnen gesitueerd welk een negatieve invloed kunnen hebben op het te realiseren planinitiatief. Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); In paragraaf 4.17 wordt aandacht gegeven aan de weging van het waterbelang binnen het projectgebied. Nadere uitwerking van hemelwateroplossingen of concrete maatrelen zijn onderdeel voor de vergunning bouwen. Beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; In hoofdstuk 4 is getoetst aan de diverse milieutechnische omgevingsaspecten die aangehaald worden in paragraaf 5.1.4 Bkl.

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; In het kader van beoogd initiatief is geen sprake van landschappelijke waarden dan wel cultureel erfgoed. Wel is door de stedenbouwkundige rekening gehouden met de stedenbouwkundige waarden welke aanwezig zijn binnen de gemeente Veldhoven. In paragraaf 3..3 is de toets aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking opgenomen. Het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; Gezien de ligging van het projectgebied is niet te verwachten dat door de realisatie van het planvoornemen ruimte voor de genoemde functies in paragraaf 5.1.6 Bkl wordt weggenomen. Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; Door de realisatie van Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan neemt het aantal verkeersbewegingen toe. De Sterrenlaan is reeds een ruim opgezette wijkontsluitingsweg met voldoende capaciteit. De ontsluiting voor auto’s kan derhalve hier op plaatsvinden om de bestaande wijken te ontlasten.

Daarnaast kan aangesloten worden op het bestaand langzaamverkeersnetwerk vanuit de woonwijken. Voor een toelichting op de effecten op de infrastructuur wordt verwezen naar paragraaf 4.16. Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl). De buitenruimtes binnen het beoogd initiatief zijn in eigendom van de gemeente. Dit geldt eveneens voor het collectieve binnenterrein. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor een initiatief zal in overleg met de gemeente worden bekeken hoe deze

18 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

buitenruimte wordt ingezet. Hierbij wordt aangesloten op de principes uit de Handreiking Stadse Woonstraten.

Ladder duurzame verstedelijking Toetsingskader De ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de ladder) is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. De toelichting bij een wijziging van het omgevingsplan en een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet de behoefte aan die ontwikkeling beschrijven. Als de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied moet in de toelichting daarnaast gemotiveerd worden waarom niet binnen het stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ladder is alleen van toepassing op plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Op basis van de overzichtsuitspraak die is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) geldt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Is dit het geval, dan is toepassing van de ladder vereist en is daarmee een beschrijving van de behoefte nodig.

Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Denk hierbij aan specifieke woningtypen, wooncategorieën en woonmilieus. Regionale afspraken De gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (gemeenten Best, Eindhoven, GeldropMierlo, Helmond, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre) hebben eind 2017 afspraken gemaakt over woningbouw op de regionale woningmarkt. Deze afspraken zijn toen vastgelegd in het 'Afsprakenkader Wonen 2017'. In februari 2022 zijn deze afspraken geactualiseerd in het 'Afsprakenkader Wonen 2022' (hierna: Afsprakenkader). Dit Afsprakenkader is door alle gemeenteraden bekrachtigd en heeft de instemming van de provincie Noord-Brabant. Daarnaast is in maart 2019 de Woondeal gesloten tussen het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE), het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) en de provincie Noord-Brabant. Mede naar aanleiding hiervan is het Verstedelijkingsakkoord tussen de regio en het rijk tot stand gekomen (vastgesteld op 21 juni 2022). In het Afsprakenkader is vastgelegd hoe de afstemming van de woningbouwontwikkelingen binnen het SGE is geregeld. Hierin zijn kwantitatieve en kwalitatieve afspraken gemaakt over geplande uitbreidingslocaties. Verder zijn er ook afspraken gemaakt over afstemming en monitoring van alle woningbouwlocaties.

De meest actuele behoeftecijfers liggen vast in het Afsprakenkader en in het Verstedelijkingsakkoord. Op basis van de Woondeal, het Afsprakenkader, het Verstedelijkingsakkoord en de krapte op de regionale woningmarkt is er de noodzaak om extra plancapaciteit te realiseren. Als waarborg tegen een overmaat van nieuwe woningen wordt de productie en

19 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

programmering (lopende en nieuwe projecten, inclusief fasering) in het SGE gemonitord en afgezet tegen de Woondeal en/of de dan actuele provinciale prognoses. Doorwerking projectgebied De kaders van de ontwikkeling Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan gaan uit van een maximale invulling van de gebouwen met in totaal 105 extra wooneenheden, verdeeld over twee locaties. De woonfunctie kan op de locatie gecombineerd worden met andere stedelijke functies. De exacte invulling is op dit moment nog niet bekend. Daarom wordt de volledige toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking doorgeschoven naar de fase van vergunningverlening (via een binnenplanse omgevingsplanactiviteit). Initiatiefnemer zal aan moeten tonen dat het woningbouwplan en de overige functies die zijn voorzien in de plint voldoen aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit omvat zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Het gedetailleerde ladderonderzoek wordt daarmee doorgeschoven naar de fase van vergunningverlening. Als gevolg van de mogelijkheden die dit omgevingsplan biedt voor Stadse Woonstraten behoren de appartementen en de overige functies daarom niet tot de harde plancapaciteit. Pas nadat een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit is verleend, is hiervan sprake.

Hieronder wordt aangetoond dat het toelaten van de Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan in verband met de instructieregels in artikel 5.161c van het Bkl niet evident onuitvoerbaar is. Ruimtelijk verzorgingsgebied Het primaire verzorgingsgebied wordt gevormd door de woningmarktregio op basis van verhuisbewegingen. De gemeente Veldhoven is het primaire verzorgingsgebied. De gemeente Eindhoven vormt het secundair verzorgingsgebied. Kwantitatieve behoefte Het aantal inwoners en huishoudens in de gemeente Veldhoven en het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) neemt de komende jaren toe. De harde plancapaciteit voor gemeente Veldhoven is niet voldoende om in de behoefte te voorzien. De harde plancapaciteit bedraagt circa 5.100 woningen. Voor de periode van 2031 t/m 2040 zijn op basis van het huidige economische scenario mogelijk nog 2.0003.000 woningen extra nodig. Ook in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) is onvoldoende plancapaciteit om invulling te geven aan de behoefte. Tot 2040 zijn in het SGE ca. 62.000 nieuwe woningen nodig. Daarvoor wordt ingezet op 120% plancapaciteit (74.000 woningen). Ook uit de Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant blijkt ook een behoefte aan extra woningen. Bovendien kent gemeente Veldhoven en het secundair verzorgingsgebied een woondruk van 131 potentiële huishoudens per 100 woningen. Dit toont aan dat er grote behoefte is aan woningen.

Kwalitatieve behoefte Door vergrijzing en verandering in de huishoudsamenstelling neemt het aantal oudere huishoudens toe. Bovendien wonen zij momenteel vaak in woningen die (te) groot zijn of om een andere reden niet geschikt zijn voor ouderen (bijvoorbeeld niet gelijkvloers). Hierdoor stijgt de vraag naar woningen die wel geschikt zijn voor ouderen, zoals appartementen en gelijkvloerse woningen. Met de Stadse Woonstraten aan de

20 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

Sterrenlaan worden nieuwe appartementen mogelijk gemaakt, wat aansluit bij deze behoefte. Er is behoefte aan doorstroming binnen de gemeente. De vraag is op dit moment groter dan het vrijkomende aanbod. Het initiatief sluit aan bij deze behoefte. Conclusie Gezien de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied aan de functies in Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan is het niet de verwachting dat er onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden. Daarnaast is bewust de keuze gemaakt om de ontwikkeling te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren. Dit draagt bij aan de intensivering van het ruimtegebruik op de locaties. De omgevingsvisie gaat ook uit van een binnenstedelijke invulling. Daarmee staat in voldoende mate vast dat het project Stadse Woonstraten in het licht van de Ladder voor duurzame verstedelijking niet evident onuitvoerbaar is. In de planregels is geborgd dat voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit de behoefte met een volledige en actuele ladderonderbouwing moet zijn aangetoond.

Provinciaal beleid Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant: Visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant: Visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de visie officieel juridische status van Omgevingsvisie gekregen. Voor het handelen van de provincie zijn kernwaarden geformuleerd. Het gaat achtereenvolgens om de volgende kernwaarden: • Gaan voor meerwaardecreatie; • Gaan voor technische én sociale innovatie; • Gaan voor kwaliteit boven kwantiteit; • Gaan voor steeds beter; • Gaan voor proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. De provincie heeft tevens een basisopgave opgenomen in haar omgevingsvisie. Centraal hierbij staat het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Hoewel er gesproken wordt over één basisopgave, is deze opgave in feite tweeledig, aangezien voor zowel het jaar 2030 als voor het jaar 2050 een basisopgave geformuleerd is. Een en ander is als volgt geformuleerd: • Doel 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa.

De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”. • Doel 2030: “Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle

21 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak”. De basisopgave ligt – zoals al in de naam besloten ligt – aan de basis van vier hoofdopgaven. De volgende hoofdopgaven worden benoemd: • Werken aan de Brabantse energietransitie; • Werken aan een klimaatproof Brabant; • Werken aan de slimme netwerkstad; • Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Op het gebied van wonen staat in de ‘Brabantse Omgevingsvisie’ aangegeven dat uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen alleen wenselijk is vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan steden en dorpen in Noord-Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmingsen transformatieopgaven in het bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en voor het creëren van ruimt voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw. Zo ligt er voor de komende tien jaar een forse woningbouwopgave van circa 120.000 woningen. Deze uitbreidingsopgave wordt binnen het bebouwd gebied gezocht. Dat betekent ook dat de kwaliteit van het stedelijk gebied en de leegstand kan worden aangepakt.

Hiermee wordt bijgedragen aan de realisering van grote, complexe transformatieopgaven. Doorwerking Het initiatief sluit aan bij de uitgangspunten van de provincie. Doordat het plan gebruik maakt van uitnodigingsplanologie, kan maximaal worden ingespeeld op de behoefte voor woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Zowel ten aanzien van het aantal woningen als de verschillende typologieën. Ook de ruimte die wordt geboden voor overige functies die passen binnen het gebied sluit aan bij het beleid ruimte te bieden aan concrete marktvragen.

Provinciale instructieregels ‘TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant’ Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is de ‘nieuwe TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant’ van kracht. Deze omgevingsverordening bevat rechtstreeks werkende regels voor activiteiten en stelt regels voor ruimtegebruik en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die gemeenten in acht moeten nemen bij het maken of wijzigingen van een omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Na inwerkingtreding van de TAM‑Omgevingsverordening per 1 januari 2024 hebben twee regelwijzigingen plaatsgevonden. De eerste regelwijziging is vastgesteld op 13 december 2024 en in werking getreden op 1 januari 2025. De tweede regelwijziging is vastgesteld op 23 september 2025 en treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad. De twee regelwijzigingen betroffen voornamelijk technische correcties, aanscherpingen rond zon-op-land, aanvullende regels voor grondwatermeetpunten en nieuwe bepalingen voor agrarische beëindigingsregelingen en zijn voor het projectgebied niet relevant. Doorwerking projectgebied

22 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

Het initiatief ziet op het bieden van nieuwe ontwikkelmogelijkheden binnen het aangegeven gebied aan de Sterrenlaan in Veldhoven. Daarbij is ruimte gegeven aan het toevoegen van nieuwe woningen en aan functies die passend zijn binnen de omgeving. Het projectgebied is gelegen binnen het Stedelijk gebied. Artikel 2.2 Omgevingswaarde wateroverlast stedelijk gebied Lid 1 Binnen Norm wateroverlast stedelijk gebied geldt met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, als omgevingswaarde wateroverlast een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing , hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden.

Lid 2 Niet van toepassing Lid 3 Het verwezenlijken van de omgevingswaarde wateroverlast betreft een inspanningsverplichting Bron: ‘nieuwe TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant’, d.d. 1 januari 2024.

Binnen het projectgebied wordt rekening gehouden met het voorkomen van wateroverlast. Er wordt gestuurd op het afkoppelen van het regenwater en bij renovatie op het zo veel mogelijk afkoppelen van regenwater en het verweken daarvan op eigen terrein. In de openbare ruimte zal worden afgekoppeld waar mogelijk. De ontwikkeling mag in ieder geval niet zorgen voor een toename van wateroverlast. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Artikel 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling

Lid 1 Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen , wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in Afdeling 7.2 Regionaal samenwerken ; en b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a. een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met een veilige en gezonde leefomgeving ; b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en f. wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie. Lid 3 Niet van toepassing Bron: ‘nieuwe TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant’, d.d. 1 januari 2024.

23 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

Het aspect duurzame verstedelijking is uitgewerkt in paragraaf 5.1.3. In deze paragraaf is de behoefte nader onderbouwd. De volledige laddertoets zal worden uitgevoerd bij de omgevingsvergunningaanvraag. De motivering dat het initiatief past binnen de regionale afspraken is opgenomen in paragraaf 5.3. Verder is in het plan rekening gehouden met klimaatverandering, wordt er optimaal invulling gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie, worden de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit benut en tot slot draagt het plan bij aan het bevorderen van een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Voor de nadere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Artikel 5.56a Grootschalige logistiek

Lid 1 In aanvulling op Artikel 5.55 en Artikel 5.56 bepaalt een omgevingsplan dat de ontwikkeling van grootschalige logistiek alleen mogelijk is als dit aantoonbare regionale meerwaarde heeft. Lid 2 In afwijking van het eerste lid bepaalt een omgevingsplan ter plaatse van Beperking grootschalige logistiek dat nieuwvestiging, vestiging en uitbreiding van grootschalige logistiek is verboden. Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een omgevingsplan ter plaatse van Beperking grootschalige logistiek een redelijke uitbreiding van bestaande grootschalige logistiek toestaan als: a. b. c.

intensivering van bestaand ruimtebeslag niet of onvoldoende mogelijk is; de ontwikkeling regionaal is afgestemd, waarbij ook de regionale meerwaarde wordt betrokken; in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de wijziging van het bestemmingsplan geen uitbreiding heeft plaatsgehad.

Lid 4 In afwijking van het tweede lid kan een omgevingsplan ter plaatse van Beperking grootschalige logistiek de ontwikkeling van nieuwe grootschalige logistiek toestaan als: a. b.

de ontwikkeling aantoonbare regionale meerwaarde heeft; regionaal overleg is gevoerd waaruit blijkt dat er buiten de locatie Beperking grootschalige logistiek geen alternatieve vestigingslocatie beschikbaar is.

Bron: ‘nieuwe TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant’, d.d. 1 januari 2024.

In de omgevingsverordening is daarnaast een aantal basisprincipes voor evenwichtige toedeling van functies aan locaties bepaald. Allereerst is daarnaar gekeken. Vervolgens is ingezoomd op de aanduidingen en aangegeven hoe de ontwikkeling hierbinnen past. De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In artikel 5.7 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: Ov) is opgenomen dat een plan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor het realiseren daarvan wordt toepassing gegeven aan: • Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 5.8 Ov); • De lagenbenadering (art. 5.9 Ov); • Meerwaardecreatie (art. 5.10 Ov).

24 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag (bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel) voor bebouwing, bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking en gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden. b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen, waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personenen goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat en ook de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 5.11 Ov kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Doorwerking projectgebied Zorgvuldig ruimtegebruik Met beoogde ontwikkeling is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik. Beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied. Hierdoor is sprake van intensivering van bestaand ruimtebeslag. In paragraaf 3.1.3 is ook aandacht gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik door een eerste beoordeling op basis van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Met de Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan wordt ingezet op zorgvuldig ruimtegebruik met aandacht voor de bestaande stedelijke structuur. Het werkingsgebied Stadse Woonstraten ter plaatse van de Sterrenlaan is duidelijk afgebakend en de functiemogelijkheden zijn met regels ingekaderd. De lagenbenadering Om een goede afweging te maken over het toestaan van woningbouw op de locatie, is de lagenbenadering van de provincie Noord-Brabant toegepast.

De 'lagenbenadering', zoals opgenomen in de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant (OV), bestaat uit drie lagen: ondergrond, netwerken en occupatielaag. Hieronder wordt per laag beschreven welke invloed de ontwikkeling heeft op de verschillende onderdelen van de lagenbenadering.

25 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

a. Ondergrond Geomorfologie/bodem: De planlocatie maakt deel uit van een complex met dekzandwelvingen, landvormen die zijn ontstaan door de afzetting van materiaal door de wind. De bodem bestaat uit enkeerdgronden met lemig fijn zand. De geomorfologie- en bodemkaart tonen aan dat de ondergrond zandig is, wat deze gronden geschikt maakt voor woningbouw. In paragraaf 4.4 wordt verder ingegaan op het aspect bodem. Cultuurhistorie: Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie NoordBrabant maakt de planlocatie deel uit van een gebied met een hoge trefkans op archeologische waarden. Een bodemonderzoek moet uitwijzen hoe waardevol het gebied op archeologisch vlak daadwerkelijk is. Op dit aspect wordt verder ingegaan in paragraaf 4.3. Molenbiotoop: Op de Erfgoedmonitor van het Rijk2, de cultuurhistorische waardenkaart van de Provincie Noord Brabant en de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Veldhoven zijn geen molens nabij het projectgebied waar rekening mee gehouden moet worden bij de ontwikkeling van Stadse Woonstraten. b. Netwerklaag Infrastructuur: Het gebied is gelegen aan de weg Sterrenlaan. De Sterrenlaan is één van gebiedsontsluitingswegen binnen Veldhoven en de wijk Zonderwijk verbindt met omliggende infrastructuur. Het gebied is vanaf de Sterrenlaan te bereiken via de Mira of Mullerlaan.

Deze wegen zijn belangrijke wegen voor het doorgaand verkeer van Zonderwijk. Door de uitnodigingsplanologie zal het gebied meer verkeer ontvangen. Voor een verdere toelichting op de effecten hiervan wordt verwezen naar paragraaf 4.16. c. Occupatielaag Stedenbouwkundige structuur: Het gebied wordt al gekenmerkt door de aanwezigheid van verschillende functies en voorzieningen, zoals wonen, detailhandel en horeca. Vergeleken met de directe omgeving is er binnen het projectgebied sprake van relatieve hoge bebouwing. Het gebied vormt de poort tussen de Sterrenlaan en de ingang van de wijk Zonderwijk. Aan de overzijde van de Mira is het gebied ‘Springplank’ gelegen waar in de toekomst ook wordt voorzien in hoogbouw.

Brabantse Agenda Wonen De Brabantse Agenda Wonen is een agenda op hoofdlijnen en stippelt een koers uit voor (verdere) regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken. Daarin nodigt de provincie alle subregio's uit om, samen met relevante partijen op de woningmarkt en de provincie, een regionaal perspectief op wonen te ontwikkelen. Versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen zijn belangrijke doelen van de Brabantse Agenda Wonen. Met deze agenda geeft de provincie aan welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe zij zich hiervoor gaat inzetten. Op basis van de Brabantse Agenda Wonen moet ruimte worden gegeven aan goede plannen. "Een beleid gericht op een duurzame verstedelijking en zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik biedt ruim baan voor 'goede plannen' binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen. Ruimte dus voor woningbouw op geschikte inbreidings-, 2

https://rce.webgispublisher.nl/?map=RCE%5FErfgoedmonitor

26 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, dat aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen." Per gemeente is een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. Overeenkomstig de provinciale verordening is deze 'programma-indicatie' richtinggevend voor de (sub)regionale woningbouwplanning en programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Plannen die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader. Doorwerking projectgebied Beoogd planvoornemen voorziet in de mogelijkheid om maximaal 105 extra wooneenheden te realiseren op een binnenstedelijke locatie. Op deze manier wordt het bestaande bouwperceel intensiever benut dan in de huidige situatie. Het gaat om appartementen die geschikt zijn voor een brede doelgroep. Veldhoven behoord tot het stedelijk gebied Eindhoven (Zuidoost-Brabant). Voor deze regio is de Regionale Woondeal Noordoost-Brabant opgesteld, zie hiervoor paragraaf 3.3.2.

Conclusie Het initiatief voldoet aan de provinciale instructieregels en aan het provinciaal beleid.

Regionaal beleid De wettelijke basis om gezamenlijk besluiten te nemen ligt in artikel 2.2 lid 2 van de Omgevingswet. Het gaat om het gezamenlijk nemen van één besluit. Veel opgaven overstijgen het lokale belang. Er vindt overigens geen overdracht van bevoegdheden plaats.

Integrale Strategie Ruimte Metropoolregio Eindhoven (ISR) In 2016 is Brainportregio Eindhoven door het Rijk erkend als één van de drie mainports. De 21 gemeenten van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) hebben een gezamenlijke ambitie: de Brainport Eindhoven verder ontwikkelen tot een economische topregio die internationale allure verbindt aan regionale eigenheid. De ISR is een ambitie, inspiratie- en kansendocument voor de regio. Het is een basis van waaruit partijen op verschillende niveaus (lokaal, subregionaal en bovenregionaal) werken aan opgaven ter versterking van de kwaliteiten van onze regio. Het vormt een gemeenschappelijk vertrekpunt voor de subregionale en lokale beleidsontwikkeling. De ISR ondersteunt daarmee de onderlinge en met andere partijen te maken afspraken. De ISR heeft een functie voor communicatie- en lobbytrajecten. Zo zal het een bouwsteen namens de regio vormen voor de provinciale omgevingsvisie. De ISR is opgesteld door de werkplaats Ruimte met partners uit het bedrijfsleven, wetenschap, onderwijs en overheden. De ISR zet in op 3 centrale thema’s: •

De energieke regio: de centra van steden en dorpen zijn van bewoners en bezoekers. Inrichting is gericht op beleving en verblijfskwaliteit.

27 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

• •

De verbonden regio: een onderscheidende regionale en (inter-)nationale bereikbaarheid. Verplaatsen in de regio is sneller, eenvoudiger en/of leuker. De innovatieve regio: economische activiteit en innovatie op werklocaties. Verbeteren van de verwevenheid tussen campussen, kennisinstellingen en de innovatieve maakindustrie met ruimte om te experimenteren.

De strategiekaart toont de keuzen, ambities en strategische projecten die van belang zijn op (inter)nationaal niveau, waaraan we als Brainportregio werken. De Brainportregio maakt onderdeel uit van de nationale Ruimtelijke Economische Ontwikkelingsstrategie (REOS). Deze richt zich op het versterken van het economisch kerngebied van Nederland. Tegelijkertijd dragen de op de strategiekaart vermelde elementen ook bij aan een versterking van de regio zelf, wat goed is voor het woon-, leef- en ondernemingsklimaat van iedereen in de regio. De strategie is opgebouwd uit de thema’s: economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat; omgevingskwaliteit; mobiliteit; duurzaamheid en klimaat. Per thema bevat de ISR een kaart en een beschrijving van het streven en de wijze waarop dit kan worden bereikt. Economisch vestigingsklimaat Met het Rijk en de noord-zuidvleugel van de Randstad wordt aan een krachtig nationaal vestigingsklimaat gewerkt, de REOS. Ambitie is het versterken van de nationale economische toplocaties en de (internationale) bereikbaarheid ervan. Het versterken van het economische (vestigings)klimaat vraagt om een breed pakket aan maatregelen.

Voorbeelden daarvan zijn een aantrekkelijke omgeving met groene verblijfsruimten, een aantrekkelijk landelijk gebied dat ook een proeftuin is voor experimenten en waar start-ups de ruimte krijgen op goed ontsloten locaties en woningen voor alle doelgroepen. Woon- en leefklimaat Het is de ambitie om een excellent en divers woonklimaat met topvoorzieningen te kunnen (blijven) bieden, waar iedereen ontspannen kan wonen en verpozen. Daarom wordt gewerkt aan een hoogwaardige (woon)omgeving, waar het veilig en gezond is, met een compleet en goed bereikbaar (hoog)stedelijk voorzieningenpakket in Eindhoven en Helmond, een levendig hart in de andere kernen met ruimte voor ontmoeting en goed toegankelijke fraaie landschappen met een gezellige Brabantse sfeer die bijdragen aan een gezonde samenleving. Door aan te sluiten op de verschillende karakteristieke gebiedskwaliteiten en identiteitsdragers op alle schaalniveaus, wordt de variatie aan woon- en leefmilieus alleen maar verder vergroot. Ieder deelgebied heeft vanuit de ontstaansgeschiedenis (ruimtelijk en tegorie) een specifieke aantrekkingskracht, waardoor er veel verschillende woonmilieus ontstaan zijn. Er wordt ingezet op een verdere versterking van deze diversiteit. Duurzaamheid en klimaat Ambitie is om schoner, slimmer en zuiniger om te gaan met de ruimte en om grondstoffen optimaal te (her)benutten.

Er wordt gestreefd naar duurzame locatieontwikkeling: herontwikkeling en transformatie van bestaande gebieden is daardoor een essentieel onderdeel. Het juiste type woon- en werkmilieu moet worden geaccommodeerd op de

28 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

juiste locatie, met respect voor het landschap, het watersysteem en andere (ook sociale) waarden: naar klimaatadaptief grondgebruik in een gezonde leefomgeving. Doorwerking projectgebied In paragraaf 4.6 wordt dieper ingegaan op het aspect duurzaamheid. Voorliggend plan maakt het mogelijk woningen toe te voegen naar behoefte. Hierdoor kan makkelijk een divers woonklimaat worden gerealiseerd. Doordat de gemeente met dit plan ruimte geeft aan overige functies die passend zijn binnen de omgeving, kan een gevarieerd en daarmee een volledig voorzieningenaanbod worden gecreëerd in het gebied. Tezamen met het landschappelijk raamwerk wordt een aantrekkelijke (woon)omgeving met groene verblijfsruimten en een aantrekkelijk gebied ontwikkeld.

Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant De gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant, de provincie Noord-Brabant en het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben in maart 2023 een woondeal gesloten. In deze woondeal zijn afspraken gemaakt over de aanpak van het huidige woningtekort en de verhoging en versnelling van de woningbouwproductie. De regio zet zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van minimaal 45.135 woningen in de periode 2022 tot en met 2030. Elke gemeente neemt een fair share van de regionale opgave. Voor de gemeente Veldhoven is afgesproken dat zij in de periode 2022 t/m 2030 minimaal 1.750 woningen (netto) toevoegen aan de voorraad. De gemeenten zorgen voor voldoende plancapaciteit voor de realisatie van de afgesproken woningaantallen. Dit betekent dat gemeenten zorgen voor 130% plancapaciteit (t.o.v. de minimale woningbouwopgave) en streven ernaar dat deze op tijd 'hard' is. De woningbouwrealisatie bestaat uit minimaal 30% sociale huur, minimaal 16% middenhuur en minimaal 20% betaalbare koopwoningen. Voor de realisatie van voldoende woningen zijn sleutelprojecten in de regio aangewezen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de regionale opgave. Dit zijn locaties die een wezenlijke bijdrage leveren aan de lokale en regionale woningbouwopgave, zowel kwantitatief als kwalitatief. Zilverackers is aangewezen als sleutelproject.

Doorwerking projectgebied Voorliggend plan maakt de realisatie van maximaal 105 woningen mogelijk. Het plan heeft de woningtypologieën niet vastgelegd. Hierdoor kan maximaal worden ingespeeld op de behoefte van het moment. Dit initiatief sluit daarmee aan op de Regionale woondeal Zuidoost-Brabant.

Afsprakenkader wonen SGE 2022 In 2017 is in de negen gemeenten van het Stedelijk Gebied Eindhoven (hierna SGE) het Afsprakenkader Wonen vastgesteld. In 2022 heeft een herijking plaatsgevonden van het in 2017 vastgesteld Afsprakenkader Wonen. Het doel van het Afsprakenkader Wonen SGE 2022 is om nieuwe afspraken te maken over het regionaal omgaan met woningbouwplannen binnen de bestaande regionale Visie op wonen. In de samenwerking binnen het SGE is op het gebied van woningbouw afgesproken te handelen 'als ware één gemeente'.

29 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

In de afgelopen jaren is de situatie op de woningmarkt enorm veranderd. Vanwege de grote vraag naar woningen wil, en moet, de regio daarop anticiperen door snel veel nieuwe woningen te bouwen. Binnen het SGE worden alle woningbouwontwikkelingen van enige omvang getoetst aan de zeven Brainport Principes: identiteit, innovatie, invloed van bewoners, vraaggerichte ontwikkeling, gezonde verstedelijking, gevarieerde woonmilieus en benutting van de regiokracht. Binnen het SGE wordt ingezet om tot 2040 circa 62.000 nieuwe woningen te bouwen om aan de dringende vraag te voldoen. Om daadwerkelijk op dat niveau te komen, wordt ingezet op 120% plancapaciteit (74.000 woningen). Om te voorkomen dat er een overmaat ontstaat ten aanzien van nieuwe woningen en/of harde plancapaciteit binnen het SGE leggen de individuele gemeenten hun woningbouwplannen voor aan het onafhankelijke Coördinatieteam (CT) Wonen SGE. Het CT adviseert en toetst de ontwikkelingen op deze elf locaties alsmede andere projecten van enige omvang op basis van de Brainport Principes en de onderlinge afspraken. Doorwerking projectlocatie Het initiatief maakt de realisatie van woningen mogelijk. Het aantal woningen is niet begrenst. Ook de woningtypologieën is niet vastgelegd in dit plan. Zo kan binnen het projectgebied aansluiting worden gezocht op de behoefte op dat moment.

Het plan sluit derhalve aan bij het Afsprakenkader wonen SGE 2022.

Gemeentelijk beleid In deze paragraaf komt het gemeentelijk beleid aan de orde zoals opgenomen in de Omgevingsvisie en de gemeentelijke Omgevingsprogramma’s. Ook komen sectorale beleidsuitgangspunten aan de orde

Omgevingsvisie Veldhoven, Stad van dorpen in het hart van Brainport Op 8 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Veldhoven de Omgevingsvisie Veldhoven 'Stad van dorpen in het hart van de Brainport' vastgesteld. In de omgevingsvisie is aangegeven waar de gemeente Veldhoven op inzet bij de ontwikkeling van Veldhoven tot 2040 en hoe daar op hoofdlijnen uitvoering aan wordt gegeven. De visie geeft hiermee richting en kaders aan voor toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. In de Omgevingsvisie is een beeld geschetst van Veldhoven in 2040. Ook in 2040 beschikt Veldhoven nog over een unieke combinatie van dorpse en stedelijke kwaliteiten. Er is in 2040 flink bijgebouwd om iedere Veldhovenaar een goede, betaalbare woning te kunnen bieden. Met name in en rond het City Centrum, de Burgemeester van Hoofflaan, op en langs bedrijventerrein De Run en langs de uitvalswegen heeft Veldhoven in 2040 een nieuw, stads gezicht gekregen. Langs de as Hertgang, Dom, Sterrenlaan, Heerbaan laat het meer stedelijke karakter zich af en toe zien bij knooppunten van wegen, entrees van wijken of rondom voorzieningen. In 2040 zijn er nieuw duurzame en collectieve woonconcepten en (kleinere) woningen waar ouderen, jongeren, gezinnen en nieuwe Veldhovenaren genieten van de dynamische omgeving en de uitstekende bereikbaarheid met het openbaar vervoer.

Dat kan omdat hier en daar hoger en gemengder wordt gebouwd dn in de rest van Veldhoven. Op basis van drie kernopgaven wordt beschreven waar de gemeente voor staat tot 2040. Deze drie kernopgaven vormen samen de ruimtelijke koers voor Veldhoven:

30 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

1. Investeren in stedelijke en dorpse kwaliteiten. 2. Verder bouwen aan de innovatieve en bereikbare maakstad. 3. Werken aan een duurzame en gezonde leefomgeving. In de omgevingsvisie is per kernopgave een aantal strategische keuzen bepaald. Zo is er op basis van de kernopgaven bijvoorbeeld gekozen voor een sterk stedelijke structuur, het City Centrum als bruisend en multifunctioneel hart, het behoud van een herkenbare dorpse structuur, het werken aan gezonde wijken, het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het werken naar toekomstbestendige woonwijken en werkmilieus. Eén van deze strategische keuzes voor kernopgave 1 is het inzetten op een passende woning voor een ieder. Hiervoor wordt in Veldhoven ook nu al volop ontwikkeld. Eén van deze locaties is Zilverackers waar met name wordt ingezet op een gemengd grondgebonden programma, aanvullend op de stedelijke ontwikkeling van bijvoorbeeld Eindhoven. Na de afronding van Zilverackers wil Veldhoven niet verder uitbreiden in het buitengebied, behoudens het wellicht invullen van een enkele rafelrand. Omdat wordt gestreefd naar een zo inzichtelijk en voorspelbaar mogelijk beleid in de omgevingsvisie is er een gebiedsgerichte vertaling van deze strategische keuzes in de omgevingsvisie opgenomen. In deze gebiedsgerichte vertaling zijn de integrale ambities voor een gebied op een rij gezet.

Zo is per gebied de karakterisering en opgave verwoord en zijn de kaders waarbinnen ontwikkelingen mogen plaatsvinden, weergegeven. Er gelden afzonderlijke gebiedsopgaven voor de volgende gebieden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Dorpskernen en - gehuchten. Dorpslinten. Woonwijken en Stadse Woonstraten. Buitengebied. Bedrijventerreinen. Sterke Stedelijke Structuur.

Doorwerking projectgebied Op het kaartbeeld met de visie voor Veldhoven in 2040 ligt het projectgebied binnen de aanduiding ‘Stadse Woonstraten’. In de omgevingsvisie staat hierover het volgende geschreven: Langs enkele structuren aan de randen van bestaande wijken is nu al sprake van wat meer stedelijke bebouwing, soms in combinatie met voorzieningen. Het gaat dan om de lijn Hertgang-Dom-Sterrenlaan (The Village, Mira, Abdijtuinen) en de lijn Houtwal-Traverse (Rundgraafpark, Den Hoorn) en de Abdijlaan (Merefelt). Langs deze structuren liggen gebouwen tot wel 40 meter hoog. Op enkele plekken langs deze structuren (bijvoorbeeld rondom kruisingen van wegen of plekken met voldoende open ruimte er om heen) is het mogelijk om nieuwe stedelijke woonconcepten, gestapeld wonen en hoogbouw toe te staan. Langs deze Stadse Woonstraten wordt meer nadruk gelegd op stadse architectuur en is ook hoogbouw mogelijk. In algemene zin gaat het dan om incidenten: herkenbare bebouwing op in het oog springende plekken langs de hoofdstructuur. Hoogbouw is vooral bedoeld om herkenningspunten van wijken en accenten toe te voegen. In dergelijke gevallen is maatwerk nodig, in samenspraak met de omwonenden, aangezien het gaat over het passend maken van een puzzelstuk in de bestaande woonomgeving. Het gaat daarbij niet alleen om de hoogte van een gebouw.

Het ontwerp, de uitstraling, de interactie op straatniveau, de consequenties voor de omringende omgeving, het integreren van groen, de inrichting van het terrein rondom de hogere bebouwing zijn allemaal aspecten die bepalen of een plan als passend ervaren wordt.

31 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

Figuur 8: Kaartbeeld met de visie voor Veldhoven in 2040 met ligging projectgebied (t.p.v. rode pijl)

Het plan voorziet in de herontwikkeling van een deel van de bestaande bebouwing aan de Sterrenlaan. Binnen het projectgebied is ruimte voor woningen in de vorm van hoogbouw. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwing in de omgeving. Daarnaast is er ruimte voor gemengde functies binnen het projectgebied. De flexibiliteit die wordt mogelijk gemaakt middels uitnodigingspla nologie maakt dat optimaal kan worden ingespeeld op de behoefte in de regio. In het kader van de pilot Omgevingsplan Veldhoven heeft participatie plaatsgevonden. Daarin is dit initiatief meegenomen. Daarvoor wordt verwezen naar de motivering behorende bij het pilot omgevingsplan. Het mogelijk maken van Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan in het omgevingsplan vormt de vertaling van de uitgangspunten over Stadse Woonstraten in de Omgevingsvisie Veldhoven. Daarnaast heeft een verdiepingsslag plaatsgevonden in de vorm van het opstellen van een handreiking, die dient als basis voor de uit te werken regels in het omgevingsplan.

Visie op Veldhoven 'Op weg naar Veldhoven 2040'

32 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

Op 7 mei 2024 heeft de gemeenteraad van Veldhoven de Visie op Veldhoven 'Op weg naar Veldhoven 2040' vastgesteld. Hierin staat waar Veldhovenaren vinden dat de toekomst van Veldhoven over moet gaan, wat hen bezighoudt en hoe zij de toekomst voor zich zien. Dit is wat de samenleving van Veldhoven over de toekomst van Veldhoven vindt: 1. Het dorpse karakter Er is waardering voor de eigen dorpskernen en wijken en identiteiten. Het willen betrokken worden bij de (grootschalige) veranderingen en helpen om samen een nieuw Veldhoven te maken, gebaseerd op wat al goed is. Hierbij wordt ontmoeting in de buurt als heel belangrijk ervaren. 2. Groen als onderdeel van een prettig leven Voor (veel) mensen is het prima dat Veldhoven moet groeien, maar wanneer hierbij groen in het geding komt doet dit af aan de leefbaarheid in Veldhoven. Groen en groei moet daarom in evenwicht zijn, waarbij moet worden ingezet op meer groen in de wijken. Daarnaast moet volgens veel Veldhovenaren ook ruimte behouden worden. Dit is misschien ingewikkeld in combinatie met groei. Dit vraagt om innovatieve oplossingen waarbij ook naar bestaande (leegstaande) panden gekeken wordt. 3. Woningbouw en voorzieningen Wat de Veldhovenaren betreft moet de focus liggen op het aanbod van woningen voor jonge mensen, zodat die zich in Veldhoven kunnen blijven vestigen. Dit kan o.a.

worden bereikt door de doorstroming voor ouderen, met interessante en mooie voorzieningen waar ouderen samen kunnen wonen en komen, te bevorderen. De samenleving in Veldhoven wil actief meedenken over wonen en bouwen. Doorwerking projectgebied Het planvoornemen voorziet in de realisatie van Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan, bestaande uit appartementen en functies in de plint. Daarmee wordt voorzien in een combinatie van woningbouw en voorzieningen. Het stedenbouwkundig plan is opgesteld om de ontwikkeling aan de Stadse Woonstraat aan de Sterrenlaan te faciliteren op een manier die past bij de wensen en ambities in de openbare ruimte en het algemeen belang. De uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan zijn geborgd in de regels van het omgevingsplan.

Woon(zorg)visie Veldhoven 2023-2027 De gemeenteraad van Veldhoven heeft op 18 april 2023 de Woon(zorg)visie 'Goed wonen in een groeiend Veldhoven' vastgesteld. Deze visie gaat in op de verschillende uitdagingen die de gemeente Veldhoven de komende jaren kent op het gebied van wonen en hoe daarmee wordt omgegaan. Deze uitdagingen zijn de landelijke woningbouwopgave, de schaalsprong in verstedelijking van de gemeente Veldhoven, de veranderende bevolkingssamenstelling en de verduurzaming van de (bestaande) woningvoorraad. Aan de hand van de volgende thema's wordt de visie van Veldhoven op deze uitdagingen nader toegelicht: • Werken aan een beter passende woningvoorraad • Verbinden van de opgaven voor wonen en zorg • Woningbouwprogramma: de juiste toevoegingen • Werken aan een beter passende woningvoorraad De gemeente Veldhoven heeft het doel om te faciliteren dat woningzoekenden tijdig een betaalbare woning in Veldhoven kunnen vinden. De bestaande woningvoorraad, met veel

33 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

traditionele woonvormen (eengezinswoningen en appartementen) sluit onvoldoende aan op de toekomstige behoefte en de toenemende diversiteit aan woonvragen. Aanpassingen in de bestaande woningvoorraad moeten leiden tot meer aanbod voor kleine huishoudens, ouderen en mensen met fysieke beperkingen. Naast levensloopbestendigheid stuurt de gemeente via het duurzaamheidsbeleid op verduurzaming van zowel de bestaande woningvoorraad, als nieuwbouw. Zo wordt de woningvoorraad toekomstbestendig. Ook wordt ingezet op het verbeteren van de doorstroming op de woningmarkt. In deze krappe woningmarkt hebben we daarbij specifieke aandacht voor zogenaamde spoedzoekers. De gemeente borgt de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen op lange termijn, bijvoorbeeld in privaatrechtelijke overeenkomsten, door inzet van publiekrechtelijk instrumentarium of in het Omgevingsplan. Verbinden van de opgaven voor wonen en zorg Wonen en zorg zijn geen gescheiden werelden, maar lopen in verschillende gradaties in elkaar over. De gemeente wenst dat inwoners met een zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig kunnen (blijven) wonen in een geschikte woning in hun eigen omgeving of sociale netwerk. De woonomgeving moet hiervoor ook geschikt zijn, met aandacht voor leefbaarheid, inclusie, voorzieningen en ontmoetingsplekken.

Veldhoven zet daarbij in op het vergroten van de bewustwording bij inwoners over het tijdig aanpassen van de eigen woning of doorstromen naar een geschikte woning voor de toekomstige behoefte. Woningbouwprogramma: de juiste toevoegingen De gemeente realiseert de schaalsprong door tot en met 2032, 5.000 woningen toe te voegen aan de voorraad. Naast de realisatie van uitbreidingslocatie Zilverackers wil de gemeente dit bereiken door het toevoegen van nieuwe aantrekkelijke, meer stedelijke woonmilieus, passend binnen de ruimtelijke structuur van de Omgevingsvisie. Binnen de nieuwbouwprojecten is aandacht voor aanvullende en innovatieve woonvormen met als doel meer differentiatie binnen de woningvoorraad. Veldhoven zet in op een langdurig betaalbaar woningbouwprogramma, met 30% sociale huur, 10% sociale koop, 35% middensegment en 25% duur segment. Daarbij levert de gemeente gebiedsgericht maatwerk in de vertaling van prijssegmenten naar projecten en bij de vertaling van prijssegmenten naar type locaties. De gemeente onderkent de meerwaarde van bewonersinitiatieven en CPO-ontwikkelingen en faciliteert deze waar mogelijk.

Door te sturen op de kwalitatieve invulling van het woningbouwprogramma, vergroot de gemeente Veldhoven zoveel mogelijk de kansen op passende huisvesting voor specifieke doelgroepen, zoals lage en middeninkomens, starters, ouderen en kwetsbaren, internationale werknemers, vluchtelingen en woonwagenbewoners. Daarbij wil de gemeente de draagkracht en draaglast per wijk/buurt niet uit het oog verliezen. Een gezonde mix van inwoners en woningtypen moet leiden tot vitale leefgemeenschappen en inclusiviteit. Met de partners in bouwen, wonen, zorg en welzijn gaat de gemeente actief op zoek naar innovatieve concepten en methoden om de opgaven in te vullen. Doorwerking projectgebied Dit plan maakt het mogelijk woningen toe te voegen naar behoefte. Dit is mogelijk in aantal, maar ook in woningtypologie. In de regels is als concrete voorwaarde opgenomen dat voldaan moet worden aan het gemeentelijk woonbeleid. Veldhoven zet niet alleen in op een langdurig betaalbaar woningbouwprogramma, maar ook aanvullende in innovatieve woonvormen. Voor de differentiatie wordt het volgende aangehouden: • 30% sociale huur; • 10% sociale koop; • 15% middenhuur • 20% middeldure koop;

34 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk

•

25% dure koop en huur.

Hierdoor draagt het plan bij aan een betaalbaar woningbouwprogramma. De flexibiliteit in het plan geeft ook de ruimte zorgcomponenten toe te voegen. De woningen komen daarnaast dichtbij voorzieningen te liggen. Zo zijn er in het gebied reeds supermarkten gelegen en biedt het plan ruimte om voorzieningen toe te voegen waar vraag naar is. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat het plan voldoet aan de Woon(zorg)visie Veldhoven.

Detailhandels- en horecavisie gemeente Veldhoven Veldhoven gaat de komende jaren flink groeien en verdichten. De komende 10 jaar komen er circa 10.000 inwoners bij. Ook na 2035 blijft Veldhoven groeien. Om deze nieuwe inwoners te kunnen huisvesten en de huishoudensverdunning op te vangen zet Veldhoven in op een ambitieus woningbouwprogramma. Deze opgaven hebben ook invloed op het voorzieningenbeleid ten aanzien van detailhandel, horeca en diensten. In de visie geeft de gemeente Veldhoven duidelijkheid aan ondernemers, vastgoedeigenaren en ontwikkelaars waar wel of geen mogelijkheden liggen voor vernieuwing, uitbreiding en/of verbouwing. De centrale ambitie is het voorzieningenaanbod in kwalitatieve en kwantitatieve aan te passen aan de groei en verandering van de bevolking. In de visie zijn de volgende uitgangspunten beschreven: • Focus ligt op versterken van het Citycentrum. • Optimaliseren van de leefbaarheid in de wijken door te voorzien in toekomstbestendig boodschappen aanbod dicht bij (nieuwe) inwoners. • Versterken van de detailhandel en horeca zijn gewenst. De gemeente Veldhoven juicht (lokaal) ondernemerschap toe. • Innovatie en vernieuwing moet de ruimte krijgen: de gemeente Veldhoven staat positief tegenover innovatie en vernieuwing. • Compacte centrumgebieden: de gemeente Veldhoven streeft naar compacte centrumgebieden.

• Complete centrumgebieden: de gemeente Veldhoven streeft naar een compleet aanbod aan voorzieningen in de centrumgebieden, binnen het profiel en de verzorgingsfunctie. • Comfortabele centrumgebieden: de gemeente Veldhoven streeft naar comfortabele centrumgebieden. • Stimuleren en versterken duurzaamheid: de gemeente juicht duurzaamheidsmaatregelen van ondernemers toe, zowel op het gebied van de inrichting, van het menu, het terras (horeca) en het vastgoed. • Duurzaamheid voorziet in de behoefte van de consument, maar is ook noodzakelijk in het kader van gezondheid en bredere klimaatadaptatiedoelstellingen. Specifiek voor detailhandel en horeca zijn de volgende beleidsuitgangspunten vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17005692/1