Motivering - Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven - Deelplan Zonderwijk
Tekst van het document
Decentrale overheden hebben de mogelijkheid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit te werken via instrumenten zoals de omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma's.
Onderzoek De omzetting van het omgevingsplan voor de wijk Zonderwijk is conserverend van aard. De bestaande groene waarden in het gebied zijn gewaarborgd in het omgevingsplan. Voor het overige zijn er geen aanvullende regels opgenomen ten aanzien van klimaatadaptatie.
26 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
Conclusie Vanuit het milieuaspect klimaatadaptatie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Elektromagnetische straling Toetsingskader Magnetische velden ontstaan bij het transport en het gebruik van elektriciteit/stroom. Voorbeelden van voorzieningen die zorgen voor elektromagnetische velden zijn antennes, hoogspanningslijnen, mobiele telefoons en elektrische apparaten. De kracht van het elektromagnetische veld kan per voorziening verschillen. In het kader van de fysieke leefomgeving zijn met name antennes en hoogspanningslijnen van belang, aangezien dit vaste objecten zijn. De Europese Unie heeft in 1999 blootstellingslimieten, bestaande uit basisrestricties en daarvan afgeleide referentieniveaus, aanbevolen (PbEG L 199/59, 1999). De basisrestricties mogen niet worden overschreden. Als de blootstelling lager is dan de referentieniveaus kan ervan worden uitgegaan dat de basisrestricties niet worden overschreden. Voor magnetische velden die met de elektriciteitsvoorziening samenhangen, bedraagt het referentieniveau 100 microtesla voor de gehele bevolking. Door de minister voor Klimaat en Energie is (samen met de toenmalig minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en in afstemming met de staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport) op 21 april 2023 een herijkt voorzorgsbeleid aan gemeenten, provincies en netbeheerders gezonden inzake de gezondheidsrisico’s van magneetvelden bij hoogspanningslijnen1.
De kern van het herijkte voorzorgbeleid voor magneetvelden is dat met de netbeheerders is afgesproken dat deze bronmaatregelen gaan treffen om de sterkte en grootte van magneetvelden zo veel mogelijk te beperken. Het beleidsadvies is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden die afkomstig zijn van elektriciteitsinfrastructuur en die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla2. De waarde van 0,4 microtesla geldt als gemiddelde voor een heel jaar. Tijdens dat jaar kan de veldsterkte regelmatig boven en onder de waarde van 0,4 microtesla komen. Het is een waarde uit voorzorg, die alleen van toepassing is bij bovengrondse hoogspanningslijnen.
Onderzoek Het voorzorgsbeleid adviseert de 0,4 microtesla magneetveldzone te berekenen als het project van een gevoelige gebouw zoals een woning, school of kinderopvang binnen de indicatieve magneetveldzone van een bovengrondse hoogspanningslijn zoals opgenomen op de RIVM-netkaart plaatsvindt. Er is een quickscan uitgevoerd waarbij is gebleken dat het plangebied zich niet binnen de indicatieve magneetveldzone van een of meerdere hoogspanningslijnen bevindt. De dichtstbijzijnde hoogspanningslijn ligt op een afstand van 2,5 kilometer. Hierdoor blijft de blootstelling aan magnetische velden ruim onder de vastgestelde referentieniveauwaarden van 0,4 microtesla. Er is geen aanleiding om de 0,4 microtesla magneetveldzone te berekenen.
1 2
https://www.kennisplatform.nl/verschil-tussen-limiet-100-microtesla-grens-0-4-microtesla/ https://www.infomil.nl/publish/pages/86406/beleidsadvies_vrom_2005_1.pdf
27 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
Conclusie Vanuit het milieuaspect elektromagnetische straling is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Geur Toetsingskader Er dient rekening te worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Daarbij dient de geur op geurgevoelige gebouwen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.6 Bkl). Voor enkele, met name agrarische activiteiten zijn standaardwaarden bepaald voor de geurbelasting of afstand waarbij er in ieder geval sprake is van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. Voor bedrijfsmatige activiteiten zoals onder meer industrie worden geen waarden en afstanden toegekend. Ook in deze gevallen dient er rekening te worden gehouden met de geur afkomstig van deze activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Geurgevoelige gebouwen zijn gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft. Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geur op grond van artikel 4.2 van de Omgevingswet. Dat doet de gemeente vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Onderzoek Er worden geen nieuwe gevoelige gebouwen mogelijk gemaakt met deze wijziging van het omgevingsplan, waarbij rekening moet worden gehouden met de aanvaardbaarheid van het aspect ‘geur’.
Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig project.
Gezondheid Toetsingskader Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. Een gezonde en veilige leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren (welbevinden/kwaliteit), uitnodigt tot gezond gedrag (gezondheidsbevordering) en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is (gezondheidsbescherming). De gemeente moet bij de evenwichtige toedeling van functies in het omgevingsplan rekening houden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Het Rijk legt ondergrenzen vast voor de bescherming van de gezondheid, bijvoorbeeld door middel van instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur, trillingen, waterkwaliteit en bodem. Het Bkl bevat specifieke instructieregels voor de bescherming van de gezondheid en het milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl). Deze aspecten zijn in de vorige paragrafen gemotiveerd.
28 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
Decentrale overheden hebben de mogelijkheid om hun eigen gezondheidsambities en regels vast te leggen en uit te werken via instrumenten zoals de omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma's. Deze zijn in hoofdstuk 5 gemotiveerd.
Onderzoek Uit hoofdstuk 4 blijkt dat wordt voldaan aan de eisen die worden gesteld ten aanzien van de aspecten ‘geluid’, ‘luchtkwaliteit’, ‘geur’, ‘trillingen’, ‘waterkwaliteit’ en ‘bodem’.
Conclusie Vanuit het milieuaspect gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Luchtkwaliteit Toetsingskader Ons gebruik van de fysieke leefomgeving heeft soms ongewenste bijwerkingen. Bijvoorbeeld luchtverontreiniging. Luchtverontreiniging kan effect hebben op de gezondheid van mensen en de natuur. De Omgevingswet bevat instrumenten en regels die de kwaliteit van de binnen- en buitenlucht bewaken en beschermen. De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen ter bescherming van de gezondheid staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl (paragraaf 5.1.4.1). Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). Aandachtsgebieden en rijksomgevingswaarden NO2 en PM10 De toetsing en monitoring van de luchtkwaliteit vindt plaats in de aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties NO 2 en/of PM10. Aandachtsgebieden voor zowel NO2 als PM10 staan vermeld in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. Aandachtsgebieden voor alleen PM 10 zijn aangewezen in artikel 5.51, lid 3 van het Bkl. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen (artikel 5.51 Bkl). Een gemeente moet soms een activiteit toetsen aan de omgevingswaarden in een nabijgelegen aandachtsgebied.
Dit kan nodig zijn bij activiteiten die buiten een aandachtsgebied liggen maar relatief veel luchtvervuiling veroorzaken tot in het nabijgelegen aandachtsgebied. Denk aan extra verkeer of bedrijfsemissies. Toets aan deze rijksomgevingswaarden binnen aandachtsgebieden mag achterwege blijven indien activiteiten maar weinig bijdragen aan de luchtvervuiling oftewel ‘Niet in betekende mate (NIBM)’ zijn. Niet in betekende mate (NIBM)
29 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
Uit artikel 5.53 en 5.54 van het Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBMgrens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 van het Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Een andere optie is gebruik te maken van de NIBM-tool om zo op een eenvoudige en snelle manier te onderzoeken of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Lokale of strengere omgevingswaarden van gemeente en provincies Gemeenten en provincies kunnen ook lokale omgevingswaarden opstellen, bijvoorbeeld voor roet.
Ze kunnen ook strengere omgevingswaarden vaststellen en deze opnemen in het Omgevingsplan dan wel in de Omgevingsverordening. Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit Sinds 1 januari 2023 wordt de luchtkwaliteit berekend en gemonitord via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK).
Onderzoek Aandachtsgebieden en rijksomgevingswaarden NO2 en PM10 Het plangebied ligt binnen aandachtsgebied van zowel NO 2 als PM10. Er worden echter geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen met het omgevingsplan mogelijk gemaakt.
Conclusie Vanuit het milieuaspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Milieueffectrapportage Toetsingskader Bijlage V bij het Omgevingsbesluit in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit bepalen of een besluit project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is. Bijlage V bij het Omgevingsbesluit heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van projecten waarvoor een mer-(beoordelings)plicht geldt. In kolom 4 zijn de besluiten opgenomen die betrekking hebben op projecten waarvoor de mer-(beoordelings)plicht geldt. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt
30 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
een mer-plicht. Anders geldt een mer-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Of een project, dat voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: a. de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn; b. voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkregen. Een initiatiefnemer die voornemens is een project uit te voeren, deelt dit voornemen zo spoedig mogelijk mee aan het bevoegd gezag (artikel 16.45 Omgevingswet). Deze mededeling kan plaatsvinden door middel van een aanmeldnotitie.
Onderzoek In het omgevingsplan voor Zonderwijk worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een mer-procedure. Dit betekent dat er geen projecten zijn die in bijlage V van het Omgevingsbesluit staan. In het omgevingsplan zijn waar mogelijk specifieke regels opgenomen voor gebruiksactiviteiten die zijn toegestaan (soms met een vergunning) en die zijn ‘ingesloten’. Daarnaast is vastgesteld dat andere gebruiksactiviteiten die niet zijn ingesloten, zijn uitgesloten. Er geldt in het algemeen een verbod voor gebruiksactiviteiten die onder de mer-plicht vallen volgens kolom 2 van bijlage V van het Omgevingsbesluit en een specifiek verbod voor mer-plichtige bedrijfsactiviteiten.
Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat er geen milieueffectrapportage noodzakelijk is.
Natuur en landschap Toetsingskader Natura 2000-gebieden De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden middels een voortoets (afd. 11.1 Bal). Projecten en activiteiten die een significant negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig (Natura 2000-activiteit). Indien nadelige effecten te verwachten zijn, welke niet significant zijn, geldt de specifieke zorgplicht. In dat geval moeten nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperkt, of ongedaan gemaakt worden. NNN-gebieden Op basis van artikel 7.8 lid 2 Bkl van de Omgevingswet dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden.
31 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk is opgenomen in de provinciale verordening. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de zogenaamde bebouwingscontour houtkap (afdeling 11.3 Bal). Wanneer deze houtopstanden worden geveld, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie. Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, dienen binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond nieuwe houtopstand te worden geplant.
Er geldt een algehele vrijstelling van deze herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Daarnaast geldt er een specifieke zorgplicht voor houtopstanden. Indien natuurbescherming, instandhouding bosareaal of bescherming landschappelijke waarden in het geding komt, geldt een verplichting om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken, of achterwege te laten. Soortenbescherming Soortenbescherming heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten (afd. 11.2 Bal). De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: • vogels; • Europees beschermde soorten; • nationaal beschermde soorten. Er geldt een vergunningsplicht voor een flora- en fauna-activiteit wanneer schadelijke handelingen worden uitgevoerd. Op basis van de Omgevingswet is een flora- en faunaactiviteit een ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Dit heeft betrekking op vrijwel alle ruimtelijke activiteiten.
De provincie is het bevoegd gezag en kan bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen vrijstelling geven van de lijst met nationaal beschermde soorten in afstemming op de situatie in de provincie. Ook geldt er een specifieke zorgplicht om nadelige gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt voor alle beschermde soorten, alsmede soorten van de rode lijsten, en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Voor deze soorten wordt vastgesteld of nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten. Is dit niet mogelijk, dan dienen preventieve maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen te voorkomen.
Onderzoek In het omgevingsplan voor de wijk Zonderwijk worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij natuurbescherming een rol speelt.
32 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
Conclusie Vanuit het milieuaspect natuur en landschap is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Omgevingsveiligheid Waarborgen van veiligheid Juridisch kader De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet zijn het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Bij het beschermen gaat het om het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Om deze doelen te bereiken, kent de wet instrumenten voor overheden. Veiligheid heeft betrekking op de mogelijkheden een brand, ramp of crisis te voorkomen, te beperken en te bestrijden (par. 5.1.2 Bkl). Het beschermen van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van risicovolle activiteiten is cruciaal. Daarnaast is het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving bij een ongeval van een risicovolle activiteit van groot belang. Er wordt daarbij op basis van bijlage VI van het Bkl onderscheid gemaakt in 3 categorieën ‘gebouwen en locaties’: 1. zeer kwetsbaar (alleen gebouwen); 2. kwetsbaar (gebouwen en locaties); 3. beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties). Bij het bepalen van de kwetsbaarheid wordt gekeken naar het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is, de duur van hun aanwezigheid, en in hoeverre zij zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die risicobronnen vormen.
Het gaat daarbij om bepaalde activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor, buisleidingen met gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarnaast worden ook de volgende activiteiten beschouwd als risicobronnen: • opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk; • opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik; • exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven; • opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik. Het Bkl is de grondslag voor het toetsingskader zoals opgenomen in het Omgevingsplan In het omgevingsplan worden beperkingen gesteld met betrekking tot externe veiligheid. Zo dient de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te worden genomen. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. Deze grenswaarden zijn ruimtelijk vertaald naar afstanden tot gebouwen en locaties. Gebouwen en locaties die als (zeer) kwetsbaar worden beschouwd mogen bijvoorbeeld niet binnen de plaatsgebonden risicocontour 10 -6-contour van een activiteit vallen. Ook kunnen in het omgevingsplan aandachtsgebieden en voorschriftengebieden zijn aangewezen in het verband met het groepsrisico. Het groepsrisico gaat over de kans per
33 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Er zijn drie typen aandachtsgebieden: 1. brandaandachtsgebied; 2. explosieaandachtsgebied; 3. gifwolkaandachtsgebied
Onderzoek In het omgevingsplan voor Zonderwijk worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij externe veiligheid een rol speelt.
Conclusie Ten aanzien van het aspect omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Trilling Toetsingskader Er dient rekening te worden gehouden met trillingen door activiteiten in trillinggevoelige ruimten van trillinggevoelige gebouwen. Deze trillingen dienen aanvaardbaar te zijn (par. 5.1.4.4 Bkl). Indien de trillingen niet meer bedragen dan de standaardwaarde dan is er in ieder geval sprake van een aanvaardbare woon- en leefomgeving. De standaardwaarden voor continue trillingen en herhaald voorkomende trillingen zijn aangegeven in onderstaande tabellen. Trillinggevoelige gebouwen zijn gebouwen met een woonfunctie, onderwijsfunctie of gezondheidszorgfunctie. Het gaat om activiteiten anders dan wonen die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaken in trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, uitgezonderd industrieterreinen en verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen. Soort Tijdsperiode
Standaardwaarde 07.00-23.00 uur
Standaardwaarde 23.00-07.00 uur
A1 trillingssterkte Vmax A2 trillingssterkte Vmax A3 trillingssterkte Vper
0,1
0,1
0,4
0,2
0,05
0,05
Tabel 2: Standaardwaarden voor toelaatbare continue trillingen in trilling gevoelige ruimten (artikel 5.87 Bkl)
Soort Tijdsperiode
Standaardwaarde 07.00-23.00 uur
Standaardwaarde 23.00-07.00 uur
34 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
A1 trillingssterkte Vmax A2 trillingssterkte Vmax A3 trillingssterkte Vper
0,2
0,2
0,8
0,4
0,1
0,1
Tabel 3: Standaardwaarden toelaatbare herhaald voorkomende trillingen in trilling gevoelige ruimten (artikel 5.87a Bkl)
Bij het mogelijk maken van trillinggevoelige gebouwen in de buurt van spoorwegen moet in beginsel binnen een afstand van 100 meter van een spoorweg het risico op trillinghinder worden beoordeeld. In sommige gevallen is het nodig om het onderzoeksgebied uit te breiden tot 250 meter aan weerszijden van het spoor. Hier kan bijvoorbeeld sprake van zijn als er reeds klachten door trillinghinder van het spoor op een grotere afstand dan 100 meter bestaan.
Onderzoek In paragraaf 22.3.5 zijn de standaardwaarden voor trilling opgenomen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten. Er zijn in het omgevingsplan voor Zonderwijk geen aanvullende regels aan milieubelastende functies gesteld voor trilling. Daarnaast worden er in het omgevingsplan voor Zonderwijk geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij trillingen een rol spelen.
Conclusie Vanuit het milieuaspect trilling is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Verkeersgeneratie, - afwikkeling en parkeren Toetsingskader In verband met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet bij het toelaten van een nieuwe functie worden aangetoond of sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen en wat het effect is op de bereikbaarheid en de verkeersafwikkeling. Er mag geen onaanvaardbaar effect op de fysieke leefomgeving optreden.
Onderzoek Parkeren In het omgevingsplan voor Zonderwijk staan in hoofdstuk 6 algemene regels voor parkeeractiviteiten opgenomen. Daarin zijn bouw- en gebruiksactiviteiten die tot een toename van de parkeerbehoefte leiden, vergunningplichtig gesteld. De ‘Parkeernormennota 2025’ (of diens rechtsopvolger) vormt een toetsingskader bij het beoordelen van de omgevingsvergunning. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid en een passende maatvoering wanneer wordt voldaan aan de ‘Parkeernormennota 2025’. Ook is bij de vergunningplichtige activiteiten waar er een ruime afwegingsruimte geldt, opgenomen dat er sprake moet zijn van voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein.
35 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
Hierbij staat vermeld dat er sprake is van voldoende parkeergelegenheid indien er wordt voldaan aan de ‘Parkeernormennota 2025’. Verkeersgeneratie en –veiligheid In het omgevingsplan voor de Zonderwijk worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een toename aan verkeersgeneratie.
Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het plan.
Waterbelangen Toetsingskader Middels de weging van waterbelangen dient inzicht te worden geboden in de effecten van het project op stedelijk afvalwater, grondwater en hemelwater (par. 5.1.3.Bkl en afdeling 2.2.2 Bkl). De weging van het waterbelang zorgt ervoor dat per ontwikkeling de klimaatbestendigheid van het watersysteem en een water robuuste inrichting van de omgeving vroegtijdig in de planvorming worden betrokken. Daarbij is het van belang dat er op een gestructureerde wijze afstemming tussen waterschap en de gemeente plaatsvindt, waarbij een constructieve en doorlopende afstemming van belang is.
Onderzoek In het omgevingsplan voor Zonderwijk worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die invloed hebben op stedelijk afvalwater, grondwater en hemelwater. In de regels is wel rekening gehouden met waterberging en beschermingsgebied van de Gender. Hierbij is aangesloten op het geldende beleid dat de gemeente hanteert voor toename aan oppervlakten. Verder zijn in beoordelingsregels, waar relevant, ook regels opgenomen dat moet voldaan worden aan de waterbergingseisen.
Conclusie Het aspect ‘waterbelangen’ vormt geen belemmering voor het plan.
Bezonning Toetsingskader Bezonning is een belangrijk aspect bij het beoordelen van de ruimtelijke kwaliteit binnen het plangebied en de omgeving daarvan. Het is essentieel om voldoende zonlicht of schaduw te hebben op gebouwen, tuinen, terrassen en speelplekken, omdat dit bijdraagt aan een aangenaam verblijfsklimaat.
36 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
Er gelden geen specifieke instructieregels voor het aspect bezonning. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om dit zelf in te vullen. De gemeente Veldhoven heeft hierover momenteel geen beleid over. Het onafhankelijke onderzoeksinstituut TNO heeft richtlijnen opgesteld voor bezonning, die kunnen worden onderverdeeld in een 'lichte' en 'strenge' norm: -
de 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam;
-
de 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.
Onderzoek In het omgevingsplan voor Zonderwijk worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die invloed hebben op de bezonning. Vooralsnog zijn er ook geen regels opgenomen ten behoeve van nieuwe situaties binnen het plangebied. Gelet op de stedenbouwkundige structuur van het plangebied is dit niet noodzakelijk.
Conclusie Het aspect ‘bezonning’ vormt geen belemmering voor het project.
Lichthinder Toetsingskader Er zijn diverse functies met kunstmatige verlichting, waaronder (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. Deze verlichting kan verschillende negatieve effecten veroorzaken. Zo kunnen mensen hinder ondervinden wanneer ze zich niet kunnen onttrekken aan het aanwezige kunstlicht, terwijl ze daar wel behoefte aan hebben, bijvoorbeeld om te kunnen rusten of slapen. Licht van objecten langs (rijks)wegen, zoals een reclamezuil, kan ook hinder veroorzaken en daarmee onveilige situaties creëren. Verder kan kunstmatige verlichting in de nacht het gedrag van dieren beïnvloeden, met mogelijke gevolgen zoals desoriëntatie, afstoting of aantrekking, dat kan leiden tot uitputting en sterfte. Kunstmatige verlichting kan ook fungeren als barrière voor dierlijke verplaatsingen. Deze negatieve effecten hebben niet alleen individuele gevolgen maar kunnen ook de instandhoudingsdoelstellingen van bepaalde soorten aantasten. Daarnaast kan kunstmatige verlichting leiden tot horizonvervuiling of het verminderen van de donkerte op grotere afstanden, zoals het zichtbaar zijn van verlichte objecten in een open landschap tot wel 5 à 10 kilometer en boven zee tot maximaal 15 kilometer.
Lichthinder is daarom van belang bij de afweging of in het kader van het project sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het Bkl bevat geen instructieregels voor lichthinder. Wel zijn er rechtstreeks werkende regels voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen opgenomen in artikel 4.790 van het Bal. Decentrale overheden hebben de mogelijkheid om hun eigen ambities en regels ten aanzien van lichthinder vast te leggen en uit te werken via instrumenten zoals de omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma's. Deze zijn in hoofdstuk 5 gemotiveerd.
37 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
Onderzoek De gemeente Veldhoven heeft geen eigen beleid opgesteld ten aanzien van lichthinder. In het omgevingsplan voor Zonderwijk worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die lichthinder kunnen veroorzaken of ondervinden. Ten aanzien van lichthinder is in de bruiddschat een algemene bepaling opgenomen dat bij het verrichten van bepaalde (milieubelastende) activiteiten lichthinder moet worden voorkomen. Deze regels blijven onverminderd (voor geheel gemeente Veldhoven) van toepassing.
Conclusie Vanuit het milieuaspect lichthinder is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Windhinder Toetsingskader windhinder Windhinder treedt vooral op als gevolg van het bouwen van hoge gebouwen. Windhinder is meer dan enkel overlast voor fietsers en voetgangers. Het kan tevens nadelige sociale en economische effecten geven in het openbaar gebied; mensen vermijden (openbare) ruimtes als winkelgebieden, pleinen en terrassen bij een slecht windklimaat. Windhinder is derhalve een aspect van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet), waarmee rekening moet worden gehouden in het kader van een evenwichtig toedeling van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De NEN 8100 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving geeft eisen en bepalingsmethoden voor de toetsing van het lokale windklimaat in de gebouwde omgeving op loop- respectievelijk verblijfsniveau in relatie tot het effect van wind op voetgangers. Deze is bedoeld te worden toegepast bij bouwplannen en wordt algemeen gebruikt voor de beoordeling van het windklimaat. In deze norm is opgenomen dat windonderzoek nodig is wanneer gebouwen hoger dan 30 meter zijn. Voor beschut gelegen gebouwen tussen de 15 en 30 meter én voor onbeschut gelegen gebouwen tot een hoogte van 30 meter, geldt dat een specialist beoordeelt of onderzoek noodzakelijk is.
Onderzoek In het omgevingsplan voor Zonderwijk worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die van belang kunnen zijn voor het aspect ‘windhinder’. Vooralsnog zijn er ook geen regels opgenomen ten behoeve van nieuwe situaties binnen het plangebied. Gelet op de stedenbouwkundige structuur van het plangebied is dit niet noodzakelijk.
Conclusie Ten aanzien van het aspect ‘windhinder’ is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
38 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
5 Financiële en maatschappelijke verantwoording Financiële verantwoording Financieel-economische uitvoerbaarheid In het omgevingsplan voor Zonderwijk worden, met uitzondering van de Stadse Woonstraten, geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die belangrijk zijn voor de economische uitvoerbaarheid. De gemeente betaalt de kosten voor het omgevingsplan. Er zijn geen onverwachte hoge kosten te verwachten. Ook neemt de gemeente geen hoge financiële risico's. Dit betekent dat het project economisch uitvoerbaar is.
Kostenverhaal Het omgevingsplan voor de wijk Zonderwijk bevat geen bouwactiviteiten waarvoor kosten moeten worden verhaald, zoals staat in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Het is daarom niet nodig om kostenverhaalregels op te nemen. Voor het onderdeel Stadse Woonstraten wordt verwezen naar bijlage 1 van deze motivering. Zoals in hoofdstuk 2 is beschreven, is het huidige bestemmingsplan de basis voor het omgevingsplan van Zonderwijk. Er zijn geen grote veranderingen in de rechten en plichten van eigenaren van gronden en bouwwerken. Hierdoor veroorzaakt het omgevingsplan voor de wijk Zonderwijk geen schade die zo groot is dat het de economische haalbaarheid van het omgevingsplan in gevaar brengt. De verwachte schade is niet hoger dan het normale maatschappelijke risico en treft de benadeelde niet onevenredig zwaar, zodat deze geen of slechts beperkte nadeelcompensatie kan krijgen.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Afstemming De gemeente heeft bij het maken van het omgevingsplan voor Zonderwijk rekening gehouden met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen. Dit is gedaan volgens de regels van de Omgevingswet. De bewoners, ondernemers en andere geïnteresseerden zijn op verschillende momenten betrokken geweest bij het opstellen van regels voor deelplan Zonderwijk. Bij de start van het project in december 2021 is een wijkwandeling met stichting Ons Zonderwijk georganiseerd. In de zomer van 2022 is een enquête uitgezet onder wijkbewoners om de behoeften, doelen en kernkwaliteiten voor Zonderwijk in beeld te brengen. In januari 2023 is een inloopavond georganiseerd, om de kernkwaliteiten die op basis van de eerdere participatiemomenten en ambtelijke inbreng zijn bepaald, te toetsen onder wijkbewoners. Omdat dit het eerste omgevingsplan is en de gemeente de wijkbewoners graag de mogelijkheid wil geven om vragen te beantwoorden, is op 8 mei 2025 een extra inloopbijeenkomst georganiseerd waarvoor ook raadsleden waren uitgenodigd.
39 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
De terinzagelegging die volgt na een positief besluit op dit voorstel, volgt de wettelijke procedure voor inspraak. Iedereen kan in deze periode van zes weken op het ontwerp voor deelplan Zonderwijk reageren.
Zienswijzen De ontwerpwijziging omgevingsplan ‘deelplan Zonderwijk’ is op 24 juli 2025 bekendgemaakt via een publicatie in het gemeenteblad en het Gemeentenieuws in het Veldhovens Weekblad. De ontwerpwijziging heeft van donderdag 24 juli 2025 tot en met woensdag 10 september 2025 ter inzage gelegen. Het omgevingsplan was en is in te zien op https://www.regelsopdekaart.nl/, via de zoekterm 'Omgevingsplan gemeente Veldhoven'. De toelichting bij het omgevingsplan Veldhoven - Deelplan Zonderwijk was en is raadpleegbaar op https://www.veldhoven.nl/projecten/omgevingsplan-zonderwijk. Tijdens de termijn van terinzagelegging zijn tien zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Notitie van beantwoording zienswijzen en ambtshalve aanpassingen Ontwerpwijziging omgevingsplan Veldhoven ‘Deelplan Zonderwijk’. Naar aanleiding van de zienswijzen is het omgevingsplan op een aantal onderdelen aangepast. Daarnaast is er een aanzienlijk aantal ambtshalve aanpassingen doorgevoerd met name vanwege nieuwe inzichten en om de leesbaarheid te vergroten.
Vaststelling De gemeenteraad van Veldhoven heeft op datum P.M. besloten het omgevingsplan voor het plangebied ‘Deelplan Zonderwijk’ te wijzigen. Hiermee is een belangrijke basis gelegd voor de verdere omzetting van het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar het definitieve deel. Dit is belangrijk omdat gemeenten uiterlijk 1 januari 20232 moeten beschikken over een definitief omgevingsplan voor hun gehele grondgebied dat voldoet aan alle eisen van de Omgevingswet.
40 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
Bijlage 1: Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
41 Motivering – Wijziging Omgevingsplan gemeente Veldhoven – Deelplan Zonderwijk
Motivering Stadse Woonstraten Zonderwijk
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
Aanleiding Projectgebied Procedure en strijdigheden
4 4 5
Regels ruimtelijke plannen Bruidsschatregels Conclusie
5 6 7
Leeswijzer
2
Huidige en toekomstige situatie Huidige situatie Toekomstige situatie Landschap en stedenbouw Duurzaamheid en klimaatadaptatie Gezondheid
3
Beleid en regelgeving Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’s) Ladder duurzame verstedelijking
Provinciaal beleid Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant: Visie op de Brabantse leefomgeving Provinciale instructieregels ‘TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant’ Brabantse Agenda Wonen Conclusie
Regionaal beleid Integrale Strategie Ruimte Metropoolregio Eindhoven (ISR) Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant Afsprakenkader wonen SGE 2022
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Veldhoven, Stad van dorpen in het hart van Brainport Visie op Veldhoven 'Op weg naar Veldhoven 2040' Woon(zorg)visie Veldhoven 2023-2027 Detailhandels- en horecavisie gemeente Veldhoven Ambitiedocument ‘Samen voor ruimtelijke kwaliteit’ Mobiliteitsvisie 2040
4
Omgevingsaspecten Activiteiten en milieuzonering Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Geluid – (spoor)wegverkeer Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Archeologie
7
8 8 10 11 14 14
16 16 16 17 19
21 21 22 26 27
27 27 29 29
30 30 32 33 35 36 38
39 39 39 40 40
41 41 41 42
42
1 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Bodem Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Cultuurhistorie Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Duurzaamheid Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Klimaatadaptatie Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Elektromagnetische straling Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Geur
42 43 43
44 44 44 44
44 44 45 47
47 47 47 48
48 48 49 49
49 49 50 50
50 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Gezondheid Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Luchtkwaliteit
50 51 51
51 51 51 51
52
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
52 53 54
Milieueffectrapportage
54
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
54 54 55
Natuur en landschap Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Omgevingsveiligheid Waarborgen van veiligheid Onderzoek Conclusie
Trilling Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Verkeersgeneratie, - afwikkeling en parkeren Toetsingskader Onderzoek Conclusie
55 55 57 57
58 58 59 59
60 60 61 61
62 62 62 62
2 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
Waterbelangen Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Bezonning Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Lichthinder
63 63 63 63
63 63 64 64
64
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
64 65 65
Beperkingengebied molen
65
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
65 65 66
Welstand Toetsingskader Toetsingskader Conclusie
Windhinder Toetsingskader windhinder Onderzoek Conclusie
66 66 66 66
66 66 67 67
5
Juridische planopzet
68
6
Financiële en maatschappelijke verantwoording
69
Financiële verantwoording Financieel-economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Bestuurlijk vooroverleg Wijziging van het omgevingsplan
7
Belangenafweging en conclusie Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Conclusie
69 69 69
69 69 69 70
71 71 71
Bijlage 1: MER-beoordeling
72
Bijlage 2: Akoestisch onderzoek
73
Bijlage 3: Handreiking Stadse Woonstraten
74
Bijlage 4: Stikstofnotitie
75
3 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
1 Inleiding Aanleiding Gemeente Veldhoven wil aan de Sterrenlaan een stedelijke ontwikkeling faciliteren, waarbij binnen een bestaande woonwijk de ontwikkeling van ‘Stadse Woonstraten’ wordt mogelijk gemaakt. Met deze ontwikkeling wordt voor de langere termijn een verdichting van stedelijke functies in een aangewezen gebied nagestreefd. Binnen de Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan wordt gestreefd naar het mogelijk maken van ruimere bouwvolumes, hogere maximale bouwhoogtes en flexibiliteit bij het invullen van de bouwwerken met bij de stedelijke omgeving passende functies. De Omgevingsvisie Veldhoven, vastgesteld op 6 februari 2024, vormt hiervoor de onderlegger. Gericht op de Stadse Woonstraten en de onderhavige locatie is ook het stedenbouwkundig plan ‘Handreiking voor de ontwikkeling van de Stadse Woonstraten middels uitnodigingsplanologie – Sterrenlaan-West’ geraadpleegd. Het faciliteren van deze ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door een wijziging van het Omgevingsplan gemeente Veldhoven (hierna: omgevingsplan). Het voorliggende document betreft de motivering van deze wijziging van het omgevingsplan. Hieruit blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2, Bkl).
Projectgebied Het projectgebied ligt aan de Sterrenlaan in Veldhoven. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Veldhoven, sectie E, nummers 2337, 5187, 5188, 5189, 5190 en 7514 (gedeeltelijk).
Figuur 1: Luchtfoto met globale ligging projectgebied (rood omlijnd).
De beoogde projectlocatie ligt in het oosten van de wijk Zonderwijk en grenst ten oosten aan de Sterrenlaan met daarachter de wijk d’Ekker.
4 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
Procedure en strijdigheden Voor de woonwijk ‘Zonderwijk’ is een wijziging van het omgevingsplan voorbereid. Deze wijziging is de eerste wijziging van het omgevingsplan, waarin het uitgangspunt een beleidsneutrale omzetting van het tijdelijke omgevingsplan (ook wel het omgevingsplan van rechtswege genoemd) betreft. Deze onderbouwing heeft betrekking op Stadse Woonstraten, een gebied binnen Zonderwijk, om op de onderhavige locatie een uitnodiging te doen aan de markt om tot een herontwikkeling van het gebied te komen. Het omgevingsplan bevat daarvoor de kaders. Er zijn omgevingsvergunningen voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten nodig om tot realisatie te kunnen overgaan. De planregels voor deze Stadse Woonstraten staan in een bepaalde verhouding tot de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan: 1. De regels uit de voormalige ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen, wijzigingsen uitwerkingsplannen, beheersverordeningen, inpassingsplannen, etcetera). 2. De bruidschatregels: voormalige rijksregels, meestal sectoraal van aard (bouwspoor, milieuspoor) die met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op rijksniveau zijn vervallen. 3. Lokale verordeningen die onderdeel uitmaken van het omgevingsplan van rechtswege: Erfgoedverordening, Geurverordening en/of Verordening afvoer van hemelwater (indien aanwezig).
In dit hoofdstuk wordt het project aan deze categorieën getoetst.
Regels ruimtelijke plannen Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet bestaat het omgevingsplan uit een tijdelijk deel en een niet-tijdelijk deel. De bestaande ruimtelijke plannen vallen onder het tijdelijke deel omgevingsplan. Regels voor de Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan worden samen met omgevingsplanregels voor Zonderwijk vastgesteld en maken onderdeel uit van het nieuw deel omgevingsplan. Op het projectgebied is (grotendeels) het voormalige bestemmingsplan ‘Cobbeek, d’Ekker en Zonderwijk 2017’ van toepassing. Op basis van dit bestemmingsplan heeft het projectgebied de enkelbestemmingen ‘Gemengd’, ‘Groen’, ‘Verkeer’ en ‘Wonen-Gestapeld’. Het gehele projectgebied ligt binnen de gebiedsaanduiding ‘luchtverkeerzone – IHCS’ Op het gebouw aan de noordzijde is een bouwvlak gelegen en daarbinnen gelden de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden: 12’, ‘maximum bebouwingspercentage: 100%’, ‘maximum bouwhoogte: 13 m’ en ‘maximum goothoogte: 13 m’. Binnen de woonbestemming in het zuiden van het projectgebied liggen meerdere bouwvlakken met daarbinnen de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden’ waarbij maxima zijn opgenomen van 2, 31, 14 en 10 wooneenheden. Daarnaast gelden er maximum goot- en bouwhoogtes van 3,5, 6, 9 en 12 meter. Tot slot ligt ter plaatse van de woningen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’.
5 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Cobbeek, d'Ekker en Zonderwijk 2017' met ligging projectgebied (rood omlijnd).
De ruimtelijke regels in het tijdelijke omgevingsplan laten het mogelijk maken van Stadse Woonstraten niet toe.
Bruidsschatregels In hoofdstuk 22 van het omgevingsplan zijn op dit moment de zogenaamde bruidsschatregels opgenomen. Voor zover ze gesteld zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient hier aan getoetst te worden in deze motivering. Voorbeelden zijn geluidregels vanwege bepaalde activiteiten (niet zijnde verkeer), regels over trilling, geur en bodem. Ook staan er regels in over bouwen en gebruik. Voorbeeld: Artikel 22.63 lid 1 en lid 3: Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen In dit artikel zijn standaardwaarden opgenomen voor geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw en voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken. Het plan voor de Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan laat verschillende functies toe. Deze functies moeten passen in de omgeving en zullen derhalve moeten voldoen aan de gestelde bruidsschatregels. Voor de ontwikkeling aan de Stadse Woonstraten wordt er niet voorzien om af te wijken van de huidige regels in de bruidsschat. Voor zowel de huidige als de nieuwe situatie betekent dat er moet worden voldaan aan de regels uit de bruidsschat.
6 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
Conclusie Het project voorziet in bouw- en gebruiksmogelijkheden die in strijd zijn met het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bestemmingsplan ‘Cobbeek, d’Ekker en Zonderwijk 2017’). Omdat de gemeente een uitnodiging wil doen aan de markt voor het realiseren van Stadse Woonstraten wordt voorzien in een wijziging van het omgevingsplan.
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 de beschrijving van de huidige situatie en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse omgevingsaspecten die van belang zijn voor de wijziging van het omgevingsplan voor de Stadse Woonstraten. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In de laatste hoofdstukken komen het financiële en procedurele aspect aan bod.
7 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
2 Huidige en toekomstige situatie Huidige situatie Het projectgebied ligt in de wijk Zonderwijk in Veldhoven, op circa 1 kilometer afstand van het centrum van Veldhoven. Het centrum van Eindhoven ligt op ruim 6 kilometer ten noordwesten van de beoogde locatie. Het projectgebied wordt ontsloten door de Mira en grenst daarnaast aan de Mullerlaan, Oortlaan en de Sterrenlaan. De Sterrenlaan is een ruim opgezette groene wijkontsluitingsweg. Deze structuren zijn ontstaan als efficiënte infrastructuur en groene bufferzones tussen verschillende wijken in een groeiend Veldhoven halverwege de 20 e eeuw. De Sterrenlaan is een belangrijke doorgaande nood-zuid verbindingsweg. Ten westen van de Mira is het ontmoetingscentrum ‘Het Tweespan’ gelegen, een parkeerterrein en een grasveld. Op deze locatie wordt momenteel het project ‘Springplank’ ontwikkeld waarbij er woningen worden gerealiseerd in de vorm van appartementen. Ten oosten van de Sterrenlaan is eveneens een grasveld gelegen. Daarnaast is hier de locatie voor Stichting “De Nieuwe Band”, een organisatie voor maatschappelijk werk.
Figuur 3: Ligging projectgebied (rode marker).
In de huidige situatie liggen er diverse functies binnen het projectgebied. In het zuidelijke gedeelte liggen momenteel enkel woningen. In het noordelijke gedeelte zijn op de verdieping woningen gelegen en op de begane grond verschillende functies in de vorm van een bowlingcentrum, apotheek, kapper en een poolcentrum. Tussen de woningen in het zuidelijke gedeelte van het projectgebied en de bebouwing in het noorden van het projectgebied is bebouwing aanwezig met daarin twee supermarkten,
8 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
een slijterij, een massagetherapeut en op de verdieping eveneens woningen. Voor dit gedeelte zijn geen nieuwe plannen gemaakt.
Figuur 4: Aanzicht de Sterrenlaan (foto boven links en foto boven rechts) en vanaf de Mira (foto midden en foto onder).
9 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
Toekomstige situatie Binnen de Stadse Woonstraten aan de Sterrenlaan wordt gestreefd naar het mogelijk maken van ruimere bouwvolumes, hogere maximale bouwhoogtes en flexibiliteit bij het invullen van de bouwwerken met bij de stedelijke omgeving passende functies. Er is sprake van een uitnodiging aan de markt om uiteindelijk tot een ontwikkeling te komen, er wordt op dit moment niet actief ingezet op het realiseren van de verdichting op een korte termijn. Voor de ontwikkeling is een handreiking ‘Handreiking voor de ontwikkeling van de Stadse Woonstraten middels uitnodigingsplanologie - Sterrenlaan-West’ opgesteld. De handreiking is als bijlage toegevoegd aan deze motivering. Dit onderdeel van het wijziging omgevingsplan is een uitwerking van deze handreiking. Binnen de locatie wordt het mogelijk gemaakt om een diversiteit aan woningtypologieën binnen een complex te realiseren, met compacte, gestapelde woonvormen, meergeneratiewoningen en woon-zorg initiatieven. In totaal zijn 105 extra woningen toegestaan binnen het projectgebied. Deze verschillende vormen van wonen worden ingepast met andere functies die passen bij de stedelijke omgeving en allure. Met het mengen van wonen met sommige vormen van werken, educatie, horeca, zorg, sport, winkels en kantoren wordt een dynamiek en levendigheid bereikt die past bij de stedelijke omgeving.
Functiemenging wordt actief gestimuleerd, passend binnen de wensen en eisen van de verschillende beleidsdomeinen en onder andere beschreven in de woonzorgvisie en detailhandels- en horecavisie.
Figuur 5: Afbeelding ‘Handreiking voor de ontwikkeling van de Stadse Woonstraten middels uitnodigingsplanologie – Sterrenlaan-West’. Onderhavige ontwikkeling is rood omcirkeld.
Dit vertaalt zich binnen de afbakening van de ontwikkeling in kleinschalige tot middelgrote functies anders dan wonen, waarbij de uitstraling naar de omgeving wordt beperkt door
10 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
de inpassing in het stedelijke gebied met woonfuncties in de nabije omgeving. Het gaat dan om beperkingen in de feitelijke uitstraling van activiteiten. De Stadse Woonstraten in de Sterrenlaan zijn verdeeld in verschillende zones op basis van de handreiking. Dit moet gezien worden als een stedenbouwkundig concept en niet als een gedetailleerd stedenbouwkundig plan. Zone S, M, L en XL. Zone XL zijn de prominente zichtlocaties en deze locaties krijgen hoogtevariatie in bouwmassa’s met een maximum van 10 bouwlagen. Zone L kent een maximale hoogte van 5 bouwlagen en de locaties binnen zone L zorgen voor een overgang tussen laagbouw (zone S en M) en de hoogteaccenten (zone XL). M-zones zijn de overgang tussen bestaande rustige woonwijken en bieden met maximaal 4 bouwlagen ruimte voor grondgebonden en of gestapelde woningbouw. Zone S zijn de bestaande woonwijken. Deze zone wijzigt niet.
Figuur 6: Indicatie bouwhoogtes.
Zoals eerder is vermeld, is de Sterrenlaan een ruim opgezette groene wijkontsluitingsweg. De Sterrenlaan blijft een belangrijke doorgaande nood-zuid verbindingsweg. De ontsluiting voor auto’s zal hierop plaatsvinden, om de bestaande wijken te ontlasten. Daarnaast zal worden aangesloten op het bestaand langzaamverkeersnetwerk vanuit de woonwijken. Aanpassing van het wegprofiel van de Sterrenlaan wordt niet voorzien. Voetganger en fietser krijgen aantrekkelijke ruimte parallel aan hoofdas, in de vorm van een groene, lineaire wijkoverstijgende routes die aansluiten op de Groene vingers. Langzaamverkeersroutes zijn altijd minimaal 2 meter breed. Daarnaast wordt het gebruikscomfort hoog door oversteekplaatsen, hoogteverschillen, hekwerken en dergelijke tot het minimale beperken. Verder zal een OV-halte op korte afstand van het projectgebied toegankelijk zijn met voldoende fietsparkeerplekken. Tot slot wordt deelmobiliteit zo veel mogelijk gefaciliteerd.
Landschap en stedenbouw Alle nieuwe woningbouwontwikkelingen in het Stedelijk Gebied Eindhoven dienen te worden ontwikkeld aan de hand van 7 Brainport Principes. Deze gelden voor alle gemeenten die deel uitmaken van het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE), zo ook in Veldhoven. De Brainport Principes zijn: 1. Koesteren van Identiteit 2. Ruimte voor Innovatie 3. Invloed voor bewoners 4. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor
11 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
5. Vraaggericht ontwikkelen 6. Benutting regionaal schaalniveau 7. Gezonde verstedelijking Veldhoven heeft deze algemene Brainport Principes doorvertaald in lokale principes. In Veldhoven zijn reeds enkele structuren aan de randen van bestaande wijken aanwezig waar sprake is van een wat meer stedelijke verbouwing. Het gaat dan om de lijn HertgangDom-Sterrenlaan (The Village, Mira, Abdijtuinen), de lijn Houtwal-Traverse (Rundgraafpark, Den Hoorn) en de Abdijlaan (Merefelt). Langs deze structuren liggen gebouwen tot wel 40 meter hoog. In de Omgevingsvisie Veldhoven zijn deze structuren aangeduid als ‘Stadse Woonstraten’. In de Stadse Woonstraten wordt meer ruimte geboden voor stadse architectuur. Hoogbouw is daarbij vooral bedoeld om herkenningspunten van wijken en accenten toe te voegen. De Stadse Woonstraten bieden kansen voor een inbreiding die antwoord biedt op hedendaagse vraagstukken. Het hoofddoel is het maken van aantrekkelijke, groene en gezonde stadsmilieus die zich kenmerken als inclusieve woonstraten voor mensen om te spelen, ontmoeten en verblijven om daarmee de leefbaarheid in Veldhoven samen te vergroten.
Om Stadse Woonstraten te creëren die leefbaar zijn en aansluiten bij onze wensen -die voor iedereen anders zijn-, is het van belang de Stadse Woonstraten integraal te benaderen en alle vakdisciplines bij nieuwe initiatieven van begin af aan te betrekken bij het ontwikkelproces. De belangrijkste kernwaarden die het uiteindelijke doel moeten dienen zijn: • Voortbouwen op en werken aan sterke sociale cohesie, ontmoeting stimuleren; • Veldhoven is een 15-minutenstad, deze kwaliteit verder benutten door verdichting en clustering van voorzieningen; • Minder auto-afhankelijkheid en stimuleren van actieve mobiliteit. De voetganger op één; • Het beschermen en herstellen van stedelijke natuur, dichtbij, met een grote biodiversiteit en hoge belevingswaarde; • Het vergroten van het aanbod en de diversiteit van woningtypologieën; • Inclusie borgen in o.a. woningbouw, openbare ruimte, verkeer en voorzieningen. Door participatie is de stad van iedereen; • De wateropgave zien als kans, om natuur inclusieve verstedelijking mogelijk te maken; • Duurzaamheid en klimaatadaptatie maximaal zichtbaar en met tastbaar resultaat. In samenspraak met omwonenden en andere stakeholders en op basis van ruimtelijk onderzoek en ervaring in Veldhoven zijn in de Omgevingsvisie Veldhoven verschillende Stadse Woonstraten aangeduid. Een van deze plekken is de onderhavige projectlocatie.
Deze locatie voldoet aan de ruimtelijke randvoorwaarden voor een verstedelijking en verdichting. De bestaande stad vormt de ruimtelijke basis. De Stadse Woonstraten sluiten hier altijd op aan en vormt een geleidelijke overgang naar de Sterrenlaan. Daarmee sluiten de Stadse Woonstraten (zones M, L en XL) automatisch aan op de bestaande omgeving in de rustige bestaande woonwijken (zone S) en zullen de huidige bewoners vooral profiteren van de nieuwe ontwikkeling en deze ervaren als impuls voor hun eigen woongenot. Met een zo levendig mogelijke plint zal in de Stadse Woonstraten de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte op ooghoogte zo groot mogelijk worden. Om de levendigheid op straat te vergroten, wordt ook via de gebouwgebonden buitenruimte zoveel mogelijk
12 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
contact gelegd met de publieke ruimte. Buitenruimtes zichtbaar vanaf de openbare ruimte, ook op niveau, dienen zo comfortabel mogelijk gebruikt te kunnen worden en oogcontact met een passant mogelijk te maken. Het groen, water en de bodem bepalen het ruimtelijk kader. De gebiedsontwikkeling wordt afgestemd op de bestaande kwaliteiten van de stedelijke natuur en voegen hier ook weer nieuwe kwaliteiten aan toe.
Figuur 7: Schets beoogde toekomstige ontwikkelmogelijkheden met de eerst beoogde ontwikkeling (opgenomen in deze motivering) rood omcirkeld.
13 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
Duurzaamheid en klimaatadaptatie Veldhoven is kwetsbaar gebleken in periodes van onder meer langdurige droogtes, hittegolven en extreme regenval. Kwetsbare gebieden en kwetsbare doelgroepen zijn het meest gevoelig voor klimaatverandering en de gevolgen daarvan. Door Veldhoven klimaatadaptief te maken, dat wil zeggen klaar te maken voor de gevolgen van de veranderingen van ons klimaat en de steeds grotere druk op de beperkt beschikbare ruimte, zijn belangrijke maatregelen nodig. Omdat een groot deel van Veldhoven uit privaat terrein bestaat, ligt hier een grote verantwoordelijkheid bij de bewoners zelf, waardoor samenwerking van belang is voor een effectieve aanpak. Daarnaast zal bij iedere ingreep in de bebouwde omgeving de initiatiefnemer van deze nieuwe ontwikkelingen, in samenwerking en samenspraak met de gemeente, moeten bijdragen aan een verbeterslag. In de omgevingsvisie van de gemeente Veldhoven zijn gebiedskaders opgesteld.
Ten aanzien van het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn voor Stadse Woonstraten eveneens kaders gesteld waar dit initiatief aan moet voldoen: • Verduurzaming van de woningvoorraad afgestemd op de warmtetransitievisie, waarbij rekening wordt gehouden met de financiële draagkracht van bewoners; • Aanpak hittestress en wateroverlast door ontharding en vergroening openbare ruimte, ontkoppeling hemelwaterafvoer en bieden van waterbergingsmogelijkheden; • Sturen op biodiversiteit: een divers en veerkrachtig robuust groennetwerk tot aan de voordeur; • Natuurinclusief ontwerpen als uitgangspunt in zowel openbaar gebied als bij particuliere initiatieven; • De ‘groene vingers’ worden behouden en waar mogelijk versterkt, dit betekent dat inbreidingen in en langs de groene vingers altijd passend dienen te zijn bij het groene karakter van de groene vingers; Aan bovenstaande gebiedskaders wordt in dit plan op de volgende manieren invulling gegeven. Bij de nieuwbouw zal zo veel mogelijk worden gestuurd op het afkoppelen van het regenwater en bij renovatie op het zo veel mogelijk afkoppelen van regenwater en het verwerken daarvan op eigen terrein. In de openbare ruimte wordt afgekoppeld waar mogelijk. De ontwikkeling mag in ieder geval niet zorgen voor een toename van wateroverlast.
Het langzaamverkeersnetwerk dient als schaduwrijke route van en naar belangrijke voorzieningenclusters en verbindt koelteplekken in de stad. Daarbij is de 3-30-300 regel van toepassing: • 3 bomen -minimaal- zichtbaar vanuit iedere woning. • 30% -minimaal- bladerdek in iedere buurt. • 300 meter -maximaal- tot koelteplek, park of groene ruimte. Om de impact van extreme droogte en periodes van veel neerslag tegen te gaan zal de beplanting hierop worden afgestemd. Deze beplanting is beter bestand tegen droge periodes en houdt water langer in de bodem vast.
Gezondheid De gemeente Veldhoven heeft haar ambitie ten aanzien van het aspect ‘gezondheid’ in de Stadse Woonstraten vastgelegd in de Omgevingsvisie Veldhoven. Vanuit de visie zijn de volgende gebiedskaders van toepassing:
14 Motivering – Stadse Woonstraten Zonderwijk
• • • • • • • •
Inzet op gedifferentieerde wijken en inclusieve woonmilieus, met een grote draagkracht, door een sterke sociale cohesie waarin ook kwetsbare mensen zich staande kunnen houden en ontwikkelen; Goed bereikbare maatschappelijke-, zorg- en dagelijkse voorzieningen; Stimuleren van beweging en sport in de openbare ruimte en met voldoende sportvoorzieningen in de wijk; Stimuleren van buiten spelen door voldoende groene en veilige speelgelegenheid in de wijk te behouden, te verbeteren en/of te creëren, met name in de wijken waarin het aanbod of het gebruik ervan relatief schaars is; Bieden van voldoende en laagdrempelige ontmoetingsplekken in de wijken; Creëren van veilige wandel- en fietsroutes en het wegnemen van barrières zodat fietsen en wandelen een aantrekkelijk alternatief voor de auto wordt; Een levensloopbestendige openbare ruimte; Ontmoedigen autogebruik binnen de wijken en rondom de scholen;