CConstaterende datVeldhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan_toelichting en regels

Raad (besluitvormend) 25 maart 2025, gemeente VeldhovenBij agendapunt: Vaststellen 'Afronding Habraken'33.209 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

optimaal invulling geeft aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;

Afronding Habraken

27

rekening houdt met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water;

optimaal invulling geeft aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit;

 bij draagt aan een duurzame, concurrerende economie. De planlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, dat reeds is bestemd als een (nader uit te werken) bedrijventerrein. Het bedrijventerrein is bedoeld voor de ontwikkeling van een modern gemengd bedrijventerrein voor bedrijven in de milieucategorieën 3.1 t/m 4.2. Binnen het perceel is de toegestane bebouwingsoppervlakte gemaximeerd en de situering geconcentreerd binnen een bouwvlak. De locatie is relatief makkelijk te bereiken vanaf de A2 en A67. In de verschillende paragrafen van hoofdstuk 4 in deze toelichting is nader onderbouwd dat er geen negatieve effecten op de omgeving zijn. 3) Het bestemmingsplan regels bevat om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen: 

een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang;

het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: a. bedrijfswoningen; b. bedrijven die qua milieucategorie gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven geclusterd worden als onderdeel van een bedrijventerreinconcept; c.

voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden.

Voor de nieuwe bedrijfskavels zijn bouwvlakken opgenomen, waarvoor een bebouwingspercentage in de regels is opgenomen. Het bedrijventerrein is bedoeld voor de ontwikkeling van een modern gemengd bedrijventerrein. Daarnaast is het op basis van het bestemmingsplan niet mogelijk om bedrijfswoningen te realiseren. In het bestemmingsplan wordt binnen het plangebied onderscheid gemaakt in de maximaal toegestane milieucategorie (milieucategorie 3.1, 3.2, 4.1 en/of 4.2). Een aantal bedrijfscategorieën is expliciet uitgesloten, omdat deze niet passen binnen het gewenste functieprofiel voor zover deze volgens de huidige inzichten is. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies is opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: 1) Zorgvuldig ruimtegebruik, dit houdt in dat: 

de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing (be-

staand stedelijk gebied danwel bestaand bouwperceel); Het plangebied maakt in zijn geheel onderdeel uit van bestaand stedelijk gebied, concentratiegebied; 

bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimte-

lijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); Het bestemmingsplan is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. In dit bestemmingsplan zijn onbenutte planologische mogelijkheden binnen bestaand stedelijk gebied in een nieuw plan opgenomen, waardoor er in het kader van de laddertoets geen sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, zie ook paragraaf 3.1.3 van deze toelichting;

Afronding Habraken

28

gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd

binnen een bouwperceel; In dit bestemmingsplan zijn bouwvlakken opgenomen, waarbinnen alle bebouwing moet worden opgericht. Ook gelden er minimale afstandseisen tot de perceelsgrenzen. Deze gezamenlijke situeringseisen zijn gebaseerd op het stedenbouwkundig kaderplan, waarbij een evenwichtige balans is gezocht tussen de ruimtelijke kwaliteit en de gebruiksmogelijkheden voor de bedrijven. 2) Toepassing van de lagenbenadering: het effect van de ontwikkeling op de verschillende lagen (ondergrond, netwerk en bovenlaag) in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd; Het doel van de lagenbenadering is om de keuze voor ruimtelijke ontwikkelingen af te stemmen op de draagkracht van het watersysteem en de bodem, op de waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie en aan te sluiten op de kwaliteiten van infrastructuur en het occupatiepatroon. Het voornemen heeft betrekking op nadere invulling van een reeds als zodanig bestemd bedrijventerrein. In de verschillende hoofdstukken en paragrafen in deze toelichting zijn de effecten van het voornemen op de verschillende lagen nader toegelicht. 3) Meerwaardecreatie: een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken.

Met het voornemen wordt nadere invulling gegeven aan de verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein Habraken. De planlocatie sluit aan op reeds bestaande bedrijven en is direct gelegen aan de Oersebaan ten behoeve van een goede ontsluiting. Een robuust groen-blauwe structuur maakt integraal onderdeel uit van de plantontwikkeling. Er is een landschapsplan opgesteld waaruit blijkt dat zorgvuldig rekening is gehouden met diverse klimaatthema’s en ecologie. Door het toegevoegde uitgebreide wandel- en fietspadennetwerk wordt een belangrijke waarde toegevoegd. Werknemers en omwonenden kunnen op en rondom het bedrijventerrein wandelen en fietsen en hierdoor wordt bewegen en ontmoeten gestimuleerd. Conclusie Met het voornemen wordt voldaan aan de regels van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De planlocatie is gelegen in bestaand stedelijk gebied, past binnen de regionale afspraken, wordt qua aard en omvang passend geacht en leidt niet tot onevenredig negatieve milieukundige effecten op de omgeving. Vanwege de robuuste groen-blauwe structuur wordt een belangrijke waarde toegevoegd aan het gebied.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Visie Werklocaties Zuidoost-Brabant

De Brainportregio staat aan de top van Europa als het gaat over toptechnologische innovaties. De regio heeft de ambitie uitgesproken deze toppositie te willen behouden. Dat brengt een grote groeiopgave met zich mee. Een groeiopgave die vele beleidsterreinen raakt en ook de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio. Doel van de Visie Werklocaties Zuidoost-Brabant, die op 10 december 2024 is vastgesteld door de gemeenteraad van Veldhoven, is het behouden en creëren van kwantitatief en kwalitatief voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Niet door in te zetten op oneindige groei, maar door duidelijke keuzes te maken. Dit met het oog op behoud van de economische toppositie, en tegelijkertijd met aandacht voor ons lokaal MKB, brede welvaart en ruimtelijke kwaliteit.

Afronding Habraken

29

De kaders uit de visie zijn input voor de ontwikkelingen op de werklocaties binnen de regio. Overheden en bedrijfsleven delen een gezamenlijke verantwoordelijkheid om voldoende en kwalitatief de juiste ruimte beschikbaar te houden om te ondernemen. De strategische opgave van de regio en de ruimtelijke inpasbaarheid zijn hierbij leidend. Het daadwerkelijk realiseren van nieuwe werklocaties, het revitaliseren/herstructureren van bestaande werklocaties, of het transformeren naar woon-werklocaties blijven gemeentelijke aangelegenheden. Bij de start van de ontwikkeling van nieuwe werklocaties wordt per werklocatie, vooraf, bepaald voor welke type bedrijfsactiviteiten de locatie ruimte biedt. Aan de hand van het omgevingsplan en uitgifteprotocol heeft een gemeente dan voldoende handvatten om selectief te handelen en het juiste bedrijf op de juiste plek te laten landen. Bedrijfskavels zijn kostbaar. Door duidelijke kwaliteitskaders met elkaar af te spreken, worden deze kostbare kavels courant en daarmee aantrekkelijk voor bedrijven om er te investeren. In de Visie is beschreven wat onder toekomstbestendige werklocaties wordt verstaan. Toetsing en conclusie De uitgangspunten uit de regionale visie zijn lopende het proces van definitieve vaststelling van de visie in de regio reeds vertaald in het Ambitiedocument Habraken (maart 2024, zie hierover nader paragraaf 2.3).

Hierdoor voldoet de planontwikkeling aan de beleidsuitgangspunten. 3.3.2

Integrale Strategie Ruimte Metropoolregio Eindhoven (ISR)

In 2016 is Brainportregio Eindhoven door het Rijk erkend als één van de drie mainports. De 21 gemeenten van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) hebben een gezamenlijke ambitie: de Brainport Eindhoven verder ontwikkelen tot een economische topregio die internationale allure verbindt aan regionale eigenheid. De ISR is een ambitie, inspiratie- en kansendocument voor de regio. Het is een basis van waaruit partijen op verschillende niveaus (lokaal, subregionaal en bovenregionaal) werken aan opgaven ter versterking van de kwaliteiten van de regio. Het vormt een gemeenschappelijk vertrekpunt voor de subregionale en lokale beleidsontwikkeling. De ISR ondersteunt daarmee de onderlinge en met andere partijen te maken afspraken. De ISR heeft een functie voor communicatie- en lobbytrajecten. Zo zal het een bouwsteen namens de regio vormen voor de provinciale omgevingsvisie. De ISR is opgesteld door de werkplaats Ruimte met partners uit het bedrijfsleven, wetenschap, onderwijs en overheden. De ISR zet in op 3 centrale thema's: 

De energieke regio: de centra van steden en dorpen zijn van bewoners en bezoekers. Inrichting is gericht op beleving en verblijfskwaliteit.

De verbonden regio: Een onderscheidende regionale en (inter-)nationale bereikbaarheid. Verplaatsen in de regio is sneller, eenvoudiger en/of leuker.

De innovatieve regio: Economische activiteit en innovatie op werklocaties. Verbeteren verwevenheid campussen, kennisinstellingen en de innovatieve maakindustrie. Ruimte om te experimenteren.

De strategiekaart toont de keuzen, ambities en strategische projecten die van belang zijn op (inter)nationaal niveau, waaraan we als Brainportregio werken. De Brainportregio maakt onderdeel uit van de nationale Ruimtelijke Economische Ontwikkelingsstrategie (REOS). Deze richt zich op het versterken van het economisch kerngebied van Nederland. Tegelijkertijd dragen de op de strategiekaart vermelde elementen ook bij

Afronding Habraken

30

aan een versterking van de regio zelf, wat goed is voor het woon-, leef en ondernemingsklimaat van iedereen in de regio. De strategie is opgebouwd uit de thema's: economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat; omgevingskwaliteit; mobiliteit; duurzaamheid en klimaat. Per thema bevat de ISR een kaart en een beschrijving van het streven en de wijze waarop dit kan worden bereikt. Toetsing Voor onderhavige planlocatie is met name het thema versterking economisch (vestigingsklimaat) relevant.

Figuur 3.2: Uitsnede kaart ISR

De regio wil koploper zijn in het realiseren van een toonaangevend internationaal vestigingsklimaat aansluitend bij de hoogwaardige clusters en maakindustrie in de regio. De aandacht gaat uit naar het verdichten en zo mogelijk transformeren van bestaande bedrijventerreinen. Daarnaast is het van groot belang dat ingezet wordt op de kwaliteit van bedrijventerreinen (zowel bestaand als nieuw). Het gaat dan bijvoorbeeld over duurzame energie en het circulaire gedachtengoed. In de herprogrammering is ingezet op thematisering, categorisering en op het bieden van meer ruimte voor mengvormen/tijdelijk gebruik, zodat adequaat op behoeften geantwoord kan worden. Het is van belang dat het juiste bedrijf op de juiste plaats terecht komt. Bedrijven(terreinen) dienen zich goed te voegen in de omgeving en mogen niet de draagkracht van een gebied overstijgen. De regio wil ruimte blijven bieden aan zowel ‘grote spelers’, startups en aan snelgroeiende bedrijven. De bedrijventerreinen in alle regiogemeenten hebben hierbij een functie, met telkens wisselende aantrekkelijke woon- en leefomgevingsaccenten (naar type bedrijf, zwaarte en omvang).

Afronding Habraken

31

Met het planvoornemen wordt invulling gegeven aan het uitbreiden van bedrijventerrein Habraken. De planlocatie is gelegen nabij de reeds bestaande bedrijven, in de directe nabijheid van de Oersebaan. Door de ontwikkeling van Habraken dragen we bij aan de versterking van het Brainport-ecosysteem, mede doordat het schuifruimte biedt voor verplaatsers van bedrijventerrein De Run waar ruimte wordt geboden voor de enorme groei van ASML. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan sluit aan op de ambities en doelstellingen die met de Integrale Strategie Ruimte voor de Metropoolregio Eindhoven op het gebied van economisch vestigingsklimaat, woon- en leefklimaat, omgevingskwaliteit, mobiliteit, duurzaamheid en klimaat zijn gesteld. In december 2023 zijn nieuwe programmeringsafspraken in regionaal verband gemaakt (zie paragraaf 2.2). Het bestemmingsplan ‘Afronding Habraken’ past binnen deze programmeringsafspraken. Daarmee past de beoogde ontwikkeling in dit regionale beleidskader.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Veldhoven

Op 8 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Veldhoven de 'Omgevingsvisie Veldhoven, Stad van dorpen in het hart van de Brainport' vastgesteld. In deze omgevingsvisie geven wij aan waar we als gemeente op inzetten bij de ontwikkeling van Veldhoven tot 2040. Deze visie geeft hiermee richting en kaders aan voor toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. Op basis van drie kernopgaven wordt beschreven waar de gemeente voor staat tot 2040. Deze drie kernopgaven vormen samen de ruimtelijke koers voor Veldhoven: 1. Investeren in stedelijke en dorpse kwaliteiten; 2. Verder bouwen aan de innovatieve en bereikbare maakstad; 3. Werken aan een duurzame en gezonde leefomgeving. In de omgevingsvisie zijn per kernopgave een aantal strategische keuzen bepaald. Zo is er op basis van de kernopgaven bijvoorbeeld gekozen voor een sterk stedelijke structuur, het Citycentrum als bruisend en multifunctioneel hart, het behoud van een herkenbare dorpse structuur, het werken aan gezonde wijken, het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het werken naar toekomstbestendige woonwijken en werkmilieus. Omdat we streven naar een zo inzichtelijk en voorspelbaar beleid in de omgevingsvisie is er een gebiedsgerichte vertaling van deze strategische keuzes in de omgevingsvisie opgenomen. In deze gebiedsgerichte vertaling zijn de integrale ambities voor een gebied op een rij gezet.

Zo is per gebied de karakterisering en opgave verwoord en zijn de kaders waarbinnen ontwikkelingen plaats mogen vinden weergegeven. De locatie van de ontwikkeling ligt in een gebied wat is aangeduid als bedrijventerrein. Hierover is in de omgevingsvisie aangegeven dat de uitbreiding van Habraken gedeeltelijk is gericht op (middel)grote bedrijven met een lage arbeidsdichtheid. Het terrein biedt hier voornamelijk mogelijkheden voor herplaatsing van bestaande lokale bedrijven en schuifruimte voor bedrijven die elders niet meer aansluiten aan het profiel van de locatie. Een landschappelijke inpassing is een essentieel onderdeel van de toekomstbestendigheid van Habraken.

Afronding Habraken

32

Voorliggende ontwikkeling geeft hier een goede invulling aan door de kavelgrootte geschikt te maken voor (middel)grote bedrijven en de milieucategorieën die worden toegestaan. Hiermee past het voornemen binnen de kaders die de raad voor de toekomst van Veldhoven heeft vastgesteld.

Figuur 3.3: Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie met planlocatie in rode kaders

Conclusie Met het planvoornemen wordt er invulling gegeven aan het verder ontwikkelen van bedrijventerrein Habraken en de ontwikkeldoelstellingen die daarvoor geformuleerd zijn. Onderdeel daarvan is onder meer een robuuste landschappelijke inpassing. Hiertoe is een landschapsplan opgesteld (zie bijlage 18 bij deze toelichting, alsmede par. 2.5). 3.4.2

Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan

De gemeenteraad van Veldhoven heeft op 29 oktober 2019 het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Het verkeersbeleid, dat in 2007 werd vastgesteld (VerkeersCirculatiePlan), gaf nadrukkelijk aandacht aan de verkeersstructuur, waarvan veel is uitgevoerd. Het GVVP is breder georiënteerd. Er is

Afronding Habraken

33

naast aandacht voor de auto ook aandacht voor alternatieven. De ambities op dat vlak zijn hoog. Het GVVP heeft in de basis een looptijd tot en met 2030. Door de vele ontwikkelingen in Veldhoven neemt het aantal bewoners en werknemers de komende periode flink toe. De keerzijde van deze ontwikkelingen is dat ook de druk op de mobiliteit toeneemt. De ontwikkeling van Zilverackers, de verdere ontwikkeling van bedrijventerrein De Run en de aansluiting op de A67, inclusief de N69, en de Zilverbaan zorgen eveneens voor veranderende en extra verkeersbewegingen. Daarbij moet structureel aandacht worden besteed aan de verkeersveiligheid en leefbaarheid. In het GVVP worden hiervoor aan de hand van modules ambities beschreven. Bij het GVVP zijn kaarten opgenomen met het gewenste fietsnetwerk, (H)OV netwerk en de wegcategorisering. De gemeente Veldhoven streeft in het kader van mobiliteitstransitie naar vermindering van het autogebruik en bevordering van het lokale woon- werkverkeer per fiets. Om die reden wordt in het plan volop rekening gehouden met de fietser middels de aanleg van een fijnmazig fietsnetwerk, meerdere aansluitingen van het bedrijventerrein op het bestaande fietsnetwerk aan alle zijden van het bedrijventerrein en de aanleg van fietssuggestiestroken op het terrein.

Bovendien moet elk bedrijf voorzien in voldoende fietsstallingen conform de gemeentelijke normering in de parkeernota. Conclusie In het kader van dit bestemmingsplan is een verkeerskundig onderzoek uitgevoerd door Kragten. Dit is opgenomen in bijlage 15 bij de toelichting. In paragraaf 4.10 van de toelichting wordt ingegaan op het aspect verkeer in relatie tot dit bestemmingsplan en worden de bevindingen uit het verkeersonderzoek besproken. In het onderzoek is rekening gehouden met de wegcategorisering uit het GVVP en is getoetst of de ontwikkeling van het bedrijventerrein tot onacceptabele verkeersintensiteiten leidt. De conclusie is dat hiervan geen sprake is. De ontwikkeling van het bedrijventerrein past zodoende in het lokale verkeers- en vervoersbeleid. 3.4.3

Ambitiedocument ‘Samen voor ruimtelijke kwaliteit’

In dit bestemmingsplan wordt het gebruik van de gronden en de toegestane bebouwing binnen het plangebied geregeld. Hiernaast voert de gemeente welstandstoezicht op bouwplannen, op basis waarvan aspecten als architectonische verschijning en materiaalgebruik worden getoetst. Het gemeentelijk beleid is opgenomen in het 'Ambitiedocument Samen voor ruimtelijke kwaliteit' zoals op 14 mei 2019 is vastgesteld. Het ambitiedocument bevat 4 kernwaarden en 5 architectuurprincipes.

Afronding Habraken

34

Figuur 3.4: Uitsnede kernwaardenkaart met planlocatie rood omlijnd

Voor de onderhavige locatie is de kernwaarde Sterk stedelijke structuur van toepassing. De sterk, stedelijke structuur wordt als volgt gekenmerkt: Veldhoven kent een herkenbare stedelijke structuur met het hoofdwinkelgebied, belangrijke in- en uitvalswegen en bedrijventerreinen; de gemeente streeft naar opwaardering en doorontwikkeling van de stedelijke structuur op plekken waar mee stedelijkheid uitgestraald mag worden; daarnaast is het van belang dat de groene vingers als structuurdrager herkenbaar blijven en dat hierlangs de herkenbaarheid en identiteit van Veldhoven wordt vergroot. Conclusie Voor het plangebied is de kernwaarde 'sterk stedelijke structuur' van toepassing. In deze gebieden wordt een hoge(re) beeldkwaliteit nagestreefd. Om ervoor te zorgen dat dit doel gehaald wordt, worden bouwplannen getoetst aan het beeldkwaliteitsplan ‘Afronding Habraken’ dat als bijlage 1 is toegevoegd aan de toelichting van dit bestemmingsplan. Dit beeldkwaliteitsplan wordt in de volgende paragraaf 3.4.4 toegelicht. 3.4.4

Beeldkwaliteitsplan ‘Afronding Habraken’3

Voor bedrijventerrein Habraken is op 20 december 2011 een specifiek beeldkwaliteitsplan vastgesteld dat helderheid en duidelijkheid biedt voor zowel de initiatiefnemers (ontwerpen uitvoeringskader) als de gemeente (beleids- en toetsingskader). In verband met het vastleggen van nieuwe ruimtelijke ambities om te komen tot een kwalitatief hoogwaardige werkomgeving is voor het resterende deel alsmede de zone langs de Oersebaan een nieuw beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit nieuwe beeldkwaliteitsplan is als bijlage 1 aan de toelichting van dit bestemmingsplan gekoppeld.

3

Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan ‘Afronding Habraken’, BRO, P06731, dec. 2024

Afronding Habraken

35

Het beeldkwaliteitsplan heeft een bindende werking voor de betrokken partijen, levert de toetsingscriteria voor het bedrijventerrein en is daarmee het toetsingskader bij de beoordeling van bouwplannen. Het biedt een leidraad voor de realisering van de geprojecteerde bebouwing en de inrichting van de openbare ruimte. Het beeldkwaliteitsplan heeft eveneens de functie van kwaliteitswaarborg in de beheerfase. De toetsingscriteria zijn helder geformuleerd zodat de kwaliteitsambitie van de gemeente wordt gewaarborgd. Tegelijk laat het beeldkwaliteitsplan voldoende ruimte aan wensen van opdrachtgevers en initiatiefnemers en aan de creativiteit van architecten om individuele vertalingen vorm te geven. Het doel is daarom een kader te scheppen waarmee het beoogde eindresultaat kan worden bereikt dat vastgelegd is in het bestemmingsplan. Groenvoorzieningen dienen een ondersteuning voor de gebouwen te zijn en de ruimtelijke structuur van het bedrijventerrein te versterken. Naast een bijdrage aan de biodiversiteit verhoogt het groen de kwaliteit van de werkomgeving. Dit dient dan ook uit oogpunt van beeldkwaliteit te worden gedaan. Als bijkomende kwaliteit stimuleert het de kwaliteit van de werkomgeving en ondersteunt dit het duurzaam ondernemen.

Vanuit de beoogde, duurzame kwaliteit van het bedrijventerrein worden beeldkwaliteits- en duurzaamheidseisen aan de gebouwen en de buitenruimte gesteld. Het doel is om een herkenbaar en aantrekkelijk productiemilieu te verkrijgen, zowel in het openbare als het private domein. De bouwstenen voor de gewenste beeldkwaliteit op het bedrijventerrein zijn als volgt samen te vatten: 

rustige en ingetogen vormgeving van de bebouwing met een moderne uitstraling;

speciale aandacht voor de beeldkwaliteit op zichtlocaties middels een afwijkende vormgeving; materialisering en kleurstelling;

minimaliseren van de zichtbaarheid van onaantrekkelijke elementen zoals open opslag en laad- en losplaatsen;

samenhang en eenvoud in de vormgeving en inrichting van het openbaar gebied;

vormgeving en inrichting van de buitenruimte in aansluiting op het openbaar gebied.

Conclusie Met behulp van het beeldkwaliteitsplan worden de hoge ambities voor de ruimtelijke kwaliteit van Habraken, als onderdeel van de 'sterk stedelijke structuur', zeker gehaald. 3.4.5

Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorzieningen

De drie Brabantse Veiligheidsregio's (Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, Veiligheidsregio BrabantNoord en Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost) hebben in 2016 uniforme beleidsregels vastgesteld ten aanzien van bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen. Het doel van de beleidsregels is een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening te waarborgen, zodat de Veiligheidsregio's in staat zijn adequate brandweerzorg te leveren. De beleidsregels bieden oplossingsrichtingen waarmee invulling kan worden gegeven aan de doelvoorschriften die de Veiligheidsregio's hebben gesteld. Indien wordt voldaan aan de beleidsregels, kan ervan uit worden gegaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening wordt gerealiseerd. In de beleidsregels zijn onder andere regels opgenomen met betrekking tot de inrichting van wegen en de bereikbaarheid van gebieden die niet via de openbare weg worden ontsloten. Daarnaast is aangegeven aan welke eisen een bluswatervoorziening dient te voldoen om de brandweer in staat te stellen een brand effectief te bestrijden. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan deze beleidsregels.

Afronding Habraken

36

Conclusie De beleidsregels Bereikbaarheid en bluswatervoorziening worden als afzonderlijk toetsingskader gehanteerd om nieuwe ontwikkelingen te beoordelen en behoeven geen doorwerking in de planregels van het bestemmingsplan.

Afronding Habraken

37

4

Milieu hygiënische en planologische verantwoording

In de toelichting op het bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Ook komen alle relevante overige ('niet-milieutechnische') planologische aspecten aan bod.

4.1

Bodem

Het landelijk beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. Met andere woorden, de bodemkwaliteit mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting wordt voorzien, dient de bodemkwaliteit door middel van een bodemonderzoek in beeld te worden gebracht. Hoewel het vigerende bestemmingsplan Habraken 2006 reeds de ontwikkeling van bedrijventerrein toelaat, is er vanwege de lange periode van voortgezet agrarisch gebruik voor gekozen om een historisch bodemonderzoek uit te laten voeren. Onder verwijzing naar het betreffende bodemonderzoek4 wordt geadviseerd tot uitvoering van drie deelonderzoeken op een drietal locaties (locatie 1, perceel H849; locatie 2, percelen, H591 (ged.), 592 en 593 (circa 10.000 m²) en locatie 3, perceel H1233 (Scherpenering 16) (2.275 m²)). Ter plaatse van het perceel Heieindweg 5 (locatie 1 in voornoemd vooronderzoek) is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.5 Er zijn geen noemenswaardige bodemverontreinigingen in de boven- en ondergrond aangetoond. Het grondwater is licht verontreinigd met xylenen. Ten aanzien van het bouwrijp maken van de grond en de uitgifte van de kavel op de betreffende gronden zijn er geen belemmeringen aanwezig.

Hiermee is de bodemkwaliteit afdoende vastgesteld. Ook voor het overige plangebied geldt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor het toekomstig gebruik. De enige locatie binnen het plangebied, waar de bodemkwaliteit niet is onderzocht betreft het perceel Habraken 16. Ter plaatse wordt de bestaande woning wegbestemd. De toekomstige bestemming ‘Bedrijventerrein’ betreft geen gevoeligere functie. Deze omstandigheid staat de uitvoerbaarheid van het plan daarom niet in de weg. Conclusie Het aspect bodem staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. De bodemkwaliteit is in het kader van dit nieuwe bestemmingsplan voldoende in beeld gebracht.

4.2

Geluid

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder is bepaald hoe voor een gebied waar

4 5

Bijlage 2: Vooronderzoek NEN 5725 Habraken te Veldhoven, Aeres Milieu bv, AM23392, 14 november 2023 Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Heieindweg 5 te Veldhoven, BKK Advies, april 2024.

Afronding Habraken

38

een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is geregeld dat bepaalde wegen, spoorwegen en bedrijven(terreinen) een zone hebben. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. Wegverkeerslawaai Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) heeft elke weg een geluidszone, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. De planlocatie is weliswaar gelegen binnen de geluidszone van de Oersebaan en de Oude Kerkstraat, maar omdat er geen geluidsgevoelige functies zoals woningen mogelijk worden gemaakt, is een onderzoek naar wegverkeerslawaai niet nodig. Industrielawaai Het terrein van Vliegbasis Eindhoven betreft een gezoneerd industrieterrein op grond van de Wgh. De bijbehorende geluidzone, gelegen tussen de grens van het luchthaven terrein en de 50 dB(A)-contour, ligt buiten het plangebied en vormt daarom geen belemmering. Spoorweglawaai Het plangebied ligt op ruim 5 kilometer van de spoorlijn tussen Eindhoven en Boxtel, buiten de geluidszone. Onderzoek naar spoorweglawaai hoeft daarom niet uitgevoerd te worden.

Luchtvaartlawaai Het plangebied ligt op hemelsbreed circa 0,3 km van Vliegbasis Eindhoven. Dit is een militair vliegveld met medegebruik door de burgerluchtvaart (Eindhoven Airport). Vanaf 1 november 2009 geldt de Wet luchtvaart. Deze wet omvat een nieuw stelsel van besluitvorming en normen voor alle luchthavens, met uitzondering van Schiphol. Conform de systematiek van deze wet is voor luchthaven Eindhoven één luchthavenbesluit vastgesteld met een militaire geluidsruimte voor militair vliegverkeer en een burgergeluidsruimte voor het commercieel burgermedegebruik. Het luchthavenbesluit is op 26 september 2014 vastgesteld. Met dit besluit is de luchtvaart 40-35 ke geluidzone - luchtvaart 65-40 ke rond de luchthaven vastgelegd als grens van de geluidsbelasting van het gezamenlijke militaire en civiele vliegverkeer. Een gedeelte van het plangebied ligt binnen de vastgestelde geluidszones 35-ke en 45 ke (zie figuur 4.1). Deze zones zijn overgenomen op de verbeelding. De planregels laten de realisatie van nieuwe geluidgevoelige functies binnen de opgenomen bestemmingen niet toe, zodat belemmeringen in dit opzicht uitgesloten zijn.

Afronding Habraken

39

Figuur 4.1: Ke-zones plangebied en omgeving (Groen= 35 ke-contour, blauw=45 ke-contour en zwart is 65 ke-contour)

Conclusie De diverse geluidsbronnen vormen geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

4.3

Luchtkwaliteit

Hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. Daarin zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: 

een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven;

een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van desbetreffende stoffen in de buitenlucht;

een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit).

De uitwerking van het begrip 'niet in betekende mate' staat in het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)'. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) is gericht op mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). In het besluit is geregeld dat wanneer een gevoelige bestemming binnen een onderzoekszone van een rijks- of provinciale weg wordt gevestigd of uitgebreid, een luchtkwaliteitsonderzoek nodig is. Gevoelige bestemmingen zijn functies waarbinnen kinderen, ouderen en zieken verblijven, zoals scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Een woning of ziekenhuis is geen gevoelige bestemming conform het besluit. De onderzoekszone van een rijksweg

Afronding Habraken

40

betreft 300 meter aan beide zijden van de weg, gemeten vanaf de rand van de weg. Voor een provinciale weg geldt hetzelfde, maar dan een zone van 50 meter. Goede ruimtelijke ordening Naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het principe van een 'goede ruimtelijke ordening' blijft naast toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen' onverkort gelden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), art. 3.1, schrijft voor dat een bestemmingsplan moet voldoen aan de criteria voor goede ruimtelijke ordening. Die verplichting heeft in dit verband betrekking op situaties waarop het Besluit gevoelige bestemmingen niet ziet, maar die vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening onwenselijk zijn, bijvoorbeeld de bouw van woningen langs een snelweg, of de bouw van een school langs een drukke binnenstedelijke weg. Toetsing Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe gevoelige bestemmingen mogelijk. Wel is het plan mogelijk van invloed op de luchtkwaliteit in de omgeving. Daarom is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd in het kader van dit bestemmingsplan. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 4 bij deze toelichting. Hierna worden de conclusies beschreven.

Doel van het onderzoek is toetsing van de NO2-immissie en de fijnstofimmissie als gevolg van de activiteiten binnen het plan aan de normstelling uit de Wet milieubeheer. Van de in de Wet milieubeheer genoemde stoffen zijn alleen stikstofdioxide en zwevende deeltjes onderzocht. De ervaring leert dat de concentraties van de andere stoffen zich ruim onder de grenswaarden, zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet milieubeheer, bevinden. Uit de berekeningsresultaten (zie onderstaande tabel) blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan de normstelling overeenkomstig het gestelde in de Wet milieubeheer.

Voorgaande betekent dat de consequenties op het gebied van luchtkwaliteit geen belemmering vormen voor de realisatie van het plan. Conclusie Het onderdeel luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient tussen kwetsbare of gevoelige objecten, zoals een woning, en bepaalde functies en bedrijven voldoende afstand te worden gehouden. Deze afstand is enerzijds nodig om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelige object niet aan te tasten, anderzijds is deze afstand nodig om het bedrijf of de functie niet te beperken in de betreffende (bedrijfs)activiteiten. Als uitgangspunt worden de richtafstanden uit publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) genomen. In de VNG-publicatie is voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar een richtafstand gegeven, waarbij de grootste richtafstand leidend is.

Afronding Habraken

41

De VNG maakt onderscheid tussen de omgevingstypen 'Rustige woonwijk / rustig buitengebied' en 'Gemengd gebied'. Bij het eerste type is duidelijk sprake van functiescheiding. Bij het tweede is sprake van functiemenging en komen direct naast woningen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en (kleine) bedrijven. Gezien het plangebied bestaat uit bedrijvigheid waarbij woningen zich in de nabijheid bevinden is er sprake van het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de hogere milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In de VNG-publicatie is aangegeven dat wanneer er sprake is van een 'gemengd gebied', de richtafstand met één afstandsstap mag worden verminderd. Dat wil zeggen dat een oorspronkelijke richtafstand van 30 meter wordt verminderd naar 10 meter en een oorspronkelijke richtafstand van 10 meter wordt verminderd naar 0 meter. Toetsing In de directe omgeving van het plangebied is sprake van een omgevingstype 'gemengd gebied', vanwege de diversiteit aan functies. In de omgeving zijn immers zowel woningen, bedrijvigheid als agrarische gronden aanwezig. Daarnaast ligt het plangebied op korte afstand van hoofdinfrastructuurverbindingen zoals de Oersebaan en de Vliegbasis Eindhoven. Binnen het plangebied zijn er geen woningen bestemd.

Met uitzondering van de noordzijde van het plangebied wordt het gebied omringd door (bedrijfs)woningen. De woningen ten oosten van het plangebied zijn wat verder weg gelegen, op circa 240 meter afstand. Om het woon- en leefklimaat te kunnen borgen van deze omliggende gevoelige functies zijn in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering richtafstanden opgenomen voor bedrijven en de daaraan gekoppelde milieucategorieën. Voor dit bestemmingsplan is het principe van inwaartse zonering toegepast. Dit betekent dat de omliggende milieugevoelige functies in beeld zijn gebracht en binnen het toekomstige bedrijventerrein door middel van zoneringen rekening wordt gehouden met de maximale toegestane milieucategorie, welke past bij de richtafstand. Hierbij is uitgegaan van de richtafstanden voor een ‘gemengd gebied’ op basis van de bovenstaande overwegingen. Dit principe is weergegeven in figuur 4.2. Voor het westelijk en zuidelijk deel van het plangebied is de afstand tot bestaande woningen zodoende aanleiding geweest om binnen het bestemmingsvlak ‘Bedrijventerrein’ een zonering aan te brengen. Aan de randen, dichter bij de gevoelige bestemming, liggen de lagere categorieën 3.1, 3.2 en 4.1. Op wat ruimere afstand zijn activiteiten binnen milieucategorie 4.2 toegestaan.

Door de toepassing van inwaartse milieuzonering is er geen sprake van onderlinge belemmeringen tussen de toekomstige bedrijvigheid en bestaande woningen in de omgeving. Daarnaast is in de regels een mogelijkheid opgenomen om via een binnenplanse afwijking onder voorwaarden andere bedrijven toe te kunnen staan met een naar aard, milieubelasting en ruimtelijke impact vergelijkbare belasting, mits er daarbij geen sprake is van een onevenredige toename van de aantasting van het woon- en leefklimaat of van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. De groenstrook is geen functie met een afstandseis vanwege zonering.

Afronding Habraken

42

Figuur 4.1: Zonering nieuw bedrijventerrein Habraken (nog updaten in volgende versie)

Figuur 4.2: Inwaartse milieuzones, Bron BRO 2023

Conclusie Vanwege bedrijven en milieuzonering vormt het bestemmingsplan geen belemmering voor de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende niet-woonfuncties en bedrijven. Ook blijft sprake van een goed woon- en leefklimaat voor omliggende woningen.

4.5

Externe veiligheid

Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): 

Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico's worden weergegeven in PR risicocontouren.

Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico

Afronding Habraken

43

geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. De Beleidsvisie Externe veiligheid van de gemeente Veldhoven geeft een overzicht van de externe veiligheidssituatie binnen de gemeente en geeft aan welke plannen de gemeente heeft om de veiligheid te borgen en zo nodig verder te verbeteren. Externe veiligheid (EV) gaat over risico's die burgers lopen vanwege het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Naast ongevallen met gevaarlijke stoffen vallen ook de risico's die samenhangen met het gebruik van luchthavens onder het begrip externe veiligheid. De gemeente Veldhoven ligt voor een deel binnen het invloedsgebied van één of meerdere risicovolle activiteiten.

Dit zorgt ervoor dat het thema externe veiligheid bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vrijwel altijd aan de orde is en daarbij verantwoord moet worden. Met deze visie geeft Veldhoven concreet richting en invulling aan een verantwoord veilige, integrale invulling van duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Toetsing Binnen en in de omgeving van het plangebied liggen verschillende risicobronnen. 1. Risicobron 1: Habraken 1212, Pe.Jo. de Graauw Dit betreft een inrichting waar propaan en butaan wordt aangevoerd, opgeslagen en waar gasflessen met propaan worden afgevuld. Daarnaast vindt opslag van gasflessen plaats. Het bedrijf beschikt over een actuele omgevingsvergunning voor het aspect milieu. Dit bedrijf valt onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). De onderstaande contouren zijn actueel voor het bedrijf (figuur 4.3). Uit figuur 4.3 valt op te maken dat het plangebied niet is gelegen binnen de risicocontouren van de inrichting. Het bedrijf Pe.Jo. de Graauw is niet EV-relevant voor dit bestemmingsplan.

Afronding Habraken

44

Figuur 4.3: Risicocontouren van Pe.Jo. de Graauw vof (bron: Omgevingsdienst Zuidoost Brabant)

2. Risicobron 2: munitieopslag Vliegbasis Eindhoven Op het terrein van de Vliegbasis Eindhoven is een munitieopslag van Defensie gelegen. Voor de opslag van munitie gelden strenge veiligheidseisen, welke onder andere betrekking hebben op het gebied rondom de munitieopslagplaatsen – de zogenaamde veiligheidszones. Rond de munitieopslag worden drie veiligheidszones onderscheiden. De buitenste contour munitiezonering, zone C, van de Vliegbasis Eindhoven is weergegeven in figuur 4.4. Geconcludeerd kan worden dat het plangebied niet is gelegen binnen de C-zone van de munitieopslagplaats. Deze munitieopslag is derhalve niet EV-relevant voor dit bestemmingsplan.

Afronding Habraken

45

Figuur 4.4: C-zone van de munitieopslag (rode stippellijn). Bron: omgevingsdienst Zuidoost Brabant

3. Risicobron 3: Buisleidingen In de nabijheid van het plangebied zijn twee hogedruk aardgasleidingen gelegen. Deze leidingen zijn hieronder in de figuur aangegeven met de 1% en 100% letaliteitszones.

Figuur 4.5: Twee hogedruk aardgasleidingen (met rode stippellijnen) in en nabij het plangebied (bron: Omgevingsdienst Zuidoost Brabant)

Afronding Habraken

46

Deze leidingen vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Om de invloed van nieuwe ontwikkelingen (bedrijventerreinen) in het gebied inzichtelijk te maken is een rapportage opgesteld (rapport Kwalitatieve Risicoanalyse hogedruk aardgasleidingen Industrieterrein Habraken te Veldhoven, datum 21 januari 2021, projectnummer 287580). Het plan is voor een klein deel gelegen binnen de invloedsgebieden van de buisleidingen. Het noordoostelijke deel betreft groen. Hier is in principe geen populatie aanwezig. In het westelijke deel ligt een gering deel van geplande bedrijfsgebouwen binnen het invloedsgebied. Het betreft de hogedruk aardgasleidingen Z-506-01 en Z-506-04. Voor verdere details van de leidingen en berekeningen wordt verwezen naar Bijlage 5 van de toelichting, waar het volledige rapport is weergegeven. Er is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Carola, gegevens hiervoor zijn aangeleverd door de Gasunie. In dit rapport zijn de volgende populatievlakken meegenomen (figuur 4.6). Vervolgens is gerekend met een populatie van 100, 300 en 500 personen/ha bij een volledige aanwezigheid van dag en nachtperiode. In de praktijk kunnen er maximaal 200 personen/ha aanwezig zijn (kantoren hoogbouw, kengetal Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico).

Figuur 4.6: Locaties ingevoerde populatiepolygonen (blauwe en groene aanduidingen)

Plaatsgebonden risico Er is geen PR 10-6 contour per jaar gelegen nabij de hogedruk aardgasleidingen. Er mogen conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) zich geen (geprojecteerde) kwetsbare objecten bevinden binnen de PR 10-6 contour per jaar. Voor (geprojecteerde) beperkt kwetsbare objecten geldt het PR 10 -6 per jaar criterium als richtwaarde. Aangezien er een belemmeringenstrook geldt van 4 meter vanuit het hart van beide leidingen, vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor toekomstige ontwikkelingen. De buisleidingen met belemmeringenstroken zijn op de verbeelding aangeduid. Groepsrisico De hoogste berekende waarden van het groepsrisico treden op bij de leiding Z-506-04: 

100 personen/ha: 0,011 x oriëntatiewaarde;

300 personen/ha: 0,074 x oriëntatiewaarde;

500 personen/ha: 0,190 x oriëntatiewaarde.

Afronding Habraken

47

Het groepsrisico is erg laag en vormt geen belemmering voor de plannen. Gezien de toekomstige populatie (maximaal 200 personen/ha) kan worden gesteld dat het groepsrisico niet meer dan 0,1 x oriëntatiewaarde zal bedragen. Ook kan worden aangenomen dat het groepsrisico met niet meer dan 10% zal toenemen ten gevolge van de ontwikkeling. Het groepsrisico moet daarom beperkt worden verantwoord. 4. Risicobron 4: Luchthaven Eindhoven. Op 1 januari 2017 is het Luchthavenbesluit Eindhoven van kracht geworden. Deze luchthaven betreft een militaire luchthaven met burger mede gebruik. Het Rijk is het bevoegde gezag voor deze luchthaven. In het luchthavenbesluit zijn enkele zaken opgenomen zoals: 

geluidsaspecten voor zowel burger- als militaire luchtvaart;

beperkingengebieden (zowel hoogte als gebruik/bestemming van gronden) voor zowel burger- als militaire luchtvaart.

In de MER Luchthaven Eindhoven (eindrapport juni 2013) zijn deze aspecten nader onderzocht en in het Luchthavenbesluit Eindhoven meegenomen. Een onderzoek naar Plaatsgebonden Risico maakt onderdeel uit van deze MER (bijlage bij MER Luchthaven Eindhoven). Bij die berekeningen zijn zowel burgervluchten als militaire vluchten meegenomen. In de MER is aangegeven dat voor het aspect externe veiligheid nog geen externe veiligheidsbeleid is vastgesteld voor de militaire luchthaven conform de Wet luchtvaart. Waarschijnlijk zal de normstelling in grote lijnen overeen gaan komen met de normstelling voor de regionale burger luchthavens. Deze norm is opgenomen in het Besluit burgerluchthavens (paragraaf 3.2.2, artikelen 10 en 11). Voor de militaire luchthaven geldt nog steeds het interimbeleid uit 2009. Samengevat houdt het interim-beleid externe veiligheid in: Geen nieuwe kwetsbare objecten (woningen) binnen de PR 10-6 contour; 

Terughoudend zijn met het bestemmen van beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour waarbij bebouwing zo laag mogelijk wordt gehouden (hier geldt een richtwaarde van 100 personen per ha). Hiervoor moet een verklaring van geen bezwaar worden aangevraagd bij het ministerie van Defensie);

Onder omstandigheden mag vervangende bouw plaatsvinden. Hiervoor moet een verklaring van geen bezwaar worden aangevraagd bij het ministerie van Defensie).

De PR 10-6 contour van het vliegveld is hieronder aangegeven (lichtblauwe gebied) in figuur 4.7:

Figuur 4.7: PR 10-6 contour van Vliegbasis Eindhoven (lichtblauw)

Afronding Habraken

48

Binnen de PR 10-6-contour van de vliegbasis worden geen kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Het deel van het bedrijventerrein dat binnen de PR 10-6 contour van de luchthaven is gelegen, is dermate klein (slechts het uiterste puntje van het bedrijventerrein), dat deze bijdrage kan worden verwaarloosd. De Vliegbasis Eindhoven zal geen beperking vormen voor de ontwikkeling.

Figuur 4.8: PR 10-6 contour van Vliegbasis Eindhoven (lichtblauw) ten opzichte van het plangebied

Verantwoording groepsrisico Er is één scenario dat kan optreden. Scenario: Fakkelbrand (hogedruk aardgasleidingen) Een fakkelbrand ontstaat wanneer ten gevolge van een breuk in een hogedruk aardgasleiding het met grote snelheid ontsnappende gas ontsteekt. De effecten van een fakkelbrand zijn hoge warmtestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers vallen en kan schade en brand in de omgeving ontstaan. Direct na de breuk is het uitstroomdebiet en daarmee de omvang van de fakkel het grootst. Het uitstroomdebiet loopt binnen enkele minuten na de breuk terug totdat een stabiel uitstroomdebiet wordt bereikt. Dit stabiele uitstroomdebiet blijft aanwezig totdat de leidingbeheerder het getroffen leidingdeel met afsluiters inblokt. Buisleidingincidenten worden hoofdzakelijk veroorzaakt door (graaf)werkzaamheden. Afhankelijk van de locatie van de breuk, het soort leiding en de aan- of afwezigheid van andere leidingen in de omgeving, kan de fakkelbrand enkele uren duren. Na het inblokken blijft de fakkel branden totdat de druk in de leiding gelijk is aan de omgevingsdruk. Een fakkelbrand kenmerkt zich door een zeer hoge warmtestraling. Hierdoor kunnen gebouwen die binnen de contour liggen waar de warmtebelasting hoog is ook in brand raken. Dit is zeker het geval bij de gebouwdelen die binnen de 100% letaalzone liggen.

De geprojecteerde bedrijfsgebouwen liggen gedeeltelijk binnen de 100% letaalzone van de aardgasleidingen. Dit betekent dat er een gerede kans bestaat dat delen van de gebouwen ook in brand raken bij een fakkelbrand ten gevolge van een breuk in een van de aardgasleidingen. De kans daarop is echter klein. Het handelingsperspectief voor personen die zich in de gebouwen bevinden is ontruimen en vluchten in een veilige richting.

Afronding Habraken

49

Verantwoording groepsrisico In Veldhoven bestaat het voornemen om het laatste deel van het plangebied aan Habraken vast te stellen. Als gevolg daarvan zal de personendichtheid in het plangebied toenemen. Het plangebied is reeds voor een groot deel bestemd als bedrijventerrein. In de visie van de gemeente was deze bestemming al voorzien. Uit de onderzoeken Externe veiligheid is gebleken dat het plangebied te maken heeft met verschillende risicobronnen. Deze zijn voorgaand nader onderzocht. Buisleidingen Uit berekeningen welke in 2021 zijn uitgevoerd blijkt dat het groepsrisico bij een populatie van 300 personen in zowel dag- als nachtperiode zeer laag is, nl. 0,074 x oriëntatiewaarde. De te ontwikkelen locaties liggen niet binnen de PR 10-6/jr contour. Verder dient men een afstand te hanteren van 4 meter vanaf het hart van de leidingen, waarbinnen geen bouwactiviteiten mogen plaatsvinden. De leidingen liggen deels binnen het plangebied, maar daar waar de leidingen liggen, is het gebied aangeduid als groen. Vliegbasis Eindhoven Het westelijk gelegen te ontwikkelen bedrijventerrein is voor een zeer klein gedeelte gelegen binnen de PR 10-6/jr contour van Vliegbasis Eindhoven. Hier mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Dat wordt in de regels geborgd.

Daarnaast geldt voor het bestemmingsplan dat er binnen de PR 10-6 contour een populatie van maximaal 100 personen per ha aanwezig mag zijn. Ook dat wordt geborgd in de regels. Uit de onderzoeken blijkt dat het groepsrisico verantwoord moet worden. Hierin wordt door middel van het navolgende voorzien. A. De aanwezige en de op grond van dit besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting of inrichtingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, voor zover het invloedsgebied ligt binnen het gebied waarop dit besluit betrekking heeft, op het tijdstip waarop dit besluit wordt vastgesteld. Het te bebouwen gebied binnen het invloedsgebied van de buisleidingen bedraagt ca. 4.000 m². Uitgaande van een lage personeelsdichtheid bedrijfsterrein (5p/ha) geeft dat 2 personen extra. Uitgaande van een midden personeelsdichtheid bedrijfsterrein (40p/ha) geeft dat 16 personen extra. Uitgaande van een hoge personeelsdichtheid bedrijfsterrein (80p/ha) geeft dat 32 personen extra. Bij hoogbouw kantoor bedrijfsterrein (200p/ha) geeft dat 80 personen extra. In het onderzoek (QRA buisleidingen, zie Bijlage 5) wordt hier in voldoende mate op ingegaan. B.

Het groepsrisico per inrichting op het tijdstip waarop het raadsbesluit om het bestemmingsplan vast te stellen wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de kans op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10–5 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10–7 per jaar en met de kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10–9 per jaar. In het onderzoek (QRA buisleidingen, zie Bijlage 5) wordt hier in voldoende mate op ingegaan. C. Indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico. Bij calamiteiten is tijdige alarmering vereist middels het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) of het NL-alert, zodat de mensen zich tijdig in veiligheid kunnen brengen.

Afronding Habraken

50

D. De voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico. Het plangebied is door de gemeente Veldhoven aangemerkt als bedrijfsterrein. De berekeningen tonen aan dat het groepsrisico niet wezenlijk toeneemt ten gevolge van de nieuwe ontwikkelingen. E. De mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst. In de nabije toekomst zijn geen ontwikkelingen voorzien. F. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp in de inrichting die het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, waarvan de gevolgen zich uitstrekken buiten die inrichting. Op 16 mei 2022 heeft de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost een advies verstrekt voor een ander deel van het plangebied Habraken. Dat advies is ook in de bijlagen bij dit plan meegenomen (bijlage 6). Op 27 oktober 2023 zijn de documenten behorende bij deze planontwikkeling samen met het verzoek om nogmaals advies uit brengen in het kader van het Bevi door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant aangeboden aan de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO). Op 2 november 2023 heeft de VRBZO advies verstrekt (zie Bijlage 6). Dit advies luidt als volgt: “Er dient te worden voldaan aan de Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening'.

Dit betekent dat voor de beoogde activiteiten, binnen 3 minuten na het ter plaatse zijn van de tankautospuit(en) een bluscapaciteit van 60 m³ /uur beschikbaar moet zijn. Vervolgens dient er nog eens 120 m³ /uur extra beschikbaar te zijn na 15 minuten. De bestaande projectering van de ondergrondse brandkranen voldoet hier niet aan. Op dit moment is sprake van globale plannen. Hierdoor is het in dit stadium nog niet mogelijk om te adviseren over bereikbaarheid en vereiste bluswatervoorzieningen. Daarom is het van belang om voorafgaand aan of tijdens de procedure voor de omgevingsvergunningen hierover contact op te nemen met onze afdeling Planvorming.” Reactie gemeente: er zal voldaan moeten worden aan de Beleidsregels Bereikbaarheid en Bluswatervoorziening. Als het bestemmingsplan is vastgesteld zal ten tijde van de omgevingsvergunningsprocedures met de Veiligheidsregio worden afgestemd voor de aspecten bereikbaarheid en bluswater. De opkomsttijd voldoet niet aan de zorgnorm, zoals deze door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio is vastgesteld. Dit betekent dat personen langer op zichzelf zijn aangewezen in geval van een calamiteit. De VRBZO adviseert bij de procedures van vergunningverlening organisatorische en bouwkundige maatregelen in uw overwegingen mee te nemen.

Reactie gemeente: tijdens toekomstige omgevingsvergunningsprocedures zullen organisatorische en bouwkundige maatregelen worden overwogen. Het advies van de VRBZO is betrokken bij de uiteindelijke verantwoording van het groepsrisico. G De mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van een of meerdere risicobronnen (hogedruk aardgasleidingen en Vliegbasis Eindhoven) die het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, om zich in veiligheid te brengen indien zich in die inrichting een ramp voordoet. Vluchtwegen dienen van de bron af gerealiseerd te worden.

Afronding Habraken

51

In aanvulling op de ruimtelijke maatregelen wordt vermeld dat bij calamiteiten het Waarschuwing en Alarmering Systeem (WAS) en NL-Alert kunnen bijdragen aan een snelle alarmering, zodat de mensen zich tijdig in veiligheid kunnen brengen. Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Het gebied wordt zodanig ingericht dat in geval van calamiteiten de hulpverleningsdiensten het gebied via ten minste twee zijden kunnen bereiken. Ook dient er voldoende bluswater aanwezig te zijn. Het plan zal worden uitgevoerd conform de Handreiking bereikbaarheid en bluswatervoorziening. Zelfredzaamheid De ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt betreffen bedrijfsterreinen. Derhalve kan worden aangenomen dat er geen verminderd zelfredzame personen zullen verblijven. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

4.6

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij is een wet waarmee de nationale regels op het gebied van geurhinder ten opzichte van de tot de veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld zijn. De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van de geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven. Met de in de Wet geurhinder en veehouderij opgenomen grenswaarden moet rekening gehouden worden bij beslissingen in het kader van de Wet milieubeheer. Nieuwe knelpunten moeten worden voorkomen. In de Wet geurhinder een veehouderij zijn grenswaarden opgenomen voor de geurbelasting die een veehouderijbedrijf op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning) mag veroorzaken. Tevens gelden volgens de wet minimale afstanden tot woningen van derden. De grenswaarden worden weergegeven in odour units per vierkante meter lucht (ouE/m3). Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de ligging van een geurgevoelig object binnen of buiten de concentratiegebieden en binnen of buiten de bebouwde kom. Het is hierbij niet van belang of een veehouderijbedrijf zelf binnen of buiten de bebouwde kom ligt. De gemeente Veldhoven heeft de 'Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Veldhoven' vastgesteld. Deze verordening is op 20 mei 2008 in werking getreden. De gemeente Veldhoven heeft in de bijbehorende 'Gebiedsvisie t.b.v.

de verordening geurhinder en veehouderij' voor de bebouwde kom een streefwaarde voor de achtergrondbelasting opgenomen van 10 ouE/m³. Dit leefklimaat kan als redelijk goed worden bestempeld. De gemeentelijke geurverordening stelt geen afwijkende geurnorm voor de voorgrondbelasting. Derhalve geldt ter plaatse een geurnorm van 3 ouE/m³ voor de voorgrondbelasting. Toetsing Voorgrondbelasting Binnen een straal van circa 500 meter van het plangebied zijn geen veehouderijbedrijven gelegen, die nog bedrijfsmatig in werking zijn. Gelet hierop kan gesteld worden dat een nadere berekening van de voorgrondbelasting dan ook niet benodigd is. Achtergrondbelasting Het aantal veehouderijbedrijven in de wijde omgeving van het plangebied is dermate laag, dat gesteld kan worden dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een acceptabel achtergrondniveau voor geur en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15262905/1