LIS2025.206 Zienswijzen op de ‘ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040’.
Tekst van het document
VERZOnErd 16 OKT 2025
Geacht college,
Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van de ontwerpomgevingsvisie Veenendaal 2040. Wij waarderen de ambitie en integraliteit waarmee uw gemeente haar ruimtelijke toekomst vormgeeft. In deze brief geven wij onze zienswijze op de ontwerpvisie, waarbij wij zowel de gedeelde uitgangspunten als enkele kanttekeningen willen benoemen. We constateren met genoegen dat er belangrijke overeenkomsten bestaan tussen de ontwerpomgevingsvisie Veenendaal 2040 en onze eigen Visie op Rhenen. Beide visies hechten waarde aan het behoud van landschappelijke kwaliteit, het realiseren van een gezonde en leefbare woonomgeving, en het versterken van de ruimtelijke samenhang binnen de regio Foodvalley. Gezamenlijke ambities en belangen Veel ambities uit de ontwerpomgevingsvisie zijn in het belang van zowel de inwoners van Veenendaal als van Rhenen. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling en versterking van recreatieve voorzieningen binnen Veenendaal. Dit zal leiden tot een verlaging van de druk op omliggende recreatiegebieden als Kwintelooijen. Ook de nadruk op het belang van een goede bereikbaarheid, ook bij een toename van de verkeersdruk als gevoig van verdere verstedelijking, onderschrijven wij. In uw visie zet u in op duurzame mobiliteit, zonder het belang van de auto uit het oog te verliezen. Deze lijn kunnen wij onderschrijven.
Woningbouw Binnen regio Foodvalley staan we samen voor een aanzienlijke woningbouwopgave. Het is waardevol dat u aangeeft welk deel van uw eigen doelstellingen u verwacht te kunnen realiseren binnen uw gemeentegrenzen. Het gaat dan om 5.500-6.000 woningen in de periode tot 2040. Dit is 51% tot 56% van de 10.700 benodigde woningen. Dit betekent dat ongeveer 5.000 woningen buiten uw gemeente moeten worden gebouwd. In de ontwerpomgevingsvisie geeft u aan dat u hiervoor in overleg wilt treden met de omliggende gemeenten, waaronder Rhenen. Tegelijkertijd willen wij enkele kanttekeningen plaatsen bij de woningbouwopgave zoals deze in uw ontwerpvisie is geprojecteerd op grondgebied van de gemeente Rhenen. Hoewel wij de urgentie van de regionale woningbouwopgave erkennen en ons cooperatief willen opstellen in het zoeken naar oplossingen, hechten wij sterk aan het behoud van de regie over ruimtelijke ontwikkelingen binnen onze gemeentegrenzen. Regie binnen de eigen grenzen Al eerder hebben wij aangegeven constructief te willen meedenken over het oplossen van het woningtekort. Met het op diverse kaarten intekenen van locaties in de gemeente Rhenen voor uitbreiding ten behoeve van woningen, bedrijven of voorzieningen voor openbaar vervoer, al is het met potlood, neemt u een voorschot op de uitkomst van het nog te voeren overleg.
Wij zijn nadrukkelijk van mening dat de regie bij het maken van deze locatiekeuzes in Rhenen ligt. Het is aan onze inwoners en de raad. b: t
, Rhenen p Postbus 201, e info@rhenen.nl
Rhenen
Dit standpunt is door de raad zelf verwoord in motie "Regie op eigen cirondgebied" die is aangenomen in de vergadering van 27 mei 2025. Op dit moment worden er drie visies opgesteld voor onze niet-stedelijke gebieden, te weten de Randzonevisie, het Programma Landelijk Gebied en de Gebiedsverkenning. Met name de Gebiedsverkenning is voor ons richtinggevend voor de locatie van eventuele verstedelijking (nieuwe woningen en bedrijvigheid) in het Rhenense deel van het Binnenveld. Na afronding van deze trajecten - besluitvorming is gepland in december van dit jaar - staan de ruimtelijke kaders vast waarbinnen wij invulling zullen geven aan de lokale en regionale opgaven voor woningbouw en bedrijvigheid. Kortom Concreet vragen wij van u om de omgevingsvisie, inclusief kaartmateriaal, te beperken tot de eigen gemeentegrenzen. Heeft u vragen? Neem dan contact op met @rhenen.nl.
, strategisch adviseur, via
Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en weth
, secretaris
of
College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Veenendaal Postbus 1100 3900 BC VEENENDAAL
Onderwerp Datum Documentnummer
Reactie op ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040 13‑10‑2025 UTSP-2014769930-248
Telefoonnummer
@provincie-utrecht.nl
E-mailadres Domein/opgave Team
SLO GRO
Geacht college, Hartelijk dank voor het toezenden van uw ontwerp van de Omgevingsvisie Veenendaal 2040. Met veel belangstelling heb ik kennisgenomen van deze visie en namens ons college kom ik tot een aantal opmerkingen. Daarin zijn uitspraken en doelen uit de provinciale omgevingsvisie leidend. Veenendaal groeit en heeft naar verwachting in 2040 85.000 inwoners, 15.000 meer dan nu. Dat betekent: meer mensen, meer woningen, meer winkels, meer auto’s, en dus meer opgaven in de schaarse ruimte. En aangezien Veenendaal haar grenzen heeft bereikt moeten deze opgaven een plek vinden binnen de bestaande stad. Soms is er sprake van concurrerende ruimteclaims. Voor uw gemeente betekent dit, dat er keuzes gemaakt moeten worden, waarbij de voornaamste uitdaging is hoe Veenendaal kan groeien en de stad tegelijkertijd leefbaar, aantrekkelijk en inclusief kan blijven voor toekomstige generaties. Het is goed om te lezen dat de Veenendaalse omgevingsvisie een plek heeft in een bredere context waarin ook ruimtelijke ontwikkelvisies van andere gemeenten, de provincie en het Rijk een rol spelen. En terecht verwijst u daarom naar de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en het provinciale programma ‘Groen Groeit Mee” waaraan u zich gecommitteerd heeft. Overigens zijn wij als provincie ook aan een nieuwe omgevingsvisie aan het werken die in 2026 zal worden vastgesteld.
Aanvullend is onze suggestie aan u om ook het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) te betrekken bij uw omgevingsvisie. Alhoewel de gemeente Veenendaal in verhouding niet veel landelijk gebied heeft, lijkt het ons goed om in de omgevingsvisie aandacht te besteden aan het UPLG en te kijken waar provinciale en gemeentelijke ambities elkaar kunnen versterken. Het is een complete en goed onderbouwde visie. Onze opmerkingen behelzen vooral raakvlakken die wij als provincie zien of suggesties om de visie nog completer te maken. De Klomp en de Nieuwe Meent Wij herkennen in uw omgevingsvisie de voorgenomen uitbreidingen rond station De Klomp en de Nieuwe Meent. Dit sluit goed aan bij de ambities van de Provincie. In de komende periode zal nader gebiedsonderzoek
1 van 5
duidelijk maken wat er richting 2040 en daarna mogelijk is. Daarbij vinden wij het belangrijk dat kwaliteit en een duurzame, toekomstbestendige ontwikkeling vooropstaan. Graag zetten wij de samenwerking met u en de andere betrokken overheden op beide dossiers voort. Hieronder volgt een overzicht van de opmerkingen per thema. Wonen Goed om te zien dat u inzet op de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting. In de visie maakt u een duidelijke link vanuit de demografische ontwikkeling naar ouderenhuisvesting en huisvesting voor aandachtsgroepen. Ook vinden wij het positief dat u kijkt naar leefbaarheid, voorzieningen en hoe deze zijn gespreid over de gemeente in relatie tot de woningbouwopgave. Dat helpt in afwegingen voor potentiële locaties voor ouderenhuisvesting, aandachtsgroepen maar ook voor de algehele woningbouw. U zet in op een gevarieerd woningaanbod omdat het woningaanbod nu niet aansluit op de behoefte en u zet dan met name in op nieuwbouw. Als alternatief voor nieuwbouw bestaat het beter benutten van het bestaande woningaanbod. Het beter benutten zien we alleen terug in combinatie met ouderenhuisvesting. Onze suggestie is om dat uit te breiden naar andere soorten huisvesting zeker omdat er zoveel binnenstedelijk gerealiseerd moet worden.
Met het oog op de ouderenhuisvesting is het volgens ons waardevol om ook aandacht te schenken aan het aanhaken van zorgpartijen en hoe u zorg en welzijn gaat oppakken in het licht van de veranderende woon(zorg)behoefte. Complimenten geven we graag voor uw hoge betaalbaarheidsambities van 30% sociaal, 40% middelduur waarbij u binnen die segmenten ook nog onderscheid maakt. We missen verwijzingen naar de regionale afsprakenkaders. Zo benoemt u voor de ouderenhuisvesting geen aantallen als opgave, terwijl deze aantallen wel al uit het afsprakenkader gehaald kunnen worden. Door te verwijzen naar de regionale afsprakenkaders zou de visie op dit punt meteen kaderstellend kunnen worden. Met het oog op kaderstelling rond aandachtsgroepen is onze suggestie om in uw visie te benoemen dat u bezig bent om in regionaal verband te komen tot afspraken en dat u zich aan die afspraken zult committeren. Gezonde leefomgeving In uw visie benoemt u veel aspecten die te maken hebben met een gezonde leefomgeving en ook de milieukwaliteit komt op een goede manier aan bod volgens ons. Het is een uitdaging om de toename in aantallen woningen vergezeld te laten gaan van een gezonde en veilige leefomgeving met goede voorzieningen en groen en een goede milieukwaliteit. Wij raden aan om ook oog te hebben voor groenvoorzieningen op regionaal niveau.
Wij zijn erg benieuwd naar de verdere concretisering van uw ambities, die ongetwijfeld in het omgevingsplan en omgevingsprogramma uitgewerkt zullen worden. U geeft aan op zoek te gaan naar passende afstanden voor woningen rond wegen in verband met de luchtkwaliteit. Ook houdt u bij nieuwe ontwikkelingen rekening met geluid en geurhinder. We zijn benieuwd naar de concretisering van dit rekening houden met, en de afstanden. Wat wordt het streven van de gemeente hierbij en wat wordt daarbij afgewogen? Als provincie zijn we in samenwerking met een aantal gemeenten bezig om een menukaart van indicatoren, met een bandbreedte aan kwaliteiten, ten behoeve van gezondheid/een gezonde leefomgeving te ontwikkelen. De Gemeente Veenendaal is welkom om hier ook over mee te denken en aan bij te dragen.
2 van 5
Recreatie, toerisme, sport en bewegen Wij vinden het erg positief dat u de nadruk legt op een gezonde, schone en inclusieve leefomgeving, met aandacht voor veel groen en blauw. Goed dat u de behoeften van de gebruikers daarbij nadrukkelijk meeneemt. Tot 2030 zet u in op inbreiding als het gaat om wonen. Wij rekenen erop dat u er daarbij voor zorgt dat de kwaliteiten van de leefomgeving (in groen, recreatie, sporten) hierdoor niet achteruitgaan. Wellicht biedt het juist kansen om die kwaliteiten te verbeteren. Qua vitaliteit lijkt u zich vooral te richten op ouderen. Bij ons komt de vraag op of u ook inzet op jongeren, bijvoorbeeld door bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte te faciliteren? Water en bodem en klimaatadaptatie Wij vinden het zeer positief dat de gemeente Veenendaal de principes van water- en bodem-sturend omarmt en veel ambities uitstraalt in een klimaatbestendige en toekomstbestendige gemeente. Dit is in lijn met het provinciaal beleid. We adviseren de gemeente om bij het toepassen van deze principes nauw overleg te voeren met het waterschap en de provincie en ook bij (nieuwe) woon-werklocaties gebruik te maken van de Utrechtse watergeschiktheidskaart en bijbehorende handreiking. U schrijft dat door de drukte in de ondergrond (kabels, leidingen, etc.) en het belang van ondergrondse waterstromen en bodemopbouw, een bodemvisie noodzakelijk is.
Goed dat drukte in de ondergrond wordt benoemd als onderdeel van de ruimtelijke opgave. Aangezien gemeente en provincie (en waterschap) beide taken en bevoegdheden in de ondergrond hebben, werken wij hierop graag met de gemeente samen. Bij uw beschrijving van strategische keuzes en maatregelen op dit onderwerp missen wij onder de titels ‘Organisatie van de Ondergrond’ en ‘Drinkwater’ het noemen van de provincie als samenwerkingspartner. Positief dat u aandacht heeft voor drinkwaterbesparing en de Drinkwaterraad noemt. Tot slot is onze suggestie om in de onderliggende bronnen en documenten op dit onderwerp ook het Utrechts Programma Landelijk Gebied, het Bodem- en Waterprogramma en de provinciale omgevingsvisie te noemen. Natuur U zet in uw omgevingsvisie veel in op groen in de stad en het vergroenen en klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. We begrijpen dat de gemeente Veenendaal in haar omgevingsvisie vooral de focus legt op het stedelijke gebied. We willen daarom vooral meegeven dat Veenendaal ook trots mag zijn op haar Natura2000 gebied de Hellen die bij het Binnenveld horen. Dat geldt ook voor het kleine deel van het buitengebied dat binnen de Groene contour ligt. Wat ons betreft is het waardevol als u in de visie dieper ingaat op ambities die u heeft als het gaat om Natura 2000 gebied en het bijdragen aan natuurrealisatie in de Groene contour.
Wij vinden het positief dat u aandacht heeft voor meer biodiversiteit en natuurinclusief bouwen en de manier waarop u dat doet. U geeft aan een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier te willen creëren. Wij geven graag aan u mee dat het juiste groen, namelijk groen dat bijdraagt aan de lokale biodiversiteit, ecosystemen versterkt waardoor ze een sterk zelf herstellend krijgen vermogen. Dat betekent dat het beter bestand is tegen verstoringen zoals droogte, hitte of hevige regenval. In een tijd van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies is dat geen overbodige luxe, maar pure noodzaak. We vinden het ook positief dat u natuurvriendelijke tuinen in bestaande en nieuwe woonwijken stimuleert. Onze suggestie is om bij het vergroenen vooral ook bewoners te betrekken, met bijvoorbeeld zelfbeheer. Dat dragen wij zelf als provincie ook zo veel mogelijk uit.
3 van 5
Mobiliteit In zijn algemeenheid is de visie goed in lijn met het provinciale mobiliteitsbeleid. U schetst een toekomstbeeld waarbij keuzes rond mobiliteit moeten bijdragen aan een duurzame, vitale en veilige leefomgeving. Vervolgens lijkt het in de visie steeds eerst over de auto te gaan en dan pas over fiets/OV/lopen. Om uw toekomstbeeld ook in de opbouw van de visie terug te laten komen is onze suggestie om die volgorde van beschrijven in de visie om te draaien (het zogenoemde STOMP-principe). In dat geval start het verhaal met beschrijvingen en keuzes ten aanzien van lopen en daarna volgen fiets, OV, deelmobiliteit en tot slot de auto. Wij zien dat andere grote steden in onze provincie stevig inzetten op de mobiliteitstransitie door het hanteren van lage parkeernormen, uitbreiding van betaald parkeren en lagere doorstroomsnelheden voor autoverkeer. Wij raden aan om dergelijke maatregelen meer te betrekken bij uw mobiliteitsbeleid. Wij missen in de kaartbeelden enkele fietsroutes die wel onderdeel zijn van het regionale fietsnetwerk en een nieuwe doorfietsroute. Wij kijken graag ambtelijk even samen naar die kaartbeelden om die omissies te bespreken. U beschrijft dat u de inzet van deelmobiliteit stimuleert en faciliteert. Daarbij is het wat ons betreft belangrijk te benadrukken dat dit nooit een maatregel op zichzelf kan zijn.
Zo is een belangrijke sleutel daarin het eerdergenoemde parkeerbeleid en parkeernormen. Ook geeft u aan dat de frequentie van bussen en treinen momenteel te laag is om een serieus alternatief te vormen voor de auto. Onder die omstandigheden zal deelmobiliteit (+OV) onvoldoende van de grond komen. Wat we missen in deze visie is de samenhang tussen de verschillende maatregelen; nu wordt er te veel per modaliteit afzonderlijk gekeken en wordt er beredeneerd vanuit aanbod, wat niet automatisch ook zorgt voor het gewenste gedrag. Ook een koppeling met woningbouw zou sterker kunnen. Energie Wij herkennen de gebieden voor grootschalig zon in uw visie als de gebieden waar we samen met gemeenten en Rijkswaterstaat in het kader van het zogenaamde OER proces zonnevelden onderzoeken. Daarnaast zien we dat u rekening houdt met het kansrijke gebied voor windenergie ‘96’ dat voor een klein deel ook in Veenendaal ligt, door waar passend medewerking te verlenen aan het plaatsten van middelgrote windturbines op en bij bedrijventerreinen. Wij ondersteunen de nadruk die u legt op netbewuste ontwikkelingen en uw inzet op energieplanologie waarbij u bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen altijd kijkt of vraag en aanbod van energie bij elkaar kunnen komen, en of de extra netbelasting op die plek wel wenselijk en mogelijk is. De hoogspanningsstations zien wij goed benoemd in de energieopgave kaart.
Economie We vinden het zeer positief dat u veel inzet op circulariteit. Tegelijkertijd maken we ons zorgen omdat we weten dat de circulaire transitie ook juist fysieke ruimte vraagt die er niet (altijd) is. U verwijst in uw visie regelmatig naar campussen. Het is handig om hierbij aan te sluiten bij de terminologie van het Rijk en de provincie. Voor het Rijk is een campus een locatie met een manifeste kennisdrager. In totaliteit lijkt het ons goed dat gemeente inzet op ruimte voor innovatieve bedrijven in bepaalde gebieden En wij raden aan om daarbij aandacht te besteden aan het inhoud geven van deze ontwikkelingen/gebieden en ook aandacht te hebben voor de samenwerking/co-creatie tussen bedrijven in die gebieden. Wat ons betreft kan de onderbouwing van Veenendaal als “ICT-stad” nog wat steviger.
4 van 5
Cultuurhistorie De historische infrastructuur en de geschiedenis van waterwegen als dragende historische structuur is mooi meegenomen in de omgevingsvisie. Ook de Grebbelinie is duidelijk meegenomen. Wij hebben twee suggesties om het onderwerp erfgoed nog completer te maken. Onze eerste suggestie is om bij de opwek van wind bij de inpassing van kleine tot middelgrote windturbines op bedrijventerreinen en langs infrastructuur zo nodig ook rekening te houden met de Grebbelinie. Ten tweede geven wij ter overweging om op de erfgoedkaart te verwijzen naar de buitenplaatszone ‘Prattenburg-Remmerstein’. Beide buitenplaatsen liggen weliswaar buiten de gemeentegrenzen maar rondom Prattenburg ligt wel een deel van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur buitenplaatszone binnen uw gemeentegrens. We denken dat het daarnaast goed is om in de visie meer aandacht te schenken aan het onderwerp Archeologie. De visie is wat ons betreft erg summier op dat punt en enige toelichting en een weergave op kaart op dit onderwerp lijkt ons bijdragen aan de compleetheid van de visie. Tot slot Wij waarderen uw inzet en de ambities voor Veenendaal die uit uw visie spreken. Wij nodigen u uit om ambtelijk in gesprek te blijven over de nadere uitwerking van de omgevingsvisie en de concrete projecten die daaruit voortvloeien.
We zoeken graag vroegtijdig de verbinding om zo gezamenlijk ambities en opgaven te realiseren. Voor vragen of een nadere toelichting op deze reactie kunt u contact opnemen met accounthouder . Zijn contactgegevens vindt u in het briefhoofd. Tot slot wens ik u een goede verdere afhandeling naar de definitieve vaststelling van uw omgevingsvisie. Hoogachtend,
Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Coördinatie Omgevingsbeleid, Energietransitie, Milieu en Bestuur
5 van 5
Contact via: Natuur en Milieufederatie Utrecht Utrecht @nmu.nl
Gemeente Veenendaal
www.nmu.nl
Postbus 1100 3900 BC Veenendaal Enkel verzonden naar
@veenendaal.nl
Utrecht, 16 oktober 2025 Betreft: Zienswijze ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040 Contactpersoon:
Geachte leden van de gemeenteraad van Veenendaal, Wij waarderen de mogelijkheid om samen met de gemeente bij te dragen aan de ontwerpOmgevingsvisie Veenendaal. Namens de Natuur en Milieufederatie Utrecht maken wij graag van deze gelegenheid gebruik om schriftelijk een zienswijze in te dienen. Met onze zienswijze vragen wij aandacht voor thema’s en ontwikkelingen die onzes inziens nog ontbreken of aangepast moeten worden voordat de definitieve omgevingsvisie wordt vastgesteld. Onze zienswijze bestaat uit twee onderdelen, ten eerste thematisch ingestoken en ten tweede gericht op de uitvoering.
1. Thematisch Enkele opmerkingen vooraf: •
•
Allereerst, wij zijn positief over verschillende onderdelen van de visie, waaronder: Het hanteren van leidende principes zoals ‘’groen, tenzij…’’ bij de inrichting van de openbare ruimte; het principe ‘’water en bodem sturend’’ als uitgangspunt voor ruimtelijke ordening; het versterken van de relatie tussen de stad en het omliggende buitengebied; het benoemen van het streven naar minimaal basiskwaliteit natuur; het optimaal benutten van de ruimte door middel van passende hoogbouw en meervoudig ruimtegebruik; en de inzet op vergroening, onder andere via groene daken en gevels. Tegelijkertijd constateren wij dat er op enkele punten nog ruimte is voor verbetering:
1
o
Wij vinden het een omissie dat de ontwerp Omgevingsvisie geen specifiek thema bevat over het beschermen en versterken van natuurgebieden, met name het Natura 2000-gebied Binnenveld en het NNN de Utrechtse Heuvelrug. Wij vinden het essentieel dat de Omgevingsvisie een afzonderlijk thema wijdt aan de bescherming en ontwikkeling van deze gebieden, waarin ook aandacht besteed wordt aan de volgende punten: ▪
Voorkom aantasting Natura 2000-gebied en zorg dat er in het NNN geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden De landschappen in de gemeente maken deel uit van regionale, nationale en Europese ecologische structuren (Natuurnetwerk Nederland NNN en Natura 2000) Samen vormen deze gebieden essentiële ecologische verbindingszones tussen omringende natuurgebieden. In de ontwerp omgevingsvisie ontbreekt dit uitgangspunt. Wij pleiten ervoor om in de visie expliciet op te nemen dat er in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden in het NNN. Het NNN moet bovendien worden afgemaakt, zoals door toevoeging van de Groene Contour-percelen. Ook verzoeken wij op te nemen hoe het NNN verder versterkt en ontwikkeld gaat worden. Wij vinden dat het NNN en Natura 2000 Binnenveld niet duidelijk en herkenbaar zijn weergegeven op ‘’Afbeelding 10 – Een kaart voor het thema groen, blauw en klimaatadaptatie’’. Daarnaast missen we de Groene Contour percelen. Op de kaart wordt gesproken van de ‘’Hoofdgroenstructuur’’. Wordt hiermee het NNN bedoeld? Zo ja, dan verzoeken wij de gemeente om deze aanduiding aan te passen en te vervangen door ‘’NNN’’.
▪
Zet in op duurzaam herstel van natuursystemen: Natuurvisie Utrecht 2050 Om de natuur te versterken is het essentieel dat gewerkt wordt aan duurzaam systeemherstel en ontwikkeling van kwetsbare dier- en plantensoorten en herstel van ecosystemen. De samenwerkende natuurorganisaties die verenigd zijn in Oostbroek (Utrechts Landschap, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, LEU, IVN en NMU) hebben een gezamenlijke Natuurvisie opgesteld in 2023. Deze natuurvisie beschrijft toekomstscenario’s voor de zes belangrijkste landschapstypes in de provincie Utrecht. Wij roepen de gemeente op kennis te nemen van deze Natuurvisie én om de aanbevelingen uit deze Natuurvisie op te nemen in de definitieve omgevingsvisie, in ieder geval zoals deze opgenomen zijn voor de gebieden de Utrechtse Heuvelrug & Gelderse vallei (zie Ontwikkelkansen voor Utrechtse Heuvelrug en Gelderse vallei in Natuurvisie).
2
In lijn met onze natuurvisie roepen we de gemeente op om in lijn hiermee: ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
het bodem- en watersysteem leidend te maken ✓ Benut alle gradiënten in bodem en water ✓ Verminder stikstofdepositie (eutrofiëring en verzuring) nieuwe drinkwaterwinningen uit grondwater te stoppen ✓ Stap over naar drinkwaterwinning uit oppervlaktewater (rivieren) voor een robuuste ecologische verbindingszone te zorgen tussen de Utrechtse Heuvelrug, de Gelderse Vallei en de Veluwe rustgebieden in te richten voor dieren ✓ Wijs recreatieve zones aan en zorg voor recreatieve routes (in lijn met het provinciaal Programma Groen Groeit Mee) ✓ Zorg voor uitbreiding van bos in de rustgebieden. de groenblauwe dooradering in de Gelderse Vallei te versterken door het aanleggen van kleine landschapselementen ✓ Dit geldt in het bijzonder voor de Grebbelinie natuurinclusieve landbouw te stimuleren ✓ Geef meer ruimte aan landschapselementen en bloemrijke graslanden ✓ Verminder eutrofiëring van oppervlakte- en grondwater ✓ Verminder vermesting en verzuring van de bodem ✓ Verbeter de kwaliteit van kwelstromen
Voor meer aanbevelingen verwijzen we naar onze natuurvisie. Thema ‘’Bodem, water en ondergrond’’ Klimaatadaptatie Wij verwelkomen het feit dat de gemeente kiest voor vergroening van de openbare ruimte, zowel in nieuwe gebieden als herinrichting van bestaande wijken, het creëren van schaduw met bomen en het toevoegen van groen op daken en langs de gevels. Het lijkt ons van belang dat daarnaast ook de volgende punten worden meegenomen in de Omgevingsvisie: -
In de Ontwerp Omgevingsvisie lezen wij dat de gemeente onderzoekt of zij een streefpercentage van 30% groen bij nieuwe ontwikkelingen of reconstructies kan hanteren. Zoals aangegeven in de OER: dit is een goede ambitie, maar er zijn geen harde maatregelen geformuleerd om dit daadwerkelijk te realiseren. Onze oproep: specificeer in de Omgevingsvisie dat de gemeente voornemens is deze doelstelling te verankeren in het Omgevingsplan.
-
Wij waarderen dat de gemeente het principe water en bodem hanteert bij ruimtelijke ordening. Wel vragen wij ons af hoe dit principe zich concreet verhoudt tot de woningbouwambities van de gemeente. Op de geschiktheidskaart Woon- &
3
Werklocaties, opgesteld door de Utrechtse waterpartners voor het grondgebied van de provincie Utrecht, constateren wij dat een groot deel van het gemeentelijk grondgebied de geschiktheidscategorie ‘’D’’ heeft. Volgens deze categorie: ‘’De ontwikkeling legt mogelijk een claim op de toekomst. Ook als partijen zich inzetten voor een integrale klimaatadaptieve oplossing blijft de kans op afwenteling door de complexiteit of door nog onbeproefde of kostbare nieuwe technieken aanwezig. Dit vraagt om een goede afweging van de locatiekeuze’’. Onze vraag aan de gemeente is dan ook: hoe worden deze risico’s gewogen in relatie tot de woningbouwplannen? En op welke manier wordt het principe ‘’water en bodem sturend’’ daadwerkelijk vertaald naar concrete keuzes in de locatiebepaling en planvorming? Bestrijdingsmiddelen In de ontwerp Omgevingsvisie wordt onder punt 6.2 ‘’Bodem en ondergrond’’, gesproken van ‘’schadelijke stoffen’’. Vraagstuk: Wat wordt precies bedoeld met ‘’schadelijke stoffen’’? Betreft dit ook het gebruik van bestrijdingsmiddelen? Graag zien we een toelichting hierop. De gemeente kan wel degelijk invloed uitoefenen op het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen binnen haar grondgebied.
Wij vragen daarom de gemeente om in de Omgevingsvisie het voornemen op te nemen om het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op haar grondgebied te weren, in het bijzonder rond kwetsbare locaties zoals woningen, kinderdagverblijf, scholen en ziekenhuizen. Dit vanwege de mogelijke gezondheidsschade. Ter ondersteuning verwijzen wij naar de handleiding ‘’Regulering bestrijdingsmiddelen’’ van Natuur & Milieu en Urgenda. Deze handleiding bevat een praktische gereedschapskist voor gemeenten die het gebruik van bestrijdingsmiddelen of bepaalde intensief bespoten teelten willen reguleren, begrenzen of verbieden. Stimuleer daarnaast inwoners om geen pesticides te gebruiken in hun tuin. Bestrijdingsmiddelen hebben immers vaak een negatief effect op de biodiversiteit (waaronder ook de insecten die onmisbaar zijn voor de bestuiving van gewassen) en kunnen leiden tot gezondheidseffecten. Verder roepen wij de gemeente op om ecologisch bermbeheer toe te passen, gericht op het vergroten van natuurwaarden – bijvoorbeeld via bloemrijke bermen, natuurvriendelijke oevers en voorzieningen voor fauna. Betrek bewoners actief bij de inrichting, het beheer en de monitoring van deze groene structuren. Wij verzoeken u om dit ook expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie.
4
Thema ‘’Groen, blauw en klimaatadaptatie’’ Biodiversiteit Wij waarderen het feit dat de gemeente zich inzet voor het bevorderen van de biodiversiteit, onder andere door vergroening van de openbare ruimte, natuurinclusief bouwen en het versterken van bestaande ecologische structuren. Wij roepen de gemeente op om deze ambitie te koppelen aan de intentie om in het Omgevingsplan concrete verplichtingen op te nemen, zoals het gebruik van inheemse soorten en voorzieningen voor flora en fauna. Alleen op deze manier kunnen biodiversiteitsdoelen daadwerkelijk worden gerealiseerd bij nieuwe ontwikkelingen. Water Onder punt 6.3.3 Strategische keuzes en maatregelen wordt vermeld dat: "We verhogen de ecologische (verbindings)waarde van zowel onze groenstructuur als waterstructuur door deze zones anders aan te leggen en door waar mogelijk barrières weg te nemen. Hiermee dragen we bij aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)". Wij waarderen het dat de KRW expliciet wordt genoemd in de visie. Wat echter ontbreekt in de visie is een duidelijke koppeling met de Uitvoeringsagenda Impuls Kaderrichtlijn Water 2025-2027. In het nieuwe Uitvoeringsprogramma Impuls KRW 2025-20271 wordt bovendien expliciet benadrukt dat ook de gemeenten een belangrijke rol hebben bij het realiseren van de KRW-doelen.
De Provincie Utrecht roept gemeenten op hier actief aan bij te dragen, onder andere door KRW-vereisten te borgen in ruimtelijke ontwikkelingen en door emissies vanuit het rioolsysteem te voorkomen. Wij roepen daarom de gemeente op om in de visie helder en concreet aan te geven welke maatregelen zij zal nemen om de waterkwaliteit te verbeteren en te behouden. Natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen Onder het punt 6.3.3 Strategische keuzes en maatregelen staat vermeld dat de gemeente een ‘’inspiratiedocument opstelt voor initiatiefnemers met plannen, waarin we voorbeelden opnemen voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen’’. Dit is een stap in de goede richting. Wij bevelen aan om de volgende punten ook in de Omgevingsvisie op te nemen: -
Convenant Toekomstbestendig Bouwen: In de Ontwerp Omgevingsvisie staat vermeld dat de gemeente meedoet aan het Convenant Toekomstbestendig Bouwen.
1 De Uitvoeringsprogramma Impuls KRW 2025-2027 is nog een conceptvisie.
5
Eind oktober 2024 is het Convenant Toekomstbestendig Bouwen versie 2.0 gepubliceerd. Het is passend om hierop aan te sluiten in de Omgevingsvisie. Verder roepen wij u op om met deze aangepaste normen te werken in uw uitvragen voor nieuwbouw. Bij praktische vragen over implementatie van de eisen uit het convenant zijn er hulptroepen die daarbij kunnen helpen, o.a. van Cirkelstad. Of van Holland Houtland. Of C creators. -
Natuurinclusieve woningen: Om natuur een volwaardige plaats te geven binnen nieuwbouwontwikkelingen, pleiten wij voor de ontwikkeling van een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen, en vragen wij om dit expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie. Maak van de stad een onderdeel van het natuurlijke systeem door daken, tuinen, gevels en andere onnodig verharde oppervlakken om te vormen tot groene oases met inheemse beplanting en stel ambities om de overgang van landelijk gebied naar de stad te verbeteren, zodat natuurwaarden vanuit het landelijk gebied doorlopen in de stad. Zorg ook voor een biobased en natuurinclusieve bebouwing die volop nestgelegenheid voor dieren biedt. We wijzen hierbij graag op de natuurvisie die door de verschillende Utrechtse natuurorganisaties is opgesteld. En specifiek naar het nieuwe deel, ‘’natuur in de stad’’. Deze is te vinden op: Natuurvisie Utrecht 2050
-
Groene daken: Wij waarderen het feit dat de gemeente groen wil toevoegen op daken en langs gevels. We missen echter nog het multifunctioneel gebruik van daken. Wij verzoeken u om dat aspect expliciet op te nemen in de omgevingsvisie. Daken kunnen worden benut voor duurzame energieopwekking, warmtewinning uit regenwater, opslag regenwater voor toiletten, recreatieplekken, waterberging, biodiversiteit, etc. Om deze functies mogelijk te maken adviseren wij om in de omgevingsvisie op te nemen dat daken even stevig moeten zijn als de vloer van een nieuwe verdieping.
Thema ‘’Wonen’’ Woningaanbod In de Ontwerp-Omgevingsvisie (pagina 18) lezen we dat Veenendaal een woningbouwopgave heeft van 10.700 woningen. Daarvan worden circa 5.500 tot 6.000 woningen binnen de bestaande gemeentegrenzen gerealiseerd door middel van inbreiding. Voor de resterende woningen wordt samen met de gemeenten Ede, Rhenen en Renswoude gezocht naar uitbreidingslocaties op hun grondgebied. Binnen Veenendaal worden onder andere woningen gebouwd in de Spoorzone (ca. 3.500 woningen), in Groenpoort (ca. 1.000 woningen), en in Het Ambacht. Verspreid over de rest van de stad wordt de overige woningbouwopgave gerealiseerd.
6
De visie vermeldt dat “belangrijke natuurlijke en agrarische gebieden rond de stad onaangetast blijven door verdichting in het centrum”. Toch liggen sommige geplande woningbouwlocaties op korte afstand van kwetsbare natuurgebieden, zoals het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebied het Binnenveld. Zo lezen we in het Omgevingseffectrapport het volgende: •
Het Ambacht ligt op circa 500 meter van Natura 2000-gebied het Binnenveld. Volgens het rapport kan dit stikstofeffecten met zich meebrengen en is de nabijheid van het Natura 2000-gebied een risico, vooral in de realisatiefase.
•
Groenpoort grenst direct aan een NNN-gebied en ligt op slechts 1 kilometer van Natura 2000 Binnenveld.
Wat betreft het gebied ten zuiden van de Dijkstraat: dit gebied bevat zelf NNN-gebieden en grenst aan de natuur van de Utrechtse Heuvelrug. In de Ontwerp-Omgevingsvisie geeft de gemeente aan hier kansen te zien voor ‘’de koppeling van aantrekkelijke wandel- en fietsroutes met sport- en recreatiefuncties’’ en ‘’ Ontwikkeling van faciliteiten voor sport en beweging’’. De rapporten noemen wél dat mitigerende maatregelen nodig zijn (zoals de realisatie van alternatieve ruimte voor groen), maar in de Ontwerp-Omgevingsvisie zelf worden deze maatregelen nauwelijks concreet uitgewerkt. Dit roept bij ons zorgen op:
1. Recreatiedruk op Natura 2000 en NNN De komst van 15.000 extra inwoners richting 2040 betekent een aanzienlijke toename in gebruik van recreatieve ruimte. Juist omdat veel nieuwe wijken grenzen aan of dicht bij natuurgebieden liggen, is het risico groot dat de recreatiedruk op het Binnenveld en het NNN toeneemt. Hoewel in de visie wordt gesproken over “voldoende groen” en “een aantrekkelijke openbare ruimte”, wordt nergens concreet aangegeven waar nieuw groen wordt gerealiseerd (Groen Groeit Mee), of hoe recreanten effectief van kwetsbare gebieden kunnen worden weggeleid. De strategie blijft op dit punt abstract. Dit vinden wij zorgelijk. Vraag aan de gemeente: Worden er voldoende nieuwe parken of groene recreatievoorzieningen in en rond de nieuwe wijken ontwikkeld, zodat bestaande kwetsbare natuur wordt ontzien? Of wordt ervan uitgegaan dat de bestaande groene structuren, zoals de Parken van Veenendaal (zoals weergegeven op Afbeelding 4 – Een kaart van Veenendaal met daarop belangrijke groene structuren en elementen), hiervoor toereikend zijn? Wij missen in de visie een duidelijke onderbouwing of analyse waaruit blijkt dat het huidige aanbod aan recreatief groen voldoende is om de toename in recreatiedruk als gevolg van 15.000 extra inwoners op te vangen.
2. Effecten van huisdieren Nieuwe bewoners zullen huisdieren meenemen, vooral honden en katten. Bekend is dat katten een grote rol spelen in vogelsterfte, en honden verstoring veroorzaken bij bijvoorbeeld reeën,
7
dassen en andere dieren. Juist in en rond NNN- en Natura 2000-gebieden kunnen deze effecten groot zijn. Ons verzoek: Neem in de visie maatregelen op om verstoring door huisdieren te voorkomen.
3. Voorkom aantasting Natura 2000-gebied en zorg dat er in het NNN geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar onze opmerkingen onder het kopje ‘’Enkele opmerkingen vooraf’’ op pagina’s 2 en 3 van deze zienswijze. Kortom, de verwachte bevolkingsgroei vraagt om slimme, duurzame keuzes – waarbij niet alleen gebouwd wordt, maar ook gezorgd wordt voor: •
voldoende nieuw groen in en rond wijken;
•
recreatieve voorzieningen die de druk op kwetsbare natuur verminderen;
•
concrete, ruimtelijke maatregelen ter bescherming van NNN en Natura 2000;
•
het voorkomen van ruimtelijke ontwikkelingen binnen NNN-gebieden.
Zonder deze waarborgen bestaat het risico dat natuurwaarden afnemen, de biodiversiteit onder druk komt te staan, en de leefkwaliteit verslechtert voor mens én dier.
Thema ‘’Mobiliteit’’ Bereikbaarheid Wij vinden het positief dat de gemeente zich inzet voor het optimaliseren van verbindingen voor de voetganger en de fietser in het centrum en dat de omgeving van station centrum wordt opgewaardeerd om deze beter te verbinden met het centrum en de openbare ruimte aantrekkelijker te maken voor reizigers, voetgangers en fietsers. Het lijkt echter alsof wandelen en fietsen vooral gestimuleerd worden voor korte ritten binnen de centrum en in de omgeving van het station. Wij vinden dit een gemiste, aangezien ook grotere afstanden –tot ca 30 km –prima op de (elektrische) fiets gedaan kunnen worden. In de Ontwerp Omgevingsvisie lezen wij dat ‘’Op locaties in de stad waar sterk wordt verdicht met woningbouw wordt per locatie beoordeeld welke parkeernorm gewenst is en welke vorm van regulering passend is’’. Wij verzoeken de gemeente om hierin concreter te zijn en in de Omgevingsvisie op te nemen welke parkeernorm op welke locatie wordt toegepast. Een lage parkeernorm stimuleert immers duurzame mobiliteitseuzes.
8
Daarnaast verzoeken wij de gemeente om deze inzet te versterken en te verankeren met aanvullende maatregelen in de Omgevingsvisie, die duurzame mobiliteitskeuzes daadwerkelijk stimuleren. Denk aan: • Realisatie van autoluwe centra’s (niet alleen de Kerkewijk en de Prins Bernhardlaan); • Voorrang geven aan duurzame vervoerswijzen bij de (her)inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld door bredere fietspaden, veilige voetgangersbruggen en de aanleg van busbanen; • beperken van het autogebruik, onder andere door parkeerregulering die 'gebiedsvreemde' parkeerders weert en zo de parkeerdruk vermindert en de leefbaarheid van wijken vergroot; • Het onaantrekkelijk maken van het bezit van meerdere auto’s met parkeerregulering; • Het stimuleren van fietsgebruik voor afstanden tot 30 km, onder andere door de aanleg van doorfietsroutes. Thema ‘’Energie’’ -
Op pagina 19 en 20 staat het volgende vermeld: ‘’De duurzame ambitie van Veenendaal bestaat uit drie pijlers: energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. De laatste wordt gerealiseerd door vergroening van de openbare ruimte (zie punt 4 en 5). Voor wat betreft de energietransitie wordt bij elke nieuwe ontwikkeling gezocht naar mogelijkheden voor zonnepanelen op daken en langs infrastructuur. Per wijk of bedrijventerrein wordt de ruimtevraag voor energie- systemen in kaart gebracht waarbij de opgave vanaf het begin een plek krijgt in ruimtelijke plannen. We vullen de motivering van het Omgevingsplan aan met een energieparagraaf en maken daarin waar nodig én mogelijk ook regels die gaan over bijvoorbeeld energieopwekking of -opslag. Onze handreiking netbewuste nieuwbouw helpt om gebouwen en systemen te ontwerpen met een zo laag mogelijke energie impact’’. Wat mooi dat u in uw duurzame ambitie energie, circulariteit en klimaatadaptatie benoemt. Vanuit dit perspectief missen wij een inzet op verkoeling juist via vergroening van de openbare ruimte. Klimaatverandering brengt steeds warmere zomers met zich mee en veel mensen schaffen airco’s aan ter verkoeling van hun woning.
Vanuit alle drie de pijlers van uw duurzame ambitie is dit onwenselijk; airco’s verbruiken een enorme hoeveelheid energie, meer installaties betekent meer gebruik van grondstoffen ook grondstoffen die via vervuilende mijnbouw gewonnen moeten worden en airco’s versterken het stedelijk hitte-eilandeffect doordat ze warmte afgeven aan de buitenlucht wat leidt tot nog hogere temperaturen in de gebouwde omgeving. Wij lezen daarom graag terug dat u zich gaat inzetten op koele buurten via vergroening van de openbare ruimte en inwoners ook motiveert om groenere tuinen (met inheemse plantensoorten) aan te leggen.
-
Op pagina 24 staat het volgende vermeld: ‘’De ondergrond van Veenendaal wordt met de nieuwe opgaven rond inbreiding steeds belangrijker (energietransitie, waterwinning, warmteopslag e.a.). Onze eerste opdracht vanuit de gemeente is dat het beschikbaar ondergrondse potentieel optimaal gebruikt
9
wordt. Bij nieuwe plannen en projecten focussen we op het optimaliseren van het gebruik van de ondergrond. Dit krijgt onder andere vorm in de afspraken met Vitens over het aanpassen van de drinkwateronttrekking en het aanpassen van de boringsvrije zone zodat de ondergrond (tot ca. 80 m-mv) geschikt gemaakt wordt voor warmteopslag en andere functies. Met Provincie en Waterschap gaan we in gesprek over de hoeveelheden te onttrekken grondwater voor onder andere industrieel gebruik, hergebruik van water, het instandhouden van kwel in de natuurgebieden en het voorkomen van wateroverlast’’. U benoemt kort dat u het beschikbaar ondergrondse potentieel optimaal gebruikt wordt. Wat u hier nog niet benoemd zijn individuele bewoners die ook gebruik willen maken van de potentie van de ondergrond via een bodem-waterwarmtepomp. Bewoners die nu al volledig aardgasvrij willen wonen, kunnen kiezen uit verschillende warmtepompen, waaronder de bodem- waterwarmtepomp. Deze systemen halen via een gesloten bodemsysteem warmte uit de grond en zijn efficiënter dan luchtwaterwarmtepompen: ze gebruiken minder elektriciteit en maken geen gebruik van een buitenunit die geluid produceert. Maar ook de bodem-waterwarmtepomp heeft nadelen. Voor de aanleg van een bodem-waterwarmtepomp is een grondboring nodig, en we weten nog onvoldoende over de milieueffecten van meerdere boringen binnen één buurt.
Daarnaast is het van belang dat de gemeente bewoners perspectief biedt en zorgt voor een duidelijke route als zij een bodem-waterwarmtepomp willen aanschaffen. Dit betekent dat individuele koplopers binnen de gemeente snel en eenvoudig moeten kunnen achterhalen of zij een vergunning nodig hebben, en op welke wijze zij aan een eventuele meldingsplicht kunnen voldoen. Wij roepen de gemeente daarom op om ook een visie op zowel individuele als collectieve bodem-waterwarmtepomp op te nemen in de omgevingsvisie. -
Op pagina 42 wordt het volgende gesteld: “We bouwen aan een duurzaam, robuust en rechtvaardig energiesysteem dat de groei en leefbaarheid van Veenendaal ondersteunt” Op welke manier definieert de gemeente precies deze begrippen? • Duurzaam: een systeem met een zo laag mogelijke milieu-impact dat toekomstgericht is zodat toekomstige generaties ook toegang hebben tot dezelfde middelen en mogelijkheden. • Robuust: een decentraal systeem waarbij energie wordt opgewekt wordt door een mix van energiebronnen, efficiënte opslag en transportmogelijkheden heeft om vraag en aanbod in balans te houden en hiermee, bestand is tegen storingen en tegelijkertijd flexibel is om pieken op te vangen. • Rechtvaardig: een systeem waarin de kosten en baten van de energietransitie eerlijk worden verdeeld en waarin iedereen, ongeacht je sociaal maatschappelijke status, kan deelnemen
10
-
p. 42 ‘’6.7.2 Visie op de energietransitie’’: Deze paragraaf is nu heel erg technisch ingestoken waarin gemist wordt dat de energietransitie ook vooral een sociale transitie is. De energietransitie gaat om diepgaande maatschappelijke verandering die verder rijkt dan alleen technische oplossingen. In deze paragraaf zouden wij graag teruglezen hoe u de begrippen ‘duurzaam, robuust en rechtvaardig’ definieert en welke kansen u ziet om de groei en leefbaarheid van Veenendaal te ondersteunen. Daarnaast beschrijft u dat u inzet op energie besparen wat nu alleen neerkomt op besparingen op warmte via isolatie. Ook het besparen van elektriciteit is belangrijk. De duurzaamste energie is immers de energie die niet verbruikt wordt. In de paragraaf over isolatie schrijft u ook over het verstoren van de leefomgeving van kwetsbare diersoorten door isoleren. In de provincie Utrecht werkt vrijwel iedere gemeente aan een (pre)SMP om vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen te beschermen. Het (pre)SMP is een belangrijk instrument om kwetsbare soorten te beschermen én de energietransitie vooruit te helpen. In paragraaf 6.7.5 verwijst u wel naar het SMP, maar wij lezen een verwijzing ook graag in deze paragraaf terug.
-
p.43 ‘’6.7.3 Strategische keuzes en maatregelen’’ •
•
In deze paragraaf benoemt u dat u inwoners zo veel mogelijk de gelegenheid wil geven om zelf een rol te spelen in de energievoorziening en u benoemd energiegemeenschappen. Met de aangenomen Wet Collectieve Warmte is er een gelijksoortig juridisch fenomeen ontstaan, de warmtegemeenschap. Wij verzoeken u de warmtegemeenschap ook te benoemen als belangrijke partner in de energietransitie. In deze paragraaf benoem u ook dat ‘’Bij grootschalige en impactvolle hernieuwbare energie opwek streven we naar een evenwichtige eigendomsverdeling (51% lokaal eigendom)’’. We vragen de gemeente de volgende punten toe te voegen: ✓ ‘’Het stimuleren van duurzame energieopwekking via energiecoöperaties’’; ✓ ‘’Het streven naar 100% lokale zeggenschap, met een minimum van 51%. Duurzame energieprojecten kennen aan het begin van het project de ingrijpendste besluiten voor de omgeving, en daarom moet de energiecoöperatie en de inwoners vanaf het begin zeggenschap respectievelijk inspraak hebben. Tot slot moet de coöperatie vooriedereen openstaan en democratisch gecontroleerd worden, zodat iedereen kan deelnemen aan de zeggenschap’’.
11
Thema ‘’Gezondheid’ Luchtkwaliteit In de ontwerp Omgevingsvisie staat vermeld dat de gemeente aangesloten is bij het ‘’Schone Luchtakkoord’’. Het huidige streefdoel van Schone Lucht Akkoord 2030 is gebaseerd op de WHO-advieswaarden uit 2005. Wij roepen de gemeente op om ambitieuzer te zijn en te streven naar het voldoen aan de recentere WHO-advieswaarden uit 2021. Daarnaast verzoeken wij de gemeente om in de Omgevingsvisie concrete maatregelen op te nemen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Geluidsoverlast en geurhinder In de ontwerp Omgevingsvisie staat vermeld dat bij nieuwe ontwikkelingen, de gemeente rekeninghoudt met hinder van aspecten zoals geluid en geur. Dit is een stap in de goede richting. Er wordt echter niet ingegaan op het voldoen aan de normen voor geluid en geur. Wij roepen de gemeente op om in de Omgevingsvisie te beschrijven op welke wijze wordt voldoen aan de wettelijke normen op deze terreinen. Specificeer daarnaast in de Omgevingsvisie, voor wat betreft geurhinder, dat de gemeente voornemens is – zoals aangegeven in de OER, een analyse van geurcontouren en een preventieve borging in het omgevingsplan zouden kunnen voorkomen dat toekomstige woningbouw in de knel komt door geurklachten.
Licht Stuur als gemeente ook actief op het vermijden van overbodige verlichting, omdat dit niet alleen leidt tot lichthinder en energieverspilling, maar ook het natuurlijke ritme van mens en dier verstoort. In dit kader verwijzen wij graag naar de jaarlijkse 'Nacht van de Nacht'-campagne van de Natuur en Milieufederaties2. Neem concrete maatregelen op dit gebied en veranker deze expliciet in de Omgevingsvisie.
2
Nacht van de Nacht - Natuur en Milieufederatie Utrecht
12
2. Uitvoering Bestuurlijke afwegingsruimte Voor een gezonde fysieke leefomgeving is het belangrijk om in de omgevingsvisie uitspraken te doen over milieuaspecten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt de gemeente de mogelijkheid voor bestuurlijke afwegingsruimte voor een aantal milieuaspecten (zoals geur, geluid, trillingen, licht). Zo kan de gemeente binnen een bandbreedte strengere eisen stellen of krijgt het zelfs eigen afwegingsruimte (zoals bij het aspect licht). Hoewel deze bestuurlijke afwegingsruimte een plek moet krijgen in het nog op te stellen omgevingsplan, pleiten wij ervoor om in deze omgevingsvisie uitspraken te doen over hoe de gemeente de bestuurlijke afwegingsruimte wil benutten voordat de omgevingsvisie definitief wordt vastgesteld. Omgevingswaarden Naast bestuurlijke afwegingsruimte wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook de term omgevingswaarde geïntroduceerd als instrument voor een gezonde en duurzame leefomgeving, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur. Duisternis, stilte, gezonde lucht, bodemkwaliteit en schoon water zijn aspecten van de leefomgeving die de gemeente als omgevingswaarde kan definiëren zodat deze aspecten niet alleen een wens blijven maar ook echt gerealiseerd worden. Wij roepen de gemeente op om omgevingswaarden op te stellen voor bovengenoemde milieuaspecten.
Dat betekent dat deze aspecten in de omgevingsvisie als ambitie moeten worden opgenomen én een plek in het nog op te stellen omgevingsplan. We vinden het een gemiste kans dat de gemeente kiest om geen omgevingswaarden op te nemen in de omgevingsvisie. Omgevingsprogramma’s Wij constateren dat veel belangrijke keuzes worden doorgeschoven naar nader op te stellen ‘programma’s’ (en dus naar het college). Dit vinden wij een onwenselijke situatie, omdat de omgevingsvisie het document is dat richting geeft en kaders stelt. Wij roepen de gemeenteraad op om ofwel, een lijst vast te stellen van beslissingen die ze zelf willen blijven nemen of veel specifiekere keuzes maken in de definitieve omgevingsvisie. Zonder expliciete keuzes, kunnen de nog op te stellen programma’s alle kanten opgaan, want de ontwerp omgevingsvisie is nu nog te weinig sturend. Participatie Op pagina 4 van de Ontwerp Omgevingsvisie kan men lezen hoe de visie tot stand is gekomen. De gemeente verwoord echter niet hoe ze de inwoners en belanghebbenden wil betrekken bij maatschappelijke vraagstukken en bij de voorbereiding, realisatie en evaluatie van ruimtelijke plannen en projecten3. De gemeente dient te toetsten of participatie zorgvuldig is gedaan en alle belangen zijn afgewogen. Het is ook belangrijk om de verschillende vormen van participatie aandacht te geven.
Dus niet alleen het afwegen van de verschillende belangen en inspraak. Bij participatie gaat het ook om eigenaarschap en het daadwerkelijk financieel te kunnen
3 Ook de ruimtelijke projecten die worden geïnitieerd door derden.
13
participeren, met name bij de ontwikkelingen van energieprojecten. Wij verzoeken de gemeente om dit te verwoorden in de Omgevingsvisie. In de ontwerp Omgevingsvisie wordt ook geen aandacht besteed aan de wet Versterking participatie. Ook het uitdaagrecht is inmiddels verankerd in deze wet, maar wordt in de Omgevingsvisie helaas niet benoemd. Wij pleiten ervoor om het uitdaagrecht expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie. Dit kan bewoners stimuleren om gemeentelijke taken over te nemen, wat de betrokkenheid vergroot en meerwaarde kan opleveren voor de lokale gemeenschap.
Tot slot We wensen u veel succes bij de verdere vaststelling van de Omgevingsvisie. Indien gewenst lichten wij graag onze zienswijze nader toe.
Met vriendelijke groet,
Directeur Natuur en Milieufederatie Utrecht
14
Zienswijze op het Concept Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040 Aan: College van Burgemeester en Wethouders en Gemeenteraad Veenendaal Betreft: Zienswijze op het Concept Ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040 Datum: 16 oktober 2025 Van: Veenendaal Inleiding en verzoek aan het college van BW en de gemeenteraad Met deze zienswijze reageer ik op het Ontwerp van de Omgevingsvisie Veenendaal 2040 en het bijbehorende Ontwerp-Omgevingseffectrapport (OER). Ik verzoek de gemeenteraad om de ontwerpvisie niet ongewijzigd vast te stellen, maar deze eerst inhoudelijk aan te vullen, concretiseren en voorzien van een sluitende toetsing (financieel, mobiliteit, groen, klimaat) en te completeren, alvorens tot vaststelling over te gaan. Kernverzoeken: 1. Concretisering en doorwerking: leg per gebied woningbouwfasering en jaardoelen vast, gekoppeld aan randvoorwaarden (mobiliteit, voorzieningen, netcapaciteit). 2. Planvoorraad en haalbaarheid: voeg een gevalideerde planvoorraadtabel toe (hard/zacht; aantallen; fasering; randvoorwaarden; uitvalscenario’s) en koppel monitoring en bijsturing. 3. OER-aanvulling: integreer de verkeerskundige analyse (varianten, maatregelen, fasering) vóór vaststelling, en neem voor elk thema monitoringsindicatoren op. 4. Gebiedsprofielen: breid uit met bandbreedtes woningaantallen, mobiliteitsprofiel, groen/blauw-opgaven en voorzieningen-check per profiel. 5.
Groen, natuur en klimaatadaptatie: borg in de visie de structurele bescherming van natuur en groen, inclusief een hitteplan en ecologische verbindingszones. 6. Energievoorziening en netcapaciteit: voeg expliciet in de visie de noodzakelijke strategieën toe voor collectieve warmte (WCW) en de aanpak van netcongestie. 7. Financiële doorrekening: neem een apart hoofdstuk op met investerings- en exploitatie-ramingen, dekkingsbronnen en koppeling tussen fasering en begrotingsruimte. Deze visie vormt het strategisch kader voor de lange termijn en zou een evenwichtige, SMART (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) koers moeten uitzetten zoals de wetgever die in de criteria bij de Omgevingswet heeft aangegeven. Het bestuur van Veenendaal dient verantwoording af te leggen over het te voeren en gevoerde beleid. Daarvoor is het noodzakelijk om zaken te concretiseren en meetbaar te maken. Anders is verantwoording afleggen en controle onmogelijk. De Omgevingsvisie 2040 is expliciet en zeer concreet als het gaat om woning aantallen die toegevoegd gaan worden. In het overige deel van het plan is er geen evenwichtigheid met deze woningaantallen. Randvoorwaarden zijn zoals verkeer, natuur (Groen en Blauw), voorzieningen, kwaliteit van leefomgeving, klimaatveranderingen en adaptatie zijn onvoldoende onderzocht en totaal niet in balans gebracht met de woning aantallen.
Daarmee ontbreekt een samenhang in de gebiedsontwikkeling. De Omgevingswet schrijft een zorgvuldige afweging voor tussen benutten, zoals woningbouw, en beschermen en behouden. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving is het uitgangspunt bij alles. Een extra bijkomstigheid is dat het Omgevingsplan van Veenendaal nog steeds niet volledig
is. Ambtenaren hebben aangegeven dat zaken, zoals het up to date maken van de Groenvisie van 2002, nog steeds niet is gebeurd. In de Omgevingsvisie 2040 ontbreekt een koppeling met de eerdere Omgevingsvisies 2030. Er wordt in de nieuwe Omgevingsvisie van 2040 geen koppeling gemaakt met doelstellingen van de Omgevingsvisie 2030 en een gedegen evaluatie van wel en niet behaalde punten uit de Omgevingsvisie 2030 ontbreekt. Hierdoor is er geen eenduidige aansluiting van beleid. Ook is het voor bewoners en de gemeenteraad als toezichthouder, onmogelijk om de continuering of aanpassing van beleid te volgen en te toetsen. Ook is verantwoording afleggen onmeetbaar geworden. Juist op dit punt heeft de wetgever het systeem van de Omgevingsvisie ingevoerd om er voor te zorgen dat inwoners een helder en eenduidig beleid terug kunnen vinden zeker daar waar het hun persoonlijke leefomgeving betreft. Om continuïteit van beleid te waarborgen dient eerst een analyse gemaakt te worden van oudere en geldende Omgevingsvisie 2030 met daarin een uitgebreide analyse van wel en niet gehaalde doelstellingen en vooral de redenen daarvan. Dat maakt een koppeling met de Omgevingsvisie 2040 mogelijk en de toets baarheid en haalbaarheid van de nieuwe Omgevingsvisie 2040 in relatie tot de gerealiseerde punten uit de Omgevingsvisie 2030.
Ik verzoek een evaluatiebijlage toe te voegen (bereikte/ niet-bereikte doelen, oorzaken, lessen) zodat consistentie en controleerbaarheid zijn geborgd. Een visie is een vooruitblik die ingehaald kan worden door de realiteit en daardoor aanpassing vraagt. Dat geeft geleerde lessen van vorige en bestaande visies die doorgetrokken kunnen worden naar nieuwe visies. De voorliggende Omgevingsvisie 2040 is onvoldoende geconcretiseerd en doorgewerkt. Fasering, jaardoelen, monitoring en programma’s ontbreken. De wetgever geeft in artikel 3.2 de volgende eisen aan de inhoud van een Omgevingsvisie: 1. een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, 2. de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, 3. de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. In de eerste alinea van de voorliggende Omgevingsvisie stelt u letterlijk: “In dit document maken we inzichtelijk hoe Veenendaal zich gaat ontwikkelen op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, groen etc. Hoewel de omgevingsvisie gaat over de fysieke leefomgeving, vormen ook sociale thema’s een belangrijk onderdeel van deze visie.” Hiermee stelt u een volledigheid te hebben nagestreefd die niet klopt met de daadwerkelijk onderliggende stukken die deels onvolledig of verouderd zijn.
In de visie ontbreken grote stukken, werkt u met verouderde uitgangspunten, ontbreekt iedere financiële onderbouwing en zijn onderzoeken onvolledig uitgevoerd en ontbreken geactualiseerde detailplannen die als onderlegger dienen voor de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie zal op een groot aantal punten beter onderbouwd moeten worden. 1. Kwaliteit fysieke leefomgeving De beschrijving van de fysieke leefomgeving is op hoofdlijnen gemaakt en niet op leefgebied en wijk en buurt niveau. Veenendaal is een groei gemeente en is in fases ontwikkelt in de afgelopen decennia. In de bestemmingsplannen van voor 2008 zijn uitgebreide beschrijvingen te vinden over alle buurten en wijken in de gemeente Veenendaal en de expliciete uitgangspunten op bijvoorbeeld stedenbouwkundig vlak voor de ontwikkeling en realisatie van de wijken. Daarin worden specifiek waarden
van de leefomgeving per wijk en buurt beschreven. Zowel bouwkundig als stedenbouwkundig en voorzieningen niveau. Iedere leefomgeving heeft met zijn eigen karakteristiek een aantrekkingskracht voor bewoners en zorgt voor diversiteit en kwaliteit in een leefomgeving. Huidige bewoners van wijken en buurten zien dat als hun persoonlijke leefomgevingen hechten daar waarde aan. In de Omgevingsvisie 2040 wordt hier volledig aan voorbij gegaan en er is ook geen onderzoek gepleegd. De huidige hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn te algemeen en bieden geen houvast voor bewoners ten aanzien van hun leefomgeving en geven geen structuur voor te voeren beleid op gemeentelijk niveau. Voor de inventarisatie van de fysieke leefomgeving en welke doelgroepen daarin bestaan al lang wetenschappelijke instrumenten. Een voorbeeld, maar niet uitsluitend de enige methode, is het BSR model. Veenendaal geeft op het hoogste aggregatie niveau van het BSR model het beeld dat er voornamelijk op harmonie gebaseerde leefstijlen zijn.
Veenendaal 31,2% Geel 24,6% Groen 29,4% Blauw 14,8% Rood
Afbeelding: BSR analyse Veenendaal Als er dieper wordt gekeken op wijk niveau, dan is er al veel meer variatie.
Veenendaal Zuidoost 30,3% Geel 25,7% Groen 27,8% Blauw 16,2% Rood
Binnen de vier hoofdgroepen zijn weer verdere onderverdelingen te maken naar leefstijlen en behoeften.
Naar woonleefstijlen vertaald geeft dat de volgende segmentatie groepen
Iedere woonleefstijl heeft zijn eigen behoefte. In de praktijk is dat terug te herleiden naar locaties waar mensen gaan wonen en daarbij zijn de stedenbouwkundige en bouwstijl vormen van invloed op keuzes voor buurten waar mensen zich huisvesten maar ook voor gedrag in betreffende buurten en conflicten tussen de persoonlijke leefstijl en die van de omgeving. Het ministerie van Volksgezondheid en Milieu refereert ook aan leefomgevingen, leefstijlen en gebiedsbeheer en ontwikkeling.
Afbeelding: Website Ministerie van Volksgezondheid en Milieu
Afbeelding: Website ministerie van Volksgezondheid en Milieu De gemeente Utrecht heeft in haar Omgevingsvisie uitgebreid onderzoek en inventarisatie gedaan naar alle wijken en buurten en daarvan de specifieke waarden, doelstellingen en visies neergelegd. Per buurt worden de stedenbouwkundige waarden aangegeven met daarin een uitgebreide analyse van de stedenbouwkundige structuur, de waarden daarvan en de specifieke kwaliteiten. Daarin worden ook de locaties aangegeven die behouden moeten worden, voor herontwikkeling in aanmerking komen en wat het beleid ten aanzien van deze buurten en wijken is. https://omgevingsvisie.utrecht.nl/gebiedsbeleid/gebiedsbeleid-wijkbinnenstad/beschrijving-van-wijk-binnenstad Het ontbreken van een gedetailleerde wijk en buurt analyse op leefgebied en doelgroep niveau een is belangrijke omissie in de voorliggende Omgevingsvisie 2040. Bewoners van Veenendaal kunnen door het ontbreken van de gedetailleerdheid niet het beleid voor de komende jaren afleiden wat er voor hun persoonlijke leefomgeving te verwachten is. 2. Woningaantallen groei tot 2040 In de Omgevingsvisie 2040 wordt uitgegaan van een woningaantal groei van 10.700 tot 2040. In de voorgaande woondeal Foodvalley, welke de onderlegger was voor de Omgevingsvisie 2030, werd nog uitgegaan van een groei van 4.800 woningen. Deze doelstelling lijkt volstrekt niet gehaald te worden.