LIS2025.206 Zienswijzen op de ‘ontwerp Omgevingsvisie Veenendaal 2040’.
Tekst van het document
Er worden geen redenen aangegeven waarom de voorliggende doelstellingen niet gehaald zijn en er is dus ook gen sprake van verantwoording of lering uit de voorgaande Omgevingsvisie 2030. In de Omgevingsvisie 2040 is de woningaantal groei nog eens verhoogd zonder dat er antwoord of visie invulling wordt gegeven waar dat moet gebeuren en in welk tempo. Het getal 10.700 is enkel gebaseerd op een Woningbehoefte onderzoek van STEC voor de regio Foodvalley. De regio-raming (STEC/Foodvalley) is regionaal aggregaat en vertaalt zich nog niet in locatie-specifieke Veenendaalse fasering en randvoorwaarden.. Het globale karakter van dit onderzoek is te algemeen en daarom niet toepasbaar voor de specifieke Omgevingsvisie 2040 van de gemeente Veenendaal. Op basis van het STEC rapport uit 2023 wordt een huishouden groei ontwikkeling voor Veenendaal, tot 2035, gezien van 5.895 huishouden. Dit is puur gebaseerd op socio-demografisch onderzoek. Daarboven op komen wens aantallen van de provincie en overige ambities waarmee de totale gewenste huishouden groei uitkomt op +7.025. Dit is een rekenkundig wens aantal waar geen onderbouwing vast ligt voor locaties, vergunningen, ruimtelijke obstakels zoals Natura 2000 etc. In het Omgevingseffectrapport van Antea worden voor specifieke gebieden in Veenendaal nu al probleemlocaties aangegeven voor milieueffecten.
U heeft de opgave van de groei, wat iets anders is dan de realisatie mogelijkheid en behoefte, gekoppeld aan regionale afspraken en ontsluitingscapaciteit. Daarnaast is er binnen de Raad ook voortdurend discussie over locaties, behoud en gebruik van bedrijventerreinen en hierover zijn meerdere moties verworpen. , voorzitter Regio Foodvalley, gaf in een rondetafelgesprek in 2023 al aan dat “we ons niet blind moeten staren op aantallen”. In de Omgevingsvisie 2040 is dat wel het geval.
Als cijfermatig een analyse wordt gemaakt over de haalbaarheid van het aantal van 10.700 kan teruggekeken worden naar het verleden. Jaartal 2022 2023 2024
Opgeleverde nieuwbouwwoningen 274 511 417
Dit houdt in dat er een jaargemiddeld van 400,7 opgeleverde woningen is geweest. Om te komen tot de gewenste aantallen groei in 2040 moeten er tussen de 668 en 713 nieuwbouwwoningen per jaar opgeleverd worden. Om deze aantallen te halen moeten er nu al locaties zijn waar gebouwd kan worden in dit veel hogere tempo dan de afgelopen jaren en moeten ook vergunning trajecten al lopen. In de Omgevingsvisie 2040 worden onvoldoende locaties aangeduid voor het behalen van dit bouwtempo. Ook zijn er geen aantallen genoemd in de locaties die voorzien zijn en tijdstippen waarop het vergunning traject gereed kan zijn zodat de bouw kan aanvangen. Gemiddeld duurt een plan en vergunning traject in Nederland 10 jaar en de bouw 2 jaar. De conceptvisie noemt 10.700 woningen richting 2040. Er ontbreekt echter een doorrekening naar de maatschappelijke en ruimtelijke consequenties. Daarmee voldoet de visie niet aan de SMART-criteria. Specifiek: Waar komen de woningen precies? Enkel sleutelprojecten (Spoorzone, Groenpoort) zijn genoemd. De rest blijft onduidelijk. Meetbaar: Er zijn geen indicatoren of normen voor mobiliteit, groen, voorzieningen of energie. Acceptabel: Leefbaarheidseffecten zijn niet inzichtelijk gemaakt. Realistisch: Bestaande knelpunten (Rondweg-Oost, netcongestie) zijn niet opgelost. Tijdgebonden: Er ontbreekt fasering met gekoppelde randvoorwaarden.
De Omgevingsvisie 2040 zou minimaal de volgende aspecten moeten bevatten: Leg per cluster/gebied jaarlijkse opleverdoelen vast tot en met 2040 met koppeling aan mobiliteit, energie/netvoorziening, maatschappelijke voorzieningen, groen en water. Publiceer een planvoorraadtabel waarin status, aantallen, planning, uitvalscenario’s en randvoorwaarden zijn opgenomen om de aantallen te kunnen realiseren. Stel monitoringsindicatoren vast zoals vergunning aantallen per jaar, aantallen opleveringen per jaar, voortgang van projecten en project randvoorwaarden. De aantallen in recente jaren van 400,6 toegevoegde woningen per jaar, zijn onvoldoende om de toevoeging van 10.700 woningen te bewerkstelligen daarvoor zijn tussen de 670 en 710 woningen per jaar noodzakelijk. 3. Voorzieningen groei bij woning aantal groei van 10.700 Bij een woningaantallen groei dient ook het bijbehorende voorzieningen niveau te groeien. De gemeente Veenendaal heeft op dit moment 2,3 pers/huishoudens. Indien dit als uitgangspunt wordt genomen, dan komen er door toevoeging van 10.700 woningen ongeveer 24.610 inwoners bij in de gemeente. Het landelijk gemiddelde is 2,1 pers/huishouden. Dat zou een groei van 22.470 inwoners betekenen. Voor een aantal
voorzieningen betekent dit het volgende: Huisarts; 2.095 ingeschreven patiënten voor 1 huisarts FTE. Dat betekent 12 huisartsen extra, daar waar nu al een tekort is Tandarts; 1855 ingeschreven bewoners per tandarts. Dat betekent 13-14 FTE tandartsen er bij In de Omgevingsvisie wordt niets gezegd over hoe dit te organiseren en te huisvesten.
Scholen; een basisschool heeft gemiddeld 200-250 leerlingen. Een inwoner aantal van 24.610x0,11(gemiddelde factor voor basisschool kinderen op inwoner aantal) = 2707 leerlingen. Dat zou betekenen dat er 11-12 basisscholen of IKC capaciteit moet zijn. De leerling-leraar ratio is 17,8. Dat zou betekenen 150FTE leerkrachten. Afhankelijk waar de woningen worden toegevoegd, zal de locatie van de scholen en IKC bepaald moeten worden (reisafstand ouders). Daar is nog geen enkel beeld van in de Omgevingsvisie en wordt ook niets over vermeld.
Verkeer; 10.700 woningen levert veel extra verkeersbewegingen. Per woning wordt gerekend met 4 tot 8 motorvoertuig bewegingen per woning per etmaal. Dat zou voor Veenendaal een extra van 42.800 tot 85.600 mvt/etmaal betekenen In de Omgevingsvisie wordt hier niets over vermeld. Veenendaal heeft al een probleem met de ontsluiting van Rondweg-Oost en West en de aansluiting op de A12. Deze extra mvt/etmaal kan de huidige verkeersinfrastructuur niet opvangen. Over vergroting van de OV capaciteit wordt ook geen inhoudelijke visie gegeven.
Werkgelegenheid; 10.700 woningen betekent gemiddeld 15.000 werkenden uitgaande dat 60% van de bevolking werkzaam is. Veenendaal heeft tussen de 35.000-40.000 banen binnen de gemeenten. Het aantal arbeidsplaatsen zal substantieel moeten groeien, anders betekent dit nog eens een extra probleem voor de verkeersontsluiting omdat er uitsluitend forensen komen wonen. In de Omgevingsvisie zijn geen concrete doelstellingen voor het uitbreiden van het aantal arbeidsplaatsen binnen de gemeente. Er is al te weinig ruimte op industrie terreinen, dus een extragroei in deze omvang lijkt uitgesloten.
Netcongestie: 10.700 extra woningen betekent een substantiële belasting voor het energienet. Netbeheerders Liander en Stedin waarschuwen al voor een serieuze netcongestie. Specifiek in de provincie Utrecht en Veenendaal is er al sprake van een serieuze netcongestie. Bedrijven kunnen niet uitbreiden en bouwprojecten moeten wachten op stroomaansluiting. De congestie gaat minstens tot 2035 een probleem zijn. In de Omgevingsvisie wordt geen antwoord of visie gegeven over dit specifieke probleem in relatie tot de uitbreiding van de woningbouw.
Al deze punten tonen aan dat het aantal van 10.700 woningen toevoegen en het groei van het aantal inwoners in Veenendaal volstrekt niet is doordacht en onderbouwd. De Omgevingsvisie geeft onvoldoende antwoord op oplossingen of oplossingsrichtingen om al deze problemen die gerelateerd zijn aan de groei, op te lossen. Het verzoek is om de navolgende punten verder uit te werken: Voeg per gebiedsprofiel een voorzieningen check toe waarin zaken als zorg, onderwijs, sport en recreatie en detailhandel zijn opgenomen met daarbij normbronnen en ruimtereserveringen Integratie verkeersanalse met modeluitkomsten en maatregelenpakket voorafgaand aan de vaststelling van de Omgevingsvisie 2040
Voorwaardelijke fasering zodat woningbouw opschalen pas zal geschieden na mobiliteitsmaatregelen Indicatoren van mobiliteit zoals verkeer (mvt/etmaal), OV-frequentie, fietsnetwerken en parkeernormen te kunnen monitoren. Daarbij is het expliciet van belang om specifieke proeven en maatregelen die nu genomen worden bij de Spoorzone in relatie tot parkeren en mobiliteit te monitoren op functionaliteit en deze niet zonder voorafgaande analyse elders toe te passen. Leg de uitbreiding van de zorg, passend bij de groei van het woningaantal, vast in een Programma Wonen & Voorzieningen met ruimtereserveringen voor wijkgezondheidscentra Borg de vestiging en financiering van de onderwijs behoefte die behoort bij de woningaantal groei en stelruimtereserveringen vast in de groei gebieden Berken de m2 wvo op basis van koopkracht en vloerproductiviteit in de groei gebieden en voorkom overaanbod en ontwrichting van bestaande detailhandel gebieden en winkelcentra. Per gebiedsprofiel zal een voorzieningen check gemaakt moeten worden met normbronnen en ruimtereserveringen.
4. Groenvisie verouderd en geen klimaatadaptatieplan Veenendaal dankt haar identiteit voor grote delen van de gemeente aan de ligging tegen de Utrechtse Heuvelrug en het Natura 2000 gebied. Veel inwoners wonen hier juist vanwege de nabijheid van bos en natuur. Deze waarde is essentieel voor gezondheid, klimaatadaptatie en leef kwaliteit. Het ontwerp van de Omgevingsvisie erkent weliswaar het belang van groen, maar biedt onvoldoende juridische borging voor behoud van bestaande bos- en groengebieden binnen de bebouwde kom en aan de randen van het stedelijk gebied. Door verdichting en inbreiding dreigt verder verlies van openbaar groen en biodiversiteit. De onderliggende Groenvisie van de Omgevingsvisie dateert vanuit 2002. Door gebrek aan interne competentie en capaciteit is er de afgelopen jaren geen vernieuwing of fundamentele aanpassing geweest aan de visie op Groen. De ambtenaar van het Omgevingsplan zegt daarover het volgende: “Nee, het groenbeleidsplan is nog niet geactualiseerd maar hier wordt wel aan gewerkt. Met de collega’s van ‘groen’ wordt nauw samengewerkt aan de visie omdat deze twee onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn”. De ambtenaar water en klimaatadaptatie van de gemeente Veenendaal geeft op de vraag over de status van het klimaatadaptatie plan het volgende antwoord; “Het klopt dat het Lokale hitteplan niet veel SMART-uitgewerkte acties bevat.
Het Lokale hitteplan is meer een communicatieplan om alle partijen te informeren over komende hittegolven en over hoe te handelen als die optreden. EN “Op dit moment maken we een start met een ‘Integrale hittestrategie’. In tegenstelling tot het Lokale hitteplan, dat zich richt op omgaan met hittegolven, richt de strategie zich meer op structurele maatregelen en lange termijn. Deze strategie is opgebouwd langs 3 lijnen: Gebied, gebouw en gezondheid. Voor elk van die thema’s (en natuurlijk hun samenhang) gaan we kijken op welke manier we Veenendaal weerbaarder kunnen maken tegen hittestress. Die aanpak kan verschillen per gebied, type gebouw en doelgroep.” Des te opvallender zijn de statements in de Omgevingsvisie 2030 en 2040 waarin wordt aangegeven dat Groen, natuur en water strategische elementen zijn en “een steeds belangrijker rol bij maatschappelijke opgaven als klimaatadaptatie, gezondheid, ontspanning en behoud van diversiteit” (citaat Omgevingsvisie 2030).
“Groen draagt bij aan verkoeling in warme zomers, houdt water vast bij piekbuien en biedt leefruimte aan planten, dieren en mensen. Het verbind stad en landschap, mensen met elkaar en met hun omgeving en maakt onze leefomgeving gezonder, mooier en veerkrachtiger” (citaat Omgevingsvisie 2040). De gemeente erkent de klimaatopgave, maar de visie bevat geen concreet hitteplan of meetbare hittestress indicatoren. In de zomers van 2020–2023 behoorde Veenendaal tot de warmste stedelijke microklimaten van de provincie Utrecht. Vanwege deze omissies is het verzoek om: Neem in de visie harde doelstellingen mee op voor behoud van de bestaande groen structuren en breid deze uit met de aanwezige groenstructuren op wijk niveau, zoals “Bosje Kerkewijk” en stel minimale oppervlakte- en kroonbedekkingsnorm vast voor stedelijk groen. Het aantal bomen is voor het boomkroon oppervlakte pas 15-20 jaar na aanplant relevant. Leg de verbinding met de Aanvullingswet Natuur en veranker de bescherming van bosgebieden binnen de bebouwde kom (zoals “Bosje Kerkewijk” en de aangrenzende groenzones) in zowel visie als omgevingsplan. Betrek de eerder ingediende zienswijze op de 3 e wijziging van het Omgevingsplan (bos/groen/natuur) in de besluitvorming over de Omgevingsvisie, conform art 2.4 Ow (integrale afweging). Daarmee wordt gezorgd voor planologische consistentie.
Zorg voor groencompensatie, binnen de gemeentegrenzen bij elke inbreiding of herontwikkeling gelijk of groter aan de groene waarde binnen het plangebied. Daarmee voorkomt u een verdere verstening van de gemeente en voorkomt u grote problemen zoals hittestress die door klimaatveranderingen gaan komen. Stel een Programma Klimaatbestendig Veenendaal 2050 op met indicatoren voor oppervlakte temperatuur, schaduwindex en groen/blauw balans per wijk Gebruik KNMI en RIVM indicatoren voor onder andere temperatuuroverschrijdingsdagen, gevoelstemperatuur en kwetsbare groepen Borg dat nieuwe woningbouw minimaal 30% groen/blauw oppervlak behoud of toevoegt. Ontwikkel meerdere groene verbindingszones, meer dan in de huidige Omgevingsvisie en ook van kleinere schal tussen de Utrechtse Heuvelrug en stedelijk Veenendaal om ecologische continuïteit en verkoeling te waarborgen. De maatregelen binnen de gemeente Utrecht zijn een goed voorbeeld hiervoor. Combineer waterbergingen en ecologie in stedelijke projecten (wadi’s, open water en infiltratie) Integreer de waterparagraaf van het OER expliciet in de visie en leg verplichte watertoets vast voor herontwikkelingslocaties. 5. Energie en netcapaciteit Veenendaal zit aan de grens van de netcapaciteit.
Op dit moment zijn er bedrijven die niet kunnen uitbreiden en die in de wacht staan tot ruim na 2030 voordat er stroom uitbreiding beschikbaar is (capaciteitskaart Nederland). Feitelijk betekent dit een directe stop op de economische ontwikkeling van deze bedrijven. Gecombineerd met de druk op af te zien van gas gebruik en de strikte reductie op CO2 uitstoot, betekent dat deze bedrijven nauwelijks aan de opgelegde voorwaarden kunnen voldoen. Uitbreiding van de stroom behoefte door woningbouw zal de mogelijkheden van bedrijven in Veenendaal niet alleen remmen, maar zelfs op achterstand brengen. Uitbreiding van het woning bestand betekend ook behoefte aan banen voor deze bewoners. Als dat niet mogelijk is omdat bedrijven niet kunnen groeien, zal uitbreiding van de woningbouw uitsluitend forensen kunnen huisvesten wat weer een extra druk op de verkeersbewegingen geeft, maar ook de aantrekkelijkheid van Veenendaal als woongemeente zal verminderen. In de Omgevingsvisie van 2040 wordt geen visie of beleid aangegeven voor het oplossen van deze acute problematiek die zich nu
al afspeelt. Elektrificatie van warmte en mobiliteit vergroot de netvraag. Zonder fasering en prioritering (energiesystemen, buffers, flex) lopen woningbouw en bedrijvigheid vast. Koppel daarom bouwfasering aan net- en warmtecapaciteit. Verzoek: Erken netcongestie expliciet als kritieke randvoorwaarde voor ruimtelijke en economische ontwikkeling. Werk samen met Liander en Stedin, provincie Utrecht en het Rijk aan een regionaal energie-infrastructuurprogramma. Voeg een indicator toe in de monitoringsparagraaf: “Beschikbare aansluitcapaciteit (MVA) per ontwikkelcluster”. Koppel woningbouw-fasering aan de beschikbaarheid van net- en warmtecapaciteit. De uitbreiding van het aantal woningen is vrijwel uitsluitend mogelijk indien de woningen zelfvoorzienend gebouwd worden. Hetzij op woning niveau, hetzij op straat of wijkniveau. In juli 2025 is de Wet collectieve warmte aangenomen. Deze wet verplicht gemeenten om uiterlijk in 2026 een Warmteprogramma en warmtekavels vast te stellen. De ontwerp-Omgevingsvisie 2040 bevat hierover nog geen richtinggevende uitspraken. Verzoek: Neem in de visie een paragraaf op over de lokale uitwerking van de WCW en de rol van de gemeente als regisseur van collectieve warmtesystemen. Benoem welke wijken of gebieden kansrijk zijn voor collectieve warmte (restwarmte, aquathermie, geothermie, warmtenetten).
Leg een koppeling tussen het toekomstige Warmteprogramma en de woningbouw- en verduurzamingsopgave. Zonder een duidelijke strategie voor energie-infrastructuur, warmtevoorziening en netcapaciteit is uitvoering van de woningbouw- en bedrijvencijfers niet haalbaar. 6. Financiële doorrekening In de ontwerp-Omgevingsvisie 2040, ontbreekt volledig een eigen financiële doorrekening van de voorgestelde opgaven op woningbouw, infrastructuur (mobiliteit, netcongestie, warmte), voorzieningen (zorg, onderwijs, groen) en klimaatadaptatie. Dit is een kritiek gebrek om de visie beleidstechnisch verankerd en bestuurlijk haalbaar te maken. Feitelijke context die dit gebrek benadrukt: De gemeente ziet een sterk verslechterend financieel perspectief: in de Kadernota 2025-2028 is sprake van een pakket aan maatregelen van € 16,8 miljoen om de toekomstige jaren te dragen. Het “ravijnjaar 2026” is expliciet genoemd vanwege de verwachte daling van rijkssubsidies voor de gemeente (incidenteel € 8,3 miljoen). Voor 2026 wordt al uitgegaan van tekorten, terwijl het college de reserves moet aanspreken om het huishoudboekje op orde te krijgen. Het financieel kader bevat bovendien een uitgangspunt dat de areaaluitbreiding (woningbouw) gemiddeld 450 woningen per jaar is. Om de gestelde groei met 10.700 woningen in 2040 te realiseren is de noodzakelijke areaaluitbreiding substantieel hoger.
Juridisch bezwaar: zonder zo’n financiële onderbouwing is de visie kwetsbaar voor beroep wegens gebrek aan motivering of onzorgvuldigheid (Awb art. 3:2 / 3:46). De raad kan niet adequaat beoordelen welke opgaven binnen de financiële draagkracht vallen.
Verzoeken: 1. Neem een apart hoofdstuk “Financiële doorrekening” op in de visie, met: o een raming van investeringskosten (infra, voorzieningen, energie, groen) per cluster; o de exploitatiekosten en onderhoudskosten voor voorzieningen en infra; o mogelijke financieringsbronnen (gemeentelijke middelen, landelijke / provinciale bijdragen, publiek-private samenwerking, grondexploitaties); o sensitivity-scenario’s (optimistisch, neutraal, pessimistisch) met risico’s; o koppeling tussen fasering woningbouw en beschikbare financiële capaciteit – woningbouw moet passen binnen de financiële kaders. 2. Laat een onafhankelijke of ambtelijke toets uitvoeren (bijv. via gemeentelijke rekenkamer of provincie) op de robuustheid van de financiële inschattingen. 3. Voeg in de monitoring een indicator toe: % van de visie-investeringen dat (nog) gedekt is door gealloceerd budget / dekkingsbronnen. 5. Juridische borging De visie schiet tekort in het voldoen aan de Omgevingswet: Art. 2.4 Ow: evenwichtige toedeling van functies aan de fysieke leefomgeving. Art. 4.2 Ow: borging kwaliteit via programma’s en maatregelen. Art. 1.6 Ow: zorgplicht voor natuur en leefomgeving. Het ontbreken van doorrekening en borging maakt de visie kwetsbaar in een juridische toets.
Conclusie en verzoeken De concept-Omgevingsvisie 2040 is in huidige vorm onvoldoende SMART, juridisch kwetsbaar en maatschappelijk onevenwichtig. Zonder correcties dreigt de ambitie van 10.700 woningen ten koste te gaan van leefbaarheid, bereikbaarheid en ecologische kwaliteit. Wij verzoeken u deze zienswijze te betrekken bij de verdere uitwerking en de visie fundamenteel te verbeteren. Met vriendelijke groet,