CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS2021.212a Inwoner - Bijlage Zienswijze Groenpoort Z1861779 met bijlagen

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken28.871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Gevolgen besluit luchtkwaliteit 2005, 15 september 2005, Goudappel Coffeng.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

51

van het 24-uursgemiddelde van PM10 wordt overschreden. Qua normering mag op jaarbasis maximaal 35 dagen een waarde hoger dan 50 µg/m3 worden bereikt. In zowel de autonome situatie, het voorkeursalternatief als in het MMA wordt deze waarde op wegen buiten het plangebied vaker dan 35 keer overschreden. In de autonome situatie gaat het -afhankelijk van de locatie- om maximaal 55 dagen en in het voorkeursalternatief om 58 dagen. Ook binnen het plangebied is er geen sprake van overschrijding van de grenswaarden voor het jaargemiddelde van de stoffen NO2 en PM10. Wel is er ook hier een probleem wat betreft het aantal keren dat de maximumwaarde van het 24-uursgemiddelde van PM10 wordt overschreden. Langs de noordelijke invalsweg gaat het om maximaal 43 dagen en langs de zuidelijke invalsweg om maximaal 48 dagen. De grenswaarde van de jaargemiddelde concentratie voor PM10 worden niet overschreden. De 24uursgemiddelde concentratie van PM10 worden zowel in de autonome situatie, het planalternatief en het MMA op alle onderzochte wegvakken vaker dan 35 dagen per jaar overschreden. Ten opzicht van het voorgaande onderzoek (zie MER) zijn de berekende waarden iets gunstiger. De geconstateerde overschrijdingen in de huidige situatie zijn door de ‘zeezout-correctie’ verdwenen. In 2006 zijn nieuwe cijfers de achtergrondconcentraties van MMP/RIVM beschikbaar gekomen.

Deze liggen een stuk lager dan eerdere cijfers. Hierop zijn de resultaten gecorrigeerd. Uit de gecorrigeerde resultaten blijkt dat nergens de grenswaarden overschreden worden indien niet meer dan 50 % van het totaal aantal woningen voor 2010 gerealiseerd wordt. Deze voorwaarde wordt ook in de planvoorschriften (art. 3, lid 1, b) opgenomen (zie bijlage 2). Voor ruimtelijke ontwikkelingen heeft de gemeente in het Luchtkwaliteitsplan gekeken naar mogelijkheden voor het omleiden, herverdelen van verkeersstromen en aanleggen van schermen. Positieve bijdragen in Veenendaal-oost voor de luchtkwaliteit zijn: Maatregelen die al genomen zijn: geen open haarden (maatregel volgen Nationaal Pakket Duurzaam Bouwen) logische verkeersstructuur (VPL) collectief warmtedistributiesysteem (geen uitstoot van separate HR-ketels) goede fietsstructuur Maatregelen die nog genomen kunnen worden: stimuleren vegetatiedaken (schadelijke stofdeeltjes worden gebonden en afgebroken) groen/bomen langs wegenstructuur voor stofvangen turborotonde in Rondweg-oost roetfilters op nieuwe gemeentelijke voertuigen Voor deze laatste maatregelen zal het Luchtkwaliteitsplan een standpunt innemen met betrekking tot de haalbaarheid -dan wel wenselijkheid- bij de ontwikkeling van Veenendaal-oost. 4.2.6. Externe veiligheid In maart 2004 is door DHV voor het ontwikkelingsgebied een globale veiligheidsscan uitgevoerd.

De resultaten van deze scan hadden tot doel randvoorwaarden te genereren voor de ontwikkeling van

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

52

het stedenbouwkundig plan. Deze scan is uitgevoerd op basis van de zogenaamde vuistregels uit de “Handreiking externe veiligheid vervoer gevaarlijke stoffen, VNG, 1998”. De uitgevoerde veiligheidsscan is geen kwantitatieve maar een kwalitatieve analyse. Doel was aan te geven wat vanuit externe veiligheidsoogpunt in ieder geval wel en wat niet kan. Uit de veiligheidsscan zijn de volgende resultaten naar voren gekomen: het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A12 is geen beperkende factor voor de invulling van het stedenbouwkundig plan; de toekomstige Rondweg-oost legt als route gevaarlijke stoffen beperkingen op aan de invulling van het plangebied; het plaatsgebonden risico als gevolg van de transporten over de Rondweg-oost vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied; het groepsrisico is een aandachtspunt bij de invulling van het plangebied: uitgaande van een verdubbeling van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rondweg-oost ten opzichte van het huidige vervoer over de N233, is de maximale personendichtheid in het plangebied (tot 200 meter vanaf de Rondweg-oost) 30 personen/ha. Bij hogere personendichtheden kan mogelijk een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico optreden.

In de notitie die naar aanleiding van de veiligheidsscan is opgesteld is aangegeven dat een nadere risicoanalyse met IPORBM (IPO Risico Berekening Methodiek) moet worden uitgevoerd wanneer het stedenbouwkundig plan definitievere vormen aanneemt. Risicoberekeningen voor stedenbouwkundig plan Veenendaal-oost In het kader van de m.e.r. voor het stedenbouwkundig plan zijn, mede naar aanleiding van de conclusies uit de veiligheidsscan, risicoberekeningen met IPORBM uitgevoerd. Hiermee is de huidige invulling van het stedenbouwkundig plan voor Veenendaal-oost nader beoordeeld op met name het aspect groepsrisico. Voor de invulling van de uitgangspunten voor deze risicoanalyse is contact gelegd met verschillende betrokkenen en deskundigen, waaronder vertegenwoordigers van de Provincie Utrecht, OVO, de gemeente Veenendaal (team Voorbereiding), de Brandweer Veenendaal en TNO-MEP. Dit heeft geleid tot de volgende aandachts- en uitgangspunten en aanpassingen ten opzichte van de veiligheidsscan: de hoeveelheid transport van gevaarlijke stoffen blijft in de toekomstige situatie ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie; voor de ongevalkans is uitgegaan van de ongevalkans voor een weg binnen de bebouwde kom; er is (in beperkte mate) rekening gehouden met het relatief hoge aantal personen per huishouden ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Plaatsgebonden risico in relatie tot wegverkeer Er wordt geen plaatsgebonden risico groter dan PR = 10-6 berekend langs de Rondweg-oost. Ook de PR = 10-7 wordt niet berekend. Het plaatsgebonden risico PR=10-8 ligt op 120 meter vanaf de wegas.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

53

Voor het plaatsgebonden risico als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen zijn geen wettelijke normen vastgelegd. De te hanteren normen komen voort uit diverse beleidsnotities en -nota’s, zoals de RNVGS (Regulering Normering Vervoer Gevaarlijke Stoffen, 1997). Het PR kent een maximaal toelaatbaar niveau van 10-6 per jaar voor nieuwe situaties. Binnen deze contour mogen zich geen kwetsbare en beperkt kwetsbare bestemmingen bevinden. Het plaatsgebonden risico voldoet aan het gehanteerde normenkader voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Groepsrisico in relatie tot wegverkeer Ook voor het groepsrisico als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen zijn geen wettelijke normen vastgelegd. De te hanteren normen komen eveneens voort uit de hierboven genoemde beleidsnotities en -nota’s. Het GR kent een oriëntatiewaarde van 10-4 per jaar voor 10 slachtoffers, 10-6 per jaar voor 100 slachtoffers etc. Uit de berekening van het groepsrisico blijken geen overschrijdingen van de oriëntatiewaarde. Het kritische punt van de groepsrisicocurve ligt op 0,384 van de oriëntatiewaarde. De voorgenomen activiteit voldoet hiermee aan het gehanteerde kwantitatieve normenkader voor het groepsrisico als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen.

In opdracht van de provincie Utrecht en in samenwerking met de gemeente Veenendaal is door adviesgroep AVIV eind maart 2005 een onderzoek afgerond naar mogelijkheden om het groepsrisico door vervoer van gevaarlijke stoffen te beperken. De varianten die onderzocht zijn hebben betrekking op de bestaande Rondweg-west en de nieuw aan te leggen Rondweg-oost. Het GR voldoet volgens deze studie voor alle onderzochte varianten ruim aan de oriëntatiewaarde. De keuze is gemaakt voor een variant (variant 4) waarbij alleen bestemmingsverkeer over de Rondweg-oost gaat. Het doorgaand verkeer met gevaarlijke stoffen wordt geweerd op grond van een provinciale routeringsverordening7. De kritische kilometer voor het GR op de Rondweg-oost ligt tussen de Buurtlaan-oost en de Spitsbergenweg. Het kritische punt van het GR ligt op circa 0,2 van de oriëntatiewaarde. Dit ligt lager dan de in het kader van het MER/SMB gehouden EV-studie. (Er is gerekend met hetzelfde IPO-RBM model.) Voor de bevolkingsdichtheid in de nieuwbouwzone is uitgegaan van 35 woningen/ha. voor een zone tot 200 meter buiten de weg. Aanvullend is onderzocht dat het de dichtheid in de nieuwbouwzone op de kritische kilometer op mag lopen tot 80 woningen/ha. bij een uniforme verdeling van de woningen zonder dat de oriëntatiewaarde rekenkundig overschreden wordt.

Verantwoording groepsrisico Behalve een kwantitatieve toetsing is bij nieuwe ontwikkelingen ook een kwalitatieve toetsing van het groepsrisico gewenst. Voor inrichtingen is de verplichting voor deze kwalitatieve beoordeling vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (Verantwoordingsplicht Groepsrisico). De provincie start in het najaar 2005 een handhavingspilot i.s.m. de KLPD voor verkeer dat zich niet aan de routeringsverplichting voor doorgaand verkeer houdt. Doorgaand verkeer met gevaarlijke stoffen is straks verplicht gebruik te maken van de snelwegen A12, A15 en A50, waarbij de N233 niet langer als afsteker gebruikt kan worden. 7

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

54

Voor vervoersactiviteiten geldt deze verplichting niet, maar in de praktijk wordt aangesloten bij het beleid voor inrichtingen. Kwalitatieve beoordelingsaspecten zijn onder meer zelfredzaamheid en beheersbaarheid. Hierbij kan worden gedacht aan de aanwezigheid van adequate vluchtroutes voor de bevolking die dicht aan de Rondweg-oost woont en bereikbaarheid van de plaats van het incident voor hulpverleners. In het kader van de verantwoording van het groepsrisico zal een uitspraak moet worden gedaan over de lay-out van de wijk in relatie tot vluchtgedrag, bereikbaarheid incident etc. In de ambities en randvoorwaarden voor de realisatie van het stedenbouwkundig plan worden een aantal aspecten die met deze verantwoording samenhangen daarvoor reeds expliciet ingevuld, zoals: aandacht voor objectieve en subjectieve veiligheid alsmede calamiteitenbestrijding; contour plaatsgebonden risico betrekken bij de planvorming van Veenendaal-oost; voldoende bluswaterwinplaatsen; voldoende sirenes; respecteren van veiligheidseisen; aanhouden van voldoende vrije ruimte rondom bouwwerken. Er is geen eenduidig toetsingkader beschikbaar voor de verantwoording van het GR. De uiteindelijke verantwoording zal moeten worden uitgewerkt met alle betrokkenen. Het gaat erom tot de meest optimale oplossing te komen voor de inrichting van de wijk in relatie tot het groepsrisico.

Een gemeentelijke beleidsvisie over externe veiligheid kan een hulpmiddel c.q. toetsingskader vormen. In het kader van het van kracht worden van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen zal een Handleiding verantwoordingsplicht Groepsrisico worden gepubliceerd, waarin suggesties worden opgenomen voor de uitwerking van de GR-verantwoording. 4.2.7. Bodem De bodemkwaliteit van het hele gebied is globaal dekkend in kaart gebracht. Er wordt momenteel een historisch onderzoek uitgevoerd gericht op slootdempingen, puinpaden, erfverhardingen, en onregelmatigheden op het terrein. Daarna wordt een gericht sleuvenonderzoek uitgevoerd in het gehele gebied om een betere indicatie te verkrijgen voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Er wordt daarbij ook nadrukkelijk gekeken naar asbest. Met de provincie worden raamsaneringsplannen op hoofdlijnen opgesteld met als doel bodemverontreinigingen gesaneerd, en zonder vertraging op te lopen, op te ruimen. Bij ‘het balkon’ is sterk verontreinigd (koper en nikkel) grondwater aangetroffen. Dergelijke grondwaterverontreiniging wordt in Veenendaal, maar ook in Ede, veelvuldig aangetroffen en wordt als gebiedseigen beschouwd. Met de provincie zullen afspraken worden gemaakt hoe hiermee om te gaan.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

55

5.

Watertoets

5.1. Algemeen In een bestemmingsplan dient volgens artikel 11 van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 een waterparagraaf te worden opgenomen8. Doel daarvan is de uitgangspunten en wensen vanuit duurzame watersystemen en veiligheid te vertalen naar concrete gebiedsspecifieke ruimtelijke uitgangspunten en deze weer te geven in het bestemmingsplan. Als principe geldt dat afwenteling moet worden voorkomen en voor het watersysteem de drie-staps-strategie "vasthouden, bergen en afvoeren" moet worden gehanteerd. In de waterparagraaf kan worden ingegaan op de resultaten van het overleg. Dit hoofdstuk is een bewerking van de door DHV opgestelde waterparagraaf9, die in de bijlagenmap bij dit bestemmingsplan is opgenomen. De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft bij het uitbrengen van haar rapportage de term Watertoets geïntroduceerd. Het Rijk heeft vervolgens een handreiking voor de invulling van de Watertoets afgerond. De Watertoets wordt in deze handreiking beschreven als een proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De toets is gebaseerd op vigerend beleid.

Doel ervan is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van zowel Rijk, provincies en gemeenten. Hiertoe behoren in elk geval streekplannen en streekplanuitwerkingen, locatiebesluiten, bestemmingsplannen, vrijstellingen, (inter)gemeentelijke en regionale structuurplannen, infrastructuurplannen, (structuur-)plannen voor bedrijventerreinen, herstructureringsplannen voor landelijk en stedelijk gebied, besluiten tot wijziging van al deze plannen en besluiten op basis van de Ontgrondingenwet. De grootste winst van de Watertoets als procesinstrument ligt bij de vroegtijdige, wederzijdse betrokkenheid en informatievoorziening.

5.2. De waterbeheerder van het gebied Veenendaal-oost Waterschap Vallei & Eem is waterbeheerder in het plangebied. Het waterschap is verantwoordelijk voor zowel het waterkwaliteits- als het waterkwantiteitsbeheer.

5.3. Beleidskaders waterbeheerders Vierde Nota Waterhuishouding De rijksoverheid hecht belang aan initiatieven voor een meer duurzaam stedelijk waterbeheer. Belangrijk onderdeel hiervan is de herwaardering van watersystemen bij de ruimtelijke inrichting van (nieuwe) woongebieden. In de Vierde Nota Waterhuishouding wordt samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en provincies gestimuleerd om te komen tot gemeenschappelijke visies en samenwerking voor duurzaam stedelijk waterbeheer. WB21 In het rapport Waterbeheer 21e eeuw wordt geconstateerd dat klimaatveranderingen, zeespiegelstijging, bodemdaling en verstedelijking nopen tot een nieuwe aanpak in het waterbeleid. In het Besluit van 3 juli 2003 tot wijziging van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 in verband met gevolgen van ruimtelijke plannen voor de waterhuishouding (watertoets), Staatsblad 2003, nummer 294. 9 DHV, Milieu Effect Rapport woningbouwlocatie Veenendaal-Oost, dossier T1901-62.001, 2004 8

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

56

rapport wordt een voorkeurstrategie uitgeproken voor het omgaan met water. Deze drietrapsstrategie, vasthouden-bergen-afvoeren, is bedoeld om veiligheid te creëren en schade door wateroverlast en door droogte te voorkomen. De drietrapsstrategie behelst het volgende: Overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms vasthouden in de bodem en oppervlaktewater; Zonodig water tijdelijk bergen in retentiegebieden langs de waterlopen waarvoor ruimte moet worden gecreëerd. Pas als 1 en 2 te weinig opleveren, water afvoeren naar elders of, als dat niet kan, het water bij zeer extreme omstandigheden gecontroleerd opvangen in daarvoor aangewezen gebieden. Waterhuishoudingsplan Utrecht In het ontwerp-Waterhuishoudingsplan van de provincie Utrecht zijn voor verschillende thema’s de volgende doelen geformuleerd: Waterkwantiteit : Het risico van schade door wateroverlast als gevolg van regen is acceptabel, zoals vastgelegd in de landelijke (werk)normen voor verschillende vormen van grondgebruik. Het grondwater wordt op duurzame wijze beheerd.

Waterkwaliteit en ecologie: Kwaliteit en kwantiteit van grondwater, oppervlaktewater en waterbodem zijn in overeenstemming met de functie-eisen; kwantiteit en kwaliteit voor flora en fauna zijn eveneens goed; de morfologische aspecten voldoen aan de gestelde eisen; en het natuurlijk watersysteem is voldoende in balans om verstoringen (in kwaliteit of hoeveelheid) zelf te herstellen. Milieucalamiteiten moeten adequaat bestreden worden. Stedelijk waterbeheer en waterketen: Het water wordt niet verspild; het gebruik voorziet in de behoeften van de mens zonder dat er negatieve afwenteling plaatsvindt naar elders in tijd of ruimte. Water en ruimte: Het watersysteem wordt gehanteerd als één van de ordeningsprincipes bij de inrichting van en planvorming voor de fysieke leefomgeving. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vormt water een vertrekpunt. Bij aanleg van nieuw stedelijk gebied en stadsvernieuwing zijn belangrijke kansen aanwezig voor het verbeteren van het watersysteem. Aandacht moet worden besteed aan het creëren van voldoende ruimte voor water en het voorkomen van lozing van regenwater op het riool. Intensieve samenwerking tussen de gemeenten als rioolbeheerder en het waterschap als zuiveringsbeheerder is hiervoor essentieel.

Waterbeheersplan Vallei & Eem In het Waterbeheersplan spreekt Waterschap Vallei & Eem de ambitie uit dat bij het inrichten van watersystemen, het ontwikkelen van nieuw stedelijk gebied, en het bouwen van woningen, bedrijfsgebouwen e.d. geen materialen meer worden gebruikt, die de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. De gemeentelijke ambities op het gebied van duurzaam bouwen worden door het waterschap inhoudelijk en financieel (voorlichting) gestimuleerd.

5.4. Relatie met andere plannen en ontwikkelingen De Commissie Waterbeheer 21e eeuw adviseert om water eerst vast te houden, dan te bergen, en ten slotte af te voeren. Om wateroverlast in het beheersgebied van Waterschap Vallei & Eem te voorkomen of ten minste te controleren heeft het waterschap op basis van onderzoek onder meer

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

57

het Binnenveld aangewezen als zoekgebied voor waterberging. In dit gebied moet in het Binnenveld 475 hectare bergingsgebied worden gevonden. De zoekgebieden zijn doorvertaald naar de Stroomgebiedsvisie Gelderse Vallei, het Reconstructieplan Gelderse Vallei/Utrecht-Oost, het Waterhuishoudingsplan Utrecht en het Streekplan Utrecht. In het Waterbeheersplan Waterschap Vallei en Eem is het verdere proces tot planologische vaststelling beschreven. Doel is om de exacte locaties en hun begrenzingen in 2007 in bestemmingsplannen vast te leggen. In 2006 wordt het Waterplan Veenendaal vastgesteld.

5.5. De huidige situatie Oppervlaktewaterhuishouding Het watersysteem in het plangebied bestaat vooral uit sloten. Belangrijk voor de waterhuishouding in het plangebied is de Grift (of het Valleikanaal). Deze ter hoogte van het plangebied genormaliseerde en gekanaliseerde watergang vormt de zuidelijke begrenzing van Veenendaal-oost. Het watersysteem in het gebied ten oosten van het plangebied, bestaande uit sloten en weteringen (onder meer de nieuwe Wetering vanuit Ede), watert af in westelijke richting. Ook dit water komt uiteindelijk terecht in het Valleikanaal. Waterfuncties en kenmerken Het plangebied heeft een doorvoerfunctie voor water uit achterliggende agrarische gebieden naar het Valleikanaal. In het gebied bevinden zich veel slootjes met een onderlinge afstand van 50 tot 100 meter. Vanuit dit watersysteem wordt onder vrij verval geloosd op het Valleikanaal. Het streefpeil op het Valleikanaal bedraagt NAP +4,40 meter (winterpeil) tot NAP +4,60 meter (zomerpeil), maar het werkelijke waterpeil kan in natte perioden oplopen tot NAP +5,20 à 5,30 meter. Oppervlaktewaterkwaliteit Er zijn geen waterkwaliteitsgegevens in het plangebied bekend. Het waterschap heeft wel een waterkwaliteitsmeetpunt in de Nieuwe Wetering, komend vanuit Ede, vlak voor het plangebied.

Tot en met 2003 werd de waterkwaliteit op dit monsterpunt vier maal per jaar gemeten, vanaf januari 2004 wordt hier maandelijks gemeten. Uit de meetresultaten blijkt een redelijke waterkwaliteit. Niet voor alle parameters wordt voldaan aan het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR): de zomergemiddelde totaal-P-concentratie bedraagt bijvoorbeeld circa 0,24 mg/l terwijl MTR voor totaal-P 0,15 mg/l is. Een gemiddeld doorzicht van circa 60 cm is redelijk. De oppervlaktewaterkwaliteit in het plangebied wordt in de huidige situatie naar verwachting negatief beïnvloed door het agrarisch gebruik. Met name de nutriëntenconcentraties zijn waarschijnlijk te hoog. Anderzijds zorgt een voortdurende kwelstroom voor aanvoer van relatief schoon water. Neerslag en afvoerkarakteristiek Het plangebied Veenendaal-oost heeft een omvang van 118 hectare. Het gebied staat onder invloed van een kweldruk van gemiddeld 1,49 mm/dag. Voor de neerslag wordt uitgegaan van 750 mm per jaar. Naar schatting tweederde van neerslag (dus 500 mm) verdampt. Dit leidt tot een overschot van 935.000 m3/jaar, dat op jaarbasis uit het gebied moet worden afgevoerd:

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

58

waterbalanspost kwel neerslag verdamping af te voeren

Omvang 1,49 mm/dag 750 mm/jaar 500 mm/jaar

totaal per jaar 640.000 m3/jaar 885.000 m3/jaar 590.000 m3/jaar 935.000 m3/jaar

Grondwater Het plangebied Veenendaal-oost ligt in het laagste deel van het Binnenveld. De stroming van het grondwater wordt sterk bepaald door de geohydrologische opbouw. Het kwelwater dat in Veenendaal-oost aan de oppervlakte komt is afkomstig van de Veluwe. Kwelwater in de aan de andere zijde van het Valleikanaal gelegen Hel en Blauwe Hel is afkomstig van de Utrechtse Heuvelrug. De kweldruk in Veenendaal-oost is gemiddeld 1,49 mm/dag. Het grondwater in het plangebied stroomt hoofdzakelijk in zuidelijke richting, naar het Valleikanaal. De grondwaterstanden fluctueren sterk. Volgens de bodemkaart komen hoofdzakelijk grondwatertrappen II en III voor. grondwatertrap

Gemiddelde hoogste Grondwaterstand tot maaiveld (mv) 0,40 m –mv

II III

Gemiddelde laagste grondwaterstand 0,5-0,8 m –mv 0,8-1,2 m –mv

Het grondwaterpeil wordt sterk beïnvloed door de seizoenen en de weersomstandigheden: na langdurige regenval stijgt het grondwaterpeil plaatselijk tot boven maaiveld (het land staat blank). De grondwaterkwaliteit heeft een lithoclien (grondwaterachtig) karakter. Door het langdurig verblijf in de ondergrond is het water verrijkt met Ca2+ en HCO3- ionen.

5.6. De toekomstige situatie De waterstructuur Water wordt in Veenendaal-oost gebruikt als belangrijk structurerend element. Het plangebied zal niet integraal worden opgehoogd. Bij de wijze van ophoging worden bestaande elementen zoals de watergangen en de laanbeplanting langs Dragonderweg en Spitsbergenweg gespaard. Deze wateren zijn medebepalend voor de structuur van het watersysteem. De huidige slotenstructuur in een open landschap gaat uiteraard verloren door de ontwikkeling van Veenendaal-oost. Door behoud van de watergang langs de Dragonderweg en het aanhouden van de verkavelingsrichting bij nieuw te graven watergangen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande waterstructuur. Water van buiten het plangebied wordt in beginsel niet vermengd met het water in het stedelijk watersysteem van Veenendaal-oost. Zo blijft de sloot langs de Rondweg-oost, die water afvoert vanuit het landelijk gebied ten noorden van het plangebied af naar het Valleikanaal, geïsoleerd van het stedelijk watersysteem. Alleen wanneer in extreme omstandigheden het zuidelijk deel van Veenendaal-oost zal worden gebruikt voor berging van water uit het Valleikanaal vindt uiteraard wel vermenging plaats met water uit de omgeving.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

59

De Nieuwe Wetering en het gebied ten oosten van de Kade zullen ook in de toekomstige situatie afwateren naar het Valleikanaal. Om te voorkomen dat het water in de natuurontwikkelingzone wordt vermengd met eutroof landbouwwater zal dit water onder normale omstandigheden via een watergang door of langs de natuurontwikkelingzone naar het Valleikanaal worden geleid. Alleen wanneer de natuurontwikkelingzone in extreme omstandigheden zal worden gebruikt voor waterberging is vermenging met (sterk verdund) landbouwwater niet te vermijden. In overleg met Waterschap Vallei & Eem zullen keuzen voor de exacte inrichting van de natuurontwikkelingzone en het afwateringssysteem voor het gebied ten oosten van het plangebied worden gemaakt. De hier te realiseren waterberging is opgenomen binnen de exploitatie van dit natuurontwikkelingsgebied (De Groene Grens). Waterhuishouding In het voorkeursalternatief is in het plangebied ruimte gereserveerd voor water: 12,6 hectare plus 2,6 hectare uitgeefbaar. Deze 2,6 hectare zal eveneens in de uitwerkingsplannen ex artikel 11 WRO worden bestemd als water, waardoor er een waarborg is voor het instandhouden ervan. Dit is circa 13% van het plangebied. Deze oppervlakte is gebaseerd op normen van het Waterschap: de maximale peilstijging bij extreme neerslag bedraagt bij deze oppervlakte 0,40 meter.

Uit modelberekeningen van het Waterschap Vallei & Eem blijkt dat het voor water gereserveerde oppervlak in Veenendaal-oost in combinatie met de toegestane peilstijging voldoende is om problemen met wateroverlast te voorkomen voor buien die statistisch niet vaker dan eens in de tien of eens in de honderd jaar voorkomen. Het stedelijk watersysteem is zodanig ruim gedimensioneerd dat kan worden voldaan aan de eis lokaal gevallen regenwater vast te houden, (tijdelijk) te bergen en pas wanneer het Valleikanaal dat weer aan kan af te voeren. Nu in het MMA (dat als vormgevend vertrekpunt voor de ontwikkeling gaat gelden) meer oppervlaktewater in het zuidelijk deel van Veenendaal-oost is opgenomen, kan bovenstaande conclusie met des te meer kracht worden getrokken. Inmiddels heeft de gemeente in overleg met het Waterschap het huidige Waterstructuurplan herzien (Uitwerking waterhuishouding Veenendaal-oost, 29 mei 2006, Witteveen en Bos). Ten oosten van het plangebied wordt een natuurontwikkelingzone gerealiseerd (De Groene Grens). In deze zone wordt nog eens ten minste 3 hectare voor water gereserveerd. Bij de inrichting van natuurontwikkelingzone wordt er rekening mee gehouden dat er periodiek water uit de omgeving moet worden geborgen. De realisatie van deze waterbuffer is meegenomen met de exploitatie van De Groene Grens.

Het stedelijk watersysteem van Veenendaal-oost en het daarmee in verbinding staande watersysteem van de natuurontwikkelingzone houden niet alleen de lokaal vallende neerslag vast, maar leveren tevens een bijdrage aan de regionale waterberging. Aansluiting op (natte) ecologische structuren Het ontwerp van Veenendaal-oost is gericht op een optimale aansluiting van de waterstructuur van het plangebied op die van de natuurontwikkelingzone ten oosten van het plangebied. De gemeenten Ede en Veenendaal maken afspraken om zoveel mogelijk tot een gelijktijdige ontwikkeling van beide gebieden te komen, zodat waterberging ter compensatie van de toename van de verharding tijdig wordt gerealiseerd. Er wordt tevens met voorrang aandacht besteed aan het vaststellen van na te streven natuurdoeltypen in de natuurontwikkelingzone. Op basis daarvan kunnen keuzen worden gemaakt met betrekking tot de inrichting van deze zone.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

60

Oppervlaktewaterpeil In noordelijk deel van het plangebied, ten noorden van de Spitsbergenweg, zal een waterpeil worden ingesteld van NAP +5,8 m; dit is 90 cm beneden maaiveld. Ten zuiden van de Spitsbergenweg zal een waterpeil gelden van +NAP 5,0 m. In tijden van neerslag zal het waterpeil in beide delen stijgen tot maximaal 50 cm boven genoemde streefpeilen. Deze 50 cm is een ontwerpnorm voor een situatie die een keer per 10 jaar voorkomt. Het Waterschap heeft bij berekeningen voorts de werknormen uit het NBW gehanteerd: geen inundatie bij T=100 (ofwel het water mag in principe bij een T=100 situatie tot aan de insteek stijgen). Het water wordt binnen het plangebied achter regelbare stuwen vastgehouden. Pas wanneer in het Valleikanaal het waterpeil zodanig is gedaald dat afvoer naar het Valleikanaal volgens het waterschap weer verantwoord is zal middels de regelbare stuwen het overtollige water naar het Valleikanaal worden afgeleid. Het Waterschap zal het beheer voeren over de eindstuw. Oppervlaktewaterkwaliteit De aanleg van Veenendaal-oost behelst onder meer de aanleg van het watersysteem. Na het graven van de watergangen en –partijen zal het watersysteem zich vullen met kwelwater en neerslag. Het zand dat wordt gebruikt voor ophoging is schoon en dus geen bron voor verontreiniging van het oppervlaktewatersysteem.

Bij een deel van de bouwactiviteiten zal grondwater tijdelijk moeten worden weggepompt en afgevoerd naar het oppervlaktewater. Dit geldt bijvoorbeeld bij bronbemaling voor de aanleg van ondergrondse parkeervoorzieningen, aanleg van riolering, graven van vijvers, aanleg van beschoeiing, bouw van bruggen etc. Bij het opstellen van het milieueffectrapport Veenendaal-oost. was nog niet bekend of er ondergrondse parkeergarages in het plangebied zullen komen. De kwaliteit van het ondiepe grondwater is goed en bij zorgvuldig werken zal dit naar verwachting geen negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Na realisatie van Veenendaal-oost zal de waterkwaliteit in het stedelijk watersysteem naar verwachting beter zijn dan de huidige waterkwaliteit in het plangebied. Van een voortdurende aanvoer van nutriënten vanuit agrarisch gebied is niet langer sprake. Het water afkomstig van landbouwgebied ten noorden van het plangebied wordt door een sloot langs de westelijke begrenzing van het plangebied naar het Valleikanaal geleid. Op deze wijze komt er geen landbouwwater terecht in het stedelijk watersysteem. De Nieuwe Wetering en het gebied ten oosten van De Kade wateren af via de natuurontwikkelingzone (maar onder normale omstandigheden zonder de waterkwaliteit daar negatief te beïnvloeden).

Ten opzichte van de huidige situatie zullen de afvoermogelijkheden niet verslechteren. Het watersysteem van Veenendaal-oost wordt voortdurend gevoed met schoon kwelwater en – in tijden van neerslag – met regenwater. Een belangrijk deel van het regenwater stroomt af van verhard oppervlak. Waar dat (ruimtelijk) mogelijk en nuttig is (bij vervuild verhard oppervlak zoals drukke wegen), zal het water door bezinkputten en olieafscheiders worden ontdaan van zwevend stof respectievelijk olieresten. Een groot deel van het water van verhard oppervlak zal recht-

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

61

streeks naar het oppervlaktewater afstromen. Het is daarom zaak zoveel mogelijk te voorkomen dat regenwater verontreinigd raakt. Voor woningbouw en straatmeubilair zullen geen uitlogende materialen worden gebruikt. Daarnaast zullen aanvullende maatregelen worden getroffen om het oppervlaktewatersysteem schoon te houden. Gedacht kan worden aan terughoudend gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door de gemeente, voorlichting over gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen aan inwoners en speciaal aangelegde hondenuitlaatplaatsen. De kwaliteit van water dat afstroomt van wegen wordt bepaald door de som van de vrachten in neerslag, droge depositie, slijtage van banden, slijtage van asfalt en uitlaatgassen. Door de beschreven maatregelen zal het watersysteem in Veenendaal-oost een relatief goede waterkwaliteit krijgen en houden. Alleen voor enkele zware metalen (lood uit uitlaatgassen, cadmium uit natte en droge depositie) zal naar verloop van tijd accumulatie optreden in de waterbodem, waardoor overschrijding van de MTR-normen kan optreden. Veiligheid Om te voorkomen dat kinderen het water inlopen en verdrinken is het in Veenendaal gebruikelijk hekken langs de watergangen en –partijen te plaatsen. Een andere mogelijkheid is de aanleg van natuurvriendelijke oevers, waarbij het water nabij de droge oever ondiep is.

In het Waterplan Veenendaal worden besluiten geformuleerd over de te nemen veiligheidsmaatregelen die ook in Veenendaal-oost van toepassing zullen zijn. Net als een belangrijk deel van de Gelderse Vallei zou het plangebied onder water komen te staan als de Grebbedijk langs de Rijn zou doorbreken. De beheerder van de Grebbedijk, Waterschap Vallei & Eem, besteedt daarom veel zorg aan inspectie en zonodig onderhoud van de waterkering en de kunstwerken daarin (Grebbesluis en Witte Sluis). Voor de grote rivieren wordt dat de kans op een doorbraak eens in de 1250 jaar acceptabel geacht. De veiligheid van onder meer de Grebbedijk, als primaire kering voor het Dijkringgebied 45 (Gelderse Vallei) is in 1999 getoetst door het Waterschap. Hierbij is geconcludeerd dat de Grebbedijk het predikaat ‘veilig’ mag dragen. Wateroverlast Ophoging van het gebied en een flink areaal oppervlaktewater zorgen samen voor voldoende drooglegging c.q. ontwateringsdiepte. Er is geen intensief drainage systeem nodig. Naar verwachting zal de grondwaterstand met maximaal 10 cm stijgen als gevolg van de voorgestelde oppervlaktewaterpeilen. Om problemen met wateroverlast te voorkomen bij periodieke stijging van het oppervlaktewaterpeil (en daarmee ook het grondwaterpeil) zullen de huizen niet worden voorzien van kruipruimtes.

Bij het opstellen van het milieueffectrapport was nog niet bekend of er ondergrondse parkeervoorzieningen in het plangebied zullen worden gebouwd. Als dat wel zal gebeuren zullen parkeergarages in een waterdichte bak worden uitgevoerd, waarbij alleen bij de aanleg grondwater zal moeten worden weggepompt (geen ‘polderprincipe’). Tevens zal vooraf worden beschouwd in hoeverre aanwezige grondwaterstromingen worden beïnvloed en zullen zonodig mitigerende of compenserende maatregelen worden getroffen.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

62

Afvalwater en riolering Het huishoudelijk afvalwater dat binnen het plangebied vrijkomt wordt door een gesloten buizensysteem afgevoerd naar een rioolgemaal en vandaar naar de rioolwaterzuivering. Het rioolstelsel wordt uitgevoerd zonder nooduitlaat (dus voldoende groot gedimensioneerd). Regenwater wordt zo weinig mogelijk via de riolering afgevoerd. Regenwater afkomstig van verhard oppervlak (inclusief daken) wordt zichtbaar gemaakt door gebruik te maken van afvoergoten en wadi’s. Dit water wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater. Door het niet aankoppelen van verhard oppervlak aan het vuilwaterriool wordt piekafvoer naar de zuivering voorkomen. Bovendien wordt verontreiniging van het oppervlaktewater beperkt doordat een belangrijk deel van de verontreinigingen van het afstromend regenwater wordt weggevangen door het infiltratiesysteem van de wadi’s. Waterbesparing en hergebruik van water In het Nationaal Pakket Woningbouw-Nieuwbouw zijn diverse technische maatregelen op het gebied van drinkwaterbesparing opgenomen. Deze maatregelen leiden tot een besparing van 20-30% op deze toepassingen. Genoemd kunnen worden: het toepassen van waterbesparende douchekoppen, waterbesparende toiletten en volumestroombegrenzers op kranen.

Grondwaterstanden en grondwaterstromingen Met behulp van modellering is bepaald bij welke oppervlaktewaterpeilen in Veenendaal-oost de gevolgen van de ontwikkeling van het plangebied op de grondwaterbalans en de omgeving het geringst zijn. Op basis van modelresultaten zijn de volgende oppervlaktewaterpeilen vastgesteld: Veenendaal-oost, zuidelijk deel: NAP +5,0 m; Veenendaal-oost, noordelijk deel: NAP +5,5 m; bermsloot rondweg: NAP +4,8 m. Uit de modelberekeningen in het kader van het Waterstructuurplan Dragonder- en Veenendaal-oost (2001) blijkt dat de kwelsituatie in de natuurgebieden De Hel en De Blauwe Hel bij bovenstaande uitgangspunten niet nadelig wordt beïnvloed door de ontwikkeling van Veenendaal-oost. De kwelfluxen in de Blauwe Hel en de Hel neemt volgens de berekeningen zelfs toe met respectievelijk 14 % en 1%. Dit wordt bevestigd door het rapport “Uitwerking waterhuishouding Veenendaal-oost”. Op verzoek van het Waterschap zal het waterpeil in het zuidelijk deel van het plangebied worden ingesteld op +NAP 5,0 m, zodat in natte perioden meer water uit het Valleikanaal in dit deel van het plangebied kan worden geborgen. De kwelflux in de Blauwe Hel neemt volgens modelberekeningen (Waterschap Vallei & Eem) met dit peil nog steeds toe met 12%.

De kwelflux in de Hel neemt af met 1%, maar gezien de modelonnauwkeurigheid kan daaraan geen eenduidige conclusie worden verbonden.

5.7. Overleg waterbeheerders Tijdens het planproces heeft op verschillende momenten overleg plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost, de gemeente Veenendaal en het Waterschap Vallei & Eem. Reeds in een vroegtijdig stadium, bij het opstellen van een Waterhuishoudingsplan (1998) en een Waterstructuurplan (2001) zijn gemeente en Waterschap (samen met het waterleidingbedrijf) opgetreden als opdrachtgever.Samen met het Waterschap is gewerkt aan een herziening van het Waterstructuurplan, “Uitwerking waterhuishouding Veenendaal-oost”.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

63

In het kader van het milieueffectrapport en het opstellen van het voorontwerp-bestemmingsplan zijn tussenproducten zoals de Nota van Uitgangspunten, het voorkeursalternatief en de effectbeschrijving aan het Waterschap ter becommentariëring voorgelegd. Het Waterschap heeft voorts middels modelberekeningen bevestigd dat de omvang van de in het voorkeursalternatief geplande hoeveelheid oppervlaktewater voldoende berging biedt om gevolgen van extreme neerslag niet naar de omgeving af te wentelen. Het Waterschap neemt deel aan de projectgroep voor de stedenbouwkundige uitwerking.

5.8. Advies en afweging In het algemeen is gehoor gegeven aan de wensen en eisen die Waterschap Vallei & Eem in zijn advies heeft weergegeven. Zo is (meer dan) voldoende wateroppervlak gereserveerd om aan de stedelijke waterbergingsopgave te voldoen. Ook is rekening gehouden met de beïnvloeding van de grondwaterstand in de omgeving en zal de kweldruk in de natuurgebieden De Hel en De Blauwe Hel niet afnemen. Rekening is gehouden met de eisen ten aanzien van het gescheiden houden van regenwater en afvalwater (niet aankoppelen). Maatregelen worden genomen om een betere waterkwaliteit te bereiken en afstemming met de ontwikkeling van de ecologische verbindindingszone ten oosten van het plangebied is verzorgd. Alleen met betrekking tot de financiële consequenties van het realiseren van extra waterberging buiten het plangebied zijn nog geen afspraken gemaakt.

5.9. Doorwerking in dit bestemmingsplan Het – in het kader van het Waterstructuurplan opgezette – hydraulisch model voor VeenendaalOost is door het waterschap op basis van de een ruimtegebruikskaart (van het voorkeursalternatief) geactualiseerd en opnieuw doorgerekend. De hierin geprojecteerde hoeveelheid oppervlaktewater betreft 15,2 hectare binnen de plangrens van Veenendaal-Oost en 3,0 ha in de aangrenzende natuurontwikkelingszone. Uit de nieuwe modelberekeningen blijkt dat de optredende peilstijgingen binnen de door het waterschap gestelde randvoorwaarden blijven, m.a.w. dat de geprojecteerde hoeveelheid oppervlaktewater voldoende is voor het eigen gebied. Hierbij is er wel van uitgegaan dat de Nieuwe Wetering (komende vanuit Ede) niet door Veenendaal-Oost stroomt, maar erlangs. Per brief10 van 30 juli 2004 geeft het Waterschap aan dat binnen het plangebied voldoende wateroppervlak gereserveerd is om te voldoen aan de stedelijke waterbergingsopgave. Het bestemmingsplan waarborgt de bovengenoemde waterbergingscapaciteit van 15,2 hectare ten behoeve van het plangebied (zie artikel 4, lid 3, onder g. van de voorschriften). Daarnaast is in de Beschrijving in hoofdlijnen (artikel 3, lid 3, onder a5.) en op de plankaart de hoofdwaterstructuur als structurerend element opgenomen.

De structurerende elementen worden van groot belang geacht voor de kwaliteit van de toekomstige woonwijk en zijn derhalve verankerd in het bestemmingsplan. In de uitwerkingsplannen zal de natuurvriendelijke inrichting van oevers, ook de particuliere, geborgd worden om te voorkomen dat eigenaars de oevers grenzend aan hun tuin opnieuw, maar dan onvriendelijk (met beschoeiing of steil talud) aanleggen. Daarvoor zal in de uitwerkingsplannen een profiel worden opgenomen, waarvan niet zal mogen worden afgeweken.

10

Brief van het Waterschap Vallei & Eem, kenmerk 2004/4837.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

64

Daarnaast zal via privaatrechtelijke weg (koopovereenkomsten, mandeligheid, e.d.) het instandhouden van de natuurvriendelijke oevers worden geborgd.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

65

6.

Toekomstige situatie

6.1. Ruimtelijk concept voor Veenendaal-oost Voor het ontwikkelen van Veenendaal-oost wordt uitgegaan van het ruimtelijk concept dat in het MER/SMB is beschreven als Meest Milieuvriendelijk Alternatief. In dit hoofdstuk zal dit alternatief uiteengezet worden. 6.1.1. Stedenbouwkundige inpassing Het oost-west gerichte kavelpatroon van het onderliggende veenlandschap is uitgangspunt geweest bij het opstellen van de verkavelingstructuur voor Veenendaal-oost. Kenmerkende eigenschappen van dit landschap zijn lange smalle kavels, smalle sloten tussen de kavels die het gebied afwateren en incidenteel opgaande beplanting tussen de kavels. De uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan en de inpassing zijn weergegeven in afbeelding 12. In het landschappelijk patroon van kavels in oost-west richting ligt een aantal elementen die afwijken van de parallelle oost-west gerichte kavels. Het gaat om een aantal bestaande sloten en laantjes. Deze elementen zijn meegenomen in de nieuwe verkaveling en vormen interessante plekken in de delen van de wijk en vormen aanleiding voor bijzondere plekken en/of functies. Deze elementen kunnen ook een belangrijke bijdrage leveren aan de identiteit van buurten op een lager schaalniveau. Veenendaal-oost heeft verschillende randen. Aan de noordzijde grenst het gebied aan de Buurtlaan-oost, een straat met overwegend losse bebouwing.

De oostelijke begrenzing van de wijk wordt gevormd door de Dragonderweg, een landschappelijke laan met hier en daar bebouwing. Vervolgens grenst de wijk aan de zuidzijde aan het Gelders Benedeneind, een bijzondere strook met lintbebouwing langs het Valleikanaal waar de verkavelingstructuur een hoekverdraaiing maakt. Aan de westzijde –tot slot- grenst de wijk aan de Rondweg-oost, een drukke provinciale weg. In de opgestelde verkavelingstructuur is getracht te reageren op deze randen zodat Veenendaal-oost op een goede wijze aan de bestaande stad en het omringende landschap wordt gehecht. Het zuidelijk deel van Veenendaal-oost zal een specifiek karakter krijgen door de grote hoeveelheid water die in dit gebied opgevangen moet worden. Het landschappelijk patroon langs het Benedeneind is bijzonder doordat hier de oost-west gerichte kavels omslaan naar een verkaveling haaks op het Valleikanaal. In deze structuur is ook de bestaande lintbebouwing langs het Valleikanaal opgenomen. Om een goede overgang te maken tussen de wijk en het bebouwingslint en tegelijkertijd de verbijzondering van het landschappelijk patroon zichtbaar te maken is een zone gedefinieerd met een zeer waterrijk milieu.

Door deze verkavelingstructuur (met behulp van een markante zichtlijn en de aanwezigheid van oppervlaktewater) zichtbaar te maken vanaf de hoofdentree van de wijk, wordt het waterrijke karakter van de wijk reeds bij de entree herkenbaar gemaakt. Ook wordt de entree vanaf de Rondweg-oost op deze wijze een bijzondere plek in de stedenbouwkundige structuur van de wijk. Is het in de noordelijker gesitueerde deelgebieden zo dat de landschappelijke richtingen de richting van het verkavelingspatroon bepalen (straten, groenzones en waterlopen), in dit zuidelijke deelgebied loopt de water- en groenstructuur haaks op het stratenpatroon en bepaald de landschappelijke richting hoofdzakelijk het stratenpatroon. Mede

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

66

door de hoekverdraaiing bij het Gelders Benedeneind en de hoeveelheid water krijgt dit deelgebied een specifieke uitstraling. Afbeelding 12: Inpassing in de omgeving.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

67

6.1.2. Deelgebieden Veenendaal-oost is onderverdeeld in drie deelgebieden, te weten Noord, Midden en Zuid, die ieder hun eigen karakter krijgen. Zo krijgt ieder deelgebied een kenmerkende dichtheid, sfeer en profilering van de openbare ruimte. Afbeelding 13: De deelgebieden van Veernendaal-oost.

Het deelgebied "Noord" vormt het noordelijkste deelgebied van Veenendaal-oost. De (gemiddelde bruto) woningdichtheid zal 25 á 35 woningen per hectare bedragen. Dit gebied zal worden doorsneden door singels en groene elementen waardoor meerdere kleine woonbuurtjes ontstaan, waarbinnen de woningblokken voornamelijk uit halfopen bouwblokken bestaan. Door de grote voortuinen en de relatief brede profielen van de openbare ruimten krijgt de buurt een groen karakter; In het noordwestelijke deel van het deelgebied dienen ter afscherming van het geluid als gevolg van de Rondweg-oost en de A12 maatregelen te worden getroffen. De maatregelen dienen in overeenstemming te zijn met de bepalingen van de Wet geluidhinder en kunnen bestaan uit zogenaamde dove gevels of bijvoorbeeld het situeren van afschermende niet geluidgevoelige functies langs de Rondweg-oost. Ook kan worden gedacht aan schermen, afschermende bebouwing of een combinatie daarvan langs de A12. Het centraal in de wijk gesitueerde deelgebied Midden met een (relatief hoge bruto) woningdichtheid van 30 á 40 woningen per hectare, bevat de voorzieningen voor Veenendaal-oost (alsmede voor de Dragonderoost). Daarbij zal in principe sprake zijn van een clustering in centra, die gesitueerd zullen worden langs de hoofdontsluitingsstructuur.

Op deze wijze ontstaat een gedifferentieerd woonmilieu waarbij ruimte is voor ontmoeting en de behoeften van de wijkbewoner kunnen worden bevredigd. In de clusters kunnen buurtvoorzieningen in allerlei vorm, zoals buurtwinkels, (brede) scholen en medische steunpunten, of vergelijkbare voorzieningen worden gerealiseerd. Gelet op de functie voor meerdere woongebieden is het wenselijk dat het centrale voorzieningen-

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

68

cluster, waarin winkels worden opgenomen, zichtbaar is vanaf de Rondweg-oost. In de centra is een menging van functies belangrijk voor de leefbaarheid/levensloopbestendigheid van de centra en de wijk als geheel. De woningblokken bestaan hoofdzakelijk uit gesloten bouwblokken met voornamelijk aaneengesloten woningen en gestapelde woningen. Door de afwezigheid van voortuinen en het materiaalgebruik van de openbare ruimten krijgt de buurt een steenachtig (stedelijk) karakter; Het deelgebied "Zuid" vormt het ten zuiden van deelgebied Midden gesitueerde deelgebied van Veenendaal-oost. Evenals in deelgebied Noord bedraagt de (gemiddelde bruto) woningdichtheid 25 á 35 woningen per hectare en bestaan de woningblokken hoofdzakelijk uit halfopen bouwblokken. De woningdichtheid zal van noord naar zuid afnemen. Ook het oostelijk deel langs de Dragonderweg zal, aansluitend op het buiten het plangebied te realiseren woongebied (zogenaamde balkon), een lagere dichtheid krijgen. In Zuid is het mogelijk om het water een belangrijke rol toe te kennen in de woon- en leefomgeving, bijvoorbeeld door drijvende woningen te realiseren. 6.1.3. Verkeer en vervoer Veenendaal-oost wordt fysiek gescheiden van de rest van Veenendaal door de Rondweg-oost. Ter plaatse van de wijk Dragonder-oost wordt de zuidelijke helft van Veenendaal-oost (i.c.

de deelgebieden Midden en Zuid) ontsloten vanaf de Rondweg-oost. De noordelijke helft van de wijk (deelgebied Noord) wordt ontsloten via de Buurtlaan-oost. De hoofd ontsluitingsstructuur staat voor het merendeel haaks op de landschappelijke hoofdstructuur van het gebied. De hoofd ontsluitingsstructuur heeft een duidelijk herkenbaar profiel binnen ieder deel van de wijk. Een brede watergang vervult in het profiel van de hoofdontsluiting een belangrijke rol en onderstreept het waterrijke karakter van de wijk. De hoofd verkeersstructuur is voor het gemotoriseerde verkeer zo ontworpen dat de deelgebieden Midden en Zuid enerzijds en het deelgebied Noord anderzijds op een logische manier met elkaar verbonden worden. Doordat de noordelijke en zuidelijke hoofdontsluiting losgekoppeld worden is er geen doorgaande verkeersbeweging voor gemotoriseerd verkeer mogelijk tussen het zuidelijke deel van de wijk en het noordelijke deel. Verbinding van beide delen is vanzelfsprekend wel mogelijk voor langzaamverkeer en openbaar vervoer. In het centrale deel van de wijk worden op logische plekken voorzieningen, scholen en andere functies gecreëerd. Het centrale voorzieningencluster met winkels zal voor gemotoriseerd verkeer zowel vanuit het noordelijk als vanuit het zuidelijk deel goed bereikbaar zijn. De hoofdontsluitingswegen zullen ingericht worden als 50 km/uur wegen.

Langs de hoofdontsluitingswegen is rekening gehouden met een ventweg zodat enige afstand gecreëerd wordt tussen de woningen en de hoofdontsluiting in verband met geluid.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

69

Afbeelding 14: Interne hoofdontsluiting.

Haaks op de hoofdontsluitingswegen is een secundair wegennet ontworpen van straten in oost-west richting welke de bouwblokken binnen de wijkdelen ontsluiten. Het secundaire wegennet zal ingericht worden als 30 km/uur gebied. Ieder deel van de wijk heeft zijn eigen kenmerkende profielen. In het noorden van de wijk worden slootjes met bestaande bomenlanen afgewisseld met woonstraten. In het centrum van de wijk worden singels afgewisseld met woonstraten. In het zuiden van de wijk treft men vaarten aan en woonstraten. Er zijn twee typen woonstraat ontworpen, het ene profiel gaat uit van tweezijdig langs parkeren, het andere profiel gaat uit van eenzijdig haaks parkeren met veel ruimte voor groen/bomen. Alleen het noorden en zuiden van de Dragonderweg zijn toegankelijk voor autoverkeer, het deel van de Dragonderweg ter plekke van het centrale deel van de wijk is alleen toegankelijk voor langzaam verkeer. De Dragonderweg sluit voor autoverkeer niet meer aan op de Buurtlaan-oost en het Gelders Benedeneind in het zuiden, zo wordt voorkomen dat sluiproutes vanuit de wijk ontstaan en de Dragonderweg alsnog een zware verkeersfunctie krijgt. Alleen voor hulpdiensten is de Dragonderweg wel in zijn totaliteit toegankelijk.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

70

Afbeelding 15: Langzaamverkeer.

Het langzaam verkeersnetwerk sluit nauw aan op het netwerk uit het Structuurplan Duurzaam Veenendaal-Oost (zie afbeelding 6). Belangrijke oostwest verbindingen welke aansluiten op de bestaande stad zijn doorgetrokken, onder andere in de brede groenstroken die tussen de verschillende delen van de wijk liggen. Daarnaast is ook langs de hoofdontsluitingswegen ruimte gereserveerd voor vrijliggende fietspaden, dan wel kunnen fietsers gebruik maken van ventwegen. De Dragonderweg wordt voor een groot deel gewijzigd van een autoweg in een fietspad.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

71

Afbeelding 16: Openbaar vervoer en mogelijke haltes.

6.1.4. Openbaar vervoer In de profielen van de hoofdontsluitingswegen is tevens rekening gehouden met een eventuele openbaar vervoersverbinding door de wijk. Deze busroute passeert dan het winkelcentrum en de school- en zorgclusters in de wijk. De verkeerskundige loskoppeling van de hoofdontsluitingen ter plaatse van het winkelcentrum geldt niet voor de bus.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

72

Afbeelding 17: Water- en groenstructuur

6.1.5. Water en groenstructuren Groen en water worden in Veenendaal-oost ingezet als belangrijke structurerende elementen. Zo vormen de oost-west gerichte groenzones de verbindingszones tussen de deelgebieden Noord, Midden en Zuid en de natuurontwikkelingszone. Deze groenzones geven bovendien de relatie met de bestaande stad vorm, doordat de langzaamverkeersroutes in de richting van het centrum van Veenendaal hierin worden opgenomen. De groen- en waterstructuur is weergegeven in afbeelding 17. De groenzones leggen niet alleen een relatie met de natuurontwikkelingzone ten oosten van het plangebied, maar vormen ook een belangrijke interne kwaliteit binnen het plangebied.. De groenzones kunnen op een verschillende wijze worden ingericht, waarbij de verhouding tussen water en groen bepalend zal zijn voor het karakter van de zone. De natuurontwikkelingszone vormt in feite het gemeenschappelijke groene park van de hele wijk. Daarnaast heeft ook ieder deel van de wijk zijn eigen groene ontmoetingsplek gekregen waar invulling gegeven kan worden aan een meer intensief gebruik van het groen. Door de ontmoetingsplekken een centrale positie te geven in de delen van de wijk en nadruk bij de inrichting op het gebruik te leggen, kan de natuurontwikkelingszone zich ook echt ontwikkelen tot een natuurgebied met extensieve recreatie.

Dit geldt ook voor een aantal van de groene oost-west-zones in de wijk. De oevers van het water worden verschillend vormgegeven. De openbare oevers zullen een ecologische inrichting krijgen, met uitzondering van de meer stedelijke profielen in het centrum van de

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

73

wijk. De watergangen met ecologische oevers hebben brede, groene taluds zodat bij een geringe peilstijging veel extra water geborgen kan worden. 6.1.6. Programma Het plangebied voorziet mede in de woningbehoefte van de Utrechtse Heuvelrug tot en met het jaar 2018. Daartoe worden maximaal 3000 á 3500 woningen gerealiseerd. De woningen worden gerealiseerd in verschillende prijsklassen, met daarbij een verdeling van 30% sociale sector (bestaande uit 10% koop en 20 % huur) en 70% vrije sector voor het totaal van Veenendaal-oost en Dragonder-oost. De sociale huurwoningen dienen onder de huurprijsgrens te worden gerealiseerd en de sociale koopwoningen onder € 160.000 (met een differentiatie tussen € 120.000 en € 160.000). Op deze wijze wordt een bijdrage geleverd aan de doorstroming op de woningmarkt en de kansen van starters. Van de aangegeven verdeling kan op welk moment dan ook worden afgeweken indien in het kader van de levensloopbestendigheid de behoefte ontstaat om tegemoet te kunnen komen aan de wensen die op dat moment aan de orde zijn.

Fasering Om tot het jaar 2018 in de woningbehoefte te kunnen voorzien wordt bij de realisering van de wijk Veenendaal-oost de volgende fasering in acht genomen: • Plandeel ‘Midden’ wordt bebouwd in de periode vanaf 2008 t/m 2013; • Plandeel ‘Zuid’ wordt bebouwd in de periode vanaf 2010 t/m 2014; • Plandeel ‘Noord’ wordt bebouwd in de periode vanaf 2013 t/m 2017. De voorzieningen zijn voornamelijk geclusterd in het centrale deel van de wijk. De clusters liggen zoveel mogelijk op markante plekken en zijn zo herkenbaar en goed bereikbaar in de wijk. Het centrale cluster is het grootst, hier zullen winkels, een brede school maatschappelijke voorzieningen en een zorgcluster gesitueerd worden. Het centrale cluster, dat ook een rol vervult voor Dragonder-oost, wordt vanaf twee zijden ontsloten voor gemotoriseerd verkeer, doorgaand verkeer is echter niet mogelijk, er ligt een verkeerskundige ‘knip’. Door een stelsel van langzaamverkeerroutes is het cluster goed te bereiken vanuit zowel Veenendaal-oost als vanuit Dragonder-oost. Naast het centrale cluster zullen verschillende clusters op buurtniveau gerealiseerd worden, zodat sociaal-maatschappelijke-, educatieve- en culturele voorzieningen voor de bewoners binnen handbereik zijn. Deze voorzieningen worden geclusterd in zogenaamde multifunctionele accommodaties.

De totale oppervlakte van het centrale cluster mag niet meer bedragen dan 8.000 m² bruto vloeroppervlak, met dien verstande dat de totale oppervlakte van detailhandel niet meer mag bedragen dan 5.000 m². De omvang is gebaseerd op het verzorgingsgebied dat wordt gevormd door Dragonder-oost en Veenendaal-oost. In de noordwestelijke hoek van het plangebied is voorts nog de mogelijkheid aanwezig om speciale functies zoals bijvoorbeeld woon-werkunits te realiseren. Deze functies kunnen een belangrijke rol spelen in het kader van de afscherming van het geluid dat afkomstig is van het verkeer op de Rondweg-oost.

6.2. Een levensloopbestendige wijk Aspecten die in het kader van de gewenste levensloopbestendigheid van Veenendaal-oost prominent op de voorgrond treden zijn ‘flexibiliteit’ en ‘sociale structuur’. Met flexibiliteit wordt bedoeld de mogelijkheid van zowel de bebouwde als de ombebouwde omgeving om op welk moment dan ook tegemoet te kunnen komen aan de wensen die op dat moment

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

74

aan de orde zijn. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een uitbreiding van de woning bij gezinsuitbreiding of een uitwisseling van openbaar groen naar een parkeerplaats. Met sociale structuur wordt bedoeld de binding tussen de bewoners onderling en tussen hen en de fysieke elementen van de wijk. Als men sociale dimensie centraal wil stellen in een buurt moet de wijze van het proces en het ontwerp van stedenbouw, ruimtelijke inrichting en architectuur daar ook op afgestemd zijn. Voor het procesmatige kan worden gedacht aan innovatieve planvorming waarbij bewoners en andere belangenorganisaties worden betrokken. Relevante aspecten voor het ontwerp zijn de inrichting van de openbare ruimte, de keuze voor kunst, de invulling van het gebruiksgroen, de inrichting van speelplekken. Levensloopbestendigheid, de m.e.r. en het bestemmingsplan De aspecten van levensloopbestendigheid die overeenkomen met duurzaamheid zijn ‘gewoon meegenomen’ in de m.e.r. en worden mogelijk, of juist onmogelijk, gemaakt in het bestemmingsplan. Deze aspecten zijn in de vorm van randvoorwaarden en ambities in het MER/SMB weergegeven. In de beschrijving van het voorkeursalternatief en het MMA (in hoofdstuk 7 van het MER/SMB) is te zien op welke wijze. Flexibiliteit krijgt zijn weerslag in het voorliggende bestemmingsplan en het MER/SMB.

Zo worden bijvoorbeeld de plankaart en voorschriften zodanig opgezet dat verschillende functies op dezelfde plek mogelijk zijn (of in de toekomst mogelijk gemaakt kunnen worden). Dit alles binnen de voorwaarden van rechtszekerheid. In het MER/SMB heeft flexibiliteit zijn weerslag gekregen doordat in beeld is gebracht binnen welke (milieu)kaders de wijk ontwikkeld kan worden. Het is namelijk een illusie te veronderstellen dat het MMA, zoals dat nu bedacht is, exact in deze vorm wordt uitgevoerd. Belangrijk doel van beide alternatieven is dat zij er aan hebben bijgedragen inzicht te verschaffen in de (milieu)kaders waarbinnen de wijk kan worden ontwikkeld. De proceskant van de sociale component is ingevuld door diverse organisaties te betrekken bij de planvorming. De ontwerptechnische kant van de sociale component zal zijn weerslag moeten vinden in bijvoorbeeld de programma’s van eisen voor de deeluitwerkingen zelf. Uitgangspunten hierbij zijn: natuurlijke mix aan bewoners per buurt in leeftijden en inkomen; functiemenging op wijk- én buurtniveau; actieve rol bewoners in alle stadia van wijkontwikkeling; volledige toegankelijkheid van de wijk voor kwetsbare groepen; de wijk is gevarieerd, flexibel en dynamisch; de wijk is rijk aan herkenbare dorpssferen en geborgen buurtjes; voorzieningen liggen op strategische plekken t.b.v.

de bereikbaarheid en toegankelijkheid; onderwijsvoorzieningen zijn verspreid over de wijk en gelegen aan groene zones, zodat er een natuurlijk overloop ontstaat tussen de schoolomgeving en openbare omgeving.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

75

7.

Economische uitvoerbaarheid

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10757594/2