CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

LIS2021.212a Inwoner - Bijlage Zienswijze Groenpoort Z1861779 met bijlagen

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Ingekomen stukken28.871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

76

Financiële uitvoerbaarheid Gebaseerd op het Structuurplan Duurzaam Veenendaal-oost (1999), is medio 2001 de initiële grondexploitatieberekening Veenendaal-oost opgesteld waarmee de financiële haalbaarheid van de planrealisatie – circa 3.200 woningen in een tijdspanne van 16 jaar - is aangetoond. Deze haalbaarheidsberekening is in het kader van de samenstelling en vaststelling van het Masterplan Veeenendaal-oost in 2005 geheel herzien met betrekking tot de ruimtelijke, programmatische, kwalitatieve en calculatieve uitgangspunten. De resultaten van deze herziening zijn vastgelegd in de Grondexploitatieberekening Veenendaaloost, peildatum 1-1-2006, product van het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost C.V. Met het gehanteerde woningbouwprogramma, de functionele verkaveling zowel uitgeefbaar als openbaar, de civieltechnische elementbegrotingen en de overige (calculatieve) uitgangspunten, wordt voor het plangebied Veenendaal-oost ook anno 2006 een positief planresultaat geprognosticeerd. Door middel van stringente monitoring van de nadere planuitwerkingen op basis van een interatief proces, waarbij parallel en in onderlinge samenhang diverse producten worden ontwikkeld en het rekenen het tekenen kan beïnvloeden, zal sprake zijn van beheersing en tijdige sturing op bovengenoemde aspecten en daarmee het voorcalculatorisch planresultaat.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

77

8.

Juridische vormgeving

8.1. Algemeen Het voorliggende bestemmingsplan heeft de vorm van een globaal plan met uitwerkingsbevoegdheid ex artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Dat betekent dat nadat de gemeenteraad het bestemmingsplan heeft vastgesteld, het college van burgemeester en wethouders bevoegd is het plan in één of meerdere uitwerkingsplannen nader te detailleren. De uitwerkingsplannen dienen te voldoen aan de uitwerkingsregels die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Teneinde kwalitatieve uitgangspunten in het plan op te kunnen nemen is ervoor gekozen een beschrijving in hoofdlijnen op te nemen waarin de samenhang van het gebied wordt beschreven.

8.2. Voorschriften De voorschriften van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn: Hoofdstuk I : Inleidende bepalingen; Hoofdstuk II : Bestemmingsbepalingen; Hoofdstuk III: Algemene bepalingen: Hoofdstuk IV: Overgangs-, straf- en slotbepalingen. Hoofdstuk I: Inleidende bepalingen; In de Inleidende bepalingen worden de gebruikte begrippen beschreven (artikel 1) en worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop gemeten moet worden (artikel 2, lid 1). Ten aanzien van de bepalingen met betrekking tot prostitutie wordt opgemerkt dat in dit bestemmingsplan is aangesloten bij de in de gemeente Veenendaal gebruikelijke formuleringen uit het "Facetbestemmingsplan Uitvoering Prostitutiebeleid". Ook ten aanzien van de regeling voor beroepen of bedrijven aan huis is aangesloten op de gebruikelijke regeling van de gemeente Veenendaal.

Hoofdstuk II: Bestemmingsbepalingen; Artikel 3: Beschrijving in hoofdlijnen De Beschrijving in hoofdlijnen (BIH) is in artikel 3 van de voorschriften opgenomen en maakt onderscheid in: communicatiefunctie waarin beleidsuitgangspunten met voor de gemeente zelfbindende werking zijn opgenomen (zelfbindende werking is het beginsel dat door de overheid geformuleerd beleid, voor diezelfde overheid in principe bindend is); uitvoeringsfunctie waarin richtlijnen zijn gegeven waarmee bij de realisering van Veenendaaloost rekening dient te worden gehouden. In het bestemmingsplan is daarbij op het niveau van Veenendaal-oost als geheel onderscheid gemaakt tussen "structurerende" en "nietstructurerende" elementen. Structurerende elementen zijn van groot belang voor de kwaliteit van de toekomstige woonwijk. Het is dan ook logisch dat daar niet (veel) van kan worden afgeweken. Van de structurerende elementen (artikel 3, lid 3a) kan door de gemeente slechts in de bij het plan aangegeven marges worden afgeweken. Van de niet-structurerende elementen (artikel 3, lid 3b) kan worden afgeweken indien gewijzigde inzichten daartoe nopen. Dit kan het geval zijn indien bijvoorbeeld de vraag naar buurtvoorzieningen toeneemt en dit soort voorzie-

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

78

ningen daardoor op meerdere plaatsen gebouwd dienen te worden (of in een andere omvang) dan bij de vaststelling van het bestemmingsplan werd voorzien. De mogelijke afwijkingen van de niet-structurerende elementen zijn derhalve groter dan bij de structurerende elementen. Bij de afwijking van een niet-structurerend element dient dan ook een procedure te worden gevolgd (i.c. een wijzigingsprocedure). Naast de richtlijnen op wijkniveau zijn in de BIH ook stedenbouwkundige richtlijnen opgenomen die de diversiteit van de deelgebieden waarborgen. Deze richtlijnen dienen te worden beschouwd als niet-structurerende elementen. Tevens zijn een aantal ruimtelijke elementen uit het ontwerp Nieuw Wonen in de BIH opgenomen om zodoende de realisatie van een levensloopbestendige wijk te waarborgen. De uitvoeringsfunctie van de Beschrijving in hoofdlijnen, die de concrete bepalingen bevat voor de uit te werken bestemmingen is opgenomen in de leden 2 t/m 7. In lid 8 wordt bepaald dat de Beschrijving in hoofdlijnen dient als toetsingskader voor: het toepassen van de uitwerkingsbevoegdheden in artikel 4 op grond van artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening; het toepassen van de elders in deze voorschriften genoemde vrijstellingsbevoegdheden op grond van artikel 15 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

toetsingsfunctie, waarin wordt aangegeven bij de toepassing van welke instrumenten de BIH als toetsingscriterium geldt. Aangezien jurisprudentie heeft aangegeven dat de BIH slechts acceptabel is bij de toetsing van bouwaanvragen indien de criteria voldoende objectief zijn bepaald11, is in dit bestemmingsplan bepaald dat toetsing aan de BIH alleen hoeft plaats te vinden bij het toepassen van uitwerkingsbevoegdheden op grond van artikel 11 WRO en bij het toepassen van vrijstellingsbevoegdheden op grond van artikel 15 WRO. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat de gemeente geen invloed meer kan uitoefenen op het bouwproces van Veenendaal-oost. Door het vervaardigen van uitwerkingsplannen te koppelen aan een definitief stedenbouwkundig matenplan en definitieve ontwerpen van de bouwplannen houdt de gemeente (samen met de ontwikkelende partners vertegenwoordigd in OVO) de regie in handen. De gemeente zal immers niet tot het vervaardigen van dergelijke uitbreidingsplannen overgaan indien niet wordt voldaan aan de gewenste stedenbouwkundige en andere uitgangspunten, zoal deze met de Ontwikkellende partners is afgesproken. Artikel 4: Uit te werken woondoeleinden Op basis van deze bestemming kunnen burgemeester en wethouders uitwerkingsplannen vaststellen die de toetsingsgrond zijn voor de toekomstige verlening van bouwvergunningen.

Tot op het moment dat een uitwerkingsplan door gedeputeerde staten is goedgekeurd geldt een bouwverbod. Zowel het bouwverbod, als de wijze waarop hiervan kan worden afgeweken is beschreven in lid 3. Alle binnen een woongebied gewenste functies zijn binnen deze bestemming toegestaan (lid 1). In feite wordt op deze wijze optimale flexibiliteit ingebouwd voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied. Voor de belangrijkste (structurerende) elementen zijn in lid 4 de marges opgenomen die ten opzichte van de op de plankaart aangegeven aanduidingen in acht dienen te worden genomen.

11

Veldhoven KB 01-12-1993, AB 1994, 462 en Apeldoorn KB 06-04-1994, AB 1994, 472.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

79

Bouwhoogte Middels een aangenomen amendement in de raad van 14 december 2006 zijn er in het bestemmingsplan bepalingen over de bouwhoogte in de voorschriften opgenomen. De hoogte van de bebouwing in Veenendaal-oost bedraagt maximaal 5 bouwlagen. Uitzondering hierop is de te realiseren landmark in het wijkcentrum; deze mag maximaal 7 bouwlagen bedragen. Met het bepalen van deze maximale hoogte wordt aansluiting gezocht bij de visie van oplopende bouwhoogte richting het centrum van Veenendaal. De gemeenteraad heeft hiermee een kader bepaald voor de te maken uitwerkingsplannen. Een opmerking over de in het gebied aanwezige woningen is hier op z'n plaats. Langs de Dragonderweg en de Buurtlaan-oost bevinden zich momenteel nog (agrarische bedrijfs-)woningen. Ook deze woningen vallen onder de uit te werken woonbestemming, waardoor een goede inpassing van deze functies en/of de woonbebouwing in het kader van de uitwerkingsplannen tot de mogelijkheden behoort. De op het moment van vaststelling van het uitwerkingsplan meest optimale situatie kan op deze wijze worden bestendigd. Op dit moment is immers nog niet duidelijk welke situaties zich zullen gaan voordoen (inpassing bedrijvigheid, bedrijfsbeeindiging, behouden woonfunctie, sloop opstallen, aankoop, o.i.d.). Voor de huidige eigenaren geldt hierdoor wel een bouwverbod tot het moment van uitwerking.

Voordeel hiervan is dat er geen ontwikkkelingen kunnen plaatsvinden die de ontwikkeling van de woonwijk frustreren. Binnen de in lid 6 bepaalde randvoorwaarden is het mogelijk om (niet publiekgerichte en niet bedrijfsmatige) aan huis verbonden beroepen uit te oefenen binnen de woningen en de daarbij behorende bijgebouwen. Burgemeester en wethouders kunnen vrijstelling verlenen voor het al dan niet bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke - geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen - bedrijvigheid, waarvan de omvang en uitstraling zodanig zijn dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend (lid 7). De flexibiliteit van het voorliggende plan, die van groot belang is voor ondermeer de levensloopbestendigheid van Veenendaal-oost, wordt voorts benadrukt door het ontbreken van stankcirkels en geluidscontouren op de plankaart. Daarvoor in de plaats zijn bepalingen in de voorschriften opgenomen die een grotere mate van flexibiliteit bezitten. De toekomstige omvang van stankcirkels van agrarische bedrijven in en om het plangebied is op dit moment bijvoorbeeld nog niet bekend. Met deze bedrijven moet worden onderhandeld over bedrijfsbeëindiging of bedrijfsverplaatsing.

De uitkomst daarvan zal leiden tot definitieve stankcirkels die bij de uitwerking zullen worden vastgelegd (lid 4, onder f.) en zonodig opgenomen in de uitwerkingsplannen. Eenzelfde redenering geldt voor de geluidscontouren. Door de opgenomen regeling ontstaat een zekere flexibiliteit. Het is immers op verschillende manieren mogelijk om aan de normen van de Wet geluidhinder te voldoen: vergroten van de afstand, het bouwen van lagere woningen, het realiseren van hogere afschermende voorzieningen, het realiseren van permanent geluiddichte gevels, of een combinatie hiervan. Het bestemmingsplan dient specifieke oplossingen (of combinaties van oplossingen) niet te belemmeren. De in lid 5 van de uitwerkingsregels opgenomen bepaling zorgt

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

80

er voor dat, indien gedeputeerde staten vóór de vaststelling van het bestemmingsplan hogere grenswaarden hebben verleend, deze hogere waarden uitgangspunt zijn voor de verdere uitwerking van het bestemmingsplan. Indien géén hogere grenswaarden zijn verleend, of in situaties waarop de verleende hogere grenswaarden geen betrekking hebben, dient de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) in acht te worden genomen. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de in de Wet geluidhinder geboden mogelijkheid om permanent geluiddichte gevels12 te realiseren gelden in principe geen restricties voor de situering van woningen. Ook de milieuzonering voor bedrijven is via de voorschriften geregeld. Bedrijven, voor zover behorende tot de categorieën 1 en 2 van de bij deze voorschriften behorende Staat van bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer, zijn binnen het plangebied toegestaan. De categorieën 1 en 2 garanderen een goed woon- en leefklimaat.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen voor de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die niet voorkomen in de tot het plan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten (lid 9), voor zover die bedrijfsactiviteiten naar aard en omvang maximaal gelijk te stellen zijn aan de toegelaten bedrijfsactiviteiten en deze overigens voldoen aan de afstandseisen uit lid 8. Hoofdstuk III: Algemene bepalingen: In de artikelen 5, 6 en 7 zijn algemene gebruiksbepalingen en algemene vrijstellings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Ook is er een anti-dubbeltelbepaling opgenomen (artikel 8). De anti-dubbeltelbepaling strekt ertoe dat gronden die al eens in aanmerking zijn genomen bij het verlenen van bouwvergunningen, niet nogmaals meegeteld kunnen worden. Dit geldt eveneens voor bouwwerken die tot stand zijn gekomen op basis van het voormalige besluit Meldingplichtige bouwwerken. Artikel 6 (algemene vrijstellingsbevoegdheden) maakt het mogelijk om vrijstelling te verlenen van: de situering van de op de plankaart aangegeven aanduidingen (niet betrekking hebbend op de structurerende elementen); in het plan gegeven maatvoeringen tot een maximum van 10%. Voor wijzigingen van de niet-structurerende elementen uit het plan is in artikel 7, lid 2 een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 11 van de WRO opgenomen. De argumentatie voor de keuze van dit instrument is tweeërlei.

Het eerste argument betreft de procedure. Aangezien een dergelijk wijzigingsplan eenzelfde procedure dient te volgen als een uitwerkingsplan, kan in voorkomend geval een gelijktijdige procedure worden doorlopen. De wijziging én de uitwerking worden in één plan gecombineerd. Het tweede argument voor de keuze van dit instrument is ingegeven door de rechtszekerheid. Doordat wijziging van het in de BIH beschreven stedenbouwkundige uitgangspunten een behoorlijke invloed op de te realiseren woonwijk kan hebben, is een procedure noodzakelijk waarbij aan alle belangen recht wordt gedaan. De structurerende elementen zijn van dermate belang voor het stedenbouwkundige plan dat daar niet van kan worden afgeweken. Ten behoeve van de flexibiliteit is een geringe afwijking van de op de plankaart aangegeven aanduiding echter bij recht toegestaan ( zie artikel 3, lid 3, onder a. t/m d.).

12

Een gevelconstructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 35 dB(A).

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

81

Hoofdstuk IV: Overgangs-, straf- en slotbepalingen. Tot slot zijn in dit hoofdstuk de gebruikelijke overgangsbepalingen, de strafbepaling en de titel van het plan opgenomen.

8.3. Plankaart De plankaart bevat tezamen met de voorschriften het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, de toegelaten bebouwing en het gebruik van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De plankaart is getekend op een digitale ondergrond schaal 1:3.000. Op deze ondergrond is de omliggende bebouwing ook aangegeven. Door middel van coderingen en/of arceringen is de bestemming aangegeven (Uit te werken woondoeleinden). Door de keuze voor een globale plansystematiek heeft de plankaart eveneens een tamelijk globaal karakter.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

82

9.

Inspraakprocedure Het bestemmingsplan heeft samen met het MER met ingang van 27 oktober tot en met 24 november 2005 in het kader van de inspraak ter inzage gelegen. Op 10 november 2005 is een inloopbijeenkomst gehouden. Tijdens de inspraakperiode zijn 6 schriftelijke reacties ontvangen. Tijdens de inloopbijeenkomst zijn er 3 reacties gegeven. Zie bijlage 1 “Commentaarnota Inspraak en artikel 10 Bro Bestemmingsplan Veenendaal-oost en MER Veenendaal-oost” gedateerd 16 maart 2006.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

83

10. Vooroverleg ex artikel 10 Besluit op de ruimtelijke ordening Zie bijlage 1 “Commentaarnota Inspraak en artikel 10 Bro Bestemmingsplan Veenendaal-oost en MER Veenendaal-oost” gedateerd 16 maart 2006.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

84

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

85

BIJLAGE 1

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

86

Inspraakreacties 1. 2. 3.

4. 5. 6. 7. 8. 9.

G. Bos, Dragonderweg 6, 3907 CZ Veenendaal A. Achterberg, Buurtlaan-oost 72, 3802 DB Veenendaal Makelaardij H. van Dijk, Binnenweg 9, 6745 XC De Klomp namens: a. B. van Dijk, Buurtlaan-oost 84, 3907 AC Veenendaal b. J.A. Folmer, Buurtlaan Oost 88, 3907 AC Veenendaal c. A. van Veldhuizen, Buurtlaan Oost 86, 3907 AC Veenendaal J.W.M. van Dillen, Benedeneind 15, 3902 HH Veenendaal A. Aarnoutse, Willem Barentszstraat 52, 3902 DG Veenendaal Makelaardij Van Ede, Wolfhezerweg 94, 6874 AH Wolfheze (namens S. van Ede en J. van Ede-Bos, Dragonderweg 24, 3907 HZ Veenendaal) C. van Bochoven, Dragonderweg 15, 3907 HX Veenendaal A. van Veldhuizen, Buurtlaan oost 86, 3907 AC Veenendaal I. Sabuncu, Pollux 203, Veenedaal

Korte inhoud reactie:

1. G. Bos, Dragonderweg 6 De inspreker is eigenaar van de Manege de Dragonder en maakt zich ernstig zorgen om het feit dat de gronden van het bedrijf bestemd zijn als “Uit te werken Woondoeleinden”. De gemeente beperkt het bedrijf in de ontwikkelingsmogelijkheden en biedt geen adequate oplossing. Reactie gemeente:

Met de eigenaar van het bedrijf is de gemeente bezig met het zoeken naar een andere locatie voor de manege. Onderhandelingen hiervoor zijn nog in volle gang. Gelet op de planning en de lange procedures voor het bestemmingsplan kan de gemeente niet wachten op de afronding van deze onderhandelingen. Korte inhoud reactie:

2. A. Achterberg, Buurtlaan-oost 72 a. Het MER gaat uit van een afsluiting van het Pakhuisviaduct terwijl hierover nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden. Verzocht wordt op formele besluitvorming, omdat anders het MER grondslag mist. b. Het MER is gebaseerd op een verouderd verkeersmodel. Inmiddels zijn de intensiteiten sterk toegenomen. c. De houdbaarheid van de voorgenomen knip in de woonwijk wordt betwijfeld. d. Het MER wijst uit dat er ingrijpende gevolgen zijn voor de leefbaarheid van bewoners aan de Buurtlaan-oost.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

87

Reactie gemeente:

Ad.a. Bij het opstellen van het MER zijn we uitgegaan van de huidige stand van zaken. Over de afsluiting van het Pakhuisviaduct zijn bestuurlijke afspraken gemaakt: deze blijft open tot het moment dat de Rondweg-oost is aangesloten op de A12. Daarna zal het Pakhuisviaduct kunnen worden afgesloten. Het projectbureau WERV (regio Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal) heeft op 21 december 2005 schriftelijk opdracht gegeven aan Arcadis om de directe verbinding EdeVeenendaal te onderzoeken. De uitkomsten van deze studie zijn naar verwachting begin voorjaar 2006 beschikbaar. Dan is duidelijk of het wenselijk is om het Pakhuisviaduct af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer uitgezonderd bussen en landbouwvoertuigen. Ad.b. Voor de MER is gebruik gemaakt van de huidige situatie (2001) en de toekomstsituatie (2015). Voor 2015 is uitgegaan van afsluiting van het Pakhuisviaduct. In 2004 is de A30 tussen de A12 en de N224 geopend. Dit heeft geleid tot gewijzigde verkeersstromen. De Buurtlaan-oost is één van de wegen waarover daardoor meer verkeer rijdt dan voorheen. In 2008 wordt de Rondweg-oost aangesloten op de A12. In 2009 zijn de wegwerkzaamheden op de A12 tussen Veenendaal en Ede afgerond. Prognoses geven aan dat dan de intensiteit op de Buurtlaan-oost zal afnemen. Ook ten opzichte van de huidige situatie.

De situatie op de Buurtlaan-oost wordt voortdurend in de gaten gehouden en heeft onze aandacht. Ad.c. In Petenbos, Dragonder en Dragonder-oost is ook van het begin af aan sprake geweest van een knip. Deze knippen zijn nog steeds een feit. Van de Brinkersteeg heeft de gemeente veel geleerd; we moeten zorgen dat de bewoners geen gewenning krijgen om via een ongewenste route gaan rijden. Dit is in Veenendaal-oost eenvoudig te realiseren analoog aan zoals dat in Dragonder-oost gedaan is. 1 Ad.d.

Verkeer Uit de tabellen op pagina’s 180 en 182 van het MER valt op te merken dat de Buurtlaan-oost minder verkeer krijgt te verwerken dan in de huidige situatie. In de situatie voordat Veenendaaloost gerealiseerd wordt, neemt het aantal motorvoertuigen duidelijk af. Na realisatie van Veenendaal-oost neemt het aantal motorvoertuigen weer toe. De prognoses geven aan dat het aantal verkeersbewegingen na realisatie van Veenendaal-oost minder is dan in de huidige situatie. 1 Geluid

Volgens de Wet geluidhinder treedt cumulatie op als de geluidbelasting van meerdere wegen op dezelfde gevel optreedt. De hogere grenswaarde mag maximaal aangevraagd worden voor een geluidbelasting van 65 dBA. Het binnenniveau moet wel altijd gegarandeerd 35 dBA zijn. Indien dit niet zo is, moet gedacht worden aan maatregelen zoals isolatie van de gevel/dak en geïsoleerd glas. Deze maatregelen komen dan voor kosten van degene die verantwoordelijk is voor de toename van het geluid (beheerder A12 of ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost). 1 Lucht

De normen voor luchtkwaliteit zijn meegenomen in de afweging.

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

88

Korte inhoud reactie:

3. Makelaardij Van Dijk Verzocht wordt het bestemmingsplan zodanig aan te passen dat de woningen van Buurtlaanoost 84, 86 en 88 blijven staan. Reactie gemeente:

De panden hebben de bestemming Uit te werken Woondoeleinden gekregen en kunnen op basis van dit bestemmingsplan blijven staan. Korte inhoud reactie:

4. a. b. c.

J.W.M. van Dillen, Benedeneind 15 Problemen worden verwacht m.b.t. de waterhuishouding t.o.v. de percelen langs de Grift. Eén aansluiting op de Rondweg-oost lijkt onvoldoende. Hierdoor ontstaan files op de Rondweg en bij de rotonde met alle overlast van dien. Veel water; wat te doen aan muggen?

Reactie gemeente:

Ad.a. Momenteel wordt in samenwerking met het Waterschap het huidige waterstructuurplan voor Veenendaal-oost opnieuw onderzocht. De uitkomsten hiervan zullen in de verdere procedure van het bestemmingsplan en de ontwikkeling van de wijk meegenomen worden. Ad.b. De Rondweg-oost is een provinciale weg. Bij het opstellen van het MER zijn alternatieve aansluitingen van Veenendaal-oost op de Rondweg-oost onderzocht. De conclusie was dat met name de verkeersafwikkeling van het verkeer op de Rondweg-oost verslechterde. Uit de studies is ook gebleken dat met aanpassing van de huidige rotondes de capaciteit van deze rotondes aanzienlijk verhoogd kan worden. In regionaal verband is tijdens deze studie al bij de Provincie Utrecht aandacht gevraagd voor dit probleem.

Ad.c. Dit probleem zal met de verdere uitwerking van de wijk aandacht krijgen.

Korte inhoud Reactie:

5. a. b. c. d.

A. Aarnoutse, Willem Barentszstraat 52 Er is gebruik gemaakt van een verouderd verkeersmodel. Er is geen rekening gehouden met verbreding A12. De Rondweg-oost wordt heel druk, er komt ook vervoer gevaarlijke stoffen over deze weg. Verzocht wordt om een uitspraak dat de knip in de wijk een hard gegeven is.

Reactie gemeente:

Ad.a. Zie 2b

Gemeente Veenendaal – Bestemmingsplan Veenendaal-oost

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10757594/2