CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

9.b Groenstructuurplan Veendendaal juni 2002

Raadscommissie 7 september 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Raadsvoorstel Correctieve herziening bestemmingsplan Woongebieden 201818.974 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

min. 3 meter

Veenendaal in haar omgeving

Samenstelling Het natuurtype betreft plas, oeverruigte, nat hooiland (gemaaide oever), elzensingel. De minimale breedte van het stadswater is 5 m. De oever is flauw (tenminste 1:4) en breed (tenminste 3 m vanaf waterlijn). Het vegetatietype betreft Riet-klasse, Verbond der grote zeggen, Kamgrasweide, Moerasspirea-associatie, Dotterbloemhooiland en Elzenbroekbos. De doelsoorten zijn groene kikker, rietvoorn, snoek, geelgerande watertor, groene glazenmaker, lantaarntje, roodoogjuffer, paardenbijter, fuut, grasmus, rietorchis, waterkruiskruid, wateraardbei, krabbenscheer, dotterbloem, echte koekoeksbloem, grote ratelaar, moeraslathyrus, ijle zegge, pluimzegge, gele lis.

2

Maatregelen De sanering van de overstortsituatie moet doorgaan. Het hengelen dient gereguleerd te worden (vaste visplekken). Steile oevers met hekken

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

43

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Kleine Karekiet

Slobkousbij

Bron: L. Jonsson, 1993

Bron: drs. E.J Weeda en Ch., R., T. Westra, 1988

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2

Model kleine karekiet (-, +) Doel Dit model staat voor robuuste natte natuur op plekken waar de waterkwaliteit niet is gegarandeerd maar wel redelijk de ruimte is. Het betreft met name de bredere waterpartijen in het noorden en westen van de stad. Het doel is de natte natuur in het stedelijk gebied waar mogelijk uit te breiden.

Verspreiding Actueel alleen goed ontwikkeld langs de Polderweg en de Industrielaan. Bedreigingen De belangrijkste bedreiging is verstoring. In het riet broedende vogels zijn gevoelig voor oeverrecreatie. Maatregelen In brede waterpartijen zoals aan de Industrielaan, Componistensingel, in het Surfmeer, Honzenelleboog, Dragonderpark e.d. kunnen plas/draseilanden worden aangelegd. Ook het zogenaamde dynamische systeem van de nieuwbouwwijken Dragonder-Oost en Veenendaal-Oost komen in aanmerking voor dit streefbeeld:

Model slobkousbij (-, -) Doel Dit model staat voor de kleinschalige natte natuur van de smalle oevers langs de stadswateren. Het doel is de kwaliteit hiervan te verbeteren. Samenstelling Het natuurtype betreft oeverruigte. De oever is bij voorkeur flauw (tenminste 1:4) en breed (tenminste 3 m vanaf waterlijn). Het vegetatietype betreft Riet-klasse, Associatie van Moerasspirea en Valeriaan en rompgemeenschap van Haagwinde en Riet. De doelsoorten zijn slobkousbij, icarusblauwtje, grote wederik, kattenstaart, moerasrolklaver, pinksterbloem Verspreiding Actueel bijvoorbeeld langs de Spitsbergerweg, Palmengrift en in het Stadspark. Potentieel langs alle oevers Bedreigingen De belangrijkste bedreiging is verruiging door te veel randinvloeden, slecht groenbeheer of vermesting (ganzen, honden).

Veenendaal in haar omgeving

Samenstelling Het natuurtype betreft plas, waterriet en wilgenstruweel. De minimale breedte van het stadswater is 10 m. Het natuurtype is gesitueerd op de flauwe oever (tenminste 1:4) of op een eiland (tenminste 1 are) Het vegetatietype betreft Riet-klasse en Verbond der wilgenbroekstruwelen. De doelsoorten zijn kleine karekiet, bosrietzanger, waterhoen, meerkoet, bruine kikker, karper, blankvoorn, riet, poelruit, gele lis.

Minimaal 10 X 10 meter

Maatregelen Het ecologisch beheer van de oevers mag niet te extensief worden. Maaisel moet worden afgevoerd. Verder is het belangrijk dat het ruige deel niet te smal is. Het hekwerk moet hoger op het talud worden geplaatst.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

45

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Winde Bron: H. W. de Nie, 1997

Kamsalamander Bron: REBO natuurgids, 1992, Zutphen, Amfibien en reptielen

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2 Model kamsalamander

Doel Dit model is bedoeld als corridor en leefgebied van aquatische fauna en oevergebonden, niet-kwetsbare landnatuur. De corridorfunctie is van regionaal belang. Het Valleikanaal is de belangrijkste natte verbinding van de Gelderse Vallei.

Doel Dit model is bedoeld als corridor en leefgebied van kwetsbare natte landnatuur. De corridorfunctie is van regionaal belang. De natuurontwikkelingszone tussen Ede en Wageningen verbindt de Hellen met de Kampjes.

Samenstelling Het natuurtype betreft oeverruigte, elzensingel en laaglandbeek. De oever is bij voorkeur flauw (tenminste 1:4) en breed (tenminste 3 m vanaf waterlijn). Het water is stromend, zuurstofrijk en matig voedselrijk (streefbeeld !). Het vegetatietype betreft Riet-klasse, Associatie van Moerasspirea en Valeriaan en rompgemeenschap van Haagwinde en Riet, Associatie van Grauwe wilg en Zwarte els, Verbond van Grote waterranonkel. De doelsoorten zijn alver, riviergrondel, winde, serpeling, lantaarntje, paardenbijter, grote engelwortel

Samenstelling Dit model bestaat uit een corridor met stapstenen, ingebed in een landschapszone. Natte elementen met name poelen zijn essentieel. De landschapszone moet minimaal 250 m breed zijn, de corridor 15 m. De natuurtypen betreffen moerasruigte, wilgenstruweel, vochtig schraalland, elzenbosjes, elzensingel, laaglandbeek, poel e.d. De vegetatietypen betreffen o.a. Riet-klasse, Associatie van Moerasspirea en Valeriaan, Associatie van Grauwe wilg en Zwarte els, Elzen-Eikenbos, Elzenbroekbos, Verbond der grote zeggen, Kamgrasweide, Dotterbloemhooiland. De doelsoorten zijn kamsalamander, ringslang, heikikker, steenuil, kleine ijsvogelvlinder, wielewaal, pluimzegge, ijle zegge et cetera (zie model moerasviooltje)

Verspreiding Grift of Valleikanaal Bedreigingen De belangrijkste bedreigingen zijn versnippering (stuwen, duikers, bruggen, wegen, harde beschoeiing) en vermesting (overstorten, inlaat rijnwater, diffuse bronnen) Maatregelen Denkbare maatregelen op het grondgebied van de gemeente Veenendaal zijn de aanleg van een natuurvriendelijke oever op plekken waar dat mogelijk is (liever kort en breed dan lang en smal), de aanleg van vistrappen (o.a. langs de stuw bij Roode Haan en bij aansluiting op stadswater), de aanleg van een stapsteen bij overhoek Pionier/RondwegWest in de vorm van een nevengeul of afgesneden beekarm, de sanering van de overstortsituaties (nu nog 8 die direct op de Grift lozen) en de instelling van een hoger winterpeil.

Verspreiding De natuurontwikkelingszone Ede-Wageningen en de groenzone ISEVplus

Bedreigingen De belangrijkste bedreigingen zijn versnippering (stuwen, duikers, bruggen, viaducten, wegen, spoorlijnen, bedrijventerrein) en gebrek aan financiën en/ of politieke wil, die nodig zijn voor realisatie.

Veenendaal in haar omgeving

Model winde

Maatregelen Denkbare maatregelen zijn het instellen van een intergemeentelijk projectteam, de aanstelling van een rentmeester (t.b.v. grondaankoop, subsidieaanvraag e.d.), de voorfinanciering van de grondaankoop, het instellen van een groenfonds et cetera. Deze maatregelen zijn nodig om de realisatie zo goedkoop en zo snel mogelijk van de grond te krijgen.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

47

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Ruimtelijke opbouw

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

ƒ

centrum

ƒ

woongebieden

ƒ

werkgebieden

ƒ

grote groene gebieden

ƒ

agrarisch gebied

ƒ

wegen

ƒ

spoorlijnen

ƒ

waterlopen

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2

2.5 Stedenbouwkundige context De ruimtelijke opbouw In grote lijnen bestaat de ruimtelijke structuur van Veenendaal uit het Centrum, een aantal woongebieden, werkgebieden, agrarisch gebied en natuurgebied. De gebieden worden met elkaar en met andere gebieden verbonden door infrastructuur: wegen en straten voor auto’s en langzaam verkeer, spoorlijnen en waterlopen. Elk element dat de ruimtelijke structuur van de stad bepaalt wordt kort beschreven. Vervolgens komt de rol van het groen aan de orde en de samenhang met andere elementen.

Het groen Groen is in het centrum beperkt aanwezig. De enige groene plek van formaat is de Duivenweide, die echter versnipperd is door de aanwezigheid van een drietal parkeerclusters op het maaiveld. Verspreid in het Centrum komen (grote) straatbomen voor. Van onderlinge samenhang tussen de bomen is echter geen sprake. De woongebieden De woonwijken van Veenendaal zijn over het algemeen jong. Vooroorlogse woongebieden zijn betrekkelijk weinig aanwezig. Na de oorlog heeft de groei van de stad een grote vlucht genomen, wat

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Centrum Typering: ƒ verzorgende functie ƒ markt en scheepjeshof als polen ƒ hoofdstraat als as ƒ parkeren vanaf centrumring

Veenendaal in haar omgeving

Het Centrum Het Centrum is het kloppend hart van Veenendaal. Het heeft een verzorgende functie voor de stad en haar omgeving en herbergt een grote diversiteit aan functies als woningen, winkels, bedrijven, culturele en recreatieve voorzieningen en scholen. Hier komen vormen van gestapeld bouwen voor. Het Centrum trekt bezoekers uit de verre omgeving. Ruimtelijk gezien is het centrum geordend langs een as (Kerkewijk/ Hoofdstraat) met de Markt en Scheepjeshof als polen. Het raadhuis ligt enigszins decentraal, maar er zijn enkele verbindingen met de Hoofdstraat gemaakt. De openbare ruimte is overwegend stenig van karakter. Het centrum wordt begrensd door de Binnenring, van waaruit een aantal geconcentreerde parkeerplaatsen bereikbaar is.

Groen: ƒ groen in winkelstraten ƒ park Duivenweide ƒ laanbeplanting

49

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Woongebieden Typering: ƒ sterk na-oorlogse groei ƒ architectonische perioden ƒ veel gestapelde woningbouw ƒ herstructurering Groen: ƒ groene voortuinen ƒ tuinstad ƒ wijk- en buurtgroen ƒ snippergroen ƒ inprikkers

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2

zichtbaar is aan het hoge aandeel gestapelde woningen in de wijken van de zestiger en de zeventiger jaren. In de meeste gevallen zijn de ‘architectonische’ perioden goed afleesbaar, hetgeen de verscheidenheid en de diversiteit ten goede komt. Dat draagt bij aan de herkenbaarheid van de wijken als zelfstandige ruimtelijke eenheid. In de oudere wijken, met van oudsher een sterke menging van wonen en werken, heeft de oude werkfunctie veelal plaatsgemaakt voor wonen. Daar is sprake van een ‘mozaïek’ van architectuur.

De werkgebieden Ook in de werkgebieden laat het tijdsbeeld zich aflezen. Het Ambacht ontwikkelde zich aanvankelijk nabij de spoorlijn en is als Nijverkamp in westelijke richting uitgebreid. Beide gebieden zijn te kenschetsen als reguliere bedrijventerreinen. De nieuwere terreinen de Factorij en de Compagnie profileren zich meer als kantoren- en zichtlocaties en onderscheiden zich van de andere door een ander type bedrijvigheid en architectuur. Het groen De laanbeplanting langs de ontsluitingswegen bepaalt in de werkgebieden de groenstructuur. Op de particuliere terreinen heeft opslag en parkeerruimte prioriteit boven een wervende groene inrichting van het perceel.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Werkgebieden Typering: ƒ regulier bedrijventerrein ƒ zichtlokaties ƒ herstructurering

Veenendaal in haar omgeving

Het groen Elke bouwperiode kent zijn eigen visie op het groen in de woonwijk. In de vooroorlogse woonbuurten is vrijwel geen openbaar groen aanwezig. Het groene karakter van deze buurten is doorgaans te danken aan diepe voortuinen en brede percelen, waardoor de ‘groene’ belevingswaarde hier hoog kan zijn. De stedebouw van de periode vlak na de oorlog kenmerkt zich door plaatsing van de gebouwen als objecten in de ruimte en een sterke verweving van stenige en groene ruimten. Het is niet vreemd dat het element water prominent in de woongebieden aanwezig is. In de latere wijken vindt ook wijkgroen een plaats, zoals het Dragonderpark. De wijken van de jaren zeventig en tachtig kenmerken zich door grote aandacht voor verkeersveiligheid. De aanleg van woonerven had een sterke versnippering van het openbare groen als gevolg. In de jaren negentig kwam de kentering door het groen als ‘inprikkers’ als structurerend element in de wijken op te nemen.

Groen: ƒ laanbeplanting

51

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Grote groene gebieden Typering: ƒ stadspark ƒ sportparken ƒ begraafplaatsen ƒ inprikkers Groen: ƒ natuur ƒ functie ƒ identiteit ƒ gebruik

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2

Het groen Het groen binnen de groene gebieden is door zijn functionele verscheidenheid zeer divers van aard. De parken zijn met name ingericht op hun algemene recreatieve functie. De sportparken, begraafplaatsen en de natuurgebieden zijn daarentegen beperkt toegankelijk. Daar gelden specifieke eisen aan inrichting en beheer voor de specifieke functies. Agrarisch gebied Het agrarisch gebied is binnen de gemeentegrenzen beperkt aanwezig. Het gebied ten zuiden van de Dijkstraat herbergt verschillende stadsrandfuncties en is door haar omvang en ligging niet geschikt als duurzaam agrarisch gebied. Momenteel wordt een nieuwe duurzame ruimtelijke en functionele invulling van het gebied onderzocht. Het gebied aan weerszijden van de Middelbuurtseweg is te klein van omvang voor een serieuze agrarische functie. Het gebied aan de westzijde van de Dragonderweg wordt tot ontwikkeling gebracht als woongebied en heeft geen agrarisch perspectief. Het gemeentelijk grondgebied aan de noordzijde van de A12 ligt ingeklemd tussen de snelweg en de spoorlijn en is onderdeel van de Utrechtse Vallei. Het groen Het groen in de agrarische gebieden is sterk gerelateerd aan de verschillende landschapstypen en kenmerkt zich door begeleidende beplanting langs watergangen en kavelgrenzen en erfbeplanting bij

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Agrarisch gebied Typering: ƒ beperkte omvang ƒ deel van geheel

Veenendaal in haar omgeving

Grote groene gebieden De ‘grote’ groene gebieden binnen de gemeentegrenzen bestaan uit de parken, de groene lobben, de sportparken en de begraafplaatsen. Op lokaal niveau hebben deze groengebieden gebruiksen belevingswaarde. De beschermde gebieden de Hel en de Blauwe Hel en de in mindere mate beschermde omgeving van de Dijkstraat liggen op de overgang naar het buitengebied. Dit groen van formaat geeft samen met het groen buiten de gemeentelijke grenzen een toegevoegde waarde aan het stedelijk groen door hun omvang en diversiteit. Ruimtelijk gezien vormen het stadspark, het sportcomplex de Groene Velden en de Hel en de Blauwe Hel een eenheid. Het stadspark ligt enigszins decentraal ten opzichte van het centrum, maar ligt wel te midden van de omringende flats.

Groen: ƒ lineair ƒ erfbeplanting ƒ begeleidende beplanting

53

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Infrastructuur Typering: ƒ Grift ƒ linten ƒ spoorlijnen ƒ centrumring ƒ rondwegen ƒ fietsnetwerk

Groen: lineair karakter laanboombeplanting eenheid uitvoering hagen

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

boerderijen en huizen. Het groen heeft over het algemeen een lineair karakter en heeft een belevings- en vaak ook ecologische waarde. Waterlopen Water is van oudsher veel aanwezig in het gebied. De beheersing van het water leidde al tot het graven van de Grift, en ook in de naoorlogse gebieden is water veelvuldig toegepast uit vormgevende en functionele overwegingen.

2

Het groen De bermen langs de spoorlijnen hebben doorgaans een hoge ecologische waarde door het continue karakter en de geringe verstoringen.

Weginfrastructuur De weginfrastructuur bestaat uit de hoofdwegen, de gebiedsontsluitingen en het langzaamverkeersnetwerk. Ze zorgen voor onderlinge verbindingen en verbindingen met andere gebieden. Aanvankelijk fungeerden de bebouwingslinten voor de nodige verbindingen. Met de toename van het autoverkeer ontstonden een eerste ring rond het centrum, de Binnenring, en een tweede ring (Rondweg-West en Grote Beer). Om de ontsluitingsstructuur te vervolmaken wordt nu ook een Rondweg-Oost aangelegd. De woongebieden hebben alle hun eigen ontsluitingsprincipe. Voor het langzame verkeer is een fijnmazig netwerk aangelegd, dat op veel plaatsen de autostraten en spoorwegen ongelijkvloers kruist. Het groen Het groen langs de infrastructuur is vooral lineair van karakter. De later aangelegde wegen zijn voorzien van brede bermen met laanboombeplanting. Er is sprake van een zekere eenheid in de uitvoering. Zo komen hagen in de wegprofielen veelvuldig voor, hetgeen Veenendaal onderscheidt van andere gemeenten. Langs de Rondweg West markeren aarden wallen de overgang naar de aangrenzende woongebieden als uitvloeisel van de wetgeving over de geluidhinder. Spoorlijnen

Veenendaal in haar omgeving

Groen In de oudere gebieden is het groen in de taluds ondergeschikt aan de functie van de waterlopen. In de nieuwere wijken is het ‘buurtwater’ meer geïntegreerd in de wijkgroenvoorziening.

Van de beide spoorlijnen heeft de lijn Utrecht - Rhenen de meeste betekenis voor Veenendaal. Deze lijn heeft twee stations, een hoofdstation en een halte voor de westelijke wijken.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

55

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Aandachtspunten 1.

relatie versterken Ruisseveen – sportpark Panhuis – Rondweg-oost

2.

verbindingszone Spitsbergensportpark - Dragonderpark

3.

relatie versterken sportpark De Groene Velden– Stadspark – Schrijverswijk – centrumring

4.

relatie versterken station – centrum

5.

boulevard Rondweg-oost

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2

2.6 Conclusies ruimtelijke context

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Veenendaal in haar omgeving

Terugkijkend op de ligging van Veenendaal in haar omgeving kunnen de volgende conclusies worden getrokken; ƒ De omgeving heeft hoge landschappelijke, ecologische en recreatieve kwaliteiten ƒ Er is in ruimtelijk opzicht een groot contrast tussen de landschapstypen. De beboste heuvelrug aan de zuidzijde, het Binnenveld met natte natuur aan de oostzijde en de Gelderse Vallei aan de noordzijde ƒ De ecologische kwaliteiten in het stedelijk gebied zijn beperkt evenals de onderlinge samenhang. De milieukwaliteit van het water is in potentie hoog, maar wordt momenteel niet gehaald door de vele overstorten ƒ De aansluiting van de stedenbouw op landschappelijke en historische patronen is niet sterk. De herkenbaarheid van landschappelijke elementen als de Grift en de oude linten is daardoor moeilijk ƒ De recreatieve waarde van het buitengebied is groot en gevarieerd, door de verscheidenheid van de landschapstypen. De ontsluiting en aansluiting op het stedelijk gebied zijn niet altijd optimaal ƒ De wijken zijn planmatig opgebouwd, eerst langs het knooppunt van de Grift en de oude linten, later rondom de rondwegen ƒ De verkeerstructuur is zeer herkenbaar binnen het stedelijk gebied van Veenendaal

57

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

3. Hoofdgroenstructuur

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Onderdelen Hoofdgroenstructuur

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

1.

Grift

2.

oude linten

3.

pleinen

4.

parken

5.

begraafplaats en sportparken

6.

binnenring

7.

rondweg

8.

‘1 Goeie Spoor, Industrielaan en Wageningselaan

9.

snelweg, spoorlijnen en entrees

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

3. Hoofdgroenstructuur 3.1 Algemeen Uitgangspunten visie Uit de analyse van Veenendaal in haar omgeving is een aantal conclusies getrokken. Hierop volgend kunnen uitgangspunten geformuleerd worden voor het groen in het stedelijk gebied.

Doel voor de hoofdgroenstructuur is de identiteit en kwaliteit van de afzonderlijke elementen te vergroten, waarbij de aanwezige of gewenste samenhang (structuur) tussen de verschillende elementen en patronen als kader geldt. Deze doelstelling houdt in dat er keuzes gemaakt dienen te worden voor een gewenste inrichting per onderdeel van de hoofdgroenstructuur en dat deze wensbeelden in de toekomst richting gevend zijn. In dit hoofdstuk worden alle onderdelen ieder afzonderlijk onder de loep genomen. Per onderdeel wordt een beschrijving gegeven van de huidige karakteristiek en een visie gegeven op het gewenste beeld en gebruik. De onderdelen van de hoofdgroenstructuur bepalen samen de belangrijkste identiteit van het groen in Veenendaal. Bezoekers van de gemeente zullen vooral met deze hoofdgroenstructuur kennis maken. De bewoners hebben daarnaast ook in belangrijke mate te maken met het groen in de wijken. Dit groen in de wijken komt in het volgende hoofdstuk aan de orde.

Hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur van Veenendaal is opgebouwd uit elementen die een betekenis hebben voor de hele stad. Zij kunnen één of meerdere functies vervullen, welke van belang zijn voor de hele gemeente. Zij komen voort uit de analyse van de landschappelijke, ecologische, historische en stedenbouwkundige patronen. Er zijn 9 onderdelen van de hoofdgroenstructuur onderscheiden. 1. De Grift 2. De oude linten 3. De belangrijkste pleinen 4. De parken 5. De begraafplaatsen en sportparken 6. De Binnenring 7. De rondweg 8. ’t Goeie Spoor, Industrielaan en Wageningselaan 9. De snelweg, spoorlijnen en entrees

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Hoofdgroenstructuur

De relatie van het groen met de landschappelijke ligging en ondergrond kan worden vergroot. Er dient te worden gestreefd naar het realiseren van de ecologische structuur en de bijbehorende ecologische modellen. De aansluiting van het groen in het stedelijk gebied en het buitengebied kan worden versterkt in ruimtelijke en functionele zin (routes). Het groen dient bij te dragen aan de ruimtelijke afwisseling en oriëntatie binnen het stedelijk gebied.

3

Veenendaal: ƒ

groenste stad van Nederland

ƒ

in oppervlakte niet veel groen

ƒ

door inwoners als groen en goed verzorgd ervaren

59

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Parkachtig karakter Landschappelijk karakter -

knotwilgen elzen

-

treurwilgen kades

Landschappelijk karakter -

De Grift: bestaande situatie

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

De Grift: het voorstel

knotwilgen elzen

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

3.2 De Grift

Visie Het is belangrijk zo veel mogelijk te kiezen voor één bepaalde inrichting van de oevers. Hierdoor wordt de herkenbaarheid van de Grift en het Omleidingskanaal vergroot, ongeacht de plek waar men deze aantreft. Met een onregelmatige boombegroeiing is de herkenbaarheid groter dan met een dichtbegroeide oever. • Deze begroeiing kan ter hoogte van het centrum, tussen de rondweg West en -Oost een parkachtige uitstraling krijgen door te kiezen voor gecultiveerde boomsoorten als treurwilgen op onregelmatige afstand van elkaar. Ook kunnen hier plaatselijk kades worden toegepast. • Naar de buitenzijde toe kan gekozen worden voor een meer landschappelijke inrichting van de oevers met verspreid staande wilgen, elzen en knotwilgen.

-

de aanleg van vistrappen (o.a. langs de stuw bij Roode Haan en bij nieuwe aansluitingen op het stadswater zoals in het Stadspark en Veenendaal-Oost de aanleg van een stapsteen bij overhoek Pionier/RondwegWest in de vorm van een nevengeul of afgesneden beekarm de sanering van de overstortsituaties (nu nog 8 die direct op de Grift lozen) de instelling van een hoger winterpeil.

Het is wenselijk de ontbrekende schakels in de fietspadenstructuur langs de Grift op te heffen. Een doorgaand fietspad kan een korte en unieke herkenbare verbinding vormen tussen de wijken, het buitengebied aan weerszijde van Veenendaal en het centrum.

De Grift in een profiel met landschappelijke beplanting van knotwilgen en elzen

Hoofdgroenstructuur

Karakteristiek De Grift is halverwege de 15e eeuw gegraven. Zij vormde de ader van de veenontginning is dus een zeer oude structuurdrager binnen Veenendaal. Halverwege de 19e eeuw werd de Grift ter plekke van het centrum verlegd en omgeleid door het Omleidingskanaal. Begin 20e eeuw werd in het centrum de oude loop gedempt. De huidige loop doorkruist nu meerdere wijken en vormt tevens de zuidgrens van het centrum. Het water is lang niet overal als doorgaand lijnelement te herkennen. Dit komt doordat de groene, verkeerskundige en stedenbouwkundige inrichting per plek verschillen. Ook zijn de oevers soms uitgegeven aan particulieren, zodat deze als tuin is ingericht. Langs grote delen van de Grift ligt een fietspad. Hierin missen echter enkele schakels.

3

In ecologisch opzicht dient te worden gestreefd naar het model Winde. De volgende maatregelen brengen dit model ten uitvoer. De maatregelen dienen nader afgestemd te worden met het Waterschap Vallei & Eem en de hengelsportverenigingen. de aanleg van een natuurvriendelijke oever op plekken waar dat mogelijk is (liever kort en breed dan lang en smal) zoals in het Stadspark, Prins Willem-Alexanderpark, sportpark Panhuis e.d. De Grift in een profiel met parkachtige beplanting van treurwilgen

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

61

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

1. De Grift ter hoogte van Woonwijk-west

3. De Grift t.h.v. Stadspark en Schrijverswijk

2. De Grift ter hoogte van de Rossiniweg

4. De Grift ter hoogte van het centrum

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Woonwijk West In de wijk West vormt de Grift de scheiding tussen twee buurten. Mede door de landschappelijke beplanting vormt de Grift een duidelijk structuurelement. Alleen fietsers kunnen hierlangs een doorgaande route fietsen. Door de knikken in het tracé is het continue karakter niet overal even herkenbaar. Rondweg West Vanaf de wijkontsluiting de Pionier en de rondweg West kan de Grift visueel beter herkenbaar worden vormgegeven door bij de kruising tussen de Grift en de rondweg ten zuiden van het benzinestation het lineaire karakter van de boombeplanting langs de Grift te benadrukken.

3 Dragonder-Oost Bij het Geldersch Benedeneind heeft de Bisschop Davidsgrift nog het meest oorspronkelijk karakter. Dit komt door het samenspel van de deels oude bebouwing, het water en restanten van de beplanting. Bij de ontwikkeling van de wijk dient het Benedeneind niet betrokken te worden als ontsluiting van de wijk. Dit past niet bij het kleinschalige karakter. Wel kan dit lint als een groene en langzaam verkeer route voor de wijk dienen. De landschappelijke beplanting dient plaatselijk te worden aangevuld, wellicht ook in overleg met en op grond van particulieren aan de zuidzijde van het Benedeneind.

Hoofdgroenstructuur

Molenbrug De hoogopgaande beplanting langs de Grift wordt binnenkort vervangen. De Grift dient bij herinrichting beter herkenbaar te zijn volgens de parkachtige inrichting van het centrumgebied. Aan de noordzijde kan mogelijk het fietspad worden doorgetrokken. Centrum Ten zuiden van het centrum kiezen voor een eenduidige inrichting van de oevers. Aan de zuidzijde, de kant van de woonwijken is plaatselijk ruimte voor een natuurlijke inrichting van de oevers. De centrumzijde heeft een meer open parkachtige inrichting, die aansluit bij de stedelijkheid van het centrum. De inrichting ter hoogte van de Duivenwal en de verlengde Raadhuisstraat geldt hier als voorbeeld, zie ook de foto. Bij de Raadhuisstraat dient de inrichting van de oevers hierop aan te sluiten. De dichte beplanting aan de noordzijde dient transparanter en meer parkachtig te worden. Stadspark en Schrijverswijk Het Omleidingskanaal zal ter hoogte van het Stadspark wederom worden verlegd. De begeleidende beplanting langs het kanaal dient hier opnieuw te worden aangelegd, zodat het kanaal als geheel herkenbaar blijft.

5. De Grift ter hoogte van Dragonder-oost

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

63

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

voetgangersgebied doorgaande route Oude linten – bestaande situatie

woongebied buitengebied entree niet radiaal

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Oude linten - voorstel

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

3.3 Oude linten Karakteristiek De linten zijn van oorsprong de belangrijkste wegen in Veenendaal. Ze liggen voornamelijk radiaalsgewijs naar het centrum (de oude zwaaikom). Daarnaast zijn er enkele oost-west gerichte linten; Dijkstraat, Middellaan en Middelbuurtseweg en de Buurtlaan. Binnen de hoofdgroenstructuur zijn met name de radiale linten van belang. De belangrijkste karakteristiek van de radiale linten is het doorgaande karakter van het centrum tot in het buitengebied en de aanwezigheid van diverse oude bebouwing. Het profiel en de inrichting verschilt sterk per lint. Beplanting is vaak niet of niet continu aanwezig. Naar het buitengebied neemt de beplanting vaak iets toe.

3

Voor de linten is het passend grote inheemse loofbomen van droge, matig voedselrijke zandgrond te gebruiken zoals zomereik, wintereik, zomerlinde, winterlinde, berk, els, beuk, haagbeuk, paardekastanje, gewone esdoorn, zoete kers of Robinia.

Hoofdgroenstructuur

Visie De radiale linten liggen zowel in het centrum, als in de woongebieden en het buitengebied. Ze kunnen als volgt worden gegroepeerd. ƒ ƒ ƒ ƒ

De linten Kerkewijk en Zandstraat hebben een breed profiel en vormen belangrijke doorgaande routes van buiten naar het centrum. De Nieuwe weg en Prins Bernhardlaan zijn smaller, maar hebben eveneens een belangrijke verkeersfunctie. De Munnikenweg, Vendelseweg en Verlaat hebben vooral een woonfunctie. In het centrum hebben de Hoofdstraat en Hoogstraat een bijzondere functie als winkelgebied.

Om de eenheid in de linten te versterken dient de inrichting van de linten op elkaar afgestemd te worden. Dit principe wordt ook voorgestaan in de Structuurvisie. Het is onder andere mogelijk met bomen de continuïteit te versterken. De afslag Veenendaal van de A12 is van een hogere orde en dient in afwijking van het oude lint te worden vormgeven als stadsentree. Bij een kruising van de linten met de Binnenring dient het lint herkenbaar te blijven. Bij een kruising van een lint met de Rondweg moet het lint zover mogelijk tot aan de rondweg komen en consequent worden vormgegeven.

a. b. c.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Ruim lint doorgaande route (Kerkewijk, Zandstraat) Smal lint door de wijk (Nieuweweg, Pr. Bernhardlaan) Lint met woonfunctie (Munnikenweg, Vendelseweg)

65

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

1. Munikkenweg, lint in woongebied

3. Verlaat, Valleistraat, oud lint in woongebied

2. Het lint van de Vendelseweg

4. Valleistraat, de oude loop van de Grift

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

3

Munniken- en Holleweg Het lint van de Munnikenweg / Vendelseweg wijkt ter plaatse van de Vendelseweg af van de radiale structuur. Het lint is in gebruik als een buurtweg. Het doorlopend verkeer is geweerd. Jammer is dat in de ruimtelijke inrichting het rechtlijnige en doorgaande karakter van de linten is verlaten door het plaatsen van parkeer- en beplantingsstroken aan weerszijden van de weg. Het doorgaande karakter van het lint kan weer worden benadrukt door opgaande elementen zoals parkeer- en beplantingsvakken te groeperen aan één zijde van de weg, zie ook de doorsnede. Bovendien kan voor een meer landschappelijke boomsoort worden gekozen passend op de bodemsoort, zoals elzen of berken.

Verlaat, Valleistraat In dit lint heeft vroeger de Grift gelopen. Het lint is voor het doorgaand verkeer opgeknipt in meerdere stukken. De Grote Beer krijgt echter een lagere functie bij de realisatie van de rondweg Oost. Het doorgaande karakter van dit oude tracé van de Grift dient in ruimtelijk opzicht te worden benadrukt door een eenheid in vormgeving. Mogelijk kan worden gerefereerd aan de gedempte Grift, door in het profiel een iets verlaagde ligging van de rijweg te realiseren met aan weerszijden van de rijweg groen en bomen en een smalle stoep, zie ook de doorsnede.

De gedempte Grift is ontwikkeld Valleistraat met een woonfunctie.

tot

de

Hoofdgroenstructuur

Vendelseweg Het oude lint is in de Vendelseweg vanwege de nieuwe stedenbouw niet meer goed herkenbaar. Bij een toekomstige herinrichting dient het doorgaande karakter van het lint en begeleiding met een boombeplanting als uitgangspunt te dienen.

Bij het doortrekken van de Raadhuisstraat in oostelijke richting dient ter hoogte van de kruising met de Valleistraat in ruimtelijke zin aandacht te worden besteed aan deze kruising. Daar waar de oude loop is omgebogen naar het Omleidingskanaal is de ruimte dichtbeplant. De relatie tussen het oude en nieuwe tracé van de Grift mag ruimtelijk waar te nemen zijn door een doorkijk te maken in de huidige beplanting.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

67

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

1. Nieuwe weg, Achterstraat

3. Hoofdstraat, voetgangersgebeid

2. Prins Bernhardlaan

4. Hoofdstraat; onoverzichtelijk

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

worden uitgevoerd, refererend aan de vroegere loop van de Grift. Aan weerszijden kunnen het (deels bestaande) groen, terrassen en andere elementen in een strook gesitueerd worden. Bij de herinrichting dient te worden gekozen voor meer continuïteit in de boomstructuur in soortkeuze en situering. Het gedeelte van de Nieuwe weg in het centrum wordt met een nieuwe, kleinschalige stedenbouwkundige invulling van de wanden weer teruggebracht tot lint. Ook hier kan boombeplanting het lint benadrukken.

Hoofdgroenstructuur

Nieuwe weg De Nieuwe weg is een lint met van oorsprong een bocht erin. Door de gewijzigde verkeersstructuur ten opzichte van vroeger is het lint onderbroken ter plaatse van de A12, de rondweg noord en de Bevrijdingslaan (Centrumrondweg). De aansluiting met de Noordelijke rondweg (Grote Beer) is dichtgeplant met bomen. De oriëntatie op de molen is in het middengedeelte (Gelderse Blom) sterk aanwezig. De Nieuwe weg heeft een ruime rijbaan, maar geen vrijliggende fietspaden. Beplanting is in geringe mate in de voortuinen aanwezig, in de openbare ruimte afwezig. In de Nieuwe weg dient het karakter van het lint te worden versterkt door het aanplanten van boombeplanting. Er dient in samenhang met de gewenste verkeerssituatie te worden onderzocht of naast vrijliggende fietspaden en parkeerplaatsen een éénzijdige boombeplanting mogelijk is, zie ook de doorsnede

3

Ter plaatse van de A12 wordt een nieuwe stadsentree van Veenendaal ingericht. Dit is belangrijker dan het oude lint. Prins Bernhardlaan De Prins Bernhardlaan is een lint met aangrenzende fietspaden. De bebouwing staat dicht op het lint, tuinen zijn afwezig. Vanuit het groen bestaat net als in de Nieuwe weg de wens hier minimaal een één zijde boombeplanting te realiseren om het lint te benadrukken. Zie doorsnede op bladzijde 65. Hoofd- en Hoogstraat Gedeelten van de linten in de Hoofd- en Hoogstraat in het centrum zijn ingericht als voetgangersgebied. In de huidige inrichting is er voor gekozen de verkeersvrije zone in het midden te laten verspringen. Hierin staan diverse elementen zoals bloembakken, een kiosk, fietsenrekken en beplanting. De beplanting bestaat uit verschillende boomsoorten zoals lindes, platanen en robinia’s. Al met al is het beeld erg rommelig. Met een aantal integrale aanpassingen dient het ruimtelijk beeld van deze belangrijke linten aanzienlijk te worden versterkt, zie ook het Handboek Openbare Ruimte. De verkeersvrije fietszone dient in het midden als een rechte lijn vrij gehouden te worden van obstakels. Deze zone dient bij herinrichting iets verlaagd en in natuursteen te

Het voetgangersgebied van de Hoofdstraat; groeperen van alle opgaande elementen binnen stroken.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

69

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

1. Kerkewijk; lint als doorgaande route

2. Zandstraat, bij de aansluiting op het centrum kan de continuiteit nog worden doorgezet

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

3

Kerkewijk Het lint Kerkewijk heeft een ruim profiel. Vanuit het centrum is over het lange lint de stuwwal zichtbaar en voelbaar. Aan weerszijden staan eiken en esdoorns in blokhagen van euonymus. Er ligt een kleine verspringing in de weg. Dit is jammer voor het doorgaande karakter. Ook de bomen in de particuliere tuinen dragen bij aan het groene beeld van de weg. Opvallend is dat de dichtheid van de bomen naar het zuiden toeneemt. Kerkewijk is een voorbeeld van een goed ingericht lint. Aan de zuidzijde bij de aansluiting van Kerkewijk op de rondweg dient de beplanting langs het lint te worden aangevuld om deze entree ten opzichte van de hertenkamp sterker vorm te geven. Panhuis – Zandstraat Dit lint lag vroeger langs de Grift. Deze is in 1920 gedempt. Het profiel van de weg is net als in Kerkewijk ruim en heeft een functie voor de ontsluiting van het centrum. Aan beide zijden komt lindebeplanting voor en blokken haagbeplanting van veldesdoorn en liguster. De continuïteit van het lint is nog goed te herkennen. Bij de aansluiting met de centrumring ligt een rotonde. Bij de aansluiting op de rondweg West ontbreekt de boombeplanting, deze dient zo mogelijk te worden aangevuld.

Hoofdgroenstructuur

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

71

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2 3 1

4

5

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Bestaande en te ontwikkelen pleinen van Veenendaal 1.

Markt

2.

Scheepjeshof

3.

Zwaaiplein

4.

Raadhuisplein

5.

Stationsplein

6.

Nieuw centrumplein

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

3

3.4 Pleinen In Veenendaal liggen vijf belangrijke pleinen. Deze liggen allen aan de oude linten; het Zwaaiplein, Scheepjeshof, De Markt, Raadhuisplein en het Stationsplein. Door de voorgenomen herinrichting van het Centrum Oost komt er nog een plein bij.

De fraaie Markt; een voorbeeld voor her in te richten pleinen in Veenendaal De Markt Dit plein ligt op een natuurlijke verhoging van een lage stuwwal. Deze hogere ligging is duidelijk waar te nemen. De Oude kerk ligt op het hoogste punt. Het plein is als één van de weinige pleinen ingericht met hoogwaardige bestrating en straatmeubilair. Dit komt de uitstraling van het plein ten goede. De boombeplanting is zorgvuldig gesitueerd en versterkt de ruimte van het plein. De inrichting kan als voorbeeld gesteld worden voor andere her in te richten pleinen in het centrum.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Hoofdgroenstructuur

Op de pleinen dient de beplanting zorgvuldig gekozen te worden om haar sierwaarde, zich uitend in haar groeivorm, bloei, bladvorm, schaduwwerking, e.d. Op de pleinen is het wenselijk deze met enkele fraaie, grote bomen in te richten. De bomen dienen zorgvuldig gesitueerd te worden, zodat zij levensvatbaar zijn in deze dynamische stedelijke omgeving. Naast inheemse bomen kan hier ook gebruik worden gemaakt van niet inheemse soorten of cultivars, die beter geschikt zijn voor het stedelijk milieu. Mogelijke soorten zijn zomerlinde, winterlinde, beuk, haagbeuk, paardekastanje, gewone esdoorn, zoete kers, robinia of plataan.

73

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

1. Scheepjeshof

3. Raadhuisplein

2. Het Zwaaiplein

4. Het Stationsplein

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Scheepjeshof Het Scheepjeshof is eveneens een plein bij een belangrijk knooppunt van de linten. De huidige cirkelvorm van het plein ligt over het lint van de Zandstraat heen. Dit gaat ten koste van de herkenbaarheid van het lint. Bij een herinrichting dient het plein gesitueerd te worden aan het lint en niet over het lint. Ronde vormen laten zich moeilijk met de strakke vormen van de linten verenigen.

Raadhuisplein Het Raadhuisplein ligt bij het nieuwe gemeentehuis. Het plein ligt niet aan een oud lint. Het plein dient in haar inrichting een hoogwaardige uitstraling te hebben, als visitekaartje voor het centrum van Veenendaal. Het Stationsplein Het Stationsplein ligt ten zuiden van het centrum. Bij het station staat een aantal zeer fraaie beuken. Door de geringe uitstraling van het stationsgebouw en de grote oude beuken voor het station en de aanvullende boombeplanting is de situering van het station onduidelijk en komt het plein ruimtelijk niet uit de verf.

Het Zwaaiplein dient als historisch knooppunt van de linten een markante plek in de stad te worden. Een hoogwaardige herinrichting van dit plein met groene en stenige elementen in samenhang met een goede verkeerskundige situatie en met respect refererend naar de historische betekenis en het voormalige water kan recht doen aan de uitstraling die dit plein verdient. Bij het volgroeien van de aanvullende boombeplanting zal het plein erg dicht worden. Er zal nagegaan dienen te worden hoelang de beuken nog meekunnen. De paddenstoelenflora is rijk met o.a. russula’s, amenieten en boleten. Dit zijn symbionten (mycrorhiza) die op een goede gezondheid duiden. Indien de bomen voldoende vitaal zijn dient op termijn in de aanvullende jonge bomen te worden gedund. Hierdoor ontstaat een grotere ruimtelijke werking op het plein. Er dient tevens een groter onderscheid gemaakt te worden in een groen- en een pleingedeelte met gescheiden functies voor verblijven (zitten, wandelen) en parkeren. Het groen langs de Stationssingel dient in het ruimtelijk plan te worden betrokken. Op maaiveld dient door de materiaalkeuze van de verharding en het straatmeubilair een goede verbinding te worden gelegd tussen het station en het centrum. Er dient voor hoogwaardige materialen te worden gekozen.

Hoofdgroenstructuur

Het Zwaaiplein Het Zwaaiplein is een historisch knooppunt in de lintenstructuur van Veenendaal. Op deze plek kwamen in het verleden de Bisschop Davids Grift en de Boveneindsche Grift bij elkaar. In de stedelijke uitwerking van de Structuurvisie wordt voorgesteld in het verlengde van de linten nieuwe hoogteaccenten op te richten en de openbare ruimte van het Zwaaiplein her in te richten.

3

Scheepjeshof en Zwaaiplein, terugbrengen identiteit linten

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

75

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

3 1 5 2

4 6 Parken van Veenendaal 1. Ruisseveen 2. Hondzenelleboog 3. Gelderse Blom 4. Duivenweide 5. Dragonderpark 6. Stadspark 7. Petenbos 8. Petenbos-oost

7 8

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

3

3.5 Parken Veenendaal heeft meerdere parken. De meeste parken liggen aan de rand van het stedelijk gebied en vormen daarmee een schakel naar het buitengebied. Zij worden ook wel de groene inprikkers genoemd; Ruisseveen en Hondzenelleboog aan de westzijde en Petenbos en Petenbos-Oost aan de zuidoostzijde en in minder mate het Stadspark. Alleen het Dragonderpark ligt meer in het stedelijk gebied. Daarnaast ligt in het centrum het kleinere park Duivenweide. De Gelderse Blom heeft een parkzone grenzend aan de Grote Beer.

Visie

Groene lob Petenbos-oost

Voor de parken is het van belang dat deze een recreatieve functie vervullen voor de wijk, waarin ze gelegen zijn en ook soms voor aangrenzende wijken of buurten. De landschapsarchitectonische inrichting van het park kan daarnaast ieder park een eigen karakter geven. Dit karakter kan een uiting zijn van de tijd van ontstaan in samenhang met de stedenbouwkundige kenmerken van de wijk waarin het park ligt, maar ook van de functies die aan het park zijn toegekend en de ligging ten opzichte van het centrum of het buitengebied. Binnen de groene inprikkers is het belangrijk een logische opbouw en eenheid te creëren van het groen. Aan de centrumzijde kan het groen een meer traditionele inrichting hebben, aan de buitenzijde een meer natuurlijke inrichting en beheer. Goede routes voor wandelaars en fietsers van binnen naar buiten, lopend door de parken en de groene inprikkers en goed aansluitend op het buitengebied zijn daarbij belangrijk.

Hoofdgroenstructuur

In de wijk Dragonder-Oost zijn twee nieuwe groene inprikkers voorgesteld in het verlengde van het Dragonderpark, de sportvelden en de Spitsbergenweg en één iets zuidelijker. Continue routes door deze groenstructuren zijn van groot belang.

Groene lob Hondzenelleboog

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

77

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

1. Ruisseveen

3. De Gelderse Blom

2. Hondzenelleboog

4. Duivenweide

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Hondzenelleboog Hondzenelleboog vormt net als het park Ruisseveen een groene inprikker in de westelijke wijken van Veenendaal. In Hondzenelleboog ontbreekt naast de ruimtelijke aansluiting met het buitengebied ook de functionele aansluiting op de Slaperdijk. Het park bestaat van west naar oost uit een stedelijk natuurgebiedje met water, een speelweide, bosje, huisartsenpraktijk en een vijver met gazons. Er is een aaneenschakeling van verschillende sferen, maar de ruimtelijke koppeling tussen de onderdelen van het park dient te worden verbeterd. Dit kan onder meer door de kruisende verkeerswegen niet te begeleiden met een eigen soort vakbeplanting, maar juist het maaiveld van het park door te laten lopen. Het bos in het midden van het park heeft een hoge ecologische waarde (model varen), vanwege de onderbegroeiing. In ecologisch opzicht zijn de volgende maatregelen van belang. Het dempen c.q. laten verlanden van de waterpartijen aan westzijde. In dit droge gebied hoort het water eigenlijk niet thuis. De bergingsfunctie van het water dient hiervoor nader te worden onderzocht. Aan de wetszijde is een uitbreiding met extensief groen (model eekhoorn en zandoogje) gewenst als ecologische verbinding met de Slaperdijk. Een passende uitbreiding van de gewenste

natuurtypen bestaat uit parkbos, hoogstamboomgaard, bloemrijk grasland, houtwal, bomenrij en haag. Op de noordoever van de oostelijke waterpartij kan riet worden ontwikkeld. Gelderse Blom De parkzone in het noorden van de wijk de Gelderse Blom is recent aangelegd. Het park voorziet in speelmogelijkheden voor de jeugd (basketbalveld, e.d.) voor de noordelijk gelegen wijken en enkele wandelpaden vooral langs het water. Het park schept ruimtelijk enige afstand tussen de woningen en de noordelijke rondweg. De visuele en recreatieve waarde van het park zal gaan toenemen door het volwassen worden van de beplanting. Aan de noordzijde van het water heeft een natuurvriendelijke oever (model dotterbloem) ecologische waarde. Deze waarde kan nog verder worden uitgebreid. De beeldkwaliteit van het park kan worden vergroot door incidenteel heesterbeplantingen toe te voegen, waarvan ook een ruimtelijke werking uitgaat. Ook het aanbrengen van enkele interessante rustpunten op plaatsen met een fraai uitzicht, eventueel begeleid met enige sierbeplanting is gewenst. Duivenweide Het park Duivenweide vormt een belangrijk groengebied in het centrum van Veenendaal. Vanuit de westelijk gelegen wijk Molenbrug ligt een belangrijke fietsroute door het park direct naar het centrum. Deze route is zeer populair. Naast deze route liggen er enkele kleine speelvoorzieningen voor kinderen aan de noordzijde.

Het reliëf en de oude bomen vormen een fraai geheel. Aan de zuidzijde van het park ligt een groot aantal parkeerplaatsen, omgeven door haagbeplanting. Bij intensivering van het ruimtegebruik in het centrum iwordt onderzocht of deze parkeerplaatsen gestapeld of deels ondergronds kunnen worden opgelost.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Hoofdgroenstructuur

Ruisseveen Het park vormt een groene inprikker in de wijk West. Het park ligt dwars op de landschapsstructuur die hier van oorsprong aanwezig was. Een fietsroute loopt door het park en sluit aan op de Slaperdijk. In het park zijn diverse functies opgenomen zoals volkstuinen, een kinderboerderij, een natuurtuin, een oude boerderij en tennisvelden. In het westelijk deel zijn deze elementen fraai met elkaar verweven door een traditionele inrichting met hagen en bomen. Hierdoor ontstaat een mooie ruimtelijke samenhang. Er is geen visuele relatie gezocht met het buitengebied. Ten oosten van de Componistensingel wordt het park erg smal. De beplanting rond het tenniscomplex dient beter op de ligging in het park te worden aangesloten(in plaats van laurierkers kiezen voor beukenhagen of meer inheemse beplanting). Aan de oostzijde dienen de Grift en het park ieder ten opzichte van elkaar duidelijk te zijn aan hun eigen inrichting. Deze plek dient met groen vooral ruim en overzichtelijk te worden ingericht.

3

79

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

5. Dragonderpark

6a. Stadspark

6b. Stadspark

7. Petenbos

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Aan de westzijde ligt een hoveniersbedrijf. Hierdoor hoort dit gedeelte eigenlijk niet tot het park, de padenstructuur is hier vaak dubbelop. Indien het bedrijf verplaatst kan worden naar een andere locatie is dat voor de aansluiting van het park op het centrum wenselijk. Het park is via de Vijgendam verbonden met het centrum en de Spitsbergenweg. Deze langzaam verkeerroute dient in de toekomst te worden uitgebouwd in oostelijke richting naar de nieuwe wijk Dragonder Oost. Ook richting het centrum kan deze route met groen beter ondersteund worden. Stadspark Het Stadspark ligt als stedelijk groen aan het begin van een reeks natuurgebieden richting het buitengebied (De Blauwe Hel en de Hel). Het park heeft een recreatieve functie voor de omliggende wijken Dragonder Zuid, Schrijverswijk en Engelenburg en potentieel ook voor het centrum. Het park is minder ingesloten door bebouwing dan de andere groene inprikkers. Het park is sober ingericht en bestaat uit een groot grasveld, omgeven door boomgroepen en waterlopen. De grote ruimte wordt als een bijzondere kwaliteit van dit park gezien. In de noordrand van het park zal de Grift in zuidelijke richting worden verlegd. De relatie met de omgeving, zowel richting de woonwijken en het centrum als het sportcomplex De Groene Velden

en de natuurgebieden dient verbeterd te worden. Er kan dan één groot groengebied ontstaan, met daar binnen meerdere functies. Wel moet worden voorkomen dat er te veel functies in het park bijkomen, waardoor de ruimtelijke kwaliteit verloren gaat. De Groeneveldselaan ten noorden van het sportpark zal worden afgesloten voor autoverkeer. Door de geringere verkeersdruk kan de beplanting van het sportpark en het sportveld beter op elkaar worden aangesloten. De noord-zuidgerichte houtwallen dienen gehandhaafd te worden. De dwars daarop staande beplanting kan beter worden verwijderd, zodat de ruimte overzichtelijker wordt. Het vergt nader onderzoek om de juiste waterhuishouding te realiseren. Er zou onderzocht kunnen worden of een deel van de plas te dempen is (de waterbodem af te dekken met schone grond) en hier een brede natuurvriendelijke oever (model kleine karekiet) aangelegd kan worden. Langs de Groeneveldse laan is continuering van het hooilandbeheer gewenst. Langs de nieuwe loop van de Grift kan ruimte gecreëerd worden voor natuurontwikkeling (model moerasviooltje) door maaiveldverlaging met natuurtypen dotterbloemhooiland, elzensingel en wilgenstruweel. Voor de hengelsport is een zonering van de oever gewenst. Bij de reconstructie van het park dienen houtachtige vegetaties en de oude bomen gespaard te blijven.

Petenbos In de zuidelijke wijk Petenbos ligt op de helling naar de beboste stuwwal het park Petenbos. Als begrenzing van het park zijn aan de west- en oostzijde oude houtwallen gespaard. Zonder de onderbegroeiing geven de eiken een prachtig groen kader voor het park. Vanuit het park is het zicht op de stuwwal prominent aanwezig. Deze oude houtwallen structuur zou het uitgangspunt moeten zijn voor de inrichting van dit park. In ecologisch opzicht is er ruimte voor een bomenrij en bloemrijk grasland (model eekhoorn en zandoogje)

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Hoofdgroenstructuur

Dragonderpark Het Dragonderpark behoort tot de oudere parken binnen Veenendaal. In het park ligt een kinderboerderij. Een opvallend en aantrekkelijk element in het park is de heuvel, die deels onbeplant is. Dit nodigt uit tot specifiek gebruik zoals sleeën. Het park is in de zomer door de dichte begroeiing erg besloten. De waterloop in het midden van het park is ook sterk dichtgegroeid. Door het opener maken van de oevers wordt de ecologische waarde van de oevers vergroot en het visuele contrast met het dichte park vergroot. Tevens kan een rieteiland (model kleine karekiet) en natuurvriendelijke oever (model dotterbloem) worden aangelegd. Op de heuvel kan het groenbeheer van een deel van de houtachtige vegetatie geëxtensiveerd worden door begrazing met schapen. Ook aan de oostzijde van het park is het wenselijk de beplanting iets opener te maken, zodat er meer zicht ontstaat op het park van uit de omgeving.

3

81

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

8. Petenbos-zuid

9a. Petenbos-oost

9b. Petenbos-oost

9c. Petenbos-oost

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Petenbos Oost Het park Petenbos Oost ligt in het oostelijk deel van de wijk Petenbos. Het park kent een fraai onderscheid tussen een traditioneel ingericht deel in het westen en een natuurlijk ingericht deel in het oosten. Alleen in de oeverafwerking van het water zou deze keuze consequenter kunnen worden toegepast. Tevens is een verdere peilverhoging in de winter (stuwhoogte naar 6.5 m +NAP) gewenst.

Hoofdgroenstructuur

en herstel en bescherming van de houtwal tegenover de school (model ‘varen’ met doelsoort eikvaren). Het park wordt dwars gekruist door de wegen Petenbos in combinatie met water, de wegen Goudmos en Varenmos en een doorlopend fietspad. Op den duur zal de begeleidende beplanting langs deze wegen de opdeling van het park in gedeelten benadrukken en het zicht op de stuwwal ontnemen. Dit is jammer. De wegbeplanting zou ter hoogte van het park onderbroken moeten worden. Vooral in het noordelijk deel van het park liggen brede wandelpaden van asfalt met witte steenslag. Deze zijn erg dominant in het ruimtelijk beeld. Wellicht zijn enkele paden overbodig of kunnen deze door lage struikbeplanting beter worden ingepast in het totaal ontwerp van het park. In het park zijn verder diverse speelmogelijkheden en een basisschool gelegen. Het park is groot genoeg om deze functies aan te kunnen. Water kwam historisch gezien op deze plek niet veel voor. Het park ligt juist in de droge gronden. De waterloop dwars op het park is in stedenbouwkundig opzicht van belang. Van de noord-zuid gerichte waterloop kan dit niet gezegd worden. Deze ligt erg dicht op de houtwal en ontkracht daardoor de uitstraling van de houtwallen.

3

In het park zijn enkele oude bomenrijen geïntegreerd, waardoor het park als snel allure heeft. Het park kent door de opzet een grote variatie in traditionele en natuurlijke speelmogelijkheden. In haar totaliteit vormt het park een prettige groene ruimte, omgrensd door voorkanten van woningen met in het westen een duidelijk hoofdgebouw, welke richting geeft aan het park.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

83

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Katholieke Begraafplaats Munnikenhof

Spitsbergen Panhuis

de Vallei

Begraafplaatsen en sportparken Begraafplaats

De Groene Velden De Salamander

Sportveld

Zwembad

Volkstuinen

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

3

3.6 Begraafplaatsen en sportparken Naast de parken zijn ook de begraafplaatsen en sportparken grote groenelementen in het stedelijk gebied. Deze elementen hebben een groene uitstraling op de aangrenzende buurten. Ze zijn in hun huidige opzet ingericht op hun specifieke gebruik. De begraafplaatsen zijn door hun fraaie inrichting geschikt als rustig wandelgebied. De sportparken kunnen in de toekomst meer betrokken worden bij de hoofdgroenstructuur.

In de randen van begraafplaatsen en sportparken is er vaak ook ruimte voor extensiever groen en natuurvriendelijk (= extensiever) maaibeheer met name langs sloten en houtsingels ten behoeve van een oeverruigte en zoomvegetatie. Op begraafplaatsen is een andere mogelijkheid het natuurvriendelijk beheer van bermen en gazons ten behoeve van de ontwikkeling van droog schraalgrasland van het Verbond van Gewoon struisgras Begraafplaatsen Het oude gedeelte van de grote begraafplaats Munnikenhof is gelegen op een natuurlijke verhoging. De begraafplaats is in haar geheel begrensd door beplanting. Het oude gedeelte van de begraafplaats herbergt veel bijzondere boomsoorten. Het nieuwe gedeelte kent een moderne opzet met hagen en bomen. De begraafplaats is daarmee een oase van groen en rust in het stedelijk gebied. Bij een uitbreiding van de begraafplaats in oostelijke richting kan overwogen worden of het mogelijk is een openbaar wandelpad tussen beide of langs de rand te leggen. De begraafplaats langs de Weverij vormt een markante sfeervolle groene plek juist ten westen van het centrum. Hier liggen nog enkele oude graven. Langs de Parallelweg van het spoor ligt een kleine fraaie Joodse begraafplaats. Langs de Nieuwe weg ligt een katholieke begraafplaats.

Begraafplaats Munnikenhof Sportparken De sportparken hebben in de huidige opzet een monofunctioneel karakter. Het is mogelijk en wenselijk deze grote groengebieden meer bij de openbare ruimte te betrekken en de natuurwaarde te verhogen volgens model eekhoorn. Als eerste zal met dit principe worden geëxperimenteerd in sportpark de Groene Velden. Hier kunnen ervaringen worden opgedaan met het gebruik en beheer van de extra voorzieningen. Dit betekent dat parkeervoorzieningen gecombineerd worden en dat langs de groene binnenranden van het sportpark recreatief medegebruik mogelijk is voor wandelaars of fietsers. Met geringe ingrepen kunnen hierdoor de wandelmogelijkheden voor omwonenden in een groene omgeving worden uitgebreid. Het sportpark Spitsbergen komt bij het voltooien van de uitbreidingen van de nieuwe woonwijk Dragonder Oost in de stadsrand te liggen. De urgentie neemt dan toe om ook in dit sportpark de randen op aantrekkelijke wijze in te richten, zodat het sportpark in visueel, ecologisch en functioneel opzicht aansluit bij de omgeving.

Hoofdgroenstructuur

Met name op de begraafplaatsen komen veel oude en ook bijzondere bomen voor. Deze dienen in de toekomst behouden te worden. Op sportparken is meer sprake van een inheems assortiment. Bij nieuwe aanplant of vervanging dient hier ook vanuit te worden gegaan.

Ook bij het sportpark Panhuis is een meer open benadering wenselijk, zodat het sportpark in meerdere opzichten bij haar directe omgeving betrokken is.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

85

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Binnenring bestaand

Binnenring voorstel

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10537606/1