CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

9.b Groenstructuurplan Veendendaal juni 2002

Raadscommissie 7 september 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Raadsvoorstel Correctieve herziening bestemmingsplan Woongebieden 201818.974 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Colofon Opdrachtgever:

Gemeente Veenendaal Afdeling Stadsinrichting Bureau Groenvoorzieningen en wijkbeheer Nijverheidslaan 2 Postbus 1100 3900 BC Veenendaal

Contactpersonen:

Roel ter Horst T 0318 516000 Geerdien Krijnen T 0318 538755

Opdrachtnemer:

Amer adviseurs R.O. en Stedebouw Zonnehof 43 3811 ND Amersfoort Rik Snoep T 033 4621623 F 033 4651811 E bureau@amer.nl

Projectleider:

In samenwerking met: Contactpersoon:

brons + partners landschapsarchitecten bnt Lange Meent 24 4101 BG Culemborg Ellen Groot Koerkamp bnt T 0345 534765 F 0345 534736 E info@bronsenp.nl

Contactpersoon:

Schenkeveld, bureau voor natuur en landschap Visstraat 1 4101 AC Culemborg Bram Schenkeveld T 0345 534245 F 0345 534028 E bramsche@knoware.nl

Lay-out:

Brons + partners landschapsarchitecten bnt © copyright brons + partners juni 2002

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Groenstructuurplan Veenendaal ‘Wonen in het groen’

AMER adviseurs BV brons + partners landschapsarchitecten bnt Schenkeveld

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Colofon en Inhoudsopgave

Eindrapportage juni 2002

3

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Inhoudsopgave Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Wat is groen 1.4 Opbouw rapport

07 07 07 09 11

2.

Veenendaal in haar omgeving 2.1 Landschappelijke context 2.2 Historische context 2.3 Recreatieve context 2.4 Ecologische context 2.5 Stedenbouwkundige context 2.6 Conclusies ruimtelijke context

13 13 21 25 27 49 57

Hoofdgroenstructuur (bestaand en te verbeteren) 3.1 Algemeen 3.2 Grift 3.3 Oude linten 3.4 Pleinen 3.5 Parken 3.6 Begraafplaatsen en sportparken 3.7 Binnenring 3.8 Rondweg 3.9 ’t Goeie Spoor – Wageningse laan 3.10 Snelweg en spoorlijnen 3.11 Conclusies hoofdgroenstructuur

59 59 61 65 73 77 85 87 89 93 95 99

Thema’s 4.1 Algemeen 4.2 Bomenbeleid 4.3 Groenuitgifte en -compensatie 4.4 Oeverinrichting 4.5 Fietsroutes 4.6 Accenten

101 101 101 105 107 113 115

3.

4.

5.

Groen in de wijken 5.1 Algemeen 5.2 Centrum 5.3 Noordoost 5.4 Zuidoost (Engelenburg, bedrijven en Petenbos) 5.5 Zuidwest 5.6 Noordwest 5.7 West 5.8 Bedrijventerreinen snelweg 5.9 Conclusies groen in de wijken

117 117 119 123 127 139 143 147 151 155

6.

Uitvoeringsprogramma 6.1 Overzicht projecten groenstructuur 6.2 Overzicht thematische projecten 6.3 Overzicht projecten in de wijken

157 157 161 163

Literatuurlijst Deelnemers Klankbordgroep Inventarisatiekaart Visiekaart

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Colofon en Inhoudsopgave

1.

5

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

1. Inleiding

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Topografische kaart Veenendaal, 1995

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Veenendaal is bezig inhoud te geven aan een eigen structuurvisie en het ontwikkelingsprogramma ISV Veenendaal. Het groen wordt daarbij als onmisbaar onderdeel van de openbare ruimte gezien. In 1989 is een Groenstructuurplan opgesteld. Dit plan is echter sterk verouderd. De inzichten ten aanzien van groen zijn veranderd en daarbij hebben nieuwe stadsuitbreidingen snel plaatsgevonden en vinden nog steeds plaats. Door de snelle ruimtelijke ontwikkeling van Veenendaal is er behoefte ontstaan aan intensivering van het ruimtegebruik en is er meer cohesie gewenst tussen het groen binnen de gemeente.

1 1.2 Doelstelling Het groenstructuurplan betreft het stedelijk gebied van Veenendaal. Het doel van het groenstructuurplan kan als volgt worden geformuleerd. 1. 2. 3. 4. 5.

de samenhang van het groen met de landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische patronen versterken met het groen de herkenbaarheid en de identiteit van de openbare ruimte in zowel de hoofdstructuur als de afzonderlijke wijken vergroten de gewenste groenstructuur formuleren en realiseren volgens de opgestelde visie groen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen als bouwsteen en leidend principe gebruiken accenten in het groen aan brengen overeenkomstig de plaats en niveau.

ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ

de directe omgeving van Veenendaal met hoogwaardige landschappen en recreatieve kwaliteiten, de oorspronkelijk heldere opbouw met onder andere de Grift, het vele groen in de woonwijken, de ontwikkelingspotenties van het Binnenveld voor natuur, recreatie en landschapsontwikkeling, de groene vingers afkomstig van de Utrechtse heuvelrug aan de zuidwestkant van de stad en de bestaande natuurgebieden met onder meer blauwgraslanden (de Hel en de Blauwe Hel).

Inleiding

Uit de structuurvisie zijn onder meer een aantal ‘groene’ kwaliteiten van Veenendaal naar voren gekomen die bruikbaar zijn voor het groenstructuurplan. Genoemd worden als groene kwaliteiten;

Aanleiding Groenstructuurplan •

Groenstructuurplan uit 1989 verouderd

•

Sinsdien snelle en grote ruimtelijke ontwikkeling

•

Uitwerking van Structuurvisie juni 2000 en ontwikkelingsprogramma ISV

Behalve ‘groene’ kwaliteiten zijn er ook ‘groene’ aandachtspunten, die verdere aandacht behoeven. Gedacht wordt aan bijvoorbeeld het ontbreken van een herkenbare structuur van de landschappelijke en cultuurhistorische patronen.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

7

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Wat behoort tot het groen?

beplanting

water en oevers

pleinen

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

1

1.3 Wat is groen… Het is van belang eerst te definiëren wat in het kader van dit groenstructuurplan onder groen wordt verstaan. Met het groen wordt binnen dit plan bedoeld de beplanting in de openbare ruimte, zoals in parken, plantsoenen of langs wegen. Maar ook het water in plassen, sloten en kanalen met de bijbehorende oevers wordt gerekend tot het groen. En ten derde heeft groen ook een component in de stedelijke openbare ruimte, zoals pleinen. Hier gaat het veelal om het samenspel van het groen met bebouwde elementen, zoals verharding, straatmeubilair en de bebouwde omgeving.

Functies Het groen kan meerdere functies vervullen. Deze kunnen worden gegroepeerd in visuele, recreatieve, ecologische en milieukundige functies. In visueel opzicht kan het groen een verkeersbegeleidende, accentuerende of afschermende functie hebben of het doel hebben ruimte te creëren als tegenhanger van bebouwde massa’s. In recreatief opzicht is het groen van belang als speelruimte voor kinderen of als recreatieruimte voor volwassenen in de zin van wandelen, fietsen, vissen, etc. Ook is in dit opzicht het avontuurlijke, het ontdekken van de fysieke omgeving en het beleven van de buitenruimte en de seizoenen van belang. De ecologische functie is van belang vanuit de natuurwaarden, de milieukundige functie voor de beïnvloeding van het klimaat, zuivering van lucht en vasthouden van water.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groen in de wijk

recreatieve betekenis

Inleiding

Hoofdgroenstructuur en groen in de wijken Binnen dit groenstructuurplan wordt onderscheid gemaakt naar groen op twee niveaus. Het hoogste niveau betreft de groene hoofdstructuur. Dit groen is gerelateerd aan elementen van de stedenbouwkundige hoofdstructuur van Veenendaal. Deze elementen hebben een betekenis voor de hele stad, door bijvoorbeeld hun relatie met het omliggende landschap, zoals de Grift, of hun betekenis in de oriëntatie binnen Veenendaal, zoals de rondwegen. Het tweede niveau bestaat uit het groen binnen de wijken. Dit groen heeft een betekenis op wijkniveau. Het is visueel binnen de wijk van groot belang voor de kenmerkende opbouw en karakteristiek van de wijk en functioneel voor recreatief gebruik.

Groene hoofdstructuur

landschappelijke historische ecologische betekenis

verkeerskundige stedebouwkundige betekenis

9

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Visueel -

verkeersbegeleidend accentuerend afschermend ruimte

Ecologie Recreatief -

spelen wandelen en fietsen struinen en ontdekken

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

-

planten dieren

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

zelf. De groene gebieden kunnen een leefomgeving zijn van planten en dieren binnen het stedelijk gebied.

1 toegelicht in een visiekaart, begeleid met foto’s en schetsen. Afgesloten wordt met een uitvoeringsprogramma. Hierin zijn projecten voor de volgende 10 jaar benoemd.

Structuur

rondweg – west

Inleiding

Structuur Bij het opstellen van een groenstructuurplan kan tevens de vraag gesteld worden wat bedoeld wordt met groenstructuur. Wanneer is er sprake van structuur. Een structuur betekent dat er samenhang bestaat tussen afzonderlijke elementen en patronen. Bij een groenstructuur gaat het erom te onderzoeken welke samenhang er bestaat tussen stedenbouwkundige elementen en patronen en het groen. Worden deze elementen door het groen versterkt of niet. Is er sprake van chaos of ordening en is deze ordening herkenbaar en afleesbaar. Ordening betekent ook het maken van consequente keuzes. Bijvoorbeeld bij kruisingen van verschillende elementen met elkaar. Is het belangrijk de rondweg continu te begeleiden met bomen of is het belangrijk deze te onderbreken bij het bosgebied of de kruising met de grift. Dergelijke keuzes worden in een groenstructuurplan onderzocht en vervolgens gemaakt. Alle keuzes bij elkaar vormen de bouwstenen voor het plan.

1.4 Opbouw rapport Na de inleiding wordt in het tweede hoofdstuk de ligging van Veenendaal in haar landschappelijke, historische, recreatieve, ecologische en stedenbouwkundige context beschreven. In dit hoofdstuk komt met name de ligging en groei van Veenendaal in relatie tot haar omgeving tot uitdrukking. Deze omgeving vormt het kader voor het derde hoofdstuk, welke ingaat op de hoofdgroenstructuur van Veenendaal. De hoofdgroenstructuur bestaat uit de belangrijkste groene elementen binnen de stad, zoals de parken en pleinen, de begraafplaatsen en sportparken en het groen langs de hoofdontsluitingswegen en de Grift. Na een analyse van de bestaande situatie wordt een visie gegeven op de onderdelen van de hoofdgroenstructuur. Hierop aansluitend komen enkele specifieke thema’s aan de orde zoals het bomenbeleid, groenuitgiftebeleid, oeverinrichting, fietsroutes en accenten. Vervolgens wordt het groen in de wijken onder de loep genomen. Na een analyse wordt een visie gegeven op het groen in de wijken. Voor de minder sterke punten worden verbeteringen voorgesteld,

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Grift en rondweg – west

chaos en orde

11

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2. Veenendaal in haar omgeving

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Veenendaal in regionaal verband

Stuwwal Smeltwaterdal Dekzandgebied Oude bouwlanden Uiterwaarden Stroomruggen Kommen Veengebied Bebouwde kom

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2 Veenendaal in haar omgeving Voordat in wordt gegaan op het groen in het stedelijk gebied is het belangrijk om te verkennen in wat voor omgeving het groen van Veenendaal ligt. In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens de landschappelijke, historische, recreatieve, ecologische en stedenbouwkundige context aan bod. In dit hoofdstuk wordt vooral verkend welke relaties er met de oorspronkelijke ondergrond en patronen kunnen worden gelegd. Tot slot volgen enkele conclusies.

De omgeving van Veenendaal kenmerkt zich door haar ligging in meerdere landschapstypen. Aan de zuidwest-zijde ligt de Utrechtse Heuvelrug. Deze beboste stuwwal valt op door haar hoogteligging van circa 60m +NAP en haar bebossing. Tussen de heuvelrug en het centrum van Veenendaal ligt een overgangsgebied met plaatselijk stuifzanden en een afwisseling van heidevelden, langgerekte bospercelen, agrarische kavels al dan niet met restanten van houtwallen en diverse bebouwing en recreatieve functies (campings). De meest zuidelijke wijk van Veenendaal, Salamander, ligt in deze bosrand. Ten noorden van Veenendaal ligt de Gelderse Vallei met het zwak golvende hoeven- of dekzandlandschap. Dit landschap heeft zich gevormd op de dekzanden. Natuur en landbouw zijn hier verweven in een kleinschalig landschap. De bebouwing ligt zeer verspreid langs de wegen. De verkaveling is onregelmatig. De Emminkhuizerberg ligt als een opduiking van de hogere zandgronden te midden van dit landschap. Ten oosten van Veenendaal zet het hoevenlandschap zich door in het Binnenveld. Het verkavelingspatroon van dit landschap stamt uit de Middeleeuwen Het meest westelijke deel van het Binnenveld behoort tot het open veenweidelandschap. De Grift ligt in het hart van deze veenontginning. De kavels zijn hier zeer langgerekt, het gebied is vlak. Bebouwing komt alleen voor in het Benedeneind langs de Grift.

Verder ontbreekt bebouwing of opgaande beplanting.

Geologie Veenendaal ligt op de overgang van de Utrechtse Heuvelrug naar de Gelderse Vallei. De Gelderse Vallei was in de een na laatste ijstijd, het Saalien ca. 150.000 jaar geleden, het bekken van een gletsjer van zo’n 200 m dik1. De ondergrond, die bestond uit zand en soms klei (door de oer-Rijn, Ems en Maas afgezet in horizontale lagen) werd langs de rand van de gletsjer opgestuwd tot een hoogte van bijna 70 m (Amerongse berg). De horizontale lagen kwamen bij de opstuwing scheef te staan. Die zorgen soms voor ‘ondoorgrondelijke’ grondwaterstromingen. De onbedekte stuwwalhelling begint direct ten zuiden van de gemeente en volgt de 12.0 m +NAP hoogtelijn. Veenendaal zelf is gesticht op een verdronken stuwwal, waarvan drie topjes nog net boven de jongere lagen uitsteken (Klein Veenlo, Vendel en Emminkhuizerberg ). Gedurende de warme periode tussen de twee laatste ijstijden, het Eemien, stroomde de zee vanuit het noorden de Vallei binnen. Het toenmalige strand reikte ongeveer tot de A12. De mariene afzettingen zijn later bedekt met dekzand. In de laatste ijstijd, het Weichselien ca. 50.000 jaar geleden, ontstonden allereerst puinkegels aan de binnenrand (= noordoostzijde) van de stuwwal zoals bij Prattenburg. Het materiaal hiervoor werd aangevoerd via een sneeuwsmeltwaterdal (over permafrost) zoals die uitmondt bij de Cunerahoeve aan de Veense Weg.

De sneeuwsmeltwaterdalen zijn nu droge dalen en de smeltwaterafzettingen liggen nu tussen 10 en 12 m +NAP en bestaan uit tamelijk grof zand met grind. In een latere fase, tot ca. 10.000 jaar geleden, is het fijne zand van de stuwwal en de puinkegels verwaaid en lokaal weer afgezet in de vorm van gordeldekzand. Het nog fijnere zand is over grotere afstand getransporteerd en afgezet in de vorm van dekzandrug of dekzandvlakte. De overgang tussen gordel en vlakte wordt vaak gemarkeerd door een steilrand (h = 7.5 m +NAP) zoals aan de Dijkstraat en Middelbuurtse Weg. De dekzandvlakte is in het Holoceen begroeid geraakt (met o.a. veenvorming zoals in de Hel). Veel later, in de Middeleeuwen, kwam het zand opnieuw bloot te liggen, door te intensief menselijk gebruik

1

Veenendaal in haar omgeving

2.1 landschappelijke context

2

Aardkundige waarden in de provincie Utrecht, 1997; provincie Utrecht, Utrecht.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

13

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Geomorfologie Stuwwal (inclusief puinkegels)

(Gordel) dekzandrug

Dekzandvlakte

Veen

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2

(beweiden en plaggen van de heide). Opnieuw ging het zand stuiven, hetgeen leidde tot zich steeds verder uitbreidende stuifzandgebieden zoals bij de Doolhof. Deze zijn door bosaanplant in de negentiende eeuw uiteindelijk weer vastgelegd. Het Binnenveld is al in de middeleeuwen verkaveld en ontwaterd. De percelen werden gebruikt als hooiland. De vervening is van recente datum. Hierdoor ontstonden de Hel en Blauwe Hel. De zandwinput bij het stadspark is pas in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ontstaan. Deze reikte diep, maar is later opgevuld met (vervuild) slib.

Bodem De geologische gradiënt van zuidwest naar noordoost is nog verder versterkt door verschillen in bodemvorming en hydrologie. De zandbodem van stuwwal en puinkegel is grind- en leemhoudend. In de afgelopen 100 eeuwen is hier onder het oerbos, later de hei en recent opnieuw (naald)bos een holtpodzolgrond ontstaan. De inspoelingshorizont van deze bruine bosgronden heeft een moderhumus(vorm). Het dekzand van de gordel is leem- en mineraalarmer. De humusvorm is amorf (‘smerig’). De bodem van de (voormalige) vochtige hei betreft veldpodzolgronden. De droge humuspodzolen (gwt VII) zijn haarpodzolgronden. De bovengrond (‘bouwvoor’) van de oude ontginningen van de Middelbuurt en Dijkstraat is aangerijkt. De hierdoor ontstane eerdlaag is dunner dan 50 cm. Het betreft daarom laarpodzolgronden. Bij de oude nederzettingen (de Haspel, de Melm, Boveneinde, de Klomp) op de hogere zandgronden (stuwwalkop, dekzandrug) hebben zich door eeuwenlange plaggenbemesting zwarte enkeerdgronden ontwikkeld. De

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Hoogteverschillen per landschapstypen

Heuvelrug

Vallei Grift

Veenendaal in haar omgeving

In Veenendaal is sprake van een duidelijke geologische gradiënt. Aan de voet van de stuwwal ligt het zogenaamde gordeldekzand. Deze beslaat het zuidelijk deel van de gemeente. Direct ten noorden hiervan ligt een laagte met veen. Globaal gezien is de Grift hiervan de middellijn. Noordelijker gaat de laagte over in een dekzandvlakte met verspreide opduikingen van de stuwwal en dekzandruggen. De steilste overgangen liggen in het centrum zoals bij de begraafplaats Munnikenhof en de Duivenweide. De figuur toont de verspreiding van de diverse geomorfologische eenheden.

De twee grondwatersystemen van Veenendaal

15

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Gelderse Vallei

Hydrologie Kwelgebied

Utrechtse Heuvelrug

Systeemgrens Knelpunten Waterhuishouding

Waterscheiding

Stroomrichting

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Inlaat Rijnwater

Overstort gemengd stelsel met water afstroomwaarts

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

humushoudende bovengrond (‘bouwvoor’) hiervan is meer dan 50 cm dik. De bodem van de stuifzandgebieden (de doolhof e.o.) is nog jong. Er is nog nauwelijks humusophoping en -uitspoeling. Het betreft duinvaaggronden.

In het binnenstedelijk gebied van Veenendaal is het oorspronkelijk bodemprofiel op slechts enkele plaatsen bewaard gebleven. Dit betreft vooral bos- en houtwalrestanten in het openbaar groen. Water Hydrologisch gezien behoort het grondgebied van de gemeente Veenendaal tot twee systemen: die van de Veluwe en die van de Utrechtse heuvelrug. Beide systemen reiken tot meer dan 200 m diep. De grens ligt ter hoogte van de Grift. De voeding van beide systemen in het inzijggebied (hogere zandgronden) bedraagt ca. 200 mm/jaar. De effectieve neerslag is groter, ca. 300 mm/jaar. Een belangrijk deel wordt echter weggevangen door de pompstations. De onttrekking van omliggende pompstations (Leersum, Rhenen, Veenendaal, Woudenberg) bedraagt ca. 8 miljoen m3/jaar. Door de grondwateronttrekking 2 maar ook door verstedelijking en landinrichting is de kwel(flux) danig verminderd3. Deze bedraagt nu tussen 2 en 2,5 mm/dag4 in Ruissenveen en het Meeuwenkampje. De kwel in de Hellen bedraagt gemiddeld minder dan 1 mm/ dag.

2

Grondwaterkaart van Nederland, kaartbladen 32 Oost en 39 Oost, 1985 en 1977; TNO/DGW, Delft. 3 Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, 1989; Min. LNV, Den Haag. 4 Gerritsen, M.L., 1994: Hydrologisch onderzoek Kromme Rijn; provincie Utrecht.

De verstedelijking van Veenendaal heeft grote gevolgen voor de hydrologie van het gebied5. De verdrogingsproblematiek is groot 6. In een stenig milieu wordt het hemelwater versneld afgevoerd. De infiltratie is minimaal. Verder is de ontwatering meestal verbeterd t.o.v. de landbouwsituatie door meer oppervlaktewater (meer slootlengte), peilverlaging en drainage. Veel grondwater wordt ook weggevangen t.b.v. drinkwaterwinning, bronbemaling e.d.. Op veel plekken is daarom alleen maar spraken van potentiële kwel (zie figuur). In de natte natuurgebieden 7 aan de stadsranden is de kwel aan het maaiveld minder geworden . 8 Hierdoor neemt de neerslaginvloed toe en verzuurt de kragge . In het stedelijk gebied is actuele kwel alleen waarneembaar aan de oevers van watergangen in de wijken Schepenbuurt, Componistenbuurt, Vogelbuurt, Engelenburg, Dragonder-Zuid, sportpark Panhuis, Stadspark e.d. en wel in de vorm van bacterievlies en roest. Veenendaal heeft veel water. De afvoer vindt plaats onder vrij verval. Het peil wordt bepaald door de onderkant van de duiker aan de afvoerzijde; een enkele keer door een (vaste) stuw. Alle stadswateren monden uit in de Grift meestal via een duiker. Alleen de Grift heeft een zomer- en winterpeil: respectievelijk 4.4 en 4.0 m +NAP. In de Grift of Valleikanaal wordt in de zomer Rijnwater ingelaten.

Hiermee worden de sloten in het Binnenveld op peil gehouden. De waterkwaliteit van het Valleikanaal is 9 slecht; die van de Zijdewetering nog slechter . De kwaliteit van het stadswater is nogal wisselend. Veel water is (nog) belast met overstorten van een gemengd stelsel (zie figuur)10. Het voedingsstofgehalte (N, P, K, S) is daarom hoog, het zuurstofgehalte en doorzicht gering. Het water op de flank van de Utrechtse heuvelrug (Petenbos en Hondzenelleboog) is

5

Meulen, K. van der en S. van der Schaff, 1989: De invloed van de aanleg van een nieuwe industriewijk in Veenendaal op de hydrologie van de Hel en de Blauwe Hel. 6 Plan van aanpak Verdrogingsbestrijding, 1999; provincie Utrecht. 7 Molenaar, A., 1987: De hydrologie van een natuurgebied in het zuiden van de Gelderse Vallei; Rijksuniversiteit Utrecht. 8 Jong, C. de en A. Streefkerk, 1993: Invloed van kwel en neerslag op de vegetatie van natte schraalgraslanden en trilvenen in de Blauwe Hel bij Veenendaal; Landbouwuniversiteit, Wageningen. 9 IWVV, 1995; provincie Utrecht. 10 Onderzoek stadswater Veenendaal, 2001; waterschap Vallei en Eem, Amersfoort.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Veenendaal in haar omgeving

In de laagste delen aan de voet van de stuwwal is veen ontstaan. Deze is soms weggehaald (‘verveend’) zoals in de Hellen, soms ontgonnen zoals aan de oostkant van de Rauwveldse weg. Door ontwatering en daaropvolgende veraarding betreft het bodemtype een madeveengrond. Bij het bouwrijp maken van de achtereenvolgende stadsuitbreidingen zijn deze bodems begraven, onthoofd en/ of gemengd. Oorspronkelijke bodems worden alleen nog aangetroffen in het schaarse buitengebied en in groenstroken.

2

17

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Stuwwal

Helling

Veengebied

Hoogteligging

Beslotenheid

Verkaveling

Water

Beplanting

Bebouwing

Landschapskenmerken

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Dekzanden

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

juist zuur en dystroof. De beste kwaliteit wordt gehaald in water met kwel en zonder overstorten (Componistenbuurt, Vogelbuurt, Schepenbuurt, Compagnie en Compagnie Oost, de Faktorij en de Vendel). Directe hemelwaterafvoer (vanaf daken en kleine straten) op stadswater komt (nog) weinig voor. In de Componistenbuurt gebeurt dit op bescheiden schaal. Het koper- (en zink)gehalte is hier hoog. De waterbodem is op een aantal plekken vervuild. Bodems van klasse 3 en 4 komen voor in de Surfplas, een watergang langs de Inductorstraat en een waterpartij aan de Prins Bernardlaan. De andere waterbodems zijn van klasse 1 en 211.

2 midden. Door de lage ligging is hier sprake van kwelsituaties. Beplanting is afwezig. Bebouwing concentreert zich langs de Grift. In de Geldersche Vallei is sprake van een zwak golvend landschap. Het beeld is kleinschalig. Wegen kronkelen door het gebied. De verkaveling is eveneens onregelmatig. Er zijn zowel infiltratie- als kwelgebieden. De beplanting bestaat uit wegbeplanting, kavelgrensbeplanting, bosjes en erfbeplanting. Ook de bebouwing ligt verspreid langs vele wegen.

Veenendaal in haar omgeving

Landschapsstructuur In de landschapsstructuur van de omgeving van Veenendaal komt zowel de ligging in meerdere landschapstypen tot uiting als het contrast tussen het buitengebied en het stedelijk gebied. Het hart van het stedelijk gebied kenmerkt zich door het knooppunt van de radiaalsgewijze ligging van de oude linten. De omgeleide Grift verbindt deze linten met het buitengebied. Vervolgens valt de ring van de rondwegen op en de uitwaaierende oost-west ligging van de spoorlijnen en de A12. Deze infrastructuur volgt in grote lijnen de landschappelijke ligging ten opzichte van de stuwwal. Overige patronen sluiten aan bij de plaatselijk voorkomende structuren. Landschapskenmerken De stuwwal valt op door haar hoge ligging ten opzichte van de omgeving en de beslotenheid van de bebossing. Het padenpatroon is afwisselend regelmatig en meer onregelmatig. Het is een infiltratiegebied. Bebouwing is afwezig. De overgang van de stuwwal naar de Gelderse Vallei bestaat uit een helling. Hier zijn de langgerekte bospercelen en lange houtwallen kenmerkend. De verkaveling ligt loodrecht op de helling. Het water infiltreert op de hogere delen en kwelt op in de lagere delen. Beplanting bestaat uit langgerekte bossen, houtwallen en wegbeplantingen. Er ligt verspreid enkele bebouwing in het buitengebied, waaronder ook kasteel Prattenburg en diverse boerderijen. Het veengebied ligt het laagst.

Het gebied was van oorsprong open. De verkaveling is langgerekt en verdraaid als een visgraat met de Grift in het Landschapsstructuur 11

Baggerplan gemeente Veenendaal, 2001; Arcadis, Deventer.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

19

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Topografische kaart, Veenendaal in 1880

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2

2.2 Historische context

Linten Van enige geconcentreerde bebouwing is pas sprake nadat de Grift zorgde voor een geregelde afwatering van het gebied. De kruising van de Grift met de weg van Elst naar Renswoude en Lunteren is de basis voor de ontwikkeling van Veenendaal. Langs de Grift en de wegen naar Elst, Renswoude en de Haspel ontwikkelde zich een lintbebouwing. De Nieuwe weg en de Grift vormden het raakvlak tussen twee verkavelingsrichtingen. Ten oosten hiervan was deze oost-west gericht, ten zuiden hiervan loodrecht op de heuvelrug. Aan deze zijde lagen vele houtwallen als kavelscheiding. De Slaperdijk aan de westzijde van e Veenendaal is in de 17 eeuw aangelegd om Utrecht te beschermen tegen overstromingen vanuit de Rijn. Later werd deze dijk onderdeel van de Grebbelinie, die pas net voor de Tweede Wereldoorlog werd voltooid.. Lange tijd hoorde Veenendaal als de Rhenense Venen bij de stad Rhenen. Pas in de Franse tijd, aan het eind van de 18e eeuw werd Veenendaal een zelfstandige gemeente.

1. Opduikingen in het veen

3. Infrastructuur

Infrastructuur In de tweede helft van de 19e eeuw ontstond vanuit de huisnijverheid rond het oude centrum de textielindustrie. Later kwam hier op grotere afstand van het centrum de tabaksindustrie bij. In deze tijd werd ook de

2. Linten

4. Planmatige groei

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Veenendaal in haar omgeving

Opduikingen in het Veen Veenendaal dankt haar naam aan haar ligging en ontstaanswijze. Het veen werd ontgonnen in het dal tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. Het graven van de Grift halverwege de 15e eeuw maakte het mogelijk de woeste veenstreek van de Vallei te exploiteren. In het natte gebied waren de woon- en werkomstandigheden zodanig dat bebouwing zeer verspreid voorkwam op de hoger gelegen gedeelten. De eerste bewoners vestigden zich op de natuurlijke verhoging van een lage stuwwal midden in Veenendaal, welke nu de Heuvel genoemd wordt. Kleine zandruggen zijn bepalend geweest voor de situering van de eerste wegen (Nieuwe weg, Vendelse weg / Munnikenweg, Weverij en Kerkewijk). Zie ook het boek van Veenendaal van de Historische Vereniging Oud Veenendaal.

Historische ontwikkeling

21

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Topografische kaart, Veenendaal 1995 met de planmatige groei van 2001 aangegeven

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

spoorweg Amersfoort – Kesteren aangelegd. Nu loopt hier de verbinding Utrecht – Rhenen. Halverwege de 19e eeuw werd de Grift ter plekke van het centrum verlegd. Het omleidingskanaal zorgde voor een betere afwatering van de Vallei. Begin 20e eeuw werd besloten de oude loop van de Grift in het centrum (Zandstraat, Hoogstraat en Valleistraat) en de Boveneindsche Grift ( Prins Bernhardlaan en Stationsstraat) te dempen. Dit was voor Veenendaal een grote ingreep. Nieuwe linten ontstonden ten behoeve van de woningbouw van de werknemers. De aanleg van de autoweg (A12) gaf nieuwe impulsen.

2 De linten en de Grift zijn nog steeds belangrijke lineaire structuurelementen binnen het stedelijk gebied. De linten ontsluiten daarbij het centrum. De herkenbaarheid en beeldkwaliteit kunnen echter worden verbeterd. Historische bebouwing ligt in het stedelijk gebied vooral geconcentreerd langs de oude linten zoals Kerkewijk, Nieuwe weg, Verlaat, Munnikenweg en in het buitengebied langs oude wegen zoals de Dwarsweg ten westen van de Slaperdijk, de Cuneraweg (omgeving Prattenburg, maar ook richting Rhenen) en de Nieuweweg Noord. De oorspronkelijke kavelrichting is met name direct ten westen van het centrum in ’t Hoorntje en in Veenendaal-Zuid (Het Franse Gat en Petenbos) nog zeer goed herkenbaar.

Stedelijke vernieuwing Nieuwe milieuhygiënische inzichten leidden tot verplaatsing van bedrijven uit het centrum en de woongebieden. De opengevallen plaatsen worden opgevuld met nieuwe functies. Oud en nieuw wordt gemengd. In het centrum worden straten afgesloten voor autoverkeer en omgevormd tot voetgangersgebieden. De beschikbare ruimte wordt intensiever gebruikt door ondergrondse parkeervoorzieningen en hogere bouwhoogten. De vernieuwing van de stad is een voortgaand proces.

Veenendaal in haar omgeving

Planmatige groei Na de tweede wereldoorlog kwam als gevolg van de woningnood de grootschalige ontwikkeling van woon- en werkgebieden op gang. Groenvoorzieningen op wijk- en buurtniveau, maar ook op stedelijk niveau (stadspark, begraafplaatsen en sportparken) zijn onderdeel van de gebouwde structuur. Sommige gebieden (de Hel en de Blauwe Hel) zijn te nat, blijven groen en ontwikkelen zich zelfs tot natuurreservaat. Door de toename van het autobezit is de aanleg van een westelijke rondweg noodzakelijk. Opvallend is dat vooral in de nieuwere wijken het water prominent aanwezig is. Momenteel, 2001, is ook de oostelijke rondweg nagenoeg voltooid en is de stad bijna maximaal gegroeid tot aan de gemeente grens.

Historische patronen en elementen Van de historische patronen en elementen zijn nog enkele zeer opvallend in het stedelijk weefsel aanwezig. De hogere plaatsen ‘terpen’ aan de westzijde van het centrum worden geaccentueerd door opvallende bebouwing, zoals de N.H. kerk en twee molens. Zij zijn daardoor markante elementen en oriëntatiepunten in het centrum.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

23

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Stedelijk gebied

Park

Bosgebied

Sportpark

Agrarisch gebied

Recreatieve route

Recreatieve voorziening Camping

Dagrecreatieterrein

Fort/ ruine

Speelterrein

Restaurant

Startpunt wandelroute

Parkeerplaats

Manege

Picknickplaats

Zwembad

Recreatieve functies

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

-

groot aantal dagrecreatieve voorzieningen en campings op de stuwwal

-

Noord-Veenendaal heeft aansluiting op de Gelderse Vallei

-

fietspaden in buiten- en stedelijk gebied

-

in het binnenveld veel recreatief medegebruik

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2.3 Recreatieve context

Een belangrijke conclusie is dat het buitengebied voorziet in een grote behoefte van recreatief medegebruik. Het is belangrijk de recreatieve verbindingen voor langzaam verkeer tussen het stedelijke gebied en het buitengebied te optimaliseren, zowel qua aantal en ligging, als qua inrichting van de routes zelf. Hierbij dient wel rekening te worden gehouden met aanwezige natuurwaarden en mogelijke verstoring hiervan door een te intensief recreatief gebruik. In het thema fietsroutes wordt hier nader op ingegaan.

Het noorden van Veenendaal heeft aansluiting op de Gelderse Vallei. Het kleinschalige landschap met de vele kleine dorpen nodigt uit tot wandelen en fietsen. Het Binnenveld, ten oosten van Veenendaal heeft een meer open karakter. Ook hier is sprake van veel recreatief medegebruik in de vorm van wandelen, fietsen en vissen. Vanuit het stedelijk gebied zijn de verbindingen met het buitengebied matig tot redelijk. Vanuit de zuidelijk gelegen wijken Salamander en Petenbos zijn er enkele toegangswegen tot de bossen. Ook vanuit de wijk West is er slechts een enkel fietspad naar de bossen en het aantrekkelijke overgangsgebied met het coulissenlandschap ten zuiden van de Dijkstraat. In noordelijke richting zijn de woonwijken met het buitengebied verbonden via de rondweg West en de Stationsstraat Veenendaalseweg. De snelweg en de bedrijventerreinen en in mindere mate de spoorlijn vormen hier barrières tussen de woongebieden en het buitengebied van de Gelderse Vallei. Ook in oostelijke richting zijn de verbindingen met het Binnenveld beperkt. Dit komt enerzijds door de ligging van de rondweg Oost, de bedrijventerreinen Ambacht en Nijverkamp en de natuurgebieden, anderzijds door het feit dat er weinig oost-west gerichte wegen zijn, die vanuit het Binnenveld richting het stedelijk gebied lopen.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Veenendaal in haar omgeving

Veenendaal is gelegen in een omgeving met diverse recreatieve waarden. De recreatiemogelijkheden zijn veelal gerelateerd aan de landschapstypen. De beboste stuwwal herbergt een groot aantal voorzieningen voor verblijfsrecreatie, met name campings. Daarnaast zijn ook veel dagrecreatieve voorzieningen in de bosrand aanwezig, zoals een zwembad, maneges, restaurants, speelplaatsen, etc. De bossen zelf lenen zich voor wandelen, fietsen, paardrijden en mountainbiken. Het ruim 350 ha grote landgoed Prattenburg vormt met het kasteel en de bijbehorende bebouwing een bijzonder element in het bosgebied. Het landgoed is voor een groot deel opengesteld voor publiek.

2

25

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Binnenstedelijke natuurwaarden

*

Parels in het buitengebied

droog nat

+ ruimte

-

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

+

milieukwaliteit

-

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2.4 Ecologische context

De droge natuurwaarden concentreren zich in het zuiden aan de stadsrand. In de stedelijke omgeving doven deze snel uit. Het zuidelijke kerngebied heeft zwakke verbindingen met de verspreide droge natuurwaarden in het westen zoals op de begraafplaats Munnikenhof en het fort aan de Buurtsteeg. De natte natuurwaarden concentreren zich in het noorden en oosten. Ook hier zijn de verbindingen met de verspreide natte natuur slecht. Er is weinig samenhang. De goed ontwikkelde gemeenschappen (+/+) komen alleen in het buitengebied voor. Visie Bij de voorstellen voor een nieuwe ecologische structuur is een aantal uitgangspunten gehanteerd. Deze betreffen natuurtype, milieukwaliteit, ruimte, samenhang en dynamiek en worden hieronder toegelicht.

Natuurtype Er is in Veenendaal al ruim 10 jaar aandacht voor de ecologische aspecten van het groen2. Deze uit zich vooral in aandacht voor het beheer. Inmiddels zijn op vele plekken in het stedelijk groen natuurwaarden tot ontwikkeling gekomen. Op andere plekken vallen de resultaten ondanks de inspanningen tegen. Dit plan richt zich vooral op de hoofdstructuur. De verspreiding van de natuurwaarden vertoont een duidelijke lijn. Deze volgt het abiotisch patroon. De droge natuurwaarden manifesteren zich vooral in het zuiden en westen, de natte vooral in het oosten en noorden. Deze tweedeling stuurt het ecologisch doel. In het zuiden en oosten moet het (extensieve) groen afgeleid zijn van droge natuurtypen als bos, heide, schraalgrasland en in het noorden en oosten van natte natuurtypen als broekbos, wilgenstruweel, riet, zeggenmoeras, open water. In de figuur op pagina 28 is de precieze scheiding tussen beide natuurdoelcomplexen aangegeven. Milieukwaliteit Een tweede uitgangspunt betreft de milieukwaliteit van het groen. Deze kan verbeterd worden. Planten en dieren hebben te lijden van vermesting, verstoring, verzuring, verdroging et cetera. Deze problematiek hangt natuurlijk samen met het stedelijk gebruik en is daarmee inherent aan een stedelijk milieu. Er valt echter nog veel te verbeteren.

Voorbeelden hiervan zijn: sanering overstortsituaties en vervuilde waterbodems, zonering hondenuitlaat en recreatief gebruik, afkoppeling (schoon) hemelwater, extensivering veebezetting (inclusief eenden, ganzen, karpers e.d.). Dimensionering Ruimte is vaak een probleem. De natuurlijke kwaliteiten van het groen zijn dikwijls onvolledig ontwikkeld, omdat de betreffende plek onvoldoende ruimte biedt aan (grotere) dieren en planten of omdat de negatieve randinvloeden te groot zijn. Ecologisch gezien is het beter te kiezen voor robuust groen dan voor groen volop verspreid maar steeds smal/ klein.

Veenendaal in haar omgeving

De (oorspronkelijke) natuur van Veenendaal betreft die van het pleistocene zand en wel die langs een sterke gradiënt van droog en mineraalarm naar nat en mineraalrijk (t.g.v. opwellend grondwater). Deze abiotische structuur is door de verstedelijking danig vertroebeld (zie hierboven). In het buitengebied resteren nog enkele parels. De Hellen en het Meeuwenkampje vallen onder de Natuurbeschermingswet en vertegenwoordigen de hoog gekwalificeerde natte natuur. Het landgoed Prattenburg valt onder de Natuurschoonwet en is een representant van de droge natuur in prima forma, sterk beïnvloed door de aanplant van monoculturen. Prattenburg ligt in hoofdzaak buiten de grenzen van Veenendaal, maar is als geen ander een Veenendaals gebruiksbos. In het stedelijk gebied zijn het milieu of de omvang van het groen veelal onvoldoende voor fundamenteel ecologische ontwikkelingen. De levensgemeenschappen zijn daarom niet volledig ontwikkeld. Wel worden er vertegenwoordigers aangetroffen. Bij de beoordeling van de natuurwaarde zijn deze in verschillende kwaliteitsklassen gedeeld. De een is kenmerkend voor een schoon milieu, de ander voor veel ruimte. Nevenstaand schema geeft hiervan een overzicht. De aanwezigheid van de verschillende soorten is vooral gebaseerd op 1 informatie uit het rapport over het ecologisch groenbeheer .

De verspreiding van de natuurwaarden is gegeven in de figuur op pagina 26.

2

1

Koster, A., 2000: Ecologisch groenbeheer in Veenendaal rond het jaar 2000; Alterra, Wageningen.

2

Notitie Ecologisch Beheer, 1993; gemeente Veenendaal.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

27

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Gebiedsvisie ecologie Droge natruurdoeltypen: bos, hei, schraal grasland Natte natuurdoeltypen: water, moeras, schraal grasland, broekbos

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

milieu + en ruimte +

2

DROOG

NAT

vos, rosse vleermuis, grootoorvleermuis,

waterspitsmuis, aardmuis

hermelijn, bosmuis

boomvalk, wielewaal, nachtegaal, blauwborst

buizerd, zwarte mees, spotvogel, ransuil

ringslang, heikikker

eikvaren, dubbelloof, gewone salomonszegel

koevinkje, grote parelmoervlinder, oranjetipje, hooibeestje, moerassprinkhaan grote keverorchis, moerasvaren, koningsvaren, reuzenzwenkgras, gagel, aalbes, groot springzaad, moeraskartelblad, moerasviooltje, water-

Kaasjeskruid – Groene lob Hondzenelleboog

spaanse ruiter, pluimzegge, ronde zegge, draadzegge

milieu + en ruimte -

wezel, rosse woelmuis, dwergmuis

fuut, grasmus

patrijs, grasmus, braamsluiper, rugstreeppad

groene kikker

kleine ijsvogelvlinder, resedamaskerbij, negertje,

rietvoorn, snoek, geelgerande watertor, groene

adelaarsvaren, gewone kamperfoelie, brem,

glazenmaker, lantaarntje, roodoogjuffer

struikhei, wilde reseda, vogelpootje, zandmuur,

paardenbijter

zeepkruid, zandblauwtje, akkerandoorn

rietorchis, waterkruiskruid, wateraardbei, krabbenscheer, dotterbloem, echte koekoeksbloem, grote ratelaar, moeraslathyrus, ijle zegge, grote bosbies

milieu - en ruimte +

milieu - en ruimte -

egel, eekhoorn, dwergvleermuis, laatvlieger,

kleine karekiet, bosrietzanger

bosuil, appelvink, grauwe vliegenvanger

karper, blankvoorn, aal

boomklever

poelruit, gele lis, valeriaan, grauwe wilg, riet

zandbijen, bruin zandoogje, kleine vuurvlinder,

slobkousbij,

argusvlinder, zwartsprietdikkopje, icarus-

pinksterbloem, moerasspirea, grote wederik,

blauwtje, ratelaar

kattenstaart, moerasrolklaver

Kruiskruid, Kaasjeskruid en Kattestaart – Hermelijnlaan Petenbos

Veenendaal in haar omgeving

drieblad, duizendknoopfonteinkruid, waterviolier,

boerenwormkruid, jacobskruid, knoopkruid, voederwikke, gewoon biggekruid, SintJanskruid, ruige klaproos, korenbloem, akkerviooltje, heggerank

Natuurdoeltypen in droog en nat milieu

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Echte koekoeksbloem en rietorchis in de natuurtuin – Groene lob Ruisseveen

29

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Droge habitatmodellen

+

+

Brem

+

--

Eekhoorn

--

+

Zandoogje

--

--

Natte habitatmodellen

Milieu

Dimensie

Moerasviooltje

+

+

Dotterbloem

+

--

Kleine karekiet

--

+

Slobkousbij

--

--

Kamsalamander

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Dimensie

Varen

Verbindingsfuncties modellen

Streefbeelden ecologische structuur

Milieu

Winde

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2

Samenhang Tenslotte is het belangrijk dat het groen niet geïsoleerd is, maar met ander groen in verbinding staat. Elke soort stelt zijn eigen eisen ten aanzien van een goede verbinding. In zijn algemeenheid geldt dat de ecologische verbindingszone voldoende dekking moet bieden middels een gesloten kruid- en struiklaag, niet onderbroken mag worden door natte en droge infrastructuur en bij voorkeur zowel droge als natte ecotypen herbergt.

Ecologische structuur Bij het opstellen van de ecologische structuur is er voor gekozen deze te presenteren in de vorm van streefbeelden. De verschillende streefbeelden worden onderscheiden op grond van (haalbare) milieukwaliteit (goed of minder goed), beschikbare ruimte (breed of smal), natuurtype (droog of nat) en ecologische functie (habitat of corridor). De ecologische structuur is dan de ruimtelijke verspreiding van deze modellen, waarbij gepoogd is deze in een zekere samenhang op te stellen. De figuur op pagina 30 is hiervan de resultante. De verschillende modellen worden hierna besproken. De natuurvriendelijke maatregelen worden verder in het rapport bij de bespreking van de hoofdgroenstructuur en de wijken toegelicht.

Natuurlijk groen in wegbermen – hier langs Rondweg-West.

Veenendaal in haar omgeving

Dynamiek De natuurkwaliteit van het groen wordt ook beïnvloed door de ouderdom van de betreffende beplanting. Een ongestoorde ontwikkeling staat borg voor een hoge biodiversiteit. Deze factor (pionier- versus climaxvegetatie) is niet specifiek meegenomen, omdat de meeste planten en dieren in een stedelijke omgeving zijn aangepast aan een dynamisch milieu. Het betreft hier vooral jonge levensgemeenschappen.

Natuurontwikkeling langs de oever van de Grift.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

31

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Adelaarsvaren Bron: drs. E.J Weeda en Ch., R., T. Westra, 1985

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Model varen (+, +) Doel Dit model staat voor het bosecosysteem van de Utrechtse Heuvelrug en de kleine boselementen in de Vallei en het stedelijk gebied van Veenendaal, die hiermee verbonden zijn. Het doel is de samenhang en de milieukwaliteit van een aantal losse elementen in het zuiden en westen van de stad te verbeteren. Deze worden dan weer leefgebied van een aantal kritische soorten. Op die manier wordt het bos de stad binnengehaald.

verdwijnen. Deze worden begraasd (met siervee) of verhard (ten behoeve van wandelaars en fietsers). Andere bedreigingen betreffen verstoring, betreding, vermesting (met hondenpoep) en verzuring (in het Dijkstraatgebied). Maatregelen De speerpunten van dit model zijn beide inprikkers. Het streven is aan de westkant, het extensieve deel van beide parken, meer ruimte te reserveren voor bos. De bestaande bosjes worden met elkaar verbonden middels een doorlopende singelbeplanting van tenminste 5 m breed. Hiertoe wordt een deel van de waterpartij gedempt. De verbinding wordt over particulier terrein doorgetrokken naar de Slaperdijk. Een andere maatregel betreft de bescherming van de particuliere bospercelen in het bestemmingsplan. Het moet onmogelijk worden gemaakt deze om te vormen tot hobbyboerderij, siertuin of gazon. Naast het kappen van bomen, moet ook de omvorming van de struik- en kruidlaag aan een vergunning worden gehouden (bestemmingsplan !). Tenslotte verdient de houtachtige vegetatie van het Dijkstraatgebied aandacht. Deze hebben nogal te lijden van het intensieve agrarische gebruik van de aanliggende gronden. De milieukwaliteit is gediend met een nieuwe economische drager, die minder input van energie en voedingsstoffen vereist.

Verspreiding Het kerngebied is het bos van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug i.o.. In de omgeving van Veenendaal betreft dat de boswachterij Amerongse berg (SBB), landgoed Prattenburg, landgoed de Dikkenberg en enkele kleinere particuliere bospercelen (de Doolhof e.o. en het Schupse bos). Ten tweede betreft het de perceelrandbeplanting en verspreide bosjes van het gebied ten zuiden van de Dijkstraat. In de derde plaats de houtachtige vegetatie langs de Slaperdijk (SBB), de spoorlijnen Utrecht – Rhenen en Utrecht – Arnhem en de voormalige fortificaties van de Grebbelinie (SBB). Tenslotte omvat dit model een aantal bosrestanten in de inprikkers Hondzenelleboog en Ruisseveen, rond het sportpark Salamander en in de wijk Petenbos (Brinkersteeg, Koesteeg). Bedreigingen Op het grondgebied van de gemeente Veenendaal is de belangrijkste bedreiging de voortgaande uitkleding van oorspronkelijk bos. De bomen blijven weliswaar staan, de oorspronkelijke kruid- en struiklaag

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Veenendaal in haar omgeving

Samenstelling Het natuurtype betreft steeds gesloten houtachtige vegetatie met een spontane struik- en kruidlaag: houtwal, struweel, hakhout, middenbos, natuurbos. De minimale breedte van de lijnvormige elementen is 5 m. De minimale oppervlakte van de vlakvormige elementen is voor struweel 1 are, voor hakhout 1 are, voor middenbos 5 are en voor natuurbos 50 are. Het vegetatietype betreft Berken-Zomereikenbos en WintereikenBeukenbos. De doelsoorten zijn buizerd, zwarte mees, spotvogel, eekhoorn, rosse vleermuis, grootoorvleermuis, hermelijn, bosmuis, eikvaren, dubbelloof, adelaarsvaren, gewone salomonszegel

2

min. 5 meter

33

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Brem Bron: drs. E.J Weeda en Ch., R., T. Westra, 1987

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

2

Model brem (+, -) Doel Dit model beslaat de spoordijktaluds en brede bermen, waarlangs verspreid houtachtige beplanting voorkomt. Het is vooral bedoeld als verbindingszone voor dieren en planten van open, schrale plekken in en aan de rand van het bos.

Verspreiding De taluds van de spoorlijn Utrecht – Arnhem en Utrecht – Rhenen en de brede bermen van de rondweg. Bedreigingen Op het grondgebied van de gemeente Veenendaal is de belangrijkste bedreiging het achterstallig onderhoud aan de houtachtige vegetatie, waardoor deze te dicht en te hoogopgeschoten is. In het stedelijk gebied staat de bebouwing dicht op het spoor. Voor sommige soorten is de verstoring te groot. De corridor is dan suboptimaal (model zandoogje).

zone van 10 - 40 meter

Veenendaal in haar omgeving

Samenstelling Het natuurtype van de corridor betreft open droog schraalgrasland en ruigte; die van de stapstenen struweel, haag of singel. De breedte van de betreffende spoordijken varieert tussen 10 en 40 m (inclusief spoor). Het vegetatietype is steeds een overgangsgemeenschap (in tijd of ruimte) zoals het Brummel-verbond en de Wormkruid-associatie. De doelsoorten zijn rugstreeppad, patrijs, grasmus, braamsluiper, wezel, rosse woelmuis, dwergmuis, kleine ijsvogelvlinder, resedamaskerbij, negertje, adelaarsvaren, gewone kamperfoelie, zandblauwtje, brem, struikhei, wilde reseda, vogelpootje, zandmuur en zeepkruid

Maatregelen In overleg met NS wordt de houtachtige vegetatie teruggezet en uitgedund. Het (versnipperd) hout wordt afgevoerd. Er wordt bij NS tevens aangedrongen op een natuurvriendelijker maaibeheer van de taluds. Dit moet gefaseerd gebeuren (elk jaar een deel), waarbij het maaisel wordt afgevoerd.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

35

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Eekhoorn Bron: R. Lange e.a., 1994

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Model eekhoorn (-, +) Doel Dit model staat voor extensief stedelijk groen met houtachtige beplanting. De bomen en struiken zijn vaak niet inheems en altijd aangeplant. Ook de kruidlaag is meestal niet spontaan en bestaat vaak uit gras. Het beheer en het gebruik is extensief, de dimensies groot. Hierdoor maken veel dieren gebruik van dit groen als leefgebied. Het doel is dit groen te beschermen, uit te breiden en meer in samenhang met elkaar te brengen.

Maatregelen Het belangrijkste actiepunt is het leggen van verbindingen vanaf de bossen van de Heuvelrug. Dit betekent dat bestaande lijnvormige groenvoorzieningen langs de oude ontginningsas robuuster moeten worden gemaakt. De kroonlaag moet continu zijn. En ook de struiklaag moet worden uitgebreid om zo meer dekking te bieden. Tenslotte dient ook de kruidlaag plaatselijk meer opgaand te worden. Deze maatregelen betreffen met name Rondweg-west en –oost (Koesteeg), Brinkersteeg en park Petenbos. Ook het landelijk gebied tussen de Slaperdijk en de stadsrand moet een (extensieve) groenfunctie met bomen en struiken krijgen om zo de inprikkers van nieuw bloed te kunnen blijven voorzien. Verder is het van belang dat bij de herinrichting van het Stadspark een deel blijft gereserveerd voor extensief en opgaand groen. Tenslotte dient het voortbestaan van oude bomen en de standplaats van bomen beter gewaarborgd te worden. Deze moeten geïnventariseerd worden en beschermd (b.v. in het bestemmingsplan).

Verspreiding De actuele kernen zijn de villawijk Salamander, Stadspark, begraafplaats Munnikhof en Dragonderpark. Lijnvormige voorbeelden zijn de uitgeklede houtwallen in de wijken Franse Gat, Petenbos, Hondzenelleboog en Rede en de bermen van de A12. Bedreigingen De belangrijkste bedreiging is het gebrek aan samenhang. Het Stadspark en de begraafplaats zijn bijna onbereikbaar voor zoogdieren, reptielen, loopkevers e.d.. Na lokale uitsterving is herkolonisatie vanuit de bossen van de Heuvelrug zeer moeilijk. Ook voor standvogels als boomklever en kleine bonte specht is de bereikbaarheid van geïsoleerde bosjes een probleem. Andere bedreigingen betreffen verstoring, hoewel de meeste soorten die zich in stedelijk groen handhaven, hieraan in meer of mindere mate zijn gewend.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

of

Veenendaal in haar omgeving

Samenstelling Het natuurtype betreft open en gesloten houtachtige vegetatie zonder spontane struiklaag: parkbos, natuurtuin, bostuin, boomweide, singel, bosplantsoen. De minimale breedte van de lijnvormige elementen is 5 m. De minimale oppervlakte van de vlakvormige elementen is voor natuurtuin 1 are, voor bomenweide 5 are en voor parkbos 10 are. De vegetatie is niet natuurlijk en dus niet te typeren. De doelsoorten zijn bosuil, appelvink, grauwe vliegenvanger, boomklever, egel, eekhoorn, dwergvleermuis, laatvlieger, boomblauwtje

2

min. 5 meter

37

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Zandoogje Bron: J. Movcha, 1980

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Model zandoogje (-, -)

2 Stadspark) is een goede mogelijkheid om soortenrijke graslanden te ontwikkelen.

Doel Dit model staat voor extensief stedelijk groen met uitsluitend kruidachtige vegetatie. De kruidachtige vegetatie is meestal ingezaaid maar in de loop van de tijd heringenomen door wilde soorten. Het betreft steeds bermen en andere restruimte. Het doel is dit groen ecologisch te beheren en meer in samenhang met elkaar te brengen.

Verspreiding In droge, brede bermen zoals langs de Rondweg-west en de Cuneraweg, de spoorlijnen en plaatselijk in de wijk Rede en het Franse Gat. Bedreigingen De belangrijkste bedreigingen zijn isolatie en vervuiling. Het verkeer is druk. De bermen zijn smal en moeilijk bereikbaar. Er is inspoeling, waaiing van olie, zout, lood, PAK ’s e.d..

min. 3 meter

Veenendaal in haar omgeving

Samenstelling Het natuurtype betreft kruidachtige vegetatie met ingezaaide en spontaan gevestigde inheemse soorten: bloemrijke berm, grazige berm, open en grazig spoortalud. De minimale breedte is 3 m. Dit wordt soms niet gehaald. De vegetatie betreft onvolledig ontwikkelde vormen van de Associatie van Ganzebloem, Wormkruid-associatie, Vogelpootjes-associatie en Glanshaverhooiland. De doelsoorten zijn boerenwormkruid, jacobskruiskruid, knoopkruid, voederwikke, gewoon biggekruid, Sint-Janskruid, zandblauwtje, ruige klaproos, korenbloem, akkerviooltje, akkerandoorn, zandbijen, bruin zandoogje, kleine vuurvlinder, argusvlinder, zwartsprietdikkopje, icarusblauwtje, ratelaar

Maatregelen Als er weinig ruimte is, is het soms beter te kiezen voor alleen grazige vegetatie, dus geen bomen. De betreffende plekken zijn hierboven genoemd en op kaart aangegeven. Uitbreiding van dit model is denkbaar in de vorm van bloemenweide (=ingezaaide bloemenakker) in de diverse parken. Ook uitbreiding van extensieve begrazing met schapen (bijvoorbeeld in het gerenoveerde

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

39

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Moerasviooltje Bron: drs. E.J Weeda en Ch., R., T. Westra, 1987

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Model moerasviooltje (+, +) Doel Dit model staat voor de grootschalige natte natuur gevoed door regionale kwel en schoon regenwater in het buitengebied van Veenendaal. Het betreft steeds een complex van bos, ruigte en grasland. Het doel is de natte natuur in het buitengebied te beschermen, de kwaliteit te verhogen en waar mogelijk uit te breiden ook naar het stedelijk gebied.

Maatregelen Bij de herinrichting van het Stadspark liggen er mogelijkheden grootschalige natte natuur de stad binnen te halen. De ecohydrologische potenties langs de Grift worden benut in de vorm van moerasruigte, nat hooiland en wilgenstruweel. Dergelijke mogelijkheden liggen er ook in het Ruisseveen en het Dragonderpark. De (grond)waterkwaliteit is hier goed. Het gaat erom voldoende ruimte te reserveren voor onbetreedbare nattigheid op en vlak onder het maaiveld (plas/dras). Het minimumareaal voor dit model bedraagt ca. 10 are. Als er weinig ruimte is, is het beter te kiezen voor alleen kruidachtige vegetatie, dus geen bomen en struiken (= model dotterbloem).

Verspreiding Actueel alleen goed ontwikkeld in de Hellen en het Meeuwenkampje. Bedreigingen De belangrijkste bedreigingen zijn verdroging, vermesting en verzuring. Verdroging wordt mede veroorzaakt door de diepere drooglegging van stedelijke gebied (t.o.v. de oorspronkelijke landbouwgrond), de drinkwaterwinning en de geringe infiltratie van hemelwater. Vermesting en verzuring hangen vooral samen met de omringende landbouwactiviteiten. Gelukkig worden deze ook in de Gelderse Vallei elk jaar minder intensief. De verstedelijking komt hiervoor in de plaats. De Rondweg-oost moet ter hoogte van de Hellen de harde grens tussen stad en land worden. En ook het gebied ten zuiden van het Meeuwenkampje tot aan de snelweg blijft bij voorkeur gevrijwaard van bedrijfsvestiging.

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Veenendaal in haar omgeving

Samenstelling Het natuurtype betreft broekbos, essenhakhout, wilgenstruweel, moerasruigte en nat schraalgrasland. De minimale oppervlakte van de vlakvormige elementen is voor grasland 1 are, struweel 1 are, voor hakhout 1 are, voor middenbos 5 are en voor natuurbos 50 are. Het vegetatietype betreft Elzen-Eikenbos, Elzenbroekbos, Verbond der wilgenbroekstruwelen, Riet-klasse, Verbond der grote zeggen, Kamgrasweide, Moerasspirea-associatie, Dotterbloemhooiland en zelfs Blauwgrasland. De doelsoorten zijn boomvalk, wielewaal, nachtegaal, blauwborst, waterspitsmuis, aardmuis, ringslang, heikikker, koevinkje, grote parelmoervlinder, oranjetipje, hooibeestje, moerassprinkhaan, grote keverorchis, moerasvaren, koningsvaren, reuzenzwenkgras, aalbes, groot springzaad, moeraskartelblad, moerasviooltje, waterdrieblad, duizendknoopfonteinkruid, waterviolier, spaanse ruiter.

2

41

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Dotterbloem Bron: drs. E.J Weeda en Ch., R., T. Westra, 1987

AMER adviseurs BV, brons + partners landschapsarchitecten bnt, Schenkeveld

Groenstructuurplan Veenendaal eindrapportage juni 2002

Model dotterbloem (+, -) Doel Dit model staat voor de kleinschalige natte natuur gevoed door regionale kwel en schoon regenwater in het stedelijk gebied van Veenendaal. Het betreft lijnvormige elementen als singels en oevers in het noorden en westen van de stad. Het doel is de natte natuur in het stedelijk gebied te beschermen, de milieukwaliteit te verhogen en waar mogelijk uit te breiden.

worden op termijn vervangen door flauwe oevers zonder hekken (Baggerplan, Waterplan). Bij de herinrichting van het Stadspark worden vistrappen aangelegd. De waterpartijen van het stabiel systeem van Dragonder-Oost en Veenendaal-Oost lijken ook geschikt voor dit natuurtype. In de begroting is nog geen ruimte gemaakt deze onderling te verbinden met ecoduikers.

helling 1 : 4

Verspreiding Actueel alleen goed ontwikkeld in de Compagnie, het Stadspark, Ruisseveen (heemtuin, spoorsloot), Dragonderpark. Bedreigingen De belangrijkste bedreiging is de overstortsituatie. Het gemengde stelsel wordt langzaam maar zeker gesaneerd door de plaatsing van bergbezinkbakken. Dus deze bedreiging zal minder worden. Andere bedreigingen zijn betreding (vooral door sportvissers), vermesting (door honden, eenden, ganzen en zwanen) en het maaibeheer (te intensief voor en te extensief achter de hekken). Ook isolatie is een probleem. Veel waterpartijen staan alleen via duikers met elkaar in verbinding. Ook stuwen maken migratie van vissen onmogelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10537606/1