CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Rekenkamerrapport Energie - van ambitie naan transitie rapportage

Gemeenteraad 21 januari 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Rekenkamerrapport Energie: van ambitie naar transitie24.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ondanks het verschil in einddoelen neemt de urgentie van de gemeentelijke inspanningen toe door regelgeving van buitenaf. Zo stelt het Klimaatakkoord dat er in 2021 een concreet plan moet zijn voor de Transitievisie Warmte. Dit dwingt de gemeente om vanuit een opgelegde structuur concreet een deel van de energievraag aan te pakken.

15 16 17 18

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Geïnterviewden geven aan dat de jaartallen gekoppeld aan de Transitievisie Warmte en het PEN-2035, respectievelijk 2050 en 2035, wel voor verwarring zorgen. Zo wekt de energieneutrale ambitie in het PEN-2035 de verwachting dat in 2035 geen fossiele brandstoffen meer gebruikt worden, terwijl dit in de Transitievisie Warmte pas in 2050 het geval is. De instrumenten uit het klimaatakkoord (RES, Transitievisie Warmte) zijn gekoppeld aan de Omgevingsvisie: de RES en Transitievisie Warmte moeten geborgd worden in de instrumenten van de Omgevingswet. Aangezien de Omgevingsvisie een “algemene denkrichting en afweging met andere thema’s” toont, wordt verwacht dat de RES en Transitievisie Warmte zullen passen binnen de Omgevingsvisie.16 6.2.2 Maatregelen compatibel? Norm: de gekozen maatregelen om de eindsituatie te bereiken komen overeen of zijn niet gespecificeerd. De regionale samenwerking heeft een ondersteunende rol bij de uitvoering van de gemeentelijke maatregelen. Regio Foodvalley werkt samen met andere regio’s om kennis te delen en inspiratie op te doen en binnen de regio wordt gefocust op hoe gezamenlijk te werk gegaan kan worden om ambities te halen.

Er worden geen specifieke maatregelen opgelegd aan de gemeente, maar er is bijvoorbeeld wel een gezamenlijke ambitie om grootschalige energieopwekking langs infrastructuur te realiseren.17 Voor de gemeente Veenendaal betekent dit dat er vooral initiatieven aan de randen van de gemeente genomen zullen worden.

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

Vanuit het Klimaatakkoord is opgelegd dat voor het einde van 2021 een Transitievisie Warmte is vastgesteld. Deze opgelegde structuur heeft het gemeentelijke proces in eerste instantie vertraagd. Er werd gewacht op landelijke ontwikkelingen en de rekenmethodes die daaruit voortkwamen. Op lange termijn kan de Transitievisie echter voor een versnelling van het gemeentelijke proces zorgen, omdat het verplicht tot concrete stappen voor een deel van de energievraag. Er vindt nu een landelijke inventarisatie plaats hoeveel financiële steun gemeenten nodig hebben om de Transitievisie Warmte en andere uitvoeringsplannen te implementeren. De hoogte van de bijdrage vanuit het Rijk wordt rond het voorjaar van 2021 definitief. De gemeente volgt dit proces nauwlettend. De provincie denkt mee bij besprekingen van de RES en Veenendaal heeft daarnaast individuele afspraken met de provincie om invulling te geven aan haar wensen. Bij de startbijeenkomst zijn potentiële regionale stakeholders betrokken en is er gekozen voor een systeem waarin stakeholderoverleg de sturing op proces en inhoud bepaalt.18 De koplopersrol van de gemeente heeft ervoor gezorgd dat ze bij veel netwerken aan tafel zit en zodoende goed kan aangeven welke ondersteuning nodig is.

De Transitievisie Warmte en de RES worden apart voorgelegd aan de raad, aangezien deze pas als taak op de gemeente zijn afgekomen nadat de eigen ambitie was vastgesteld en beide zijn ingebed in landelijke regelgeving. Zowel de Transitievisie Warmte, de RES als de uitvoeringsplannen voor aardgasvrije wijken worden meegenomen als inspanningen in het programmaplan ENV-2035, omdat het middelen zijn om de doelstellingen te halen.

Omgevingsvisie Veenendaal 2030 (juni 2020) Samenhang tussen diverse trajecten rondom de energietransitie en betrokkenheid gemeenteraad, documentnummer: 2019\22609 Concept-RES regio Foodvalley, april 2020 Agendapunt 8 beantwoording technische vragen Startdocument RES

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 21

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting 6. Formulering ambities

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

6.2.3 Timing maatregelen compatibel? Norm: de timing van de maatregelen en van eventuele tussentijdse resultaten komt overeen of heeft een niet-verplichtend karakter. De concept-RES is later tot stand gekomen dan het PEN-2035. Geïnterviewden geven aan dat de verschillen in doelstellingen en tussentijdse resultaten tussen de plannen niet voor conflicten zorgen. De wens om gezamenlijk de ambities te realiseren en dit in de regio goed vorm te geven overheerst. De samenwerking heeft een breder karakter dan alleen energie en focust zich ook op koppelmogelijkheden met andere sectoren. Binnen de RES wordt hoofdzakelijk naar gezamenlijke kansen en mogelijkheden gekeken voor de verschillende gemeenten in de regio Foodvalley. Zoals eerder gesteld heeft het Klimaatakkoord wel een verplichtend karakter en kan het afwijkende maatregelen opleggen aan de gemeente. Vooralsnog ligt er echter geen tussentijdse resultaatverplichting voor de gemeente. De verplichting om een Transitievisie Warmte op te stellen heeft op korte termijn een vertraging opgeleverd, maar zal op langere termijn tot een versnelling van het gemeentelijke beleid leiden. Bij andere maatregelen is, gezien het latere einddoel van het Klimaatakkoord, eerder een vertraging te verwachten.

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 22

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota

6. Formulering ambities

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

7. Totstandkoming ambities Dit hoofdstuk biedt een terugblik op de manier waarop de ambities tot stand zijn gekomen, inclusief een analyse van de overwegingen en keuzes omtrent alternatieve ambities en de haalbaarheid van de ambities. Daarnaast wordt de rol van de gemeenteraad binnen dit proces belicht. De resultaten zijn gebaseerd op de beschikbare beleidsdocumenten en aanvullende interviews met betrokkenen.

Tabel 7.1

Normenkader: totstandkoming ambities

Onderzoeksvraag

Normen per onderzoeksvraag

3. In hoeverre is er een expliciete en onderbouwde keuze gemaakt tussen alternatieven bij het vaststellen van de ambities?

• Het besluitvormingsproces is traceerbaar, transparant en begrijpelijk. • In het besluitvormingsproces zijn meerdere alternatieven onderzocht. • De keuze voor het voorkeursalternatief is helder en gedegen onderbouwd.

4. In hoeverre is er gekeken naar de haalbaarheid van de ambities binnen de gestelde termijnen?

• In het besluitvormingsproces is de haalbaarheid van de ambities onderzocht. • De haalbaarheid van de ambities is helder en gedegen onderbouwd.

5. Hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende • De raad heeft zijn eigen rol vooraf helder vastgesteld. en controlerende rol op het gebied van de duurzaamheids- • Gedurende het proces heeft de Raad aan zijn vraagstukken? kaderstellende en controlerende rol vastgehouden. • De invulling die de Raad aan zijn rol heeft gegeven is gepast en afdoende.

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 23

Voorwoord

Samenvatting

5. Inleiding

6. Formulering ambities

7.1 Keuze tussen alternatieven In hoeverre is er een expliciete en onderbouwde keuze gemaakt tussen alternatieven bij het vaststellen van de ambities? Het besluitvormingsproces wordt getoetst aan de hand van de volgende punten: of i) het proces gestructureerd en begrijpelijk is verlopen, ii) meerdere alternatieven aan bod zijn gekomen en iii) de keuze voor het voorkeursalternatief duidelijk is onderbouwd. 7.1.1 Besluitvormingsproces helder? Norm: het besluitvormingsproces is traceerbaar, transparant en begrijpelijk. In mei 2014 heeft GroenLinks een motie ingediend die aangenomen is door de gemeenteraad bij het vaststellen van het raadsprogramma 2014-2018, waarin de ambitie is vastgelegd om in 2035 evenveel duurzame energie op te wekken als er in Veenendaal verbruikt wordt. Vervolgens is er een startnotitie uitgebracht in november 2015 met als doel de opgave duidelijk te maken en de gemeente een visie voor de toekomst te tonen. De gemeente kon zich baseren op het milieukwaliteitsplan, de Strategische Visie 2040 en de daarop voortbordurende omgevingsvisie, maar de uitwerking voor een energieneutrale en duurzame gemeente stond nog in de kinderschoenen. De startnotitie fungeerde als een belangrijke stap om richting te geven aan het onderwerp. Om de ambitie te behalen zou het roer om moeten en tijd, inzet en middelen beschikbaar worden gesteld.

Mede door de invloed van de ambitieuze wethouder Nermina Kundic, zo blijkt uit interviews, is daarom een uitgebreide startnotitie geschreven met een hoog ambitieniveau. De startnotitie gaat niet alleen in op de ambitie, maar biedt tevens de voorbereiding op het programmaplan en de visie van de gemeente. De startnotitie presenteert geen alternatieven, maar zet in op

19 20

Notulen raadsvergadering 17 december 2015 Zie bijvoorbeeld “Proces” in de Startnotitie november 2015

Deel 1 - Bestuurlijke nota

21 22

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

een energieneutraal Veenendaal in 2035. De startnotitie is voorgelegd aan de gemeenteraad op 17 december 2015. Binnen de raad is er enige discussie geweest over de ambitie.19 Hierbij werden kritische vragen gesteld over zowel de (financiële en politieke) haalbaarheid als het tempo van de technische ontwikkelingen. Uiteindelijk heeft de gemeenteraad met een krappe meerderheid het doorslaggevende besluit genomen om zich te richten op de ambitie energieneutraal 2035.19 Op basis daarvan is een programmaplan opgesteld waaraan medewerkers, bedrijven en inwoners een bijdrage hebben geleverd.20 Bedrijven waren op dat moment al actief bezig met verduurzaming, zo organiseerden zij reeds het Duurzaam Ondernemen evenement sinds 2014. De wethouder en de Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal (BOV) werkten nauw samen om de raad te overtuigen van de noodzaak van verduurzaming, zo blijkt uit interviews. Het programmaplan is eind 2016 gepresenteerd en in maart 2017 goedgekeurd door de raad.21 Bij de val van het college eind 2016 is dezelfde wethouder verantwoordelijk gebleven voor het programmaplan, waardoor er inhoudelijk niets is veranderd aan de hoge ambitie. Het plan presenteert, naast de ambitie voor 2035, tevens twee alternatieven. Deze alternatieven worden besproken in paragraaf 5.1.2 en zijn verder uitgewerkt in bijlage I Programmaplan.

Bij de (unanieme) goedkeuring van het programmaplan zijn deze alternatieven kort aan bod gekomen. Discussie in de raad ten tijde van goedkeuring van het programmaplan liet zien dat het een onzeker proces zou worden en succes niet op voorhand verzekerd was. Daarnaast bleken extra financiële middelen nodig om concrete maatregelen uit te voeren.21 Het plan voor 2035 is goedgekeurd omdat dit de meeste garantie gaf op het realiseren van de ambitie van de raad én een door de samenleving gedragen scenario vertegenwoordigde.21

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

7.1.2 Meerdere alternatieven onderzocht? Norm: in het besluitvormingsproces zijn meerdere alternatieven onderzocht. Het PEN-2035 bevat drie mogelijke scenario’s, waarin met name het tempo van de transitie verschilt (zie voor een beschrijving van de scenario’s bijlage I – Programmaplan): 1. Energieneutraal 2035; 2. Energieneutraal 2050; 3. Baseline. Om de raad volledige informatie te bieden en te tonen wat de alternatieven inhouden, zijn bij het uiteindelijke raadsvoorstel uit 2017 – waarin het programmaplan is vastgesteld – deze twee andere scenario’s geschetst. Het alternatief Energieneutraal 2050 kwam ook in het programmaplan zelf aan bod. Het doel hiervan was om de raad in staat te stellen een weloverwogen afweging te maken op basis van bijvoorbeeld het verschil in financiële inzet tussen de scenario’s. De ambitie 2035 is nogmaals ter discussie gesteld in de raadsvergadering van maart 2017, maar werd unaniem aangenomen.22 Uit de interviews komt naar voren dat binnen de gemeente een afweging is gemaakt: in hoeverre dienen middelen te worden ingezet om diverse scenario’s uit te werken? De algemene consensus was dat 2050 te weinig ambitieus leek, niets doen geen optie was en 2035 een acceptabele balans vormde tussen ambitie en realisme.

Hierbij past wel de kanttekening dat de alternatieven uitsluitend betrekking hadden op het moment waarop energieneutraliteit bereikt zou worden. Er is niet gekeken naar alternatieve ambities, zoals bijvoorbeeld CO2-neutraliteit. Ook is er niet gekeken naar verschillende manieren om de ambitie te realiseren.

Vastgesteld besluit Raad & bijlage 145394 Raadsvoorstel 22 maart 2017

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 24

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota

6. Formulering ambities

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

7.1.3 Voorkeursalternatief onderbouwd? Norm: de keuze voor het voorkeursalternatief is helder en gedegen onderbouwd.

7.2.1 Haalbaarheid ambities onderzocht? Norm: in het besluitvormingsproces is de haalbaarheid van de ambities onderzocht.

Er is gekozen voor het meest ambitieuze tijdspad, met als doel om energieneutraal te zijn in 2035. De keuze is onderbouwd door erop te wijzen dat het alternatief de meeste garantie geeft op het halen van de ambitie van de raad en een door de samenleving gedragen scenario volgt (zie ook paragraaf 5.1.1).23

Vanaf het begin was duidelijk dat een energieneutraal Veenendaal in 2035 erg ambitieus zou zijn. Er zijn kritische vragen geweest over de haalbaarheid aan het begin van het proces.24 De gemeenteraad en het college hebben voor deze ambitie gekozen als stip op de horizon, waarmee het benodigde momentum werd gecreëerd om aan de slag te gaan met de verduurzaming van energie in Veenendaal. Een gefaseerde aanpak van het programma maakt tussentijdse heroverwegingen mogelijk.

Bij het aannemen van het raadsvoorstel in december 2015 over de ambitie Energieneutraal 2035 zijn enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de doelstelling van 2035, maar is de startnotitie desondanks vastgesteld. Uit de interviews komt naar voren dat de keuze voor 2035 binnen de gemeente vooral als een stip aan de horizon wordt gezien. De gemeente kaartte hiermee urgentie aan en liet zien dat ze hoge ambities wilde nastreven. Er is voor 2035 gekozen, omdat daar draagvlak voor was binnen bestuur en politiek. De toenmalige wethouder heeft de ambitie als politiek speerpunt opgenomen en dit leidde tot weinig kritiek. Ook werd aangedragen dat door het doel op energieneutraal 2035 te zetten, de gemeente niet in de knel zou komen met het halen van de landelijke ambities in 2050.

7.2 Haalbaarheid van de ambities In hoeverre is er gekeken naar de haalbaarheid van de ambities binnen de gestelde termijnen? Het besluitvormingsproces wordt beoordeeld op basis van twee normen: i) of de haalbaarheid is onderzocht gedurende het proces en ii) of de haalbaarheid helder en gedegen is onderbouwd.

23 24 25

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Het programmaplan deelt de route naar 2035 op in vier programmaperioden. Per periode verschuift de focus van het plan, waarbij de ambities gestaag worden verhoogd om uiteindelijk tot een energieneutrale gemeente te komen. De periode 2017-2021 vormt de basis voor de verdere programmaperioden. Er is daarbij uitgebreid aandacht voor bewustwording en het meenemen van alle belanghebbenden in het proces. Uit de interviews komt naar voren dat er veel aandacht is voor het meenemen van de inwoners in het verduurzamingsproces. Deze aanpak bevordert de haalbaarheid van de doelstellingen. Door middel van het programmaplan en de programmatische aanpak zijn er middelen en capaciteit beschikbaar gemaakt om richting te geven aan de ambitie. Van tevoren is bijvoorbeeld vastgesteld dat de pijler gemeente als voorbeeld een knelpunt kon worden. Deze pijler heeft een belangrijke rol om andere partijen te stimuleren en zou dus relatief veel investeringen vereisen. Ook de pijler communicatie werd als cruciaal gezien om de haalbaarheid te garanderen en was nog niet sterk ontwikkeld. Daarnaast werd ingezien dat de haalbaarheid van de ambitie afhankelijk is van externe ontwikkelingen, zoals de RES, de Transitievisie Warmte en de Omgevingsvisie.

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

In de startnotitie zijn de totale investeringskosten geraamd op 1,4 à 2 miljard euro. In het programmaplan zijn de kosten voor de eerste periode specifiek getoond per jaar en voor zowel het 2035-scenario als het 2050 scenario. Hierin is onder meer rekening gehouden met kosten voor algemeen programmamanagement en voor de activiteiten in de verschillende pijlers. 7.2.2 Haalbaarheid ambities onderbouwd? Norm: de haalbaarheid van de ambities is helder en gedegen onderbouwd. Het programma is iets later tot uitvoering gekomen dan verwacht door de val van het college, maar dit heeft geen effect gehad op de ambities en doelstellingen. De route naar 2035 is duidelijk opgebouwd en verdeeld over vier programmaperioden. Er zijn vier gestelde termijnen, waarbij de ambities voor de eerste periode zijn opgedeeld in strategische en operationele doelen en inspanningen. Er wordt vanuit gegaan dat er meebewogen zal worden met ontwikkelingen en innovaties en dat aan het einde van elke periode het beste een afweging gemaakt kan worden voor de activiteiten van de komende periode. De inspanningen zijn daarom voor de eerste periode uitgewerkt, maar voor de periodes daarna is slechts een ‘routekaart’ bedacht.25 Het doelen-inspanningen-netwerk (zie bijlage I – Programmaplan) toont de doelen en gerelateerde activiteiten en inspanningen tot aan het einde van de eerste programmaperiode.

De inspanningen zijn opgedeeld in vier soorten acties om te verhelderen op wie de acties gericht zijn. Voor de daaropvolgende periodes zijn de doelstellingen per pijler vastgesteld in het programmaplan, maar zijn er nog geen concrete plannen om deze doelstellingen te halen.

Vastgesteld besluit Raad & bijlage 145394 Notulen raadsvergadering 17 december 2015 Vastgesteld besluit Raad & bijlage 145394

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 25

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting 6. Formulering ambities

Uit de interviews wordt duidelijk dat de ambitie om energieneutraal te zijn in 2035 erg ambitieus is, gelet op de huidige ontwikkelingen en beschikbare middelen. Uit sommige interviews blijkt dat men niet verwacht dat de gemeente dit jaartal daadwerkelijk gaat halen – 2035 is bedoeld als stip aan de horizon en om een versnelling in het proces te creëren. Anderen geven ook aan dat het een zich continu ontwikkelend proces is, waarin met de kennis van nu sommige doelen minder haalbaar lijken dan in 2017 het geval was. Uit de interviews blijkt verder dat er een flexibele inzet per pijler is, zodat compensatie kan plaatsvinden tussen pijlers wanneer ambities in een van de pijlers moeilijker haalbaar blijken dan gedacht.

7.3 De rol van de gemeenteraad De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan in de gemeente en bepaalt de belangrijkste punten van het beleid. Daarnaast controleert de raad of het college van burgemeester en wethouders het beleid goed uitvoert. Hoe heeft de gemeenteraad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende rol op het gebied van de duurzaamheidsvraagstukken? De beoordeling is drieledig: heeft de raad haar eigen rol helder vastgesteld, heeft zij gedurende het proces aan haar rol vastgehouden en is de invulling die de raad aan haar rol heeft gegeven gepast en afdoende? 7.3.1 Rol gemeenteraad vastgesteld? Norm: de gemeenteraad heeft zijn eigen rol vooraf helder vastgesteld. Op 30 maart 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het programmaplan en het voorkeursscenario ‘route naar 2035’. Bij de vaststelling van het programmaplan is gevraagd om de raad en de inwoners periodiek te informeren over de voortgang

26 27 28 29

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

van de gestelde doelen en de activiteiten die ten behoeve van die doelen zijn uitgevoerd.26 De raad wordt daarom jaarlijks geüpdatet over de voortgang en krijgt een overzicht van de inspanningen in de vorm van informatiebrieven. De raad heeft geen actieve rol gedurende de uitwerking van het programmaplan, maar kan wel de uitwerkingsrichting beïnvloeden.27 Tevens heeft de gemeenteraad ingestemd met het verlenen van een structureel budget van 265.000 euro per jaar vanaf 2018 en een eenmalig budget van 110.000 euro in 2018. Bij het vaststellen van de startnotitie heeft de raad tevens een motie aangenomen waarin het college verzocht wordt te onderzoeken hoeveel zonnepanelen geplaatst kunnen worden op gemeentelijke daken. In de beschikbare documenten was geen verdere informatie te vinden over de vaststelling door de gemeenteraad van haar eigen rol. Interviews met de raadsleden over dit onderwerp vielen buiten de scope van dit onderzoek. 7.3.2 Heeft gemeenteraad aan rol vastgehouden? Norm: gedurende het proces heeft de gemeenteraad aan zijn kaderstellende en controlerende rol vastgehouden. Kaderstellende rol In zijn kaderstellende rol stelt de gemeenteraad de algemene beleidskaders vast waarbinnen het college zich kan bewegen.

De raad heeft in haar raadsprogramma 2014-2018 de volgende ambitie vastgesteld: “de gemeente zet zich in om de opwekking van duurzame energie in Veenendaal te vergroten en streeft ernaar om in 2035 evenveel duurzame energie op te wekken als er in Veenendaal verbruikt wordt.” In 2015 heeft de gemeenteraad de startnotitie vastgesteld, en in 2017 het programmaplan ENV2035. Daarbij is ook de voorgestelde

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

begroting goedgekeurd. Bij de programmabegroting 2019-2022 komt het budget voor energieneutraal Veenendaal terug onder het programma fysieke leefomgeving. Tevens past dit binnen de ambitie uit het volgende raadsprogramma om ‘de transitie naar duurzaamheid in Veenendaal in 2040 af te ronden’.28 Er zijn geen amendementen aangenomen met betrekking tot het PEN-2035. Er zijn echter wel raadsbeslissingen genomen die van invloed zijn op het doelbereik van het programma. Zo is er een amendement wat betreft windmolens in de ontwerpomgevingsvisie aangenomen dat er in Veenendaal geen plaats is voor windmolens van meer dan twintig meter hoog.29 Daarnaast heeft de gemeenteraad tijdens het ontwerp van de Transitievisie Warmte – in navolging van het voorstel van burgemeesters en wethouders - een voorkeur uitgesproken voor het blijven inzetten van aardgas in plaats van (houtachtige) biomassa als duurzame warmtebron voor warmtenetten in Veenendaal. Daarbij werd de voorwaarde gesteld dat er dan wel sprake moet zijn van een significante besparing op het aardgasgebruik. Beide keuzes hebben een significante invloed op de mogelijkheden voor het realiseren van de ENV-2035 doelstelling. De raad heeft unaniem ingestemd met de Transitievisie Warmte 0.1 en met een grote meerderheid (90%) met de concept RES Foodvalley. Ook de verordening duurzaamheidslening is goedgekeurd door de raad.

In de kaderbrief 2021-2024 wordt de ENV-2035 ambitie aan de orde gesteld. Het college legt hierin aan de raad de mogelijkheid voor om de ambitie los te laten en zo beter aan te sluiten op landelijke ontwikkelingen, meer specifiek de financiering door de Rijksoverheid. De raad heeft kenbaar gemaakt hierover pas bij de Programmabegroting 2021-2024 (5 november) een besluit te willen nemen in relatie tot alle andere financiële afwegingen c.q. bezuinigingen.

Informatiebrief 2019: Voortgang programma ENV2035, activiteiten en effecten Zie bijvoorbeeld Motie M2 (9 juli 2019) Raadsprogramma iedereen doet mee 2018-2022 A2020.14 Amendement SGP LokV VVD ProV - Windmolens In Veenendaal

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 26

Voorwoord

Samenvatting

5. Inleiding

6. Formulering ambities

Controlerende rol Tijdens de programmaperiode zelf heeft de raad een controlerende rol gehad, waarbij de reguliere P&C-cyclus is aangehouden voor monitoring en verantwoording. In de jaarstukken 2016 t/m 2019 wordt het programma energieneutraal benoemd, inclusief de uitvoering van het beleid en de financiële middelen. Naast deze reguliere manier van verantwoording afleggen, hebben er zogenaamde ‘verantwoordingsmarkten’ plaatsgevonden, met als doel de raad inzicht te bieden in de mate waarin de beoogde effecten van het beleid gerealiseerd zijn. Daar zijn bijvoorbeeld de regio Foodvalley en projecten uit het fysieke domein besproken. De gemeenteraad wordt op verschillende manieren op de hoogte gehouden van het programma energieneutraal door het programmateam. Hierdoor wordt de raad betrokken bij het programma, met als doel tevens eigenaarschap te creëren. Zo zijn raadsleden aanwezig geweest op beeldvormende avonden (2019-2020) en de energy game (2018). Een in de interviews genoemd (continu) aandachtspunt is het vinden van de balans tussen enerzijds de gemeenteraad op de hoogte stellen van vorderingen en eigenaarschap creëren voor het programma en anderzijds de raad niet te overspoelen met informatie. De gemeenteraad wordt niet op de hoogte gehouden van alle monitoringsrapportages.

Deze worden door het programmateam gezien als werkdocumenten waarin binnen de kaders van het PEN-2035 wordt gewerkt. In plaats daarvan wordt de raad via een jaarlijkse informatiebrief op de hoogte gesteld van de vorderingen van het programma. De informatiebrief kan worden gezien als een samenvatting van de Effectmonitor en de voortgangsrapportages. Het bevat per pijler een samenvatting van de activiteiten die zijn uitgevoerd en de laatste meting uit de Effectmonitor. Een positief aspect van de periodieke rapportage is dat per pijler het beoogde doel en de status van het doel worden samengevat. Zo is het voor de gemeenteraad goed inzichtelijk wat de voortgang van het beleid is.

30

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Omdat in principe het programmaplan wordt gevolgd, is er met name behoefte aan input van de raad bij belangrijke beslismomenten voor – of gerelateerd aan- het programma ENV2035. Voorbeelden hiervan zijn de vaststelling van de RES, de Transitievisie Warmte en de omgevingsvisie, maar ook grote activiteiten zoals de duurzaamheidslening, de inzet van biomassa, de ontwikkeling van nieuwbouwwijken en de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. Volgens verschillende geïnterviewden is het onderwerp meer gaan leven in de gemeenteraad als gevolg van de beslissingen omtrent de RES en de Transitievisie Warmte. Raadsleden van de gemeente Veenendaal zijn tevens direct betrokken bij de ontwikkeling van de RES. Ook heeft de raad in 2019 een memo ontvangen van het college met betrekking tot de samenhang tussen diverse trajecten rondom de energietransitie en de betrokkenheid van de gemeenteraad. In de kadernota 2018-2021 en onder het begrotingsprogramma fysieke leefomgeving komt de ambitie ENV-2035 terug als majeur thema. Bij het vaststellen van de kadernota 2020-2023 heeft de gemeenteraad aan het college door middel van een motie verzocht om te onderzoeken hoe de informatieverschaffing wat betreft duurzaamheid kan worden aangevuld met concrete aanbiedingen die leiden tot acties.

Daarbij werd er gevraagd naar een voorstel om kansen van duurzaamheid onder de aandacht te brengen van zoveel mogelijk belanghebbenden.30 Voor zover bekend zijn de programmadoelstellingen niet aangepast op basis van de P&Cverantwoordingscyclus.

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

7.3.3 Invulling rol gemeenteraad passend? Norm: de invulling die de gemeenteraad aan zijn rol heeft gegeven is gepast en afdoende. Zoals in de vorige paragraaf besproken, wordt de gemeenteraad op de hoogte gehouden door het programmateam en de wethouder om invulling te kunnen geven aan zijn kaderstellende en controlerende rol. Het jaarlijks informeren van de raad kan als gevolg hebben dat de aandacht van de gemeenteraad voor het PEN-2035 tussentijds wegebt. Door de aandacht voor gerelateerde onderwerpen, zoals de Transitievisie Warmte en de RES, is het onderwerp wel meer gaan leven voor de raad. Geïnterviewden geven aan dat, wil de gemeente vasthouden aan de ambitie van 2035, er meer sturing van de raad nodig is. Vanuit het ‘stip op de horizon perspectief’ is de huidige rol van de raad echter afdoende. Het is wel van belang dat de raad oog heeft voor de consequenties van zijn besluiten voor het behalen van de doelstellingen. Daarnaast blijkt uit interviews dat een meer actieve houding wenselijk is met betrekking tot onderzoek naar de mogelijkheden voor duurzame energie en aandacht voor het PEN-2035. Geïnterviewden geven aan dat de raad in sommige gevallen (te) snel beslist dat er gevoeligheden zijn en er daarom geen nader onderzoek plaatsvindt.

In dit verband wordt de aangenomen motie in het kader van de omgevingsvisie genoemd om windmolens hoger dan 20 meter in Veenendaal niet toe te staan. Hierbij is niet in beeld gebracht of alternatieve oplossingen toereikend zijn om de ambitie energieneutraal in 2035 te realiseren.

Memo motie kansen duurzaamheid, zaaknummer 1552421, 14 oktober 2019

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 27

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota

6. Formulering ambities

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

8. Uitvoering ambities Hoofdstuk 8 heeft het karakter van een vooruitblik: heeft de gemeente de juiste voorwaarden gecreëerd voor een succesvolle realisatie van haar ambities? Concreet wordt de aanpak getoetst door te kijken naar het plan van aanpak, de planning en de organisatie. Deze toets is (evenals in voorgaande stappen) niet gericht op de inhoud van de aanpak, maar op de vormgeving en het proces. De resultaten zijn gebaseerd op de beschikbare beleidsdocumenten en aanvullende interviews met betrokkenen.

Tabel 8.1

Normenkader: uitvoering ambities

Onderzoeksvraag

Normen per onderzoeksvraag

6. Is er een duidelijk plan van aanpak aanwezig om de ambities te realiseren?

• De uitvoering van de ambities is vastgelegd in een plan van aanpak. • Het plan van aanpak beschrijft de geplande activiteiten, de beoogde resultaten en de middelen die daarvoor ingezet worden. • De beschreven activiteiten en middelen zijn voldoende om de gestelde ambities te verwezenlijken. • Voor elk van de te behalen resultaten is een indicator vastgesteld en een manier om deze te meten.

7. Is er een planning in de tijd aanwezig voor de uit te voeren activiteiten?

• Het plan van aanpak beschrijft wanneer welke activiteiten worden uitgevoerd. • De planning is specifiek en realistisch.

8. Is er een organisatie die de uitvoering van de plannen bewaakt en bij kan sturen waar nodig?

• De verantwoordelijkheid voor het monitoren en bijsturen van de uitvoering en bijsturing is bij een specifieke organisatie belegd. • Deze organisatie heeft de middelen en het mandaat om deze taak goed uit te kunnen voeren.

9. Wat is de stand van zaken m.b.t. de uitvoering van de ambities?

• Er wordt periodiek verslag uitgebracht over de uitvoering van de activiteiten. • De behaalde resultaten worden periodiek gemeten.

10. Hoe is het perspectief op het eindresultaat?

• De uitgevoerde activiteiten en behaalde resultaten komen overeen met het plan van aanpak en de planning. • Er vindt een periodieke risicoanalyse plaats m.b.t. toekomstige activiteiten en resultaten, incl. eventuele maatregelen om risico’s te mitigeren. • Op basis van de behaalde resultaten en de risicoanalyses is verwezenlijking van de ambities aannemelijk.

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 28

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting 6. Formulering ambities

8.1 Plan van aanpak Is er een duidelijk plan van aanpak aanwezig om de ambities te realiseren? De eerste norm richt zich op de aanwezigheid van een plan van aanpak, gevolgd door twee kwalitatieve normen: worden geplande activiteiten en resultaten beschreven en zijn ze voldoende voor het halen van de ambitie? De laatste norm heeft betrekking op de mogelijkheden om de resultaten te monitoren. 8.1.1 Uitvoering ambities vastgelegd? Norm: de uitvoering van de ambities is vastgelegd in een plan van aanpak. Er is gekozen voor een programmatische aanpak om de ambitie te realiseren. Deze aanpak is niet gericht op concrete resultaten, zoals bij projecten, maar op één of meer strategische doelen. Deze doelen moeten worden bereikt binnen bepaalde randvoorwaarden van tijd en geld, via samenhangende activiteiten en maatregelen. Binnen een programmatische aanpak wordt actief gestuurd op een balans tussen genomen maatregelen en het toestaan van activiteiten.31 Aan een programma ligt een plan ten grondslag, maar een programma is vooraf minder voorspelbaar dan een project en kan gedurende de uitvoering aanpassing behoeven, bijvoorbeeld door het toevoegen of juist schrappen van projecten/activiteiten. Een programma heeft vaak impact op de hele organisatie of een substantieel deel daarvan.32 Het programmaplan is opgedeeld in vier perioden.

De ambities per programmaperiode staan kort uitgelegd in bijlage I – Programmaplan. Daarnaast is de aanpak vastgelegd in concrete afspraken met externe partijen. Zo is de samenwerking met bedrijven sinds 2017 gewaarborgd in het Energieconvenant bedrijfsleven – hier spreken zowel bedrijven als de gemeente af hoe ze de komende jaren energiebesparing en opwekking 31 32 33 34

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

van duurzame energie willen realiseren.33 Ook met de woningbouwcorporaties zijn in 2018 afspraken gemaakt voor hun bijdrage aan de energieneutrale doelstelling in het Energieconvenant Wonen. Belangrijke thema’s zijn hier de aardgasloze wijken, bewustwording en energieverbruik.34 Er is een duidelijk plan van aanpak en financiële raming voor de eerste programmaperiode. Uit de interviews blijkt dat de resultaten na 2021 geëvalueerd en geüpdatet zullen worden. Naar aanleiding daarvan vindt een herijking plaats van doelen en inspanningen voor de periode daarna. Daarnaast is er een programmateam opgesteld, bestaande uit onder andere de pijlercoördinatoren en de programmamanager. Dit programmateam komt elke 2 weken bij elkaar en gaat het gesprek aan over de ontwikkelingen binnen iedere pijler. De bedoeling van deze overleggen is om de voortgang van de activiteiten binnen iedere pijler transparant te houden en de onderlinge relaties tussen de inspanningen in de verschillende pijlers in beeld te krijgen. De inspanningen kunnen dan hierop worden afgestemd. Om de energieneutraal-gerelateerde ambities binnen verschillende gemeentelijke afdelingen op elkaar af te stemmen, is in eerste instantie ingezet op Energyheads – deze beleidsmedewerkers zouden zich focussen op afstemming tussen inspanningen en verwerken van duurzaam beleid in de gemeente.

Later is ervoor gekozen om een losse pijler Gemeente als voorbeeld – Beleid op te zetten. Binnen deze pijler worden de verrichte inspanningen van zeer verspreid opererende beleidsmedewerkers gecoördineerd door de pijlercoördinator. Programmaperiode 2017-2021 De gemeente richt zich op 5 specifieke pijlers. De inspanningen per pijler zijn in het plan onderverdeeld in acties die gericht

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

zijn op het individu, op het collectief, op innovaties en op wat de gemeente kan doen. Het uitgangspunt dat gehanteerd wordt in het plan is dat eerst gekeken wordt naar manieren van energiebesparing en vervolgens naar het duurzaam opwekken van de resterende benodigde energie. Het beoogde eindresultaat voor deze periode is om 16% energieneutraal te zijn door energiebesparing en duurzame opwekking van energie. Organisatie en samenwerking Onder de programmatische aanpak is de programmamanager verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma. Zij wordt ondersteund door de projectcoördinatoren verantwoordelijk voor de vijf pijlers. De programma-adviseur duurzaamheid vormt de schakel tussen het PEN-2035 en de regionale ontwikkelingen. De projectcoördinatoren zijn goed op elkaar ingespeeld en hebben samen veel expertise. De samenwerking binnen het programma en tussen de pijlers loopt als een geoliede machine, zo blijkt uit interviews. Het tweewekelijkse overleg zorgt dat iedereen betrokken blijft bij de verschillende pijlers en er een poging wordt gedaan om problemen eerst intern op te lossen. De uitdagingen die ondervonden worden in de samenwerking betreffen de verdeling van de taken tussen de programmatische kant en de bestaande organisatie, omdat er overlappende beleidsvelden kunnen bestaan.

Om dit op te lossen is er een losse pijler opgericht naast de Gemeente als voorbeeld - Beheer pijler: Gemeente als voorbeeld – Beleid. Binnen deze pijler rust de taak verschillende gemeentelijke beleidsstukken van andere afdelingen met betrekking tot energieneutraal-gerelateerde ambities op elkaar af te stemmen. Deze inspanningen worden gecoördineerd door de pijlercoördinator.

https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/regelgeving/instrumenten/programma/programmatische-aanpak/ http://gemeente-rheden.instantmagazine.com/gemeente-rheden/p-matig-werken#!/begrippenlijst-copy-2 Zie Programmaplan Energieneutraal Veenendaal periode 2017-2021 & Energieconvenant bedrijfsleven Veenendaal en gemeente Veenendaal (6 juli 2017) https://www.hierverwarmt.nl/gemeente/veenendaal

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 29

Voorwoord

Samenvatting

5. Inleiding

Deel 1 - Bestuurlijke nota

6. Formulering ambities

De gemeente is voor het halen van de ambities afhankelijk van de coöperatie van externe belanghebbenden zoals bedrijven en bewoners waar zij op een regelmatige basis mee schakelt. Deze belanghebbenden voeren een groot gedeelte van de ambitie uit (zie ook figuur 8.1). De gemeente monitort deze initiatieven om het verduurzamingsproces van de gemeente als geheel te kunnen volgen en te omarmen. Het halen van de ambities is naast de eigen activiteiten en middelen dus afhankelijk van diverse factoren – denk aan politieke wil, landelijk beleid, technologische ontwikkelingen. Zowel de BOV als de woningcorporaties zijn coöperatief in de samenwerking. De BOV was al actief met duurzaamheidsplannen in bijvoorbeeld

Stuurgroep Energieneutraal

Ambtelijk opdrachtgever

Programmamanager

ProjectCoördinator Pijler Wonen

ProjectCöordinator pijler Werken

Projecten en activiteiten Projecten en Activiteiten

Figuur 8.1 35 36

Programma ondersteuning

Programmateam Energieneutraal 2035

ProgrammaAdviseur Duurzaamheid

Projecten en activiteiten

Gemeentelijk vastgoedeigenaar: WSB Convenantspartner ondernemersvereniging BOV Convenantspartners Woningcorporaties PWS en VWS

Baateigenaren gemeente (afdelingshoofden WSB, W&L, E&W, Comm.)

ProjectCoördinator Communicatie en Campagne

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

de Commissie Duurzaam Ondernemen en wilde graag vanuit de gemeente meer duidelijkheid over het toekomstige beleid. Ze ervaren de gemeente als een goede samenwerkingspartner, maar de beschikbare middelen zouden zowel de BOV als de woningbouwcorporatie graag wat hoger zien. De woningcorporaties hebben duurzaamheid tevens hoog op de agenda staan en willen graag goede afspraken maken op dit thema. Ook zij hopen op een duidelijke visie van de gemeente met betrekking tot de aardgasvrije wijken en hun rol in de energievoorziening, opdat de woningbouwcorporaties hun beleid hierop kunnen afstemmen.

Organisatie Programma Energieneutraal 2035 Bestuurlijk opdrachtgever: wethouder

Deel 2 - Bevindingen

Stakeholders: bijvoorbeeld bedrijven, VVE’s bewonerscollectieven, EBU, NMU

ProjectCoördinator pijler Gemeente als Voorbeeld in beleid & Nieuwbouw Projecten en activiteiten

ProjectCoördinator pijler Mobiliteit Projecten en activiteiten

ProjectCoördinator pijler Gemeente als Voorbeeld in beheer Projecten en activiteiten

De organisatiestructuur van het Programma Energieneutraal 2035 35

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

8.1.2 Plan van aanpak volledig? Norm: het plan van aanpak beschrijft de geplande activiteiten, de beoogde resultaten en de middelen die daarvoor ingezet worden. Het programmaplan is opgezet in samenspraak met inwoners, bedrijven en instellingen door middel van onder andere participatieavonden. De gemeente heeft de nadruk op de programmatische aanpak gelegd – adaptief leren naarmate er nieuwe ontwikkelingen zijn. Het initiële programmaplan en haar strategische doelstellingen uit 2017 vormen de basis voor het proces, maar de activiteiten ontwikkelen zich continu. Het werken met het doelen-inspanningen-netwerk en het rapportagesysteem Bizaline zorgt voor een heldere structuur, zo blijkt uit de interviews. Wanneer nieuwe activiteiten worden toegevoegd, wordt bepaald of deze terug te leiden zijn naar een vastgesteld doel en zodoende van belang zijn voor het halen van de ambitie. In het systeem zijn voor de eerste periode de uit te voeren inspanningen, de begin- en einddatum, het beoogde eindresultaat en de laatste update beschreven. Er is van tevoren geanticipeerd op de beoogde resultaten door het toepassen van verschillende tussentijdse ambities per pijler. Zo bleek binnen de pijler werken veel enthousiasme te bestaan over de plannen en kon daar een hogere ambitie worden gesteld dan bij bijvoorbeeld de pijler wonen.

Voor de pijler wonen heeft de gemeente meer stimulerende activiteiten georganiseerd om ook daar de gewenste verandering teweeg te brengen. De invloed op de pijler mobiliteit ervaart de gemeente als moeizaam door de afhankelijkheid van regionale of landelijke regelgeving. Er is daarom besloten binnen deze pijler actief op zoek te gaan naar mogelijkheden zoals in het kader van Veenendaal fietsstad, maar niet proactief de voorlopersrol te ambiëren.36 Ook is nog communicatie als een los aspect aan het programma toegevoegd. Communicatie en bewustwording creëren is cruciaal om de ambities te halen in alle pijlers. Er is een cultuurverandering nodig waar duidelijk over gecommuniceerd moet worden.

Organisatie programma Energieneutraal 2035 https://www.regiofoodvalley.nl/actueel/nieuws/veenendaal-is-beste-fietsstad-van-2020

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 30

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting 6. Formulering ambities

De gemeente probeert de ontwikkelingen in de pijlers te stimuleren door zelf een voorbeeldfunctie aan te nemen, zowel in de verduurzaming van de openbare ruimte en eigen vastgoed als in de beïnvloeding van beleidsbepalend gedrag. De gemeente benadrukt dat zij te allen tijde betaalbaarheid in acht houden, maar dat de middelen voor de eerste fase alleen bedoeld waren om motivatie te creëren. De komende periode – na 2021 – worden de grote investeringen verwacht. Hiervoor is de gemeente ook afhankelijk van bijdragen van het Rijk. De benodigde middelen per pijler en per jaar zijn voor de eerste periode uitgewerkt in het Programmaplan 2017-2021. De kosten zijn onder andere voor de projectleiders, bewustwordingscampagnes en energieloketten. 8.1.3 Activiteiten en middelen voldoende? Norm: de beschreven activiteiten en middelen zijn voldoende om de gestelde ambities te verwezenlijken. Om de strategische doelen te behalen zijn per pijler verschillende inspanningen, activiteiten en projecten aangewezen, met het uitgangspunt dat eerst gekeken wordt naar manieren van energiebesparing en vervolgens naar het duurzaam opwekken van de resterende benodigde energie. De inspanningen zijn onderverdeeld in acties die gericht zijn op het individu, op het collectief, op innovaties en op wat de gemeente kan doen.

De gemeente stimuleert individuele duurzame initiatieven en probeert deze waar mogelijk te ondersteunen met bijvoorbeeld een financiële tegemoetkoming. In het programmaplan staan de middelen uitgewerkt voor de eerste programmaperiode. De daaropvolgende periodes zijn nog aan ontwikkelingen onderhevig en zijn daarom nog niet concreet uitgewerkt met betrekking tot de middelen en activiteiten. Het college heeft onlangs aan de raad voorgelegd dat de ambitie 2035 haalbaar is, maar wel 1,2 miljoen euro zal kosten.37 Het college heeft dit afgeraden gezien de financiële

37

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

situatie van de gemeente momenteel. Daarnaast lijken de huidige activiteiten met betrekking tot de Transitievisie Warmte, gericht op aardgasvrij in 2050, erop te duiden dat fossielvrij in 2035 niet op de planning staat van de gemeente Veenendaal. 8.1.4 Meetbare indicatoren? Norm: Voor elk van de te behalen resultaten is een indicator vastgesteld en een manier om deze te meten. De ambities zijn gekwantificeerd via operationele doelen, die behaald kunnen worden door middel van verschillende activiteiten en inspanningen. Gedurende het proces zijn de operationele doelen scherper geformuleerd om (onder andere) de resultaten beter te kunnen kwantificeren en meten. Direct bij aanvang van het programma is er een monitoringssysteem opgezet om bij te sturen op inspanningen – dit is een belangrijke voorwaarde geweest voor het realiseren van de ambitie 2035, zo blijkt uit de interviews. De operationele doelen en de pijlers staan nu redelijk vast, wat de sturing vergemakkelijkt. Nieuwe activiteiten worden toegevoegd wanneer deze teruggeleid kunnen worden naar een operationeel doel in het doelen-inspanningen-netwerk. Deze aanpak zorgt voor behoud van de structuur. Ambities en activiteiten worden gemeten via de Effectmonitor en de Voortgangsrapportages (zie ook paragraaf 6.4).

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

8.2 Planning Is er een planning in de tijd aanwezig voor de uit te voeren activiteiten? Deze paragraaf toetst het plan van aanpak op de aanwezigheid van een planning: wordt er beschreven wanneer welke activiteiten worden uitgevoerd en is deze planning specifiek en realistisch? 8.2.1 Planning aanwezig? Norm: het plan van aanpak beschrijft wanneer welke activiteiten worden uitgevoerd. Zoals aangegeven onder het plan van aanpak en beschreven in bijlage I – Programmaplan, is het programma opgedeeld in vier perioden: 1. 2017-2021: vergroten van bewustwording 2. 2021-2025: vergroten aandeel duurzame energie 3. 2025-2030: opschalen duurzame opwek 4. 2030-2035: de laatste loodjes Het programmaplan geeft alleen invulling aan de activiteiten tussen 2017 en 2021. Tot 2021 is er een duidelijk tijdspad aanwezig en zijn de activiteiten uitgebreid beschreven in het rapportagesysteem Bizaline. Daarna focust het plan zich met name op de ambities en niet zozeer op de concrete activiteiten die uitgevoerd dienen te worden. Monitoring en bijsturing op succesvolle inspanningen is vanaf het begin een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van de ambitie in 2035. Het adaptieve leerproces zorgt daardoor voor een continue ontwikkeling van de uit te voeren activiteiten. De activiteiten zijn over de vijf pijlers verdeeld.

Bij het voorbereiden en uitwerken van de voortgangsrapportages worden de uitgevoerde activiteiten afgestreept en nieuwe activiteiten voorgesteld. Hierover wordt besloten door het programmateam.

Kaderbrief 2021-2024, 2 juni 2020 gemeente Veenendaal

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 31

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting 6. Formulering ambities

8.2.2 Planning specifiek en realistisch? Norm: de planning is specifiek en realistisch. Zoals eerder beschreven, is het programma opgedeeld in vier perioden. Er is een planning opgesteld voor de eerste periode met daarin de uit te voeren inspanningen, begin- en einddatum, beoogd eindresultaat en laatste update.38 De eerste periode is daarmee specifiek uitgewerkt – de planning voor iedere volgende periode zal pas concreet worden gemaakt aan het eind van de vorige periode. De planning is daarnaast continu onderhevig aan ontwikkelingen buiten de invloedssfeer van de gemeente om, zoals de RES Foodvalley en de Transitievisie Warmte. Waar de RES zich nog in een inventariserende fase bevindt, zorgt vooral de Transitievisie Warmte momenteel voor een versnelling van activiteiten. Uit de beschikbare documenten, de interviews en een analyse van de plannen komt nergens naar voren dat de planning elementen bevat die niet realistisch zijn.

8.3 Bijsturing Is er een organisatie die de uitvoering van de plannen bewaakt en bij kan sturen waar nodig? Naast het plan van aanpak en de bijbehorende planning is het voor de uitvoering van de ambities van belang of er een organisatie is die de uitvoering kan bewaken en indien nodig kan bijsturen. Daarvoor heeft deze organisatie zowel voldoende middelen als het juiste mandaat nodig. 8.3.1 Organisatie voor monitoring en bijsturing? Norm: de verantwoordelijkheid voor het monitoren en bijsturen van de uitvoering is bij een specifieke organisatie belegd.

38 39

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

Figuur 8.2 toont de organisatiestructuur van het programma zoals in het programmaplan opgesteld. Tijdens de uitvoering van het programma is door voortschrijdend inzicht op sommige punten van deze initiële opzet afgeweken. Er zou een programmakernteam worden opgezet, bestaande uit onder andere de programmamanager voor de aansturing van het programma. Dit team is echter niet gerealiseerd. Het programmateam is wel opgezet, met daarin zowel de projectcoördinatoren, de programmamanager als de beleidsadviseur duurzaamheid. Iedere pijler heeft zijn eigen projectcoördinator die fungeert als aanspreekpunt en de activiteiten in de pijler coördineert. Deze groepen worden omringd door de stuurgroep. De stuurgroep heeft als doel om de voortgang van de uitvoering van het programmaplan te monitoren en bij te sturen. De stuurgroep bestaat uit de wethouder als bestuurlijk opdrachtgever, de programmamanager, de afdelingsmanager verantwoordelijk voor het gemeentelijk vastgoed, de ambtelijk opdrachtgever en externe belanghebbenden zoals de BOV en Patrimonium (zie figuur 8.3). Voor deze structuur zijn voldoende middelen gereserveerd tot 2021.

Figuur 8.2

Organisatiestructuur ENV-2035 39

De stuurgroep komt met een wisselende frequentie bij elkaar, over het algemeen vier tot vijf keer per jaar. Dit hangt met name af van de voortgang van het programma en de opkomst van actuele thema’s, zoals de Transitievisie Warmte. De vaste momenten voor samenkomst van de stuurgroep zijn de bespreking van de voortgangsrapportages (maart/ augustus) en de Effectmonitor (januari). Voor de Transitievisie Warmte is een aparte stuurgroep opgericht om de discussies beter in goede banen te kunnen leiden. Op deze manier kan de stuurgroep ook beter afgesteld worden op belangrijke besluitvormingsmomenten in de Transitievisie Warmte die niet direct aansluiten op de monitoringscycli van het programmaplan.

Figuur 8.3 Opzet stuurgroep vanuit programmaplan energieneutraal

Businessplan totaal ENV2035 Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2035

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 32

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting 6. Formulering ambities

8.3.2 Middelen en mandaat voldoende? Norm: deze organisatie heeft de middelen en het mandaat om deze taak goed uit te kunnen voeren. In het programmaplan 2035 wordt de stuurgroep, inclusief de potentiële leden, gepresenteerd. De stuurgroep heeft mandaat om binnen het beschikbare budget de precieze inspanningen en activiteiten te bepalen. In de stuurgroep worden o.a. de monitoringsrapportages40 besproken. Op basis van de uitkomsten van deze meting op de doelstellingen, kan de stuurgroep besluiten meer, minder of andersoortige inzet te plegen om de doelstellingen te bereiken. De stuurgroep stuurt aan op het tijdspad en de beschikbare middelen. Ook kan de stuurgroep advies geven welke kant het programma opgaat, binnen de hoofdkaders zoals opgesteld door de gemeenteraad. De strategische doelstellingen en gezamenlijke ambitie naar 2035 worden echter niet door de stuurgroep ter discussie gesteld. Uit de interviews blijkt dat met name de externe partijen in de stuurgroep soms hinder ondervinden van een scheve verhouding – groot aandeel ambtenaren ten opzichte van externe vertegenwoordigers – aan de bestuurstafel en dat beslissingen worden genomen die niet in de stuurgroep zijn behandeld. Hierin is de gemeente Veenendaal nog lerende. Het feit dat er ruimte is voor discussie wordt echter als positief ervaren.

Daarnaast bereidt het programmateam een voorstel voor de activiteiten en tijdspad voor de volgende periode voor, inclusief begroting. Het programmateam heeft hierin de dagelijkse leiding en de stuurgroep stuurt bij op basis van de voortgangsrapportages. Op die manier vindt bijsturing plaats op het niveau van activiteiten en inspanningen.

40 41

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

Naast de momenten van monitoring drie maal per jaar, zal er een evaluatie plaatsvinden van de resultaten van de eerste programmaperiode (2021). Naar aanleiding daarvan vindt een herijking plaats van doelen en inspanningen voor de volgende programmaperiode van vijf jaar.

8.4 De stand van zaken

Een uitdaging in het bijsturen op de doelen is de vertraging op het meten van de doelen in de Effectmonitor. Zoals verder besproken in paragraaf 6.4, wordt ieder jaar via de Effectmonitor gerapporteerd over de voortgang op de operationele doelstellingen tot 2021. Vanwege de vertraging op het beschikbaar komen van de verschillende cijfers, is het voor de stuurgroep moeilijk specifiek bij te sturen. De voortgangsrapportages bieden daarvoor handvatten om op activiteiten en inspanningsniveau te monitoren. Door een stoplichtsysteem wordt aangegeven wat de status is van de inspanningen, waarbij de stuurgroep om een uitspraak of actie wordt gevraagd.

8.4.1 Periodiek verslag uitvoering? Norm: er wordt periodiek verslag uitgebracht over de uitvoering van de activiteiten.

Naast de bijsturing die plaatsvindt via de stuurgroep, is de gemeenteraad betrokken bij de bijsturing wat betreft de gezette kaders in het programmaplan. De raad wordt via de reguliere planning & controlecyclus op de hoogte gehouden. Zo nodig vindt hierbij verantwoording en bijstelling plaats. Mocht er een wijziging in de hoofdkaders plaats moeten vinden volgens het programmateam of de stuurgroep, dan wordt dit voorgelegd aan de gemeenteraad, als kaderbewaker van het programmaplan.

De voortgangsrapportages geven de voortgang weer van de activiteiten en inspanningen onder de vijf pijlers met daarbij de planning, de financiën en een toelichting per inspanning (de output). De rapportage wordt in het voorjaar en najaar uitgebracht, met peildata 1 februari en 1 september. Via het programma Bizaline wordt de voortgang bijgehouden en gerapporteerd (zie onderstaande tabel). Omdat er meer dan 100 activiteiten plaatsvinden gedurende de programmaperiode, worden alleen de activiteiten gerapporteerd die net afgerond zijn of (op korte termijn) op de planning staan. Per pijler wordt echter wel een overzicht gegeven van de afgeronde inspanningen.

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de ambities? Wordt er periodiek verslag uitgebracht over de uitvoering en worden de resultaten periodiek gemeten?

Monitoring en bijsturing op succesvolle inspanningen is vanaf het begin geïdentificeerd als een belangrijke voorwaarde voor het realiseren van de ambitie in 203541. In het programmaplan 2035 wordt aangegeven dat de voortgang van de doelstellingen jaarlijks zal worden gemonitord. De (operationele) doelen in het programmaplan zijn daarom meetbaar geformuleerd. De uitvoering van de ambities wordt gemonitord via een voortgangsrapportage en een effectmonitor.

De monitoringsrapportages refereren naar de tweejaarlijkse voortgangsrapportages en de jaarlijkse effectmonitor Raadsvoorstel 22 maart 2017, voorstelnr. 145394, Programmaplan Een energieneutraal Veenendaal in 2035

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 33

Voorwoord

Samenvatting

5. Inleiding

Tabel 8.2

Deel 1 - Bestuurlijke nota

6. Formulering ambities

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

Plan van aanpak voor halfjaarlijkse monitoring

Monitoring

Omschrijving

Projectnaam / inspanning

De titel en korte beschrijving activiteit

Draagt bij aan meetbaar doel

Het project wordt gelinkt aan een van de meetbare doelen onder de pijler.

Beoogd eindproduct

Korte beschrijving van activiteit en hoe het past binnen het programma energieneutraal

Bemensing / betrokkenen

Namen van betrokkenen binnen gemeente Veenendaal

Urenverdeling

Uren per relevante afdeling

Planning / mijlpalen

Planning per maand tot de realisatie van het beoogde eindproduct

Budgetverdeling

Overzicht instrumenten

Communicatie

Mogelijke additionele communicatie aanvullend op pijler communicatie

Bron: communicatie programmamanager

De financiën worden uitgebreid gerapporteerd: niet alleen het totale budget inclusief coördinatiekosten per pijler, maar ook het budget toegeschreven aan individuele projecten. Elk halfjaar wordt een stand van zaken gegeven met betrekking tot de gerealiseerde uitgaven, het restant van het budget in de pijler en eventueel extra budget. 8.4.2 Periodieke resultaatmeting? Norm: de behaalde resultaten worden periodiek gemeten. Via de effectmonitor wordt jaarlijks gerapporteerd over de gerealiseerde resultaten. Per strategisch doel geeft de monitor inzicht in de voortgang en uitkomsten met betrekking tot de operationele doelstellingen. Om de strategische doelen te bereiken zijn per pijler verschillende activiteiten en projecten

geïdentificeerd. Deze inspanningen worden ieder jaar in een ‘doelen-inspanningen-netwerk’ per pijler gepresenteerd. De status van de met de bedrijven en woningbouwcorporaties gesloten convenanten worden net als de andere inspanningen uit het programma tweemaal per jaar gemonitord. De metingen binnen de effectmonitor betreffen deels kwantitatieve en deels kwalitatieve gegevens. Bij de aanvang van het programma heeft er, waar mogelijk, een nulmeting plaatsgevonden. Per doel is de meetwaarde (in aantal of percentage) aangegeven van het begin- en eindmoment en de metingen ertussenin. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de werkelijke en voorspelde waarden per operationeel doel.

De gemeten waarden zijn afkomstig van verschillende bronnen, onder andere bedrijvenbestanden en de landelijke klimaatdatabank. Dit brengt twee effecten met zich mee: • Het effect van de genomen maatregelen en activiteiten is niet altijd meteen zichtbaar in de metingen (na-ijleffect); • De gemeten waarden lopen achter omdat de gemeente afhankelijk is van derden die minder frequent meten. Er wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de landelijke Klimaatmonitor. Deze cijfers komen met vertraging beschikbaar. Dit betekent dat de informatie over de doelstellingen een vertraging kent van ongeveer 18 tot 25 maanden. De gegevens uit de Klimaatmonitor worden waar mogelijk en nodig aangevuld met regionale informatie.

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 34

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting 6. Formulering ambities

Om deze effecten te dempen heeft het programmateam besloten ook op inspanningen te meten. Als de meting verouderd is, worden in de effectmonitor ook (kwalitatieve) uitvoeringsresultaten meegenomen om een beeld te geven van de progressie. Daarnaast wordt de periode tussen de metingen constant gehouden: vanaf meting één zijn ze steeds op één jaar gehouden, zodat de relatieve ontwikkeling goed zichtbaar is. In het vervolg van het programma moet worden vastgesteld of en hoe dit het programma beïnvloedt. Mogelijk kunnen er aanvullende indicatoren gebruikt worden die actueler zijn dan de huidige data. Op individueel niveau actueel meten blijft echter een uitdaging in verband met privacyschending; dit speelt niet alleen in gemeente Veenendaal, maar in alle gemeenten. Er wordt daarom gewerkt met geschatte gegevens. Er zal een evaluatie plaatsvinden van de resultaten van het programmaplan na afloop van de eerste periode (2021). Naar aanleiding van deze evaluatie vindt een herijking plaats van doelen en inspanningen voor de periode daarna (volgende 5 jaar). In de praktische uitvoering van de monitoring loopt men soms nog tegen problemen aan. Het is bijvoorbeeld nog onduidelijk of het absolute of het relatieve energieverbruik van bedrijven moet worden gemonitord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9574550/1