4. Rekenkamerrapport Energie - van ambitie naan transitie rapportage
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek Energie: van ambitie naar transitie Dit onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met onderzoek- en adviesbureau Ecorys.
Voorwoord
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota
Deel 2 - Bevindingen
Bronnen
Bijlagen
Voorwoord Voor u ligt de rapportage van het rekenkameronderzoek naar de energieambities van de gemeente Veenendaal.
Al in 2017 heeft de gemeente Veenendaal besloten aandacht te schenken aan klimaatverandering en een bijdrage te leveren aan het voorkomen van verdere opwarming van de aarde. Centraal daarin staat het onderwerp 'energietransitie'. Beperking van het energieverbruik enerzijds en anderzijds het produceren van duurzame energie, opgewekt met zo weinig mogelijk nadelige milieueffecten, zijn de twee pijlers daarin. Dat zijn uitgangspunten die breed worden gedeeld. Maar zelfs met die uitgangspunten zijn nog vele opties open: wat moet er bereikt worden, op welke termijn en op welke manieren en met welke randvoorwaarden: de ambities van de gemeente Veenendaal. De Rekenkamercommissie heeft onderzoek gedaan naar de totstandkoming van deze ambities en op welke manier wordt gewerkt aan het realiseren van deze ambities. We beseffen dat de gemeente nog maar aan het begin van de realisatie fase zit en ook deelneemt aan regionale afspraken. Juist in dat kader achtten wij het zinvol een eerste analyse te maken, waarvan wij u hier de resultaten aanbieden. Wij hopen dat deze analyse waardevolle inzichten kan verschaffen bij de verdere invulling van ambities en aan de aansturing van de realisatie van de ambities.
Namens de Rekenkamercommissie Veenendaal,
Jan Telgen Voorzitter
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 2
Voorwoord
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota
Deel 2 - Bevindingen
Bronnen
Bijlagen
Samenvatting Aanleiding
Onderzoeksvragen
Conclusies
De gemeente Veenendaal werkt inmiddels zo’n drie jaar aan de verwezenlijking van haar energieambities. Het einddoel was tot voor kort1 om in 2035 een energieneutrale gemeente te zijn. Om meer inzicht te krijgen in de formulering, totstandkoming en uitvoering van deze ambities, heeft de Rekenkamercommissie Veenendaal hier onderzoek naar verricht.
De volgende twaalf onderzoeksvragen vormden de leidraad voor dit onderzoek: 1. Zijn de ambities van gemeente Veenendaal voldoende duidelijk en eenduidig geformuleerd voor een concrete uitwerking? 2. Zijn de ambities van gemeente Veenendaal compatibel met de ambities van regio Foodvalley en de landelijke ambities? 3. In hoeverre is er een expliciete en onderbouwde keuze gemaakt tussen alternatieven bij het vaststellen van de ambities? 4. In hoeverre is er gekeken naar de haalbaarheid van de ambities binnen de gestelde termijnen? 5. Hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende rol op het gebied van de duurzaamheidsvraagstukken? 6. Is er een duidelijk plan van aanpak aanwezig om de ambities te realiseren? 7. Is er een planning in de tijd aanwezig voor de uit te voeren activiteiten? 8. Is er een organisatie die de uitvoering van de plannen bewaakt en bij kan sturen waar nodig? 9. Wat is de huidige stand van zaken m.b.t. de uitvoering van de ambities? 10. Hoe is het perspectief op het eindresultaat? 11. Wat is een geschikte frequentie voor een periodieke herhaling van dit onderzoek? 12. Wat is een geschikt format voor een periodieke herhaling van dit onderzoek?
De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek zijn samengevat in een aantal conclusies. • De gemeente Veenendaal heeft een heldere en eenduidige ambitie op energiegebied geformuleerd. De doelen zijn concreet, specifiek en goed gedefinieerd. • Bij het opstellen van de ambitie is de haalbaarheid echter onvoldoende onderbouwd. Ook is niet onderbouwd waarom deze ambitie beter is dan mogelijke alternatieven. • De gemeentelijke ambities wijken af van de regionale en landelijke ambities. Dit maakt het realiseren van de ambities niet onmogelijk, maar wel moeilijker. • Er is een professionele projectorganisatie opgezet, met goede processen voor het vaststellen, uitvoeren, monitoren en rapporteren van de maatregelen voor het realiseren van de ambities. • Externe partijen zoals het bedrijfsleven, woningcorporaties en burgers, zijn actief betrokken bij de uitvoering van de ambities. • Er is een mismatch tussen de formulering van de ambitie, die een duidelijke resultaatsverplichting inhoudt, en de opzet van de uitvoeringsorganisatie, die een flexibele, procesgerichte en programmatische aanpak volgt. • Het programmaplan is alleen voor de eerste programmaperiode gedetailleerd uitgewerkt. Daardoor is er geen volledig zicht op het pad naar realisatie van de ambities in 2035. Ook risicoanalyses ontbreken.
• De gemeenteraad vervult haar kaderstellende en controlerende rol, maar kijkt daarbij vooral naar individuele dossiers, niet naar de energieambities als geheel.
1
In de Kaderbrief 2021-2024 (juni 2020) stelt het college aan de raad voor om de ambitie voor energieneutraliteit in 2035 te verschuiven naar 2050. Bij de behandeling van de Programmabegroting 2021-2024 in november 2020 is aldus besloten.
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 3
Voorwoord
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota
Deel 2 - Bevindingen
Bronnen
Bijlagen
Aanbevelingen Op basis van deze conclusies doet de rekenkamercommissie vier aanbevelingen: Aan de raad: • Laat gemeentelijke, regionale en landelijke ambities zoveel mogelijk op elkaar aansluiten. Aan raad en college: • Zorg dat de formulering van de ambitie en de manier waarop het verduurzamingsprogramma wordt uitgevoerd goed op elkaar aansluiten. Voorstellen voor nadere invulling moeten steeds worden beoordeeld in het perspectief van de totale ambitie. Aan het college: • Werk een gedetailleerd pad uit voor de verwezenlijking van de ambities, dat laat zien onder welke voorwaarden verwezenlijking van de ambities haalbaar is. • Laat halverwege elke programmaperiode een externe toetsing uitvoeren naar de vormgeving en voortgang van het programma en leg deze voor aan de raad.
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 4
Voorwoord 1. Samenvattend beeld bevindingen
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota 2. Normenkader en beoordeling
Deel 2 - Bevindingen 3. Conclusies
Bronnen
Bijlagen 4. Aanbevelingen
Deel 1 Bestuurlijke nota
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 5
Voorwoord 1. Samenvattend beeld bevindingen
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota 2. Normenkader en beoordeling
Deel 2 - Bevindingen 3. Conclusies
Bronnen
Bijlagen 4. Aanbevelingen
1. Samenvattend beeld Het onderzoek van de rekenkamercommissie heeft plaatsgevonden in de zomer van 2020. Sindsdien heeft een relevante ontwikkeling plaatsgevonden: In de Kaderbrief 2021-2024 (juni 2020) stelt het college aan de raad voor om de ambitie voor energieneutraliteit in 2035 te verschuiven naar 2050. Bij de behandeling van de Programmabegroting 20212024 in november 2020 is aldus besloten. Deze ontwikkeling is niet meegenomen in het onderzoek. Een aantal opmerkingen in deze rapportage moeten tegen deze achtergrond worden gelezen. De formulering van de ambities is helder en eenduidig. De doelen zijn concreet en specifiek uitgewerkt en daardoor goed in de praktijk toepasbaar. De ambities zijn ook compatibel met de ambities van energieregio’s, provincies en het Rijk. Hoewel ze niet met andere ambities in tegenspraak zijn, wijken ze wel af. Dit maakt het moeilijker voor de gemeente om de ambities te verwezenlijken. Er zijn minder mogelijkheden voor het creëren van synergie, er is minder ondersteuning beschikbaar en mogelijk volgen er nog verplichtingen vanuit het Rijk die de gemeente moet inpassen in zijn plannen. Het proces van de totstandkoming van de ambities is goed te traceren. Er heeft een afweging tussen alternatieven plaatsgevonden, maar deze heeft zich beperkt tot de timing van de ambities.
Waarom juist deze doelstelling het meest passend zou zijn is niet onderbouwd. Er is van begin af aan aandacht geweest voor de haalbaarheid van de ambities. Er is geconstateerd dat de doelstelling erg
2
ambitieus was en dat de haalbaarheid ervan daarom niet gegarandeerd kon worden. Er is gekozen voor een stapsgewijze aanpak, die de focus legt op de haalbaarheid van de doelen van de eerste programmaperiode. De rol van de gemeenteraad is zowel voor als na de totstandkoming van de ambities kaderstellend en controlerend geweest. De raad heeft een passende invulling gegeven aan deze rol, maar een meer dossieroverstijgende blik en een actievere betrokkenheid zou de rol van de raad nog verbeteren.
gehanteerd als bij het huidige onderzoek. De resultaten uit voorafgaande periodes vormen wel een extra databron. Het is daarom aan te raden het onderzoeksformat uit te breiden met het Rijkskader voor beleidsevaluaties.
Voor de uitvoering van de ambities heeft de gemeente een professionele, solide organisatie gecreëerd met bijbehorende plannen en processen. Plan van aanpak, planning, mogelijkheden tot bijsturing en voortgangsrapportages zijn aanwezig en van een goed niveau. Ook is er aandacht voor het betrekken van externe partijen. De uitvoering ligt voor de huidige programmaperiode redelijk op schema. Voor de volgende programmaperiodes is het plan van aanpak echter niet gedetailleerd uitgewerkt. Ook zijn er geen risicoanalyses uitgevoerd voor de toekomstige programmaperiodes. Op basis hiervan kan niet aannemelijk gemaakt worden dat de ambities in 2035 verwezenlijkt zullen zijn.2 Een periodieke herhaling van dit onderzoek vindt idealiter plaats halverwege elke programmaperiode. Op dat moment zijn alle resultaten uit de voorafgaande programmaperiode beschikbaar en kunnen de inzichten nog van nut zijn voor zowel de huidige als de toekomstige programmaperiodes. Bij vervolgonderzoek kan grotendeels dezelfde opzet worden
In de Kaderbrief 2021-2024 (juni 2020) stelt het college aan de raad voor om de ambitie voor energieneutraliteit in 2035 te verschuiven naar 2050.
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 6
Voorwoord 1. Samenvattend beeld bevindingen
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota 2. Normenkader en beoordeling
Deel 2 - Bevindingen
Bronnen
3. Conclusies
Bijlagen 4. Aanbevelingen
2. Normenkader en beoordeling 2.1 Formulering ambities 2.1.1 Duidelijkheid en eenduidigheid Norm: De ambities beschrijven wie wanneer welk doel wil bereiken Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan De ambities beschrijven wie welk doel wanneer wil bereiken. De gezamenlijke ambitie voor 2035 is onderverdeeld in verschillende programmaperioden en subdoelen. Per periode wordt er ingezoomd op de verantwoordelijkheden en de operationalisering van de doelstellingen. Norm: De doelen zijn kwantitatief en meetbaar geformuleerd Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan Zowel de gezamenlijke ambitie als de operationele doelen zijn kwantitatief en meetbaar geformuleerd. Er is een duidelijke leercurve zichtbaar over de jaren. In het oorspronkelijke programmaplan was de meetbaarheid nog niet optimaal. Op basis van de meest recente voortgangsrapportage en DoelenInspanningen-Netwerk is de kwantificering en meetbaarheid van de doelen echter goed te noemen. Norm: De gebruikte begrippen zijn helder en eenduidig gedefinieerd Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan De gebruikte kernbegrippen (energieneutraliteit, energieverbruik, energiebesparing en energieopwekking) zijn helder en eenduidig gedefinieerd. Ook de reikwijdte van de verschillende pijlers is helder omschreven.
3
2.1.2 Compatibiliteit Norm: De geschetste eindsituaties komen overeen of laten ruimte voor verschillende invullingen Beoordeling: Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan Gemeente Veenendaal heeft met haar ambitie om in 2035 energieneutraal te zijn een koploperspositie binnen de regio en loopt voor op de doelstellingen van het Klimaatakkoord, de RES Foodvalley, de Transitievisie Warmte en de provincie Gelderland, die allemaal gericht zijn op 2050. In mindere mate geldt dit ook voor de doelstelling van de provincie Utrecht, die zich richt op 2040. Hoewel de geschetste eindsituaties verschillen, zijn zij niet met elkaar in conflict. Veenendaal heeft de ruimte om haar eigen ambitie te realiseren en wordt daarin ondersteund door ontwikkelingen in de regio. Er zijn relatief weinig mogelijkheden voor energie-opwekking in Veenendaal en een goede samenwerking met de regio kan bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen.3 Bovendien vraagt de energietransitie om een gemeente-overstijgende aanpak. Ook de eisen gesteld door het Rijk, bijvoorbeeld in de Transitievisie Warmte, dragen bij aan het realiseren van de ambitie door een snellere uitvoering van het programma af te dwingen. Daar staat tegenover dat met name de afwijkende ambitie van het Rijk (CO2-neutraal in 2050) het realiseren van de Veenendaalse ambitie bemoeilijkt.
De instrumenten die het Rijk inzet en de daaraan gebonden ondersteuning van gemeenten volgt een ander tijdspad en grijpt aan op andere aspecten en indicatoren van de energievoorziening. De gemeente zal
een deel van de geplande maatregelen dus eerder moeten nemen dan het Rijk en waarschijnlijk als gevolg daarvan (vooral financiële) ondersteuning missen. Norm: De gekozen maatregelen om de eindsituatie te bereiken komen overeen of zijn niet gespecificeerd Beoordeling: Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan Op regionaal en provinciaal niveau hebben initiatieven en maatregelen vooral een ondersteunend karakter. Deze bieden de gemeente kansen om zaken op te pakken of te versnellen. Op Rijksniveau hebben maatregelen vaak wel een verplichtend karakter, zoals de Transitievisie Warmte. Deze komen niet altijd overeen met de maatregelen uit het PEN-2035. Dergelijke maatregelen staan het einddoel van ENV-2035 niet in de weg, maar vragen wel om aanpassingen in de gekozen maatregelen. Norm: De timing van de maatregelen en van eventuele tussentijdse resultaten komt overeen of heeft een niet-verplichtend karakter Beoordeling: Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan De RES bevat geen verplichtende maatregelen of verplichte tussentijdse resultaten voor de gemeente Veenendaal. Uit het Klimaatakkoord kunnen echter wel verplichtingen voortvloeien die de gemeente dwingen tot aanpassing van het PEN-2035.
Regio Foodvalley bestaat uit de acht gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Rhenen, Renswoude, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen.
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 7
Voorwoord 1. Samenvattend beeld bevindingen
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota 2. Normenkader en beoordeling
2.2 Totstandkoming ambities 2.2.1 Keuze tussen alternatieven Norm: Het besluitvormingsproces is traceerbaar, transparant en begrijpelijk Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan Het besluitvormingsproces bleek goed te achterhalen en te reconstrueren. Alle relevante stukken waren beschikbaar en inzichtelijk. Het proces wat uit de stukken en de interviews naar voren kwam was begrijpelijk. Norm: In het besluitvormingsproces zijn meerdere alternatieven onderzocht Beoordeling: Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan In het besluitvormingsproces zijn drie alternatieven uitgewerkt en voorgelegd aan de raad. Hierbij is het alternatief 2035 wel veruit het meest uitgebreid beschreven. De alternatieven hadden uitsluitend betrekking op de timing van de ambitie, niet op de inhoud of de maatregelen om de ambitie te realiseren. Norm: De keuze voor het voorkeursalternatief is helder en gedegen onderbouwd Beoordeling: Er wordt niet aan de norm voldaan Er is in het raadsbesluit helder beschreven waarom gekozen is voor energieneutraliteit in het jaar 2035. Ten eerste gaf dit alternatief de beste kansen op realisatie van de raadsambitie. Ten tweede was er draagvlak voor deze keuze bij politiek en samenleving.
Uit de interviews bleek verder dat, ten derde, het een politiek signaal was dat duurzaamheid als belangrijk en urgent werd beschouwd en, ten vierde, dat het een manier was om de landelijke doelen voor 2050 alvast op de kaart te zetten. Hoewel deze onderbouwing helder is, kan hij niet als volledig of als gedegen worden beschouwd. Hij berust namelijk op twee impliciete aannames. Ten eerste wordt niet beargumenteerd waarom het belang van verduurzaming het beste gediend
Deel 2 - Bevindingen 3. Conclusies
is met een lange termijn resultaatsverplichting en niet met bijvoorbeeld een jaarlijkse procesafspraak. Ten tweede wordt niet beargumenteerd waarom de keuze voor energieneutraliteit in het jaar 2035 tot betere resultaten zou leiden dan een ander einddoel (zoals CO2-neutraliteit) en/of een ander jaar (bijvoorbeeld 2050). 2.2.2 Haalbaarheid van de ambities Norm: In het besluitvormingsproces is de haalbaarheid van de ambities onderzocht Beoordeling: Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan De haalbaarheid van de ambities heeft vanaf het begin aandacht gehad van college, raad en uitvoeringsorganisatie. Alle betrokkenen waren zich ervan bewust dat de lat hoog werd gelegd. De risico’s en mogelijke knelpunten zijn in kaart gebracht en bij de vormgeving van het programma is gepoogd deze zoveel mogelijk te adresseren. Er is bijvoorbeeld een fasering aangebracht door eerst de focus te leggen op voldoende bewustwording voordat overgegaan wordt naar grootschalige uitvoering. Er is echter niet gedetailleerd uitgewerkt onder welke omstandigheden en randvoorwaarden de ambitie haalbaar zou zijn. Norm: De haalbaarheid van de ambities is helder en gedegen onderbouwd Beoordeling: Er wordt niet aan de norm voldaan De haalbaarheid van de ambitie is niet gedegen onderbouwd. Dit heeft deels te maken met de stapsgewijze aanpak.
De haalbaarheid van de geplande resultaten voor de eerste, huidige periode is overtuigend uitgewerkt in het programmaplan. Dat ook de doelstellingen van de daaropvolgende periodes haalbaar zijn (en daarmee de ambitie ENV-2035 als geheel), is echter niet aannemelijk gemaakt. De andere reden dat de haalbaarheid van de ambities niet gedegen is onderbouwd, is dat de gemeente de ambitie niet lijkt te zien als een doel dat in 2035 bereikt moet zijn,
Bronnen
Bijlagen 4. Aanbevelingen
maar als een stip aan de horizon die mensen in beweging brengt, aandacht genereert en middelen vrijmaakt. Vanuit dit perspectief is de haalbaarheid van de ambitie van ondergeschikt belang. Men zou zelfs kunnen beargumenteren dat de gestelde norm niet op de ambitie van toepassing is. 2.2.3 De rol van de gemeenteraad Norm: De gemeenteraad heeft zijn eigen rol vooraf helder vastgesteld Beoordeling: De norm is niet toetsbaar De gemeenteraad heeft naar zijn aard een kaderstellende en controlerende rol. Op grond van de beschikbare documenten en de gehouden interviews is niet te zeggen of de raad in dit specifieke dossier vooraf helder en specifiek heeft vastgesteld hoe aan deze rollen invulling gegeven zou worden. Norm: Gedurende het proces heeft de gemeenteraad aan zijn kaderstellende en controlerende rol vastgehouden Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan De raad heeft met betrekking tot de ambitie ENV-2035 gedurende het gehele proces, inclusief de uitvoeringsfase, invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende rol. Norm: De invulling die de gemeenteraad aan zijn rol heeft gegeven is gepast en afdoende Beoordeling: Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan De raad heeft invulling gegeven aan zowel zijn kaderstellende als zijn controlerende rol. Deze kan grotendeels als gepast en afdoende worden beschouwd.
Daarbij passen echter wel twee belangrijke kanttekeningen. In zijn kaderstellende rol beperkt de raad zich tot besluiten op individuele vraagstukken, zonder zich rekenschap te geven van de betekenis van deze besluiten voor het overkoepelende verduurzamingsdossier. In zijn controlerende rol geeft de raad een passieve invulling aan zijn rol. De raad laat zich informeren, maar laat het initiatief liggen bij het college en het programmateam.
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 8
Voorwoord 1. Samenvattend beeld bevindingen
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota 2. Normenkader en beoordeling
Deel 2 - Bevindingen 3. Conclusies
2.3 Uitvoering ambities
toetsbaar of de beschikbare middelen voldoende zijn.
2.3.1 Plan van aanpak Norm: De uitvoering van de ambities is vastgelegd in een plan van aanpak Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan Er is een plan van aanpak aanwezig dat alle pijlers en periodes beslaat. Voor de eerste periode is het plan uitgebreid en gedetailleerd beschreven.
Norm: Voor elk van de te behalen resultaten is een indicator vastgesteld en een manier om deze te meten Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan Het programmaplan bevat indicatoren voor elk van de operationele doelstellingen. Gedurende het proces zijn deze scherper geformuleerd om de meetbaarheid te vergroten. De manier waarop de meting plaatsvindt is verder uitgewerkt in de Effectmonitor.
Norm: Het plan van aanpak beschrijft de geplande activiteiten, de beoogde resultaten en de middelen die daarvoor ingezet worden Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan Het plan van aanpak beschrijft duidelijk de activiteiten, de beoogde resultaten en de middelen die beschikbaar zijn. Voor de eerste periode is dit tot in detail gebeurd, voor de verdere periodes op hoofdlijnen. Dit is in lijn met de programmatische aanpak, die ruimte laat voor ontwikkelingen gaandeweg het proces. Norm: De beschreven activiteiten en middelen zijn voldoende om de gestelde ambities te verwezenlijken Beoordeling: De norm is niet toetsbaar Voor de eerste programmaperiode is er een helder plan opgezet met daarin de geplande activiteiten en de beschikbare middelen. In het plan is aannemelijk gemaakt dat deze middelen toereikend zijn. Voor de latere programmaperiodes zijn de activiteiten en middelen slechts op hoofdlijnen beschreven. In de recent verschenen Kaderbrief is wel aangeduid wat de verwachte kosten zijn om de ambitie ENV-2035 te halen. Daarbij is voorgesteld om de benodigde middelen niet ter beschikking te stellen, maar in plaats daarvan het ambitieniveau te verlagen. Omdat de raad nog geen besluit heeft genomen over dit voorstel, is op dit moment niet
2.3.2 Planning Norm: Het plan van aanpak beschrijft wanneer welke activiteiten worden uitgevoerd Beoordeling: Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan De planning van de activiteiten is voor de eerste periode duidelijk beschreven. Voor de komende periodes is er nog geen concreet tijdspad. Dit is in lijn met de programmatische aanpak, die ruimte laat voor ontwikkelingen gaandeweg het proces. Norm: De planning is specifiek en realistisch Beoordeling: Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan Ook hier geldt dat, als gevolg van de programmatische aanpak, de planning alleen voor de eerste periode tot in detail is uitgewerkt. Voor de eerste periode is de planning specifiek. Ook zijn er geen aanwijzingen dat de planning onrealistische elementen bevat. 2.3.3 Bijsturing Norm: De verantwoordelijkheid voor het monitoren en bijsturen van de uitvoering is bij een specifieke organisatie belegd Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan De stuurgroep is aangesteld met de specifieke taak om de voortgang te monitoren en bij te sturen waar nodig.
Bronnen
Bijlagen 4. Aanbevelingen
Norm: Deze organisatie heeft de middelen en het mandaat om deze taak goed uit te kunnen voeren Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan In de praktijk is gebleken dat de stuurgroep daadwerkelijk in staat is om resultaten te monitoren en bij te sturen waar nodig. Deze bijsturing vindt plaats binnen de kaders die door de raad zijn meegegeven. 2.3.4 De stand van zaken Norm: Er wordt periodiek verslag uitgebracht over de uitvoering van de activiteiten Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan Er wordt tweemaal per jaar verslag uitgebracht van de uitvoering van de activiteiten onder de vijf pijlers. Norm: De behaalde resultaten worden periodiek gemeten Beoordeling: Er wordt volledig aan de norm voldaan De resultaten worden periodiek gemeten en hier wordt jaarlijks verslag over uitgebracht. 2.3.5 Perspectief op het eindresultaat Norm: De uitgevoerde activiteiten en behaalde resultaten komen overeen met het plan van aanpak en de planning Beoordeling: Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan De uitgevoerde activiteiten en behaalde resultaten komen grotendeels overeen met de planning. Er zijn wel enkele aandachtspunten. Niet alle resultaten zijn al beschikbaar en sommige lopen achter op de planning. Ook moet er gekeken worden naar de uitvoering van de RES en de Transitievisie Warmte om deze aan te laten sluiten op het PEN-2035.
Norm: Er vindt een periodieke risicoanalyse plaats m.b.t. toekomstige activiteiten en resultaten, incl. eventuele maatregelen om risico’s te mitigeren Beoordeling: Er wordt niet aan de norm voldaan
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 9
Voorwoord
Samenvatting
1. Samenvattend beeld bevindingen
Deel 1 - Bestuurlijke nota 2. Normenkader en beoordeling
Deel 2 - Bevindingen 3. Conclusies
Er vindt geen risicoanalyse plaats m.b.t. toekomstige activiteiten en resultaten. De monitoringsrapportages geven een goede signalering van de behaalde resultaten per pijler en eventuele punten van aandacht. Deze zijn echter terugkijkend van aard, geen risicoanalyses van toekomstige activiteiten.
programmaperiodes met eigen activiteiten en operationele doelstellingen vormt een natuurlijke cyclus om bij aan te sluiten met de periodieke toets. Het advies is dan ook om dit onderzoek eenmaal per programmaperiode te herhalen, wat neerkomt op ongeveer eenmaal in de vijf jaar.
Norm: Op basis van de behaalde resultaten en de risicoanalyses is verwezenlijking van de ambities aannemelijk Beoordeling: Er wordt niet aan de norm voldaan Verwezenlijking van de ambitie ENV-2035 is mogelijk, maar niet aannemelijk. Dit ligt enerzijds aan de insteek van de gemeente zelf. Er is een consensus tussen wethouder, uitvoeringsorganisatie, woningcorporaties en bedrijven dat de ambitie primair een stip op de horizon is om mensen in beweging te krijgen. (NB: deze visie lijkt niet te worden gedeeld door de raad.) Anderzijds ligt dit aan ontwikkelingen op landelijk niveau, waar de gemeente weinig invloed op heeft. Het Rijk stuurt op CO2-neutraliteit in 2050, wat betekent dat middelen, randvoorwaarden en ondersteuning vanuit het Rijk hierbij zullen aansluiten. Dit neemt niet weg dat er in de eerste programmaperiode goede resultaten zijn behaald en het programma als stip op de horizon een nuttige functie vervult.
Direct na afloop van een programmaperiode vindt een evaluatie plaats door het programmateam. Twee jaar na afloop van de programmaperiode zijn alle resultaten beschikbaar. Het advies is daarom om het onderzoek in de loop van het derde jaar van elke programmaperiode plaats te laten vinden. Op deze manier is het onderzoek complementair aan de evaluatie door het programmateam, kunnen alle relevante resultaten worden meegenomen en zijn de bevindingen van het onderzoek zowel nuttig voor bijsturing van het programma gedurende de lopende periode als voor het vormgeven van de volgende periode.
2.4 Periodieke herhaling 2.4.1 Frequentie Norm: De frequentie van het herhaalonderzoek sluit aan bij de gemeentelijke cyclus van resultaatmeting en bijsturing Norm: De frequentie sluit aan bij de (gemiddelde) periode tussen activiteit en resultaat Norm: De frequentie is voldoende hoog om tijdige bijsturing mogelijk te maken Aanbeveling De opdeling van het programmaplan in vijfjarige
Bronnen
Bijlagen 4. Aanbevelingen
Daarnaast zal de focus van volgend onderzoek moeten verschuiven van formulering en totstandkoming van de ambities naar de uitvoering van het programma. Mochten de ambities significant worden bijgesteld, dan worden de vragen naar formulering en totstandkoming van de ambities opnieuw relevant.
2.4.2 Format Norm: Het onderzoeksformat geeft aan welke informatie verzameld moet worden, hoe deze bewerkt en geanalyseerd moet worden en hoe de resultaten en conclusies gepresenteerd moeten worden Norm: Het onderzoeksformat draagt bij aan een grondige en efficiënte uitvoering van het onderzoek Aanbeveling Periodieke herhalingen van het uitgevoerde onderzoek kunnen voor het grootste deel verlopen volgens dezelfde structuur en hetzelfde proces. In volgende edities van het onderzoek is echter wel een extra databron beschikbaar: de resultaten van de vorige programmaperiode. Het advies is om voor de analyse van deze bron aan te sluiten bij het kader voor beleidsevaluaties van de Rijksoverheid.
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 10
Voorwoord 1. Samenvattend beeld bevindingen
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota 2. Normenkader en beoordeling
Deel 2 - Bevindingen 3. Conclusies
Bronnen
Bijlagen 4. Aanbevelingen
3. Conclusies • De gemeente Veenendaal heeft een heldere en eenduidige ambitie op energiegebied geformuleerd. De doelen zijn concreet, specifiek en goed gedefinieerd. • Bij het opstellen van de ambitie is de haalbaarheid echter onvoldoende onderbouwd. Ook is niet onderbouwd waarom de gestelde ambitie beter is dan mogelijke alternatieven. • De gemeentelijke ambities wijken af van de regionale en landelijke ambities. Dit maakt het realiseren van de ambities niet onmogelijk, maar wel moeilijker. • Er is een professionele projectorganisatie opgezet, met goede processen voor het vaststellen, uitvoeren, monitoren en rapporteren van de maatregelen voor het realiseren van de ambities. • Externe partijen zoals het bedrijfsleven, woningcorporaties en burgers, zijn actief betrokken bij de uitvoering van de ambities. • Er is een mismatch tussen de formulering van de ambitie, die een duidelijke resultaatsverplichting inhoudt, en de opzet van de uitvoeringsorganisatie, die een flexibele, procesgerichte en programmatische aanpak volgt. • Het programmaplan is alleen voor de eerste programmaperiode (t/m 2021) gedetailleerd uitgewerkt. Daardoor is er geen volledig zicht op het pad naar realisatie van de ambities in 2035. Ook risicoanalyses ontbreken.
• De gemeenteraad vervult haar kaderstellende en controlerende rol, maar kijkt daarbij vooral naar individuele dossiers, niet naar de energieambities als geheel.
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 11
Voorwoord 1. Samenvattend beeld bevindingen
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota 2. Normenkader en beoordeling
Deel 2 - Bevindingen
Bronnen
3. Conclusies
Bijlagen 4. Aanbevelingen
4. Aanbevelingen Aan de raad
Aan de raad en het college
Aan het college
• Laat gemeentelijke, regionale en landelijke ambities zoveel mogelijk op elkaar aansluiten. De ambities van de gemeente, van regionale samenwerkingsverbanden, van provincies en van het Rijk verschillen zowel qua timing als qua einddoel. Met name de verschillen met de ambities van de Rijksoverheid hebben negatieve gevolgen voor het behalen en het bekostigen van het einddoel, omdat het Rijk zowel verplichtingen kan opleggen als voor financiële ondersteuning zorgt.
• Zorg dat de formulering van de ambitie en de manier waarop het verduurzamingsprogramma wordt uitgevoerd goed op elkaar aansluiten. De huidige ambitie is geformuleerd als een resultaatsverplichting. Het uitvoeringsprogramma is daarentegen juist flexibel en procesgericht vormgegeven. Dit zorgt voor een spanningsveld tussen doelen en uitvoering. Beter zou zijn om ofwel de ambitie anders te formuleren ofwel de uitvoering anders vorm te geven. Het resultaat van deze aanpassing moet gedragen worden door college, raad, uitvoeringsorganisatie, woningcorporaties en bedrijven. Beoordeel voorstellen voor nadere invulling in het perspectief van de totale ambitie. Een illustratief voorbeeld in dit verband is de keuze van de gemeenteraad om de hoogte van windmolens te beperken tot 20 meter en om iet in te zetten op het gebruik van, biomassa en zon op water. Dergelijke keuzes kunnen botsen met de verwezenlijking van de totale ambitie. Of dit het geval is, moet naar voren komen uit doorrekeningen van alternatieven voor het gekozen basispad en de bijbehorende risicoanalyses.
• Werk een gedetailleerd pad uit voor de verwezenlijking van de ambities, dat laat zien onder welke voorwaarden verwezenlijking van de ambities haalbaar is. Met dit ‘basispad’ als startpunt kunnen dan ook specifieke risicoanalyses worden uitgevoerd om inzichtelijk te maken welke ontwikkelingen zouden kunnen leiden tot een afwijking van dit basispad en welke mitigerende maatregelen genomen moeten worden (en tegen welke kosten) om een dergelijke afwijking te voorkomen. Dit stelt de raad in staat om beslissingen en resultaten te toetsen aan het gestelde einddoel. Daarbij moet helder zijn dat de beschikbaarstelling van budget weliswaar een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde is voor verwezenlijking van de ambities. Ook andere factoren, zoals de doorlooptijd van projecten en de bijdrage van stakeholders zijn essentieel en kunnen het verwezenlijken van de ambities dwarsbomen. • Laat halverwege elke programmaperiode een externe toetsing uitvoeren naar de vormgeving en voortgang van het programma en leg deze voor aan de raad. De complexiteit van de opgave in combinatie met een onzekere, snel veranderende omgeving vragen om een periodieke toetsing van doelen en voortgang. Een toetsing halverwege elke programmaperiode sluit het beste aan bij het beschikbaar komen van resultaten en de timing van interne evaluaties.
Ook kunnen de uitkomsten van de toets van nut zijn voor zowel de lopende als de toekomstige programmaperiodes.
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 12
Voorwoord 5. Inleiding
Samenvatting 6. Formulering ambities
Deel 1 - Bestuurlijke nota
Deel 2 - Bevindingen
7. Totstandkoming ambities
Bronnen 8. Uitvoering ambities
Bijlagen 9. Periodieke herhaling
Deel 2 Bevindingen
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 13
Voorwoord 5. Inleiding
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota
6. Formulering ambities
Deel 2 - Bevindingen
7. Totstandkoming ambities
Bronnen 8. Uitvoering ambities
Bijlagen 9. Periodieke herhaling
5. Inleiding 5.1 Achtergrond De Nederlandse energietransitie is in volle gang. De eerste belangrijke stap richting het halen van de mondiale klimaatdoelstellingen werd gezet met het Energieakkoord in 2013. Het akkoord is getekend door 47 partijen en moet gaan leiden tot energiebesparing, duurzame opwekking, schone technologieën en strenger klimaatbeleid. Daarnaast is in 2019 het nationale Klimaatakkoord vastgesteld, waarbij wordt ingezet op 49% minder broeikasgassen in 2030. Gemeenten spelen een sleutelrol in de energietransitie, zo benadrukte minister Kamp in 2016. Er moet draagvlak worden gecreëerd onder de lokale bevolking, er moeten energiestrategieën per regio worden ontwikkeld en er moet een samenwerking tot stand komen tussen vele partijen.4 De gemeente Veenendaal vervult een voortrekkersrol en heeft al in 2017 de ambitie voor een energieneutraal Veenendaal in 2035 vastgesteld5. Het doel is om de opwekking van duurzame energie in Veenendaal te vergroten en in 2035 evenveel duurzame energie op te wekken als in Veenendaal gebruikt wordt. Naast het nationale Energieakkoord zijn hierbij ook de provinciale energievisie en de samenwerking met andere gemeenten binnen de regio Foodvalley van belang. De regio Foodvalley werkt aan een Regionale Energiestrategie (RES). De regio spreekt hierin de ambitie uit om in 2050 energieneutraal te zijn.
Inmiddels werkt gemeente Veenendaal drie jaar aan haar ambitie om energieneutraal te worden. De te volgen route naar energieneutraliteit in 2035 en een specifieke aanpak voor de periode 2017-2021 zijn vastgelegd in het “programmaplan - een energieneutraal Veenendaal in 2035”. Een korte samenvatting van het programmaplan is opgenomen in bijlage I.
5.3 Onderzoeksvragen
5.2 Doel van het onderzoek
Formulering ambities 1. Zijn de ambities van gemeente Veenendaal voldoende duidelijk en eenduidig geformuleerd voor een concrete uitwerking? 2. Zijn de ambities van gemeente Veenendaal compatibel met de ambities van regio Foodvalley en de landelijke ambities?
De Rekenkamercommissie Veenendaal wenst inzicht te krijgen in de formulering en totstandkoming van de energieambities van de gemeente, de haalbaarheid van deze ambities en de projectmatige aanpak om de ambities te realiseren. Het doel van dit onderzoek is om het beoogde inzicht te verschaffen en zodoende de kaderstellende en controlerende taak van de gemeenteraad te ondersteunen. Het onderzoek richt zich op het tot stand komen van de energieambities en de uitgangspunten van de aanpak om de energieambities te realiseren; een inhoudelijke analyse van de energieambities en de aanpak valt buiten het bereik van dit onderzoek.
Dit onderzoek bestaat uit vier onderdelen, namelijk de formulering van de ambities, de totstandkoming van de ambities, het plan van aanpak om de ambities te realiseren en de periodieke herhaling van dit onderzoek. Per onderdeel zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd:
Totstandkoming ambities 3. In hoeverre is er een expliciete en onderbouwde keuze gemaakt tussen alternatieven bij het vaststellen van de ambities? 4. In hoeverre is er gekeken naar de haalbaarheid van de ambities binnen de gestelde termijnen? 5. Hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende rol op het gebied van de duurzaamheidsvraagstukken?
Presentatie gemeenteraad Veenendaal: raadscommissie 22 maart 2017, bijlage presentatie 13 maart 2017 In de Kaderbrief 2021-2024 (juni 2020) stelt het college aan de raad voor om de ambitie voor energieneutraliteit in 2035 te verschuiven naar 2050. Bij de behandeling van de Programmabegroting 2021-2024 in november 2020 is aldus besloten.
4 5
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 14
Voorwoord 5. Inleiding
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota
6. Formulering ambities
Deel 2 - Bevindingen
7. Totstandkoming ambities
Bronnen 8. Uitvoering ambities
Uitvoering ambities 6. Is er een duidelijk plan van aanpak aanwezig om de ambities te realiseren? 7. Is er een planning in de tijd aanwezig voor de uit te voeren activiteiten? 8. Is er een organisatie die de uitvoering van de plannen bewaakt en bij kan sturen waar nodig? 9. Wat is de huidige stand van zaken m.b.t. de uitvoering van de ambities? 10. Hoe is het perspectief op het eindresultaat?
Interviews Voor een verdere verduidelijking van het proces en een toetsing en aanvulling van de inzichten uit de documentstudie zijn er interviews gehouden met diverse relevante betrokkenen. Het betrof een aantal ambtenaren, de verantwoordelijke wethouder en enkele externe belanghebbenden. In bijlage II is een overzicht van de geïnterviewden opgenomen.
Periodieke herhaling van het onderzoek 11. Wat is een geschikte frequentie voor een periodieke herhaling van dit onderzoek? 12. Wat is een geschikt format voor een periodieke herhaling van dit onderzoek?
Om de onderzoeksvragen te beantwoorden, wordt de informatie uit de documentstudie en de interviews tot slot gewogen en beoordeeld aan de hand van een normenkader. Het normenkader bestaat uit een aantal normen voor elke onderzoeksvraag die de wenselijke situatie beschrijven. Als de feiten in overeenstemming zijn met de normen leidt dit tot een goede beoordeling. Naarmate de feitelijke situatie meer afwijkt van de wenselijke situatie leidt dit tot een slechtere beoordeling. Als er onvoldoende feiten beschikbaar zijn voor een gefundeerd oordeel, vindt er geen beoordeling plaats.
5.4 Methode Er is gebruik gemaakt van twee onderzoeksmethoden om inzicht te krijgen in de energieambities en de twaalf deelvragen te kunnen beantwoorden. Documentstudie De basis van het onderzoek is een uitgebreide documentstudie. Gemeentelijke documenten zoals collegebesluiten, raadsbesluiten, consultatiestukken, raadsinformatiestukken en raadsverslagen zijn verzameld en geanalyseerd. Ook beleidsdocumenten van de gemeente en de regio Foodvalley en andere relevante rapporten voor de energietransitie in het algemeen zijn in de documentstudie meegenomen. Deze bronnen vormden samen het startpunt voor de beoordeling van de ambities, het proces daarnaartoe en het plan van aanpak.
5.5 Beoordeling op basis van een normenkader
Voor elke norm zijn er in totaal vier beoordelingen mogelijk: • Er wordt niet aan de norm voldaan; • Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan; • Er wordt volledig aan de norm voldaan; • De norm is niet toetsbaar. Dit betekent dat op basis van de beschikbare informatie niet te zeggen is in hoeverre aan de norm voldaan wordt.
Bijlagen 9. Periodieke herhaling
De individuele scores op de verschillende normen vormen de input voor een totaalbeoordeling van de energieambities van de gemeente Veenendaal. Deze totaalbeoordeling is geen simpele optelsom van de individuele scores. Niet elke norm telt even zwaar en ook de samenhang tussen de beoordelingen is van belang. De individuele scores dragen elk op hun eigen manier bij aan het totaalbeeld. De totaalbeoordeling is dan ook niet te plaatsen op een schaal van goed naar slecht, maar is een kwalitatieve overweging van wat er goed gaat (en is gegaan) in het proces richting energieneutraliteit en op welke punten de gemeente zich kan verbeteren.
5.6 Leeswijzer In deel 2 - bevindingen worden per norm de relevante feiten op een rij gezet, echter zonder dat hier een beoordeling aan verbonden is. De beoordeling is opgenomen in deel 1 bestuurlijke nota. Hoofdstuk 6 analyseert de formulering van de ambities. Hoofdstuk 7 kijkt naar de totstandkoming van de ambities binnen het programmaplan Energieneutraal Veenendaal. Hoofdstuk 8 gaat over de uitvoering van het plan. Hoofdstuk 9 besluit met een beschouwing over de periodieke herhaling van dit onderzoek.
5.7 Begrippenlijst De begrippen en afkortingen die in dit rapport gebruikt worden, zijn toegelicht in tabel 5.1 op de volgende pagina.
Onderzoeksvragen 11 en 12 vormen hierop een uitzondering. Bij deze onderzoeksvragen is geen sprake van een beoordeling, maar van een advies. De geformuleerde normen zijn bij deze onderzoeksvragen dan ook niet gebruikt om de feiten te toetsen, maar om richting te geven aan het advies. Het volledige normenkader is opgenomen in bijlage III.
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 15
Voorwoord
Samenvatting
5. Inleiding
Tabel 5.1
6. Formulering ambities
Deel 1 - Bestuurlijke nota
Deel 2 - Bevindingen
7. Totstandkoming ambities
Bronnen 8. Uitvoering ambities
Bijlagen 9. Periodieke herhaling
Begrippenlijst
Definitie
Beschrijving
DIN
Doelen-inspanningen-netwerk, een doelenboom die de gezamenlijke doelstelling koppelt aan strategische en operationele doelstellingen inclusief inspanningen. Deze wordt jaarlijks bijgesteld.
Energieneutraal
Binnen het grondgebied van de gemeente Veenendaal wordt evenveel energie duurzaam opgewekt als er verbruikt wordt.
ENV-2035
Energieneutraal Veenendaal 2035
Inspanningen
Activiteiten, projecten en maatregelen die getroffen worden om invulling te geven aan het behalen van de doelstellingen.
Monitoringsrapportages
De Effectmonitor en de voortgangsrapportages waarmee de progressie inzichtelijk wordt gemaakt op activiteiten en resultaten.
PEN-2035
Programmaplan Energieneutraal 2035
RES
Regionale Energiestrategie
Strategische doelen
Richtinggevende doelen om aan de gezamenlijke ambitie te voldoen.
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 16
Voorwoord 5. Inleiding
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota
6. Formulering ambities
Deel 2 - Bevindingen
7. Totstandkoming ambities
Bronnen 8. Uitvoering ambities
Bijlagen 9. Periodieke herhaling
6. Formulering ambities In dit hoofdstuk wordt de formulering van de energieambities van de gemeente Veenendaal geanalyseerd. Ook wordt er een vergelijking gepresenteerd van de ambities van de gemeente Veenendaal, de regio Foodvalley en de Rijksoverheid. De resultaten zijn gebaseerd op de beschikbare beleidsdocumenten en aanvullende interviews met betrokkenen.
Tabel 6.1
Normenkader: formulering ambities
Onderzoeksvraag
Normen per onderzoeksvraag
1. Zijn de ambities van gemeente Veenendaal voldoende duidelijk en eenduidig geformuleerd voor een concrete uitwerking?
• De ambities beschrijven wie wanneer welk doel wil bereiken. • De doelen zijn kwantitatief en meetbaar geformuleerd. • De gebruikte begrippen zijn helder en eenduidig gedefinieerd.
2. Zijn de ambities van gemeente Veenendaal compatibel met de ambities van regio Foodvalley en de landelijke ambities?
• De geschetste eindsituaties komen overeen of laten ruimte voor verschillende invullingen. • De gekozen maatregelen om de eindsituatie te bereiken komen overeen of zijn niet gespecificeerd. • De timing van de maatregelen en van eventuele tussentijdse resultaten komt overeen of heeft een niet-verplichtend karakter.
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 17
Voorwoord 5. Inleiding
Samenvatting 6. Formulering ambities
6.1 Duidelijkheid en eenduidigheid Zijn de ambities van gemeente Veenendaal voldoende duidelijk en eenduidig geformuleerd voor een concrete uitwerking? Daarvoor moeten de ambities voldoen aan drie normen: zij moeten beschrijven wie wanneer welk doel wil bereiken, de doelen moeten kwantitatief en meetbaar geformuleerd zijn en de gebruikte begrippen moeten helder en eenduidig zijn gedefinieerd. 6.1.1 Doelstelling geformuleerd? Norm: de ambities beschrijven wie wanneer welk doel wil bereiken. De gezamenlijke ambitie van gemeente Veenendaal is als volgt geformuleerd in het programmaplan: ‘In 2035 gebruiken we in Veenendaal net zoveel energie als we opwekken, daarmee zijn we energieneutraal’. Later in het programmaplan wordt aangegeven dat deze energie duurzaam opgewekt moet worden en dat er geen fossiele brandstof meer wordt gebruikt in 2035. Het doelen-inspanningen-netwerk (DIN) van maart 2020 verwoordt de ambitie als: ‘Energieneutraal in Veenendaal in 2035: evenveel energie verbruiken als duurzaam opwekken in Veenendaal’. Deze gezamenlijke ambitie geeft dus aan dat gemeente Veenendaal (wie) energieneutraal wil zijn (doel) in 2035 (wanneer).
In de leeswijzer bij het raadsbesluit met betrekking tot het programmaplan wordt over duurzame opwekking nog het volgende gezegd: “Energieneutraal wordt door het college omschreven als dat het Veenendaalse energiegebruik niet groter is dan wat er aan energie in Veenendaal wordt opgewekt. Naar de mening van het college moet de energieopwekking dan voornamelijk gebeuren met zonneenergie. Voor windenergie en biomassa is er gelet op de omvang van het Veenendaalse grondgebied geen plaats.”
7 8
Deel 1 - Bestuurlijke nota
Deel 2 - Bevindingen
7. Totstandkoming ambities
Bronnen 8. Uitvoering ambities
De ambitie wordt in het programmaplan verder uitgesplitst in strategische en operationele doelstellingen voor vijf pijlers en vier periodes (zie bijlage I – Programmaplan). Per periode geeft het programmaplan een omschrijving van de focus, de te nemen stappen en de geplande activiteiten. Ook wordt aangegeven hoeveel energie er duurzaam opgewekt wordt (voor en na de meter), hoeveel energiebesparing er plaatsvindt en hoeveel fossiele brandstof er nog wordt ingezet. Het energieverbruik in het jaar 2014 geldt voor alle doelen als referentiepunt. Naast het einddoel voor 2035, bevat het programmaplan voor de periode 2017-2021 vier strategische doelen met daaronder 16 operationele doelen. Deze doelen zijn in het programmaplan nog verdeeld over vier pijlers, maar vanaf de eerste effectenmonitor is daar de pijler communicatie (inclusief doelstellingen) officieel bijgekomen en is de pijler Gemeente als voorbeeld opgedeeld in een Beleid en een Beheer aspect. Communicatiedoelen stonden eerst verspreid over de andere pijlers, maar vanwege de grote rol van bewustwording en gedragsverandering in het programma is communicatie een aparte pijler geworden. De strategische en operationele doelstellingen zijn aan verandering onderhevig geweest tussen 2017 en 2020.
De versie van het programmaplan zoals opgesteld in 2017 is aangepast in de voortgangsrapportages en effectmonitor (zie hoofdstuk 6), op basis van praktijkervaringen en lessons learned. De vijf strategische doelstellingen zijn in algemene termen geformuleerd, waarmee invulling wordt gegeven aan de weg naar energieneutraliteit in 2035. De gezamenlijke ambitie is op deze manier verdeeld over de vijf pijlers wonen, werken, mobiliteit, gemeente als voorbeeld en communicatie. Elke pijler is op dezelfde manier opgebouwd met betrekking tot doelstellingen op het gebied van duurzame opwekking en besparing.
Bijlagen 9. Periodieke herhaling
Via deze pijlers wordt ook de verantwoordelijkheid verdeeld. De gemeente neemt zelf verantwoordelijkheid en fungeert als voorbeeld. Daarnaast wordt actief samenwerking gezocht via burgerparticipatie (bijv. via leningen en informatieverschaffing) en zijn er energieconvenanten met bedrijven en woningcoöperaties afgesloten. De operationele doelstellingen vallen onder de strategische doelstellingen. Ze geven helder aan wie verantwoordelijk is voor het realiseren van het doel. Ook is er per doel een tijdsindicatie aangegeven. De operationele doelen kwantificeren ook de tussendoelen per periode. Naast de energieneutrale doelstelling voor 2035 heeft de gemeente Veenendaal de ambitie om ‘de transitie naar een duurzame gemeente’ te hebben afgerond in 2040. Dit houdt in dat de gemeente vergroend is, klimaatbestendig, circulair en zelfvoorzienend.7 6.1.2 Doelstelling kwantitatief en meetbaar? Norm: de doelen zijn kwantitatief en meetbaar geformuleerd. De gezamenlijke ambitie voor 2035 is kwantitatief en meetbaar geformuleerd. Deze kan namelijk worden gemeten aan de hand van i) het energieverbruik en ii) de opwekking van duurzame energie. (In de volgende paragraaf komen de begrippen die hierbij gehanteerd worden aan bod.) In het programmaplan wordt consistent gesproken van een energiebesparing en een opwekking in Terajoules (TJ).
Deze eenheid maakt het mogelijk om warmte en elektra onder dezelfde noemer te scharen. De doelstellingen zijn niet vertaald naar een reductiedoelstelling voor CO2-emissies. Dat is ook niet nodig, omdat er wordt toegewerkt naar het volledig uitfaseren van fossiele brandstoffen.
Strategische Visie Veenendaal 2040 (september 2017) Programmaplan 2017
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 18
Voorwoord 5. Inleiding
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota
6. Formulering ambities
Deel 2 - Bevindingen
7. Totstandkoming ambities
Bronnen 8. Uitvoering ambities
Het programmaplan, met de focus op periode 2017-2021, bevat per pijler diverse operationele doelen. Vanaf de start van het programma tot aan het verschijnen van de eerste Effectmonitor is met het hele programmateam gewerkt aan een update van de doelen ten behoeve van de monitoring en praktische uitwerking. De gezamenlijke ambitie is hierbij niet gewijzigd. Ook na de eerste effectmeting is er nog geschaafd aan de doelen om de praktische uitvoerbaarheid te vergroten.
omdat de oorspronkelijke formulering moeilijk meetbaar was of verkeerd was overgenomen uit het Energieakkoord.9
Er zijn kleine kwantitatieve aanpassingen geweest in de formulering van de operationele doelen om ze, waar nodig, aan te scherpen. Bij sommige doelen is er een jaarlijkse opbouw in ambitie te zien tijdens de periode 2017-2021. Dit geldt bijvoorbeeld voor de pijler communicatie: eind 2018 moet 65% van de huishoudens van Veenendaal bekend zijn met de campagne van de gemeente, eind 2019 95% en in 2021 100%.8
6.1.3 Gebruikte begrippen helder en eenduidig? Norm: de gebruikte begrippen zijn helder en eenduidig gedefinieerd.
Daarnaast is er geschoven met operationele doelstellingen. Bij de pijler Werken zijn er tussen de effectmonitors van 2018 en 2020 een paar doelstellingen verdwenen. Er is een scherper onderscheid gemaakt tussen de hoofddoelen – 15% meer besparing en 5% meer opwekking. Ook zijn er activiteiten onder de operationele doelstellingen weggehaald, zoals “bedrijven wekken meer dan 55 TJ op”. Binnen de pijler Gemeente als voorbeeld wordt niet meer gesproken over 100% energieneutrale gebouwen, maar over het voldoen aan de BENG-eisen zoals verwoord in het energieakkoord. Bij de pijler Wonen is men overgestapt naar het doel dat in 2021 100% van het corporatiebezit minimaal label A, B, C of D heeft. Ook onder de pijler Mobiliteit zijn de doelen aangescherpt ten opzichte van het oorspronkelijke programmaplan, van ‘samen met onze bedrijven 15% energie bespaard en 5% van onze energie duurzaam opgewekt’ naar ‘eind 2021 is er 15% minder fossiel brandstofverbruik en zijn er 5% meer voertuigen met duurzame energie’. De operationele doelen zijn aangescherpt
9 10 11
In het volgende programmaplan zullen er nieuwe doelstellingen worden geformuleerd om te voldoen aan de gezamenlijke ambitie naar 2035. De lessons learned uit de programmaperiode 2017-2021 zullen hier weer in worden meegenomen.
Het kernbegrip in de gezamenlijke ambitie is energieneutraliteit. Zoals hierboven al aangegeven is dit begrip helder gedefinieerd. Uit de interviews blijkt dat er ook in de praktijk geen onduidelijkheid is over de definitie van het begrip energieneutraal. Voor een concrete uitwerking van dit begrip op basis van de gegeven definitie zijn nog drie andere begrippen van belang: energieverbruik, energiebesparing en duurzame opwekking. Binnen de duurzame opwekking van energie wordt ten slotte nog een onderscheid gemaakt tussen opwekking voor de meter en opwekking na de meter. Energie-opwekking vóór de meter verwijst naar de energie die huishoudens en bedrijven zelf opwekken, bijvoorbeeld met zonnepanelen op het dak, en daardoor hun netto energiebehoefte vermindert. Met ‘energie opwekking na de meter’ wordt gerefereerd aan de grootschalige, collectieve opwekking van energie. Deze wordt ingedeeld bij de energiebronnen.
Bijlagen 9. Periodieke herhaling
opgewekt. Deze definitie is niet erg intuïtief, maar heeft als voordeel dat de meting van het energieverbruik via de gas- en elektriciteitsmeter niet meer gecorrigeerd hoeft te worden voor eigen opwekking door energieverbruikers. Voor het energieverbruik zijn de doelstellingen opgedeeld naar programmaperiode en pijler.10 De doelstellingen voor de pijlers Wonen, Werken en Gemeente als voorbeeld zijn gebonden aan de gemeente Veenendaal. De doelstellingen in de pijler mobiliteit zijn gefocust op bedrijven die in Veenendaal gevestigd zijn en op het faciliteren van duurzame vormen van mobiliteit (zoals aanleg van e-laadpalen en fietspaden). Voor overige vormen van mobiliteit is de gemeente afhankelijk van landelijke ontwikkelingen. Daarom worden deze niet meegenomen in de doelstellingen. Uit de interviews blijkt wel dat in de praktijk nog wel eens onduidelijkheid ontstaat over andere gehanteerde begrippen. Voor het begrip huurwoningen is bijvoorbeeld niet altijd duidelijk welke woningen daaronder vallen en welke niet in de context van energielabels. Dergelijke vraagstukken moeten gaandeweg het proces verhelderd worden.
6.2 Compatibiliteit Zijn de ambities van gemeente Veenendaal compatibel met de ambities van regio Foodvalley en de landelijke ambities? Dit wil zeggen dat alle doelen behaald moeten kunnen worden zonder dat dit tot conflicten leidt. De ambities moeten voldoen aan drie normen, waarbij het van belang is dat i) de eindsituaties, ii) de maatregelen en iii) de timing van de maatregelen niet conflicteren.
In het programmaplan staat uitgelegd dat de energiebesparing gelijk is aan de hoeveelheid energie die Veenendaal minder gaat gebruiken plus wat er vóór de meter aan energie wordt
Projecten- en programmaboek 2018 gemeente Veenendaal Programmaplan 2017 190716 Consultatievragen over uitgangspunten en participatie Transitievisie Warmte
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 19
Voorwoord 5. Inleiding
Samenvatting
Deel 1 - Bestuurlijke nota
6. Formulering ambities
6.2.1 Eindsituaties compatibel? Norm: de geschetste eindsituaties komen overeen of laten ruimte voor verschillende invullingen. Het Rijk, provincies, energieregio’s en gemeenten hebben elk hun eigen doelstellingen, die verschillen qua inhoud en timing. Hieronder volgt een kort overzicht van de voor Veenendaal meest relevante doelen. Klimaatakkoord – Rijksoverheid In 2019 heeft het kabinet het Nederlandse Klimaatakkoord gepresenteerd. Het einddoel is om 95% minder CO2 uitstoot te hebben in 2050 ten opzichte van 1990 en om een 100% CO2neutrale elektriciteitsproductie te hebben. Tussentijds wordt gestreefd naar 49% minder CO2-uitstoot in 2030. De maatregelen in het akkoord zijn verdeeld over vijf sectoren – elektriciteit, industrie, mobiliteit, gebouwde omgeving en landbouw. De overheid heeft drie instrumenten ontwikkeld die gemeenten moeten helpen bij het vormgeven van de energietransitie:11 1. De Regionale Energiestrategie, om op regionaal niveau samen te werken; 2. De Transitievisie Warmte, om op gemeentelijk niveau voor eind 2021 een concreet plan op te stellen voor een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050; 3. Het Wijkuitvoeringsplan, met daarin een uitwerking van de Transitievisie Warmte op wijkniveau.
7. Totstandkoming ambities
14
8. Uitvoering ambities
Programmaplan Energietransitie – Provincie Utrecht De provincie Utrecht streeft naar energieneutraliteit in 2040 met daarnaast als doel om klimaatbestendig te zijn in 2050. De provincie poogt dit te bereiken door grootschalige energiebesparing te realiseren en te zoeken naar mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie.13 De provincie maakt gebruik van een adaptief programma zodat jaarlijks concrete activiteiten geëvalueerd kunnen worden op basis van veranderende kaders. Het eerste programmaplan – 2020 tot 2025 – omschrijft de hoofdlijnen van het programma. De tussenambitie is om in 2023 16% hernieuwbare energie en 9% energiebesparing te hebben gerealiseerd.
Tabel 6.2
Bijlagen 9. Periodieke herhaling
Bovendien zal de provincie in 2030 haar bijdrage hebben geleverd aan onder andere de RES van de regio’s U16, Foodvalley en Amersfoort om de doelstellingen van het Klimaatakkoord te halen. Concept Regionale Energiestrategie – Regio Foodvalley Het klimaatakkoord schrijft voor dat elke energieregio duidelijkheid geeft over haar mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie in 2030. De regio Foodvalley bestaat uit een samenwerking tussen acht gemeenten (waaronder Veenendaal), twee provincies en twee netbeheerders. De regio benadrukt dat de energietransitie cruciaal en urgent is en dat ze de lat hoog wil leggen.14 De doelstelling van de regio is om in 2050 energieneutraal te zijn. Deze doelstelling dient gehaald door te worden door enerzijds energiebesparing (minimaal 1,5% per jaar) en anderzijds duurzame opwekking (voor de overige 60%). Tabel 6.2 toont het verschil in einddoelen tussen de diverse relevante ambities.
Vergelijking energieambities
2035
Energieneutraal
2040
Duurzaam Veenendaal
2050
13
Bronnen
Het Gelders Energieakkoord – Provincie Gelderland De provincie Gelderland heeft als doel gesteld om in 2050 energieneutraal te zijn. Het Gelders Energieakkoord (GEA) is opgesteld in 2013 om het Energieakkoord uit te werken.12 In 2015 hebben 100 GEA-deelnemers het akkoord aangeboden aan de Provinciale Staten en in 2018 heeft de regio Foodvalley zich aangesloten bij het GEA. Dankzij de provincie Gelderland zijn regionale gesprekken al in een vroeg stadium opgestart en kon de RES vervolgens goed aansluiten op de al ontwikkelde plannen in de regio Foodvalley.
Veenendaal
12
Deel 2 - Bevindingen
Nederlands Klimaatakkoord
Provincie Gelderland
Provincie Utrecht
Regionale Energie-Strategie
Energieneutraal CO2-neutraal
Energieneutraal
Klimaatbestendig
Energieneutraal
Gelders Energieakkoord Programmaplan Energietransitie 2020-2025 Concept-RES regio Foodvalley (april 2020); Startnotitie Energievisie regio Foodvalley (december 2017)
Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 20
Voorwoord 5. Inleiding
Samenvatting 6. Formulering ambities
Geïnterviewden zien de verschillen tussen de doelstellingen niet als een probleem. De hogere ambitie van Veenendaal kan bijdragen aan het halen van de regionale doelstelling. De beperkte mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie binnen de gemeente vormt een uitdaging, omdat Veenendaal hiervoor afhankelijk is van ontwikkelingen in de regio. De gemeente heeft een voortrekkersrol aangenomen in de RES van de regio Foodvalley om goede afspraken te maken in de regio, wat van wezenlijk belang zal zijn voor de invulling van haar eigen ambitie. De RES heeft momenteel nog een inventariserende functie, maar de regionale samenwerking biedt kansen voor een versnelling van de energietransitie met behulp van grensoverschrijdende energieinfrastructuur, warmtenetten en gezamenlijke kennisopbouw. Het lagere tempo van de RES (energieneutraal in 2050) wordt niet gezien als een obstakel, omdat de RES het tussentijdse doel heeft om voor 2030 te realiseren wat haalbaar is met bestaande technieken. Daarnaast is in de Omgevingsvisie vastgesteld dat de Strategische Visie Veenendaal 2040 als uitgangspunt wordt genomen. Veenendaal houdt daarmee vast aan haar doel om energieneutraal te zijn in 2035.15 De regionale doelstelling biedt samen met de ambitie van het Klimaatakkoord tevens een goed handvat om zaken concreter uit te werken.