CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Rekenkamerrapport Energie - van ambitie naan transitie rapportage

Gemeenteraad 21 januari 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Rekenkamerrapport Energie: van ambitie naar transitie24.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

8.5

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Perspectief op het eindresultaat

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

het Klimaatakkoord te volgen en zich te richten op aardgasvrij in 2050.42 Dit zou betekenen dat de oorspronkelijke ambitie zoals omschreven in het programmaplan los wordt gelaten. Deze ontwikkeling is zeer bepalend voor het perspectief op het eindresultaat. 8.5.1 Planning gerealiseerd? Norm: de uitgevoerde activiteiten en behaalde resultaten komen overeen met het plan van aanpak en de planning. De programmatische aanpak betekent dat er enige flexibiliteit is in de manier om de doelen te behalen, binnen de gestelde randvoorwaarden van het programma. De opdeling van de gezamenlijke ambitie ENV-2035 in vier programmaperioden maakt dat voor een gedeelte van de activiteiten nog geen concreet plan is gevormd. Alleen de ambitie en inzet van het programma op hoofdlijnen is daarbij gedefinieerd. Voor de periode 2017-2021 is er wel een plan van aanpak opgesteld met bijbehorende planning.

Tot slot wordt er op uitvoeringsgebied stilgestaan bij het toekomstperspectief: komen de uitgevoerde activiteiten overeen met het vooraf opgestelde plan van aanpak, vindt er een periodieke risicoanalyse plaats en kan het aannemelijk worden geacht dat de ambitie 2035 verwezenlijkt gaat worden? Uit interviews en de recent verschenen kaderbrief blijkt dat de gemeenteraad geadviseerd wordt om doel en planning van

Bij iedere pijler is er echter ook sprake van achterlopende doelstellingen. Deels kan dit verklaard worden door de

43

9. Periodieke herhaling

achterlopende data en het na-ijleffect. Ook geeft de effectmonitor aan dat de economische groei hier een aandeel in heeft gehad. De voortgangsrapportage laat daarom de activiteiten zien die ondernomen worden om de doelstelling te behalen. Op dit moment wordt er met name gewerkt aan bewustwording en voorbereiding. Er wordt sterk ingezet op het verkrijgen van landelijke en provinciale subsidies om meer slagkracht te hebben om inwoners en bedrijven met financiële prikkels aan te zetten tot concrete acties. Op deze wijze kunnen in de volgende programmaperiode de juiste stappen worden gezet. Ook kansrijke projecten en pilots worden onderzocht. Onderstaande figuur geeft een kort overzicht van de resultaten per pijler. Voor een compleet overzicht verwijzen we naar de voortgangsrapportage en effectmonitor 2020.

De omgevingsvisie, RES Foodvalley en Transitievisie Warmte zitten momenteel nog in een bewustwordingsfase met verkennende visies. In een volgende fase zal er een andere aanpak komen die afgestemd moet worden met het PEN-2035. De uitwerking van deze plannen zal van invloed zijn op het al dan niet behalen van de ambities. Programmaperiode 2017-2021 De meest recente effectmonitor laat voor de duurzame opwekking, een doelstelling onder alle pijlers, zien dat de resultaten voorlopen op het beoogde doel (4,5% duurzame opwekking t.o.v. 2,3%). Ook laat de effectmonitor zien dat de pijlers ‘gemeente als voorbeeld’ en ‘communicatie’ circa twee derde van hun operationele doelstelling voor eind 2021 hebben behaald.

42

Bijlagen

Figuur 8.3 Highlights resultaten per pijler op basis van de effectmeting 2020 43

Kaderbrief 2021-2024, 2 juni 2020 gemeente Veenendaal Informatiebrief 2019: Voortgang programma ENV2035, activiteiten en effecten

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 35

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting 6. Formulering ambities

De pijler werken doet het relatief goed, omdat het bedrijfsleven in Veenendaal al veel langer aandacht besteed heeft aan energiebesparingsmaatregelen en duurzame opwekking. Er is sprake van een constructieve modus en er wordt samenwerking met de gemeente gezocht door het bedrijfsleven. Zo is er een werkgroep Warmtetransitie Bedrijventerreinen opgezet om gezamenlijk de complexiteit van warmtevraag en –aanbod op bedrijventerreinen aan te pakken.44 Het project 'zon op bedrijfsdaken' dat op initiatief van de BOV en de gemeente is ontstaan, levert een substantiële bijdrage aan de duurzame energiebehoefte van Veenendaal. De pijler mobiliteit heeft te maken met de beperkingen van de gemeentegrenzen, terwijl mobiliteit in veel gevallen grensoverschrijdend is. Op dit moment worden de mogelijkheden van waterstof onderzocht, staat laadinfrastructuur op de agenda en is het project ‘gedragsbeïnvloeding gemeenten’ uitgevoerd. Ook wordt het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer gestimuleerd. In 2019 zijn de afspraken over hoe duurzame mobiliteit gestimuleerd kan worden vastgelegd in het Mobiliteitsconvenant Regio Foodvalley en ook ondertekend door bijvoorbeeld de BOV.45 De pijler gemeente als voorbeeld (GAV) is opgesplitst in twee delen: GAV beheer en GAV beleid en nieuwbouw.

De subpijler GAV beheer had een relatief lange aanloop, maar laat nu een afname zien in het energieverbruik en een toename in duurzame opwekking. Toch zal de gemeente de komende jaren forse inspanningen moeten doen op het gebied van energiebesparingsmaatregelen in het eigen vastgoed. Daarnaast poogt de gemeente een intrinsieke motivatie te tonen en samen te werken met partijen die actief aan de gezamenlijke ambitie willen meewerken. Er wordt samenwerking gezocht met team vastgoed om verduurzaming nog meer te integreren in de activiteiten van het team. Een highlight in 2019 was de Green Deal Duurzame 44 45

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Zorg en vervanging van de conventionele verlichting op alle bedrijventerreinen door ledverlichting. Onder de subpijler GAV beleid en nieuwbouw wordt met name gewerkt aan de Transitievisie Warmte. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het creëren van bewustwording onder medewerkers, opdat duurzaamheid in alle beleidsterreinen verwerkt wordt. Onder de pijler wonen is een toename in duurzame opwekking te zien, maar ook een stijging in het energieverbruik. Kijkend naar de progressie wat betreft nieuwbouw en VVE’s, worden er goede stappen gezet. Corporaties zetten zich actief in, hoewel gesprekken van belang blijven, omdat betaalbaarheid een risico blijft voor vertraging. De duurzaamheidslening is een groot succes onder deze pijler. Capaciteit en ICTproblematiek vormden in periode 2019 uitdagingen onder deze pijler. In de interviews werd genoemd dat het van belang is om de praktische uitvoering meer aandacht te geven, zoals de aanvraag van vergunningen, het handhaven van afspraken en het uitwerken van definities voor de monitoring. Onder de pijler communicatie wordt bij inwoners van Veenendaal en Veenendaalse bedrijven de bekendheid met de doelstellingen gemeten en of men positief tegenover het programma staat. Er worden veel inspanningen verricht onder deze pijler. De inmiddels goed bezochte website Duurzaamveenendaal.nl is hier een voorbeeld van.

Bij de inwoners blijven de gemeten cijfers achter bij de doelstelling; de bedrijvencijfers liggen wel op schema. 8.5.2 Risico’s in kaart en gemitigeerd? Norm: er vindt een periodieke risicoanalyse plaats m.b.t. toekomstige activiteiten en resultaten, incl. eventuele maatregelen om risico’s te mitigeren. Een risicoanalyse is een kritische beoordeling van mogelijke situaties waarin de doelstellingen niet worden behaald. Daarmee kan worden beoordeeld hoe groot de kans is dat

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

deze situaties zich voordoen en wat de reactie moet zijn in die onvoorziene omstandigheden. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de situatie dat de uitvoering van het beleid duurder blijkt dan vooraf gedacht of dat de economische sterker groeit dan verwacht, waardoor ook het energieverbruik hoger is. In een dergelijke situatie kan aanvullend beleid noodzakelijk zijn. Een huidig risico is bijvoorbeeld de afhankelijkheid van landelijke budgetten en hun doorlooptijd. Door dit risico inzichtelijk te maken, kan men er eerder op inspelen. Deze methode wordt niet gehanteerd door gemeente Veenendaal. Risico’s worden periodiek besproken met het programmateam en de stuurgroep. Op basis van de halfjaarlijkse voortgangsrapportages wordt er bijgestuurd op de resultaten en gecorrigeerd voor eventuele (neven)effecten. De signalering in de voortgangsrapportages en effectmonitors geeft een periodieke risico-inventarisatie van de voortgang en activiteiten. Per programmaperiode zal er een evaluatie plaatsvinden van de voorgaande vijf jaar en een plan van aanpak gemaakt voor de volgende vijf jaar. De gezamenlijke ambitie ENV-2035 is ambitieus en gaat gepaard met onzekerheden. Een risicoanalyse kan helpen bij het bepalen van de belangrijkste risico’s om de ambities te realiseren. Ook is het goed deze te koppelen aan andere uitdagingen zoals de uitwerking van de omgevingsvisie.

Ook kan er op basis van geïdentificeerde risico’s een dialoog plaatsvinden over het behalen van de doelen met het college en de Gemeenteraad. 8.5.3 Verwezenlijking ambities aannemelijk? Norm: op basis van de behaalde resultaten en de risicoanalyses is verwezenlijking van de ambities aannemelijk. Verwezenlijking van de gezamenlijke ambitie ENV-2035 vormt een serieuze uitdaging. Er is een consensus tussen wethouder,

Transitievisie Warmte Versie 0.1 Convenant Duurzame Mobiliteit Regio Foodvalley I (24-9-2019)

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 36

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota

6. Formulering ambities

uitvoeringsorganisatie, bedrijven en woningcorporaties dat de ambitie is aangenomen als stip op de horizon, om de eerste stappen in de energietransitie te kunnen zetten. In dit opzicht vervult de ambitie een belangrijke functie. Deze manier van kijken naar de ambitie betekent echter ook dat verwezenlijking van de ambitie van ondergeschikt belang is. Los van de insteek van de gemeente zelf, zijn er andere ontwikkelingen die realisatie van de ambities twijfelachtig maken. De coronacrisis legt een zwaar beslag op de financiële middelen van de gemeente. Herprioritering van de middelen is daardoor een reële optie. Extra ondersteuning van de Rijksoverheid behoort tot de mogelijkheden, maar deze zal gericht zijn op andere doelen en een andere tijdshorizon (2050).

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

worden de kosten voor de uitvoering van de transitie niet in meegenomen. Bij vasthouden aan de huidige doelstelling zullen de kosten oplopen tot 1,2 miljoen euro per jaar. Hierbij moet worden opgemerkt dat het lagere bedrag van 600.000 euro wordt betaald gedurende een periode van 29 jaar, terwijl de 1,2 miljoen euro gedurende een periode van 14 jaar betaald wordt. De uiteindelijke kosten voor de gemeente zullen daarom ongeveer gelijk zijn.

De eerste periode van het programmaplan (2017-2021) heeft als titel “Grip op de opgave”. Het programmaplan heeft de activiteiten aangezwengeld zodat er een steeds duidelijker beeld ontstaat van de benodigdheden in de transitie. Daarnaast is er door het programmaplan bewustwording gecreëerd en stakeholders samengebracht. Op basis van de monitoringsrapportages kan er een helder beeld verkregen worden van de voortgang op zowel de activiteiten als de resultaten. Sommige onderdelen lopen voor op schema, andere achter. Over het algemeen is er echter goede voortgang zichtbaar. Realisatie van de doelen voor eind 2021 behoort dan ook zeker tot de mogelijkheden. In de Kaderbrief 2021-2024 (juni 2020) stelt het college aan de raad voor om de ambitie voor energieneutraliteit in 2035 te verschuiven naar 2050. Dit komt mede door de onzekere financiële situatie van de gemeente Veenendaal. Het college verwacht dat wanneer de landelijke afspraken uit het Klimaatakkoord gevolgd worden (gericht op 2050), de totale jaarlijkse kosten voor de gemeente ongeveer 600.000 euro zullen zijn. Het gaat hierbij om kosten voor de gemeentelijke organisatie en gemeentebrede stimuleringsacties. Hier

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 37

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota

6. Formulering ambities

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

9. Periodieke herhaling Naast een beoordeling van de ambities van de gemeente, vraagt de rekenkamercommissie om advies over een mogelijke periodieke herhaling van dit onderzoek. Ook hierbij kan een normenkader behulpzaam zijn. De aanbevelingen in dit hoofdstuk kunnen de basis vormen van een periodieke toetsing van de energieambities door een externe partij. Er wordt gekeken naar twee aspecten van een dergelijk onderzoek: de frequentie en het format.

Tabel 9.1

Normenkader: periodieke herhaling

Onderzoeksvraag

Normen per onderzoeksvraag

11. Wat is een geschikte frequentie voor een periodieke herhaling van dit onderzoek?

• De frequentie van het herhaalonderzoek sluit aan bij de gemeentelijke cyclus van resultaatmeting en bijsturing. • De frequentie sluit aan bij de (gemiddelde) periode tussen activiteit en resultaat. • De frequentie is voldoende hoog om tijdige bijsturing mogelijk te maken.

12. Wat is een geschikt format voor een periodieke herhaling van dit onderzoek?

• Het onderzoeksformat geeft aan welke informatie verzameld moet worden, hoe deze bewerkt en geanalyseerd moet worden en hoe de resultaten en conclusies gepresenteerd moeten worden. • Het onderzoeksformat draagt bij aan een grondige en efficiënte uitvoering van het onderzoek.

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 38

Voorwoord 5. Inleiding

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota

6. Formulering ambities

9.1 Frequentie In deze paragraaf wordt een aanbeveling gedaan voor de optimale frequentie van dit onderzoek op basis van drie normen: i) aansluiting bij de gemeentelijke cyclus ii) aansluiting bij de duur van activiteiten iii) voldoende voor tijdige bijsturing. 9.1.1 Aansluiting bij gemeentelijke cyclus? Norm: de frequentie van het herhaalonderzoek sluit aan bij de gemeentelijke cyclus van resultaatmeting en bijsturing. De effectiviteit en efficiëntie van een periodieke toetsing is mede afhankelijk van de manier waarop de gemeente zelf de voortgang van het beleid meet. Deze data vormen namelijk de basis voor de externe toetsing. Zoals in paragraaf 6.4 is toegelicht, wordt er tweemaal per jaar gerapporteerd over de activiteiten via voortgangsrapportages en eenmaal per over de resultaten via de effectenmonitor. Naast deze monitoring wordt er door de gemeente een evaluatie uitgevoerd aan het eind van de programmaperiode. Deze evaluatie vormt de basis voor de volgende periode. Tot slot is er de jaarlijkse P&C-cyclus, waarbij via onder andere de jaarstukken wordt gecommuniceerd en verantwoording wordt afgelegd over de voortgang van het PEN-2035. Geïnterviewden geven aan dat zij voor een herhaalonderzoek graag aansluiting zouden zien op de reguliere programmaperiodes (van ongeveer vijf jaar).

Op die manier zouden geleerde lessen meegenomen kunnen worden in de evaluatie van de voorgaande programmaperiode en van waarde zijn voor de vormgeving van de volgende programmaperiode. 9.1.2 Aansluiting bij duur activiteiten? Norm: de frequentie sluit aan bij de (gemiddelde) periode tussen activiteit en resultaat.

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Gedurende een programmaperiode vinden er activiteiten plaats die halfjaarlijks worden vastgesteld op basis van de voortgangsrapportage. Het resultaat van deze inspanningen wordt gerelateerd aan de (strategische en operationele) doelstellingen van de lopende programmaperiode. Zoals beschreven in paragraaf 6.4 komen de behaalde resultaten beschikbaar met een vertraging van maximaal 25 maanden. Dit betekent dat ruim twee jaar na afloop van een programmaperiode alle resultaten van de uitgevoerde activiteiten beschikbaar zijn. 9.1.3 Frequentie voldoende voor bijsturing? Norm: de frequentie is voldoende hoog om tijdige bijsturing mogelijk te maken. Sommige geïnterviewden geven aan dat het wenselijk is om een herhaalonderzoek op circa twee derde van de programmaperiode te laten plaatsvinden, oftewel na ruim 3 jaar. Zodoende kan er lering worden getrokken uit de ervaringen in de huidige programmaperiode en is er voldoende tijd om deze mee te nemen in de voorbereiding op de volgende programmaperiode. Een ander genoemd alternatief is een meting in het midden van de programmaperiode, zodat er in de lopende programmaperiode nog bijsturing kan plaatsvinden. De meting zou op die manier complementair kunnen zijn aan de eigen evaluatie van het programmateam na afloop van een programmaperiode.

9.2 Format In deze paragraaf wordt dieper ingegaan op een geschikt format voor een periodieke herhaling van dit onderzoek.

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

9.2.1 Inhoud onderzoeksformat? Norm: het onderzoeksformat geeft aan welke informatie verzameld moet worden, hoe deze bewerkt en geanalyseerd moet worden en hoe de resultaten en conclusies gepresenteerd moeten worden. Voor het format van het herhaalonderzoek gelden twee uitgangspunten. Ten eerste moet het onderzoeksprotocol van de Rekenkamercommissie Veenendaal worden gevolgd. Ten tweede moet waar mogelijk de opzet van het huidige onderzoek worden gevolgd. Samen bieden deze documenten duidelijke kaders en een heldere structuur, die ervoor zorgen dat het onderzoek bruikbare en betrouwbare resultaten oplevert. In de loop van het huidige onderzoek hebben zich geen problemen voorgedaan die nopen tot aanpassing van het gevolgde proces of de gehanteerde structuur. Een voordeel van vasthouden aan deze structuur is ook dat de onderzoeksresultaten goed vergelijkbaar zijn tussen programmaperiodes. Het is dan bijvoorbeeld mogelijk om per norm te bekijken of de gemeente zich heeft verbeterd ten opzichte van de voorgaande programmaperiode (zoals vastgelegd in het voorgaande onderzoek). Dit betekent dat ook dezelfde onderzoeksmethoden kunnen worden gehanteerd: dataverzameling d.m.v. documentstudie en interviews, gevolgd door een analyse en een beoordeling op basis van een normenkader.

Indien het volgende onderzoek halverwege de volgende programmaperiode plaatsvindt, is er wel een extra databron beschikbaar: de resultaten van de afgesloten programmaperiode. Deze bron vraagt om een extra analyse en om nieuwe normen waaraan de resultaten getoetst kunnen worden. Hiervoor kan worden aangesloten bij de kaders van de Rijksoverheid voor het toetsen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid. Het kader voor beleidsevaluaties is samengevat in de figuur hieronder.

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 39

Voorwoord

Samenvatting

5. Inleiding

Figuur 9.1

Deel 1 - Bestuurlijke nota

6. Formulering ambities

Deel 2 - Bevindingen

7. Totstandkoming ambities

Bronnen 8. Uitvoering ambities

Bijlagen 9. Periodieke herhaling

Kader voor beleidsevaluaties

De kern van dit kader is het opstellen en toetsen van de beleidstheorie. Deze bestaat uit vijf stappen: 1. Het definiëren van de beleidsdoelen; 2. Het vaststellen van de beschikbare / ingezette middelen; 3. Het in kaart brengen van de geplande / gerealiseerde maatregelen (activiteiten); 4. Het meten van de directe resultaten van het beleid (output); 5. Het meten van de uiteindelijke bijdrage van het gevoerde beleid aan de beleidsdoelen (outcome).

de doelen binnen de invloedssfeer van de gemeente ligt, is een resultaatverplichting passend. Waar de gemeente echter voor een groot deel van het resultaat afhankelijk is van externe partijen zoals inwoners, bedrijven en de Rijksoverheid, is beoordeling op basis van een inspanningsverplichting beter.

uitvoering van de ambities. Er wordt op dit moment echter ook gesproken over aanpassing van de ambities.46 Als de ambities daadwerkelijk worden aangepast, worden de vragen naar de formulering en de totstandkoming van de ambities opnieuw relevant.

9.2.2 Effectief en efficiënt? Norm: het onderzoeksformat draagt bij aan een grondige en efficiënte uitvoering van het onderzoek.

De doeltreffendheid (of effectiviteit) van het beleid heeft betrekking op de mate waarin de beleidsdoelen worden bereikt. De doelmatigheid (of efficiëntie) van het beleid heeft betrekking op de verhouding tussen de bereikte resultaten en de ingezette middelen.

Met dit onderzoek is inzicht verkregen in de formulering en totstandkoming van de energieambities van de gemeente Veenendaal, in de manier waarop de uitvoering wordt aangepakt en in de gerealiseerde en verwachte resultaten.

Te zijner tijd zal moeten worden beoordeeld of het de voorkeur verdient om uitsluitend te kijken naar de voortgang van de uitvoering of ook naar de formulering en totstandkoming van de aangepaste ambities. Als de aanpassingen beperkt zijn, is een grondig onderzoek naar de uitvoering zinvoller dan een volledige herhaling van het huidige onderzoek en zorgt dit voor een efficiëntere besteding van de middelen van de rekenkamercommissie. Als de aanpassingen een ingrijpende wijziging van de ambities betekenen, blijft een spreiding van de middelen over meer onderzoeksvragen echter noodzakelijk.

Cruciaal in dit verband is ook de invloed van externe factoren op het bereiken van de beleidsdoelen. Waar het bereiken van

46

Voor herhaalonderzoek hoeft in principe niet nogmaals gekeken te worden naar de formulering en de totstandkoming van de ambities. Dit betekent dat de focus kan liggen op de

Zie bijvoorbeeld de Kaderbrief 2021-2024, 2 juni 2020 gemeente Veenendaal

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 40

Voorwoord

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

Bronnen

Bijlagen

Bronnen

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 41

Voorwoord

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

Bronnen

Bijlagen

Gemeentelijke documenten

Overige documenten

Internetbronnen

- A2020.14, Amendement SGP LokV VVD ProV – Windmolens in Veenendaal - Agendapunt 8, beantwoording technische vragen Startdocument RES - Kaderbrief 2021-2024, 2 juni 2020 gemeente Veenendaal - Memo motie Informatie kansen en duurzaamheid, zaaknummer 1552421, 14 oktober 2019 - Motie M2 (9 juli 2019) - Notulen raadsvergadering 17 december 2015 - Omgevingsvisie Veenendaal 2030 (juni 2020) - Presentatie gemeenteraad Veenendaal: raadscommissie 22 maart 2017, bijlage presentatie 13 maart 2017 - Projecten- en programmaboek 2018 gemeente Veenendaal - Raadsprogramma “Iedereen doet mee” 2018-2022 - Raadsvoorstel 30 maart 2017, voorstelnr. 145394, Programmaplan “Een energieneutraal Veenendaal in 2035” - Samenhang tussen diverse trajecten rondom de energietransitie en betrokkenheid gemeenteraad, documentnummer: 2019\22609 - Strategische Visie Veenendaal 2040 (september 2017) - Vastgesteld besluit Raad & bijlage 145394 - 190716 Consultatievragen over uitgangspunten en participatie Transitievisie Warmte

- Businessplan totaal ENV2035 - Concept-RES regio Foodvalley (april 2020) - Convenant Duurzame Mobiliteit Regio Foodvalley I (24 september 2019) - Doelen-inspanningen-netwerk (maart 2020) - Effectmeting Programma ENV2035 (januari 2018, 2019 en 2020) - Energieconvenant bedrijfsleven Veenendaal en gemeente Veenendaal (6 juli 2017) - Gelders Energieakkoord - Informatiebrief 2019: Voortgang programma ENV2035, activiteiten en effecten - Organisatie Programma Energieneutraal 2035 - Programmaplan Energieneutraal Veenendaal, periode 2017-2021 - Programmaplan Energietransitie 2020-2025 provincie Utrecht - Startnotitie Energieneutraal Veenendaal 2035 (november 2015) - Startnotitie Energievisie regio Foodvalley (december 2017) - Transitievisie Warmte Versie 0.1 - Voortgangsrapportages ENV2035

- Definitie programmatische aanpak. Juli 2020, van http://gemeente-rheden.instantmagazine.com/gemeenterheden/p-matig-werken#!/begrippenlijst-copy-2 - Programma’s met een programmatische aanpak. Juli 2020, van https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/regelgeving/ instrumenten/programma/programmatische-aanpak/ - Veenendaal is beste fietsstad van 2020 (28-2-2020). Juli 2020, van https://www.regiofoodvalley.nl/actueel/ nieuws/veenendaal-is-beste-fietsstad-van-2020

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 42

Voorwoord Bijlage I - Programmaplan

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota Bijlage II - Overzicht interviews

Deel 2 - Bevindingen Bijlage III - Normenkader

Bronnen

Bijlagen Bijlage IV - Bestuurlijke reactie

Bijlagen

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 43

Voorwoord Bijlage I - Programmaplan

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota Bijlage II - Overzicht interviews

Deel 2 - Bevindingen

Bronnen

Bijlage III - Normenkader

Bijlagen Bijlage IV - Bestuurlijke reactie

Bijlage I – Programmaplan In het raadsvoorstel van 2017 zijn drie alternatieve scenario’s uitgewerkt waarin met name het tempo van de energietransitie verschilt: 1.

Energieneutraal 2035. In dit scenario kiest de gemeente voor een voortrekkersrol om in 2035 energieneutraal te zijn. Er wordt gebruik gemaakt van een programmatische aanpak inclusief smart geformuleerde doelen. De doelen zijn georganiseerd per pijler (wonen, werken, mobiliteit en gemeente als voorbeeld). Het programma werkt met vijfjarige periodes en stelt doelen tot en met 2021. Het beoogde eindresultaat houdt in dat in 2035 binnen het grondgebied van de gemeente evenveel energie duurzaam opgewekt wordt als er verbruikt wordt. Het tussendoel voor de eerste periode is om in 2021 voor 16% energieneutraal te zijn.47 2. Energieneutraal 2050. In dit scenario worden er maat­ regelen genomen om uit te komen op een energieneutraal Veenendaal in 2050. De voortrekkersrol is losgelaten; Veenendaal heeft een reactieve rol door onder andere het geven van voorlichting en het inventariseren van het eigen vastgoed. Het beoogde resultaat voor 2021 is dan ook afgezwakt tot 5% energieneutraal. In de begroting is er geen budget opgenomen voor projectleiders in verschillende pijlers. Het budget dat beschikbaar gesteld is, gaat naar voorlichting, naar beleidsmedewerkers met extra aandacht voor duurzaamheid en naar een inventarisatie van de benodigde maatregelen in het vastgoed van de gemeente.

47

3. Baseline. Wanneer geen einddoel wordt gesteld, zal de gemeente de huidige inzet van mensen en middelen handhaven. Energieneutraal worden in of voor 2050 wordt complex, maar de raad zal zich op een later moment beraden over de inzet om alsnog het Klimaatakkoord te halen.

4. 2030-2035: de laatste loodjes. De laatste fase is bedoeld om uitwisseling en opslag van energie in samenwerking met de regio te verstevigen. De gemeente verwacht de installatie van zonnepanelen op de laatste beschikbare locaties af te ronden. Er blijft ook aandacht voor gedragsveranderingen.

Het programmaplan is opgedeeld in vier perioden. De ambities per programmaperiode staan hieronder kort uitgelegd:

De belangrijkste doelen en activiteiten per pijler, zoals vastgesteld in het programmaplan 2017 en in de meest recente versie van het doelen-inspanningen-netwerk (DIN) uit maart 2020, zijn hieronder op een rij gezet:

1. 2017-2021: grip op de opgave. De eerste fase wordt vooral gebruikt ter voorbereiding en om grip te krijgen op de opgave. Hierin wordt gefocust op het vergroten van de bewustwording en een verandering van mentaliteit en gedrag. De visie van het programma wordt verder ontwikkeld en waar nodig heroverwogen. Daarnaast zal de gemeente proactief de samenwerking opzoeken met belanghebbenden zoals bedrijven en woningbouwcorporaties. 2. 2021-2025: energiemanagement in beeld. Deze fase is gericht op het afstemmen van vraag naar en aanbod van duurzame energie. Er wordt begonnen met de aanleg van smart grids en decentrale energieopwekking. De gemeente wil gezamenlijk met de regio investeren in de opwekking van duurzame energie. 3. 2025-2030: kantelpunt bereikt. In de derde fase zullen grote stappen worden gezet om voor 2030 meer dan 50% van het energieverbruik duurzaam op te wekken.

1.

Wonen: eind 2021 is bij woningen 10% fossiele energie bespaard en 5% meer duurzame energie opgewekt ten opzichte van 2014. In 2020 is het energielabel van 100% van de bestaande woningen met minimaal 2 stappen omhooggegaan en is alle nieuwbouw energieneutraal. Bovendien zijn alle inwoners in 2021 meer energiebewust als gevolg van bewustwordingsacties. De voor deze pijler benodigde middelen in de eerste periode zijn bedoeld om een projectleider Wonen aan te stellen die verantwoordelijk is voor het maken van afspraken en het opstellen van convenanten met bijvoorbeeld woningcorporaties. Daarnaast worden er stimuleringsacties gehouden zoals een bewonerscampagne, ondersteuning van initiatieven en een energieloket.

Raadsvoorstel 22 maart 2017

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 44

Voorwoord Bijlage I - Programmaplan

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

Bijlage II - Overzicht interviews

2. Werken: eind 2021 is door bedrijven 15% energie bespaard en 5% meer duurzame energie opgewekt ten opzichte van 2014. In 2021 is 95% of meer van alle ‘MKB+’-bedrijven aangesloten bij het Energieconvenant Veenendaal en is op 50% van de geschikte daken een – al dan niet collectief – zonnepanelenproject gestart of gerealiseerd. De gemeente stelt hiervoor een Projectleider Werken aan om afspraken te maken en convenanten op te stellen met bedrijven en bedrijfscollectieven. Daarnaast zal er financiële steun beschikbaar zijn voor de opstart van energiemaatregelen bij bedrijven, een bijdrage worden gedaan aan het energieloket en een verkenning Restwarmte worden uitgevoerd. 3. Mobiliteit: eind 2021 is er 15% minder fossiele brandstof verbruikt en zijn er 5% meer voertuigen op duurzame energie ten opzichte van 2014. Dit wordt voornamelijk bereikt door het stimuleren van fietsgebruik en OV en een besparingsplan voor bedrijven. Voor deze pijler wordt een projectleider aangesteld die voornamelijk met betrekking tot regionale en landelijke maatregelen zal coördineren. Bovendien zullen alle resterende elektrische laadpalen tot en met 2021 worden gerealiseerd. 4. Gemeente als voorbeeld: deze pijler bevat diverse operationele doelstellingen. Zo zal eind 2021 10% fossiele energie bespaard zijn en 5% meer duurzame energie opgewekt worden door de gemeente ten opzichte van 2014.

Daarnaast zijn eind 2021 alle beleidsmedewerkers van de gemeente op de hoogte van het PEN en verwerken ze de ambities in relevant beleid of regelgeving. Bovendien zal vanaf 2018 100% van de nieuwbouwvergunningen van overheidsgebouwen voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energieneutrale Gebouwen). Vanaf 2020 zal ook 100% van de vergunningen voor nieuwbouwwoningen en nieuwbouwbedrijfsgebouwen aan de BENG-eisen voldoen. In 2021 is al het bestaande gemeentelijke vastgoed minimaal 2 stappen vooruitgegaan qua energielabel. Daarnaast wordt 40% van de openbare verlichting

Bronnen

Bijlage III - Normenkader

aangestuurd via slim energiemanagement en is 20% van de openbare verlichting energiezuinig. Voor deze pijler zal een projecttrekker Vastgoed worden aangesteld en een coach om maatschappelijke instellingen te begeleiden bij het invoeren van maatregelen. 5. Communicatie: eind 2021 is 95% van de inwoners en bedrijven van Veenendaal bekend met de doelstellingen van PEN. Daarnaast is 95% van de inwoners en bedrijven positief over het programma.

Energieverbruik 2014 (TJ) Energiebesparing en opwek Opwek duurzame energie Verbruik fossiel (TJ) vóór de meter (TJ) na de meter(TJ)

Bijlage IV - Bestuurlijke reactie

Om deze doelen te bereiken, worden vier soorten acties ondernomen: • • •

• Het energieverbruik, de energiebesparing en de duurzame opwekking per programmaperiode zijn weergegeven in onderstaande figuur.

Bijlagen

Individuele aanpak: acties gericht op één partij of persoon; Collectieve aanpak: acties gericht op meerdere partijen of personen (zoals collectieven); Innovatie en ontwikkeling: acties gericht op het opsporen van innovaties en ontwikkelingen die kunnen worden toegepast binnen Veenendaal; Gemeentelijke acties: acties die vallen binnen gemeentelijke bevoegdheden;

De meest recente versie (maart 2020) van het DoelenInspanningen-Netwerk (DIN) voor een energieneutraal Veenendaal, is op de volgende pagina weergegeven.

Doelstellingen in 2021

Totaal %

3324 100%

397 12%

146 4%

2781 84%

Doelstellingen in 2025

Totaal %

3324 100%

865 26%

369 11%

2090 63%

Doelstellingen in 2030

Totaal %

3324 100%

1657 50%

500 15%

1167 35%

Doelstellingen in 2035

Totaal %

3324 100%

2573 77%

751 23%

0 0%

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 45

Voorwoord Bijlage I - Programmaplan

Samenvatting

Deel 1 - Bestuurlijke nota Bijlage II - Overzicht interviews

Deel 2 - Bevindingen Bijlage III - Normenkader

Bronnen

Bijlagen Bijlage IV - Bestuurlijke reactie

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 46

Voorwoord

Samenvatting

Bijlage I - Programmaplan

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

Bijlage II - Overzicht interviews

Bijlage III - Normenkader

Bronnen

Bijlagen Bijlage IV - Bestuurlijke reactie

Bijlage II – Overzicht interviews Bijlage I - Programmaplan

Bijlage II - Overzicht interviews

Bijlage III - Normenkader

Onderstaande interviews zijn afgenomen in de periode juli 2020 – augustus 2020.

47

Functie

Organisatie

Programmamanager PEN-2035

Gemeente Veenendaal

Interim programmamanager PEN-2035

Gemeente Veenendaal

Beleidsmedewerker duurzaamheid (betrokken bij de RES Foodvalley)

Gemeente Veenendaal

Projectmanager PEN-2035 (betrokken bij de Transitievisie Warmte)

Gemeente Veenendaal

Plaatsvervangend afdelingsmanager Programma’s & Projecten en ambtelijk opdrachtgever PEN-2035

Gemeente Veenendaal

Wethouder met (onder andere) de portefeuilles energietransitie/circulaire economie/duurzaamheid/milieu en Energieneutraal 2035

Gemeente Veenendaal

Procesmanager Regionale Energiestrategie

Provincie Utrecht

Directeur-bestuurder

Woningcorporatie Patrimonium

Secretaris bestuur, voorzitter commissie Duurzaam Ondernemen en voorzitter platform Bedrijventerreinen

Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal

Raadsvoorstel 22 maart 2017

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 47

Voorwoord

Samenvatting

Bijlage I - Programmaplan

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

Bijlage II - Overzicht interviews

Bijlage III - Normenkader

Bronnen

Bijlagen Bijlage IV - Bestuurlijke reactie

Bijlage III – Normenkader Bijlage I - Programmaplan

47

Bijlage II - Overzicht interviews

Bijlage III - Normenkader

Onderzoeksvraag

Normen per onderzoeksvraag

1. Zijn de ambities van gemeente Veenendaal voldoende duidelijk en eenduidig geformuleerd voor een concrete uitwerking?

• • •

2. Zijn de ambities van gemeente Veenendaal compatibel met de ambities van regio Foodvalley en de landelijke ambities?

• De geschetste eindsituaties komen overeen of laten ruimte voor verschillende invullingen. • De gekozen maatregelen om de eindsituatie te bereiken komen overeen of zijn niet gespecificeerd. • De timing van de maatregelen en van eventuele tussentijdse resultaten komt overeen of heeft een niet-verplichtend karakter.

3. In hoeverre is er een expliciete en onderbouwde keuze gemaakt tussen alternatieven bij het vaststellen van de ambities?

• • •

Het besluitvormingsproces is traceerbaar, transparant en begrijpelijk. In het besluitvormingsproces zijn meerdere alternatieven onderzocht. De keuze voor het voorkeursalternatief is helder en gedegen onderbouwd.

4. In hoeverre is er gekeken naar de haalbaarheid van de ambities binnen de gestelde termijnen?

• •

In het besluitvormingsproces is de haalbaarheid van de ambities onderzocht. De haalbaarheid van de ambities is helder en gedegen onderbouwd.

5. Hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende rol op het gebied van de duurzaamheids-vraagstukken?

• • •

De raad heeft zijn eigen rol vooraf helder vastgesteld. Gedurende het proces heeft de raad aan zijn kaderstellende en controlerende rol vastgehouden. De invulling die de raad aan zijn rol heeft gegeven is gepast en afdoende.

6. Is er een duidelijk plan van aanpak aanwezig om de ambities te realiseren?

• De uitvoering van de ambities is vastgelegd in een plan van aanpak. • Het plan van aanpak beschrijft de geplande activiteiten, de beoogde resultaten en de middelen die daarvoor ingezet worden. • De beschreven activiteiten en middelen zijn voldoende om de gestelde ambities te verwezenlijken. • Voor elk van de te behalen resultaten is een indicator vastgesteld en een manier om deze te meten.

De ambities beschrijven wie wanneer welk doel wil bereiken. De doelen zijn kwantitatief en meetbaar geformuleerd. De gebruikte begrippen zijn helder en eenduidig gedefinieerd.

Raadsvoorstel 22 maart 2017

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 48

Voorwoord

Samenvatting

Bijlage I - Programmaplan

Deel 1 - Bestuurlijke nota

Deel 2 - Bevindingen

Bijlage II - Overzicht interviews

Bijlage III - Normenkader

Onderzoeksvraag

Normen per onderzoeksvraag

7.

• •

Is er een planning in de tijd aanwezig voor de uit te voeren activiteiten?

Bronnen

Bijlagen Bijlage IV - Bestuurlijke reactie

Het plan van aanpak beschrijft wanneer welke activiteiten worden uitgevoerd. De planning is specifiek en realistisch.

8. Is er een organisatie die de uitvoering van de plannen bewaakt en bij kan sturen waar nodig?

• De verantwoordelijkheid voor het monitoren en bijsturen van de uitvoering is bij een specifieke organisatie belegd. • Deze organisatie heeft de middelen en het mandaat om deze taak goed uit te kunnen voeren.

9. Wat is de huidige stand van zaken m.b.t. de uitvoering van de ambities?

• •

10. Hoe is het perspectief op het eindresultaat?

• De uitgevoerde activiteiten en behaalde resultaten komen overeen met het plan van aanpak en de planning. • Er vindt een periodieke risicoanalyse plaats m.b.t. toekomstige activiteiten en resultaten, incl. eventuele maatregelen om risico’s te mitigeren. • Op basis van de behaalde resultaten en de risicoanalyses is verwezenlijking van de ambities aannemelijk.

11. Wat is een geschikte frequentie voor een periodieke herhaling van dit onderzoek?

• De frequentie van het herhaalonderzoek sluit aan bij de gemeentelijke cyclus van resultaatmeting en bijsturing. • De frequentie sluit aan bij de (gemiddelde) periode tussen activiteit en resultaat. • De frequentie is voldoende hoog om tijdige bijsturing mogelijk te maken.

12. Wat is een geschikt format voor een periodieke herhaling van dit onderzoek?

• Het onderzoeksformat geeft aan welke informatie verzameld moet worden, hoe deze bewerkt en geanalyseerd moet worden en hoe de resultaten en conclusies gepresenteerd moeten worden. • Het onderzoeksformat draagt bij aan een grondige en efficiënte uitvoering van het onderzoek.

In beginsel zijn voor elke norm vier bevindingen mogelijk: • Er wordt niet aan de norm voldaan; • Er wordt gedeeltelijk aan de norm voldaan; • Er wordt volledig aan de norm voldaan; • De norm is niet toetsbaar. Dit betekent dat op basis van de beschikbare informatie niet te zeggen is in hoeverre aan de norm voldaan wordt.

Er wordt periodiek verslag uitgebracht over de uitvoering van de activiteiten. De behaalde resultaten worden periodiek gemeten.

Onderzoeksvragen 11 en 12 vormen hierop een uitzondering. Bij deze onderzoeksvragen is geen sprake van een beoordeling, maar van een advies. De geformuleerde normen worden hierbij dan ook niet gebruikt om te toetsen, maar om richting te geven aan het advies.

Rekenkameronderzoek - Energie: Van ambitie naar transitie | 49

Afdeling Behandeld door Telefoonnummer

Afdeling Strategie P.W. Bannink (0318) 538 792

Documentnummer Ons kenmerk Uw brief van

Zaaknummer 25 november 2020

Uw kenmerk Verzenddatum

15 december 2020

Datum

16 december 2020 bestuurlijke reactie rekenkamerrapport “Energie: ambitie naar transitie”

Onderwerp

De voorzitter van de Rekenkamercommissie Veenendaal De heer prof. dr. J. Telgen Postbus 1100 3900 BC Veenendaal

Geachte heer Telgen, Op 25 november jl. ontvingen wij het Rekenkameronderzoek “Energie: van ambitie naar transitie” over de energieambities van de gemeente Veenendaal. Wij bedanken u hartelijk voor de mogelijkheid van hoor en wederhoor en dat u ons in de gelegenheid stelt te reageren op het rapport. De bevindingen, conclusies en aanbevelingen in het rapport zijn voor ons zeker van belang. Wij kunnen de bevindingen volgen en uw conclusies en aanbevelingen worden grotendeels door ons onderschreven. Wij zijn ingenomen met de uitkomsten van het onderzoek en dat geldt zeker voor de constatering van de Rekenkamercommissie dat wij op een goede manier bezig zijn met de energietransitie, zowel inhoudelijk, beleidsmatig als organisatorisch. Dat geeft vertrouwen voor de toekomst! Volgend jaar gaan wij een Programmaplan maken voor een nieuwe periode (2022 – 2025) en uw onderzoek komt dus op het goede moment: wij kunnen immers de uitkomsten meenemen in dit plan en daar ons voordeel mee doen. Dit Programmaplan gaat een gedetailleerde beschrijving voor de periode 2022 – 2025 bevatten en globale tussendoelen voor de jaren 2025, 2030, 2040 en 2050. Dit betekent dat wij voor de korte termijn concreet aan de slag kunnen en voor de verdere toekomst ruimte laten voor nieuwe ontwikkelingen en nieuwe inzichten.

Wij blijven daarbij gaan voor een hoge ambitie die tegelijkertijd realistisch, haalbaar en betaalbaar is. Wij zijn en blijven koploper en doen dat juist door het realistisch, haalbaar en betaalbaar te laten blijven. Bij een te hoge en niet-realistische ambitie lopen wij het risico dat sommige betrokkenen afhaken en dat willen wij voorkomen. Het eerder bedoelde Programmaplan zal worden gemaakt in een periode waarin ook de Transitievisie Warmte 1.0 (TVW) en de Regionale Energie Strategie zullen worden opgeleverd, wat betekent dat dit allemaal in samenhang zal gebeuren. Wij zien dit als een mooie integrale ontwikkeling. Een en ander verhoudt zich goed tot onze opmerkingen bij de behandeling van de Programmabegroting 2021 – 2024 in de raadsvergadering van afgelopen oktober. Wij nemen dan ook aan dat de commissie dit bedoeld heeft met de wenselijkheid van een ‘volledig pad naar de realisaties van de ambities’. Wij denken dat hiermee ook geen mismatch (meer) is tussen de door de commissie aangegeven formulering van ‘de ambitie die een duidelijke resultaatverplichting inhoudt en de opzet van de uitvoeringsorganisatie, die een flexibele procesgerichte aanpak volgt’. Per programmaperiode kijken wij welke uitvoeringsorganisatie voor welk onderdeel van de energietransitie het beste past en nemen dit mee bij de vorming van het 2e programmaplan.

Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 • Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nl/vraag

Kenmerk 1603970 Pagina 2 Wel hebben wij nog wel een aarzeling bij de aanbeveling om in iedere periode van vijf jaar een externe toetsing naar de vormgeving en voortgang van het programma te laten doen. Als u hiermee bedoeld hebt dat uw commissie die toetsing uitvoert zullen wij onze medewerking zeker willen verlenen. Wij zouden het evenwel betreuren als een dergelijke toetsing ten koste zou gaan van de middelen voor het programma Energieneutraal Veenendaal. De aanbeveling om de voorwaarden in beeld te brengen waaronder de ambitie haalbaar is, is zeker nuttig. Dit is ook beter mogelijk na deze eerste opstartperiode waarin wij vooral aan bewustwording hebben willen werken (met enkele procenten winst waar het de doelstellingen van besparing en opwekken betreft). Nu zien wij beter wat de impact is van bepaalde op zichzelf staande keuzes en kunnen wij deze ook beter formuleren als voorwaarden, te denken valt aan de raadsbesluiten over windmolens. Naar aanleiding van die laatste constatering (dat wij in de eerste periode vooral kozen voor het vergroten van de bewustwording en gedragsverandering bij de inwoners en bedrijven) hadden wij gehoopt dat dit aspect meer aandacht in het rapport zou krijgen. Deze bewustwording was namelijk ook als concreet doel geformuleerd. Vragen? Hebt u nog vragen, neemt u dan contact op met P.W.

Bannink, bereikbaar op telefoonnummer (0318) 538792 of 06 – 44321911. Ook kunt u een e-mail sturen naar pim.bannink@veenendaal.nl.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Veenendaal

mevrouw drs. A.P.W. van de Klift gemeentesecretaris

de heer K.J.G. Kats burgemeester

Raadhuisplein 1 • 3901 GA Veenendaal • Postbus 1100 • 3900 BC Veenendaal Tel. (0318) 538 538 • Fax (0318) 510 414 • www.veenendaal.nl • www.veenendaal.nl/vraag

De rekenkamercommissie van de gemeente Veenendaal bestaat uit twee interne leden en drie externe leden en wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. Voorzitter (extern lid): prof. dr. J. (Jan) Telgen Externe leden:

drs. M.J.J. (Marjo) Gruisen ir. A.J. (Arnoud) Janson

Interne leden:

Y. (Youssef) Boutachekourt M.W.T. (Mark) Ruitenbeek

Secretaris:

L. (Bertha) Achterberg

Postadres:

Rekenkamercommissie Veenendaal Postbus 1100 3900 BC Veenendaal

Telefoon:

(0318) 538256

E-mail:

rekenkamercommissie@veenendaal.nl

Website:

veenendaal.nl/rekenkamercommissie

Publicatie:

17 december 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9574550/1