4. Omgevingsvisie Veenendaal 2040
Tekst van het document
8. Van visie naar praktijk
51%
Wageningen
42% 0
20 Koop egw
Koop mgw
40 SH egw
11%
12%
13%
9%
7% 3%2% 23% 2%4%
14%
27% 3%3%
60 SH mgw
11% 3%1%
80 VSH egw
100 VSH mgw
FIGUUR 3: STEC-WONINGBEHOEFTE ONDERZOEK (2024): HUIDIGE VOORRAAD IN REGIO FOODVALLEY (SH = SOCIALE HUUR, EGW = EENGEZINSWONING, MGW = MEERGEZINSWONING (APPARTEMENT), VSH = VRIJE SECTOR HUUR)
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 43
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
in onze regio met twee provincies van doen hebben, is de vraag hoe dit in de praktijk uitgevoerd gaat worden. Huisvesting ouderen Inwoners op leeftijd nemen de komende jaren in aantal fors toe, leven langer en zijn vaker alleen. Dit zorgt ervoor dat er de komende decennia met name uit deze doelgroep een grote vraag naar passende huisvesting komt. We worden dan ook verplicht om een aanzienlijk deel van het bouwprogramma op deze vraag af te stemmen. Hierbij ligt de nadruk op het realiseren van nieuwe (gemengde) woon(zorg)vormen tussen thuis en het verpleeghuis. Er moet aandacht zijn voor levensloop- en zorggeschikt wonen, huisvesting nabij voorzieningen en het realiseren van woonzorgzones. Dit sluit aan bij het gedachtegoed van zorgzame gemeenschappen. Levensloopen zorggeschikte woningen zijn geen zorgwoningen, maar reguliere woningen die, indien nodig, inzetbaar zijn voor (een toenemende mate van) zorgverlening. Ouderen die verhuizen naar een dergelijke woning zorgen voor meerdere vervolg verhuizingen, kunnen langer thuis blijven wonen en hebben vooral de zekerheid dat ze later niet nog een keer moet verhuizen. Waar mogelijk willen we in alle bestaande wijken dergelijke woningen toevoegen, zodat inwoners in hun eigen wijk kunnen blijven wonen. Met name centraal in de wijken West en Noord is dit nodig om aan de vraag te voldoen.
Dat kan door middel van nieuwbouw, maar ook door het anders benutten van bestaande woningen of andere gebouwen. Een aandachtspunt hierbij is het thema parkeren. Een flexibel parkeerbeleid faciliteert passende parkeervormen bij verschillende woningtypen. In 2019 is kwantitatief onderzoek gedaan naar de woonwensen van ouderen en in 2024 is dit ook kwalitatief onderzocht. Met het verwerken van de resultaten uit deze onderzoeken is een goede basis gelegd om te kunnen voldoen aan de toekomstige vraag.
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
Huisvesting aandachtsgroepen Met de wet Regie krijgt iedere gemeente in het lokale volkshuisvestelijke woonprogramma de verplichte taak tot de ontwikkeling van samenhangende zorg, begeleiding en welzijnsafspraken voor aandachtsgroepen. Aandachtsgroepen zijn bijvoorbeeld uitstromers uit instellingen als maatschappelijke opvang of andere intramurale instellingen, arbeidsmigranten, jongeren, statushouders, mantelzorgers en woonwagen bewoners. Ook ouderen met een behoefte aan een betaalbare zorggeschikte woning in een woon-zorgcomplex behoren tot de aandachtsgroepen. Iedere gemeente moet bijdragen aan de huisvesting van deze groepen, dus ook kleinere gemeenten. Daarbij geldt een verplichting tot het vaststellen van een Huisvestingsverordening met urgentieregeling; waarbij het Rijk diverse aandachtsgroepen als wettelijke urgentiecategorie opneemt. Vanuit wonen is hierbij ook aandacht voor de veerkracht en leefbaarheid in de wijken. We willen een bijdrage leveren aan het versterken van het woonklimaat en voorkomen dat buurten of wijken waar al veel uitdagingen bestaan verder verslechteren. Dit kan door bewust te sturen op de juiste verdeling van woningbouwsegmenten en -typologieën; evenals op de toewijzing van huurwoningen en nieuwbouw betaalbare koopwoningen (gerelateerd aan de Huisvestingsverordening).
Gemengd wonen concepten kunnen ook een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren en versterken van zorgzame gemeenschappen.
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
inzet in het verleden vaak niet leidde tot de invulling van de woonbehoefte van aandachtsgroepen, vraagt de nieuwe wet gemeenten regionaal af te stemmen over hun gezamenlijke invulling van woon(zorg)beleid. Deze gezamenlijke afspraken worden vervolgens verankerd in regionale afspraken voor woningbouw, regionale inkoopkaders voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen en voor de Wet langdurige zorg. In de praktijk betekent dit dat de woonzorgvisie een onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma wordt. Met in dit programma beleidsvoornemens en afspraken over de invulling van de woonopgave van alle aandachtsgroepen en ouderen. Uitvoering van beleid via Volkshuisvestingsprogramma Op basis van deze omgevingsvisie wordt voor de uitvoering van beleid het Volkshuisvestingprogramma opgesteld. Hierbij zetten we in op het zoveel als mogelijk betaalbaar maken en houden van woningen, het toevoegen van woningtypen die het meest ontbreken in de huidige woningvoorraad en op doorstroming. Binnen de 40% betaalbaar die Veenendaal moet realiseren is al bepaald dat 10% “goedkoop betaalbaar” moet worden. Het volkshuisvestingprogramma is het onder liggende stuk voor het maken van prestatieafspraken met woningcorporaties en zorg- en welzijspartijen. De 30% sociale huurwoningen worden mede gerealiseerd door toepassing van het “Vereveningsfonds sociale woningbouw Veenendaal”.
6.4.2 Opgaven voor 2040 Koppeling realiseren tussen volkshuisvestingsprogramma en Wmo-beleidsplan Wanneer de Wet versterking regie volkshuisvesting in werking treedt, moeten gemeenten een volkshuisvestingsprogramma opstellen met een visie op wonen en zorg die in lijn is met het Wmo-beleidsplan. Dit is in Veenendaal het Integraal Beleidskader Sociaal Domein. Omdat de optelsom van lokale visie en
• Inspelen op de groeiende vraag naar woningen • Woonaantrekkelijkheid verder verbeteren • Goede spreiding van een gevarieerd woningaanbod • Woningaanbod voor ouderen versterken • Doorstroming op de woningmarkt stimuleren
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 44
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
6.4.3 Strategische keuzes en maatregelen Om de opgaven op het gebied van Wonen tot 2040 te realiseren maken we de volgende keuzes: 1. In totaal bouwen we tot 2040 circa 10.700 woningen. 2. Tot 2030 zetten we in op inbreiding, daarna zetten we in op samenwerking met buurgemeenten om woningbouw buiten de gemeentegrenzen te realiseren. 3. We concentreren het binnenstedelijk woningbouw programma in het centrum van de stad, met name in de Spoorzone. 4. Om in te spelen op demografische ontwikkelingen, realiseren we diverse woningtypen, waarvan een sub stantieel deel geschikt is voor bewoning door ouderen. Deze woningen concentreren we zoveel mogelijk rond ov-knooppunten en voorzieningen. 5. We zetten in op doorstroming; we brengen (lange) verhuisketens op gang en zorgen daarmee dat alle inwoners zo passend mogelijk wonen. 6. Om verhuizingen te stimuleren en doorstroming te realiseren is het voornemen om de wooncoach in te blijven zetten. 7. We zorgen per gebied voor een gevarieerd woning aanbod en voorkomen concentraties van bepaalde woningcategorieën en prijsklassen. 8. Waar nodig passen we hoogbouw toe, waarbij per locatie wordt beoordeeld wat passend en proportioneel is. 9. We hebben aandacht voor de leefbaarheid en veerkracht van onze wijken; we gaan van het bouwen van woningen naar het bouwen van gemeenschappen.
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
10. We gebruiken het sociale vereveningsfonds om sociale woningbouw in gebouwen samen te kunnen voegen. 11. We zetten ons in voor het op een goede wijze huisvesten van aandachtsgroepen, al dan niet door gebruik te maken van alternatieve woon(zorg)concepten. 12. Bij woningbouwontwikkelingen sturen we er zo veel mogelijk op dat de openbare ruimte aantrekkelijk, toegankelijk en levensloopbestendig is.
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 45
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
6.4.4 Kaart Wonen Centrumgebied: zoekgebied voor wonen Transformatiegebied Spoorzone Uitbreiden woningaanbod in Spoorzone Transformeren naar werken met wonen Zoekgebied voor regionale woningbouw Gebieden met veel corporatiewoningen: kans verbeterslag woningaanbod Knooppuntontwikkeling: zoekgebied voor wonen Incidenteel werken aan kleinschalige verbeterslag woonaanbod Mogelijke transformatielocatie voor gemengd woongebied, met aandacht voor industrieel karakter [Gemeente Rhenen]
AFBEELDING 13 - KAART WONEN, GEMEENTE VEENENDAAL
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 46
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
6.4.5 Onderliggende bronnen en documenten • Woonvisie 2022-2025 • Woondeal regio Foodvalley 2022–2030 • STEC woonbehoefte onderzoeken 2020 en 2024 • Afsprakenkader ouderenhuisvesting regio Foodvalley 2024-2030. • Huisvestingsverordening Veenendaal 2025-2028 • Advies van verzorgingshuis naar geclusterd wonen raad van ouderen juni 2025 • Regionaal actieplan dakloosheid (concept) • Regiovisie beschermd wonen (beschermd wonen en bescherm thuis in de Valleiregio)
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 47
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
6.5 Economie 6.5.1 Visie 2040 Brede welvaart Brede welvaart heeft een sterke relatie met economie, maar is veel breder dan enkel de groei van het binnenlands product. Het omvat alles wat men van waarde vindt. Onder andere hoe de wereld om ons heen leefbaar gehouden wordt voor onszelf en toekomstige generaties. We moeten, naast financieeleconomische vraagstukken, ook antwoorden vinden op vragen over klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, armoede en sociale ongelijkheid. Dit vraagt om een nieuwe aanpak voor wat betreft welvaartsontwikkeling. Binnen Veenendaal streven wij niet naar werkgelegenheid ten koste van al het andere, maar wij verwelkomen graag bedrijven die zowel economische waarde creëren, als ook op een verantwoorde manier omgaan met de omgeving. De ervaring leert dat dergelijke bedrijven vaak koplopers zijn als het gaat om ondernemerschap, innovatiekracht en kennisontwikkeling.
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
Eén nieuwe woning = één nieuwe arbeidsplaats De verhouding wonen en banen wordt zichtbaar in de Functiemengingsindex (FMI). Een FMI van 50 betekent evenveel woningen als banen. Momenteel zit Veenendaal met 54,1% iets boven deze norm. Met de komende groei van 10.700 woningen is het doel de werkgelegenheid evenredig mee te laten groeien met deze opgave, zodat werk dichtbij huis mogelijk blijft en een uitgaande pendel zoveel mogelijk wordt tegengegaan. Economisch profiel Veenendaal We zetten in op een sterke, veerkrachtige en circulaire economie als drijvende kracht achter een aantrekkelijke leefomgeving en het versterken van brede welvaart. Economische ontwikkeling is bij ons geen doel op zich, maar een middel om de kwaliteit van leven, sociale samenhang en toekomstkansen voor onze inwoners te vergroten. In onze omgevingsvisie verbinden we daarom economische groei nadrukkelijk met maatschappelijke opgaven zoals één woning = één arbeidsplaats, duurzaamheid, mobiliteit en inclusiviteit. Voor een vitale economie is het belangrijk dat er speciale aandacht is voor jongeren en studenten. Door passende huisvesting, goede voorzieningen en aantrekkelijke bedrijven zorgen we ervoor dat jongeren in Veenendaal kunnen blijven wonen en zich hier kunnen ontplooien. Dit is belangrijk als tegenwicht tegen de toenemende vergrijzing.
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
ICT (de digitale economie) Veenendaal is sterk vertegenwoordigd in de sector ICT. Met ongeveer 4.000 banen en 500 vestigingen zorgt deze sector voor bijna 12 procent van de Veenendaalse banen. Er wordt sterk ingezet op de ontwikkeling van ecosystemen op het snijvlak van Food en Tech (automatisering, robotisering, digitalisering). Dit leidt tot vernieuwende oplossingen en versterkt de regionale economie op het gebied van voedsel, technologie en innovatie. Kennis- en innovatiecampussen vervullen hierin een sleutelrol. We stimuleren een innovatief ICT/Tech innovatiecluster, gesitueerd aan de noordkant van Veenendaal langs de A12. Hier komen hoogwaardige kantoorfuncties samen met kennis en technologie. We verkennen hoe we de A12-one kunnen versterken in samenhang met de gebiedsontwikkeling rond het station Veenendaal-De Klomp en de verbinding met de binnenstad en Spoorzone (economische stads-as). We willen daarnaast een broedplaats creëren op het voormalige SKF-terrein/Nijvercampus. Hier komt ruimte voor innovatieve startups en scale-ups op het gebied van ICT/Food. Een uitbreiding van het Wageningse Business en Science Park staat ook op de planning. Hiervoor zoeken wij verbinding met Wageningen University & Research (WUR).
We richten ons op drie onderling verbonden economische speerpunten: ICT, een complete binnenstad en toekomst bestendige MKB-werklocaties.
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 48
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
Om deze ontwikkelingen te laten slagen moet er worden nagedacht over versterking van infrastructuur en mobiliteit, bijvoorbeeld via een trambus ter verbinding van de economische stads-as en een hoogwaardige fiets/ ov-verbinding tussen het innovatiecluster op het SKF-terrein en Wageningen (WUR). Voor het slagen van het voormalige SKF-terrein/Nijvercampus als innovatiegebied is bovendien goede huisvesting nodig in de Spoorzone voor startende jongeren en studenten. Om het compleet te maken streven we naar realisatie van onderwijs voor jongvolwassenen. De verbinding tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid moet fungeren als motor voor talentontwikkeling, onderzoek en hoogwaardige werkgelegenheid. Een complete binnenstad Met ruim 5.500 arbeidsplaatsen en meer dan 5 miljoen bezoekers per jaar (waarvan de helft van buiten Veenendaal) is het economisch en maatschappelijk belang van de binnenstad groot. Veenendaal is de belangrijkste winkelstad tussen Utrecht en Arnhem en heeft daarmee een regionale functie. Ingezet wordt op een complete en compacte binnenstad waarin naast de economische functies, zoals winkelen en werken, ook volop ruimte is voor ontmoeting, cultuur (o.a. theater) en maatschappelijke voorzieningen. De binnenstad is een aantrekkelijke en toegankelijke verblijfsplek die mensen verbindt en waar iets te beleven valt.
Door de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren, met onder andere slimme vergroening en aantrekkelijke ontmoetingsplekken, versterken we de sociale en maatschappelijke functie van de binnenstad. De binnenstad is goed bereikbaar met de auto, fiets en het ov en met name het voetgangersgebied is toegankelijk voor alle doelgroepen. Met alle betrokken partners blijven we bouwen aan een (regionaal) aantrekkelijke binnenstad die economisch veerkrachtig is en een sterke sociale en maatschappelijke meerwaarde biedt.
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
Toekomstbestendige MKB-werklocaties Veenendaal is van oudsher een stad met veel mkb-bedrijven en familiebedrijven. De werklocaties (bedrijventerreinen, kantoren en binnenstad) zijn verspreid over onze gemeente en zijn een sterke basis voor de diversiteit van het MKB in onze gemeente. Er moet ruimte zijn voor ambacht, maak industrie, stedelijk werken en nieuwe vormen van onder nemerschap. Deze werklocaties zijn het fundament van onze lokale economie en dragen bij aan werkgelegenheid dicht bij huis. De ruimte in Veenendaal is beperkt. Veenendaal zet dus in op uitbreiding van bedrijventerreinen buiten de eigen grenzen (bijvoorbeeld in Foodvalley verband) en intensivering van de bedrijvigheid door stedelijk werken. Stedelijk werken betekent onder meer functiemenging (wonen/werken), multifunctioneel gebruik (meerdere gebruikers) en gestapelde bouw van bedrijfspanden. In de Spoorzone liggen de kansen ten aanzien van stedelijk werken met name op het voormalige SKF-terrein, Het Ambacht en rond het station Veenendaal-Centrum. Door dit gebied te verbinden met een stedelijke werkzone rond station De Klomp ontstaat een economische stads-as. Hier wordt wonen en werken op een aantrekkelijke manier gecombineerd.
Op Het Ambacht en specifiek het voormalige SKF-terrein voor respectievelijk maakindustrie/ambacht en ICT/Food innovatiecluster.” Gelet op de schaarste aan bedrijventerreinen én het belang van voldoende werkgelegenheid, moet terughoudend worden omgegaan met bedrijvigheid die veel ruimte vraagt maar beperkte werkgelegenheid biedt. We blijven bedrijven stimuleren om duurzaam en circulair te werken.
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
Samenvattend De drie speerpunten, ICT, de complete binnenstad en toekomstbestendige MKB-werklocaties, versterken elkaar én sluiten aan op de ambities van regio Foodvalley. Via strategische profilering binnen Foodvalley bouwen we aan een onderscheidend economisch profiel op het gebied van ICT/Food en ICT/Tech, dat bijdraagt aan een duurzame en innovatieve regionale economie. Zo maken we de stap van economische groei naar een slimme, circulaire en inclusieve economie, waarin de kracht van mensen, plekken en netwerken volledig tot haar recht komt.
6.5.2 Opgaven voor 2040 • Ruimte behouden en creëren voor bedrijven en werk gelegenheid met als uitgangspunt één nieuwe woning = één nieuwe arbeidsplaats • Versterking van de drie economische speerpunten ICT, de complete binnenstad en MKB-werklocaties • Stimuleren van duurzaam en circulair ondernemen • Op peil houden van de beschikbaarheid en leverings zekerheid van energie voor het bedrijfsleven. • Scherpe profilering van het ICT/Tech en ICT/Food innovatiecluster • Ruimte maken voor stedelijk werken in de economische stads-as Spoorzone – Binnenstad - De Klomp • Recreatieplekken binnen Veenendaal geschikt maken voor eigen inwoners • Stimuleren van zakelijk toerisme
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 49
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
6.5.3 Strategische keuzes en maatregelen Met betrekking tot de economische ontwikkeling van de stad maakt Veenendaal tot 2040 de volgende keuzes: Ecosystemen ICT en Agri-Food 1. Onderzoeken van kansen voor ICT/tech innovatiecluster bij Veenendaal-De Klomp. 2. Onderzoeken van kansrijke ecosystemen op het gebied van Agri-Food rond Veenendaal-De Klomp, bijvoorbeeld voor Smart Urban Food Production, zoals verticale landbouw en pixelfarming. 3. Transformatie van een deel van het voormalige SKF-terrein tot ICT/Food innovatiecluster (agrifood ecosystemen) voor startups en scale-ups (SKF-campus) en versterken relatie met de WUR. 4. Gecombineerd wonen en werken meer stimuleren in de strook Spoorzone-Binnenstad-De Klomp (economische stads-as). Bedrijventerreinen 1. Gerichte strategie per bedrijventerrein gericht op behoud van de sterke economische waarde. 2. Beter benutten van de ruimte op bedrijventerreinen (intensivering, zoals stapeling van bedrijfspanden). 3. Transformatie van het Ambacht naar gemengd woon-werkmilieu. 4. Behoud van HogeMilieuCategorie (HMC)-bedrijven op het bedrijventerrein Nijverkamp, maar geen extra uitbreiding van dit type bedrijven vanwege beperkt aantal arbeidsplaatsen, grote ruimtevraag en ligging nabij het Binnenveld (Natura-2000 gebied). 5. Binnen de regio Foodvalley onderzoek doen naar de vestiging van HMC bedrijven in de regio.
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
Complete binnenstad 1. Transformatie van een winkelstad naar een complete en compacte binnenstad met een diversiteit aan functies zoals wonen, werken, recreëren, ontmoeten en verblijven. 2. Van een relatief functionele en versteende binnenstad naar een groene en klimaatadaptieve binnenstad. 3. Detailhandel wordt geconcentreerd in het kernwinkel gebied en de bestaande buurtwinkelcentra. 4. De binnenstad is goed bereikbaar met de auto, fiets en het ov. De binnenstad zelf is auto- en fietsluw (uiteraard is de fiets aan de hand toegestaan). 5. De auto en fiets kunnen geparkeerd worden op locaties aan de rand van de binnenstad waarna het laatste stukje te voet wordt afgelegd. 6. Het voetgangersgebied is toegankelijk voor alle doelgroepen. Recreatie en (zakelijk) toerisme Veenendaal beschikt over een compacte, aantrekkelijke binnenstad met een breed aanbod aan voorzieningen, winkels, horeca en culturele activiteiten. Deze stedelijke kwaliteit vormt een uitstekend vertrekpunt voor recreatie in de omliggende natuurgebieden zoals Groene Grens, Binnenveld, Kwintelooijen, Prattenburg, uitlopers Utrechtse Heuvelrug, gebied Roode Haan en Fort aan de Buursteeg. Samen met omliggende gemeenten werkt Veenendaal aan het verbeteren van de toegankelijkheid van deze groene schil en hun onderlinge verbinding.
Daarnaast zetten we in op versterking van de toegankelijkheid van het ensemble Grift/Valleikanaal/ Grebbelinie om de recreatieve druk op de Utrechtse Heuvelrug te verlichten. Om recreatieve kansen optimaal te benutten versterken we het regionale fietsnetwerk, investeren we in aantrekkelijke wandelstructuren en onderzoeken we de ontwikkeling van een volledig doorvaarbare kanoroute over de Grift.
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
In Veenendaal vinden jaarlijks ruim 90.000 overnachtingen plaats. Het grootste gedeelte van deze overnachtingen heeft een zakelijke reden. Zakelijke bezoekers besteden over het algemeen meer per verblijf dan vakantiegangers. Wij stimuleren het zakelijk toeristisch verblijf in Veenendaal, met als doel een hogere economisch toegevoegde waarde van de toeristische sector in de lokale economie in 2040. Dit doen wij enerzijds door Veenendaal samen met het bedrijfsleven actiever te promoten als een aantrekkelijke plaats voor een zakelijk toeristisch verblijf en anderzijds door bereikbaarheid van Veenendaal voor zakelijke bezoekers zoveel mogelijk te optimaliseren. Bereikbaarheid/mobiliteit Voor de economische ontwikkeling van Veenendaal is goede bereikbaarheid een randvoorwaarde. Op dit moment heeft Veenendaal een IC-station bij Veenendaal-De Klomp. Dit station staat bij de NS niet hoog op de prioriteitenlijst om te behouden als station met IC functie. Behoud is afhankelijk van de mate waarin Veenendaal op termijn vervoerswaarde toevoegt door te verdichten rond het station. Daarom is het belangrijk dat de ambities voor woningbouw en werkgelegenheid bij zowel Veenendaal Centrum als Veenendaal-De Klomp worden gerealiseerd. Het waarborgen van een goede doorstroming van het autoverkeer, maakt Veenendaal een aantrekkelijke werkstad.
Met de huidige groeiambities is deze garantie er echter niet. Daarom zet Veenendaal tot 2040 in op de mobiliteitstransitie die alternatieve vormen van vervoer stimuleert (zie hiervoor ook het hoofdstuk Mobiliteit).
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 50
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
6.5.4 Kaart Economie Praktijk- en vakgericht onderwijs Bedrijvigheid: gemeente Ede Lichte bedrijvigheid: intensiveren van arbeidsplaatsen Gemiddelde en gemengde bedrijvigheid: intensiveren van arbeidsplaatsen Zware bedrijvigheid: ruimte voor circulair bedrijvigheid en intensiveren van arbeidsplaatsen.
Utrecht
Transformatiegebied Spoorzone: zoekgebied voor stedelijk werken
Utrecht
4
1
2
Centrumgebied: zoekgebied voor stedelijk werken Arnh
9
3
ijmeg en, D
uitsla
Knooppuntontwikkeling: zoekgebied voor kleinschalige en flexibele kantoorruimtes
nd
5
8
Utr ech t
Economische verbindingsas: ruimte voor werkplekken
em/N
Ar
Binnenstad: regionaal beleefcentrum met detailhandel, horeca en regionale uitstraling nh
em
Geclusterde detailhandel in buurten behouden
/N
ijm
eg en
Zoekgebied geclusterde detailhandel
,D
uit
Gebied met grootschalige detailhandel
sla
nd
Zoekgebied clustering van ICT/Tech en ICT/Food Zoekgebied voor regionaal stedelijk werken Mogelijke transformatielocatie voor gemengd werkgebied, met aandacht voor industrieel karakter
7
10
6
1 2
Faktorij: Bedrijvigheid en industrie
3
Compagnie: Gemengde bedrijvigheid
4
Batterijen: ICT
5
Compagnie-Oost: Autoboulevard
6
Nijverkamp: Zware industrie, circulaire economie
7 8
Woonboulevard
9
ICT/Tech innovatiedistrict
10
Overgangszone
De Vendel: Kantoorlocatie
PDV-locatie
nen
Rhe
AFBEELDING 14: KAART ECONOMIE, GEMEENTE VEENENDAAL
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 51
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
6.5.5 Onderliggende bronnen en documenten • Visie Bedrijventerreinen Veenendaal 2030 • Visie Recreatie en Toerisme 2040 • Evenementenbeleid 2024 • Programmaplan Vitale Binnenstad Veenendaal
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 52
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
6.6 Mobiliteit 6.6.1 Visie 2040 Knelpunten in een groeiende stad Bereikbaarheid en mobiliteit zijn cruciaal voor burgers en bedrijfsleven om mee te doen aan de maatschappij en voor het verdienvermogen van de stad en regio. De analyse van de huidige bereikbaarheid en het mobiliteitssysteem laat meerdere knelpunten zien. Veiligheid Op een aantal locaties is sprake van verkeersonveilige situaties. Deze worden veroorzaakt door verkeersonveilige inrichting van wegen en kruisingen, verkeersgedrag en -drukte. Om de verkeersveiligheid te verbeteren dienen kwetsbare doelgroepen beter beschermd te worden, bijvoorbeeld door een goede scheiding tussen verschillende weggebruikers.
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
Auto en parkeren De doorstroming van het auto- en vrachtverkeer op de rondwegen en enkele kruispunten in de stad is niet optimaal. Doorgaand verkeer en sluipverkeer komt voor op woonstraten die hiervoor niet zijn ingericht. Als gevolg van de woningbouwverdichting en het nog steeds groeiende autobezit neemt de druk op de wegen en de parkeeroverlast in sommige buurten toe. Grote bedrijfsbussen nemen in woonbuurten steeds meer parkeerruimte in beslag. Ook op de sportparken groeit de parkeerdruk, met name op zaterdagen. Er zijn echter ook locaties waar parkeerplaatsen nauwelijks worden gebruikt en mogelijk opgeheven kunnen worden.
Openbaar vervoer De frequentie van bussen en treinen is te laag om een serieus alternatief te zijn voor de auto. Rechtstreekse hoogwaardige ov-verbindingen naar buurgemeenten ontbreken. De kwaliteit van stations(omgevingen) kan beter. De ov-bereikbaarheid van enkele bedrijventerreinen is onvoldoende. Het aanbod en gebruik van deelmobiliteit in Veenendaal is in vergelijking met andere steden beperkt. Het vervoer (auto- bus/treindeelvervoer-regiotaxi) wordt steeds duurder. Ook zijn sommige locaties en voorzieningen niet goed toegankelijk en voor mensen zonder auto moeilijk te bereiken. Hierdoor kan de vervoerarmoede toenemen.
Fiets Wachttijden voor fietsers zijn op sommige kruispunten te groot. De doorstroming en het comfort op (door)fietsroutes kan worden verbeterd. Het toenemende aantal fietsers in combinatie met een diversiteit aan fietspadgebruikers (bakfietsen, elektrische fietsen, fatbikes, speedpedelecs etc.) en verschil in snelheid leidt steeds vaker tot onveilige situaties. Hinderlijk en gevaarlijk geparkeerde fietsen zorgen regelmatig voor overlast bij vooral de stations, flats en drukke locaties in het centrum.
Toename verkeer Bij de realisatie van 10.700 woningen en autonome groei van het verkeer neemt bij ongewijzigd mobiliteitsbeleid het aantal verplaatsingen toe met meer dan 35%. Dit vergroot de druk op de bestaande verkeersstructuren. Voor verschillende vervoersmodaliteiten worden bestaande knelpunten groter en ontstaan nieuwe knelpunten. Mogelijk kan niet worden voldaan aan de wettelijk ingestelde geluidproductieplafonds vanuit de Omgevingswet. Aanpassingen in het mobiliteits beleid en investeringen in het mobiliteitssysteem zijn nodig om de groeiende en vitale stad bereikbaar te houden en de verkeersveiligheid te verbeteren.
FIGUUR 2: INDICATIE RUIMTEBESLAG MOBILITEIT PER PERSOON VOOR DIVERSE VERVOERWIJZEN, INCLUSIEF HALTEREN (STALLEN IN BLAUW), BRON; U-NED MOBILITEITSSTRATEGIE 2040, UTRECHT, 2022
96 m2
50km/u
68 m2
40 m2
26 m2
9 m2
8 m2
4 m2
2 m2
30km/u
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 53
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
Ruimtebeslag mobiliteit De auto (rijdend en stilstaand) neemt ten opzichte van andere vervoermiddelen relatief veel ruimte in beslag. Een mobiliteits transitie richting wandelen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit zorgt ervoor dat mensen de auto minder hoeven te gebruiken omdat er voldoende alternatieven zijn. Dit draagt bij aan efficiënter ruimtebeslag voor mobiliteit. Hierdoor ontstaan meer kansen om ook andere opgaven, waaronder groen, water en klimaatadaptatie, de ruimte te geven. Transitie naar schone en slimme mobiliteit Keuzes met betrekking tot mobiliteit moeten bijdragen aan een vitale, duurzame en veilige leefomgeving. Een vitale gemeente betekent dat we in de leefomgeving mogelijkheden bieden om meer en vaker te bewegen, ontspannen en ontmoeten. We beperken geluidshinder en de uitstoot voor een goede luchtkwaliteit. En we bieden voldoende mogelijkheden om te bewegen in de openbare ruimte en (sport)parken. We realiseren meer mogelijkheden voor ontmoeten en maken wandelen en fietsen nóg aantrekkelijker. Een duurzame gemeente betekent dat we werken aan klimaatadaptatie en duurzame mobiliteit. We werken volgens de Trias Mobilica: verminder mobiliteit, verander naar duurzamere vormen van mobiliteit (fietsen en lopen) en als er toch per auto of ov-kilometers moeten worden gemaakt, verduurzaam deze dan door elektrisch of op waterstof te rijden.
Een veilige gemeente betekent dat we een veilig ingerichte fysieke ruimte creëren. De objectieve en subjectieve verkeersveiligheid moeten ondanks de toename van het verkeer verbeteren. Hierbij wordt steeds meer gebruik gemaakt van digitale en technologische hulpmiddelen. Een goede bereikbaarheid is een van de belangrijkste randvoorwaarden om te zorgen dat Veenendaal de aantrekkelijke en vitale woon-werk-winkelstad blijft die het nu is. Het mobiliteitssysteem in de regio heeft nu al een groot aantal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
knelpunten, zowel binnen de regio als in de aansluitingen op het stedelijk netwerk Nederland. De groei van het aantal woningen gecombineerd met een groei van de economie, maakt de druk op de spoor- en weginfrastructuur alleen maar groter. De infrastructuur in de stad moet meegroeien om het verkeer te verwerken. Extra investeringen voor fietser en voetganger zijn nodig. Ook investeren we in beter openbaar vervoer, deelvervoer en de bereikbaarheid per auto. Via een integrale aanpak (zie Figuur 3) willen we brede welvaartdoelen halen door het mobiliteitssysteem te verbeteren. Om maatschappelijk en economisch belangrijke voorzieningen in de toekomst bereikbaar te houden voor inwoners en bedrijven, moeten we de kracht van alle modaliteiten benutten.
Wat is bereikbaarheid, mobiliteit en toegankelijkheid? Bereikbaarheid gaat over de mogelijkheden die mensen hebben om elkaar te ontmoeten, activiteiten te ontplooien en de daarbij behorende bestemmingen goed te bereiken. Mobiliteit is de verplaatsing van A naar B (Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Naar een integraal bereikbaarheidsbeleid, 2021). Bereikbaarheid gaat over de tijd, geld en moeite die het kost om relevante bestemmingen te bereiken (Centraal Planbureau, Planbureau voor de leefomgeving, Kansrijk Mobiliteitsbeleid 2020, juni 2020). Bereikbaarheid is ook de mate waarin een gebied of locatie vlot en gemakkelijk kan worden bereikt, uitgedrukt in verkeerskundige indicatoren. Toegankelijkheid van mobiliteit is het principe dat iedereen, met of zonder beperking, zelfstandig en veilig kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer door het gebruik van de openbare ruimte en het openbaar vervoer (Kenniscentrum CROW).
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
Kansen op het spoor Vooral het goede spoornet biedt uitstekende kansen voor Veenendaal. Met drie stations, Veenendaal Centrum, West en De Klomp, is Veenendaal op dit gebied zeer goed bediend. Bovendien kunnen toekomstige ontwikkelingen bij De Meent leiden tot een nieuw treinstation/mobiliteitshub. VeenendaalDe Klomp is van groot strategisch belang voor toekomstige ontwikkelingen. Vooral omdat wordt onderzocht of de lijn Utrecht – Arnhem – Duitsland versterkt kan worden, eventueel door uitbreiding van twee naar vier sporen. Dit maakt de ligging van Veenendaal nog strategischer en de ontwikkeling van het gebied De Klomp met woningen en werkgelegenheid nog interessanter. Door in de komende jaren de ruimtelijke ontwikkelingen rond de ov-stations verder vorm te geven, verhogen we de vervoerswaarde op het spoor en houden we de bereikbaarheid van de stad op een hoog niveau. Zo gaan duurzame mobiliteit en stedelijke ontwikkeling hand in hand.
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 54
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
Afbeelding 1: Integrale aanpak
6.6.3 Strategische keuzes en maatregelen Om de opgaven op het gebied van mobiliteit te kunnen realiseren maakt Veenendaal tot 2040 de volgende keuzes:
FIGUUR 3: INTEGRALE AANPAK BREDE WELVAART EN MOBILITEITSSYSTEEM 13 | Mobiliteitsvisie 2050 - Hoofdlijnennotitie (MOBILITEITSVISIE 2050, HOOFDLIJNENNOTITIE, MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, MAART 2023)
6.6.2 Opgaven voor 2040 • Nul verkeersdoden • Een optimaal bereikbare stad. • Een duurzaam bereikbare stad. • Verminderen van de auto afhankelijkheid.
Algemeen 1. Veenendaal is een belangrijke fietsstad en beschikt over drie treinstations (station Veenendaal De Klomp, Veenendaal-Centrum en Veenendaal-West) met goede regionale aansluitingen. Belangrijk is dat we deze kwaliteiten behouden en in de groeiende stad verder versterken. 2. Vanuit vitaal, duurzaam en veilig stimuleren we het verduurzamen van de mobiliteit (lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit) en faciliteren zero emissievervoer. We zorgen voor inclusieve mobiliteit; iedereen kan meedoen, ongeacht leeftijd, financiële middelen of gezondheid. 3. We zetten in op slimme mobiliteitsoplossingen voor het huidige en toekomstige verkeer. We ontwikkelen een netwerk van mobiliteitshubs om de overstap tussen verschillende vervoersmiddelen gemakkelijker te maken. 4. We richten ons op het verbeteren en de instandhouding van een veilige verkeersinfrastructuur, zodat iedereen zich op een veilige manier door Veenendaal kan bewegen. 5. Om de leefomgeving te verbeteren, zoeken we actief naar creatieve oplossingen voor dubbelgebruik van de ruimte. Denk aan het vergroenen van parkeerplaatsen en het creëren van doorwortelbare ruimte onder verharding. Voetganger en fietser 1. We kiezen voor een veilig en groen lokaal voetgangersnetwerk, waarmee we onze inwoners stimuleren om korte afstanden te wandelen, maar ook om te bewegen of sporten.
Ons stratennetwerk is daarnaast ook toegankelijk en bereikbaar. We maken het hiermee aantrekkelijk om je te voet, per scootmobiel of met de rollator te verplaatsen.
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 55
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
2. We versterken het doorfietsnetwerk in de regio zodat er goede verbindingen ontstaan. Uitbreiding is nodig naar plaatsen als Wageningen, Rhenen, Renswoude, Ederveen, Barneveld en Amersfoort; We versterken het hoofdfietsnetwerk in de stad met name door kwaliteitsverbeteringen, betere doorstroming op kruispunten, verbeteringen op het gebied van verkeersveiligheid en het toevoegen van enkele ontbrekende schakels. We lossen een aantal fietsparkeerknelpunten in het centrum, de stationsgebieden en de sportvelden op door het aanbieden van voldoende, goede en aantrek kelijke stallingsmogelijkheden. Openbaar Vervoer en deelmobiliteit 1. We kiezen ervoor om de stad zo in te richten dat het draagvlak voor een hoogwaardig ov-netwerk voor reizen binnen en buiten Veenendaal wordt ondersteund. 2. Vanuit de Visie Spoorzone en de verstedelijkingsopgave van Foodvalley worden de ov-knooppunten en de stations Veenendaal Centrum en Veenendaal De Klomp verder ontwikkeld. De bus- en fietsroutes van en naar de stations en het centrum worden verbeterd. Een deel van de Kerkewijk en de Prins Bernhardlaan worden autoluw ingericht om meer ruimte te bieden voor het langzaam verkeer en de bus. 3. Voor de mogelijke woningbouw in de Nieuwe Meent wordt ruimte gereserveerd voor een nieuw station aan de spoorlijn Utrecht-Veenendaal-Rhenen. 4. De inzet van deelmobiliteit (o.a.
deelauto’s, deelfietsen en deelbakfietsen) wordt door de gemeente gefaciliteerd en gestimuleerd. 5. We onderzoeken de haalbaarheid van een rechtstreekse verbinding met een flexbus tussen Veenendaal centrum en de Wageningen universiteit.
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
Gemotoriseerd verkeer en logistiek 1. We faciliteren autopendel van binnen naar buiten Veenendaal en visa versa door te sturen op een goede en veilige doorstroming op het hoofdwegennet. Op de A12, de Rondweg-Oost en de Rondweg-West werken we aan voldoende capaciteit. 2. In woonwijken willen wij de ongewenste effecten van het verkeer (luchtkwaliteit, geluidshinder en verkeers onveiligheid) beperken door het doorgaande verkeer te ontmoedigen. We maken een verkeerscirculatieplan waarin maatregelen worden voorgesteld om de verkeersstromen in een gebied te optimaliseren . Dit kan door het aanpassen van wegen, het invoeren van eenrichtingsverkeer, het creëren van meer ruimte voor fietsers of het plaatsen van bijvoorbeeld fysieke barrières. 3. Laadinfrastructuur wordt uitgebreid om de groei van elektrische auto’s te faciliteren en te stimuleren. 4. Om de leefomgeving te verbeteren en structurele parkeer overlast tegen te gaan hanteren we de landelijke methodiek ‘beïnvloeden, benutten, beprijzen en bouwen’: - Beïnvloeden: dit staat voor het beïnvloeden van de parkeervraag. Het stimuleren van alternatieve vervoerswijzen zoals fiets, deelvervoer en ov kan leiden tot een lagere parkeervraag. - Benutten: niet alle parkeervoorzieningen worden op dit moment optimaal benut. We zetten in op maximale benutting. - Beprijzen: parkeerregulering invoeren of uitbreiden is een vorm van beprijzen.
Dit kan helpen de parkeerdruk en -overlast te verlagen of middelen te genereren voor alternatieve parkeervormen (zie bijvoorbeeld Het Ambacht). - Bouwen: het meer geclusterd en meerlaags inrichten van parkeervoorzieningen.
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
Parkeren Het Ambacht In de nieuwe woonwijk Het Ambacht wordt een stedelijke woonwijk gerealiseerd. In deze wijk wordt gewerkt met de gemeentelijke parkeernormen en worden ook alternatieve vervoerswijzen voor de auto gefaciliteerd. Door de ligging van de wijk dichtbij OV en alle voorzieningen is de parkeernorm lager dan in bijvoorbeeld Veenendaal-oost. Om zoveel mogelijk ruimte te bieden voor een groene en klimaatbestendige wijk, is ervoor gekozen om parkeren te clusteren in parkeerhubs en parkeerdekken. Hierbij is een vorm van parkeerregulering cruciaal. Bewoners en bezoekers gaan dan ook betalen voor het parkeren in deze voorzieningen. Om uitwijkgedrag en daarmee extra parkeerdruk voor de huidige bewoners in de omliggende buurten van Het Ambacht te voorkomen wordt een vorm van parkeer regulering ingevoerd. Hiermee ontstaat een totaalconcept waarbij (bij)sturing in de toekomst mogelijk blijft. 5. Parkeren wordt gebiedsgericht aangepakt. Waar nodig wordt parkeerregulering uitgebreid. 6. De gemeente heeft als doel een duurzaam, efficiënt en veilig goederenvervoer binnen de stad te realiseren, met aandacht voor leefbaarheid en economische vitaliteit. Dit wordt bereikt door het verminderen van uitstoot en congestie, het optimaliseren van ruimtegebruik en het bevorderen van innovatie en samenwerking in de logistieke keten. 7.
Vanuit het programma Vitale binnenstad wordt de agenda duurzame stadslogistiek uitgevoerd. De opzet van een zero-emissiezone en logistieke hubs wordt onderzocht. Maatregelen uit het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen worden uitgewerkt. Ook wordt bekeken of de overlast van bezorgdiensten in woonwijken kan worden beperkt. Bovengenoemde keuzes en maatregelen worden nader uitgewerkt in het Omgevingsprogramma Integrale Mobiliteit (OPIM).
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 56
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
6.6.4 Facetkaarten mobiliteit Hoofdweg autoverkeer Capaciteit hoofdweg uitbreiden Doorstroom hoofdweg verbeteren Inprikkers als goede wijkonsluiting op rondweg Belangrijke fietsroute Doorfietsroute Fietsverbinding verbeteren Kans voor realisatie van doorfietsroute Nieuwe route buslijn realiseren Kans voor openbaar vervoer in Veenendaal-Oost Kans voor versterken openbaar vervoer Stationsgebied herinrichten ten behoeve van voetganger- en fietsverkeer Fietsenstalling verbeteren Binnenstad: verbetering voetgangers, uitbreiden van fietsparkeren aan de randen Veiligheid fietsroutes op bedrijventerreinen versterken Aantrekkelijke publieke ruimte voor voetganger realiseren Investeren in voetgangersverbinding Kans voor spoorverdubbeling Station als multimodaal knooppunt realiseren Transformatiegebied Spoorzone: inzetten op verbeterslag verkeersstructuur Zoekgebied voor regionale woningbouw met verschillende vervoersopties als basis Invloedsgebied station Onderzoek doen naar verlagen snelheid Onderzoeken doortrekken rondweg-oost Onderzoek doen naar realisatie van nieuw treinstation
AFBEELDING 15: KAART MOBILITEITSNETWERK EN DAAROP DE KANSEN EN KEUZES (ZIE PARAGRAAF 6.6.3)
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 57
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
Diverse facetkaarten over mobiliteit
Hoofdweg autoverkeer Goede wijkontsluiting realiseren Capaciteit hoofdweg uitbreiden Doorstroom hoofdweg verbeteren
A12
Onderzoek doen naar verlagen snelheid Kans voor verbeteren kruispunt Kans voor realiseren autoluw gebied Onderzoek doen naar nieuwe verbinding Transformatiegebied Spoorzone: inzetten op verbeterslag verkeersstructuur
AFBEELDING 16, FACETKAART AUTO, GEMEENTE VEENENDAAL
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 58
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
Belangrijke fietsroute Doorfietsroute
Renswoude Barneveld
Bestaande fietsroute verbeteren Kans voor realisatie van doorfietsroute Doorstroming en veiligheid kruising verbeteren Veiligheid fietsroutes op bedrijventerreinen versterken Fietsenstalling verbeteren Kans voor herinrichten stationsgebied met verbeterslag van mobiliteitsvoorzieningen
Amersfoort Scherpenzeel Ede
Binnenstad: verbetering voetgangers, uitbreiden van fietsparkeren aan de randen Transformatiegebied Spoorzone
Ede, Wageningen Utrecht
Amerongen
AFBEELDING 17, FACETKAART FIETS, GEMEENTE VEENENDAAL
Rhenen
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 59
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
Bestaande route buslijn Nieuwe route buslijn realiseren Kans voor openbaar vervoer in Veendaal-Oost Kans voor versterken openbaar vervoer Kans voor herinrichten stationsgebied met
Utrecht
verbeterslag van mobiliteitsvoorzieningen Multimodaal ontsloten station Intercity station Station Ede-Wageningen-Arnhem
Utrecht
Onderzoek doen naar realisatie van nieuw treinstation Kans voor spoorverdubbeling Transformatiegebied Spoorzone Invloedsgebied station
AFBEELDING 18, FACETKAART OV (BUS/TREIN), GEMEENTE VEENENDAAL
Doorn
Rhenen
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 60
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
Binnenstad: voetganger staat centraal Ruimte voor voetganger realiseren, beschermen en versterken Economische verbindingsas: realiseren en verbeteren voetganger- en fietspaden Sportterreinen Park en recreatiegebied Gepland buurtcentrum Bestaand buurtcentrum Transformatiegebied Spoorzone
AFBEELDING 19, FACETKAART VOETGANGER, GEMEENTE VEENENDAAL
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 61
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
6.6.5 Onderliggende bronnen en documenten • Koersdocument Omgevingsvisie Veenendaal 2040, gemeente Veenendaal april 2025 • Tussenevaluatie Gemeentelijk verkeer- en vervoersplan 2012-2025, augustus 2018 • Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) 2022-2025 • Bereikbaarheidsagenda 2023-2026, regio Foodvalley, 2022 • NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley Meer landschap meer stad, 2024 • U-Ned Mobiliteitsstrategie 2040, Provincie Utrecht, 2022 • Ov-netwerkperspectief 2025-2035, provincie Utrecht, 2022 • Regionaal toekomstbeeld fiets, provincie Utrecht, 2021 • Onderweg in Nederland (ODiN) 2023, Centraal Bureau voor de Statistiek, 2024 • Mobiliteitsvisie 2050, hoofdlijnennotitie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, maart 2023
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 62
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
6.7 Energietransitie 6.7.1 Visie 2040 De energietransitie vraagt om een grote verbouwing van ons huidige energiesysteem en heeft grote invloed op hoe de bestaande én nieuwe gebouwde omgeving eruitziet. In het oude systeem werd onze elektriciteit ver weg in grote kolen- of gascentrales opgewekt en via een steeds fijnmaziger netwerk van kabels onder de grond naar onze huizen en bedrijven gebracht. In het nieuwe systeem wordt er zoveel mogelijk energie lokaal opgewekt door zonnepanelen op daken, langs wegen en boven parkeerplaatsen. En steeds vaker ook opgeslagen, onder de grond in warmtebuffers of in batterijen op bedrijventerreinen of in woonwijken.
Omdat we elektrificeren moet het elektriciteitsnet vrijwel overal verzwaard worden. We zien dat terug in het straatbeeld in de groei van het aantal transformatorhuisjes (trafo’s) en verdeelkasten. Naar verwachting zijn tot 2050 circa 200 extra trafo’s nodig. Een deel van de stad schakelt over op een warmtenet, waar ruimte gezocht moet worden voor warmtecentrales en ondergrondse leidingen. De ruimtevraag van het energiesysteem is afhankelijk van keuzes die wij als gemeente maken, maar grotendeels ook van externe factoren. Bij nieuwbouw hebben we over het algemeen meer sturingsmogelijkheden dan in de bestaande bouw. Of er in Veenendaal een extra onderstation nodig is, is afhankelijk van hoe het energiesysteem zich ontwikkelt. Als we naar een groter deel individuele elektrische warmtepompen bewegen in combinatie met minder lokale duurzame opwek, kan een extra onderstation na 2040 nodig zijn om de toenemende vraag aan te kunnen. Dat is niet onze inzet: we streven naar een betere verdeling én verlaging van de piekvraag en zetten in op collectieve warmtesystemen en lokale duurzame opwek.
We zetten ook in op energie besparen. Veel woningen worden geïsoleerd. We verstoren daarmee de leefomgeving van beschermde diersoorten. Het is daarom nodig om dit te compenseren en op andere locaties extra groen en alternatieve verblijfplaatsen te creëren. Ook dit is een indirecte ruimtevraag voor de energietransitie. We blijven hierbij focus houden op een integrale duurzame aanpak en zoeken naar creatieve en innovatieve oplossingen. We hebben aandacht voor energie-armoede. Het liefst isoleren we alle huizen biobased, stimuleren we milieuvriendelijke opslag en maken we keuzes hoe we omgaan met groen en bomen bij de ontwikkeling van warmte- en opweksystemen. Om in 2050 een aardgasvrije energievoorziening te hebben in Veenendaal, is het nodig dat er in 2040 al grote stappen zijn gemaakt om te zorgen dat inwoners en bedrijven de overstap naar aardgasvrij kunnen maken. Die aardgasvrije energievoorziening betekent dat er in het algemeen een groter beroep gaat worden gedaan op het elektriciteitsnet. Uitbreiding van het elektriciteitsnet is daarom een randvoorwaarde voor deze overstap.
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 63
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
De gemeente is als regisseur aan zet om kaders voor deze ‘warmtetransitie’ op te stellen. In Veenendaal gaat het hoofdzakelijk om de vraag: waar zijn warmtenetten logisch? En waar passen juist meer individuele oplossingen, zoals warmtepompen? Over het algemeen zijn warmtenetten beter toepasbaar in de centrumgebieden. Hier is de woningdichtheid hoger, zijn de woningen vaak kleiner van binnen en is er een grotere kans op overlast door warmtepompen. Warmtenetten worden bij voorkeur gevoed door bronnen met een lage belasting van het elektriciteitsnet. Hierbij denken we met name aan de inzet van geothermie (aardwarmte) en aqua thermie (warmte uit oppervlaktewater). Ook buffering en opslag van warmte is van belang. Dit vraagt ruimte, zowel bovengronds als ondergronds. Het inpassen van warmte leidingen in de openbare ruimte is daarbij een aandachtspunt. Individuele oplossingen (of kleinschalige warmte-uitwisselingen die buren met elkaar regelen) zijn beter toepasbaar in de nieuwere buitenwijken, met een lage bebouwingsdichtheid. Deze oplossingen zijn geleidelijk door te voeren door bewoners en bedrijven in een buurt, maar vragen wel om tijdige uitbreiding van het elektriciteitsnet. De gemeente ondersteunt maatschappelijke groepen waar mogelijk om de overstap te maken.
Vanwege de omvang van deze operatie, werkt de gemeente de plannen verder uit binnen een Warmte programma, een (verplicht) omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Het energiesysteem neemt steeds meer ruimte in en wordt op steeds meer plekken zichtbaar. De noodzaak om het energienetwerk vanaf de eerste schets bij gebiedsontwikkelingen mee te nemen wordt alleen maar groter. Dat er altijd energie aanwezig is of geleverd kan worden is namelijk geen vanzelfsprekendheid meer. Hierdoor gaan we waar nodig en mogelijk sturend optreden in gebiedsprocessen.
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
Een betere benutting van de elektriciteitsinfrastructuur helpt, naast verzwaring, om knelpunten zoals we die nu zien op het elektriciteitsnet (netcongestie) in de toekomst te voorkomen. Ruimtelijke keuzes beïnvloeden de energievraag van een gebied. Denk aan de locatiekeuze van een energie-intensief bedrijf of het programma van een nieuwbouwontwikkeling. Door energievraag en -aanbod dichtbij elkaar te plannen en door opgewekte energie ‘vast te houden’ in een gebied met behulp van opslag, kan onnodig transport van energie worden voorkomen. Ook kan het slim zijn om verschillende functies in één gebied te hebben, zodat de energievraag verspreid over de dag plaatsvindt en pieken worden voorkomen. Netbewuste nieuwbouw wordt steeds belangrijker en wordt in de toekomst in toenemende mate de norm. Woningen en woongebieden worden zo ontworpen dat er tijdens de pieken minder stroom wordt verbruikt. Keuzes zoals het aanleggen van een WKO-systeem en het verbeteren van de energieefficiëntie van gebouwen moeten aan het begin van het planproces al worden gemaakt. De ontwerpprincipes voor ‘netbewuste’ duurzame nieuwbouwgebieden zijn uitgewerkt in onze handreiking netbewust bouwen. Tenslotte is de energietransitie naast een technische voorál ook een sociale opgave. Communicatie en participatie staan dan ook centraal in onze aanpak, o.a.
door samen met inwoners en ondernemers buurt voor buurt een Buurtuitvoeringsplan (BUP) te maken voor aardgasvrije buurten.
6.7.2 Opgaven voor 2040 • Realiseren van een duurzaam, robuust en rechtvaardig energiesysteem dat de groei en leefbaarheid van Veenendaal ondersteunt. Dat wil zeggen:
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
- Duurzaam: een klimaatneutraal systeem, vrij van CO₂-uitstoot, dat toekomstgericht is en de middelen voor komende generaties behoudt. - Robuust: een decentraal energiesysteem met een mix van flexibele vraag, bronnen, opslag en transport dat zorgt voor voldoende beschikbaarheid en leveringszekerheid. - Rechtvaardig: een energiesysteem waarin kosten en baten eerlijk worden verdeeld en iedereen kan meedoen, ongeacht sociale positie. • Verlagen van de CO2 -uitstoot vanuit mobiliteit en energiegebruik door energie te besparen en meer lokaal duurzaam op te wekken; in 2050 zijn we klimaatneutraal. • Voorbereiden van de overstap van aardgas op alternatieve bronnen van verwarming, onder andere door grootschalig te isoleren. • Ontlasten van het stroomnet op piekmomenten door slim om te gaan met elektriciteitsverbruik. • Op peil houden van de beschikbaarheid en leverings zekerheid van energie voor woningen en bedrijven.
6.7.3 Strategische keuzes en maatregelen Om de opgaven op het gebied van energie te kunnen realiseren maakt Veenendaal tot 2040 de volgende keuzes. We zetten steviger in op energieplanologie 1. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen houden we rekening met de toepassingen voor lokale energieopwekking en -opslag, zoals zonnepanelen op daken of buurtaccu’s en stemmen de benodigde energie-infrastructuur af op de toekomstige energievraag van het gebied. Waar nodig leidt dit tot aanpassingen in het ruimtelijke programma (aantallen, plaatsing van functies etc.).
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 64
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
2. We kijken ook naar de ruimte en de opties die er zijn in de ondergrond voor warmtenetten, WKO en collectieve warmteopslag. De keuzes voor groen en bomen kunnen in wijken waar een collectief warmtesysteem is, anders zijn dan in een wijk waar geen warmtenet ligt. 3. We vullen het omgevingsplan aan met een energie paragraaf. Daarnaast worden daarin waar nodig en waar mogelijk, ruimtelijke eisen opgenomen voor energieopwekking en -opslag, energieprestaties en gebiedsnormen. 4. We sturen op dubbel ruimtegebruik om de ruimtelijke impact te verkleinen, bijvoorbeeld een groen dak met zonnepanelen of inpandige trafo’s. 5. Collectieve warmtesystemen kunnen de belasting van het elektriciteitsnet beperken. Waar deze systemen technisch en economisch haalbaar zijn, geven we ze voorrang in de openbare ruimte. 6. We willen dat nieuwe ontwikkelingen een zo laag mogelijke impact hebben op het elektriciteitsnetwerk. We stimuleren initiatiefnemers om gebouwen en het energiesysteem te ontwerpen volgens de uitgangspunten van onze handreiking netbewuste nieuwbouw. We gaan stapsgewijs over op alternatieven voor aardgas 1. We stimuleren inwoners en bedrijven om energie te besparen en intensiveren tegelijkertijd de handhaving van de wet- en regelgeving die hierover gaat. 2. We willen voor alle buurten in Veenendaal weten wat de beste aardgasvrije oplossing is.
Samen met bewoners en andere belanghebbenden stellen we daarvoor plannen op. Uiterlijk in 2035 hebben we voor ieder huishouden en bedrijf duidelijk wat de beste oplossing is en wat dit voor hen betekent. Het maken van plannen voor buurten en wijken waar kans is op een warmtenet heeft daarbij prioriteit. Dit draagt bij aan vermindering van netcongestie en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
3. In de gebieden waar een warmtekavel wordt aangewezen, mag een bedrijf warmte gaan leveren tegen een vast tarief. Hierin moet een publiek meerderheidsbelang vertegenwoordigd zijn, bij voorkeur door het lokale en publieke warmtebedrijf DEVO. 4. We zetten voor de warmtevoorziening zo veel mogelijk in op netbewuste bronnen, zoals geothermie en aqua thermie, in combinatie met grootschalige bodemopslag (WKO).
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
2. Bij grootschalige en impactvolle hernieuwbare energieopwek streven we naar een evenwichtige eigendoms verdeling (51% lokaal eigendom). Bovenstaande keuzes en maatregelen worden nader uitgewerkt in een omgevingsprogramma voor de energie- en warmtetransitie.
We stimuleren het opwekken en het opslaan van energie 1. We zetten ons maximaal in voor opwek van duurzame energie in stedelijk gebied, zoals zonnepanelen op en aan gebouwen en boven parkeerplaatsen. Samen met het bedrijfsleven zetten we ons in voor een pro-actieve aanpak voor grootschalige opwekking van zonneenergie op bedrijfsdaken. 2. We vinden grote windturbines niet passen in onze stedelijke omgeving. Op en bij bedrijventerreinen willen we waar passend medewerking verlenen aan het plaatsen van kleinere of middelgrote windturbines. 3. Windturbines staan wij niet toe in woonwijken vanwege het lage rendement. In voorkomende gevallen kan een uitzondering worden gemaakt voor een turbine op het dak van een hoog appartementengebouw. We moedigen inwoners en bedrijven aan om een actieve rol te spelen in de energietransitie 1. We willen inwoners en bedrijven zoveel mogelijk de gelegenheid geven om zelf een rol te spelen in de energievoorziening. We moedigen het ontstaan van energiegemeenschappen aan als platform voor het opwekken en delen van energie tussen inwoners, tussen bedrijven of tussen inwoners en bedrijven. We ondersteunen bedrijven bij het ontwikkelen van smart energy hubs.
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 65
1. Inleiding
6.7.4
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
Kaart Energietransitie Bestaande en geplande warmtenetten Bestaande warmtecentrale Bestaand onderstation Bestaand bovengronds hoogspanningstracé Gepland ondergronds hoogspanningstracé Zoekgebied warmtenetten Beoogde route hoofdverbinding warmtenet TEO
Kansen voor thermische energie uit oppervlaktewater Kansen voor opwek van duurzame energie Kansen voor opwek van duurzame energie langs infrastructuur Zoekgebied voor energiehubs
TEO
L
Zoekgebied logistieke laadhub Gebieden met veel corporatiewoningen: kans verduurzaming woningaanbod
TEO TEO
Transformatiegebieden, knooppuntontwikkelingen en uitbreidingsgebieden: zoekgebied voor netbewust bouwen, kansrijk voor collectieve energieopslag en -uitwisseling en ruimte reserveren voor energie-infrastructuur in de openbare ruimte Gebieden voor uitbreiding warmtenetten na 2040
L
AFBEELDING 20, KAART ENERGIETRANSITIE, GEMEENTE VEENENDAAL
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 66
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
6.7.5 Onderliggende bronnen en documenten • Wet collectieve warmte • Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) • Klimaatakkoord (hieruit volgt de opdracht/taak voor gemeenten om regie te voeren in de energietransitie • Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) • PMIEK en Energievisie provincie Utrecht • Regionale Energie Strategie Foodvalley • Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal • Transitievisie Warmte • Soortenmanagementplan (SMP)
Omgevingsvisie Veenendaal 2040 | 67
1. Inleiding
2. Participatie
3. Het DNA van veenendaal
4. Trends en ontwikkelingen
5. Visie Veenendaal 2040
6. Onderliggende thema's
7. Gebiedsprofielen
8. Van visie naar praktijk
6.8 Circulariteit 6.8.1 Visie 2040 Voor de groei en ontwikkeling van Veenendaal hebben we energie, grondstoffen en materialen nodig. In onze huidige, lineaire, economie putten we de aarde uit. We vervuilen de aarde en verstoren ecosystemen en het klimaat door onverantwoord gebruik van grondstoffen en materialen. De bewustwording dat het zo niet kan doorgaan neemt snel toe, evenals het besef dat er oplossingen moeten worden gevonden. Slimme overheden en bedrijven zetten in op een circulaire economie, waarbij gebruikte materialen geen afval zijn maar grondstof.
Wat is circulariteit? Circulariteit betekent dat producten en materialen na gebruik worden ingezet als grondstof voor nieuwe producten of materialen waardoor geen afval meer wordt geproduceerd. Dit wordt ook wel het sluiten van de kringloop genoemd.