CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Visie Bedrijventerreinen 2030 - bijlage

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Visie bedrijventerreinen 203019.488 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het landschap van de Groene Metropool zal dienen om het vestigingsklimaat te versterken. Regionale spreiding Wanneer de woningbehoefte wordt ondergebracht door de capaciteit regionaal te spreiden, wordt ingezet op verdichting van de bestaande kernen en de ontwikkeling van nieuwe kernen. Daarbij is een goede bereikbaarheid van deze kernen en werklocaties van groot belang. Woonmilieus met een lagere dichtheid liggen voor de hand. Wonen in de Groene Metropool betekent in dit geval wonen in of nabij het landschap.

26

Een stip op de horizon Nu het wensbeeld van de regio, de beleidskaders en de huidige situering en stand van de bedrijventerreinen bekend zijn, wordt in deze paragraaf per thema het wensbeeld als stip op de horizon in 2040 geschetst van de bedrijventerreinen in Veenendaal. 6.3.1. Intensiviteit Eén van de belangrijkste aspecten waar Veenendaal mee te kampen heeft en die ook in de beleidsdocumenten worden genoemd is intensiviteit van bebouwing. Het uitgangspunt voor de bedrijventerreinen in 2040 is om zoveel mogelijk gestapelde bebouwing te hebben op de bedrijventerreinen met minimaal 3 bouwlagen exclusief parkeergarages. Om de ruimte goed te benutten voor zowel bedrijvigheid als groen zal ondergronds moeten worden geparkeerd. Arbeidsextensieve bedrijven die veel ruimte in nemen en weinig werkplekken opleveren zullen in buitengebieden gehuisvest worden op nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. Arbeidsintensieve bedrijven met relatief veel werkplekken per vierkante meter zullen op de huidige bedrijventerreinen worden gehuisvest, waarbij het karakter vaak ligt bij kantoorfuncties. 6.3.2 Duurzaamheid Duurzaamheid is een breed begrip en één van de drie pijlers uit de omgevingsvisie. Hieronder wordt niet alleen duurzame bebouwing verstaan, maar ook duurzame bedrijvigheid, duurzame opwekking van energie en een klimaatadaptieve inrichting van de bedrijventerreinen.

Het uitgangspunt is dat in 2050 bedrijven op een circulaire wijze produceren en reststromen worden gebruikt als grondstoffen. De bebouwing op de bedrijventerreinen zal in 2050 energieneutraal zijn, waarbij de panden goed geïsoleerd zijn en geen gebruik meer maken van gas. De bedrijventerreinen zijn in 2040 doorontwikkeld tot groene duurzame bedrijventerreinen. Dit betekent naast duurzame productie en panden dat er ook een groene inrichting is met veel bomen, groenperken en planten. Daarnaast zullen er ook groene wandelroutes zijn waar personeel in de pauze een wandeling kan maken. Omdat de bouwintensiteit hoog zal zijn zullen panden ook deels verticaal groen bevatten en zal waar mogelijk gebruik worden gemaakt van sedumdaken om hittestress en wateroverlast zoveel mogelijk tegen te gaan. 6.3.3 Mobiliteit en bereikbaarheid Op het gebied van mobiliteit is het doel om in 2050 zero emissie mobiliteit te hebben. De Rijksoverheid heeft hiervoor vastgesteld dat vanaf 2030 enkel nieuwe electrische auto's mogen worden verkocht. Vanaf dat moment zal de hoeveelheid elektrische auto's enorm toe gaan nemen. Hierdoor wordt de brandstofauto steeds verder uitgefaseerd. Daarvoor is de aanwezigheid van goede laadinfrastructuur bij de bedrijfspanden zo mogelijk gecombineerd met solarcarports van groot belang.

We verwachten dat groene waterstof verder ontwikkeld wordt en een bijdrage levert aan de verduurzaming van zware voertuigen. Deze kunnen tanken bij een waterstoftankstation in Veenendaal. Het is hierbij belangrijk dat er mobiliteitsnetwerken en hubs ontstaan die onderling goed met elkaar verbonden zijn. Lokaal en regionaal moeten (snel)fietspaden ervoor zorgen dat personeel en bewoners zich zeer gemakkelijk en veilig op de fiets kunnen verplaatsen. Vanuit de stations zullen, naast (snel)fietspaden, ook snelle en goede OV-verbindingen richting de bedrijventerreinen gerealiseerd zijn. De gebieden rondom de stations en de bedrijventerreinen zijn goed ontsloten. In regioverband wordt gezocht naar een parkeerterrein voor het (lang)parkeren van vrachtwagens. Deze aspecten worden nader uitgewerkt in het Omgevingsprogramma Integrale Mobiliteit.

27

6.3.4 Ontwikkelingen autobranche en brancheverbreding Zoals eerder in dit document vermeld is een ontwikkeling gaande in de autobranche. De huidige autoboulevard aan de Compagnie-Oost zou hierdoor een andere invulling kunnen gaan krijgen. Dit zou een gelegenheid kunnen bieden om dit bedrijventerrein te intensiveren (zie onder 6.3.1). Gelet op de ambities van Veenendaal en de ontwikkelingen in de markt waarbij duidelijk behoefte is aan kwalitatief hoogwaardige kantoorlocaties, kan dit terrein meer worden getransformeerd naar een kantorenpark. De zichtlocatie langs de A12, het nabijgelegen station Veenendaal-De Klomp en de uitbreiding van de ICT-Techcampus op dit bedrijventerrein dragen bij aan de potentie van transformatie van dit terrein naar een kantorenpark. Naast deze ontwikkeling heeft de gemeenteraad in zijn raadsvergadering van 10 mei 2021 een tweetal moties aangenomen waarin wordt gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken naar de effecten van brancheverbreding van de bestemmingen voor detailhandel op dit bedrijventerreinen. Gevraagd is te onderzoeken of een duurzame mobiliteitsboulevard gerealiseerd kan worden. In de volgende paragraaf wordt hierop ingegaan. 6.3.5 Duurzame mobiliteitsboulevard Door de eerder uitgevoerde quickscan van Bureau Stedelijke Planning is gefocust op brancheverruiming van een detailhandelsbestemming met tweewielerzaken.

Uit dit onderzoek bleek dat tweewielerspeciaalzaken op een bedrijventerrein niet past binnen het bestaande provinciale, regionale en lokaal beleid. Uit het vervolgonderzoek door bureau RHO blijkt dat het juridisch wel mogelijk is om een mobiliteitsboulevard gestalte te geven. Een specifieke vorm van detailhandel in fietsen en LEV's kan onder voorwaarde worden ingevoegd in het bestemmingsplan binnen de andere functies dan alleen bedrijven die zijn opgesomd in het huidige bestemmingsplan. Onder voorwaarde wordt verstaan een duidelijke omschrijving van wat onder mobiliteit wordt verstaan en een afgebakend gebied. Voorkeur bestaat om dit afgebakende gebied te concentreren op het bedrijventerrein De Compagnie-Oost waar nu de autoboulevard gerealiseerd is. Hiervoor moet het bestaande bestemmingsplan Noorderwerk worden gewijzigd. 6.3.6 Focus op campusontwikkeling Met het uitgangspunt van arbeidsintensieve bedrijvigheid zal sterk gefocust moeten worden op bedrijven die hier onder vallen. Voor Veenendaal betekent dit automatisch dat de focus op ICT-en techondernemingen (gerelateerd aan de food-sector) een belangrijke pijler is. De campusontwikkeling die in de verstedelijkingsstrategie wordt genoemd sluit hier goed bij aan. Het uitgangspunt is om in 2040 een cluster van ICT- en techbedrijven te hebben die nauw samenwerken met het onderwijs vanuit een ICT-Tech campus.

Dit zorgt voor een milieu waarin startups en spinoffs ontstaan die zich in Veenendaal vestigen bij voorkeur rondom stationsgebieden Veenendaal-de Klomp, waar in 2040 naast onderwijslocaties ook hoogwaardige kennisintensieve werklocaties worden ontwikkeld. 6.3.7 Voorzieningen De bedrijventerreinen zijn in 2040 niet alleen plekken om te werken maar vooral ook plekken om te ontmoeten. Dit betekent dat er naast de groene omgeving er voldoende voorzieningen zijn in zowel de openbare ruimte om te kunnen verblijven, wandelen en overleggen. Medewerkers en gasten hebben de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten in een groene en veilige omgeving waarbij een broodje gegeten kan worden, kinderen bij een kinderdagverblijf ondergebracht kunnen worden en langs een wandelroute op een bankje overlegd kan worden.

28

6.3.8 Ruimte Om zowel de groei van bestaande als nieuwe ondernemingen op te kunnen vangen is naast de intensiveringsslag ook meer ruimte nodig. Om aan de ambities van de Verstedelijkingsstrategie te voldoen, waarbij voor iedere woning een arbeidsplaats is gepland, zullen de bedrijventerreinen in 2040 uitgebreid moeten zijn met circa 46 hectare volgens de notitie Ruimte voor banen van de BOV (bijlage 4). Omdat Veenendaal vrijwel tot aan de grenzen zit betekent dit dat de behoefte aan extra werklocaties in 2040 regionaal moet zijn opgelost en er een binnen de regio de ruimte is om de economie draaiend te blijven houden. In het regionale uitgiftebeleid voor nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen zal voor Veenendaal het gebied rondom Veenendaal als Rhenen, Renswoude en Ede belangrijk zijn. Grotere extensieve bedrijvigheid als transport zal naar verwachting rondom Barneveld landen. 6.3.9 Haalbaarheid In deze paragraaf 6.3 wordt een toekomstig beeld geschetst van de bedrijventerreinen en haar gebruikers in 2040. Hoewel we realistisch moeten zijn en ons moeten beseffen dat dit waarschijnlijk niet allemaal werkelijkheid wordt, is het wel een goed uitgangspunt om naar toe te werken.

Het denkbeeld is gebaseerd op de Verstedelijkingsstrategie, de verschillende beleidsdocumenten plus het beleidskader wat daaruit voortkomt en geeft richting voor de toekomstige inrichting en functioneren van de bedrijventerreinen in Veenendaal. In het volgende hoofdstuk wordt middels concrete actiepunten een start gemaakt aan het werken richting het wensbeeld in 2040.

29

7

AMBITIES EN ACTIEPUNTEN

Inleiding In het eerste hoofdstuk is vermeld dat dit visiedocument een programmatisch karakter kent. In de vorige hoofdstukken zijn de beleidskaders, de huidige stand van de bedrijventerreinen, de uitkomsten uit de brainstormsessies en de enquête uitgelicht. Waar in het vorige hoofdstuk de stip op de horizon is geschetst worden in dit hoofdstuk de uitkomsten puntsgewijs gecategoriseerd onder de ambities uit de omgevingsvisie van Veenendaal, waarbij een praktische vertaalslag wordt gemaakt in concrete actiepunten per ambitie. Bij de vertaling van de uitkomsten naar actiepunten wordt rekening gehouden met het beleidskader, de verschillende beleidsdocumenten en de wensen van het bedrijfsleven. Daarbij blijft de omgevingsvisie met haar drie pijlers Gezond, Duurzaam en Veilig de belangrijkste leidraad in deze visie. De actiepunten dienen als startpunt van de af te leggen koers richting de stip op de horizon in 2040 waarbij we gezamenlijk werken aan een Gezond, Duurzaam en Veilig Veenendaal, ook op de bedrijventerreinen. Ambities en actiepunten De beperkt beschikbare ruimte en de wens om voor iedere woning een arbeidsplaats te hebben vraagt om behoud en uitbreiding van werklocaties. Dit betekent actief inzetten op arbeids- en kennisintensieve bedrijvigheid en (regionaal) Ambitie 1: zoeken naar uitbreidingsruimte voor bedrijventerreinen.

Uitgangspunt is bestaande Handhaven bedrijfsleven zo optimaal mogelijk bedienen en ruimte bieden voor bedrijvigheid en uitbreidingsmogelijkheden op eigen terrein (intensivering/herstructurering). stimuleren Voorkeur voor arbeidsintensieve en innovatieve ondernemingen die duurzaam arbeidsintensieve produceren. bedrijven ICT-bedrijven zijn bij uitstek arbeidsintensieve bedrijven. Door inzet hierop te continueren wordt het thematische cluster van ICT-bedrijven in Veenendaal nog verder versterkt. Belangrijk dat een ICT-Techcampus wordt ontwikkeld. 1. Zet in op behoud van de bestaande bedrijventerreinen en uitbreidingsruimte van minimaal 20 ha (zie voor onderbouwing bijlagen 4 en 5). 2. Opstellen van een prioriteitenlijst van bedrijfssectoren (SBI-codes) met hoge arbeidsintensiteit om te kunnen sturen in te verplaatsen en nieuw te vestigen bedrijven passend bij het profiel van Veenendaal. Actiepunten

3. Locaties van extensieve bedrijven in kaart brengen en mogelijkheden onderzoeken tot transformatie naar arbeids- en kennisintensieve bedrijvigheid. 4. Faciliteren en stimuleren van (her)ontwikkelen gedateerde en strategische locaties, samen met Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU). 5. Opstellen van een herhuisvestingsplan voor bedrijven van het Ambacht. 6. Via programma ICT-campus voortborduren op acquisitie van ICTbedrijven die gehuisvest worden in bestaande kantoorgebouwen (voorkeur langs de A12, The Wave) en voor de Techcampus HSO. 7. Per bedrijventerrein onderzoeken welke toekomstige profilering wenselijk is plus de gevolgen hiervan voor de bedrijventerreinen.

30

Creëren van gemiddeld minimaal 8% ruimtewinst door intensivering en herstructurering. Dit kan door uitbreidingsvraag (deels) op eigen kavel in te vullen, door te intensiveren en/of dat ruimte binnen de contouren vrijkomt door Ambitie 2 herstructurering. Optimaal Bij intensivering kun je denken aan verruiming bouwvlak (zowel verruiming ruimtegebruik grondoppervlak als hoger bouwen toestaan). Aandacht houden voor voldoende door intensivering parkeerplaatsen om de druk op de openbare wegen niet te verhogen en aandacht en blijven houden aan de stedenbouwkundige randvoorwaarden. herstructurering Bij herstructurering kun je denken aan groot onderhoud/revitalisering, herontwikkeling, herprofilering en transformatie. Hiervoor is van essentieel belang dat elders schuifruimte is. 1. Gezamenlijk met de provincie Utrecht onderzoek doen naar haalbaarheid intensivering op de twee aangewezen pilot gebieden. Actiepunten

2. Faciliteren en stimuleren van herontwikkeling van bestaande bedrijfspanden en kantoren. 3. Werk actief samen met vastgoedeigenaren aan opsplitsing van grote kantoorpanden in kleinere units en maak een kansenkaart hiervoor. 4. Onderzoek de parkeerdruk en maak een parkeerplan en combineer dit met het stimuleren van fietsen en OV 5. Onderzoek welke bedrijven op de Nijverkamp daadwerkelijk categorie 5 nodig hebben en hoe we slim om kunnen gaan met ruimte. Hierbij rekening houdend met de ontwikkeling van circulaire economie in relatie tot een zware milieucategorie. 6. Werk aan plan om op geschikte locaties hogere bouwwerken mogelijk te maken. 7. Opstellen met de regiogemeenten van een regionaal uitgiftebeleid voor nieuw uit te geven bedrijventerreinen.

31

Ambitie 3 Stimuleren duurzame en circulaire bedrijvigheid

Ruimte creëren voor meer groen en water om de hittestress en wateroverlast tegen te gaan en een gezonde, groene werkomgeving te creëren. Inzetten op functiemenging. Dit betekent optimale benutting van bedrijfsdaken door zonnepanelen en/of groene daken, optimalisatie van gebruik particuliere parkeerterreinen en bedrijven stimuleren om laadinfrastructuur op eigen terrein te realiseren. Stimulering van het gebruik van fietsen en het OV (door werkgevers). Inzetten op verduurzaming kantoren aan minimaal label-c (per 1 januari 2023 verplicht). Ook wordt door programma energieneutraal ingezet op aardgasvrij maken van Veenendaal. Voortzetting deelname programma Living Lab Regio Foodvalley, waarin wordt gewerkt aan circulariteit. 1. Opstellen plan tegen hittestress en wateroverlast voor zowel de particuliere bedrijfspercelen (bv parkeerplaatsen vergroenen, wateropvang daken) als voor het openbaar gebied (bv ruimte voor meer bomen). 2. Functiemening door (ondersteuning van) project zonnepanelen op daken voortzetten en onderzoek naar mogelijkheden voor uitwisseling van gemeenschappelijk gebruik van elkaars parkeerterrein en overkappen parkeerterrein met zonnepanelen 3. Verbeteren en aantrekkelijker maken van fietsroutes vanaf de stations richting de bedrijventerreinen incl. snelfietsverbindingen en faciliteiten en stimulans door ondernemers voor personeel op de fiets. 4.

Opstellen Omgevingsprogramma Integrale Mobiliteit. Thema's van belang voor bedrijventerreinen zijn onder andere bereikbaarheid, aanleg (snel)fietspaden, logistiek, vrachtwagenparkeren en hubs. 5. Onderzoek functioneren en verbeteren van OV-aansluitingen.

Actiepunten

6. Terugdringing van aardgas vanuit programma energieneutraal voortzetten door middel van het opstellen van een Uitvoeringsplan op Wijkniveau voor één van de bedrijventerreinen. 7. Onderzoek locatie voor het aanleggen van waterstoftank(station) en eventuele subsidiemogelijkheden. 8. Onderzoek naar de mogelijkheden voor waterstofproductie en realiseren van aanverwante bedrijvigheid op Nijverkamp. 9. Overleg met kantooreigenaren over energiezuinige kantoren (minimaal label c, streven naar label a). 10. Praktische ondersteuning aan ondernemers over toepassing circulariteit. Voorzetting deelname programma Living Lab Regio Foodvalley. 11. Bestemmingsplan Noorderwerk wijzigen voor het gebied rondom de autoboulevard en deze te verbreden naar een mobiliteitsboulevard.

Uitvoering De ambities en actiepunten zijn hierboven beschreven. Om de verantwoordelijkheden en het eigenaarschap te verduidelijken zijn de actiepunten per stakeholder verdeeld. Bij een aantal actiepunten is sprake van gedeelde verantwoordelijkheid en is samenwerking tussen partijen een vereiste. Daarnaast zijn er diverse acties waarbij de verantwoordelijkheid/eigenaarschap ligt binnen de gemeenten bij de verschillende afdelingen. Dit is per actiepunt aangegeven. Team economie zal de voortgang met deze afdelingen regelmatig bespreken.

32

Gemeente Veenendaal - Verantwoordelijk voor de inzet op behoud van de bestaande bedrijventerreinen en uitbreidingsruimte. - Opstellen van een prioriteitenlijst van bedrijfssectoren (SBI-codes) met hoge arbeidsintensiteit. - Locaties extensieve bedrijven in kaart brengen/ontwikkeling van een kansenkaart. - Onderzoek herprofilering bedrijventerreinen plus de gevolgen hiervan. - Opstellen plan tegen hittestress. - Opstellen van een plan tegen wateroverlast. - Onderzoek naar de parkeerdruk op de bedrijventerreinen. - Onderzoek naar de voor- en nadelen en haalbaarheid van een centraal parkeerterrein. - Aantrekkelijk maken fietsroutes vanaf stations richting de bedrijventerreinen. - Terugdringing en afkoppeling van het aardgas. - Locatieonderzoek naar de aanleg waterstoftank(station). - Onderzoek naar mogelijkheden waterstofproductie Nijverkamp - Praktische ondersteuning circulariteit en voortzetting deelname programma Living Lab Regio FV. - Bestemmingsplan Noorderwerk aanpassen om bedrijfsactiviteiten te verbreden met een mobiliteitsboulevard, in een deel van het gebied De Compagnie-Oost Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal (BOV) - Inzet op maximale ondersteuning van innovatieve ondernemers. - In samenwerking met vastgoedeigenaren zorgdragen voor het opsplitsen van grote kantoorpanden naar flexibelere, kleinere kantoorruimten.

- In samenwerking met vastgoedeigenaren onderzoek naar uitwisseling in het gebruik van de parkeerterreinen. - Onderzoek doen onder de ondernemers naar het gebruik (door personeel) en behoefte van de OV-aansluitingen. - Verdere inzet op functiemenging: project zonnepanelen/ aanleggen private laadinfra - In samenwerking met het bedrijfsleven een groenplan opstellen om parkeerterreinen en panden (verticaal) te vergroenen. Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) - Faciliteren en stimuleren herontwikkeling gedateerde en strategische locaties. - Onderzoek intensivering op de bedrijventerreinen De Faktorij en De Compagnie-Oost. - Herontwikkeling van bestaande bedrijfspanden en kantoren. Flexibiliteit in beleid en evaluatie We willen dat onze Visie Bedrijventerreinen actueel blijft en dat ze voldoet aan de wensen van de samenleving en onze ondernemers. Ook willen wij dat ze meebeweegt met de maatschappelijke veranderingen en wenselijke opgaven. Het zorgen voor een flexibele en adaptieve aanpak is van belang om te kunnen inspelen op nieuwe kansen en ontwikkelingen. Twee jaar na vaststelling van de Visie Bedrijventerreinen zullen wij rapporteren over de uitvoering en de monitoring. Wanneer er sprake is van ontwikkelingen die vragen om tussentijdse bijsturing, dan zal dit aan de raad worden voorgelegd.

Bijvoorbeeld indien blijkt dat actiepunten uit de visie in de uitvoering niet of onvoldoende werken of indien we doelstellingen onvoldoende hebben belicht.

33

8

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Inleiding Het is duidelijk dat zowel het bedrijfsleven als de gemeente ambitieus is en grootse plannen heeft om Veenendaal aantrekkelijk te houden. Zowel de verschillende ambities op het gebied van verduurzaming, klimaatadaptatie en circulariteit als de groei van het bedrijfsleven vragen om ruimte. De daarbij komende opgave vanuit de provincie Utrecht voor de opvang van woningen en hierbij behorende arbeidsplaatsen leggen hier nog een grotere druk op. Het is de uitdaging om de ambities en ruimtebehoeften te vertalen in concrete acties en plannen. Dit is gebeurd in het vorige hoofdstuk. In dit afsluitende hoofdstuk wordt een drietal conclusies getrokken op basis van de belangrijkste thema’s uit deze visie en een advies gegeven over de verdere ontwikkeling van de bedrijventerreinen. Conclusies en adviezen 8.2.1 Profilering en nieuwe bedrijventerreinen Het is geen open deur als wordt gezegd dat inzet op behoud van bestaande bedrijven én uitbreiding van nieuwe bedrijventerreinen het belangrijkste onderwerp is voor de gemeente Veenendaal als het gaat over de bedrijventerreinen. Veenendaal is tot aan haar grenzen volgebouwd en de vraag naar bedrijventerreinen is vele malen hoger dan het bestaande aanbod.

De vraag is niet alleen uitbreidingsvraag maar ook vervangingsvraag door transformatie en door verplaatsing, bovenregionale vraag en ruimtevraag/vervangingsvraag door Next Economy-doelstellingen. In de concepten RP provincie Utrecht en het RPW regio Foodvalley wordt onderbouwd dat er grote behoefte is aan bedrijfsgronden in zowel Veenendaal (43 ha tot 2030) als in de gehele regio Foodvalley (ong 250 ha). Uit de gehouden enquête onder het bedrijfsleven wordt dit nog eens extra bevestigd door een ruimtebehoefte binnen nu en vijf jaar van ongeveer 20 ha en op de langere termijn tot 2040 minimaal 46 ha. Eenzelfde boodschap wordt door de BOV genoemd en onderbouwd in de notitie Ruimte voor banen in Veenendaal in bijlage 4 en de gemeentelijke notitie Ruimtebehoefte in bijlage 5. Hierin wordt geprognotiseerd dat er ruimtebehoefte is aan circa 46 hectare extra bedrijventerreinen in 2040 voor alleen Veenendaal. Daarnaast is voor transformatie van inbreidingslocaties naar woningbouw of voor gebiedsherontwikkeling schuifruimte nodig om de bestaande bedrijven te kunnen huisvesten. Als er geen schuifruimte is, dan heeft dit tot gevolg dat de markt ‘op slot’ zit en de gewenste ontwikkelingen niet plaatsvinden.

Gelet op de ambities om arbeidsintensievere bedrijven te huisvesten in onze gemeente moet worden onderzocht welke bedrijventerreinen het meest geschikt zijn voor gebiedsontwikkeling of transformatie. Dit betekent ook wellicht een herprofilering van de bedrijventerreinen gelet op de veranderende maatschappij en allerlei ontwikkelingen in de verschillende bedrijfsbranches. Dit behoeft grondig onderzoek waarbij actief gewerkt moet worden aan een regionaal uitgiftebeleid voor nieuw uit te ontwikkelen bedrijventerreinen in Regio Foodvalley.

Conclusie 1: Er is op zeer korte termijn behoefte aan minimaal 20 ha extra bedrijventerrein om bestaande bedrijven te behouden. Advies 1: Zet maximaal in op uitbreiding van grondgebied voor Veenendaal en zoek naar mogelijkheden binnen de gemeentegrenzen 34

Conclusie 2: Door ontwikkelingen van bedrijfsbranches en vanwege veranderende ambities om meer arbeidsintensieve bedrijven aan te trekken zijn andersoortige bedrijventerreinen gewenst. Advies 1: Onderzoek de herprofileringen van de verschillende bedrijventerreinen. 8.2.2 Intensivering In het Kader voor Regionale Programmering wonen en werken van provincie Utrecht is een intensiveringslag benoemd van ongeveer 9 tot 13 ha. In het RP (de regionale uitwerking van het Kader) zijn voor Veenendaal de bedrijventerreinen Faktorij en De Compagnie-Oost aangewezen als de twee pilotterreinen voor een verkenning van deze ambitie voor intensivering van het ruimtegebruik. Het is belangrijk te beseffen dat deze intensiveringslag met onzekerheden is omgeven en gebonden is aan randvoorwaarden van financiering, kwalitatieve ambities en schuifruimte. Een tweede aandachtspunt is om er van bewust te zijn dat intensivering geleidelijk kan plaatsvinden. Door de provincie is toegezegd dat zij ondersteuning bieden door middel van overdracht van kennis, advisering en middelen. De OMU zal samen met de provincie Utrecht de gemeente hierbij ondersteunen.

Conclusie 3: De gemeente heeft van de provincie Utrecht opdracht gekregen haar beschikbare ruimte intensiever te bebouwen en te gebruiken. Voor de uitvoering van deze taak zijn kennis en middelen nodig. Advies 3: Samen met de provincie Utrecht en Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht een intensiveringsplan maken. 8.2.3 Verduurzaming De bedrijventerreinen moeten worden vergroend, klimaatadaptief worden gemaakt, meer circulair en een gezondere omgeving worden. Hiervoor kan grotendeels een beroep worden gedaan op de kavels in particuliere handen. Denk hierbij aan het vergroenen van parkeerplaatsen en/of daken, zonnepanelen op dakoppervlakken en uitwisseling van ‘restenergie’. Dit draagt dan bij aan het voorkomen van wateroverlast en hittestress, versterkt de biodiversiteit en maakt van bedrijventerreinen een comfortabelere werkomgeving. Hiervoor is de gemeente afhankelijk van de bereidwilligheid van de vastgoedeigenaren. Een eerste aanzet is hieraan al gegeven door een aanvraag in te dienen voor het Nationaal Groeifonds voor het programma Groene, Gezonde en klimaatbestendige bedrijventerreinen. Hoewel Veenendaal niet binnen de selectie van de 10 gemeenten is gevallen staat Veenendaal nog altijd op de longlist.

Conclusie 4: De gemeente en ondernemers hebben gezamenlijk de verantwoordelijkheid om te werken aan een energieneutraal Veenendaal en een groene werkomgeving. Advies 4: Maak een plan met ondernemers voor groene bedrijventerrein

35

en leg de link met het programma Energieneutraal Veenendaal. 8.2.4 Gebied aanwijzen voor een duurzame mobiliteitsboulevard In Veenendaal willen we toe naar een duurzame, gezonde en goed functionerende mobiliteit. Dit vraagt om een mobiliteitstransitie, waarin we moeten inzetten op steeds minder gebruik van fossiele brandstoffen. Bestaande en nieuwe vormen van duurzame en lichte mobiliteit zijn volop in ontwikkeling. Omdat deze ontwikkelingen passen in de strategische doelen van een duurzame, gezonde en goed functionerende mobiliteit willen wij het aanbod van deze snel ontwikkelende mobiliteitsoplossingen stimuleren. Uit onderzoek blijkt dat er mogelijkheden zijn om een duurzame mobiliteitsboulevard te creëren. Geadviseerd wordt deze ontwikkeling mogelijk te maken in het bestemmingsplan Noorderwerk.

Conclusie 5: Uit onderzoek van RHO blijkt dat er mogelijkheden zijn om een gebied aan te wijzen voor een duurzame mobiliteitsboulevard. Advies 5: Op het bedrijventerrein De Compagnie-Oost een gebied aan te wijzen voor het mogelijk maken van een duurzame mobiliteitsboulevard. Een ondernemer kan desgewenst een aanvraag indienen om de aanpassing te verwerken in het bestemmingsplan Noorderwerk.

36

9

BIJLAGEN

Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Separaat:

Situering bedrijventerreinen Veenendaal Verslag brainstormsessie Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal Uitgewerkte samenvatting enquête Notitie Ruimte voor banen Volledige resultaten enquête Hittestresskaarten Verslag bespreking overleg duurzame mobiliteitsboulevard Rapport “Onderzoek Duurzame Mobiliteitsboulevard Veenendaal”

37

Bijlage 1 Situering bedrijventerreinen Veenendaal

Nijverkamp Ambacht Faktorij/de Vendel De Compagnie-Oost De Compagnie De Batterijen

38

Bijlage 2 Besprekingsverslag Afdeling Datum Onderwerp

Samensteller verslag Kopie naar Aanwezig

Economie en Werk 1 december 2020 Brainstormsessie over Visie Bedrijventerreinen Veenendaal Gerda van de Pol-Tettelaar aanwezigen en Danny Liemburg Sijmen van Dommelen, Gerard Heuvelman, René van Holsteijn, Casper Kok, Gerda van de Pol, Gerrit Valkenburg, Peter Visser.

Omschrijving Inleiding Allereerst wordt kort een overzicht gegeven van de lopende visies op provinciaal, regionaal en lokaal niveau. Vervolgens is per bedrijventerrein de huidige stand van zaken in beeld gebracht. Samen met de BOV en Ontwikkelingsmaatschappij OMU is het doel van deze bijeenkomst om inzicht te krijgen naar welk toekomstbeeld wij willen gaan op de verschillende bedrijventerreinen met het oog op de komende ontwikkelingen zoals benoemd in de verschillende beleidsvisies. De OMU sluit aan omdat zij wellicht iets kunnen betekenen op het gebied van optimaal ruimtegebruik.

Actie

Op dit moment staat er een enquête uit onder het bedrijfsleven over diverse thema’s. De Coöperatieve Verenigingen zullen geraadpleegd worden op basis van de uitkomsten van de enquête en deze brainstorm. Hieronder per bedrijventerrein de stand van zaken en de uitkomsten uit de sessie. Ambacht/Nijverkamp: Voor het Ambacht ligt er een transformatieopdracht van werken naar wonen. Aandacht wordt gevraagd om te zorgen dat er ook uitbreiding komt van bedrijventerreinen. De indruk bestaat dat de aandacht zowel provinciaal als lokaal teveel ligt op wonen. Voor de Nijverkamp worden de volgende aandachtspunten benoemd: 1. Aandacht houden voor industrie. Dit is het enige terrein met een hoge milieucategorie. 2. Langs de oostelijke rondweg vanaf rotonde De Smalle Zijde met de vastgoedeigenaren in gesprek om deze te upgraden en hier meer de hoogte in te gaan. Via cluster oppakken. 3. Op de Wageningselaan de hoogspanningskabel ondergronds brengen zodat ook hier de hoogte in kan worden gebouwd. 4. Onderzoeken hoe meer ingezet kan worden op arbeidsintensieve bedrijven. Kan je als gemeente hierop sturen? 5. Intensiveren waar mogelijk is. Is dit beleidsmatig vast te leggen? 6. Her en der woon-werkpercelen. De bedrijfshallen zijn veelal zeer gedateerd. Voorkeur is om alle woningen te laten verdwijnen. 7.

Collectief gebiedsontwikkeling voor wat betreft integraal warmtenet wordt een ingewikkelde klus. Er moet meer gekeken worden over individuele aanpakken. 8. Bedrijventerrein moet aantrekkelijker worden voor medewerkers door bijvoorbeeld kinderopvang, sportscholen, daghoreca, wandelpaden etc.

39

9. Aanpak van hittestress kan pas bij herontwikkeling. Bijvoorbeeld aanleg van nieuwe parkeerplaatsen of nieuwe fietspaden. Wel wordt onderkend dat een hoop bedrijfspanden vergroend zouden kunnen worden. Er is veel achterstallig onderhoud. Er is financiering nodig en alternatieve locatie voor herontwikkeling. OMU kan hier iets in betekenen. De OMU heeft een leefstands/herstructureringskaart van alle bedrijventerreinen in Utrecht. Op basis van die kaart kan een aantal plekken worden aangewezen om verder te onderzoeken. Faktorij/De Vendel Een ieder is van mening dat buiten de honinggraat panden en het Ibis-hotel het een goed bedrijventerrein is. Tien jaar geleden is wel eens gesproken om hier een techcampus te ontwikkelen maar niet van de grond gekomen. Dat wordt als een gemiste kans gezien, omdat daar prachtige internationale bedrijven zitten. Gekeken moet worden wat nodig zou zijn zodat deze terreinen over 20 jaar veel arbeidsintensiever zijn. Bv bekijken in welke SBI-codes de toekomst zit van de arbeidsmarkt. Intensivering gaat niet alleen om kantoren maar ook op productie-/technische bedrijven. De Compagnie Dit bedrijventerrein heeft afgelopen jaren al een revitalisering ondergaan. Ook enkele nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwbouw Mitutoyo en naastgelegen nieuwbouw van Bruil. Verdere aandachtspunten: 1. Ondernemers aanspreken op onderhoud van hun panden, bv likje verf. 2.

Hogere bouwhoogte mogelijk maken en dit communiceren. 3. Zorgen voor voldoende parkeerplaatsen. Dit blijft daar een probleem. Uitwisseling van elkaars terreinen lukt niet vanwege inrichting percelen (veelal afgesloten met een hek). 4. Is er geen mobiliteitshub te creëren? Misschien combineren met de woonwijk Gelderse Blom? 5. Mooi zou zijn de Stationsstraat weer te verbinden. 6. Om hittestress tegen te gaan zou je kunnen werken met laaghangend fruit door parkeerplaatsen groen te maken. Hier wil de BOV graag een bijdrage aan leveren. De Compagnie-Oost Kracht van dit terrein is nog altijd de clustering van automobiliteit. Verdere aandachtspunten: 1. Zorg dat HSO zoveel mogelijk wordt ondersteund in zijn toekomstplannen. 2. Houdt de trend van autobedrijven in de gaten. Dealerbedrijven worden meer mobiliteitscentra. Clustering van één soortige bedrijven is nog altijd een goede ontwikkeling. 3. Groot probleem is hier wel het vele parkeren op de openbare weg. 4. Groot leisurebedrijf had nooit op een bedrijventerrein mogen worden toegelaten. Veel parkeeroverlast. De Batterijen

40

Dit bedrijventerrein is een goed doordacht bedrijventerrein met uitzondering van DPD. Hier had nooit een logistiek bedrijf zich mogen vestigen volgens het bedrijfsleven. Ingrijpende veranderingen zijn hier niet aan de orde. Aan de OMU wordt gevraagd welke bijdrage zij kan leveren voor verplaatsing hoogspanningskabel op de Wageningselaan en voor verplaatsing bedrijven of opknappen van oude bedrijfspanden. Hier is financiering voor nodig maar ook alternatieve locaties. De OMU heeft een leegstands/herstructureringskaart van alle bedrijventerreinen. Op basis van die kaart kan een aantal plekken worden aangewezen wat potentie biedt om hiermee aan de slag te gaan. Afhankelijk van de uitkomsten van deze visie wordt dit besproken. Tenslotte wordt gevraagd of er eerst een terugkoppeling kan worden gegeven van het uitgewerkte concept voordat deze wordt besproken met de CV’s. Dit wordt toegezegd. De eerste bevindingen op basis van dit overleg en de enquete zullen worden uitgewerkt en met het bestuur BOV worden besproken voordat het met de CV’s besproken wordt.

41

Bijlage 3 Samenvatting uitkomsten enquête Opzet De vragenlijst is uitgezet onder circa 1.300 bedrijven gevestigd op de vijf bedrijventerreinen van Veenendaal. Hierop is een respons gekomen van 110 ingevulde vragenlijsten. Dit is een response van 8.5% wat over het algemeen als representatief wordt beschouwd bij een grootte van deze onderzoeksgroep. Respondenten maakten kans op één van de 10 verlootten lokale tegoedbonnen te besteden in het centrum van Veenendaal. Algemene uitkomsten De meeste respons kwam van ondernemers van Faktorij/ De Vendel met 31 reacties, gevolgd door de Nijverkamp met 29 reacties. Opvallend was het relatief lage aantal reacties van ondernemers gevestigd op Het Ambacht. Dit kan verklaard worden vanwege de relatief kleine omvang van dit bedrijventerrein. Vestiging bedrijventerrein respondenten

De Batterijen De Compagnie De Compagnie-Oost De Faktorij – de Vendel Het Ambacht Nijverkamp Totaal

11.82% 16.36% 10.91% 28.18% 6.36% 26.36% 100%

De ondernemers zijn vooral actief in de ICT, Zakelijke & Financiële dienstverlening (30%) gevolgd door Handel, reparatie en/of onderhoud (19%), bouwnijverheid (10%) en Industrie/productie (10%). De categorie overig was met 14% een aanzienlijke, maar diverse groep. De respondenten zitten hier veelal al ruim 25 jaar (circa 40%). Slechts 19 (17%) geeft aan tussen de 0 en 5 jaar in Veenendaal gevestigd te zitten. Periode van vestiging in Veenendaal

0 – 5 jaar 5 – 10 jaar 10 – 25 jaar > 25 jaar

17.27% 15.45% 28.18% 39.09%

De belangrijkste vestigingsfactor is veruit de centrale ligging. Ruim de helft van de respondenten geeft dit aan. De betaalbaarheid van de locatie, lokale klanten en personeel scoren allen ongeveer 10% als belangrijkste vestigingsfactor.

Het afzetgebied van de ondernemers is veelal nationaal (44%). De rest van de ondernemers geeft aan regionaal actief te zijn (24%), internationaal actief te zijn (27%) en een kleine groep enkel lokaal actief te zijn (4%). Gemiddeld hebben deze ondernemingen 36 fulltime medewerkers in dienst (>34 uur) en 13 parttime medewerkers in dienst (12 tot 34 uur).

Antwoordkeuzen Aantal medewerkers fulltime (> 34 uur per week) Aantal medewerkers parttime (12 tot 34 uur per week)

Gemiddelde aantallen 36 medewerkers 13 medewerkers

42

Verwachting medewerkers fulltime over 5 jaar Verwachting medewerkers parttime over 5 jaar Verwachting medewerkers fulltime over 15 jaar Verwachting medewerkers parttime over 15 jaar

43 medewerkers 17 medewerkers 67 medewerkers 25 medewerkers

De verwachtingen van de ondernemers voor de toekomst zijn rooskleurig. Men verwacht in de nabije toekomst van 5 jaar gemiddeld 43 fulltime medewerkers in dienst te hebben en 17 parttime medewerkers. Op de langere termijn toekomst van circa 15 jaar verwacht men zelfs 67 medewerkers fulltime in dienst te hebben en 25 medewerkers parttime. Hoewel de ondernemers aangeven zowel nu als in de toekomst over het algemeen voldoende aan geschikt personeel te kunnen komen (53%), blijkt toch één derde van de ondernemers zowel nu als in de toekomst lastig aan personeel te komen. Vastgoed Het merendeel van de respondenten geeft aan het pand waar zij in gevestigd zitten te huren (57%). Ongeveer 43% geeft aan het pand in eigen bezit te hebben. Een bedrijfshal met kantoorruimte heeft veruit het grootste aandeel in type vastgoed met 41% gevolgd door kantoor (31%) en bedrijfsverzamelgebouw (20%). Productieruimte, showroom/winkel en Overig wordt door circa 11% gebruikt en slechts 7% heeft opslag of distributieruimte in gebruik. Men is over het algemeen tevreden over de functionaliteit en representativiteit van het pand. Ook de bereikbaarheid per auto wordt als goed ervaren. Circa 33% is ontevreden tot zeer ontevreden over het aantal parkeerplekken. Dit komt ook naar voren in de drie belangrijkste verbeterpunten.

Hier scoort parkeren met 40% ruim het hoogst, gevolgd door de uitstraling van de openbare ruimte (24%) en de OV-bereikbaarheid (24%). Ondanks de verbeterpunten geven de respondenten gemiddeld een 7.77 voor hun locatie als plek van vestiging voor het bedrijf. Slechts 4% geeft een onvoldoende hiervoor. Voor wat betreft ruimte blijkt dat circa 88% van de respondenten aangeeft dat het bedrijfspand op dit moment voldoende ruimte biedt. Toch blijkt 50% van de respondenten op termijn uitbreidings- of verhuisplannen te hebben. De redenen die vaak gegeven worden is dat er meer ruimte nodig is en dat dit niet altijd kan op de huidige locatie. Hoewel het merendeel van de ondernemers aangeeft geen extra locatie in of buiten Veenendaal te openen, heeft nieuwbouw of verhuizing binnen de gemeente toch de voorkeur. Opvallend is dat ondernemers het liefst in Veenendaal blijven, maar toch overwegen eventueel te verhuizen naar een locatie elders in regio FoodValley. Belangrijkste redenen voor ruimtevraag zijn groei aan bedrijfsactiviteiten, gevolgd door groei van het aantal medewerkers. Ondernemers hebben behoefte aan panden met een representatieve uitstraling (27%) en geen specifieke eisen aan een pand (24%). Respondenten geven aan de representativiteit van het pand het belangrijkste aspect te vinden gevolgd door voldoende buitenruimte en een zichtlocatie.

Uit de enquête blijkt dat 58% van de respondenten vindt dat er voldoende voorzieningen op de bedrijventerreinen zijn. Circa 33% mist horecavoorzieningen voor een broodje in de pauze en 19% mist wandelpaden. Iets meer dan de helt (57%) van de respondenten geeft aan dat de gemeente en particuliere vastgoedeigenaren niet moeten samenwerken aan gebiedsherontwikkeling tegenover 43% die vindt dat deze samenwerking er wel zou moeten zijn. Duurzaamheid Op de stelling over ontwikkelingen die de komende drie jaar leiden tot investeringen in het bedrijf wordt duidelijk dat ondernemers het meeste verwachten van investeringen in de kwaliteit vn de werkomgeving (47%). Meer de helft geeft aan niet te verwachten komende jaren te investeren in hergebruik van materiaal, benutten van restwarmte, digitalisering, automatisering, samenwerking in clusters of slimmere bedrijfsprocessen. Circa 66% van de respondenten heeft LED-verlichting. Ook blijkt het verduurzamen van het bedrijfsproces door circa 39% al te zijn doorgevoerd evenals gebruik van zonnepanelen (31%). Warmte-koude opslag (4%) en gasloos (12%) zijn minder populaire maatregelen. Hoewel een groot deel van de ondernemers aangeeft komende jaren niet of in beperkte mate te gaan investeren in

43

duurzaamheidsmaatregelen geeft iets meer dan de helft aan toch te investeren in één of meerdere zaken. Het populairst blijkt investeringen in zonnepanelen (26%) gevolgd door duurzame mobiliteit (22%) en verduurzamen van het bedrijfsproces (18%). Op de vraag wat de plannen zijn voor investeringen in vastgoed komende jaren blijkt dat 32% wil gaan investeren in de uitstraling van het vastgoed, 26% in de functionaliteit van het vastgoed en slechts 23% in verduurzaming van het vastgoed. Opvallend is dat een groot deel (48%) aangeeft niet te investeren in vastgoed. Op de vraag over warmtelevering bijvoorbeeld ind e vorm van restwarmte geeft slechts 8% aan kansen te zien. De overige respondenten geven aan het niet te weten (40%), geen kansen te zien (34%) of weinig kansen te zien (17%). Circa 38% van de respondenten gaat er van uit dat de gemeente samen met de BOV invulling moeten geven aan de Transitievisie Warmte. Slechts 20% geeft aan dat het bedrijventerrein hiermee in samenwerking met de gemeente aan de slag wil om dit te organiseren. Uit de reacties komt geregeld het signaal dat een aantal bedrijven niet van het gas willen en hier niet de nut en noodzaak van inzien. De respondenten geven aan (in max. twee antwoorden) vooral kansen te zien in zonnepanelen op bedrijfsdaken (82%), aardwarmte (37%) gevolgd door windmolens (19%).

Bereikbaarheid De bereikbaarheid vanaf de A12 zowel vanuit het westen als het Oosten wordt over het algemeen goed tot uitstekend ervaren (72%). Slechts een zeer kleine groep ervaart deze bereikbaarheid als slecht (3%). Voor wat betreft de doorstroming wordt door een groot deel geen tot af en toe hinder ervaren (64%). De voornaamste hinder wordt ervaren op de Rondweg-Oost (N233). Naast de hinder op de Rondweg-Oost blijkt de Rondweg-West en de Grote Beer een veel genoemd knelpunt. Het blijkt dat circa 70% van de werkgevers en het personeel vrijwel nooit gebruik maken van de trein voor woon/werkverkeer. Slechts 22% geeft aan dit soms te doen, 5,4% geeft aan dit regelmatig te doen en 3,6% vaak.

44

Bijlage 4 Notitie ruimte voor banen in Veenendaal

Een baan is voor de meeste mensen de basis voor hun welzijn. Het is daarom goed dat Veenendaal in haar omgevingsvisie heeft gekozen voor een gelijke tred tussen het bouwen van nieuwe woningen en het creëren van ruimte voor nieuwe banen. Het is daarom ook van belang dat we ons daarvan bewust zijn bij alle nieuwbouw en herontwikkelingsplannen. Dat als we die maken we ook direct ruimte geven aan initiatieven of initiatief nemen om die banen te kunnen blijven bieden. Het is goed om dan de uitgangspunten helder te hebben zodat ambities op woongebied ook altijd gepaard zullen gaan met ambities op werkgelegenheidsgebied. In 2019 waren er 31.155 arbeidsplaatsen in Veenendaal waarvan 17.389 (55,8%) op de bedrijventerreinen. In onderstaand overzicht is zichtbaar hoeveel arbeidsplaatsen op welk terrein beschikbaar zijn en wat het aantal arbeidsplaatsen per hectare is. Het blijkt dat de bedrijventerreinen waar veel MBO-banen zijn (welke de gemeente, en ook de BOV, als belangrijk heeft bestempeld in de omgevingsvisie) gemiddeld een laag aantal arbeidsplaatsen per hectare hebben. Bedrijventerrein

Arbeidsplaatsen

Aantal bedrijven

Hectares

Arbeidsplaatsen

2019

2019

Ambacht-Nijverkamp

6167

516

222

27,7

De Compagnie

2687

196

37

72,6

De Compagnie-oost

1223

103

26

47,4

De Faktorij

2358

142

60

39,3

Vendel

1603

162

14

118,7

Batterijen

3351

174

65

51,4

Totaal

17389

1293

424

41,1

Per hectare

Er is een aantal factoren die ons zorgen geven over de toekomst voor wat betreft de arbeidsplaatsen in Veenendaal. Dit zijn de volgende zaken: 

 

Het Ambacht wordt steeds meer omgeturnd naar wonen. In de huidige prognose loopt het aantal voor bedrijven beschikbare ha terug van ca 57 ha nu naar 36 ha op langere termijn. Daar raken we dus een fors aantal arbeidsplaatsen kwijt. Centrumlocaties van industriële bedrijven zijn in beeld om gesloten of verplaatst te worden. Nu is dit al concreet voor Trivium Ardagh, de oude Boxal locatie. Deze werkgelegenheid verdwijnt uit Veenendaal. Er liggen al nieuwbouwplannen in Veenendaal voor ongeveer 4.000 woningen. Waar gaan de bewoners een arbeidsplaats krijgen? In ‘De Groene Metropool’ zijn plannen opgenomen om in Regio Foodvalley 40.000 woningen te realiseren. De verdeling is nog niet vastgesteld, maar bij gelijke verdeling zijn er 8.270 extra woningen in Veenendaal nodig. Uit enquêtes bij bestaande bedrijven blijkt de komende jaren een groei van 5-10 procent in arbeidsplaatsen verwacht. Het is echter steeds moeilijker binnen Veenendaal te verhuizen en nog lastiger om nieuwbouw te realiseren.

45

 

Start ups moeten een belangrijke groeimotor voor de banen van de toekomst zijn. Hebben deze veelbelovende bedrijven wel perspectief voor uitbreiding? Aanvragen voor vestiging van bedrijven van buiten Veenendaal moeten nu al regelmatig worden afgewezen. Dit vermindert de noodzakelijke dynamiek en groei van werkgelegenheid.

Om de belofte in te lossen dat iedere woning voor de werkende bewoners ook een baan betekent is het dus, naast het bouwen van woningen, nodig om aan ruimte voor arbeidsplaatsen te werken. Om meer arbeidsplaatsen te bieden kan worden gekeken naar de volgende oplossingen:  Intensivering op bestaande terreinen (meer arbeidsplaatsen per hectare)  Ontwikkelen kantoren bij stationslocaties  Bij ontwikkelen van woonwijken ook bedrijfsruimten creëren  Uitbreiding bedrijventerreinen Over de omvang van de groei in woningen is nog niet alles duidelijk, maar de impact is schaalbaar uit te drukken, oplopend van reeds geplande groei naar de ambitie van de ‘De Groene Metropool’. In de berekening is uitgegaan van één extra benodigde arbeidsplaats binnen Veenendaal voor iedere extra woning. Mogelijk dat dit aan de lage kant is. Met intensivering is de verwachting dat bij een stevige strategische inzet op langere termijn 10 arbeidsplaatsen per hectare (is 25% meer dan nu) gewonnen zouden kunnen worden. Onderstaand wordt echter ook gerekend met een toename van 4 arbeidsplaatsen per ha (10% meer dan nu), wat zeker voor de middellange termijn realistischer is. Omdat op Het Ambacht 21 ha bedrijfsterrein verdwijnt rekenen we voor de lange termijn op 403 ha beschikbare bedrijventerreinen. Intensivering van het gebruik kan dan ruimte bieden voor 1612 (+10%) resp. 4030 (+25%) extra arbeidsplaatsen.

Door de oprukkende woningbouw op Het Ambacht verdwijnt de ruimte voor ca 581 arbeidsplaatsen (uitgaande van het gemiddelde voor Nijverkamp/Het Ambacht). Daarnaast wordt er vanuit gegaan dat de verplaatsing van industriële bedrijven uit de binnenstad uiteindelijk 200 arbeidsplaatsen kost. Herplaatsing van deze bedrijven zal dus een extra druk leggen op de behoefte aan bedrijventerreinen. Uitbreiding van bedrijventerreinen is niet mogelijk binnen de gemeente Veenendaal zelf. Hier zal dus een beroep moeten worden gedaan op de ruimte van aangrenzende gemeenten binnen Regio Foodvalley. Op basis van bovengenoemde uitgangspunten is een berekening gemaakt van de behoefte aan arbeidsplaatsen en vervolgens de ruimtelijke behoefte aan bedrijventerreinen (zie volgende pagina). De horizon daarbij is de langere termijn, gemakshalve 2040. Daarbij moet bedacht worden dat het realiseren van bedrijfsgebouwen op nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen, zeker als nog niet duidelijk is waar deze moeten komen, minstens tien jaar kost. Ook het intensiveren van het gebruik van bestaande bedrijventerreinen met gemiddeld 10% of zelfs 25% vergt een grote inspanning en zal pas op langere termijn gerealiseerd kunnen worden. In de berekening is uitgegaan van een gelijk aandeel van de banen op de bedrijventerreinen t.o.v. de totale werkgelegenheid in Veenendaal in 2019, dus afgerond 56%.

Dit betekent dat ook de werkgelegenheid buiten de bedrijventerreinen zal moeten groeien, onder meer door binnen woonwijken bedrijfsruimten te realiseren.

46

Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Aantal woningen Benodigde banen

4000 4000

6000 6000

8000 8000

10000 10000

12000 12000

Benodigde extra banen bedrijventerreinen (BT) i.v.m. groei bevolking (56%)

2240

3360

4480

5600

6720

Benodigde extra banen buiten terreinen i.v.m. groei bevolking (44%)

1760

2640

3520

4400

5280

Benodigde extra banen BT incl. krimp Het Ambacht en verplaatsing binnenstad

3021

4141

5261

6381

7501

Benodigde resp. tekort hectares zonder intensivering (41.1 banen per hectare)

-73

-100

-128

-155

-182

Extra banen door intensivering op BT met 10%

1612

1612

1612

1612

1612

4030

4030

Benodigde ha bedrijventerreinen

Extra banen door intensivering op BT met 4030 4030 25%

4030

Ruimte/tekort banen na intensivering 10% -3649 -4769 -5889

-1409

Ruimte/tekort banen na intensivering 25% -1231 -2351 -3471 Benodigde ha resp. tekort na intensivering met 10% (45 arbeidsplaatsen/ha) -130 Benodigde ha resp. tekort na intensivering met 25% (51 arbeidsplaatsen/ha) +15 -46

Scenario Scenario 4 5

-2529 +809

-56

-68

-111

-81

-2

-105

-31

-24

Conclusies Uitgaande van de ambitie van de gemeente Veenendaal (en Regio Foodvalley) om te groeien zijn er belangrijke conclusies te trekken m.b.t. de gewenste werkgelegenheid voor deze (toekomstige) bewoners en de daarvoor noodzakelijke bedrijventerreinen: -

Er is een zeer ernstig tekort aan ruimte voor bedrijventerreinen met voldoende arbeidsplaatsen. Dit tekort kan worden ingeschat op minimaal 46 ha in 2040. Er moet nu echter al ‘nee’ worden verkocht bij bedrijfsverplaatsingen en verzoeken voor vestiging door bedrijven van buiten Veenendaal.

47

-

-

Het is duidelijk dat, als we niet stevig aan de slag gaan met intensivering van het gebruik van bedrijventerreinen, het aantal beschikbare arbeidsplaatsen per inwoner binnen de gemeente Veenendaal (sterk) zal afnemen. Belemmeringen die de ambities van de gemeente Veenendaal voor wat betreft de werkgelegenheid voor de eigen inwoners in de weg staan zullen zoveel mogelijk moeten worden weggenomen. Voorbeelden daarvan zijn de Kantorenvisie van de provincie en de hoogspanningslijn over Nijverkamp (als deze ondergronds is kan dit grootste bedrijventerrein beter intensiveren). Ook zal de uitbreiding van woonwijken ten koste van bedrijventerreinen tot een minimum beperkt moeten worden.

48

Bijlage 5 Notitie ruimtebehoefte Deel 1: Overzicht ruimtebehoefte van diverse rapporten tot 2020 Er worden diverse rapporten geschreven over ruimtebehoefte. Als Utrechtse gemeenten (Renswoude, Rhenen en Veenendaal) van de Regio Foodvalley hebben wij in Regio Foodvalley onze regionale programmering werklocaties (RPW) 2017-2020, waarin vraag en aanbod is onderzocht. Deze is onlangs gemonitord door bureau RuimteMensen. In oktober 2018 is het rapport “Prognose bedrijventerreinen provincie Utrecht” door de provincie Utrecht vastgesteld. Dit rapport geeft inzicht in de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan bedrijventerreinen in de provincie Utrecht zo dus ook de regiogemeenten Renswoude, Rhenen en Veenendaal. Op 17 december 2019 heeft provincie Utrecht het concept Ontwerp Omgevingsvisie provincie (POVI) vastgesteld. Dit is een tussenstap op weg naar de uiteindelijke Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Regio Foodvalley is meegenomen maar er is alleen een uitspraak gedaan over de behoefteraming van de Utrechtse gemeenten binnen deze regio. Om inzicht te krijgen in alle ramingen hieronder korte samenvattingen van bovenstaande rapporten. Regionale Programma Werklocaties (RPW) Foodvalley In het RPW maken de Regio Foodvalley-partnergemeenten met elkaar en de provincies Gelderland en Utrecht ‘bindende afspraken’ omtrent te ontwikkelen werklocaties.

Volgens de rekenmethode, die voor deze planning is gebruikt, heeft de Regio FV een uitbreidingsvraag van 74 ha tot 2025. Daarnaast is er een additionele ruimtevraag van (minimaal) 40 ha tot 2025 in verband met de vele beleidsimpulsen en geen vervangingsvraag. De Regio FV gaat dan uit van een totale vraag van minimaal 114 ha tot 2025. Het harde aanbod is 134,2 ha met 51,6 ha als overige plannen. In totaal is het aanbod dan 185,8 ha ofwel een kwantitatief overaanbod van 71,8 ha. Er moet rekening worden gehouden dat niet alle beschikbare kavels courant zijn. In 2020 wordt het RPW geactualiseerd. Monitoring RPW 2017 In het RPW is afgesproken dat de ontwikkeling van bedrijventerreinen worden gemonitord. Dit is in 2018 gebeurd in opdracht van de provincie Gelderland. Hieruit blijkt dat er een tekort is van 86 tot 97 ha (gegevens 2017). Prognose bedrijventerreinen provincie Utrecht Stec heeft bij dit onderzoek 2018 gebruik gemaakt van de studie Welvaart en Leefomgeving (WLO) 2015. Uit dit onderzoek blijkt dat er in de provincie Utrecht bij een laag scenario WLO een overaanbod van 10 ha is. In een hoog scenario is er een kwantitatief tekort van 212 ha. In deze tijd is een hoog scenario het meest realistische. Confrontatie vraag/aanbod Regio FV (voor alle Gelderse en Utrechtse gemeenten): Er is een uitbreidingsvraag die varieert van 23 tot 42 ha tot en met 2030.

Er is een hard aanbod van 2 ha. Er is dus een kwantitatief tekort van 21 tot 41 ha. Op basis van de huidige plannen is er geen sprake van een vervangingsvraag. De kwalitatieve match van vraag en aanbod moet in samenhang met de Gelderse gemeenten worden bekeken. Er staat geen nadere onderbouwing hoeveel tekort er is voor de Utrechtse gemeenten. Verder blijkt dat er in Regio FV geen grotere kavels dan 2/3 ha meer beschikbaar zijn. De ruimtebehoefte voor informele werklocaties (locaties buiten de bedrijventerreinen) voor de Regio FV tot en met 2030 is bij: 1. WLO laag 310 m2 bvo (bij afnemende locatievoorkeur) en 4.160 m2 bvo (bij gelijkblijvende locatievoorkeur) 49

2. WLO hoog 7.210 m2 bvo (bij afnemende locatievoorkeur) en 11.420 m2 bvo (bij gelijkblijvende locatievoorkeur). De ruimtevraag voor de regio FV neemt na 2030 af (WLO laag -3 ha en bij WLO hoog +8 ha). Concept-Provinciale omgevingsvisie (POVI) In de concept-POVI van de provincie Utrecht wordt aangegeven dat voor de Utrechtse gemeenten tot 2030 6 tot 9 ha aanvullende behoefte is aan bedrijventerrein. Verder is opgenomen dat de inzet van de provincie vooral gericht is op herstructurering, verduurzaming en efficiënt ruimtegebruik van bestaande bedrijventerreinen en accommodatie van het lokaal en regionaal gevestigde bedrijfsleven. Over de omvang en de wijze van accommoderen gaat de provincie komend jaar in gesprek met de gemeenten en de Regio FV om te komen tot een regionaal programma bedrijventerrein. Hoe de provincie aan de aanvullende behoefte komt van 6 tot 9 ha is niet duidelijk. Wat is bv de vraag en wat het aanbod? Een regionaal programma is er al in de vorm van het RPW 2017-2020. Hierbij is de provincie Utrecht nauw bij betrokken geweest maar koppelt geen formele bestuurlijke afspraken tussen Regio Foodvalley en de provincie Utrecht. PRV/PRS en de thematische Structuurvisie Kantoren zijn richtinggevend. Samenvatting van bovenstaande prognoses Hieronder kort samengevat de ruimtevraag uit de verschillende rapporten:

RPW 2017-2020

Ruimtevraag Overaanbod 71,8 ha

Monitoring RPW 2018

Tekort 86 tot 97 ha

Prognose POVI (alleen Bedrijventerreinen Utr. Utrecht gemeenten in Regio FV) Tekort 21 tot 40 ha Tekort 6 tot 9 ha

Deel 2: Ruimtebehoeftenoverzicht vanaf 2020 Concept Regionaal Programma wonen en werken (vaststelling ong Q3 2021) In Kader Regionaal Wonen en Werken provincie Utrecht is gekozen voor een nieuwe systematiek voor woon- en werklocaties. Doel is een meer flexibele programmering en kortere doorlooptijd van de benodigde planologische processen. Hiervoor moesten de Utrechtse regio FV gemeenten (Renswoude, Rhenen en Veenendaal) samen met de provincie Utrecht een regionaal programma wonen en werken opstellen. Onderstaand tabel geeft de confrontatie weer tussen vraag en aanbod naar tijdsperiode.

Tijdsperiode T/m 2024

Aanbod Vraag ha ha 2,6 23,5

Waarvan Vraag Confrontatie intensivering intensivering vraag/aanbod 0 23,5 -21,5

Aangezien intensivering niet in een paar jaar is gerealiseerd wordt tot 2025 de intensiveringsopgave niet meegenomen. Conclusie uit concept RP wonen en werken is dat er een tekort is aan werklocaties voor de Utrechtse FV-gemeenten van ongeveer 40-45 ha (inclusief vervangingsbehoefte van Veenendaal van ongeveer 15 ha). Al op korte termijn dienen nieuwe bedrijventerreinen aan de RP te worden toegevoegd. Waar

50

deze locaties binnen het Utrechtse deel van FV zullen liggen wordt verkend in het kader van de Verstedelijkingsstrategie A/N/FV. Dat zou uiteraard ook in de Gelderse gemeente kunnen komen te liggen vanwege beperkt grondgebied van onze drie Utrechtse FV-gemeenten. Het provinciaal kader biedt de ruimte om voor max 24 ha aanvullend bedrijventerrein te accommoderen. Dit RP is adaptief en wordt jaarlijks geactualiseerd en bijgesteld waarbij de ontwikkelingen van intensivering van bestaande terreinen, de behoefte aan bedrijventerreinen en de vervangingsbehoefte bezien. Concept Regionaal Programma Werklocaties (RPW) (alle FV-gemeenten) In Regio FV met alle regiogemeenten wordt momenteel gewerkt aan het afsprakenkader van de visie Werklocaties via het RPW. Ook dit rapport wordt door Stec begeleid en kan zo goed afstemmen dat dezelfde rekenmethodiek wordt gebruikt.

Vraag Uitbreidingsvraag uit bedrijventerreinenprognose Gelderland (Utr gemeenten meegenomen in berekening): 141-199 ha Vervangingsvraag door transformatie: 20 tot 36 ha (waarvan 15 ha voor Veenendaal) Vervangingsvraag door verplaatsingsopgave naar bedrijventerrein: 10 tot 15 ha (voor Veenendaal nvt) Ruimtevraag door Next Economy-doelstellingen: 20-35 ha Bovenregionale vraag: 15 tot 25 ha (voor Veenendaal alleen arbeidsintensieve bedrijven) Kennisintensieve bedrijven naar campuslocaties: 14-23 ha In totaal benodigde ruimte van ong. 264-310 ha. Aanbod Harde plannen: 66 ha Zachte plannen: 78 ha Ruimtewinst door verdichten is voor Utrechtse gemeenten in kaart gebracht voor de Gelderse nog niet. Tekort Ongeveer 200 tot 250 ha Ook hier advies dringend nieuwe bedrijventerreinen aan RP toevoegen. Regio Foodvalley, Behoeften en prognoses voor middellange en lange termijn Gebaseerd op Ecory (2019); langdurig prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland; Regio FV (2019) Kantorenvisie FV 2019-2027; Stec Groep (2020) Visie Werklocaties FV (concept). 2025-2030 Ruimtevraag bedrijventerreinen gemiddeld 172 ha. 2025-2030 Ruimtevraag kantoren gemiddeld 74 ha. 2040-2050 Ruimtevraag bedrijventerreinen FV gemiddeld 372 ha.

51

Bijlage 6 Hittestress kaarten

52

53

54

55

56

Bijlage 7 Verslag bespreking overleg duurzame mobiliteitsboulevard

BESPREKINGSVERSLAG Team Datum Onderwerp Aanwezig

Samensteller verslag Kopie naar Verzonden op

Beleid Economie Werk en Inkomen 19 april 2022 Overleg duurzame mobiliteitsboulevard Arie den Hartog (bestuur Winkelstad), Henny Jansen (Binnenstadsmanager), Gerrit Valkenburg (voorzitter Bedrijvenkring), Sijmen van Dommelen (Parkmanager), Aad Verkade (BOVAG), Gerda van de Pol (gemeente Veenendaal), Herman van Rijnbach (gemeente Veenendaal) Herman van Rijnbach Danny Liemburg 22 april 2022

Omschrijving 1. Opening Gerda opent de vergadering. De gemeente neemt aan dit overleg deel als neutrale partij, waarbij Gerda het voorzitterschap op zich neemt en Herman de notulen. 2. Voorstelronde De deelnemers wordt verzocht zich voor te stellen, voor zover nog niet bekend. Daarbij worden alvast de volgende opmerkingen genoteerd: Aad: Heeft vanuit zijn functie veel contact met gemeenten in het hele land, onder meer de herbestemming van leegstaande garages. Hij is tijdens deze werkzaamheden in contact gekomen met de Antea-groep die hij van harte zou willen aanbevelen. 3. Route Herman geeft de beoogde route aan op basis van de Visie Bedrijventerreinen en het bijbehorende amendement: 

   

Van het overleg vandaag worden notulen gemaakt en voorgelegd aan betrokkenen. Daarna zullen deze notulen als bijlage aan de consultatiememo voor de raadscommissie van 14 juni worden toegevoegd. In juni een offerte uitvraag aan een drietal (juridische) onderzoeksbureaus. In september een concept-rapportage en bestuurlijke bespreking. In oktober de definitieve rapportage verwerken in de Visie Bedrijventerreinen. In de raad van 15 december een definitief besluit van de raad.

4. Doel Gerda geeft toelichting op het doel van deze bijeenkomst. De vraag is: Duidelijkheid krijgen wat er onder een duurzame mobiliteitsboulevard verstaan wordt en waar deze duurzame mobiliteitsboulevard gerealiseerd zou moeten worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12155005/2