3. Visie Bedrijventerreinen 2030 - bijlage
Tekst van het document
2023
03
Visie bedrijventerreinen Veenendaal 2030 GERDA VAN DE POL-TETTELAAR
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
3
Aanleiding en doel van de visie
3
Waarom een Visie Bedrijventerreinen
3
Aanpak en leeswijzer
4
Beleidskader
5
Inleiding
5
Provinciaal beleid
5
Regionaal beleid
5
Lokaal beleid
6
2.4.1
Omgevingsvisie
6
2.4.2
Programma Energieneutraal Veenendaal
7
2.4.3
Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) 2022-2025
8
Schematische weergave van de beleidskaders op verschillende bestuurlijke niveaus 3
4
Situering en kenmerken van de bedrijventerreinen
11
Inleiding
11
Ambacht/Nijverkamp
11
Faktorij/De Vendel
13
De Compagnie
16
De Compagnie-Oost
16
De Batterijen
17
Overzicht van kenmerken per bedrijventerrein
18
Trends en ontwikkelingen op werklocaties
19
Inleiding
19
Economische instabiliteit
19
Next Economy: drie megatrends
19
4.3.1
Energietransitie
20
4.3.2
Circulaire economie
20
4.3.3 Digitalisering: automatisering en robotisering, groei van smart industry & logistics en E-commerce
5
10
21
Functiemenging op werklocaties
21
Bevindingen brainstormsessies en enquête
22
Inleiding
22
Algemene uitkomsten brainstormsessies en enquête
22
5.2.1
Ruimte en vastgoed
22
5.2.2
Verkeer, parkeren & OV
23
Uitkomsten per bedrijventerrein
23
5.3.1
Ambacht/Nijverkamp
23
1
6
7
8
9
5.3.2
Faktorij/de Vendel
24
5.3.3
De Compagnie
24
5.3.4
De Compagnie-Oost
24
5.3.5
De Batterijen
24
Stip op de horizon
25
Inleiding
25
Wensbeeld van de regio
25
6.2.1 Verstedelijkingsstrategie
25
Een stip op de horizon
27
6.3.1. Intensiviteit
27
6.3.2 Duurzaamheid
27
6.3.3 Mobiliteit en bereikbaarheid
27
6.3.4 Ontwikkelingen autobranche en brancheverbreding
28
6.3.5
Duurzame mobiliteitsboulevard
28
6.3.6
Focus op campusontwikkeling
28
6.3.7
Voorzieningen
28
6.3.8
Ruimte
29
6.3.9
Haalbaarheid
29
Ambities en actiepunten
30
Inleiding
30
Ambities en actiepunten
30
Uitvoering
32
Flexibiliteit in beleid en evaluatie
33
Conclusies en aanbevelingen
34
Inleiding
34
Conclusies en adviezen
34
8.2.1 Profilering en nieuwe bedrijventerreinen
34
8.2.2 Intensivering
35
8.2.3 Verduurzaming
35
8.2.4
36
Gebied aanwijzen voor een duurzame mobiliteitsboulevard
Bijlagen
37
Bijlage 1 Situering bedrijventerreinen Veenendaal
38
Bijlage 2 Besprekingsverslag
39
Bijlage 3 Samenvatting uitkomsten enquête
42
Bijlage 4 Notitie ruimte voor banen in Veenendaal
45
Bijlage 5 Notitie ruimtebehoefte
49
Bijlage 6 Hittestress kaarten
52
Bijlage 7 Verslag bespreking overleg duurzame mobiliteitsboulevard
57
2
Separaat Rapport “Onderzoek duurzame mobiliteitsboulevard Veenendaal”
1
INLEIDING
Aanleiding en doel van de visie In de Omgevingsvisie 2030 heeft de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vastgesteld. In deze Omgevingsvisie wordt de wens uitgesproken deze ambities en beleidsdoelen verder uit te werken in een visie bedrijventerreinen. Doel van deze visie bedrijventerreinen is een stip op de horizon te zetten voor de bedrijventerreinen in 2040 en in samenwerking met het bedrijfsleven hier naartoe te werken door een aantal concrete actiepunten te formuleren tot de periode 2030. Deze visie is een geactualiseerde versie. In de raad van 16 december 2021 is de Visie Bedrijventerreinen 2021-2040 vastgesteld voor de duur van één jaar. Aanleiding van tijdelijke vaststelling was een aangenomen amendement over mogelijke ontwikkeling van een duurzame mobiliteitsboulevard. Naast het uitvoeren van dit amendement zijn de paragrafen mobiliteit en bereikbaarheid en duurzame mobiliteitsboulevard toegevoegd. Ook zijn enkele paragrafen geactualiseerd door de snel veranderende omstandigheden. Waarom een Visie Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen zijn van groot belang voor het vestigingsklimaat en de arbeidsmarkt in Veenendaal. Het zijn broedplaatsen voor innovatie, ondernemerschap en werkgelegenheid. Dat blijkt ook uit de hoge mate van arbeidsplaatsen op de terreinen in Veenendaal.
De terreinen zorgen voor 56% van de werkgelegenheid, terwijl dit landelijk op 30% ligt1. Het is belangrijk dat de bedrijventerreinen zodanig zijn ingericht dat bedrijven er goed kunnen ondernemen, nu en in de toekomst. Er liggen op de bedrijventerreinen grote opgaven ten aanzien van energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en arbeidsintensiviteit. Tegelijkertijd sluit de ruimtelijke opzet van bestaande bedrijventerreinen en bedrijvigheid niet altijd aan bij de hedendaagse en toekomstige vraag. Deze ontwikkelingen gaan samen met een beperkt ruimteaanbod in Veenendaal. De beperkte ruimte resulteert niet alleen in een druk op de vraag naar woonlocaties maar ook op de vraag naar werklocaties. Een bijkomend effect is dat de enorme vraag naar woningen ertoe heeft geleid dat de afgelopen jaren steeds meer ruimte vrij is gemaakt voor transformatie van werk- naar woonlocaties. Bedrijventerrein Het Ambacht is al deels getransformeerd van werken naar wonen en wordt komende jaren nog verder getransformeerd. Komende jaren verdwijnen steeds meer bedrijfslocaties uit de woonomgeving, zoals onder andere de Trivium fabriek. Deze locaties maken plaats voor woningbouw en beperken hiermee de mogelijkheid voor uitbreiding of verhuizing van bedrijven.
Met de ambitie om voor iedere woning een arbeidsplaats te hebben, vastgelegd in de Omgevingsvisie en in de Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley, betekent dit een extra druk op de toch al schaarse bestaande en nieuw uit te geven bedrijfslocaties. De doelstellingen ten aanzien van energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit en arbeidsintensiviteit in combinatie met de beperkende factor ruimte vragen om een aandachtige analyse van de bedrijventerreinen en haar gebruikers. Om de groeiende bevolking ook in de toekomst een kwalitatief goede werklocatie te kunnen bieden in de snel veranderende wereld is het nodig om nu al na te denken over de toekomst. Afgelopen perioden zijn verschillende nationale, provinciale, regionale en lokale beleidsstukken opgesteld over bovenstaande ontwikkelingen. Als lokale overheid is Veenendaal gebonden aan 1Lisa nieuws, jaargang 24, mei 2019. https://lisa.nl/include/nl/lisanieuws/pdf/lisanieuws36.pdf
3
hogere wetgeving en daarom fungeren deze beleidsstukken als leidraad voor deze visie. Deze visie borduurt daarom voort op de nationale, provinciale en regionale kaders. Ondanks de benaming ‘visie’ kenmerkt deze visie zich dan ook meer als een visie met een programmatische aanpak. De ambities uit de verschillende beleidsdocumenten hebben impact op de bedrijventerreinen. Gezorgd moet worden dat er concrete actieplannen worden gemaakt om te zorgen dat de bedrijfslocaties in Veenendaal zich verder ontwikkelen tot toekomstbestendige bedrijventerreinen en dat ruimte wordt gevonden om de bedrijven te kunnen (her)huisvesten. Aanpak en leeswijzer Deze visie bestaat uit 8 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 geeft een toelichting op de verschillende beleidskaders van Veenendaal. Hoofdstuk 3 beschrijft de situering en de kenmerken van de bedrijventerreinen in Veenendaal. Hoofdstuk 4 geeft een beeld van de trends en ontwikkelingen. Hoofdstuk 5 beschrijft de uitkomsten van de brainstormsessie met de BOV en het parkmanagement plus de resultaten uit de enquête onder gebruikers van de terreinen. In hoofdstuk 6 wordt de stip op de horizon voor 2040 beschreven. Hoofdstuk 7 bevat de ambities en actiepunten voor de komende jaren en ten slotte wordt in hoofdstuk 8 conclusies en aanbevelingen genoemd.
4
2
BELEIDSKADER
Inleiding De dynamiek rond ruimtelijke vraagstukken is groot. Gestimuleerd door de Nationale Omgevingsvisie wordt gewerkt aan integrale, regionale en lokale kaders om alle sectorale ruimtevragen een plek te kunnen geven. Dit hoofdstuk geeft een weergave van de verschillende provinciale, regionale en lokale beleidsstukken die daarmee het beleidskader vormt voor de gemeente Veenendaal. Dit beleidskader fungeert als leidraad in het uit te voeren beleid en vormt daarmee de basis voor het huidige maar ook toekomstige reilen en zeilen binnen en buiten de gemeente. Hiermee heeft het beleidskader invloed op de verschillende ontwikkelingen, waaronder zaken als inrichting, verduurzaming en arbeidsintensiviteit. Omdat het beleidskader invloed heeft op deze ontwikkelingen is het van belang om een goed advies uit te brengen over de toekomst van de bedrijventerreinen. Hieronder volgt per overheidsniveau een korte uiteenzetting van de beleidsstukken die invloed hebben op de bedrijventerreinen in Veenendaal. Provinciaal beleid Op provinciaal niveau is naast de Ontwerp Omgevingsvisie en Ontwerp Omgevingsverordening ook het kader voor regionale programmering wonen en werken provincie Utrecht vastgesteld. De provincie Utrecht heeft gekozen voor een nieuwe systematiek voor woon- en werklocaties.
Doel is om te komen tot een meer flexibele programmering en kortere doorlooptijd van de benodigde planologische op processen. Hiervoor wordt door de Utrechtse gemeenten (Renswoude, Rhenen en Veenendaal) samen met de provincie Utrecht een regionaal programma wonen en werken opgesteld. Het is een instrument om te kunnen sturen op voldoende plancapaciteit voor wonen en werken op regionaal niveau en te komen tot realisatie van de gewenste typen woningen en bedrijfshuisvesting. Daarnaast zijn in dit beleidsdocument ook de kwalitatieve opgaven voor de Utrechtse gemeenten vastgelegd. Het regionaal programma wonen en werken provincie Utrecht (RP) is op 5 oktober 2021 vastgesteld en is adaptief. Adaptief wil zeggen dat het een groeimodel is dat steeds verder wordt aangescherpt en aangevuld. Door deze adaptieve werkwijze kan de programmering goed aan blijven sluiten op regionale trajecten. Door regio Foodvalley is een Regionale Ruimtelijke Verkenning opgesteld die de behoeften en prognoses in beeld heeft gebracht. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld. Verder wordt, samen met de regio Arnhem-Nijmegen, gewerkt aan een Verstedelijkingsstrategie. Deze beschrijft waar op de korte (2025), middellang (2030) en lange termijn (2040) de extra woon- en werklocaties een plek kunnen krijgen.
Dit wordt gekoppeld aan andere belangrijke opgaven zoals verduurzaming van economie, bereikbaarheid, kwaliteit van de leefomgeving, natuurversterking (stikstofopgave), energietransitie en klimaatadaptatie. Op 25 mei 2021 is het eerste regionale programma vastgesteld door het college van gedeputeerde staten. Deze Verstedelijkingsstrategie Arnhem/Nijmegen/Regio Foodvalley is in het derde kwartaal 2021 vastgesteld door de gemeentebesturen. Op 13 oktober 2022 is door de gemeenteraad van Veenendaal een wijzigingsdocument en een onderzoeksagenda gebiedsuitwerkingen vastgesteld. Regionaal beleid Naast bovengenoemd RP, opgesteld door de Utrechtse regiogemeenten Foodvalley en de provincie Utrecht, is gewerkt aan de actualisaties van de Visie Werklocaties Foodvalley 2017-2025 en de
5
Regionale Programma Werklocaties (RPW) Foodvalley 2017-2020. Hierbij zijn alle regiogemeenten in Foodvalley betrokken en de provincies Gelderland en Utrecht. In tegenstelling tot deze eerdere documenten geven de geactualiseerde visie en afsprakenkader naast kwantitatieve doelstellingen ook meer inhoud aan kwalitatieve doelstellingen. Hierin is onder andere vastgesteld dat er een regionaal uitgiftebeleid wordt opgesteld waarin de verschillende gemeenten in de regio afspraken maken over het gezamenlijk uitgeven van nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. Deze documenten zijn in de gemeenteraad van 13 oktober 2022 vastgesteld. In 2019 is de Kantorenvisie regio Foodvalley vastgesteld. Hierin zijn afspraken vastgelegd dat nieuwe initiatieven voor het ontwikkelen van kantoorruimte geconcentreerd zullen worden in zogenoemde ‘groeimilieus’. Waar in Foodvalley al centrummilieus en campusmilieus zijn, is de verwachting dat zich in Foodvalley in de toekomst ook OV-knooppuntmilieus ontwikkelen. Daarnaast heeft regio Foodvalley als doel om in 2050 energieneutraal te zijn. De mogelijkheden worden onderzocht om binnen de regio energie op te wekken uit zon en wind en om uiteindelijk van het aardgas af te gaan. In de Regionale Energiestrategie (RES) wordt binnen de regio onderzocht hoe de doelstelling gehaald kan worden en wat hiervoor benodigd is.
Voor Veenendaal is het programma Energieneutraal Veenendaal een belangrijk programma wat hiermee verband houdt. Lokaal beleid Voor de bedrijventerreinen is de komst van de gemeentelijke omgevingsvisie één van de belangrijkste beleidsdocumenten als het gaat over de inrichting en het gebruik van de ruimte. Naast de omgevingsvisie heeft ook het programma Energieneutraal Veenendaal en het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte een grote invloed op de bedrijventerreinen en haar gebruikers. Hieronder volgt een korte toelichting op deze drie onderwerpen. 2.4.1 Omgevingsvisie De gemeentelijke omgevingsvisie is naast het omgevingsplan en het omgevingsprogramma één van de instrumenten die voortkomt uit de omgevingswet. De omgevingsvisie bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Met de komst van de omgevingsvisie wordt de structuurvisie en het sectorale beleid vervangen in een nieuw document. De bundeling van wetgeving zorgt voor minder regels en een duidelijker overzicht van regels. Aan de hand van de uitgangspunten van de omgevingsvisie worden nieuwe plannen getoetst. De Omgevingsvisie Veenendaal 2030 gaat uit van drie centrale principes waaraan plannen worden getoetst. Dit zijn de principes Gezond, Duurzaam en Veilig. Deze drie principes gaan gelijk op en vormen de drie pijlers voor toekomstige ontwikkelingen.
De gemeente streeft naar een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier. Dit is een groene leefomgeving met voldoende ruimte om te kunnen werken, wonen en recreëren. Hierbij valt te denken aan een ruimtelijke inrichting die bijdraagt aan beweging, sociale veiligheid maar ook de aanwezigheid van groen en water. In de omgevingsvisie wordt benoemd dat de grootste uitdagingen liggen op het gebied van energietransitie en klimaatverandering. De doelstelling om in 2050 een energieneutrale gemeente te zijn is complex als je het gegeven van de beperkte ruimte meeneemt. Dit heeft dus gevolgen voor het gebruik van de beperkte ruimte maar ook voor de manier van bouwen. Over de beperkte ruimte is het uitgangspunt van de omgevingsvisie dat de werkgelegenheid gelijke tred houdt met de bevolkingsgroei wat naast een kwalitatieve uitbreiding vooral ook een kwantitatieve uitbreiding van de arbeidsplaatsen en daarmee bedrijventerreinen vereist. Het uitgangspunt is om voor iedere woning een arbeidsplaats te hebben.
6
Een belangrijk aspect uit de omgevingsvisie voor de toekomst van de bedrijventerreinen is ‘het juiste gebouw op de juiste plek’. Hieronder wordt niet enkel het bouwen verstaan, maar ruimtelijke ontwikkelingen in de breedste zin van het woord. Denk bijvoorbeeld aan het (her)inrichten van de openbare ruimte, wegen, groen en percelen rondom gebouwen. Dit heeft uiteraard gevolgen voor zaken als klimaatadaptatie, mobiliteit, soorten bouwwerken en bedrijvigheid. In de omgevingsvisie wordt specifiek ingegaan op het thema economie, waarin een aantal uitgangspunten wordt geformuleerd. In tabel 1 zijn de doelstellingen uit de omgevingsvisie, die betrekking hebben op de bedrijventerreinen, samengevat. Tabel 1: Doelstellingen uit omgevingsvisie Handhaven bedrijvigheid en Stimuleren duurzame en arbeidsintensieve bedrijven circulaire bedrijvigheid
Optimaal ruimtegebruik door intensiveren en herstructureren
Voorkeur voor arbeidsen kennisintensieve bedrijvigheid. Extensieve bedrijven passen hier dus niet bij.
We zorgen voor optimale fietsverbindingen naar de bedrijventerreinen vanuit Veenendaal en de omliggende gemeenten.
Ruimte voor kleinere zelfstandige units, in duurzame, moderne, lichte gebouwen, op bedrijventerreinen, bij treinstations.
Voorkeur voor innovatieve ondernemers die duurzaam produceren.
We maken ruimte voor meer groen en water om de hittestress tegen te gaan.
Stimuleren herstructurering en intensivering van bebouwing op bestaande bedrijventerreinen.
Clustering van ICT bedrijven in de vorm van een ICT Campus.
Nieuwe bedrijfsvestigingen stimuleren om bedrijfsvoering aardgasvrij in te richten.
Focus op opsplitsen van bestaande grote kantoorlocaties in kleinere units en intensivering van de werkgelegenheid.
Stimuleren optimale benutting van bedrijfsdaken voor zonne-energie.
.
2.4.2 Programma Energieneutraal Veenendaal In het Programma Energieneutraal Veenendaal 2022-2025 zijn de doelen vastgelegd die de gemeente Veenendaal wil realiseren op het gebied van energietransitie. Het programma bestaat uit een aantal ‘pijlers’, met verschillende doelgebieden voor energietransitie. Zo wordt binnen de pijler ‘werken’ onder andere ingezet op energiebesparing bij bedrijven, is het doel om in 2025 30MW aan zonne-energie op te weken bij bedrijven en worden de eerste stappen gezet naar aardgasvrije bedrijventerreinen
7
Faktorij en de Vendel. Binnen de pijler 'warmte’ wordt uitvoering gegeven aan het Buurtuitvoeringsprogramma (BUP) Faktorij/De Vendel en binnen de pijler ‘Duurzame mobiliteit’ aan verduurzaming van mobiliteit. Om deze doelen te kunnen realiseren, is samenwerking tussen de gemeente en andere belanghebbenden erg belangrijk. De Bedrijvenkring Ondernemend Veenendaal (BOV) is een belangrijke partner om de doelen van het programma te realiseren. Dit blijkt uit een viertal geslaagde projecten voor zon op bedrijfsdaken, de realisatie van een energieconvenant en het gezamenlijk stimuleren van elektrische- en waterstofmobiliteit. Richting de toekomst gaat het landelijke Klimaatakkoord een steeds grotere rol spelen. Vanuit de Transitievisie Warmte ligt de uitdaging voor bedrijven om in 2050 geen aardgas meer te gebruiken. Zoals zojuist toegelicht bij het regionale beleid heeft de RES met haar onderzoek naar mogelijkheden voor opwekken van duurzame energie een belangrijke functie voor het programma Energieneutraal Veenendaal. De RES vraagt om een stevige inzet op zon op bedrijfsdaken, vergaande energiebesparing en meer energieopslag. De komende jaren zullen bedrijven hier steeds meer van gaan merken.
2.4.3 Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) 2022-2025 Elke vier jaar stelt de raad een beheerplan vast waarin de middelen voor de komende vier jaar beschikbaar worden gesteld voor het beheer van de openbare ruimte in geheel Veenendaal. Dit werd eerder vormgegeven in het integrale beheerplan en is nu opgevolgd door het OPOR. Binnen het beheer worden de doelen uit de Omgevingsvisie tot ontwikkeling gebracht. In het OPOR is een aantal speerpunten vastgesteld. Voor de bedrijventerreinen betreffen dit klimaatadaptatie, circulair beheer, energie neutraal Veenendaal, participatie en toekomstbestendige data vast te stellen. Overeenkomstig het raadsprogramma wordt voortborduurt op schoon, heel en veilig Veenendaal door het kwaliteitsniveau voor het beheer van de openbare ruimte op een CROW B niveau voor bedrijventerreinen. Eén van de uitgangspunten van het OPOR is om de ambities uit de Omgevingsvisie zoveel mogelijk te realiseren bij het natuurlijke vervangingsmoment van wegen, groen en riolering. Dit om de kosten zoveel mogelijk te beheersen en niet te hoeven afschrijven voor het einde van de levensduur. Het natuurlijke moment voor de diverse gebieden is in onderstaande kaart vastgelegd.
8
9
Schematische weergave van de beleidskaders op verschillende bestuurlijke niveaus
Provinciaal beleid Interim Omgevingsverordening
Provinciaal Programma Wonen en Werken 2021
Omgevingsvisie
Regionaal beleid Regionale energiestrategie
Provinciaal Progromma Wonen en Werken 2021
Omgevingsvisie
Lokaal beleid Omgevingsvisie
Programma Energieneutraal
Omgevingsprogramma Openbare Ruimte
Visie bedrijventerreinen
10
3
SITUERING EN KENMERKEN VAN DE BEDRIJVENTERREINEN
Inleiding Nu de beleidskaders in hoofdstuk 2 zijn toegelicht, worden in dit hoofdstuk de situering en kenmerken per bedrijventerrein beschreven. Per bedrijventerrein wordt in een tabel de sterkte, zwakte, kansen en bedreigingen samengevat. Tezamen met de geldende beleidskaders vormt de huidige situering het vertrekpunt voor het toekomstig functioneren en inrichting van de bedrijventerreinen. Bijlage 1 geeft een goed beeld van de situering van de bedrijventerreinen in Veenendaal. Ambacht/Nijverkamp Hoewel het Ambacht-Nijverkamp vaak in één adem wordt genoemd zijn het twee bedrijventerreinen die gezamenlijk een gecombineerd bedrijventerrein vormen. Het gecombineerde bedrijventerrein is zuidelijk in Veenendaal gesitueerd en wordt gescheiden door de rondweg-Oost (zie bijlage 1). Op het bedrijventerrein de Nijverkamp is milieucategorie 5 van toepassing, de maximale milieucategorie. Bedrijventerreinen met een hogere milieucategorie zijn in regio Foodvalley relatief schaars, waarmee de Nijverkamp door het bedrijfsleven de stempel heeft gekregen van ‘terrein om zuinig op te zijn’. Er is een hoge mate van productie/industrie gevestigd met een relatief grotere ruimtevraag ten opzichte van de andere bedrijvigheid in Veenendaal. Het bedrijventerrein kenmerkt zich door een aantal zeer grote loodsen van onder andere staalhandel en constructiebedrijven.
Een groot gedeelte van het Ambacht is al getransformeerd naar woningen en de wens bestaat om het gebied tussen de Kerkewijk en de Groeneveldselaan verder te transformeren tot woongebied. Dit betekent dat een groot deel van het Ambacht vervalt en slechts het deel tussen de Groeneveldselaan en de Rondweg-Oost behouden blijft als bedrijventerrein (zie bijlage 1). Om hier woningbouw te kunnen realiseren zal een groot deel van de gevestigde ondernemingen moeten verhuizen of hun activiteiten moeten stoppen. Hoewel de planvorming voor dit gebied al in gang is, blijkt het lastig om de ontwikkelingen te versnellen zolang de gevestigde ondernemingen geen huisvestingsalternatieven hebben. Voor de Nijverkamp zijn geen concrete plannen. Her en der is hier een aantal woonfuncties te vinden. Het betreft met name van oudsher bedrijfswoningen die bedoeld waren voor de eigenaar of de opzichter van de bedrijven. Dit had een sociaal karakter om zo de veiligheid van het bedrijventerrein te waarborgen. Met de komst van camera’s en sensoren is de functie van een bedrijfswoning vaak niet meer nodig. Ook kunnen bedrijfswoningen de bedrijfsactiviteiten belemmeren in de omgeving. In de bestemmingsplannen is om deze redenen opgenomen dat nieuw te bouwen (bedrijfs)woningen niet meer zijn toegestaan. Vervanging van de bestaande (bedrijfs)woningen door sloop en nieuwbouw is wel toegestaan.
Afbeelding 1 Situering hoogspanningstracé en natura 2000
Het Ambacht/Nijverkamp is het enige bedrijventerrein waarover een hoogspanningstracé loopt. Meer specifiek staan op de Nijverkamp een viertal hoogspanningsmasten (zie afbeelding 1 de gele nummers). Dit heeft als gevolg dat op bepaalde plekken rondom de hoogspanningskabels niet of beperkt gebouwd en verbouwd mag worden. Het Rijk heeft alleen voor tracés boven woonwijken geld beschikbaar gesteld om deze onder de grond te brengen. Dit betekent dat de vier hoogspanningsmasten op de Nijverkamp in tact blijven aangezien bekostiging door alleen gemeente onhaalbaar is.
11
Het gebied De Blauwe Hel ligt ten noordoosten van de Nijverkamp. Dit deel van het Binnenveld is in 2014 aangewezen als Natura 2000-gebied (instandhouding en verbetering van de bijzondere natuur). Omdat dit beschermde natuurgebied een stikstofgevoelig gebied is, heeft de uitspraak van de Raad van State over het ongeldig verklaren van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) gevolgen voor de bedrijvigheid op de Nijverkamp. Bedrijven moeten aantonen dat de bedrijvigheid of nieuwbouwplannen geen significante nadelige effecten hebben voor het Natura-2000 gebied. Alle uitbreiding aan bedrijvigheid of nieuwbouw moet worden getoetst en bij eventuele extra uitstoot van stikstof moet dit elders in de bedrijfsvoering of op het bedrijventerrein worden gecompenseerd. Op alle bedrijventerreinen is er sprake van hittestress door de relatief hoge mate van bebouwing en verstening. Dit geldt ook voor het Ambacht-Nijverkamp. Uit het overzichtskaartje in bijlage 6 wordt duidelijk dat de hoge mate asfalt en parkeerterrein tot hittestress leiden. De beperkte ruimte heeft tot gevolg dat er weinig ruimte overblijft voor groen, met hittestress en wateroverlast tot gevolg. Omdat het bedrijventerrein bij hevige regenval ook last heeft van wateroverlast door de hoge mate van verstening wordt het riool aan de Smalle Zijde en de Wageningselaan gerenoveerd en de capaciteit uitgebreid.
Sterktes
Ambacht Zwaktes
Voldoende parkeerruimte Zichtlocatie langs Oostelijke rondweg (N233) Dicht bij belangrijke uitvalswegen richting A12 en A15
Kansen
Relatief veel woningen gevestigd Aantal zeer gedateerde panden Weinig groen
Bedreigingen Versterken gebied rondom meubelboulevard Verouderde opslaghallen met weinig arbeidsplaatsen transformeren naar arbeidsintensieve bedrijvigheid Strook langs Oostelijke Rondweg (233) upgraden Meer hoogbouw langs Rondweg-Oost (N233)
Door transformatie van bedrijven naar woningen verlies van bedrijfsruimten Geen opvang voor (arbeidsextensieve) bedrijvigheid vanwege ontbreken uitbreidingsruimte in gemeente Lange procedure voordat Oostelijke Rondweg (N233) wordt verbreed
12
Nijverkamp Zwaktes
Aantal bedrijfswoningen Aantal zeer gedateerde panden Weinig groen Door zwaardere industrie veel laagbouw en grote panden/loodsen
Bedreigingen
Geen uitbreidingsruimte voor gevestigde bedrijven Hittestress en wateroverlast Beperking uitbreidingsmogelijkheden vanwege naastgelegen Natura2000gebied (stikstof) Zeer hoge kosten voor verwijdering hoogspanningsmasten Lange procedure voordat Oostelijke Rondweg (N233) wordt verbreed
Faktorij/De Vendel Faktorij/De Vendel is een gecombineerd bedrijventerrein ten noord/westen van Veenendaal. Wegens de ligging van het terrein langs de A12, ter hoogte van afslag 23, is het een goed ontsloten terrein met een zichtlocatie. De uitstroom van pendel legt geregeld een behoorlijke druk op de Rondweg-west. De Faktorij is met milieucategorie 4 een terrein met bedrijvigheid en industrie. Recent heeft een grote uitbreiding plaatsgevonden van een logistiek bedrijf. Uit onderzoek van bureau Stec, in opdracht van de provincie Utrecht, blijkt dat dit bedrijventerrein de meeste potentie heeft om een flinke intensiveringsslag te maken. Dit is met onzekerheden omgeven en gebonden aan randvoorwaarden van financiering, kwalitatieve ambities en schuifruimte. De provincie Utrecht heeft dit bedrijventerrein aangewezen als pilot en zal, samen met de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU), de gemeente hierin ondersteunen. Een intensiveringsslag biedt wel kansen om gelijktijdig stappen te zetten richting aardgasreductie in 2030. De Vendel is het enige kantorenpark in Veenendaal en de bebouwing bestaat grotendeels uit kantoorpanden. De meeste kantoorpanden zien er representatief en kwalitatief goed uit. Het enige wat hier negatief in het oog springt zijn de honingraat kantoren. Deze panden zijn verouderd en niet meer van de huidige tijd.
De laatste twee jaar zijn nog enkele kantoren nieuw gebouwd op een aantal braakliggende percelen in eigendom van beleggers. Deze kantoorpanden pasten nog in Het Provinciale Inpassingsplan Kantoren van de provincie Utrecht. Hoewel momenteel geen ruimte meer is voor uitbreiding zet Veenendaal zich nog altijd stevig in op het intrekken van het Provinciale Inpassingsplan Kantoren. Per april 2022 is het leegstandspercentage kantoren circa 3.5% in Veenendaal. Volgens gerenommeerde vastgoedadviseur Cushman & Wakefield zou de frictieleegstand voor kantoren 5% tot 7% moeten zijn. Dit betekent dat het leegstandspercentage onder de geadviseerde norm van frictieleegstand aan ligtvoor een goed functionerende kantorenmarkt. Met de ambities voor
13
Veenendaal als ICT-centrum van de regio is aandacht benodigd voor voldoende kwalitatief aanbod van kantoren. De hittestress op de Faktorij/de Vendel is in vergelijking met de andere bedrijventerreinen lager. Dit komt door de hogere mate van groen op het bedrijventerrein waarmee zowel de hittestress als wateroverlast beperkt blijft. Toch blijkt uit het overzichtskaartje in bijlage 6 dat ook hier kansen liggen voor het verder terugdringen van hittestress.
14
Faktorij Sterktes
Zwaktes
Zichtlocatie langs A12 Redelijk veel groen
Kansen
Aantal gedateerde panden Door logistieke bedrijven arbeidsextensief
Bedreigingen Herontwikkeling op strategische plekken Uitwisseling private parkeerterreinen Pilot intensivering provincie Utrecht Stappen maken met aardgasreductie door onder andere inzet lokale restwarmte en aquathermie Vergroenen om hittestress en wateroverlast tegen te gaan
Voor intensivering onzekerheden vanwege financiëring, kwalitatieve ambities en geen schuifruimte
De Vendel Sterktes
Zwaktes
Geclusterd, modern kantorenpark Zichtlocatie met hoogbouw langs A12 Relatief arbeidsintensief Veel groen en mooie uitstraling door bomenstructuur
Kansen
Uitwisseling private parkeerterreinen Klein gebied mogelijk geschikt voor gebiedsaanpak Grotere kantoorpanden geschikt maken voor kleinere flexibele kantoorunits Verdere verduurzaming o.a. kantorenlabels en stappen richting aardgasvrij Vergroenen om hittestress en wateroverlast tegen te gaan
Grotere kantorenpanden slechter verhuurbaar vanwege de grote oppervlakte; meer behoefte aan kleinere units. Enkele aansluiting op Rondweg-West zorgt voor verkeersopstoppingen
Bedreigingen
Geen uitbreidingsruimte voor gevestigde bedrijven Voor aanpassing kantoorpanden is medewerking noodzakelijk van vastgoedeigenaren
15
De Compagnie De Compagnie ligt in het noordelijk deel van Veenendaal, ten zuiden van de A12. De Compagnie stamt uit de jaren ’80 en ’90. Het is een gemengd bedrijventerrein met de omvang van de menselijke maat, zoals ooit uit de positionering van de verschillende bedrijventerreinen is gekomen. Vanwege de ligging langs de A12 is er een aantal kantoorpanden aan de rand van het bedrijventerrein gevestigd met zicht op de A12. Afgelopen jaren heeft dit terrein een beperkte revitalisering ondergaan. Het westelijk deel van de Compagnie stond vroeger bekend als chauffeurslocatie bij het wegrestaurant De Goudreinet. Deze heeft plaatsgemaakt voor Goya Oriëntal en meerdere foodketens zoals BugerKing, KFC en De Beren. Het wordt ook wel de foodcourt van Veenendaal genoemd. Uit het overzichtskaartje in bijlage 6 blijkt dat de hittestress op de Compagnie met name aan de westzijde is geconcentreerd rondom de parkeerterreinen bij de foodcourt.
Compagnie Sterktes
Zwaktes
Mix van bedrijvigheid Foodcourt aan westzijde Recent gerevitaliseerd bedrijventerrein
Kansen
Veel parkeren op openbare weg Aantal gedateerde panden maar niet voldoende voor grondige aanpak
Bedreigingen Herontwikkeling op strategische plekken Hogere bouwhoogtes toestaan Verder verduurzaming onder andere kantoorlabels Vergroenen om hittestress en wateroverlast tegen te gaan
Geen uitbreidingsruimte voor gevestigde bedrijven
De Compagnie-Oost De Compagnie-Oost is het bedrijventerrein ten oosten van de Compagnie en wordt van elkaar gescheiden door de Stationsstraat. De Compagnie-Oost staat bekend als een autoboulevard. Dit is in de jaren ’90 ontstaan vanwege de zichtlocatie langs de A12 en de vele vraag naar autoshowrooms van verschillende dealers. Het bedrijventerrein stamt uit de jaren ‘90 en is daarmee jonger dan de Compagnie. Naast de autoboulevard heeft dit bedrijventerrein ook een aantal woon/werkpercelen. Een uitdaging op dit bedrijventerrein is de beperkte ruimte voor parkeren op private terreinen. Dit is ontstaan in de periode dat er geen minimaal aantal parkeerplaatsen werd geëist bij start bouw maar een maximaal opgelegd aantal parkeerplaatsen. Het Rijk wilde bedrijven destijds stimuleren de medewerkers met het openbaar vervoer te laten komen. Dit is in de praktijk niet gelukt en met een aantal grote ICT-bedrijven in dit gebied is parkeren een groot probleem. Daarnaast worden vanwege de aard van het bedrijventerrein auto’s veelal in de openbare ruimte op de weg geparkeerd. In de oksel van de A12/Oostelijke rondweg liggen plannen voor een ICT-Techcampus. Daarnaast is ook dit bedrijventerrein door de provincie Utrecht opgenomen als pilot om de ambities voor 16
intensivering van het ruimtegebruik te verkennen. Dit wordt samen met de OMU en de provincie Utrecht uitgewerkt. Hittestress neemt toe naarmate een terrein meer versteend en geasfalteerd is. Hoewel de Compagnie-Oost het thema autoboulevard heeft blijkt uit het overzichtskaartje dat de hittestress relatief meevalt. De concentratie van hittestress zit met name in de westzijde van het terrein.
Compagnie-Oost Sterktes
Zwaktes
Cluster van autobedrijven Zichtlocatie langs de A12
Kansen
Parkeerproblematiek
Bedreigingen Hogere bouwhoogtes toestaan TechCampus-ontwikkeling HSO Pilot intensivering provincie Utrecht Terreinen autobedrijven beter benutten door middel van solarcarports en in te richten met duurzame mobiliteit Vergroenen om hittestress en wateroverlast tegen te gaan
Geen uitbreidingsruimte voor gevestigde bedrijven Ontwikkelingen autobranche (meer internetverkoop) Voor intensivering onzekerheden vanwege financiëring, kwalitatieve ambities en geen schuifruimte
De Batterijen De Batterijen is een bedrijventerrein ten noorden van de A12. Dit is het meest recent ontwikkelde bedrijventerrein van Veenendaal, waarvan de eerste panden dateren uit de jaren ’00. Ook is op De Batterijen als eerste parkmanagement ingevoerd. Door een startbijdrage te innen, bij de grondverkoop ten behoeve van parkmanagement, kon er meer worden geïnvesteerd in onder andere groen. Dit blijkt ook wel uit het hoogste groenpercentage (49%) van alle bedrijventerreinen. Vanwege dit hoge groenpercentage blijkt ook dat de hittestress op dit bedrijventerrein relatief weinig problemen geeft. Het bedrijventerrein heeft ten tijde van de ontwikkeling het ICT-thema gekregen. De strook langs de A12 was bestemd voor de ontwikkelingen van hoogwaardige kantoorpanden geschikt voor ICTondernemingen. Met het ingaan van het Provinciaal Inpassingsplan van de provincie Utrecht was het op de betreffende strook langs de A12 niet meer mogelijk om kantoorpanden te bouwen. Om deze reden zijn op deze strook nu met name bedrijfshallen gerealiseerd. Momenteel wordt de hand gelegd aan de bouw van de laatste percelen langs de A12. Ondanks dat de plannen voor een bedrijventerrein met de focus op ICT-bedrijven niet volledig is gerealiseerd, kenmerkt het bedrijventerrein zich toch door het relatief hoge aantal ICT-bedrijven.
De Batterijen Sterktes
Zwaktes
Relatief veel ICT-bedrijven Moderne, jonge uitstraling
Infrastructuur te beperkt voor logistieke bedrijven
17
Veel energiezuinige panden, deels aardgasvrij Zichtlocatie langs de A12 Zeer veel groen en water
Kansen
Provinciaal Inpassingsplan beperkt verdere uitbreiding kantoren langs A12 voor ICT
Bedreigingen Verdere uitbreiding ICT-campus in The Wave Versterken profilering van Veenendaal als moderne centrale vestigingsplek voor ICT-bedrijven Verder vergroenen om hittestress en wateroverlast tegen te gaan
Geen uitbreidingsruimte voor bedrijven Vertrek bedrijven in verband metverkeersopstoppingen
Overzicht van kenmerken per bedrijventerrein In onderstaande tabel zijn de kenmerken en de statistische eigenschappen per bedrijventerreinen samengevat. Uit dit overzicht blijkt uit werkzame personen per km2 dat de Compagnie het hoogst scoort in het aantal werkzame personen per vierkante kilometer gevolgd door Faktorij/De Vendel en De Batterijen. Dit kan verklaard worden door het relatieve hoge aantal kantoorvestigingen op deze bedrijventerreinen. Het absolute aantal bedrijfsvestigingen is het hoogst op de Ambacht/Nijverkamp, wat verklaarbaar is vanwege de relatief grote oppervlakte. Opvallend is te zien dat de Compagnie opnieuw het hoogst scoort bij het aantal bedrijfsvestigingen per km2. Het Ambacht/Nijverkamp scoort het slechtst op het percentage groen. Van de 86 bedrijventerreinen in de provincie Utrecht eindigt het Ambacht/Nijverkamp op plek 85.
Kenmerk
Ontstaan Bruto oppervlakte in ha Bedrijfsvestigingen %Vestigingen Bedrijfsvestigingen/km2 Werkzame personen %Werkzame personen Werkzame personen/km2 Bewoners %Groen en Water
Ambacht/ Nijverkamp Transformatie naar woningen; Zware industrie; Hoogspanningstracé; Natura 2000 ’70/’80 183,40 519 41% 283 6.135 35% 3.346
Faktorij/Vendel
Compagnie
Compagnie-Oost
Batterijen
Bedrijvigheid en Industrie/ Kantoorlocatie Zichtlocatie A12
Gemengd bedrijventerrein
Autoboulevard; Toekomstige ICTTechcampus
ICT-thema
‘80/’90 60,50 302 22% 499 3.975 23% 5.514
’90 34,60 196 15% 566 2.655 15% 7.674
’90 27 106 8% 393 1.197 7% 4.353
‘00 45 177 13% 393/ 3.375 20% 5.176
1.2652
112
119
143
139
8%
13%
12%
15%
22%
2 Relatief hoog aantal bewoners Ambacht vanwege eerdere transformatie bedrijventerrein naar wonen
18
4
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN OP WERKLOCATIES
Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de trends en ontwikkelingen op werklocaties. Allereerst wordt de economische instabiliteit toegelicht en vervolgens de drie megatrends ‘Energietransitie, Circulaire economie, Digitalisering en E-commerce’. Er wordt afgesloten met het onderwerp functiemenging op werklocaties. Economische instabiliteit Het zijn spannende tijden voor het bedrijfsleven. Na een enorme economische groei lijkt de wereld op zijn kop te staan. Voor enkele bedrijven zijn de uitvloeiselen van de Coronacrisis nog voelbaar. Vervolgens zijn er in een jaar tijd nieuwe crisissen ontstaan door de oorlog in Oekraïne, stijgende brandstof- en grondstofprijzen, rentestijging, inflatie en het personeelstekort. Uit zowel enquêtes, bedrijfsbezoeken als signalen vanuit het bedrijfsleven blijkt dat de meeste gevestigde bedrijven relatief weinig last hebben gehad van Coronacrisis (met enkele uitzondering daargelaten). Er zijn zelfs geluiden dat het afgelopen jaren beter is gegaan dan daarvoor. Waar bedrijven in eerste instantie terughoudend waren in het doen van investeringen en verder uitrollen van de bedrijfsvoering bleek na een aantal maanden, nadat de Coronacrisis uitbrak, de te verwachtte terugval in vraag mee viel. Met name logistieke en verpakkingsbedrijven zijn enorm gegroeid vanwege de toename onlineverkopen.
Ook zijn er enkele pakketbezorgers gevestigd op de bedrijventerreinen. Wel hebben veel bedrijven het hoofd boven water kunnen houden vanwege uitgestelde betaling van belasting. Hierdoor bestaat de kans dat er komend jaar toch nog een toename komt van faillissementen. Wat de effecten op de kantoorpanden zijn van meer thuiswerken door Corona is nog onduidelijk. De verwachting is dat thuiswerken meer gebruikelijk wordt en kantoren meer als ontmoetingsplekken functioneren. Een aantal vastgoedeigenaren heeft al laten weten dat zij hun kantoor grotendeels niet meer zullen gaan gebruiken. Anderen geven aan dat er toch behoefte is aan samenwerken op kantoren. Als je kijkt naar het kantorengebruik van afgelopen jaar dan is deze alleen maar toegenomen. De kantorenleegstand is namelijk enorm gedaald en ligt met 3,5% leegstand al ruim onder het frictieniveau van 5%-7%. Grotere zorgen voor komende jaren zijn ontstaan door de oorlog in Oekraïne met als gevolg stijgende brandstof- en grondstofprijzen. Voor een groot aantal bedrijven heeft deze enorme kostenverhoging gevolgen voor de bedrijfsvoering. Ondanks de landelijke ondersteuning voor het MKB zal dit voor de groot energieverbruikers wellicht niet voldoende zijn, met als gevolg meer verwachte faillissementen.
Tenslotte zijn de rentestijgingen, inflatie en de personeelstekorten in allerlei branches een grote zorg, Personeel heeft te maken met hoge inflatie en eisen meer salaris. Door de hoge personeelstekorten zijn bedrijven 'genoodzaakt’ hierin mee te gaan uit angst vertrek van zittend personeel of aantrekken van nieuw personeel, maar hier zitten grenzen aan. Voor een groot aantal bedrijven is het plafond al bereikt en leggen bepaalde productieprocessen al stil. Grote kans dat enkele bedrijven door al deze problemen zelfs volledig moeten stoppen met hun bedrijfsactiviteiten. Next Economy: drie megatrends Ontwikkelingen en innovaties volgen elkaar in de hedendaagse markt in hoog tempo op. Dit zorgt voor een nieuwe dynamiek in de locatiekeuze. Zaken als het gebruik van robots, digitale innovaties en ‘the internet of things’ leiden tot verhoogde productie, efficiëntie en flexibiliteit. Er wordt ook wel gesproken
19
over de ‘vierde industriële revolutie’ (industrie 4.0). Samenwerking en kennisuitwisseling zijn steeds belangrijker om innovatie te creëren. Hieronder een beschrijving van drie prominente ontwikkelingen binnen ‘next economy’ die naar verwachting de grootste invloed op (de vraag naar) bedrijventerreinen gaan of kunnen hebben. 4.3.1 Energietransitie Energietransitie vormt één van de belangrijkste maatschappelijke opgaven. Het doel is fors te investeren in energiebesparing en schone, hernieuwbare energieopwekking en daarmee de uitstoot van CO2 (broeikasgassen) en andere vervuilende stoffen drastisch te verminderen. Als uitvloeisel van het Klimaatakkoord is er een Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld. Hierin wordt aangegeven waar en hoe het beste duurzame energie kan worden opgewekt, zoals ook beschreven in hoofdstuk 2. De toenemende investeringen van bedrijven in de energievoorziening, zoals gebruik van isolatie, maar ook duurzame energieopwekking leidt tot nieuw uitdagingen. Veel zaken zoals zonnepanelen en isoleren zijn zelfstandig op het eigen perceel te realiseren. Andere zaken als een zonneveld, warmtenet maar ook de capaciteit van het elektranet vragen om een collectieve aanpak. De verduurzaming van de mobiliteit verloopt door de inzet van elektrische voertuigen en waterstofvoertuigen.
De trend naar elektrisch rijden voor personenauto's en busjes heeft zich al ingezet. De grotere voertuigen zullen volgen. Volgens onze Visie openbare laadinfrastructuur 2030 wordt de laadinfrastructuur zoveel mogelijk gerealiseerd op eigen terrein. We hanteren de ladder van laden.
Een groot probleem in het behalen van de gestelde doelen voor energietransitie is de netcongestie. Tot ten minste 2028 is het niet mogelijk om nieuw aan te sluiten opwek terug te leveren aan het net en voor de elektrificering van de warmtevoorziening en laadinfrastructuur is de netcapaciteit steeds vaker een knelpunt. Dit vraagt om innovatieve oplossingen waarbij vraag en aanbod beter op elkaar worden aangesloten en/of opslag een rol speelt. 4.3.2 Circulaire economie De circulaire economie gaat uit van een economisch systeem waarin de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen wordt gemaximaliseerd en waardevernietiging (en afval) wordt verminderd. Ondanks dat dit nog redelijk in de kinderschoenen staat zijn er steeds meer ondernemers die zien dat slimme circulaire businesscases kosten besparen en noodzakelijk zijn voor een volhoudbaar systeem. Afval en restwarmte is weer grondstof voor een ander. Dit vraagt een grote omslag in denken en samenwerken over de grenzen van het eigen bedrijf.
20
Om hier vorm aan te geven is er in regio Foodvalley een samenwerkingsprogramma 2019-2022 gemaakt “Living Lab Circulair”. Dit is een grote proeftuin waar gewerkt wordt aan circulaire experimenten en innovaties. Op termijn is kiezen voor circulaire werklocaties een optie via vestigingscriteria. Hiervoor dien je ruimtelijke kenmerken te creëren zoals bijvoorbeeld goede bereikbaarheid, nabijheid van leveranciers, afzetmarkten en (duurzame) energiebronnen. 4.3.3
Digitalisering: automatisering en robotisering, groei van smart industry & logistics en E-commerce In de productiesector en de logistiek nemen robots steeds meer (routine)werkzaamheden over. Dit is nodig om de productie en toegevoegde waarde te kunnen blijven verhogen en om (internationaal) concurrerend te blijven. Met name in de bouwsector vindt er een grote verschuiving plaats naar steeds meer prefab-productie. Dit alles leidt tot de verdere opkomst en groei van smart industry & smart logistics. Dit betreft de koppeling van automatisering en gegevensuitwisseling aan industriële productie en logistieke processen via slimme sensoren, big data, internet of things en robots. E-commerce is de verzamelnaam voor online handel, wat in de praktijk neerkomt op verkoop via webshops. Bij e-commerce gaan goederen vaker door een distributiecentrum. Deze markt zal de komende jaren door blijven groeien. Daarnaast is het niet onwaarschijnlijk dat na de coronacrisis meer voorraden worden aangehouden door bedrijven waardoor de benodigde ruimte voor opslag en logistiek toeneemt. Functiemenging op werklocaties Functiemenging op werklocaties is het toevoegen van verschillende functies (zoals woon- en werkfuncties) op een werklocatie dat voorheen alleen bestemd was voor werkfuncties.
Landelijk is hiervoor meer aandacht, omdat hierdoor een hogere intensiteit van binnenstedelijke ruimte kan worden gerealiseerd. Naast de noodzaak vanuit ruimtedruk kan succesvolle functiemenging leiden tot dynamische en aantrekkelijke gebieden om zowel in te wonen als te werken. In het RP wonen en werken is opgenomen dat functiemenging moet worden gestimuleerd in stedelijk gebied. Daarnaast is ook opgenomen dat op sommige locaties bewust geen functiemenging gewenst is, als dit overige bedrijvigheid hindert of als het een ongewenste vervangingsvraag met zich meebrengt. In Veenendaal zou functiemenging van woningen tot gevolg hebben dat nog meer bedrijven moeten vertrekken om plaats te maken voor woningen. Dit leidt tot vervangingsvraag naar werklocaties en omdat Veenendaal geen grond meer heeft is in de omgevingsvisie opgenomen dat werklocaties, met uitzondering van bedrijventerrein Ambacht (Kerkewijk tot aan de Groeneveldselaan), volledig beschikbaar blijven voor bedrijvigheid. Functiemenging komt tegelijkertijd wel voor in andere vormen die leiden tot meervoudig ruimtegebruik. Zoals bijvoorbeeld zonnepanelen op daken, gezamenlijk gebruik van parkeerterreinen en het optoppen van bedrijfsgebouwen.
Daarnaast heeft Veenendaal in het Actieplan Vitale Binnenstad 2.0 uitgesproken juist voor het centrum functiemenging te stimuleren om leegstand tegen te gaan en een levendig centrumgebied te creëren waarin wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd.
21
5
BEVINDINGEN BRAINSTORMSESSIES EN ENQUÊTE
Inleiding Onder alle op de bedrijventerreinen gevestigde ondernemers, is een uitgebreide enquête uitgezet over de huidige en toekomstige ontwikkelingen in de bedrijfsvoering, het vastgoed en de omgeving. Hierop zijn ruim 100 reacties gekomen. Daarnaast heeft een tweetal brainstormsessies plaatsgevonden met het bestuur van de BOV en de parkmanager om de toekomst van de bedrijventerreinen te bespreken. De conceptversie van dit document is tevens voorgelegd aan het platform Ondernemend Veenendaal en de bestuurders van de coöperatieve verenigingen van alle bedrijventerreinen. In dit hoofdstuk worden de uitkomsten van de brainstormsessies en de enquête besproken. Hierbij zijn ook de signalen meegenomen die worden opgehaald tijdens de wekelijkse bedrijfsbezoeken aan ondernemers (gemiddeld vier per week). De volledige uitwerking van de brainstormsessies is te vinden in bijlage 2. Een samenvatting van de uitkomsten van de enquête is te vinden in bijlage 3 en in bijlage 7 zijn de complete uitkomsten van de enquête te vinden. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat de brainstormsessies en enquête dateren uit begin 2021. In het jaar 2022 is de economische ontwikkeling gekanteld. Toen speelde Coronacrisis de boventoon en was er nog geen sprake van bijvoorbeeld energiecrisis.
Uit bedrijfsbezoeken van afgelopen jaar blijkt dat bedrijven anders aankijken tegen de aanpak van duurzaamheid. Waar toen de ondernemers nog aangaven dat verduurzamen als ondergeschikt werd gezien ten opzichte van investeren in representativiteit van het vastgoed, staat verduurzaming nu bijna bij ieder bedrijf stip op nummer één. Ook vonden ondernemers dat de gemeente en de BOV een trekkersrol hadden op het gebied van verduurzaming en invulling aan de Transitievisie Warmte. Nu komen er steeds meer initiatieven vanuit de ondernemers zelf. Algemene uitkomsten brainstormsessies en enquête 5.2.1 Ruimte en vastgoed De bedrijven zijn over het algemeen tevreden met hun vestiging in Veenendaal. Ondernemers geven aan dat de centrale ligging en betaalbaarheid voor vestiging in Veenendaal belangrijke aspecten zijn. Uit de enquête komt duidelijk naar voren dat ruimte om te groeien een belangrijk onderwerp is voor ondernemers. Zowel uit de brainstormsessies als uit de enquête wordt de zorg uitgesproken over de groeimogelijkheden in Veenendaal vanwege een beperkt aanbod aan geschikte locaties en uitbreidingsruimte. De transformatie van Het Ambacht naar wonen zorgt voor een hogere druk op de beschikbare locaties en daarmee de prijzen.
Hoewel circa 85% van de ondernemers aangeeft dat het huidige bedrijfspand nog voldoende ruimte biedt voor de bedrijfsvoering, verwacht de helft van hen binnen nu en vijf jaar te groeien in zowel de bedrijfsactiviteiten als medewerkers. Dit gaat naar schatting om ongeveer 20 ha bedrijventerrein. Aangegeven wordt dat de ondernemingen de voorkeur hebben om binnen Veenendaal te blijven. Uit de enquête blijkt dat representatie van het pand belangrijk is en dat het wenselijk is dat in bepaalde gebieden in Veenendaal hier extra aandacht voor komt. Een deel vindt dat de panden toe zijn aan vernieuwing en een frissere uitstraling moeten krijgen om Veenendaal aantrekkelijk te houden. Hoewel meer dan de helft van de respondenten aangeeft dat dit een taak is voor de vastgoedeigenaren vindt toch ruim 40% dat de gemeente in samenwerking met vastgoedeigenaren zou moeten werken aan gebiedsherontwikkeling waarbij de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) kan participeren.
22
Duurzaamheid wordt gezien als een belangrijk speerpunt bij eventuele aanpak van panden en terreinen. Circa 40% van de ondernemers heeft de bedrijfsvoering verduurzaamd en werkt circulair. Ruim de helft heeft al LED-verlichting en ongeveer 30% wekt energie op via zonnepanelen en gebruikt elektrisch of hybride vervoer. Gasloos, vergroenen van het terrein en verduurzamen door middel van isoleren wordt door een klein deel van de ondernemers toegepast. Hoewel een deel van de ondernemers voornemens is komende jaren te investeren in verduurzaming van het vastgoed, blijkt dat het investeren in de representativiteit van het vastgoed de voorkeur heeft. De kansen voor duurzame energie liggen volgens de ondernemers met name bij investeren in zonnepanelen op bedrijfsdaken. Ondernemers geven aan dat een aandachtspunt is dat huurders de verantwoordelijkheid voor investeringen in duurzame maatregelen en uitstraling van het pand neerleggen bij de pandeigenaar. Ook blijkt een groot deel aan te geven dat volledig van het gas af als lastig tot niet haalbaar wordt geacht. Daarnaast verwachten ondernemers dat de gemeente en de BOV een trekkersrol hebben op het gebied van verduurzaming en invulling aan de Transitievisie Warmte.
5.2.2 Verkeer, parkeren & OV De centrale ligging van Veenendaal aan de A12 wordt als belangrijke vestigingsfactor beschouwd en draagt positief bij aan het vestigingsklimaat in Veenendaal. De doorstroming van de op- en afritten richting de bedrijventerreinen fungeren over het algemeen goed. Aandachtspunt blijft de drukte op de Oostelijke rondweg N233. Deze drukte wordt als hinderlijk ervaren en de verbreding op termijn is zeer wenselijk. Als tweede grootste verkeersknelpunt komt de Rondweg-West in lijn met de doorstroming richting de Rijnbrug in Rhenen. Ongeveer één derde van de ondernemers is ontevreden over het aantal parkeerplekken op de bedrijventerreinen en geeft aan dat parkeren geregeld een probleem vormt. Zowel geparkeerde vrachtauto’s als personenauto’s op de openbare weg resulteert in overlast en onveilige verkeerssituaties. Driekwart van de ondernemers geeft aan dat zij hun auto willen parkeren bij eigen het pand en niet op een centrale parkeerplaats in de nabijheid. Ondernemers in Veenendaal zijn over het algemeen tevreden over het OV, maar zien graag dat de OV-bereikbaarheid van de bedrijventerreinen verbetert. Er wordt relatief weinig gebruik van gemaakt van het OV door ondernemers of het personeel.
Uitkomsten per bedrijventerrein 5.3.1 Ambacht/Nijverkamp Door onttrekking van bedrijventerrein het Ambacht wordt door ondernemers en BOV gepleit voor extra bedrijfsruimte elders. De percelen langs de Oostelijke rondweg N233, tussen de Wageningselaan en de Smalle Zijde, worden gezien als interessante locaties om hoogbouw toe te staan en meer arbeidsintensieve bedrijven te huisvesten. Het overige deel van de Nijverkamp kan volgens het bedrijfsleven fungeren als bedrijventerrein waar de milieucategorie 5 gekoesterd moet worden en waar de wens bestaat voor een uitsterfconstructie voor woonfuncties. Er is behoefte om op individueel niveau panden op te knappen. Veel panden zijn gedateerd. Hoewel aanpak van hittestress, aanleg van nieuwe parkeerplaatsen en extra fietspaden wenselijk is, is dit volgens het bedrijfsleven enkel mogelijk in geval van gebiedsherontwikkeling. Het bedrijfsleven is teleurgesteld dat het Rijk geen cofinanciering biedt voor het ondergrondsbrengen van de drie hoogspanningsmasten boven de Nijverkamp. Dit zou volgens hen grote kansen bieden voor de verdere ontwikkeling van de Nijverkamp als bedrijventerrein.
23
5.3.2 Faktorij/de Vendel De bedrijventerreinen Faktorij/de Vendel worden gezien als goed functionerende bedrijventerreinen met over het algemeen een nette uitstraling. De aandacht in dit gebied ligt met name op een aantal specifieke panden die goede kans maken op herontwikkeling en op het stimuleren van vestiging van arbeidsintensieve bedrijvigheid. Ook verduurzaming van bestaande (kantoor-)panden biedt kansen. 5.3.3 De Compagnie De Compagnie heeft afgelopen jaren een revitalisering ondergaan. De parkeerdruk op dit bedrijventerrein is hoog en het bedrijfsleven zou de ontwikkeling van groene parkeerplaatsen, om hittestress tegen te gaan, interessant vinden. Daarnaast heeft het bedrijfsleven de wens om hogere bouw mogelijk te maken aan de randen. Aandachtspunt voor dit terrein is het activeren van vastgoedeigenaren op het onderhouden en verduurzamen van de panden. 5.3.4 De Compagnie-Oost Het overgrote deel van de Compagnie-Oost is destijds ontwikkeld als autoboulevard. Het bedrijfsleven vindt clustering van sectoren op specifieke terreinen een goede ontwikkeling, maar vraagt aandacht voor de trend op het gebied van autobedrijven.
Met het oog op de trends om auto’s rechtstreeks op te halen uit de haven, het steeds meer online kopen van auto’s en allerlei diensten digitaal aan te bieden (virtuele rondleiding door de showroom, video-presentaties van auto’s die te koop staan en de proefrit aan huis) is het goed om na te denken over de toekomst van de autoboulevard. Omdat de percelen op de Compagnie-Oost minder intensief bebouwd zijn vanwege de grote oppervlakten voor de buitenstalling van (tweedehands) auto’s biedt dit kansen voor intensivering van dit bedrijventerrein op termijn. Het bedrijfsleven vindt de ontwikkeling van een ICT-Techcampus in de oksel tussen de A12 en de Oostelijke rondweg positief en ziet dit graag gerealiseerd worden. Ook voor dit gebied vraagt men aandacht voor de hoge parkeerdruk met bijbehorende problematiek. 5.3.5 De Batterijen De Batterijen wordt door het bedrijfsleven ervaren als een goed doordacht bedrijventerrein met uitzondering van de vestiging van een groot logistiek bedrijf. Deze veroorzaakt regelmatig overlast van vrachtwagens en personenauto’s in de openbare ruimte en op particulier terrein. Behalve een dringend verzoek tot een oplossing te komen van bovenbedoeld logistiek bedrijf zijn hier, volgens het bedrijfsleven, weinig andere ingrijpende veranderingen nodig.
Over het algemeen wordt het wegvallen van de extra kantoormeters, door het Provinciaal Inpassingsplan, als gemiste kans ervaren voor de ambitie op het gebied van arbeidsintensieve bedrijvigheid en is het bedrijfsleven blij met de samenwerking en actieve lobby met de gemeente om hiertegen bezwaar te blijven maken. Ook wordt aangegeven dat op specifieke locaties kansen liggen om het terrein nog verder te vergroenen en te verduurzamen.
24
6
STIP OP DE HORIZON
Inleiding In dit hoofdstuk wordt een ideaalbeeld geschetst van de richting waar zowel de lokale ondernemers als verschillende overheidsorganen in de toekomst met de Veenendaalse bedrijventerreinen naar toe willen. Omdat de toekomst regionaal moet worden bezien is de Verstedelijkingsstrategie ArnhemNijmegen-Foodvalley leidend. Daarin wordt de richting bepaald hoe regio Foodvalley er in 2040 uit zou moeten komen te zien. Omdat de Verstedelijkingsstrategie belangrijk is en gevolgen heeft voor de ontwikkeling van de regio en Veenendaal, dient er een vertaalslag te worden gemaakt naar de lokale bedrijventerreinen. Belangrijke aspecten zijn hierbij de uitstraling en profilering van de bedrijventerreinen. Na het wensbeeld van de regio op basis van de Verstedelijkingsstrategie volgt kort een wensbeeld van de Veenendaalse bedrijventerreinen in 2040. Wensbeeld van de regio 6.2.1 Verstedelijkingsstrategie De regio Arnhem-Nijmegen-Foodvalley heeft de ambitie uitgesproken om door te groeien naar een Groene Metropool van internationale betekenis. Gezamenlijk hebben de twee regio’s alles in zich om zich te ontwikkelen als topregio in food, health en energy en in het logische verlengde daarvan als dé circulaire topregio van Nederland en van Europa met campusontwikkeling, logistieke hotspots en energieclusters.
Een regio met een excellente leefomgeving waar het groen, gezond en schoon wonen en werken is nu en in de toekomst met een brede welvaart voor iedereen. De Verstedelijkingsstrategie regio Arnhem-Nijmegen Foodvalley hanteert de bouwstenen leefomgeving, economie, mobiliteit en wonen. Hoewel alle bouwstenen invloed hebben is de bouwsteen economie het meest richtinggevend voor de bedrijventerreinen. In de bouwsteen economie wordt ingezet op de volgende zaken: Campus De wens is om campussen te ontwikkelen waar het bedrijfsleven en onderwijs met elkaar worden verbonden, zodat er milieus van innovatie en startups ontstaan. De focus ligt hierbij op de food-, health- en energysector, waarbij een ICT-cluster en een sterke dienstensector belangrijke onderdelen zijn om dit verder aan te jagen. Het doel is om kwalitatief hoogwaardige intensieve werklocaties te ontwikkelen met goede (internationale) verbindingen op het gebied van zowel mobiliteit als kennis. Werklocaties Eén van de belangrijkste uitgangspunten van de verstedelijkingsstrategie is om tegenover iedere nieuw te bouwen woning een baan te hebben in de nieuwe economische clusters. Hierbij bestaat de wens om nieuwe woon- en werklocaties te gaan koppelen aan met name (OV-)infrastructuur. De woon- en werklocaties worden zoveel mogelijk gerealiseerd door binnenstedelijk te bouwen en te verdichten op goed bereikbare plekken.
Het uitgangspunt van de verstedelijkingsstrategie is om slim om te gaan met de ruimtevraag naar bedrijventerreinen door goed te kijken naar wat de ontwikkeling oplevert voor de lokale werkgelegenheid en waarbij het uitgangspunt is het verknopen van de ‘oude en de nieuwe’ economie. Uit de provinciaal economische verkenning van Gelderland van 2018 blijkt dat zowel in regio FoodValley als in regio Arnhem-Nijmegen naast het grote aantal kennisbanen en banen in de zorg juist ook het aantal banen in de detailhandel, groothandel, bouw en metaal aanzienlijk is. Door de regio heen is het aantal praktijkgeschoolden ongeveer 20%. In de verstedelijkingsstrategie wordt daarom ook aandacht gevraagd voor het aanbod van praktisch geschoold werk in en nabij stedelijke woonomgevingen, om te voorkomen dat het menselijk kapitaal van de regio onbenut blijft en de tweedeling in de samenleving wordt vergroot. 25
Ruimtelijke toekomstvarianten Er worden drie toekomstvarianten uitgewerkt voor de regio Arnhem-Nijmegen, Foodvalley aan de hand van de twee uitersten ‘geconcentreerde stedelijke ontwikkeling’ en ‘regionale spreiding’. Daartussen valt de varianten ‘verstedelijking in/rond economische polen’. Geconcentreerde stedelijke ontwikkeling De verstedelijking gebeurt geconcentreerd en de open ruimten tussen en rondom de stedelijke regio’s behouden hun openheid. In dit scenario worden Arnhem en Nijmegen de zwaartepunten in de regio qua wonen en werken. Goede verbindingen met de regio en daarbuiten zijn essentieel. Sterke groei in stedelijke gebieden vraagt extra aandacht voor de leefomgevingskwaliteit, waar het landschap van de Groene Metropool rondom deze gebieden aan bijdraagt. Verstedelijking in/rond economische polen De regio als geheel zet in op drie economische topsectoren: Food, Health en Energy. Verstedelijking binnen dit scenario concentreert zich vooral rondom de brandpunten van deze topsectoren, waar innovatie en creativiteit in cultuur, technologie en maatschappij samenkomen. Als een polycentrisch model rondom Arnhem, Nijmegen en Ede-Wageningen zal de regio zich verder verstedelijken, waarbij onderlinge samenwerking en verbindingen tussen een aantal grote kernen binnen en buiten de regio versterkt worden.