CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Vaststelling Kadernota 2022-2025 - Kadernota 2022-2025

Gemeenteraad 5 juli 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Kadernota 2022-202523.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2022

2023

2024

2025

Toename Schuld

6,9

6,7

10,3

8,4

6,3

Solvabiliteit

28%

27%

26%

26%

25%

Als gevolg van de toename van de schuld zal de solvabiliteit van de gemeente iets teruglopen van 27% in 2022 naar 25% in 2025. Alleen door het investeringsplan te temporiseren kan de solvabiliteit verbeterd worden. Overigens valt het percentage van 25% nog steeds binnen de voorschriften van de provincie Utrecht, waarbij een minimale omvang van 20% wordt gehanteerd.

Kadernota 2022-2025 | 18

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

2.5 Risicoparagraaf 2.5.1 Algemeen Bij een beschouwing over de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente in de komende periode is het noodzakelijk ook aandacht te schenken aan de risico’s die van invloed kunnen zijn op de financiële positie. Ook kan dan een relatie worden gelegd met de weerstands­ capaciteit: is de gemeente voldoende financieel in staat risico’s op te vangen. In deze paragraaf worden de belangrijkste risico’s genoemd. 2.5.2 Specifieke risico’s In de bestuursrapportages wordt altijd een overzicht van de risico’s opgenomen met daarbij een berekening van de risicoscore. In deze Kadernota wordt verwezen naar de 1e bestuursrapportage 2021 en wordt volstaan met een globale aanduiding van de risico’s. 2.5.3 Covid-19 Tot op heden is de compensatie van de gemaakte kosten en gederfde inkosten steeds voldoende geweest. Het is nog onvoorspelbaar wanneer het maatschappelijk leven weer als ‘normaal’ kan worden beschouwd en wat de uiteindelijke (financiële) effecten zijn van deze crisis. Gevolgschade kan bestaan uit extra kosten in het sociaal domein en de gevolgen van leegstand. 2.5.4 BUIG-budget Het risico dat de uitkeringslasten zullen toenemen is aanwezig. Door de ‘Coronacrisis’ raken mensen hun baan kwijt en komen ondernemers in de problemen door tijdelijke sluiting van hun bedrijf waardoor er geen omzet is.

Tegelijk zien we inmiddels het herstel van de economie. Weliswaar zijn er ruime regelingen van het Rijk voor financiële ondersteuning, maar niet in alle gevallen is dat

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

toereikend. De komende periode zal duidelijk worden wat het effect hiervan is op het aantal cliënten, dat op een uitkering is aangewezen. 2.5.5 Algemene uitkering Elders in deze Nota is beschreven dat op basis van de partijprogramma’s bij de laatste 2e Kamerverkiezingen mag worden verwacht dat er structureel meer geld beschikbaar komt in het Gemeentefonds. Het is afwachten wat een nieuw kabinet concreet gaat doen en welke voorwaarden aan de extra middelen worden gesteld. De VNG geeft aan het nieuwe kabinet de boodschap mee ‘het sociaal domein niet te beschouwen als een kostenpost, maar als een investeringskans. Dat is nodig om bestaanszekerheid te herstellen, kansengelijkheid te vergroten en gezond leven te stimuleren’. Tot op heden is de praktijk zo dat er regelmatig ‘efficiencykortingen’ worden doorgevoerd, waarop de gemeenten nauwelijks invloed hebben. Een positief aspect is dat de Raad van State heeft geoordeeld dat decentralisatie van taken naar de gemeenten financieel ‘ruimhartiger’ dient te verlopen. 2.5.6 Gemeenschappelijke regelingen Gemeente Veenendaal neemt deel in tal van gemeenschappelijke regelingen. Ook deze instanties kunnen te maken hebben met tegenvallende exploitatiecijfers vanwege het coronavirus. In eerste instantie moeten deze tegenvallers binnen hun eigen weerstandsvermogen worden opgevangen.

Is dat niet toereikend, dan zullen de deelnemende gemeenten worden aangesproken. Het is moeilijk in te schatten welk financieel risico we hier concreet lopen.

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

2.5.7 Woningbouw Veenendaal-Oost Door de schaarste op de woningmarkt en de lage rente is het risico bij het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost momenteel relatief laag. Dit neemt niet weg dat er zich ontwikkelingen voor kunnen doen die niet zijn voorzien. Er kunnen bijvoorbeeld bij de planning van de investeringen, de planprocedures, het bouwrijp maken en het binnenkomen van de opbrengsten tegenvallers ontstaan. Extra tijdelijke financieringsmiddelen zijn dan noodzakelijk. Dit kan extra rentekosten en/of een aanvullende borgstelling met zich meebrengen. Wij gaan niet uit van een zwaar weer scenario maar houden om zorgvuldigheidsredenen wel rekening met het risico van deelneming in OVO. 2.5.8 Parkeerexploitatie De parkeerexploitatie staat – mede door de coronacrisis – zwaar onder druk. Door de langdurige situatie van de lockdown blijven winkels dicht en blijft het publiek weg. Via de uitkeringen van het rijk kan de derving van inkomsten tot op heden gecompenseerd worden. In de 1e Bestuursrapportage van 2021 is al melding gemaakt van het feit dat onderzocht wordt op welke wijze de exploitatie positief kan worden beïnvloed. Hiervoor zijn de afgelopen jaren al de nodige stappen gezet. 2.5.9 Devo Door onvoorziene omstandigheden kan het exploitatieresultaat van DEVO (Duurzame Energie Veenendaal-Oost) achterblijven bij de prognose (mogelijk risico).

Een oorzaak kan zijn een vertraging in de aan te sluiten woningen op het warmtenet. Een andere oorzaak kan bijvoorbeeld een prijsstijging zijn op de energiemarkt. Als gevolg van de crisis zijn momenteel veel zaken in beweging. DEVO zal deze ontwikkelingen zo goed mogelijk volgen en zo nodig maatregelen nemen maar dat neemt

Kadernota 2022-2025 | 19

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

niet weg dat er tegenvallers kunnen optreden. Het risico ontstaat onder andere doordat de gemeente voor 100% borg staat voor de financiering van DEVO door de banken. Dit met een 50% contraborgstelling door de mede-aandeelhouder. 2.5.10 Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is een complex en intensief traject. Daarbij worden diverse risico’s onderkend zoals: mogelijke leges derving, veranderende samenwerking met derden, onzekerheid over de te verwachten kosten, software aanpassingen, nieuwe juridische procedures en uitstel van de wet. Genoemd is al het feit dat opnieuw uitstel dreigt van de invoeringsdatum van de wet. Er wordt in deze Nota al rekening gehouden met de noodzakelijke uitbreiding van de formatie met 3 tot 4 fte waarbij niet duidelijk is of deze kosten voldoende worden gecompenseerd door het Rijk. 2.5.11 Vennootschapsbelasting (Vpb) Per 1 januari 2016 is de wet Vennootschapsbelasting overheidsbedrijven ingevoerd. Net als bij stichtingen en verenigingen wordt bij gemeenten bekeken welke activiteiten in de zin van de Vpb structureel winstgevend zijn. Op basis van specifieke regels – over bijvoorbeeld rente en afschrijving – wordt jaarlijks winst of verlies van elk van deze activiteiten bepaald. Over de totale winst zal vennootschapsbelasting worden afgedragen. Voor de Vpb vormt het cluster grondbedrijf en de relatie met OVO het belangrijkste aandachtsgebied.

In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gevoerd met de Belastingdienst omdat de gemeente Veenendaal zekerheid wil hebben over de interpretatie van de Vpbpositie van de grondexploitaties. De interpretaties van de feiten en wet- en regelgeving waren moeilijk en lagen op

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

veel terreinen uit elkaar. Er ligt nu een compromis en dit is een redelijke uitkomst voor beide partijen. Voor het grondbedrijf is er op basis van de resultaten nog geen Vpb-plicht tussen 2016 – 2020. Op basis van de voorlopige cijfers schatten we in dat we voor OVO-CV pas rond 2025 Vpb moeten afdragen. Dit is ook afhankelijk van de resultaten van OVO in de toekomst. Daarnaast spelen nog een aantal andere onderwerpen die bij elkaar volgens huidige inzichten ook een beperkte Vpb-last kunnen veroorzaken (bijvoorbeeld reclame, begraven). 2.5.12 Rijksfinanciering Uitvoering Klimaatakkoord Uitgangspunt in het Klimaatakkoord is dat gemeenten een financiële vergoeding krijgen voor de taken die bijdragen aan de CO 2-reductie. In de programmabegroting 2021 en de meerjarenraming is ervan uitgegaan dat de financiële rijksvergoeding niet voldoende zal zijn om alle kosten te dekken. Pas na de kabinetsformatie zal definitief duidelijk worden wat de hoogte van de vergoeding van het Rijk wordt voor de jaren 2022, 2023 en 2024 en verder. Dit wordt waarschijnlijk pas in de december-circulaire meegenomen. Daarom moeten we voor 2022 nog uitgaan van een verwachte bijdrage van het rijk voor het programma ENV 2050 (incl. RES-taken).

Vooralsnog hebben wij een rijksbijdrage van 50% van de door hun bepaalde uitvoeringskosten aangehouden bij de bepaling van de benodigde aanvulling door de gemeente zelf, zoals in de programmabegroting 2021 is opgenomen.

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

van € 865.000 structureel voor de uitvoering van het Klimaatakkoord in het programma ENV (265.000 structureel vanaf 2017 en 600.000 extra vanaf 2021). De daadwerkelijke (budgettair neutrale) raming van de rijksbijdrage en de bestedingen aan het programma ENV voor dat bedrag, zullen in de begroting verwerkt worden naar aanleiding van de circulaire waarin dit door het rijk opgenomen wordt. Het programmaplan ENV 2022-2025 gaat qua omvang van de beschikbare middelen uit van de hierboven genoemde aannames qua rijksbijdrage. Het is mogelijk dat de rijksoverheid een (veel) lagere prioritering geeft aan de rijksbijdragen voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Wanneer de uiteindelijke bijdragen van het Rijk voor de energietransitie substantieel afwijken van de huidige inschatting, wordt op dat moment een voorstel bij de raad ingediend met wat dit betekent voor (de uitvoering van) het programma ENV. Bij een substantieel lagere rijksbijdrage dan nu ingeschat, wordt de gemeentelijke structurele begroting niet aangepast. Wel wordt aangegeven welke gevolgen deze lagere rijksbijdrage heeft voor de ENV-doelstellingen voor 2025 en welke inspanningen prioriteit hebben om met het resterende budget uit te kunnen voeren. Het is ook mogelijk dat het deel van de bijdrage aan de gemeenten dat bestemd is voor regionale uitvoering, toch rechtstreeks aan de RES-regio’s wordt uitgekeerd.

Dit betekent ook een aanpassing van de begroting.

Op basis van deze aanname is in de programmabegroting 2021 uitgegaan van een aanvulling door de gemeente zelf

Kadernota 2022-2025 | 20

1. Inleiding

2. Financiële stand van zaken

2.1 Algemeen

2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

2.6 Risico’s: financieel overzicht Voor de kadernota zijn de grootste risico’s opnieuw in beeld gebracht. De risico’s in volgorde van grootte zijn de volgende: Risico (maatregelen)

Kans B/N

Gevolg

BsC

NsC

Parkeren (aanpassen parkeerbeleid en promotie Veenendaal)

70%

2.500.000

25

20

Sociaal Domein (uitgaven beperkende maatregelen)

90%

1.500.000

25

25

Gevolgen Corona crisis 25 euro per inwoner (monitoring gevolgen)

70%

1.669.000

20

20

De gronduitgifte en de projecten binnen de grondexploitatie lopen vertraging op en er ontstaan extra financieringskosten (risicoreserve grondexploitatie).

70% / 50%

2.200.000

20

15

BUIG/ Uitkeringen (inzetten van instrumenten om aantal klanten te beheersen)

90% / 70%

1.500.000

25

20

Algemene Uitkering (monitoring circulaires)

50%

1.500.000

15

15

Gemeenschappelijke Regelingen (volgen ontwikkelingen bij verbonden partijen)

70% / 50%

1.000.000

16

12

Impact nieuwe Wet modernisering Vpb-plicht overheids­ ondernemingen VPB (nauw contact met de belastingdienst).

50%

Woningbouw Veenendaal-oost (monitoren OVO)

50%

1.000.000 1.000.000

12

12

12

12

BsC= Bruto score; wordt berekend door de bruto kans te vermenigvuldigen met het bruto gevolg. NsC= Netto score; wordt berekend door de netto kans te vermenigvuldigen met het netto gevolg. De score wordt berekend met behulp van onderstaande tabel. Kans

Score Kans

Gevolg

Score Gevolg

< 10 jaar

10%

1

X < € 50.000

1

5 jaar < x < 10 jaar

30%

2

€ 50.000 < x < € 200.000

2

2 jaar < x < 5 jaar

50%

3

€ 200.000< x < € 500.000

3

1 jaar < x < 2 jaar

70%

4

€ 500.000< x < € 1.000.000

4

X > 1 jaar

90%

5

X > 1.000.000

5

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

Risicoanalyse De gemeentelijke database bevat voor een bedrag van € 54 miljoen aan risico’s. Uit de gemaakte analyse (Monte Carlo analyse van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement) blijkt dat het 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 14,4 miljoen.

2.7 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is ook opnieuw in beeld gebracht en bedraagt € 24,2 miljoen. Hiervan is € 5,4 miljoen structureel van aard (€ 5,3 belastingcapaciteit en € 0,1 stelpost onvoorziene uitgaven). De gemeentelijke weerstandscapaciteit

x miljoen

Algemene Reserve per 31-12-2020

16,7

Onbenutte belastingcapaciteit

5,3

Onvoorziene uitgaven

0,1

Stille reserves

1,1

Startersleningen

1,0

Totaal

24,2

Weerstandsratio / conclusie De weerstandsratio kan worden berekend door de weerstandscapaciteit van € 24,2 miljoen te delen op het risicobedrag van € 14,4 miljoen. Hier vloeit een score van 1,7 uit voort. In termen van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement is deze waardering gelijk aan een ruim voldoende. Het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement geeft aan het cijfer 1,7 de classificatie ruim voldoende (bandbreedte 1,4 - 2,0 = ruim voldoende).

Kadernota 2022-2025 | 21

1. Inleiding

2. Financiële stand van zaken

3. Opgaven en opgavegericht werken

4. Begrotingprogramma’s

5. Bijlagen

3. Opgaven en opgavegericht werken

Kadernota 2022-2025 | 22

1. Inleiding

2. Financiële stand van zaken

Inleiding In zowel de Kaderbrief als de Programmabegroting 20212024 is aangekondigd het opgavegericht werken verder vorm te geven. Daardoor kan op een meer flexibele manier worden samengewerkt, kunnen verschillende disciplines beter bij elkaar worden gebracht, kan regie worden gevoerd op grote dossiers en kan focus worden gelegd op (majeure) politieke, maatschappelijke of financiële ontwikkelingen. Daarmee vindt een rolverschuiving plaats naar een meer adaptieve gemeente. Burgers en organisaties verwachten een gemeente die hen begrijpt, transparant is en snel inspeelt op nieuwe ontwikkelingen. Een gemeente die naast je komt staan bij een vraagstuk en die samen met die burger en organisaties werkt aan een oplossing. De gemeente wordt bij het zoeken naar antwoorden op maatschappelijke vraagstukken (= opgave) veel meer een speler naast andere spelers en moet zich snel kunnen aanpassen in de netwerksamenleving. Een opgave gaat altijd over een verandering in de samenleving. Die verandering is complex en vraagt veel van onze samenwerking, in- en extern. Burgers en bedrijven verwachten van de overheid dat er krachtig en snel wordt ingespeeld op de mogelijkheden die zich voordoen omdat het inhoudelijk, politiek, maatschappelijk en organisatorisch om een belangrijke verandering gaat.

Door deze vraagstukken vanuit een opgave (integraal) te benaderen bieden we focus, een voor alle betrokkenen gemeenschappelijk richtpunt voor het handelen, is er regie op de uitvoering en kan er effectiever en efficiënter worden gewerkt om de gewenste situatie ook werkelijk te realiseren. Op 1 januari 2021 is het officiële startschot gegeven voor het opgavegericht werken. De opgaven waar in de daaraan voorafgaande experimentfase van de doorontwikkeling mee is gestart zijn vanaf dat moment doorgezet. Het gaat daarbij om de opgaven Groei en Bloei, Sociaal Domein en

3. Opgaven en opgavegericht werken

4. Begrotingprogramma’s

Informatiesamenleving. Inmiddels is daar de opgave Duurzaam Veenendaal aan toegevoegd evenals een interne opgave Na Corona: Anticiperen op een Nieuwe werkelijkheid. We beschouwen deze opgaven als leidende thema’s voor de verschillende onderwerpen waaraan binnen de gemeente Veenendaal invulling wordt gegeven. In het vervolg van deze Kadernota zal daar dan ook naar worden verwezen. Naast deze opgaven en de daaraan verbonden beleidsonderwerpen is een groot aantal onderwerpen als going-concern aan te merken; ook deze zijn van groot belang voor de taakinvulling van onze gemeente. De kosten voor deze opgaven die samenhangen met de inzet vanuit de staande organisatie worden gedekt vanuit het regulier budget van de organisatie. Voor verschillende opgaven is het echter noodzakelijk om ook daarin wendbaar en adaptief te kunnen handelen, bijvoorbeeld door een onderzoek uit te (laten) voeren of een bijeenkomst te organiseren. Op dit noodzakelijke werkbudget komen we op basis van de ervaringen op een later moment terug.

Opgave Groei en Bloei Veenendaal is een excellente woonstad en groeit de komende jaren hard. Om de unieke kwaliteit van Veenendaal te behouden is goede samenwerking met de regio cruciaal. De verschillende opgaven die op Veenendaal afkomen kunnen we niet alleen oplossen. Kwaliteit gaat voor kwantiteit. En - in lijn met de wensen van inwoners moet Veenendaal zich bovenal concentreren op het verbeteren van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Dat betekent slim omgaan met de ruimte door intensivering van de woningbouw, herontwikkeling en functieverandering en voldoende aandacht blijven houden voor groen. De excellente leefomgeving in Veenendaal trekt nieuwe inwoners aan en zorgt dat er steeds meer jongeren in

5. Bijlagen

Veenendaal willen blijven wonen. Het groeiend inwonersaantal is positief omdat Veenendaal zo zijn voorzieningen op peil kan houden, waarmee een gezond economisch, sociaal en financieel evenwicht behouden kan blijven. Met meer inwoners worden de bestaande voorzieningen immers intensiever gebruikt, denk daarbij aan de bestaande voorzieningen als het aanwezige winkelcentrum en de al aanwezige vrijetijdsvoorzieningen: zwembad, muziekschool, bibliotheek en theater. De groei van Veenendaal komt overigens voor ongeveer 75% uit de bevolking zelf. Werken en wonen zijn steeds meer versmolten. Werken volgt wonen en de werkgelegenheid in de gemeente hangt dan ook grotendeels samen met woonvoorzieningen – denk aan onderwijs, cultuur, zorg, winkelen en ontspanning. Nieuwe inwoners trekken nieuwe bedrijven en omgekeerd. Binnen regio Foodvalley profileert Veenendaal zich vooral als ICT-hub en ook dit levert lokale werkgelegenheid op. Om te kunnen blijven voorzien in voldoende fysieke ruimte voor wonen en bedrijven is een ‘slimme’ omgang met de beschikbare mogelijkheden binnen en buiten de gemeente­ grenzen nodig. Dit vraagt om intensivering binnen de gemeentegrenzen en om samenwerking met buurgemeenten en provincies. Hieraan direct gekoppeld, is de aandacht voor kwaliteit in de openbare ruimte.

De opgave Groei & Bloei is sterk verwant aan het fysieke domein en op de leefbaarheid van onze inwoners. Daarnaast staat de opgave in verbinding met andere opgaven, zoals die van Duurzaamheid. Het verduurzamen van de energieproductie vergt ruimte en biedt tegelijkertijd kansen voor combinaties van ambities. Vergroening en klimaatadaptatie spelen een rol bij de klimaatdoelstellingen en -mitigatie en zijn ook behulpzaam bij het versterken van de leefbaarheid voor onze inwoners.

Kadernota 2022-2025 | 23

1. Inleiding

2. Financiële stand van zaken

Na de verkenning in 2019 en vastlegging van een solide basis in overleg met onze provinciale en regionale omgeving, is in 2020 gewerkt aan een voortgezette verkenning tot nadere invulling van onze Groei & Bloei ambitie. Inzet hierbij was en is een verdergaande samenwerking met onze buurgemeenten, de gemeenten in de regio Foodvalley en de provincies Utrecht en Gelderland gericht op integrale ontwikkeling (wonen, werken, groen, water, mobiliteit en energie) binnen en aan de randen van Veenendaal. In het najaar van 2021 zal de provinciale Omgevingsvisie van de provincie Utrecht na inspraak definitief door Provinciale Staten worden vastgesteld. In september 2021 vindt besluitvorming op hoofdlijnen en uitgangspunten voor de Regionaal Ruimtelijke Verkenning Foodvalley en Verstedelijkingsakkoord plaats. 2022 zal naar verwachting in het teken staan van de concrete integrale uitwerking van het Verstedelijkings-akkoord Arnhem/ Nijmegen Foodvalley. De kosten voor Veenendaal hiervoor zijn nog onbekend. De kosten die samenhangen met de inzet vanuit de staande organisatie, worden gedekt vanuit het reguliere budget van de organisatie. In de 2e bestuursrapportage 2021 komen wij hierop nader terug.

Opgave Sociaal Domein Enkele jaren opgavegericht werken aan het sociaal domein maken duidelijk wat integraal werken betekent voor onze inwoners. We slagen er steeds beter in om grenzen tussen domeinen te laten vervagen. De inwoner staat centraal, met steeds weer de kritische vraag over onze rol als lokale overheid; wat kan men zelf aanpakken, wat is er samen mogelijk met familie, kennissen, bewoners en/of vrijwilligersorganisaties uit de buurt? En waar kan de gemeente eventueel faciliteren?

3. Opgaven en opgavegericht werken

4. Begrotingprogramma’s

Door telkens weer in deze volgorde sociale vraagstukken aan te pakken zijn we in staat om het evenwicht in de drieslag, de kwaliteit van de zorg, de organisatie ervan en de kosten van de zorg beter in balans te brengen. Door opgavegericht te werken kunnen we vast­houden aan een heldere koers, in een meerjarige beweging. Het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2023 (IBK SD) biedt ons een meerjarig kader over de domeinen van Wmo, Jeugdhulp en participatie/minima heen. Inmiddels draagt ook de Integrale Verordening Sociaal Domein (IV SD) bij aan de systematische aanpak van verbeteringen in het sociaal domein. We richten ons met behulp van de kadernota inmiddels op het derde uitvoeringsplan sociaal domein. Dit uitvoeringsplan is geënt op het IBK SD; alle geplande activiteiten en inspanningen zijn ervan afgeleid. De aanpak kent een steeds betere samenhang. We raken op elkaar ingespeeld, zonder aandacht voor de onderlinge samenhang van alle aspecten rond het Sociaal Domein te verliezen. We zullen alert moeten blijven op ontwikkelingen die verstorend werken in ons streven naar evenwicht. Daarbij zijn lang niet alle ontwikkelingen beïnvloedbaar. Met ruim een jaar corona-ervaring hoeven we daar niemand meer van te overtuigen. Meer bekendheid met de samenhang in het sociaal domein helpt, óók wanneer er tekorten dreigen.

Door uit te leggen hoe kosten zich verhouden tot beschikbare middelen groeit het begrip voor maatregelen en acties. Ook op weg naar 2022 zullen we door moeten zetten op het in balans brengen van uitgaven en kosten waar dat verantwoord en mogelijk is; daarbij kijkend naar het effect op de kwaliteit van de ondersteuning richting inwoners en de uitvoerbaarheid en kwaliteit van het proces intern. De permanente monitoring en sturing op maatregelen en uitgaven voor Jeugdhulp en Wmo helpen ons daarbij.

5. Bijlagen

Naast kansen voor de opgave sociaal domein zien we ook risico’s. Dat past bij de complexe omgeving waarbinnen we ons werk moeten doen; het gaat immers om mensen. Naast de voor de hand liggende risico’s zoals autonome groei van de vraag naar jeugdhulp en het abonnementstarief Wmo mogen we de gevolgen van de coronacrisis niet onbenoemd laten. De uiteindelijke effecten laten zich echter moeilijk voorspellen. Vermeldenswaardig zijn de landelijke ontwikkelingen op het gebied van bekostiging van jeugdhulp. Tijdens het schrijven van deze kadernota (maart 2021) lijken er compenserende maatregelen op komst. Voor de gemeente Veenendaal geeft deze annonce allerminst reden tot koerswijziging. We zien ons uitgedaagd om de begroting van het sociaal domein in evenwicht te houden, juist door vast te houden aan de richting die we hebben ingezet. En door vast te houden aan de afspraak uit het raadsprogramma; tekorten binnen het sociaal domein lossen we op binnen het sociaal domein. Daarvoor blijven maatregelen onontkoombaar. Overigens zullen we de haalbaarheid van taakstellingen permanent blijven toetsen. Daar waar ambities niet haalbaar blijken sturen we bij. En een speciaal maatwerkbudget helpt ons te voorkomen dat inwoners onbedoeld door het ijs zakken.

Opgave Informatiesamenleving De informatiesamenleving in een samenleving waarin het ontstaan, gebruik, delen en distributie van data een belangrijke activiteit is die economische, politieke, sociale en culturele betekenis geeft aan alle actoren van de samenleving. De gemeente Veenendaal werkt via de opgave Informatiesamenleving aan een slimme stad. Een slimme stad streeft ernaar een (digitale) verbonden stad te zijn. Met deze ambitie zal de gemeente er aan werken om

Kadernota 2022-2025 | 24

1. Inleiding

2. Financiële stand van zaken

binnen de eigen organisatie een groter bewustzijn te creëren voor data gedreven werken. Deze data staan aan het begin van een keten die inzicht verschaft in bedrijfsprocessen en uiteindelijk kennis in efficiëntie en effectiviteit van beleid dat goed is voor onze burgers en bedrijven. Ook helpt deze manier van werken in het verlagen van de werkdruk binnen de organisatie. Het data gedreven werken wordt ook ingezet om participatie met burgers, bedrijven en overige externe partners op een hoger niveau te tillen. Data gedreven werken betekent dat de organisatie in de komende periode ook in gedrag en houding zal moeten veranderen. Hiertoe zullen in de komende periode consistente stappen worden genomen in het transformeren van interne processen en protocollen, veiliger maken van het digitale werkdomein en uiteindelijk meer impact maken op verschillende beleidsterreinen. De digitale transformatie zal ook betekenen dat er deels andere mensen nodig zijn binnen de organisatie die op verschillende kennis- en competentieniveaus de data gedreven digitale transformatie kunnen vorm geven. Het functiehuis dat past bij een digitaal volwassen organisatie moet nog gemaakt worden. Echter, kan er nu al gezegd worden dat er groot aantal mensen nodig zal zijn met ICT-competenties. Deze uitbreiding komt deels door nieuwe instroom en deels door heropleiden van bestaande medewerkers.

Om de vele activiteiten, die voor de digitale transformatie binnen Veenendaal uitgevoerd moeten worden, in goede banen te begeleiden zal er gewerkt worden volgens dataarchitectuur. Het basismodel hiervoor is ontleend van de modelarchitectuur van de Vereniging Nederlandse Gemeente. Op deze manier worden alle aspecten van de informatievoorziening op een samenhangende manier georganiseerd.

3. Opgaven en opgavegericht werken

4. Begrotingprogramma’s

Het mag duidelijk zijn dat de digitale transformatie een ingrijpende maar ook noodzakelijke opgave is. Het zal enkele jaren duren alvorens de meerderheid van de primaire processen van de gemeente digitaal getransformeerd zijn. Deze lange weg naar de transformatie wordt afgelegd met stappen die elk jaar de gemeente dichter bij het doel moeten brengen. De allereerste stappen en maatregelen betreffen de zeer noodzakelijke en cruciale beveiliging van de digitale infrastructuur van de gemeente. Deze stappen zullen in 2021 al gezet worden en in de jaren erna verder verstevigd moeten worden. Naast de veiligheid wordt stevig ingezet om de medewerkers vertrouwd te laten raken met de mogelijkheden van data gedreven werken. Vanaf 2022 zal er een versnelling worden aangebracht in organisatie breed implementeren van data gedreven werken en kunnen de eerste modellen worden ontwikkeld die inzicht geven in de effectiviteit en impact van beleid. Waar voornoemde activiteiten voornamelijk een interne oriëntatie kennen, heeft de opgave ook sterke externe oriëntatie, onder andere via de ICT Campus. Vanaf 2021 komen de activiteiten van ICT Campus in een aparte stichting die bestuurd wordt door de triple helix. De gemeente Veenendaal zal op het niveau van de raad van toezicht en het bestuur een onbezoldigde bijdrage leveren.

Tevens zal Veenendaal een bijdrage leveren in de vorm van de inzet van een programmamanager. Op deze wijze wordt er met een minimale inzet toegewerkt aan de versterking van de identiteit en het imago van Veenendaal als de ICT-stad in de Regio Foodvalley. De opgavemanager informatiesamenleving zal voortaan de gemeente vertegenwoordigen in het bestuur van de stichting ICT Campus.

5. Bijlagen

Opgave duurzaam Veenendaal De gemeente Veenendaal heeft een belangrijke rol in de transitie naar de duurzame en circulaire samenleving. Als overheid zijn er veel mogelijkheden om, in samenwerking met andere partijen, slimmer met grondstoffen, producten en diensten om te gaan. Op verschillende manieren, zoals door het voorbeeld te geven, kan de gemeente het duwtje in de juiste richting geven en zorgen dat belemmeringen worden overwonnen. In de rol van beheerder en ontwikkelaar hebben we de mogelijkheid om ervoor te zorgen dat klimaatadaptatie, energieneutraliteit en circulariteit ankerpunten zijn voor het beheer en de ontwikkeling van de (buiten)ruimte. Het is belangrijk dat Veenendaal deze rol oppakt, immers zij committeert zich aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord (Parijs 2015) en daarmee aan de doelstellingen zoals voor Nederland vastgelegd in het Klimaatakkoord (2019) en heeft dit vertaald in de ambitie (als één van de vier kernambities) “Veenendaal heeft in 2050 de transitie naar een duurzame gemeente afgerond”. De oorspronkelijke doelstelling om in 2040 de transitie af te ronden is niet meer haalbaar omdat voor een belangrijk onderdeel van deze ambitie, het terugdringen van de CO2 -uitstoot via het programma Energieneutraal Veenendaal vorig jaar gekozen is voor het jaar 2050.

Er is nog veel te doen voordat we onze economie die nu nog gebaseerd is op, zoals dat wel wordt genoemd, het ‘take-make-waste’ model, omgevormd is naar een duurzaam model. Daarom moeten we vanaf nu nog meer toewerken naar duurzaam gebruik van onze schaarse grondstoffen en onze ecologische footprint verkleinen.

Kadernota 2022-2025 | 25

1. Inleiding

2. Financiële stand van zaken

Deze verandering naar een duurzamere samenleving ook wel een circulaire samenleving is een complexe transitie. Een transitie waarin we moeten: • Afbouwen (het uitfaseren van onvolhoudbare aspecten uit de (lineaire) economie). • Ombouwen (het bijsturen van huidige gangbare werkwijzen en structuren); • Opbouwen (het ontwikkelen van nieuwe concepten); Het in gang zetten van deze transitie en om uiteindelijk de ambitie -Veenendaal is een duurzame gemeente- waar te maken, vraagt om een integrale aanpak. Op dit moment zullen we dat moeten doen door het slim samenbrengen van alle aan het thema Duurzaam Veenendaal verbonden activiteiten. Te kiezen voor de focus op activiteiten die bijdrage aan het bereiken van de doelstellingen van Duurzaam Veenendaal in 2050 en dit te doen binnen de kaders met betrekking tot de inzet van financiële middelen en menskracht voor die activiteiten. Met de opgave gaan we ons focussen op een belangrijk deel van duurzaamheids-vraagstuk door, vanuit het raadsprogramma ons in te zetten voor wat nodig is om de doelstelling in 2050 te bereiken.

Opgave ‘Na corona, anticiperen op een nieuwe werkelijkheid’ Hoewel de coronapandemie wereldwijd gezien nog altijd een groot probleem is, lijkt de situatie in Nederland zich snel te verbeteren. Het aantal besmettingen en opnamen in het ziekenhuis daalt gestaag waardoor er steeds meer versoepelende maatregelen mogelijk zijn.

3. Opgaven en opgavegericht werken

4. Begrotingprogramma’s

5. Bijlagen

leven. Door de crisis hebben veel ondernemers het zeer zwaar te verduren. Tegelijkertijd zien we ook dat het bestedingspeil van consumenten drastisch is teruggelopen, mede doordat winkels en bedrijven langdurig waren gesloten als gevolg van de lockdown. Ondanks de aangekondigde versoepelingen blijven we ook de komende periode te maken hebben met veel onzekerheden. Te denken valt aan: • laat het virus zich op korte termijn echt beteugelen; • is de via vaccinatie opgebouwde groepsimmuniteit voldoende; • muteert het virus nog en komt het mogelijk terug; • wat is de schade aan onze economie en maatschappij. Om alle maatschappelijke vraagstukken het hoofd te kunnen bieden is het noodzakelijk dat we ons voorbereiden op de periode na het coronavirus. Er dient een strategie ontwikkeld te worden om adequaat in te spelen op de nieuwe werkelijkheid. In de komende periode zullen we ons bezinnen op de rol die we als gemeente kunnen vervullen bij het faciliteren van initiatieven voor het herstel en het nemen van initiatieven om de negatieve impact ook na de crisis te dempen. Naast de uitvoering van de rijksregelingen gaat het ook om de extra aandacht voor de corona impact in het sociaal domein. Voor het bedoelde herstel zullen we een plan voorbereiden, waarbij zeker gebruik zal worden gemaakt van de initiatieven van de VNG en COT (Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement).

We kunnen en moeten weer ‘vooruit’ kijken en ons bezinnen op het post-corona tijdperk. De economische recessie door het coronavirus heeft grote weerslag gehad op ondernemers en inwoners en het gehele maatschappelijk

Kadernota 2022-2025 | 26

1. Inleiding 4.1 Programma 1: Fysieke leefomgeving

2. Financiële stand van zaken 4.2 Programma 2: Economie, Werk en Ontwikkeling

3. Opgaven en opgavegericht werken

4.3 Programma 3: Sociale leefomgeving

4.4 Programma 4: Burger en Bestuur

4. Begrotingprogramma’s 4.5 Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien

5. Bijlagen 4.6 Programma 6: Bedrijfsvoering

4. Begrotingprogramma’s

Kadernota 2022-2025 | 27

1. Inleiding 4.1 Programma 1: Fysieke leefomgeving

2. Financiële stand van zaken 4.2 Programma 2: Economie, Werk en Ontwikkeling

4.1 Programma 1: Fysieke leefomgeving Voor de fysieke leefomgeving is er een tweetal speerpunten van beleid. De ontwikkeling van Veenendaal naar een excellente woonstad samengebracht in de opgave Groei & Bloei en de ambitie om een duurzame gemeente te zijn samengebracht in de opgave het Duurzaam Veenendaal. THEMA I – RUIMTELIJKE ONTWIKKELING Herstructurering Franse Gat In 2023 wordt begonnen met de herstructurering van het Franse gat, conform de gebiedsvisie. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met Patrimonium Woonservice. De plannen worden nog nader uitgewerkt. Bodemtaken Onder de Omgevingswet, welke ingaat per 2022, wordt de gemeente bevoegd gezag voor de vaste bodem. WWZ-regie (Wonen, Welzijn en Zorg) De komende jaren ontstaat door de vergrijzing en extramuralisering een steeds grotere maatschappelijke opgave rondom het langer zelfstandig thuis wonen. Middels een woonzorganalyse worden vraag en aanbod naar woonzorgvoorzieningen in beeld gebracht. Op basis hiervan wordt een afwegingskader voor nieuwe woonzorgontwikkelingen opgesteld. De dialoog vindt hierover plaats met uiteenlopende stakeholders in het stedelijk WWZ-overleg en wordt vormgegeven op basis van samenwerkingsafspraken en actieplannen. Als onderdeel van het uitvoeringsprogramma Wonen vormen de woonzorganalyse, het afwegingskader en de samenwerkingsafspraken gezamenlijk de Woonzorgvisie.

3. Opgaven en opgavegericht werken

4.3 Programma 3: Sociale leefomgeving

4. Begrotingprogramma’s

4.4 Programma 4: Burger en Bestuur

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen • Algemeen Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de eerste tranche Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Deze eerste tranche betreft de grondgebonden woningen en kleine bedrijfshallen. De Wkb heeft ingrijpende gevolgen voor het proces van bouwen en vergunningverlening voor een groot deel van de huidige omgevingsvergunningen. Doordat een belangrijk deel van de werkzaamheden verschuift naar private kwaliteitsborgers, die toezicht houden op het bouwproces, zal een deel van de toerekening van de bouwleges niet meer aan deze bouwplannen kunnen worden doorgerekend. Bij het opstellen van de kadernota 2021 is na een eerste globale analyse rekening gehouden met een bedrag van € 200.000 aan structurele legesderving. Uit de analyse van de leges van de afgelopen jaren is berekend dat deze structurele legesderving naar verwachting hoger zal zijn, namelijk € 245.000. • Toekomstige ontwikkelingen Op dit moment wordt gewerkt aan een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) waarin de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de gemeenten worden vastgelegd. Op dit moment is nog niet bekend wanneer deze AMvB wordt vastgesteld. In deze AMvB wordt ook een passage opgenomen over de leges die in rekening gebracht kunnen en mogen worden. Tot op heden is onduidelijk of de leges gemaximaliseerd worden.

Als dit het geval is, zijn de gevolgen voor de legesinkomsten van Veenendaal waarschijnlijk ingrijpend omdat wij alle kosten die met vergunningverlening zijn gemoeid in de leges verdisconteren (100% kostendekkendheid) en de landelijke leges naar verwachting uitgaan van een lager tarief.

4.5 Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien

5. Bijlagen 4.6 Programma 6: Bedrijfsvoering

Als gevolg van de invoering van de Wkb komt er per 1 januari 2022 ook een aantal nieuwe taken/ werkzaamheden naar de gemeente toe. Dit betreft met name de toets van het door de kwaliteitsborger op te stellen borgingsplan en het ‘vrijgeven’ van de woning na oplevering door de kwaliteitsborger. Vanwege het ontbreken van landelijke proefprojecten, is het op dit moment onduidelijk hoeveel tijd deze werkzaamheden omvatten. • Tranches 2 en 3 Na tranche 1 treden in de toekomst wellicht ook de tranches 2 en 3 in werking. Het gevolg hiervan is dat alle omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen onder de Wkb vallen. Hoewel het op dit moment totaal niet zeker is of die tranches in werking treden en op welk moment, wordt gestreefd naar het jaar 2025. Uit een globale verkenning van de verleende omgevingsvergunningen is gebleken dat dit om een extra legesderving van ongeveer € 800.000 gaat, boven op de verwachte legesderving van € 245.000 als gevolg van de eerste tranche.

Kadernota 2022-2025 | 28

1. Inleiding 4.1 Programma 1: Fysieke leefomgeving

2. Financiële stand van zaken 4.2 Programma 2: Economie, Werk en Ontwikkeling

THEMA II – OPENBARE RUIMTE Integrale aanpak in het Fysieke leefomgeving Om de doelen van de opgave Groei en Bloei en Duurzaam Veenendaal, in samenhang met de overige activiteiten in de fysieke leefomgeving, te kunnen realiseren is een integrale aanpak nodig. Deze noodzaak wordt nog eens benadrukt door de grote opgave die warmte- en energietransitie van de gemeente vraagt. Het Klimaatakkoord en de opdracht die daarin aan de gemeenten is gegeven, zorgt voor een intensief traject waar, om de doelen te kunnen halen, een duidelijke sturing nodig is. De ontwikkeling van Veenendaal naar een excellente woonstad, de Omgevingsvisie en de op basis daarvan (nog op te stellen) uitvoeringsprogramma’s voor de fysieke leefomgeving, de herontwikkeling van woningbouwlocaties, de inzet voor de klimaatadaptatie, de vergroening van de leefomgeving, de eerdergenoemde warmte- en energietransitie vragen om een integrale aanpak. Enerzijds om te zorgen dat de schaarse ruimte zo efficiënt en doelmatig mogelijk wordt benut. Anderzijds om met de inzet van de beperkte financiële middelen toch onze doelstelling te kunnen halen. Door via een wijk- of buurtscan op te halen wat er speelt in de wijk of buurt, welke ruimtelijke ontwikkelingen zijn er te verwachten of al gepland.

Dit te koppelen met de uitvoeringsplannen voor het beheer van de openbare ruimte en de uitvoeringsplannen voor implementatie van de warmtevisie. Dit samen met de wijk uit te werken in een Wijk of buurtontwikkelplan, te voorzien van financieringsplan en daarna uit te voeren worden wijk voor wijk alle zaken integraal opgepakt.

3. Opgaven en opgavegericht werken

4.3 Programma 3: Sociale leefomgeving

4. Begrotingprogramma’s

4.4 Programma 4: Burger en Bestuur

Van groei naar ‘groei en beheer’ Voor het beheer van de openbare ruimte staan we aan de vooravond van grootschalige en langdurige vervangingsinvesteringen. Veenendaal is straat voor straat gebouwd uit de incidentele opbrengsten van de ontwikkelingen / bouwgrondexploitatie in de periode 1960 tot nu. Veenendaal zal nu straat voor straat vernieuwd moeten worden met eigen middelen. Elders is deze Kadernota is al verwoord dat er een onderzoek wordt uitgevoerd naar de kosten in de komende jaren. Daarbij zal in beeld gebracht worden welke delen van de openbare ruimte (straten, wegen e.d.) aangepakt moeten worden en hoe de bekostiging daarvan geregeld gaat worden. Mobiliteit Landelijk en Europees is een doelstelling vastgesteld om het aantal dodelijke verkeersslachtoffers tot nul terug te brengen. Hiervoor is in Nederland het strategisch plan verkeersveiligheid (SPV) vastgesteld. Met als doel om de hiervoor noodzakelijke maatregelen te versnellen is vanuit het ministerie van Infrastructuur en Milieu een impulsregeling verkeersveiligheid opgesteld, waarbij de rijksoverheid de kosten van de te nemen maatregelen tot 50% co financiert. Op dit moment wordt in kaart gebracht welke maatregelen wenselijk en/of noodzakelijk zijn. Voor de uitvoering van de maatregelen zijn wij uiteraard alert op de financiering van de impulsregeling en eventuele cofinanciering vanuit de provincie.

Ook de gemeente zal zowel tijd (capaciteit) en middelen beschikbaar moeten stellen om het doel van nul verkeersdoden te bereiken. Ook bereiden wij ons voor op de mogelijkheden van zelfrijdend vervoer. Het rijk heeft hiervoor een wettelijk verplicht pakket aan maatregelen (verzameling data) opgesteld, de zogeheten data top 15. Hierin worden allerlei

4.5 Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien

5. Bijlagen 4.6 Programma 6: Bedrijfsvoering

gegevens gevraagd (digitalisering verkeersbesluiten, realtime overzicht werkzaamheden, gegevens verkeerslichten (vanaf 2023 iVRI), controle areaalgegevens) die niet alleen de komende jaren inspanning vragen om ze te verzamelen, maar ook daarna structureel tijd kosten om ze actueel te houden. Hiervoor is extra capaciteit noodzakelijk. Fietsparkeren-centrum In zowel de Omgevingsvisie als het Programmaplan Vitale Binnenstad is de ambitie opgenomen om ons centrum te vergroenen en meer ruimte voor verblijf en ontmoeting te realiseren. Dit betekent dat er op termijn minder verharding zal zijn en dit heeft gevolgen voor huidige functies en gebruik zoals het parkeren van de fiets. Wat betreft het fietsparkeren is het nu op sommige plekken in het centrum al een uitdaging om dit in goede banen te leiden. We stimuleren het fietsgebruik en naar verwachting zal het fietsgebruik in de toekomst alleen maar toenemen. Bij de uitvoering van de plannen voor de Duivenweide zal daarom een nieuwe / verbeterde fietsenstalling gerealiseerd worden. En ook in Brouwerspoort is plek gevonden voor extra stallingsmogelijkheden voor de fiets. Echter ook op andere plekken in het centrum is het stallen van de fiets een uitdaging en daarom blijven we zoeken naar nieuwe mogelijkheden en ruimte om het fietsparkeren centrumbreed in goede banen te leiden.

Eventuele nieuwe inpandige stallingen maar ook stallingen in de openbare ruimte kosten geld. Zodra nieuwe mogelijkheden gevonden zijn zullen wij u opnieuw informeren en een voorstel doen om financiële middelen hiervoor beschikbaar te stellen.

Kadernota 2022-2025 | 29

1. Inleiding 4.1 Programma 1: Fysieke leefomgeving

2. Financiële stand van zaken 4.2 Programma 2: Economie, Werk en Ontwikkeling

Herinrichting Duivenweide en Kerkewijk De raad heeft de gebiedsvisie Duivenweide en Kerkewijk vastgesteld. De nieuwe Duivenweide moet een groene en aantrekkelijke verblijfsplek voor bewoners en bezoekers van de binnenstad worden, met volop mogelijkheden om te ontmoeten en te beleven. Voor het realiseren van deze centrale ambitie zullen er bij een herinrichting vier grote ingrepen gedaan worden: 1. Herinrichting Kerkewijk: Lampegietersplein, 2. Verleggen fietspad en een nieuwe / verbeterde fietsenstalling, 3. Combinatie parkeren en kleinschalige evenementen, 4. Hortus Culturis: groen en verblijf achter de Frisiavilla. In het Investeringsplan is een totaalbedrag opgenomen van € 970.000 voor dit doel. Bewegen en Sporten in de openbare ruimte Vanuit de Omgevingsvisie en vanuit de samenleving is er behoefte aan aanpassingen in de openbare ruimte om de verschuiving van sporten in verenigingsverband naar sporten in de openbare ruimte te faciliteren. Deels zal dit via het openstellen van sportparken gebeuren. Het huidige speelbudget is echter alleen gericht op kinderen van 0-12 jaar. Het budget dat nodig is om ook de ruim 5000 12-18-jarigen en de volwassenen en ouderen te faciliteren in sporten en bewegen wordt binnen het in het najaar door de raad vast te stellen Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) nader uitgewerkt.

3. Opgaven en opgavegericht werken

4.3 Programma 3: Sociale leefomgeving

4. Begrotingprogramma’s

4.4 Programma 4: Burger en Bestuur

grondwater (wateroverlast en droogte), kan dit bekostigd worden vanuit de rioolheffing. Wanneer deze relatie er niet is (hittestress en meerlaagsveiligheid), zal naar andere middelen moeten worden gezocht. Voor een belangrijk deel zijn de maatregelen uitgewerkt in het nog vast te stellen Omgevingsprogramma Openbare Ruimte (OPOR) en het Omgevingsplan. In de OPOR zal tevens aandacht besteed worden aan de bekostiging van de verschillende maatregelen, de samenwerking met andere partijen en het stimuleren van inwoners, bedrijven en scholen om ook op privaat terrein te werken aan klimaatadaptie. Veenendaal Schoon Eind 2022 stopt de externe financiering van Veenendaal Schoon vanuit Nedvang en zal de keuze moeten worden gemaakt Veenendaal Schoon geheel of gedeeltelijk te stoppen dan wel eigen middelen beschikbaar te stellen. In 2022 maken wij hiervoor een zwerfvuilplan.

4.5 Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien

5. Bijlagen 4.6 Programma 6: Bedrijfsvoering

THEMA III - WIJKGERICHT WERKEN Participatie en initiatieven Sinds 2020 zijn vanuit het fysieke domein wijkteams actief die bewonersinitiatieven en -participatie stimuleren. Het op de juiste wijze communiceren naar bewoners is hiervoor een essentieel onderdeel. In vergelijking met andere gemeenten wordt er in Veenendaal al veel gedaan aan participatie, zeker bij de uitvoering van specifieke projecten. Inmiddels is er op basis van het gemeentelijk participatie­ beleid (vastgesteld in 2019) een implementatieplan opgesteld, met name om de inspanningen vanuit de bewoners een impuls te geven. Om dit plan uit te voeren is in scenario 2 van deze Kadernota rekening gehouden met de aanstelling van een participatiespecialist. Deze functionaris zal zich bezighouden met participatie in brede zin in de gemeente Veenendaal. De focus ligt hierbij op het vormgeven, uitvoeren en ontwikkelen van participatie in de samenleving en bij het wijkgericht werken in en met de wijk(teams).

Klimaatadaptatie en vergroenen Veenendaal timmert aan de weg als het gaat om klimaatadaptatie. Binnen en buiten de gemeente is men steeds meer bewust van de effecten van klimaatverandering en van het feit dat men er iets aan kan doen. Het gaat om maatregelen tegen overlast of gevaar door water, droogte, hitte en overstroming. Voor zover de maatregelen een relatie hebben met de verwerking van regenwater of

Kadernota 2022-2025 | 30

1. Inleiding 4.1 Programma 1: Fysieke leefomgeving

2. Financiële stand van zaken 4.2 Programma 2: Economie, Werk en Ontwikkeling

4.2 Programma 2: Economie, Werk en Ontwikkeling THEMA I – ECONOMISCHE ONTWIKKELING EN WERKGELEGENHEID Visie Bedrijventerreinen Bij de uitvoering van de visie bedrijventerreinen komt de nadruk te liggen op intensivering en herstructurering en duurzame en circulaire bedrijvigheid. Per bedrijventerrein willen wij gaan werken met een concreet uitvoeringsprogramma. Vitale Binnenstad De effecten van de Coronacrisis en het tegengaan van leegstand ten behoeve van een krachtig centrum hebben onze volledige aandacht.

3. Opgaven en opgavegericht werken

4.3 Programma 3: Sociale leefomgeving

4. Begrotingprogramma’s

4.4 Programma 4: Burger en Bestuur

Deze fieldlabs komen boven op de bestaande activiteiten van spoor 2 en zijn voor ontwikkeling en testen op verschillende plekken in Veenendaal. De onderzoekskosten zijn uiteraard voor het onderwijs en er is reeds in voorzien. Deze activiteiten helpen de gemeente om enerzijds onze propositie in de bestuurlijke opdracht voor de regiodeal kracht bij te zetten en anderzijds waardevolle en gevalideerde data te verzamelen over gezond stedelijk leven, specifiek toegesneden op Veenendaal. ICT-Campus Vanaf 2021 wordt de triple helix-samenwerking voortgezet in de vorm van een stichting. Veenendaal, als de belangrijkste initiator en grondlegger van ICT Campus blijft betrokken. Deze betrokkenheid is voornamelijk in de programmatische ondersteuning en inzet van financiële middelen die structureel zijn toegekend voor ICTdoeleinden.

4.5 Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien

5. Bijlagen 4.6 Programma 6: Bedrijfsvoering

THEMA II – RECREATIE EN TOERISME Visie In 2022 wordt de uitvoering van de visie recreatie en toerisme opgepakt aan de hand van het in 2021 vastgestelde actieplan. Evenementenbeleid In de raadsinformatiebrief (RIB) van februari 2021 is toegelicht dat het opstellen van een nieuw evenementen­ beleid wordt verplaatst naar 2023, mede vanwege de voortdurende impact van de coronamaatregelen in 2021. Bij het opstellen van dit beleid worden de visies voor een tweetal projecten (herinrichting Duivenwal en Stadspark) betrokken. De evaluatie van het huidige beleid vindt plaats in 2022.

Regiodeal De gemeente neemt aan de regiodeal deel via de ICT Campus. Hierbij worden zowel de financiële middelen als kennis vanuit de ICT Campus ingezet. De activiteiten in spoor 1 (transitie van de landbouw) en spoor 3 (kennisdeling) van de regiodeal hebben geen rechtstreekse relatie met Veenendaal. De activiteiten van spoor 2 (gezonde voeding) zijn voor allen relevant, echter kennen een hoog onderzoeksgehalte. Om de inzichten uit de onderzoeken te gebruiken voor de Veenendaalse bevolking, wordt voorgesteld om fieldlabs op te zetten. Het betreft innovaties in het publieke domein, waarbij wij ICT-toepassingen ontwikkelen op het gebied van gezond stedelijk leven, in het bijzonder gezonde voeding en gedragsverandering en monitoring hieromtrent.

Kadernota 2022-2025 | 31

1. Inleiding 4.1 Programma 1: Fysieke leefomgeving

2. Financiële stand van zaken 4.2 Programma 2: Economie, Werk en Ontwikkeling

4.3 Programma 3: Sociale leefomgeving Algemeen: ontwikkelingen Sociaal Domein 1. Taakstellingen binnen het sociaal domein Wmo en Jeugd De forse taakstellingen voor Jeugdhulp en Wmo hebben meerjarig een plaats in de begroting. We zien ons uitgedaagd om de begroting van het sociaal domein in evenwicht te houden, juist door vast te houden aan de richting die we hebben ingezet. En door vast te houden aan de afspraak uit het raadsprogramma: tekorten binnen het sociaal domein lossen we op binnen het sociaal domein. Daarvoor blijven maatregelen onontkoombaar. Overigens zullen we de haalbaarheid van taakstellingen permanent blijven toetsen. Daar waar ambities niet haalbaar blijken sturen we bij. Dit vraagt veel aandacht en energie van de organisatie, zo mogelijk ook meer formatie. Hierbij past ook het opnemen van het risico dat niet halen van de financiële taakstellingen betekent dat budgetten overschreden worden. Ook hierbij blijven wij kijken naar het effect op de kwaliteit van de ondersteuning richting inwoners en de uitvoerbaarheid en kwaliteit van het proces intern. 2. Herijking gemeentefonds sociaal domein 2020 (o.a. rapport AEF) Huidige verdeelmodellen zijn gebaseerd op kosten van voor de decentralisatie (2015). Een nieuwe verdeling zou beter moeten gaan aansluiten bij de feitelijke kosten.

Landelijke ontwikkelingen op het gebied van bekostiging van jeugdhulp zijn gaande tijdens het schrijven van deze kadernota (maart 2021); er lijken compenserende maatregelen op komst. Wij hopen dat de meicirculaire hierover meer duidelijkheid zal geven.

3. Opgaven en opgavegericht werken

4.3 Programma 3: Sociale leefomgeving

4. Begrotingprogramma’s

4.4 Programma 4: Burger en Bestuur

3. Herstel van balans na de coronacrisis De coronacrisis heeft aangetoond dat inwoners, vrijwilligers(organisaties) en medewerkers in staat zijn creatief met de moeilijke situatie om te gaan. Er is een aanzienlijk beroep gedaan op mantelzorgers, vrijwilligers en organisaties, verenigingen en vele anderen in de sociale basis van de gemeenschap. Vele vrijwilligers(organisaties) hebben zich op allerlei manieren ingezet en nieuwe initiatieven ontplooid. Welzijn, wijkteams en vele organisaties zijn op alternatieve wijzen aan de slag gegaan waarbij de richtlijnen wel in het oog werden gehouden.  Wanneer na vaccinaties de situatie rondom Covid-19 stabiliseert, gaan we naar verwachting de effecten van de coronacrisis zien. Medio 2021 ontstaat naar verwachting een beter beeld van de (middel)lange termijneffecten van de coronacrisis, de financiële impact die dit vanaf 2022 kan hebben en de wijze waarop het Rijk hiervoor compensatie biedt. 4. Sociaal domein – Participatie en re-integratie Binnen het thema Participatie valt de uitvoering van de Participatiewet en aanverwante wet- en regelgeving. We onderkennen het risico dat een meer dan gemiddelde stijging van het bijstandsbestand leidt tot een lager overschot op ons bijstandsbudget. Dit overschot wordt nu ingezet voor dekking op de tekorten in het sociaal domein.

In 2022 verwachten we meer inzicht te hebben in de omvang van de groep die vanwege de coronacrisis terugvalt uit een betaalde baan, zelfstandig ondernemerschap of de WW. Dit is minder goed zichtbaar door de landelijke steunmaatregelen.

4.5 Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien

5. Bijlagen 4.6 Programma 6: Bedrijfsvoering

5. Invoering Wet Aanpak Meervoudige Problematiek Sociaal Domein De Wet Aanpak Meervoudige Problematiek Sociaal Domein (WAMS) is in voorbereiding. De precieze invoeringsdatum is nog onduidelijk, maar zou in 2022 kunnen liggen. De WAMS verankert een duidelijke taak voor gemeenten om te komen tot een integrale en gecoördineerde aanpak voor meervoudige problematiek. Ook regelt het een duidelijk taak voor gemeenten om zorg te dragen voor een meldpunt voor inwoners met niet-acute zorgen over zichzelf of een ander. De implementatie zal vooral formatie vragen en het is nog onduidelijk of hier inkomsten van het Rijk tegenover staan. THEMA I – INKOMEN Inkomensvoorziening Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ Voor 2021 houden wij rekening met een groei van het aantal bijstandsuitkeringen. In 2022 verwachten we meer inzicht te hebben in de feitelijk omvang van het aantal bijstandsuitkeringen. Direct bij het begin van de coronalockdown ging Veenendaal op verzoek van het Rijk, voorschotten verstrekken voor de ‘Tijdelijke overbruggings­regeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo). Een relatief groot deel daarvan moeten de gemeente terugvorderen, omdat de ondernemers toch meer omzet draaiden dan ze bij hun aanvraag verwachtten. De Tozo die de gemeente vervolgens moeten terugvorderen, zal voor een deel oninbaar blijken.

Als onderdeel van de specifieke uitkering voor de Tozo krijgen de gemeenten daarom 30% van de terugvorderingen van het Rijk gecompenseerd van voorschotten van voor 22 april 2020. De gemeente loopt hier dus een risico.

Kadernota 2022-2025 | 32

1. Inleiding 4.1 Programma 1: Fysieke leefomgeving

2. Financiële stand van zaken 4.2 Programma 2: Economie, Werk en Ontwikkeling

3. Opgaven en opgavegericht werken

4.3 Programma 3: Sociale leefomgeving

4. Begrotingprogramma’s

4.4 Programma 4: Burger en Bestuur

Armoedebeleid/Minimaregelingen In 2022 hebben we de webshop voor de minimaregelingen uitgebreid met een stadspas. Op deze manier is het mogelijk om voor alle relevante ondernemers gemakkelijk aan te sluiten en verlaagt het de drempel voor de gebruikers. De stadspas is te gebruiken als zijnde een pinpas en is te koppelen aan praktisch elk kassasysteem. Door het verlagen van de drempel, tezamen met een mogelijke toename van de doelgroep vanwege de Coronacrisis, bestaat de mogelijkheid dat de uitgaven voor de minimaregelingen voor 2022 hoger uitvallen dan geraamd. Via de tussentijdse bestuurs­ rapportages wordt de voorgang gemonitord.

Bijzondere bijstand /Individuele Studietoeslag/ Individuele Inkomenstoeslag De ontwikkelingen van de bijzondere bijstand, Individuele Studietoeslag en Individuele Inkomenstoeslag is stabiel. Wel is er een verschuiving te zien binnen de bijzondere bijstand. Het aantal uitgaven dat wordt verstrekt aan bijzondere bijstand voor bewindvoering stijgt en de overige kosten dalen. Als deze stijging zich door blijft zetten dan zullen op den duur de uitgaven voor bijzondere bijstand gaan stijgen. Deze stijging trachten wij in te perken met het adviesrecht bewindvoering en meer inzet op promotie van alternatieven zoals budgetbeheer.

Schulddienstverlening en – preventie We verwachten op termijn een toename van het aantal inwoners dat ondersteuning nodig heeft bij financiële problematiek en schulden door de coronacrisis. Dit is mede afhankelijk van de afbouw van de landelijke ondersteuningsmaatregelen. Mogelijk leidt dit tot een toename van ondernemingen die failliet gaan waarbij het risico ontstaat dat er een grotere schuldenproblematiek ontstaat bij ondernemers en werknemers.

THEMA II – SOCIAAL DOMEIN – PARTICIPATIE EN RE-INTEGRATIE

We verwachten ook een toename van het aantal cliënten door de inzet van vroegsignalering. De resultaten van de pilot uit 2021 worden hierbij betrokken. Hierdoor krijgen we inwoners met financiële problematiek eerder in beeld. Dit leidt logischerwijs tot een toename van het aantal cliënten die we met een lichtere vorm van hulp in een eerder stadium bereiken. Door het stimuleren van een effectieve samenwerking met partners in de sociale basis en het doorontwikkelen van de werkwijze van het Budgetloket verwachten we meer ruimte te creëren om deze toename van cliënten op te vangen. De verwachting is dat deze preventieve aanpak elders financiële voordelen oplevert.

4.5 Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien

5. Bijlagen 4.6 Programma 6: Bedrijfsvoering

Wet Inburgering Per 1 januari 2022 is de nieuwe Wet Inburgering van kracht. Met deze nieuwe wet krijgt de gemeente de regie over het inburgeringsproces. Een belangrijk onderdeel is het aanbieden van één van de drie leerroutes, afhankelijk van de individuele leervermogens. De regiefunctie wordt vertaald in het aantrekken van een procesregisseur, die een persoonlijk plan maakt met de inburgeraars waarbij inburgering (in brede zin) aan bod komt. Het stelsel biedt de mogelijkheid om de komende jaren met de sociale basis een ketensamenwerking op te bouwen zodat de inburgeraar binnen drie jaar een netwerk heeft opgebouwd, toegerust is met de kennis om mee te doen en ook daadwerkelijk in staat is om mee te doen in de Veense samenleving. THEMA III – SOCIAAL DOMEIN – WMO

IW4 In 2022 wordt een eindevaluatie uitgevoerd over de uitvoering van het transitieplan van IW4. De verwachting is dat in 2022 de nieuwe huisvesting van IW4 wordt gerealiseerd. Op de locatie van IW zal een nieuw pand verrijzen voor de huisvesting van zowel IW4 als Wijkservice. Dit wordt een duurzaam en energieneutraal gebouw. Breed offensief Het breed offensief is een brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. Voorstellen om de wet- en regelgeving aan te passen en de uitvoering te verbeteren maken onderdeel uit van dit offensief. Dit leidt tot wetswijzigingen in de Participatiewet, SUWI, Wajong, Wet banenafspraak en de Wet taaleis. Op termijn krijgt dit een vertaling in nieuwe of aangepaste verordeningen en beleidsregels. Het wetsontwerp is meerdere keren uitgesteld. De verwachting is vooralsnog dat deze per 1 januari 2022 wordt vastgesteld.

Maatwerkvoorzieningen We zien in de eerste maanden van 2021 een toename van het aantal inwoners dat bij de gemeente aanklopt voor een maatwerkvoorziening schoonmaakondersteuning. Deze ontwikkeling komt voort uit de invoering van het abonnementstarief. De toename is dusdanig dat we dit als risico voor 2022 en verder benoemen. In 2021 zoeken we naar mogelijkheden om deze trend te keren en kaarten dit punt ook bij de VNG en het Rijk aan. Of dit al in 2022 resultaat heeft is onzeker. Daarnaast is het mogelijk dat het nieuwe regeerakkoord maatregelen bevat die de wetgeving rondom de eigen bijdrage en/of schoonmaakondersteuning beïnvloeden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10188167/1