CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Vaststelling Kadernota 2022-2025 - Kadernota 2022-2025

Gemeenteraad 5 juli 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Kadernota 2022-202523.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Kadernota 2022-2025

1. Inleiding

2. Financiële stand van zaken

3. Opgaven en opgavegericht werken

4. Begrotingprogramma’s

5. Bijlagen

1. Inleiding

Kadernota 2022-2025 | 2

1. Inleiding

2. Financiële stand van zaken

Algemeen De coronacrisis is nog niet voorbij. Nog steeds merken we in ons land en ook in Veenendaal de gevolgen daarvan. Was deze crisis en de daaruit voortvloeiende onzekerheden vorig jaar reden om een Kaderbrief in plaats van een uitgebreide Kadernota uit te brengen, dit jaar pakken we de gebruikelijke draad weer op. Dat betekent overigens niet dat er nu geen onzekerheden zijn. In gemeenteland wordt breed aangegeven dat het lastig is om de financiële ruimte voor 2022 en volgende jaren goed te ramen. Onder andere de volgende twee grote aspecten zijn daarop van invloed: • We hebben nog steeds te maken met onzekerheden over de coronacompensatie die wij van het rijk zullen ontvangen. Daarbij wordt opgemerkt dat ten behoeve van de specifieke taken die aan de gemeenten zijn opgedragen de compensatie vooralsnog wel goed geregeld is. De uiteindelijke afrekening daarvan moet overigens nog plaats gaan vinden. De overheid steunt de economie met gerichte financiële steun zodat Nederland op een goede manier uit de Covid-19 crisis kan komen. Wat de situatie zal worden wanneer het Rijk de steunmaatregelen afbouwt, is op dit moment nog onduidelijk. • Nog onduidelijk is welke maatregelen een nieuw te vormen kabinet gaat nemen om de gemeenten via het Gemeentefonds te compenseren voor onder andere de tekorten in het sociaal domein.

Inmiddels heeft het Rijk een eenmalige aanvulling van € 613 miljoen voor het jaar 2021 gedaan (naast de € 300 miljoen die al eerder beschikbaar was). Daarnaast is ook de ‘opschalingskorting’ voor de jaren 2020 en 2021 bevroren, waardoor resp. € 70 en € 160 miljoen niet behoeven te worden afgedragen aan het Rijk.

3. Opgaven en opgavegericht werken

4. Begrotingprogramma’s

Bij de uitwerking van het financieel perspectief wordt daar nader op ingegaan. Wij hebben daarvoor gebruik gemaakt van adviezen vanuit VNG, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de provincie Utrecht als toezichthouder.

Raming Centraal Plan Bureau (Centraal Economisch Plan)

5. Bijlagen

contactbeperkingen. Door groter vertrouwen in de toekomst brengen huishoudens hun overbesparingen (overschot aan spaargeld) sneller tot besteding, met extra consumptie tot gevolg. Bedrijven schalen hun investeringen extra op, mogelijk gemaakt door laag blijvende financieringskosten.

In maart 2021 heeft het CPB het Centraal Economisch Plan (CEP) uitgebracht. Ook daarin wordt aangegeven dat het verloop van de coronapandemie ongewis is. Daardoor blijft de onzekerheid over de economische vooruitzichten groot. Het CPB heeft daarom drie scenario’s uitgewerkt: een basisraming, een pessimistisch en een optimistisch scenario. De basisraming in het CEP gaat ervan uit dat mensen gespaard geld gaan uitgeven en dat de steunmaatregelen in de tweede helft van 2021 worden afgebouwd. Maar gemeenten krijgen ook te maken met zzp’ers en flexwerkers die hun spaartegoeden hebben aangesproken en een beroep moeten doen op de bijstand. In de basisraming is de verwachting dat bedrijven weer gaan investeren, maar een deel krijgt het moeilijk als het steunbeleid afloopt. Verondersteld wordt dan ook dat de werkloosheid en het overheidstekort oplopen. In het pessimistische scenario veroorzaken nieuwe coronavarianten, waartegen de huidige vaccinaties onvoldoende blijken te werken, in het najaar opnieuw een corona-uitbraak. Deze nieuwe uitbraak leidt weer tot extra voorzichtigheid bij huishoudens en nieuwe restricties, waardoor het bbp opnieuw afneemt en de werkloosheid verder oploopt. In het optimistische scenario zorgen positieve verwachtingen bij huishoudens en bedrijven voor een krachtiger herstel na het opheffen van de

Kadernota 2022-2025 | 3

1. Inleiding

2. Financiële stand van zaken

3. Opgaven en opgavegericht werken

4. Begrotingprogramma’s

Zoals aangegeven blijft de onzekerheid dus groot. Dit vraagt om wendbaarheid om met een brede kijk te blijven anticiperen op de ontwikkelingen. Wij blijven daarover op verschillende niveaus in contact met het Rijk, provincie en (via onder andere de VNG) met collegagemeenten.

Ook in deze Kadernota wordt op diverse plaatsen aandacht gevraagd voor de noodzaak extra uitvoeringscapaciteit ter beschikking te stellen. Wij hebben dat steeds gekoppeld aan concrete inhoudelijke (beleids)onderwerpen waarvan de noodzaak tot uitvoering gemotiveerd wordt aangetoond.

Voor wat betreft de loon- en prijsontwikkelingen sluiten we in deze Kadernota aan bij de gegevens uit het CEP. Zie daarvoor het financieel perspectief.

Inhoud Kadernota

Overige ontwikkelingen • De structurele effecten van de eerste bestuursrapportage over 2021 zijn in deze Kadernota verwerkt. De budgettaire effecten voor de komende jaren geven een nadelig effect van € 42.000 in zowel 2022 als 2023; en een nadelig effect van € 60.000 voor de jaren 2024 en 2025. • In de Kaderbrief en de Programmabegroting 2021-2024 hebben wij u gemotiveerd geïnformeerd over de noodzaak de achterblijvende formatie van onze organisatie te versterken. Er is daarvoor structureel een bedrag van € 1.870.000,- beschikbaar gesteld. Zoals reeds in de eerste bestuursrapportage is beschreven, doen zich in diverse beleidsterreinen als gevolg van een achterstand in formatie (nog steeds) knelpunten voor ten aanzien van de opvolging van gestelde beleidsdoelen. Voor zover er door de Rijksoverheid nieuwe taken worden overgedragen, vragen wij steeds aandacht voor het meeleveren van voldoende uitvoeringsbudget. Aan het Rijk en de VNG maken we actief kenbaar, dat bij nieuwe taken, ook extra geld voor de uitvoering (formatie en investeringen) onderdeel van de afspraken behoort te en moet zijn. 

Na deze inleiding wordt in een beschrijving van het financieel perspectief eerst ingegaan op de financiële stand van zaken. Daarin wordt een overzicht en inzicht gegeven in de ontwikkelingen sinds de vaststelling van de Programmabegroting 2021-2024 in november 2020. In een tweetal scenario’s wordt beschreven hoe wij denken om te gaan met de besteding van de beschikbare middelen.

5. Bijlagen

Bloei, Sociaal Domein en Informatiesamenleving. Inmiddels is daar de opgave Duurzaam Veenendaal aan toegevoegd. Verder wordt ook aandacht gegeven aan de opgave ‘na corona: anticiperen op een nieuwe werkelijkheid’. Omdat wij deze opgaven als leidende thema’s beschouwen, wordt daarvan eerst een algemene beschrijving gegeven, voordat concreet wordt ingegaan op de verschillende begrotingsprogramma’s. Verder treft u in deze Kadernota de bijlage MIP 2020-2025 (Meerjareninvesteringsplan) aan.

Het basisscenario gaat uit van de huidige financiële situatie, in het andere scenario (het vervolgscenario) wordt rekening gehouden met een extra bijdrage vanuit het nieuwe kabinet. Bij de Programmabegroting voor 2022 hopen we op basis van dan bekende informatie over de ontwikkelingen in het Gemeentefonds, een definitieve keuze te maken welk scenario van toepassing is voor de komende jaren. Vervolgens wordt een beschrijving gegeven van een aantal financieel-economische ontwikkelingen, welke van invloed zijn op de financiële positie van de gemeente op langere termijn. Zoals bij u bekend is, in het kader van de doorontwikkeling van ons organisatie, is de organisatie gestart met het werken met opgaven. Daardoor kunnen eenvoudiger verschillende disciplines bij elkaar worden gebracht, kan beter regie worden gevoerd op grote dossiers en focus worden gelegd op politieke, maatschappelijke en financiële ontwikkelingen. Wij zijn gestart met de opgaven Groei en

Kadernota 2022-2025 | 4

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

2. Financiële stand van zaken

Kadernota 2022-2025 | 5

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

2.1 Algemeen In de inleiding is al aangegeven dat we bij de bepaling van het financieel kader voor de jaren 2022-2025 uitgaan van twee scenario’s en wel om de volgende redenen. Bij de recente verkiezingen voor de 2e Kamer hebben alle partijen in hun verkiezingsprogramma’s aangegeven dat er extra geld moet komen voor de gemeenten via het Gemeentefonds. De extra middelen variëren van € 0,5 tot € 4 miljard. Daaruit mag voorzichtig de conclusie getrokken worden dat er extra geld beschikbaar komt. Deze conclusie wordt nog versterkt door het feit dat de staatssecretaris van Volksgezondheid medio april incidenteel voor 2021 € 613 miljoen extra beschikbaar heeft gesteld om de financiële overbesteding rond de uitvoering van de jeugdhulp aan te pakken. Een landelijke werkgroep van controllers van gemeenten, met meer dan 100.000 inwoners, heeft een scenario opgesteld waarbij er € 750 miljoen structureel extra middelen beschikbaar komt. Dit scenario is besproken met de VNG en het ministerie van BZK. Als dit scenario doorgang vindt, komt er voor de gemeente Veenendaal € 2,1 miljoen extra uitkering in het Gemeentefonds beschikbaar. De provincie Utrecht – de toezichthouder op de gemeentelijke financiën – wil echter nog niet zover gaan, zolang er geen besluitvorming is over de extra middelen.

Het is uiteraard toegestaan dat de gemeentebesturen beschouwingen opnemen in hun plannen over eventuele extra beschikbare middelen. Daarbij geldt wel dat de P&C-documenten zodanig zijn ingericht, dat inzichtelijk wordt gemaakt dat de gemeente niet in de financiële problemen komt, wanneer er onverhoopt geen extra middelen door het Rijk beschikbaar worden gesteld.

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

Vanwege dit voorzichtigheidsprincipe schetsen wij nu 2 scenario’s : 1. Op basis van de huidige gegevens m.b.t. de rijksuitkeringen. 2. Op basis van het feit dat de beschikbare middelen vanuit het Rijk met € 2,1 miljoen zullen toenemen. Bij scenario 1 is er weliswaar sprake van een sluitend meerjarenperspectief, maar zijn er nauwelijks tot geen mogelijkheden om wensen te honoreren of nieuw beleid vorm te geven. De focus is met name gericht op het handhaven van de bestaande voorzieningen. In scenario 2 stellen wij voor om wel extra middelen beschikbaar te stellen. EMU-saldo In de begroting 2021 is een klein overschot bij het EMU-saldo opgenomen van € 0,6 miljoen. Omdat het EMU-saldo dus niet wordt overschreden, worden in dit opzicht geen negatieve gevolgen verwacht. Bovendien is door de Corona- crisis het EMU-saldo geen punt van discussie. Immers alle Europese staten zullen het EMUsaldo in het huidige jaar overschrijden. Hier worden echter geen consequenties aan verbonden op Europees niveau vanwege diezelfde crisis.

Prognose schuldpositie kadernota 2021

5. Bijlagen

2.6 Risico’s: financieel overzicht

2.7 Weerstandscapaciteit

Solvabiliteit Solvabiliteit geeft de verhouding aan tussen het eigen (bezittingen) vermogen en het vreemd (schulden) vermogen op de balans. De solvabiliteit wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de financiële gezondheid van een bedrijf op de langere termijn; het zegt iets over het vermogen om zowel de kortlopende alsook de langlopende schulden te kunnen terugbetalen. Deze ratio schommelt momenteel rond de 28%. Door een beperkter volume van ons investeringsprogramma enerzijds en een positief saldo bij de jaarrekening 2020 anderzijds, wordt verwacht dat de solvabiliteitsratio om en nabij de 28% blijft schommelen. De solvabiliteitsratio is ruim boven de norm zoals de provincie Utrecht die hanteert in het kader van het financieel toezicht. Tot en met 2019 werd 30% als toetsingsnorm aangehouden; inmiddels is dat verlaagd tot 20%.

2019

2020

2021

2022

2023

2024

1 Schuldpositie vaste leningen

130

130

145

151

157

161

2 Schuldpositie vlottende leningen

30

34

35

36

37

37

3 Bruto schuld (1+2)

160

164

180

187

194

198

4 -/- Uitzettingen

17

17

17

17

17

17

5 Schuldpositie prognose (3-4)

143

147

163

170

177

181

Kadernota 2022-2025 | 6

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

2.2 Het basisscenario

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

5. Bijlagen

2.6 Risico’s: financieel overzicht

2.7 Weerstandscapaciteit

GEACTUALISEERD FINANCIEEL PERSPECTIEF KADERNOTA 2022-2025 Omschrijving Bedragen x € 1.000

Bedragen met een -teken zijn nadelig 1

2

2022

2023

2024

2025

Saldo baten en lasten Programmabegroting 2021-2024

604

509

-1.057

Verrekening saldi Programmabegroting met de Algemene Reserve

-604

-509

1.057

-

Saldi septembercirculaire 2020

780

777

850

850

Saldi derde bestuursrapportage 2020

-125

-125

-125

-125

-

-

-

-

655

652

725

-332

Saldi decembercirculaire 2020 Saldo meerjarenperspectief per 7 januari 2021

-1.057

3

Eerste bestuursrapportage 2021

-42

-42

-60

-60

4

Technische richtlijnen 2022-2025 (rekenbegroting)

242

524

834

1.140

Saldo baten en lasten start KADERNOTA 2020-2023

200

482

774

1.080

5

6

Besluitvorming na de 3e bestuursrapportage 2020 • Parkeerexploitatie (raad november)

15

25

39

39

• Kadernota 2022 VRU (college 1/12/2020)

-95

-95

-95

-95

• IKC Franse Gat (college 8/12/2020)

-4

125

-16

-16

• Pilot uitvoeren renovatie gemeentehuis (gevels) (college 5 januari 2021)

-19

-80

-79

-78

-103

-25

-151

-150

a Dekking begrafenisrechten

-191

-200

-204

-201

b Kapitaallasten

385

253

295

404

55

108

Aanpassing van ramingen

c Woningen Franse Gat d Vastgoedbeheerplan

109

111

113

115

e Ontwikkelingen in het leerlingenvervoer

-387

-398

-410

-441

-84

-234

-151

-15

668

875

1197

583

START FINANCIEEL PERSPECTIEF BIJ KADERNOTA VOORSTELLEN VOOR NOODZAKELIJKE UITGAVEN 7

Knooppunt jeugd uitvoering regionale jeugdhulptaken

-173

-173

-173

-173

8

Kapitaallasten nieuwe investeringen volgens het MIP

0

-123

-387

-556

-250

-250

-300

-350

0

0

-250

-250

9

Stelpost Informatiebeveiliging

10

Groot onderhoud wegen en asfalt

11

Veiligheidsbeleid

-30

-30

-30

-30

SALDO VAN DE KADERNOTA 2022-2025

215

299

57

-776

Kadernota 2022-2025 | 7

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

Toelichting op de punten uit het Basisscenario 2.2.1 Uitgangspunt saldo Kadernota 2022-2025 De basis voor de berekening van het financieel perspectief voor de jaren 2022-2025 ligt in de laatst vastgestelde Programmabegroting. Vervolgens worden ook de effecten van de derde bestuursrapportage van 2020 (vastgesteld na de Programmabegroting) en besluiten die weer na deze 3e bestuursrapportage zijn verwerkt in dit perspectief betrokken. Dit leidt tot de volgende beginsituatie. 1. Saldi Programmabegroting 2021-2024 In de raadsvergadering van 5 november 2020 is de Programmabegroting 2021-2024 vastgesteld met de genoemde saldi. De overschotten in de jaren 2021 en 2022 zijn aan de Algemene Reserve toegevoegd; in 2023 is het nadelig saldo van de Programmabegroting vervolgens uit de Algemene Reserve gehaald. De septembercirculaire met betrekking tot de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds liet vervolgens een positieve ontwikkeling zien. 2. Saldo van de 3e bestuursrapportage 2020 De 3e bestuursrapportage werd vastgesteld in de raadsvergadering van 17 december 2020. De structurele mutaties vanuit deze rapportage bedroegen € 125.000 voordelig en worden nu verwerkt in de Kadernota. De decembercirculaire leverde geen mutaties op. 3.

Saldo van de 1e bestuursrapportage 2021 De 1e bestuursrapportage van 2021 laat een structureel nadelig effect zien van € 42.000 in de jaren 2022 en 2023 en € 60.000 in de daarna volgende jaren. Dit tekort wordt veroorzaakt door een aantal wijzigingen met per saldo een nadelig effect. De belangrijkste oorzaken zijn verhoging van de premie brandverzekering (als gevolg van het opnieuw aanbesteden) en een

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

verlaging van de huurprijs gemeentehuis voor de Rabobank. Vanaf 2024 vervalt de provinciale subsidie voor het collectief vervoer waardoor het structureel tekort stijgt met € 18.000. 4. Technische richtlijnen 2022-2025 (rekenbegroting) Bij de start van de nieuwe begrotingscyclus worden vooraf de financieel-technische parameters opgesteld. Voor de jaren 2022 – 2025 zijn de volgende parameters gehanteerd: • Een loonstijging van 2,8 % per jaar; • Een prijsstijging van 1,5 % per jaar; • Een index van 2,2% voor de kosten Sociaal Domein**; • Een index van 1,5 % voor de tarieven van de gemeentelijke heffingen; • Een rentevoet van 1% in 2022, 1,5% in 2023 en 2% in 2024 voor aan te trekken financieringsmiddelen; • Een rentevoet van 0.75 % voor de investeringen in de grondexploitatie; • De bouw van gemiddeld 350 woningen in de jaren 2022 tot en met 2025. ** Voor de kosten Sociaal Domein in de index van 2021 aangehouden, omdat er nog geen inzicht is in de ontwikkelingen voor 2022, mede in relatie tot de reële kostprijzen binnen de zorg.

5. Effecten besluitvorming na de 3e bestuursrapportage 2020 Na de vaststelling van de Programmabegroting en ook de 3e bestuursrapportage van 2020 zijn er nog 4 besluiten genomen met een financieel effect voor de volgende jaren.

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

• Parkeerexploitatie In de raadsvergadering van 26 november 2020 is de vierde wijziging van de Verordening parkeerbelastingen vastgesteld, inclusief bijgevoegde tarieventabel 2021. Het ging hierbij om het doorvoeren van de trendmatige verhoging van de tarieven voor 2021 en een boven trendmatige verhoging van 1% voor het terrein Theater / Duivenweide. De meeropbrengst is hier verwerkt. • Kadernota VRU In de raadsvergadering van 21 januari 2021 is ingestemd met de begrotingskaders voor de Kadernota 2022 van de VRU en zijn de extra benodigde middelen van € 95.000 beschikbaar gesteld. De kadernota bevat geen verhoging van de bijdrage voor nieuw beleid. De stijging van de bijdrage bestaat dan ook uitsluitend uit de technische toepassing van het financiële kader en ontwikkelingen die voortkomen uit bestaand beleid. • IKC Franse Gat In de raadsvergadering van 21 januari 2021 is de aanvraag investeringsbudget Integraal Kindcentrum Franse Gat behandeld. Het gaat om een investerings­ budget voor de bouw van de onderwijsfunctie op basis van de uitvoering van het IHP, maar ook om een investeringsbudget voor de realisatie van de kinder­ opvang­functie conform het gemeentelijke beleid. Het investeringsbudget bedroeg ruim € 7,3 miljoen. De jaarlijkse lasten hiervan worden nu verwerkt in de kadernota.

• Pilot renovatie gemeentehuis: gevels Dit betreft de lasten van het investeringsbudget van € 2.116.700 voor het herstel van de gevels van het oudste deel van het gemeentehuis.

Kadernota 2022-2025 | 8

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

6. Aanpassing van ramingen Het gaat hier om aanpassingen van ramingen van posten uit de huidige Programmabegroting en het meerjarenperspectief: a. Begrafenisrechten In mei 2021 heeft de raad besloten tot verlaging van de tarieven voor begraven. De laatste jaren vielen de kosten lager uit door een lagere doorberekening van de loonkosten (uurtarief wijkservice in plaats van het uurtarief beheer). Daardoor waren de tarieven meer dan 100% kostendekkend en is een forse egalisatiereserve ontstaan. Het tarief zal nu een aantal jaren onder het niveau van 100% kostendekking liggen om deze egalisatiereserve voor begraven te verlagen. b. Correctie kapitaallasten In 2020 is het activabeleid herzien. Vanaf 2021 worden alle kapitaallasten via een afzonderlijke module in ons financieel systeem berekend, waardoor de kans op fouten nagenoeg tot nihil is gereduceerd. Bij het inrichten van de module is gebleken dat er steeds ‘voorzichtig’ is geraamd: dat wil zeggen, bij de beschikbaarstelling van een krediet wordt met ingang van het volgende jaar begonnen met afschrijven. De praktijk laat echter zien, dat het gereedkomen van een actief pas in het volgende jaar is afgerond. Op basis van het BBV mag pas met afschrijving begonnen worden op 1 januari van het jaar nadat het actief werkelijk gereed is. In dit geval betekent dit een verschuiving van de afschrijvingslasten naar volgende jaren. c.

Woningen Franse Gat Op deze locatie komen meer woningen dan was voorzien. Rekening kan worden gehouden met een gefaseerde toename van 200 woningen in de periode

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

2024-2028 (opgave projectleider). Voor 2024 zijn 75 woningen opgenomen; voor 2025 150 extra woningen. Via de Algemene Uitkering wordt jaarlijks een bedrag per woning en per inwoner ontvangen; deze normbedragen worden jaarlijks aangepast. De hogere uitkering wordt hier geraamd. d. Verlaging dotatie vastgoedbeheerplan Bij het opstellen van het nieuwe duurzame vastgoed­ beheerplan (DMOP) treedt een verschuiving op van groot onderhoud naar (duurzame) investeringen en zijn voor het Theater alleen nog de hoogstnoodzakelijke kosten opgenomen. Hierdoor kan de dotatie aan de onderhoudsvoorziening worden verlaagd ten gunste van de exploitatie. Hiervoor in de plaats komen er wel structurele kapitaallasten voortvloeiend uit de (duurzame) investeringen. e. Leerlingenvervoer De overeenkomsten van de gemeente Veenendaal en Rhenen voor het Leerlingenvervoer liepen van rechtswege af op 1 augustus 2020. Om die reden diende dit vervoer door beide gemeenten opnieuw aanbesteed te worden. De nieuwe overeenkomst met de gecontracteerde partij kent een vaste looptijd van 5 jaar. In 2025 wordt bekeken hoe de tarieven zich verhouden en of een aanbesteding opnieuw moet worden uitgezet/ wenselijk is. De totale kosten zijn weliswaar marktconform maar wel aanzienlijk hoger dan de vorige aanbieder.

Bij de aanbesteding zijn diverse eisen gesteld, onder andere in het kader van duurzaamheid welke een prijsverhogend effect hebben gehad. Voorbeelden hiervan: het doel om binnen de contractperiode volledig emissievrij te rijden, investeren in oplaadpunten en waterstoftankstation.

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

7. Knooppunt jeugd Dit betreft een regionaal bestuurlijk besluit uit december 2020 op advies van het regionaal overleg van gemeentesecretarissen en vervolgens bekrachtigd door het college bij besluit van 30 maart 2021 voor zover het de kosten van 2021 betreft. Het gaat hier om bedrijfsvoeringskosten voor de uitvoering van regionale jeugdhulptaken. Waar het gaat om de extra taken van regionale hulptaken voor de jaren 2022 en volgende wordt in deze Kadernota een bedrag opgenomen van € 173.000 bestaande uit € 109.000 als aanvulling op het huidige beschikbare budget en € 64.000 voor uitbreiding van de formatie met 0,71 fte. 8. Kapitaallasten nieuwe investeringen volgens het MIP Het Meerjareninvesteringsplan voor de jaren 2022-2025 is als bijlage bij deze Kadernota opgenomen. De jaarlijkse kapitaallasten worden hier geraamd. 9. Meerjarenplan informatiebeveiliging / ISMS Het college hanteert het volgende uitgangspunt: ‘de burger kan erop vertrouwen dat de gemeente Veenendaal zorgvuldig met zijn/haar gegevens omgaat’. Door een integrale en ook planmatige aanpak komen we en blijven we proactief ‘in control’ met betrekking tot de informatiebeveiliging. We starten met het opstellen van een Meerjarenplan Informatiebeveiliging voor de jaren 2021-2025.

Dit plan dient drie doelen: • Het eerste doel is gemeentebreed de BIO (baseline informatiebeveiliging overheid) succesvol implementeren op basisbeveiligingsniveau 2 (BBN) en voldoen aan eisen van de ENSIA (eenduidige normatiek single information audit).

Kadernota 2022-2025 | 9

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

• Het tweede doel is de verdere volwassenheidsgroei van onze gemeente brede informatiebeveiliging (aanvullend op de BIO) van volwassenheidsniveau 1 in 2022 naar minimaal niveau 3 in 2025, waarmee we dit laten aansluiten op het vastgestelde Veense strategisch privacybeleid. • Het derde doel is het periodiek opstellen en actualiseren van een goede interne/externe dreigingsanalyse voor de informatiebeveiliging van Veenendaal op basis van het landelijke dreigingsbeeld van de IBD (Informatiebeveiligingsdienst). Op basis van deze analyses zijn we in staat om periodiek het strategisch, tactisch en uitvoerend beleid en de bijbehorende maatregelen uit te voeren, te monitoren en te evalueren. Tevens willen we overgaan op de invoering van een “Information Security Management Systeem” (ISMSsysteem) om de informatiebeveiliging voor de burgers en de gemeentelijke bedrijfsvoering te verhogen en te bewaken. Een ISMS is het systematisch managen van gevoelige bedrijfsinformatie en bedrijfsprocessen. Het ISMS pakt de drie risicofactoren aan: processen, mensen en ICT-systemen, die met behulp van een cyclisch en iteratief risicobeheerproces worden geanalyseerd, geprioriteerd en voorzien van de juiste preventieve en/of repressieve maatregelen. Het ISMSproces is daarmee een gedegen PDCA-cyclus (Plan-DoCheck-Act) voor informatiebeveiliging.

Het college heeft de ambitie om zo snel mogelijk op het beoogde veiligheidsniveau 3 te komen. De huidige financiële ruimte binnen de gemeente is momenteel echter beperkt, waardoor deze ambities slechts gedeeltelijk of pas in latere jaren gerealiseerd kunnen worden. Dit gaat helaas wel gepaard met extra risico’s

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

tijdens de wapenwedloop met de cybercriminaliteit: het college is zich ervan bewust de komende jaren extra risico te lopen op informatie­beveiliging door het gebrek aan de extra financiële middelen op dit moment. Het meerjarenplan - dat in 2021 wordt opgesteld - houdt hier rekening mee en zal de prioritering bepalen. Om op alle punten te voldoen aan de eisen die gesteld worden op het gebied van de informatievoorziening zullen hoge kosten gemaakt moeten worden. Een globale becijfering laat zien dat het jaarlijks om € 0,5 miljoen gaat. In het basisscenario is daar onvoldoende financiële ruimte voor. Om die reden is vooralsnog gekozen voor een ‘groeipad’ met een budget van € 250.000 in de jaren 2022 en 2023 en vervolgens oplopend met € 50.000 per jaar tot € 350.000 in 2024. Daarbij wordt opgemerkt dat dit bedrag zal worden opgehoogd tot € 500.000 per jaar, wanneer er inderdaad extra financiële middelen beschikbaar komen (zie het vervolgscenario). Gelet op de problemen met hackers in de praktijk (gemeente Hof van Twente, Universiteit Maastricht) heeft dit onderwerp hoge prioriteit. 10. Groot onderhoud wegen / asfalt Tot het jaar 2020 waren uitgaven voor groot onderhoud in het MIP opgenomen. Vanwege een wijziging van voorschriften (BBV) mogen dergelijke uitgaven niet meer geactiveerd worden, maar komen direct ten laste van de exploitatie.

Uitzonderingen zijn wanneer er sprake is van ‘verlenging van de levensduur’ (bijvoorbeeld door extra ingrepen).

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

In afwachting van dit onderzoek is alleen voor de jaren 2024 en 2025 een extra bedrag van € 250.000 per jaar opgenomen. 11. Veiligheidsbeleid Het budget voor Openbare Orde en Veiligheid in brede zin is niet voldoende om de vraag naar acties/inzet vanuit veiligheid, die steeds verder toenemen, te kunnen bekostigen. De structurele kosten voor regionale voorzieningen en samenwerkingsverbanden waar we (net als alle andere 39 gemeenten in onze regio) aan deelnemen zijn in de loop van de jaren telkens iets opgehoogd/uitgebreid (totaal € 14.000) waaronder de gemeentelijke bijdrages aan het RIEC-MN, RVS/Burgernet, het VHRU, nazorg exgedetineerden en VIS vallen. Daarnaast bestaat de wens om het cameratoezicht (flexibel) uit te breiden en vraagt de vergaande technologische ontwikkelingen om praktische toepassingen voor inzet op datagericht werken en online interventies. Ook Jeugd en veiligheid en veiligheid in de wijkteams leggen een steeds groter beslag op de beschikbare middelen voor veiligheid. Om voornoemde redenen is een aanvullend budget opgenomen van € 30.000 per jaar

Momenteel worden de meerjarenplannen verder uitgewerkt. Daarbij wordt in beeld gebracht welke wegen de komende jaren voor groot onderhoud in aanmerking komen en in welke gevallen deze uitgaven volgens de voorschriften toch geactiveerd kunnen worden.

Kadernota 2022-2025 | 10

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2.3

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken 2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

2.3 Het vervolgscenario

Het vervolgscenario

Scenario II gaat uit van het feit dat er € 750 miljoen extra beschikbaar wordt gesteld door het Rijk. Omgerekend is dit voor de gemeente Veenendaal € 3,5 miljoen, maar daarvan is € 1,4 miljoen al ingeboekt op basis van de richtlijnen van vorig jaar. De meeropbrengst welke nu verwerkt kan worden, bedraagt dan € 2,1 miljoen.

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

5. Bijlagen

2.6 Risico’s: financieel overzicht

2.7 Weerstandscapaciteit

GEACTUALISEERD FINANCIEEL PERSPECTIEF KADERNOTA 2022-2025 Omschrijving Bedragen x € 1.000 0

SALDO VAN DE KADERNOTA 2022-2025 (scenario 1)

2022

2023

2024

2025

215

299

57

-776

Aanvullend budget op van € 750 miljoen extra middelen

2.100

2.100

2.100

2.100

TOTAAL BESCHIKBAAR

2.315

2.399

2.157

1.324

De basis is gelijk aan het basisscenario

Het financieel perspectief komt er dan als volgt uit te zien:

Voorstellen 1

Vroegsignalering

100

100

100

100

2

Cultuurbeleid

300

300

300

300

3

Herwaardering vakmanschap

75

50

50

50

4

Participatie-expert

80

80

80

80 150

5

Aanvulling informatieveiligheid

0

250

200

6

ICT-Campus

80

80

80

85

85

85

300

300

300

7

Formatie onderwijshuisvesting

85

8

Welzijn op recept

60 225

9

Formatie-uitbreiding WMU (uitvoering WMO)

10

Afboeken Dr. Colijnstraat

11

Afboeken W.C. Beeremansstraat

12

Wet kwaliteitsborging

139 29 45

45

45

45

13

Integrale aanpak Franse Gat

85

14

Omgevingswet (vaste bodem)

48

48

48

48

15

Formatie-uitbreiding uitvoering Omgevingswet

255

255

255

255

80

80

80

30

30

30

80

16

Taakuitvoering Omgevingswet

80

17

Stikstof Binnenveld fase 2

100

18

Rondwegproblematiek

30

19

Inwerkprogramma gemeenteraad in 2022

15

20

Formatie-uitbreiding: • Preventie polarisatie

80

80

80

• Jeugd en veiligheid

85

85

85

85

• Fraudebestrijding in de zorg

85

85

85

85

TOTAAL VOORSTELLEN

1.913

1.953

2.042

1.802

SALDO KADERNOTA NA HONORERING VOORSTELLEN

402

446

115

-478

Kadernota 2022-2025 | 11

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

Toelichting op de punten uit het Vervolgscenario 0. Startpunt saldo Kadernota Het saldo is gelijk aan het bedrag van het basisscenario: er wordt in het vervolgscenario voortgeborduurd op dit bedrag. Voor de toelichting hoe tot dit bedrag is gekomen verwijzen wij u naar de vorige paragraaf. 1. Vroegsignalering De gemeente heeft sinds 2021 een nieuwe taak in het kader van vroegsignalering van schulden. Hiervoor heeft het Rijk geen extra middelen verstrekt. In 2021 doen we, op basis van een pilot, ervaring op vanuit incidentele middelen. Om deze taak structureel te borgen zijn extra structurele middelen noodzakelijk.  Het Rijk verwacht dat door vroegsignalering uiteindelijk winst wordt behaald bij de andere levensgebieden en daardoor de gemeentelijke kosten elders zullen dalen (bijv. zorg, begeleiding etc.). Of en ook op welke termijn dit gerealiseerd kan worden is onbekend. Gezien de al bestaande tekorten bij Jeugd en WMO zal daar hoogstens op de langere termijn het tekort wat afnemen of minder snel stijgen. 2. Cultuurbeleid Zoals bij de raad bekend is, zijn we bezig met het ontwikkelen van een nieuwe cultuurvisie (2022-2030) en een nieuwe cultuurnota (2022-2025). De raad heeft daarover in januari 2021 een werksessie gehad waarbij is toegezegd dat de raad in het vervolgtraject wordt meegenomen.

Het is de intentie zowel de cultuurvisie als de cultuurnota in het 4e kwartaal 2021 aan de raad ter vaststelling wordt aangeboden.

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

Wanneer we in Veenendaal daadwerkelijk met de gepresenteerde verhaallijnen aan de slag willen vraagt dit om een structurele verhoging van het cultuurbudget. Het voorstel van het college is om boven op de cultuurbegroting zoals gepresenteerd in de ‘programmabegroting 2021 en meerjarenperspectief 2022-2025’ in de kadernota 2022 een structureel extra bedrag op te nemen van € 300.000. Onderbouwing en specificatie van dat bedrag volgt in de uitwerking van de cultuurnota en de programmabegroting 2022. Overigens betreft deze extra kostenpost zeker niet enkel de ‘traditionele’ cultuurbegroting. Met andere woorden: het is niet extra subsidie voor de ‘vaste pijlers van cultuur’. Dit is een logisch gevolg van de brede benadering van het nieuwe cultuurbeleid. 3. Herwaardering Vakmanschap Realiseren van een project om meer aandacht te geven aan techniek en technologie in de curricula van primair en voortgezet onderwijs. Het primair onderwijs (PO) heeft de opdracht Wetenschap & Technologie een plaats te geven en in het voortgezet onderwijs (VO) leeft de behoefte om meer aandacht aan Techniek en Technologie (T&T) te besteden in het kader van de beroepenoriëntatie.

Tegelijk wordt het regionale (Veenendaals) - met name technische - bedrijfsleven geconfronteerd met moeilijk vervulbare vacatures en constateren ook deze bedrijven dat technologisering en digitalisering in de volle breedte van de verschillende sectoren onomkeer is. 

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

Bedrijven zien het belang van het vergroten van aandacht voor T&T in het PO en VO en willen er ook een bijdrage aan leveren. Het gaat hier om een bijdrage in de kosten van programmamanagement, organisatie, PR en communicatie, ontwikkeling programma, account­ management, huisvesting, materialen en bureaukosten. De jaarlijkse kosten worden geraamd op € 75.000 in 2022 en € 50.000 in de jaren daarna. 4. Brede inzet Participatiespecialist in de praktijk In 2019 is het gemeentelijk participatiebeleid vastgesteld. Op basis hiervan is nu een implementatieplan opgesteld. Veel gemeenten hebben een eigen participatiespecialist in huis. We willen onze visie op Participatie nog meer gaan vertalen naar dagelijkse praktijk. Om dit concreet vorm te geven is formatie opgenomen voor de aanstelling van een participatiespecialist. Deze functionaris zal zich bezighouden met participatie in brede zin in de gemeente Veenendaal. De focus ligt hierbij op het vormgeven, uitvoeren en ontwikkelen van participatie in de samenleving. In samenwerking met de wijkteams zal gekeken worden op welke wijze inwoners beter betrokken kunnen worden op vraagstukken in hun wijk of buurt. 5. Aanvulling informatieveiligheid Zie de opmerkingen bij het basisscenario.

Wanneer er extra middelen van het Rijk beschikbaar komen wordt het budget voor de informatieveiligheid opgehoogd tot € 500.000 per jaar om op alle punten te voldoen aan de veiligheidseisen.

Kadernota 2022-2025 | 12

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

6. ICT-Campus De gemeente neemt deel aan de regiodeal via de ICT Campus. Hierbij worden zowel de financiële middelen als kennis vanuit de ICT Campus ingezet. De activiteiten in spoor 1 (transitie van de landbouw) en spoor 3 (kennisdeling) van de regiodeal hebben geen rechtstreekse relatie met Veenendaal. De activiteiten van spoor 2 (gezonde voeding) zijn voor allen relevant, echter kennen een hoog onderzoeksgehalte. Om de inzichten uit de onderzoeken te gebruiken voor de Veenendaalse bevolking, wordt voorgesteld om fieldlabs op te zetten. Het betreft innovaties in het publieke domein, waarbij wij ICT-toepassingen ontwikkelen op het gebied van gezond stedelijk leven, in het bijzonder gezonde voeding en gedrags­ verandering en monitoring hieromtrent. Deze fieldlabs komen boven op de bestaande activiteiten van spoor 2 en zijn voor ontwikkeling en testen op verschillende plekken in Veenendaal. De onderzoekskosten zijn uiteraard voor het onderwijs en er is reeds in voorzien. Met de gevraagde extra inzet van 80.000,- per jaar kunnen activiteiten worden uitgevoerd in het kader van de regiodeal die de gemeente helpen om enerzijds onze propositie in de bestuurlijke opdracht voor de regiodeal kracht bij te zetten en anderzijds waardevolle en gevalideerde data te verzamelen over gezond stedelijk leven, specifiek toegesneden op Veenendaal. 7.

Formatie onderwijshuisvesting Om te voldoen aan de eisen/wensen die vanuit het onderwijsveld worden gesteld is uitbreiding van de capaciteit met 1 fte noodzakelijk. In het rapport van de rekenkamer onder de titel “Onderwijshuisvesting in Helder Perspectief” is dit ook als adviespunt benoemd:

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

“Versterk de ambtelijke organisatie op het gebied van onderwijshuisvesting”. Het IHP is een complex meerjarenplan dat een uitvoeringsagenda van enkele tientallen miljoenen euro’s omvat. Gemeenten met een vergelijkbaar aantal scholen en schoolbesturen beschikken over het algemeen over een grotere formatie om tot een gedegen IHP te komen en ook om de uitvoering daarvan in goede banen te leiden. In de raadsvergadering van 17 september 2020 heeft de raad het college aanbevolen om de aanbeveling van formatie-uitbreiding op dit punt over te nemen. 8. Welzijn op recept De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van de programmabegroting voor 2021 een motie aangenomen om een business case te maken wat betreft Welzijn op recept. De business case wordt op korte termijn verwacht. De geschatte kosten voor het eerste jaar (implementatie) bedragen incidenteel € 60.000. Uit de businesscase moet blijken wat de eventuele structurele kosten zullen zijn. 9. Formatie-uitbreiding WMO Door onderzoeksbureau AEF is onderzoek gedaan naar de uitvoering van alle aspecten van het Sociaal Domein. Hieruit blijkt onder andere dat voor de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 6,90 fte extra nodig is inclusief de flexibele schil en 5,05 fte zonder. AEF adviseert dan ook op basis van dit onderzoek naar de knelpunten, de formatie en de verbeterpunten om hierin te voorzien.

Door efficiency-maatregelen wordt getracht met hetzelfde aantal consulenten meer meldingen af te doen. Daarom wordt volstaan met 4 fte, te beginnen in 2022 met het werven van 3 fte.

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

10. Afboeken Beeremansstraat Dit betreft de afboeking van de grondwaarde in het kader van de voorgenomen investeringen in het Franse Gat in de komende jaren. In de Kadernota zijn opgenomen: • 2024 Waarde grond Dr. Colijnstraat € 139.000 • 2025 Waarde grond W.C. Beeremansstraat € 29.000 In de jaren 2025 – 2029 volgt dan nog de afboeking van de grondwaarde Klaas Katerstraat voor een bedrag van € 135.000. 11. Wet kwaliteitsborging Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de eerste tranche Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Deze eerste tranche betreft de grondgebonden woningen en kleine bedrijfshallen. De Wkb heeft ingrijpende gevolgen voor het proces van bouwen en vergunningverlening voor een groot deel van de huidige omgevingsvergunningen. Doordat een belangrijk deel van de werkzaamheden verschuift naar private kwaliteitsborgers, die toezicht houden op het bouwproces, zal een deel van de bouwleges niet meer aan deze bouwplannen kunnen worden doorgerekend. Bij het opstellen van de kadernota 2021 is na een eerste globale analyse rekening gehouden met een bedrag van € 200.000 aan structurele legesderving. Uit de analyse van de leges van de afgelopen jaren is berekend dat deze structurele legesderving naar verwachting hoger zal zijn, namelijk € 245.000. In de Kadernota wordt de verdere afname van de legesopbrengst van € 45.000 verwerkt.

Kadernota 2022-2025 | 13

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

12. Integrale aanpak Franse Gat De gebiedsvisie voor de wijk het Franse Gat gaat uit van de volgende uitgangspunten: • De herstructurering vindt plaats met behoud van het cultuurhistorische karakter van de wijk; • We streven naar een gezond, duurzaam en veilig leefklimaat in aansluiting op het ontwerp van de Omgevingsvisie; • We streven naar een samenhangende sociale visie voor een leefbare wijk. In de voorgenomen aanpak van het Franse Gat is het sociale deel belangrijk. Er wordt een integrale visie opgesteld voor het sociaal domein voor het hele Franse Gat. Gelet op de zeer beperkte capaciteit van het team MOB en St. Veens Welzijn is een bedrag van € 85.000 opgenomen voor externe inhuur om deze visie uit te voeren. 13. Omgevingswet (vaste bodem) Met ingang van de Omgevingswet per 1 januari 2022 worden gemeenten in plaats van provincies bevoegd gezag voor de vaste bodem. Op beleidsmatige taken na, zullen deze bodemtaken veelal worden uitbesteed aan de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). De ODRU schat in dat de uitvoering van bodemtaken zal leiden tot een structurele kostenstijging van ongeveer zes procent. Voor Veenendaal betekent dat een structurele stijging in kosten van €48.000. Er is nog niet bekend hoeveel geld gemeenten zullen ontvangen van het Rijk voor de uitvoering van bodemtaken.

Echter, gezien de omvang van het momenteel beschikbare bodembudget bij het Rijk is de kans aanwezig dat Veenendaal (het merendeel van) het geschatte bedrag van € 48.000 zal ontvangen. Vooralsnog is dit bedrag wel structureel opgenomen in de Kadernota.

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

14. Formatie-uitbreiding uitvoering Omgevingswet De Omgevingswet treedt op 1 januari 2022 in werking. Voor de komende jaren is extra formatie nodig om de invoering praktische invulling te geven (transitiekosten). Dit is al aangegeven in de programmabegroting 2021-2024, maar door uitstel van de Omgevingswet uiteindelijk niet meegenomen. • Beheer DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) en veranderende informatievoorziening. • Het juridisch werken met aanpaste regelgeving o.a. met betrekking tot het Omgevingsplan dat gefaseerd tot stand komt (in combinatie met overgangsrecht van het huidige wettelijke regime). • Het (anders) werken volgens de principes en regels van de Omgevingswet. Dit houdt concreet in dat het vooroverleg geïntensiveerd wordt om ervoor te zorgen dat elke vergunningaanvraag binnen maximaal 8 weken afgehandeld is (huidige situatie is wettelijke termijn van maximaal 26 weken). Daarnaast zal er in deze fase sprake zijn van meer participatie doordat initiatiefnemers verplicht zijn dit zelf vorm te geven (nieuw ten opzichte van nu); de gemeente krijgt een taak om hierop toe te zien. Voor beheer DSO en de veranderende informatie­ voorziening is al voorzien in 1 fte in de programmabegroting 2021-2024. Conform afspraak worden de overige benodigde 4 fte’s opgenomen in de kadernota 2022 – 2024.

Van deze extra benodigde formatie heeft in ieder geval 3 fte een incidenteel karakter (voor een periode van maximaal 4 jaar). De 4e fte is nodig voor Toezicht en Handhaving, deze heeft mogelijk een incidenteel karakter. Of de ingangsdatum van 1 januari 2022 haalbaar is, moet worden betwijfeld. Zie ook de beschrijving in het hoofdstuk ‘Ontwikkelingen’.

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

15. Taakuitvoering Omgevingswet De Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) voert het basistakenpakket Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (milieutaken) uit voor de gemeente. De komst van de Omgevingswet per 1 januari 2022 vereist een andere manier van werken, wat zal leiden tot meerkosten bij de ODRU. De ODRU schat in dat dit resulteert in een structurele kostenstijging van ongeveer 10%, wat voor Veenendaal neerkomt op een structurele kostenstijging van ongeveer € 80.000. Er is voor alsnog geen zicht op vergoeding vanuit het Rijk. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid volledig ten laste van de gemeenten komen. 16. Stikstof Binnenveld fase 2 In de regio Foodvalley en Veenendaal is stikstofreductie van groot belang. Op dit moment wordt ingezet op een gebiedsgerichte aanpak. Een van de drie pilotgebieden betreft het Binnenveld, waar dicht bij het natura 2000 gebied wordt gewerkt aan innovatieve stikstofreductie. Dit gebeurt in samenspraak met alle partijen. De eerste fase van deze aanpak start in 2021. De tweede fase naar alle waarschijnlijk in 2022. Hiervoor is voorlopig een stelpost van € 100.000 opgenomen. 17. Rondwegproblematiek Het traject duurt bij de Provincie Utrecht aanzienlijker langer dan verwacht. Dit komt mede door de stikstofproblematiek.

Hierdoor maakt de gemeente ook meer kosten voor inzet op dit project en begeleiding/ afstemming met diverse andere projecten rondom de Rondweg-oost. Voor de periode 2022-2024 is jaarlijks € 30.000 aan extra kosten opgenomen.

Kadernota 2022-2025 | 14

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

18. Inwerkprogramma gemeenteraad in 2022 In maart 2022 vinden de raadsverkiezingen plaats. Het inwerken en de kennismaking met elkaar, het college en de Veense samenleving staat in de eerste periode na de verkiezingen centraal. Er is aanvullend budget nodig van ongeveer € 15.000 om een meerdaagse werksessie te houden met de nieuwe gemeenteraad. 19. Formatie-uitbreiding: Maatschappelijke ontwikkelingen vragen een adequate aanpak door de gemeenten. Om die reden wordt extra formatie gevraagd voor de volgende doeleinden: a. Polarisatie 1 fte per jaar In onze organisatie wordt vanuit verschillende geledingen samengewerkt aan een inclusieve samenleving waarbinnen begrip en respect is voor elkaar. We richten ons, ook binnen bestaande initiatieven als bijvoorbeeld het project landverhuizers daarbij vanuit het oogpunt van preventie op het versterken van sociale cohesie, inclusie en het tegengaan van polarisatie. Daarnaast op het tegengaan van polarisatie die leidt tot risico’s voor de openbare orde en veiligheid, radicalisering en verschillende vormen van extremisme. Vanuit het team Leefbaarheid en Veiligheid is men al druk bezig met de extreme uitwassen van polarisatie. Maar er dient vooral ook veel preventieve inzet te zijn op het voorkomen en tegenaan van polarisatie. Voor deze verder aanpak ontbreekt de benodigde capaciteit. b.

Adviseur Jeugd en veiligheid (1 fte) In het zorgen voor een veilig Veenendaal en inzet op de prioriteiten uit het Integraal veiligheidsplan is jeugd een ontzettend belangrijke doelgroep. Jeugdoverlast en specifiek de groepsaanpak jeugd blijven om structurele aandacht vragen. Een zo vroeg mogelijke aanpak bij

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

eerste signalen van betrokkenheid bij criminaliteit of andere veiligheidsproblematiek is noodzakelijk. Door goede samenwerking met partners zoals politie en jongerenwerk en ook intern met boa’s en de wijkteams hebben we steeds meer (vroegtijdig) in beeld. Daarnaast geldt dat we om echt een verschil te maken en meer aan de voorkant van problematiek te komen, willen kunnen (blijven) investeren op het weerbaar maken van jeugd en het wegnemen van een voedingsbodem. In het stimuleren en coördineren van de samenwerking tussen belangrijke ketenpartners om dit te realiseren (politie en boa’s, jongerenwerk, Halt, maar ook intern) hebben we een steeds belangrijkere rol die door corona en bredere maatschappelijke ontwikkelingen zoals digitalisering en de invloed daarvan op jeugd nog eens extra is geïntensiveerd. Dat is tot nu toe door middel van tijdelijke constructies ingevuld. Een structurele borging, middels het aantrekken van een adviseur, om aan genoemde zaken aandacht te kunnen blijven geven is noodzakelijk. De huidige beperkte formatie ten behoeve van het Jongerenwerk is vooral gericht op preventie. c. Fraudebestrijding in de zorg (1 fte) Een aanzienlijk deel van de gemeentelijke middelen gaat om in de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet binnen de gemeente. Landelijk gezien is berekend dat de gevallen van zorgfraude in de jaren 2018 en 2019 zijn verdubbeld.

Daarnaast is bij het IBK aandacht gevraagd voor het tegengaan van fraude en misbruik. Ook in het rapport van Opiniepijlers komen de woorden fraude en misbruik regelmatig voor.

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

In de praktijk zal moeten blijken of de kosten hiervan kunnen worden gecompenseerd door mindere onterechte betalingen. d. Subsidioloog (1 fte) Voor gemeentelijke en regionale opgaven kunnen Nederlandse maar ook Europese subsidies worden ingezet. De Europese programma’s bieden financiële steun en stimuleren daarnaast ook samenwerking binnen Europa. Binnen de gemeente Veenendaal wordt daar nog (te) weinig gebruik van gemaakt. Er wordt daarom een subsidioloog aangetrokken die deskundig is voor wat betreft de verschillende subsidiemogelijkheden. De rekenkamer van de gemeente Groningen heeft recent een breed onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om Europese subsidies voor de gemeente binnen te halen. De conclusie van de rekenkameronderzoekers is de noodzaak om, zeker bij sommige Europese subsidies, met andere Europese steden of regio’s op te trekken omdat dit de kans op een toewijzing vergroot. Daarbij is het wel belangrijk inhoudelijke raakvlakken te hebben met die regio’s of steden, bijvoorbeeld op het gebied van agrofood of innovatie. ‘ Uitgangspunt daarbij is dat de kosten worden terugverdiend in de subsidies; dit zal een nadrukkelijke taakstelling zijn voor de aan te trekken medewerker. Tenslotte wordt nog opgemerkt dat deze formatieplaats ook zal gelden in scenario 1.

Het is van belang dat zichtbaar is dat de gemeente kritisch is op de juiste besteding van de middelen en aandacht besteed aan de terugvordering van onterecht betaalde uitkeringen. Om die reden is het voornemen een fte in te vullen voor de opsporing van fraudegevallen.

Kadernota 2022-2025 | 15

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief In de Kadernota en de daaropvolgende Programmabegroting wordt zo goed mogelijk een prognose gegeven van de financiële positie van de gemeente in relatie tot de voorgenomen plannen. De prognoses kunnen worden doorkruist door majeure ontwikkelingen, waarop de gemeente geen rechtstreekse invloed kan uitoefenen. De belangrijkste zaken die hier kunnen meespelen, worden hieronder kort uitgewerkt. 2.4.1 Algemene Uitkering Gemeentefonds De algemene uitkering is nog steeds de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De laatste jaren zijn er veel taken overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten. In de praktijk zien we echter dat wel de taken maar niet de daarbij behorende financiële middelen zijn overgedragen. De financiële positie van de gemeenten zijn steeds verder onder druk komen te staan. Veel gemeenten hebben bepaalde basisvoorzieningen (bijvoorbeeld zwembaden) al moeten sluiten. Ondanks de herhaalde noodkreten van de gemeentebesturen heeft het Rijk tot op heden geen structurele maatregelen genomen om de financiële positie van gemeenten te verbeteren. Op het moment van opstelling van deze Kadernota spelen er meerdere ontwikkelingen: 1. Arbitrage m.b.t. Jeugdzorg. Onafhankelijk onderzoek van AEF liet eerder zien dat gemeenten zo’n € 1,7 miljard meer uitgeven aan jeugdzorg dan dat ze aan middelen ontvangen.

Er moet dus een (financiële) oplossing komen voor gemeenten. Op 11 maart 2021 heeft de VNG met een brede delegatie

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

van het kabinet over de tekorten op de jeugdhulp gesproken. Tijdens dit overleg zou het kabinet een aanbod doen om de huidige financiële nood te lenigen en perspectief bieden voor de structurele oplossing op de lange termijn. Helaas heeft dit overleg tot onvoldoende resultaat geleid en heeft de VNG besloten arbitrage in te roepen om te komen tot een structurele oplossing van de financiële tekorten. Inmiddels is het Rijk over de brug gekomen met een eenmalige aanvulling van € 613 miljoen voor het jaar 2021. De raad zal worden geïnformeerd over de consequenties voor onze gemeente. Hoewel de gesprekken tussen de VNG en het Rijk al gaande zijn, is er nog geen uitspraak over een structurele oplossing van het financiële tekort. Wel is een eenmalige extra bijdrage verleend van € 613 miljoen voor het jaar 2021. 2. Eventuele plannen van een nieuw kabinet De vorming van een nieuw kabinet stagneert vanwege de bekende problemen in de verhouding kabinet – 2e Kamer. Wel hebben alle partijen in hun verkiezingsprogramma aangegeven structureel extra geld aan het Gemeentefonds toe te willen voegen. De bedragen variëren van € 0,5 tot € 4 miljard. Met enig voorbehoud kunnen we er dus wel vanuit gaan, dat er structureel meer ruimte komt voor de gemeenten. In het vervolgscenario is gerekend met een structurele toename van € 0,75 miljard in het gemeentefonds.

Zoals in hoofdstuk 2 al is genoemd, is dit bedrag gebaseerd op het overleg tussen de VNG en de landelijke werkgroep van controllers van de ‘100.000 +’ gemeenten.

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

3. Verdeling (herijking) gemeentefonds Het ministerie van BZK heeft op 2 februari 2021 de Raad voor het openbaar Bestuur (ROB) gevraagd om advies te geven over het voorstel van de fondsbeheerders voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023. Het doel van de nieuwe verdeling is om te komen tot een volledige en integrale herijking van het gemeentefonds. Met deze herijking wordt beoogd om de vastgestelde knelpunten in de verdeling van de middelen voor het sociaal domein op te lossen. De ROB heeft op maar liefst 25 punten een nadere toelichting gevraagd, voordat een advies kan worden geformuleerd. De adviesraad zet zowel vraagtekens bij de onderbouwing als bij de uitkomsten van de nieuwe verdeling. Vooral de uitkomsten van het verdeelvoorstel met betrekking tot het sociaal domein zijn niet uit te leggen aan de gemeenten. De minister heeft in een brief van 9 april 2021 aan de 2e Kamer meegedeeld dat er nader onderzoek zal plaatsvinden naar de verdeelsleutels. Verwacht wordt dat de aangepaste verdeelsleutel begin juni gereed is. De intentie is nog steeds dat de nieuwe verdeelsleutel per 1 januari 2023 van toepassing is. In eerdere scenario’s was de verwachting dat het effect voor gemeente Veenendaal ongeveer budgettair neutraal zou zijn.

Kadernota 2022-2025 | 16

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

2.4.2 Financieel-economische ontwikkelingen als gevolg van de coronacrisis De eerste versoepelingen van de lockdown zijn sinds eind april een feit. Hoewel het kabinet al meerdere keren heeft uitgesproken dat de zomerperiode weer zo goed als ‘normaal’ zal zijn, blijven de cijfers rond de besmettingen en opnames in de ziekenhuizen zorgelijk. Deskundigen spreken uit dat we in de toekomst periodiek gevaccineerd moeten worden om dat het virus steeds weer muteert. Het is uiteraard onzeker in hoeverre we ook de komende jaren nog worden geconfronteerd met de gevolgen van het virus, ook in economisch opzicht. In de inleiding van deze Kadernota is al opgemerkt dat het Rijk tot op heden voldoende compensatie geeft voor de gemaakte extra kosten en gederfde inkomsten. Uit een recent onderzoek van het AEF blijkt dat bijna alle gemeenten tevreden zijn met de compensatie voor de coronakosten die zij van het Rijk hebben gekregen voor 2020. Tot nu toe pakken de negatieve effecten minder slecht uit dan gevreesd, maar gemeenten houden wel rekening met een na-ijleffect: onder andere voor extra kosten in het sociaal domein en leegstand in stadscentra. Door middel van de periodieke ‘raadsinformatiebrieven’ houden wij u op de hoogte van de relevante ontwikkelingen. In de laatste brief – nr. 11 d.d.

11 mei 2021 – is aangegeven dat het college zich de komende tijd zal bezighouden met een plan van aanpak dat gericht is op de periode waarop de samenleving weer terug naar “normaal” beweegt. In dit plan van aanpak worden al die onderwerpen meegenomen, die ook vermeld zijn in de raadsinformatiebrief. Ook zullen zo mogelijk, de financiële consequenties in beeld worden gebracht in de komende programmabegroting 2022-2025.

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

Bij de jaarrekening over 2020 is via de resultaatbestemming een overschot van € 1,9 miljoen aan ‘coronagelden’ overgeheveld naar de Algemene reserve; in 2021 is dit bedrag direct weer onttrokken om verdere uitgaven in 2021 mogelijk te maken. Wij volstaan hier verder met de verwijzing naar de raadsinformatiebrieven en ook naar de 1e bestuursrapportage 2021. 2.4.3 Omgevingswet: opnieuw uitstel? In de oorspronkelijke voorstellen werd als ingangsdatum voor de Omgevingswet 1 januari 2018 (!) aangehouden. Omdat meer tijd nodig was voor de zorgvuldige opstelling van de wet, is deze datum al snel verschoven naar 1 januari 2021; later werd dat 1 januari 2022. Een enquête van Binnenlands Bestuur en de Wethoudersvereniging bracht eind januari aan het licht dat de helft van de wethouders invoering per 1 januari 2022 niet zag zitten. Eind maart 2021 liet de Raad van State weten dat decentralisaties van taken naar de gemeenten in het vervolg zorgvuldiger en ook financieel ruimhartiger dienen te verlopen. Zeer recent kwam in de pers naar voren dat de grote steden bij snelle invoering van de Omgevingswet vrezen voor het stilvallen van de woningbouw. Het digitaal stelsel (DSO)

5. Bijlagen

2.6 Risico’s: financieel overzicht

2.7 Weerstandscapaciteit

bevat in hun ogen nog te veel obstakels. Zo verschoof het beeld dat het haperende DSO vooral speelde bij kleine, digitaal onderbemande gemeenten naar het beeld dat alle gemeenten hiermee geconfronteerd worden. De laatste monitor Omgevingswet van het ministerie van Binnenlandse Zaken is de druppel. Die laat zien dat het aantal gemeenten dat zegt niet op tijd klaar te zijn per 1 januari 2022 niet daalt, maar juist groeit. Omdat slechts één op de vijf op koers ligt, noemt minister Ollongren in haar Kamerbrief al twee alternatieve data voor invoering, namelijk 1 april of 1 juli 2022. 2.4.4 Algemene Reserve Het minimumniveau van de Algemene Reserve is door de raad bepaald op een bedrag van € 16,5 miljoen. Hierbij is ook rekening gehouden met financiële risico’s binnen het sociaal domein, voor € 3 miljoen. In 2019 was de prognose dat deze reserve zou teruglopen naar € 14,3 miljoen per ultimo 2022. Daarbij is toegezegd om alles in het werk te stellen de reserve weer op het vereiste peil te brengen. Daarbij is de afgelopen jaren kritisch gekeken naar het oppakken van ‘nieuw beleid’ en zo veel mogelijk uitgaan van het handhaven van bestaande voorzieningen.

Stand algemene reserve (bedragen x € 1.000)

Werkelijk 2020

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Stand per 1/1

18.561

16.871

19.232

19.618

20.131

19.078

Stand per 31/12

16.871

19.232

19.618

20.131

19.078

19.082

Kadernota 2022-2025 | 17

1. Inleiding 2.1 Algemeen

2. Financiële stand van zaken 2.2 Het basisscenario

3. Opgaven en opgavegericht werken

2.3 Het vervolgscenario

2.4 Ontwikkelingen m.b.t. Financieel perspectief

4. Begrotingprogramma’s 2.5 Risicoparagraaf

2.6 Risico’s: financieel overzicht

5. Bijlagen 2.7 Weerstandscapaciteit

2.4.5 Schuldpositie De Meerjaren liquiditeitsbegroting 2021 - 2025 (bedragen x € 1 miljoen). Financieringsbehoefte

2021

2022

2023

2024

2025

A. Investeringen netto

17,9

17,7

21,3

19,4

17,4

B. Afschrijvingen -/-

-10,0

-10,0

-10,0

-10,0

-10,0

C. Grondexploitatie

-1,0

-1,0

-1,0

-1,0

-1,0

D. Aflossing leningen

20,3

21,2

19,2

20,0

20,0

Nieuw op te nemen leningen (A+B+C+D)

27,2

27,9

29,5

28,4

26,4

Schuldontwikkeling 31-12

136,4

143,1

153,4

161,8

168,1

De prognose van de schuld begin 2022 is naar beneden bijgesteld als gevolg van een lagere financieringsbehoefte dan begroot. Werd in 2021 nog rekening gehouden met van € 145,4 miljoen deze is nu teruggebracht naar € 136,4 miljoen. Dit is het gevolg van het rekening surplus 2020, meer grondverkopen en minder investeringen in 2020. De schuldpositie verslechtert daardoor minder snel dan eerder gedacht. 2.4.6 Solvabiliteit De ontwikkeling van de gemeentelijke solvabiliteit 2021 – 2025 (bedragen x € 1 miljoen). 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10188167/1