CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Derde bestuursrapportage 2022 - rapportage

Raadscommissie 6 december 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Raadsvoorstel Derde bestuursrapportage19.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ontwikkeling PGB De toename van het PGB budget is te verklaren vanuit het feit dat er een aantal cliënten PGB Beschermd Wonen vanaf 1 januari 2022 zijn toegevoegd, als gevolg van de regiowijziging voor Beschermd Wonen. De middelen zijn hiervoor overgekomen vanuit Amersfoort en verdisconteerd in het budget Beschermd Wonen. De uitnutting van een PGB Beschermd Wonen is altijd 100% omdat dit wordt ingezet voor een collectief ouderinitiatief in Veenendaal. Inburgering De formatie is kwalitatief en kwantitatief geëvalueerd. Uit de evaluatie komt naar voren dat de basisstructuur van het cluster inburgering nog versterking behoeft. Daarnaast leidt ook de verhoogde taakstelling vanaf september tot een verhoogde werkdruk. Daarom wordt ingezet op extra, tijdelijke, formatie. Met de inzet van de vaste formatie voor de taak inburgering en de extra tijdelijke inzet worden in de jaren tot en met 2026 alle structureel beschikbare uitvoeringsmiddelen alsmede de tot en met 2026 beschikbare (afnemende) incidentele middelen volledig ingezet. Aangezien de uitvoering van de wet Inburgering een nieuwe taak is voor de gemeente wordt periodiek een evaluatie uitgevoerd inzake de benodigde capaciteit. Minimaregelingen Op 1 december 2021 is de Veenendaalpas geïntroduceerd als uitvoeringsinstrument van de minimaregelingen.

Gelijktijdig is de periode waarin de minimaregelingen aangevraagd kunnen worden gewijzigd. Voorheen werd er gewerkt met kalenderjaren (1 januari tot en met 31 december). Mede op verzoek van veel aanbieders is besloten om aan te sluiten bij het school-, sport- en cultureel jaar. Om te voorkomen dat er als gevolg van de wijzigingen sprake is van een korte aanvraagperiode, is ervoor gekozen dat het huidige aanvraagjaar 1,5 jaar beslaat. Het budget dat inwoners kunnen besteden is daardoor ook anderhalf keer zo hoog. Veel mensen spreiden dit budget niet maar geven het in 2022 uit. Het bereik van de Veenendaalpas is niet 100%. Het niet gebruik maken van de Veenendaalpas is soms een bewuste keuze van mensen en soms uit onbekendheid of onvermogen. Gezien de hoogte van de energietoeslag zien we dat een deel van de groep die eerder niet bij ons in beeld was, wel de moeite heeft genomen om de Veenendaalpas voor de energietoeslag aan te vragen. Het aantal inwoners dat een Veenendaalpas heeft is op 1 september 2022 21% toegenomen ten opzichte van 1 januari 2022. Vervolgens zien we dat ze ook gebruik maken van andere minimaregelingen. De stijgende kosten als gevolg van het hogere bereik verwachten we vooralsnog binnen het budget te kunnen opvangen. 26

Energietoeslag Om de hoge energierekening van huishoudens te verlagen heeft het kabinet enkele maatregelen genomen, waaronder het compenseren van huishoudens met een laag inkomen middels een eenmalige energietoeslag van € 1.300,-. Veenendaal volgt de richtlijnen die het Rijk heeft opgesteld voor de energietoeslag met betrekking tot de hoogte van de toeslag. Op 11 oktober jl. heeft het college aanvullend besloten om de inkomensgrens te verruimen van 120% naar 150% van het wettelijk minimum. Vanaf 17 oktober 2022 kan deze groep huishoudens ook de energietoeslag van € 1.300,- aanvragen. De energietoeslag wordt veel aangevraagd en met een (geschat) bereik van 74% zitten we op de lijn van het landelijk gemiddelde. In de komende periode gaan we nog extra communiceren om het bereik te verhogen. Omdat we nog niet alle middelen van het Rijk hebben uitgegeven kunnen we naar verwachting de uitbreiding van de doelgroep bekostigen met de eerder door het Rijk toegekende middelen. Aangezien we niet precies weten hoe groot de doelgroep en het bereik uiteindelijk zal zijn, is het mogelijk dat extra budget nodig is. Daarnaast zal een deel van de uitgaven in 2023 plaatsvinden aangezien de energietoeslag over 2022 tot 1 februari 2023 aangevraagd kan worden. In de Raadsinformatiebrief van 11 oktober jl. is de raad geïnformeerd over de energietoeslag.

GGDrU energieprijzen Naar verwachting zorgen de stijgende energieprijzen ook voor hogere lasten bij de GGDrU. Dit geldt zowel voor een doorberekening voor de centrale locatie van de GGDrU als een verhoging van de servicekosten voor de locatie die zij huren van Veenendaal. Op dit moment is nog geen zicht op de hoogte van de extra kosten. Energiecrisis in de Sport De stijgende energielasten hebben ook een weerslag op de sportsector. Voor de energielasten van Stichting Sportservice Veenendaal geldt dat zij vroegtijdig de prijzen gunstig hebben kunnen vastzetten en is er op dit moment geen sprake van urgente financiële problemen. Er zijn wel zorgen over de gevolgen van stijgende energieprijzen voor de sportverenigingen, hoewel er geen concrete signalen van sportverenigingen in Veenendaal zijn die op dit moment in grote financiële problemen verkeren. De coronacrisis en bijbehorende maatregelen hebben als gevolg gehad dat het eigen vermogen van verenigingen over de hele linie is gedaald. Begin oktober 2022 is door Sportservice een enquête uitgezet om te bekijken welke verenigingen nu of op korte termijn in de problemen komen. De analyse van deze enquête is ten tijde van het schrijven van deze bestuursrapportage nog niet bekend. Met Sportservice is afgestemd dat zij in overleg blijven met de verenigingen om eventuele problemen zo goed mogelijk te voorkomen.

De verwachting is dat zowel voor het zwembad en ijsbanen als voor de sportverenigingen op korte termijn een landelijke compensatieregeling wordt vastgesteld. We blijven hiervoor in nauw contact met de Vereniging van Sport en Gemeenten (VSG). Op dit moment zien we geen concrete aanleiding eigen beleid te ontwikkelen en sportverenigingen of sportservice hiervoor te compenseren. Gemeentelijke doelgroep re-integratie Sinds 2015 zijn er met de Participatiewet, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten kaders gesteld om de ondersteuning van mensen naar werk in goede banen te leiden. Met de invoering van de Participatiewet hebben gemeenten de taak gekregen om jongeren met beperkingen die voorheen aangewezen waren op de Wajong of de Wsw te ondersteunen naar werk. Het belang van mensen staat daarbij voorop. De doelstelling van de Participatiewet is om mensen met arbeidsvermogen naar werk toe te leiden, bij voorkeur naar regulier werk. Hiermee is de re-integratieverantwoordelijkheid van de gemeente Veenendaal gemeenten fors uitgebreid. Waren we voorheen alleen verantwoordelijk voor de groep 27

bijstandsontvangers (immers de doelgroep WSW werd bediend door IW4). inmiddels is deze breder. Het betreft met name mensen met een beperking die niet zelfstandig het wettelijk minimumloon kunnen verdienen en vallen onder de doelgroep banenafspraak of aangewezen zijn op beschut werk. Het betreft hiermee mensen die onder de Participatiewet of voorheen onder de Wajong vallen. Voor deze mensen geldt dat zij als regel niet zonder ondersteuning vanuit de overheid aan het werk kunnen komen en blijven. De gemeente moet al deze personen spreken, keuringen aanvragen, (voor-) trajecten inkopen, matchen, passende jobcoach inschakelen, voortgang bewaken etc. Naast deze coachende en administratieve activiteiten, wordt ook geïnvesteerd in het netwerk (scholen, werkgevers, regio etc.). De 'nieuwe' gemeentelijke doelgroep zal de komende jaren alleen maar verder toenemen. Naar verwachting is de omvang van deze doelgroep over 7 jaar gelijk aan de doelgroep uitkeringsgerechtigden. Hier moet de capaciteit naar verwachting op worden aangepast. In de komende periode wordt een nadere analyse uitgevoerd op de beschikbare middelen binnen het taakveld begeleide participatie en het taakveld arbeidsparticipatie en hoe zich dit verhoudt tot de groeiende doelgroep, de hieruit voortvloeiende werkzaamheden en de benodigde capaciteit.

28

Programma 4: Burger en Bestuur Financiële ontwikkelingen Burger en bestuur Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Lasten 1.1A - Crisisbeheersing en Brandweer

-1.000

0

0

0

1.1B - Crisisbeheersing en Brandweer

564

0

0

0

1.2 - Openbare orde en veiligheid

-61

0

0

0

Totaal Lasten

-497

0

0

0

Saldo van baten en lasten

497

0

0

0

0.10D - Mutaties reserves Burger en Bestuur

1.061

0

0

0

Totaal Stortingen

1.061

0

0

0

Saldo mutaties reserves

-1.061

0

0

0

-564

0

0

0

Stortingen

Totaal 3e bestuursrapportage

Toelichtingen financiële ontwikkelingen Lasten 1.1A - Crisisbeheersing en Brandweer (lagere lasten 1.000.000,-) Voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne is een geactualiseerde kostenopzet gemaakt voor de periode maart tot en met december 2022. Op basis van de verwachte vergoedingen wordt uitgegaan van een rijksbijdrage van € 3.160.000,- in 2022. In de tweede bestuursrapportage is nog uitgegaan van een vergoeding van € 1.692.800,- voor de periode maart tot en met september 2022. In deze bestuursrapportage wordt de raming derhalve verhoogd met € 1.467.200,-. Aan de kostenkant wordt ook een bedrag geraamd van € 3.160.000,-, zodat de opvang van de ontheemden budgettair neutraal verloopt. Dit is ook het uitgangspunt van het Rijk. De kostenprognose is gebaseerd op informatie zoals deze ten tijde van het schrijven van deze bestuursrapportage bekend is. Op basis van de kostenprognose is de verwachting dat de vergoeding door het Rijk voor 2022 uitkomt op ca. € 3.160.000. Aan kosten wordt een bedrag verwacht voor 2022 van ca. € 2.160.000. Het uitgangspunt is dat de rijksvergoeding de gemeentelijke voldoende zal compenseren. Voorgesteld wordt het bedrag dat niet wordt uitgegeven in 2022 (€ 1.000.000,-) over te hevelen naar 2023 en in dat jaar beschikbaar te stellen voor mogelijke aanvullende of onvoorziene kosten, eventuele extra inzet op ondersteuning en activiteiten, etc.

In de ‘Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne’ zijn diverse vergoedingen voor gemeenten opgenomen. Op aanvraag verstrekt en betaalt de staatssecretaris in 2022 aan gemeenten een voorschot van 100% van het aantal opvangplekken voor ontheemden dat een gemeente in een boekjaar verwacht te realiseren maal het normbedrag en de werkelijke transitiekosten. In 2022 zal een voorschot worden aangevraagd bij het Rijk. De verantwoording en vaststelling vindt vervolgens plaats in 2023. 1.1B - Crisisbeheersing en Brandweer (hogere lasten tijdelijke huisvesting brandweer € 564.000,-) Momenteel worden er plannen gemaakt voor de nieuwbouw van de brandweerkazerne. Bij het uitvoeren van deze plannen is het noodzakelijk de brandweer in 2023 tijdelijk te herhuisvesten. De kosten hiervan worden geraamd op € 564.000,- (inclusief kostenverhogende BTW).

29

1.2 - Openbare orde en veiligheid (lagere lasten veiligheidsbeleid € 61.000,-) Dit betreft middelen die ter beschikking zijn gesteld door het Rijk en zijn geoormerkte gelden voor de lokale, integrale aanpak van polarisatie, radicalisering, extremisme en terrorisme. Van dit geld is €21.000,- in 2021 overgeheveld naar 2022. De overige €40.000,- is in 2022 door het Rijk toegekend voor deze aanpak. In 2022 hebben we de middelen nog niet kunnen besteden aan de activiteiten waar ze voor toegekend zijn, doordat er binnen dit dossier andere keuzes gemaakt moesten worden als gevolg van publicaties in de media. Voorgesteld wordt om de geoormerkte gelden over te hevelen naar 2023, zodat de brede, preventieve aanpak een stevige boost kan krijgen. Baten N.v.t. Reservemutaties: Reserve meerjarige middelen: storting (€ 1.061.000,-) Voorgesteld wordt om de resterende middelen ten behoeve van de diverse doelen, ad. in totaal € 1.061.000, via de reserve meerjarige middelen over te hevelen naar 2023.

Risico's/ ontwikkelingen Burger en Bestuur N.v.t.

30

Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien Financiële ontwikkelingen Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Lasten 0.8 - Overige baten en lasten

-1.548

0

0

0

Totaal Lasten

-1.548

0

0

0

-172

0

0

0

Totaal Baten

-172

0

0

0

Saldo van baten en lasten

1.376

0

0

0

157

0

0

0

Totaal Stortingen

157

0

0

0

Saldo mutaties reserves

-157

0

0

0

Totaal 3e bestuursrapportage

1.219

0

0

0

Baten 0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds

Stortingen 0.10E - Mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien

Toelichtingen financiële ontwikkelingen Lasten 0.8 - Overige baten en lasten (lagere lasten prijsstijgingen en investeringen € 1.548.000,-) In de 2e bestuursrapportage is voor prijsstijgingen een bedrag van € 1.514.000 geraamd, op basis van de meicirculaire. In de 2e bestuursrapportage zijn de uitgaven op reële basis geraamd, waarbij gebleken is dat de reservering nauwelijks wordt aangewend. Voorlopig gaan we uit dat ongeveer de helft niet zal worden gebruikt. Op basis hiervan wordt een voordeel ingeboekt van € 750.000,-. De uitgaven voor de reconstructie van de fietspaden Rondweg-West zijn door prijsstijgingen als gevolg van de oorlog in Oekraïne € 90.000,- hoger. Voorgesteld wordt om ter dekking van deze hogere kosten een bedrag van € 90.000,- ten laste te brengen van de stelpost prijsstijgingen en te storten in de reserve dekking kapitaallasten. Zoals ook al in eerder bestuursrapportages aangegeven zijn de prijzen fors gestegen. Door materiaal schaarste zijn de kosten voor de vervanging van de geluidsschermen Grote Beer Schelf € 67.000,- hoger uitgevallen dan geraamd. Voorgesteld wordt om ter dekking van deze hogere kosten € 67.000,- ten laste te brengen van de stelpost prijsstijgingen en te storten in de reserve dekking kapitaallasten.

De energiekosten vallen door de prijsstijgingen op de energiemarkt dit jaar hoger uit, zoals al aangekondigd in eerdere bestuursrapportages. Op basis van de gegevens bekend bij de tweede bestuursrapportage is bij risico’s en ontwikkelingen een inschatting gemaakt dat we € 720.000,- hogere energiekosten verwachten. Echter omdat wij dit jaar de energie nog afnemen via Citytec, die een veel lager tarief doorrekent dan de actuele prijzen, komen de energiekosten voor de openbare verlichting € 145.000,- hoger uit dan begroot. Voorgesteld wordt om de hogere energiekosten ad € 145.000,- te dekken uit de stelpost prijsstijgingen. Niet alle investeringen zijn conform de planning uitgevoerd. Soms is er sprake van vertraging of de investering is pas later geheel gereedgekomen. Omdat de afschrijving pas begint in het jaar nadat de investering gereed is gekomen (werk opgeleverd) verschuift de afschrijving dan

31

met een jaar ten opzichte van de raming. Per saldo is er sprake van een incidenteel voordeel van € 496.000,-. Baten 0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds (lagere baten septembercirculaire € 172.000,-) In de septembercirculaire 2022 zijn de technische mutaties aangepast op basis van de meest recente gegevens. Per saldo bedraagt de uitkering voor 2022 € 172.000,- lager dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door de mutatie WOZ-waarden. Reservemutaties Reserve dekking kapitaallasten investeringen: storting (€ 157.000,-) Voorgesteld wordt om voor aanvullende investeringen afgerond € 157.000,- te storten in de reserve dekking kapitaallasten investeringen voor reconstructie fietspaden Rondweg-West en vervanging geluidsschermen Grote Beer-Schelf.

Risico's/ ontwikkelingen Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien N.v.t.

32

Programma 6: Bedrijfsvoering Financiële ontwikkelingen Bedrijfsvoering Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

Lasten 0.4F - Overhead (communicatie)

-30

0

0

0

0.4G - Overhead (Juridische zaken)

-129

0

0

0

9.914 - Algemeen Bijstand, Reintegratie en Participatie

-471

0

0

0

9.915 - Algemeen Beleid (MO)

-188

0

0

0

Totaal Lasten

-818

0

0

0

0.4N - Overhead (Vastgoed)

6

0

0

0

Totaal Baten

6

0

0

0

824

0

0

0

0.10F - Mutaties reserves Bedrijfsvoering

818

0

0

0

Totaal Stortingen

818

0

0

0

Saldo mutaties reserves

-818

0

0

0

6

0

0

0

Baten

Saldo van baten en lasten Stortingen

Totaal 3e bestuursrapportage

Toelichtingen financiële ontwikkelingen Lasten 0.4F - Overhead (communicatie) (lagere lasten digitale toegankelijkheid € 30.000,-) Om de digitale toegankelijkheid te bevorderen is met ingang van dit jaar structureel een bedrag in de begroting opgenomen van € 30.000. Binnen het team Communicatie is dit jaar geen capaciteit beschikbaar om dit onderwerp op te pakken. Ook op de arbeidsmarkt hebben we geen mensen bereid kunnen vinden om ons hierin te ondersteunen. Voorgesteld wordt om het budget van 2022 via de reserve meerjarige middelen mee te nemen naar 2023, zodat volgend jaar dit onderwerp opgepakt kan worden en hier tegelijkertijd een extra boost aan gegeven kan worden teneinde de digitale toegankelijkheid te bevorderen. 0.4G - Overhead (Juridische zaken) (lagere lasten implementatie bestel- en inkoopsysteem € 129.000,-) Vanuit het jaarrekeningsaldo 2021 is een bedrag van € 150.000 beschikbaar gesteld om in de jaren 2022 en 2023 een bestel- en inkoopsysteem te implementeren. Inmiddels is een projectleider gestart met de voorbereidende werkzaamheden. Om dit project in 2023 af te kunnen ronden is het noodzakelijk dat de in 2022 niet bestede middelen via de reserve meerjarige middelen worden meegenomen naar volgend jaar.

9.914 - Algemeen Bijstand, Reintegratie en Participatie (lagere lasten participatie € 471.000,-) Tijdens de coronacrisis zijn ondernemers financieel ondersteund via de zogenaamde Tozoregeling. Deze regeling is inmiddels beëindigd. In de afgelopen jaren zijn via bestuursrapportages en de jaarstukken uitvoeringsmiddelen overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar. Dit is nodig, omdat in de komende jaren (naar verwachting tot in 2030) nog werkzaamheden moeten worden verricht, zoals de herbeoordelingen van bedrijfskredieten, controles van inkomsten en terugvorderingen van onterecht verstrekte Tozo-middelen. Gezien de looptijd van de werkzaamheden wordt jaarlijks voorgesteld de dan nog resterende middelen over te hevelen. In deze bestuursrapportage wordt voorgesteld € 341.000,- over te hevelen en in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen om de noodzakelijke werkzaamheden de komende jaren te kunnen uitvoeren.

33

Daarnaast wordt voorgesteld om middelen voor het zogenaamde Breed offensief ad € 44.000,- over te hevelen naar 2023. Eerder zijn deze middelen toegevoegd aan het budget ten behoeve van de inhuur van een procesmedewerker om de processen uit te lijnen rondom de Wet verbetering Poortwachter (WvP). Ondanks twee uitvragen via Flextender hebben we nog geen geschikte kandidaat gevonden. De werkzaamheden moeten nog wel worden uitgevoerd. Verder komt er een grote wetswijziging in de Participatiewet aan. Minister Schouten wil de Participatiewet meer in balans brengen en oog hebben voor de menselijke maat. Er komen mogelijke versoepelingen aan zoals het mogelijk maken van ontvangen van giften en/of boodschappen vanuit eigen netwerk en verruimen van de mogelijkheden om geld bij te verdienen naast de uitkering. Daarnaast is opgeroepen om maatregelen die de Participatiewet overstijgen een meer integrale aanpak te geven. Deze plannen zijn momenteel nog niet uitgewerkt. Per 1 januari 2023 wijzigt de kostendelersnorm zodat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten. Met deze wijziging beoogt de regering inkomenszekerheid bij uitkeringsgerechtigde gezinnen te vergroten. Dit heeft als gevolg dat een grotere doelgroep de alleenstaande bijstandsnorm kan ontvangen, waardoor uitkeringskosten stijgen.

Wij verwachten dat het BUIG-budget vanaf 2023 in de verhogende kosten compenseert. Een laatste ontwikkeling in dit verband is de herijking van de handhavingsinstrumenten. Het Rijk onderzoekt de effectiviteit van het opleggen van sancties in alle gevallen (boete en maatregelen), maar kijkt ook naar het debiteurenbeleid vanuit het principe dat een betalingsregeling eindig is. In dit kader past ook het initiatiefwetsvoorstel om de terugvorderingstermijn voor onder andere bijstand aan te passen van 20 naar 5 jaar. Deze plannen zijn op dit moment nog niet uitgewerkt, waardoor de gevolgen voor het gemeentelijk beleid nog onbekend zijn. Het college heeft toegezegd om de inrichting van onze controleen onderzoeksystematiek binnen de Participatiewet tegen het licht houden. Dit naar aanleiding van het gebruik van risicoprofielen. Dat controle nodig is staat buiten discussie, hoe we dit vormgeven wordt voorgelegd aan de raad. Het zwaartepunt van de implementatie ligt in de eerste helft van 2023. Vooralsnog is het onduidelijk of het Rijk middelen beschikbaar stelt voor de implementatiekosten. Voorgesteld wordt om van de nog resterende middelen € 86.000,- over te hevelen naar 2023 en in 2023 beschikbaar te stellen voor de implementatie van de verwachte wetswijzigingen. Voorgesteld wordt in totaal € 471.000,- over te hevelen naar 2023. 9.915 - Algemeen Beleid (MO) (lagere lasten o.a.

impulsen decembercirculaire 2021 en inwerkingtreding Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS) € 188.000,-) Met de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de impulsen uit de decembercirculaire 2021, zijn we voor de zomervakantie 2022 begonnen met de werving van de benodigde tijdelijke formatie. Eén van de functies wordt per 1 november vervuld en voor een andere functie is de werving tot op heden nog niet gelukt. Hierdoor en door extra benodigde inzet voor de opvang Oekraïense ontheemden en statushouders is er verder nog geen invulling gegeven aan de inzet van deze middelen. Daarnaast is het wetsvoorstel voor de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS) nog niet vastgesteld en is de inwerkingtreding opgeschoven naar vermoedelijk 1 januari 2024. Dit betekent dat de voorbereiding op de implementatie ook is uitgesteld tot 2023. In 2023 zal verder concrete invulling worden gegeven aan de beschikbaar gestelde middelen. Voorgesteld wordt om het restantbedrag van € 188.000, dat overblijft in 2022 over te hevelen naar 2023. Baten N.v.t.

34

Reservemutaties Reserve meerjarige middelen: storting (€ 818.000,-) Voorgesteld wordt om de resterende middelen ten behoeve van de diverse doelen, ad. in totaal € 818.000,-, via de reserve meerjarige middelen over te hevelen naar 2023.

Risico's/ ontwikkelingen Bedrijfsvoering Informatiebeveiliging Informatiebeveiliging heeft blijvend de aandacht. Het jaarlijkse verantwoordingstraject ENSIA, dat bestaat uit een zelfevaluatie en een IT-audit, is in volle gang. Cybercriminaliteit neemt toe, met name ransomware-aanvallen hebben een grote impact op een organisatie. Het recent gepubliceerde ‘Dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten 2023 -> 2024’ onderschrijft dat ransomware de voornaamste dreiging is voor gemeenten. In dit dreigingsbeeld wordt vermeld dat de dreigingen zo snel toenemen dat er meer nodig is om het groeiende gat te dichten, maar ook dat gemeenten het tij kunnen keren. Om dit de nodige aandacht te geven zijn we op zoek naar zowel een technisch beveiligingsspecialist als een organisatorische beveiligingsspecialist. Er zal onder andere worden ingezet op een doorontwikkeling op de volgende aspecten: continuïteitsmanagement, technische inrichting en inrichtingsprincipes, inventarisbeheer en configuratiebeheer, monitoring en detectie, processen en procedures (communicatie, incidentrespons), accounts en rechten, technische maatregelen en medewerkersbewustzijn.

35

Voortgang risico's Voortgang risico’s Voor de 3e bestuursrapportage 2022 zijn de gemeentelijke risico’s opnieuw beoordeeld voor de laatste 2 maanden van 2022. Zoals al eerder gerapporteerd blijven de gevolgen van de oorlog in de Oekraïne en corona ons achtervolgen. Verder blijft de krapte op de arbeidsmarkt, zoals ook al gemeld bij de 2e bestuursrapportage, een serieus probleem waar we als gemeente tegen aan blijven lopen. Bij het opstellen van de begroting 2022-2025 was dit niet in deze mate voorzien. Verder is de hoge inflatie ook een serieus risico dat doorwerkt op alle terreinen van het economische leven. In de laatste maanden van 2022 lopen we hier tegen aan maar nog meer in 2023 (zie begroting 2023). In de toelichting van tabel 2 vindt u informatie over de risico’s, beheersmaatregelen en andere ontwikkelingen. De omvang van een risico wordt berekend op basis van: 1. Kans 2. Gevolg Kans

Score Kans

Gevolg

Score Gevolg

< 10 jaar

10%

1

X < € 50.000

1

5 jaar < x < 10 jaar

30%

2

€ 50.000 < x < € 200.000

2

2 jaar < x < 5 jaar

50%

3

€ 200.000< x < € 500.000

3

1 jaar < x < 2 jaar

70%

4

€ 500.000< x < € 1.000.000

4

X > 1 jaar

90%

5

X > 1.000.000

5

De risicoscore wordt als volgt berekend: Een risico dat zich 1 maal in de 3 jaar kan voordoen met een gevolg van € 250.000 krijgt voor kans een 3 en voor gevolg een 3 en scoort dus 3 x 3 = 9. Een risico dat zich 1 maal in de 2 jaar kan voordoen met een gevolg van € 600.000 krijgt voor kans een 4 en voor gevolg een 4 en scoort dus 4 x 4 = 16. In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de belangrijkste gemeentelijke risico’s. Het betreft hier risico’s waarvan de omvang hoger is dan € 0,3 miljoen. De risico’s zijn extern van karakter. Het betreft een totaalbedrag van € 12,85 miljoen (€ 11,85 miljoen in de 2e bestuursrapportage 2022) aan incidentele risico’s. De structurele risico’s bedragen € 1,3 miljoen (was eveneens € 1,3 miljoen in de 2e bestuursrapportage 2022).

36

Programma 1: Fysieke leefomgeving

Financieel gevolg

Beheersmaatregelen Bruto Netto score score

Toelichting

De invoering van de Omgevingswet is een € 1,0 complex en intensief traject. Daarbij worden miljoen (i) diverse risico’s onderkend zoals: mogelijke leges derving, veranderende samenwerking met derden, onzekerheid over de te verwachten kosten, software aanpassingen, nieuwe juridische procedures en uitstel van de wet.

Er is een projectgroep die verantwoordelijk is voor het treffen van maatregelen om de invoering van de Omgevingswet soepel te laten verlopen.

12

12 De invoering van de omgevingswet is op nieuwe vertraagd. De invoering is nu gepland op 1 juli 2023.

De verbetering van het exploitatieresultaat van € 0,6 DEVO (Duurzame Energie Veenendaal-Oost) miljoen (i) blijft achter bij de prognose als gevolg van vertraging in de realisatie van het volloopschema van de aan te sluiten woningen op het warmtenet en als gevolg van prijsontwikkelingen op de energiemarkt. Daarnaast staat de gemeente voor 100% borg voor de financiering van DEVO door de banken.

Monitoring van de ontwikkeling van het exploitatieresultaat van DEVO en tijdige bijstelling van het businessmodel door DEVO.

15

12 Geen wijzigingen.

DEVOG: 1. Extra kosten door hoge inflatie; 2. Extra kosten door congestie van het electriciteitsnetwerk.

€ 0,75 miljoen (i)

Doorberekenen prijsstijgingen in de aansluitbijdragen en tarieven.

20

16 Geen wijzigingen.

Kostenstijgingen investeringen MIP door stijging inflatie en gevolgen van de oorlog in Oekraïne

€ 2,0 miljoen (i)

Doorberekenen prijsstijgingen in tarieven waar mogelijk.

25

25 Geen wijzigingen.

De parkeerexploitatie blijft achter bij de prognoses.

€ 0,3 Monitoren ontwikkelingen en miljoen (s) anticiperen op mogelijke gevolgen van een pandemie. Bijstellen visie parkeren. Inzet reserve parkeren.

12

6 Geen wijzigingen.

Programma 3: Sociale leefomgeving

Financieel gevolg

De Jeugdzorg is een ‘open-eind’ regeling die kan leiden tot extra kosten.

€ 0,5 miljoen (i)

De maatregelen waartoe besloten is worden maandelijks gevolgd via de maatregelen monitor.

25

15 Geen wijzigingen.

De uitkeringslasten stijgen en/of de BUIGuitkering van het rijk neemt af.

€ 0,8 miljoen (i)

Inzet van re-integratie en poortwachtersinstrumenten.

16

16 Geen wijzigingen.

Beheersmaatregelen Bruto Netto score score

Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen Financieel en onvoorzien gevolg

Beheersmaatregelen Bruto Netto score score

Toelichting

Toelichting

Gevolgen Oorlog in Oekraïne zoals de opvang € 0,5 van oorlog vluchtelingen en het beëindigen van miljoen (i) het contract met Gazprom.

Compensatie rijk;

15

10 Geen wijzigingen.

Uitbraak Pandemie Coronavirus

€ 0,5 miljoen (i)

Compensatie rijk;

12

9 Geen wijzigingen.

Bezuinigingen door het Rijk op de algemene uitkering.

€ 1,0 Monitoring ontwikkeling miljoen (s) rijksuitgaven.

12

12 Zie voor toekomstige ontwikkelingen de Programmabegroting 2023-2026

Financiële tegenvallers bij gemeenschappelijke € 1,0 regelingen. miljoen (i)

De verbonden partijen worden nauwlettend gevolgd en beoordeeld.

16

12 Geen wijzigingen.

Per 1 januari 2016 is de wet € 0,9 Vennootschapsbelasting overheidsbedrijven miljoen (i) ingevoerd. Net als bij stichtingen en verenigingen wordt bij gemeenten bekeken welke activiteiten in de zin van de Vpb structureel winstgevend zijn. Op basis van specifieke regels – over bijvoorbeeld rente en afschrijving – wordt jaarlijks winst of verlies van elk van deze activiteiten bepaald. Over de totale winst zal Vennootschapsbelasting worden afgedragen. Voor de Vpb vormt het cluster grondbedrijf en de relatie met OVO het belangrijkste aandachtsgebied.

1.Doorlichten beleidsterreinen waar VPB geldt. 2.Interne controle.

12

12 Geen wijzigingen.

Het niet naleven van de algemene verordening € 0,5 gegevensbescherming (AVG) kan onbedoeld miljoen (i) leiden tot het delen van privacy- gevoelige gegevens en eventuele boetes.

1.Bewustmakingsactiviteiten. 2.Technische maatregelen.

15

15 Geen wijzigingen.

15

12 Opgenomen vanwege sterke stijging rente in de afgelopen periode.

Aantrekken van leningen wordt door de gestegen rente aanmerkelijk duurder.

€ 1 miljoen 1. Anticiperen op een rentestijging. (I) 2. Kasgeldfinanciering toepassen.

37

Het (al dan niet bewust) lekken van gegevens die geheim dienen te blijven, bijvoorbeeld bedrijfsvertrouwelijke informatie.

€ 0,8 miljoen (i)

Programma 6: Bedrijfsvoering

Financieel gevolg

Personeelstekorten door krapte op de arbeidsmarkt.

€ 2 miljoen 1. Strategische (i) personeelsplanning. 2. Beheersing budget loonkosten. 3. Werving en selectie op basis van talenten.

1. Bewustmakingsactiviteiten. 2.Technische maatregelen.

12

8 Geen wijzigingen.

Beheersmaatregelen Bruto Netto score score 25

Toelichting

25 Geen wijzigingen.

Bedrag in €

Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve (stand na 2e bestuursrapportage 2022)

30.791.000

Onbenutte belastingcapaciteit ozb

6.800.000

Onvoorzien

140.000

Stille reserves

1.000.000

Vrij aanwendbaar deel bestemmingsreserves

1.000.000

Totale weerstandscapaciteit

39.731.000

De weerstandscapaciteit is in de afgelopen periode gestegen van € 37 miljoen naar € 39,7 miljoen als gevolg van een hogere algemene reserve. Deze stijgt van € 28,1 miljoen naar € 30,8 miljoen (afgerond). Het risicobedrag is in de afgelopen periode opgelopen van afgerond € 13,2 miljoen naar € 14,2 miljoen. Dit is het benodigde bedrag om de risico's verantwoord, dat wil zeggen met een zekerheid van 90%, af te dekken. Het effect van de toename van de weerstandscapaciteit is verhoudingsgewijs nagenoeg gelijk aan het effect van de toename van het risicobedrag. Als gevolg hiervan komt de ratio op basis van een voorlopige berekening opnieuw uit op 2,8 (€ 39,7 miljoen/ € 14,2 miljoen). Bij de 2e bestuursrapportage bedroeg de ratio ook 2,8. In de begroting 2023 zien we dat de risico's sterk toenemen en dat hierdoor de ratio gaat dalen naar 2,2. Dit beeld past bij de komende recessie die naar verwachting zich zal aandienen. In termen van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement komt een ratio van 2,8 overeen met de classificatie goed (> 2 = goed). Dit was ook goed in de begroting 2022.

38

Bijlagen Bijlage 1: Overzicht budgettair neutrale mutaties Bedragen x €1.000 BN Mutaties

Raming 2022 budgetneutraal

Raming 2023 budgetneutraal

Raming 2024 budgetneutraal

Raming 2025 budgetneutraal

Lasten 0.4L - Overhead (P&O)

0

1.357

2.301

3.079

0.8 - Overige baten en lasten

-204

-1.587

-2.787

-1.920

1.1A - Crisisbeheersing en Brandweer

1.823

0

0

0

1.2 - Openbare orde en veiligheid

-227

0

0

0

2.1B - Verkeer en vervoer

33

0

0

0

3.3B - Bedrijfsloket en -regelingen

-8

0

0

0

4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

51

213

0

0

5.1A - Sportbeleid en activering

101

0

0

0

5.3B - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

-9

0

0

0

5.4B - Musea

9

0

0

0

6.1G - Samenkracht en burgerparticipatie

0

35

35

35

6.2A - Wijkteams

0

99

99

99

6.2C - Wijkteams

0

3

3

3

1.949

-197

-115

-115

6.3B - Inkomensregelingen

0

-1.540

-838

-838

6.4 - Begeleide participatie

37

0

0

0

6.5A - Arbeidsparticipatie

341

203

201

69 -1.315

6.3A - Inkomensregelingen

6.6A - Maatwerk-voorzieningen (WMO)

0

0

330

6.71A - Maatwerkdienstverlening 18+

20

59

59

59

6.71B - Maatwerkdienstverlening 18+

0

-74

-79

-83

6.72B - Maatwerkdienstverlening 18-

204

-9

-11

-13

6.81 - Geëscaleerde zorg 18+

0

2

2

2

7.1A - Volksgezondheid

5

0

0

0

8.1C - Ruimtelijke Ordening

436

0

0

0

8.3B - Wonen en bouwen

72

29

29

29

9.901 - Algemeen Directie Totaal Lasten

0

0

0

0

4.633

-1.408

-771

-909

Baten 0.4R - Overhead (E&W) 0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds 0.8 - Overige baten en lasten

176

128

128

128

2.867

63

54

-84

-8

0

0

0

1.1A - Crisisbeheersing en Brandweer

1.797

0

0

0

1.2 - Openbare orde en veiligheid

-227

0

0

0

2.1B - Verkeer en vervoer

33

0

0

0

4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

51

213

0

0

5.1A - Sportbeleid en activering

101

0

0

0

6.3A - Inkomensregelingen

0

-4

0

0

6.3B - Inkomensregelingen

-162

-1.807

-953

-953

7.1A - Volksgezondheid

5

0

0

0

4.633

-1.408

-771

-909

Gerealiseerd saldo van baten en lasten

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

0

0

0

0

Totaal Baten

39

Bijlage 2: Overzicht structurele mutaties Voor deze rapportage zijn er geen structurele mutaties te melden. Bedragen x €1.000 Exploitatie

Raming 2023

Gerealiseerd resultaat

Raming 2024 0

40

Raming 2025 0

0

Bijlage 3: Over te hevelen budgetten Omschrijving

Bedrag Toelichting

Parkeermaatregelen

€ 34.000 We zijn met de bedrijven direct ten zuiden van de A12 in gesprek over de daar geconstateerde parkeerproblematiek. De verwachting is dat wij dit jaar de daaruit voortvloeiende maatregelen niet kunnen uitvoeren. Ook willen we de signalen ten aanzien van parkeren op het bedrijventerrein Nijverkamp nader onderzoeken. Wij stellen daarom voor om het restant budget ad € 34.000 via de reserve meerjarige middelen mee te nemen naar 2023.

Kerkenvisie

€ 50.000 In 2021 is een subsidieverzoek ingediend voor de kerkenvisie. Via de decentrale uitkering hebben wij een budget ontvangen van € 50.000,-. Vanwege capaciteitsgebrek is er nog geen start gemaakt met het opstellen van een kerkenvisie. De komende periode worden mogelijke quick-wins in samenwerking met het programma Energie Neutraal Veenendaal onderzocht. Het voorstel is om dit budget van € 50.000,- bij deze 3e bestuursrapportage af te ramen en via de reserve meerjarige middelen mee te nemen naar 2023.

Bestrijding maatschappelijke overlast en verloedering

€ 29.000 Voor de bestrijding van maatschappelijke overlast en verloedering is door het Rijk meerjarig geld beschikbaar gesteld, welke uitsluitend voor dit doel aangewend mag worden. Het restant budget (€ 29.000,-) is in 2022 niet besteed. Voorgesteld wordt dit budget via de reserve meerjarige middelen over te hevelen naar 2023.,

Groenrenovaties

€ 615.000 Conform de aankondiging in de 2e berap zijn de meeste geplande groenrenovaties en het (ver)planten van bomen en plantsoenen doorgeschoven naar 2023. Dit komt door de langdurige procedure rond Europese aanbestedingen. Het geplande werk wordt in 2023 alsnog uitgevoerd, waardoor het restant budget overgeheveld dient te worden naar 2023.

Speelvoorzieningen

€ 90.000 Conform de aankondiging in de 2e berap is het planmatig onderhoud aan speelvoorzieningen doorgeschoven naar 2023. Dit komt door de langdurige procedure rond Europese aanbestedingen. Het geplande werk wordt in 2023 alsnog uitgevoerd, waardoor het restant budget overgeheveld dient te worden naar 2023.

Baggerwerkzaamheden

€ 170.000 Voor het project baggerwerkzaamheden wordt in 2022 niet het gehele bedrag besteed. Er blijft naar verwachting een bedrag van € 170.000,- in 2022 over. Het project heeft een meerjarig karakter en wordt gefaseerd uitgevoerd en zal doorlopen na 2022. Conform eerdere besluitvorming wordt voorgesteld om deze € 170.000,- via de reserve meerjarige middelen over te hevelen naar 2023.

Stikstofdossier

€ 155.000 De middelen voor het stikstofdossier zijn voor meerjarig gebruik beschikbaar gesteld. Voorgesteld wordt het resterende budget van € 155.000,- in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen via de reserve meerjarige middelen.

Programma Energieneutraal Veenendaal 2035

€ De middelen van het programma Energie Neutraal Veenendaal zijn voor meerjarig gebruik beschikbaar gesteld. Voorgesteld wordt € 2.050.000,- in 2.050.000 2023 opnieuw beschikbaar te stellen via reserve meerjarige middelen.

Invoering omgevingswet

€ 753.000 Minister de Jonge heeft op 14 oktober 2022 aangekondigd dat de invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2023 zal plaatsvinden. Voor de gemeentelijke organisatie betekent dit een andere manier van werken. Met het Programma invoering Omgevingswet worden alle werkzaamheden voorbereid die nodig zijn voor de invoering van de Omgevingswet. Deze voorbereiding wordt zoveel mogelijk uitgevoerd door medewerkers van de gemeente, zij worden hiervoor beschikbaar gesteld. Omdat dit ten koste gaat van de lijnwerkzaamheden, die met de onzekerheid van de nieuwe Wet ook nog eens in omvang toenemen, worden hiervoor extra medewerkers ingehuurd. De nieuwe Omgevingswet is complex en omvangrijk. Na 1 juli moeten de initiatiefnemers (vergunning aanvragers) en medewerkers nog leren omgaan met de nieuwe wet in de praktijk. Ook dan vraagt dit extra capaciteit. De beschikbare middelen worden hiervoor ingezet. Voorgesteld wordt een bedrag van € 753.000,- over te hevelen naar 2023 en in dat jaar beschikbaar te stellen voor de verdere voorbereiding van de invoering van de Omgevingswet. In de septembercirculaire is een bedrag van € 436.000 beschikbaar gesteld voor de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Deze middelen maken ook onderdeel uit van het over te hevelen bedrag.

Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

€ 19.000 Betreft een correctie van een tekort bij de jaarrekening 2020.

Wonen en Leven omgevingsaanvragen

€ 105.000 In de decembercirculaire 2021 en septembercirculaire 2022 is een bedrag van in totaal € 105.000,- beschikbaar gesteld voor de Wet kwaliteitsborging bouwen. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk wat de gevolgen zijn van deze wet. Voorgesteld wordt deze middelen over te hevelen naar 2023 en in dat jaar opnieuw beschikbaar te stellen.

Onderzoek begraafplaats

€ 60.000 In de exploitatiebegroting is in 2022 € 60.000,- gereserveerd voor een onderzoek op de begraafplaats naar de mogelijkheid tot omvorming naar wandelpark. Het onderzoek heeft echter nog niet plaatsgevonden en verwacht wordt dat in 2023 het onderzoek zal worden uitgevoerd. Voorgesteld wordt dit bedrag over te hevelen naar 2023.

Project High Five

€ 13.000 In 2022 is € 25.718,- subsidie gekregen voor het project High Five. De uitvoering van het project is aan het begin van het nieuwe schooljaar in

41

september gestart. Een deel van de uitgaven ad € 13.000 zal in 2023 plaatsvinden. Voorgesteld wordt dit bedrag mee te nemen naar 2023. Opvang vluchtelingen Oekraïne

€ Voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne is een geactualiseerde kostenopzet gemaakt voor de periode maart tot en met december 2022. Op 1.000.000 basis van de verwachte vergoedingen wordt uitgegaan van een rijksbijdrage van € 3.160.000,- in 2022. In de tweede bestuursrapportage is nog uitgegaan van een vergoeding van € 1.692.800,- voor de periode maart tot en met september 2022. In deze bestuursrapportage wordt de raming derhalve verhoogd met € 1.467.200,-. Aan de kostenkant wordt ook een bedrag geraamd van € 3.160.000,-, zodat de opvang van de ontheemden budgettair neutraal verloopt. Dit is ook het uitgangspunt van het Rijk. De kostenprognose is gebaseerd op informatie zoals deze ten tijde van het schrijven van deze bestuursrapportage bekend is. Op basis van de kostenprognose is de verwachting dat de vergoeding door het Rijk voor 2022 uitkomt op ca. € 3.160.000. Aan kosten wordt een bedrag verwacht voor 2022 van ca. € 2.160.000. Het uitgangspunt is dat de rijksvergoeding de gemeentelijke voldoende zal compenseren. Voorgesteld wordt het bedrag dat niet wordt uitgegeven in 2022 (€ 1.000.000,-) over te hevelen naar 2023 en in dat jaar beschikbaar te stellen voor mogelijke aanvullende of onvoorziene kosten, eventuele extra inzet op ondersteuning en activiteiten, etc. In de ‘Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne’ zijn diverse vergoedingen voor gemeenten opgenomen.

Op aanvraag verstrekt en betaalt de staatssecretaris in 2022 aan gemeenten een voorschot van 100% van het aantal opvangplekken voor ontheemden dat een gemeente in een boekjaar verwacht te realiseren maal het normbedrag en de werkelijke transitiekosten. In 2022 zal een voorschot worden aangevraagd bij het Rijk. De verantwoording en vaststelling vindt vervolgens plaats in 2023.

Economische ontwikkelingen

€ 147.000 In 2022 is een provinciale subsidie ontvangen gericht op de versterking van de organisatiestructuur in de binnenstad. Van de drie projecten die via deze subsidie worden gerealiseerd zijn inmiddels twee gestart en deze verlopen volgens planning. Belangrijk ijkpunt is de uitslag van de BIZverkiezing. Pas nadat duidelijk is dat de kiesdrempel voor de BIZ is gehaald (15 november 2022), worden de contouren voor het derde project uitgewerkt. Voorgesteld wordt de hiervoor benodigde middelen over te hevelen naar 2023. Binnen dit taakveld staat tevens de extra gemeentelijke bijdrage aan het Bernhard van Kreelfonds begroot. De verwachting is dat hier in 2023 nog gebruik van wordt gemaakt. Voorstel is dit bedrag van € 15.000,- over te hevelen naar 2023. Vanwege nog niet ingevulde vacatureruimte en prioritering van werkzaamheden is de opzet van het project Herwaardering Vakmanschap vertraagd. Voorgesteld wordt om het restant van € 59.000,- over te hevelen naar 2023 voor uitvoering van het project. Daarnaast wordt voorgesteld om van de in 2022 beschikbare middelen € 23.000,- over te hevelen naar 2023. Dit budget is gericht op de doorontwikkeling van ondernemersdienstverlening. Een voorstel voor de besteding hiervan wordt in november aan de directie voorgelegd.

De besteding van het budget uitvoering actieplan Visie Bedrijventerreinen wordt nog uitgewerkt, in afwachting van vaststelling Visie Bedrijventerreinen. Voorgesteld wordt dit budget van € 25.000,- over te hevelen naar 2023.

Project vestigingsbeleid

€ 29.000 Vanuit het project vestigingsbeleid worden voor het onderwerp Promotie enkele campagnes gehouden gericht op zowel ondernemers voor de bedrijventerreinen als voor de detailhandel in de binnenstad. In december 2022 wordt een eerste campagne gestart die een doorlooptijd heeft naar 2023. Aangezien er in 2023 geen projectbudget meer beschikbaar is wordt voorgesteld de in 2022 resterende middelen van € 29.000,- over te hevelen naar 2023 zodat de resterende projecten kunnen worden uitgevoerd en afgerond.

Evenementen

€ 40.000 In 2021 is vanwege de coronapandemie € 90.000,- van het niet ingezette evenementenbudget overgeheveld naar 2022. In 2022 zijn -conform verwachting- meer aanvragen dan gebruikelijk om subsidie voor evenementen ontvangen. Ook werden hogere bijdragen gevraagd, vanwege de gestegen kosten voor evenementen (onder andere ook toegenomen kosten voor beveiliging vanwege een terugtredende politie). Van het totaal beschikbare budget in 2022 resteert naar verwachting € 40.000,-. Ook in 2023 worden meer en ook hogere aanvragen verwacht. Daar komt bij dat in 2023 een nieuw evenementenbeleid wordt vastgesteld waardoor evenementen (mede door het participatietraject) meer aandacht krijgen en er wellicht daardoor ook nog meer aanvragen om subsidie worden ingediend. Voorgesteld wordt om het restant budget van € 40.000,- over te hevelen naar 2023 en in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen als evenementenbudget.

Programma Vitale Binnenstad

€ 425.000 Vanuit Programma Vitale Binnenstad is de verwachting dat er per 31 december 2022 € 500.000,- over blijft. Hiervan is € 75.000,- te relateren aan een vooruit ontvangen subsidie en voor een bedrag van € 425.000,- wordt voorgesteld dit over te hevelen naar 2023 via de reserve meerjarige middelen. Er zijn verschillende redenen waarom we die € 425.000,- dit jaar niet uitgeven. Zo is een aanzienlijk deel van het budget via de Regeling

42

Transformatie & Verplaatsing detailhandel wel beschikt. Uitbetaling vindt echter pas plaats in 2023 nadat de verbouwing van het te transformeren pand is afgerond. Voor het onderdeel vergroenen en beleven van de binnenstad zijn we dit jaar wel begonnen met de planvorming maar de uitvoering zal pas in 2023 plaatsvinden. Tenslotte vallen de kosten voor de inzet van de gebiedsregisseur die de transformaties in de binnenstad moet organiseren dit jaar lager uit omdat we hiervoor eenmalig een subsidie van de provincie Utrecht hebben ontvangen. Energielasten culturele instellingen

€ 65.000 Voor de culturele instellingen zijn de stijgende energielasten een zorgpunt en bij het verlenen van de subsidies werden deze kosten nog niet voorzien. De subsidies zijn dan ook niet toereikend en de reserves van de culturele instellingen lijken vooralsnog ook niet groot genoeg om deze gestegen kosten te dekken. Voorgesteld wordt om de resterende middelen ad. € 65.000,- over te hevelen naar 2023 en in dat jaar beschikbaar te stellen ter dekking van de afrekening energielasten 2022.

Participatiebudget

€ 200.000 Het participatiebudget heeft een verwacht overschot van circa € 200.000,-. Dit overschot voor arbeidsparticipatie willen we overhevelen naar 2023. Deze middelen willen wij besteden om de kwaliteit van de dienstverlening voor de doelgroep banenafspraak te verbeteren. Verder wordt het geld ingezet om de oplopende doelgroep banenafspraak beter te faciliteren. De eenmalige overheveling uit 2022 is nodig om gegeven de krimpende reintegratiebudgetten de dienstverlening voor de nieuwe doelgroep uit te breiden. In 2023 hebben we een beter zicht op de meerjarenbudgetten en uitgaven van taakvelden Begeleide participatie en Arbeidsparticipatie (re-integratie). Dan zullen we voorstellen doen voor de structurele budgetverdeling waarbij onder andere ook de benodigde personeelscapaciteit wordt betrokken.

Extra meldingen budgetloket, schuldhulpmaatjes en Kwintes

€ 75.000 Door de coronacrisis was een stijging van het aantal aanmeldingen bij het Budgetloket verwacht. In de praktijk blijkt dat de verwachte stijging in 2022 uitblijft. Echter verwachten we door de energiearmoede alsnog een substantiële toename. Om deze meldingen te kunnen behandelen wordt voorgesteld om € 75.000,- over te hevelen naar 2023. Deze middelen gaan we gebruiken voor de opvang van de verwachte toename van het aantal meldingen bij het Budgetloket, de Schuldhulpmaatjes en Kwintes. De nog resterende middelen zetten we in voor de aansluiting van het schuldenknooppunt/ collectief schuldenregeling. De verwachting is dat de opdracht in 2022 wordt verstrekt en dat de kosten in dit jaar vallen.

Opgave Sociaal Domein

€ 234.000 In de meerjarenplanning van de opgave Sociaal Domein is rekening gehouden met bestedingen in 2023. Er is echter geen structureel opgavebudget beschikbaar: de beschikbare middelen komen voort uit het voormalige programmabudget Sociaal Domein en eerder overgehevelde middelen. Verschillende activiteiten die in 2022 zijn gestart vinden hun doorgang in 2023. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat we in 2023 kunnen komen tot een afronding van het integraal dashboard sociaal domein en het vervolmaken van het dashboard Jeugd. De publiekscampagne en de verdere ontwikkeling van de sociale basis conform de visie en het integraal Beleidskader Sociaal Domein loopt in ieder geval tot en met 2023 door. In 2023 wordt een nieuw Integraal Beleidskader Sociaal Domein opgesteld waar extra inzet (o.a. Opiniepijlers) voor nodig is. Voorgesteld wordt daarom om van de huidige resterende middelen € 234.000,- over te hevelen naar 2023 en in 2023 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deze activiteiten. In 2023 wordt bij het opstellen van de Kadernota 2024 een voor dat jaar benodigd jaarbudget betrokken, alsmede de benodigde structurele middelen ter borging van structurele capaciteit en uitvoeringsbudgetten.

Afrekening openbaar onderwijs

€ 8.000 Bij de jaarrekening 2021 is € 8.000 overgeheveld voor de afrekening openbaar onderwijs. In verband met andere prioriteiten wordt deze 5-jaarlijse afrekening opgesteld in 2023. Daarom stellen wij voor deze middelen over te hevelen naar 2023.

ICT-fonds

€ 52.000 In deze rapportage wordt voorgesteld om de restantmiddelen van het ICT- fonds, ad € 52.000 over te hevelen naar 2023.

Peuterwerk

€ 61.000 Voor het peuterwerk wordt conform collegebesluit van 13 september 2022 voorgesteld om het restantbudget van 2022, ad € 61.000,- over te hevelen naar 2023.

Oprichting stichting Urgente Noden

€ 50.000 We verwachten het budget compensatieregeling maatwerkvoorzieningen in 2022 niet uit te geven. Voor de besteding van de middelen wordt in 2023 een stichting Urgente Noden opgericht. Er wordt voorgesteld om € 150.000,- af te ramen en € 50.000,- over te hevelen naar 2023 voor de oprichting van de stichting Urgente Noden. In de afgelopen jaren is er onderzoek gedaan naar de invoering van een maatwerkbudget waarmee met een eenmalige vergoeding de persoonlijke situatie van een inwoner structureel kan verbeteren. Hierbij liepen we tegen diverse juridische problemen aan wanneer de gemeente dit zelf gaat uitvoeren. In 2023 wordt er een zelfstandige lokale stichting Leergeld en mogelijk ook een zelfstandige lokale Stichting Urgente Noden (SUN) opgericht. Deze stichtingen kunnen maatwerk leveren waar we dit als gemeente niet mogen.

Geschikt maken van ruimtes voor theaterlessen De Muzen

€ 33.000 De Muzen verzorgt conform de subsidieafspraken theaterlessen. Er is een wachtlijst. In de Cultuurvisie is opgenomen dat alle inwoners kunst en cultuur kunnen beleven en dat we actief cultuureducatie stimuleren. Een lange wachtlijst is vanuit dat perspectief dan ook onwenselijk. Om de wachtlijst weg te werken worden er twee extra ruimtes ingezet. Deze dienen nog geschikt te worden gemaakt voor theaterlessen. Voorgesteld wordt om -aanvullend op de bijdrage door De Muzen en de SBCV- de in 2022 voor de Muzen resterende middelen ad. € 32.500,- over te hevelen naar 2023 en hiervoor beschikbaar te stellen.

Stijgende energielasten Volksuniversiteit

€ 55.000 Voor de culturele instellingen zijn de stijgende energielasten een zorgpunt en bij het verlenen van de subsidies werden deze kosten nog niet voorzien. Hoewel de culturele instellingen ook zelf aan een oplossing moeten werken, lijken de reserves van diverse culturele instellingen vooralsnog niet groot genoeg om deze gestegen kosten te dekken. Voorgesteld wordt om de resterende middelen ad. € 55.000,- over te hevelen

43

naar 2023 en in dat jaar beschikbaar te stellen ter dekking van de afrekening energielasten 2022. Amateurkunstbeoefening

€ 25.000 In de cultuurvisie staat de opdracht om de zaalhuurregeling aan te passen, zodat amateurkunst optimaal gebruik maakt van subsidie op zaalhuur. De zaalhuurregeling is bestaand beleid en dit beleid moet worden aangepast. In 2022 wordt hiermee gestart en dit zal doorlopen in 2023. Voorgesteld wordt om ten behoeve van uitvoering van deze taak € 25.000,- over te hevelen naar 2023. Het restantbudget dat niet wordt besteed in 2022 (€ 50.000,-), kan terugvloeien naar de algemene middelen.

Opvang en beschermd wonen

€ 303.000 Het uitvoeringsprogramma wordt in november 2022 ter vaststelling voorgelegd aan het college, waarna de uitvoering vanaf 1 januari 2023 kan starten. Voor 2023 is een budget van €158.000 nodig, voor 2024 € 75.000 en voor 2025 € 70.150. De dekking daarvoor komt uit de € 303.150 aan restantmiddelen innovatiebudget welke vanuit 2022 worden meegenomen.

Project maatje achter de voordeur 2022-2024

€ 40.000 Resultaatbestemming ter dekking van meerjarig project maatje achter de voordeur 2022-2024 dat door Stg. Veens Welzijn wordt uitgevoerd. Voorgesteld wordt om vanuit 2022 afgerond € 31.000,- over te hevelen naar 2023 en € 9.000,- naar 2024. De dekking daarvoor komt uit de restantmiddelen Verward Gedrag.

Preventieakkoord

€ 90.000 Voor 2022 heeft de gemeente Veenendaal vanuit het Rijk een SPUK bijdrage ontvangen van € 90.000,- voor lokale preventie akkoorden en preventieaanpakken. Deze middelen worden door ons in 2023 ingezet als dekking voor de uitvoering van interventie Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) conform het eerder genomen collegebesluit JOGG 2022-2025. (Het Rijk heeft inmiddels toestemming verleend om deze middelen door te schuiven naar 2023).

Veiligheidsbeleid

€ 61.000 Voor de lokale aanpak polarisering, radicalisering en extremisme zijn in 2021 afspraken gemaakt met NTA over ondersteuning bij de implementatie van het driesporenbeleid waaronder het begeleiden van de gesprekken die op dat moment plaatsvonden, het inwerken en ondersteunen van de nieuwe medewerker op het gebied van radicalisering en het organiseren van trainingen voor bestuur en gemeentelijke organisatie. Daarnaast wilden we blijvend aandacht besteden aan het informeren van de gemeenteraad op actuele onderwerpen zoals het salafisme en polarisatie in bredere zin. Door de actuele ontwikkelingen in 2021 en 2022 op dit dossier en de prioriteit die moest worden gegeven aan de hieruit voorvloeiende activiteiten heeft inzet op de voorgenomen aanpak nauwelijks plaats kunnen vinden. De afspraken met NTA zijn aan de voorkant wel gemaakt. Voorgesteld wordt de beschikbare middelen ad. € 21.000,- nogmaals over te hevelen en in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen. Voor 2022 is € 40.000,- door het Rijk toegekend aan Veenendaal voor de lokale, integrale aanpak van polarisering, radicalisering, extremisme en terrorisme. Dit is bedoeld voor zowel een stukje aanpak vanuit veiligheidsperspectief als voor de preventieve aanpak waarvoor in de loop van 2022 een adviseur diversiteit en inclusie is gestart.

Door de nasleep van actuele ontwikkelingen in 2021 die raken aan dit dossier en de prioriteit die moest worden gegeven aan de hieruit voortvloeiende activiteiten heeft inzet op de voorgenomen aanpak nauwelijks plaats kunnen vinden. Daarnaast geldt voor de bredere, preventieve inzet dat het eerste halfjaar vooral gebruikt is een goed hernieuwd beeld te creëren, te beoordelen wat nodig is en waarmee gestart kan worden. Voorgesteld wordt de vanuit het Rijk ontvangen gelden met specifiek doel over te hevelen naar 2023 en in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen voor uitvoering van deze taak.

Impulsen decembercirculaire 2021 en inwerkingtreding Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS)

€ 188.000 Met de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de impulsen uit de decembercirculaire 2021, zijn we voor de zomervakantie 2022 begonnen met de werving van de benodigde tijdelijke formatie. Eén van de functies wordt per 1 november vervuld en voor een andere functie is de werving tot op heden nog niet gelukt. Hierdoor en door extra benodigde inzet voor de opvang Oekraïense ontheemden en statushouders is er verder nog geen invulling gegeven aan de inzet van deze middelen. Daarnaast is het wetsvoorstel voor de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS) nog niet vastgesteld en is de inwerkingtreding opgeschoven naar vermoedelijk 1 januari 2024. Dit betekent dat de voorbereiding op de implementatie ook is uitgesteld tot 2023. In 2023 zal verder concrete invulling worden gegeven aan de beschikbaar gestelde middelen. Voorgesteld wordt om het restantbedrag van € 188.000, dat overblijft in 2022 over te hevelen naar 2023.

Tozo, Breed offensief en wetswijziging Participatiewet

€ 471.000 Tijdens de coronacrisis zijn ondernemers financieel ondersteund via de zogenaamde Tozo-regeling. Deze regeling is inmiddels beëindigd. In de afgelopen jaren zijn via bestuursrapportages en de jaarstukken uitvoeringsmiddelen overgeheveld naar het volgende begrotingsjaar. Dit is nodig, omdat in de komende jaren (naar verwachting tot in 2030) nog werkzaamheden moeten worden verricht, zoals de herbeoordelingen van bedrijfskredieten, controles van inkomsten en terugvorderingen van onterecht verstrekte Tozo-middelen. Gezien de looptijd van de werkzaamheden wordt jaarlijks voorgesteld de dan nog resterende middelen over te hevelen. In deze bestuursrapportage wordt voorgesteld € 341.000,- over te hevelen en in 2023 opnieuw beschikbaar te stellen om de noodzakelijke werkzaamheden de komende jaren te kunnen uitvoeren. Daarnaast wordt voorgesteld om middelen voor het zogenaamde Breed offensief ad € 44.000,- over te hevelen naar 2023. Eerder zijn deze middelen toegevoegd aan het budget ten behoeve van de inhuur van een procesmedewerker om de processen uit te lijnen rondom de Wet verbetering Poortwachter (WvP). Ondanks twee uitvragen via Flextender hebben we nog geen geschikte kandidaat gevonden. De werkzaamheden moeten nog wel worden uitgevoerd.

44

Verder komt er een grote wetswijziging in de Participatiewet aan. Minister Schouten wil de Participatiewet meer in balans brengen en oog hebben voor de menselijke maat. Er komen mogelijke versoepelingen aan zoals het mogelijk maken van ontvangen van giften en/of boodschappen vanuit eigen netwerk en verruimen van de mogelijkheden om geld bij te verdienen naast de uitkering. Daarnaast is opgeroepen om maatregelen die de Participatiewet overstijgen een meer integrale aanpak te geven. Deze plannen zijn momenteel nog niet uitgewerkt. Per 1 januari 2023 wijzigt de kostendelersnorm zodat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten. Met deze wijziging beoogt de regering inkomenszekerheid bij uitkeringsgerechtigde gezinnen te vergroten. Dit heeft als gevolg dat een grotere doelgroep de alleenstaande bijstandsnorm kan ontvangen, waardoor uitkeringskosten stijgen. Wij verwachten dat het BUIG-budget vanaf 2023 in de verhogende kosten compenseert. Een laatste ontwikkeling in dit verband is de herijking van de handhavingsinstrumenten. Het Rijk onderzoekt de effectiviteit van het opleggen van sancties in alle gevallen (boete en maatregelen), maar kijkt ook naar het debiteurenbeleid vanuit het principe dat een betalingsregeling eindig is.

In dit kader past ook het initiatiefwetsvoorstel om de terugvorderingstermijn voor onder andere bijstand aan te passen van 20 naar 5 jaar. Deze plannen zijn op dit moment nog niet uitgewerkt, waardoor de gevolgen voor het gemeentelijk beleid nog onbekend zijn. Het college heeft toegezegd om de inrichting van onze controle- en onderzoeksystematiek binnen de Participatiewet tegen het licht houden. Dit naar aanleiding van het gebruik van risicoprofielen. Dat controle nodig is staat buiten discussie, hoe we dit vormgeven wordt voorgelegd aan de raad. Het zwaartepunt van de implementatie ligt in de eerste helft van 2023. Vooralsnog is het onduidelijk of het Rijk middelen beschikbaar stelt voor de implementatiekosten. Voorgesteld wordt om van de nog resterende middelen € 86.000,- over te hevelen naar 2023 en in 2023 beschikbaar te stellen voor de implementatie van de verwachte wetswijzigingen. Voorgesteld wordt in totaal € 471.000,- over te hevelen naar 2023. Digitale toegankelijkheid

€ 30.000 Om de digitale toegankelijkheid te bevorderen is met ingang van dit jaar structureel een bedrag in de begroting opgenomen van € 30.000. Binnen het team Communicatie is dit jaar geen capaciteit beschikbaar om dit onderwerp op te pakken. Ook op de arbeidsmarkt hebben we geen mensen bereid kunnen vinden om ons hierin te ondersteunen. Voorgesteld wordt om het budget van 2022 via de reserve meerjarige middelen mee te nemen naar 2023, zodat volgend jaar dit onderwerp opgepakt kan worden en hier tegelijkertijd een extra boost aan gegeven kan worden teneinde de digitale toegankelijkheid te bevorderen.

Bestel- en inkoopsysteem

€ 129.000 Vanuit het jaarrekeningsaldo 2021 is een bedrag van € 150.000 beschikbaar gesteld om in de jaren 2022 en 2023 een bestel- en inkoopsysteem te implementeren. Inmiddels is een projectleider gestart met de voorbereidende werkzaamheden. Om dit project in 2023 af te kunnen ronden is het noodzakelijk dat de in 2022 niet bestede middelen via de reserve meerjarige middelen worden meegenomen naar volgend jaar. € 7.954.000

45

Bijlage 4: Second opinion grondwaarde Veenendaal-oost Inleiding In 2003 zijn gemeente en de Quattro partijen (Patrimonium Woonservice, Van Elst Vastgoed en Latei projectontwikkeling) een samenwerkingsovereenkomst (SOK) aangegaan voor de ontwikkeling van Veenendaal-oost. In de SOK is geregeld hoe partijen omgaan met het risico van de verstrekte borgtocht door de gemeente aan OVO. Indien de gemeente (volgens een in de SOK afgesproken berekening) risico loopt, dan verstrekt Quattro daar tegenover een concerngarantie die 50% van dit risico dekt. Jaarlijks wordt volgens deze in de SOK afgesproken methode beoordeeld of deze concerngarantie nodig is. Deze methode gaat uit van het vreemd vermogen (gebaseerd op het eigen vermogen en de boekwaarden van kosten en opbrengsten van de grond) en de historische kostprijs van de gronden. Ook voor 2023 is van het Ontwikkelingsbedrijf Veenendaal-oost (OVO) de prognose hiervan ontvangen. Risicodragend vermogen 2023 volgens SOK Het vreemd vermogen stijgt naar verwachting van € 12,9 miljoen (begin 2023) naar € 22,6 miljoen (eind 2023). Als gevolg van het in ontwikkeling nemen van Groenpoort stijgt de waarde van de grond die OVO in portefeuille heeft van naar verwachting van € 19 miljoen (begin 2023) naar € 29,3 miljoen (eind 2023). Zie tabel hieronder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12075086/1