3. Derde bestuursrapportage 2022 - rapportage
Tekst van het document
Het risicodragend vermogen wordt bepaald door de waarde van het vreemd vermogen te verminderen met de waarde van de grond (het onderpand). In de SOK is vastgelegd dat voor de bepaling van de concerngarantie uitgegaan wordt van het gemiddelde risicodragend vermogen van 1 januari en 31 december van betreffend jaar. Op basis van deze berekening is in 2023 het verwachte risicodragend vermogen € -6.4 miljoen (afgerond). Dit betekent dat er op grond van de afspraken in de SOK geen aanvullende concerngarantie nodig is. 1-1-2023
31-12-2023
Gemiddelde
Vreemd vermogen
€ 12.931.909
€ 22.621.595
€ 17.776.752
Waarde grond
€ 19.055.430
€ 29.257.897
€ 24.156.664
Risicodragend vermogen
-€ 6.123.521
-€ 6.636.302
-€ 6.379.912
Grondwaarde volgens second opinion Als onderdeel van het gemeentelijk risicomanagement wordt vanaf 2012 jaarlijks een second opinion opgesteld. In deze berekening wordt de actuele marktwaarde van de bouwgrond bepaald. Dit wordt vergeleken met het bedrag dat OVO heeft geleend bij de bank en waarvoor de gemeente borg staat. In 2020 is bij het besluit tot meerjarige borgstelling toegezegd deze second opinion jaarlijks aan de raad te blijven verstrekken. Bij een negatieve uitkomst is het noodzakelijk om in ieder geval in het risicoprofiel van de gemeente hiermee rekening te houden. Dit staat los van de contractuele afspraken. De Lorijn (extern adviesbureau) heeft berekend dat de actuele grondwaarde € 33,2 miljoen bedraagt per 1 september 2022 (was € 45,7 miljoen per 1 september 2021). De garantstelling voor OVO bedraagt € 25 miljoen in 2023 (€ 35 miljoen in 2022, voorafgaande aan de aankoop van de gronden in Groenpoort). De grondwaarde is daarmee € 8,2 miljoen hoger (was € 10,7 miljoen hoger) dan de garantstelling. Conclusie Uit de berekening op basis van de SOK blijkt dat er geen concerngarantie door de Quattro partijen in OVO hoeft te worden verstrekt. De grondwaarde op basis van de historische kostprijs is namelijk hoger dan het berekende vreemd vermogen. Gelet op de gemaakte afspraken is contractueel gezien geen aanvullende concerngarantie noodzakelijk en mogelijk.
Uit de second opinion blijkt een voordelig verschil van € 8,2 miljoen tussen de borgstelling en de grondwaarde. Het voordelig verschil ontstaat doordat ruwe grond bouwrijp is gemaakt. De 46
waarde van de grond neemt hierdoor toe. Van belang is wel om vast te stellen dat het hier om een momentopname gaat per 1 september 2022. Als gevolg van mutaties door het verder bouwrijp maken en grondverkopen zal de waarde van de grond, net zoals de afgelopen tijd, blijven schommelen. Er is zelfs een situatie denkbaar dat er dermate veel grond is verkocht dat de grondwaarde lager is dan de borgstelling. In een dergelijke situatie beschikt OVO over weinig grond maar door de verkoop van de grond over veel liquide middelen. Deze liquide middelen worden in bovenstaande berekening verder niet betrokken maar zijn wel van belang voor het afdekken van het gemeentelijk risico.
47