CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Derde bestuursrapportage 2021 - derde bestuursrapportage 2021

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Derde Bestuursrapportage 202120.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hiermee zijn voor 2022 naar verwachting voldoende middelen beschikbaar. Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet ook in 2022 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid beschikbaar. Voorgesteld wordt deze middelen in 2022 toe te voegen aan de reguliere middelen schulddienstverlening en daarmee beschikbaar te stellen voor uitvoering van deze taak. Onder andere in de tweede bestuursrapportage is aangegeven dat de uitgaven op het maatwerkbudget achterblijven bij de verwachtingen en dat dit onder andere wordt veroorzaakt door de complexiteit van juridische borging. In 2022 wordt het budget naar verwachting breder ingezet om de doelstelling 'voorkomen dat mensen financieel door het ijs zakken' te kunnen realiseren. Het budget kan onder andere worden ingezet om specialistische (schuld)hulpverlening in te zetten voor bedrijven die in de problemen zijn geraakt door de coronacrisis of door het aflopen van de regelingen Tozo en TONK. De raad wordt hierover nog nader geïnformeerd. Gezien de verwachte vraag naar deze vorm van ondersteuning wordt voorgesteld om € 200.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 beschikbaar te stellen voor uitvoering van het maatwerkbudget. 6.72 - Maatwerkdienstverlening 18- (lagere lasten Programma Sociaal Domein € 300.000): In de meerjarenplanning van de opgave Sociaal Domein is rekening gehouden met 24

bestedingen in 2022. Er is echter geen structureel opgavebudget beschikbaar. De beschikbare middelen komen voort uit het voormalige programmabudget en eerder overgehevelde middelen. Om de reeds in 2021 ingezette activiteiten af te kunnen ronden en voor 2022 geplande activiteiten uit te kunnen voeren is het van belang om ook in 2022 middelen beschikbaar te hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om de verdere ontwikkeling van een integraal dashboard sociaal domein (in 2022 met name onderdeel jeugd), de ontwikkeling van simpel switchen (arbeidsmatige dagbesteding / beschut werk), de publiekscampagne en de verdere ontwikkeling van de sociale basis conform de visie en het Integraal beleidskader Sociaal Domein. Voorgesteld wordt om van de resterende middelen € 300.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deze activiteiten. Ook voor 2023 e.v. is er geen opgavebudget beschikbaar. Bij het opstellen van de Kadernota 2023 wordt een voor 2023 benodigd jaarbudget betrokken, alsmede de benodigde structurele middelen ter borging van structurele capaciteit en uitvoeringsbudgetten. 6.81 - Geëscaleerde zorg 18+ (lagere lasten aanpak verward gedrag € 110.000 en lagere lasten opvang en beschermd wonen € 305.000): Het verwachtte voordeel van € 110.000 ontstaat omdat er middelen vanuit 2020 zijn meegenomen voor de bekostiging van het Meldpunt Verward.

Omdat we in 2021 hiervoor subsidie ontvangen vanuit ZonMW zijn deze gereserveerde middelen niet volledig nodig. Het innovatiebudget Beschermd Wonen is vanuit centrumgemeente Amersfoort in 2019 ontvangen om de lokale ambulantisering van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis vorm te geven. Om een goede inzet van deze middelen te bepalen is een narratief onderzoek geïnitieerd. In 2020/2021 (vertraagd door Corona) is het narratief onderzoek uitgevoerd en afgerond én is een woonzorgonderzoek uitgevoerd door Companen. Uit beide onderzoeken komen concrete aanknopingspunten en kansen naar voren waarop Veenendaal gericht kan inzetten om de ambulantiseringsbeweging te ondersteunen. Door prioriteiten i.v.m. de centrumregio wijziging is het niet gelukt om in 2021, in samenspraak met de lokale partijen, te komen tot concrete pilots. In het laatste kwartaal 2021 wordt een lokale meerjaren agenda ambulantsering opgesteld. Vanuit het innovatiebudget willen wij in 2022 pilots inzetten die bijdragen aan doelstellingen van de meerjaren aanpak Beschermd Wonen in Veenendaal. Voorgesteld wordt de resterende middelen, ad. € 305.000, over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen voor uitvoering van genoemde pilots.

7.1- Volksgezondheid (hogere lasten GGD regio Utrecht € 43.000, lagere lasten GIDS gelden € 69.000 en lagere lasten gezondheidsbeleid € 15.000: Op basis van de begrotingswijziging 2021 GGD regio Utrecht bedraagt de bijdrage 2021 voor de GGD € 15.282 meer dan de in juni 2020 vastgestelde begroting GGDrU 2021. Daarnaast zijn per abuis de financiële consequenties van de in juni 2020 vastgestelde begroting GGDrU 2021 ad € 27.000 niet verwerkt in de Programmabegroting 2021. Het totaal nadeel van € 43.000 (inclusief begrotingswijziging) is nu verwerkt in deze bestuursrapportage. Voor de GIDS gelden betreft het een resultaatbestemming uit 2020, maar vanwege Corona konden de middelen nog niet worden ingezet. Besteding van de middelen wordt voorzien voor 2022, mede in samenhang met de doelen uit het preventieakkoord. Voorgesteld wordt de middelen, ad € 69.000, over te hevelen en in 2022 beschikbaar te stellen voor uitvoering van de geplande activiteiten. Voor het uitbreiden van beschikbaarheid van AED’s staat er jaarlijks een bedrag van €15.000 gereserveerd die we als subsidie aan HartslagNu Veenendaal (HNV) kunnen verlenen. Omdat HNV van hun eerste subsidie (2019/2020) nog veel geld over had, is besloten dat zij dit geld nog in 2021 mogen uitgeven. Hierdoor hebben zij geen nieuwe subsidie over 2021 aangevraagd.

Het opleiden van leerlingen, zodat zij een AED kunnen bedienen, sluit naadloos aan op het doel om meer AED’s beschikbaar te hebben in Veenendaal. Op dit moment is de motie nog niet uitgevoerd.

25

Baten 5.3 - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie (lagere baten € 184.000): Door het vertrek van de V.U. is er leegstand ontstaan in het Spectrum waardoor er geen huurinkomsten, ad € 184.000, voor deze ruimtes binnenkomen. In 2021 konden deze ruimtes ook niet verhuurd worden vanwege de vloerversterkingsmaatregelen. 6.2 - Wijkteams (lagere baten € 12.000): Het nieuwe huurcontract met de GGD voor de Twijn genereert een structurele lagere huuropbrengst van €12.000. De GGD betaalt als onderhuurder minder huur omdat de gemeente ook minder huur betaalt aan de eigenaar. 6.3 - Inkomensregelingen (lagere baten € 193.000) Vanuit het Rijk ontvangen we een gebundelde uitkering BUIG. Binnen het taakveld Inkomensregelingen worden diverse onderdelen dan ook in samenhang bezien. In de tweede bestuursrapportage en ook de programmabegroting 2022 is aangegeven dat - als gevolg van diverse onzekerheden en nog onvoldoende te duiden ontwikkelingen - rekening werd gehouden met mogelijk een structureel negatieve bijstelling van onze begroting. Inmiddels is het definitieve budget 2021 bekend (€ 193.000 nadelig) en dit wordt in deze bestuursrapportage verwerkt.

Dit nadelige effect kan deels worden opgevangen door onder andere een lichte daling van het bijstandsbestand, waardoor ten opzichte van de begroting voor 2021 op de bijstandsbudgetten nog een nadeel resteert van € 150.000 (incidenteel). Het voorlopig budget 2022 is inmiddels ook gepubliceerd; dit ligt € 725.000 hoger dan geraamd in onze begroting. Rekening houdend met de wijzigingen binnen het verdeelmodel, de bestandsontwikkeling, conjunctuur en eerdergenoemde onzekerheden wordt voorgesteld het voorlopig budget 2022 budgettair neutraal te verwerken binnen de bijstandsbudgetten. Reservemutaties Reserve meerjarige middelen: storting (€ 1.798.000) Voorgesteld wordt om de resterende middelen ten behoeve van de diverse doelen, ad. in totaal € 1.798.000, via de reserve meerjarige middelen over te hevelen naar 2022.

Risico's / ontwikkelingen Sociale Leefomgeving Beschut werken Het aantal beschut werkers stijgt met ongeveer vijf per jaar (totaal voor de gemeente). Doordat deze dienstverlening niet kostendekkend is neemt het financieel risico voor IW4 toe. Voor 2021 is met tijdelijke middelen het financiële risico voor IW4 afgedekt. Voor het eind van het jaar verwachten we een meer structurele oplossing te vinden voor IW4. Daarbij wordt gekeken naar a. de kostprijs van IW4 in relatie tot de hoogte van de rijkssubsidie b. het aantal plekken dat de gemeente in wil kopen bij IW4 en/of andere aanbieders en c. de opdracht van IW4. Vroegsignalering In het vierde kwartaal worden er huisbezoeken afgelegd bij inwoners die betalingsachterstanden hebben. Deze methode werd nog niet eerder ingezet. Dit is mogelijk nu er afspraken zijn gemaakt met de woningcorporaties in Veenendaal. Inmiddels is er een eerste uitvoeringsplan opgesteld. De komende maanden worden gebruikt om dit plan af te ronden. Daarin worden ook de ervaringen met huisbezoeken verwerkt. Het streven is om de nieuwe werkwijze vanaf 1 januari 2022 onder te brengen bij het Budgetloket. Hersteloperatie Toeslagenaffaire In Veenendaal gaat het om ongeveer 80 inwoners die als gedupeerde ouder zijn aangemerkt door de Belastingdienst vanuit de Toeslagenaffaire.

Deze ouders zijn benaderd voor hulp en zij waren allen bereid om één of meer gesprekken te voeren. Uiteindelijk hebben vijf inwoners aangegeven hulp te willen op het gebied van zorg (inclusief zorg voor hun kinderen). Ongeveer 30 inwoners worden tot het einde van het jaar in het kader van nazorg 26

begeleid. Deze groep heeft geen specifieke hulpvraag, maar in het kader van het herstel van vertrouwen is het wenselijk om de intensieve gesprekken die zijn gevoerd langzaam af te bouwen. De overige groep heeft aangegeven geen hulp nodig te hebben. Kwijtschelding vorderingen toeslagenaffaire Het college heeft besloten om – vooruitlopend op de verzamelwet hersteloperatie toeslagen – over te gaan tot kwijtschelding van openstaande gemeentelijke vorderingen op inwoners die zijn aangemerkt als gedupeerden. Het gaat om vorderingen op grond van de Participatiewet en gemeentelijke belastingen. Als de vordering al is afgelost wordt overgegaan tot terugbetaling. De gemiste inkomsten worden gecompenseerd vanuit het Rijk. Inburgering De implementatie van de Wet Inburgering is in gang gezet. De procesregisseur is gestart met de ontwikkeling van de processen rondom inburgering. Voor de daadwerkelijk inrichting van de processen is ook een kwaliteitsmedewerker ingehuurd. De aanbesteding van de leerroutes wordt naar verwachting in oktober afgerond. We verwachten dan een contract te kunnen sluiten met een opdrachtnemer voor de Z-route en de B1-route. De aanbesteding van de Onderwijsroute en de B1 entree route wordt als mislukt beschouwd: er is nog geen opdrachtnemer. Na de 'standstill periode', deze loopt af medio oktober, gaan we potentiële opdrachtnemers direct benaderen.

We streven ernaar om vóór 1 januari 2022 alle leerroutes op orde te hebben. Maatwerkbudget In 2020 zijn we met het toenmalige BAC (in 2021 Budgetloket) en het Triage team gestart met een pilot voor de uitvoering van het maatwerkbudget. Doelstelling van het maatwerkbudget was om te voorkomen dat mensen ‘financieel door het ijs dreigen te zakken’ vanwege de bezuinigingen binnen de Wmo. Voor de doelgroep met problematische schulden is het verstrekken van een vergoeding uit het maatwerkbudget inmiddels juridisch geborgd in de beleidsregel schuldhulpverlening. Voor de overige doelgroep is een voorstel in voorbereiding waarbij onder andere de inhuur van specialistische begeleiding/ schuldhulpverlening voor ondernemers die in de financiële problemen zijn gekomen mede door de coronacrisis wordt betrokken. Dit betreft de doelgroepen van de inmiddels beëindigde regelingen Tozo en TONK. De raad wordt hierover nog nader geïnformeerd. Minimaregelingen Op 1 december 2021 lanceren we de Veenendaalpas waarmee inwoners op een relatief eenvoudige wijze gebruik kunnen maken van de minimaregelingen. Het aansluiten van voldoende ondernemers en verenigingen is cruciaal voor het slagen van dit initiatief. Hiervoor zijn prestatieafspraken gemaakt met de uitvoerende partij achter Bureau Minimaregelingen.

Daarnaast wordt er door de gemeente volop ingezet op communicatie aan ondernemers, verenigingen, inwoners, vrijwilligers en overige maatschappelijke partners. De implementatie leidt mogelijk incidenteel in 2021 tot hogere kosten dan tot op heden rekening mee is gehouden. De verwachting is dat deze kosten gedekt kunnen worden binnen het beschikbare budget. De raad is hierover geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief welke op 11 oktober jl. door het college is vastgesteld. TOZO Per 1 oktober jl. is de regeling Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) beëindigd. In de komende periode zal blijken of het beëindigen van deze steunmaatregel negatieve effecten heeft op de arbeidsmarkt en vervolgens (al dan niet vertraagd) op onze bestandsontwikkeling. De financiële afwikkeling (inclusief uitvoeringskosten) vindt plaats bij de jaarrekening. TONK Per 1 oktober jl. is de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) beëindigd. Het aantal aanvragen is - ondanks een verruiming van de regeling- sterk achtergebleven bij de verwachtingen, dit is in lijn met het landelijke beeld. Hierdoor hebben

27

we niet alle middelen uitgegeven. In het vierde kwartaal worden de uitvoeringskosten in beeld gebracht. Wmo Kostenstijgingen en kwaliteitsniveau materiële voorzieningen en vervoersbranche Onze aanbieders binnen de materiële voorzieningen (rol-, mobiliteits- en woonvoorzieningen) en vervoersbranche hebben te maken met diverse kostenstijgingen. Onder de vervoersbranche valt bijvoorbeeld het leerlingenvervoer, het collectief vraagafhankelijk vervoer en het Jeugdwetvervoer. De aanbieders zien de kosten stijgen als gevolg van gestegen grondstof- en brandstofprijzen en verhoogde import prijzen. Ook is er sprake van loonstijgingen door krapte op de arbeidsmarkt en kosten voor behoud van kwalitatief personeel, opleidingen, werving en inleenpersoneel. Daarnaast verwachten wij dat door (dubbele) vergrijzing, het langer zelfstandig thuis blijven wonen (extramuralisering) en de behoefte aan voorzieningen met grote complexiteit, we vanaf 2022 geconfronteerd worden met minimaal 4% à 5% stijging van de prijzen. De hulpmiddelenbranche heeft toegezegd deze stijging in 2021 niet in rekening te zullen brengen, maar dat zij de kostenstijging vanaf 2022 niet meer kunnen opvangen. De tekorten en late levering van materialen/grondstoffen hebben ook invloed op het niet kunnen leveren van het kwaliteitsniveau zoals is overeengekomen binnen de contracten.

Hierdoor blijft de vereiste verduurzaming uit de aanbesteding bijvoorbeeld achter. Dit alles heeft ook invloed op het resultaat van de aanbesteding voor Wmo materiële voorzieningen die in 2022 afgerond wordt. De verwachting is dat de nieuwe inkoopcontracten leiden tot hogere tariefafspraken en daardoor hogere uitgaven. Leerlingenvervoer In de eerste bestuursrapportage is extra budget geraamd voor het leerlingenvervoer. Een sluitende prognose was begin dit jaar lastig te maken door de toen nog recent afgeronde aanbesteding (stijging van de ritprijzen) en de effecten van de coronamaatregelen. De effecten van de coronamaatregelen merken we nog steeds door onder andere de niet gereden ritten bij klassen die soms naar huis worden gestuurd, kinderen die niet de hele week naar school gaan of uitval van chauffeurs. Dit leidt in 2021 naar verwachting tot een (incidenteel) financieel voordeel. Gezien de nog voortdurende onzekerheid rondom corona en ook omdat we nog niet weten welke compensaties de vervoerders mogelijk nog aanvragen, zijn in deze bestuursrapportage nog geen financiële mutaties doorgevoerd. Schoonmaakondersteuning Het aantal klanten Schoonmaakondersteuning blijft stijgen. De extra kosten kunnen in 2021 naar verwachting worden opgevangen binnen de Wmo begroting. Of dit de komende jaren ook gaat lukken is onzeker.

Door het hoge aantal meldingen is bij het Wmo-Loket een achterstand ontstaan. We onderzoeken de mogelijkheden om de groei te remmen en volgen de landelijke ontwikkelingen. Stijgende zorgsalarissen De Tweede Kamer heeft besloten dat de zorgsalarissen moeten stijgen. Deze stijging moet verwerkt worden in de tarieven voor Wmo-ondersteuning. Gemeenten worden hiervoor door het kabinet gecompenseerd. De precieze uitwerking van de stijgende salarissen en de compensatie en hoe die twee zich tot elkaar verhouden is op dit moment nog niet duidelijk. Budgetten Wmo In deze derde bestuursrapportage 2021 zijn geen financiële mutaties op de budgetten Wmo materieel, Wmo immaterieel en schoonmaakondersteuning) opgenomen. De kosten van deze voorzieningen schommelen maandelijks behoorlijk, waardoor het moeilijk is om ten tijde van het opstellen van deze bestuursrapportage een juiste inschatting te maken voor de prognose voor heel 2021. Op grond van de op dit moment beschikbare informatie verwachten we dat het huidige budget Wmo breed in ieder geval toereikend is.

28

Jeugd Jeugdzorg contracten Voor de meeste vormen van jeugdzorg hebben wij met diverse aanbieders vaste contracten binnen de regio. Bij zeer complexe casuïstiek volstaat dit aanbod niet altijd en wordt de zorg incidenteel ingekocht bij aanbieders die binnen een andere regio of landelijk werken. Denk hierbij aan crisissituaties, eet-, loverboy- of justitiële problematiek. Deze zorg wordt via zogenoemde “light overeenkomsten” afgesloten. Deze zorg is vaak duur, zeer intensief en gaat in combinatie met een opname/verblijf. Toekenning van deze zorg gaat vaak buiten de gemeente om via een rechterlijke macht of een gecertificeerde instelling. De duur, hoge intensiteit, de kleine cliëntpopulatie, en de toekenning van deze zorg die buiten de gemeente om gaat, maken dat de gemeente mogelijk geconfronteerd wordt met hogere kosten. Budgetten jeugd (Zorg in natura en PGB) In deze derde bestuursrapportage 2021 zijn geen financiële mutaties op het budget jeugdzorg opgenomen. De kosten van jeugdzorg schommelen maandelijks behoorlijk waardoor het moeilijk is (op basis van de kosten tot en met juli 2021) een juiste inschatting te maken voor de prognose voor heel 2021. In de tweede bestuursrapportage 2021 is de incidentele rijksbijdrage vooralsnog op een afzonderlijke post binnen het jeugdbudget geraamd.

Op grond van de op dit moment beschikbare informatie verwachten we dat de huidige jeugdbudgetten voor Zorg in natura en PGB toereikend zijn. Cultuur Aan de gesubsidieerde culturele instellingen is gevraagd een prognose te maken van het te verwachten financiële tekort over 2021 -en zo mogelijk al voor 2022- als gevolg van de corona-maatregelen. Geen knelpunten worden verwacht bij de HVOV, Vlow0318 en De Muzen. Het museum prognosticeert over 2021 een tekort van € 18.000 en over 2022 een tekort van € 6.000. Het theater prognosticeert een positief resultaat voor seizoen 2020-2021 (=subsidie kalenderjaar 2020) van € 160.000 maar voor seizoen 2021-2022 (=subsidie kalenderjaar 2021) is de verwachting juist een tekort van +/- € 160.000. De Bibliotheek prognosticeert een tekort van € 59.860 voor 2021. Duidelijk is echter dat een deel van de middelen coronasteun die de gemeente vanuit het rijk heeft ontvangen nodig zal zijn om de culturele basisstructuur op orde te houden. Daarbij dient ook rekening gehouden te worden met mogelijke toekomstige steunvragen zolang de coronamaatregelen van kracht zijn. Restauratie Veenraadschapsarchief Het Veenraadschapsarchief is het archief der Stichtse Gelderse Venen (1546-1949). Dit is het oudste archief van de gemeente Veenendaal en het archief is permanent in bruikleen van het Waterschap Vallei-Veluwe.

Er hebben tot 1999 gedeeltelijke restauraties plaatsgevonden aan dit archief. Inmiddels is gebleken dat aanvullende restauraties van het archief nodig zijn om het gehele archief weer toekomstbestendig te maken. In de huidige begroting is op dit moment geen rekening gehouden met de kosten van de aanvullende restauraties. Daar de gemeente Veenendaal de verantwoordelijkheid heeft over dit waardevolle archief vinden wij het van belang om advies over de restauratie en digitalisering in te winnen bij een extern deskundige. Het doel is meer inzicht te krijgen in de benodigde expertise voor de fysieke instandhouding en digitalisering van het archief en de hiermee gepaard gaande kosten. Op basis van de resultaten van het externe onderzoek zullen de vervolgstappen (waaronder kosten, dekking) bepaald worden.

29

Programma 4: Burger en Bestuur Financiële ontwikkelingen Burger en bestuur Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Lasten 1.2 - Openbare orde en veiligheid

94

0

0

0

Baten 1.2 - Openbare orde en veiligheid Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

-94

0

0

0

17

0

0

0

-110

0

0

0

Stortingen 0.10D - Mutaties reserves Burger en Bestuur Totaal 3e bestuursrapportage

Toelichtingen financiële ontwikkelingen de Lasten 1.2 - Openbare orde en veiligheid (hogere lasten veiligheidsbeleid € 35.000, lagere lasten IVP ondermijning (€ 17.000), hogere lasten Interventieteam € 35.000 en hogere lasten toezicht en handhaving € 40.000): Het budget voor het veiligheidsbeleid wordt in 2021 met € 35.000 overschreden. Dit wordt veroorzaakt door de hogere bijdrage aan de ketenpartners voor regiovoorzieningen, extra kosten voor trainingen (Jeugd en Veiligheid, overvaltrainingen), kosten vanwege herziening en verlening van de afspraken met betrekking tot de mobiele alarmsystemen voor bewoners (Mobeyes), oplopende kosten in relatie tot digitale veiligheid en een veiligheidskrant. Het tekort over 2021 past in het beeld van de steeds verdere stijgende kosten voor het veiligheidsbeleid en in de Kadernota 2022 is derhalve ook een structurele verhoging opgenomen van € 30.000. In 2020 is een gezamenlijk werkbudget IVP/ondermijning gevormd met de andere gemeenten uit ons basisteam. Dit externe budget gaan we niet volledig besteden in 2021. Het voorstel is om € 17.000 mee te nemen naar 2022. Dit budget wordt in 2021 gebruikt voor activiteiten in het kader van ons IVP en om acties uit het onderliggend UVP uit te voeren die nu nog niet zijn gestart of afgerond.

Daarnaast wordt in 2022 gewerkt aan een nieuw IVP; kosten die daarbij komen kijken worden ook vanuit dit gezamenlijk budget gefinancierd. Voorgesteld wordt om het resterende budget van € 17.000 over te hevelen naar 2022. Als gevolg van het uitbreken van de coronacrisis en de verschillende lockdowns en regelgeving die daarmee gepaard is gegaan, werd een flinke extra werkdruk ervaren binnen het cluster Zorg & Veiligheid waar het Interventieteam deel van uitmaakt. De coronacrisis heeft in de loop van het eerste half jaar gezorgd voor een toename van complexe casuïstiek. Binnen het Interventieteam en daaruit voortkomend voor de Top X en de casuïstiek binnen de Wet -Verplichte GZZ. Hier liggen verschillende oorzaken aan ten grondslag, bijvoorbeeld: het niet mogen ontruimen van woningen, opnamestop bij de verschillende maatschappelijke opvangen, toename van zorg- & veiligheidsissues binnen lopende en nieuwe casuïstiek door afname van face to face contact, schrijnende casuïstiek binnen kwetsbare gezinnen en huiselijk geweld en kindermishandeling (zie ook de Raadsinformatiebrieven Corona). Belangrijke, zichtbare consequenties hiervan zijn, onder andere dat lopende begeleidingstrajecten geïntensiveerd zijn of een langere doorlooptijd hebben dan wel nieuwe trajecten met spoed opgestart (moesten) worden om (verdere) escalaties te voorkomen.

De overschrijding van het beschikbare budget voor 2021 van € 35.000 zoals in de eerdere bestuursrapportages gemeld, is op dit moment een feit.

30

Om de extra druk en werkzaamheden aan te kunnen is naast alle eerder genoemde interventies ook extra personele ondersteuning ingezet om het cluster te ondersteunen bij de complexe casuïstiek. Dit leidt voor een bedrag van € 40.000 tot hogere lasten voor toezicht en handhaving vanwege de benodigde extra inzet van de boa’s door corona. Voor beide bedragen geldt dat dit via de centrale stelpost coronagelden wordt gecompenseerd. Reservemutaties: Reserve meerjarige middelen: storting (€ 17.000) Voorgesteld wordt om de resterende middelen ten behoeve van de diverse doelen, ad. in totaal € 17.000, via de reserve meerjarige middelen over te hevelen naar 2022.

Risico's / ontwikkelingen Burger en Bestuur N.v.t.

31

Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien Financiële ontwikkelingen Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Lasten 0.64C - Belastingen overig

44

0

0

0

0.8 - Overige baten en lasten

855

0

0

0

Totaal Lasten

899

0

0

0

0.5 - Treasury

73

0

0

0

0.64A - Belastingen overig

913

0

0

0

0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds

1.108

106

0

-55

Totaal Baten

2.094

106

0

-55

Saldo van baten en lasten

1.195

106

0

-55

0.10E - Mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien

913

0

0

0

Totaal 3e bestuursrapportage

282

106

0

-55

Baten

Stortingen

Toelichtingen financiële ontwikkelingen Lasten 0.64 - Belastingen overig (hogere lasten € 44.000): Als gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad is door gemeente Veenendaal een rentevergoeding betaald van € 44.000. Deze rentevergoeding was opgelegd naar aanleiding van het besluit van de Hoge Raad dat de opgelegde aanslagen Precariobelasting over meerdere jaren onterecht waren. Deze uitgaaf was niet voorzien in de begroting. 0.8 - Overige baten en lasten (hogere lasten € 855.000): Het saldo van alle budgettaire effecten van de coronacrisis vanuit deze rapportage, ad € 855.000, wordt conform bestendige gedragslijn toegevoegd aan de stelpost coronagelden. Baten 0.5 - Treasury (hogere baten € 73.000): De BNG heeft met instemming van de Europese Centrale Bank een nabetaling gedaan aan dividend over 2019 ad € 73.000. Deze ontvangst wordt incidenteel verwerkt in de 3e bestuursrapportage van 2021. 0.64 - Belastingen overig (hogere baten € 913.000): De juridische mogelijkheden van Stedin tegen de aanslag precariobelasting 2015 zijn verjaard. Het bedrag van deze aanslag, afgerond € 913.000, kan uit de voorziening dubieuze debiteuren precariobelasting gehaald worden en op basis van een eerder raadsbesluit toegevoegd worden aan de bestemmingsreserve verkabeling hoogspanning.

0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds (hogere baten € 1.108.000): De effecten van de algemene mutaties uit de septembercirculaire 2021 worden voor het jaar 2021 in deze rapportage verwerkt. Het gaat per saldo om extra inkomsten voor een bedrag van € 258.000. Daarnaast zijn de extra bijdragen i.v.m. het coronasteunpakket van € 957.000 in 2021 en € 299.000 in 2022 in deze rapportage verwerkt. De gevolgen van de algemene mutaties voor 2022 en volgende jaren worden verwerkt in de 1e Bestuursrapportage 2022 en Kadernota 2023-2025.

32

Via de taakmutaties is in 2022 € 5.817.000 (extra) beschikbaar gesteld voor de jeugdzorg. In de Programmabegroting 2022 is rekening gehouden met een aanvullende uitkering van € 6.010.000. Het verschil, ad € 193.000, is in deze rapportage ten laste van de algemene middelen verwerkt. Voor de structurele verwerking van de overige taakmutaties wordt verwezen naar de bijlage 'budgettair neutrale mutaties'. Ten slotte zijn de volgende ontwikkelingen in deze rapportage opgenomen: 1. Een verlaging van de uitkering in 2021 in verband met afrekeningen over voorgaande dienstjaren voor een bedrag van € 107.000; 2. Een correctie van de uitkering in 2024 en 2025 van resp. € 55.000 en € 108.000 in verband met een “dubbeling” in de verwerking van de woningbouwprognose in deze jaren. Voor nadere informatie wordt verwezen naar de raadsinformatiebrief over de septembercirculaire 2021. Reservemutaties Bestemmingsreserve Verkabeling hoogspanning: storting (€ 913.000) Zie toelichting bij de baten op taakveld 0.64 - Belastingen overig.

Risico's / ontwikkelingen Algemene dekkingsmiddelen en Onvoorzien N.v.t.

33

Programma 6: Bedrijfsvoering Financiële ontwikkelingen Bedrijfsvoering Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Lasten 0.4L - Overhead (P&O)

-250

0

0

0

0.4N - Overhead (Vastgoed)

-65

0

0

0

0.4P - Overhead (Strategie)

26

0

0

0

9.914 - Algemeen Bijstand, Reintegratie en Participatie

-44

0

0

0

9.917 - Algemeen Control

-45

0

0

0

Totaal Lasten

-378

0

0

0

0.10F - Mutaties reserves Bedrijfsvoering

339

0

0

0

Totaal 3e bestuursrapportage

39

0

0

0

Stortingen

Toelichtingen financiële ontwikkelingen Lasten 0.4 - Overhead (lagere lasten opleidingsbudget € 250.000, lagere lasten vastgoed Gemeentehuis € 65.000 en hogere lasten advieskosten € 26.000): Van het opleidingsbudget zal naar verwachting een bedrag van € 250.000 niet besteed worden, omdat een deel van de scholing. o.a. door de coronamaatregelen niet heeft plaatsgevonden. Voorgesteld wordt om dit bedrag over te hevelen naar 2022 en specifiek in te zetten voor scholing die is uitgesteld. Op basis van het beheerplan gemeentelijk Vastgoed 2021-2025 (zie Programma 1: Fysieke leefomgeving, toelichting bij taakveld 6.1) wordt binnen de betreffende voorziening in relatie tot het vastgoed Gemeentehuis € 65.000 afgeraamd. Dit vanwege een herberekening van de onderhoudskosten die afwijken ten opzichte van de berekening van 4 jaar geleden. Op de post Bestuurlijke advisering is een nadeel ontstaan van € 26.000. Dit wordt veroorzaakt door hogere advieskosten inzake DEVO en de Freule-kwestie. Daarnaast is de contributie aan de VNG iets hoger dan geraamd. Verzocht wordt dit bedrag in de 3e bestuursrapportage bij te ramen.

9.914 - Algemeen Bijstand, Reintegratie en Participatie (lagere lasten € 44.000): In de septembercirculaire zijn middelen beschikbaar gesteld (€ 44.000) ten behoeve van de implementatie van wijzigingen voortvloeiend uit het wetsontwerp Breed offensief, wat controversieel is verklaard. Het gaat onder andere om het stroomlijnen van de administratieve werkprocessen rondom loonkostensubsidie. In 2021 inventariseren we de impact van de aansluiting bij het landelijk preferent administratief proces. Uitvoering van de taak wordt voorzien voor 2022. Voorgesteld wordt de middelen over te hevelen naar 2022 en in 2022 beschikbaar te stellen voor uitvoering van deze taak. 9.917 - Algemeen Control (lagere lasten € 45.000): Op de post adviezen van derden van waaruit externe expertise kan worden ingehuurd voor onderzoeken door het college naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur, resteert in 2021 een bedrag van € 45.000. Om in 2022 dergelijke onderzoeken goed te kunnen uitvoeren en daarvoor (kwalitatief) voldoende expertise te kunnen inzetten, is het voorstel om het restantbedrag over te hevelen naar 2022. Dergelijke onderzoeken vragen de nodige voorbereiding en zijn duur. De huidige jaarlijkse middelen zijn hiervoor niet toereikend. Afgelopen jaren heeft daarom dergelijk onderzoek niet plaats gevonden.

In 2021 worden de voorbereidingen gedaan om de onderzoeken in 2022 te kunnen uitvoeren. Door de middelen uit eerdere jaren toe te voegen aan het in 2022 beschikbare budget wordt het mogelijk om uitvoering te geven aan dergelijk onderzoek. 34

Voorgesteld wordt de resterende middelen, ad € 45.000, over te hevelen naar 2022. Via deze overheveling kunnen in 2022 twee onderzoeken plaatsvinden. Hiermee is structureel het probleem niet opgelost. Op dit moment is structureel € 22.000 jaarlijks beschikbaar. Voor de structurele bekostiging van de onderzoeken voor de jaren 2023 en verder zal in een volgend P&C document een voorstel aan u worden voorgelegd. Reservemutaties Reserve meerjarige middelen: storting (€ 339.000) Voorgesteld wordt om de resterende middelen ten behoeve van de diverse doelen, ad. in totaal € 339.000, via de reserve meerjarige middelen over te hevelen naar 2022.

Risico's / ontwikkelingen Bedrijfsvoering Stijging energieprijzen De stijging op de energieprijzen hebben voor onze gemeente in 2021 en 2022 geen effect aangezien voor die jaren de tarieven contractueel al op een (lager) vast tarief zijn vastgelegd. Vanaf 2023 zullen we naar verwachting wel te maken krijgen met de hogere energieprijzen. Deze ontwikkeling zullen we meenemen bij het opstellen van de Kadernota 2023-2026. Exploitatiekosten ICT Met de huidige toename van het aantal applicaties en ICT-voorzieningen en het verschuiven van applicaties die in het eigen datacenter draaien naar applicaties die worden afgenomen als Cloud-dienst is er een toename van exploitatiekosten voor ICT, waardoor het exploitatiebudget onder druk komt. Dit jaar zal dit nog niet leiden tot een overschrijding van het ICT-budget. Gezien de ontwikkelingen die te verwachten zijn in 2022 zal dit mogelijk wel tot een verhoging van het exploitatiebudget leiden.

35

Voortgang risico's Voortgang risico’s Voor de 3e bestuursrapportage 2021 zijn de gemeentelijke risico’s weer geactualiseerd. In de toelichting van tabel 2 vindt u informatie over de risico’s en de voortgang van de genomen beheersmaatregelen en andere ontwikkelingen. In de afgelopen periode is het risico gronduitgifte en projecten opnieuw beoordeeld en vastgesteld dat de risico's voldoende zijn afgedekt via de risicoreserve grondexploitatie. De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 4,1 miljoen terwijl de werkelijke weerstandscapaciteit € 7,1 miljoen bedraagt. Voornoemd risico wordt nu dan ook niet meer opgenomen in deze rapportage. Voor nadere informatie wordt u verwezen naar het projectenboek 2021. Naar aanleiding van de opmerkingen van de Rekenkamercommissie het volgende: 1. Het doel van dit hoofdstuk is om te beoordelen of er voldoende middelen aanwezig zijn om de huidige gemeentelijke risico’s het hoofd te kunnen bieden. Met andere woorden: het gaat hier om de beoordeling van de financiële kracht van de gemeente. 2. In de organisatie is een gezonde basis volwassenheid aanwezig hoe met risico’s wordt om gegaan. Dit maakt deel uit van onze gemeentelijke cultuur. Deze volwassenheid wordt niet benoemd bij elk risico in een P&C rapportage. 3.

Voor alle risico’s geldt dat zij periodiek besproken worden op ambtelijk en bestuurlijk niveau al dan niet bij de behandeling van de P&C documenten. Juist de dialoog die op deze wijze wordt gevoerd zorgt ervoor dat proactief met risico’s wordt omgegaan. 4. Met ingang van de 2e berap 2021 wordt zowel de bruto als ook de netto risicoscore opgenomen. In de netto risico score is de invloed van de beheersmaatregelen verwerkt. De omvang van een risico wordt berekend op basis van: 1. Kans 2. Gevolg Kans

Score kans

Gevolg

Score Gevolg

< 10 jaar

10%

1

X < € 50.000

1

5 jaar < x < 10 jaar

30%

2

€ 50.000 < x < € 200.000

2

2 jaar < x < 5 jaar

50%

3

€ 200.000< x < € 500.000

3

1 jaar < x < 2 jaar

70%

4

€ 500.000< x < € 1.000.000

4

X > 1 jaar

90%

5

X > 1.000.000

5

De risicoscore wordt als volgt berekend: Een risico dat zich 1 maal in de 3 jaar kan voordoen met een gevolg van € 250.000 krijgt voor kans een 3 en voor gevolg een 3 en scoort dus 3 x 3 = 9. Een risico dat zich 1 maal in de 2 jaar kan voordoen met een gevolg van € 600.000 krijgt voor kans een 4 en voor gevolg een 4 en scoort dus 4 x 4 = 16. In de hiernavolgende tabel is een overzicht opgenomen van de belangrijkste gemeentelijke risico’s. Het betreft hier risico’s waarvan de omvang hoger is dan € 0,5 miljoen. De risico’s zijn extern van karakter. Het betreft een totaalbedrag van € 8,6 miljoen (was € 10,8 miljoen in de 2e berap) aan incidentele risico’s. Het verschil wordt veroorzaakt doordat het risico gronduitgifte en projecten tot een bedrag van € 2,2 miljoen niet meer is opgenomen (zie voorgaande opmerking over het risico gronduitgifte en projecten). De structurele risico’s bedragen € 1,5 miljoen (was eveneens € 1,5 miljoen in de 2e berap).

36

Programma 1: Fysieke leefomgeving

Financieel gevolg

De invoering van de € 1,0 miljoen Omgevingswet is een complex (i) en intensief traject. Daarbij worden diverse risico’s onderkend zoals: mogelijke leges derving, veranderende samenwerking met derden, onzekerheid over de te verwachten kosten, software aanpassingen, nieuwe juridische procedures en uitstel van de wet.

Beheersmaatregelen

Bruto Netto Toelichting score score

Er is een projectgroep die verantwoordelijk is voor het treffen van maatregelen om de invoering van de Omgevingswet soepel te laten verlopen.

12

12 De invoering van de omgevingswet is vertraagd als gevolg van de corona crisis.

De verbetering van het € 1. Monitoring van de ontwikkeling exploitatieresultaat van DEVO 0,6 miljoen (i) van het exploitatieresultaat van (Duurzame Energie DEVO en tijdige bijstelling van het Veenendaal-Oost) blijft achter businessmodel door DEVO. bij de prognose als gevolg van 2. Verstrekken van zekerheden via vertraging in de realisatie van hypotheek en pandrechten door het volloopschema van de aan DEVO aan de gemeente. te sluiten woningen op het 3. Toestemming van de gemeente warmtenet en als gevolg van voor de opname van het variabele prijsontwikkelingen op de deel van de financiering door energiemarkt. Daarnaast staat DEVO. de gemeente voor 100% borg voor de financiering van DEVO door de banken.

15

12 Geen op- of aanmerkingen.

Programma 2: Economie, Werk en Ontwikkeling

Financieel gevolg

Beheersmaatregelen

De parkeerexploitatie blijft achter bij de prognoses.

€ 0,5 miljoen (s)

1. Promotie van Veenendaal via het Programmaplan Vitale Winkelstad! 2. Bijstellen parkeerbeleid. 3. Afspraken met Q-park over de afwikkeling van claims.

25

20 Geen op- of aanmerkingen.

De Jeugdzorg is een ‘open€ 0,5 miljoen eind’ regeling die kan leiden tot (i) extra kosten.

- Meer prikkels opnemen bij de aanbesteding om aanbieders te laten innoveren en transformeren; '- De regiefunctie versterken om meer grip te krijgen op de kostenontwikkeling.

25

15 Geen op- of aanmerkingen.

De uitkeringslasten stijgen € 1,5 miljoen en/of de BUIG-uitkering van het (i) rijk neemt af.

Het inzetten van instrumenten om het aantal klanten van bijstandsuitkeringen niet te laten toenemen zoals re-integratieen poortwachtersinstrumenten.

25

25 Het risico dat de uitkeringslasten zullen toenemen is aanwezig door het wegvallen van diverse Rijksregelingen (Covid19) kunnen mensen hun baan kwijt raken.

Programma 5: Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien

Beheersmaatregelen

Financieel gevolg

Bruto Netto Toelichting score score

Bruto Netto Toelichting score score

Vanwege de uitbraak van € 1,7 miljoen de corona crisis is een (i) schadebedrag opgenomen van € 25 per inwoner. Uitgegaan wordt van 66.800 inwoners.

1.De corona crisis wordt gemonitord door de organisatie; 2.Aan de hand van de financiële kengetallen (schuldpositie, stand algemene reserve, solvabiliteit en weerstandsratio) wordt periodiek beoordeeld of bijsturing van het gemeentelijk beleid noodzakelijk is.

15

15 Het is nog niet duidelijk welke gevolgen de verspreiding van het virus nog met zich mee zal brengen. Hierdoor is het Corona risico gehandhaafd op het niveau van de eerste berap.

Bezuinigingen door het Rijk op € 1.0 miljoen de algemene uitkering. (s)

Monitoring ontwikkeling rijksuitgaven omdat op basis van het principe samen de trap op en de trap af de hoogte van de algemene uitkering kan variëren.

12

12 Geen op- of aanmerkingen..

De verbonden partijen worden nauwlettend gevolgd en beoordeeld.

16

12 Gemeente Veenendaal neemt deel in tal van gemeenschappelijke regelingen. Ook deze instanties kunnen te maken hebben met tegenvallende exploitatiecijfers vanwege het coronavirus. In eerste instantie moeten deze tegenvallers binnen hun eigen weerstandsvermogen worden opgevangen. Is dat niet

Financiële tegenvallers bij gemeenschappelijke regelingen.

€ 1,0 miljoen (i)

37

toereikend, dan zullen de deelnemende gemeenten worden aangesproken. Per 1 januari 2016 is de wet € 1,0 miljoen Vennootschapsbelasting (i) overheidsbedrijven ingevoerd. Net als bij stichtingen en verenigingen wordt bij gemeenten bekeken welke activiteiten in de zin van de Vpb structureel winstgevend zijn. Op basis van specifieke regels – over bijvoorbeeld rente en afschrijving – wordt jaarlijks winst of verlies van elk van deze activiteiten bepaald. Over de totale winst zal vennootschapsbelasting worden afgedragen. Voor de Vpb vormt het cluster grondbedrijf en de relatie met OVO het belangrijkste aandachtsgebied.

1. Doorlichten beleidsterreinen waar VPB geldt. 2. Interne controle. 3. Anticiperen op de invoering.

12

12 In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gevoerd met de Belastingdienst omdat de gemeente Veenendaal zekerheid wil hebben over de interpretatie van de Vpb-positie van de grondexploitaties. De interpretaties van de feiten en wet- en regelgeving waren moeilijk en lagen op veel terreinen uit elkaar. Er ligt nu een compromis en dit is een redelijke uitkomst voor beide partijen. Voor het grondbedrijf is er op basis van de resultaten nog geen Vpb-plicht tussen 2016 – 2020.

Het niet naleven van de € 0,5 miljoen algemene verordening (i) gegevensbescherming (AVG) kan onbedoeld leiden tot het delen van privacy- gevoelige gegevens en eventuele boetes.

1.Bewustmakingsactiviteiten. 2.Technische maatregelen.

15

15 Geen op- of aanmerkingen.

Het (al dan niet bewust) lekken € 0,8 miljoen van gegevens die geheim (i) dienen te blijven, bijvoorbeeld bedrijfsvertrouwelijke informatie.

1. Bewustmakingsactiviteiten. 2.Technische maatregelen.

12

8

Geen op- of aanmerkingen.

Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve (stand na kadernota 2022-2025)

€ 19.100.000

Onbenutte belastingcapaciteit ozb

€ 5.331.000 €0

Onbenutte belastingcapaciteit rioolrecht

€ 140.000

Onvoorzien

€ 972.000

Stille reserves Vrij aanwendbaar deel bestemmingsreserves

€ 1.000.000

Totale weerstandscapaciteit

€ 26.543.000

Doordat de omvang van het risico bij de gronduitgifte en projecten naar beneden is bijgesteld daalt ook het risicobedrag. Dit bedrag geeft met een zekerheid van 90% aan wat nodig is om de gemeentelijke risico’s verantwoord te kunnen afdekken (monte carlo analyse). In de tweede berap was nog een bedrag van € 13,3 miljoen opgenomen. Dit bedrag is bij de derde berap gedaald naar € 12,3 miljoen. Als gevolg hiervan stijgt de ratio van 1,9 naar 2,1 (naar beneden afgerond). Deze ratio is dan gebaseerd op een weerstandscapaciteit van € 26,5 miljoen en een risicobedrag van € 12,3 miljoen bij een zekerheid van 90% (volgens de bestaande gemeentelijke risicomanagement methode). In termen van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement is de waardering gestegen naar goed. Het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement geeft aan het cijfer 2,1 de classificatie goed (> 2 = goed). Dit was ruim voldoende in de begroting 2021.

38

Bijlagen Bijlage 1: Overzicht budgettair neutrale mutaties Bedragen x €1.000 BN Mutaties

Raming 2021 budgetneutraal

Raming 2022 budgetneutraal

Raming 2023 budgetneutraal

Raming 2024 budgetneutraal

0.2 - Burgerzaken

-10

0

0

0

0.4Q - Overhead (Belastingen)

139

0

0

0

0.4T - Overhead (MO)

29

0

0

0

0.64C - Belastingen overig

0

0

0

0

1.2 - Openbare orde en veiligheid

17

7

7

7

3.1C - Economische ontwikkeling

33

0

0

0

3.4A - Economische promotie

28

0

0

0

3.4B - Economische promotie

0

0

0

0

4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

365

925

455

0

5.1A - Sportbeleid en activering

40

0

0

0

5.2A - Sportaccommodaties

0

0

0

0

6.3A - Inkomensregelingen

-145

-125

-125

-125

6.4 - Begeleide participatie

-21

-21

-32

-44

6.5A - Arbeidsparticipatie

-33

417

417

417

6.6A - Maatwerk-voorzieningen (WMO)

-59

-52

-48

-46

6.71B - Maatwerkdienstverlening 18+

0

-74

0

0

6.72B - Maatwerkdienstverlening 18-

-6.397

-6.665

-6.633

-6.633

6.81 - Geëscaleerde zorg 18+

Lasten

6.616

6.616

6.616

6.616

7.1A - Volksgezondheid

0

79

36

36

7.4A - Milieubeheer

6

0

0

0

7.4D - Milieubeheer

0

0

0

0

8.3A - Wonen en bouwen

-130

130

0

0

8.3B - Wonen en bouwen

106

0

0

0

9.9 - Algemeen

-29

0

0

0

9.901 - Algemeen Directie

29

0

0

0

9.914 - Algemeen Bijstand, Reintegratie en Participatie

44

0

0

0

Totaal Lasten

626

1.238

693

228

0

0

0

0

139

0

0

0

Baten 0.3A - Beheer overige gebouwen en gronden 0.4Q - Overhead (Belastingen) 0.4T - Overhead (MO)

29

0

0

0

0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds

179

-110

-54

-64

0.8 - Overige baten en lasten

0

0

0

0

1.2 - Openbare orde en veiligheid

17

0

0

0

3.4A - Economische promotie

28

0

0

0

4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken

365

925

455

0

5.1A - Sportbeleid en activering

40

0

0

0

6.3B - Inkomensregelingen

-145

-125

-125

-125

6.5A - Arbeidsparticipatie

0

417

417

417

8.3A - Wonen en bouwen

-130

130

0

0

8.3B - Wonen en bouwen

106

0

0

0

Totaal Baten

626

1.238

693

228

Gerealiseerd saldo van baten en lasten

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

0

0

0

0

39

Bijlage 2: Overzicht structurele mutaties Bedragen x €1.000 Exploitatie

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Lasten 1 Fysieke Leefomgeving

30

0

0

3 Sociale Leefomgeving

1.024

725

725

4 Burger en Bestuur

0

0

0

5 Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien

0

0

0

1.054

725

725

232

0

0

0

0

0

713

713

713

Totaal Lasten Baten 1 Fysieke Leefomgeving 2 Economie, Werk en Ontwikkeling 3 Sociale Leefomgeving 4 Burger en Bestuur 5 Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien Totaal Baten Gerealiseerd saldo van baten en lasten

0

0

0

106

0

-55

1.051

713

658

-3

-12

-67

Onttrekkingen 1 Fysieke Leefomgeving

-232

0

0

Gerealiseerd resultaat

-235

-12

-67

40

Bijlage 3: Over te hevelen budgetten Omschrijving

Bedrag Toelichting

Incidenteel of meerjarig budget

Parkeermaatregelen

€ 55.000 Voor parkeermaatregelen op bedrijventerrein heeft de raad voor 2021 €80.000 beschikbaar gesteld. Door de lange looptijd om deze maatregelen in te kunnen voeren verwachten wij dit in 2022 te kunnen afronden. Voorgesteld wordt dan ook om € 55.000 mee te nemen naar 2022.

Incidenteel

Mobiliteitsonderzoek Veenendaal

€ 20.000 Aanvankelijk was voor een mobiliteitsonderzoek voor het Franse Gat € 20.000 geraamd. Dit onderzoek is niet uitgevoerd maar intern uitgewerkt. Dit leidt tot een voordeel van € 20.000 in 2021 waarvan wordt voorgesteld om dit budget mee te nemen naar 2022 voor een onderzoek naar station Veenendaal Centrum. Dit onderzoek is bedoeld om te onderzoeken wat het station nodig heeft om toekomstbestendig te worden. Denk hierbij aan het in kaart brengen van maatregelen om de stationsomgeving te verbeteren en te kijken of er nog verdichtingsmogelijkheden zijn. Hierbij willen we de knooppuntontwikkeling systematiek toepassen en aansluiten bij het beleid van de Rijksoverheid (TBOV 2040: Ketens en Knopen), provincie Utrecht en de omgevingsvisie Veenendaal 2030. Het onderzoek wordt voor 50% gefinancierd door gemeente Veenendaal, en voor 50% door provincie Utrecht middels een subsidie. De subsidie is inmiddels aangevraagd. De verwachting is dat in 2022 wordt begonnen met het uitvoeren van het onderzoek. Verwachte opleveringsdatum van het onderzoek is het 2e kwartaal van 2022. Voorgesteld wordt om het gereserveerde budget, ad € 20.000, mee te nemen naar 2022.

Incidenteel

Kerkenvisie

€ 50.000 De gemeente Veenendaal heeft via de meicirculaire 2021 een bedrag van € 50.000 ontvangen voor de kerkenvisie. Door input op te halen bij landelijke bijeenkomsten en overleg met andere gemeenten, wordt een plan van aanpak opgesteld hoe dit geld wordt besteed. Omdat deze werkzaamheden dit jaar niet kunnen worden afgerond, is het voorstel om dit bedrag over te hevelen naar 2022.

Incidenteel

Baggerwerkzaamheden

€ 178.000 Voor het project “baggerwerkzaamheden 2016-2021” wordt in 2021 niet het gehele bedrag besteed. Er blijft naar verwachting een bedrag van € 178.000 in 2021 over. Het project heeft een meerjarig karakter wordt gefaseerd uitgevoerd en zal doorlopen na 2021. Conform eerdere besluitvorming wordt voorgesteld om deze € 178.000 via de reserve meerjarige middelen over te hevelen naar 2022.

Meerjarig

Stikstofdossier

€ 65.000 Het gebiedsproces Binnenveld bestaat uit 6 fasen. Fase 1 is recent van start gegaan, maar dat is een stuk later dan gepland. In 2022 gaan fase 2, 3 en mogelijk 4 van start. Voorgesteld wordt om het restant budget van € 65.000 over te hevelen naar 2022.

Meerjarig

Verduurzaming Gemeentelijk vastgoed

€ 500.000 Met name de nog niet benutte budgetten voor Verduurzaming Gemeentelijk vastgoed zorgen voor een restantbudget van € 500.000 aan het eind van 2021. Voorgesteld wordt om dit bedrag mee te nemen naar 2022.

Meerjarig

Stedenbouwkundige structuurvisies

€ 20.000 Na aftrek van reeds betaalde facturen bedraagt het restant budget voor stedenbouwkundige structuurvisies € 29.000. Naar verwachting wordt een bedrag van € 20.000 dit jaar niet besteed, Dit budget wordt onder andere ingezet voor de gebiedsvisie Franse Gat. Aangezien dit een meerjarig project, stellen wij voor dit bedrag toe te voegen aan het budget 2022. Voorgesteld wordt om een bedrag van € 20.000 mee te nemen naar 2022.

Meerjarig

LEADER programma Utrecht-Oost

€ 15.000 Veenendaal participeert in het LEADER programma Utrecht-Oost. Vanwege het ontbreken van concrete projecten worden de beschikbare middelen dit jaar niet volledig benut. Voorgesteld wordt om een bedrag van € 15.000 over te hevelen naar 2022.

Incidenteel

Implementatiebudget Omgevingswet

€ 275.000 Het implementatiebudget voor de Omgevingswet wordt ingezet voor alle voorbereidende werkzaamheden die nodig zijn om conform de Omgevingswet te kunnen werken, zodra deze Wet van kracht wordt op 1 juli 2022. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd binnen het Programma Implementatie Omgevingswet. Voorgesteld wordt om van het implementatiebudget € 275.000 beschikbaar te stellen in 2022 voor de werkzaamheden die in de periode 1-1-2022 tot 1-7-2022 nog moeten worden uitgevoerd.

Meerjarig

Ondernemersdienstverlening

€ 150.000 Bij de derde bestuursrapportage 2020 zijn ten behoeve van de uitvoering van het plan van aanpak Ondernemersdienstverlening middelen overgeheveld naar 2021. Als gevolg van vertraging in de aanpassing van de gemeentelijke website en hiermee het digitale ondernemingsloket is de uitrol van de vervolgacties ook vertraagd. Het gaat dan bijvoorbeeld om lancering van het nieuwe ondernemersloket, implementatie van het bedrijfsvolgsysteem, een pilot voor uitbreiding toepassing Chainels, het communicatietraject en benodigde formatieve ondersteuning. Voorgesteld wordt om € 150.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen voor de verdere uitvoering van het plan van aanpak Ondernemersdienstverlening.

Meerjarig

Programma Vitale Binnenstad

€ 300.000 Het programma Vitale Binnenstad bevindt zich in het 1e jaar. In dit 1e jaar zijn een heel aantal plannen en projecten opgestart maar nog niet meteen uitgevoerd. Dit betekent ook dat een deel van de beschikbare middelen niet dit jaar maar pas de volgende jaren wordt uitgegeven. Vanuit het budget voor de transformatiesubsidie zijn al wel subsidies verleend echter de middelen worden pas uitgekeerd zodra de verbouwingen afgerond zijn. Verder is het zo dat er vanwege corona in de 1e helft van dit jaar minder activiteiten zijn uitgevoerd. De

Meerjarig

41

verwachting is dat -nu de coronamaatregelen grotendeels zijn opgeheven- er eind van dit jaar en ook volgens jaar juist meer activiteiten zullen worden georganiseerd in de binnenstad. Voorgesteld wordt € 300.000 te storten in de reserve meerjarige middelen ten behoeve van aanwending hiervan op een later moment tijdens de looptijd van het programma Vitale Binnenstad. ICT Campus

€ 300.000 Als gevolg van de Coronapandemie zijn de projecten in een lager tempo uitgevoerd dan aanvankelijk was voorzien. Als gevolg hiervan is het gebruik van het programmabudget lager dan begroot. Daarnaast heeft, met het zicht op de volgende fase van ICT Campus, een herijking plaats gevonden van de strategie. De nadruk van de activiteiten zal komen te liggen op de Human Capital activiteiten (reguliere en zij-instroom ICT-bedrijfsleven, versterken digitale vaardigheden breed MKB). De activiteiten in relatie tot Innovatie en Ondernemerschap worden daarom afgebouwd. Een beperkte makelaarsrol zal in de toekomst in stand gehouden worden.

Meerjarig

In overleg met beide provincies is besloten het ICT Campus programma te verlengen tot eind 2022 met de focus zoals hierboven geschetst. De nog beschikbare middelen worden aangewend om een nieuwe impuls te geven, additionele activiteiten te ontwikkelen en de daarbij behorende fondsen te verwerven. In 2021 zijn de activiteiten binnen de regiodeal verder op gang gekomen. Helaas is hierbij de bijdrage van ICT Campus in beginsel buiten beschouwing gelaten. Na veel gesprekken vindt de integratie in de verschillende regiodeal-sporen sinds de zomer 2021 plaats. De eerste uitgaven zullen dit najaar concreet worden; echter de meeste activiteiten (en bestedingen) zullen in 2022 en 2023 plaatsvinden. Voor zowel de opschalingsprojecten als fase 3 wordt voorgesteld om de -naar verwachting- resterende middelen in 2021 van € 300.000 te storten in de reserve meerjarig middelen. Viering 75 jaar Vrijheid!

€ 20.000 In 2020 hebben gemeenten een financiële bijdrage van de Provincie Utrecht ontvangen ten behoeve van de organisatie van activiteiten in het kader van de viering 75 jaar Vrijheid! In verband met Covid-19 konden de activiteiten in 2020 niet plaatsvinden en zijn deze budgetten meegenomen naar 2021. Inmiddels heeft de Provincie medegedeeld dat gemeenten deze bijdrage, ad € 20.000, nu definitief mogen houden (ter vrije besteding) en zal deze ook meegenomen moeten worden naar 2022. Voorgesteld wordt dan ook om de resterende middelen, ad € 20.000, over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen.

Incidenteel

Evenementen

€ 95.000 In verband met de coronacrisis hebben er in 2021 weinig evenementen plaats kunnen vinden en daardoor is er sprake van een relatief groot restant budget subsidies evenementen. Inmiddels lijkt het tij te keren en worden er gelukkig al wel plannen en aanvragen voor 2022 ingediend. Tegelijkertijd moet geconstateerd worden dat de kosten voor organisatoren zijn toegenomen en de beschikbare middelen beperkt, vanwege de beperkte of soms zelfs het ontbreken van inkomsten de afgelopen periode. Om de mogelijkheid voor evenementen in 2022 te vergroten zal er naar verwachting vaker een beroep op het evenementenbudget worden gedaan dan de afgelopen jaren. Voorgesteld wordt dan ook om de resterende middelen, ad € 95.000, over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen.

Incidenteel

Onderwijsbeleid

€ 8.000 Het restantbudget van 8.000 van de contributies en donaties over te hevelen voor de 5 jaarlijkse afrekening openbaar onderwijs in 2022. De resultaatbestemming voor de vijfjaarlijkse afrekening vindt plaats via reserve meerjarige middelen.

Incidenteel

ICT-fonds

€ 54.000 Verder wordt voorgesteld om het restant van het ICT-fonds, ad € 54.000, mee te nemen naar 2022.

Meerjarig

Peuterwerk

€ 72.000 Voor peuterwerk is van 2020 nog een bedrag van afgerond € 55.000 teruggevorderd. Conform het collegebesluit van 7 september 2021 wordt dit restantbudget en het restantbudget 2021 gebruikt om extra peuterplaatsen zonder VE te realiseren. Voorgesteld om € 72.000 over te hevelen naar 2022.

Incidenteel

Cultuurbeleid Stichting Muziekschool

€ 29.000 In de Cultuurnota 2022-2025 staat bij de 1e verhaallijn o.a. uitbreiding van beleid cultuur met 0,3 fte. Deze urenuitbreiding komt niet ten laste van het extra cultuurbudget vanaf 2022. Dit betekent dat we in de kadernota 2023 een voorstel zullen indienen om deze extra fte op te nemen in de programmabegroting 2023. Om ook in 2022 al voldoende slagkracht te kunnen hebben, stellen wij voor om incidenteel een bedrag van € 29.000 af te ramen voor deze 0,3 fte cultuur. Voorgesteld wordt om € 29.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen.

Incidenteel

Implementatiebudget quasi inbesteding Welzijn

€ 130.000 Vanuit quasi inbesteding is het implementatiebudget beschikbaar gesteld. Vanwege corona was het in 2021 niet mogelijk om een aantal beleidsmatige onderdelen uit te voeren. De planning hiervoor is verschoven naar 2022. Het gaat om de thema's voordeur, hulplijn Veenendaal, GGZ wachtverzachters . Daarnaast wordt ook de monitoring in 2022 verder vormgegeven. Voorgesteld wordt om € 130.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen voor uitvoering van de genoemde taak.

Meerjarig

Coronaherstelfonds

€ 300.000 Voor de 2e tranche van het coronaherstelfonds is € 300.000 beschikbaar. Het proces voor de 2e tranche is gewijzigd: er wordt eerst een inventarisatie gemaakt en een afgewogen pakket van maatregelen ontwikkelt voordat de besluitvorming plaatsvindt. De inzet van de € 300.000 zal derhalve in 2022 plaatsvinden. Voorgesteld wordt om deze middelen over te hevelen naar 2022.

Incidenteel

Transformatiebudget

€ 66.000 In 2020 is € 138.000 overgeheveld naar 2021 i.v.m. het transformatiebudget. De kosten in 2021 die ten laste van het transformatiebudget worden gebracht bedragen € 72.000. Voorgesteld wordt om het restant van het transformatiebudget, ad. € 66.000, over te hevelen naar 2022

Meerjarig

42

en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen. Integrale projecten Sociaal Domein

€ 125.000 Het overgehevelde budget uit 2020 wordt ingezet voor een regeling integrale projecten Sociaal domein. Deze regeling wordt naar verwachting in 2022 vastgesteld. In 2021 worden hiervoor de nodige voorbereidende werkzaamheden verricht. Voorgesteld wordt de resterende middelen, ad. € 125.000, over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen voor uitvoering van genoemde regeling.

Meerjarig

Wet Inburgering

€ 75.000 Per 1 januari 2022 gaat de nieuwe Wet Inburgering in. Het implementatieproces is in volle gang en zal nog doorlopen tot in 2022. Voorgesteld wordt om van de beschikbare invoeringsmiddelen € 75.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 beschikbaar te stellen voor afronding van het implementatieproces. Bij de jaarrekening wordt een voorstel opgenomen voor resultaatbestemming van de dan nog resterende middelen.

Incidenteel

Schuldhulpverlening

€ 50.000 In de Programmabegroting 2022 is aangegeven dat een verwachte toename van het aantal inwoners dat ondersteuning nodig heeft bij financiële problematiek en schulden het beschikbare budget onder druk zet en is tevens aangekondigd dat in deze bestuursrapportage een voorstel voor overheveling wordt opgenomen. Voorgesteld wordt om € 50.000 (incidenteel) over te hevelen naar 2022 en in 2022 beschikbaar te stellen voor uitvoering van de taken. Bij de jaarrekening wordt een voorstel voor resultaatbestemming opgenomen voor de dan nog resterende middelen. Hiermee zijn voor 2022 naar verwachting voldoende middelen beschikbaar.

Meerjarig

Maatwerkbudget

€ 200.000 Onder andere in de tweede bestuursrapportage is aangegeven dat de uitgaven op het maatwerkbudget achterblijven bij de verwachtingen en dat dit onder andere wordt veroorzaakt door de complexiteit van juridische borging. In 2022 wordt het budget naar verwachting breder ingezet om de doelstelling 'voorkomen dat mensen financieel door het ijs zakken' te kunnen realiseren. Het budget kan onder andere worden ingezet om specialistische (schuld)hulpverlening in te zetten voor bedrijven die in de problemen zijn geraakt door de coronacrisis of door het aflopen van de regelingen Tozo en TONK. De raad wordt hierover nog nader geïnformeerd. Gezien de verwachte vraag naar deze vorm van ondersteuning wordt voorgesteld om € 200.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 beschikbaar te stellen voor uitvoering van het maatwerkbudget.

Meerjarig

Programma Sociaal Domein

€ 300.000 In de meerjarenplanning van de opgave Sociaal Domein is rekening gehouden met bestedingen in 2022. Er is echter geen structureel opgavebudget beschikbaar. De beschikbare middelen komen voort uit het voormalige programmabudget en eerder overgehevelde middelen. Om de reeds in 2021 ingezette activiteiten af te kunnen ronden en voor 2022 geplande activiteiten uit te kunnen voeren is het van belang om ook in 2022 middelen beschikbaar te hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om de verdere ontwikkeling van een integraal dashboard sociaal domein (in 2022 met name onderdeel jeugd), de ontwikkeling van simpel switchen (arbeidsmatige dagbesteding / beschut werk), de publiekscampagne en de verdere ontwikkeling van de sociale basis conform de visie en het Integraal beleidskader Sociaal Domein. Voorgesteld wordt om van de resterende middelen € 300.000 over te hevelen naar 2022 en in 2022 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deze activiteiten. Ook voor 2023 e.v. is er geen opgavebudget beschikbaar. Bij het opstellen van de Kadernota 2023 wordt een voor 2023 benodigd jaarbudget betrokken, alsmede de benodigde structurele middelen ter borging van structurele capaciteit en uitvoeringsbudgetten.

Meerjarig

Opvang en beschermd wonen

€ 305.000 Het innovatiebudget Beschermd Wonen is vanuit centrumgemeente Amersfoort in 2019 ontvangen om de lokale ambulantisering van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis vorm te geven. Om een goede inzet van deze middelen te bepalen is een narratief onderzoek geïnitieerd. In 2020/2021 (vertraagd door Corona) is het narratief onderzoek uitgevoerd en afgerond én is een woonzorgonderzoek uitgevoerd door Companen. Uit beide onderzoeken komen concrete aanknopingspunten en kansen naar voren waarop Veenendaal gericht kan inzetten om de ambulantiseringsbeweging te ondersteunen. Door prioriteiten i.v.m. de centrumregio wijziging is het niet gelukt om in 2021, in samenspraak met de lokale partijen, te komen tot concrete pilots. In het laatste kwartaal 2021 wordt een lokale meerjaren agenda ambulantsering opgesteld. Vanuit het innovatiebudget willen wij in 2022 pilots inzetten die bijdragen aan doelstellingen van de meerjaren aanpak Beschermd Wonen in Veenendaal. Voorgesteld wordt de resterende middelen, ad. € 305.000, over te hevelen naar 2022 en in 2022 opnieuw beschikbaar te stellen voor uitvoering van genoemde pilots.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10808789/1