3. def Rekenkamerrapport ICT-Centrumbeleid
Tekst van het document
4,17 zeer krap
2016 1e Kwartaal
FoodValley
Software- en applicatieontwikkelaars
4,50 zeer krap
2016 1e Kwartaal
Nederland
Alle groepen ICT
3,79 krap
2017 1e Kwartaal
FoodValley
Databank- en netwerkspecialisten
4,11 zeer krap
2017 1e Kwartaal
FoodValley
Gebruikersondersteuning ICT
14,04 zeer krap
2017 1e Kwartaal
FoodValley
Software- en applicatieontwikkelaars
3,91 krap
2017 1e Kwartaal
Nederland
Alle groepen ICT
5,24 zeer krap
2018 1e Kwartaal
FoodValley
Databank- en netwerkspecialisten
6,22 zeer krap
2018 1e Kwartaal
FoodValley
Gebruikersondersteuning ICT
6,10 zeer krap
2018 1e Kwartaal
FoodValley
Software- en applicatieontwikkelaars
7,04 zeer krap
2018 1e Kwartaal
Nederland
Alle groepen ICT
6,71 zeer krap
2019 1e Kwartaal
FoodValley
Databank- en netwerkspecialisten
13,97 zeer krap
2019 1e Kwartaal
FoodValley
Gebruikersondersteuning ICT
16,00 zeer krap
2019 1e Kwartaal
FoodValley
Software- en applicatieontwikkelaars
16,00 zeer krap
2019 1e Kwartaal
Nederland
Alle groepen ICT
2020 1e Kwartaal
FoodValley
Databank- en netwerkspecialisten
16,00 zeer krap 5,70 zeer krap
2020 1e Kwartaal
FoodValley
Gebruikersondersteuning ICT
5,95 zeer krap
2020 1e Kwartaal
FoodValley
Software- en applicatieontwikkelaars
6,68 zeer krap
2020 1e Kwartaal
Nederland
Alle groepen ICT
6,30 zeer krap
2021 1e Kwartaal
FoodValley
Databank- en netwerkspecialisten
8,37 zeer krap
2021 1e Kwartaal
FoodValley
Gebruikersondersteuning ICT
4,76 zeer krap
2021 1e Kwartaal
FoodValley
Software- en applicatieontwikkelaars
7,29 zeer krap
2021 1e Kwartaal
Nederland
Alle groepen ICT
6,99 zeer krap
2022 1e Kwartaal
FoodValley
Databank- en netwerkspecialisten
11,26 zeer krap
2022 1e Kwartaal
FoodValley
Gebruikersondersteuning ICT
14,45 zeer krap
2022 1e Kwartaal
FoodValley
Software- en applicatieontwikkelaars
16,00 zeer krap
2022 1e Kwartaal
Nederland
Alle groepen ICT
16,00 zeer krap
2023 1e Kwartaal
FoodValley
Databank- en netwerkspecialisten
16,00 zeer krap
2023 1e Kwartaal
FoodValley
Gebruikersondersteuning ICT
9,33 zeer krap
2023 1e Kwartaal
FoodValley
Software- en applicatieontwikkelaars
16,00 zeer krap
2023 1e Kwartaal
Nederland
Alle groepen ICT
15,03 zeer krap
2024 1e Kwartaal
FoodValley
Databank- en netwerkspecialisten
16,00 zeer krap
2024 1e Kwartaal
FoodValley
Gebruikersondersteuning ICT
16,00 zeer krap
2024 1e Kwartaal
FoodValley
Software- en applicatieontwikkelaars
9,29 zeer krap
2024 1e Kwartaal
Nederland
Alle groepen ICT
15,03 zeer krap
Uit de gegevens blijkt dat de regio FoodValley de landelijke trend grotendeels volgt. Vanaf 2022 is sprake van een zeer krappe arbeidsmarkt (veel vraag, weinig aanbod) in de regio FoodValley. Uit de gegevens blijkt dat de constatering die in het ICT-Centrumbeleid vanaf 2016 is gedaan (krappe arbeidsmarkt) in de laatste drie jaren nog steeds actueel is. Ontwikkeling arbeidsparticipatie Een laatste onderdeel betreft de analyse van de ontwikkelingen in de arbeidsparticipatie. Dat is een grove indicator die niet alleen betrekking heeft op de effecten van het ICTCentrumbeleid, maar wel een generiek beeld geeft over de mate waarin de arbeidsparticipatie in Veenendaal is toegenomen. Een van de doelen was immers om werkzoekenden in Veenendaal toe te leiden naar ICT-bedrijven. In onderstaande tabel is de arbeidsparticipatie (aandeel werkzame bevolking van 15 tot 75 jaar) weergegeven per COROP-regio voor de periode 2016-2023. In de tabel zijn de regio’s eerst gesorteerd op hoogte van de arbeidsparticipatie in 2016 en vervolgens op de grootste relatieve stijging van de arbeidsparticipatie in de periode 2016-2023. COROP-regio
Arbeidsparticipatie 2016
Arbeidsparticipatie 2023
Stijging in %
Absolute stijging
Noord-Overijssel
70
76
8,6%
6
Oost-Zuid-Holland
69
75
8,7%
6
23
Utrecht (hieronder valt Veenendaal)
69
74
7,2%
5
Noordoost-Noord-Brabant
69
74
7,2%
5
Zuidwest-Gelderland
68
75
10,3%
7
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek
68
74
8,8%
6
Zuidwest-Overijssel
68
73
7,4%
5
Flevoland
68
73
7,4%
5
IJmond
68
72
5,9%
4
Noord-Limburg
68
72
5,9%
4
Zuidwest-Friesland Veluwe (hieronder vallen Ede, Wageningen en Barneveld)
67
73
9,0%
6
67
73
9,0%
6
Nederland
66
71
7,6%
5
Uit de gegevens blijkt dat de arbeidsparticipatie in de regio waar Veenendaal onder valt (Utrecht) in 2016 al hoger lag dan landelijk. In 2023 is dat nog steeds het geval. De relatieve stijging van de arbeidsparticipatie in de regio Utrecht is iets lager dan de landelijke stijging. Dat laat zich vermoedelijk verklaren door het feit dat de arbeidsparticipatie in de regio Utrecht al flink hoger lag dan het landelijk gemiddelde. In onderstaande tabel zijn de vergelijkbare gegevens opgenomen over Veenendaal en de omringende gemeenten. Gemeenten
Arbeidsparticipatie Arbeidsparticipatie Stijging in Absolute 2016 2023 % stijging
Barneveld
72
79
9,7%
7
Ede
68
75
10,3%
7
Rhenen
67
74
10,4%
7
Veenendaal
67
73
9,0%
6
Wageningen
57
63
10,5%
6
Uit de gegevens blijkt dat de arbeidsparticipatie in Veenendaal in 2016 net boven het landelijk gemiddelde lag. In 2023 ligt de arbeidsparticipatie eveneens net boven het landelijk gemiddelde. De stijging van de arbeidsparticipatie in Veenendaal is hoger dan het landelijk gemiddelde. De relatieve stijging in arbeidsparticipatie in alle vier gemeenten is vergelijkbaar (tussen de 9,0 en 10,5 procent), waarbij Veenendaal een lagere stijging van de arbeidsparticipatie kent.
24
Resultaten benoemd in interviews In de weergave van de resultaten is aangegeven door welke respondentgroepen deze benoemd zijn. Ook is benoemd op welke periode (fase 1: 2013-2016, fase 2: 2017-2020/21, fase 3: 2021-2024 en fase 4: 2024-2025) deze resultaten vooral betrekking hebben. Resultaat
Benoemd door
Meer ICT-bedrijfsvestigingen en -banen in Veenendaal Tussen 2016 en 2024 groeide het aantal ICT-bedrijven met 64% en het aantal banen met circa 40%. Gemeente en andere overheden beschouwen deze groei als beleidsopbrengst, mede dankzij het ICT-Campusprogramma. Zij koppelen de toename aan nieuwe vestigingen, uitbreiding van bestaande bedrijven en trajecten voor werkzoekenden. Ondernemers bevestigen de groei, maar zien deze deels als sectorbreed fenomeen. Onderwijs wijst op betere toegang tot ICT-banen via stages en leerwerkplekken, al bleef structurele instroomgroei uit (beleidsmakers benoemen dat dalende instroom een landelijk verschijnsel is). Dit resultaat heeft betrekking op fase 1, 2, 3 en 4. Aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ICT-bedrijven Het beleid verbeterde volgens gemeente en overheden het vestigingsklimaat via communicatie, netwerkvorming en betrokkenheid van ondernemers. Ondernemers ervaren vooral voordelen van korte lijnen met de gemeente (grote bedrijven) en toegang tot netwerken (kleine bedrijven). Ook worden spin-offs en samenwerkingen genoemd. Onderwijsinstellingen benoemen dit resultaat nauwelijks, al zien zij wel bredere samenwerking als gevolg van het programma. Dit resultaat heeft vooral betrekking op fase 2, 3 en 4.
Meer werkzoekenden naar een baan in de ICT-sector Gemeente en overheden verwijzen naar leerwerktrajecten, samenwerking met het WerkgeversServicepunt en een stijging van arbeidsparticipatie. Tegelijk erkennen zij dat concrete resultaten moeilijk meetbaar zijn. Ondernemers benoemen dit resultaat nauwelijks; zij richten zich vooral op instroom van gekwalificeerd personeel. Onderwijs ziet potentie voor zijinstromers, maar noemt werkzoekenden slechts impliciet. Dit resultaat heeft betrekking op fase 2.
Benoemd door: overheid, ondernemers en onderwijs Vooral door: gemeente en andere overheden In mindere mate door: ondernemers en onderwijs
25
Benoemd door: overheid, ondernemers en onderwijs Vooral door: gemeente, andere overheden en ondernemers In mindere mate door: onderwijs
Benoemd door: overheid, ondernemers en onderwijs Vooral door: gemeente en andere overheden In mindere mate door: onderwijs Nauwelijks door: ondernemers
Top ICT-onderwijs en betere aansluiting onderwijsarbeidsmarkt Projecten zoals ICT-Labs, hackathons en Digital Days hebben geleid tot vernieuwing van het onderwijs. Vier nieuwe ICTrichtingen zijn opgezet. Onderwijs benadrukt de impact op curricula, samenwerking en professionalisering van docenten. Gemeente en overheden zien dit als belangrijke opbrengst van het beleid. Ondernemers waarderen de samenwerking, maar kijken vooral naar de beschikbaarheid van praktisch inzetbare studenten. Dit resultaat is vooral het gevolg van fase 2. Versterking innovatief klimaat bij ICT-bedrijven De ICT-Campus fungeerde als innovatiemotor, met projecten op het snijvlak van ICT en sectoren als zorg, food en duurzaamheid. Provincie en regio noemen dit een sterk punt van het beleid. Ondernemers wijzen op praktische innovaties en versterkte kennisdeling. Onderwijsinstellingen signaleren ruimte voor experiment en kruisbestuiving met andere domeinen. Wel ontbreekt structurele borging. Dit resultaat is vooral het gevolg van fase 2. Sterker ICT-profiel en herkenbaar merk De profilering van Veenendaal als ICT-gemeente nam in de beginfase toe, maar verslapte na 2020, naar de beleving van meerdere respondentgroepen. Gemeente en overheden noemen het beëindigen van het communicatiebudget en verwarring over merknamen als verklaringen.
Ondernemers signaleren dat de zichtbaarheid binnen de regio toenam, maar landelijke bekendheid uitbleef. Onderwijs ziet verwarring bij studenten over het onderscheid tussen ICT-Campus en ICT-Valley. Dit resultaat heeft vooral betrekking op fase 1 en 2.
Benoemd door: overheid, ondernemers en onderwijs Vooral door: onderwijsinstellingen Ook door: gemeente en andere overheden In mindere mate door: ondernemers
Benoemd door: overheid, ondernemers en onderwijs Breed benoemd door alle drie de O’s
Benoemd door: overheid, ondernemers en onderwijs Vooral door: gemeente en andere overheden In mindere mate door: ondernemers en onderwijs
3.3 Bevindingen effecten i.r.t. beoogde doelstellingen 4. Zijn deze effecten in lijn met de beoogde doelstellingen? 5. Welke verklaringen zijn daarvoor? Beantwoording op hoofdlijnen: • De meeste doelstellingen zijn gedeeltelijk gerealiseerd. In de beginfase was sprake van zichtbare resultaten op het gebied van samenwerking, onderwijsprojecten en regionale zichtbaarheid. • Na 2020 vielen regie en communicatie weg. De gemeente trok zich bewust terug, maar het netwerk bleek onvoldoende zelfsturend. Veel initiatieven raakten versnipperd of stopten.
26
•
• •
•
• •
De doelstelling rond werkzoekenden bleef vaag en onderbenut. Er waren trajecten, maar geen harde cijfers. Ondernemers zagen deze inzet nauwelijks terug; andere overheden zagen de werkgelegenheidsgroei als grotendeels autonoom. In het onderwijs leidde het beleid tot vernieuwing en samenwerking, maar niet tot structurele instroomgroei of een arbeidsmarkteffect. De profilering van Veenendaal als ICT-centrum was in de regio zichtbaar, maar landelijk beperkt. Merkverwarring en het stopzetten van communicatie belemmerden verdere opbouw. Alle partijen wijzen op het ontbreken van regie, financiering en duidelijke governance als verklaring voor het uitblijven van structurele resultaten. De stichting die in 2025 werd opgericht kwam te laat om eerdere versnippering te keren. Kleine ondernemers voelden zich onvoldoende betrokken; grote bedrijven zagen weinig invloed van het beleid op hun strategische keuzes. Ook de regionale inbedding schoot tekort: ambities sloten onvoldoende aan op bredere netwerken en strategische schaal. Het bleef te veel een lokaal initiatief.
Onderbouwing In onderstaand overzicht zijn de resultaten uit de voorgaande paragrafen aangevuld met beelden en verklaringen vanuit de gesprekken met vertegenwoordigers van de drie O’s: Overheid, Ondernemers en Onderwijs. Overheid omvat zowel het perspectief van de gemeente Veenendaal (wethouder, programmamanager, ambtenaren) als dat van andere betrokken overheden, zoals Foodvalley, provincies en ontwikkelingsmaatschappijen. In de tabellen wordt dit onderscheid expliciet weergegeven: “gemeente Veenendaal” en “andere overheden”. Ondernemers verwijst naar de geïnterviewde ondernemers die op verschillende momenten betrokken zijn geweest bij het ICT-Centrumbeleid. Onderwijs heeft betrekking op vertegenwoordigers van hogescholen die betrokken zijn geweest bij onderwijsprojecten binnen het ICT-Centrumbeleid. Hierbij is benoemd op welke periode (fase 1: 2013-2016, fase 2: 2017-2020/21, fase 3: 20212024 en fase 4: 2024-2025) de beelden bij het doelbereik en verklaringen vooral betrekking hebben.
27
Resultaten Meer ICTbedrijfsvestigingen en banen in Veenendaal Het vergroten van het aantal ICT-vestigingen en banen vormde een kernambitie in fase 2 van het beleid.
Aantal vestigingen +64% (landelijk +53%) Aantal banen +42% (CBS) / +32% (monitor) Groei door uitbreiding, nieuwe vestigingen en toeleiding werkzoekenden
Aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ICT-bedrijven Het beleid had als doel het versterken van het vestigingsklimaat, onder meer via profilering, samenwerking en ondersteuning.
28
Zichtbaarheid als ICTgemeente toegenomen Grote bedrijven waarderen korte lijnen, kleine bedrijven netwerktoegang Meer spin-offs en samenwerking tussen bedrijven
Beelden bij doelbereik, verklaringen en benoemd door: Beelden bij doelbereik: Binnen gemeente Veenendaal wordt erkend dat het aantal ICTbanen en -bedrijven duidelijk is toegenomen. Beleidsinstrumenten zoals GrowIT, ICT-labs en de Digiwerkplaats hebben in de beginfase geleid tot zichtbare resultaten, met name in het verbinden van werkzoekenden aan de sector. Tegelijkertijd wordt aangegeven dat het moeilijk is om deze groei direct toe te schrijven aan het beleid. Andere overheden zien de werkgelegenheidsgroei als grotendeels autonoom en beschouwen het beleid als faciliterend, niet als bepalend. Grote ondernemers delen dit beeld en zien de toename van banen als losstaand van beleidsinzet. Verklaringen: Vanuit de gemeente wordt gewezen op het beperkte bereik en de schaal van het programma, en op het gebrek aan structurele opvolging na fase 2. Andere overheidspartijen signaleren dat de groei vooral het gevolg was van bredere sectorontwikkelingen. Grotere ondernemers geven aan dat beleidsinzet hen weinig heeft beïnvloed. Benoemd door perspectief(en): Vooral door: gemeente Veenendaal (in positieve zin), in mindere mate andere overheden en ondernemers. Onderwijs benoemt dit resultaat slechts zijdelings (via stages). Deze beelden en verklaringen hebben vooral betrekking op fase 2 en 3.
Beelden bij doelbereik: Zowel gemeente als ondernemers (vooral kleinere) geven aan dat het beleid bijdroeg aan een aantrekkelijker vestigingsklimaat. Genoemd worden de korte lijnen, netwerken, spin-offs en samenwerking in de beginfase. Grote ondernemers herkennen dit minder en geven aan dat hun vestigingskeuzes nauwelijks beïnvloed zijn door de profilering. Andere overheden bevestigen dat er zichtbaarheid was, maar dat deze na 2020 afnam. Verklaringen: Gemeente en ondernemers noemen als verklaring het wegvallen van programmatische regie en communicatie. Kleine ondernemers voelden zich afhankelijk van eigen initiatief, zonder duidelijke structuur. Grote ondernemers wijzen op gebrek aan directe meerwaarde. Andere overheden noemen het ontbreken van duurzame regie of structuur om het ondernemersklimaat verder te versterken. Benoemd door perspectief(en): Vooral door: gemeente en ondernemers (vooral kleinere). Andere overheden bevestigen het beeld. Grote ondernemers en onderwijs benoemen het in mindere mate. Deze beelden bij het doelbereik hebben vooral betrekking op fase 2. De verklaringen hebben vooral betrekking op fase 3.
Meer werkzoekenden naar een baan in de ICTsector Het toeleiden van werkzoekenden naar ICTfuncties werd benoemd als een strategisch doel binnen het Campusprogramma.
Realisatie van leerwerktrajecten en bemiddeling Arbeidsparticipatie gestegen van 67% naar 73% Geen cijfers over effect op ICT-specifieke plaatsingen.
Top ICT-onderwijs en betere aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Het versterken van ICTonderwijs en aansluiting op de arbeidsmarkt vormde een expliciet beleidsdoel.
29
Vier nieuwe mbo-/hbospecialisaties ontwikkeld Projecten gestart zoals hackathons, ICT-labs, Digital Days Samenwerking tussen docenten, bedrijven en overheid.
Beelden bij doelbereik: Gemeente verwijst naar leerwerktrajecten en inzet via het WerkgeversServicepunt als invulling van deze doelstelling. Concrete plaatsingscijfers ontbreken echter. Andere overheidspartijen erkennen de inzet, maar twijfelen aan de impact. Ondernemers richten zich vooral op beschikbaarheid van personeel, niet op werkzoekenden. Onderwijs benoemt de doelgroep slechts impliciet (bijvoorbeeld via zij-instroom). Verklaringen: Vanuit de gemeente wordt erkend dat beleid moeilijk doorwerkt zonder coördinatie en gerichte communicatie. Andere overheden wijzen op het wegvallen van intermediaire inzet (zoals toeleiding en promotie). Ondernemers gaven aan dat ze nauwelijks betrokken werden bij beleid gericht op werkzoekenden. Onderwijs wijst op het gebrek aan zichtbare koppeling tussen beleid en instroom van specifieke doelgroepen. Benoemd door perspectief(en): Vooral door: gemeente en andere overheden. Ondernemers en onderwijs benoemen dit resultaat slechts zijdelings. Deze beelden en verklaringen hebben vooral betrekking op fase 1 en 2. Beelden bij doelbereik: Onderwijsinstellingen noemen meerdere succesvolle initiatieven zoals Digital Days, nieuwe opleidingen en samenwerking met bedrijven. Gemeente en andere overheden bevestigen deze resultaten.
Tegelijkertijd geven verschillende respondentgroepen aan dat de continuïteit en samenhang van deze initiatieven kwetsbaar blijft, omdat de structurele organisatie en regie rondom de samenwerking niet altijd vanzelfsprekend waren. . Grotere ondernemers zien meerwaarde in onderwijsprojecten, maar geven aan dat de regie ontbrak. Kleine ondernemers noemen vooral incidentele contacten via projecten. Verklaringen: Gemeente en onderwijs noemen het stoppen van regie en financiering als belangrijke oorzaak. Onderwijspartners wijzen ook op mismatch tussen onderwijsvorm en marktvraag (langere opleidingen vs. korte leertrajecten). Demografische krimp en concurrentie met andere steden maken structurele groei lastig. Ondernemers signaleren dat onderwijsprojecten waardevol zijn, maar zonder structurele aansturing geen blijvende impact hebben. Benoemd door perspectief(en): Vooral door: onderwijsinstellingen. Ook benoemd door: gemeente en andere overheden. Ondernemers benoemen het in mindere mate en vooral vanuit instroomperspectief.
Versterking innovatief klimaat bij ICT-bedrijven Het versterken van het innovatieve vermogen van de ICT-sector was een inhoudelijk doel vanaf 2017.
Innovatietrajecten op snijvlak ICT en andere sectoren Ondernemers noemen concrete toepassingen, kennisdeling Onderwijs: meer ruimte voor experiment en cross-overs.
Sterker ICT-profiel en herkenbaar merk Een sterker ICT-profiel en heldere merkidentiteit waren bedoeld om Veenendaal als ICTgemeente te positioneren.
30
Sterker profiel binnen regio, beperkte bekendheid erbuiten Verwarring door meerdere merknamen Ondernemers en onderwijs signaleren gemiste kans
Deze beelden en verklaringen hebben vooral betrekking op fase 2. Beelden bij doelbereik: Alle partijen benoemen positieve effecten op innovatie: meer samenwerking, kennisdeling en cross-sectorale projecten. Ondernemers noemen concrete toepassingen en cultuurverandering. Onderwijs ziet onderwijsvernieuwing en ruimte voor experiment. Gemeente en andere overheden zien dit als onderscheidende kwaliteit van het beleid. Verklaringen: Brede consensus dat innovatie is gestimuleerd, maar niet duurzaam verankerd. Gemeente trok zich terug zonder overdracht. ICT Valley en andere partners waren onvoldoende voorbereid op zelforganisatie. Zonder centrale regie en financiering bleef het ecosysteem kwetsbaar. Pas met de oprichting van een stichting in 2025 ontstond weer perspectief op continuïteit. Benoemd door perspectief(en): Breed benoemd door alle perspectieven: gemeente, andere overheden, ondernemers en onderwijs. Geen van de perspectieven claimt echter dat innovatie structureel is verankerd. Deze beelden en verklaringen hebben vooral betrekking op fase 2 en 4. Beelden bij doelbereik: Binnen de regio wordt Veenendaal herkend als ICT-stad. Buiten de regio is de herkenbaarheid beperkt. Gemeente erkent dat communicatie en profilering na 2020 verslapten. Ondernemers en onderwijs wijzen op verwarring door verschillende merknamen.
Andere overheden zien gebrek aan merkconsistentie als belangrijke zwakte. Verklaringen: Afbouw van communicatie en onduidelijke merkstrategie worden breed als oorzaken genoemd. Gemeente droeg verantwoordelijkheid over, maar zonder structuur. Ondernemers geven aan dat gebrek aan eenduidig merk de aantrekkingskracht heeft beperkt. Onderwijs ziet verwarring bij studenten. Overige overheden noemen het beleid te eenzijdig overheidsgedreven, zonder breed netwerk eigenaarschap. Benoemd door perspectief(en): Vooral door: gemeente, ondernemers en onderwijsinstellingen. Andere overheden benoemen het ook en bekritiseren de overheidsdominantie in profilering. Deze beelden en verklaringen hebben vooral betrekking op fase 1 en 2.
Bevindingen ingezette middelen
31
4. Bevindingen ingezette middelen 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de bevindingen over de ingezette middelen in het ICT-Centrumbeleid. Eerst zijn in de grijze kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de grijze kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen behandeld: 6. Welke middelen zijn in de periode 2013-2024 ingezet vanuit de verschillende inbrengende partijen? 7. Zijn de ingezette middelen toereikend geweest in het realiseren van de beoogde doelstellingen? 8. Welke verklaringen zijn daarvoor? 4.2 Bevindingen ingezette middelen 6. Welke middelen zijn in de periode 2013-2024 ingezet vanuit de verschillende inbrengende partijen? Beantwoording op hoofdlijnen: Specifieke gegevens over de gemeentelijke middelen over de gehele periode 2013-2024 zijn niet herleidbaar uit de programmabegroting of de jaarrekeningen van de gemeente Veenendaal. De inbreng van de nietgemeentelijke partners na de 2e fase van het ICT-Campusprogramma blijkt niet uit de gemeentelijke documentatie. Fase 1 (2011–2017)
32
Voor de promotie van Veenendaal als ICT-Centrum zijn middelen ingezet uit het Programmaplan Economie 2010-2014, in totaal circa € 10.000 in 2013 en geen extra in 2014, specifiek gericht op profilering en samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven. Via reguliere gemeentelijke subsidiestromen ontving Stichting ICT-Valley, een initiatief van bedrijven met overleg tussen bedrijfsleven, onderwijs en gemeente, € 20.000 in 2013 voor concrete activiteiten rondom ICT. De gemeente leverde geen aparte budgetten voor gemeentelijk personeel; inzet van ambtelijk personeel gebeurde binnen de reguliere begroting.
Bedrijfsleven en onderwijs ondersteunden de activiteiten voornamelijk in natura, bijvoorbeeld door tijdsinzet en expertise bij evenementen en projecten.
Fase 2 (2017–2020)
De gemeente Veenendaal stelde in totaal € 995.000 beschikbaar voor het ICT Campus-programma, waarvan € 600.000 incidenteel; daadwerkelijk besteed € 558.139 (een onderbesteding van circa 44%). Beleidsmakers benoemen dat de rest van de middelen in de Regiodeal ondergebracht is. Partners uit het onderwijs en bedrijfsleven droegen gezamenlijk circa € 1.535.000 bij, deels in financiële middelen en deels in gekapitaliseerde uren. Dit betrof onder andere onderwijsinstellingen (€ 517.000 beschikbaar, € 281.015 besteed) en bedrijfsleven (€ 324.000 beschikbaar, maar feitelijke inzet in uren en geld groter, met overbesteding van ruim € 1 miljoen). Andere partners zoals Oost NL en de provincies Gelderland en Utrecht leverden eveneens bijdragen: Gelderland € 498.179, Utrecht € 420.000, grotendeels conform begroting besteed. Middelen zijn ingezet over diverse programmaonderdelen: ICT-innovaties, aansluiting onderwijs–arbeidsmarkt, ICT Starters, ICT Werkzoekenden, vestigingsbevordering en marketing. Hierbij was sprake van sterke overbesteding bij innovatie en aansluiting onderwijs–arbeidsmarkt en onderbesteding bij werkzoekenden en vestigingsbevordering.
Fase 3 (2021–2024)
Wat betreft het gemeentelijke budget voor het programma ICT Campus blijkt uit de jaarrekeningen 2021-2024 dat steeds sprake was van onderbesteding, waarbij het resterende budget telkens beschikbaar werd gesteld voor het volgende jaar Gegevens over de inzet van partners (onderwijs en bedrijfsleven) in uren of euro’s deze periode zijn niet beschikbaar.
Fase 4 / Oprichting Stichting ICT Campus (2025–heden)
33
Structureel wordt door de gemeente € 100.000 per jaar gereserveerd voor het ICT Campus-programma, maar de specifieke besteding of verdeling over projecten is niet nader gespecificeerd in de programmabegroting of jaarstukken. Het programma wordt voortgezet via een gemeentelijke bijdrage aan de Stichting ICT Campus regio Foodvalley. De raad heeft het voorstel voor de oprichting van Stichting ICT Campus regio Foodvalley op 21 november 2024 geaccepteerd. Hierin is geen gemeentelijke bijdrage benoemd.
De stichting zelf ontvangt geen aanvullende gemeentelijke middelen. Er wordt aangegeven dat het wenselijk is dat de stichting aanspraak kan doen op (een deel van) deze structurele bijdrage vanwege de gemeentelijke doelstellingen. Onderbouwing Financiën ICT Campus 1e fase De uitvoering van de 1e fase van ICT Campusprogramma werd uitgevoerd binnen een kleine ambtelijke bezetting. Een projectcoördinator wordt ondersteund door een projectteam van medewerkers uit de afdelingen communicatie, onderwijs en de concernstaf (economie). Er is geen apart Veenendaal ICT-Centrum budget voor gemeentelijk personeel; personele inzet wordt binnen de reguliere begroting opgevangen. In het Programmaplan Economie 2010-2014 geeft het college aan dat er extra middelen nodig zijn voor de promotie van Veenendaal als ICT-Centrum. De bijbehorende tabel vermeldt de geraamde kosten per jaar voor deze activiteiten, waarmee de intensivering van promotie en samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven wordt gefinancierd.
Tabel 1 – Middelen voor profilering Veenendaal/FoodValley, 1e fase ICT Campus 2011-2014 2011 2012 2013 2014 Profilering € 20.000 € 20.000 € 10.000 € 0 Veenendaal/FoodValley Daarnaast heeft de gemeente via reguliere subsidiestromen in mei 2012 een subsidie van € 28.250 toegekend aan de Stichting ICT-Valley, een initiatief van bedrijven waarin bedrijfsleven, onderwijs en gemeente overleg voeren over concrete activiteiten rondom ICT. Voor 2013 werd een vervolgsubsidie van € 20.000 verstrekt. Op 3 maart 2016 heeft de gemeenteraad een budget van € 300.000 toegekend voor de uitvoering van Fase 1 van het ICT Campus-project. Hierbij werd benadrukt dat onderwijs en bedrijfsleven substantieel bijdragen, voor ruim € 500.000, voornamelijk in natura (bijvoorbeeld gekapitaliseerde uren). Een aangenomen motie van D66 en PvdA bepaalt dat de gemeente voor Fase 2 moet uitgaan van een financiële bijdrage van minimaal 50% door externe partijen. Financiën ICT Campus 2e fase Uit de evaluatie van het ICT-Campusprogramma van de gemeente Veenendaal (oktober 2024) blijkt dat voor de financiering van de ICT Campus activiteiten in de 2e fase een gemeentelijke inbreng van € 900.000 beschikbaar was, waarvan € 600.000 incidentele middelen. Van de totale begroting van gemeente Veenendaal is circa € 560.000 besteed aan het ICT Campusprogramma.
Uit gesprekken met de gemeente blijkt dat de gemeente € 100.000 per jaar reserveert voor het ICT-Centrumbeleid, dit is echter niet gespecificeerd in de programmabegroting of jaarrekening. Hieronder zijn de financiële gegevens van 2e fase van ICT Campus van de periode 2017-2022. In onderstaande tabel zijn financiën uitgesplitst naar partner of bijdrager. Deze gegevens zijn afkomstig van het Programmanagement document van ICT Campus, met rapportagedatum 31 december 2020.
34
Tabel 2 - Totaal financiën ICT Campus 2e fase 2017-2020 Budget Begroting partner inspanningen Gemeente Veenendaal € 995.000 € 922.510 ICTValley* € 476.000 € 239.889 ICTValley (in geld) € 405.000 € 534.347 Bedrijfsleven* € 324.000 € 1.390.288 Bedrijfsleven (in geld) € 330.000 € 1.386.984 Oost NL* € 90.000 € 85.593 Onderwijsinstellingen € 517.000 € 300.365 Provincie Gelderland € 498.179 € 498.179 Provincie Utrecht € 420.000 € 420.000 Totaal € 3.635.179 € 5.358.155 *gekapitaliseerde uren
Besteed inspanningen € 558.139 € 127.927 € 447.521 € 1.365.888 € 1.440.567 € 83.093 € 281.015 € 491.994 € 420.000 € 4.796.144
Restant tov besteed € 436.861 € 348.073 € -42.521 € -1.041.888 € -1.110.567 € 6.907 € 235.985 € 6.185 € € -1.160.965
Hieronder zijn de gegevens uit eerder benoemde Programmamanagement Document van ICT Campus, met budgetten en bestedingen uitgesplitst naar programma’s binnen ICT Campus. Tabel 3 – Uitgesplitste budgetten en bestedingen naar programma’s binnen ICT Campus Budget algemeen Besteed algemeen Restant algemeen Algemeen € 245.000 € 157.329 € 87.671 programmamanagement ICT Werkzoekenden € 165.000 € 48.884 € 116.116 ICT Starters - Doorgroei € 362.265 € 332.138 € 30.127 ICT Vestigingen € 90.000 € 26.387 € 63.613 ICT PR Marketing € 285.000 € 279.176 € 5.824 ICT Innovaties € 949.014 € 1.546.007 € -596.993 ICT Aansluiting € 1.098.900 € 2.681.114 € -1.582.214 onderwijs-arbeidsmarkt ICT Onderwijs € 390.000 € 302.438 € 87.562 uitbreiding Totaal € 3.585.179 € 5.373.473 € -1.788.294 Uit de beschikbare financiële gegevens blijkt dat in de periode 2013–2024 middelen zijn ingebracht door zowel de gemeente Veenendaal als door partners uit onderwijs en bedrijfsleven. Deze bijdragen bestonden uit zowel financiële middelen als inzet in uren. In 2016 werd gestart met een gemeentelijk en provinciaal krediet van €300.000. In 2017 stelde de gemeenteraad, samen met de provincie Gelderland, een bedrag van €815.800 beschikbaar. Voor de daaropvolgende jaren zijn de specifieke uitgaven aan het ICTCampusprogramma niet afzonderlijk terug te vinden in de jaarstukken.
35
Wel is voor de ICT-Campusprogramma periode fase 2 (2017–2020) een programmabegroting opgesteld. Uit evaluatie ICT Campus, Fase 2 2017-2020 blijkt dat de gemeente in deze periode €995.000 heeft ingezet voor het ICT-Campusprogramma. Partners (onderwijsinstellingen en ondernemers gezamenlijk) brachten in dezelfde periode in totaal €1.535.000 in, deels in euro’s en deels in uren. De vergelijking tussen begrote en bestede middelen laat zien dat overheid en onderwijs hun bijdrage ongeveer conform budget hebben gerealiseerd. Voor de gemeente Veenendaal geldt echter dat sprake was van een onderbesteding van 44 procent. Het resterend bedrag is gereserveerd voor de verplichting die in de geest van ICT Campus, in het bijzonder de innovatie, is ingebracht in de regiodeal Foodvalley. Ondernemers hebben daarentegen substantieel meer bijgedragen dan vooraf begroot; zowel financieel als in uren is sprake van een forse overbesteding. Binnen de besteding valt op dat relatief veel middelen zijn ingezet op de thema’s aansluiting onderwijs–arbeidsmarkt en ICT-innovaties, terwijl bij de onderdelen werkzoekenden en vestigingsbevordering sprake was van onderbesteding.
Financiën ICT Campus Fase 3 (tussenperiode 2021-2024) en Fase 4 (oprichting Stichting ICT Campus Foodvalley 2024-heden) Vanuit de jaarstukken van de gemeente Veenendaal blijkt dat het budget voor het programma ICT Campus in de periode 2021-2024 telkens niet volledig is benut en het resterende bedrag telkens direct beschikbaar werd gesteld voor gebruik in het volgende jaar. In 2021 werd het resterende budget van € 126.100 via de reserve meerjarige middelen beschikbaar gesteld voor 2022; daarnaast vermeldt de toelichting bij de balans een vooruit ontvangen bijdrage van € 103.000 voor ICT Campus. Voor 2022 resteerde van fase 2 een bedrag van € 535.000, in 2023 bleef nog € 30.200 over van fase 2, en in 2024, bij fase 3 van het programma, resteerde € 57.000. Tabel 4 – resterende budgetten voor ICT Campusprogramma Jaar
Resterend budget
2021 (Fase 2)
€
126.100
2022 (Fase 2)
€
535.000
2023 (Fase 2)
€
30.200
2024 (Fase 3)
€
57.000
In het raadsvoorstel van 8 oktober 2024 werd voorgesteld om het gemeentelijke ICT Campusprogramma voort te zetten via de oprichting van de Stichting ICT Campus. De stichting dient als juridisch en organisatorisch vehikel voor de uitvoering van het programma en het formaliseren van de samenwerking tussen gemeente, onderwijs en ondernemers. In het voorstel is aangegeven dat de gemeente structureel € 100.000 per jaar beschikbaar stelt
36
voor het ICT- Campusprogramma. Zoals eerder vermeld is dit echter niet gespecificeerd in de programmabegrotingen of jaarrekeningen. Beleidsmakers geven aan dat het raadsvoorstel over het oprichting van de stichting gaat, en niet over het toewijzen van middelen via een subsidie; daarover beslist het college. Voor de stichting zelf zijn geen aanvullende middelen vanuit de gemeente voorzien, maar de indiener van het voorstel gaf aan dat het wenselijk is dat de stichting aanspraak kan doen op (een deel van) deze structurele bijdrage vanwege de gemeentelijke doelstellingen die via de stichting worden gerealiseerd4. De raad heeft dit voorstel op 21 november 2024 geaccepteerd. 4.3 Bevindingen toereikendheid ingezette middelen en verklaringen 7. Zijn de ingezette middelen toereikend geweest in het realiseren van de beoogde doelstellingen? 8. Welke verklaringen zijn daarvoor? Beantwoording op hoofdlijnen: De als meest effectief beschreven en ervaren middelen zijn de middelen gericht op netwerkvorming, ontmoeting tussen met name onderwijs en ondernemers. Daar is ook een groter deel van de middelen dan vooraf begroot naar toegegaan. Deze middelen hebben vooral bijgedragen aan netwerkvorming en het ontstaan van een ecosysteem. Minder effectief ervaren middelen zijn de campusontwikkeling, arbeidsmarkttoeleidingsprojecten en innovatie.
Deels omdat deze niet goed van de grond kwamen (campusontwikkeling, arbeidsmarkttoeleiding) en deels omdat de schaal van het ICT-cluster en de diversiteit van de ICT-bedrijven het lastig maakte om te focussen op specifieke innovaties. Onderbouwing De bevindingen zijn opgebouwd vanuit documenten (verantwoording) en gesprekken met betrokkenen (ondernemers, onderwijs, overheid). Middelen met meeste (ervaren) effect Activiteiten gericht op ontmoeting en netwerkvorming. Middelen werden als effectief ervaren bij activiteiten die partijen samenbrachten, zoals netwerkbijeenkomsten, gastcolleges en projecten in het onderwijs. Activiteiten zoals Digital Days en onderwijsprojecten hebben bijgedragen aan samenwerking en zichtbaarheid in de regio. De activiteiten gericht op ontmoeting, netwerkvorming zijn volgens verantwoordingsdocumenten en respondenten het meest effectief geweest voor het opbouwen van een netwerk of ecosysteem. Een kanttekening die erbij geplaatst is bij betrokkenen is dat deze middelen aanknopingspunten boden om
Beleidsmakers geven in december 2025 aan dat de subsidieaanvraag inmiddels in voorbereiding is en onderdeel wordt van de eigen inbreng voor de Regiodeal-cofinanciering. 4
37
bedrijven en onderwijsinstellingen te verbinden, maar dat de structurele borging beperkt bleef. Resultaten bleven sterk afhankelijk van losse initiatieven en individuele betrokkenheid. Voor kleinere ondernemers waren de beschikbare middelen incidenteel toegankelijk. Zij maakten gebruik van netwerkevenementen en soms van ondersteuning of subsidies, maar deelname was niet vanzelfsprekend. Hun beperkte capaciteit maakte actieve betrokkenheid lastig, waardoor de bijdrage van middelen in de praktijk beperkt bleef. Wel werden positieve effecten benoemd op het gebied van zichtbaarheid en het verkrijgen van opdrachten via netwerkactiviteiten. Ondernemers geven aan veel uren te hebben geïnvesteerd, zichtbaar in de samenwerking binnen triple helix-structuren. De effectiviteit van deze middelen was volgens in de praktijk sterk afhankelijk van de mate van gezamenlijke eigenaarschap en regie. Activiteiten en middelen gericht op aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. Daarmee is een breed scala aan projecten tot stand gekomen, zoals Digital Days, hackathons, Techdays en praktijkopdrachten met regionale bedrijven. Ook de totstandkoming van een nieuwe ICTopleiding wordt gezien als een concreet resultaat dat direct inspeelde op de vraag van bedrijven en leerlingen. In de verdeling van de middelen is gaandeweg een verschuiving zichtbaar geworden.
Steeds meer middelen gingen naar onderwijs-arbeidsmarkt en innovatie. Onderwijspartners benoemen dat de ingezette middelen zijn benut voor studentenwerving, netwerkactiviteiten, stages, curriculumontwikkeling en samenwerking met bedrijven. Een belangrijk resultaat van de inzet van middelen was de start van nieuwe opleidingen, waaronder de HBO-ICT en de Associate Degree ICT Service Management in Veenendaal. Middelen die bijdroegen aan samenwerking met studenten en onderwijs worden door grote bedrijven als relevant ervaren, belangrijker nog dan de netwerkactiviteiten. Hoewel de middelen deze totstandkoming mede mogelijk maakten, bleef de instroom beperkt tot enkele tientallen studenten per jaar. Uiteindelijk zijn meer middelen dan oorspronkelijk begroot besteed aan activiteiten gericht op de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. Dat heeft volgens betrokkenen te maken met het feit dat de vraag naar deze activiteiten groter was dan vooraf ingeschat. De inzet van de middelen bewoog volgens meerdere direct betrokkenen mee met de vraag en de energie bij de deelnemende partijen. De verschuiving van middelen naar onderwijs en innovatie wordt verklaard doordat deze terreinen sneller tastbare resultaten opleverden en brede betrokkenheid van partners genereerden.
De middelen hebben ook bijgedragen aan versterkte samenwerking tussen instellingen en bedrijven, al werd dit effect vaak vooral zichtbaar in netwerken en minder in directe onderwijsresultaten. Een andere kritische kanttekening die bij de inzet van deze middelen is geplaatst is de spanning tussen langetermijnontwikkeling van opleidingen en de kortetermijnbehoefte van bedrijven, wat de impact van middelen in de praktijk beperkt. Het duurt lang voordat een opleiding zich heeft ontwikkeld met voldoende studenten. Middelen met minder (ervaren) effecten Minder effectief waren investeringen in de campusontwikkeling, arbeidsmarkttoeleidingsprojecten zoals GrowIT, en de acquisitie van bedrijven van buiten de regio. Arbeidstoeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bleek ingewikkelder
38
dan gedacht, ook door een ervaren mismatch tussen de kandidaten en de eisen die werkgevers stelden. Hierdoor bleven de beschikbare middelen onderbenut. De middelen voor fysieke acquisitie en clustering bleken minder effectief vanwege ruimtebeperkingen en arbeidsmarktkrapte. De inzet op ondernemersondersteuning, innovatie, talentontwikkeling en profilering wordt als minder effectief beschouwd. De middelen hebben daadwerkelijk tot initiatieven geleid, maar de schaal van Veenendaal werd gezien als een beperking voor de effectiviteit. Vooral de ambitie om Veenendaal ook internationaal te profileren werd als te groot beoordeeld in verhouding tot de beschikbare middelen en de lokale context. Ook hebben meerdere betrokkenen aangegeven dat het cluster van ICT-bedrijven niet een dominant profiel of specialisme kent. Bijvoorbeeld zijn er relatief weinig en vooral grote ICT-bedrijven die een directe verbinding met Food en Health hebben, terwijl de verbinding wel gezocht werd om op dat vlak innovaties (koppeling met het regionale economische profiel) te realiseren. Wisselend bereik van en perceptie van middelen Kleine ondernemers geven aan dat middelen en activiteiten vaak te grootschalig of beleidsmatig van aard waren, waardoor aansluiting bij hun dagelijkse praktijk beperkt bleef. Ook de communicatie over de inzet van middelen was niet altijd helder, wat deelname verder bemoeilijkte.
Het feit dat sommige kleine ondernemers wel profiteerden en andere nauwelijks, hangt volgens respondenten samen met verschillen in hoe goed zij al waren aangesloten op bestaande netwerken en contacten, waardoor de impact van dezelfde activiteiten per ondernemer verschilde.. Grote(re) bedrijven geven aan dat de activiteiten gericht op netwerkvorming voor hen minder toegevoegde waarde hadden, zij waren al onderdeel van het netwerk. Grotere bedrijven ervaren dat de ingezette middelen nauwelijks doorslaggevend zijn voor hun strategische keuzes, zoals vestiging of groei. Factoren als ligging en bereikbaarheid wegen voor hen zwaarder. De profilering van Veenendaal als ICT-centrum wordt gezien als nuttig voor zichtbaarheid, maar niet als doorslaggevend voordeel. Een verklaring hiervoor is dat middelen onvoldoende zijn gedifferentieerd naar type en omvang van bedrijven. Daarnaast wordt benoemd dat grotere bedrijven veel eigen voorzieningen en netwerken hebben, waardoor gemeentelijke middelen een relatief beperkte rol spelen. Geleidelijke afname van effectiviteit door verminderde inzet Veel betrokkenen (ondernemers, onderwijs, overheid) verklaren dat middelen waardevol waren, maar dat de gezamenlijke energie afnam zodra de gemeente zich meer terugtrok na fase 2 van het ICT-Campusprogramma. Het netwerk bleek kwetsbaar zonder structurele borging van financiering en regie.
Daarnaast wordt benoemd dat de middelen in de beginfase vooral overheidsgedreven werden ingezet, waardoor doelstellingen van onderwijs en ondernemers pas later volledig konden worden meegenomen. Beleidsmakers geven daarbij aan dat deze typering nuance vraagt: het opzetten van de hbo-ICT-opleiding en de Associate Degree bij de CHE was juist een van de eerste majeure inspanningen, die vanaf het begin
39
impact had op zowel onderwijs als ondernemers. Ook externe factoren, zoals provinciale restricties rond ruimte en bedrijfsgrond, beperkten de doorwerking van de inzet. Het beëindiging van fase 2 zorgde ervoor dat ook het communicatiebudget ophield, waardoor de effecten van de bestede middelen minder zichtbaar werden.
40
SWOT en suggesties toekomstbestendigheid
41
5. SWOT en suggesties toekomstbestendigheid 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de bevindingen over de SWOT-analyse en het leren van andere gemeenten opgenomen. Eerst zijn in de grijze kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de grijze kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen behandeld: 9. Welke lessen zijn te leren uit de bevindingen over doelen, resultaten en middelen? 10. Welke suggesties worden door betrokkenen gedaan over de toekomstbestendigheid van het ICT-Centrumbeleid? En wat kan Veenendaal leren van andere gemeenten? 5.2 Bevindingen te leren lessen 9.
Welke lessen zijn te leren uit de bevindingen over doelen, resultaten en middelen? Beantwoording op hoofdlijnen: Wat heeft goed gewerkt? Ontstaan van een functionerend netwerk waarin overheid, ondernemers en onderwijs elkaar weten te vinden, heeft geleid tot innovatie en spin-offs Gerealiseerde verbindingen tussen onderwijs en arbeidsmarkt door aanpassingen van opleidingen en leggen van verbindingen via stages, projecten en evenementen Actieve en ondernemende rol van de gemeente Veenendaal Groei van aantal bedrijfsvestigingen en arbeidsplaatsen in de ICT-sector die boven landelijk en regionaal gemiddelde ligt Een sterkere regionale positionering van het ICT-cluster Wat heeft minder goed gewerkt? Afhankelijkheid van incidentele middelen en onvoldoende structurele financiering Kwetsbaarheid van het ontstane ecosysteem zonder stevige regie en impulsen Onduidelijke identiteit en verwarring over begrippen (ICT-Centrum, ICTCampus, ICT-Valley) Beperkte schaal en moeilijk concurreren met grote vergelijkbare clusters door ontbreken toonaangevende onderzoeks- en onderwijsinstellingen Ongelijke mate van regionale oriëntatie bij overheid, ondernemers en onderwijs
42
Afhankelijkheid van sleutelpersonen Wat zijn kansen? Cross-sectorale innovatie en verbreding (met food, zorg en milieu) Grote ICT-bedrijven als ankers van het ecosysteem Aansluiting onderwijs arbeidsmarkt verbreden met bijscholing van ICTprofessionals Langjarige verankering van beleid en governance Landelijke en Europese positionering Wat zijn bedreigingen? Terugval door externe invloeden (Coronapandemie, handelsbeperkende maatregelen) Concurrentie van grotere regionale economische clusters (Eindhoven, Twente) Beschikbaarheid van energie
Onderbouwing SWOT-analyse Deze onderzoeksvraag is beantwoord aan de hand van een SWOT-analyse. De uit de verschillende bronnen (documenten, data, veldwerk) voortkomende en benoemde sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen zijn in onderstaande paragrafen opgenomen. Waar mogelijk is een relatie gelegd met doelstellingen van het ICT-Centrumbeleid Deze kunnen worden gelezen als de lessen over de bevindingen over de doelen, resultaten en middelen. Sterkten van het ICT-Centrumbeleid Veenendaal Ontwikkeling van een ecosysteem Een belangrijke sterkte is de totstandkoming van een ecosysteem waarin overheid, onderwijs en ondernemers elkaar weten te vinden. Uit gesprekken komt naar voren dat de samenwerking de afgelopen jaren concreet vorm heeft gekregen in gezamenlijke initiatieven, korte lijnen en een toegenomen gevoel van wederzijdse afhankelijkheid. Dit sluit aan bij het oorspronkelijke beleidsdoel uit de eerste fase van het ICT-Centrum, namelijk het vestigen van een herkenbare identiteit en het bouwen van een samenwerkingsverband tussen de drie O’s. Verbinding onderwijs en arbeidsmarkt De verbeterde aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt wordt breed gezien als een kracht. Onderwijsinstellingen geven aan dat nieuwe opleidingen zijn ontwikkeld en aangepast op basis van signalen uit de praktijk.
Studenten komen via stages, projecten en evenementen in direct contact met bedrijven, terwijl er tegelijkertijd trajecten zijn gestart voor zij-instromers en werkzoekenden. Uit documentanalyse blijkt dat dit ook expliciet als beleidsdoel is benoemd in de tweede fase: het realiseren van top ICT-onderwijs en het creëren van een banenmotor. De resultaten, zoals het aantal geplaatste werkzoekenden en de opzet van ICTlabs, zijn voorbeelden van concrete verwezenlijkingen.
43
Actieve en ondernemende rol van de gemeente De rol van de gemeente Veenendaal wordt in vrijwel alle perspectieven positief benoemd. De gemeente heeft middelen beschikbaar gesteld, risico’s genomen en zichtbaar regie gevoerd om de samenwerking tussen partijen op gang te brengen. Dit was van cruciaal belang in de beginfase, waarin de profilering als ICT-centrum centraal stond. Het laat zien dat het beleidsdoel om Veenendaal neer te zetten als ICT-centrum niet alleen symbolisch bleef, maar ook werd ondersteund door concrete investeringen en bestuurlijke betrokkenheid. Groei van bedrijven en banen in de ICT-sector Een andere sterkte is de economische en arbeidsmarktontwikkeling. Uit data-analyse blijkt dat het aantal ICT-bedrijven en banen in Veenendaal sinds 2016 sterker is gegroeid dan gemiddeld landelijk of regionaal. Ook de arbeidsmarktparticipatie is sneller toegenomen. Daarmee wordt zichtbaar dat de beleidsdoelstelling om het vestigingsklimaat te versterken en Veenendaal te profileren als banenmotor daadwerkelijk resultaten heeft opgeleverd. Innovatieve initiatieven en spin-offs Uit de samenwerking zijn nieuwe formats en initiatieven ontstaan die anders waarschijnlijk niet van de grond zouden zijn gekomen. Voorbeelden hiervan zijn de Digital Days, ICT-labs en omscholingstrajecten.
Deze initiatieven dragen zowel inhoudelijk bij – zoals het opleiden van professionals en het bevorderen van digitale vaardigheden – als symbolisch, doordat ze de zichtbaarheid van het ICT-Centrum vergroten. Hiermee sluiten ze aan bij meerdere beleidsdoelen, waaronder het bevorderen van innovatiekracht en het realiseren van top ICTonderwijs. Regionale en landelijke positionering Tot slot is de positionering van Veenendaal versterkt binnen de regio en daarbuiten. Het ICTCentrum is inmiddels ingebed in bredere agenda’s zoals de Regio Deal Foodvalley en de Human Capital Agenda Regiovisie Utrecht. Daarmee is de aanvankelijke profilering als gemeentelijk initiatief verbreed naar een rol binnen regionale samenwerkingsstructuren. Dit ondersteunt beleidsdoelen in de laatste jaren, waarin het accent steeds meer kwam te liggen op structurele samenwerking, kennisdeling en het versterken van menselijk kapitaal in een regionale context. Zwakten van het ICT-Centrumbeleid Veenendaal Structurele financiering en afhankelijkheid van incidentele middelen Uit meerdere gesprekken komt naar voren dat het ontstane ecosysteem afhankelijk is van incidentele financieringsstromen en projectsubsidies. De structurele bijdrage van de gemeente wordt als beperkt ervaren, waardoor continuïteit en langetermijnplanning lastig zijn.
Vanuit ondernemers wordt benadrukt dat het onderhouden van netwerken en programma’s blijvende investering vraagt. Beperkte middelen staan op gespannen voet met beleidsdoelen die juist gericht waren op het institutionaliseren van de ICT-Campus en het creëren van een
44
duurzame banenmotor. Het laat zien dat de stap van projectmatige naar structurele verankering nog niet volledig is gemaakt. Kwetsbaarheid van het ecosysteem bij verminderde regie Gesprekspartners benoemen dat het ecosysteem kwetsbaar is wanneer de regie of coördinatie vanuit de gemeente of andere partners en het programma afneemt. Er zijn perioden geweest – met name rond de coronacrisis – waarin de activiteiten terugliepen en de energie uit het netwerk wegebde. Dit maakt zichtbaar dat de ambities om een blijvend regionaal kennis- en innovatiecluster te vormen niet vanzelfsprekend worden waargemaakt zonder actieve sturing. Het beleidsdoel om structurele samenwerking en gezamenlijke regie te bevorderen komt hierdoor in de praktijk onder druk te staan. Onduidelijke identiteit en begrippenkader Respondenten signaleren verwarring over de begrippen ICT-Centrum, ICT-Valley en ICTCampus, ondanks dat er volgens beleidsmakers lang is nagedacht over één logo en proposities. Niet alle betrokkenen gebruiken dezelfde termen, en er is geen eenduidige identiteit die of merk dat breed herkend wordt. Voor sommigen staat ICT-Campus gelijk aan het beleid, terwijl anderen vooral verwijzen naar het bredere ICT-Centrum. Deze onduidelijkheid kan de zichtbaarheid en externe profilering beperken.
Dit knelt met het oorspronkelijke beleidsdoel om Veenendaal neer te zetten als hét ICT-centrum en daarmee een herkenbaar en onderscheidend profiel te vestigen. Met de oprichting van de Stichting ICTCampus Regio Foodvalley lijkt gekozen te zijn voor één begrip en merk. Beperkte schaal en moeilijk concurreren met grote clusters Ondernemers geven aan dat het ecosysteem in Veenendaal beperkt schaalbaar is en moeilijk kan concurreren met grotere ICT-clusters zoals Eindhoven en Twente. Dit komt door de beperkte omvang van bedrijven, het ontbreken van toonaangevende onderzoeks- en onderwijsinstellingen. Dat zorgt voor een beperkte aantrekkingskracht op talent. Hoewel lokaal en regionaal successen zichtbaar zijn, blijft de landelijke positionering relatief bescheiden. Dit staat in contrast met het beleidsdoel om Veenendaal als ICT-centrum landelijk op de kaart te zetten. De reikwijdte blijft vooral regionaal. Ongelijke mate van regionale oriëntatie bij de drie O’s Uit gesprekken met verschillende respondentgroepen blijkt dat onderwijsinstellingen en ondernemers vaker regionaal opereren, terwijl de gemeente in veel gevallen meer lokaal gericht blijft. Dit verschil in schaalniveau kan samenwerking en verdere opschaling bemoeilijken.
Voor een sterk ICT-ecosysteem is juist regionale samenwerking nodig, zoals later ook in beleidsstukken werd benadrukt met de inbedding in de Regio Deal Foodvalley en de Human Capital Agenda. Dat de overheid in mindere mate die regionale oriëntatie laat zien, kan daarom gezien worden als een remmende factor ten opzichte van de beleidsdoelen om meer structurele en bovenlokale samenwerking te realiseren. Beleidsmakers benoemen dat de gemeente op meerdere manieren regionaal actief is, zoals op gezamenlijk beleid.
45
Afhankelijkheid van sleutelpersonen Betrokkenen zien een beperkt aantal sleutelpersonen dat in de loop der jaren actief is of is geweest in het ICT-cluster. Deze dragen en onderhouden het ecosysteem dat is ontstaan. Meerdere betrokkenen ervaren dat het wegvallen van sleutelfiguren in het verleden ook direct effect hebben op de veerkracht en energie in het netwerk. Opgemerkt wordt dat de basis weliswaar staat, maar nog smal is. Kansen voor het ICT-Centrumbeleid Veenendaal Cross-sectorale innovatie en verbreding Uit de gesprekken blijkt dat er kansen liggen in het verbinden van ICT met andere sectoren, zoals food, zorg en milieu. Dit geldt ook voor ontwikkelingen in de inzet van Artificiële Intelligentie (AI). Dit sluit aan bij de beleidsontwikkeling waarin cross-overs en sector overstijgende innovatie vanaf de tweede fase nadrukkelijk zijn benoemd. De ICT-Campus kan volgens betrokkenen fungeren als katalysator voor dergelijke samenwerkingen, waarmee Veenendaal zich kan onderscheiden als een centrum voor toegepaste innovatie. Dit versterkt bestaande beleidsdoelen en biedt ruimte voor verdere verdieping in de praktijk. Beleidsmedewerkers geven aan dat dit inmiddels een ambitie is. Grote IT-bedrijven als regionale ankers van het ecosysteem Meerdere respondenten wijzen erop dat de positionering van grotere IT-bedrijven nog beter kan.
In andere economische regio’s zien zij grote bedrijven die zich opwerpen als anker voor samenwerking en innovatie. Dit wordt gezien als een kans om het ecosysteem verder te verstevigen en de internationale en landelijke uitstraling van het ICT-Centrum te vergroten. Het past binnen de beleidsdoelstellingen die gericht waren op het aantrekken en vasthouden van ICT-bedrijven en het verbeteren van het vestigingsklimaat. De ambitie is consistent met eerdere beleidsdoelen, maar vraagt in de uitvoering nog verdere concretisering. Versterken aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt Zowel onderwijs- als ondernemersvertegenwoordigers benoemen de kans om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt verder te verbeteren. Daarbij gaat het niet alleen om de instroom van studenten in ICT-opleidingen (vormend en vervolgonderwijs), maar ook om de bijscholing van bestaande ICT-professionals. Dit is expliciet genoemd als kans door ondernemers die ervaren dat het onderwijs op dit vlak nog veel kan ontwikkelen. Deze kans sluit aan bij de beleidsdoelen die sinds 2017 gericht zijn op het realiseren van top ICTonderwijs Het onderstreept dat deze doelstelling actueel blijft en zich leent voor verdere uitwerking.
Gemeente als facilitator van digitalisering en data gedreven werken Een kans die door verschillende betrokkenen wordt benoemd, is het sterker positioneren van de gemeente als facilitator van digitalisering en data gedreven werken. De rol van de
46
gemeente wordt gezien als die van proeftuin en voorbeeld in de toepassing van nieuwe technologieën. Dit ligt in het verlengde van beleidsdoelen in de latere fase (vanaf 2020), waarin meer aandacht werd gevraagd voor de maatschappelijke toepassing van ICT en innovatie, onder andere op het gebied van data en AI. Langjarige verankering van beleid en governance Uit gesprekken komt naar voren dat er kansen liggen in het structureel verankeren van het ICTCentrumbeleid. Een stabielere en meerjarige beleidsbasis vanuit de gemeente en regio en dragende partijen vanuit ondernemers en onderwijs kan bijdragen aan continuïteit en duurzame ontwikkeling van het ecosysteem. Dit sluit aan bij de beleidsontwikkeling die sinds 2020 steeds meer gericht is op structurele samenwerking en institutionalisering, maar benadrukt dat dit nog verder doorgevoerd kan worden. Landelijke en Europese profilering Tot slot wordt gewezen op de kans om Veenendaal sterker te profileren op landelijk en Europees niveau. Er zijn stappen gezet in de regionale positionering in de Foodvalley. Ook is het ICT-Centrumbeleid al gekoppeld aan landelijke agenda’s, zoals de Human Capital Agenda ICT, maar verdere opschaling en internationale zichtbaarheid kunnen de positie van Veenendaal versterken.
Dit is in lijn met de beleidsontwikkeling die gericht was op regionale en landelijke inbedding, en vormt een logische vervolgstap richting bredere Europese netwerken. Meerdere respondentgroepen benoemen dit als een kans, maar er wordt ook verschillend over gedacht. Bedreigingen voor het ICT-Centrumbeleid Veenendaal Terugval door externe invloeden Uit de gesprekken blijkt dat het ecosysteem kwetsbaar is voor externe omstandigheden, zoals tijdens de coronaperiode. In die tijd viel een deel van de activiteiten stil en ontstond er een onderbreking in de continuïteit van programmering. Meerdere respondenten verwijzen naar de periode van de coronacrisis als moment waarop de dynamiek tijdelijk verdween en belangrijke activiteiten stilvielen. Ook beleidsstukken bevestigen dat de tweede fase van het ICT-Campusprogramma ruim voor de start van de derde fase was afgelopen, waardoor er een gat ontstond in de programmering. Dit veroorzaakte een onderbreking in de continuïteit, terwijl beleidsdoelen juist vroegen om doorontwikkeling en institutionalisering. De coronaperiode maakte duidelijk hoe kwetsbaar het ecosysteem is als activiteiten stilvallen.
Actuelere bedreigingen zien betrokkenen in handelsbeperkende maatregelen en de gevolgen daarvan Concurrentie met grotere regionale economische clusters met een sterke ICT-component Veenendaal wordt door gesproken betrokkenen gezien als een relatief kleinschalige ICT-regio die moeite heeft om te concurreren met grotere en meer clusters in Eindhoven, Twente of de metropoolregio Amsterdam. Het ontbreekt in de regio aan aansprekende onderzoeks- en onderwijsinstellingen met ICT-expertise. De vraag die een aantal betrokkenen stelt is of het
47
ICT-cluster in Veenendaal zich moet willen meten met deze economische clusters of juist eerder aansluiting moet zoeken. De oorspronkelijke beleidsdoelstelling om Veenendaal landelijk als ICT-Centrum te profileren staat hierdoor onder druk. Beleidsstukken uit de meest recente fase laten zien dat de nadruk inmiddels is verschoven naar regionale samenwerking, wat kan worden geïnterpreteerd als een indirecte erkenning van deze bedreiging. Beschikbaarheid van energie Een aantal betrokkenen signaleert dat beschikbaarheid van voldoende energie, naast een goede ontsluiting en fysieke ruimte voor (nieuwe) bedrijven, een belangrijke voorwaarde is voor de groei en ontwikkeling van een economisch cluster. Zij benoemen concrete voorbeelden in andere regio’s en economische clusters waar een gebrek aan (aansluit)capaciteit direct gevolgen heeft voor het kunnen aantrekken van nieuwe bedrijven en daarmee de innovatie afremt. 5.3 Bevindingen suggesties toekomstbestendigheid ICT-Centrumbeleid 10.
Welke suggesties worden door betrokkenen gedaan over de toekomstbestendigheid van het ICT-Centrumbeleid? En wat kan Veenendaal leren van andere gemeenten? Beantwoording op hoofdlijnen: De suggesties die zijn benoemd vanuit zowel respondenten vanuit de overheid, de ondernemers en de onderwijspartners zijn: o Investeer in continuïteit van samenwerking en regie van het ontstane ecosysteem o Verscherp en verduidelijk de positionering door hanteren van eenduidige naam Suggesties die door twee respondentgroepen zijn gedaan zijn: o Continueer en verdiep de aansluiting bij regionale en landelijke agenda’s o Vergroot de betrokkenheid van grotere bedrijven en ankers o Stimuleer cross-sectorale innovatie en samenwerking o Maak onderscheid tussen instroom en professionalisering en borg de verbinding tussen ondernemers en onderwijs op structurele wijze Suggesties die met name vanuit één respondentgroep zijn benoemd zijn: o Zorg voor structurele financiering en borging o Versterk regionale samenwerking en gedeeld eigenaarschap o Ontwikkel een langetermijnvisie voor innovatie en digitalisering o Leg meer nadruk op cross-sectorale toepassingen in onderwijs o Versterk profilering en aantrekkelijkheid van ICT-opleidingen Een vergelijking met drie andere gemeenten (Almere, Groningen en Hilversum) die ICT hebben benoemd als speerpunt in hun economisch beleid levert de volgende lessen op: