CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. def Rekenkamerrapport ICT-Centrumbeleid

Gemeenteraad 21 mei 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Rekenkamerrapport ICT-Centrumbeleid19.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rekenkamerrapport

ICT-Centrumbeleid

Voorwoord De gemeente Veenendaal werkt al vele jaren aan het versterken van haar positie als ICT gemeente. Sinds 2010 is stap voor stap gebouwd aan een ambitieus beleid dat gericht was op profilering, samenwerking en het stimuleren van economische groei. In de jaren daarna is dit beleid verder uitgewerkt, onder andere via het ICT Campusprogramma en de samenwerking binnen de Regio Foodvalley. De Rekenkamer heeft in 2024 en 2025 onderzoek uitgevoerd om inzicht te geven in de doeltreffendheid van het ICT Centrumbeleid en om de gemeenteraad te ondersteunen bij toekomstige keuzes. Daarbij is gekeken naar de ontwikkeling van het beleid, de behaalde resultaten, de ingezette middelen en de mate waarin inspanningen hebben bijgedragen aan economische en innovatieve groei. Tijdens het onderzoek is duidelijk geworden dat er in Veenendaal veel werk is verzet door zowel ambtenaren als het college. Hun inzet heeft bijgedragen aan het ontstaan van een waardevol ecosysteem waarin ondernemers, onderwijs en overheid elkaar weten te vinden. Ook is zichtbaar dat de gemeente, ondanks wisselende omstandigheden zoals de coronaperiode, steeds heeft gezocht naar manieren om het ICT cluster te ondersteunen en te verbinden met regionale ontwikkelingen. Die betrokkenheid verdient erkenning.

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat het beleid in de loop der jaren is verschoven: van lokale profilering naar regionale samenwerking, en van economische groei naar bredere thema’s zoals innovatie, digitalisering en human capital. Deze verschuivingen bieden kansen, maar vragen ook om duidelijke keuzes en kaders voor de toekomst. De Rekenkamer hoopt dat dit rapport bijdraagt aan een goed geïnformeerde dialoog in de gemeenteraad over de rol van Veenendaal binnen het regionale ICT landschap. Het doel is niet alleen terugkijken, maar vooral vooruitkijken: hoe kan de gemeente de opgebouwde netwerken, kennis en energie vasthouden en verder versterken?

Namens de Rekenkamer Veenendaal, Linda van Rooijen, voorzitter

Rekenkamerrapport ICT-centrumbeleid | 2

Bestuurlijke nota Aanleiding Sinds 2010 wil de gemeente Veenendaal zich profileren als ‘ICT-Centrum’, ook wel als “het ICT-Centrum van FoodValley”. Begin 2016 is dit beleid uitgewerkt in een nieuwe Strategische ICT-Visie. In 2017 onderzocht de Rekenkamercommissie: (1) in hoeverre de doelen uit 2010 waren bereikt; (2) of het beleid aansluit bij de behoeften en ambities van de ICT-Sector in de regio FoodValley. Mede omdat de gemeente in deze periode blijvend heeft geïnvesteerd in “ICT Centrum Veenendaal” wilde de rekenkamer opnieuw inzicht krijgen in de doeltreffendheid van dit beleid. Na een vooronderzoek in 2024 is in 2025, samen met onderzoeksbureau B&A een nieuw onderzoek uitgevoerd. De centrale vraag was: Hoe doeltreffend is het beleid van de gemeente Veenendaal om Veenendaal te profileren als ICT-Centrum en welke positieve resultaten levert dit op? Het onderzoek geeft: A. Een overzicht van de beleidsdoelen door de jaren heen; B. Een overzicht van de behaalde resultaten op economische activiteit en innovatie C. Inzicht in de totale investeringen van de gemeente en partners.

Daarnaast is onderzocht: • in hoeverre er een relatie is tussen de inspanningen van de gemeente en de economische effecten • of de opbrengsten vooral in Veenendaal vallen of ook daarbuiten. Deze onderdelen zijn uitgewerkt in deelvragen in de onderzoeksverantwoording (Hoofdstuk 1 van de Nota van Bevindingen).

Rekenkamerrapport ICT-centrumbeleid | 3

Conclusies Conclusie 1: Sterk regionaal profiel, geen landelijke positie Het is niet volledig gelukt om Veenendaal landelijk te profileren als ICT Centrum. Daarvoor is de economische omvang te klein en ontbreekt een grote onderwijs- of onderzoeksinstelling in de buurt. In andere regio’s, zoals Eindhoven en Twente, is die koppeling er wel. Regionaal is de ambitie wél geslaagd. Het ICT cluster heeft een duidelijke plek gekregen in de regionale agenda van FoodValley. Ook is er in Veenendaal en de directe omgeving een netwerk ontstaan van ondernemers, onderwijs en overheid. De activiteiten van het ICT Campusprogramma hebben hier zichtbaar aan bijgedragen.

Conclusie 2: Groei van bedrijven en banen, maar geen duidelijke oorzaak gevolgrelatie Het aantal ICT bedrijven en ICT banen in Veenendaal is sterker gegroeid dan landelijk en regionaal. Betrokkenen zien vooral het ICT Campusprogramma (2017–2020) als de meest zichtbare inzet van gemeente, provincie, ondernemers en onderwijs. Er is een ecosysteem ontstaan waarin deze partijen samenwerken. Dat wordt gezien als een belangrijke basis voor de toekomst. Toch is het niet duidelijk in welke mate de gemeentelijke financiële bijdrage precies heeft geleid tot deze resultaten. De relatie tussen inzet en effect is dus niet eenduidig vast te stellen.

Conclusie 3: Verschuiving van lokale economie naar innovatie en regionale samenwerking In het begin richtte het ICT Centrumbeleid van de gemeente Veenendaal zich vooral op de lokale ICT sector. Het doel was om de sterke aanwezigheid van ICT bedrijven in Veenendaal te benutten. De gemeente wilde hiermee het vestigingsklimaat verbeteren en zorgen voor meer bedrijven en meer banen. In de loop van de jaren is het beleid echter veranderd van richting. Het ICT Centrumbeleid werd steeds meer onderdeel van grotere regionale programma’s, zoals: • de Regio Deal FoodValley • de Human Capital Agenda ICT Regiovisie Utrecht Door deze aansluiting verschoof de aandacht naar nieuwe thema’s, zoals: • het versterken van menselijk kapitaal • digitalisering van het midden- en kleinbedrijf • innovatie in samenwerking met andere sectoren • het gebruik van data en AI • het verbeteren van digitale vaardigheden in onderwijs en arbeidsmarkt • het verbinden van het ICT cluster met andere sectoren in de regio De opgerichte Stichting ICT Campus Regio FoodValley richt zich vooral op innovatie en productontwikkeling. Het is nog niet duidelijk welke thema’s de stichting precies wil ondersteunen. De gemeenteraad kan hierover richting geven, omdat de stichting onderdeel is van de regionale FoodValleystructuur.

Belangrijk is dat deze koerswijziging nooit formeel is vastgesteld door de gemeenteraad. Er is dus geen aangepast beleidskader dat deze nieuwe richting bevestigt.

Conclusie 4: Van programma naar structurele organisatie Het ICT Campusprogramma werkte goed in de periode 2017–2020. Daarna was het de bedoeling dat ondernemers en onderwijs de rol van de gemeente zouden overnemen. Dit is maar beperkt gelukt, mede door corona. Uit de analyse bleek dat er geen structurele organisatievorm was om het netwerk te behouden en verder te ontwikkelen. Daarom is in 2025 de Stichting ICT Campus Regio FoodValley opgericht, waarin ondernemers, onderwijs en overheid samen eigenaar zijn.

Conclusie 5: Minder inzet van middelen en capaciteit In de periode 2017–2020 investeerde de gemeente €900.000 in het ICT Campusprogramma. Na 2020 werd jaarlijks €100.000 begroot, maar dit is niet duidelijk terug te vinden in de P&C documenten. Ook de inzet in uren vanuit de gemeente nam sterk af na 2020. Partners gaven aan dat zij ook minder inzet zagen. Dit leidde tot gesprekken over een nieuwe governancevorm, die uiteindelijk heeft geleid tot de oprichting van de stichting in 2025.

Rekenkamerrapport ICT-centrumbeleid | 4

Aanbevelingen Aanbeveling 1: Geef als raad duidelijke kaders voor de rol van de gemeente in de Stichting ICT-Campus Regio FoodValley

Aanbeveling 2: College: informeer de raad jaarlijks via de P&C cyclus over doelbereik en financiën rondom het ICT-Centrumbeleid

Aanbeveling 3: Ga als auditcommissie in gesprek over hoe er net de aanpak van grote projecten omgegaan moet worden. Geef kaders mee aan de raad voor deze aanpak.

De inhoudelijke focus van het ICT Centrumbeleid is de afgelopen jaren verschoven. Deze koerswijziging is niet formeel door de gemeenteraad vastgesteld. Omdat de gemeente geld en menskracht inzet in de Stichting ICT Campus Regio FoodValley, is het wenselijk dat de raad duidelijkheid geeft over de gewenste richting.

Tijdens het ICT Campusprogramma kreeg de raad aparte rapportages. Deze kwamen echter laat en stonden niet in de reguliere planning en controlcyclus. Daardoor was het lastig voor de raad om tijdig bij te sturen.

De aanpak van de ICT Campus laat zien dat grote projecten duidelijke kaders en keuzes nodig hebben. Dit geldt ook voor andere grote of risicovolle projecten binnen de gemeente. De raad kan daarom vragen om een regeling voor majeure projecten. Het college kan, met de kaders van de raad, de regeling opzetten. Deze regeling helpt om vanaf het begin goede informatie te delen en risico’s te beheersen.

In het rekenkameronderzoek van 2017 werd al aanbevolen om een beleidskader met concrete doelen op te stellen. Deze aanbeveling is nog steeds actueel. De raad kan daarom overwegen om: • te bepalen of en welke invloed zij wil hebben binnen de Stichting ICT Campus • richting te geven aan de doelen die de gemeente met haar inzet wil bereiken • duidelijkheid te geven over de rol van de gemeente in de ICT sector in de regio

Het is daarom wenselijk dat het college de raad jaarlijks informeert over: • de resultaten van de Stichting ICT Campus Regio FoodValley • de inzet van middelen en uren • de samenhang met de P&C documenten Door deze informatie tijdig en periodiek (lees: jaarlijks) te delen, krijgt de raad beter inzicht en kan zij, waar nodig, eerder richting geven.

Bij projecten die onder deze regeling vallen, kan de raad een startnotitie ontvangen met: • verschillende scenario’s • mogelijke keuzes en gevolgen • risico’s en aandachtspunten • benodigde middelen (geld, tijd, personeel) • het gewenste ambitieniveau Dit geeft de raad de mogelijkheid om vroegtijdig richting te geven wanneer een project groot is of risico’s met zich meebrengt.

Het ligt voor de hand dat de raad het college vraagt om een aangepast beleidskader waarin deze punten concreet worden uitgewerkt. De raad kan hierbij de hulp van de griffie vragen.

Rekenkamerrapport ICT-centrumbeleid | 5

Brief: CV Reactie college op Rekenkamerrapport ICT-Centrumbeleid Dossiernummer: 5763

GEMEENTE

filEttf Aan:

Dossiernummer

5763

Behandeld door

Hans Polinder

Team

Voorzitter Rekenkamer

Strategie en Ontwikkeling

(so)

Datum

10 maart2026

Onderwerp

Reactie Rekenkamerrapport ICT-Centru mbeleid

Veenendaal Mevrouw L. van Rooijen Postbus 1100 3900 BC Veenendaal

Geachte mevrouw Van Rooijen,

Op 13 februarijl. ontvingen wij het concept van het Rekenkamerrapport |CT-Centrumbeleid. U stelt ons in de gelegenheid op dit rapport ook nog bestuurlijk te reageren voordat deze aan de gemeenteraad wordt verstuurd. Wij danken u hartelijk voor die geboden mogelijkheid. De opmerkingen uit de nota van bevindingen worden door ons onderschreven. De punten die in het ambtelijk wederhoor zijn genoemd zijn vrijwel allemaal venryerkt in de nota, en waar dat niet is gebeurd wordt dit ook aangegeven. De bestuurlijke reactie zal zich dan ook vooral richten op het document'Bestuurlijke nota ICT-Centrumbeleid' van de Rekenkamer.

Gonclusies Het college zal puntsgewijs ingaan op de conclusies uit de bestuurlijke nota.

Conclusie l. Het college onderschrijft het feit dat de regionale profilering wel is geslaagd maar de landelijke profilering maar deels is gelukt. Conclusie 2. Hel college herkent het feit dat er in de afgelopen jaren via het ICT-Campusprogramma een ecosysteem is ontstaan waarin bedrijven en relevante partijen met elkaar samenwerken. Daarnaast klopt de constatering dat het aantal |CT-bedrijven en |CT-banen in onze gemeente sterker is gegroeid dan landelijk én in de regio te zien was. Bij de constatering dat niet duidelijk vast te stellen is wat de oorzakelijke relatie is tussen de gemeentelijke (financiële) bijdrage en de bovenstaande ontwikkeling, wil het college het volgende opmerken. Al voor aanvang van het onderzoek is meegegeven dat de onderzoeksvraag naar een oorzakelijk verband tussen de inspanningen uit het programma en de af- of toename van het aantal |CT-bedrijven en |CT-banen niet direct aangetoond kon worden. Er zijn immers meerdere inspanningen uit het programma die gezamenlijk leiden tot een mogelijk resultaat en het is ondoenlijk om een specifieke inspanning één op één te relateren aan de mogelijke uitkomst. De Rekenkamer heeft deze vraag toch doorgezet om vervolgens tot de conclusie te komen dat het oorzakelijk verband er niet is.

Het college merkt op dat de inspanningen van de ICT Campus wel degelijk heeft geleid tot een ecosysteem waardoor er meer |CT-banen en -bedrijven in Veenendaal zijn ontstaan in de afgelopen jaren. Conclusie 3. Het college herkent de verandering in de loop van de jaren van de richting van het beleid, waarbij de focus steeds meer lag op inbedding van het ICT-Centrumbeleid in lokale en regionale programma's. Het college herkent niet de opmerking van de Rekenkamer dat deze wijziging van beleid nooit zou zijn vastgesteld door de raad. De raad is in de afgelopen jaren op de volgende manieren meegenomen: - de belangrijkste onderwerpen en eventuele wijzigingen zijn via de P&C cyclus teruggekoppeld;

1van3

Brief: CV Reactie college op Rekenkamerrapport ICT-Centrumbeleid

GEME

-

,"rt.r"

Dossiernummer: 5763

:HD¡¡Ãl

de deelname in de Regio Deal is zelfs in de gemeenteraad besproken via een raadsvoorstel en heeft de raad ingestemd met het inbrengen van het programma ICT Campus in de Regio Deal;

tijdens de raadsavonden worden de belangrijkste nieuwe (door-)ontwikkelingen besproken. Tot slot geeft de Rekenkamer aan dat de gemeenteraad nog richting kan geven aan de nieuwe stichting ICT-Campus Regio FoodValley. Het klopt dat inhoudelijk nog suggesties gegeven kunnen worden voor het inhoudelijke programma waar de stichting mee aan de slag gaat, maar er is bewust de keuze gemaakt om het programma te verzelfstandigen door de stichting ICT-Campus op te richten Het college wil daarmee aangeven dat de verantwoordelijkheid voor de koers van de stichting ligt bij het bestuur en de Raad van Advies van de stichting. De gemeentelijke inbreng kan echter via de subsidiebeschikking altijd worden (bij)gestuurd. Conclusie 4. ln en na de coronatijd werd het inderdaad een stuk ingewikkelder om het opgebouwde ecosysteem te onderhouden, met de oprichting van de stichting ICT-Campus is hier een passende structurele borging voor gevonden. Het college herkent dus deze conclusie. Conclusie 5. De investeringen van de gemeente na2020 zijn terug te vinden in de bijlagen van de jaarlijkse programmabegroting. De uitgaven waren bedoeld voor de lopende verplichting van het programma voor de opschalingsprojecten, het meetnetwerk voor stikstof emissies (onderdeel van de Regio Deal) en het doorzetten van de vraagstukken rondom human capital.

Aanbevelingen Het college wil bij een aantal aanbevelingen nog een kanttekening plaatsen. Hieronder zullen wij deze per aanbeveling apart vermelden. Aanbeveling l. Uw eerste aanbeveling richt zich tot de raad. Wij onderschrijven de wens tot duidelijke kaders vanuit de raad voor de in 2025 opgerichte stichting ICT-Campus en omarmen deze. Wij merken hierbij op dat de stichting een zelfstandig bestuur kent. De subsidierelatie van de gemeente met de stichting kan een goed instrument zijn om invloed aan te wenden. Aanbeveting 2. Hel college herkent niet de volgende opmerking van de Rekenkamer: 'Tiidens het ICTCampusprogramma kreeg de raad aparte rapportages. Deze kwamen echter laat en stonden niet in de reguliere ptanning- en controlcyclus. Daardoor was het lastig voor de raad om tiidig biite sturen.' Deze aanbeveling, als het gaat om het informeren van de raad en de invloed die de raad kan oefenen op het beleid van ICT Campus, is in essentie hetzelfde als conclusie nr.2. Voor onze reactie verwijzen wij derhalve op de reactie die op de conclusie is gegeven. Het college vindt deze aanbeveling dus overbodig, omdat via de bestaande instrumenten van de P&C cyclus, de raadsavonden en de subsidiebeschikking, de raad geïnformeerd wordt en ook invloed kan uitoefenen.

Aanbeveting 3. De laatste aanbeveling is ook op de raad gericht, waarin u als Rekenkamer de raad adviseert om vanuit het college een regeling te vragen voor de aanpak van grote of risicovolle projecten. Het college vindt deze aanbeveling enigszins onverwachts en niet te herkennen vanuit de gevoerde gesprekken en het onderzoek zelf. ln bijgevoegde nota over het ICT-Centrumbeleid is uitgebreid genoteerd hoe het college de afgelopen jaren gestuurd heeft op het ICT-Centrumbeleid. Het college zou dit beleid niet bestempelen als een risicovol project. Daarnaast organiseert het college een uitgebreide consultatie met de raad op het moment dat er daadwerkelijk (financieel) risicovolle projecten tot besluitvorming moeten komen, zoals in het geval van de jeugdzorg, het theater of de bouw van integrale kindcentra's (lKC's). Het is al gangbaar dat bij grote beleids- en visietrajecten de raad middels startnotities wordt geïnformeerd, en sinds kort zijn keuzenotities toegevoegd aan het instrumentarium van de raad. Vragen? Hebt u nog vragen, neemt u dan contact op met H. Polinder, bereikbaar op telefoonnummer 0628151455. Ook kunt u een e-mail sturen naar hans.polinder@veenendaal.nl.

2van3

BrÍef: eV Reactie coltege

op Rekenkamêr¡apport l0T_Centrumbeteid Dossismummen 5Z68

MeJ vriendelijke groet

Dêelctrã gsrneenteseûretar¡s

Nawoord rekenkamer De rekenkamer dankt het college voor de zorgvuldige en constructieve bestuurlijke reactie op het rekenkameronderzoek naar het ICT-Centrumbeleid. Het college onderschrijft de Nota van Bevindingen en de wijze waarop deze tot stand is gekomen. Over de conclusies en aanbevelingen, zoals vermeld in de Bestuurlijke Nota, heeft ze wel een aantal opmerkingen. Hierbij geeft het college op enkele onderdelen een waardevolle duiding van de bestuurlijke context. Wel willen we nog ingaan op een aantal opmerkingen van het college aan de rekenkamer. De opmerking van het college over conclusie twee (‘we weten dat causaliteit niet aantoonbaar is’) is juist. Maar daarmee klopt de conclusie nog steeds. En is daarom van belang om wél met de raad te delen. Immers, er wordt budget door de raad beschikbaar gesteld waarbij ongewis is (namelijk er is geen causaliteit aantoonbaar) in hoeverre juist dit ingezette geld bijdraagt aan het specifieke doel. Over conclusie drie geeft het college aan dat de raad regelmatig is geïnformeerd via P&C-documenten, Regio Dealbesluitvorming en raadsavonden. De rekenkamer weet dat de raad in meerdere vormen is meegenomen. Echter, de heroriëntatie van het beleid – van economische profilering naar bredere digitale en regionale ontwikkeldoelen – is substantieel en vereist volgens goed bestuur juist een expliciete, formele bevestiging door de raad.

Dit is ook van belang voor de sturings- en verantwoordingsrelatie tussen raad en college. Het college herkent de bij conclusie vijf genoemde afname van inzet voor het ICT-centrum. Daarbij verduidelijkt zij waarvoor de middelen na 2020 werden gebruikt. De

rekenkamer merkt op dat deze nadere duiding niet in tegenspraak is met de bevindingen, namelijk dat het bestemde budget niet direct gebruikt is voor de het ICTproject, maar voor afgeleide zaken binnen de Regiodeal. Het college stelt bij aanbeveling twee dat de raad voldoende is geïnformeerd via verschillende instrumenten. De rekenkamer is van oordeel dat de informatievoorziening bij de afronding van het ICT-Campusprogramma te laat was. De herkenbaarheid van het project in de P&C-cyclus was ook onvoldoende om doelen en budget eventueel bij te sturen. Onze aanbeveling richt zich niet zo zeer op het oordeel over het verleden, maar op het borgen van een toekomstbestendige informatiepositie van de raad, passend bij de nieuw gekozen governance-vorm.

economische programma’s) gebaat zijn bij een vooraf vastgesteld kader voor besluitvorming, (financiële) risico’s en governance. We zijn blij met de opmerking over het inzicht dat bij grote beleids- en visietrajecten de raad middels startnotities wordt geïnformeerd en dat er sinds kort keuzenotities aan het instrumentarium van de raad worden toegevoegd. De rekenkamer vertrouwt erop dat de door haar genoemde aanbevelingen bijdragen aan een toekomstbestendige governance en een transparante en effectieve inzet van middelen voor de verdere ontwikkeling van het ICT-cluster in Veenendaal en de regio. Rekenkamer Veenendaal 27 maart 2026

Het college vindt aanbeveling drie onverwacht en niet te herkennen. Ze wijst erop dat zij het ICT-Centrumbeleid niet als risicovol project beschouwt. De rekenkamer benadrukt dat deze aanbeveling niet is ingegeven door risico’s van het ICT-Centrumbeleid op zichzelf, maar door het bredere inzicht dat grote of strategische projecten (zoals regionale

Rekenkamerrapport ICT-centrumbeleid | 6

De rekenkamer van de gemeente Veenendaal bestaat uit drie leden en wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. Voorzitter: Leden: Secretaris:

Linda van Rooijen Arnoud Janson en Marjo Gruisen Romi Leever

Postadres: Rekenkamer Veenendaal Postbus 1100 3900 BC Veenendaal Telefoon:

(0318) 538538

E-mail:

rekenkamer@veenendaal.nl

Website:

www.veenendaal.nl

Evaluatie ICT-Centrumbeleid Veenendaal Nota van bevindingen voor ambtelijk wederhoor

Offertenummer: FC595 Auteurs:

Artem Vardanyan Yorick van den Berg Pieter van Schie

B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag 070 – 3029500 info@bagroep.nl www.bagroep.nl Den Haag, februari 2026

.

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Onderzoeksvragen 1.3 Onderzoeksverantwoording 2. Bevindingen beleidsontwikkeling 2.1 Inleiding 2.2 Bevindingen beleidsontwikkelingen 2.3 Bevindingen verklaringen beleidsontwikkelingen 3. Bevindingen resultaten 3.1 Inleiding 3.2 Bevindingen resultaten 3.3 Bevindingen effecten i.r.t. beoogde doelstellingen 4. Bevindingen ingezette middelen 4.1 Inleiding 4.2 Bevindingen ingezette middelen 4.3 Bevindingen toereikendheid ingezette middelen en verklaringen 5. SWOT en suggesties toekomstbestendigheid 5.1 Inleiding 5.2 Bevindingen te leren lessen 5.3 Bevindingen suggesties toekomstbestendigheid ICT-Centrumbeleid Bijlage 1: geraadpleegde bronnen

3

5 5 5 6 9 9 9 12 18 18 18 26 32 32 32 37 42 42 42 48 55

Inleiding 4

Inhoudsopgave

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Sinds 2010 heeft de gemeente Veenendaal het beleid zich te profileren als 'ICT-Centrum'1 en ook wel als “het ICT-Centrum van Foodvalley" Begin 2016 is dit beleid voortgezet en uitgewerkt in een nieuwe Strategische ICT-Visie. In 2017 heeft de toenmalige Rekenkamercommissie een onderzoek gedaan naar (1) de realisatie van de doelstellingen uit 2010 en (2) de mate waarin het beleid aansluit bij de behoeften en ambities van de ICT-Sector in de regio FoodValley. Hieruit kwamen volgende aanbevelingen: a. “Neem als gemeente het voortouw en de rol van regisseur bij het ontwikkelen van de ICT Campus. Hak knopen door wat betreft de ontwikkelingsrichting: wat is de ICT Campus (fysiek of virtueel)?, welke doelen streven we na? En de belangrijkste: wanneer is het klaar?”, en b. “Scherp de richtinggevende doelen voor de ambitie samen met de partners aan als aanvulling op de strategische ICT-visie 2016 en laat deze door de raad vaststellen. Voor alle doelen geldt dat deze lopende het proces moeten worden gemonitord en dat hierover consistent wordt gerapporteerd aan de raad. Houdt hierbij het realisme in het oog.

Als de ambitie te groot blijkt voor de beschikbare capaciteit (mensen/tijd/budget) bij zowel de gemeente als de partners: stel de capaciteit bij óf de ambitie.” Mede omdat de gemeente over deze hele periode investeringen heeft gedaan in “ICT Centrum Veenendaal” wil de Rekenkamer inzicht krijgen in de doeltreffendheid van het beleid om Veenendaal te profileren als ICT-Centrum. Daartoe moeten de beleidsdoelstellingen en de gerealiseerde resultaten afgezet worden tegen de totale investeringen sinds 2010. Uit de conclusies van dit onderzoek en de verkregen inzichten worden dan aanbevelingen voor een volgende beleidsperiode gedaan. Een verkennend vooronderzoek door de Rekenkamer naar de feiten (op basis van documentenstudie en twee verkennende gesprekken met de gemeente en ICT-Valley Veenendaal2) heeft plaatsgevonden. Het feitenrelaas dat is opgesteld op basis hiervan is ambtelijk getoetst op correctheid en volledigheid. Ook heeft de gemeente op 24 oktober een beeldvormende avond met de raad georganiseerd waarin is teruggeblikt op het ICT Campus programma3. Dit bevat ook een terugblik op de gerealiseerde activiteiten en doelen. 1.2

Onderzoeksvragen

De centrale vraagstelling is:

1

Het ICT-Centrumbeleid betreft het strategisch gemeentelijk beleidskader voor de profilering en ontwikkeling van de ICT-sector zoals vastgesteld door de raad in 2016. 2 ICT-Valley in Veenendaal is een bedrijvennetwerk van ICT-bedrijven dat verbindingen legt tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en ondersteunende organisaties in de regio. 3 ICT-Campusprogramma betreft de programmatische en projectmatige uitvoering van het ICT-Centrumbeleid in de periode 2016-2022.

5

Hoe doeltreffend is het beleid van de gemeente Veenendaal om Veenendaal te profileren als ICT-Centrum, en daaruit positieve resultaten te genereren. Deze centrale vraagstelling is uitgewerkt in de volgende deelvragen: Beleidsontwikkeling 1. Hoe hebben beleidsdoelstellingen rondom het ICT-Centrum zich ontwikkeld in de periode 2013-2024? 2. Welke verklaringen zijn daarvoor? Resultaten 3. Welke resultaten zijn behaald in de periode 2016-2024 in termen van bereikte effecten zoals economische activiteit, innovatie en niet voorziene effecten? 4. Zijn deze effecten in lijn met de beoogde doelstellingen? 5. Welke verklaringen zijn daarvoor? Ingezette middelen 6. Welke middelen zijn in de periode 2013-2024 ingezet vanuit de verschillende inbrengende partijen? 7. Zijn de ingezette middelen toereikend geweest in het realiseren van de beoogde doelstellingen? 8. Welke verklaringen zijn daarvoor? 9. SuggestiesWelke lessen zijn te leren uit de bevindingen over doelen, resultaten en middelen? 10. Welke suggesties worden door betrokkenen gedaan over de toekomstbestendigheid van het ICT-Centrumbeleid? En wat kan Veenendaal leren van andere gemeenten? 11.

Tot welke aanbevelingen leiden de lessen voor de raad en het college? 1.3 Onderzoeksverantwoording Het onderzoek heeft bestaan uit de volgende stappen: Documentenstudie In deze fase zijn geraadpleegde documenten uit het verkennende vooronderzoek en aanvullende documenten aangeleverd door de gemeente geanalyseerd. Daarnaast zijn vanuit verschillende bronnen gegevens over de volgende indicatoren verzameld:  De ontwikkeling van het aantal bedrijfsvestigingen in de ICT-sector (SBI sector informatie en communicatie) in de periode 2016-2023 op landelijk, regionaal en lokaal niveau (bronnen: CBS en lokale economische monitor gemeente Veenendaal).

6

 

De ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen in de ICT-sector (SBI sector informatie en communicatie) in de periode 2016-2023 op landelijk, regionaal en lokaal niveau (bronnen: CBS en lokale economische monitor gemeente Veenendaal). De ontwikkeling in het percentage netto arbeidsparticipatie in de periode 2016-2023 (gehele bevolking) op landelijk, regionaal en lokaal niveau (bron: CBS) De arbeidsmarktspanningsindicator van het UWV voor ICT-arbeidsmarkt in de periode 2016-2023 (bron UWV: dashboard spanningsindicator)

Daarnaast heeft een korte verkenning plaatsgevonden van gemeenten die op een vergelijkbare wijze zich op economisch gebied met ICT willen onderscheiden. De volgende gemeenten die de ICT-sector als speerpunt in hun economisch beleid hebben benoemd zijn meegenomen: Almere, Hilversum en Groningen. In zowel Hilversum als Groningen is sprake van een campusbenadering. Enquête bedrijven en onderwijspartners die gebruik hebben gemaakt van diensten en activiteiten die voortkomen uit het ICT-Centrumbeleid Ondernemers actief in het ICT Campusprogramma (onderdeel van ICT-Centrumbeleid) en een aantal direct betrokken onderwijspartners bij het Campusprogramma zijn benaderd voor een enquête. Hiervoor is gebruik gemaakt van contactgegevens bekend bij de gemeente Veenendaal en ICT-Valley (vereniging van en voor ICT-ondernemers in regio Veenendaal). In de survey onder ondernemers en direct betrokken onderwijspartners zijn vragen gesteld over waarom tot welke resultaten of effecten wel of niet is gekomen. Maar ook welke al dan niet beoogde profilerings- en andere effecten zij ervaren en wat daarvan de toegevoegde waarde is. De respons op deze enquête bleek ondanks vele manieren waarop deze is uitgezet en onder de aandacht gebracht laag (9 respondenten). Daarom is gekozen om meer verdiepende interviews met deze en andere respondenten uit te voeren.

Verdiepende interviews bedrijven, onderwijspartners en overheidspartners Verdiepende interviews met de overheidspartners hebben zich gericht op de gemeente en de provincies Gelderland en Utrecht. De provincies hebben immers ook een bijdrage geleverd aan het ICT Campusprogramma. Daarnaast hebben verdiepende interviews plaatsgevonden met onderwijspartners (op operationeel niveau zoals betrokkenen bij projecten en meer strategisch niveau, leden uit stuurgroep, bestuur ICT-Valley) en ondernemers (operationeel niveau zoals betrokkenen bij uitvoering programmaonderdelen en strategisch niveau zoals leden stuurgroep en bestuur ICT-Valley. In de interviews zijn de al dan niet beoogde profilerings- en andere effecten van het ICT-Centrumbeleid en de verklaringen daarvoor besproken. Net als mogelijke kansen, bedreigingen, sterktes en zwaktes die de respondenten zien voor de toekomst van het ICT-Centrumbeleid (input voor een SWOT-analyse). Rapportage De bevindingen uit de verschillende bronnen zijn gebruikt om tot een beantwoording van de hoofd- en deelvragen te komen. Dit heeft geleid tot deze nota van bevindingen.

7

Bevindingen beleidsontwikkeling 8

2. Bevindingen beleidsontwikkeling 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de bevindingen over de beleidsontwikkelingen in het ICT-Centrumbeleid weergegeven. Eerst zijn in de grijze kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de grijze kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen behandeld: 1. Hoe hebben beleidsdoelstellingen rondom het ICT-Centrum zich ontwikkeld in de periode 2013-2024? 2. Welke verklaringen zijn daarvoor? 2.2 Bevindingen beleidsontwikkelingen 1. Hoe hebben beleidsdoelstellingen rondom het ICT-Centrum zich ontwikkeld in de periode 2013-2024? Beantwoording op hoofdlijnen: 1. Fase 1 (2013–2016): Positionering en profilering als ICT-Centrum  Doel: Veenendaal positioneren als ICT-Centrum van de regio.  Focus: Vestiging van bedrijven, start van samenwerking met onderwijs, opzetten ICT-Campus. 2. Fase 2 (2017–2020/2021): Programmatische aanpak met drie hoofddoelen  Doelen: Banenmotor, beter vestigingsklimaat, top ICT-onderwijs.  Kenmerk: Programmatische sturing, met meetbare subdoelen, KPI’s en concrete projecten (ICT Labs, Digiwerkplaats, Strategische Arbeidsmarkttafel). 3.

Tussenperiode (2021–2024): Stagnatie en beperkte voortgang  Geen formele start van fase 3.  Oorzaken: COVID-19, verminderde gemeentelijke regie, informele netwerksturing zonder borging. 4. 2024–2025: Oprichting Stichting ICT Campus, nieuwe governance  Reden: Behoefte aan duurzame regie, verankering, professionele ondersteuning en onafhankelijkheid van gemeentelijke politiek.

9

De focus van Stichting ICT Campus richt zich op HCA-ICT en op cross-over innovatie tussen ICT en agrofood. Overige doelstellingen zijn in de lijnorganisatie ondergebracht.

Onderbouwing De beleidsdoelstellingen rond het ICT-Centrum in Veenendaal hebben in de periode 2013– 2024 een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt, zowel in inhoud als in positionering. In de beginjaren, vanaf 2013, lag de nadruk sterk op profilering: Veenendaal presenteerde zich als hét ICT-centrum van de regio. Beleidsdocumenten uit die periode beschreven een ambitie die vooral gericht was op het vestigen van een herkenbare identiteit, het aantrekken van ICTbedrijven en het leggen van de basis voor een samenwerkingsverband tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven. Het ging om het bouwen van een ecosysteem waarin bedrijven zich konden concentreren, onderwijsinstellingen konden aanhaken en nieuwe initiatieven konden ontstaan. Deze eerste fase werd gekenmerkt door concrete initiatieven zoals de opzet van de ICTCampus, de eerste samenwerkingstrajecten met onderwijsinstellingen en het aantrekken van startups en (inter)nationale bedrijven. De beleidsambities werden in 2013 formeel vastgelegd in een ambitiedocument, waarin uitgangspunten voor campusontwikkeling werden beschreven, waaronder: geen focus op fysieke gebouwen, gelijke betrokkenheid van triple helix-partners, en het stimuleren van innovatie en startups. Dit vormde de basis voor fase 1 (2013–2016), waarin de gemeente een aanjagende rol vervulde en de nadruk lag op zichtbaarheid en identiteitsvorming.

Vanaf 2017 werd het beleid verder gearticuleerd voor de triple-helix en werd het programmatisch in uitvoering gebracht. De doelen werden duidelijker afgebakend in drie hoofddoelen: het creëren van een banenmotor, het verbeteren van het vestigingsklimaat en het realiseren van top ICT-onderwijs. Deze hoofddoelen werden verder uitgewerkt in subdoelen en activiteiten, zoals het stimuleren van starters, het bevorderen van een innovatief klimaat en het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De nadruk lag op het verbinden van onderwijs en bedrijfsleven via onder meer de Strategische Arbeidsmarkttafel, ICT-Labs, zij-instroomtrajecten en projecten als de DigiWerkplaats en Digital Days. Beleidsstukken uit deze periode tonen dat de doelstellingen concreter werden, met meetbare resultaten en indicatoren, zoals het aantal geplaatste werkzoekenden in ICT-banen en de groei van het aantal ICT-bedrijven. De tweede programmaperiode (2017–2020) liep formeel af in 2020. Daarna volgde geen officiële start van een derde fase. Uit beleidsstukken, evaluaties en interviews blijkt dat de overgangsperiode samenviel met de COVID-19-pandemie, waardoor activiteiten stilvielen of in beperkte vorm doorgingen, en er tijdelijk minder regie werd gevoerd op het programma.

Respondenten geven aan dat deze onderbreking invloed had op de continuïteit van het netwerk en de doorontwikkeling van het ecosysteem. Er ontstond een situatie waarin de

10

programmatische doelen uit fase 2 nog steeds als leidend golden, maar de uitvoering fragmentarisch was en deels werd voortgezet door afzonderlijke partners. Dit leidde tot een behoefte aan hernieuwde coördinatie. Uit gesprek met beleidsmakers blijkt dat de opschalingsprojecten t/m 2021 doorliepen, en met goedkeuring van de provincies, werd de uitvoering vervolgens verder verlengd t/m 2022. In oktober 2024 is de raad geïnformeerd over de behaalde resultaten van het ICTCampusprogramma. Daaruit blijkt dat het programma formeel sinds 2017 werd vormgegeven in drie fasen, met zeven strategische doelen en een reeks meetbare resultaten. Naast de onderwijs-arbeidsmarktactiviteiten wordt genoemd dat de ICT-Campus structureel heeft bijgedragen aan de groei van ICT-arbeidsplaatsen in de gemeente en de regio. Een deel van de activiteiten is inmiddels overgenomen door gemeentelijke teams, het Werkgeversservicepunt en regionale samenwerkingsverbanden. De start van een derde programmaperiode bleef uit, maar in 2024 werd wel toegewerkt naar een nieuwe fase, met onder andere het oprichten van een onafhankelijke stichting ICT Campus per 2025, als nieuwe governance-structuur. De programmabegrotingen 2024 en 2025 laten zien dat de beleidsdoelstellingen in deze periode steeds meer onderdeel werden van bredere regionale en landelijke beleidskaders.

Het ICT-Centrum wordt daarin niet meer uitsluitend als een gemeentelijk initiatief gepresenteerd, maar ingebed in grotere programma’s zoals de Regio Deal Foodvalley en de Human Capital Agenda ICT Regiovisie Utrecht. De aandacht verschuift naar thema’s als versterking van menselijk kapitaal, digitalisering in het MKB, innovatie in cross-overs tussen sectoren en het gebruik van data en AI in nieuwe toepassingen. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij landelijke ambities, zoals het realiseren van één miljoen ICT-banen in 2030 (Jaarstukken gemeente Veenendaal, 2024). Uit andere documenten, zoals de Strategische Agenda Regio Foodvalley 2026–2030, de HCA ICT-agenda Regiovisie Utrecht (2024) en het rapport Economie en Brede Welvaart (2024), blijkt dat de beleidsontwikkeling rond het ICT-Centrum ook inhoudelijk is verbreed. Waar het in de eerste jaren vooral ging om fysieke vestiging en lokale profilering, ligt in de recente periode meer nadruk op het functioneren van de ICT-Campus als onderdeel van een regionaal ecosysteem. Het accent ligt op het versterken van innovatiekracht, het vergroten van digitale vaardigheden in onderwijs en arbeidsmarkt, en het verbinden van het ICT-cluster in Veenendaal aan andere sectoren in de regio, zoals Food en Health.

Daarmee is het beleid in de loop van de periode verschoven van een relatief zelfstandig gemeentelijk programma naar een geïntegreerde rol in regionale samenwerkingsstructuren, met meer aandacht voor structurele samenwerking, kennisdeling en gezamenlijke regie (Strategische Agenda Regio Foodvalley 2026–2030; HCA ICT-agenda Regiovisie Utrecht, 2024; Onderzoeksrapport Economie en Brede Welvaart, 2024).

11

De oprichting van de Stichting ICT-Campus Regio Foodvalley heeft in mei 2025 plaatsgevonden. De missie van de Stichting is: ‘Technologische en sociale vooruitgang in de ICT-sector stimuleren door samenwerking te bevorderen. We begrijpen dat innovatie niet in isolatie ontstaat. Juist door het combineren van de krachten van verschillende partijen – van jonge talenten tot ervaren ondernemers – ontstaat er een vruchtbare bodem voor groei en ontwikkeling.’ Volgende partners van de stichting worden in de statuten van de stichting benoemd:  Stichting Hogeschool Utrecht  Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen  Stichting Christelijke Onderwijs Groep Vallei & Gelderland-Midden  Stichting voor Christelijk Hoger Beroepsonderwijs op Gereformeerde Grondslag  Stichting ICT Valley  Gemeente Veenendaal heeft een formele rol in de benoeming van een bestuurder. De Stichting heeft de volgende speerpunten op de eigen website benoemd:  Stimuleren van innovatie Voortdurend innoveren en technologie implementeren om de Regio Foodvalley vooruit te helpen.  Versterken van de arbeidsmarkt Ontwikkelen van talent en het creëren van kansen voor professionals in ICT.  Bevorderen van samenwerking Verbinden van bedrijven, onderwijsinstellingen en overheid voor gezamenlijke groei en succes.  Versnellen van duurzaamheid Implementeren van duurzame oplossingen en processen in regionale organisaties.

 Ondersteunen van ondernemerschap Faciliteren van start-ups en scale-ups binnen de ICT-sector in de Regio Foodvalley. 2.3 Bevindingen verklaringen beleidsontwikkelingen 2. Welke verklaringen zijn daarvoor? Beantwoording op hoofdlijnen:  De verschuiving in de rolopvatting van de gemeente vormt een centrale verklaring. De gemeente trok zich na fase 2 bewust terug uit haar aanjagende rol, vanuit de wens van de gemeenteraad en het idee dat het netwerk van partners (ondernemers, onderwijs) voldoende volwassen was om eigenaarschap te dragen.  Tegelijkertijd werd het beleid steeds sterker ingebed in regionale samenwerkingsstructuren, zoals Regio Foodvalley en de Human Capital Agenda. Dit vergde andere vormen van samenwerking, afstemming en governance, wat de snelheid van beleidsuitwerking beperkte.

12

Een belangrijke belemmering in de periode 2021–2024 was het ontbreken van een doorlopende programmatische structuur. Er was geen formeel eigenaarschap of coördinatie, waardoor samenhang en continuïteit onder druk kwamen te staan. Een van de genoemde redenen hiervoor is dat het programma formeel het einde naderde en de financiering beperkt was. De COVID-19-pandemie vertraagde uitvoering en samenwerking. Tegelijk leidde de pandemie tot reflectie op bestuurlijke structuur en versterkte de behoefte aan duurzame governance, wat uiteindelijk resulteerde in de oprichting van een stichting. Vanuit betrokkenen worden aanvullend drie verklarende lijnen genoemd: o De afbouw van communicatie en zichtbaarheid, waardoor binding van partners verslapte. o Een teruglopende organiserende kracht van het netwerk zodra de gemeente zich terugtrok. o Beperkingen in schaalgrootte en continuïteit in het onderwijs en onder ondernemers, waardoor structurele samenwerking lastig te verankeren bleek.

Onderbouwing Verklaring 1: Verschuiving in bestuurlijke rolopvatting van de gemeente In de eerste twee fases van het beleid had de gemeente Veenendaal een nadrukkelijke, aanjagende rol, gericht op profilering en economische positionering. De gemeente heeft, zo blijkt uit de gesprekken met betrokkenen, bewust gekozen om deze rol vanaf circa 2020 geleidelijk af te bouwen. Volgens beleidsmakers blijkt dat het terugtrekken van aanjagende rol mede werd vormgegeven vanuit de wens van de gemeenteraad. Deze keuze werd gemotiveerd door de wens om het ecosysteem minder afhankelijk te maken van gemeentelijke sturing, en om het netwerk van onderwijs en ondernemers meer eigenaarschap te geven. De veronderstelling was dat het netwerk voldoende volwassen was om de ingezette koers zelfstandig voort te zetten. Deze rolverschuiving, veroorzaakt door het ophouden van het programma en de financiering (na afloop van programmaplan werden resterende middelen doorgeschoven naar de Regiodeal), heeft invloed gehad op het tempo en de inhoudelijke voortgang van het programma, met name in de overgang naar een derde fase die uiteindelijk pas in 2025 formeel is geborgd via de Stichting ICT Campus.

Zij benoemen daarnaast dat het beleid is meegegroeid met bredere maatschappelijke ontwikkelingen zoals digitalisering binnen de gemeentelijke organisatie (deze ontwikkeling staat volgens beleidsmakers echter los van verschuivingen in de beleidsdoelen en hebben zich parallel daaraan voorgedaan) en thema’s als AI, circulariteit en data-gedreven werken. Hierdoor is het beleidsdoel gaandeweg verbreed van sectorale economische stimulering naar een breder digitaliseringsvraagstuk. De vorming van de Stichting ICT Campus in de derde fase wordt verklaard als een noodzakelijke stap om het netwerk zelfstandig te laten functioneren, op meer afstand van de gemeente. Deze lezing bevestigt de verklaring uit de documenten

13

over de verschuiving van gemeentelijke regie naar netwerksturing, maar voegt er een bestuurlijke reflectie aan toe: het proces was bewust gepland, maar vergde tijd en loslaten.

Verklaring 2: Toenemende regionale inbedding en afhankelijkheden De beleidsdoelstellingen ontwikkelden zich in de loop van de periode van lokaal economisch beleid naar integratie in bredere regionale beleidskaders. Documenten zoals de Strategische Agenda Regio Foodvalley, de HCA ICT-agenda en de Jaarstukken 2024 laten zien dat het ICTCentrumbeleid vanaf 2020 werd vervlochten met thema’s als human capital, digitalisering van het MKB en cross-sectorale innovatie. Dit bracht nieuwe partnerschappen met zich mee, maar ook complexere afstemmingsprocessen. De verschuiving van gemeentelijk eigenaarschap naar regionale samenwerking vergde meer tijd en leidde tot vertraging in de beleidsuitwerking en besluitvorming over de doorontwikkeling van het programma. Hoewel deze samenwerking geen formele planning of tijdsafspraken kende, heeft dit wel invloed gehad op de verdere ontwikkeling van het ICT-Centrum. Volgens betrokkenen was het logisch dat Veenendaal ICT als speerpunt koos, maar sommige ambities (zoals internationale profilering) waren niet goed afgestemd op de schaal van de gemeente. Hierbij wordt aangewezen op beperkte lokale aanwezigheid van kennisinstellingen en op een tanende programmatische structuur na 2022, mede door personele wisselingen.

De verklaring voor de beleidsontwikkeling is tweeledig: de gemeentelijke ambities waren legitiem, maar te veel vanuit de overheidskolom ingestoken, en de governance is onvoldoende aangepast aan de veranderende netwerksituatie. Dit sluit aan bij de bevindingen uit de documentenstudie, maar legt nadruk op schaalmismatch en procesmatige knelpunten. Verklaring 3: Gebrek aan doorlopende governance en regie De eerste fase van het ICT-Campusprogramma draaide volgens betrokkenen om netwerkvorming en het vinden van een gezamenlijke agenda, terwijl de tweede fase programmatischer werd ingericht, met meetbare doelen en concrete interventies zoals GrowIT. Zij verklaren de ontwikkeling deels vanuit praktische uitvoeringslogica: er werd geleerd wat werkt, wat haalbaar is en wat betrokken partijen aanspreekt. De pandemie leidde tot een terugval in activiteiten, wat het momentum brak. De periode tussen het aflopen van fase 2 van het ICT-Campusprogramma (2021) en de oprichting van de Stichting ICT Campus in 2025 werd volgens betrokkenen vanuit overheid, onderwijs en ondernemers gekenmerkt door een gebrek aan doorlopende programmatische sturing. In deze tussenperiode was er geen formele structuur die de voortgang van het ecosysteem bewaakte of borgde. Hoewel er nog wel losse projecten werden uitgevoerd, ontbrak het aan een duidelijke regie op samenhang, doelen en netwerkontwikkeling.

Na het wegvallen van provinciale middelen en het beëindigen van opdrachten viel de inzet vanuit het onderwijs bijvoorbeeld grotendeels stil. Activiteiten zoals TechDay werden nog wel voortgezet, maar grotendeels buiten het ICT-programma om. Volgens betrokkenen leidde dit tot verlies aan samenhang en zichtbaarheid. De afbouw van projectstructuren en communicatie beïnvloedde de binding tussen onderwijs en het regionale ecosysteem negatief, en maakte duidelijk dat structurele programmatische regie ontbrak.

14

De behoefte aan een stabiele governance-structuur werd pas later expliciet onderkend. Nadat de evaluatie aan de raad werd voorgelegd in oktober 2024 gaf de raad aan het college goedkeuring voor het oprichten van de Stichting ICT Campus Regio Foodvalley, wat uit gesprek met beleidsmakers blijkt. Betrokkenen benoemen dat het netwerk kwetsbaar wordt zodra de overheid zich terugtrekt. Hierbij wordt het verslappen van organiserend vermogen als directe verklaring voor stagnatie benoemd. Hoewel er waardering is voor het gemeentebeleid en de visie daarachter, wordt het risico benadrukt van vrijblijvendheid in netwerken zonder trekkers. Dit biedt een belangrijke aanvulling op de documenten: waar de beleidsstukken uitgaan van logische rolverdeling, laat dit perspectief zien dat de praktijk van netwerksturing fragiel kan zijn zonder harde structuur of aanspreekpunten. Ook wordt door respondenten gewezen op het belang van een gelijktijdige betrokkenheid van alle drie de helix-partijen. Vanuit de beleving van meerdere respondentgroepen blijkt datde ambities in Veenendaal in het begin (te) sterk overheidsgedreven waren en pas later werd later ruimte gemaakt voor doelstellingen vanuit ondernemers en onderwijsinstellingen.

De betrokkenheid vanuit onderwijs werd vooral projectmatig ingevuld (via het opzetten van een HBO-ICT en AD opleiding bij de Christelijke Hogeschool Ede en een minor bij Hogeschool Utrecht, bijvoorbeeld), wat de structurele borging van ambities bemoeilijkt. Beperkingen in schaalgrootte en continuïteit in het onderwijs en onder ondernemers vormen volgens overheid, ondernemers en onderwijspartners eveneens een beperking. Hierdoor bleek structurele samenwerking lastig te verankeren. De opschaling naar regionaal niveau was volgens respondenten een noodzakelijke correctie op het aanvankelijk te lokale perspectief. Dit bevestigt het beeld uit beleidsstukken van verbreding naar regionale inbedding, maar voegt daar een meer kritische reflectie aan toe over de manier waarop het proces is ingericht. Verklaring 4: Externe factoren zoals de COVID-19-pandemie en thematische beleidsoriëntatie op landelijke agenda’s De COVID-19-pandemie had een dempend effect op de uitvoering van het programma. Diverse activiteiten kwamen stil te liggen of werden in afgeslankte vorm voortgezet, wat volgens documenten en betrokkenen heeft bijgedragen aan een onderbreking in de continuïteit, maar ook aan een beleidsmatige heroriëntatie.

Tegelijkertijd blijkt uit de Human Capital Agenda ICT Regiovisie Utrecht (2024), de Strategische Agenda Regio Foodvalley 2026– 2030 en de Jaarstukken 2024 dat Veenendaal zich in toenemende mate is gaan oriënteren op bredere landelijke en regionale beleidskaders, met aandacht voor digitale vaardigheden, cross-sectorale innovatie en human capital. Deze thematische verbreding bood inhoudelijke aanknopingspunten voor de doorontwikkeling van het ICT-beleid, maar vroeg ook om herijking van accenten en integratie met bredere regionale programma’s. De thematische beleidsoriëntatie is een proces dat vooral in de overheidskolom lijkt te hebben plaatsgevonden. Ondernemers en onderwijspartners hebben dit niet of nauwelijks benoemd in de gesprekken als een verklaring.

15

16

Bevindingen resultaten 17

3. Bevindingen resultaten 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de bevindingen over de resultaten van het ICT-Centrumbeleid weergegeven. Eerst zijn in de grijze kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de grijze kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen behandeld: 3. Welke resultaten zijn behaald in de periode 2016-2024 in termen van bereikte effecten zoals economische activiteit, innovatie en niet voorziene effecten? 4. Zijn deze effecten in lijn met de beoogde doelstellingen? 5. Welke verklaringen zijn daarvoor? 3.2 Bevindingen resultaten 3. Welke resultaten zijn behaald in de periode 2016-2024 in termen van bereikte effecten zoals economische activiteit, innovatie en niet voorziene effecten? Beantwoording op hoofdlijnen:  Het aantal ICT-bedrijven in Veenendaal is fors gegroeid (+64%), harder dan het landelijk gemiddelde (+53%). Ook het aantal ICT-banen nam sterk toe (+42% volgens CBS). Daarmee is Veenendaal een bovengemiddelde groeigemeente binnen de sector.  De groei wordt deels toegeschreven aan actief beleid, zoals stimulering van samenwerking, netwerkvorming en profilering.

Ondernemers benadrukken echter dat ook autonome sectorontwikkeling een rol speelt.  In het onderwijs zijn meerdere vernieuwingen gerealiseerd, waaronder nieuwe ICT-richtingen en praktijkgerichte projecten. Dit heeft geleid tot betere aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven, al bleef structurele instroomgroei uit.  Innovatie is versterkt via cross-sectorale projecten en kennisdeling, vooral in de beginjaren. Gemeente, ondernemers en onderwijs benoemen dit als een zichtbare opbrengst van het programma.  De arbeidsdeelname in Veenendaal is toegenomen van 67% naar 73%, iets sterker dan landelijk.  De arbeidsmarkt voor ICT blijft structureel krap, ondanks toegenomen opleidingsinspanningen. De spanning op de ICT-arbeidsmarkt nam vanaf 2022 verder toe, zowel regionaal als landelijk.

18

De zichtbaarheid van Veenendaal als ICT-gemeente nam aanvankelijk toe, maar is na 2020 weer afgenomen. Gebrek aan regie, inhoudelijke focus en merkverwarring worden breed genoemd als oorzaak. Niet voorziene effecten zijn onder meer de moeizame borging van initiatieven na 2020, het beperkte effect op landelijke profilering en het uitblijven van structurele governance.

Onderbouwing Feitelijke ontwikkeling aantal bedrijfsvestigingen, banen, arbeidsparticipatie en arbeidsmarktspanning De Rekenkamer is op basis van de feitelijke ontwikkeling op een aantal indicatoren nagaan of een aantal van de doelen die de gemeente nastreeft met het ICT Centrumbeleid dichter bij realisatie is gekomen. Dit is gedaan door op de volgende indicatoren (afgeleid van de oorspronkelijke doelen van het ICT-Centrumbeleid) de ontwikkeling in de tijd in beeld te brengen:  De ontwikkeling van het aantal bedrijfsvestigingen in de ICT-sector (SBI sector informatie en communicatie) in de periode 2016-2023 op landelijk, regionaal (COROP) en lokaal niveau.  De ontwikkeling van het aantal arbeidsplaatsen in de ICT-sector (SBI sector informatie en communicatie) in de periode 2016-2023 op landelijk, regionaal (COROP) en lokaal niveau  De ontwikkeling in het percentage netto arbeidsparticipatie in de periode 2016-2023 (gehele bevolking) op landelijk, regionaal (COROP) en lokaal niveau  De arbeidsmarktspanningsindicator van het UWV voor ICT-arbeidsmarkt in de periode 2016-2023 (alleen op landelijk niveau en regionaal niveau Food Valley beschikbaar). Door de ontwikkelingen op deze indicatoren te gebruiken zijn lokale, regionale en landelijke gegevens tegen elkaar worden afgezet.

De hypothese is dat de inzet van de gemeente Veenendaal (en de partners) zou moeten hebben geleid tot een positievere ontwikkeling op deze indicatoren op lokaal dan landelijk niveau. Ontwikkeling bedrijfsvestigingen in SBI sector informatie en communicatie Op basis van gegevens van het CBS over de periode 2016-2024 is allereerst op COROP-regio niveau nagegaan hoe het aantal bedrijfsvestigingen in de SBI sector informatie en communicatie zich heeft ontwikkeld. Dat is afgezet tegen de landelijke cijfers. De regio’s die procentueel harder gegroeid zijn dan de COROP-regio waaronder Veenendaal valt zijn opgenomen in de tabel. In onderstaande tabel zijn de uitkomsten weergegeven. Aantal bedrijven SBI J Informatie en communicatie Jaar / COROP regio's Noord-Overijssel (CR) Zaanstreek (CR) Groot-Amsterdam (CR)

19

2016 1255 710 13855

2024 2090 1175 22500

Ontwikkeling in groei aantal bedrijven 2016-2024 67% 65% 62%

Groot-Rijnmond (CR) Veluwe (CR) (valt Ede-Wageningen onder) Agglomeratie Haarlem (CR) Utrecht (CR) (valt Veenendaal onder) Nederland

6200 2735 1640 9205 83795

10050 4380 2625 14685 127960

62% 60% 60% 60% 53%

Hieruit blijkt dat in Nederland het aantal bedrijfsvestigingen in de SBI sector informatie en communicatie met 53 procent is gegroeid. De regio waar de gemeente Veenendaal onder valt (Utrecht) en de regio waaronder andere gemeenten in de FoodValley vallen (Veluwe) behoren tot de top 7 van regio’s waar het aantal bedrijfsvestigingen het hardst is gegroeid. In deze regio’s groeit het aantal bedrijfsvestigingen harder dan het landelijk gemiddelde. De regio’s Utrecht en Groot-Amsterdam zijn de regio’s met de meeste bedrijfsvestigingen. Voor Veenendaal en de vier omringende gemeenten (Ede, Barneveld, Wageningen en Rhenen) is nagegaan hoe het aantal bedrijfsvestigingen in de SBI J sector informatie en communicatie zich in de periode 2016-2024 zich heeft ontwikkeld. Aantal vestigingen per gemeente Ede Veenendaal Barneveld Rhenen Wageningen

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

520 335 220 80 195

565 340 220 75 210

585 350 220 80 210

615 370 230 85 230

650 390 260 95 235

675 415 265 100 245

735 460 285 105 260

785 485 305 110 265

870 550 360 120 295

Ontwikkeling groei 67% 64% 64% 50% 51%

Hieruit blijkt dat het aantal bedrijfsvestigingen in Veenendaal (net als Barneveld) in de periode 2016-2024 met 64 procent is gestegen. Alleen in de gemeente Ede ligt dat percentage hoger (67 procent). In Veenendaal groeit het aantal bedrijfsvestigingen harder (64 procent) dan landelijk (53 procent). Ontwikkeling banen in SBI sector informatie en communicatie Op basis van gegevens van het CBS over de periode 2016-2023 is allereerst op COROP-regio niveau nagegaan hoe het aantal banen in de SBI sector informatie en communicatie zich heeft ontwikkeld. Dat is afgezet tegen de landelijke cijfers. De regio’s die procentueel harder gegroeid zijn dan de COROP-regio waaronder Veenendaal valt zijn opgenomen in de tabel. In onderstaande tabel zijn de uitkomsten weergegeven.

Gebied Zuidwest-Drenthe (CR) Agglomeratie Haarlem (CR) Midden-Noord-Brabant (CR) Overig Zeeland (CR) Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) Groot-Amsterdam (CR) Utrecht (CR, hieronder valt Veenendaal) Zuidwest-Overijssel (CR)

20

Groei banen (Informatie en communicatie) 57% 52% 52% 50% 50% 46% 46% 43%

West-Noord-Brabant (CR) Groot-Rijnmond (CR) Arnhem/Nijmegen (CR) Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) Noord-Overijssel (CR) Delft en Westland (CR) Nederland Noordoost-Noord-Brabant (CR) Twente (CR) Zuidoost-Friesland (CR) Zuidwest-Friesland (CR) Zuidoost-Noord-Brabant (CR) Zuid-Nederland (LD) Noord-Drenthe (CR) Het Gooi en Vechtstreek (CR) Alkmaar en omgeving (CR) IJmond (CR) Veluwe (CR hieronder vallen Ede en Wageningen

43% 42% 33% 32% 32% 31% 30% 29% 29% 27% 25% 20% 20% 18% 17% 17% 17% 16%

Uit de gegevens blijkt dat de regio waaronder Veenendaal valt (Utrecht) een grotere stijging (47 procent) in het aantal banen in de SBI sector informatie en communicatie kent dan het landelijke beeld (30 procent). De regio Utrecht is een van de regio’s waar relatief veel banen in deze SBI-sector zijn. Als dezelfde gegevens worden opgesteld voor Veenendaal en de vier omringende gemeenten ontstaat het volgende beeld, waarbij gegevens over Barneveld en Rhenen ontbreken door het ontbreken van gegevens voor meerdere jaren in de CBS-gegevens: Aantal banen 2023 Gemeente 1.600 (2016, laatst bekend) Barneveld Ede Rhenen Veenendaal Wageningen

2.100 100 (2022) 3.700 500

Groei in banen in SBI sector informatie en communicatie Ontbrekende gegevens periode 20172023 24% Ontbrekende gegevens 2023 42% 67%

Hieruit blijkt dat in Wageningen de relatief grootste groei plaatsvindt (67 procent), alleen het aantal banen is relatief en absoluut veel kleiner dan in Veenendaal. Veenendaal heeft op afstand de meeste banen in deze SBI sector informatie en communicatie. Uit de gemeentelijke economisch monitor blijken de volgende gegevens over het aantal banen en aantal vestigingen. Deze komen grotendeels overeen met de gegevens van het CBS, maar zijn preciezer omdat het CBS in de opstelling het aantal banen afrondt tot duizendtallen: ICT-sector gemeente Veenendaal Jaar 2014 2015 2016 2017

21

Aantal banen in ICT-sector 2406 2481 2507 2973

Aantal vestigingen ICT-sector 335 329 315 329

2018 2019 2020 2021 2022 2023

2882 3044 3166 3016 3336 3314

358 381 387 402 434 448

Ontwikkeling arbeidsspanningsindicator SBI sector informatie en communicatie Een van de uitdagingen die de gemeente heeft geformuleerd in het ICT-Centrumbeleid is de aansluiting tussen de arbeidsmarkt en scholing te verbeteren. Een van de knelpunten voor ICTbedrijven is het vinden van voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten. Het UWV (website www.werk.nl) houdt bij of sprake is van een spanning op de arbeidsmarkt voor specifieke sectoren en beroepsgroepen. De verhouding van de openstaande vraag en direct beschikbaar aanbod van arbeidskrachten, geeft een indicatie van de spanning op de arbeidsmarkt: de zogenaamde Spanningsindicator Arbeidsmarkt. Deze indicator is geen indicatie van de toekomstige spanning op de arbeidsmarkt. De Spanningsindicator Arbeidsmarkt wordt berekend door dit aantal openstaande vacatures te delen door het aantal personen met een WW-uitkering met een verstreken WW-duur van minder dan een half jaar. Deze grootheden worden gebruikt als benadering van de openstaande vraag en direct beschikbaar aanbod. De gegevens worden op het niveau van arbeidsmarktregio’s bijgehouden. Voor de arbeidsmarktregio FoodValley, waar Veenendaal (en Barneveld, Ede, Nijkerk, Rhenen, Renswoude, Scherpenzeel en Wageningen) onder valt, wordt per kwartaal een arbeidsmarktspanningsindicator berekend. Dit is gedaan vanaf de periode 2016 tot en met 2024.

In onderstaande tabel is voor elk eerste kwartaal van het jaar de spanningsindicator per beroepsgroep in SBI-sector informatie en communicatie weergegeven en vergeleken met het spanningsniveau voor alle ICT-groepen in Nederland (een uitsplitsing naar. Jaar

22

Arbeidsmarktregio

Beroepsgroep

2016 1e Kwartaal

Kwartaal

FoodValley

Databank- en netwerkspecialisten

Spanning

1,52 krap

Typering

2016 1e Kwartaal

FoodValley

Gebruikersondersteuning ICT

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16829369/2