3. Consultatie Ritmeestercomplex - Bijlage 2 Bouwhistorisch onderzoek (1)
Tekst van het document
41
oudere fabriek.24 Dat een heldere gebouwstructuur soms ontbreekt bij industriële complexen is op zichzelf niet vreemd, dat komt veel vaker voor. Met name bij fabrieken die in de loop van de tijd van een klein fabriekje zijn uitgegroeid tot een fabriek met (inter)nationale betekenis. Zo’n fabriek groeide organisch mee met de groei van de organisatie en schaalvergroting in de afzet van producten. Zie Afb. 67. De gebouwdelen B, C, D, F, G, I, J, K en M zijn allemaal nog behoorlijk gaaf aanwezig. Gaaf in de betekenis van compleet zoals ze gebouwd zijn. Her en der zijn wel enige aanpassingen gedaan, waarvan die bij deel G de grootste is. Aan de achterzijde is daarvan met de bouw van deel J een aanzienlijk stuk verwijderd. Van de gebouwdelen B, C, D, F, G, I, J, K en M heeft alleen een groot deel van deel G2 hellende daken. Deze hellende daken zijn zowel betonnen dakconstructie als dakafwerking. Ze hebben mede de functie van sheddak om op de bovenste etage zoveel mogelijk licht naar binnen te brengen voor de mensen die daar werkten. Alle andere delen hebben platte daken, waarbij opgemerkt wordt dat in de platte daken van deel J en M lichtstraten zijn opgenomen die tevens de functie hebben van draagconstructie. Die bestaat uit hoge stalen driehoeksliggers die het mogelijk maken om grote vrije overspanningen te realiseren en tevens veel licht naar binnen te laten.
24
Afb. 68. Bovenste etage van deel G1 uit vermoedelijk 1933 met traditionele draagconstructie en plat dak.
Afb. 69. Bovenste etage van deel G2 uit 1936 met een voor die tijd moderne betonnen draagconstructie met functie als sheddak.
Afb. 70. De grote vrije ruimte van deel J met lichtstraten waarin de driehoeksliggers boven legramen zijn weggewerkt.
Afb. 71. Dakenlandschap met zicht op de daken van deel J en verderop van de delen N en P. De daken zijn voorzien van vele lichtstraten.
Het zou interessant zijn om de oude structuur van de fabriek van voor 1925 te onderzoeken en wat daarvan mogelijk kenmerkend is voor die fabriek. Dat valt echter buiten dit verkennend onderzoek.
42
Het ketelhuis heeft een grote gemetselde schoorsteen, maar niet de kenmerkende hoge fabrieksschoorsteen gemetseld in radiaalstenen.25 De schoorsteen steekt niet ver boven de bebouwing uit, en doordat deze zich in het complex bevindt, valt deze nauwelijks op. Wat meer opvalt, zijn de rechthoekige opbouwen van deel G2 die de positie aangeven waar de liften zich bevinden. In de opbouwen bevinden zich de liftinstallaties. Om het overzicht te houden, wordt de bouwhistorische beschrijving hierna geordend per gebouwdeel.
5.3
Gebouwdeel B
Dit deel is gebouwd in 1910 en in 1925 door Ritmeester aangekocht. Deel B ligt aan drie zijden ingesloten door latere uitbreidingen. 5.3.1
Gevels deel B
Het in oorsprong gebouwde deel B bestaat voor een deel uit een éénlaagse bouw (noordoostzijde) en voor een deel uit een tweelaagse bouw en geheel opgetrokken uit baksteen metselwerk in kruisverband. Aan de noordwestzijde zijn drie van de vier openingen in het verleden dichtgemetseld (Afb. 72). Van de deuropening is het kozijn oud (vermoedelijk oorspronkelijk uit de bouwtijd), maar de deur is al eens vervangen. Aan de zuidwestzijde zijn de raamkozijnen op de verdieping al eens compleet vervangen en is dubbel glas aangebracht. Dit geldt ook voor de onderste raamkozijnen op de begane grond. Ook aan de noordoostzijde zijn de raamkozijnen op de verdieping van de ontvangstkamer eveneens vervangen en is dubbel glas aangebracht. De nooddeur die naar het platte dak van deel I leidt, is in recentere tijd aangebracht. Dit geldt ook voor het raamkozijn bij de toiletten in de gevelhoek links van de ontvangstkamer (Afb. 74). De beide aan de bovenzijde gebogen houten raamkozijnen links in de noordoostgevel en de beide gietijzeren ramen in de noordoostgevel boven het dak van het ketelhuis (deel K) dateren uit de bouwtijd.26 Een klein deel van de achtergevel (zuidoostgevel) is nog zichtbaar boven de sheddaken van deel C. Daar bevindt zich nog een uit de bouwtijd daterend gietijzeren raam (Afb. 75).
Aan de zuidwestzijde van het dak van deel C bevindt zich nog een deel van de linkergevel van deel B. In deze gevel is een deurkozijn met dubbel openslaande deuren aanwezig dat in recentere tijd daarin is aangebracht.
Afb. 72. De noordwest- en zuidwest zijde van deel B.
25
26
Afb. 73. De zuidwestzijde van deel B.
Zoals bijvoorbeeld bij de Hollandia Wol fabriek waar de fabrieksschoorsteen bij de herbestemming en grotendeels vervangende nieuwbouw is herplaatst. Het verschil in houten raamkozijnen en gietijzeren ramen zal ongetwijfeld te maken hebben met de oorspronkelijke functies in deel B toen het in 1910 werd gebouwd. Houten raamkozijnen voor kantoorruimte en gietijzeren ramen voor het bedrijfsgedeelte.
43
Afb. 74. De noordoostzijde van deel B. De rode pijl wijst naar een in recentere tijd aangebrachte nooddeur en de blauwe pijl naar die van het raamkozijn van de toiletruimten die eveneens uit recentere tijd komt.
5.3.2
Afb. 75. Nog een klein deel van de achter- en linkergevel van deel B. Het schuine dak is van de sheddaken van deel C.
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren deel B
Gebouwdeel B heeft alleen platte daken in twee niveaus. Een deel bestaat uit een éénlaagse bouw en een deel uit een tweelaagse bouw. De daken zijn bekleed met een bitumineuze dakbedekking waarbij de dakranden zijn afgewerkt met een geprofileerde houten boeilijst. Gelet op de profilering gaat het hier waarschijnlijk over de oorspronkelijke boeilijsten uit de bouwtijd! Voor de hemelwaterafvoeren zijn PVC h.w.a.’s toegepast met vergaarbakken zonder stadsuitloop. Deze dateren niet uit de bouwtijd.
Afb. 76. Dakrandafwerking platte daken deel B met geprofileerde houten boeilijsten.
5.3.3
Constructie deel B
Fundering deel B Niet kunnen waarnemen. Ook zijn van dit deel geen oude tekeningen aangetroffen met archiefonderzoek. Draagconstructie deel B Voor zover dat was te zien vanwege afwerkingen, bestaat de draagconstructie uit dragende gemetselde gevels en binnenmuren, een tweetal gietijzeren draagkolommen die een ijzeren onderslagbalk ondersteunen en houten balklagen voor de verdiepingsvloer en de daken.
44
Afb. 77. In één van de ruimtes in deel B staan twee gietijzeren kolommen die een ijzeren onderslag balk dragen waar overheen een houten balklaag ligt.
Afb. 78. Detail van de kopaansluiting van de gietijzeren kolommen op de ijzeren onderslagbalk.
Afb. 79. In sommige ruimten zijn de houten balklagen zichtbaar. Hier de houten balklaag van het platte dak boven de ruimte op de verdieping rechts van het ketelhuis.
Afb. 80. In sommige ruimten zijn de houten balklagen zichtbaar. Hier de houten balklaag van het platte dak boven de ontvangstkamer.
5.3.4
Interieur deel B
Plattegrondstructuur deel B Door aanpassingen in de plattegrond van deel B (er zijn secundaire wanden aangetroffen) en de aansluitingen met latere uitbreidingen, is de oorspronkelijke plattegrondstructuur van deel B niet meer gaaf aanwezig en moeilijk herkenbaar. Op de verdieping van dit deel is de aansluiting met een loopbrug op gebouwdeel G.
Afb. 81. De trap naar de verdieping.
Afb. 82. De overloop op de verdieping.
45
Afb. 83. De ontvangstkamer op de verdieping.
Afb. 84. De loopbrug tussen gebouwdeel B en G.
Historische installaties deel B In deel B zijn geen oude installaties aangetroffen. Afwerkingen en interieuronderdelen deel B In de ruimte waar de twee gietijzeren kolommen staan, is een zgn. blokjesvloer aangetroffen in visgraafmotief. Zo’n vloerafwerking bestaat uit houten blokjes met het kopse hout naar boven toe zichtbaar en vaak aangebracht in bitumen.27 Zo’n vloer duidt op een afwerking van een werkplaats waar een stroeve (voorkomen van uitglijden) en geluidsarme (trillingen van machines) vloer was gewenst. Zo’n vloer was ook zeer slijtvast en gelekte olie van machines drong de vloer in (bij naden en in het kopse hout) waardoor gladde vloeren bij machines werd voorkomen. Ook was zo’n vloer aangenaam warm voor de voeten van de werknemers die de hele dag bij de machines aan het werk waren en brak het de akoustiek van machinegeluid.28 Zeer waarschijnlijk hebben we hier te maken met de oorspronkelijke vloerafwerking uit de eerste bouwfase van 1910 en stonden in deze ruimte machines opgesteld. Voor de rest zijn geen oude of bijzondere afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds aangetroffen.29
Afb. 85. Een zgn. blokjesvloer in de ruimte met de twee gietijzeren kolommen (zie Afb. 77).
27
28
29
Afb. 86. Hier is de blokjesvloer aangepast vanwege een in recentere tijd aangebrachte ruimte.
Dat zo’n blokjesvloer in de bitumen werd aangebracht, is zichtbaar op de tweede verdieping van gebouwdeel G2 waar grote delen van de blokjesvloer zijn verwijderd (zie Afb. 137). Ook werden zulke vloeren aangebracht in stalgebouwen en koetshuizen. Zo’n vloer was voor het paard prettiger dan een vloer van klinkers. In werkplaatsen van houtbewerking komen zulke vloeren ook voor, om te voorkomen dat vallend gereedschap bot werd of stuk ging. Er is geen destructief onderzoek verricht. Wat is gezien is alleen visueel waargenomen.
46
5.4
Gebouwdeel C
Dit deel is gebouwd in 1912 en in 1925 door Ritmeester aangekocht. Deel C is een éénlaagse uitbreiding en ligt aan alle zijden ingesloten door latere uitbreidingen. De sheddaken zijn niet de originele daken (zie Afb. 49). Van origine bestond het dak uit een zadeldak. Wanneer dit zadeldak is vervangen in sheddaken, is niet bekend. De uitbreiding met deel C in 1912 was bedoeld voor extra bedrijfsruimte (op de bouwtekening staat werklokaal aangegeven). 5.4.1
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren deel C
Gebouwdeel C heeft een plat dak waarvan een deel is uitgevoerd als een sheddak. De daken van zowel het platte dak als de sheddaken zijn bekleed met een bitumineuze dakbedekking. Vanwege het feit dat dit deel aan alle zijden is ingesloten, zijn er vermoedelijk inpandige hemelwaterafvoeren (niet waargenomen).
Afb. 87. Overzicht van het dak van deel C. Gebouwdeel C is geheel rondom ingesloten met bebouwing.
Afb. 88. Nog een overzicht van het dak van deel C, maar dan vanaf de andere zijde gezien.
Afb. 89. Overzicht van de ruimten in gebouwdeel C. Middenboven is één van de sheddaken zichtbaar van de vorige afbeelding.
Afb. 90. Nog een overzichtsfoto van gebouwdeel C. deze foto is genomen vanaf de trap op de vorige foto.
5.4.2
Constructie deel C
Fundering deel C Niet kunnen waarnemen. Ook zijn van dit deel geen oude tekeningen aangetroffen met archiefonderzoek.
47
Draagconstructie deel C De draagconstructie is vanwege afwerkingen aan het oog onttrokken. Zeer waarschijnlijk gaat het om dragende gemetselde muren en houten balklagen voor het platte dak. 5.4.3
Interieur deel C
Plattegrondstructuur deel C Van origine was het zeer waarschijnlijk bij de bouw in 1912 één grote open ruimte. Nu is deze onderverdeeld in een verkeersruimte en een kantoorruimte. Als verkeersruimte koppelt deel C op de begane grond de delen B en G aan elkaar. Historische installaties deel C In deel C zijn geen oude installaties aangetroffen. Afwerkingen en interieuronderdelen deel C In deel C zijn geen oude of bijzondere afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds aangetroffen.29 Het is heel goed mogelijk dat onder de huidige vloerafwerking nog (delen van) de oorspronkelijke vloerafwerking uit 1912 aanwezig is in de vorm van een blokjesvloer.
5.5
Gebouwdeel D
Dit deel is gebouwd tussen 1910-’12 en in 1925 door Ritmeester aangekocht. Deel D is een tweelaagse uitbreiding en bevindt zich aan de westhoek van deel B. 5.5.1
Gevels deel D
Het in oorsprong gebouwde deel D bestaat uit een tweelaagse uitbreiding en is geheel opgetrokken uit baksteen metselwerk in kruisverband. Het onderste deel van de noordwestgevel is op enig moment (na 1968) ingevuld met halfsteens metselwerk met moderne raam- en deurkozijnen. Op de bouwtekening uit 1968 (zie Afb. 59) zijn hier twee grote openingen met bedrijfsdeuren getekend. Vermoedelijk heeft de begane grond van gebouwdeel D al vanaf de bouw gefungeerd als expeditieruimte. De noordwestgevel heeft op de verdieping drie grote raamkozijnen. Gelet op de bouwsporen in de dagkanten van het metselwerk, betreft het hier raamkozijnen die niet dateren uit de bouwtijd. Qua vormgeving en detaillering kunnen deze ook niet zo oud zijn. Hoe dit deel van de gevel eruit gezien heeft, is niet bekend. In het archief zijn geen bouwtekeningen van deel D aangetroffen. In de zuidwestgevel zijn nog twee oorspronkelijk uit de bouwtijd daterende gietijzeren ramen aanwezig (mogelijk dat in de noordwestgevel ook gietijzeren ramen aanwezig waren in plaats van de huidige houten raamkozijnen).
48
Afb. 91. De noordwest- en noordoostgevel van gebouwdeel D.
Afb. 92. De noordwest- en zuidwestgevel van gebouwdeel D.
Afb. 93. Het onderste deel van de noordwestgevel van deel D is gevuld met halfsteens metselwerk en moderne raam- en deurkozijnen.
Afb. 94. De houten balklaag van deel D is met gietijzeren rosetankers aan de gevels gekoppeld.
Afb. 95. Op deze foto zijn drie bouwfasen zichtbaar. Links van de rode lijn gebouwdeel D uit 1910-’12, rechts van de rode lijn gebouwdeel F uit 1924 en onder de uitbreiding uit 1968 met gebouwdeel O.
Afb. 96. Deze foto is een uitvergroting van het deel bij de rode pijl op de vorige afbeelding. Links op de foto is metselwerk in kruisverband te zien uit 1910-’12 en rechts op de foto halfsteensverband uit 1924.
5.5.2
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren deel D
Gebouwdeel D heeft een plat dak. Het dak is bekleed met een bitumineuze dakbedekking waarbij de dakranden zijn afgewerkt met een geprofileerde houten boeilijst. Gelet op de nog aanwezige onderbreking tussen bouwdeel D en F (zie Afb. 96) in de boeilijst, gaat het hier waarschijnlijk over de
49
oorspronkelijke boeilijsten uit de bouwtijd! Voor de hemelwaterafvoeren zijn PVC h.w.a.’s toegepast met vergaarbakken zonder stadsuitloop. Deze dateren niet uit de bouwtijd. 5.5.3
Constructie deel D
Fundering deel D Niet kunnen waarnemen. Ook zijn van dit deel geen oude tekeningen aangetroffen met archiefonderzoek. Draagconstructie deel D De draagconstructie van deel D bestaat uit dragende bakstenen gevels en (vermoedelijk) houten balklagen voor de verdiepingsvloer en het platte dak. De houten balklagen zijn vanwege afwerkingen niet zichtbaar, maar gelet op de gevelankers (zie Afb. 94), gaat het hier om houten balklagen. 5.5.4
Interieur deel D
Plattegrondstructuur deel D In hoeverre de huidige plattegrondstructuur overeenkomt met de oorspronkelijke van die van de eerste bouwfase is moeilijk te zeggen. In ieder geval kan gezegd worden dat de oorspronkelijk buitengevel aan de zuidoostzijde met de bouw van deel F (of in een later stadium met een interne verbouwing) is verwijderd ten gunste van een grote ruimte voor de bedrijfskantine. Historische installaties deel D In deel D zijn geen oude installaties aangetroffen. Afwerkingen en interieuronderdelen deel D In deel D zijn geen oude of bijzondere afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds aangetroffen.29 Het is heel goed mogelijk dat onder de huidige vloerafwerking van de begane grond nog (delen van) de oorspronkelijke vloerafwerking uit 1912 aanwezig is in de vorm van een blokjesvloer.
5.6
Gebouwdeel F
Dit deel is gebouwd in 1924 en in 1925 door Ritmeester aangekocht. Deel F is een tweelaagse uitbreiding en bevindt zich aan de zuidwestzijde van deel B. 5.6.1
Gevels deel F
Het is niet duidelijk of in 1924 dan al gelijk een tweelaagse uitbreiding tot stand komt, of dat in eerste instantie alleen een uitbreiding op de begane grond wordt gerealiseerd en pas in een later stadium een uitbreiding op de verdieping. Het vreemde is dat de zuidwestgevel in halfsteensverband (Afb. 96) is gemetseld, de noordoostgevel (deel boven dak gebouwdeel B) in kruisverband en de zuidoostgevel alleen in koppen. Goed mogelijk dat het in 1914 om een tweelaagse uitbreiding gaat en dat later de zuidwestgevel is vervangen om grote raampuien voor de bedrijfskantine te realiseren. Dit laatste is aannemelijk, omdat de raampuien qua vormgeving en detaillering geen oude raampuien kunnen zijn uit de eerste helft van de 20e eeuw.
50
Afb. 97. De zuidwestgevel van gebouwdeel F. het deel op de begane grond is met de uitbreiding van deel O in 1968 komen te vervallen.
5.6.2
Afb. 98. De noordoost- en zuidoostgevel van gebouwdeel F. Dit is wat boven het platte dak van deel B zichtbaar is.
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren deel F
Gebouwdeel F heeft een plat dak. Het dak is bekleed met een bitumineuze dakbedekking waarbij de dakranden zijn afgewerkt met een geprofileerde houten boeilijst. Gelet op de nog aanwezige onderbreking tussen bouwdeel D en F (zie Afb. 96) in de boeilijst, gaat het hier waarschijnlijk over de oorspronkelijke boeilijsten uit de bouwtijd! Voor de hemelwaterafvoeren zijn PVC h.w.a.’s toegepast met vergaarbakken zonder stadsuitloop. Deze dateren niet uit de bouwtijd. 5.6.3
Constructie deel F
Fundering deel F Niet kunnen waarnemen. Ook zijn van dit deel geen oude tekeningen aangetroffen met archiefonderzoek. Draagconstructie deel F De draagconstructie is vanwege afwerkingen grotendeels aan het oog onttrokken. Voor zover zichtbaar gaat het om dragende gemetselde muren in combinatie met een staalconstructie die bestaat uit stalen kolommen en stalen liggers die deels in muren en vloeren zijn opgenomen. Of over de stalen liggers een houten balklaag ligt of stalen binten, is niet te zien. Vermoedelijk het eerste, zeker voor het platte dak. 5.6.4
Interieur deel F
Plattegrondstructuur deel F Vanwege het ontbreken van de bouwtekeningen, is het niet met zekerheid te zeggen of beide ruimtes op de begane grond en op de verdieping van gebouwdeel F uit één grote ruimte bestond en vermoedelijk is dat wel het geval. Als bedrijfskantine fungeert de verdieping als een centraal punt in het bedrijf. Mogelijk dat dit mede de aanleiding is geweest voor de bouw van de loopbrug in 1937 om het nieuwe deel G uit 1936 te verbinden met het oude deel en om zo de verkeersroutes van en naar de bedrijfskantine te verbeteren. Historische installaties deel F In deel F zijn geen oude installaties aangetroffen.
51
Afwerkingen en interieuronderdelen deel F In deel F zijn geen oude of bijzondere afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds aangetroffen.29
5.7
Gebouwdeel G
Dit deel is vermoedelijk gebouwd in twee fasen. Uit kadastraal onderzoek zou blijken dat de bouw van gebouwdeel G gereed is gekomen in 1936. Al eerder, bij de beschrijving van de bouwfasering is aangegeven dat in dit deel twee geheel verschillende wijzen van bouwtechniek aanwezig zijn. Dat komt tot uitdrukking in de keuze van de draagconstructie en de materialen. Verondersteld wordt dat het gaat om twee bouwfasen die in deze rapportage worden aangeduid als bouwfase G1 en G2. Gebouwdeel G1 is mogelijk al in 1933 gebouwd en gebouwdeel G2 in 1936. Helaas zijn van deel G geen tekeningen aangetroffen met het archiefonderzoek. 5.7.1
Gevels deel G
Gebouwdeel G bestaat uit een vierlaagse uitbreiding en is geheel opgetrokken uit baksteen metselwerk in kruisverband. Zoals al aangegeven wordt dit deel onderverdeeld in een deel G1 en G2. Gebouwdeel G1 De noordoostgevel is geheel uitgevoerd met houten vensters. Alle vensters van de eerste en de tweede verdieping zijn al eens vervangen in recentere tijd. De vensters van de derde verdieping zijn mogelijk nog de originele vensters uit de bouwfase van 1933. Eén venster is, gelet op bouwsporen, vormgeving en detaillering, in latere tijd aangebracht, en wel het tweede venster van links op de bovenste verdieping. Op de tweede verdieping hebben in de noordoostgevel dezelfde vensters gezeten als op de derde verdieping. Dit is te zien op een historische foto (zie Afb. 8). De zuidwestgevel is deels uitgevoerd met stalen en deels met houten vensters. De stalen vensters bevinden zich op de bovenste verdieping en dateren zeer waarschijnlijk uit de bouwfase van 1933. Voor het overige zijn houten vensters toegepast die allemaal uit jongere tijd dateren.30
Afb. 99. Overzicht van de noordoostgevel van gebouwdeel G1.
Afb. 100. Overzicht van de zuidwestgevel van gebouwdeel G1.
Gebouwdeel G2 De gevels van dit deel zijn nog nagenoeg gaaf aanwezig uit de bouwtijd. Wel zijn enkele vensters dichtgemetseld, vervangen of nieuwe gevelopeningen aangebracht. Aan de noordoostzijde is een
30
Gelet op het proces van schaalvergroting en verschuiving van werkruimten naar kantoorruimten, zijn deze houten vensters op de tweede en derde verdieping aangebracht toen de werkruimten zijn verschoven naar nieuwe uitbreidingen en deze beide verdiepingen als kantoorruimte zijn ingericht. Zie ook wat beschreven is onder het kopje ‘Gebruik door de jaren’ op pag. 23.
52
verstoring in het metselwerk op de begane grond dat er op duidt dat er een aanbouw tegen gestaan heeft, wat echter op geen enkele kadastrale kaart zichtbaar is. De vensters bestaan voor een deel uit de oorspronkelijke stalen vensters in de zgn. stoeltjesprofielen en voor een deel uit houten venster die in recentere tijd zijn aangebracht als vervanging van de oude stalen vensters. Met name geldt dit voor de tweede verdieping waar werkruimten op enig moment zijn omgevormd tot kantoorruimtes (zie voetnoot 30) en waar, gelet op de gezaagde dagkanten, op de plek van het raamkozijn in de noordwestgevel geen opening gezeten heeft. Aan de zuidoostzijde waren ook vensters aanwezig. Deze zijn allemaal, volgens een bouwtekening in 1969, dicht gemetseld. Toen zijn ook, volgens een andere bouwtekening, de venters aan de zuidwestzijde van de bovenste verdieping aangebracht, wat ook zichtbaar is aan de bouwsporen in het metselwerk. Aan de noordoostzijde heeft dit gebouwdeel twee hoge, boven het dak uitstekende, opbouwen. Beide zijn opbouwen van liftschachten. De linkse dateert uit de bouwtijd van 1936, de rechtse is als tweede lift aangebracht in 1964. Deze lift is groter dan de andere. Mogelijk dat door de vergrote productie, met o.a. de uitbreiding in 1958 van gebouwdeel J, er op gegevens moment behoefte was aan een grotere goederenlift.
Afb. 101. Overzicht van de noordoostgevel van gebouwdeel G2. De hoge opbouw links is van de originele liftopbouw uit 1936, de rechter liftopbouw is toegevoegd in 1964.
5.7.2
Afb. 102. Overzicht van de zuidwestgevel van gebouwdeel G2.
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren deel G
Gebouwdeel G1 Het dak van gebouwdeel G1 bestaat uit een zeer flauw hellend zadeldak dat (vermoedelijk) bekleed is met een bitumineuze dakbedekking. Gelet op de hoogte waarop de vergaarbakken zijn aangebracht, zijn de dakranden uitgevoerd als gemetselde borstweringen die aan de bovenzijde met tegels zijn afgewerkt. Alleen aan de noordoostzijde is de borstwering naar buiten toe uitgetand. Aan de zuidwestzijde is dat niet gedaan.31 Aan de noordoostzijde zijn de hemelwaterafvoeren uitgevoerd in zink met een rechthoekige doorsnede met vergaarbak die is voorzien van een stadsuitloop. Aan de zuidwestzijde zijn het hemelwaterafvoeren van PVC en vergaarbakken zonder stadsuitloop.32 Deze dateren niet uit de bouwtijd.
31
32
Het verschil zal een gevolg zijn van het feit dat de noordoostgevel goed in het zicht zit en de zuidwestgevel door de rest van het complex grotendeels uit het zicht of vanaf grotere afstand zichtbaar is. Ook hier weer een verschil in de noordoost- en de zuidwestzijde. Zie vorige voetnoot.
53
Aan de noordoostzijde, in de hoek met de iets uitstekende uitbouw van het trappenhuis, is een deel van een oude gietijzeren leiding aanwezig waarop een binnenriool is aangesloten. Het vermoeden is dat deze ook als regenwaterafvoer heeft gefungeerd en verder naar boven toe doorliep.
Afb. 103. Overzicht van de uitbouw van het trappenhuis met uitgebouwde hal op de begane grond.
Afb. 104. In de gevelhoek van gebouwdeel G1 met de uitbouw van het trappenhuis is nog een deel van een oude gietijzeren hemelwaterafvoer aanwezig.
Gebouwdeel G2 Dit gebouwdeel bestaat uit een vierkante plattegrond met aan de noordoostzijde een smal langgerekt deel waarin de ondersteunende functies zijn ondergebracht, zoals: verkeersruimten (liften en trappenhuis) en toiletten. Het vierkante hoofddeel van G2 is uitgevoerd als een serie van drie sheddaken en het langgerekte smalle deel heeft platte daken in verschillende niveaus met grote overstekken. De daken boven de beide liftschachten zijn hoger dan de aansluitende daken. Het bijzondere van de serie met drie sheddaken van het vierkante deel van G2, is dat de vorm van de sheddaken onderdeel is van de betonconstructie. Eén van de sheddaken is te zien in de noordwestgevel van deel G2 en is eveneens voorzien van een overstek. Bij de achtergevel, zuidoostgevel, zijn ze alle drie zichtbaar en zonder een overstek uitgevoerd. De daken zijn bekleed met een bitumineuze dakbedekking en voor de hemelwaterafvoeren zijn PVC h.w.a.’s toegepast met of zonder een vergaarbak en met of zonder stadsuitloop. Deze dateren niet uit de bouwtijd.
54
Afb. 105. De noordwestgevel van gebouwdeel G2 waarop één van de drie sheddaken zichtbaar is.
5.7.3
Afb. 106. De zuidoostgevel van gebouwdeel G2 waarop twee van de drie sheddaken zichtbaar zijn. Ook zijn de verschillende niveaus van de platte daken van deel G2 goed te zien (zie ook Afb. 101).
Constructie deel G
Fundering deel G Niet kunnen waarnemen voor zowel deel G1 als G2. Ook zijn van dit deel geen oude tekeningen aangetroffen met archiefonderzoek. Draagconstructie gebouwdeel G1 De draagconstructie van gebouwdeel G1 is eenvoudig van opzet en bestaat uit dragende bakstenen gevels met houten balklagen voor de vloeren en het dak. De houten balklagen liggen van zijgevel naar zijgevel en worden in het midden ondersteund. In het souterrain bestaat de ondersteuning uit twee stalen kolommen waar overheen een stalen onderslagbalk ligt. Op deze onderslagbalk staan, in het verlengde van de kolommen in het souterrain, de stalen kolommen voor de eerste verdieping. Ook de kolommen op de tweede verdieping zijn van staal, zie Afb. 8. Op de derde verdieping staan houten standvinken met een houten onderslagbalk voor het dragen van de dakconstructie.
55
Afb. 107. Overzicht van het souterrain van gebouwdeel G1. In het midden zijn de twee stalen kolommen te zien die de bovenliggende vloeren dragen.
Afb. 108. Detail van de draagconstructie van de vloeren in het souterrain van gebouwdeel G1.
Afb. 109. Overzicht van de bovenste verdieping van gebouwdeel G1. In het midden zijn de twee houten standvinken te zien die in het verlengde staan van de stalen kolommen in het souterrain en het dak dragen.
Afb. 110. Nog een foto van de bovenste verdieping van gebouwdeel G1, maar dan van de andere zijde genomen.
Draagconstructie gebouwdeel G2 Gebouwdeel G2 heeft een voor die tijd karakteristiek betonskelet van kolommen, balken, vloeren, spanten, gordingen en daken. Ook de draagconstructie van de sheddaken is in een betonskelet uitgevoerd. Karakteristiek is de opzet in een raster met een zowel in horizontaal als verticaal vlak repeterende betonconstructie. Ook de vergrote balkdoorsneden33 bij de aansluiting op kolommen of kleinere liggers op grotere liggers en de vellingkanten bij uitwendige hoeken zijn karakteristiek.
33
Deze vergrote balkdoorsneden zijn nodig om meer ruimte te krijgen voor extra wapening voor het opvangen van dwarskrachten die bij de aansluitingen het grootste is.
56
Afb. 111. Overzicht van de bovenste verdieping van gebouwdeel G2. Een raster van betonnen kolommen, balken, spanten en gordingen.
Afb. 112. Constructief knooppunt op de bovenste verdieping van gebouwdeel G2 van de betonconstructie met de kenmerkende vergroting van de balkdoorsneden.
Afb. 113. De betonconstructie in één van de ruimten op de tweede verdieping van gebouwdeel G2. Een verdieping die in het verleden is omgebouwd tot kantoorruimte.
Afb. 114. Op de eerste verdieping van gebouwdeel G2 is hetzelfde principe van de betonnen draagconstructie zichtbaar.
5.7.4
Interieur deel G
Plattegrondstructuur deel G Deze is vanaf de bouw in 1933 (deel G1) en 1936 (G2) nog grotendeels aanwezig. Wel is van de eerste en tweede verdieping van deel G1 en van de tweede verdieping van G2 de grote vrije werkruimte in jongere tijd ingedeeld in kantoorruimtes. Het trappenhuis linksvoor in deel G1 is grotendeels nog oorspronkelijk en op de tweede verdieping staat een eenvoudige houten steektrap naar de derde verdieping die mogelijk nog uit de bouwtijd dateert.
57
Afb. 115. Op de zolder van gebouwdeel G1 is rechts achter een afgetimmerde hoek aanwezig met een trap vanaf de tweede verdieping.
Afb. 116. Trap was van onderen en boven afgesloten en niet toegankelijk. Foto is genomen door de wand waarvan een plaat loszat.
Historische installaties gebouwdeel G1 Op de bovenste verdieping is nog oud (en vermoedelijk oorspronkelijk uit de bouw van 1933) schakelmateriaal van bakeliet en oude radiatoren aanwezig, alsmede oude brandwerende schuifdeuren op verschillende verdiepingen tussen deel G1 en G2. De brandwerende deuren zijn van hout en met gefelst bladmetaal bekleed. De ophangconstructie van de brandwerende deuren is zodanig dat wanneer het touw, waarmee de deur in geopende stand geborgd is, wordt losgemaakt of door brand doormidden breekt, de deur uit zichzelf dichtrolt. De luchtbehandelingsinstallatie op de derde verdieping alsmede de installaties op de andere etages van G1 dateren uit jongere tijd.
Afb. 117. Oud bakelieten schakelmateriaal op de bovenste verdieping van deel G1.
Afb. 118. Oud bakelieten schakelmateriaal op de bovenste verdieping van deel G1.
58
Afb. 119. Oude ledenradiator op de bovenste verdieping van deel G1
Afb. 120. Detail draaiknop ledenradiatoren op de bovenste verdieping van deel G1.
Afb. 121. Algemeen beeld van moderne radiatoren op de eerste en tweede verdieping van deel G1.
Afb. 122. Detail luchtbehandeling op de bovenste verdieping van deel G1.
Afb. 123. Brandwerende schuifdeur op de bovenste verdieping tussen deel G1 en G2.
Afb. 124. Detail plaatje van de fabrikant van de brandwerende deur van de vorige afbeelding.
Historische installaties gebouwdeel G2 Dit deel van het fabriekscomplex heeft twee liften. De ene lift is de originele die met de bouw van gebouwdeel G2 in 1936 is aangebracht. De andere lift is een grotere goederenlift die is aangebracht in 196434, enkele jaren na de grote uitbreiding van de éénlaagse productieruimte gebouwdeel J. De lift uit 1936 is nog compleet gaaf aanwezig, incl. liftkooi en de liftkamer met de oorspronkelijke liftmachine. De liftmachine staat bovenop de liftschacht en is van het merk Schindler. Om naar de
34
Afgaande op het registratieplaatje in de lift waar het bouwjaar 1964 wordt aangegeven.
59
liftkamer te gaan, moet een stalen trap beklommen worden met dubbele stalen buizen als treden. Het gaat hier ook om de oorspronkelijke trap uit 1936. De lift uit 1964 is eveneens, voor zover zichtbaar, gaaf aanwezig (de liftkamer is niet betreden, deze was niet toegankelijk). Deze lift is van het merk E.V.L.I. (Eerste Veenendaalse Liften Industrie) en een goederenlift. De luchtbehandelingsinstallatie op de bovenste verdieping dateert uit jongere tijd. Verspreid door gebouwdeel G2 bevinden zich oude ledenradiatoren alsmede moderne plaatradiatoren. Van wasruimtes en toiletten zijn nog enkele fragmenten aanwezig, waaronder wastafels met stalen beugels (ter bescherming tegen rollend materieel), gietijzeren stortbakken en gietijzeren (stand)leidingen. Ook zijn verspreid over verschillende ruimtes enkele bakelieten onderdelen van schakelmateriaal en diverse vormen van luchtbehandelingsinstallaties aanwezig, alsmede nog enkele brandwerende deuren die eveneens brandwerend bekleed zijn met gefelst bladmetaal.
Afb. 125. De liftkooi van de lift uit 1936.
Afb. 126. De trap die leidt naar de liftkamer van de lift uit 1936.
Afb. 127. De Shindler liftmachine van de lift uit 1936.
Afb. 128. Bijbehorende elektronica voor de lift uit 1936.
60
Afb. 129. De liftkooi van de lift uit 1964.
Afb. 130. Een met gefelst bladmetaal beklede brandwerende deur.
Afb. 131. Ledenradiatoren en een luchtbehandeling op de bovenste etage van gebouwdeel G2.
Afb. 132. De niet-monumentale schuifdeur in het souterrain tussen gebouwbeel G1 en G2.
Afb. 133. Overzicht van de toiletgroep op de bovenste verdieping van gebouwdeel G2.
Afb. 134. Overzicht van de toiletgroep op de begane grond van gebouwdeel G2.
61
Afb. 135. Er zijn nog enkele onderdelen van oud bakelieten schakelmateriaal aanwezig.
Afb. 136. Her en der bevinden zich in gebouwdeel G2 allerlei vormen van luchtbehandelingsinstallaties.
Afwerkingen en interieuronderdelen gebouwdeel G1 In deel G1 zijn geen oude of bijzondere afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds aangetroffen.29 Afwerkingen en interieuronderdelen gebouwdeel G2 De betonconstructie is geheel voorzien van een gepleisterde afwerking. Op de tweede verdieping bevinden zich de zgn. blokjesvloeren wat duidt op een oorspronkelijke functie van de ruimte als werkruimte waar machines stonden opgesteld.35 De blokjesvloeren op deze etage zijn niet meer gaaf aanwezig. Door waterschade is een groot deel van de blokjesvloeren aangetast of reeds verwijderd. Opgemerkt wordt nog dat op verschillende plaatsen in dit deel van het complex op muren en hoeken frames van metalen buizen zijn aangebracht die mechanische beschadigingen van wanden, als gevolg van botsend rollend materieel, preventief tegen gaan. Dit versterkt het industriële karakter van het complex. Er zijn in deel G2 verder, buiten de hierboven genoemde onderdelen, geen oude of bijzondere afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds aangetroffen. 29
Afb. 137. Op de tweede verdieping van gebouwdeel G2 zijn de blokjesvloeren voor een groot deel door water aangetast of reeds verdwenen.
35
Afb. 138. Een voorbeeld van preventief voorkomen van mechanische beschadigingen aan muren ten gevolge van botsend rollend materieel.
Zie voor een toelichting op de toepassing van blokjesvloeren de beschrijving daarvan bij gebouwdeel B onder het kopje ‘Afwerkingen en interieuronderdelen’ op pag. 30.
62
5.8
Gebouwdeel I
Dit betreft de traforuimte, die tijdens opname niet toegankelijk was. Om die reden is alleen de buitenzijde beschreven. De gemetselde gevels zijn nog gaaf aanwezig met de oorspronkelijke deurkozijnen en deuren, alsmede glazen bouwstenen. Gelet op de structuur van dak en vormgeving van gevels, is dit trafohuis in twee fasen gebouwd. De toegepaste glazen bouwstenen zijn zgn. prisma glazen bouwstenen. In het glas bevinden zich prisma’s die het daglicht van buiten naar binnen in een grotere hoek verspreiden en waardoor men dus meer profijt heeft van het daglicht als men binnen staat. Het oudste van de twee delen van het trafohuis heeft een betonnen dak dat deels geballast is met grind. Het andere dak is vermoedelijk ook een betondak, maar dan geheel voorzien van een met grind geballast bitumineus dak.
Afb. 139. Gevels en daken van het trafohuis.
5.9
Afb. 140. Glazen bouwsteen met prisma’s ten gunste van de verspreiding van daglicht naar binnen.
Gebouwdeel J en M
Gebouwdeel J is volgens kadastrale gegevens gereed gekomen in 1958. Voor deel M zijn, voor zover was te achterhalen, geen kadastrale gegevens bekend over de bouw. Zie Afb. 33 en Afb. 39. 5.9.1
Gevels deel J en M
De huidige indeling van de noordoostgevel correspondeert niet met de bouwtekening uit 1956. Op tekening lijkt het te gaan om traditioneel metselwerk met raamkozijnen. Ook de indeling direct achter deze gevel correspondeert niet. Het vermoeden is dat met de uitbreiding aan de zuidwestgevel van gebouwdeel J met M de gevel aan de noordoostzijde van deel J is vervangen in betonnen prefab gevelelementen zoals ook toegepast in de noordwestgevel van deel J. Met de uitbreiding van deel J met deel M is dan waarschijnlijk de gevel van de zuidwestzijde van deel J alsmede het eerste gevelelement van de noordwestzijde van deel J gedemonteerd en de breedte van één stramien verderop herplaatst. Bij de noordoostgevel zijn de betonnen borstweringen aanwezig, daarboven is de gevel afgeplaat. Bij één vlak is aan de binnenzijde de oude betonnen raamkozijnen nog aanwezig, bij het andere vlak is dat niet te zien, omdat deze zowel aan de buiten- als aan de binnenzijde is voorzien van een jongere afwerking. Bij de zuidwestgevel en een deel van de noordwestgevel is het bovenste deel van de betonnen raamkozijnen eveneens afgeplaat.
63
De deur in de noordwestgevel dateert uit jongere tijd en is aangebracht in het bestaande betonnen raamkozijn waarbij ook de borstwering tussen de aansluitende kolommen is verwijderd. De gevels zijn voor een klein deel opgebouwd uit metselwerk en voor een groot deel uit betonnen elementen, zoals borstweringen en raampuien. Deze elementen zijn geplaatst tussen betonnen36 kolommen en gemetselde muurdammen. Voor een deel zijn de puien dichtgeplaat en aan het zicht onttrokken.
Afb. 141. Overzicht van de noordoostgevel van gebouwdeel J.
5.9.2
Afb. 142. Overzicht van de noordwest- en zuidwestgevel van gebouwdeel J en M.
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren deel J en M
De kapvorm van gebouwdeel J en M wordt in het algemeen sheddak genoemd. Dit is echter niet correct. Een sheddak, ook wel zaagdak genoemd, bestaat uit een opeenvolgende reeks parallelle daken met twee dakvlakken onder verschillende hellingen. De steilste dakvlakken zijn op het noorden gericht en van glas voorzien. Dat is niet het geval bij gebouwdeel J en M.37 Bij J en M bestaat het dak uit een plat dak waarin een groot aantal parallel lopende lichtstraten zijn aangebracht die tevens een onderdeel van de dakconstructie zijn (zie verderop de beschrijving bij constructie). Wel hebben deze lichtstraten dezelfde functie als sheddaken, namelijk het toelaten van veel licht ten behoeve van het productieproces in bedrijfshallen en waar bij één zijde van de lichtstraat glas is toegepast. De platte daken alsmede de hellende delen aan drie zijden van de lichtstraten zijn bekleed met een bitumineuze dakbedekking en langs de dakranden afgewerkt met een halfronde kraallat waar de dakbedekking omheen aangebracht is. Aan de voor- en achterzijde van de lichtstraten bevinden zich in het bovenste punt ventilatieroosters die tegen inregenen zijn beschermd door een overhangend dakje. De hemelwaterafvoeren bestaan deels uit PVC en deels uit slagvast stalen ondereinden.
36
37
Gelet op de slankheid van de puien zal het hier gaan om elementen van schokbeton. In het octrooi no. 36029 met dagteekening 4 Juli 1935 van N.V. Schoktechniek te Zwijndrecht werd het proces als volgt omschreven: 'Het is bekend betonspecie in een vorm in trilling te brengen, of aan schokken te onderwerpen, om de specie goed te laten inklinken en aldus betonwaren van hooge vastheid en groote dichtheid te verkrijgen.' Door het toepassen van schoktechniek was het mogelijk vrij slanke elementen te maken, waaronder ramen met slanke stijlen en dorpels. Gebouwdeel G2 heeft wel sheddaken.
64
Afb. 143. Dakenoverzicht van een deel van het dak van gebouwdeel J en M.
5.9.3
Afb. 144. Aan de voor- en achterzijde van de lichtstraten zijn overhangende kapjes aanwezig met een ventilatierooster.
Constructie deel J en M
Fundering deel J en M Volgens de bouwtekening bestaat de fundering uit prefab betonnen funderingsvoeten met afmetingen 1,5 x 1,5 meter met een aanlegdiepte van 2 meter min peil. Deze funderingsvoeten zijn aangebracht onder de gevels met een onderlinge afstand die overeenkomt met de stramienmaat. Over de funderingsvoeten is een zwaar uitgevoerde gewapende betonnen funderingsbalk aangebracht waarop de (schokbetonnen) gevelpuien rusten. Draagconstructie deel J en M De draagconstructie van gebouwdeel J en M wordt verzorgt door betonnen kolommen die met de bouw in de gevels zijn opgenomen. Met de uitbreiding van gebouwdeel N en de vervangende nieuwbouw van gebouwdeel H zijn de kolommen aan de zuidoostzijde vrij in de ruimte komen te staan. Daarnaast bestaat de draagconstructie van het dak uit hoge stalen driehoeksliggers die het mogelijk maken om grote vrije overspanningen te realiseren. Deze hoge driehoeksliggers zijn tevens benut om lichtstraten te maken. Opvallend bij de driehoeksliggers is het gecombineerde gebruik van boutverbindingen en klinknagels. Het is bekend dat goed uitgevoerde klinknagelverbindingen sterker zijn38 dan boutverbindingen, maar het is wel opvallend dat in 1958 nog klinknagelverbindingen worden toegepast.
Wat in de constructiewerkplaats geprefabt kon worden, werd dan uitgevoerd met klinknagelverbindingen en bij het in elkaar zetten van de geprefabte onderdelen op de bouw werden boutverbindingen toegepast.
38
Een klinknagel trekt bij het afkoelen de te verbinden onderdelen ontzettend strak aan elkaar en een klinknagel vult het verbindingsgat geheel, terwijl bij een boutverbinding altijd -al is het minimaal- iets ruimte is rondom de bout. Dit maakt een klinknagelverbinding ontzettend sterk.
65
Afb. 145. Fragment van één van de driehoeksliggers in gebouwdeel J.
Afb. 146. Duidelijk is de gecombineerde toepassing van klinknagelverbindingen en boutverbindingen zichtbaar.
Afb. 147. Gebouwdeel J bestaat uit een grote vrij indeelbare fabrieksruimte. De wand op de achtergrond dateert uit jongere tijd.
5.9.4
Interieur deel J en M
Plattegrondstructuur deel J en M Omdat gebouwdeel J en M bewust met hoge driehoeksliggers zijn overspant, verkrijgt met een grote vrije indeelbare fabrieksruimte waarbij dus geen sprake is van een plattegrondstructuur. Historische installaties deel J en M In zo’n grote ruimte als gebouwdeel J waren veel mensen werkzaam met tabak. Veel mensen betekent dat er geventileerd en verwarmd moet worden. Werken met tabak betekent dat er geen grote verschillen in temperatuur en vochtigheid/droogte ten opzichte van de gewenste situatie mogen zijn. Deze hal is dan ook uitgerust met een fors ventilatie en luchtbehandelingssysteem met behulp van kanalen en airsocks alsmede apparatuur om de lucht te bevochtigen. Daarnaast is een later aangebracht modern verwarmingssysteem aanwezig in de vorm van waterleidingen die in spiraalvorm zijn aangebracht waar warm water doorheen stroomt en de aan de lucht afgegeven warmte vervolgens met een ventilator naar beneden gedrukt wordt.
66
Als laatste wordt nog vermeld dat in deze hal (en andere hallen) een geluidsinstallatie aan het dak hangt om via een fabrieksintercom berichten om te kunnen roepen.
Afb. 148. Ventilatie- en luchtbehandelingsinstallatie met kanalen en airsocks.
Afb. 149. Apparatuur om de lucht in de hal te bevochtigen.
Afb. 150. Later aangebracht modern verwarmingssysteem.
Afb. 151. Eén van de vele luidsprekers om via de bedrijfsintercom berichten om te roepen.
Afwerkingen en interieuronderdelen deel J en M Het enige dat het vermelden waard is, zijn een drietal met gefelst bladmetaal beklede brandwerende schuifdeuren en de houten legramen met gematteerd glas bij de lichtstraten. De houten legramen met gematteerd glas bij de lichtstraten zijn zeer kenmerkend voor een bedrijfshal waar arbeiders hun dagelijks werk doen. Met de toepassing van legramen ontstaat een vlak plafond en wordt een ‘rustig’ beeld verkregen. Dit zou anders zijn wanneer de legramen zouden ontbreken en de lichtstraten met de stalen driehoeksspanten in het zicht zouden zijn, wat een ‘onrustig’ beeld oplevert. Er zijn in deel J en M verder, buiten de hierboven genoemde onderdelen, geen oude of bijzondere afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds aangetroffen.
67
Afb. 152. Overzicht van gebouwdeel J. Door het toepassen van legramen met gematteerd glas bij de lichtstraten wordt een vlak plafond verkregen dat een rustig beeld geeft voor arbeiders die in deze hal hun dagelijks werk verrichten.
Afb. 153. Overzicht van gebouwdeel N. Door het achterwege laten van legramen met gematteerd glas bij de lichtstraten, ontstaat een onrustiger beeld voor arbeiders die in deze hal hun dagelijks werk verrichten. Vergelijk deze afbeelding met de vorige.
68
Afb. 154. Een met gefelst bladmetaal beklede brandwerende schuifdeur tussen deel B en J.
Afb. 155. Er zijn niet alleen grote brede brandwerende schuifdeuren. Hier een kleine brandwerende schuifdeur die eveneens met gefelst bladmetaal bekleed is.
5.10 Gebouwdeel K Dit deel is gebouwd in 1960 waarin het ketelhuis is ondergebracht en bestaat uit een stookruimte met daarvoor twee lege ruimten (van origine één ruimte). De lege ruimte(n) hebben mogelijk dienst gedaan voor opslag van brandstof (kolen of stookolie). 5.10.1
Gevels deel K
Gebouwdeel K ligt aan drie zijden ingeklemd tussen oudere bebouwing en heeft alleen een gevel aan de noordwestzijde. Deze gevel had een grote opening die in latere tijd is verkleind en deels is dicht gemetseld. De gevel is opgetrokken in kruisverband. De jongere dichtmetseling in halfsteensverband. 5.10.2
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren deel K
Het dak is een plat dak met een combinatie van stalen binten en een betonnen dak. De stalen binten zijn, vanwege brandgevaar in het ketelhuis, in het beton ingebetonneerd, zodat alleen de onderflens van de stalen binten zichtbaar zijn. Op het dak van de stookruimte bevindt zich een lichtstraat. De lichtstraat is geheel voorzien van glas. Het dak van het ketelhuis is afgewerkt met een bitumineuze dakbedekking.
Afb. 156. De noordwestgevel van het ketelhuis.
Afb. 157. De lichtstraat op de stookruimte van het ketelhuis.
69
Afb. 158. Overzicht van de stookruimte.
5.10.3
Afb. 159. De lichtstraat op de stookruimte van het ketelhuis, maar nu vanaf binnen gezien.
Constructie deel K
Fundering deel K Niet kunnen waarnemen. Volgens de oude bouwtekening bestaat de fundering uit een gemetselde fundering op staal en een puttenfundering onder de schoorsteen. Draagconstructie deel K Deze bestaat uit dragende bakstenen muren en stalen binten voor de dakconstructie. Zoals al bij het dak aangegeven, zijn de stalen binten ingebetonneerd in het betonnen dak.
Afb. 160. De stalen binten die het betonnen dak dragen van gebouwdeel K zijn in het beton ingebetonneerd.
5.10.4
Afb. 161. Nog een foto, maar dan in de stookruimte waarop te zien is dat de stalen binten grotendeels ingebetonneerd zijn.
Interieur deel K
Plattegrondstructuur deel K Deze is grotendeels nog aanwezig zoals in 1960 is gebouwd. Historische installaties deel K Behoudens een oude ledenradiator, zijn in deel K zijn geen oude installaties aangetroffen. De ketels zijn al een keer geheel vervangen en bestaan nu uit gasgestookte ketels. De ledenradiator bevindt zich in een toiletruimte die binnen de contour valt van deel B, maar op enig moment bij deel K is getrokken.
70
Afwerkingen en interieuronderdelen deel K Behoudens de stalen vloerplaten, zijn in deel K zijn geen oude of bijzondere afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds aangetroffen.
5.11 Gebouwdeel O Dit deel is gebouwd in 1968 als éénlaagse uitbreiding van deel G en F en bevindt zich aan de zuidwestzijde daarvan. 5.11.1
Gevels deel O
De gevels zijn nog aanwezig, zoals in 1968 gebouwd. De ruimte tussen gebouwdeel O en J is in nog latere tijd dichtgebouwd. Wanneer dat is gebeurd, is niet bekend. Opgemerkt wordt dat bij de aansluiting van gebouwdeel O en J het in 1958 gebouwde deel J de oorspronkelijke betonnen raamkozijnen (in 1968 gevelkozijn) nog aanwezig zijn.
Afb. 162. Overzicht van de zuidwestgevel van gebouwdeel O.
5.11.2
Afb. 163. In de binnengevel tussen gebouwdeel O en J is nog een uit 1958 daterend oorspronkelijk betonnen raamkozijn aanwezig die voor een groot deel is afgeplaat.
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren deel O
Platte daken, bekleed met een bitumineuze dakbedekking met stalen hemelwaterafvoeren en vergaarbakken. 5.11.3
Constructie deel O
Fundering deel O Niet kunnen waarnemen. Volgens tekening betreft het een fundering van gewapende betonbalken op poeren waaronder een grondverbetering is toegepast. Draagconstructie deel O Voor zover zichtbaar en op tekening is te zien gaat het om dragende gemetselde muren en een houten balklaag voor het platte dak.
71
5.11.4
Interieur deel O
Plattegrondstructuur deel O Het gaat om een uitbreiding van deel D en F en bestaat uit twee rechthoekige ruimten. De oude zuidwestgevel van deel F is grotendeels weggebroken, er staan nog enkele gemetselde penanten voor het dragen van de verdieping. Historische installaties deel O In deel O zijn geen oude installaties aangetroffen. Afwerkingen en interieuronderdelen deel O In deel O zijn geen oude of bijzondere afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds aangetroffen.29
72
6W
AARDESTELLING
Beschouwingsniveau interne waardestelling De interne waardestelling bij dit uitgevoerd onderzoek vindt plaats op het beschouwingsniveau van het gebouw. De waarde van de verschillende onderdelen wordt dus bepaald in relatie tot het gehele gebouw. Een zgn. interne waardestelling. Aandachtspunten voor het lezen van de waardestelling De totstandkoming van een waardestelling berust alleen op bouw- en/of cultuurhistorische waarden en heeft geen relatie met de bouwtechnische toestand van het gebouw of onderdelen daarvan of wat de wensen en eisen zijn van de opdrachtgever/architect met betrekking tot ontwerpvraagstukken en/of financiële haalbaarheid. Bij de waardestelling van installaties wordt geen rekening gehouden met de technische staat, de veiligheid (denk aan asbest, kortsluiting, e.d.), de verkrijgbaarheid van onderdelen, de stand van de techniek, de wet- en regelgeving of de wens tot verduurzaming. Alleen wat aard- en nagelvast aan het gebouw verbonden is, wordt gewaardeerd. Losse inventaris valt buiten de waardestelling. Een waardestelling moet niet gelezen worden als een dictaat, als zou er een glazen stolp over een monument heen gaan. Een waardestelling vormt een onderbouwd communicatiestuk tussen verschillende partijen om te komen tot een verantwoorde instandhouding of herbestemming van ons cultureel erfgoed.
Naarmate de historische waarden hoger zijn, zal van partijen een grotere inspanning gevergd worden voor het afwegen van belangen om historisch (zeer) waardevolle zaken te behouden en zo min mogelijk aan te tasten. In het spanningsveld bij het herbestemmen van monumenten zijn er twee uitersten waartussen de bouwhistorische rapportage een belangrijke communicatieve functie vervult. Het ene uiterste is een glazen stolp over een monument die er voor zou zorgen dat er niets zou kunnen. Het andere uiterste is dat alles kan onder het mom van herbestemmen van dit monument om deze in stand te houden. Categorieën monumentwaarden Categorie 1 (blauw) Categorie 2 (groen) Categorie 3 (geel)
Hoge monumentwaarden, deze zijn van cruciaal belang voor de structuur en/of de betekenis van het object of gebied. Positieve monumentwaarden, deze zijn van belang voor de structuur en/of de betekenis van het object of gebied. Indifferente monumentwaarden, deze zijn van relatief weinig belang voor de structuur en/of de betekenis van het object of gebied.
73
6.1
Interne waardestelling
Onderdeel
Cat.
Onderbouwing/ motivatie voor de toegekende waardering
1
Het Ritmeestercomplex is ontstaan langs de Kerkewijk waar rond 1900 de bebouwing tot stand kwam. Eerst in een smalle strook met erachter open gebied. Dit open gebied is in de loop van de 20e eeuw tot ontwikkeling gekomen en volgebouwd, waarbij de uitbreidingen van de Ritmeester Sigarenfabriek naar achteren toe (naar het open gebied) hebben plaatsgevonden. Het Ritmeestercomplex is nog gaaf39 aanwezig en vanwege de wijze waarop het gebied tot ontwikkeling is gekomen van grote waarde. Ook mede door het feit dat het fabriekscomplex goed bewaard is en een zeldzaam voorkomend voorbeeld is van een in de 20e eeuw tot grote ontwikkeling gekomen fabriekscomplex in Veenendaal.
1
De bouwmassa van het Ritmeestercomplex is nog gaaf aanwezig en is een duidelijke afspiegeling van hoe de fabriek in de loop van de 20e eeuw tot grote bloei gekomen is. Dit komt tot uitdrukking in de compacte ‘hoogbouw’ langs de Kerkewijk en dat naar achteren toe van lieverlee die compacte ‘hoogbouw’ verandert in enorme éénlaagse werkruimten. Het gedeelte van het fabriekscomplex tussen gebouwdeel E en J heeft een grote gelaagdheid doordat het complex organisch gegroeid is naar behoefte van ruimten. Dit is kenmerkend voor een kleine fabriek die tot grote ontwikkeling komt. Om deze redenen wordt de bouwmassa hoog gewaardeerd.
1
De gevels, voor zover niet ingebouwd door latere uitbreidingen, zijn nog redelijk gaaf aanwezig en behoren tot het oudste deel van het complex en worden om die redenen hoog gewaardeerd. Aan alle houten kozijnen die in jongere tijd zijn vervangen door exemplaren met een afwijkende detaillering en isolatieglas wordt een indifferente waarde gegeven. Let op: de opening in het metselwerk an sich als oorspronkelijke opening heeft wel historische waarde! De nog gaaf aanwezige gietijzeren ramen, daterend uit de bouwtijd, en als afspiegeling van het industriële karakter van de fabriek (werkruimten) hebben een hoge historische waarde. Het metselwerk van dicht gemetselde gevelopeningen heeft geen historische waarde. De vorm van de kap (plat dak) is karakteristiek voor fabriekscomplexen en nog geheel gaaf aanwezig en heeft daarmee een hoge waarde. Dit geldt ook voor de (vermoedelijk) oorspronkelijke
De context Stedenbouwkundige situering
Exterieur Bouwmassa van het complex
Gebouwdeel B Gevels
3,1
1
3
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren
39
1
Gaaf betekent niet dat het onderdeel in technisch goede staat verkeert, maar dat het onderdeel compleet en vrijwel ongeschonden aanwezig is.
74
3
geprofileerde boeiboorden van de platte daken. De hemelwaterafvoeren en vergaarbakken hebben geen historische waarde.
Constructie Fundering Draagconstructie
(1) 1
De fundering was niet te inspecteren. De oorspronkelijke draagconstructie van dragende muren, houten balklagen en gietijzeren kolommen met stalen onderslagbalk die dateert uit de bouwtijd, heeft vanwege het feit dat die onderdeel is van de oorspronkelijke fabrieksstructuur, ouderdom, gaafheid en materiaalgebruik een hoge historische waarde. Dit geldt met name voor de gietijzeren kolommen en stalen onderslagbalk waarmee in die tijd (1910) een relatief grote vrije ruimte verkregen werd (de werkplaats met de zgn. blokjesvloer).
Interieur Plattegrondstructuur
1
Historische installaties
3
Afwerkingen en interieuronderdelen
1
De plattegrond is met uitbreidingen en verbouwingen aangepast, maar de oorspronkelijke plattegrondstructuur van gebouwdeel B is nog duidelijk in het complex afleesbaar en heeft daarmee een hoge waarde. Niet aangetroffen. Alle zichtbare installaties dateren uit recentere tijd en hebben een indifferente waarde. De zgn. blokjesvloer is zeer kenmerkend type vloerafwerking voor een werkplaats in een fabriek. Ook vanwege het feit dat deze nog vrijwel geheel gaaf aanwezig is en zeer waarschijnlijk dateert uit de eerste bouwfase, wordt deze hoog gewaardeerd. Alle andere zichtbare afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds40 dateren uit recentere tijd en hebben een indifferente waarde.
3
Gebouwdeel C Gevels Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren
40
X 1
Dit gebouwdeel heeft vanwege latere uitbreidingen geen gevels. Weliswaar betreft het niet de originele kap uit de bouwfase van 1912, maar de sheddaken zijn wel zeer karakteristiek voor een fabriekswerkplaats waar zoveel mogelijk daglicht werd benut voor de arbeiders. Ook zijn de sheddaken gaaf aanwezig. Dat maakt dat de historische waarde hoog is.
Constructie Fundering Draagconstructie
(1) 1
De fundering was niet te inspecteren. De draagconstructie wordt gevormd door de dragende muren die onderdeel zijn van de oorspronkelijke gevels en tevens de omvang van gebouwdeel C afbakenen. Om die reden wordt er een hoge waarde aan toegekend.
Interieur Plattegrondstructuur
3
De huidige indeling met lichte scheidingswanden in meerdere ruimtes dateert uit jongere tijd, correspondeert daarmee niet met de structuur van de sheddaken en doet afbreuk aan de oorspronkelijke plattegrondstructuur en heeft daarmee een indifferente waarde.
Let op: alleen zichtbare afwerkingen zijn gewaardeerd. Mogelijk oudere niet-zichtbare afwerkingen zijn niet gewaardeerd.
75
Historische installaties
3
Afwerkingen en interieuronderdelen
3
Niet aangetroffen. Alle zichtbare installaties dateren uit recentere tijd en hebben een indifferente waarde. Alle zichtbare afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds40 dateren uit recentere tijd en hebben een indifferente waarde.
Gebouwdeel D Gevels
1
3,1
1
3
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren
1
3
De gevels, voor zover niet ingebouwd door latere uitbreidingen, zijn niet meer gaaf aanwezig, maar behoren wel tot de eerste uitbreiding van gebouwdeel B. Om die redenen wordt aan het oorspronkelijke metselwerk een hoge waarde toegekend. Aan alle houten kozijnen die in jongere tijd zijn vervangen door exemplaren met een afwijkende detaillering en isolatieglas wordt een indifferente waarde gegeven. Let op: de opening in het metselwerk an sich als oorspronkelijke opening heeft wel historische waarde! De nog gaaf aanwezige gietijzeren ramen, daterend uit de bouwtijd, en als afspiegeling van het industriële karakter van de fabriek (werkruimten) hebben een hoge historische waarde. Het metselwerk van de noordwestgevel op de begane grond heeft geen historische waarde. De vorm van de kap (plat dak) is karakteristiek voor fabriekscomplexen en nog geheel gaaf aanwezig en heeft daarmee een hoge waarde. Dit geldt ook voor de (vermoedelijk) oorspronkelijke geprofileerde boeiboorden van het platte dak. De hemelwaterafvoeren en vergaarbakken hebben geen historische waarde.
Constructie Fundering Draagconstructie
(1) 1
De fundering was niet te inspecteren. De oorspronkelijke draagconstructie van dragende muren en houten balklagen die dateer uit de bouwtijd, heeft vanwege het feit dat die onderdeel uitmaakt van de oorspronkelijke fabrieksstructuur, ouderdom en gaafheid een hoge historische waarde.
Interieur Plattegrondstructuur
3
Historische installaties
3
Afwerkingen en interieuronderdelen
3
De huidige plattegrondstructuur in dit deel van de fabriek heeft geen historische waarde. Van origine gaat het om ongedeelde plattegronden. Niet aangetroffen. Alle zichtbare installaties dateren uit recentere tijd en hebben een indifferente waarde. Alle zichtbare afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds40 dateren uit recentere tijd en hebben een indifferente waarde.
Gebouwdeel F Gevels
1,2
Het deel van de gevels dat boven het dak van gebouwdeel B uitsteekt, heeft vanwege het feit dat dit nog dateert uit de bouwfase van gebouwdeel F een hoge waarde. De zuidwestgevel van gebouwdeel F heeft duidelijk minder bouwhistorische waarde, omdat deze uit recentere tijd dateert, uit halfsteens metselwerk bestaat en zeer waarschijnlijk een afwijkende gevelindeling heeft ten opzichte van wat het geweest is. Maar als onderdeel van de
76
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren
1
3
gelaagde gebouwstructuur en afbakening van de bedrijfskantine wordt er waarde aan toegekend en wel een positieve waarde. De waarde zit hem dus niet in het toegepaste materiaal van metselwerk of gevelkozijnen! De vorm van de kap (plat dak) is karakteristiek voor fabriekscomplexen en nog geheel gaaf aanwezig en heeft daarmee een hoge waarde. De hemelwaterafvoeren en vergaarbakken hebben geen historische waarde.
Constructie Fundering Draagconstructie
(1) 2
De fundering was niet te inspecteren. Wat van de oorspronkelijke draagconstructie nog aanwezig is, is vanwege afwerkingen niet te zeggen. Wel is duidelijk dat de draagconstructie door latere uitbreidingen en verbouwingen behoorlijk is aangepast. Daarom wordt er een positieve waardering aan toegekend.
Interieur Plattegrondstructuur
X
Historische installaties
3
Afwerkingen en interieuronderdelen
3
Wat de oorspronkelijke plattegrondstructuur is geweest is niet bekend. Niet aangetroffen. Alle zichtbare installaties dateren uit recentere tijd en hebben een indifferente waarde. Alle zichtbare afwerkingen van vloeren, wanden en plafonds40 dateren uit recentere tijd en hebben een indifferente waarde.
Gebouwdeel G1 en G2 Gevels
1
1 2
3,1
3
Kapvormen, daken en hemelwaterafvoeren
1
De gevels, voor zover niet ingebouwd door latere uitbreidingen van J en K, zijn nog nagenoeg geheel gaaf aanwezig en behoren tot een belangrijke en grote uitbreiding van het complex en wordt om die redenen hoog gewaardeerd. Het betreft de uitbreiding in de jaren ’30 waarbij over de hele breedte van de sigarenindustrie de productie afnam, maar waar Ritmeester door de uitvinding van de bol-knak een periode van sterke groei doormaakt. In die periode (1937) wordt ook de voormalige textielfabriek Roessingh aangekocht. Aan alle nog uit de bouwtijd daterende gaaf aanwezige gevelopeningen wordt een hoge waarde toegekend. Wanneer kleine aanpassingen zijn gedaan aan oorspronkelijke openingen of wanneer een extra opening op zorgvuldige wijze (qua vormgeving, materiaalgebruik of gevelritmiek) is aangebracht, wordt daar een positieve waarde aan toegekend. Aan alle houten kozijnen die in jongere tijd zijn vervangen door exemplaren met een afwijkende detaillering en isolatieglas wordt een indifferente waarde gegeven. Let op: de opening in het metselwerk an sich als oorspronkelijke opening heeft wel historische waarde! Het metselwerk van dicht gemetselde gevelopeningen heeft geen historische waarde. De vorm van de kappen (zeer flauwhellend dak voor G1 en combi van platte daken en sheddaken voor G2) is karakteristiek voor