3. Consultatie Ritmeestercomplex - Bijlage 2 Bouwhistorisch onderzoek (1)
Tekst van het document
B OUWHISTORISCH DEELONDERZOEK VAN F DE R ITMEESTER S IGARENFABRIEK Kerkewijk 65 te Veenendaal 22 maart 2022
V A N R E E N E N O N D E R ZO E K S B U R EAU VO O R B O UW H I STO R I E
B O U W H I S TO R I S C H D E E L O N D E R Z O E K VA N D E R I T M E E S T E R S I G A R E N FA B R I E K Kerkewijk 65 te Veenendaal
Opdrachtgever Deloitte Financial Advisory B.V. Auteur(s) Ing. W.G. van Reenen Nr. Project Status Jaar Opnamedatum Versie
114 P-121 Concept 2022 15-02-2022 22-03-2022
© Van Reenen Onderzoeksbureau voor Bouwhistorie Overname van tekst is toegestaan. Bronvermelding is verplicht. Gebruik van beeldmateriaal en tekeningen voor zover deze afkomstig zijn van Van Reenen Onderzoeksbureau voor Bouwhistorie is voor de opdrachtgever toegestaan. Verspreiding van deze rapportage is alleen in zijn geheel toegestaan. Verspreiding van (onder)delen is niet toegestaan. Tenzij anders vermeld, is het beeldmateriaal afkomstig van Van Reenen Onderzoeksbureau voor Bouwhistorie. Beeldmateriaal afkomstig van derden wordt met zorg geselecteerd. Voor zover was te achterhalen berust op het gebruikte beeldmateriaal van derden geen copyright, en wanneer wel copyright op beeldmateriaal rust is er toestemming verleend voor gebruik met bronvermelding.
Disclaimer beeldmateriaal Soms is van, met name historisch, beeldmateriaal de rechthebbende niet meer te achterhalen. Van Reenen Onderzoeksbureau voor Bouwhistorie heeft datgene gedaan wat redelijkerwijs van haar kan worden gevergd om de rechten van de auteursrechthebbende op de beelden te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de samensteller van deze rapportage wenden.
Foto titelpagina De voor- en rechtergevel van het voorste deel van het Ritmeestercomplex. Dit deel van het complex, het kantoor aan de Kerkewijk, valt buiten het onderzoek.
Afb. 1. Enkele typen draagconstructies in de verschillende uitbreidingen.
I N H O U D S O P G AV E 1
VOORWOORD
5
2
GEGEVENS
6
2.1 2.2 2.3
KERNDATA MONUMENTENOMSCHRIJVING OMVANG VAN HET FABRIEKSCOMPLEX
6 6 14
3
DE SIGARENINDUSTRIE: TABAKSTEELT EN -VERWERKING
16
3.1 3.2
TABAKSTEELT TABAKSVERWERKING
16 16
4
BOUW- EN GEBRUIKSGESCHIEDENIS
22
4.1 4.2
STEDENBOUWKUNDIGE ONTSTAANSGESCHIEDENIS BOUW- EN GEBRUIKSGESCHIEDENIS
22 23
5
BOUWHISTORISCHE BESCHRIJVING
41
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
DE CONTEXT VAN HET COMPLEX BOUWMASSA VAN HET COMPLEX GEBOUWDEEL B GEBOUWDEEL C GEBOUWDEEL D GEBOUWDEEL F GEBOUWDEEL G GEBOUWDEEL I GEBOUWDEEL J EN M GEBOUWDEEL K GEBOUWDEEL O
41 41 43 47 48 50 52 63 63 69 71
6
WAARDESTELLING
73
6.1 6.2 6.3
INTERNE WAARDESTELLING EXTERNE WAARDESTELLING (CONTEXTUEEL) WAARDESTELLINGSREPRESENTATIETEKENINGEN
74 81 85
7
ADVIES
86
8
GERAADPLEEGDE BRONNEN
87
8.1 8.2 8.3 8.4
LITERATUUR ARCHIEF INTERNET ILLUSTRATIEVERANTWOORDING
87 87 87 88
9
BIJLAGEN
89
9.1
BIJLAGE 1: WAARDESTELLINGSREPRESENTATIETEKENINGEN
89
1V
OORWOORD
Gezien de sombere vooruitzichten voor de Nederlandse sigarenindustrie en dus ook voor Ritmeester, kwam de heer Jochem van Schuppen op de gedachte iets geheel nieuws op de markt te brengen. Hij dacht aan een sigaar die, wat vorm en kwaliteit betrof, moest afwijken van bestaande modellen. Uit deze gedachte werd het idee geboren Afb. 2. De bol-knakmachine. de tuit-knak te veranderen in een bol-knak. 1
Deze rapportage bevat een bouwhistorisch onderzoek met zowel een interne als externe waardestelling van een deel van de Ritmeester sigarenfabriek te Veenendaal. De aanleiding tot het bouwhistorisch onderzoek is het plan om de sigarenfabriek te restaureren en her te bestemmen. Om te komen tot historisch verantwoorde ingrepen is bouwhistorisch onderzoek verricht op het niveau van een bouwhistorische verkenning. De interne waardestelling is uitgevoerd voor zowel het exterieur als het interieur. Het deel dat van het onderzochte object is onderzocht heeft geen beschermde monumentale status. Dat geldt wel voor het oudste deel van het kantorencomplex aan de Kerkewijk alsmede de aan de rechterzijde gelegen voormalige directeurswoning, die beide de status hebben van gemeentelijk monument. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek 2009’. Om een goede waardestelling te kunnen maken, is zowel het exterieur als het interieur nauwkeurig onderzocht en beschreven en is kadastraal onderzoek verricht in combinatie met archief- en literatuuronderzoek. Deze rapportage is bedoeld als leidraad voor de geplande (ver)bouwplannen om, vanuit historisch oogpunt, de waardevolle structuren en elementen te benoemen en te behouden en waar mogelijk te versterken. Tenzij anders vermeld, is het beeldmateriaal afkomstig van Van Reenen Onderzoeksbureau voor Bouwhistorie.
Leerdam, 22 maart 2022 W.G. van Reenen
1
Citaatfragment uit: W. van Amerongen (1988), pag. 41.
5
2G
EGEVENS
2.1
Kerndata
Identificatie Datering
Huidige functie Oorspronkelijke functie
Stijl Iconologie Actoren
2.1.1
Overige gegevens
Eigenaar Status
Categorie Topografie
2.2 2.2.1
: Kerkewijk 65 te Veenendaal : Het betreft een groot complex dat in een flink aantal bouwfasen (zie Afb. 5 op de volgende pagina) tot stand is gekomen en waarvan de eerste bouwfase van de sigarenfabriek in gebruik is genomen in 1913, maar waarvan een later aangekocht deel dateert uit 1910. : Leegstand en tijdelijk gebruik : Vanaf het begin tot en met 2005 in gebruik als Sigarenfabriek Voordat Ritmeester in 1925 de gebouwdelen B, C, D en F aankocht, was hierin een andere fabriek2 gevestigd : Industrieel vormgegeven : Ritmeester, bol-knak : Gebr. Van Schuppen, arch. B. van Kreel, E.H. van Kreel, Fa. Gebr. Janssen, J. Vuijk
: Burger Söhne AG te Burg, Zwitserland : Deels gemeentelijk monument, zie Afb. 6 Mon.nrs. op wikipedia 0345/WN049 en 0345/WN050 Mon.nrs. register Veenendaal Veen -51 en Veen -52 : Industriële gebouwen : Provincie Utrecht Gemeente Veenendaal Plaats Veenendaal
Monumentenomschrijving 3 Hoofdkantoor Ritmeester Sigarenfabriek (Kerkewijk 65)
Adres Plaats Naam object Kadastrale perceel Typologie Complex Complexonderdelen
Kerkewijk 65 Veenendaal Sigarenfabriek van Geb. Van Schuppen, later Ritmeester Sigarenfabriek C3122 Fabriek Ja Fabriek met twee directeurswoningen
Omvang bescherming De bescherming betreft de tabaks- en sigarenfabriek4 (Kerkewijk 65) en de voormalige directeurswoningen van de Van Schuppens (Kerkewijk 63 en 67). De woonhuizen zijn afzonderlijk beschreven. Het
2 3 4
Met deze verkenning is niet onderzocht wat voor soort fabriek dat is geweest. Deze beschrijvingen zijn letterlijk overgenomen uit het gemeentelijke monumentenregister van de gemeente Veenendaal. In de beschrijving wordt alleen het deel dat in 1913 in gebruik werd genomen beschreven. Feitelijk is dit maar een klein gedeelte van de totale sigarenfabriek, zie Afb. 5.
6
interieur valt onder de bescherming wat betreft de oorspronkelijke structuur en de constructieve onderdelen.
Afb. 3. Het voorste deel van de Ritmeester sigarenfabriek aan de Kerkewijk 65 met de status van gemeentelijk monument.
Stedenbouwkundige en landschappelijke beschrijving De Kerkewijk is een lange, rechte weg in het verlengde van de Hoofdstraat van Veenendaal. Het is een restant van de veenontginningsstructuur. Een wijk was een kanaal voor aan- en afvoer van turf. In 1845 werd de Kerkewijk gedempt. Vanaf deze tijd tot circa 1940 maakte Veenendaal een explosieve groei door. Aan de Kerkewijk vestigden zich belangrijke industrieën, er verrezen winkels en openbare gebouwen. De woonhuizen waren vooral van directeuren en hoger fabriekspersoneel. Het pand Kerkewijk 65 staat in het noordelijke deel van de Kerkewijk, tussen het kanaal en het spoor. Dit deel wordt gekenmerkt door gemengde bebouwing. Er staan voormalige directeurswoningen, (restanten van) fabrieken, scholen en (wederopbouw)woonhuizen en een kerk. Voorbij het spoor, in zuidelijke richting, kenmerkt de historische bebouwing van de Kerkewijk zich sterk door landhuizen en villa's. Links en rechts van de fabriek staan de vrijstaande directeurswoningen (Kerkewijk 63 en 67). De fabriek staat haaks op de Kerkewijk. Architectonische beschrijving De fabriek is in baksteen in drie bouwlagen5 met souterrain opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond. Het dak is een zaagdak met sheds. De voorgevel is vijfassig en (oorspronkelijk) op de erker aan de linkerzijde na, symmetrisch ingedeeld. De middenas risaleert en bevat(te) de hoofdentree.
Deze as wordt benadrukt door de boven de dakvoet uitgebouwde topgevel. De hoeken van de gevel worden geaccentueerd door lisenen, die eveneens boven de dakvoet uitgemetseld zijn. De vensters zijn rechtgesloten en uitgevoerd met zware 5
Eigenlijk gaat het om vier bouwlagen, bestaande uit een souterrain met drie verdiepingen.
7
lateien, zoals bij het woonhuis (Kerkewijk 63). De vensters in de risaliet bevinden zich in een spaarveld, dat afgesloten is met een segmentboog. De overige vensters liggen ook in teruggelegen gevelvlakken, die aan de onderzijde met een waterlijst worden afgesloten en aan de bovenzijde met een uitkragende sierlijst in vormbaksteen. De detaillering van de bel etage en het souterrain is sterk gewijzigd en ook de hoofdentree is hierbij verloren gegaan. Oorspronkelijk zijn nog de drieruits bovenlichten in de rechter vensters en het houten balkonhek en het uitkragende dak met klossen van de erker. De rechterzijgevel heeft verschillende wijzigingen ondergaan; er zijn slechts nog enkele oorspronkelijke ramen; hetzelfde geldt voor de linkerzijgevel. De ritmiek van de vensters en het sobere karakter zijn (grotendeels) behouden. De schoorsteen hoort niet bij het oorspronkelijke ontwerp. Cultuurhistorische beschrijving In 1912 ontwierp architect B. van Kreel uit Veenendaal voor de gebroeders Van Schuppen uit Veenendaal een sigarenfabriek en voor J. van Schuppen een woonhuis, dat gebouwd werd naast de fabriek (Kerkewijk 63). Het betrof een nieuwe vestiging voor de eerste Veense sigarenfabriek, die in 1887 door J. van Schuppen als tabakskerverij gestart was. In 19346 vond een verbouwing plaats onder leiding van architectenbureau Erven B. van Kreel.
Bernard van Kreel (1865-1922), opgeleid als timmerman/aannemer, ontwikkelde zich tot succesvol architect te Veenendaal. Van zijn hand zijn nog steeds vele gebouwen in Veenendaal te vinden; de meeste beschermd als gemeentelijk monument, zoals woon-winkelpanden aan de Hoofdstraat (Hoofdstraat 2, 8, 60, 90, 91-93, 107, 110), woonhuizen (Hoofdstraat 74-76 en aan Kerkewijk, waaronder zijn eigen huis (Kerkewijk 39) en Kerkewijk 63, 113, 156), woningbouwcomplex Keucheniusstraat en omgeving en fabrieksgebouwen (Kerkewijk 65). Bernard Kreel speelde een grote rol in het maatschappelijke leven van Veenendaal door zijn lidmaatschap van vele besturen en zijn functie als brandweercommandant. Hij werkte samen met zijn zoon, Evert Hermanus (1902-1948), die het bedrijf voortzette onder de naam Erven B. van Kreel. Ook Evert is verantwoordelijk voor vele gebouwen in Veenendaal, waaronder vele als beschermd monument aangewezen, zoals Hoofdstraat 46-46bis, Kanaalweg 1, Kerkewijk 40, 42, 71-73 en 175, Lindenlaan 2-44, Nieuweweg 2 en Verlaat 1818a (deel uit 1926). Hij stierf plotseling en vroeg in 1948, waarna het bureau werd voortgezet onder de naam Erven Van Kreel.
(Bron: gemeentearchief en Brink, M., Veenendaal Voltooid Verleden, Foto's en verhalen, deel 2, Kool Boeken, Veenendaal-Ederveen, 2003) In 1996 werd onder leiding van Architectenbureau Huibers & Jarring te Veenendaal de fabriek verbouwd ten behoeve van het eigen kantoor. Behalve enkele ramen betroffen de veranderingen met name de entree, die een ingrijpende wijziging van de voorgevel betekenden. Geschiedenis Veenendaal heeft behalve de wolindustrie aan het einde van de 19de eeuw en in de 20ste eeuw een bloeiende sigarenindustrie gekend, die geheel verdwenen is en waarvan de fabrieken aan Kerkewijk met hun bijbehorende directeurswoningen de belangrijkste overblijfselen zijn. In de omgeving van Veenendaal, met name in de omgeving van Amerongen, Rhenen en Eist werd reeds gedurende enkele eeuwen tabak geteeld. Dit werd, onder meer in Veenendaal, verwerkt tot pruimtabak, snuiftabak en pijptabak. Dit geschiedde vooral in de vorm van huisnijverheid, maar geleidelijk aan ontstonden er ook kleine industriële bedrijfjes die tabakskerverijen werden genoemd. Vanaf circa 1880 werd tabak ingevoerd, en geen gebruik meer gemaakt van inlandse teelt.
Naast een aantal kleinere sigarenfabrieken, die alle in de jaren na de Tweede Wereldoorlog failliet zijn gegaan, kunnen twee grotere bedrijven worden genoemd: Ritmeester en Panter, beide op Kerkewijk en opgericht door leden van de familie Van Schuppen. 6
Dit bouwjaar met uitbreiding is met archiefonderzoek niet gevonden. Zeer waarschijnlijk betreft deze verbouwing het in dit rapport genoemde gebouwdeel G1 met bouwjaar 1933 waarbij het bestaande gebouwdeel E in dezelfde structuur naar achteren toe wordt uitgebreid.
8
Jochem van Schuppen begon in 1887 met een tabakskerverij die De Nijverheid heette. In 1889 begon hij samen met zijn broer Marinus de sigarenfabriek 'Fa. Gebr. Van Schuppen's Tabak- en Sigarenfabriek De Nijverheid', die later de Ritmeesterfabriek zou gaan heten, naar het populaire sigarenmerk. Het sigarenmakersvak, dat eentonig werk inhield, kon men leren op de fabriek, maar Van Schuppen maakte veel gebruik van huisnijverheid7: de mensen kochten tabak en dekblad bij de fabriek, en verkochten de daarvan geproduceerde sigaren weer aan de fabriek. Aan deze gezinsarbeid kwam een einde door de CAO van 1920. In 1912 bouwde Van Schuppen een nieuwe fabriek aan de Kerkewijk. Na de Eerste Wereldoorlog kwam er een crisis in de sigarenindustrie, door de introductie van de sigaret en door de import van goedkope sigaren uit Duitsland. Ritmeester introduceerde toen de bolknak, wat een eclatant succes bleek te zijn. Dit betekende dat Ritmeester zelfs in de tijd van de economische crisis, de jaren dertig van de 20ste eeuw, kon groeien, en wel van 325 naar 1700 werknemers. In 1937 ging de textielfabriek Roessingh failliet, waarop Ritmeester 'De Nieuwe Fabriek' op Kerkewijk 115 betrok.8 Ook na de Tweede Wereldoorlog ving de sigarenindustrie aanvankelijk veel mensen op die door de kwijnende wolindustrie werden ontslagen.
Vanaf de jaren zeventig kwam er een crisis in de sigarenindustrie, en Ritmeester werd in 1989 overgenomen door het Zwitserse tabaksconcern Burger Söhne. Men ging duurdere sigaren maken van de merken Oud Kampen en Hajenius. In 20069 werd de fabriek gesloten en de productie overgebracht naar vestigingen te Lübbecke en Treffurt in Duitsland. In 2007 vertrok ook het hoofdkantoor van Ritmeester Cigars van Veenendaal naar 's-Hertogenbosch, waarmee een einde aan de Veenendaalse sigarenindustrie was gekomen. Het merk Ritmeester vindt zijn oorsprong in de leverantie van sigaren aan het regiment van de cavalerie te Ede. Op het bandje was een cavaleriepaard afgebeeld met de naam 'Peter', en zo heette ook de sigaar. De Duitsers, aan wie de sigaar eveneens geleverd werd, wilden in 1915 naast het paard ook een officier afgebeeld zien, en zo werd het merk Ritmeester geboren. De Duitse officier werd weldra door een neutraler figuur vervangen, waarvoor Ritmeester Buat model heeft gestaan. De Panter fabriek was de tweede grote sigarenfabriek in Veenendaal. Deze werd door de zoons van Jochem van Schuppen, Henk en Joop van Schuppen, opgericht. De naam Panter werd pas in 1935 ingevoerd. Ook deze fabriek werd gehuisvest in een pand van Roesingh, de textielfabriek die in 1937 failliet ging. Men maakte hier Señoritas.
Dit bedrijf werd eerst door Douwe Egberts gekocht, later aan Agio te Duizel doorverkocht en de productie verdween uit Veenendaal. Het bedrijf aan Kerkewijk 111 werd in 1991 gesloopt. Bron: wikipedia/SPOU. Waardestelling 10 De uit 1912 daterende fabriek aan de Kerkewijk 65 is vanuit stedenbouwkundig, architectuurhistorisch en cultuurhistorisch oogpunt van lokaal belang voor de gemeente Veenendaal - vanwege de beeldbepalende ligging aan de Kerkewijk; - als onderdeel van het complex van twee voormalige directeurswoningen van de tabaks- en sigarenfabriek en de fabriek zelf (Kerkewijk 65, 67 en 69); - als onderdeel van de cultuurhistorisch gezien waardevolle bebouwing langs de Kerkewijk, waaronder een groot aantal als beschermd gemeentelijk monument aangewezen panden en enkele rijksmonumenten; 7
8
9 10
De huisnijverheid was een ‘noodzakelijk kwaad’, omdat Ritmeester door de snelle groei van tijd tot tijd onvoldoende werkruimte had om alle sigarenmakers in de fabriek te werk te kunnen stellen. Ritmeester betrok een gedeelte van deze fabriek. Het andere gedeelte werd betrokken door de Panter sigarenfabriek. Pas verderop in deze beschrijving wordt dit genoemd. Vriendelijke mededeling G. Valkenburg. De sigarenfabriek werd gesloten in 2005. Deze waardestelling beperkt zich alleen tot gebouwdeel E. In hoofdstuk 6 van deze rapportage is een waardestelling opgenomen van de gebouwdelen B, C, C, D, F, G, I, J, K en M. Tevens is in datzelfde hoofdstuk een externe waardestelling opgenomen.
9
-
vanwege de herkenbaar bewaard gebleven hoofdvorm, redelijk gaaf bewaarde detaillering en karakteristiek materiaalgebruik; als onderdeel van het oeuvre van de Veense architect B. van Kreel; als zeldzaam voorbeeld van een vroeg 20-eeuwse fabriek; als onderdeel van en herinnering aan de sociaal-economische geschiedenis van Veenendaal en de tabaksindustrie in het bijzonder.
Literatuur Hof, J. van t M. Kooiman en T. Stol, Veenendaal, geschiedenis en architectuur, SPOU, Utrecht] Kerckebosch, Zeist, 1992. BDAV 1811-1941, nr. 311/B173 (1912); 1961-1998/1733.21. Bijlagen Foto's 2007 en 2009, kadastrale kaart, afbeelding Google Earth.11
11
Deze afbeeldingen zijn vanwege slechte kwaliteit niet opgenomen. Verderop in deze rapportage is veel beeldmateriaal opgenomen van de Ritmeester sigarenfabriek.
10
2.2.2
Villa “Middelwijck” (Kerkewijk 67)
Adres Plaats Naam object Kadastrale perceel Typologie Complex Complexonderdelen
Kerkewijk 67 Veenendaal Middelwyck C3121 Woonhuis Ja Fabriek met twee woonhuizen
Omvang bescherming De bescherming betreft de voormalige directeurswoning van de tabaks- en sigarenfabriek (Kerkewijk 67), de andere directeurswoning (Kerkewijk 63) en de fabriek zelf (Kerkewijk 65). De fabriek en de andere woning zijn afzonderlijk beschreven. Het interieur valt onder de bescherming wat betreft de oorspronkelijke structuur en de constructieve onderdelen.
Afb. 4. De voormalige directeurswoning, rechts van de Ritmeester sigarenfabriek, aan de Kerkewijk 67 met de status van gemeentelijk monument.
Stedenbouwkundige en landschappelijke beschrijving De Kerkewijk is een lange, rechte weg in het verlengde van de Hoofdstraat van Veenendaal. Het is een restant van de veenontginningsstructuur. Een wijk was een kanaal voor aan- en afvoer van turf. In 1845 werd de Kerkewijk gedempt. Vanaf deze tijd tot circa 1940 maakte Veenendaal een explosieve groei door. Aan de Kerkewijk vestigden zich belangrijke industrieën, er verrezen winkels en openbare gebouwen. De woonhuizen waren vooral van directeuren en hoger fabriekspersoneel. Het pand Kerkewijk 67 staat in het noordelijke deel van de Kerkewijk, tussen het kanaal en het spoor. Dit deel wordt gekenmerkt door gemengde bebouwing. Er staan voormalige directeurswoningen, (restanten van) fabrieken, scholen en (wederopbouw)woonhuizen en een kerk. Voorbij het spoor, in zuidelijke richting, kenmerkt de historische bebouwing van de Kerkewijk zich sterk door landhuizen en villa's.
11
Het woonhuis is gesitueerd rechts naast de sigarenfabriek en tegenover de hoek Kerkewijk - Eikenlaan en staat haaks op Kerkewijk. Op de tegenoverliggende hoek staan Kerkewijk 32 en 34, iets verderop Kerkewijk 40, 42 en 44-54. Deze woonhuizen zijn, net als nummer 67 en nummer 71-73, na de verwoestingen van mei 1940 gebouwd. Ze vormen samen een sterk ensemble van wederopbouwhuizen. Dit ensemble is als gemeentelijk monument beschermd. Architectonische beschrijving Het pand is opgetrokken in baksteen in Noords verband en in twee bouwlagen. De plattegrond bestaat uit een T-vormige woon- en eetkamer aan de zuidzijde en de dienstvertrekken zoals vestibule, trappenhuis en keuken daaromheen gerangschikt aan de noordkant. Het heeft een plat dak, dat sterk overkraagt. Net onder de dakrand bevindt zich een sierlijst met ronde motieven. De vensters zijn alle rechtgesloten en hebben betonnen kozijnen, die als uitstekende omlijstingen zijn uitgevoerd. De ramen zijn van staal. De voorgevel aan de Kerkewijk bestaat uit (links) een entreepartij met trap, betonnen luifel, deur met betonnen omlijsting en rond venster erboven en rechts een groot rond venster en twee grote vensters in iedere bouwlaag. De vrijwel symmetrische rechterzijgevel doet zich door de terrassen en het balkon rustend op kolommen als voornaamste gevel voor.
De kolommen zijn met gedecoreerde kapitelen uitgerust en boven de balkondeuren bevindt zich een gevelsteen, uitgevoerd als banderol, waarop een leeuw met een lam en florale motieven, is afgebeeld. Het hekwerk met verticale stijlen en ruitmotieven is conform de bouwtekening. De informele, asymmetrische linkerzijgevel heeft eveneens zijn oorspronkelijke karakteristiek behouden, waarbij het balkonnetje net onder de dakrand opvalt. 2.2.3
Cultuurhistorische beschrijving
De directeurswoning op Kerkewijk 67 werd in 1910 gebouwd, voorafgaand aan de bouw van de andere directeurswoning en de nieuwe fabriek. Het huis kreeg de naam Middelwyck. In 1913 ontwierp architect B. van Kreel uit Veenendaal voor J. van Schuppen uit Veenendaal de andere directeurswoning, die gebouwd werd naast de eveneens nieuw te bouwen sigarenfabriek (Kerkewijk 65). Op 11 mei 1940 werd Kerkewijk 67 verwoest, net als tegenover gelegen woonhuizen. Het Nederlandse leger bombardeerde Kerkewijk en vernielde de huizen om schootsveld vrij te maken. De Wederopbouw van de huizen werd snel ter hand genomen. De herbouwplannen aan Kerkewijk stonden onder leiding van de stedenbouwkundige ir. S.J. van Embden uit Delft en hij controleerde of de bouwtekeningen voldeden aan de kwaliteitseisen die volgens dit plan gesteld werden. Net als Kerkewijk 32 werd het Amsterdamse architectenbureau Zanstra, Giesen & Sijmons gevraagd om het ontwerp te maken. Dit bureau werd in 1932 opgericht door P. Zanstra (1905-2003), J.H.L. Giesen (1903-1980) en K.L. Sijmons (1908-1989), die tot 1954 op deze manier met elkaar samenwerkten. Het eerste project, atelierwoningen aan de Zomerdijkstraat in Amsterdam-Zuid, bezorgde het bureau direct grote bekendheid. De architecten werkten in de stijl van het Nieuwe Bouwen (Modernisme) en waren verbonden aan architectenvereniging Groep '32.
Onenigheden over de uitgangspunten van functionalistische architectuur leidde tot verwijdering van het Modernisme, ten gunste van meer traditionele architectuur, die ook meer zou voldoen aan de (woon-)wensen van de mens. Het ontwerp is in afwijking van de andere wederopbouwhuizen aan Kerkewijk in de stijl van het Nieuwe Bouwen gebouwd, gecombineerd met verwijzingen naar de klassieke bouwkunst. Het ontwerp doet sterk denken aan de werken van architect F.P.J. Peutz, die net als Zanstra c.s. zocht naar de relatie van het Nieuwe Bouwen met historische bouwkunst van Egypte, de Klassieke Oudheid en de renaissance. De stijl van Kerkewijk 67 komt sterk overeen met dat van het raadhuis van Heerlen uit 1936-1938 van architect Peutz. Het metselverband, Noords verband, een verband uit de Middeleeuwen, is overigens
12
juist weer typisch voor het traditionalisme en werd door de architecten ook voor Kerkewijk 32 toegepast. De herbouw in opdracht van J. van Schuppen Hzn. staat vermeld op de gevelsteen boven de entree met de tekst: Middelwyck. Gebouwd 1910. Door den oorlog verwoest 11 mei 1940, wederopgebouwd 1940-1941. Gedenksteen geplaatst door J. van Schuppen Hzn 11 mei 1941". In 1969 werd het huis, toen bewoond door H. van Schuppen, bestemd als kantoor van de Ritmeester Sigarenfabriek. Geschiedenis Idem als beschrijving van de fabriek Kerkewijk 65. Waardestelling Het uit 1940 daterende woonhuis aan de Kerkewijk 67 is vanuit stedenbouwkundig, architectuurhistorisch en cultuurhistorisch oogpunt van lokaal belang voor de gemeente Veenendaal - vanwege de beeldbepalende ligging aan de Kerkewijk; - als onderdeel van het als gemeentelijk monument beschermde ensemble van wederopbouwhuizen aan Kerkewijk 32, 34, 40, 42, 44-54, 67 en 71-73; - als onderdeel van het complex van twee voormalige directeurswoningen van de tabaks- en sigarenfabriek en de fabriek zelf (Kerkewijk 65, 67 en 69); - als representatief en voor Veenendaal typerend en zeldzaam voorbeeld van een huis in de stijl van het Nieuwe Bouwen; - vanwege de gaaf bewaarde hoofdvorm, zorgvuldige detaillering en karakteristiek materiaalgebruik; - als onderdeel van het oeuvre van het op nationaal niveau bekende architectenbureau Zanstra, Giesen
en Sijmons uit Amsterdam; - als voorbeeld van een directeurswoning; - als onderdeel van en herinnering aan de sociaal-economische geschiedenis van Veenendaal en de tabaksindustrie in het bijzonder. Literatuur Hof, J. van 't, M. Kooiman en T. Stol, Veenendaal, geschiedenis en architectuur, SPOU, Utrecht! Kerckebosch, Zeist, 1992. BDAV 1961-1998/173321, doos 238 (1940, 1969). Bijlagen Foto's 2009, kadastrale kaart, afbeelding Google Earth.11
13
2.3
Omvang van het fabriekscomplex
Op basis van kadastraal onderzoek, archiefonderzoek en onderzoek in situ is de fasering van de groei van het fabriekscomplex in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat de fasering veel complexer en anders is dan staat aangegeven in het boek ‘Ritmeester Intumus’ 12 en zoals is aangegeven in het bestemmingsplan ‘Ritmeesterkwartier’ 13. Zie verder de beschrijving van de bouw- en gebruiksgeschiedenis (hoofdstuk 4) en de bouwhistorische beschrijving (hoofdstuk 5).
Afb. 5. Overzicht van het fabriekscomplex, met in kleur aangegeven de bouwfasering.
12 13
W. van Amerongen (1988), pag. 158. https://www.planviewer.nl/imro/files/NL.IMRO.0345.BPRitmeesterkwart-VO01/t_NL.IMRO.0345.BPRitmeesterkwartVO01_2.1.html
14
Niet alles van het fabriekscomplex is onderzocht. Voor de bouw- en gebruiksgeschiedenis is naar het hele complex gekeken en voor de bouwhistorische beschrijving was er de beperkende onderzoeksvraag om zich met het onderzoek te richten op het gedeelte achter het, als gemeentelijke monument beschermde, kantoor tot en met de grote bedrijfsruimte van fase 1957.14 Om de omvang van het onderzochte deel inzichtelijk te maken, zijn onderstaand twee faseringsplattegronden opgenomen. Bij de ene plattegrond is te zien welke delen wettelijk beschermd zijn als gemeentelijk monument. Bij de andere plattegrond is aangegeven welke delen van het fabriekscomplex zijn onderzocht.
Afb. 6. Overzicht van het fabriekscomplex met links aangegeven welke delen beschermd zijn (gearceerde delen) volgens de monumentenwet en welke delen onbeschermd zijn (grijze delen) en rechts welke delen onderzocht zijn (gearceerde delen) en welke delen niet onderzocht zijn (grijze delen). Vergelijk deze afbeelding met Afb. 5.
14
In de faseringsplattegrond is dit bouwdeel J en M uit respectievelijk 1958 en tussen de jaren 1960-’76.
15
3D
E SIGARENINDUSTRIE: TABAKSTEELT EN -VERWERKING
3.1
Tabaksteelt
Gelet op de functie van de Ritmeester Sigarenfabriek voor het verwerken van tabak tot sigaren, wordt het onderdeel tabaksteelt niet beschreven. Hiervoor wordt verwezen naar de op dat punt voorhanden zijnde literatuur, zoals: · Frank Becuwe (2017), pag. 8-18. · R. Bisschop & A.C. van Grootheest (red.), deel 1 (2000), pag. 170-174. · Piet van Cruyningen & Freerk Wiersum (2021), pag. 191-205. · H.K. Roessingh (1976). Zie voor de bijbehorende titels de literatuurlijst in hoofdstuk 8. Opgemerkt wordt dat tijdens de oorlogsjaren, toen de grondstoffen schaars waren of zelfs niet meer leverbaar, en de voorraden goede tabak opraakte, dat na mei 1940 alleen nog Europese tabakssoorten konden worden geïmporteerd die voor de sigarenindustrie vrijwel onbruikbaar waren. Na juli 1943 kwam de surrogaatproductie van de grond met hop als binnengoed en bruin papier als dek- en omblad, maar dat was geen succes. Steeds meer rokers gingen over van sigaren naar sigaretten en pijptabak. Door de slechte kwaliteit van de grondstoffen voor sigaren, ging Ritmeester er toe over het merk Ritmeester (tijdelijk) uit de markt te nemen. Om te voorkomen dat de slechte kwaliteit aan het kwaliteitsmerk Ritmeester zou blijven hangen wanneer er weer betere tijden zou aanbreken. Pas in 1949 werd het merk Ritmeester weer gevoerd.15
3.2
Tabaksverwerking 16
In een Veense tabaksfabriek In het verleden zijn in Veenendaal drie verschillende producten met tabak als grondstof fabrieksmatig gemaakt: gesponnen tabak, kerftabak en sigaren. Het spinnen Toen in Nederland in de tweede helft van de zeventiende eeuw de teelt van tabak een aanvang nam, ontstond met name in Amsterdam een belangrijke industrie van gesponnen tabak. De inlandse tabak liet men eerst fermenteren. Broeien noemden de tabaksboeren dat. Onder invloed van verhoogde temperatuur en druk vinden in het blad chemische processen plaats waardoor dit soepel wordt en de karakteristieke smaak en geur krijgt. Vervolgens werd geselecteerd op kleur, structuur, gaafheid, dikte en grootte. Daarna werden de bladen van de hoofdnerf ontdaan en voor de bewerking met water besprenkeld om ze soepel te maken. Anders zou het probleem kunnen ontstaan dat de droge en enigszins brosse bladen zouden breken. De grootste en langste bladen werden als wikkel oftewel dekblad gebruikt. De kleine werden in elkaar gedraaid tot zogenaamde poppen. Deze werden achter elkaar liggend in de dekbladen gewikkeld en gedraaid zodat als het ware een lang koord ontstond, vandaar de naam spinnen. Tijdens het spinnen werden de bladen met zout water besprenkeld om ze taai te maken en voor bederf te behoeden.
De gesponnen tabak werd stevig aangedrukt en op verschillende wijze samengebonden of opgerold en in de handel gebracht. 15 16
W. van Amerongen (1988), pag. 59-66. De inhoud van dit hoofdstuk is met toestemming van de heer H. Hensen van de Historische Vereniging Veenendaal 1-op-1 overgenomen vanuit het boek ‘Geschiedenis van Veenendaal, deel 2 (2005), pag. 212-215’. Het overgenomen artikel is van de heer H. Dekker met als titel: In een Veense tabaksfabriek. De afbeeldingen in deze paragraaf komen niet uit het boek.
16
Naar behoefte kon er een stuk van worden afgesneden om dat zelf in kleine stukjes te snijden voor gebruik in pijp of als pruimtabak. Ook werd de gesponnen en daarna gedroogde tabak in rollen gedraaid, in vaten verpakt en vervolgens naar met name Frankrijk verzonden om daar tot snuiftabak te worden verwerkt. Gesponnen tabak kon zeker een jaar goed bewaard blijven. Afb. 7. Gravure van de tabaksproductie uit 'Encyclopedie Metho-dique de M.M. Diderot et d'Alembert', Tome VIII, uitgegeven te Parijs in 1791. Op de gravure is het spinnen (ander woord voor spinnen is twisten) van tabak te zien.
Het kerven In de teeltgebieden van tabak en in enige grote steden werd vanaf het einde van de zeventiende eeuw ook steeds meer kerftabak gemaakt. De tabaksbladen werden gesaust om geur en smaak aan de wensen van de gebruikers aan te passen. Daarna werd de gedroogde tabak gekerfd: dat is op een houten bord of plank met een scherp, breed mes in kleine stukjes gesneden. Dan was de tabak direct geschikt om in een pijp gerookt of gepruimd te worden. Het pruimen van tabak is eeuwen in zwang geweest maar de minder esthetische aanblik van bruine tanden en beslist ook van het uitspietsen van de tabakssap, in het Veens ook wel spijgen geheten, is niet meer aanvaardbaar. Het speciale potje waarin dat hoorde te gebeuren, de kwispedoor, is als gebruiksvoorwerp uit de huiskamers verdwenen. Pruimen werd meestal in de fabrieken toegestaan maar roken niet. Tabak was een eeuw nadat Europa ermee kennis maakte in pijp of achter de kiezen een consumptie artikel voor de gewone man geworden; met behulp van eenvoudig gereedschap kon immers in eigen behoefte worden voorzien.
17
Het sigaren maken Dat gold in eerste instantie ook voor het maken van sigaren die vooral populair werden toen vanaf het midden van de negentiende eeuw betere tabak uit Nederlands-Indië op de markt kwam. Een sigaar is geheel van tabak gemaakt. Deze bestaat uit een langwerpig bosje, dat is het binnengoed, gerold in een reep tabak genaamd het omblad, waaromheen een gaaf stuk, het dekblad, gewikkeld is. Het binnengoed bestaat uit kort gesneden stukjes waarvoor soms wel tien verschillende soorten tabak gemengd worden (de melange). Zachte tabak brandt snel en daarom werden hardere delen toegevoegd. De voorraad binnengoed zat in de stripkist. Omblad en dekblad werden door het strippen van tabaksbladen verkregen: stelen en hoofdnerf werden verwijderd. Het dekblad werd in een zinken trommel oftewel dekkist bewaard om uitdrogen te voorkomen. De bosjes werden in een uit twee delen bestaande houten blok, de sigarenplank, met gewoonlijk twintig uitsparingen gelegd. Een aantal blokken werd onder een schroef samengeperst om bosjes van gelijke vorm te verkrijgen. Door het persen ontstond aan weerskanten van het bosje een rand. Deze werd weggewerkt door de bosjes in het blok een kwartslag te draaien en een tweede persing uit te voeren. De sigarenmaker zat met zijn sloof, een witte schort, aan een tafel.
Hij had een mesje ter beschikking om uit een stevig en in kleur mooi tabaksblad het dekblad te snijden, een linker en een rechter helft. Het mesje was voorzien van een ronde punt om ervoor te zorgen dat het blad niet ging scheuren. Ene Gerrit Need, die op de Parallelweg woonde, kwam op het idee om in plaats van een gewoon mesje, een rolmesje te gebruiken waarmee vooral de speciale dekbladvormen sneller uitgesneden konden worden. Werd deze stomp dan kon je het door hem voor een kwartje laten slijpen. Het snijden gebeurde op het zinkie, een vlakke zinken plaat met omgebogen rand van een paar centimeter om verschuiven op de tafel te voorkomen. Dekbladen of dekkertjes moesten volkomen gaaf zijn omdat er anders lucht door kon lekken. Het dekblad werd spiraalsgewijs om het bosje gewikkeld zodanig dat de gladde kant zichtbaar werd en aan het einde met wat stijfsel uit een schoteltje vastgeplakt. Later werden ook andere plantaardige lijmsoorten gebruikt uit een hoedje, een kleine aluminium cilinder met rand en een gaatje bovenin. Door licht op het hoedje te drukken kwam wat van de reuk- en smaakloze lijm door het gaatje naar buiten. Het einde van het dekblad had voor de bolknak17, een populair groter model sigaar, een speciale vorm wat ook wel het vlagje genoemd werd.
Een schaartje completeerde het gereedschap om het vlagje in te knippen en uitstekende eindjes van het dekblad af te knippen. Het maken van sigaren in de fabrieken verschilde aanvankelijk niet van het handmatige thuiswerk. Wel vond er specialisatie plaats en ontstonden er beroepen als sorteerder (voor de soorten tabak en voor de sigaren op kleur, afmetingen en dergelijke), de dekvochter (de persoon die zorgde dat het dekblad voor gebruik bevochtigd werd om het soepel te maken), de opdekker en de oplapper (hij repareerde lekkende sigaren). Ook werden handelingen toegevoegd zoals het matteren (de sigaar werd van poeder voorzien om kleurverschillen weg te werken), het ringen (het aanbrengen van het sigarenbandje) en het cellofaneren (dat is stuksgewijze verpakking in cellofaan).
17
Een idee van J. van Schuppen om in plaats van een tuit-knak een bol-knak te gaan produceren met het doel de in de jaren ’30 van de vorige eeuw sombere vooruitzichten het hoofd te bieden. Dit bleek een succes te zijn en de introductie daarvan in 1936 en de productie daarna van de bol-knak zorgde voor een periode van hoogconjunctuur bij Ritmeester terwijl in die periode over de hele breedte de sigarenindustrie last had van een teruggang. W. van Amerongen (1988), pag. 38-45.
18
Afb. 8. Deze foto laat zien dat het maken van sigaren in de fabrieken aanvankelijk niet verschilde van het handmatige thuiswerk. Dit is de sigarenmakers zaal op de tweede verdieping van gebouwdeel G1, gebouwd in 1933. Dat het om de tweede verdieping gaat en niet om de derde, is te zien aan de stalen kolom rechts (de derde verdieping heeft houten standvinken) en de brandwerende deur achter in de zaal met aansluiting op gebouwdeel G2 (de derde verdieping heeft een bredere branddeur, zie Afb. 110). Bron: voormalig Ritmeester bedrijfsarchief in het gemeentearchief Veenendaal.
Al aan het einde van de negentiende eeuw ging men voor bewerkingen, zoals het strippen en het snijden van de bladen, machines gebruiken. Omstreeks 1926 werd bij Ritmeester een machine geïntroduceerd om met bediening door twee personen bosjes in grote aantallen te vervaardigen. Na de oorlog werd de mechanisatie voortgezet met strip-, strang-, meng-, vorm- en opdekmachines. In de jaren zestig werd de productie verder geautomatiseerd en deden pers-, keer- en droogmachines18 hun intrede. Tevens nam men stansmachines voor omblad en dekblad in gebruik. De uitgestanste bladen werden op bobines (rollen vitrageachtige stof) gelegd om op compleetmachines19 tot kant en klare sigaren te worden verwerkt. De enige handarbeid aan de compleetmachines bestond uit het opleggen van dekbladen en het oppakken van de complete sigaren. Vijf van de allernieuwste machines, de snelloper, kunnen tegelijkertijd door één persoon bediend worden. De bobines met dekblad worden op deze machine gezet en de kant en klare sigaren rollen er in bakken uit die daarna automatisch naar inpakmachines getransporteerd worden. Ook het ringen, banderolleren en verpakken geschiedt nu machinaal.
18
19
Deze zgn. P.K.D.-machine (Pers-, Keer- en Droogmachine) is door de heer N. de Waal, werkzaam bij Ritmeester, op de tekentafel ontworpen. Op 18 juni 1952 werd een octrooi-aanvraag voor de machine ingediend en op 17 mei 1955 verleend onder nummer 78-303. Het was de eerste grote stap naar mechanisatie bij Ritmeester. Zie voor een afbeelding van een P.K.D.-machine: Afb. 11. Zie voor een afbeelding van een compleetmachine Fig 158 in: Frank Becuwe (2017), pag. 104.
19
Afb. 9. Een foto van de fabriekshal op de andere locatie van Ritmeester in Veenendaal, namelijk Kerkewijk 115, die door Ritmeester in 1937 is aangekocht van Roessingh. Deze foto is dus van na 1937 waarop te zien is dat toen met enorme aantallen sigarenmakers sigaren traditioneel werden gemaakt. De mechanisering moest toen nog doorbreken bij Ritmeester. Bron: USINE.
Afb. 10. Van lieverlee werden de aantallen medewerkers minder en de aantallen machines meer. Steeds meer werk werd overgenomen door machines. Bron: voormalig Ritmeester bedrijfsarchief in het gemeentearchief Veenendaal.
20
Afb. 11. Een batterij Pers-, Keer- en Droogmachines (P.K.D.-machines) in bedrijf. Bron: voormalig Ritmeester bedrijfsarchief in het gemeentearchief Veenendaal.
21
4B
OUW- EN GEBRUIKSGESCHIEDENIS
4.1
Stedenbouwkundige ontstaansgeschiedenis
De Ritmeester Sigarenfabriek is gebouwd en uitgegroeid tot een fors fabriekscomplex aan de Kerkewijk. Deze straat is een lange, rechte weg in het verlengde van de Hoofdstraat van Veenendaal en een restant van de veenontginningsstructuur van het gebied. In 1845 werd de Kerkewijk gedempt en vanaf die tijd tot ongeveer 1940 maakte Veenendaal een explosieve groei door. Aan de Kerkewijk vestigden zich belangrijke industrieën, er verrezen winkels en openbare gebouwen.
Afb. 12. Een gedeelte van de Kerkewijk met een relatief smalle bebouwde strook. Dit is de situatie in 1933, dus vlak voor de forse uitbreiding van Ritmeester met gebouwdeel G1 en G2. Binnen de rode ovaal bevindt zich de Ritmeester Sigarenfabriek. Bron: Kadaster.
Eerst werden verspreidliggend fabrieken en directeurswoningen langs dit deel van de Kerkewijk gebouwd. In de loop van de 20e eeuw werd de bebouwing dichter en werden fabrieken naar achteren uitgebreid. Dat was ook mogelijk, omdat erachter alleen maar weilanden lagen. Voor een uitgebreidere omschrijving van de stedenbouwkundige ontstaangeschiedenis van Veenendaal wordt verwezen naar de boeken ‘Geschiedenis van Veenendaal – 1 en 2’ die zijn uitgegeven door de Historische Vereniging Oud Veenendaal.
22
Afb. 13. Een luchtfoto van de Ritmeester Sigarenfabriek. Gelet op de omvang van de fabriek, moet deze foto genomen zijn tussen 1938 (gebouwdeel H is gebouwd) en 1958 (gebouwdeel J bestaat nog niet). Rond het midden van de 20e eeuw was het gebied achter de fabriek open waardoor uitbreidingen mogelijk waren. Bron: KLM en overgenomen uit het Jubileumnummer Ritmeester Nieuws (augustus 1962) dat is uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan.
4.2
Bouw- en gebruiksgeschiedenis
Kadastraal onderzoek Om meer te weten te komen over de bouwgeschiedenis van het pand, is kadastraal onderzoek verricht. De tijdens het onderzoek aangetroffen kadastrale kaarten zijn op de volgende pagina’s weergegeven. Toelichting op de gebruikte kleuren van de hiernavolgende kadastrale hulpkaarten: - Zwarte lijnen = ongewijzigde grenzen. - Blauwe lijnen = vervallen grenzen. - Rode lijnen = nieuwe grenzen. - Rode nummers = ongewijzigde perceelnummers. - Blauwe nummers = vervallen perceelnummers. - Zwarte nummers = nieuwe perceelnummers.
23
Afb. 14. Kadastrale situatie in 1910 (dienstjaar 1911). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 15. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1910 wordt op perceel C 537 een woning gebouwd (die in 1942 is vervangen door het huidige pand) en op C 538 een tot nu toe onbekende fabriek.
Afb. 16. Kadastrale situatie in 1912 (dienstjaar 1913). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 17. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1912 wordt van het naastliggende perceel een strook afgescheiden waarop in 1913 de Ritmeesterfabriek wordt gebouwd.
Afb. 18. Kadastrale situatie in 1912 (dienstjaar 1913). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 19. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1912 wordt bij de fabriek uit 1910 aanbouwen bijgebouwd.
24
Afb. 20. Kadastrale situatie in 1913 (dienstjaar 1914). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 21. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1913 wordt het eerste deel van het Ritmeesterfabriek gebouwd.
Afb. 22. Kadastrale situatie in 1924 (dienstjaar 1925). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 23. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1924 wordt bij de fabriek uit 1910 een aanbouw bij gebouwd.
Afb. 24. Kadastrale situatie in 1936 (dienstjaar 1937). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 25. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1936 wordt de in 1913 gebouwde Ritmeesterfabriek fors naar achteren toe uitgebreid.
25
Afb. 26. Kadastrale situatie in 1938 (dienstjaar 1939). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 27. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1938 wordt een losstaand gebouw achter de Ritmeesterfabriek gebouwd.
Afb. 28. Kadastrale situatie in 1942 (dienstjaar 1943). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 29. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1942 wordt het pand rechts van de Ritmeesterfabriek, aan de Kerkewijk 67, vervangen vanwege oorlogsschade.
Afb. 30. Kadastrale situatie in 1954 (dienstjaar 1955). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 31. Uitsnede van de vorige afbeelding. De grenzen met het naastliggende perceel Kerkewijk 67 worden opnieuw vastgesteld en iets verlegd en het perceel wordt naar achteren toe fors uitgebreid.
26
Afb. 32. Kadastrale situatie in 1958 (dienstjaar 1959). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 33. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1958 wordt de ruimte tussen de fabriek en de in 1937 vrijstaande schuur volgebouwd met nieuwbouw en op de hoek linksmidden (rode cirkel) komt een kleine uitbreiding, waar in 1964 een tweede lift wordt gebouwd.
Afb. 34. Kadastrale situatie in 1960 (dienstjaar 1961). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 35. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1960 vindt een kleine uitbreiding plaats (rode cirkel) tussen de bestaande bebouwing.
Afb. 36. Kadastrale situatie in 1963 (dienstjaar 1964). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 37. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1963 wordt het in 1937 gebouwde deel naar achteren toe verder uitgebreid.
27
Afb. 38. Kadastrale situatie in 1976 (dienstjaar 1977). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 39. Uitsnede van de vorige afbeelding. Kadastraal gezien worden diverse percelen samengevoegd tot één groot perceel. Er is niet onderzocht of bijvoorbeeld het pand op Kerkewijk 67 voor 1976 al in eigendom was van de Ritmeesterfabriek. Wat ook opvalt is dat tussen 1963-‘76 het deel uit 1958 aan de rechterzijde verder is uitgebreid (rood gemarkeerde deel). Vergelijk deze afbeelding met Afb. 37.
Afb. 40. Kadastrale situatie in 1981 (dienstjaar 1982). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 41. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1981 worden de productieruimten naar achteren toe fors uitgebreid. Ook zou volgens deze hulpkaart in 1981 het deel uit 1924 op de begane grond (rode ovaal) enkele meters zijn uitgebreid. Volgens bouwtekeningen moet dit 1968 zijn.
Afb. 42. Kadastrale situatie in 1988 (dienstjaar 1989). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 43. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1988 wordt de hoek linksachter volgebouwd.
28
Afb. 44. Kadastrale situatie in 1993 (dienstjaar 1994). Zie verder de uitsnede op de volgende afbeelding. Bron: Kadaster.
Afb. 45. Uitsnede van de vorige afbeelding. In 1993 wordt het oudste deel van de Ritmeesterfabriek alsmede de panden links (nr. 63) en rechts (nr. 67) daarvan langs de Kerkewijk verkocht.
29
Bouwjaar/ bouwfasering Nu volgt een beschrijving van de bouwfasering hoe het complex in de loop van de tijd is ontstaan. Deze beschrijving is een combinatie van gegevens die zijn verkregen uit kadastraal onderzoek (zie paragraaf hiervoor), archiefonderzoek (bouw- en vergunningstekeningen) en onderzoek in situ. De beschrijving van de bouwfasering beperkt zich niet alleen tot het te onderzoeken deel (zie Afb. 6), maar betreft het gehele fabriekscomplex. Dit is nodig om het te onderzoeken deel te kunnen positioneren in de bouwgeschiedenis van de complete Ritmeester Sigarenfabriek. In deze paragraaf zal vooral gebruik worden gemaakt van oude tekeningen ter ondersteuning van het verhaal. Foto’s van zowel het exterieur als het interieur van de verschillende bouwdelen zijn te vinden in het volgende hoofdstuk met de bouwhistorische beschrijving.
Afb. 46. Nogmaals het overzicht van het fabriekscomplex met in kleur aangegeven de bouwfasering. De bouwjaren zijn vooral gekoppeld aan de dienstjaren (jaar van gereedkoming is dan dienstjaar min 1 jaar) die staan vermeld in het kadaster.
Nadat Ritmeester sinds 1887 eerst aan de Markt te Veenendaal gevestigd was onder de naam Fa. Gebr. van Schuppen’s Tabak- en Sigarenfabriek “De Nijverheid”, vestigt zij zich in 1913 aan de Kerkewijk 65, eveneens in Veenendaal. Omstreeks 1920 wijzigt de naam in Gebr. van Schuppen’s Ritmeester Sigarenfabrieken. Deze in 1913 gebouwde fabriek is ontworpen door architect B. van Kreel uit Veenendaal en gebouwd door aannemer Fa. Gebr. Janssen uit Arnhem.20
20
W. van Amerongen (1988), pag. 31.
30
De grootte van de fabriek in 1913 is deel E in Afb. 46 (zie ook Afb. 21). Van Amerongen meldt dan in zijn boek dat de eerste uitbreiding plaatsvond in 1925 en de tweede in 1933.21 De omvang van de uitbreidingen, zoals Van Amerongen aangeeft, strookt niet met de kadastrale gegevens, de archiefgegevens en het onderzoek in situ. Het deel van 1925 en een klein deel van 1933 bestaan al sinds 1910. Voor 1910 waren de percelen C 537 en 538 (zie Afb. 15 en Afb. 19) als bouwterrein in bezit van Johan Pieter Christiaan Leinweber. Op 22 maart 1909 wordt een vergunning aangevraagd voor een koek- en banketfabriek door Johannes Vuijk, fabrikant te ’s-Gravenhage. Vermoedelijk heeft deze de gronden gekocht van Leinweber en er een fabriek gebouwd. Dit zal dan de fabriek zijn die, met nog enkele uitbreidingen, in 1925 door Ritmeester wordt aangekocht. Er wordt vanuit gegaan dat dit de genoemde uitbreiding van Van Amerongen is uit 1925. De uitbreiding is dan geen nieuwbouw, maar de aankoop van een bestaand gebouw dat ouder is dan het gebouw waar Ritmeester in begint (deel E). Het gaat dus om een bestaand gebouw waar tussen de bouw in 1910 en de aankoop door Ritmeester in 1925 al diverse (kleinschalige) uitbreidingen en verbouwingen hebben plaats gevonden (zie Afb. 46).
Afb. 47. De tekening van de bouwaanvraag van deel B en gedateerd op 22 maart 1909. Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
21
Afb. 48. De tekening van de bouwaanvraag van de uitbreiding van deel D en gedateerd op april 1910. Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
W. van Amerongen (1988), pag. 157. Alleen als opsomming, de onderbouwing of beschrijving ontbreekt.
31
Afb. 49. De tekening van de bouwaanvraag van de uitbreiding van deel C en gedateerd op maart 1911. Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
In 1936 wordt een forse uitbreiding gerealiseerd (zie Afb. 25). Ook deze correspondeert niet met de faseringsplattegrond van Van Amerongen. Gelet op de twee geheel verschillende wijzen van bouwtechniek in deze bouwfase van 1936, wat tot uitdrukking komt in de keuze van de draagconstructie en de materialen en in het feit dat de structuur van de oude achtergevel van deel G1 zichtbaar zijn in deel G2, is het nagenoeg zeker dat de (volgens het kadaster) bouwfase van 1936 in twee subfasen is uitgevoerd. De eerste fase (deel G1) kan dan in 193322 zijn gedaan, waarbij het bestaande deel E naar achteren toe op traditionele wijze is verlengd. Ook is in deze eerste subfase (deel G1) de constructie traditioneel uitgevoerd met een houten draagconstructie. De tweede subfase (deel G2) heeft een voor die tijd moderne betonconstructie van kolommen, balken, vloeren, gordingen en dak en zou dan uitgevoerd zijn in 1936. Helaas zijn van deel G geen tekeningen aangetroffen. Een jaar later wordt de uitbreiding van 1936 met een luchtbrug gekoppeld aan de in 1925 aangekochte fabriek, met een oudere en minder praktische indeling. Het doel is beide delen met elkaar te verbinden zodat het contact tussen in verschillende tijden gebouwde delen op een efficiëntere wijze tot stand komt.
22
In de monumentenomschrijving wordt het jaar 1934 genoemd.
32
Afb. 50. Tekening van de loopbrug tussen de bouwdelen B en G en aangebracht in 1937. Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
Afb. 51. De loopbrug van de vorige afbeelding zoals die nog in het complex aanwezig is.
Met de groei van de achterliggende jaren, waarbij de fabriek fors is uitgebreid en een toename van het aantal machines, blijkt dat er ook aandacht besteed moet worden aan de infrastructuur en de capaciteit van de elektrische installatie. In 1937 wordt een transformatorruimte (deel I) gebouwd tegen het oudste deel van het complex.
Afb. 52. Tekening voor de bouw van een transformatorruimte (deel I). Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
In 1938 wordt achter de fabriek op het terrein een vrijstaande schuur (deel H) gebouwd (zie Afb. 27). Die wordt in 1963 aan de achterzijde met deel L uitgebreid (zie Afb. 37). De bouwdelen L en H worden volgens een tekening uit 1971 gesloopt (Afb. 60), gelijktijdig met de uitbreiding van deel P. De sloop van deel L en H en de bouw van deel P wordt vergund op 17 januari 1972, maar pas in 1981 kadastraal vastgelegd. Mogelijk dus dat de bouw enkele jaren is vertraagd.
33
Afb. 53. Tekening van de uitbreiding van het complex met bouwdeel H. Gebouwd als een vrijstaande schuur en in 1958 door verdere uitbreiding van het fabriekscomplex verbonden met het oudere deel. De tekening is gedateerd mei 1936. Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
In 1948 wordt in het oudste deel van het complex (deel B) een gedeelte verbouwd tot ketelhuis met kolenberging en wordt er een grote gemetselde schoorsteen aangebracht. Deze verbouwing bevindt zich in deel K.
Afb. 54. Verbouwing van een gedeelte in het complex (deel B) tot ketelhuis met een kolengestookte centrale verwarmingsinstallatie. Het groene vlak markeert het dak op Afb. 55, het blauwe vlak de in 1937 aangebrachte loopbrug en het rode vlak markeert het dak op Afb. 56. Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
34
Afb. 55. Een fragment van de in 1948 tot ketelhuis en kolenberging verbouwde ruimten. Op de foto is het dak te zien van de kolenberging.
Afb. 56. Een fragment van de in 1948 tot ketelhuis en kolenberging verbouwde ruimten. Op de foto is het dak te zien van de stookruimte.
In 1958 wordt de fabriek weer fors uitgebreid waarmee de ruimte tussen de fabriek en de in 1938 gebouwde vrijstaande schuur wordt volgebouwd (deel J) en tussen 1960-’76 aan de rechterzijde wordt uitgebreid (deel M). Deze beide fasen is de door Van Amerongen genoemde fase van 1957. Het jaartal zal kloppen, maar het gaat niet om één fase, maar om twee fasen. Opgemerkt wordt dat, voor zover nu visueel was waar te nemen, bij de aansluiting tussen gebouwdeel J en M geen onderscheid in fasen zichtbaar is. Met de bouw van fase J verdwijnt een gedeelte dat gebouwd was in 1936. Ook wordt in 1958 op de hoek linksvoor bij deel G een kleine uitbreiding gerealiseerd, waar in 1964 een tweede lift wordt gebouwd.
Afb. 57. Tekening van de uitbreiding van het complex met bouwdeel J. Rechtsboven is de in 1938 gebouwde vrijstaande schuur zichtbaar. Ook wordt een klein deel van het in 1936 gebouwde deel gesloopt (rode vierkant, vergelijk dit met Afb. 31). De tekening is gedateerd 3-9-’56. Het blauwe vierkant geeft het gebouwde deel weer dat gebouwd is in de jaren 1960-’76 (exacte bouwjaar was niet te achterhalen). Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
35
In 1968 wordt het complex aan de achterzijde nogmaals fors uitgebreid (deel N). in 1981 gebeurt dat nog een keer (deel P). En tenslotte vindt in 1988 de laatste uitbreiding plaats (deel Q). Opgemerkt wordt dat ook hier weer de faseringen van de delen N en P niet corresponderen met de fasering zoals Van Amerongen die aangeeft.
Afb. 58. Tekening met de uitbreiding van bouwdeel N. De tekening is gedateerd op 27-3-’68 en vergund op 10 april 1968. Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
Tevens wordt in hetzelfde jaar 1968 de expeditieruimte (deel D en F) aan de zijkant met 5½ meter verbreed. Het deel dat erbij gebouwd wordt is deel O.
Afb. 59. Tekening met de uitbreiding van bouwdeel O. De tekening is gedateerd op 10-9-’68 en vergund op 7 oktober 1968. Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
36
Afb. 60. Tekening met de uitbreiding van bouwdeel P, waarbij de bouwdelen H en L (grijs gearceerde deel linksboven) zijn gesloopt. Bouwdeel N (rechtsboven) is gehandhaafd met de uitbreiding van bouwdeel P. De tekening is gedateerd op 8-12-’71 en vergund op 17 januari 1972. Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
Afb. 61. Uitbreiding in 1988 met deel Q (het gearceerde deel linksonder). De tekening is gedateerd op 21-5-1984 en vergund op 18 juni 1984. Bron: Gemeentearchief Veenendaal.
37
Gebruik door de jaren Een klein deel van het gehele fabriekscomplex is tussen 1910-’25 in gebruik geweest als een andere fabriek.23 Dit betreft de delen B, C, D en F. in 1925 wordt deze fabriek aangekocht door Ritmeester en bij de sigarenfabriek getrokken. Alle overige delen zijn vanaf de bouw (gefaseerd) altijd in gebruik geweest als sigarenfabriek tot en met de sluiting eind 2005. Met de groei van de Ritmeester Sigarenfabriek is duidelijk de expansie zichtbaar. De productieruimten breidden zich naar achteren toe steeds verder uit in grote ruimten, waarbij delen van de oudere productieruimten bij het kantoorgedeelte gevoegd worden. Een mooi voorbeeld is de tweede verdieping van het deel dat in 1936 is gebouwd (deel G2). Oorspronkelijk in gebruik als productieruimte met de zgn. blokjesvloeren waar de machines stonden opgesteld. Bij verschuiving van de productie naar achteren toe, is deze verdieping omgebouwd tot kantoorruimte met lichte scheidingswandjes waarbij de blokjesvloeren onder het tapijt verdwenen en de meeste raamkozijnen van deze bouwlaag zijn vervangen door houten raamkozijnen met grote glasoppervlakken in dubbel glas.
23
Afb. 62. De noordoostgevel van deel G2. Let op de grote ruiten op de tweede verdieping die zijn aangebracht toen de productieruimte wijzigde in een kantoorruimte (binnen rode cirkels).
Afb. 63. De noordwestgevel van deel G2. Let op de grote ruiten op de tweede verdieping die zijn aangebracht toen de productieruimte wijzigde in een kantoorruimte (binnen rode cirkels).
Afb. 64. Een houten blokjesvloer is een typische vloerafwerking in een bedrijfsruimte met machines voor het dempen van geluiden en trillingen. Op de tweede verdieping in deel G2 zijn deze onder het tapijt verdwenen.
Afb. 65. De tweede verdieping van deel G2 was vermoedelijk één grote productieruimte. Op enig moment is deze ingedeeld en afgewerkt voor kantoorruimte.
Met deze verkenning is niet onderzocht wat voor soort fabriek dat is geweest.
38
Productieproces/ functie van de bouwdelen Vanwege de aard van het onderzoek (verkenning) wordt volstaan met een overzichtstabel waarin per gebouwdeel de functie(s) zijn vermeldt. Gebouwdeel A
Bouwjaar 1910/ ‘41
B
1910
C D E
1912 1910 1913
F
1924
G1 en G2
1933/’36
H
1938
I J
1937 1958/’64
K L M N O P
1960 1963 1960-‘76 1968 1968 1981
Q
1988
Functie (Voormalige) directeurswoning, in 1969 verbouwd tot kantoor en in 1970 met een loopbrug verbonden met deel E. Na sluiting van Ritmeester is dit gebouw herbestemd tot tandartsenpraktijk en de loopbrug is gesloopt. (Voormalige) koek- en banketfabriek, later kantoorruimtes en centrale verkeersruimte voor verbinding van verschillende delen van de fabriek. Idem als B. (Voormalige) koek- en banketfabriek, later expeditieruimte. Eerste bouwdeel in gebruik als sigarenfabriek, combinatie van zowel kantoorruimtes als werkplaatsen. (Voormalige) koek- en banketfabriek, later expeditieruimte op de begane grond en bedrijfskantine op de verdieping. Eerste en tweede uitbreiding van de Ritmeester sigarenfabriek waarbij de werkplaatsen van uit gebouwdeel E naar achteren zijn verschoven ten gunste van kantoorruimte. Werkplaats met garderobe, toiletten, schaftlokaal en in de werkruimte tabaksberging en machineblokken. Trafohuis. Werkzaal met kantine, toiletten en garderobe en linksvoor een secundaire ruimte met in 1964 een tweede lift. Ketelhuis met stookruimte en kolenberging. Uitbreiding van de werkplaat van gebouwdeel H. Uitbreiding van de werkzaal van gebouwdeel J. Ringerij. Uitbreiding expeditieruimte van gebouwdeel D en F. Laad- en losplaats, opslag- en ontvangststation, magazijnruimte, kantoren en een matteer- en persafdeling met secundaire ruimten.
Geen tekening voorhanden waarop de functie staat aangegeven.
39
Afb. 66. Tijdlijn van de ontwikkeling van het Ritmeester fabriekscomplex. De gekleurde balken geven de verschillende gebouw(del)en weer. De blauwe balken zijn de gebouwdelen die door Ritmeester zijn gebouwd. De rode balken geven de gebouwdelen weer die reeds zijn gesloopt.
40
5B
OUWHISTORISCHE BESCHRIJVING
De hoofdonderdelen van het onderzochte gebouw worden aangeduid door de toevoegingen ‘voor’, ‘links’, ‘achter’ en ‘rechts’, gerelateerd aan de zijde van het pand waarin de hoofdentree gesitueerd is. De gevel die vanaf de Kerkewijk zichtbaar is (de noordwestgevel), wordt als voorgevel aangeduid.
5.1
De context van het complex
5.1.1
Stedenbouwkundige situering
Afb. 67. Luchtfoto van de Ritmeester Sigarenfabriek. De omvang van de fabriek is de rood gemarkeerde bebouwing. Een enorm fabriekscomplex dat nu ligt ingeklemd tussen woonwijken. Dit in tegenstelling tot de tijd waarin het werd gebouwd en het gebied achter de fabriek bestond uit weilanden. Bron: USINE.
De bouwhistorische beschrijving betreft niet het gehele fabriekscomplex. De volgende delen worden beschreven: B, C, D, F, G, I, J, K, M en O. De delen A, E, H, L, N, P en Q vallen buiten de beschrijving van dit hoofdstuk (zie ook Afb. 6).
5.2
Bouwmassa van het complex
Het onderzochte complex van de voormalige Ritmeester sigarenfabriek is een samenspel van een groot aantal bouwvolumes uit verschillende bouwperiodes in de periode 1910-1988. Grosso modo kan gezegd worden dat de oudste volumes aan de Kerkewijk, in relatie tot het gehele fabriekscomplex, compact en traditioneel gebouwd zijn met meerdere bouwlagen en de steeds jongere volumes naar achteren toe steeds groter worden met éénlaagse bouw met moderne grote vrije overspanningen. De bouwmassa van de delen tussen deel E en deel J doen door de fasering van diverse bouwfasen wat rommelig aan, waardoor de gebouwstructuur niet helder is. Mede doordat een deel behoort tot een