CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 1 Jaarstukken 2025 vs 4

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Jaarstukken 202537.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.c. We streven naar bestaanszekerheid voor alle inwoners (MD1).

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.c.1. We onderzoeken de belemmeringen bij uitstroom naar werk en kijken naar de mogelijkheden binnen de participatiewet, beleid schulddienstverlening en lokaal armoedebeleid. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De applicatie WerkloonT maakt inzichtelijk wat het financieel effect is als iemand van bijstand naar werk gaat. De gemeente Veenendaal gaat deze applicatie afnemen om de mensen die uitstromen beter voor te bereiden op wijzigingen in hun financiële situatie. Vanwege onvoldoende capaciteit is het niet gelukt deze applicatie te implementeren. We streven ernaar om dit in 2026 alsnog te realiseren. 68

In het project Simpel Switchen - Kansen voor Veenendaal is het UWV betrokken om inwoners met Wajong en begeleiders bij dagbestedingsorganisaties, voorafgaand aan de stap naar werk, te informeren over de gevolgen van de switch van dagbesteding naar betaald werk. Niet alleen in financiële zin maar ook ten aanzien van de Wajong indicatie. Binnen het armoedebeleid hebben we oog voor de groep werkende levende in armoede. Uit de CPB-monitor blijkt dat de armoede-intensiteit onder deze doelgroep hoog is. We hebben bijvoorbeeld de communicatie over de Veenendaalpas op deze groep gericht. Ook hebben we dit meegenomen in de overwegingen voor criteria en regelingen die vanuit Duurzaamheid en Energiearmoede ontwikkeld zijn of worden. Voor maatwerk binnen het armoedebeleid maken we gebruik van de inzet van SUN Veenendaal. Deze organisatie is niet gebonden aan strikte inkomensnormen maar kan in specifieke gevallen, ook bij inkomen vanuit werk, een gift verstrekken.

Thema III: Sociaal domein - WMO Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.a. Intensivering samenwerking in 2025 met de gemeenten in de Valleiregio de komende jaren t.b.v. het zorgdragen voor een kwalitatief goede ondersteuningsstructuur voor de doelgroep van Beschermd Wonen (MD1).

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.a.1. Opstellen van een samenwerkingsconvenant met de Vallei gemeenten. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Voor 2025 had iedere regiogemeente aparte afspraken met centrumgemeente Ede. Medio 2025 is gestart met integrale samenwerkingsafspraken voor de hele regio voor 2026 en verder. Door personele wisselingen bij de centrumgemeente is dit nog niet afgerond.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.b. Een duurzame beweging voort te zetten om kwalitatief goede, beschikbare en betaalbare hulp dichtbij mensen te organiseren: Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis (MD1).

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.b.1. Uitvoeren van het lokaal uitvoeringsplan in 2025 van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Per 1 januari 2025 zijn via de regionale aanbesteding de zorgaanbieders voor Beschermd Wonen en Beschermd Thuis gegund. Daarmee is in 2025 het regionale zorglandschap duidelijker geworden en is duidelijk welke stappen nodig zijn om toe te werken naar een dekkend zorgaanbod. Dit draagt bij aan tijdige en passende ondersteuning voor inwoners met psychische/psychiatrische kwetsbaarheden. Veenendaal is daarom in 2025 gestart met de ontwikkeling van een geclusterd Beschermd Thuis-aanbod. Eind 2025 bevond de uitvoering zich in de fase van het opstellen van een projectplan.

69

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.c. Bemoeizorg op een eenduidige wijze vormgeven in de regio (MD1).

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.c.1. Regionale afspraken maken in 2025 over de inrichting van bemoeizorg Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Op 14 oktober 2025 heeft het college het Regionaal Actieplan Dakloosheid vastgesteld. Hiermee zijn in 2025 de regionale afspraken gemaakt over de inrichting van de bemoeizorg vanaf 2027. Vanaf 2027 wordt de bemoeizorg voor inwoners zonder vaste woon- of verblijfplaats regionaal ingekocht en de bemoeizorg voor inwoners met een vaste woon- of verblijfplaats lokaal georganiseerd.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.d. Stevige basis voor een gerichte lokale en regionale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en sociale basis met als stip op de horizon een gezonde generatie in 2040 (MD1, MD2).

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.d.1. We geven in 2025, conform het plan van aanpak, verder uitvoering aan de vijftien thema’s uit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) waaronder de vijf ketenaanpakken. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) In 2025 is uitvoering gegeven aan alle vijftien thema’s van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Daarmee heeft het GALA een belangrijke bijdrage geleverd aan een gerichte lokale aanpak op het gebied van preventie, gezondheid en de sociale basis. De projecten zijn integraal uitgevoerd in nauwe samenwerking met partners uit het zorg- en sociaal domein, evenals met sport- en cultuurpartners. De integraliteit, voortgang en monitoring van de projecten zijn geborgd via het GALAkernteam, waarin alle betrokken partners vertegenwoordigd waren. In 2025 is nadrukkelijk ingezet op een wijkgerichte aanpak, waarbij vanuit de specifieke behoeften en kenmerken van de wijk is gekeken hoe de verschillende GALA-onderdelen konden bijdragen. Aangezien het GALA loopt tot en met 2026, kennen diverse projecten een doorlooptijd in 2026.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.e. Een omgeving waarin jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien. Zodat ze lekkerder in hun vel zitten en minder/geen alcohol drinken, roken of drugs gebruiken (MD2).

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.e.1. We implementeren de aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) van 2024-2026, conform het plan van aanpak. Inhoud (indicator)

70

Inhoud (toelichting) In 2024 is de gemeente Veenendaal gestart met OKO. Hierbij werken we samen met scholen, ouders en maatschappelijke organisaties om een positieve, gezonde en veilige leefomgeving voor jongeren van 10 tot 18 jaar te creëren. We hebben drie speerpunten vastgesteld binnen de domeinen gezin, school en vrije tijd. Deze hebben we in 2025 in werkgroepen met partners geconcretiseerd naar doelen en acties. Dit alles is vastgelegd in een uitvoeringsplan OKO. Dit plan is in een brede bijeenkomst met alle partners en betrokkenen gepresenteerd. Het OKO-gedachtegoed – inclusief de focus op de omgeving van jongeren, de OKO-domeinen en factoren en de resultaten van jeugdgezondheidsmonitoren vormen hierbij het uitgangspunt.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.f. Inclusieve samenleving.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.f.1. Visie op Diversiteit en Inclusie in 2025 vaststellen, ontwikkelen uitvoeringsprogramma en start uitvoering. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) In april 2025 is de visie vastgesteld ("Verbindend en Veelzijdig, visie op diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid") en heeft de raad opdracht gegeven een start te maken met de uitvoering ervan. Daarvoor is ook budget beschikbaar gesteld voor twee jaar. Dat budget is vanaf oktober ingezet. Er is gewerkt aan het opstellen van een uitvoeringsplan en er zijn diverse inspanningen uitgevoerd. De raad wordt begin 2026 uitgebreider geïnformeerd over de voortgang via een Raadsinformatiebrief.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.g. Toegankelijke samenleving.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.g.1. Agenda Toegankelijkheid actualiseren in 2025. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De opzet van de agenda hangt vanaf dit jaar samen met de uitvoering van de visie Verbindend en Veelzijdig. De visie is in 2025 vastgesteld door de raad. In het vierde kwartaal is gewerkt aan het opstellen van een uitvoeringsplan met daarin de Agenda Toegankelijkheid. Het opstellen van dat plan en tegelijkertijd het uitvoeren van al lopende activiteiten is intensiever geweest dan verwacht. Het opleveren van de Agenda is daardoor niet gelukt in 2025. De planning is daarom aangepast naar het eerste kwartaal van 2026 (en valt nog steeds samen met het hele programma diversiteit en inclusie). Er is verder gewerkt aan het uitwerken van specifieke activiteiten die in de agenda zullen worden opgenomen (zoals het beter betrekken van ervaringsdeskundigen, de samenwerking met Thema Ruimte en met ondernemers in de binnenstad). Daardoor ligt het werken aan het bevorderen van toegankelijkheid niet stil.

71

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.h. Implementeren van mogelijke wetswijzigingen (MD3).

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.h.1. In 2025 implementeren we de verwachte wetswijziging Wmo voor de nieuwe eigen bijdrageregeling. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De Tweede Kamer heeft het voorstel voor de Wet afschaffing abonnementstarief in de Wmo controversieel verklaard. Tot de vorming van een nieuw kabinet ligt de behandeling van dit wetsvoorstel stil en dus blijft het huidige systeem voorlopig ongewijzigd.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.i. Met het IZA.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.i.1. In 2025 uitvoeren van het regioplan Vitale Gelderse Vallei 2023-2027 door actief deel te nemen vanuit Veenendaal aan de vijf coalities (Vitaal ouder worden, Kansrijk opgroeien, Mentaal Vitaal, Passende zorg multiproblematiek en Acute zorg). Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De regionale samenwerking op het gebied van het Integraal Zorgakkoord (IZA) is in 2025 goed op gang gekomen. Er zijn lokale initiatieven, er is een samenwerking tussen de gemeenten op regionaal gebied en er is samenwerking tussen gemeenten en partners in het netwerk Vitale Gelderse Vallei: •

Met de lokale SPUK IZA middelen zijn projecten bekostigd die passen binnen het Regioplan en aansluiten bij de lokale behoefte in de gemeenten. Een voorbeeld hiervan is de Veense Huiskamer.

•

Vanuit de regionale samenwerking is gewerkt aan de coördinatie van de ketenaanpakken, de regionale preventie infrastructuur (RPI) en zijn er voorbereidingen getroffen voor het nieuwe Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord AZWA).

•

Vanuit de coalities van het regionale netwerk Vitale Gelderse Vallei zijn verschillende concrete projecten uitgevoerd, zoals een project rond inwonersparticipatie (Praat vandaag over morgen) en een leefstijlloket.

•

Hiernaast is er intensief gewerkt aan het Transformatieplan Mentale Gezondheidsnetwerken van de coalitie Mentaal Vitaal.

72

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.j. De ondersteuning wordt kwalitatief, rechtmatig en doelmatig ingezet door zorgaanbieders (MD3).

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.j.1. De applicatie voor contractmanagement en de toezichthouder wordt in 2025 doorontwikkeld. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De applicatie voor contractmanagement en toezicht is door ontwikkeld door en geïmplementeerd. De modules zijn operationeel en worden dagelijks gebruikt door de contractmanagement en toezichthouders.

Thema IV: Sociaal domein - Jeugd Wat willen we bereiken? (doelstellingen) IV.a. Het doel van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is enerzijds de implementatie van het regionaal veiligheidsteam en de versterking van het lokale team. Anderzijds om de integrale samenwerking en effectiviteit van deze teams te

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) IV.a.1. In 2025 werken we verder aan het regionaal veiligheidsteam en de versterking van het lokale team conform Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De proeftuin in het Utrechtse deel (Veenendaal, Rhenen en Renswoude) heeft weer een jaar ervaring opgedaan in het doorbreken van het estafettemodel. Hier zijn waardevolle lessen geleerd, zoals gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen, transparant zijn naar ouders en flexibel omgaan in wat gezinnen nodig hebben. Afgelopen najaar is ook het onderzoek naar Sterke Lokale Teams gestart. De resultaten worden in april 2026 gepresenteerd. Ook is een onderzoek uitgevoerd door een advocatenkantoor hoe medewerkers in de periode tot nieuwe wetgeving alsnog onder twee mandaten kunnen werken (VT-Wmo en JB-Jeugdwet). Door uitblijven van landelijke keuzes over het vervolg (koersplan), kon uiteindelijk niet verder doorontwikkeld worden. De proeftuin loopt wel gewoon door. Door uitblijven van landelijke keuzes over het vervolg (koersplan), heeft het project vertraging opgelopen in de uitbreiding naar 0-100 en het maken van toekomstgerichte financiele afspraken met de partners. De proeftuin loopt wel gewoon door.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) IV.b. De in 2024 inzichtelijk gemaakte gevolgen van de Hervormingsagenda worden vertaald naar maatregelen op lokaal en regionaal niveau voor het jaar 2025. Ook blijven wij nieuwe ontwikkelingen nauwgezet volgen en nemen daarop actie indien gewenst.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) IV.b.1. Uitvoering geven aan het uitvoeringsplan van de Hervormingsagenda. Inhoud (indicator)

73

Inhoud (toelichting) De maatregelen van de Hervormingsagenda Jeugd zijn doorgevoerd in Veenendaal. Maar deze leiden niet tot een daling van de totale kosten van de jeugdzorg. Het rapport Groeipijn (Januari 2025) trekt als belangrijke conclusie voor de financiën: "alle goede bedoelingen en inzet van zovelen ten spijt, heeft de commissie er onvoldoende vertrouwen in dat de huidige aanpak en voortgang van de Hervormingsagenda Jeugd en de financiële risicoverdeling die hierover is afgesproken tussen Rijk en gemeenten, tot de beoogde effecten gaan leiden. Doorgaan op dezelfde weg is niet voldoende om een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel tot stand te brengen". Een belangrijke inhoudelijke conclusie uit dit rapport is: "de scope van de Hervormingsagenda is te smal; er ligt een te grote nadruk op het anders organiseren van de jeugdzorg. De oplossing voor de grote vraag naar jeugdhulp ligt vooral in de systemen buiten de jeugdzorg: in het gezin, op school, en in de samenleving. Jeugdhulp is aanpalend aan de andere levensdomeinen, en niet andersom".

Op verzoek van de gemeenteraad is als vervolg op de al genomen maatregelen in januari 2025 gestart met het lokale project: Hervormingsagenda, Grenzen aan onze jeugdzorg: Hoe verdelen wij schaarse middelen goed over de jeugdigen in Veenendaal? In dit project is, in samenwerking met verschillende stakeholders zoals jeugdhulpaanbieders, vertegenwoordigers uit het onderwijs en organisaties uit het voorliggend veld, onderzocht hoe we in Veenendaal de jeugdhulp anders kunnen inrichten om het systeem in de toekomst beschikbaar en houdbaar te houden. Gedurende 2025 is de gemeenteraad meegenomen in dit proces en in oktober 2025 is het raadsbesluit ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’ unaniem vastgesteld, met de toevoeging van het amendement Veense aanpak relatie- en echtscheidingsproblematiek. Dit raadsbesluit vertaalt de beoogde doelen uit de Hervormingsagenda naar concrete maatregelen op lokaal en regionaal niveau. Op basis hiervan kan in 2026 en verder gericht worden gewerkt aan de implementatie van deze maatregelen. Daarmee het realiseren van de beoogde doelen en het terugdringen van de financiële tekorten op de jeugdzorg.

Thema V: Onderwijs en ontwikkeling Wat willen we bereiken? (doelstellingen) V.a. We streven naar bestaanszekerheid voor alle inwoners. Middels de nieuwe wet vergroten we de kansen voor jongvolwassenen tot 27 jaar met een (risico) op afstand tot de arbeidsmarkt.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) V.a.1 In 2025 hebben we de Wet van school naar duurzaam werk inzichtelijk gemaakt en geïmplementeerd waarbij we de maatregelen vertalen naar lokaal niveau. Inhoud (indicator)

74

Inhoud (toelichting) In 2025 is de Wet Van School naar Duurzaam Werk succesvol inzichtelijk gemaakt en voorbereid op lokale implementatie. De wet richt zich op het bieden van doorlopende begeleiding aan jongeren vanaf het moment dat zij het onderwijs verlaten, met als doel voortijdig schoolverlaten te verminderen en de overgang naar werk of vervolgonderwijs te versterken. De uitgangspunten van de wet zijn in 2025 vertaald naar regionale afspraken, waarmee een stevige basis is gelegd voor de uitvoering per 1 januari 2026. Een belangrijk resultaat hiervan is de totstandkoming van het Regionaal Programma Jongeren (RPJ), dat in november 2025 bestuurlijk is vastgesteld en gezamenlijk is opgesteld door de arbeidsmarktregio en doorstroomregio, in samenwerking met onderwijs, werkgevers, gemeenten, sociaal ontwikkelbedrijven en doorstroomconsulenten. Daarnaast is gestart met de ontwikkeling van een regionale website voor jongeren als centrale vind- en informatieplek over onderwijs, werk en ondersteuning, met een signalerings- en doorverwijsfunctie. Een belangrijk uitgangspunt van de nieuwe wet is dat scholen gedurende twee jaar na uitstroom een coachrol vervullen, ongeacht of een jongere het onderwijs met of zonder diploma verlaat. Het jaar 2026 geldt als startjaar van de wet, waarin regionaal de kaders en samenwerkingsafspraken zijn vastgelegd.

Lokaal wordt ingezet op maatwerk en directe ondersteuning, met als doel meer jongeren te begeleiden naar een passende werk- of leerplek en voortijdig schoolverlaten verder terug te dringen.

Thema VI: Sport Thema VII: Cultuur Wat willen we bereiken? (doelstellingen) VII.a. Vaststellen van nieuw Beleid op de beeldende kunst.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) VII.a.1. In afstemming met stakeholders uit het culturele veld en daarbuiten wordt in 2025 nieuw beleid op de beeldende kunst opgesteld. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) In plaats van het opstellen van een beleidsdocument is, in overleg met onze stakeholders, ingezet op het vergroten van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van de bestaande kunst in de openbare ruimte. Deze aanpak sluit ook goed aan bij de cultuurvisie. Daartoe zijn wandelroutes ontwikkeld voorzien van informatie over de kunstwerken en hun context. Daarnaast wordt kunsteducatief materiaal aangeboden voor kinderen in verschillende leeftijdscategorieën. De wandelroutes en bijbehorende informatie zijn in 2025 ontwikkeld en worden in de loop van 2026 gepubliceerd op www.ditisveenendaal.nl.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) VII.b. Van Cultuurvisie Verhaallijn 1 –5 wordt de balans opgemaakt en het vervolg bepaald.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) VII.b.1 In 2025 wordt nagegaan of- en in hoeverre de KPI's, uitwerking verhaallijn 1-5 in cultuurvisie, zijn behaald, welk eventueel vervolg hieraan gegeven kan worden. Inhoud (indicator)

75

Inhoud (toelichting) De personele bezetting maakte het noodzakelijk om te prioriteren en hierdoor bleek deze planning niet haalbaar te zijn.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) VII.c. Verhaallijnen 6 en 7 worden, conform het tijdpad uit de cultuurvisie opgestart.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) VII.c.1. Er vindt begin 2025 een verkenning plaats of er aan de voorwaarden zoals genoemd in de cultuurvisie wordt voldaan om verhaallijn 6 en 7 uit de cultuurvisie op te starten. Inhoud (indicator)

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) VII.d. Invoering zorgplicht bij bibliotheken naar aanleiding van de wetswijziging Wsob (Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen).

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) VII.d.1. We bereiden ons voor op de wetswijziging die in 2026 naar verwachting in werking zal treden omtrent zorgplicht voor bibliotheken en stellen hiertoe een uitvoeringsplan op. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorziening (Wsob), waarin een zorgplicht voor gemeenten wordt opgenomen, heeft vertraging opgelopen. De verwachte ingangsdatum van de nieuwe Wsob is nu medio 2026, maar of dit daadwerkelijk gehaald gaat worden is niet zeker. Dit heeft als gevolg dat er op dit moment nog geen duidelijkheid is over wat er precies van gemeenten verwacht wordt ten aanzien van de zorgplicht. Om deze reden is er nog geen uitvoeringsplan opgesteld. Wel zijn er een aantal andere voorbereidingen getroffen, waaronder het oprichten van een zogeheten 'Wijkhuiskamer' met de specifieke uitkering (SPUK), bedoeld voor het versterken van het lokale bibliothekennetwerk in voorbereiding op de zorgplicht. Daarnaast zijn gesprekken met de bibliotheek gevoerd over hoe zij zich, voor zover nu mogelijk, voorbereiden op de zorgplicht.

Thema VIII: Welzijn Wat willen we bereiken? (doelstellingen) VIII.a. In 2025 werken we verder met de publiekscampagne om bewustwording te creëren en inwoners aan te sporen om hun leven zelf en samen vorm te geven.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) VIII.a.1. We gaan minimaal twee publiekscampagnes houden. Inhoud (indicator)

76

Inhoud (toelichting) Een publiekscampagne heeft een heel specifiek einddoel en is een middel wat tijdelijk heel zwaar daarop inzet. Veel thema’s rondom bestaanszekerheid en zelfredzaamheid vragen een meer doorlopende aanpak en worden als zodanig ook meegenomen in de communicatie. Op dit moment wordt er rondom het onderwerp normaliseren nagedacht over een publiekscampagne. Ook is er afstemming met samenwerkingspartners over mogelijke en passende publiekscampagnes. Daarnaast haken we actief aan bij landelijke campagnes die ook van toepassing zijn voor Veenendaal.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) VIII.b. We zorgen in 2025 voor meer samenhang in de sociale basis (MD2).

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) VIII.b.1. We intensiveren de netwerksamenwerking tussen organisaties in de sociale basis. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De vergaderingen van de Kenniskring en het Vrijwilligersplatform zijn gecontinueerd. Ook is in het najaar het vrijwilligersplatform geëvalueerd. Uit de evaluatie is onder andere gebleken dat er aan de bestaande overlegstructuur door de Vrijwilligersorganisaties duidelijk waarde wordt toegekend. De Vrijwilligersorganisaties spreken zich uit voor continueren van het Vrijwilligersplatform met de inzet van de gemeente (voorzitterschap portefeuillehouder en verslaglegging) en het continueren van de Kenniskring met inzet van Veens Welzijn.

Wat willen we bereiken? (doelstellingen) VIII.c. We geven uitvoering aan de aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek Veens Welzijn (MD2).

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) VIII.c.1 We verscherpen de opdracht aan Veens Welzijn conform de uitkomsten en aanbevelingen. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) In 2025 is de Opdracht Welzijn herzien. Doel was om deze in lijn te brengen met het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2024–2027, de uitvoeringspraktijk en de beschikbare financiële ruimte. De Opdracht Welzijn 2026 vervangt de opdracht uit 2020. In de opdracht is ook de rol- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen de gemeente en Veens Welzijn aangescherpt. De herziening is tot stand gekomen in samenwerking met Veens Welzijn, beleidsadviseurs uit meerdere domeinen en het Wmo-forum.

77

Outcome-gericht sturen is in de opdracht verankerd, in navolging van de aanbevelingen uit het Rekenkameronderzoek 'Wel en wee van welzijn'. De opdracht richt zich op het versterken van bestaanszekerheid, zelf- en samenredzaamheid en kwalitatief goede ondersteuning. Er is specifiek aandacht voor samenlevingsopbouw, normaliseren en reablement (een tijdelijke en doelgerichte aanpak om inwoners te ondersteunen bij het hernemen van eigen regie). Daarnaast wordt ingezet op selectieve wijkgerichte inzet, outreachend jongerenwerk (actieve aanwezigheid in de leefwereld van jongeren om signalen vroegtijdig op te vangen), signalering en preventie en het versterken van financiële zelfredzaamheid. De opdracht bestaat uit zeven basistaken: toegankelijke ondersteuning, wijkgericht werken, ontmoeting en gemeenschapsvorming, vrijwilligers- en mantelzorgondersteuning, jongerenen kinderopbouwwerk, signalering en preventie en samenwerking en netwerkontwikkeling.

Verbonden partijen De volgende verbonden partijen leveren een bijdrage aan het realiseren van de doelen uit dit programma: •

BVO Valleihopper;

•

Jeugdhulpregio Jeugd FV

•

Centrum Jeugd en Gezin Veenendaal (CJG);

•

Stichting Veens Welzijn;

•

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU);

•

Sociale werkvoorziening Zuid-Oost Utrecht (IW4)

Zie voor meer informatie paragraaf E Verbonden partijen.

Financiële programmarealisatie 2025 (bedragen x € 1.000) Programma 3 Sociale leefomgeving Primitief

Raming 2025 Na begrotingswijziging

Realisatie 2025

Saldo 2025

Lasten

130.406

154.842

153.730

1.112

Baten

33.961

51.935

56.815

4.880

Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten

-96.445

-102.907

-96.915

5.992

Toevoeging aan reserve

0

4.452

4.896

-444

Onttrekking aan reserve

405

4.570

4.570

0

Gerealiseerd resultaat

-96.040

-102.788

-97.240

5.548

Toelichting op de financiële programmarealisatie (bedragen x € 1.000) Ten opzichte van de in de decemberwijziging 2025 aangepaste begroting, zijn de grootste afwijkingen:

78

Taakveld

Afwijking 2025

V/N

Arbeidsparticipatie

368 V

Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie

426 V

Inkomensregelingen

838 V

Onderwijshuisvesting

35 N

Samenkracht en burgerparticipatie

2.551 V

Sportbeleid en activering

134 V

Hulp bij het huishouden (WMO)

173 V

WSW en beschut werk

394 N

Begeleiding (Wmo)

202 N

Dagbesteding (Wmo)

93 V

Overige maatwerkarrangementen (Wmo)

158 V

Huishoudelijke hulp (Wmo)

67 N

PGB Wmo

163 V

Beschermd wonen (Wmo)

46 N

Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo)

199 V

Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd

2.251 V

Jeugdhulp ambulant lokaal

51 N

Jeugdhulp ambulant regionaal

810 N

Jeugdhulp met verblijf regionaal

1.207 N

PGB Jeugd

30 V

Jeugdbescherming

1.133 V

Coördinatie en beleid Jeugd

49 N

Onderwijsbeleid en leerlingzaken

251 V

Overige verschillen

85 V

Totaal programma Sociale leefomgeving voor reserve mutatie

5.992 V

Waarvan verrekening met reserve

-444 N

Totaal afwijking programma Sociale leefomgeving na reserve mutatie

5.548 V

Arbeidsparticipatie (voordeel € 368.000) Statushouders en taaleis (voordeel € 132.000) De niet bestede middelen, ad € 132.000, zijn bedoeld voor programmakosten voor oudkomers: inburgeraars die onder de oude Wet inburgering (tot en met 2021) vallen en die hun traject grotendeels zelf moesten financieren. Deze doelgroep bestaat vaak uit statushouders die nog taallessen, examens of de PVT-training moeten afronden, maar voor wie de kosten niet via de SPUK-regeling vergoed kunnen worden. De middelen zijn in 2025 nog niet volledig benut, omdat de doelgroep door onvoldoende capaciteit nog niet volledig in beeld is gebracht. In 2026 wordt een project gestart om deze groep volledig te registreren en gericht budget te reserveren, met als doel in het vierde kwartaal van 2026 een compleet beeld te hebben én een start te hebben gemaakt aan het ondersteunen van de doelgroep. Inburgering algemeen (voordeel € 73.000, resultaatbestemming) Binnen Inburgering algemeen is sprake van een voordeel van € 73.000. Het Rijk stelt in de periode 2021-2026 middels circulaires middelen beschikbaar ten behoeve van inburgering. Het betreft incidentele middelen die in de loop der jaren ook afnemen.

Deze middelen zijn samen met de middelen die de gemeenten Rhenen en Renswoude ontvangen voor dit doel, en waarvoor Veenendaal de taak uitvoert- eerder beschikbaar gesteld ten behoeve van tijdelijke formatie ter ondersteuning van de verhoogde instroom van statushouders in de jaren tot en met 2026. Jaarlijks wordt de uitvoering geëvalueerd en de formatie afgestemd op de instroom. Om de taak uit te kunnen voeren moeten deze middelen -conform eerdere besluitvorming- beschikbaar blijven voor dit doel. Voorgesteld wordt de resterende middelen middels een resultaatbestemming opnieuw beschikbaar te stellen in 2026.

79

Re-integratie en participatie onderdelen (voordeel € 163.000) Binnen het re-integratiebudget is ultimo 2025 sprake van een voordelig resultaat van € 163.000. In eerdere bestuurlijke rapportages is gemeld dat we een verschuiving zien in de samenstelling van het bijstandsbestand: het aantal personen in het doelgroep register neemt toe en meer inwoners hebben te maken met meervoudige problematiek. Hierdoor is de begeleiding richting uitstroom intensiever en langduriger geworden. Het aantal klanten met een korte afstand tot de arbeidsmarkt, en waarbij goedkoper en kortdurende instrumenten worden ingezet, neemt af. In de decemberwijziging 2025 zijn de middelen daarom herverdeeld en bijgesteld naar een realistischer raming. Er is bijgeraamd op de onderdelen Diagnose en WorkFirst, versterking van het re-integratieaanbod en baanafspraken Sociaal Akkoord. Deze hogere kosten zijn volledig gedekt door aframingen binnen re-integratie algemeen, flankerend beleid en facilitering werkgevers. Als gevolg van de steeds zwaarder wordende doelgroep en daarmee ook de inzet van duurdere en ook langere trajecten verwachten we dat de onderbesteding in 2025 een incidentele ontwikkeling betrof.

Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie (voordeel € 426.000, resultaatbestemming) Vastgoed Lampegiet (voordeel € 426.000) In 2023 is de raad geïnformeerd (door middel van RIB 2023.24) over de onderhoudssituatie van het theater. Om het theater tijdelijk te kunnen blijven exploiteren in verband met een veilige bedrijfsvoering, zijn in 2024 meerjarig extra middelen beschikbaar gesteld ter hoogte van € 1.259.000. Een aanzienlijk deel van de werkzaamheden is uitgevoerd. Het resterende deel is nodig voor nog uit te voeren werkzaamheden en wordt daarom toegevoegd aan de reserve meerjarige middelen. Overige verschillen (nadeel € 18.000) Inkomensregelingen (voordeel € 838.000) Schulddienstverlening beleid en schulddienstverlening uitvoering (voordeel € 123.000) De onder uitputting in 2025 ad €79.000 op Schulddienstverlening Beleid en € 44.000 op Schulddienstverlening Uitvoering, totaal € 123.000, wordt veroorzaakt doordat er extra bijdragen zijn ontvangen die nog niet waren begroot en door lagere uitgaven dan begroot wegens de lastige bereikbaarheid van de doelgroep. Minima (voordeel € 120.000) In 2025 ontstaat een positief saldo van € 120.000 binnen het minimabudget. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een daling van het aantal deelnemers aan de Gemeentepolis en lagere uitgaven via de Veenendaalpas.

Beide regelingen zijn open-einderegelingen, waardoor de daadwerkelijke uitgaven afhankelijk zijn van het gebruik door inwoners. Aangezien de cijfers van de lokale armoedescan van het CBS pas later bekend worden is er (nog) geen inzicht of er sprake is van een daling van het aantal minima. We beschouwen het positieve saldo dan ook incidenteel van aard. Loonkostensubsidie (voordeel € 199.000) Binnen de middelen voor loonkostensubsidie is sprake van een incidentele onderbesteding ad € 199.000. Dit komt doordat het Rijk in de meicirculaire 2025 aanvullende middelen heeft verstrekt die in 2025 nog niet volledig konden worden ingezet. De verwachting is dat deze middelen in 2026 en verder wel volledig worden benut, omdat het aantal personen dat gebruik maakt van loonkostensubsidie blijft stijgen. Hiermee sluit de besteding aan op de structurele ontwikkeling van de doelgroep.

80

Bijstand (voordeel € 404.000) Binnen het budget voor Bijstand onder de 65 jaar is ultimo 2025 sprake van een positief resultaat van € 404.000. Gedurende het jaar worden het Voorlopig budget BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten), het Nader voorlopig budget en het Definitieve budget in de bestuursrapportages en Decemberwijziging verwerkt. Hierbij worden ook de hogere lasten en de verwachte bestandsontwikkelingen betrokken. Deze periodieke actualisaties volgen uit het verdeelmodel, zijn ook mede afhankelijk van de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden, en leiden structureel tot bijstellingen gedurende het jaar. In 2025 zijn als gevolg van personeelswisselingen het Definitieve budget BUIG alsook de hogere lasten niet verwerkt in de Decemberwijziging. De inkomsten vallen circa € 2,85 miljoen hoger uit dan begroot doordat het definitieve BUIG-budget hoger is vastgesteld dan het voorlopig en nader voorlopig budget waarmee in de begroting rekening was gehouden. Aan de uitgavenkant is sprake van een hogere last van circa € 2,45 miljoen. Kwijtschelding (nadeel € 41.000) Het nadeel op het onderdeel kwijtschelding is ontstaan door een storting in de voorziening dubieuze debiteuren.

Overige verschillen (voordeel € 33.000) Onderwijshuisvesting (nadeel € 35.000) Binnen het budget voor onderwijshuisvesting zijn inkomsten geraamd ten behoeve van de actualisatie van ontvangen huuropbrengsten. Deze zijn niet toegerekend en/of ontvangen. Bedrag van € 35.000 komt als nadeel in de jaarrekening. Samenkracht en burgerparticipatie (voordeel € 2.551.000) Project Crisisnoodopvang (voordeel € 349.000) De gemeente verzorgt crisisnoodopvang voor statushouders in opdracht van het COA. De hiermee gemoeide kosten worden volledig gedeclareerd, waardoor de regeling in de praktijk budgetneutraal verloopt. In 2025 vallen de inkomsten hoger uit dan geraamd. Dit hangt samen met het feit dat een deel van de declarabele kosten, ad € 349.000, uit eind 2024 in 2025 is ontvangen. Dit is in 2024 niet opgenomen als balanspost, vandaar in 2024 een negatief resultaat en in 2025 een positief resultaat. Timingverschillen in declaraties veranderen overigens niets aan het structureel kostendekkende karakter van de uitvoering: de ontvangen vergoedingen sluiten aan bij de daadwerkelijk gemaakte kosten. Opvang Vluchtelingen Oekraïne (voordeel € 2.121.000, resultaatbestemming) Binnen de opvang van ontheemden uit Oekraïne (Specifieke Uitkering M16) is sprake van een positief resultaat van € 2.121.000.

Dit voordeel ontstaat doordat het Rijk een normbedrag per persoon per dag verstrekt, terwijl de daadwerkelijke kosten voor de gemeentelijke opvang lager uitvallen dan deze normvergoeding. Dit resulteert, net als in voorgaande jaren, in een ruim positief saldo. In 2025 is als gevolg van personeelswisselingen het saldo bij de Decemberwijziging niet grotendeels afgeraamd danwel in de Reserve Opvang Ontheemden gestort. De afwijking hangt samen met het feit dat de regeling budgetneutraal wordt geraamd op basis van de rijksvergoeding: de inkomsten zijn daarmee hoger dan de uitgaven. Voorgesteld wordt het positieve resultaat toe te voegen aan de Reserve Opvang Ontheemden. Voor de begroting 2027 zullen we bezien in hoeverre deze middelen in de reserve noodzakelijk zijn dan wel anders ingezet zouden kunnen worden.

81

Er is op dit moment onzekerheid over het vervolg van de gemeentelijke opvangplicht, mede doordat landelijke besluitvorming over de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) nog op zich laat wachten. De RTB eindigt in maart 2027. De verwachting is dat de opvang verlengd gaat worden maar dat er sprake gaat zijn van een ander regeling. Hoe dit vormgegeven gaat worden is op dit moment nog onzeker. Daarnaast nemen de eisen en kosten voor onder andere onderhoud en noodzakelijke aanpassingen van opvanglocaties toe. Ook bestaat het risico dat de rijksvergoeding in de toekomst wordt aangepast of verlaagd, waardoor kosten mogelijk niet langer volledig worden gedekt. Ook kunnen aanzienlijke kosten ontstaan bij opschaling of afbouw van locaties, zoals contractbeëindiging en het herstellen van panden. Daarbij komt dat vanuit het Rijk steeds nadrukkelijker wordt gevraagd om meer duurzame en langdurig opvangplekken. Hoewel hiervoor landelijk nog geen structurele financieringsmogelijkheden of kaders beschikbaar zijn, wordt van gemeenten wel verwacht dat zij hierop anticiperen. Om tijdig te kunnen investeren in geschikte, toekomstbestendige opvangvoorzieningen is financiële ruimte nodig.

Door het positieve resultaat aan de reserve toe te voegen, kan de gemeente op deze ontwikkelingen voorsorteren en blijven middelen beschikbaar om noodzakelijke stappen te zetten zodra landelijke besluitvorming dit mogelijk maakt. Transitiekosten opvang Oekraïners (nadeel € 43.000) Voor het leefbaar maken of verbouwen van opvanglocaties kan de gemeente een Rijksaanvraag indienen, die erop is gericht deze kosten in principe budgetneutraal te laten verlopen. De aanvraag wordt gebaseerd op een prognose, waardoor de uiteindelijke kosten kunnen afwijken. In 2025 bleven de gerealiseerde kosten binnen de toegestane afwijkingsmarge van 10%, waardoor geen aanvullende aanvraag kon worden gedaan. Dit resulteerde in een beperkt nadeel van € 43.000. Daarbij geldt dat dit nadeel beperkt is in verhouding tot het positieve resultaat dat wordt behaald op de normvergoeding voor de opvang van Oekraïense ontheemden. Kinderopvang en buitenschoolse opvang pleegkinderen (voordeel 49.000, resultaatbestemming). Het Rijk heeft in 2025 extra middelen beschikbaar gesteld voor een bijdrage in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang voor pleegkinderen. Voor de gemeente betreft dit een bedrag van € 49.000, dat pas in december 2025 via de decembercirculaire is ontvangen.

Omdat deze middelen daardoor in 2025 niet meer konden worden ingezet, wordt voorgesteld het bedrag via resultaatbestemming over te hevelen naar 2026. Dit sluit aan bij de gebruikelijke werkwijze voor middelen die laat in het jaar worden ontvangen en nog niet tot besteding kunnen komen. SPUK H30-10 Versterken Sociale basis (voordeel € 71.000) Binnen de SPUK GALA onderdelen zijn budgetten geschoven. Door aangepast regelgeving is in de loop van 2025 de SPUK GALA één budget geworden. Per saldo blijft op de totale SPUK-GALA geen geld over, per onderdeel kan er sprake zijn van een afwijking, zoals in dit geval een voordeel van € 71.000. Overige verschillen (voordeel € 4.000) Sportbeleid en activering (voordeel € 134.000) Bij de afrekening van de SPUK 2022 is destijds een bedrag verantwoord en ingediend dat bij nadere beoordeling heeft geleid tot een correctie. In 2025 is deze correctie verwerkt. Naar aanleiding daarvan heeft de gemeente aanvullend € 134.000 ontvangen. Deze middelen zijn niet langer benodigd voor het oorspronkelijke doel.

82

Hulp bij het huishouden (WMO) (voordeel € 173.000) Hulp gedupeerden toeslagenaffaire (voordeel € 173.000) De uitvoering van de hersteloperatie voor gedupeerden van de toeslagenaffaire, waaronder de kwijtschelding van gemeentelijke vorderingen, wordt volledig gefinancierd vanuit de SPUK B2-regeling van het Rijk. Voor een deel van de werkzaamheden ontvangt de gemeente normbedragen, die hoger kunnen uitvallen dan de daadwerkelijk gemaakte kosten. Voor andere taken vindt vergoeding plaats op basis of ter hoogte van de werkelijke kosten. Door deze mix van normfinanciering en kostendekkende vergoedingen ontstaat in 2025 een positief saldo van circa € 173.000. WSW en beschut werk (nadeel € 394.000) WSW en Beschut werk (nadeel € 394.000) Binnen taakveld WSW en Beschut Werk is in 2025 sprake van een overbesteding van € 394.000. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat in onze begroting onvoldoende middelen waren geraamd voor de WSW, terwijl we -conform bestuurlijke afsprakenmiddelen die van het Rijk ontvangen voor deze taak 1-op-1 beschikbaar stellen aan IW4. Voor de eerste bestuursrapportage 2026 wordt nader onderzocht of er sprake is van een structureel effect. Voor 2026 en 2027 wordt verwacht dat de beschikbare middelen voor Beschut werk ontoereikend zullen zijn. Er is namelijk sprake van een overrealisatie.

Bij de beoordeling van aanvragen voor Beschut Werk wordt kritisch bezien of er ook andere voorliggende en passende voorzieningen zijn. Het risico in de huidige situatie is voor gemeenten. Dat betekent dat we de rijksbijdrage 1-op-1 doorzetten en de overrealisatie aanvullend financieren uit het re-integratiebudget. Het rijk heeft aangekondigd dat vanaf 1 januari 2028 een nieuw financieringssysteem voor beschut werk wordt ingevoerd: de financiering wordt gebaseerd op realisatie van werkplekken in plaats van op taakstelling. Dit is nog geen vastgesteld besluit. Voor onze prognose betekent dit dat extra kosten als gevolg van over realisatie vanaf dat moment mogelijk door het Rijk worden vergoed, waardoor de gemeentelijke financiële druk wordt beperkt. Dit is een positieve ontwikkeling. Begeleiding (WMO)(nadeel € 202.000) Begeleiding individueel regulier - Perspectief (nadeel € 79.000 ) De kosten voor begeleiding individueel regulier zijn nooit exact in te schatten. In 2025 gingen de nieuwe contracten voor begeleiding in en daardoor waren de onzekerheden wat groter. De kosten vallen hoger uit dan in het najaar werd verwacht. De belangrijkste oorzaak is dat het aantal cliënten uiteindelijk sterker is gestegen dan verwacht. Dit levert een nadeel op van € 79.000.

Begeleiding individueel specialistisch - Perspectief (nadeel € 146.000 ) De kosten voor begeleiding individueel specialistisch zijn nooit exact in te schatten. In 2025 gingen de nieuwe contracten voor begeleiding in en daardoor waren de onzekerheden wat groter. De kosten vallen wat hoger uit dan in het najaar werd verwacht. Dit levert een nadeel op van € 146.000. Dagbesteding - Perspectief (voordeel € 37.000 ) De cliëntaantallen en kosten voor dagbesteding zijn in 2025 even hoog als in 2024. We hadden een lichte stijging verwacht, met het oog op de toenemende vergrijzing en groei van Veenendaal. Dit levert een voordeel op van € 37.000. Overige verschillen (nadeel € 14.000)

83

Dagbesteding (WMO) (voordeel € 93.000) Dagbesteding - Langer Thuis (voordeel € 70.000 ) De cliëntaantallen en kosten voor dagbesteding zijn in 2025 even hoog als in 2024. We hadden een lichte stijging verwacht, met het oog op de toenemende vergrijzing en groei van Veenendaal. Van het voordeel is € 38.000 afkomstig vanuit een eerder gedane resultaatbestemming voor het project Veense Huiskamers, in verband met het wegvallen van de co-financiering vanuit het Oranje Fonds. Uiteindelijk is er in 2025 geen beroep op dit bedrag gedaan en hebben wij de extra bijdrage aan Stichting Veens Welzijn kunnen bekostigen vanuit de SPUK IZA 2025. Overige verschillen (voordeel € 23.000) Overige maatwerkarrangementen (voordeel (158.000) Collectief vervoer (nadeel € 32.000 ) Doordat er in 2025 minder ritten zijn gereden en daarnaast minder reiskilometers zijn gemaakt heeft dit een negatieve impact gehad op de ontvangen reizigersbijdrage. Kortdurend verblijf LVB (voordeel € 85.000 ) De budgetten van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis zijn binnen de gemeentelijke begroting over meerdere taakvelden verdeeld. Binnen het taakveld Overige maatwerkarrangementen is er een voordeel van € 85.000 en binnen het taakveld Beschermd wonen (Wmo) is er in 2025 een nadeel van € 50.000 ontstaan. Per saldo zien we over deze taakvelden heen een voordeel van € 35.000.

Maatwerkvoorzieningen materieel & WMO Vervoersvoorzieningen WMO (voordeel € 16.000) De kosten voor de vervoersvoorzieningen zijn in 2025 over een tweetal budgetten verdeeld. Binnen het budget Maatwerkvoorzieningen materieel Wmo is in 2025 een nadeel van € 40.000 ontstaan en binnen het budget Vervoervoorzieningen Wmo een voordeel van € 56.000. Per saldo geeft dit een voordeel van € 16.000. Vervoersvoorzieningen PGB (nadeel € 25.000 ) De PGB is altijd een ruwe inschatting en doordat we met veel zorgaanbieders een contract hebben gesloten is het aandeel PGB in Veenendaal laag. Woonvoorzieningen WMO (nadeel € 58.000 ) Het bedrag voor woonvoorzieningen is altijd lastig in te schatten omdat het om dure voorzieningen gaat en vaak maar enkelen. In 2025 zijn er meer van dit soort dure voorzieningen geïndiceerd dan vooraf was begroot. Woonvoorzieningen WMO PGB (voordeel € 190.000 ) Het bedrag voor woonvoorzieningen is altijd lastig in te schatten omdat het om dure voorzieningen gaat en vaak maar enkelen. In 2025 zijn er minder van dit soort dure voorzieningen in PGB vorm geïndiceerd dan begroot. WMO contractmanagement (nadeel € 53.000 ) Sinds 2025 gelden aangescherpte contractvoorwaarden voor maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo. Dit heeft geleid tot meer juridische geschillen met aanbieders dan vooraf begroot, mede door de benodigde inzet van toezichthouders.

Een aanzienlijk deel van deze geschillen betreft terugvorderingen op onterecht uitbetaalde vergoedingen, met een financieel belang van minimaal € 100.000 tot mogelijk € 500.000 afhankelijk van lopende procedures. Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen WMO (voordeel € 47.000 ) In 2025 is uiteindelijk een hoger bedrag aan eigen bijdrage vanuit het CAK ontvangen dan vooraf was begroot. Overige verschillen (nadeel € 12.000) 84

Huishoudelijke hulp (Wmo) (nadeel € 67.000) Hulp bij huishouden - Langer Thuis (nadeel € 44.000 ) De kosten voor hulp bij huishouden vielen een half procent hoger uit dan begroot. De stijging van het aantal cliënten heeft ook in 2025 doorgezet, maar is relatief beperkt. Overige verschillen (nadeel € 23.000) PGB Wmo (voordeel €163.000) Begeleiding individueel regulier - Perspectief (voordeel € 26.000 ) De PGB zijn altijd een ruwe inschatting en doordat we met veel zorgaanbieders een contract hebben gesloten is het aandeel PGB in Veenendaal laag. Begeleiding individueel specialistisch - Perspectief (voordeel € 100.000 ) De PGB zijn altijd een ruwe inschatting en doordat we met veel zorgaanbieders een contract hebben gesloten is het aandeel PGB in Veenendaal laag. Overige verschillen (voordeel € 37.000) Beschermd wonen (Wmo) (nadeel €46.000) Beschermd wonen (nadeel € 50.000 ) De budgetten van Beschermd Wonen en Beschermd Thuis zijn binnen de gemeentelijke begroting over meerdere taakvelden verdeeld. Binnen het taakveld Beschermd wonen (Wmo) is er een nadeel van € 50.000 en binnen het taakveld Overige maatwerkarrangementen is er in 2025 een voordeel van € 85.000 ontstaan.

Per saldo zien we over deze taakvelden heen een voordelig saldo van €35.000 ,Beleidsmatig zetten wij de laatste jaren in op een verschuiving van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, zodat inwoners met een psychische/psychiatrische kwetsbaarheid zoveel mogelijk in hun eigen omgeving kunnen wonen met passende begeleiding. Uit het ontstane voordeel blijkt dat deze beweging goed op gang is gekomen. Overige verschillen (voordeel € 4.000) Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo) (voordeel € 199.000) Advies- en Meldpunt Verward (Voordeel € 199.000) In 2025 zijn alle kosten voor het Meldpunt verward gedrag ten laste gebracht van de SPUK IZA uitkering, waardoor er binnen dit taakveld een positief saldo is ontstaan. Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd (voordeel € 2.251.000) Op dit moment bedraagt het totale voordeel op het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorzieningen (6.22), € 2.251.000 voordelig op de directe lasten en baten. 2e lijnszorg Jeugdzorg (voordeel € 1.973.000) De financiële afwijkingen binnen de 2e lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen.

85

Algemene voorzieningen jeugd (budgettair kader/bedrijfsvoeringsvoeringskosten jeugdhulpregio jeugd FV (voordeel € 180.000, resultaatbestemming Ervaringsdeskundigen 25.000) Het voordeel op het budget algemene voorzieningen bedraagt € 180.000. Hiervan heeft € 165.000 betrekking op een terugbetaling aan de gemeente Veenendaal uit de bedrijfsvoeringskosten van de Jeugdregio Foodvalley, op basis van de jaarcijfers 2025. Het positieve resultaat is nagenoeg geheel incidenteel van aard en wordt grotendeels veroorzaakt door lagere personele lasten en lagere doorbelasting voor het gastheerschap. Daarnaast is er voordeel van € 19.000 op bovenregionale samenwerking, omdat hiervoor alternatieve dekking is gevonden via een SPUK. De jeugdhulpregio Jeugd FV heeft de afgelopen jaren ervaringsdeskundigheid ingezet voor jeugdigen die opgroeien in gezinnen met multiproblematiek. In het bestuurlijk overleg van Jeugd FV is besloten deze inzet in 2026 te continueren, omdat evaluatie laat zien dat hiermee positieve resultaten worden bereikt. Tot medio 2025 werden deze kosten gedekt uit een landelijke subsidie. Voor 2026 zijn hiervoor geen middelen in de begroting opgenomen. Daarom wordt voorgesteld om € 25.000 van het voordelige resultaat 2025 op de bedrijfsvoeringskosten van de jeugdhulpregio Jeugd FV, zoals eerder hierboven is toegelicht, hiervoor beschikbaar te stellen.

Centrum Jeugd en gezin (voordeel € 58.000) Het budget van het Centrum voor Jeugd en Gezin laat een voordelig resultaat zien van € 58.000. Dit betreft een incidenteel voordeel, dat is ontstaan doordat het CJG in 2025 niet de volledige beschikbare formatie heeft kunnen invullen. Overeenkomstig de gemaakte afspraken wordt het positieve jaarresultaat eerst toegevoegd aan de egalisatiereserve tot het maximaal toegestane niveau. Het resterende deel (€ 58.000) wordt aan de gemeente terugbetaald Programma Sociaal Domein integrale projecten (voordeel € 56.142) Dit onderdeel moet in samenhang worden bezien met het taakveld Coördinatie en beleid Jeugd. Het budget staat op het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd, terwijl de kosten van € 49.000 op het andere taakveld zijn verantwoord. De kosten en budgetten voor het programma Sociaal Domein zijn ondergebracht binnen verschillende taakvelden. Overige afwijkingen nadeel van € 13.616 Jeugdhulp ambulant lokaal (nadeel € 51.000) De financiële afwijkingen binnen de 2de-lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen.

POK bijdrage voor Proefuin (Voordeel € 75.000, resultaatbestemming) De ontvangen POK-middelen zijn bedoeld voor de uitvoering van het Toekomstscenario, waar de proeftuin onderdeel van uitmaakt. In 2025 heeft de gemeente Veenendaal via centrumgemeente Amersfoort een bedrag van € 75.000 ontvangen. Deze middelen zijn pas in december 2025 ontvangen en konden daardoor in 2025 niet meer voor dit doel worden ingezet. Daarom wordt voorgesteld dit bedrag via resultaatbestemming over te hevelen naar 2026, zodat de middelen alsnog kunnen worden ingezet voor de proeftuin.

86

Jeugdhulp ambulant regionaal (nadeel €810.000) De financiële afwijkingen binnen de 2de-lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen. Jeugdhulp met verblijf regionaal (nadeel € 1.207.000) De financiële afwijkingen binnen de 2de-lijnszorg hangen inhoudelijk en financieel samen op meerdere taakvelden. Daarom is de gezamenlijke toelichting opgenomen bij het taakveld Jeugdbescherming. Voor de integrale duiding wordt naar die toelichting verwezen. Jeugdbescherming (voordeel € 1.133.000) Toelichting financiële afwijkingen Jeugdzorg 2025 De 2de-lijnszorg binnen de jeugdhulp heeft betrekking op de bovengenoemde taakvelden Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd, Jeugdhulp ambulant lokaal, Jeugdhulp ambulant regionaal, Jeugdhulp met verblijf regionaal en Jeugdbescherming. Omdat deze taakvelden financieel met elkaar samenhangen, worden de afwijkingen niet per taakveld afzonderlijk toegelicht, maar in onderlinge samenhang bij dit taakveld toegelicht. In de onderstaande tabel zijn de betreffende taakvelden en de bijbehorende saldi opgenomen. Hiermee wordt inzichtelijk hoe de afzonderlijke afwijkingen gezamenlijk leiden tot het totale voordeel van € 1.038.000 op de 2de-lijns jeugdzorg.

De kosten van de tweedelijns zorg worden gefinancierd vanuit de Jeugdwet en hebben het karakter van een openeinderegeling. Dit betekent dat de gemeente de kosten moet vergoeden wanneer een gecertificeerde instelling, medisch specialist of huisarts een indicatie voor deze zorg afgeeft. De gemeente Veenendaal heeft de inkoop van deze zorg regionaal georganiseerd via Jeugdhulpregio Foodvalley, hierna JeugdFV. Voor 2025 was voor de tweedelijns jeugdzorg een bedrag van € 35.022.000 begroot. Wat betreft tweedelijns jeugdzorg uitgaven is er een voordeel van € 705.000. Dit voordeel wordt niet veroorzaakt doordat in 2025 aanzienlijk minder zorguitgaven zijn gedaan voor de in dat jaar afgenomen zorg, maar hangt vooral samen met een incidentele teruggave van € 509.000. Deze teruggave heeft betrekking op voorgaande dienstjaren tot en met 2024. Zorgaanbieders hebben namelijk vijf jaar de mogelijkheid om kosten alsnog in rekening te brengen. Voor zover daarvan geen gebruik wordt gemaakt, vallen deze middelen terug aan de gemeenten. De definitieve cijfers van JeugdFV over 2025 laten een voordeel zien van € 60.000 ten opzichte van de begroting 2025. Het overige voordeel van de in totaal €705.000 wordt verklaard doordat de tweedelijnszorgkosten voor Oekraïense jeugd worden gedekt uit het budget dat de gemeente ontvangt voor de opvang van Oekraïense inwoners.

Daarnaast doen zich enkele overige incidentele voordelen voor. Het betreft € 75.000 aan in december ontvangen POK-middelen voor de proeftuin, € 167.000 voordeel op de zorgkosten van de William Schrikker Groep, € 61.000 voordeel op de eindafrekening van Veilig Thuis en € 31.000 voordeel op niet-gecontracteerd vervoer. 87

Deze afwijkingen zijn pas later bekend geworden en/of hebben betrekking op een eindafrekening. Hieronder is een totaaloverzicht van deze voordelen opgenomen.

Belangrijk om op te merken is dat het voordeel op de uitgaven voor de tweedelijns jeugdzorg in belangrijke mate incidenteel van aard is en daarom geen structureel positief beeld voor de komende jaren geeft. Daarnaast is gedurende 2025 bij de eerste en tweede bestuursrapportage 2025 het jeugdbudget incidenteel met in totaal € 3.300.000 is verhoogd. In de programmabegroting 2026–2029 is dit bedrag deels opgenomen als taakstelling binnen de gehele begroting en deels als risico. Voor 2026 en verder blijven de in de programmabegroting 2026-2029 opgenomen ontwikkelingen en risico’s ongewijzigd. Dit betekent dat het opgenomen risico voor de jeugdzorg van € 7.500.000 nog steeds een financieel risico voor de gemeente vormt. Toelichting ontwikkeling jeugdzorguitgaven 2025 ten opzichte van 2024 Ten opzichte van 2024 zijn de jeugdzorguitgaven gegroeid met € 3.760.000 (10,76%). Als gevolg van een indexatie (loon- en prijs) van € 1.780.000 (5,09%) en autonome ontwikkelingen van € 1.650.000 (4,72%). De calculatorische reserve bedraagt daarbij € 330.000 (0,94%). De autonome groei wordt gemeten door de toename/afname in aantallen cliënten en de toename van de intensiteit per traject. Hieronder geven wij per hoofd- en deelcategorie een toelichting op de tweedelijns jeugdzorg.

Dan is ook zichtbaar dat het over het algemeen gaat om een afname dan wel beperkte groei in aantal jeugdigen, maar met name om veelal een toename in intensiteit en indexaties. Ambulant We zien een groei van de kosten met 1,82 miljoen euro (9,36%) bij ambulant. Deze ontwikkeling komt door de volgende effecten: als gevolg van een toename van het aantal jeugdigen met (2,88%/ 57 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit van ambulante jeugdhulp met 0,77%. Er is sprake van een toename in het jeugdhulpgebruik ambulant die groter is dan de indexatie. Landelijk We zien een groei van de kosten met 0,29 miljoen euro (20,44%) bij landelijk. Deze ontwikkeling komt door een afname van het aantal jeugdigen met (-34,69% / -17 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit met 49,42%. Er is sprake van een sterke toename in het jeugdhulpgebruik landelijk t.o.v. vorig jaar, boven op de indexatie. Veiligheid We zien een groei van de kosten met 0,25 miljoen euro (16,19%) bij veiligheid. Deze ontwikkeling komt door een afname van het aantal jeugdigen met (-7,56% / -13 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit jeugdhulp met 18,04%. Er is sprake van een sterke toename in het jeugdhulpgebruik veiligheid t.o.v. vorig jaar, boven op de indexatie. Verblijf We zien een groei van de kosten met 0,92 miljoen euro (10,47%) bij verblijf.

Deze ontwikkeling komt door een afname van het aantal jeugdigen met (-8,02% / -17 jeugdigen), een indexatie van 5,71% en een groei van de intensiteit met 12,78%. Er is sprake van een sterke toename in het jeugdhulpgebruik verblijf t.o.v. vorig jaar, boven op de indexatie. 88

PGB Jeugd (voordeel € 30.000) Bij de decemberwijziging is op grond van de prognose van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een bedrag van € 273.000,- bijgeraamd voor 2025. Nu blijk dat dit € 30.000,- teveel is geweest. Dit is te verklaren door een daling in het aantal nieuw toegekende PGB’s en het beëindigen van een aantal PGB’s.” Coördinatie en beleid Jeugd (nadeel € 49.000) Dit onderdeel moet in samenhang worden bezien met het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd. Het budget staat op het taakveld Toegang en eerstelijnsvoorziening Jeugd (€ 56.000), terwijl de kosten op het andere taakveld zijn verantwoord. Onderwijsbeleid en leerlingzaken (voordeel € 251.000) Regionale Administratie Leerplicht (voordeel € 65.000) De baten voor de Regionale Administratie Leerplicht vallen in 2025 hoger uit dan begroot. Dit komt doordat de bijdragen van deelnemende gemeenten zijn gebaseerd op de werkelijke kosten van de uitvoering, die de afgelopen jaren sterker zijn gestegen dan de indexatie waarop de begroting was gebaseerd. Hierdoor ontstaat een positief verschil tussen de geraamde en gerealiseerde opbrengsten. Gezien het structurele karakter van de afwijking worden inkomsten en uitgaven bijgesteld in de eerstvolgende bestuursrapportage. Leerlingenvervoer (voordeel € 123.000) Op het leerlingenvervoer is een voordelig resultaat van € 123.000 gerealiseerd.

Dit voordeel wordt veroorzaakt door een afname van het aantal leerlingen dat gebruikmaakt van het leerlingenvervoer. Deze ontwikkeling hangt mogelijk samen met een groter lokaal passend onderwijsaanbod, waardoor leerlingen vaker dichter bij huis onderwijs kunnen volgen. Daarnaast wordt scherper getoetst op aanvragen en vaker gekeken naar passende, minder kostbare vervoersalternatieven, zoals fiets- of ov-vervoer. Medio 2026 wordt op basis van de nieuwe aanvragen beoordeeld of deze afname zich voortzet en of het budget structureel kan worden bijgesteld Peuterwerk (voordeel € 81.000) Op het budget peuterwerk is een voordelig resultaat van € 81.000 gerealiseerd. Dit voordeel is ontstaan door terugvorderingen die voortvloeien uit de subsidievaststellingen 2024, die medio 2025 hebben plaatsgevonden. Daarbij is gebleken dat minder gebruik is gemaakt van peuterplaatsen dan aanvankelijk door de peuterwerkinstellingen was aangevraagd. Overige afwijkingen (nadeel € 18.000) Overige verschillen (voordeel € 52.000) Reservemutaties Toevoegingen aan de reserves: nadeel € 444.000 In lijn met eerdere besluitvorming zijn de volgende toevoegingen aan de reserves, die afwijken van de begroting, verwerkt: • Een storting in de bestemmingsreserve meerjarige middelen van € 444.000 voor het onderhoud Lampegiet.

89

Programma 4: Burger en Bestuur Visie Veilig en leefbaar Veenendaal Veiligheid en leefbaarheid zijn blijvend belangrijke thema’s in Veenendaal. In lijn met het Integraal veiligheidsplan (IVP) is ook in 2025 ingezet op het voorkomen en bestrijden van criminaliteit en overlast. Ondermijning, digitale veiligheid en maatschappelijke onrust vormden daarbij de belangrijkste prioriteiten. Uitgangspunt is dat inwoners en ondernemers veilig kunnen wonen, werken en leven in Veenendaal en zich ook veilig voelen.

Thema I: Dienstverlening (extern) Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.a. De eerstelijns dienstverlening is klant-, service- en oplossingsgericht, waardoor er balans is tussen efficiënte inrichting en klantbeleving.

Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.a.1. Jaarlijks worden balie en telefonie gemeten op bereikbaarheid (telefonie, social media en website), toegankelijkheid (balie, o.a. openingstijden, werken op afspraak), middels een klanttevredenheidsonderzoek. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De aanbesteding voor het uitvoeren van klanttevredenheidsonderzoeken (KTO) en enquêtes voor het inwonerspanel is per 1 mei 2025 gegund aan een onderzoeksbureau. Door het organiseren van de extra Tweede Kamerverkiezingen (eind oktober 2025) zijn de voorbereidingen voor het KTO voor het KCC pas in december gestart. Eind eerste en vierde kwartaal 2026 staat het KTO gepland. Naast het in beeld brengen van de tevredenheid over de dienstverlening aan balie en telefonie van het KCC wordt ook de toegankelijkheid van de website, de chatbot en de bereikbaarheid van de organisatie in kaart gebracht. I.a.2. Signalen die voortkomen uit onderzoeken of rechtstreeks van klanten oppakken om de dienstverlening blijvend te optimaliseren. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Het Klantcontactcentrum (KCC) werkt continu aan het verbeteren van de dienstverlening. Inwoners, ondernemers en organisaties kunnen hun wensen en meldingen doorgeven via telefoon, balie of het webformulier “Vraag aan de gemeente”. Deze meldingen worden opgepakt en waar nodig en mogelijk zijn verbeteringen uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16946076/3