3.a2. Vaststelling bestemmingsplan IKC Franse Gat-bijlagen
Tekst van het document
Het effectief benutten van de onderwijscapaciteit was ook nodig om te komen tot een haalbare vernieuwingsagenda waarbij elke 2 jaar een nieuwe voorziening voor basisonderwijs zou kunnen worden gerealiseerd. De vervangende nieuwbouw en/of renovatie dragen ook bij aan het realiseren van de klimaatambities. Door de gefaseerde uitvoering worden de kosten gespreid en is er de mogelijkheid om in de toekomst te kunnen bijsturen. Onderwijskundig wordt gestreefd naar voorzieningen voor thuisnabij en passend onderwijs; opvang en onderwijs vindt zoveel mogelijk plaats in de eigen woonomgeving. Dit betekent ook dat de capaciteit zoveel mogelijk moet aansluiten bij de onderwijsbehoefte in de wijk/buurt met inachtneming van historische schoolkeuzen. In deze ambitie van thuisnabij en passend onderwijs neemt de IKC-vorming een belangrijke plaats in. Met inachtneming van het mede met de schoolbesturen vastgestelde IKC-beleid is het aan de betrokken schoolbesturen en kinderopvangorganisatie om vorm en inhoud te geven aan de IKCvorming. Wij streven er daarom naar om in beginsel geen solitaire voorzieningen meer te realiseren, maar alleen nog voorzieningen voor 0 – 12 jarigen. Een IKC is op dit moment geen formele taak van het Rijk, het vormen van een IKC op grond van artikel 23 Grondwet is in Veenendaal derhalve niet verplicht.
Tevens was/is er een common census dat voor de onderwijskundige en maatschappelijke opgaven een schaalsprong gewenst was; de noodzaak van stevige, kwalitatief eigentijdse en toekomstbestendige voorzieningen en samenwerking werd bestuurlijk onderschreven. De consequentie dat hierdoor meerdere scholen onder één dak zouden (kunnen) worden gehuisvest, was eveneens onderdeel van het vastgestelde beleid. Een integrale aansturing dan wel vergaande institutionele samenwerking is een keuze voor de betrokken instellingen. De instellingen zullen op basis van hun gezamenlijke ambities en doelstellingen de samenwerking vorm en inhoud moeten geven. Het IKC-beleid sluit aan bij de huisvestingsambitie om het aantal schoollocaties te verminderen. Andere belangrijke voorwaarden waren dat er enerzijds sprake zou zijn van een
13
adequate organisatie voor de bewaking van de IKC-ambitie en -doelstellingen en anderzijds dat deze ambities en doelstelling uitgewerkt waren in een samenwerkingsovereenkomst. Deze overeenkomst was en is randvoorwaarde voor gemeentelijke investeringen in de vernieuwing van de huisvesting. Eerst een visie op samenwerking tussen de partners, daarna de huisvesting. De volledige onderwijsambitie is vertaald in het IKC-beleid, deze is opgenomen in bijlage 1. Op basis van deze ambities is er destijds in het IHP 2015 – 2020 een uitvoeringsagenda opgesteld. Voor het verminderen van het aantal schoollocaties zijn de scholen die participeren in een wijk / buurt samengevoegd op één locatie. Aan de combinatie van scholen lag geen onderwijsinhoudelijke ambitie ten grondslag. In het kader van de integrale samenwerking zijn wellicht andere combinaties voor de IKC-projecten mogelijk. Daarnaast heeft er in de loop van de jaren een verplaatsing van de onderwijsbehoefte plaatsgevonden. Met de herijking staat de onderwijsinhoudelijke ambitie centraal. Hierin streven wij naar thuisnabij onderwijs, waardoor er ook een verplaatsing van de onderwijscapaciteit zal moeten plaatsvinden. Ook is de positie van het speciaal (basis)onderwijs ten opzichte van het reguliere onderwijs verder uitgewerkt. Dit samen heeft tot een herziene onderstaande uitvoeringsagenda geleid.
14
Planning
Locatie
Scholen
2022
IKC Franse Gat
Patrimoniumschool School Juul
2023
IKC Dragonder-Noord Het Erf
1.513 + 1.513
2024
IKC Dragonder-Zuid
De Windroos Dr. C.P. van Leersumschool De Plantage Tamim
1.000 915 768 563 + 3.246
2026
Joh. Calvijnschool
Johannes Calvijnschool
2.871 + 2.871
2030
IKC Molenbrug
School Alex Beatrixschool
794 628 + 1.421
2032
IKC Het Baken
Het Baken I Het Baken II
945 1.754 + 2.699
2034
IKC Engelenburg
Engelenburgschool Mozaïek Bongerd
1.003 1.292 + 2.295
2034
IKC Oudeveen
De Grondtoon De Schakel
1.131 1.055 + 2.186
BVO (m²) 1.432 1.006 + 2.438
15
6
ACTUALISEREN PARAMETERS IHP
Het huidige IHP, inclusief de uitvoeringsagenda met een doorlooptijd tot 2030, is 5 jaar geleden opgesteld. Externe en interne (economische en financiële) factoren vragen om geactualiseerde parameters en een nieuwe doorberekende raming voor de herziene uitvoeringsagenda. De parameters die gehanteerd zijn voor de raming van de herziene uitvoeringsagenda wijken af van de technische richtlijnen zoals deze zijn vastgesteld voor de begroting 2021-2024. Hier is voor gekozen omdat de herziene uitvoeringsagenda een lange termijnraming tot 2034 kent. De technische richtlijnen worden vastgesteld voor een periode van 4 jaar en worden jaarlijks bij de start van de nieuwe begrotingscyclus opgesteld. 6.1
Bouwkosten
In het IHP 2015-2020 is afgesproken dat de gemeente niet de bouwkosten vergoed, maar slechts de VNG-normbedragen. Het resterende deel zal door de schoolbesturen aangevuld moeten worden. Dit is ook vastgelegd in de gemeentelijke Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs (VVHO). Deze is in dezelfde raadsvergadering als het IHP vastgesteld. In de Kadernota 2018-2021 (3 juli 2017) is echter besloten om niet alleen de normbedragen te vergoeden, maar alle kosten die nodig zijn om aan het vigerende Bouwbesluit te voldoen. De financiële consequentie voor het IHP zijn destijds niet doorgerekend, maar alleen toegepast op de op dat moment aan de orde zijnde projecten. Daarnaast is er sprake van een overspannen bouwmarkt, waardoor de kosten enorm gestegen zijn. In de onderstaande grafiek is het verloop in de afgelopen jaren van de normbedragen en de werkelijke kosten inzichtelijk gemaakt. Hierin is te zien dat door het vergoeden van de werkelijke kosten in plaats van de normbedragen de kosten voor het IHP met 42 % stijgen.
6.2
Index
Voor de prijsindexering zijn we niet uitgegaan van een prijsstijging van 1,5% uit de technische richtlijnen voor de begroting 2021-2024. Dit omdat de indexering van de prijsontwikkeling in de technische richtlijnen gebaseerd is op de korte termijn, namelijk het Bruto Binnenlands Product uit de korte termijnraming van het CEP. Voor de herziene uitvoeringsagenda in het nieuwe IHP is een lange termijnraming met een looptijd tot 2034 opgesteld. Er is op basis van een langjarig gemiddelde gerekend met een prijsindexering van 2% per jaar. Ondanks de sterke stijging van de bouwkosten de 16
afgelopen jaren is het niet de verwachting dat de prijsindexering waarmee we nu rekenen in het IHP hierop aangepast moet worden. 6.3
Rente
In het IHP 2015-2020 is de bestaande onderwijsportefeuille met een rentepercentage van 1,78% en de toekomstige projecten met een rentepercentage van 3% doorgerekend. Dit was overeenkomstig de toenmalige Programmabegroting. Het IHP geeft een langjarig toekomstperspectief voor de onderwijshuisvesting, een belangrijke component van de onderwijslasten is de rente. Het is onwenselijk om te veel schommelingen in de rente en daarmee het toekomstperspectief te hebben. Het voorspellen van het renteverloop in de toekomst is lastig. Om toch een reëel beeld voor de lange termijn rente te schetsen, volgen wij het beleid van de Europese Centrale Bank. Daarom hanteren wij nu in onze lange termijnraming voor zowel de bestaande onderwijsportefeuille als de toekomstige projecten een rentepercentage van 2 %. Voor de toekomstig projecten is dit een verlaging, maar voor de bestaande investering betekent dit is een verhoging ten opzichte van het uitgangspunt van het IHP 2015-2020. In het IHP 2015-2020 is gerekend met de werkelijke omslagrente (die jaarlijks bijgesteld kan worden), terwijl er nu een theoretisch kaders gesteld wordt, zodat er in de toekomst naar verwachting minder hoge afwijkingen ten opzicht van de raming ontstaan. In de begroting 2021-2024 wordt op basis van de BBV regels gerekend met een gemiddeld rentepercentage (omslagrente) van 0,9% voor de huidige en voorgenomen investeringen.
17
7
TOTALE (INTEGRALE) PROJECTKOSTEN
Op 28 mei 2015 is het integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP 2015-2020) door de raad vastgesteld. Het plan omvatte de beleidsmatige ambities voor alleen de onderwijsvoorzieningen. Het IHP was daarmee een vertaling van de gemeentelijke zorgplicht voor de onderwijshuisvesting. Op 22 november 2018 zijn de investeringsbudgetaanvragen voor de eerste twee projecten (IKC West en CLV Gebouw A) in de raad behandeld. De investeringsbudgetaanvragen geven de totale projectkosten weer en niets slechts de kosten van de onderwijsruimte zoals in het IHP 2015-2020 is opgenomen. Dit omdat onderwijs niet op zichzelf staat, maar onderdeel uitmaakt van een groter geheel (Integraal Kindcentrum en de openbare buitenruimte). In het vorige IHP is dat niet gedaan, omdat veelal de locaties en de omvang nog niet bekend is. Om toch een beeld te krijgen van de verwachte kosten, wordt in dit hoofdstuk de herijking van het IHP aangevuld met alle projectkosten. Er zijn hier aannames gedaan voor: • Locatiekeuzes • Vervangende nieuwbouw • Omvang kindgerelateerde functies • Maatregelen (openbare) buitenruimte • Opbrengsten vrijkomende locaties De definitieve uitgangspunten worden bepaald bij de start van de projecten in de initiatieffase. Hierbij worden ook alternatieve mogelijkheden voor locatiekeuze en renovatie onderzocht. De uitkomsten worden vertaald in een samenwerkingsovereenkomst.
Op basis hiervan wordt er een investeringsbudgetaanvraag aan de raad voorgelegd. 7.1
Kindgerelateerde functies (IKC- / Accommodatiebeleid)
In het IHP streven wij voor het primair onderwijs enerzijds naar een verregaande inhoudelijk samenwerking tussen basisonderwijs en kinderopvang door het realiseren van Integrale Kindcentra (IKC’s), dit is vastgesteld in het IKC-beleid. Anderzijds willen wij een efficiënte inzet van de vastgoedportefeuille, dit is vertaald in het accommodatiebeleid. Dit betekent dat er naast onderwijs ruimte geboden kan worden voor de volgende functies: • Kinderopvang • Sport • Welzijn • Jeugdzorg (CJG) • Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs Er zijn kernpartners die met een aantal m² in het IKC zitten. Een deel van deze functies komt ook voort uit het op 18 mei 2017 vastgestelde accommodatiebeleid of is noodzakelijk om een IKC te kunnen vormen. Voor deze functies geldt dat er een kostprijsdekkend huurtarief gerekend wordt. Dit betekent dat de initiële investering weliswaar bij de gemeente ligt, maar de investering gefinancierd wordt door een kostendekkende huurvergoeding. In die zin is sprake van een budgettair neutrale investering. De functies sport en welzijn worden door de gemeente gesubsidieerd. Het wijzigen van huisvesting kan een wijziging in huisvestingssubsidie betekenen. In de bijlage 2 zijn per project de totale kosten in beeld gebracht. Daarnaast kunnen naast deze kernpartners ook consultatiebureaus, bibliotheek, sport, jeugdhulp en CJG onderdeel zijn van het IKC.
Deze functies participeren in meerdere of mindere mate in een IKC; een en ander afhankelijk van de vraagstukken en/of problematieken van een betreffend IKC of wijk. Deze functies kunnen ook naar behoefte worden ingeschakeld.
18
7.2
Duurzaamheid en klimaat
In 2017 is het Programmaplan Energieneutraal Veenendaal in 2035 vastgesteld. Hierin wordt gestreefd om alle nieuwe overheidsgebouwen vanaf 2019 energieneutraal te bouwen. Juridisch gezien vallen scholen hier niet onder, omdat het juridisch eigendom van de schoolgebouwen bij de schoolbesturen ligt. De schoolgebouwen worden echter volledig met gemeentelijke middelen bekostigd, daarom willen wij voor schoolgebouwen bij deze ambitie aansluiten. Dit gaat verder dan de wettelijke normen (bouwbesluit), deze stellen vanaf 1 juli 2020 een bijna energieneutraal gebouw (BENG) als eis. De meerkosten voor energieneutrale gebouwen bedragen circa 11 %. Deze meerkosten worden vanwege de (grotendeels) wettelijke verplichting, in tegenstelling met het IHP 2015-2020, door de gemeente bekostigd. Met de schoolbesturen is wel een alternatieve bijdrage aan het IHP overeengekomen (zie hoofdstuk 8). 7.3
(Openbare) buitenruimte
In het IHP is opgenomen dat er een herschikking van de portefeuille plaatsvindt. Het aantal schoollocaties wordt verminderd. Deze herschikking geldt alleen voor het basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Voor het voortgezet onderwijs blijven de vier locaties gehandhaafd. Door het herschikken en het toevoegen van kindgerelateerde functies (paragraaf 7.1.) worden de overblijvende locaties intensiever benut, hiervoor moeten er maatregelen getroffen worden om deze ontwikkeling mogelijk te maken. De aanvullende maatregelen zijn: • Bestemmingsplanprocedure • Aanpassen openbare ruimte: o Infrastructuur o Groenvoorziening o Parkeervoorziening • Sloop bestaande opstallen (geldt ook voor voortgezet onderwijs) • Voorbereidingskosten / plankosten De kosten voor de (openbare) buitenruimte worden gedekt uit de verkoop van de vrijkomende locaties. Voor de komende 4 projecten zijn er indicatieve ramingen opgesteld. De kosten voor de aanpassingen van de (openbare) buitenruimte bedragen gemiddeld circa € 350.000,- per locatie. Wij streven er naar om, in lijn met het raadsprogramma, de schoolpleinen openbaar toegankelijk te maken. In het gunstigste geval hoeft er daardoor geen BTW gerekend te worden. Mogelijk zal er toch deels BTW gerekend moeten worden. De kosten daarvan bedragen maximaal € 75.000,- per locatie. Het totaal per locatie komt daarmee op € 425.000,-.
De planprocedure, sloop en urenbesteding zijn in mindering gebracht bij de opbrengsten van de vrijkomende locaties. Uit de opbrengsten zoals in de volgende paragraaf uitgewerkt is, blijkt dat de opbrengsten hoger zijn dan de aanvullende maatregelen. Hiervoor is voorzichtigheid geboden, omdat de kosten voor de (openbare) buitenruimte sterk afhankelijk zijn van de locatiekeuze en de benodigde aanpassingen aan de infrastructuur. 7.4
Opbrengsten vrijkomende locaties
De opbrengst van de vrijkomende locaties wordt benut voor de aanpassingen in de (openbare) buitenruimte. Dit betreft niet alleen de vrijkomende onderwijslocaties, maar ook de vrijkomende vastgoedlocaties, die toegevoegd worden ten behoeve van de IKC-vorming (zoals welzijns- en sportlocaties). Deze staan vermeldt in het vastgestelde accommodatiebeleid. Op dit moment is nog niet exact te bepalen welke locaties er vrijvallen en welke benut worden. Om de opbrengsten toch goed in te schatten, maken wij gebruik van kengetallen: 19
• • • • • • •
Terreinoppervlakte IKC: 3.500 m² Tenminste 2 bouwlagen 55% van de vrijkomende locatie is uitgeefbaar, de rest is nodig voor aanpassingen infrastructuur, groen, water e.d. Verkoopprijs: € 375,- per m² 15% van de opbrengsten is nodig voor de planprocedure € 50.000,- planprocedure onderwijslocaties De voorbereidingskosten (VAT) bedragen 21%
In onderstaande tabel is op basis van deze uitgangspunten een indicatieve berekening gemaakt van de opbrengsten.
20
Sloop huidige opstallen
Opbrengsten € 71,54 €
BVO IKC West
IKC Franse Gat
IKC Dragonder-Noord IKC Dragonder-Zuid
Joh. Calvijnschool IKC Molenbrug
IKC Het Baken
IKC Engelenburg
IKC Oudeveen
IKC 't Hoorntje Steenblokschool Aan de Basis
De Ceder
IKC Dragonder-Oost Rehobothschool IKC Petenbos
Appelvink 1 Langelaar 20 't Kofschip 6 Boerenzwaluw 19 Stormzwaluw 25 Gerard Terborchstraat 21 Patrimoniumlaan 1 Dr. Colijnstraat 70 Karel Fabritiusstraat 3 Patrimoniumlaan 128 Ronde Erf 2 Ronde Erf 6 Willem Barentszstraat 70 Zoete Inval 8 Zuiderkruis 740 Zuiderkruis 742 Zuiderkruis 744 Pollux 4 Geerseweg 2 Duivenwal-West 301 Prins Willem-Alexanderpark 600 Prins Willem-Alexanderpark 602 Zonnebloemstraat 1 Molenstraat 2A De Reede 71 't Kofschip 2 't Kofschip 4 De Reede 65 De Bongerd 3 De Fuikenweide 1 De Sterke Arm 2A De Sterke Arm 4 Langelaar 22 Langelaar 24 Oudeveen 230-232 Componistensingel 26 Vendelseweg 30 Zoete Inval 10 Zoete Inval 10A Duivenwal-West 300 Duivenwal-West 301 Trommelaar 63 Larikslaan 1A Boslaan 32A Larikslaan 1B Ruiterijweg 1 Koninginnelaan 46 Gouveneurslaan 18 Margaretha Turnorlaan 5 Margaretha Turnorlaan 7 Goudmos 1
Sloopkosten
760 1.110 670 € 631 € 760 € 1.110 € 670 € 631 € 885 2.000 € 1.273 624 € 1.297 € 2.541 € 199 € 460 € 698 € 1.760 € 1.818 € 777 € 1.302 € 335 € 266 € 2.039 € 1.222 € 440 € 329 926 € 1.118 € 884 € 0 € 445 € 1.950 € 504 € 1.387 € 1.152 € 2.417 € 447 € 904 € 991 € 613 € 1.966 € 320 € 476 € 2.426 € 3.218 € 448 € 2.221 € 1.074 € 425 €
50.000 47.500 55.000 80.000 50.000 47.500 145.000 45.000 95.000 182.500 15.000 35.000 50.000 127.500 132.500 57.500 95.000 25.000 20.000 147.500 87.500 32.500 67.500 80.000 65.000 32.500 140.000 37.500 100.000 82.500 175.000 32.500 65.000 72.500 45.000 142.500 25.000 35.000 175.000 232.500 32.500 160.000 77.500 32.500
Perceel
Eigen gebruik
3.441 3.130 4.710 2.713 3.042 2.184 2.711 2.736 5.272 2.170 5.805 2.760 1.785 3.760 6.168 400 1.346 2.520 4.565 3.916 2.320 3.725 1.240 642 5.786 3.928 1.585 443 3.063 3.600 1.711 982 1.025 5.735 1.732 2.820 3.880 4.160 905 2.380 888 1.550 4.197 1.100 625 4.452 5.475 1.054 5.000 1.850 1.550
0 0 0 2.713 3.042 0 0 0 5.272 0 3.500 0 0 0 3.500 0 0 0 0 3.500 0 3.500 0 0 3.500 0 0 0 0 3.500 0 0 0 3.500 0 0 3.500 3.500 0 3.500 0 0 3.500 0 0 3.500 3.500 0 3.500 0 0
Verkoop
3.500 55% 375
Opbrengsten
3.441 € 3.130 € 4.710 € 0 € 0 € 2.184 € 2.711 € 2.736 € 0 € 0 € 2.305 € 0 € 0 € 3.760 € 2.668 € 0 € 1.346 € 2.520 € 4.565 € 416 € 2.320 € 225 € 1.240 € 0 € 2.286 € 3.928 € 1.585 € 443 € 3.063 € 0 € 1.711 € 982 € 1.025 € 2.235 € 1.732 € 2.820 € 0 € 660 € 905 € -1.120 € 888 € 1.550 € 697 € 1.100 € 625 € 0 € 1.975 € 1.054 € 1.500 € 1.850 € 1.550 €
502.350 * 937.500 * 937.500 * 450.000 560.000 565.000 625.000 * 475.000 1.875.000 * 775.000 550.000 280.000 520.000 940.000 85.000 480.000 45.000 255.000 470.000 810.000 325.000 150.000 * 630.000 355.000 205.000 210.000 460.000 312.500 * 580.000 135.000 185.000 -230.000 185.000 320.000 145.000 225.000 130.000 405.000 215.000 310.000 380.000 320.000
* = reeds verkocht €
Opbrengsten Plankosten verkooplocaties (15%) Sloopkosten VAT-kosten (21%) over sloopkosten
€ € € €
18.090.000 -2.713.500 -3.530.000 -741.300
Subtotaal
€
11.105.200
Opbrengst per onderwijsloactie (16) Plankosten onderwijslocaties VAT-kosten (21%)
€ € €
694.075 -50.000 -111.782
Resterend voor terreinkosten
€
532.293
3.530.000
€
18.090.000
21
In de opbrengsten is rekening gehouden met een indicatieve verkoopprijs. De verkoopprijs kan per locatie sterk verschillen. Ook de voorwaarden voor verkoop zijn sterk bepalend. Er kunnen namelijk vanwege andere beleidsterreinen beperkingen aan de verkoop opgelegd worden, denk hierbij aan: • Bouwhoogte • Aanvullende duurzaamheidambities • Groen / klimaatadaptatie • Parkeren • Specifieke doelgroepen • Stedenbouwkundige inpassing / bestemmingsplanwijziging Uitgaande van deze ambities, moeten vooraf de consequenties hiervan op de verkoopprijs in beeld gebracht worden. Hierover moet expliciet besluitvorming plaatsvinden. Daarnaast kan het zijn dat er locaties nodig zijn voor gemeentelijke beleidsdoelstellingen en niet verkocht gaan worden, denk hierbij aan bijvoorbeeld klimaatadaptatie of de energietransitie. Vanuit deze beleidsterreinen zal dan het opbrengstpotentieel bekostigd moeten worden. De berekening laat zien dat de opbrengst van de vrijkomende locaties hoger is, dan de in paragraaf 7.3 genoemde kosten voor de aanleg van de (openbare) buitenruimte. Zoals al eerder opgemerkt zijn er onzekerheden voor zowel de kosten als de opbrengsten. Op de vrijkomende locaties zal bij verkoop of sloop nog een boekwaarde rusten. Conform de begrotingsregels (BBV) zal de boekwaarde op het moment van verkoop of sloop direct afgeboekt moeten worden.
Hiermee zijn er in enig boekjaar extra incidentele kosten gemoeid (zie bijlage 3), die dan gedekt moeten worden uit de algemene reserve. Hiertegenover staan echter wel de begrote structurele kapitaallasten (rente en afschrijving), die dan vrijvallen ten gunste van de algemene reserve. Voorgesteld wordt om de kosten voor de (openbare) buitenruimte te dekken uit de algemene reserve. De opbrengsten uit de verkoop van de vrijkomende loactie komen ten gunste van de algemene reserve. Het kan echter zijn dat eerst de nieuwe huisvesting gerealiseerd zijn, voordat de vrijkomende locaties verkocht kunnen worden. De kosten lopen daarmee voor op de inkomsten. Het kan zijn dat in deze overbruggingsperiode er in enig boekjaar wel kosten (voor de openbare buitenruimte) zijn, maar nog geen inkomsten (opbrengsten vrijkomende locaties). Een aantal locaties is reeds verkocht. Hiervan is de werkelijke verkoopprijs opgenomen in het overzicht. Bij alle verkochte locaties lag de werkelijke verkoopprijs boven de indicatieve verkoopprijs. Het betreft de volgende locaties: • Appelvink 1 • Langelaar 20 • ’t Kofschip 6 • Patrimoniumlaan 128 • Ronde Erf 6 • Oudeveen 230-232 • De Reede 65 7.5
Bovenwettelijke eisen
Het uitgangspunt blijft ‘sober en doelmatig’. Er zijn twee aanvullende zaken, waarover vastgesteld beleid is: • Energieneutraal (dit is al verder uitgewerkt in paragraaf 7.2) • Toepassen Beeldende Kunst, op 20 december 2012 is verordening voor de 1%-regeling vastgesteld
22
Voor het uitgangspunt ‘sober en doelmatig’ hanteren wij het onderstaande kwaliteitskader: Kosten
PvE-basis
Wet- en regelgeving Kosten Sober & Doelmatig gebouw o.b.v. wettelijk minimum (conform eisen 01-01-2020) Gasloos Terreinkosten
€ 1.852 € € 80 € € -60 €
Duurzaamheid en Klimaat ENG-school Vergroten kierdichtheid gevel (qv;10 ≤ 0,25 dm³/s.m²) Vergroten isolatiewaarden gevel (Rc = 6,0 m²K/W) Vergroten isolatiewaarden dak (Rc = 8,0 m²K/W) Triple beglazing (i.p.v. HR++ glas) Groen gevel Groen dak
€ € € € € € €
155 € € € € € 110 44
€ € €
Locatiegebonden kosten Marsh eisen (gemeentelijke eisen) Standaard Kwaliteitsadvies HEVO Kwaliteitskader Huisvesting (excl. additionele zaken) Toeslag ambitieniveau voor onderwijskundige visie (leerpleinen) en/of esthetische kwaliteit e.d.: 0 = sober&doelmatig, 1 = laag, 2 = midden, 3 = hoog Toepassen kunst Frisse Scholen Energie Lucht Temperatuur Licht Geluid
Keuze V V V
155 € €
-
V V V V V X X
27 115 532
€ € €
-
X X X
€ €
-
0 18 V
€ € € € €
-
11 1 10 5
A 11 B 1 C 10 C 5 C
Klasse
1 €
35
2 €
125
3 € €
200 18
Klasse Klasse Klasse Klasse Klasse
A € A € A € A € A €
110 112 161 60
B € B € B € B € B €
-
C € C € C € C € C €
-
11 76 118 26
PvE-aanvullend 1.852 80 -60
€
-
Exploitatiegericht bouwen Toepassing aluminium kozijnen (i.p.v. hout) Onderhoudsarme vloerafwerking (vinyl i.p.v. marmoleum) Onderhoudsarme wandafwerking (scanbehang met coating i.p.v. spuitwerk)
€ € €
6 20 38
€ € €
-
X X X
Vergroten kwaliteit Flexibel gebouw (geen dragende wanden) Vergroten zichtlijnen binnen (meer transparantie binnenwanden/-openingen, van 12% naar 18%) Verplaatsbare paneelwanden (50 m²) Elektrisch (centraal) bedienbare zonwering
€ € € €
78 29 21
€ € € €
-
X X X V
* o.b.v. HEVO-kostenconfigurator (prijspeil 01-01-2020)
€
2.027 €
45
Dit betekent echter niet dat er geen hogere kwaliteit gerealiseerd kan worden, maar dit is een keuze van het schoolbestuur. De eventuele meerkosten zijn dan ook voor de schoolbesturen. Tevens kan het consequenties hebben voor de kindgerelateerde functies, waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Hiervoor moet er een heldere afweging gemaakt worden tussen de gevolgen voor de kostprijsdekkende huur en de marktconformiteit of huisvestingssubsidie. 7.6
Tijdelijke huisvesting
Met de schoolbesturen is afgesproken dat wanneer tijdelijke huisvesting noodzakelijk is, deze door middel van medegebruik van leegstand bij de overige scholen ingevuld wordt. Dit is conform de huidige verordening. Er zijn hier geen extra kosten mee gemoeid. De verwachting is dat tijdelijke huisvesting voor de komende projecten ingevuld kan worden door medegebruik of inzet van reeds vrijkomende locaties. De definitieve uitgangspunten worden echter bepaald bij de start van de projecten in de initiatieffase. Hierbij worden ook alternatieve mogelijkheden voor locatiekeuze en renovatie onderzocht. Dit kan leiden tot andere uitkomsten. Op basis hiervan wordt er een investeringsbudgetaanvraag aan de raad voorgelegd. Voor het CLV was hiervoor een uitzondering gemaakt omdat sprake is van tijdelijke huisvesting voor meer dan 1.000 leerlingen. Gebruikmaking van de leegstand elders zou een enorme onderwijskundige en organisatorische versnippering betekenen.
23
8
FINANCIEEL
In het IHP 2015 -2020 is toegezegd dat de voorgestelde uitvoeringsagenda binnen de geïndexeerde lasten van 2016 uitgevoerd kan worden. Deze belofte is in de onderstaande afbeelding aangegeven als de ‘beloftelijn’ (groene stippellijn). Hierin is ook het verwachte lastenverloop van de onderwijsportefeuille voor de periode 2016-2030 in het IHP weergegeven.
8.1
Correctie beloftelijn
In het IHP 2015-2020 is de beloftelijn gebaseerd op de werkelijke kosten van de huidige portefeuille in 2016. In de achterliggende beleidsperiode zijn er zaken gewijzigd door onder andere besluitvorming door de raad, waardoor om een goede vergelijking te kunnen maken de beloftelijn is bijgesteld: • In de jaarrekening van 2019 zijn de afschrijvingstermijnen van activa op onderdelen (en met terugwerkende kracht) aangepast en geüniformeerd op basis van het nieuwe activabeleid. Dit betekent voor de onderwijshuisvesting dat onderdelen afgeboekt of versneld afgeschreven zijn. De lasten voor de onderwijshuisvesting waren daardoor in 2019 eenmalig (erg) hoog. De lasten van de huidige portefeuille nemen daardoor voor de komende jaren af. De beloftelijn wordt daarom ook naar beneden bijgesteld. • In hoofdstuk 6 is aangegeven, dat de huidige portefeuille niet langer doorgerekend wordt op de werkelijke kosten, maar op een (hoger) theoretisch rentepercentage. De beloftelijn schuift door het hogere rentepercentage omhoog. • Voor de in aanbouw zijnde projecten, IKC West en het CLV, zijn in de samenwerkingsovereenkomst afspraken gemaakt voor een bijdrage in een (bijna) energieneutraal gebouw. Deze bijdragen worden toegevoegd aan de beloftelijn.
24
•
8.2
Met de behandeling van de 2e fase ontmoetingshuis in de raad is een amendement aangenomen om de onderwijshuisvestingslasten structureel met € 12.500,- te verhogen. Deze bijdrage wordt toegevoegd aan de beloftelijn. Nieuwe lange termijnraming
Op basis van de herziene uitvoeringsagenda en de nieuwe inzichten uit hoofdstuk 6 is is een nieuwe lange termijnraming opgesteld. Hierbij zijn we net als in het vorige IHP uitgegaan van alleen de kosten voor de onderwijsruimte (inclusief de energieneutraal en de bovenwettelijke eisen). De overige projectkosten zijn uitgewerkt in hoofdstuk 7 en worden op een andere wijze gedekt. Dit betreft: • Middelen voor kindgerelateerde functies, deze worden gedekt uit de kostprijsdekkende huur. • Middelen voor de (Openbare) buitenruimte, deze worden gedekt uit de opbrengsten van de vrijkomende locaties. • Middelen voor tijdelijke huisvesting, uitgangspunt is dat tijdelijke huisvesting in de leegstand opgevangen wordt. Het gewijzigde lastenverloop voor de periode 2020-2034 is weergegeven in de onderstaande grafiek:
25
Hierbij zien wij dat de gemiddelde overschrijding per jaar ten opzichte van de beloftelijn ruim € 135.000,- bedraagt. Dit betekent dat de kosten naar beneden moeten of dat er binnen het taakveld Onderwijshuisvesting (taakveld 4.2) extra inkomsten moeten worden gegenereerd. In overleg met de schoolbesturen hebben wij onderzocht welke mogelijkheden er zijn om extra inkomsten te realiseren. Dit zal op twee manieren plaatsvinden, enerzijds door overdracht van inkomsten uit verhuur en anderzijds door overdracht van middelen uit uitgesteld onderhoud. 8.3
Verhuur t.b.v. kinderopvang
Wij streven naar IKC-vorming, waarbij er vormgegeven wordt aan een doorlopende leer- en ontwikkellijn voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Deze IKC-vorming willen wij niet voorbehouden aan de nieuwe locaties, ook bij de huidige locaties willen wij dit stimuleren. Een belangrijke voorwaarde is hierbij de aanwezigheid van een kinderopvangorganisatie. Op dit moment worden er door de schoolbesturen onderwijsruimten verhuurd aan de kinderopvangorganisatie. Keerzijde is echter dat als de school groeit (of een andere school waarvoor medegebruik gezocht moet worden) het huurcontract direct beëindigd wordt. Hierdoor heeft de kinderopvang geen zekerheid en is de continuïteit niet gewaarborgd. Het voorstel is om de reeds verhuurde ruimte aan de kinderopvang te onttrekken uit de onderwijsbestemming. Dit past binnen de ambitie om de leegstand terug te dringen. Omdat deze ruimte niet langer bestemd is voor onderwijs (en daarvoor ook niet meer ingezet kan worden), zijn de inkomsten niet langer voor de schoolbesturen, maar voor de gemeente. Wij stellen een huurtarief vast van € 60,- per m² per jaar (prijspeil 2020). Dit huurtarief wordt jaarlijks geïndexeerd. De capaciteit wordt op 115 m² per lokaal gesteld. Naast het huurtarief maakt het schoolbestuur afspraken met de huurder voor een exploitatievergoeding t.b.v. energielasten, schoonmaak en onderhoud.
Deze exploitatievergoeding is voor het schoolbestuur. De consequentie kan zijn dat kinderopvangorganisaties meer moeten gaan betalen, waardoor zij de huurovereenkomst beëindigen. Het risico is echter klein, omdat de huur nog altijd lager is dan wat in de markt gebruikelijk is. Indien deze maatregel leidt tot een beleidsmatig ongewenste situatie dat er bijvoorbeeld geen aanbod meer zal zijn van kinderopvang in kwetsbare wijken, zal nader overleg plaatsvinden. De maatregel gaat in per 1 januari 2021. Bijkomend effect is dat de capaciteit afneemt, waardoor de leegstand teruggedrongen wordt. Dit is ook één van de huisvestingsambities. Het gaat om de volgende locaties: KDV Montessori Kinderopvang Veenendaal KC het Kasteel Kinderdagverblijf de Schakel De Kleine Prins KDV KC Prinses Amalia KC 't Erf Sesamstraat Mozaïek Chr. kinderopvang Luna's Peuterwijs, locatie Rehoboth
8.4
Locatie Ontwikkeling Jaar m² Aan de Basis Aan de Basis 2040 De Burcht IKC Petenbos 2044 De Schakel IKC Oudeveen 2034 Engelenburgschool IKC Engelenburg 2034 Beatrixschool IKC Molenbrug 2030 Het Erf IKC Dragonder-Noord 2022 Mozaïek Bongerd IKC Engelenburg 2034 Mozaïek Petenbos IKC Petenbos 2044 Rehobothschool Rehobothschool 2046
230 230 345 115 230 115 115 115 115
Achterstallig onderhoud huidige locaties
Op basis van de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs (VVHO; artikel 28) kan er bij het verlaten van de huidige locatie een technische staat van oplevering opgesteld worden. Het achterstallig onderhoud wordt alsnog uitgevoerd of afgerekend met de gemeente. De 26
schoolbesturen kunnen onderhoud in de laatste periode voor de vervangende nieuwbouw of renovatie achterwege laten. Voor alle projecten die op de uitvoeringsagenda staan komt ter zijne tijd een investeringsbudgetaanvraag bij de raad. Tussen de investeringsbudgetaanvraag en het gereedkomen van de nieuwe locatie zit een periode van ongeveer 2 jaar. In deze periode kunnen de schoolbesturen het onderhoud fors terugdringen dan wel nalaten. Hiervoor dient wel rekening gehouden worden met de veiligheidsvoorschriften en de toekomstverwachting van de locatie. Hierover kunnen in de samenwerkingsovereenkomst afspraken gemaakt worden. Met de schoolbesturen is afgesproken om geen oplevering uit te voeren, maar om het achterstallig onderhoud generiek vast te stellen op 2 jaar lang 50 % besparen op de vergoeding die voor het onderhoud ontvangen wordt. Dit voorstel is ook getoetst op rechtmatigheid. De uitkomst van deze toetsing is positief, omdat het niet gaat om een investering in het project, maar om het nakomen van een contractuele afspraak die in de verordening is vastgelegd. Het bedrag wordt afgerekend in het jaar dat de raad het krediet van de locatie beschikbaar stelt. Overigens heeft de minister van OCenW recent (juli 2020) aangegeven de voorstellen van de VNG, PO-raad en VO-raad inzake de onderwijshuisvesting over te nemen en om te zetten in wet- en regelgeving.
Een van de voorstellen betreft het opheffen van het investeringsverbod in onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs. Na wijziging van de wet- en regelgeving ontstaan er derhalve aanvullende mogelijkheden voor investeringen in de huisvesting door de schoolbesturen. 8.5
Financiële Consequenties
In de onderstaande tabel zijn de overschrijdingen van het IHP en de dekking door de schoolbesturen inzichtelijk gemaakt. Hierin is te zien dat de onderwijshuisvestingslasten met de inkomsten vanuit verhuur aan kinderopvang in de bestaande schoollocaties en de bijdrage uit achterstallig onderhoud van de schoolbesturen voor de periode 2020-2034 gemiddeld onder de toegezegde beloftelijn blijft. 2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2031
2032
2033
2034
€
-235.632 €
335.791 €
258.633 €
340.812 €
368.107 €
538.796 €
396.098 €
496.270 €
330.617 €
149.621 €
8.566 €
-20.988 €
-348.728 €
-225.172 €
-360.259 € 2.032.531
€ € € € € € € € €
-
€ € € € € € € € €
14.076 14.076 21.114 7.038 14.076 7.038 7.038 7.038 7.038
€ € € € € € € € €
14.358 14.358 21.536 7.179 14.358 7.179 7.179 7.179 7.179
€ € € € € € € € €
14.645 14.645 21.967 7.322 14.645 7.322 7.322 7.322
€ € € € € € € € €
14.938 14.938 22.406 7.469 14.938 7.469 7.469 7.469
€ € € € € € € € €
15.236 € 15.236 € 22.854 € 7.618 € 15.236 € € 7.618 € 7.618 € 7.618 €
15.541 15.541 23.312 7.771 15.541 7.771 7.771 7.771
€ € € € € € € € €
15.852 € 15.852 € 23.778 € 7.926 € 15.852 € € 7.926 € 7.926 € 7.926 €
16.169 16.169 24.253 8.084 16.169 8.084 8.084 8.084
€ € € € € € € € €
16.492 16.492 24.738 8.246 16.492 8.246 8.246 8.246
€ € € € € € € € €
16.822 € 16.822 € 25.233 € 8.411 € € € 8.411 € 8.411 € 8.411 €
17.159 17.159 25.738 8.579 8.579 8.579 8.579
€ € € € € € € € €
17.502 € 17.502 € 26.253 € 8.751 € € € 8.751 € 8.751 € 8.751 €
17.852 17.852 26.778 8.926 8.926 8.926 8.926
€ € € € € € € € €
18.209 18.209 9.104 9.104
Afdracht MI-vergoeding IKC Franse Gat IKC Dragonder-Noord IKC Dragonder-Zuid Joh. Calvijnschool IKC Molenbrug IKC Het Baken IKC Engelenburg IKC Oudeveen
€ € € € € € € €
-
€ € € € € € € €
-
€ € € € € € € €
81.611 -
€ € € € € € € €
51.652 -
€ € € € € € € €
112.161 -
€ € € € € € € €
-
104.012 -
€ € € € € € € €
-
-
€ € € € € € € €
-
€ € € € € € € €
€ € € € 55.728 € € € €
-
€ € € € € € € €
101.958 -
-
€ € € € € € € €
89.947 92.791
Extra Inkomsten
€
-
€
98.532 €
182.113 €
146.843 €
209.255 €
107.200 €
148.250 €
94.372 €
198.217 €
98.185 €
Resultaat Saldo
€ €
235.632 € 235.632 €
-237.259 € -1.626 €
-76.519 € -78.146 €
-193.970 € -272.115 €
-158.851 € -430.967 €
-439.760 € -191.069 € -393.233 € -225.519 € -42.422 € 139.683 € 115.361 € -870.727 € -1.061.795 € -1.455.028 € -1.680.547 € -1.722.968 € -1.583.285 € -1.467.924 €
546.945 € -920.980 €
323.356 € -597.623 €
Uitgaven: Overschrijding t.o.v. 'beloftelijn' Inkomsten: Verhuur t.b.v. kinderopvang Montessori Kinderopvang Veenendaal KC het Kasteel Kinderdagverblijf de Schakel De Kleine Prins KDV KC Prinses Amalia KC 't Erf Sesamstraat Mozaïek Chr. kinderopvang Luna's Peuterwijs
Aan de Basis De Burcht De Schakel Engelenburgschool Beatrixschool Het Erf Mozaïek Bongerd Mozaïek Petenbos Rehobothschool
€ € € € € € € €
99.036 €
205.029 €
€ € € € € € € €
103.037 €
105.098 €
2030
€ € € € € € € €
Totaal
237.363 € 2.032.531 597.623 -0
27
BIJLAGE 1: IKC-BELEID
28
INHOUD
1. Inleiding
3
2. Waarom IKC’s in Veenendaal
4
2.1 Aanleiding voor IKC-vorming
4
2.2 IKC’s in Veenendaal
5
2.3 Gemeentebrede doelstellingen en positie IKC-beleid
6
3. Hoe zien IKC’s er in Veenendaal uit?
7
3.1 Ambitie
7
3.2 Passend en thuisnabij onderwijs
7
3.3 Doorgaande ontwikkelings- en leerlijn als uitgangspunt 7 3.4 Mogelijke functies binnen een IKC
9
3.5 Huisvesting
11
4. Verdeling van vantwoordelijkheden
12
4.1 Organisaties uit het veld
12
4.2 Gemeente
13
2
1. Inleiding In 2015 ontstond de vraag vanuit het onderwijsveld wat Integrale Kindcentra (IKC) zouden kunnen betekenen voor de kinderen in de gemeente Veenendaal. Vanuit de gemeente is daarom gekeken hoe IKC-beleid zou kunnen worden gefaciliteerd. In dat jaar heeft de gemeente Veenendaal, samen met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties een eerste IKC beleidsnotitie opgesteld (beleidsperiode: 2016 - 2020). Na vier jaar is deze beleidsnotitie aan vervanging toe. Daartoe is het beleid uit de vorige beleidsperiode geëvalueerd. Dit is gebeurd door praktijkervaringen uit het veld van afgelopen beleidsperiode op te vragen via gesprekken met schoolbesturen, schooldirecteuren, kinderopvangorganisaties en de gemeente. Ook is recente (wetenschappelijke) literatuur en relevante documentatie vanuit de gemeente geraadpleegd. De tweede IKC beleidsnotitie ligt nu voor u (beleidsperiode: 2021 - 2024). Ten opzichte van vier jaar geleden, is in dit document dieper ingegaan op de vragen: waarom willen we IKC’s in Veenendaal en hoe zien de IKC’s in Veenendaal eruit. Hierbij is geprobeerd om de begrippen die uit de beantwoording kwamen, eenduidiger en scherper te onderbouwen ten opzichte van vier jaar geleden.
De beantwoording op deze vragen is afkomstig uit interviews met de gemeente en het veld, met onderzoekrapportages van de gemeente Veenendaal ten aanzien van IHP en IKC-beleid en met actuele wetenschappelijke literatuur. Ook zijn de speerpunten in het huidige beleid herzien. Van de vorige vier speerpunten waarop het veld overeenstemming diende te bereiken is in huidig beleid teruggegaan naar één speerpunt. Ook is de samenhang met andere Veenendaalse beleidsterreinen in dit document inzichtelijker gemaakt.
Kern van deze beleidsnotitie Sinds 2015 hebben de gemeente en het veld gezamenlijk vastgesteld dat de ambitie voor het Veenendaals onderwijs is, om zoveel mogelijk Veenendaalse kinderen passend en thuisnabij onderwijs te bieden in voorzieningen waarin (minimaal) ook de functie opvang is ondergebracht. Het ideaal is dat kinderen van 0 jaar t/m eind basisschoolleeftijd, zo mogelijk op één locatie, gebruik kunnen maken van een combinatie van de opvang en onderwijs. Dit wordt in de gemeente Veenendaal sinds 2015 vormgegeven door de ontwikkeling van IKC’s. Het uitgangspunt van IKC’s in Veenendaal is het aanbieden van een doorgaande ontwikkelings- en leerlijn voor kinderen van 0 jaar t/m einde basisschoolleeftijd. Daarnaast kunnen IKC’s een beleidsmatig antwoord zijn op de diverse ontwikkelingen in de gemeente en de daarbij behorende maatschappelijke en educatieve doelen. In deze beleidsnotitie wordt ingegaan op de IKC-ontwikkeling in Veenendaal aan de hand van de volgende hoofdstukken:
● ● ●
Waarom IKC’s (in Veenendaal) (hoofdstuk 2); Hoe zien IKC’s eruit in Veenendaal (hoofdstuk 3); Verdeling van verantwoordelijkheden bij IKC (hoofdstuk 4).
3
2. Waarom IKC’s in Veenendaal In dit hoofdstuk staat uiteengezet: • De aanleiding voor IKC-vorming volgens diverse (wetenschappelijke) publicaties; • De relevantie van IKC-vorming voor onze gemeente en leerlingen in Veenendaal; • Hoe IKC-beleid samenhangt en bijdraagt aan andere Veenendaalse ontwikkelingen.
2.1 Aanleiding voor IKC-vorming Ontstaan IKC’s Sinds enkele jaren is er een trend om IKC’s te vormen1. IKC’s kunnen een middel zijn om bij te dragen aan diverse maatschappelijke uitdagingen, zoals passend onderwijs, decentralisatie en de transformatie van de jeugdhulp en demografische krimp. Een IKC ontstaat vanuit de behoefte om het kind centraal te stellen en een integraal aanbod te creëren voor kinderen om zo hun ontwikkeling optimaal te stimuleren2. Landelijk bestaat er een groot maatschappelijk draagvlak voor deze integratie. Een platform waar gemeenten gezamenlijk kennis, ervaring en inspiratie uitwisselen op het gebied van IKC’s, is de Kopgroep Wethouders voor Kindcentra van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Omdat de gemeente Veenendaal hecht aan IKC-ontwikkeling, wordt deelgenomen als lid van deze kopgroep.
ten minste organisaties voor onderwijs en kinderopvang (kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang) in één organisatorische eenheid zijn samengevoegd onder één aansturing 3 . Echter, in de praktijk lijkt de term IKC niet eenduidig gebruikt te worden. Brede scholen die samenwerken onder de noemer IKC geven een eigen invulling en accenten. Het opbouwen van een IKC vraagt tijd en er is veel variatie in fase van ontwikkeling, aard van de samenwerking en richting of accenten die men legt4. In de meest vergaande vorm van IKC-vorming kan sprake zijn van één organisatie, één dagprogramma en één team dat werkt vanuit één pedagogische visie. Hierin bestaan dus echter gradaties. Functies van IKC’s voor kinderen, ouders en organisaties Voor kinderen bieden IKC’s een brede en maximale ontplooiing en talentontwikkeling met een doorgaande lijn waar alle ontwikkelingsgebieden aan bod komen, zodat zij een stevige basis hebben voor het vervolgonderwijs en hun verdere leven. Ook dragen IKC’s bij aan vroegsignalering bij zorgleerlingen, het bieden van laagdrempelige ondersteuning en het versterken van beschermende factoren voor kinderen. Voor ouders bieden de IKC’s een goede mogelijkheid om te werken en de ondersteuning voor kinderen te combineren.
En voor de betrokken instellingen moet de combinatie van functies leiden tot betere opvang, onderwijs, ondersteuning en efficiënt gebruik van personeel, middelen en huisvesting.
Definitie IKC’s Een Integraal Kindcentrum (IKC) is een voorziening voor kinderen van 0 jaar t/m einde basisschoolleeftijd, waar zij gedurende de dag komen om zich te ontwikkelen, te spelen en te leren. Het IKC biedt kinderen een uitgebreid dagprogramma gedurende het hele jaar. Een IKC is dus een voorziening waarin
4
2. 2 IKC’s in Veenendaal
Uit interviews met het veld en de gemeente Veenendaal is gebleken dat een doorgaande ontwikkelings- en leerlijn voor leerlingen vanaf 0 jaar t/m einde basisschoolleeftijd aangewezen wordt als belangrijkste doel voor IKC-ontwikkeling in Veenendaal. De motivatie hiervoor is dat een doorgaande ontwikkellings- en leerlijn de overgang van voorschool naar school verkleint, waardoor minder leerlingen buiten de boot kunnen vallen. Ook toont wetenschappelijk onderzoek de toegevoegde meerwaarde van IKC’s bij voorschoolse voorzieningen en kindontwikkeling, namelijk: ●
●
●
Een goed systeem van voorschoolse voorzieningen kan bijdragen aan kansengelijkheid. Onderzoek laat zien dat vroege toegang tot voorschoolse opvang en educatie bij kan dragen aan het vergroten van kansen voor kinderen. Vroeg investeren loont. De ontwikkelingskloof ontstaat al heel vroeg (nog voor kinderen naar de basisschool gaan) en is sterk bepalend voor de verdere ontwikkeling in de basisschoolperiode. Daarom is het belangrijk om te investeren in voorschoolse opvang en educatie, waarbij het belang voor mogelijkheden tot (vrij) spelen een belangrijk uitgangspunt is voor een gezonde ontwikkeling van het kind. Uit onderzoek blijkt dat deze vroege interventies zichzelf terugverdienen op langere termijn. Het vroegtijdig determineren van kinderen geldt niet alleen voor onderwijsachterstand alsook voor hoogbegaafdheid. Deelname aan voorschoolse voorzieningen heeft positieve effecten op de ontwikkeling van kinderen. De positieve effecten zijn wel in sterke mate afhankelijk van de kwaliteit van de uitvoering, de kwaliteit van de interacties en het curriculum van spel en activiteiten dat aangeboden wordt.
●
●
●
●
Vroeg en eerder erbij helpt. Preventie of vroege interventie van ontwikkelings- of gedragsproblematiek van jonge kinderen kan ervoor zorgen dat er sneller passende hulp of ondersteuning ingezet kan worden die mogelijk verergering of escalatie kan voorkomen. IKC’s kunnen een belangrijke rol spelen in de vroeg signalering, het bieden van laagdrempelige ondersteuning en het versterken van beschermende factoren voor kinderen. Een breed en gevarieerd hele-dag aanbod versterkt de ontwikkelingskansen. Onderzoek laat zien dat de bovengenoemde positieve effecten van voorschoolse voorzieningen het snelst verdwijnen bij overgang naar de basisschool. Dit lijkt te maken te hebben met het ontbreken van een doorgaande ontwikkelings- en leerlijn. IKC’s kunnen wel doorgaande ontwikkelings- en leerlijnen bieden. Samenwerking bevordert inclusie Om inclusie te bevorderen is samenwerking tussen onderwijs, opvang en zorg nodig. IKC’s blijken goed te werken in de omgang met deze complexe vraagstukken. De ontschotting en het wegnemen van de ‘knippen’ blijken een belangrijke succesfactor voor het realiseren van een ononderbroken ontwikkeling van kinderen en het creëren van een gezamenlijke cultuur. Interprofessionele samenwerking is een sleutel voor kwaliteit. Meerdere en andere ogen in een team kunnen bijdragen aan de kwaliteit van het aanbod binnen een IKC. 5.
5
2.3 Gemeentebrede doelstellingen De gemeente Veenendaal werkt vanuit diverse beleidshoeken integraal samen om een positief opgroei- en leefklimaat te realiseren voor de inwoners van Veenendaal. Er zijn raakvlakken tussen het integraal beleidskader sociaal domein en het onderwijs waarop de gemeente en het onderwijsveld met elkaar (moeten) samenwerken. Er is sprake van spiegelwetgeving en een daarmee gepaard gaande wettelijk verplichte samenwerking vanuit de Jeugdwet en de Wet passend onderwijs. Verbinding versterken is een wens en noodzaak die alle partijen binnen en rondom het sociaal domein erkennen. Inwoners, scholen, zorgaanbieders, welzijnswerk, vrijwilligerswerk: alle partijen benoemen deze verbinding en samenwerking als essentiële voorwaarden om efficiënter en effectiever inwoners de ondersteuning te kunnen bieden die zij nodig hebben. Deze IKC-beleidsnotitie is derhalve onderdeel van bovengenoemd integraal beleidskader Sociaal Domein.
De speerpunten uit deze IKC-beleidsnotitie en het integraal beleidskader sociaal domein zijn complementair aan en versterken elkaar: ● Het creëren van doorgaande ontwikkelings- en leerlijn voor elk kind; De gemeente Veenendaal en alle betrokken partners stellen het kind centraal en streven naar gelijke ontwikkelingskansen voor alle Veenendaalse kinderen daarbij is het bieden van een doorgaande ontwikkelings- en leerlijn voor elk kind een voorwaarde. IKC’s kunnen doorgaande ontwikkelings- en leerlijnen bieden. ● Goede aansluiting tussen onderwijs, kinderopvang, welzijn, samenwerkingsverbanden en jeugdhulp om inclusie te bevorderen; Om inclusie te bevorderen is samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang, welzijn, samenwerkingsverbanden en jeugdhulp nodig. IKC’s blijken goed te werken in de omgang met deze complexe vraagstukken. ● Het versterken van de sociale basis; Een goede sociale basis draagt aan het welzijn van inwoners. IKC’s kunnen hierin een belangrijke functie vervullen. Preventie, door middel van vroegsignalering en netwerkversterking zijn daarbij belangrijke
●
●
aandachtspunten. IKC’s kunnen het netwerk tussen o.a. opvang, school en welzijn versterken. Onderwijs en opvang vormen mede de sociale basis. Alle basisvoorzieningen samen versterken elkaar. Vroeg investeren loont; IKC’s kunnen een belangrijke rol spelen in de vroeg signalering, het bieden van laagdrempelige ondersteuning en het versterken van beschermende factoren voor kinderen. Gezonde leefstijl en cultuur- en beweegprogramma’s; De gemeente Veenendaal en alle deelnemende schoolbesturen en kinderopvangorganisaties zullen bij de ontwikkeling van de IKC’s cultuur en sport actief betrekken waardoor kinderen de kans krijgen om zich ook op die terreinen breed te ontwikkelen.
1
Onderzoeksrapport ‘Samenwerking in beeld 2’, Oberon 2019 Brochure ‘Op weg naar een IKC’, Landelijk Steunpunt Brede Scholen 2014 3 Advies ‘Belemmeringen in bestuurlijke-juridische vormgeving kindcentra’, PORaad 2013 4 Rapport ‘Integrale kindcentra over wat hen kenmerkt’, Kohnstamm instituut 2019 5 Rapport ‘Investeren in kinderen van 0-12 jaar - Bevindingen uit de wetenschap’, Slot & Leseman (Universiteit Utrecht) en Doornenbal (Pact), maart 2019 2
6
3. Hoe zien IKC’s er in Veenendaal uit? In dit hoofdstuk staat uiteengezet: - De gezamenlijk vastgestelde ambitie voor het Veenendaals onderwijs, door het veld en de gemeente, uiteengezet. - Wat onder de begrippen in de ambitie wordt verstaan: - Passend en thuisnabij onderwijs; - Het uitgangspunt doorgaande ontwikkelings- en leerlijn; - De (mogelijke) functies binnen een IKC; - De huisvestiging van IKC’s.
3.1 Ambitie Zoals gesteld in de inleiding wordt deze breed gedragen behoefte sinds 2015 vormgegeven door middel van de ontwikkeling van IKC’s en het daarbij behorende beleid. De ambitie voor het Veenendaals onderwijs is om zoveel mogelijk Veenendaalse kinderen passend en thuisnabij onderwijs te bieden in voorzieningen waarin (minimaal) ook de functie opvang is ondergebracht. Het ideaal is dat kinderen van 0 jaar t/m eind basisschoolleeftijd, zo mogelijk op één locatie, gebruik maken van een combinatie van de functies onderwijs en (minimaal) opvang. Het uitgangspunt van IKC’s in Veenendaal is het aanbieden van een doorgaande ontwikkelings- en leerlijn voor kinderen van 0 jaar t/m einde basisschoolleeftijd. De 4 onderstreepte begrippen voor de Veenendaals praktijk zullen uiteengezet worden in deze paragraaf 3.2 t/m 3.4.
3.2 Passend en thuisnabij onderwijs Het doel van passend onderwijs is dat zoveel mogelijk leerlingen in het regulier onderwijs kunnen blijven met de juiste ondersteuning. Met passend onderwijs in dit IKC Beleid wordt bedoeld om de leerling onderwijs op maat te kunnen bieden binnen het IKC. Op het niveau van de kinderen streven we in dit IKC
beleid overkoepelend twee soorten doelen na. Ten eerste ‘inclusie’: ervoor zorgen dat kinderen die in het IKC aanwezig zijn daar ook kunnen blijven en ‘binnen de muren’ in een vroeg stadium de juiste ondersteuning krijgen. Ten tweede: ‘andere doelen’ bereiken, zoals zelfsturing, zelfstandigheid, persoonsvorming, burgerschap en samenwerken. Het werken aan deze doelen, ook wel 21e-eeuwse vaardigheden, metacognitieve vaardigheden, sociale competenties of ‘advanced skills’ genoemd, wordt gecombineerd met ‘traditionele’ doelen zoals (voorbereiden op) taal en rekenen. Het IKC kan een middel zijn om een transitie te bewerkstelligen van passend naar inclusief onderwijs. Met thuisnabij onderwijs wordt bedoeld dat Veenendaalse IKC’s bereikbaar zijn voor álle leerlingen in de gemeente Veenendaal: heel Veenendaal is thuisnabij. De gemeente wil dit versterken door middel van zijn inzet op een goede en veilige verbinding via de fietsinfrastructuur in Veenendaal. De gemeente zal zich inspannen om het aantal scholen en IKC’s evenredig over de stad te verdelen. De gemeente kan echter niet garanderen dat de gewenste denominatie of voorzieningen worden gegarandeerd in elke wijk. Toch wil de gemeente ervoor blijven zorgen om de keuzevrijheid voor onderwijs voor iedereen mogelijk te houden door middel van een dekkend fietsnetwerk. Ook wordt hierbij gestreefd naar autoluwe scholen.
3.3 Doorgaande ontwikkelings- en leerlijn als uitgangspunt De gemeente Veenendaal in 2015 gestart met de ontwikkeling van IKC’s met de overtuiging dat het creëren van een integraal aanbod voor kinderen het beste kan op basis van de volgende uitgangspunten: één visie, één plan, één uitstraling en één centrale aansturing per IKC. In de praktijk bleek overeenstemming op alle punten bij het opstarten van een IKC moeilijk te organiseren. Daarom is gekozen om, in overleg met het veld, deze uitgangspunten te herzien voor het nieuwe beleid.
7
Dit heeft geresulteerd in het volgende beleidsuitgangspunt:
• • •
Een IKC is in Veenendaal een samenwerkingsverband van organisaties of een andere bestuursvorm op het gebied van in ieder geval opvang en onderwijs, bij voorkeur op één locatie. Daarnaast streven we naar een samenwerking met welzijnsactiviteiten, zorg en ontspanning (sport of cultuur) voor kinderen van 0 jaar t/m einde basisschoolleeftijd, waarbij een dagprogramma wordt geboden. De samenwerking in een IKC in Veenendaal vindt plaats op basis van: ●
Één plan, tussen één kinderdagopvangorganisatie en minstens één primair onderwijsorganisatie, voor een doorgaande ontwikkelings- en leerlijn voor kinderen van 0 jaar t/m eind basisschoolleeftijd. Wanneer het IKC meerdere basisscholen betreft, kan gekozen voor individuele ontwikkel- en leerlijnen van de betreffende basisscholen.
•
In deze ontwikkelings- en leerlijn is nagedacht over: het gezamenlijke aanbod, didactische en pedagogische aspecten. Ook is nagedacht over de vraag hoe de samenwerking in de praktijk eruit komt te zien voor de leerling, ouders en medewerkers. Tenslotte kan nagedacht worden over een minimale variant van één plan voor doorgaande ontwikkelings- en leerlijn vanwege o.a. de verhouding van de kinderopvang ten opzichte van meerdere scholen in een IKC. Een document dat helpend kan zijn bij het opstellen van de doorgaande ontwikkelings- en leerlijn is ‘Doorgaande leerlijn in beeld’ van de PO-raad.
Fases van IKC-ontwikkeling Zoals in de inleiding vermeld, vraagt het verder ontwikkelen van een IKC tijd, en is er daarom veel variatie in fase van ontwikkeling, aard van de samenwerking en richting of accenten die men legt6. In overleg met het veld en de gemeente Veenendaal is het primaire beleidsuitgangspunt in onze gemeente om te voldoen aan één plan voor doorgaande ontwikkelings- en leerlijn, zoals op deze pagina in het omkaderde vak. Dit kan gezien worden als minimale ondergrens waaraan een IKC in Veenendaal dient te voldoen. Uit gesprekken met besturen en directie van scholen en kinderopvangorganisaties is naar voren gekomen dat zij behoefte hebben om na deze minimale ondergrens, de samenwerking verder te willen laten groeien of intensiveren met hun gekozen samenwerkingspartners.
Plan voor doorgaande ontwikkelings- en leerlijn Onder dit plan verstaan alle partners (scholen, kinderopvang en gemeente) het volgende: • Een plan waarin minstens één kinderdagverblijf en één primair onderwijsorganisatie als samenwerkingspartners beschreven staan. • Gezamenlijk dienen zij in dit plan afstemming te hebben gevonden over de wijze waarop zij de doorgaande ontwikkelings- en leerlijn borgen voor de leerlingen (0 jaar t/m eind basisschoolleeftijd).
Om te verduidelijken ‘waar’ in de ontwikkeling een IKC staat, wordt in de praktijk ook wel onderscheid gemaakt tussen verschillende IKC ontwikkelfasen (niveaus). Per onderwerp kan gekeken worden ‘waar’ het IKC in zijn ontwikkeling staat. Voor de fasen van samenwerkingen zijn in den lande verschillende voorbeelden. Enkele voorbeelden staan in onderstaande tabel7 : Per IKC kan een ander model gebruikt worden.
8
Fases (Niveau) Integrale samenwerking
Visie Eén gezamenlijke visie
Intensieve samenwerking
Eén visie en daarnaast een eigen visie vanuit de eigen organisatie
Lichte samenwerking
Eigen visies, met samenhang op inhoud
Middelen Zo veel mogelijk geïntegreerd, volume-bekostiging voor passend onderwijs Begroting op elkaar afgestemd en gezamenlijke inkoop
Eigen begroting, geen gezamenlijke inkoop
Voorziening Multifunctionele ruimtes voor alle gebruikers geschikt
Gezamenlijk gebruik van ruimtes (via verhuur of gedeelde kosten) en eigen ruimtes. Eigen ruimtes.
6
Rapport ‘Integrale kindcentra over wat hen kenmerkt’, Kohnstamm instituut 2019 7 Gebaseerd op de tabel van intensiteit van samenwerken van Nicole van Rens & Tammy Lie, BMC Advies 2019 – 2e druk.
3.4 Mogelijke functies binnen een IKC Belang van de wijk en leerling populatie van de school Zoals ons onderwijsbeleid Veenendaal al schetst (2016 – 2020) , past de omvang en samenstelling van een IKC bij de wensen van de wijk en de behoeften van kinderen, ouders en betrokken instellingen. Dit kan leiden tot verschillende accenten bij een IKC. Welke functies participeren in een IKC is dus afhankelijk van de vraagstukken en/of problematieken van de wijk waarin 1
het IKC staat en kernpartners. Bij de vorming van een IKC zal door de kernpartners worden gekeken wat de wijk en de leerlingpopulatie nodig hebben ten aanzien van opvang, onderwijs, sport, welzijn, jeugdhulp of andersoortige ondersteuning. Deze functies kunnen ook naar behoefte worden ingeschakeld. Het is aan ieder IKC om de voor hen belangrijke en benodigde partners te selecteren voor het structureel, dan wel incidenteel, bijdragen aan het totaalpakket aan arrangementen ten behoeve van de ontwikkelingskansen van hun kinderen. Kernpartners De primaire kernpartners van een IKC in Veenendaal zijn de basisschool/scholen en de organisaties voor kinderopvang: peuteropvang, kinderdagopvang en buitenschoolse opvang. Voortgezet Onderwijs De aansluiting tussen IKC’s en voortgezet onderwijs is belangrijk. Deze behoefte wordt ingegeven door de gedachte dat de ‘harde knip’ die nu veelal ervaren wordt tussen de twee sectoren voor veel leerlingen geen recht doet aan de gewenste doorgaande ontwikkeling van leerlingen. De wijze waarop dit vorm en inhoud krijgt, moet verder uitgewerkt worden tussen het primair en voortgezet onderwijs.
Basisonderwijs, speciaal basisonderwijs & speciaal onderwijs Waar het gaat om passend onderwijs (alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, hebben een passende onderwijsplek) in een IKC is samenwerking met het speciaal (basis)onderwijs een belangrijk uitgangspunt. De wijze waarop dit vorm en inhoud krijgt, is al opgemaakt in een startnotitie 1 en moet in samenwerking tussen het basisonderwijs, speciaal (basis)onderwijs en het samenwerkingsverband passend onderwijs verder worden uitgewerkt. Deze samenwerking - waar nodig en mogelijk - gecombineerd met jeugdhulp in
Startnotitie expertisecentrum SBO SO PO 2017
9
een IKC zorgt voor een optimaal en compleet (onderwijs)aanbod voor kinderen in Veenendaal waardoor zij zich goed kunnen ontwikkelen. In het IHP wordt dit verder uitgewerkt. Welzijn, opvoedondersteuning en jeugdhulp Naast de kernpartners kan ook het welzijnswerk tot de mogelijkheden zijn voor het IKC, evenals de consultatiebureaus/CJG. Het CJG doet immers ook aan vroeg signalering en aan netwerkversterking. Welzijn richt zich vooral op een collectieve en preventieve aanpak en het organiseren van algemene voorzieningen. Via het CJG kan jeugdhulp ingezet worden of specifieke ondersteuning aangevraagd worden, waar nodig in samenspraak met het onderwijs en/of de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Deze functies participeren in meerdere of mindere mate in een IKC; een en ander afhankelijk van de vraagstukken en/of problematieken van een betreffend IKC of wijk. Deze functies kunnen ook naar behoefte worden ingeschakeld. Sport en Cultuur Het in gezamenlijkheid culturele- of sportactiviteiten ontwikkelen geldt (zeker) ook voor sportverenigingen en culturele instellingen (bijvoorbeeld bibliotheek, muziekschool, kunsteducatie, jeugdtheater, dans). De instellingen leveren een belangrijke bijdrage aan de diverse binnen- en buitenschoolse arrangementen c.q. programmering.
Figuur2 - Het versterken van de samenwerking gericht op opvang, onderwijs, ontwikkeling, sport en cultuur.
10
3.5 Huisvesting Samenwerkingspartijen geven hun IKC’s vorm onder één dak, of niet onder één dak, als nauw betrokken netwerkpartners. Gezamenlijke huisvesting ondersteunt echter wel de integraliteit van werken en vereenvoudigt de samenwerking. Een IKC is op dit moment geen formele taak van het Rijk en is het vormen van een IKC op grond van artikel 23 Grondwet in Veenendaal derhalve niet verplicht. Met betrekking tot IKC-(ontwikkeling) in Veenendaal zijn drie scenario’s mogelijk: 1. IKC’s niet onder één dak Minstens één kinderdagopvangorganisatie en minstens één primair onderwijsorganisatie hebben gezamenlijk een plan opgesteld voor een doorgaande ontwikkelings- en leerlijn voor kinderen van 0 jaar t/m eind basisschool. Zij werken hierop samen, maar niet onder één dak. 2. IKC’s die nu al samenwerken onder één dak Minstens één kinderdagopvangorganisatie en minstens één primair onderwijsorganisatie hebben gezamenlijk een plan opgesteld voor een doorgaande ontwikkelings- en leerlijn voor kinderen van 0 jaar t/m eind basisschool. Zij werken hierbij momenteel al samen onder één dak. Doorgaans ondersteunt gezamenlijke huisvesting de integraliteit van werken en vereenvoudigt de samenwerking.
Op voorwaarde van het hebben van een doorlopende leer en ontwikkellijn, willen we deze situatie faciliteren door de door de Kinderopvangorganisaties gebruikte ruimte te onttrekken aan de onderwijsbestemming en onder voorwaarden aan de Kinderopvangorganisatie verhuren. Deze voorwaarden worden in het Integraal Huisvesting Plan nader bepaald.
3. IKC’s als nieuwbouwproject via het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs Ook is het mogelijk dat een IKC start bij een nieuwbouwontwikkeling. Dan ligt er een link tussen het IKC-beleid en het Integraal huisvestingplan onderwijs Veenendaal (IHP) 2020 – 2025. Het IHP is gericht op onderwijshuisvesting: het ontwikkelen van de gebouwen de komende 4 jaar. Onderdeel van het IHPbeleid is de huisvestingsagenda die, in overleg met de schoolbesturen, is opgesteld voor de komende jaren (2020–2030). Deze huisvestingsagenda geeft weer welke onderwijslocaties op welk moment beschikbaar komen voor herontwikkeling. Bij een herontwikkeling dient minimaal voldaan te worden aan de uitgangspunten van deze notitie. Op het moment dat locaties beschikbaar komen voor herontwikkeling, is het mogelijk voor bestuurders om de keuze te maken voor een gezamenlijk IKC-pand. Binnen de huisvestingsagenda valt ook af te lezen welke besturen aangegeven hebben een gezamenlijke IKC-ambitie wensen te realiseren de komende jaren. In het IHP worden zij aangeduid als de IKC clusters. Bij nieuwbouw dient van tevoren goed nagedacht te worden dat de huisvesting ondersteunend is aan de doorgaande ontwikkelings- en leerlijn en dient nagedacht te worden over verdere IKC-ontwikkeling in de toekomst.