CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.a Vaststelling bestemmingsplan Nieuweweg 220 tm 226 - Toelichting

Gemeenteraad 14 september 2023, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Nieuweweg 220 t/m 22627.548 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. Toelichting De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter geen rechtsreeks burgers bindende werking.

6.2

De indeling van de planregels

Het gemeentelijk beleid is vertaald in de planregels. Het deelplan bevat normatieve regels, die bindend zijn voor zowel de overheid als de burger. Daarbij is geprobeerd een flexibel stelsel van regels te ontwikkelen zonder daarbij tekort te doen aan eisen van rechtszekerheid. Gekozen is daarom om het aantal bestemmingen op de verbeelding te beperken tot datgene wat noodzakelijk wordt geacht. Het is voor een ieder van belang, dat de verbeelding en de planregels duidelijke informatie verschaffen. Door het aantal bestemmingen met een minimum te beperken wordt de leesbaarheid en duidelijkheid van zowel de verbeelding als de planregels vergroot. Een leesbaar en duidelijk plan zorgt bovendien voor een plan dat handhaafbaar is. De indeling van de planregels is als volgt: 6.2.1

Inleidende regels (hoofdstuk 1)

Dit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om de overige planregels goed te kunnen hanteren: begrippen: bevat in het plan gebruikte begrippen die uitleg behoeven; wijze van meten: bevat technische regelingen met betrekking tot het bepalen van oppervlaktes, percentages, hoogtes, dieptes, breedtes en dergelijke. Hieronder valt ook de wijze van peilbepaling.

bestemmingsplan

53

bestemmingsplan Nieuweweg 220-226

6.2.2

Bestemmingsregels (hoofdstuk 2)

Binnen dit plan komen de volgende bestemmingen voor: -Groen -Verkeer -Wonen Het plan kent geen dubbelbestemmingen. Wel is in het plan een algemene aanduidingsregels 'vrijwaringszone - molenbiotoop' opgenomen.

Iedere bestemming kent de volgende onderdelen:

Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend.

Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Bijvoorbeeld over waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding.

Specifiek e gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die vormen van gebruik waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de bestemmingsomschrijving.

Voor de groen- en woonbestemming is bovendien een afwijkingsbevoegdheid opgenomen: Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.

6.2.3

Algemene regels (hoofdstuk 3)

Hoofdstuk 3 bestaat achtereenvolgens uit de volgende artikelen: Anti-dubbeltelregel; Algemene bouwregels; Algemene gebruiksregels; Algemene aanduidingsregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene wijzigingsregels; Overige regels.

54

bestemmingsplan

bestemmingsplan Nieuweweg 220-226

6.3

Bestemmingen

De bestemmingen bestaan uit een opsomming van omschrijvingen die aangeven hoe een bepaalde plek gebruikt mag worden en wat er op een bepaalde plek gebouwd mag worden. Dit wordt respectievelijk opgesomd in de bestemmingsomschrijving en de bouwregels. Daarnaast gelden er voor sommige bestemmingen aanvullende specifieke gebruiksregels (bijvoorbeeld verboden) en mogelijkheden tot afwijken van de gebruiks- en bouwregels. In dit bestemmingsplan is bij de bestemmingsomschrijvingen het begrip additionele voorzieningen toegevoegd. Deze voorzieningen vormen een onderdeel van de bestemming of functie en zijn daaraan ondergeschikt. Met deze ruime begripsomschrijving worden meerdere voorzieningen aan de bestemmingen gekoppeld om flexibiliteit voor (kleine) bouwwerken in het plan te waarborgen. Denk aan bouwwerken ten behoeve van waterberging, tuinen etc. Hieronder wordt de voor dit plan geldende bestemming toegelicht. Er wordt aangegeven wat de gebruiksen bouwmogelijkheden zijn.

Groen Gebruiksmogelijkheden De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, watervoorzieningen, voetpaden, beeldende kunst, en speelvoorzieningen. Fietspaden en parkeerplaatsen vallen onder de bestemming Verkeer en vallen niet onder de bestemming Groen. Dit type groen bevat bos, perken, water, plantsoenen, en overige groenvoorzieningen. Speelvoorzieningen, hondenuitlaatvoorzieningen, en beeldende kunst worden ook mogelijk geacht binnen de bestemming. Daarnaast worden enkele specifieke functie in de groenbestemming toegestaan: uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerkelder' is een halfverdiepte parkeergarage toegestaan (met daar bovenop een groenvoorziening); uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - klantstation' is een klantstation toegestaan. Bij additionele voorzieningen kan worden gedacht aan plantenbakken, fonteinen, bankjes, prullenbakken, verlichting. Bouwmogelijkheden Op de gronden mogen alleen gebouwen en overige bouwwerken gebouwd worden ten behoeve van het genoemde in de bestemmingsomschrijving. Uitsluitend ter plaatse van een bouwvlak mogen gebouwen met een maximum bouwhoogte van 3,5 meter gebouwd worden. Uitzondering hierop vormt de bouw van een halfverdiepte parkeergarage die maximaal 2 meter boven maaiveld mag uitsteken en alleen mag worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'parkeerkelder'.

Specfieke gebruiksregels Als specifieke gebruiksregel is opgenomen dat tot een strijdig gebruik in ieder geval wordt gerekend het gebruik voor fietspaden, parkeerplaatsen, wegen en wegverbredingen. Incidenteel, waaronder regelmatig terugkerend gebruik ten behoeve van evenementen, welke voldoen aan het geldende plaatselijke evenementenbeleid, worden niet als strijdig gebuik gezien.

Afwijken van de gebruiksregels Er is een afwijkingsbevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen om onder voorwaarden een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruik van fietspaden, parkeerplaatsen of wegen indien sprake is van een reconstructie van aangrenzende wegen.

Verkeer

bestemmingsplan

55

bestemmingsplan Nieuweweg 220-226

Gebruiksmogelijkheden De gronden met de bestemming 'Verkeer ' zijn primair bestemd voor wegen. Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor de aanleg en instandhouding van groenvoorzieningen, auto- en fietsparkeervoorzieningen, verhardingen, doeleinden van algemeen nut, afvalinzameling en infrastructuur ter ondersteuning of ten behoeve van het wegverkeer. Bij additionale voorzieningen kan worden gedacht aan bankjes, verlichting etc. Bouwmogelijkheden Op deze gronden zijn uitsluitend bepaalde overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouwen zijnde) toegestaan waarvoor per bouwwerk een maximale hoogte is opgenomen. Specfieke gebruiksregels Incidenteel, waaronder regelmatig terugkerend gebruik ten behoeve van evenementen, welke voldoen aan het geldende plaatselijke evenementenbeleid, worden niet als strijdig gebuik gezien.

Wonen Gebruiksmogelijkheden Op de gronden met de bestemming 'Wonen' mag natuurlijk gewoond worden. Daarbij moeten wel specifieke regels met betrekking tot het woningbouwprogramma in acht worden genomen. Daarnaast is het toegestaan om beroepsmatige of bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen. Dit gebruik is echter wel aan voorwaarden onderhevig, de voorwaarden worden in specifieke gebruiksregels binnen de bestemming opgenomen. Op de woonbestemming zijn verder parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en additionele voorzieningen toegestaan. Bij additionele voorzieningen wordt gedacht aan tuinen/ erven, vijversm garages, tuinmeubilair, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, waterberging etc. Hoewel wonen in een vrijstaand bijgebouw niet toegestaan is geldt er een uitzondering ten behoeve van mantelzorg. Deze is wettelijk geregeld (bijlage II van het Besluit omgevingsrecht). Hierover is daarom geen regeling in het bestemmingsplan opgenomen. Bouwmogelijkheden Bouwen mag alleen als dit gebeurt volgens de bestemmingsomschrijving en als voldaan wordt aan de regels met betrekking tot parkeren en laden en lossen als genoemd in artikel 12. Voor grondgebonden woningen gelden andere regels dan voor niet-grondgebonden woningen. Voor grondgebonden woningen is aangesloten bij de regels die gelden voor woningen binnen 'Woongebieden 2018'.

Voor gestapelde woningen gelden specifiek voor dit plan opgestelde regels, waarin bijvoorbeeld ook de balkons zijn meegenomen en een vereiste terugliggende bouwlaag. Per type woning zijn regels opgesteld voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken. Voor grondgebonden woningen is ook hiervoor aangesloten bij 'Woongebieden 2018'. Voor de gestapelde woningen is bepaald dat uitsluitend binnen een bouwvlak bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd en dat deze maximaal 3,5 meter hoog mogen zijn. Voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn enkele algemene regels met betrekking tot erf- en terreinafscheidingen, reclame-uitingen en overige bouwwerken opgenomen. Er gelden drie voorwaardelijke verplichtingen op de woonbestemming, uitsluitend waar dit op de verbeelding is aangeduid. Zo is bepaald dat er een inrichtingsplan moet worden uitgevoerd, dat er aan moet worden getoond dat aan het Puntensysteem Omgevingsvisie wordt voldaan en dat een omgevingsvergunning slechts verleend kan worden als wordt voldaan aan specifieke voorwaarden met betrekking tot geluid.

56

bestemmingsplan

bestemmingsplan Nieuweweg 220-226

Specifieke gebruiksregels Voor beroep- en bedrijf aan huis zijn regels opgenomen in deze paragraaf. Ook is in deze paragraaf bepaald dat de woningen uitsluitend in gebruik mogen worden genomen als ze voldaan aan het in dit artikel genoemde woningbouwprogramma. Het artikel met betrekking tot strijdig gebruik geeft aan wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Zoals kamerbewoning. Afwijken van de gebruiksregels Er is een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen om onder voorwaarden af te wijken van het gestelde woningbouwprogramma. Ook voor het toestaan van kamerbewoning onder voorwaarden is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen.

Vrijwaringszone - molenbiotoop (gebiedsaanduiding) Gebruiksmogelijkheden De gronden gelegen binnen de op de verbeelding aangegeven 'molenbiotoop', zijn primair bestemd voor de aanleg, instandhouding en herstel van molen. Indien strijd ontstaat tussen het belang van molenbiotoop en de overige bestemmingen, prevaleert de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone molenbiotoop''. Bouwmogelijkheden Om voor de molen vrije windvang te garanderen en het zicht op de molen veilig te stellen geldt binnen de op de verbeelding als molenbiotoop aangeduide gronden dat: 1. binnen een straal van 100 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, geen bebouwing of beplanting mag worden opgericht hoger dan het onderste punt van de verticale staande wiek; 2. binnen de straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen, geen bebouwing of beplanting mag worden opgericht met een grotere hoogte dan 1/30 van de afstand, gemeten tussen de bebouwing of beplanting en het onderste punt van de verticaal staande wieken van de molen. Burgemeester en wethouders kunnen onder bepaalde voorwaarden afwijken via omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen (o.a. dat de vrije windvang of het zicht ter plaatse reeds beperkt is). Daarbij is er een omgevingsvergunningsvereiste opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.

Overgangsrecht In hoofdstuk 4 is het overgangsrecht geformuleerd. De formulering is conform de tekst als in het Bro omschreven. Zonder vergunning opgerichte, dus illegale, bouwwerken vallen niet onder het overgangsrecht. Indien de bouwwerken door wetgeving inmiddels vergunningvrij kunnen worden opgericht, worden deze niet als illegaal beschouwd.

bestemmingsplan

57

bestemmingsplan Nieuweweg 220-226

Hoofdstuk 7

FINANCIEEL-ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID

Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan kunnen exploitatieplannen (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden bij een bestemmingsplan met alleen conserverende bestemmingen of wijzigingsbevoegdheden. Een exploitatieplan hoeft ook niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Op 4 juli 2022 heeft de ontwikkelaar de exploitatieovereenkomst ondertekend waarin onder meer is afgesproken dat de (geschatte) kosten die de gemeente maakt ten behoeve van dit bestemmingsplan voor rekening van de ontwikkelaar zijn. Dat geldt ook voor eventuele planschade.

58

bestemmingsplan

bestemmingsplan Nieuweweg 220-226

Hoofdstuk 8

M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID

Het gemeentelijke beleid is er op gericht om in de voorbereiding op de bestemmingsplanprocedure een participatietraject te volgen. Om in het voortraject inspraak te kunnen hebben worden belanghebbenden uitgenodigd om te participeren in de totstandkoming van het bestemmingsplan. Dit vervangt de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan. Met de burgerparticipatie wordt eenieder in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van het plan en te reageren op de inhoud. Op 3 maart 2021 heeft er een digitale participatie avond plaatsgevonden waarvoor omwonenden zijn uitgenodigd. Het doel van de bijeenkomst was het informeren over de plannen en het toelichten van de te doorlopen procedure. Omwonenden reageerden overwegend positief. Wel is aandacht gevraagd voor een goede en veilige verkeersafwikkeling op de Nieuweweg. Input van deze avond, zoals een doorgang in het plangebied voor langzaam verkeer, is meegenomen in de ruimtelijke programmatische kaders. Het verslag van de participatie is als bijlage bij de ruimtelijke en programmatische kaders gevoegd. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, op 9 mei 2023, is er opnieuw een bewoners(inloop)bijeenkomst georganiseerd. Belanghebbenden/ belangstellenden hebben tijdens deze avond vragen kunnen stellen over het bestemmingsplan en ook over het bouw- en inrichtingsplan.

De reacties waren voornamelijk gericht op de inrichting van de openbare ruimte en het gebruik daarvan. Verwezen wordt naar de bijlage Participatieverslagen.

8.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het plan raakt geen rijksbelangen of belangen van andere gemeenten. Vooraf is overleg geweest met het waterschap. De provincie en het waterschap hebben het ontwerpplan toegestuurd gekregen. De provincie heeft hierop gereageerd dat het plan geen aanleiding geeft om opmerkingen te plaatsen in het kader van het provinciaal belang.

8.2

Ontwerp ter inzage legging

Het ontwerpbestemmingsplan 'Nieuweweg 220 t/m 226' heeft na publicatie in het digitale Gemeenteblad op 19 april 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Ook is het ontwerpplan sindsdien beschikbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl. Tot 1 juni 2023 kon een ieder een zienswijze indienen op dit plan. Er zijn binnen deze termijn geen zienswijzen met betrekking tot dit plan ingediend.

bestemmingsplan

59

bestemmingsplan Nieuweweg 220-226

60

bestemmingsplan

bestemmingsplan Nieuweweg 220-226

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan

61

bestemmingsplan Nieuweweg 220-226

Bijlage 1 Situatietekening conceptplan

62

bestemmingsplan

se w eg

Blok E 10 lagen = eg30 app

w eboom Blok D Bestaande w u e 6 lagen Ni = 24 app

4

6075

F_(X)02

F_(X)03

F_(X)04

F_(X)05

F_(X)06

78 m2 BVO 60 m2 GO

OVB 2m 87 OG 2m 06

78 m2 BVO 60 m2 GO

OVB 2m 87 OG 2m 06

78 m2 BVO 60 m2 GO

OVB 2m 87 OG 2m 06

89,7 m2 BVO 72 m2 GO LOGGIA

8 m 6 B2 OV 2m 0 OG

69 m2 BVO 55 m2 GO

O

4

OVB 2 m OG 2m 87 06

6000

6000

6000

6200

6000

7050

voorstel trapveldje

Blok K 5 lagen = 5 app

setback

5000

0 600

4250

4650

7

63 m2 BVO 49 m2 GO

aansluiting

114

5

6

5 2800

calamiteiten ontsluiting

6

aansluiting

155 app < 60 m2 GO 30 app > 60 m2 GO

5000

001

6200

8

2800

5100

5100

5100

BALKON

58 m2 G 78,9 m O 2 BVO

A_(X)0 1

148 m2 BVO 139,3 m2 BVO 139,3 m2 BVO 139,3 m2 BVO 139,3 m2 BVO 139,3 m2 BVO 139,3 m2 BVO 139,3 m2 BVO 148 m2 BVO 109,5 m2 GO 109,5 m2 GO 109,5 m2 GO 109,5 m2 GO 109,5 m2 GO 109,5 m2 GO 109,5 m2 GO 109,5 m2 GO 109,5 m2 GO

005

5100

voorstel speelplaats

006

007

008

009

010

011

012

013

014

5100

5100

5100

5100

5100

5100

5100

5100

5100

109,5 m2 GO 148 m2 BVO 10 x tussenwoning:109,5 GO 139,3 BVO 4 x hoekwoning:

er

er

lentest herf

lente herfst

w

win

ter

er int

O

Z

1-29

97 Blok 1 5 woningen

verbinding n.t.b.

124

Blok 2 9 woningen122

121

VND00H 03360G0000

128

PROJECT

126

Ontwikkeling Nieuweweg te Veenendaal

OPDRACHTGEVER

g 132

AGB VAN D IJ K

130

ONDERWERP

Situatietekening

FASE

Definitief ontwerp

ONTWERP

EO

SCHAAL

1:500

PROJECTLEIDER

JvD

FORMAAT

A2

TEKENAAR

AvK

DATUM

XX-XX-2022

2018-043B TEKENING NR.

AGB van DIJK

VND00H 03414G0000

203 136

134

auwooglaan

Vlindertuin

201

W

zo m

9

5

2500

2500

2

4

5100

totaal 14 woningen

7 8

A_(X)0

VND00K 03315G0000 139,3 m2 BVO 109,5 m2 GO 139,3 m2 BV O 109,5 m2 GO 139,3 m2 BV 002 O 148 109,5 m m2 BV 2 GO 003 109,5 m O 2 GO 00

15

BALKON

A_(X)0

3 A_(X)0

148 m2 BV 109,5 m O 2 GO

207

msewe

N 21

verbinding i.o.m. buurt

209

82

totaal 185 app

fiets

211

72 m2 BVO 55,8 m2 GO

7

voors ruimte tel AC

2800 2500

3e verdieping: blok L

2800 2500

6200

5100

6075

0 600 0 600

8200

BALKON

4

74,4 m 2 BVO 58 m2 GO

J_(X)01

5000

2100 s t.p.v. Balkon

87,9 m2 BVO 69,4 m2 GBO

K_(X)01

m

B_(X)0

6000

voorstel speelplaats

1

20000

A_(X)0

V1/V2

6000

84,6 m2 BVO 69,5 m2 GO

4

6000

84,6 m2 BVO 66,3 m2 GO

5 6

O

BALKON

58 m2 G 74,4 m O 2 BV

6000

L_(X)01

OVB 2m 6,48 OG 2m 3,66

0 600

5000

6000

L_(X)02

84,6 m2 BVO 66,3 m2 GO

4

6000

102,5 m2 80 m2 BVO GO

BALKON

B

OG 2 OVB 2 m 85 m 4,47

NOKLA

10426

1

L_(X)03

OVB 2m 6,48 OG 2m 3,66

zo

B_(X)0

OVB 2 m OG 2m 87 06

2

Daktuin: indeling n.t.b. Landschapsonwerp zie opgave Soudant

V

7800

L_(X)04

BALKON

82,5 m 2 60 m2 BVO GO

6000

219

Bestaande boom

L_(X)05 89,1 m2 BVO 66,3 m2 GO

Blok J 5 lagen = 5 app

17 18 19 16 20

B_(X)0

3 B_(X)0

78 m2 BV 60 m2 O GO

6000 6000

EE NTR H.E

0 600

4200

Blok A 3 lagen = 15 app

4000 1800

C_(X)0 1

LOGG IA

5620

6000

Blok L 4 lagen = 20 app

Blok I 5 lagen = 10 app

11 12 13 1

Nieuwe weg

BOOMBAKKEN

0 600

2

4300 1700

H.ENTREE

I_(X)02

O m 78 m2 G 60

Blok H 7 lagen = 7 app

aansluiting

OVB 2m 87 OG 2m 06

221

8600

ca.2450

8

O m 78 m2 G 60

87°

Bestaande boom

7

7070

H_(X)01

I_(X)01

7

11117

4 x hoekwoning:

Bestaande bomen

6

LOGGIA

O

C_(X)02

62°

1130 4200

68 °

F_(X)01

2200 3800

m 78 m2 G 60

m 78 m2 G 60

109,5 m2 GO 148 m2 BVO 10 x tussenwoning:109,5 GO 139,3 BVO

aansluiting

5 G_(X)01

82,9 m2 BVO 74,7 m2 GO

0 420

Blok B 4 lagen = 16 app

213

30007050

69,9 m 78,2 m 2 GO 2 BVO

225

215

6000

63°

227

217

6000 voetpad

78 m2 BVO 60 m2 GO

LOGGIA

6000

7400

BVO O m2 78 m2 G 60

6000

2600

D_ 1 X)0 D_( 2 BVO

2 91

229

3

2 (X)0

2 X) 0 E_( 2 BVO

)01 _(X O

BV O m2 78 m2 G 60

4 X)0 D_( 2 BVO

3 X)0 D_( 2 BVO

0 562

6000

H.ENTREE

Blok C 5 lagen = 10 app

0 600

voorstel 0 600 ACV ruimte

0 870

00 100

E

Bestaande boom

6000

3 X)0 7 E_(

0 600

0 600

155 app < 60 m2 GO 30 app > 60 m2 GO

0 600

0 600

0 600

totaal 185 app

Blok G 7 lagen = 7 app

totaal 14 woningen 10150

10

Blok F 6 lagen =36 app

10

eM elm

131

Panhuis 18

PC + Plaats

3905 AX Veenendaal

Adres

Telefoon

0318 55 03 58

A

D

G

J

Email

info@agbvandijk.nl

B

E

H

K

Internet

www.agbvandijk.nl

C

F

I

L

133

PROJECT NR.

DO-001 printdatum 20-09-2022

bestemmingsplan Nieuweweg 220-226

Bijlage 2 Overzicht verharding vs groen

64

bestemmingsplan

Bebouwing 4008 m2 deels groen dak Verharding 2260 m2 Daktuin / deel verharding n.t.b. invulling 2688 m2 Half verharding 342 m2 Groen 3302 m2 Privé tuinen 836 m2

2018-043B 01-07-2021

Overzicht verharding 1:1000

AGB VAN D IJ K printdatum 01-07-2021

bestemmingsplan Nieuweweg 220-226

Bijlage 3 Archeologisch onderzoek

66

bestemmingsplan

RAAP-RAPPORT 5217

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal Gemeente Veenendaal Archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Colofon Titel: Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal; Archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse Versie: 12-07-2021 – eerste versie Auteur: dr. D. Peeters, A. Kuijt MA & J.A. Wolzak MSc Projectcode: VENG & VENG2 Bestandsnaam: RAAPrap_5217_VENG_20210618 Autorisatie: drs. K. Wink & M. IJsselstijn MA

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2021 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag omtrent goed - of afkeuring van het rapport.

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Samenvatting In opdracht van C.V. Nieuwendijk heeft RAAP in de periode april-juni 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse uitgevoerd voor het plangebied Nieuweweg 222 -226 te Veenendaal. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag. Archeologisch bureauonderzoek Op basis van het archeologisch bureauonderzoek en de cultuurhistorische gebiedsontwikkeling bestond de volgende archeologische verwachting. In directe omgeving van het plangebied komen mogelijk gradiëntsituaties voor in het overgangsgebied van delen van de stuwwal naar lager gelegen gebied , terwijl het plangebied in zulke laatstgenoemde relatief natte zones lijkt te hebben gelegen . Voor het plangebied bestond een lage-middelhoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit het midden paleolithicum tot het neolithicum B. Voor het plangebied bestond eveneens een lagemiddelhoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit de periode dat akkerbouw werd bedreven vanaf het neolithicum B tot en met de nieuwe tijd (top van dekzand). Verkennend archeologisch booronderzoek Op basis van het verkennend archeologisch booronderzoek blijkt de bodemopbouw van het dekzand niet intact.

Er zijn geen tekenen van bodemvorming in het dekzand waargenomen, terwijl recente verstoringen en mogelijk ook natuurlijke processen zoals verspoeling aan de aangetroffen bodemopbouw hebben bijgedragen. Tijdens het onderzoek zijn geen overduidelijk gestuwde afzettingen aangetroffen en het lijkt waarschijnlijk dat het plangebied deel was van een relatief nat en lager gelegen plateau aan de rand van de stuwwal Groot Venlo. Op basis van deze resultaten kan de archeologische verwachting voor het paleolithicum-nieuwe tijd voor de top van het dekzand in het plangebied als laag worden bestempeld. De lagen die (van boven naar beneden) boven het dekzand zijn aangetroffen (recent opgebrachte grond, verstoorde grond, antropogeen pakket/oude akkerlaag, veen- en/of leemlaag) gaan eveneens gepaard met een lage a rcheologische verwachting voor bewoningssporen uit deze periode. Cultuurhistorische analyse Op basis van het cultuurhistorisch onderzoek kan worden geconcludeerd dat het plangebied aan een historisch lint ligt dat een oude (middeleeuwse) oorsprong heeft. De Nieuweweg als geheel heeft daarmee een hoge cultuurhistorische waarde.

Het plangebied met daarin de twee grootschalige kantoorgebouwen ligt aan een ‘verstoord’ deel van deze Nieuweweg, die is ontstaan door de aanleg van de A12, de aanleg van een stelsel van rondwegen (inclusief de Grote Beer), de invulling van de restruimte tussen stad en snelweg met een bedrijventerrein, en een stedenbouwkundige visie uit de jaren tachtig waarin op deze locatie een markant gebouw moest komen. De bebouwing is de ‘uitkomst’ van deze ontwikkeling, die nog relatief recent is en waar op dit moment een lage/indifferente waardering aan toegekend kan worden. De huidige bebouwing in het plangebied heeft enige waarde als voorbeeld van kantoorbouw uit de jaren tachtig met toepassing van isolerende spiegelbeglazing. Van

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[3]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

de architect zijn in het kader van dit onderzoek geen andere werken aangetroffen, over zijn oeuvre is niets bekend. Advies Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumente nzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht arche ologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Op basis van het cultuurhistorisch onderzoek wordt, conform het vigerende beleid van de Gemeente Veenendaal, aanbevolen om het lintkarakter van de Nieuweweg te versterken. Daarbij geldt vanuit cultuurhistorie geredeneerd dat de historische eenheid van de Nieuweweg niet verder wordt verstoord en dat de bebouwing zich dient te voegen tot de waarden zoals hierboven beschreven. Voor de zijde van het perceel dat langs de Grote Beer ligt, zijn deze waarden niet van toepassing. Hier is bebouwing passend bij de in de jaren tachtig gerealiseerde stedelijke schaal gewenst. Dit rapport geeft (selectie)adviezen.

Het is aan de bevoegde overheid , de gemeente Veenendaal, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit .

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[4]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 8 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 8 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................................................... 9

2 Archeologisch bureauonderzoek ..................................................................................................... 10 2.1 Methode ............................................................................................................................................ 10 2.2 Aardkundige situatie .......................................................................................................................... 10 2.3 Archeologische gegevens ................................................................................................................... 15 2.4 Historische situatie ............................................................................................................................ 18 2.5 Huidige situatie .................................................................................................................................. 20 2.6 Toekomstige situatie .......................................................................................................................... 21 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting ...................................................................................... 21

3 Cultuurhistorische analyse en waardering ....................................................................................... 24 3.1 1500-1800: Veldjesgraaf .................................................................................................................... 24 3.2 1800-1900: de Nieuweweg als straatweg ............................................................................................. 25 3.3 1900-1950: Lintbebouwing .................................................................................................................. 26 3.4 1950-heden: vernieuwing en bedrijvigheid ........................................................................................... 30 3.5 1990-heden ....................................................................................................................................... 37

4 Archeologisch veldonderzoek ......................................................................................................... 38 4.1 Methode ............................................................................................................................................ 38 4.2 Resultaten ......................................................................................................................................... 38 4.3 Archeologische relevantie .................................................................................................................. 42

5 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 43 5.1 Conclusie Archeologie ........................................................................................................................ 43 5.2 Advies Archeologie ............................................................................................................................ 43 5.3 Waardering Cultuurhistorie ................................................................................................................. 43 5.4 Advies Cultuurhistorie ........................................................................................................................ 44 5.5 Tot slot .............................................................................................................................................. 44

Literatuur .......................................................................................................................................... 45 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 47

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[5]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van C.V. Nieuwendijk heeft RAAP in de periode april-juni 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse uitgevoerd voor het plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal in de gemeente Veenendaal (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunningsaanvraag. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Veenendaal ligt het plangebied in zone hoog. Het beleid voor deze zone schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 1.000 m 2 en dieper dan 50 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan Parapluplan 2020 (NL.IMRO.0345.Parapluplan2020 -oh01). De omvang van de bodemingrepen bedraagt 1,35 ha. en de diepte van de ingrepen bedraagt maximaal circa 200 cm –mv. De ingrepen zijn daarmee groter dan de vrijstellingsgrens.

Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De archeologische werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4. 1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. Voorafgaand aan het archeologisch onderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en ter goedkeuring aan de bevoegde overheid voorgelegd (Peeters, 2021). Dit PvA is goedgekeurd (op 06-052021). Dit PvA diende als uitgangspunt voor het onderzoek. Het onderzoek is bovendien uitgevoerd conform de geldende richtlijnen van de bevoegde overheid. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[6]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Figuur 1. Aanduiding plangebied (rood kader). Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[7]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Opdrachtgever

C.V. Nieuwendijk

Bevoegde overheid

Gemeente Veenendaal

Plaats

Veenendaal

Gemeente

Veenendaal

Provincie

Utrecht

Centrumcoördinaten (X/Y)

166.491 / 449.956

Toponiem

Nieuweweg 222-226

Kadastrale gegevens

VND00 K 3308, 3309, 3312, 3315, 4973, 4974.

Oppervlakte plangebied

1,35 hectare

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig bureauonderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht. Het archeologisch veldwerk is beperkt gebleven tot het plangebied.

Onderzoeksperiode

April-juni 2021

Uitvoerder

RAAP West

Projectleider (Archeologie)

dr. D. Peeters

Projectleider (Cultuurhistorie)

A. Kuijt MA

Projectmedewerkers

J.A. Wolzak MSc

RAAP-projectcodes

VENG (Archeologie) & VENG2 (Cultuurhistorie)

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

5028864100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio West te Leiden en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling Archeologisch onderzoek De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie ver zameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: Bureauonderzoek •

Welke gegevens met betrekking tot aardkundige en archeologisc he waarden en gegevens met betrekking tot bodemverstoringen zijn reeds over de plangebieden bekend?

•

Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting voor de plangebieden?

•

Is op basis van deze verwachting een vervolgstap uit het proces van de Archeol ogische Monumentenzorg (AMZ) aan de orde? En zo ja, welke onderzoeksstrategie wordt aanbevolen?

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[8]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) •

Hoe ziet de geologische/bodemkundige opbouw van de plangebieden eruit?

•

Wat is de verspreiding en diepte van (recente) bodemverstoringen, bijvoorbeeld als gevolg van de huidige inrichting, kabels en leidingen etc.?

•

Wat is de verspreiding en de diepte van archeologisch interessante lagen?

•

Hoe verhouden deze (4 - 6) zich tot de voorgenomen werkzaamheden? Vormen deze voorgenomen ingrepen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologisch relevante lagen?

•

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting bijgesteld te worden?

Algemeen •

Is op basis van deze archeologische verwachting (8) in relatie tot de voorgenomen ingrepen archeologisch vervolgonderzoek aan de orde in (delen van) de plangebieden?

•

Welke methoden zouden bij het archeologisch vervolgonderzoek ingezet kunnen worden?

•

Op welke manier dient bij eventuele graafwerkzaamheden met archeologische waarden te worden omgegaan?

Cultuurhistorische analyse Het doel van de cultuurhistorische analyse is om de ontwikkelingsgeschiedenis van de omgeving te beschrijven en de cultuurhistorische waarden van de huidige bebouwing in dit gebied te analyseren. Met behulp van de onderzoeksresultaten kan de opdrachtgever vervolgens een visie vormen en beredeneerde ontwerpkeuzes maken voor het nieuwbouwproject in deze omgeving.

1.4 Leeswijzer Deze rapportage omvat het archeologisch vooronderzoek en de cultuurhistorische analyse dat noodzakelijk wordt geacht in het kader van de voorgenomen werkzaamheden. De cultuurhistorische analyse is in hoofdstuk 3 van dit rapport opgenomen. De cultuurhistorische waardering en het advie s in het kader van de plannen zijn in hoofdstuk 5 beschreven. Het archeologisch bureauonderzoek op basis waarvan een archeologische verwachting is opgesteld en de resultaten van het hieruit volgende veldonderzoek zijn respectievelijk in hoofdstuk 2 en 4 uitgewerkt. De conclusies en het advies zijn wederom in hoofdstuk 5 te vinden.

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[9]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

2 Archeologisch bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data-archief.

2.2 Aardkundige situatie Landschappelijke ontwikkeling Veenendaal is gesitueerd aan het eind van een glaciaal tongbekken uit het Saalien (de Gelderse Vallei; Berendsen, 2004). Later werd de laagte gedurende het warmere Eemien grotendeels opgevuld met mariene afzettingen en tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, eindigde veel zand van de hogere stuwwallen in het dal onder invloed van wind en water. Verstuivingen resulteerde n vervolgens in meer reliëf in dit dekzandlandschap (Laagpakket van Wierden, onderde el van de Formatie van Boxtel; Cazemier en Van der Hamsvoord, 1992). De Gelderse Vallei wordt in het zuiden van de gemeente begrensd door de Utrechtse Heuvelrug stuwwal en in het noorden door drie kleinere stuwwallen (de Emminkhuizerberg, het Groot Venlo en het Klein Venlo). Het plangebied zelf is op basis van de geomorfologische kaart op de (flank?) van de stuwwal Groot Venlo gelegen (zie beneden). Vanaf het Holoceen begon de zeespiegel te stijgen, dat leidde tot een grondwaterspiegelstijging en een gelijktijdige grootschalige veengroei in de lager gelegen gebieden (door een slechte waterafvoer door het dekzand, een gering verhang van het terrein en in het zuiden kleiafzetti ngen van de Rijn). In de vallei bestonden de veengebieden voornamelijk uit hoogveen en in het Rhenense veendeelgebied ontstond Veenendaal (Cazemier en Van der Hamsvoord, 1992).

Vanaf de middeleeuwen zijn in de gemeente Veenendaal grote delen van het hoogveenpakket afgegraven (Cazemier en Van der Hamsvoord, 1992). Oorspronkelijk waren er twee richtingen waarin dit veengebied afwaterde: 1) zuidoostelijk richting de Rijn en zuidelijk door de Kromme Eem, die uitmondde in de Grebbe (een beek die eveneens in de Rijn uitmondde), 2) maar het grootste deel van de afwatering van dit gebied kwam voor rekening van enkele kleinere noordwestelijk lopende beken die uitmondden in de Eem, om het water uiteindelijk in de Zuiderzee af te voeren (Cazemier en Van der Hamsvoord, 1992). Deze afvoerkanalen voerden ook het door de turfwinning vrijgekomen water af, maar door regelmatige overstromingen van de Rijndijk en regen - en smeltwater uit de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe was er vanaf het eind van de 16 e eeuw veel wateroverlast. Dit werd pas minder toen er drie heulen (duikers) in de Grebbedijk werden gemetseld en hield pas op toen na een

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[10]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

grote overstroming in 1855 het Omleidingskanaal en het Valleikanaal in 1937-1949 werden aangelegd (Cazemier en Van der Hamsvoord, 1992). Bodemkaart en geomorfologische kaart Het plangebied staat op de bodemkaart grotendeels weergegeven als gooreerdgrond (figuur 2; code: pZn21). De dikte van de eerdlaag is tussen 15 en 50 cm dik . In het uiterste westen van het plangebied is mogelijk een veldpodzolgrond aanwezig, die wordt gekenmerkt door een relatief dunne humushoudende bovenlaag (tussen 0 en 30 cm dik; code: Hn30). Gooreerdgronden en veltpodzolen ontstaan in lager gelegen, natte tot moerasachtige delen van het landschap.

Figuur 2. Het plangebied en de directe omgeving op de bodemkaart (pZn21: gooreerdgrond; Hn30: veldpodzolgrond).

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[11]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Het grootste deel van het plangebied is niet op de geomorfologische kaart gekarteerd vanwege de ligging in bebouwd gebied (figuur 3). Het uiterste noorden van het plangebied en zones ten westen, noorden en oosten hiervan zijn op deze kaart echter als deel van een st uwwal (al dan niet bedekt met dekzand) weergegeven (code: B11). Het plangebied lijkt echter een relatief laaggelegen deel van de stuwwal van Groot Venlo te vormen, die verder richting het zuidwesten hoger opduikt ( figuur 4). Verder zijn in de omgeving kleinere dekzandruggen (code: B53) en vlaktes van ten dele verspoelde dekzanden aanwezig (code: M53).

Figuur 3. Het plangebied en de directe omgeving op de geomorfologische kaart (B11: stuwwal; B53: dekzandrug; M53: vlakte van ten dele verspoelde dekzanden).

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[12]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[13]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Figuur 4. Maaiveldhoogten in het plangebied en de omgeving op basis van het Actueel Hoogte bestand Nederland (AHN3).

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[14]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan

Dubbelbestemming ‘waarde-archeologie hoog’ Vrijstellingsgrens 1.000 m 2 en 0,50 m -mv

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart

Op de archeolandschappelijke kaart (Boshoven, 2018) ligt het plangebied buiten de historische kern van Veenendaal, maar wel op de flank van een stuwwal. Op de verwachtingskaart geldt een hoge verwachting voor alle perioden, mogelijk is er sprake van goede conservering.

Gemeentelijke archeologische beleidskaart

Archeologie – waarde hoog: 1.000 m 2 en 0,5 m -mv

Tabel 2. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

Bekende archeologische gegevens Binnen 500 m van het plangebied zijn geen terreinen op de Archeologische Monumentenkaart aangegeven en zijn, los van de melding van de archeologische begeleiding ten zuiden van het plangebied langs de Nieuweweg, geen vondstmeldingen in Archis bekend. In de omgeving van het plangebied zijn diverse archeologische onderzoeken uitgevoerd die inzichten verschaffen in de archeologische verwachting en potentie van de omgeving (tabel 3 en figuur 5). Op basis van de uitgevoerde veldonderzoeken blijkt dat de bodemopbouw in de omgeving in vrijwel alle gevallen dusdanig is geroerd (tot in de C-horizont van het dekzand of stuwwalafzettingen) dat hier geen archeologische resten meer worden verwacht.

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[15]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Zaakidentificatienr.

Ligging

Resultaat/advies

Opmerking

2188494100

135 m noordwest

Op basis van de veldtoets bleek de ondergrond te zijn verstoord tot in de Chorizont van het dekzand. Geen vervolgonderzoek

Vendelier 2

90 m west

Geen rapport in Archis/DANS aanwezig

1 e Melmseweg

2263759100

Vestigia, bureauonderzoek en verkennende boringen (Verschoor e.a., 2008)

Synthegra, bureauonderzoek 2007 4674595100

15 m west

Geen rapport in Archis/DANS aanwezig

Actualisatie bureauonderzoek 1 e Melmseweg. Synthegra, 2019

2210087100

95 m west

Geen rapport in Archis/DANS aanwezig

1 e Melmseweg Synthegra, Booronderzoek

2383485100

2448122100

2684238100

3298242100

4901134100

4935309100

75 m zuidwest

De bodem is hier verstoord tot 30-200 cm -mv in de C-horizont. Onder het recent verstoorde dek zijn stuwwalafzettingen aanwezig. Geen vervolgonderzoek

Munnikenweg

Deels in noordwestelijke punt plangebied

Geen rapport in Archis/DANS aanwezig

Nieuweweg

Deels in uiterste westen van plangebied

De ondergrond van het noordelijke deel (het deel van de Nieuweweg waar het huidige plangebied aan ligt) bestaat uit dekzand. Er is een omgewerkte humeuze en puinrijke laag van 10-70 cm dik direct op C-horizont aanwezig. Geen vervolgonderzoek

Nieuweweg

Op basis van Archis, deels in westen van plangebied

Er is een muur aangetroffen van de 19e en 20e-eeuwse Scheepjeswolfabriek, circa 400 m ten zuiden van het plangebied

Nieuweweg

225 m ten zuiden

Verkennend booronderzoek geadviseerd voor een deel van het plangebied (het middelste deel bestaat uit een dekzandvlakte en hoeft niet verder onderzocht te worden).

Wijk De Pol

225 m ten zuiden

In het westelijke deel (circa 200 m ten zuiden van het plangebied) is op 1,1 m – mv een 20 cm dikke omgewerkte podzol aangetroffen op C-horizont.

Wijk De Pol

ADC, booronderzoek (Blom, 2012)

Bureauonderzoek door Archeologie Advies, 2014

Booronderzoek ADC (Van Rooij, 2015)

Begeleiding rioolwerkzaamheden ADC (Van Boekel, 2016)

Bureauonderzoek ADC (Hanemaaijer, 2020)

Booronderzoek ADC (Hanemaaijer, 2021)

Tabel 3. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[16]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Figuur 5. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied (Archis3).

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[17]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Het plangebied ligt buiten de historische kern van Veenendaal. Zoals in de cultuurhistorische analyse (hoofdstuk 3) nader wordt beschreven volgt de Nieuweweg de loop van de vroegere Veldjesgraaf, die rond het midden van de 16e eeuw als ontginningsbasis diende. Tot in de 19e eeuw is langs dit voormalige water echter nauwelijks bebouwing aanwezig en diende de Veldjesgraaf waarschijnlijk alleen als doorgaande weg (Torremans, 2014). Een eerste detailbeeld van de situatie in het plangebied en de omgeving wordt gegeven door de eerste kadastrale kaarten (1811-1832). Het plangebied ligt ten oosten van de Nieuweweg en omvat kadastrale percelen 214, 217 en 218 (figuur 6a). Op basis van de aanwijzende tafels zijn deze percelen op dat moment in gebruik als weiland.

Op basis van kaarten later uit de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e eeuw wordt geen bebouwing uit deze periode in het plangebied verwacht (figuur 6b-c). De eerste bebouwing verschijnt op de topografische kaart uit 1958, als in het zuidwesten van het plangebied enkele gebouwen zijn weergegeven (figuur 6d). De huidige situatie is eind 20e eeuw ontstaan (figuur 6e).

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[18]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Figuur 6. Overzicht van historische kaarten.

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[19]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik

bedrijventerrein

Hoogteligging maaiveld

7,3 m +NAP

Grondwatertrap of -stand

Trap III

Milieutechnische condities

Er zijn binnen het plangebied geen milieuonderzoeken bekend bij het Bodemloket

Aanwezige oude constructies (funderingen, kelders e.d.)

Onder het westelijk gelegen gebouw is een kelder met laadkuil aanwezig . Verdere informatie met betrekking tot de funderingen zijn niet bij RAAP bekend

Locatie en diepte van kabels/leidingen

Zie figuur 7

Tabel 4. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

Figuur 7. Luchtfoto van het plangebied en de ligging van kabels en leidingen.

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[20]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie: Aard

De huidige bebouwing wordt gesloopt. Hier worden nieuwbouwwoningen gerealiseerd met een ondergrondse parkeergarage

Omvang en diepte

Ca. 1,35 ha. De maximale ontgravingsdiepte bedraagt circa 2 m -mv

Invloed op maaiveld en grondwater

Onbekend

Toekomstig gebruik

Wonen

Toekomstige gebruiker

Bewoners

Tabel 5. De toekomstige situatie.

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager-verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. In het plangebied en de directe omgeving komen mogelijk gradiëntsituaties voor in het overgangsgebied van delen van de stuwwal naar lager gelegen gebied. Zodoende worden vindplaatsen van jager-verzamelaars verwacht.

Het betreft resten van kampementen uit het midden paleolithicum tot het neolithicum B. Resten van kampementen kunnen voorkomen in de top van de stuwwal. Mochten de gestuwde afzettingen afgedekt worden door dekzand, kunnen op het dekzandniveau vindplaatsen vanaf het laat paleolithicum voorkomen. Deze vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) spreiding van vuurstenen werktuigen en afval. Indien het archeologisch niveau uit deze periode niet door de recente bebouwing is verstoord is, bestaat voor archeologische vindplaatsen uit deze periode in de top van de stuwwal een hoge verwachting. Vermoedelijk ligt het plangebied, voornamelijk op basis van de bodemkaart en in de omgeving uitgevoerde onderzoeken in een lager gelegen (relatief nat) deel van het dekzandlandschap met een lage tot middelhoge archeologische verwachting.

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[21]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Voor het plangebied geldt een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf het neolithicum B tot en met de nieuwe tijd in de top van het stuwwalzand en voor hoger opduikende dekzandruggen. Voor lager gelegen delen in het dekzandlandschap geldt voor deze periode een lage archeologische verwachti ng, aangezien deze zones waarschijnlijk in het algemeen niet geschikt waren voor akkerbouw of bewoning, maar bijvoorbeeld wel voor veeteelt. Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat in de nieuwe tijd geen bewoning in het plangebied heeft plaatsgevonden. Bewoning tijdens de late middeleeuwen en nieuwe tijd kan echter niet volledig worden uitgesloten, aangezien voor de late middeleeuwen geen historisch kaartmateriaal beschikbaar is en het kaartmateriaal voorafgaand aan de 19e eeuw in het algemeen te weinig detailniveau laat zien. Dergelijke vindplaatsen zijn over het algemeen klein tot groot in omvang en kenmerken zich door een spreiding van vondstmateriaal en archeologisch puin over vrijwel de gehele omvang van de vindplaats .

(Diepte)ligging In het plangebied liggen dekzanden uit het laatpleistoceen of gestuwde afzettingen mogelijk direct aan het maaiveld. Het huidige maaiveld vormt zodoende al sinds het laatpaleolithicum het loopvlak. Indien een jong afdekkend pakket ontbreekt, kunnen archeologische resten vanaf deze periode direct aan het maaiveld aanwezig zijn. Fysieke kwaliteit Aangezien in het plangebied afdekkende pakketten ontbreken is mogelijk sprake van een slechte conservering van de archeologische resten. Daarnaast zal de bodemopbouw onder de bestaande bebouwing en ter plaatse van kabels/leidingen zijn geroerd. Overzicht De archeologische verwachting en de verschillende deelaspecten daarvan, zoals hiervoor beschre ven, zijn samengevat in tabel 6

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[22]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

Archeologische periode

Complextype

Omvang

Kenmerken

Diepteligging

Gaafheid

Archeologische verwachting

Paleolithicum tot en met neolithicum B

Nederzetting

Klein

Vuursteen

Mogelijk vanaf het maaiveld

Matig

Laagmiddelhoog

Neolithicum tot late middeleeuwen

Bewoning

Klein tot groot

Bouwmateriaal, nederzettingsafval; mogelijke ophoging en karrensporen

Mogelijk vanaf het maaiveld

Matig

Laagmiddelhoog

Late middeleeuwen tot en met nieuwe tijd

Bewoning

Groot

Keramiek, bouwmateriaal, muren, menselijk en dierlijk bot, munten, glas, houten palen; infrastructuur (weg)

Vanaf het maaiveld

Matig

Laag

Tabel 6. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor h et plangebied.

RAAP-rapport 5217 / versie 12-07-2021

[23]

Plangebied Nieuweweg 222-226 te Veenendaal, gemeente Veenendaal ; archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek; verkennend booronderzoek) en cultuurhistorische analyse

3 Cultuurhistorische analyse en waardering Dit hoofdstuk beschrijft in chronologische volgorde de cultuurhistorische ontwikkeling van de Nieuweweg en het daaraan gelegen plangebied.

3.1 1500-1800: Veldjesgraaf De Nieuweweg volgt voor een groot deel de loop van de vroegere Veltgens - of Veldjesgraaf, die oorspronkelijk op de grens lag tussen Utrecht en Gelderland (Wolleswinkel, 1998, p.23). Volgens Torremans (2014) diende deze Veldjesgraaf tijdens de ontginning va n de Edervenen (omstreeks het midden van de 16e eeuw) als ontginningsbasis. Vanuit hier werden sloten gegraven waarmee het gebied ontwaterd kon worden. Het afgestoken en gedroogde veen (turf) werd via kanalen (griften) afgevoerd en verkocht. Het plangebied maakte oorspronkelijk deel uit van deze commerciële veenontginningen, waaraan Veenendaal zijn oorsprong te danken heeft ( Hof et al., 1992, p. 22). Figuur 8. Fragment uit kaart van Utrecht van omstreeks 1750 door Bernard de Roij met daarop de Veldjesgraaf aangegeven (rode stippellijn) (UvA).

Na het graven van het meer naar het oosten gelegen kanaal de Boveneindsche Grift (vanaf 1545) , zou de Veldjesgraaf grotendeels gedempt en als weg in gebruik genomen zijn ( Torremans, 2014). In het gebied lag een aantal zandheuvels (stuwwallen; zie paragraaf 2.2.) die bij de laatste IJstijd gevormd zijn. Het plangebied ligt op de noordoostelijke flank van een dergelijke heuvel, genaamd De Vendel (figuur 4). Na de ontvening bleef een strokenverkaveling bestaan, waar de stroken door sloten van elkaar werden gescheiden. De percelen waren in gebruik als grasl and, omdat de grondwaterstand te

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13068938/1