CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.a Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling ontwerp Buurtuitvoeringsplannen (BUPs)22.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 21

Energie-efficiëntie van warmtepompen. Een warmtepomp maakt slim gebruik van het principe dat er energie (en dus warmte) zit in onze omgeving (lucht, water, bodem, ect), óók als het vriest. De elektrische energie die een warmtepomp nodig heeft, wordt niet zozeer gebruikt om te verwarmen, maar om de warmte die in onze omgeving ‘verstopt zit’ beschikbaar te maken door koude en warmte van elkaar te scheiden. Zo kan met 1 eenheid elektrische energie vaak wel 4 eenheden warmte (of koude) worden gemaakt. Dit wordt uitgedrukt in een getal: de COP-waarde. Een waarde van 1 betekent dat van 1 hoeveelheid elektrische energie eenzelfde hoeveelheid warmte wordt gemaakt. Een waarde van 4 betekent dat van 1 eenheid elektrische energie 4 eenheden warmte worden gemaakt. De efficiëntie van warmtepompen hangt vooral samen met het temperatuurverschil dat overbrugd moet worden. Is het buiten -20 en moet er binnen warmwater van 60 graden worden gemaakt, dan is de efficiëntie laag. Is het buiten 10 graden en wil de bewoner water van 35 graden, dan is de efficiëntie veel hoger. De efficiëntie van een warmtepomp, gemiddeld over een seizoen, noemen we de SCOP. Bij een tweede cyclus verdient de warmtepomp zich sneller terug, omdat de investering voor vervanging van een warmtepomp lager is dan de eerste installatie.

De terugverdientijd is dus lang, maar in veel gevallen verdient de warmtepomp zich uiteindelijk terug. De terugverdientijd is wel sterk afhankelijk van o.a. de specifieke situatie, zoals aardgasverbruik, eenvoud van installatie, gekozen techniek en wel/niet toevoegen van zonnepanelen. Perspectief voor corporatiewoningen Voor de corporatiewoningen in de buurt is aan Veenvesters gevraagd wat hun visie is op het bezit in deze buurt. Van

alle woningen in de buurt die gebruik maken van aardgas is recent de cv-installatie nog vernieuwd. De verwachting is dat deze woningen tot ongeveer 2032 met deze ketel kunnen doen. Voor Veenvesters ligt de focus van hun investeringen de komende jaren op de woningen met de hoogste energierekeningen en de grootste isolatieopgave. Bij vervanging van de cv-ketels zou Veenvesters een alternatief willen overwegen. De woningen die zijn aangesloten op het warmtenetje van Warmtebedrijf Veenendaal in de omgeving van de Prins Clauslaan zijn al aardgasvrij. Dit is een groot deel van het totaal aantal woningen van Veenvesters in Dragonder-Oost

VvE’s spelen gelijksoortige problemen met betaalbaarheid en afstemming van de ingrepen waardoor vooralsnog deze VvE’s geen concrete plannen hebben om te investeren in een aardgasvrije oplossing.

Perspectief Verenigingen van Eigenaren Behalve eengezinswoningen kent de buurt een aantal appartementencomplexen. Voor één van deze complexen is in het kader van het buurtuitvoeringsplan een verduurzamingstraject gestart met als belangrijke vraag hoe het complex aardgasvrij kan worden. Deze VvE (Solido) doorloopt momenteel een verduurzamingstraject begeleidt door DVVE13. Uit deze casus is gebleken dat het aardgasvrij maken van appartementen en VvE’s zowel wat betreft complexiteit van ontwerp van het energiesysteem en besluitvorming, als wat betreft de terugverdientijd van de maatregelen een stuk ingewikkelder is dan bij eengezinswoningen. Zo kenmerken deze appartementen zich door een zeer laag aardgasverbruik en beperkte ruimte om de onderdelen van een warmtepomp te kunnen plaatsen. Bovendien is vaak afstemming nodig tussen werkzaamheden aan collectieve installaties (in beheer bij de VvE, zoals rookgaskanalen) en individuele installaties (zoals cv-ketels). Eenvoudiger in te passen oplossingen zoals een lucht-lucht warmtepomp (airco) i.c.m. warmwaterboiler zullen naar verwachting een relatief hoog elektriciteitsverbruik met zich meebrengen maar zijn wel goedkoper. Behalve het onderzoek bij VvE Solido is gesproken met 2 VvE’s aan de McBridestraat. Bij deze

Basisschool ’t Speelkwartier maakt wél gebruik van aardgas. Het schoolgebouw is in 2003 gebouwd door de gemeente. De school is in gebruik van basisschool ’t Speelkwartier en kinderdagverblijf KWINK. De school is onderdeel van Stichting Christelijk Primair Onderwijs Veenendaal en omstreken (CPOV eo). Deze stichting houdt zich bezig met de oprichting en instandhouding van scholen voor primair en speciaal christelijk onderwijs. De gemeente is verantwoordelijk voor een kwalitatief goede huisvesting, maar beheer en onderhoud van het gebouw is de verantwoordelijkheid van de school. In de gemeentelijke vastgoedplanning is aangegeven dat in 2026 de bestaande cv-ketel toe is aan vervanging en dan vervangen kan worden door een hybride warmtepomp. In het kader van het buurtuitvoeringsplan is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het pand geheel aardgasvrij te maken. Dit bleek aanzienlijke investeringen te vragen. De precieze haalbaarheid hangt echter ook samen met andere factoren, waaronder de toekomstvastheid

Speciale functies Naast woningen kent de buurt een beperkt aantal ‘speciale functies’. De Pniëlkerk is al vanaf de bouw aardgasvrij. Dit betekent dat de kerk geen opgave meer heeft in het kader van het buurtuitvoeringsplan. De kerk is daarmee een mooi voorbeeld van een maatschappelijke organisatie die al vergaande stappen voor verduurzaming heeft ondernemen.

13 DVVE staat voor de Duurzame VvE. De organisatie helpt bestaande VvE’s te verduurzamen door middel van procesondersteuning en onafhankelijk advies. Door middel van een Europese Elena subsidie kunnen zij deze bemiddeling voor een aantrekkelijke prijs in de markt zetten. Het initiatief wordt ondersteund door de provincie Utrecht en de ROM regio Utrecht.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 22

van het gebruik van het pand, de mogelijkheid voor het verkrijgen van aanvullende subsidie en de extra verlaging van de energiekosten die met een aardgasvrij pakket behaald kan worden ten opzichte van de kapitaallasten van

al geplande investeringen (zoals de hybride warmtepomp). In bijlage 4 is het verkennende onderzoek opgenomen. Verdere uitwerking vraagt om afstemming met de gebruikers en met name het schoolbestuur.

Gebiedsoptimum (TNK)

Gebiedsoptimum (TCO)

Thermische energie uit oppervlaktewater

Thermische energie uit oppervlaktewater

Tot. nationale kosten*

€ 820

€ 820

Vermeden CO2 per €

1,78 kg

1,77 kg

Vermeden CO2 %

75%

75%

TCO eigenaar-bewoner*

€ 1.030

€ 1.050

Gem. BAK kvb.

€ 2.520

€ 3.750

Gem. Warmterekening**

warmtenet individueel

€ €

1.690 690

warmtenet Individueel

€ €

Gebouw Investeringen (CAPEX excl. BAK)

warmtenet individueel

€ 5.270 € 26.220

warmtenet Individueel

€ 5.000 € 29.050

Oplossing Scenario

1.670 660

Figuur 17: Vergelijking van optimale warmtescenario's voor de oostzijde van Veenendaal (Dragonder-Oost rood omrand) op basis van de Transitievisie Warmte 0.5. De linkerkolom geeft de meest optimale oplossing op basis van nationale kosten, de rechter op basis van eindgebruikerskosten (total cost of ownership, TCO). Grijs gekleurd gebied geeft aan dat een individuele oplossing voor dit gebied als goedkoopst wordt berekend. Meer informatie is te vinden in de Transitievisie Warmte 0.5.

Maatschappelijke kosten van de gekozen oplossing In bijlage 6 is de technische analyse die in de Transitievisie Warmte 0.5 is gemaakt voor het oosten van Veenendaal opgenomen. Hierin is ondermeer een vergelijking gemaakt van maatschappelijke- en eindgebruikerskosten van verschillende alternatieven voor aardgas. In onderstaande tabel (figuur 9) zijn de resultaten samengevat. In de linkerkolom staat de aardgasvrije oplossing die vanuit het oogpunt van nationale kosten als het meest gunstig is berekend, in de rechter kolom de oplossing die vanuit de totale eindgebruikerskosten (TCO) het meest gunstig is. Wat opvalt is dat er op basis van nationale kosten in een kleiner gebied een warmtenet berekend wordt dan op basis van TCO. Dit is het gele gebied in de linker kolom. Het gele gebied overlapt in Dragonder-Oost voor een zeer groot deel met het al bestaande warmtenet van Veenvesters in dat gebied. In de ‘grijze’ gebieden (het grootste deel van Dragonder-Oost) is een individuele oplossing op basis van warmtepompen het goedkoopst. Vanuit het oogpunt van eindgebruikerskosten (rechter kolom, plaatje met grijspaars gemarkeerde gebied) wordt een warmtenet in geheel Dragonder-Oost als het meest gunstig berekend.

Kijken we echter naar de daadwerkelijke berekende TCO dan is er een miniem verschil met het scenario met de laagste nationale kosten waar het grootste deel van de buurt individueel verwarmt wordt (1030 om 1050 euro per jaar). Deze doorrekening heeft echter zeer grote onzekerheidsmarges. De berekeningen hebben dus enkel een indicatieve waarde.

14 Volgens het Besluit Bouwwerken Leefomgeving is een elektrische cvketel niet toegestaan, maar zijn individuele elektrische verwarmers zoals e-boilers, straalkachels en infraroodpanelen wél toegestaan. Vanwege de hoge gebruikskosten van elektrisch verwarmen is enkel bij zeer laag warmte/ aardgasverbruik elektrisch verwarmen een reëel optie.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 23

Energiekosten van een warmtepomp vergeleken met een cv-ketel Vaak wordt gezegd dat een warmtepomp goedkoper in het gebruik is dan een cv-ketel. Hoe zit dit? De energiekosten van een cv-ketel zijn min of meer direct verbonden aan de aardgasprijs (wanneer we uitgaan van een HR-ketel). Die van een warmtepomp wordt bepaald door de elektriciteitsprijs én het seizoensrendement van de warmtepomp, de SCOP( zie: “Energie-efficiëntie van warmtepompen”). Doordat de elektriciteits- en aardgasprijs in een min of meer constante verhouding tot elkaar staan, kunnen we berekenen vanaf welk SCOP een warmtepomp goedkoper is dan een cv-ketel wat betreft energieverbruik: Rekenvoorbeeld: 1m3 gas = 9,7 kWh warmte 1kWh gas kost in jan. 2023 €1,45/9,7 = 15 cent 1kwh netstroom kost max 40 cent vanaf 1 jan. 2023 Vanaf SCOP van 2,67 verdient een warmtepomp zich ongeveer terug in dit voorbeeld. Omdat warmtepompen vrijwel altijd een SCOP hebben die aanzienlijk hoger ligt dan 2,67, zijn de energiekosten van een warmtepomp in de regel dus lager dan van een cv-ketel. Door zelf stroom op te wekken is dit nog goedkoper, zeker zolang de ’salderingsregeling’ nog van kracht is. In de toekomst kan de warmtepomp in het gebruik nog gunstiger worden door o.a.

verbetering van rendement van de warmtepomp, gemiddeld hogere buitenluchttemperaturen als gevolg van klimaatverandering en verhoging van de energiebelasting op aardgas (ten opzichte van elektriciteit).

Op basis van deze berekeningen verwachten we dat het toepassen van individuele warmteoplossingen in Dragonder-Oost in ieder geval geen bijzonder negatief heeft op maatschappelijke kosten én eindgebruikerskosten van de energietransitie, in vergelijking met andere aardgasvrije oplossingen.

Verschillende smaken binnen de gekozen richting De keuze voor individuele oplossingen biedt meerdere mogelijkheden. Voor individuele verwarming van de woning én het tapwater, zonder gebruik te maken van aardgas, zijn er grofweg de volgende vijf oplossingen die weer in verschillende subtypes kunnen worden verdeeld: • Lucht-water warmtepompen • Lucht-lucht warmtepomp i.c.m. elektrische tapwaterverwarming • Bodemwarmtepompen. • PVT-Warmtepompen. • Elektrische verwarming14. Voor het aardgasvrij koken benoemen we één oplossing: • Koken met een inductiekookplaat In bijlage 7 zijn de verschillende individuele oplossingen kort toegelicht. De oplossingen die genoemd zijn, vormen op dit moment het pallet waaruit de bewoners van Dragonder-Oost kunnen kiezen. Door innovatie, voortschrijdend inzicht of wet- en regelgeving kunnen er opties bijkomen of afvallen. Het gaat dus om technieken die nu al goed leverbaar en toepasbaar zijn.

Hybride warmtepomp: een tussenstap maar geen eindoplossing Bij de hierboven genoemde voorkeursoplossingen gaat het enkel om oplossingen die geschikt zijn om de woning helemaal aardgasvrij te maken. Een hybride warmtepomp

is al een grote verbetering ten opzichte van een cv-ketel, heeft een aanzienlijk lagere aanschafprijs en neemt minder ruimte in. In bijlage 8 is een verdere toelichting over de hybride warmtepomp opgenomen. Omdat het buurtuitvoeringsplan een routekaart moet zijn naar een aardgasvrije buurt en er in DragonderOost geen overstap op duurzaam gas is voorzien, zijn hybride warmtepompen géén eindoplossing in deze buurt. Wél kunnen ze een interessante tussenoplossing zijn. Bijvoorbeeld als een volledig elektrische warmtepomp nog moeilijk in te passen is in de woning (en daar bijvoorbeeld een verbouwing voor nodig zou zijn), als bewoners de investering in een volledig elektrische warmtepomp te hoog vinden (bijvoorbeeld omdat ze verwachten nog maar kort in de woning te wonen) of omdat ze de overstap naar een volledig elektrische warmtepomp nog te spannend vinden. Vanaf 2026 worden huiseigenaren waarschijnlijk verplicht om bij vervanging van hun cv-installatie een hybride warmtepomp te laten installeren of een duurzaam alternatief, zoals een volledig elektrische warmtepomp of aansluiting op het warmtenet. Dit betekent dat bij vervanging van de cv-installaties mensen moeten overstappen op een duurzamer alternatief.

Het kabinet wil hiermee voor leveranciers, installateurs en woningen gebouweigenaren duidelijkheid bieden en is van plan om hiervoor het besluit bouwwerken leefomgeving te wijzigen. Naar verwachting zal dit zorgen voor een sterke toename van de toepassing van hybride warmtepompen. De keerzijde hiervan is dat, wanneer er is gekozen voor een hybride warmtepomp, de overstap naar een geheel aardgasvrije oplossing vaak lastiger wordt. Aangezien de investeringen in een hybride warmtepomp nog steeds dermate groot zijn dat je die niet vroegtijdig zou willen afschrijven en gezien de technische levensduur van 1520 jaar, kan de installatie van hybride warmtepompen in

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 24

Voor- en nadelen van de voorkeurstechnieken

“We zitten er aan te denken om naar volgend jaar toe vloerverwarming aan te leggen. Dat zou stap 1 zijn. Er zit in de kast al wel een extra aansluiting voor vloerverwarming. Als je een warmtepomp wilt neerzetten, moet dat ook qua ruimte kunnen. Dan moet ook de zolder weer verbouwd worden. Het is niet onmogelijk, maar de vraag is of we dat binnen afzienbare tijd willen of dat het een wat langer tijdsplan gaat worden. Ik kijk ook nog naar andere opties.”

sommige gevallen de overstap naar een geheel aardgasvrije oplossing juist bemoeilijken. Dit neemt niet weg dat een hybride warmtepomp voor veel bewoners van DragonderOost een prettige en acceptabele tussenstap kan zijn op weg naar een aardgasvrije woning/aardgasvrij gebouw.

Elektrische verwarming

PVT

bodemwarmte

Figuur 18: Wat is een hybride warmtepomp? Bron: Miliecentraal

lucht-lucht

Lucht-water

In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de vijf uitgewerkte aardgasvrije varianten (zie bijlage 7) , met hun voor- en nadelen. Welke van deze varianten geschikt zijn voor een woning is uiteindelijk maatwerk en hangt onder af van de woning zelf, gebruik van de woning en wensen en prioriteiten van de eigenaren

Geluid in gebouw Geluid buiten gebouw Koeling mogelijk? Energie-efficientie verwarmen Energie-efficientie koelen Belasting elektriciteitsnet Aanschafkosten Ruimte nodig in de woning Aanpassing warmte-afgiftesysteem (radiatoren/vloerverwarming) wenselijk Meest geschikt Redelijk geschikt

Neutraal

Minder geschikt Minst geschikt

Figuur 19: Schematische weergave van een aantal voor- en nadelen van de verschillende aardgasvrije oplossingen.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 25

Omgevingsaspecten

Wat betekenen deze technieken voor de duurzaamheid, gezondheid en veiligheid in de buurt? De verschillende voorkeursalternatieven voor het gebruik van aardgas hebben invloed op de omgeving. In dit hoofdstuk kijken we naar een aantal omgevingsaspecten van deze technieken. Daarbij sluiten we aan op de belangrijkste thema’s uit de Omgevingsvisie van Veenendaal: hoe zorgen we voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving? Dragen de oplossingen daaraan bij – of juist niet?

bodemenergiesystemen. Dat neemt niet weg dat een ongecontroleerde ontwikkeling van bodemenergiesystemen voor problemen kan zorgen. Enerzijds bestaat het risico dat de afzonderlijke bodemenergiesystemen elkaar gaan beïnvloeden waardoor de energie-efficiëntie van de systemen afneemt. Anderzijds worden afsluitende kleilagen in de bodem als het ware ‘doorgeprikt’ waardoor er op de langere termijn meer kans op de aantasting van watervoorraden, met mogelijke gevolgen voor drinkwaterwinning. Zo heeft de provincie NoordBrabant bijvoorbeeld al extra beperkingen opgelegd aan de toepassing van bodemenergie15. In Utrecht is daar vooralsnog geen sprake van.

Met name de oplossingen met een buitenunit hebben na realisatie impact op het aanzicht van de woonomgeving. Buitenunits aan de gevels zijn over het algemeen niet zo'n fraai gezicht. Daarom is ook het onderdeel ‘ruimtelijke kwaliteit’ beschouwd. Hierbij is speciaal aandacht besteed aan de inpassing die nodig is voor uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk in de buurt.

Op dit moment zijn de kosten voor een bodemenergiesysteem voor de meeste consumenten te groot (zie bijlage 3). Op termijn zouden deze systemen aantrekkelijker kunnen worden, bijvoorbeeld als de salderingsregeling voor zonnepanelen vervalt en de energie-efficiëntie van een bodemwarmtesysteem in de wintermaanden een extra voordeel gaat opleveren. Deze systemen worden momenteel vooral toegepast bij villa’s of bijvoorbeeld voor appartementencomplexen. In het eerste geval kunnen er in de buurt op veel plekken boringen worden gedaan. Bij appartementencomplexen gaat het naar verwachting om minder boringen. Uitvoerders moeten zich momenteel al houden aan bepaalde standaarden voor de uitvoering van de werkzaamheden, wat getoetst wordt door certificering.

Impact op de bodem Warmtepompen die gebruik maken van bodemwarmte zorgen voor ondergronds ruimtebeslag en voor het aanleggen van de bodembronnen verstoort de ondergrond. In Dragonder-Oost zijn er op dit moment vanuit beleid geen grote beperkingen voor de aanleg van

Als onderdeel van het uitvoeringsprogramma (zie deel II van dit buurtuitvoeringsplan) is als actie opgenomen: een onderzoek naar de noodzaak van aanvullend bodembeschermingsbeleid.

Geluid Voor de woningen in Dragonder-Oost is de toepassing van lucht-water warmtepompen een goed alternatief voor aardgas. De meeste toegepaste warmtepompen hebben een buitenunit die geluid produceert. Sinds 1 april 2021 zijn er bij nieuwbouw en verbouw eisen gesteld aan het geluidniveau dat veroorzaakt mag worden door buitenunits van warmtepompen. Artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012 bepaalt dat een buitenunit maximaal 40 dB(A) mag veroorzaken op de perceelgrens met het aangrenzend perceel waar een woonbestemming geldt. Ook bij nieuw geplaatste warmtepompen bij bestaande woningen moet aan deze eisen voldaan worden. Dit zou de geluidsoverlast moeten beperken. Maar de toetsing voor het geluidniveau moet volgens het Bouwbesluit 2012 gedaan worden per afzonderlijke warmtepomp. Wanneer veel huizen in Dragonder-Oost een warmtepomp met buitenunit aan gaan schaffen, zal er in werkelijkheid cumulatie (optelling) van geluid optreden. 15 Nieuwe_regels_bodemenergiesytemen_omgevingsverordening.pdf

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 26

Wat is het totale effect van de aanwezigheid van luchtwarmtepompen in Dragonder-Oost? En wat draagt de plek waar de warmtepompen worden geplaatst (aan, op of bij de woning) bij aan het geluidseffect? Om hier inzicht in te krijgen, heeft Sweco een onderzoek gedaan naar het effect van de plaatsing van warmtepompen in Dragonder-Oost. Uit het onderzoek is geconcludeerd dat het mogelijk is om de buurt Dragonder-Oost gasloos te maken met behulp van luchtwarmtepompen met buitenunits op een wijze dat het akoestisch leefklimaat voldoet aan het wettelijk kader. Er moet dan wel worden voldaan aan de Bouwbesluiteisen en voor een goed woonklimaat is het wenselijk als de gecumuleerde grenswaarde onder de 45 dB(A) blijft. In de huidige situatie heeft de gemeente hier echter beperkt grip op, omdat de omvang van de cumulatieve geluidsbelasting afhangt van de keuzes van individuele bewoners (bewoners gaan zelf over het type warmtepomp dat ze aanschaffen en de plaatsing van de buitenunit). In bijlage 9 is het volledige onderzoeksrapport van Sweco opgenomen.

als gevolg van meerdere warmtepompen in de buurt te beperken – niet alleen in Dragonder-Oost, maar ook in de rest van Veenendaal. Het ligt voor de hand om op termijn hierover nadere regels vast te stellen in het Omgevingsplan.

Veiligheid in en om de woning De verschillende aardgasvrije technieken hebben allemaal een eigen impact op veiligheid in de woning. Het aardgasvrij maken van woningen betekent dat een aanzienlijk veiligheidsrisico in de woningen en in de buurt verdwijnt. Gasexplosies, koolstofmonoxidevergiftiging en brand door open vuur van gasfornuizen worden

verminderd als risico’s. Wat betreft gezondheid is er ook een verbetering: koken op aardgas zorgt voor een slechte binnenluchtkwaliteit. De gezondheidseffecten van koken op open vuur zijn significant. Zo is er bijvoorbeeld een verhoogde kans op astma bij kinderen16. En natuurlijk is er het risico van klimaatverandering. Hoe klein de bijdrage van Dragonder-Oost ook is op het totaal; als we samen geen stappen nemen tegen klimaatverandering, wordt de kans op overstroming steeds groter. De gevolgen van een overstroming zouden voor Dragonder-Oost ernstig zijn17.

Het onderzoek van Sweco maakt duidelijk dat het voor het behoud van een goed akoestisch leefklimaat wenselijk kan zijn om extra regels mee geven bij het plaatsten van een luchtwarmtepomp. Daarbij liggen er onder andere kansen in het vergunningsvrij maken van bepaalde typen warmtepompen en/of geluiddempende omkastingen. Daarnaast is de gemeente in 2023 een subsidietraject gestart in Dragonder-Oost, waar bewoners subsidie aan kunnen vragen voor een vijftal geluidsbeperkende technieken. De ervaringen daarvan kunnen in de toekomst ingezet worden voor ruimtelijk beleid om geluidsoverlast

16 Koken op gas slechter voor de luchtkwaliteit dan elektrisch koken (nos.nl) 17 Dragonder-Oost is één van de diepst gelegen gebieden van Veenendaal. Plaatselijk is de overstromingsdiepte meer dan 5 meter, bij een overstroming vanuit de Rijn. In 2050 is er al een middelhoge kans dat dit optreedt. Bron: klimaateffectatlas.nl

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 27

Tegenover het wegvallen of verminderen van risico’s door het stoppen met aardgas, staat een toename van risico’s die te maken hebben met het toepassen van meer elektrische energie en warmtepompen. Hieronder is een aantal van deze risico’s benoemd: • Zonnepanelen brandveiligheid: de kans is groot, dat meer gebruik van warmtepompen bewoners ook stimuleert om meer zonnepanelen te plaatsen. Hierdoor kan het risico op brand toenemen, vooral als installaties niet goed worden aangelegd. • Toenemende kans op brand in elektrische installaties. Meer elektrificatie betekent: meer plekken in huis waar het fout kan gaan. Aan de andere kant is elektrificatie soms reden om de meterkast en de elektrische installatie te vernieuwen. Dit kan juist de kans op brand beperken. Gezien de beperkte leeftijd van de woningen in Dragonder-Oost schatten we het risico in als beperkt. Desondanks is dit risico een aandachtspunt bij de uitvoering van werkzaamheden. De belangrijkste verantwoordelijkheid ligt bij de uitvoerder, om installaties deugdelijk aan te sluiten. Hetzelfde geldt voor het elektriciteitsnetwerk in de buurt: Stedin dient de installaties goed te beheren en in de gaten te houden of de veiligheidsspecificaties van transformatoren en kabels niet overschreden worden door verduurzaming.

De gemeente kan daaraan bijdragen door mee te denken over locaties voor infrastructuur en voldoende snelle vergunningsprocedures (indien nodig). Als volgens de voorschriften wordt gewerkt is het risico beperkt. • Legionella: warmtepompen werken op lagere temperatuur dan cv-installaties. De legionellabacterie doet het goed bij die temperaturen. Om dit tegen te gaan zijn warmtepompinstallaties van veiligheidsmaatregelen voorzien, bijvoorbeeld door het water in het systeem tijdelijk extra te verwarmen. Het risico is daardoor afgedekt vanuit bestaande voorschriften.

• Explosiegevaar van propaan (en andere brandgevaarlijke koudemiddelen). Sommige nieuwe warmtepompen maken gebruik van propaan als koudemiddel. Dit heeft voordelen (o.a. een hogere temperatuur mogelijk, bij lekkage minder groot effect op het klimaat18), maar propaan is een brand- en explosiegevaarlijke stof. Doordat het zwaar is, kan het zich makkelijk ophopen en daardoor explosies veroorzaken (al is de hoeveelheid propaan in een warmtepompinstallatie betrekkelijk klein). Het is belangrijk dat werkzaamheden aan een installatie worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.19 Het risico is beperkt als volgens voorschriften gewerkt wordt. • Elektromagnetische straling. Gebruik van elektriciteit zorgt voor meer elektromagnetische straling. Nog altijd is niet geheel duidelijk of dit gezondheidseffecten kan hebben en hoe groot deze zijn. Toch wordt bijvoorbeeld bij het realiseren van transformatorhuisjes tegenwoordig beter rekening gehouden met het beperken van elektromagnetische straling. De elektromagnetische straling neemt sterk af naarmate de afstand tot een transformator groter wordt. Meer informatie is te vinden op de website van het Kennisplatform EMV

Duurzaamheid van de installaties zelf Met name een warmtepomp is een complex apparaat, waarbij de productie de nodige milieu-impact veroorzaakt. In 2023 verscheen er nog een bericht dat de milieu-impact van een warmtepomp 11 keer hoger was dan aanvankelijk gedacht.20 Over het algemeen geldt echter dat de milieuimpact van de opwek/verwerking/transport van duurzame energie in verhouding klein is ten opzichte van de milieuwinst door het gebruik van duurzame energie.21 De impact die er is, kan bovendien in de toekomst verkleind

worden door het duurzamer produceren van apparaten, goed onderhoud en/of hergebruik/recycling aan het einde van de levensduur.22 Naarmate we steeds meer productieprocessen verduurzamen, neemt ook de milieuimpact van bijvoorbeeld warmtepompen steeds verder af.

18 Zie ‘duurzaamheid van de installaties zelf’ 19 Zie: Propaan is veel gevaarlijker dan aardgas (vakbladwarmtepompen.nl) 20 Materialen in warmtepomp schadelijker voor milieu dan gedacht (nos.nl) 21  TNO: Milieuprestatie warmtepompen vrijwel altijd beter dan cv-ketel 22 Warmtepomp: tips en uitleg | Milieu Centraal

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 28

Impact van koudemiddelen op het klimaat Koudemiddel

Impact (GWP: opwarmend effect in vergelijking met CO2)

Koolstofdioxide/ CO2

1

Propaan

3

Ammoniak

0

Methaan (belangrijkste bestanddeel van aardgas)

28

R32

677

R410a

1924

Figuur 20: Overzicht van de klimaatimpact van een aantal veelgebruikte koudemiddelen De koudemiddelen die warmtepompen en airco’s gebruiken en hoe daarmee wordt omgegaan, kan erg bepalend zijn voor de milieu impact tijdens de gehele levensduur. Bepaalde koudemiddelen kunnen een erg negatief effect hebben op de atmosfeer en hebben een opwarmend effect op de atmosfeer dat wel tweeduizend keer hoger kan zijn dan dat van CO2. De totale hoeveelheden in de installatie zijn echter klein, en bij normaal beheer en onderhoud is het netto effect van lekkage beperkt. Het is daarnaast verplicht dat een installateur beschikt over een zogenaamd ‘F-gassencertificaat’. Als alternatief kan gebruik gemaakt worden van alternatieve koudemiddelen, zoals propaan of CO2, of kan een zogenaamde ‘monoblock’ warmtepomp gekozen worden, die geen gebruik maakt van externe leidingen voor koudemiddelen.

Plaatsing en kleurstelling van een buitenunit beïnvloeden het straatbeeld. In sommige gevallen wordt plaatsing nu beperkt en bemoeilijkt door ruimtelijke wetgeving, maar onder bepaalde voorwaarden is een buitenunit ook vergunningsvrij te plaatsen. Hoewel een hogere plaatsing van een buitenunit geluidsoverlast kan beperken23, is daar op dit moment een omgevingsvergunning voor nodig. Het ligt voor de hand om deze regels te herzien, met als doel om buitenunits vergunningsvrij te kunnen faciliteren maar daarbij wel een bepaalde mate van uniformiteit te vragen wat betreft beeldkwaliteit. De aanschaf van een warmtepomp maakt het soms nodig om de woning zelf aan te passen. Met name een voorraadvat of boiler vraagt binnenin de woning de nodige ruimte. Daarnaast is een stevige ondergrond gewenst, om een te sterke belasting op de constructie te voorkomen en om trillingen tegen te gaan. Soms geeft dat aanleiding

Uitbreiding elektriciteitsnet en ruimtevraag voor transformatoren. De toename van warmtepompen vraagt daarnaast om extra ruimte voor transformatoren in de buurt. Netbeheerder Stedin heeft voor Dragonder-Oost een doorrekening gemaakt van de aanpassingen die gedaan zouden moeten worden aan het elektriciteitsnet in de buurt, om overstap naar een aardgasvrij alternatief te faciliteren. Daarbij is rekening gehouden met een toenemende vraag naar stroom voor elektrisch laden en met extra opwek door zonnepanelen. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in bijlage 10. Uit het onderzoek blijkt dat er naar verwachting de komende jaren zo’n 8 a 9 transformatoren bijgeplaatst moeten worden in de buurt. Elk van deze transformatoren vraagt zo’n 10-35 m2 aan ruimte. Een deel van die ruimte is nodig om te zorgen dat de transformatoren toegankelijk zijn. In de meeste gevallen zal hiervoor een plek gezocht worden in de openbare ruimte. Dit kan ten kosten gaan van bijvoorbeeld openbaar groen en/of parkeerplaatsen. Dit vraagt om een goede ruimtelijke afweging. Momenteel werkt Stedin aan een ‘buurtaanpak’ waarbij een team vanuit de gemeente en Stedin samen werken aan een robuuste, toekomstbestendige elektrische infrastructuur voor de buurt.

Dragonder-Oost is naar verwachting één van de buurten die als eerst aan de beurt zou zijn voor deze aanpak, omdat de warmtetransitieplannen voor deze buurt al het meest concreet vorm hebben gekregen.

Ruimtelijke kwaliteit De overstap naar een alternatief voor aardgas heeft ook ruimtelijke effecten. Buitenunits vragen een eigen plek bij de woning. In sommige gevallen hebben buitenunits een omkasting ter voorkoming van geluidsoverlast. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van schoorsteen (zie Figuur 21).

om een stuk aan te bouwen of het plaatsen van een warmtepomp te combineren met een verbouwing. Dit soort uitbreidingen aan woningen valt onder de reguliere procedures voor omgevingsactiviteiten.

Figuur 21: Voorbeeld van een buitenunit in de vorm van een schoorsteen. Bron: www.nefit-bosch.nl

23 Zie bijlage 9

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 29

Planning

Wanneer is aardgasvrij mogelijk en welke stappen moeten we hiervoor zetten? In de eerdere hoofdstukken zijn de meest geschikte alternatieven voor aardgas en hun voor- en nadelen uitgewerkt. In dit hoofdstuk werken we toe naar de kern van het buurtuitvoeringsplan: wanneer kan de buurt aardgasvrij zijn en welke stappen zouden daarvoor doorlopen moeten worden?

We verkennen dit verder door in te gaan op de belangrijkste beperkingen die we op dit moment zien om over te kunnen schakelen op een alternatief voor aardgas. Natuurlijk zijn er ook kansen waardoor de overstap sneller zou kunnen gaan. De beperkingen geven echter inzicht in de vraag: welke problemen moeten er nog opgelost worden en hoeveel tijd hebben we daarvoor nodig? Hieronder is een overzicht gegeven van de geïdentificeerde beperkingen en met welk uitgangspunt ze het meeste te maken hebben: betaalbaarheid , betrouwbaarheid of duurzaamheid.

In bijlage 11 is per beperking een globale beschouwing gegeven op de volgende zaken: • Wat is de beperking? • Welke oplossingen zijn er? Hoe kan de oplossing versneld worden? • Op welke termijn kan de beperking opgelost zijn? Hierbij geven we een grove inschatting van het meest realistische tijdspad en een boven- en ondergrens. • Hoe ‘hard’ is de beperking?

Betaalbaarheid

Betrouwbaarheid

Duurzaamheid

A. Investeringen Veenvesters. Veenvesters heeft in veel woningen recent de gasketels vervangen en geeft de komende jaren prioriteit aan duurzaamheidsingrepen - en zo mogelijk aardgasvrij maken - bij woningbezit met slecht presterende energielabels.

F. Gereedheid elektriciteitsnet Er zijn aanpassingen nodig om het lokale elektriciteitsnet voor te bereiden op aardgasvrij. Dit kost tijd.

J. Beperken geluidsniveau Als vrije plaatsing van warmtepompen in de buurt leidt tot een slecht woonklimaat door geluidsoverlast, moet er eerst zekerheid zijn dat de gemeente hier regels voor kan stellen.

B. Terugverdientijd voor speciale gevallen. Appartementen en kleine energiezuinige woningen hebben vaker een lage gasrekening en minder ruimte voor nieuwe installaties. De appartementen in Dragonder met aardgas hebben per woning een eigen ketel. Daarom is dit type woning relatief duur om aardgasvrij te maken.

G. Uitvoeringscapaciteit installateurs De wachttijd voor een warmtepomp kan soms oplopen en de kennis bij installateurs loopt achter. Warmtepomp aanschaffen mag geen gok zijn.

C. Terugverdienen hybride warmtepomp. Woningen met een hybride warmtepomp moeten uiteindelijk over naar volledig elektrisch. Vervroegd afschrijven van een hybride warmtepomp is in veel gevallen onwenselijk

H. Inpasbaarheid Met name warmtepompen vragen ruimte. Is er voor elke woning wel een goed alternatief te vinden dat in te passen is?

D. Koppelmoment met verhuizing/renovatie. In de woningen/gebouwen moeten soms werkzaamheden plaatsvinden die goedkoper zijn als ze mee gekoppeld worden met renovatie. Een verhuizing is een goed ‘natuurlijk moment’ om te verduurzamen.

I. ‘Doenvermogen’ van bewoners Het aan kunnen sturen van de stap naar aardgasvrij vraagt veel van de bewoners. Niet iedereen heeft daar (op een bepaald moment) de capaciteit voor.

E. Financieringsinstrumenten voor gebouweigenaren. Zolang er niet voor iedereen financiering beschikbaar is om de ingrepen te betalen, kan niet van iedereen verwacht worden dat ze de overstap kunnen maken.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 30

Analyse van de beperkingen Door de verschillende beperkingen te combineren, komen we tot het volgende plaatje:

Betaalbaarheid Investeringen Veenvesters

x

Terugverdientijd speciale gevallen

x

Terugverdienen hybride warmtepomp

x

Koppelmoment met verhuizing/renovatie

x

Financieringsinstrumenten voor gebouweigenaren

x

Betrouwbaarheid Gereedheid elektriciteitsnet

x

Uitvoeringscapaciteit installateurs

x

Inpasbaarheid

x

'Doenvermogen' van inwoners Duurzaamheid Beperken geluidsniveau

x

2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 2038 2040 2042 2044 2046 2048 2050

x

Zachte beperking Medium beperking

x

Verwachting oplossing beperking Onzekerheid oplossing beperking

Harde beperking

Figuur 22: Overzicht van beperkingen om aardgasvrij te worden en het indicatieve tijdspad om de beperking op te heffen

In de afbeelding zijn de beperkingen op een rij gezet en visualiseren we enerzijds wanneer we denken dat de beperkingen opgelost zijn en welke onzekerheid daarin zit (lengte van de balken) en anderzijds hoe ‘hard’ de beperkingen zijn (kleuren, beige is een relatief zachte beperking, rood is een harde beperking). Uit analyse blijkt dat naar verwachting op z’n vroegst de buurt in 2032 aardgasvrij kan zijn, dat het meest realistische is (op basis van de beperkingen) dat dit in 2040 mogelijk is, en dat rekening houdend met alle onzekerheden dit pas in 2050 mogelijk is. Het volgende valt op: • De slechte verwachte terugverdientijd voor speciale gevallen en het kunnen terugverdienen/niet vervroegd willen afschrijven van een hybride warmtepomp lijken de grootste barrière voor betaalbaarheid. Hier zou de gemeente een keuze kunnen maken om woningeigenaren te dwingen om snel van het aardgas af te gaan door inzet van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (en dus voor lief te nemen dat de maatregel zich niet terugverdient). Er kan dan moeilijk beargumenteert worden dat in dit geval aan de randvoorwaarde ‘betaalbaarheid’ wordt voldaan. • Het koppelmoment met renovatie (en daaraan gekoppeld de inpasbaarheid van oplossingen in de woning) is daarna het meest beperkend.

Dit is weliswaar een ‘zachte’ beperking, maar het gebruik kunnen maken van een natuurlijk moment zorgt voor lagere kosten en het zal bijvoorbeeld ouderen die niet meer willen investeren in de woning een stuk meer rust geven, wetend dat de volgende woningeigenaar de opgave voor een aardgasvrij gebouw ‘overneemt’ bij aankoop van de woning. • Op basis van enkel de ‘harde’ beperkingen, zijn financiering voor woningeigenaren, ‘doenvermogen’ van inwoners én gereedheid van het elektriciteitsnet

“We zouden prima van het gas af willen, maar het is een aparte markt. Aan de ene kant wil je het voor het milieu en aan de andere doe je het voor je portemonnee. De aanschaf is vrij kostbaar, je weet niet of het goed werkt. […] Je laat je adviseren: als je het volledig laat ombouwen kom je op circa 20.000 euro terecht en dan ga je kijken hoe ga ik dat dan terugverdienen?”

allemaal kritische aspecten. Vanwege de hardheid van deze beperkingen is het verstandig om een zekere marge in te bouwen ten opzichte van de planning in het meest realistische scenario: als deze beperkingen niet volledig zijn opgelost, is aardgasvrij immers niet mogelijk. • In het schema is géén rekening gehouden met eventuele onderlinge afhankelijkheden tussen de verschillende beperkingen. Stel bijvoorbeeld dat in 2030 er voor alle gebouweigenaren een goede oplossing is waardoor ook mensen met een laag ‘doenvermogen’ eenvoudig naar van een cv-ketel naar een warmtepomp kunnen overstappen. Dat wil dan nog niet zeggen dat eind 2030 al die woningen aardgasvrij zijn – want wellicht wil je dan nog steeds de ingreep koppelen aan een verhuismoment (misschien is diegene net in 2029 verhuisd…). • De technische levensduur van verwarmingstoestellen is meestal zo’n 15 jaar. Wanneer je niet vervroegd wilt afschrijven, is 15 jaar voor de einddatum van het aardgas bij elke vervanging al een aardgasvrij alternatief nodig. Dit weegt mee in de tijd die nodig is om, na het vervallen van een beperking ook écht aardgasvrij te kunnen zijn.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 31

Afweging beperkingen in relatie tot datum aardgasvrij Uit de analyse blijkt dat er veel onzekerheden zijn bij het bepalen van een einddatum van het aardgas. Het zou wellicht in 2032 zo ver kunnen zijn, maar mogelijk zijn pas in 2050 alle beperkingen opgeheven. Toch is er behoefte aan duidelijkheid. Duidelijkheid voor de bewoner zodat deze aan de slag kan gaan. Duidelijkheid voor de netbeheerder zodat hij kan investeren en prioriteren. En duidelijkheid zodat de duurzaamheidsdoelen niet uit het zicht raken. Op basis van de beperkingen zijn er twee mogelijke invalshoeken naar voren gekomen: a. Kiezen voor een ambitieuze officiële einddatum voor het aardgas (bijvoorbeeld 2035) en daarbinnen zoeken naar mogelijkheden om uitzonderingen mogelijk te maken of om de ambitie aan te passen als het toch anders blijkt te lopen. b. Kiezen voor een einddatum die voor iedereen haalbaar zou moeten zijn. Dit biedt een goede garantie dat de plannen niet tussentijds aangepast hoeven te worden. Tegelijkertijd kan dit leiden tot afwachtendheid bij gebouweigenaren, terwijl urgentie wel nodig is om in Veenendaal op schema te blijven met de energietransitie. Bij het kiezen voor één van de beide invalshoeken is de gemeente afgegaan op de participatie die de afgelopen 2 jaar in de buurt is gevoerd.

In het voortraject is met veel buurtbewoners gesproken en in oktober 2023 is een enquête afgenomen bij de bewoners (zie figuur 23 en 24). Het merendeel van de buurtbewoners staat positief tegenover het uiteindelijk stoppen met aardgas. Veel buurtbewoners zijn bezig om plannen te maken voor het verduurzamen van de woning en veel van hen overwegen

ook een vorm van een (hybride) warmtepomp of andere oplossing die aardgas bespaart. Er zit wat dat betreft veel ambitie in de buurt en bij de bewoners. Een aantal bewoners denkt dat de buurt al relatief korte termijn aardgasvrij kan zijn: 2035 of 2040. Bij veel bewoners leven er echter ook nog vragen. Is het wel betaalbaar? Past het wel in mijn woning? Gaat dat wel lukken op het elektriciteitsnet? Doordat de buurt in aanmerking komt voor individuele warmteoplossingen, komt extra veel van de realisatie van de ambitie bij de bewoners te liggen. De particuliere woningeigenaren moeten naar verwachting meer dan tienduizend euro in hun woning investeren, in oplossingen die op dit moment nog relatief weinig worden toegepast in bestaande woningen in Nederland en waar in de praktijk

nogal eens wat mis gaat – bijvoorbeeld door onervarenheid bij installateurs. Problemen die zich in de toekomst ongetwijfeld gaan oplossen – kijk bijvoorbeeld naar de enorme versnelling in de toepassing van PV-cellen in Nederland. Wanneer we als gemeente zouden kiezen voor een ambitieuze einddatum – bijvoorbeeld 2035- verwachten we echter dat een flinke groep het moeilijk zou vinden om tijdig stappen te nemen, of zich gedwongen zou voelen door de overheid om keuzes te maken die ze zelf op dit moment niet kunnen overzien. Tegelijkertijd zien we dat bij de keuze voor een ‘veilige’ einddatum er een flinke groep is voor wie dat niet snel genoeg zal gaan en die wellicht teleurgesteld zijn in het tragere tempo. Kan deze groep misschien al wel geholpen worden om zélf sneller stappen te zetten, en daarmee ook anderen in de buurt stimuleren om in beweging te komen?

STELLING: 'WE HOEVEN GEEN KOPLOPERS TE ZIJN: STELLING: 'WE MOETEN ZO SNEL MOGELIJK VAN HET AARDGAS AF'

VOORLOPIG MET AARDGAS DOORGAAN'

6

7 15

19 14 Zeer mee eens

14

Zeer mee eens

Mee eens

7

9

Neutraal

10

Mee oneens Zeer mee oneens

Figuur 23: Uitslag van enquête onder alle bewoners van Dragonder-Oost (56 respondenten)

11

Mee eens Neutraal Mee oneens Zeer mee oneens

Figuur 24: Uitslag van enquête onder alle bewoners van Dragonder-Oost (56 respondenten)

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 32

Einddatum van het aardgas Er is daarom voor gekozen om richting de buurt een einddatum voor te stellen die alle bewoners en eigenaren ruimte geeft om passende maatregelen stapsgewijs te nemen en daarbij te kiezen voor het jaartal 2050: de landelijke einddatum voor het aardgas die naar verwachting binnen een aantal jaar ook wettelijk wordt vastgelegd. Om tempo te blijven houden wil de gemeente daarnaast ook vasthouden aan een tussendoel van 40% aardgasbesparing in 2030 ten opzichte van 2019. Dit betekent dat tot 2030 al een aanzienlijk aantal woningen de overstap maakt naar een (hybride) warmtepomp.

“Als ik de plannen zie, dan sta ik daar op zich wel achter. Maar 2050 is heel ver weg, al zou ik het ook niet anders willen. Want dan zou het dwingende aspect sterker worden. Ik wil het graag op eigen initiatief doen.”

Ik kan dit niet goed beoordelen Te laat

Reacties uit de buurt op voorgestelde einddatum De voorgestelde einddatum 2050 is op een bewonersavond op 30 november 2023 besproken. Bewoners hebben in de week daarna een huis-aan-huisbrief ontvangen waarin het voorstel is toegelicht. Hierna kon er via de website www.duurzaamveenendaal.nl gereageerd worden op de plannen.

Uit de resultaten van de interviews en de reactie op de voorgestelde einddatum komen herkenbare thema’s naar voren. Aan de ene kant zijn veel bewoners actief bezig om te verduurzamen, aan de andere kant is er nog weinig vordering gemaakt met de stap naar aardgasvrij en zijn

3

Prima Te vroeg

Om een zo goed mogelijk beeld te krijgen hoe de plannen worden ontvangen door de gemiddelde buurtbewoner, zijn 20 willekeurige bewoners benaderd voor een interview over dit onderwerp. Uiteindelijk zijn er 15 interviews afgenomen. In de figuren 25 en 26 zijn de resultaten van reacties via de website en de belangrijkste thema’s uit de interviews weergegeven. In bijlage 12, 13 en 14 zijn de uitkomsten van het participatieproces uitgebreider weergegeven.

5

19 17

Figuur 26: Reactie vanuit de buurt op de voorgestelde einddatum van 2050

de oplossingen nog niet toegankelijk genoeg, zowel wat betreft betaalbaarheid als qua eenvoud. Het lijkt erop dat er een breed draagvlak is voor een traject waarbij 2050 als de 'definitieve' einddatum wordt vastgesteld en bewoners actief worden gestimuleerd en ondersteund om vroegtijdig over te stappen.

Figuur 25: Hoofdthema's op basis van de reacties van bewoners op de plannen middels 15 interviews.

Warmtepomp De helft van de respondenten heeft een warmtepomp verkend. Aanschafprijs is een groot obstakel om verder te gaan dan oriëntatie.

Hulp vanuit de gemeente De helft van de respondenten noemt subsidie van gemeente als een optie. Een derde noemt gezamenlijk inkopen en advies als een goede maatregel. Een kleiner deel vraagt aandacht voor ondersteunen lagere inkomens

Duurzame woning.

Toekomst

2050

De meeste bewoners zijn bezig met verduurzaming. Veelal zonnepanelen. Aardgasvrij is nog zeldzaam. Wel zijn de eerste bewoners bezig met airco’s die ook kunnen verwarmen en met koken op inductie

Duurzaamheid wordt belangrijk gevonden. Maar duurzaamheid alleen is meestal niet voldoende: de meerderheid ziet terugverdienen als voorwaarde om aardgasvrij te worden. Een evt. verhuizing zorgt voor onzekerheid: nu investeren of toch niet?

De meerderheid van de respondenten vindt 2050 een reële datum. Een aanzienlijk kleiner deel vraagt om een ambitieuzere datum

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 33

Scenario’s voor de overgang naar aardgasvrij De einddatum van 2050, wordt op termijn juridisch ‘hard’ wanneer de Omgevingswet en de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie van kracht worden. Als de aardgaslevering wordt beëindigd in 2050 moet iedereen daar klaar voor zijn – niemand mag zomaar (letterlijk) ‘in de kou’ komen te staan. Het tempo gedurende de tussenliggende jaren is echter minder voorspelbaar. Welk tempo gemaakt wordt zal afhangen van de stappen die bewoners en andere gebouweigenaren in Dragonder-Oost gaan zetten. Dit tempo is uiteindelijk voor een groot deel bepalend voor de aardgasbesparing die in de periode tot en met 2030 gehaald kan worden. 40% besparing in 2030 is wat dat betreft een grote opgave. Onderstaand is een drietal scenario’s uitgewerkt om voor het tussenjaar 2030 (met als doel 40% aardgasbesparing t.o.v. 2019) tastbaar te maken wat er nodig is om die doelstelling te halen en welk beleid daarbij past. Per scenario verschilt het stimuleringsbeleid van de gemeente in de periode 2024-2030.

Scenario 1: weinig extra stimulans door de Gemeente In dit scenario is er een geleidelijke toename van hybride en volledig aardgasvrije oplossingen in de buurt. We gaan er vanuit dat vanaf 2026 een landelijke verplichting ingaat voor hybride warmte-oplossingen in grondgebonden woningen. Sommige bewoners zullen dit aangrijpen om direct al helemaal van het aardgas af te gaan. We verwachten dat het percentage mensen dat direct kiest voor volledig aardgasvrij langzaam oploopt. De waarde van woningen zal in de loop van de jaren steeds meer beïnvloed worden door het wel/niet geheel aardgasvrij zijn. Rond 2040 komt er een verschuiving op gang. Omdat de einddatum voor het aardgas in zicht komt, is de tussenstap met een hybride oplossing niet zinvol meer. Ook woningen waar eerst een hybride oplossing is geïnstalleerd moeten een extra stap nemen om helemaal aardgasvrij te worden. Voor appartementen ligt het tempo lager. Appartementen zijn uitgezonderd van de verplichting voor een hybride warmtepomp vanaf 2026. Bovendien is de terugverdientijd voor investeringen groter en is er meer onderlinge afstemming nodig. Wellicht zijn er individuele bewoners die stappen nemen, zoals de aanschaf van een airco of infraroodpanelen. De behoefte aan aardgas neemt langzamerhand af doordat de winters steeds warmer worden.

Wat betreft het koken op aardgas gaan we er vanuit dat bewoners geleidelijk hun gaskooktoestellen inruilen voor inductie. Woningcorporatie Veenvesters stuurt actief aan op een omschakeling naar inductiekoken. Basisschool ’t Speelkwartier wordt pas in 2040 aardgasvrij. In 2025 is er een hybride warmtepomp geïnstalleerd. In onderstaand figuur is een prognose gegeven van het aantal woningen op aardgas in scenario 1. Hierbij is er geen rekening mee gehouden dat de woningen relatief nieuw

zijn en dat het vervangen van cv-ketels dus niet gelijkmatig verdeeld is over de jaren. We verwachten dat er rond 2035 (2x15 jaar24 na 200525) een (kleine) extra versnelling optreed doordat veel ketels vervangen worden. De praktijk laat echter zien dat de levensduur van cv-ketels flink uiteenloopt en dat er spreiding optreedt doordat de buurt grotendeels in een periode van ongeveer 5 jaar gebouwd is.

100% 80% 60% 40% 20% 0%

2022 2026 2030 2034 2038 2048 2042 2052 Totaal aantal woningen aardgasvrij Totaal aantal woningen hybride Totaal aantal woningen op aardgas

Figuur 27: Prognose van het aantal woningen op aardgas, met hybride warmtepomp of aardgasvrij in scenario 1

24 Uitgaand van gemiddeld 15 jaar levensduur van cv-ketel of (hybride) warmtepomp 25 Gemiddelde bouwjaar van de buurt

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 34

Scenario 2: Inzetten op versneld toepassen van de hybride warmtepomp In dit scenario is er een extra snelle toename van hybride warmtepompen doordat de gemeente deze extra stimuleert. In de periode 2024-2030 worden extra stappen gezet om bewoners te laten kiezen voor een hybride warmtepomp. We gaan er in dit scenario vanuit dat dubbel zoveel mensen als in scenario 1 kiezen voor een hybride warmte-oplossing. Dit kan bijvoorbeeld door naast een relatief nieuwe cv-ketel een warmtepomp bij te plaatsen26, door de cv-ketel sneller af te schrijven, of door een airco te

installeren die ook verwarmt. Deze versnelling geldt zowel voor de grondgebonden woningen als voor de appartementen.

100%

100%

80%

80%

60%

60%

40%

40%

20%

20%

0%

2022 2026 2030 2034 2038 2048 2042 2052

Rond 2040 komt er een verschuiving op gang. Omdat de einddatum voor het aardgas in zicht komt, is de tussenstap met een hybride oplossing niet zinvol meer. Ook woningen waar eerst een hybride oplossing is geïnstalleerd moeten een extra stap nemen om helemaal aardgasvrij te worden. Basisschool ’t Speelkwartier wordt in dit scenario al in 2025 helemaal aardgasvrij omdat versnelling centraal staat.

0%

2022 2026 2030 2034 2038 2048 2042 2052

Totaal aantal woningen aardgasvrij

Totaal aantal woningen aardgasvrij

Totaal aantal woningen hybride

Totaal aantal woningen hybride

Totaal aantal woningen op aardgas

Totaal aantal woningen op aardgas

Figuur 28: Prognose van het aantal woningen op aardgas, met hybride warmtepomp of aardgasvrij in scenario 2

Figuur 29: Prognose van het aantal woningen op aardgas, met hybride warmtepomp of aardgasvrij in scenario 3

Scenario 3: versnellen toepassen aardgasvrije oplossingen In dit scenario is de aanname dat de gemeente tot 2030 de bewoners kan stimuleren om in 200 woningen te kiezen voor een volledig aardgasvrije oplossing. Omdat appartementen lastig aardgasvrij te maken zijn, nemen we aan dat vooral de grondgebonden woningen aardgasvrij worden. Dat betekent dat 36% van de ‘gewone’, grondgebonden woningen in 2030 aardgasvrij zijn. In dit scenario wordt minder voor de hybride warmtepomp gekozen, omdat veel mensen al voor de volledig aardgasvrije oplossing kiezen bij vervanging van de cv-ketel. Basisschool ’t Speelkwartier wordt in dit scenario al in 2025 helemaal aardgasvrij. 26 Veel moderne cv-ketels zijn al geschikt om samen te werken in een hybride opstelling.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 35

Overzicht scenario’s

Globale planning voor de netbeheerder

Hieronder is een overzicht geven van de verschillende scenario’s. Het overzicht laat zien dat, om in 2030 op 40% aardgasbesparing27 uit te komen, de uitrol van met name volledig elektrische oplossingen gestimuleerd zou moeten worden. Ook het stimuleren van hybride oplossingen is zinvol. Binnen de uitgangspunten van scenario 2 en 3 wordt in 2029 het doel van 40% aardgasbesparing gehaald. De scenario’s laten zien dat het wenselijk is dat bewoners en eigenaren flink gestimuleerd worden om de overstap naar een alternatieve manier van verwarmen te maken, om zo het doel voor 2030 (40% besparing) in zicht te houden. Daarbij is het zinvol om zowel in te zetten op het stimuleren van hybride warmteoplossingen, als op het stimuleren van volledig aardgasvrije oplossingen. Wanneer één van de twee technieken (hybride of all electric) minder goed aanslaat blijft dan alsnog het einddoel van 40% binnen bereik. Daarnaast is een beperkte winst te boeken door de school vervroegd aardgasvrij te maken.

Op basis van de scenario’s hierboven verloopt de omschakeling naar een aardgasvrije buurt relatief voorspelbaar. Zelfs een stevige stimulering vanuit de gemeente (scenario 2 en 3) zorgt niet direct voor een enorme tempoversnelling en heeft een (redelijk) voorspelbaar verloop. Dit biedt netbeheerder Stedin de gelegenheid om het elektriciteitsnet de komende jaren wanneer nodig aan te passen. De komende jaren willen we verder verkennen welke aanpassingen nodig zijn en waar nieuwe infrastructuur geplaatst moet worden en in welke volgorde. Op dit moment werken de gemeente en Stedin al samen aan het implementeren van een buurtgerichte aanpak, waarmee buurten in één keer gereed worden gemaakt voor de overgang naar aardgasvrij wonen, passend bij het beoogde eindbeeld van de warmtetransitie. Binnen deze aanpak heeft Dragonder-Oost als eerste buurt waarvoor een vastgelegd plan bestaat, een hogere prioriteit. Doordat de wettelijke einddatum voor het

Kenmerk

Scenario 1

Scenario 2

Autonome ontwikkeling

Extra stimuleren Extra stimuleren hybride, tot 2030 volledig aardgasvrij dubbel zoveel plaatsen dan o.b.v. vervanging verwacht wordt 100%

100%

Verloop typen woningen

School 2025 aardgasvrij?

100%

Scenario 3

80%

80%

80%

60%

60%

60%

40%

40%

40%

20%

20%

20%

0%

0% 0% 2052 2026 2030 2034 2038 2048 2042 2022 2052 2026 2030 2034 2038 2048 2042 2052 2022 2026 2030 2034 2038 2048 2042 2022

Nee

Totaal aantal woningen aardgasvrij

Ja

Totaal aantal woningen aardgasvrij

Ja

Totaal aantal woningen hybride Nee

Totaal aantal woningen hybride Ja

Totaal aantal woningen hybride Nee

Jaartal 40% aardgas- reductie

2033

2029

2029

Totaal aantal woningen op aardgas

800.000 600.000 400.000 200.000 0

2022 2024 2026 2028 2030 2032 2034 2036 Aardgasverbruik Dragonder-Oost (m3) Scenario 1

Scenario 2

Scenario 3

Doelstelling 2030

Figuur 31: Vergelijking van de 3 scenario's, inclusief de doelstelling (rode stippellijn) om in 2030 40% aardgas te besparen

aardgas niet vervroegd wordt, blijft het aardgasnet gedurende die tijd in bedrijf. Eventueel kan Stedin delen van het aardgasnet die al vóór 2050 niet meer gebruikt worden afsluiten of verzegelen. De gemeente Veenendaal geeft er de voorkeur aan dat de leidingen niet actief verwijderd worden28. Pas als de ruimte in de ondergrond voor een andere functie nodig is, is verwijderen nodig. Zo hoeft de weg minder vaak opengebroken te worden en blijven de gasbuizen beschikbaar voor eventuele andere toekomstige toepassingen.29

Totaal aantal woningen aardgasvrij

Versnelling verduurzaming appartementen

Totaal aantal woningen op aardgas

1.000.000

Totaal aantal woningen op aardgas

Figuur 30: Vergelijking van de drie scenario's om Dragonder wat betreft het tempo van aardgasvrij worden

27 Ten opzichte van 2019 28 Zie Transitievisie Warmte 29 Netbeheerder Stedin heeft op dit moment het beleid om ongebruikte leidingen in verband met veiligheid te verwijderen. Dit beleidsstandpunt vraagt dus om verdere uitwerking in de toekomst.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 36

Koppelkansen

Hoe kunnen we slim combineren met andere opgaves? Waar mogelijk willen we de werkzaamheden voor het aardgasvrij worden van de buurt zo veel mogelijk slim combineren met andere opgaven. Voor Dragonder-Oost is het natuurlijk vervangingsmoment van de openbare ruimte gepland in de periode 2060 – 2065. Dit ligt ver in de toekomst omdat Dragonder-Oost een relatief nieuwe buurt is. Het koppelen van de overstap naar aardgasvrij wonen met dit natuurlijke vervangingsmoment van de openbare ruimte is daarom niet logisch. Bovendien is er voor het verzwaren van de elektrische infrastructuur geen grootschalige ingreep nodig; laagspanningskabels liggen in de regel onder de trottoirs en kunnen zonder al te veel overlast vervangen (of uitgebreid) worden. De grootste impact van de warmtetransitie op de openbare ruimte van Dragonder-Oost is het grote aantal transformatorhuisjes dat moet worden bijgeplaatst. Bij het plaatsen van transformatorhuisjes is het wenselijk dat dit zo efficiënt mogelijk gebeurt; er moeten immers landelijk zeer veel van worden bijgeplaatst. Het is daarom wenselijk om eventuele koppelkansen op dit onderwerp onderdeel te maken van de buurtaanpak van Stedin. Het zou natuurlijk mooi zijn als de transformatorhuisjes een duurzaam karakter krijgen, bijvoorbeeld wat betreft uiterlijk, inpassing of materiaalgebruik.

In de sfeer van informatievoorziening zijn er veel koppelkansen. Wanneer de gemeente informeert over een aardgasvrije oplossing is dit een kans op bijvoorbeeld ook te informeren over het vergroenen van tuinen, of elektrisch laden. Bovendien is dit een kans om ook op andere onderwerpen met bewoners in gesprek te komen. Technisch gezien bieden individuele warmtetechnieken een kans om meer zonnepanelen (en dus duurzame opwek) te realiseren. Meer stroomverbruik betekent immers meer behoefte aan opwek. Zeker nu de salderingsregeling nog enige tijd extra lijkt te blijven bestaan blijft de combinatie warmtepomp – zonnepanelen waarschijnlijk nog een tijd financieel interessant. Zie hiervoor bijvoorbeeld de rekentool die voor Dragonder-Oost is ontwikkeld waarbij de optie meegenomen kan worden om zonnepanelen bij te plaatsen. Dit kan bijvoorbeeld vormgegeven worden door een gezamenlijke inkoopactie voor warmtepompen én zonnepanelen te starten. Energieopslag wordt steeds belangrijker doordat de belasting van het elektriciteitsnet toeneemt. Met name de belasting in de ‘ochtendspits’ en de ‘avondspits’ is kritisch in woonbuurten. De gemeente Veenendaal heeft recent een onderzoek laten uitvoeren naar de effecten van energieopslag op de belasting van het elektriciteitsnet (zie bijlage 15). Daarbij is Dragonder-Oost als casus gebruikt.

Uit deze studie blijkt dat batterijopslag bij een beperkt aantal huishoudens (tot 10% adoptiegraad) voor enige beperking van de netbelasting kan zorgen, maar dat

dit weinig kostenefficiënt is. Het ligt in eerste instantie meer voor de hand om elektriciteitsvraag slimmer te verdelen: elektrisch laden uitstellen tot na de avondpiek, en warmtepompen niet of minder inschakelen tijdens de ochtend- en avondpiek. Hier kan rekening mee gehouden worden bij de aanbesteding van publieke laadpalen. De gemeente kan in haar informatievoorziening en bijvoorbeeld ook bij gezamenlijke inkoopacties daarnaast slimme aansturing van warmtepompen stimuleren – al zijn de technische mogelijkheden hiervoor vooralsnog beperkt. Ten slotte benoemen we de sociale samenhang in de buurt. Uit het Lemononderzoek bleek dat bewoners tevreden zijn met hun buurt. Verbeterpunten zitten met name op het sociale vlak: ervaren overlast van jongeren, beperkte sociale samenhang, meer behoefte aan burenhulp. Daarnaast bleek uit interviews dat veel bewoners vooral de behoefte voelen aan direct, persoonlijk contact (ook met de gemeente). De meedenkgroep die dit buurtuitvoeringsplan heeft vormgegeven is een voorbeeld van hoe een energieaanpak de sociale samenhang kan versterken: de deelnemers kennen elkaar inmiddels, groeten elkaar op straat en hebben een gedeelde ervaring. In de uitvoeringsfase is een nevendoel om de activiteiten van de gemeente zo veel mogelijk bij te laten dragen aan sociale samenhang in de buurt.

Bijvoorbeeld doordat buren bij elkaar thuis kunnen kijken, of door kleinschalige groepjes tegelijkertijd voorlichting of advies te geven.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 37

Deel 2: Hetuitvoeringsprogramma uitvoeringsprogramma Het In dit tweede deel van het buurtuitvoeringplan Dragonder-Oost zijn alle activiteiten en inspanning opgenomen die nodig zijn om te zorgen dat de einddatum voor het aardgas haalbaar is.

Deel

02 Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14209521/1