CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3.a Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Vaststelling ontwerp Buurtuitvoeringsplannen (BUPs)22.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost

'Naar een aardgasvrije buurt'

Inhoud Deel 1: Analyse

3

Waarom aardgasvrij?

4

Beleidskaders

5

Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025 Omgevingsvisie Transitievisie Warmte

Juridisch kader De Omgevingswet Wet en besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie Wet collectieve warmtevoorziening (warmtewet 2.0)

5 6 6

7 7 7 8

Afwegingskader

9

Betaalbaar Duurzaam Betrouwbaar

9 10 10

Proces Het proces dat we doorlopen hebben Hoe zijn we tot het besluit gekomen?

Omgevingsanalyse Inwoners Gebouwen en functies Leefkwaliteit in de buurt & grootste uitdagingen Leefstijlen Andere relevante thema's

11 11 12

13 13 14

Energetische analyse Aardgasgebruik in Dragonder-Oost Warmtevraag Koudevraag

Alternatieven Voorkeursalternatief Dragonder-Oost op basis van de Transitievisie Warmte 1.0 Overweging om geen duurzaam gas toe te passen Gekozen oplossing Dragonder-Oost Onderzoeken naar de haalbaarheid van een aardgasvrij alternatief Maatschappelijke kosten van de gekozen oplossing Verschillende smaken binnen de gekozen richting Hybride warmtepomp: een tussenstap maar geen eindoplossing Voor- en nadelen van de voorkeurstechnieken

Omgevingsaspecten Impact op de bodem Geluid Veiligheid in en om de woning Duurzaamheid van de installaties zelf Ruimtelijke kwaliteit Uitbreiding elektriciteitsnet en ruimtevraag voor transformatoren.

17 17 18 19

20 20 21 21

Planning Analyse van de beperkingen Afweging beperkingen in relatie tot datum aardgasvrij Einddatum van het aardgas Reacties uit de buurt op voorgestelde einddatum Scenario’s voor de overgang naar aardgasvrij Overzicht scenario’s Globale planning voor de netbeheerder

30 31 32 33 33 34 36 36

21

Koppelkansen

37

23

Deel 2: Het uitvoeringsprogramma

38

Inleiding

39

24 24 25

26 26 26 27 28 29

Het Warmteprogramma: hoe passen we de aanpak voor Dragonder-Oost in binnen een aanpak voor geheel Veenendaal? Belang van voldoende middelen door het Rijk

Activiteiten

40 40

41

Stimuleringscampagne Doorlopende bewustwordingscampagne Centraal georganiseerde advies- en uitvoering Energieloket en het Trefpunt: laagdrempelige ondersteuning Extra bijdrage voor vervroegd afschrijven van de cv-ketel Corporatiewoningen: gesprek blijven aangaan Kaart met rekentool aardgasvrije oplossingen Warmtepompdokter

Organisatorische acties Opnemen einddatum in het Omgevingsplan en informeren ACM Aanvullende ruimtelijke vereisten in het Omgevingsplan Aanmelden buurt bij Warmtefonds Netbelasting meenemen bij acties gemeente

43 43 44 44 45 45 45 45

46 46 46 47 47

Doelen en monitoring

48

Overzicht financiën/kosten

49

Bijlages

51

29

15 15 16

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 2

Deel 1: Analyse Analyse Dit is het Buurtuitvoeringsplan voor een aardgasvrij Dragonder-Oost. Het plan beschrijft wanneer en hoe de buurt aardgasvrij gaat worden. Het is het resultaat van een samenwerkingstraject tussen de gemeente, bewoners van de buurt en andere partners zoals de woningcorporatie Veenvesters en netbeheerder Stedin. Het buurtuitvoeringsplan bestaat uit twee delen: • Deel 1 bevat een analyse van de situatie, die leidt tot de keuze voor een einddatum voor het aardgas en de voorkeursalternatieven voor aardgas; • Deel 2 omschrijft de aanpak om te komen tot een aardgasvrije buurt.

Deel

01 Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 3

Waarom aardgasvrij? We willen de aarde leefbaar houden. Voor nu en voor de toekomstige generaties. Daarom is het nodig om onze CO2-uitstoot te verminderen en de opwarming van de aarde tegen te gaan. Nederland heeft zich in 2015 verbonden aan het Akkoord van Parijs. In dit akkoord is afgesproken dat de wereldwijde temperatuur niet meer dan 2 graden stijgt. Bij een opwarming van meer dan 2 graden, nemen de risico’s snel toe. Voor Nederland betekent dit bijvoorbeeld een groter risico op overstromingen. Wanneer de zeespiegel stijgt is er kans dat het meest dichtbevolkte deel van het land verloren gaat. Ook Veenendaal zou zonder dijken 2-5 meter onder water staan. Gaan we op de oude voet verder, dan gaat het grondig mis met Veenendaal…

Aardgas is één van de meest gebruikte fossiele brandstoffen. Stoppen met aardgas betekent dat er grote aanpassingen gedaan moeten worden. We gaan gebouwen zuiniger maken en onze woningen en bedrijven op een andere manier verwarmen. We koken niet langer meer op gas en zoeken alternatieven voor het verwarmen van tapwater. Een enorme opgave die veel vraagt van de hele samenleving! Klimaatverandering is niet de enige reden om naar alternatieven te zoeken voor aardgas. Zo zijn de aardbevingen in Groningen redenen om te stoppen met aardgaswinning daar. Tegelijkertijd willen we niet te afhankelijk worden van aardgas uit andere landen. Daarmee maken we ons afhankelijk van deze landen en zijn we kwetsbaar voor hoge energieprijzen. We weten dat de huidige situatie niet houdbaar is. Wat we aan aardgas verbruiken komt niet vanzelf weer terug. Hoe we nu aardgas gebruiken is niet toekomstbestendig en dus niet duurzaam.

In dit plan gaat het dus om de vraag: hoe gaan we verder zonder aardgas? De gemeente maakt hiervoor een plan omdat de landelijke overheid de gemeente een regierol heeft gegeven voor het aardgasvrij maken van alle buurten in Nederland. Het plan gaat dus niet specifiek over het terugdringen van benzine en dieselverbruik door auto’s en andere voertuigen of over duurzame opwekking van elektriciteit. Dit wordt op andere manieren geregeld, bijvoorbeeld door Europese en landelijke wet- en regelgeving.

“Ik denk op zich dat het heel goed is als we van het aardgas af gaan. Het is toch wel erg slecht voor het milieu.”

Het Akkoord van Parijs is in Nederland vertaald naar een landelijk klimaatakkoord: een document met veel verschillende afspraken en doelstellingen. Allemaal met het doel om de CO2-uitstoot te verminderen en daarmee de opwarming van de aarde tegen te gaan. Een van deze doelstellingen is om uiterlijk in 2050 geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 4

Beleidskaders

Welke gemeentelijk beleid vormt de basis? We kijken eerst naar wat er al in het verleden is besloten over de aanpak om in Veenendaal van het aardgas te gaan. Wat hebben we eerder vastgelegd en afgesproken, wat is het vastgestelde beleid? Er zijn twee beleidsdocumenten die de basis vormen voor de keuze voor een alternatief voor aardgas in Dragonder-Oost: de Transitievisie Warmte en de Omgevingsvisie 2030. Daarnaast speelt het ‘Programma Energieneutraal Veenendaal’ een rol. Dit programma regelt de samenhang in de aanpak van de energietransitie in Veenendaal. Het programma en de twee beleidsvisies zijn hieronder verder toegelicht. Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025 In het programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025, zijn alle acties opgenomen die de gemeente Veenendaal in de periode 2022-2025 onderneemt om dichter bij de doelstelling te komen: een energieneutraal Veenendaal in 2050. De buurtuitvoeringsplannen aardgasvrij, waaronder dit buurtuitvoeringsplan voor Dragonder-Oost, zijn een integraal onderdeel van dit programma. Het programma zorgt voor de samenhang tussen de verschillende acties die de gemeente (samen met

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 5

betrokken partijen van buiten de gemeente) onderneemt om toe te werken naar een duurzaam en energieneutraal Veenendaal. De opgave om van het aardgas af te gaan staat immers niet op zichzelf, maar hangt samen met andere vraagstukken binnen de energietransitie. Een voorbeeld is het elektriciteitsnet; dat moet niet alleen berekend zijn op warmtepompen of andere vormen van aardgasvrij verwarmen, maar ook op elektrische auto’s en zonnepanelen. In het Buurtuitvoeringsplan maken we een integraal plan voor een aardgasvrije buurt, rekening houdend met álle energie-ambities van de gemeente zoals die zijn opgenomen in het Programmaplan Energieneutraal Veenendaal 2022-2025.

Omgevingsvisie Om in Veenendaal gezond, duurzaam en veilig te kunnen wonen, werken en leven, maken we in de Omgevingsvisie bewuste keuzes voor de kwaliteit van de leefomgeving. Het gaat hierbij niet alleen over de inrichting van de gemeente, maar ook over hoe we de ruimte met z’n allen gebruiken. De Omgevingsvisie richt zich op het Veenendaal van 2030 en is een integraal strategisch beleidsdocument voor de fysieke leefomgeving in Veenendaal. De visie vormt tevens de basis voor het Omgevingsplan, Omgevingsprogramma’s en Omgevingsvergunningen. De Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking is getreden, schrijft voor dat gemeenten een Omgevingsvisie maken. De Omgevingsvisie geeft aan dat de grootste uitdagingen in de duurzame ontwikkeling van Veenendaal liggen bij de energietransitie, klimaatverandering en de grondstoffenschaarste. Daarnaast is het streven naar een aardgasvrij en fossielvrij Veenendaal als ambitie opgenomen in de Omgevingsvisie. Belangrijk hierbij is dat we kiezen voor een zorgvuldige en kostenefficiënte aanpak, gericht op lage maatschappelijke- en investeringskosten. In de Omgevingsvisie 2030 is gesteld dat we de voorkeur geven aan energie en warmte uit de omgeving boven energie en warmte uit verbrandingsprocessen, uitgezonderd waterstof en groen gas. We zijn wel terughoudend bij het realiseren van biomassacentrales op hout.

Andere vormen van biomassa zullen we wel overwegen, waarbij we de effecten op de leefomgeving afwegen tegen die van alternatieve oplossingen. We vinden dat biomassa vooral afkomstig moet zijn uit de regio. Bij het realiseren van een aardgasvrije oplossing heeft dat indirect ook effect op andere ambities uit de Omgevingsvisie: uiteindelijk zullen er altijd keuzes gemaakt moeten worden. Als er transformatoren geplaatst moeten worden; waar kunnen die dan komen te staan? Hoe gaan we om met het geluid van warmtepompen? Wat als een

bewoner niet alleen een warmtepomp wil maar ook een elektrische auto? De Omgevingsvisie vormt uiteindelijk het overkoepelende integrale afwegingskader als het gaat om hoe Veenendaal er in de toekomst uit moet zien.

Transitievisie Warmte In 2050 verwarmen we onze gebouwen niet meer met aardgas. De rijksoverheid heeft de regie om stap voor stap dit doel te realiseren bij gemeenten neergelegd. Daarom hebben we een Transitievisie Warmte opgesteld, met daarin de lijnen en aanpak voor de periode 2021-2025, met als einddoel om in 2050 aardgasvrij te zijn. In de Transitievisie is de warmtevraag in Veenendaal geanalyseerd en zijn de warmtebronnen in kaart gebracht. Er is een inventarisatie gemaakt van de mogelijke warmteoplossingen per buurt en er is een aantal buurten aangewezen die kansrijk zijn om als eerste van aardgas over te schakelen naar duurzame warmte. Voor deze buurten is een technische-economische analyse uitgevoerd en is er gekeken welke kansen en bedreigingen bewoners zien om van het aardgas af te gaan. In bijlage 1 is een infographic opgenomen met de belangrijkste uitkomsten van de Transitievisie Warmte. Dragonder-Oost is één van de buurten waar we de grootste kansen zien om aan de slag te gaan. In de Transitievisie Warmte1 is voor Dragonder-Oost als ambitie meegegeven dat er in 2030 40% aardgas is bespaard ten opzichte van 2019.

1 D  e Transitievisie warmte is in drie stappen tot stand gekomen. Er is een verkennende Transitievisie Warmte 0.1 opgesteld, een Transitievisie Warmte 0.5 die informeert over de technische oplossingen per buurt en over de resultaten van bewonersparticipatie. In de definitieve Transitievisie Warmte 1.0 is het beleid voor de periode 2022-2025 opgenomen. Wanneer we het in dit stuk hebben over de 'Transitievisie Warmte’ of ‘Transitievisie’, zonder vermelding van het versienummer, bedoelen we de Transitievisie Warmte 1.0.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 6

Juridisch kader

Met welke wetgeving hebben we rekening te houden? Het opstellen van buurtuitvoeringsplannen komt voort uit het landelijk Klimaatakkoord. Hierin is afgesproken dat in 2050 alle woningen en andere gebouwen in Nederland van het aardgas af zijn. Momenteel gaat dat om zo’n 8 miljoen panden! Om al die panden op tijd van het aardgas af te hebben, is er wet- en regelgeving nodig. De laatste jaren is er veel wetgeving ontwikkeld die gemeenten de instrumenten in handen geeft of gaat geven om een besluit om te stoppen met aardgas ook echt uit te gaan voeren. Hieronder geven we aan wat de juridische basis is voor dit buurtuitvoeringsplan.

De Omgevingswet In het Klimaatakkoord is afgesproken dat decentrale overheden keuzes voor de energietransitie in de instrumenten van de Omgevingswet moeten verankeren. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Er zijn vier kerninstrumenten die met elkaar richting geven aan de gewenste fysieke leefomgeving: de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, het Omgevingsprogramma en de Omgevingsvergunning.

Met het Omgevingsprogramma biedt de Omgevingswet gemeenten een nieuw instrument om werk te maken van de energietransitie en het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Regels over de energietransitie komen terecht in het Omgevingsplan. De uitvoering wordt vervolgens gekoppeld aan een uitvoerings(Omgevings-)programma. Regels over het aardgasvrij maken (zoals dit buurtuitvoeringsplan) zullen landen in een Warmteprogramma – een specifiek soort Omgevingsprogramma. Om de transitie naar aardgasvrij te laten slagen, krijgen gemeenten de komende jaren naar verwachting meer bevoegdheden. Deze bevoegdheden worden geregeld via de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de Wet collectieve warmtevoorziening (dit wordt ook wel de warmtewet 2.0 genoemd). De uitvoering van deze wetgeving is weer sterk gekoppeld aan de instrumenten van de Omgevingswet, met name het Omgevingsplan.

Wet en besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie In de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is geregeld dat de Transitievisie Warmte als Warmteprogramma zal gelden onder de Omgevingswet. Deze wet geeft de gemeente op hoofdlijnen de aanwijsbevoegdheid om in bestaande gebieden het leveren van aardgas te stoppen. In het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie zijn de regels uit de wet meer gedetailleerd uitgewerkt. Landelijk zal volgens de

huidige voorstellen gelden dat met ingang van 1 januari 2050 een gebouw: • een voorziening moet hebben voor het afnemen en gebruiken van duurzame energie • moet zijn aangesloten op de door de gemeente aangewezen energie-infrastructuur2 en; • geen fossiele brandstof meer mag gebruiken. Gemeenten krijgen de bevoegdheid om deze datum (2050) te vervroegen, maar dan alleen voor locaties die als gebied waar op termijn het aardgasverbruik wordt beëindigd zijn opgenomen in een zogenaamd warmteprogramma. Dit warmteprogramma is een vorm van een Omgevingsprogramma. Met deze bevoegdheid kan de gemeente het aardgasverbruik in Dragonder-Oost eerder stoppen. Hier zijn wel een aantal voorwaarden voor, die worden opgenomen in het omgevingsplan. Zo zal de gemeente een definitieve keuze moeten maken voor de alternatieve energie-infrastructuur (zoals een warmtenet of een verzwaard elektriciteitsnet) binnen DragonderOost. Ook krijgen gebouweigenaren de mogelijkheid tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel, als daarmee tenminste dezelfde energieprestatie wordt bereikt. Deze maatregel zal uiterlijk 6 maanden voor de datum dat het gebruik van gas wordt beëindigd opgenomen moeten zijn in het Omgevingsplan. Verder zullen we een redelijke termijn in moeten stellen waarop het gebruik van gas als energiebron binnen de aangewezen locatie wordt beëindigd. 2

Of een gelijkwaardig alternatief, zie verderop

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 7

“We hebben altijd gas gebruikt. Dat is altijd gestimuleerd. Duitsland gooit al zijn kernreactors eruit en gaat op gas. Dat is ons buurland en een paar keer groter dan Nederland. En wij gooien het gas eruit. Ik snap dat mensen aan de grens minder positief zijn dan hier in Veenendaal.”

Hiervoor wordt een termijn van acht jaar geadviseerd. Er kan echter gemotiveerd van deze termijn afgeweken worden. Tenslotte zijn er regels opgesteld voor de monitoring ten aanzien van de uitvoering van de aanleg van de aangewezen energie-infrastructuur en de aansluiting van gebouwen op de aangewezen energie-infrastructuur of de gelijkwaardige maatregel. Als uit de monitoring blijkt dat er onvoldoende zekerheid is dat gebouweigenaren voor de einddatum aangesloten kunnen zijn op een duurzaam alternatief, dan is de gemeente verplicht om de in het omgevingsplan bepaalde datum waarop de gastoevoer wordt stopgezet te verzetten.

Bij de uitwerking van de transitie naar aardgasvrij in het omgevingsplan, houden we rekening met de haalbaarheid van de maatregelen, de verwachte betaalbaarheid van de maatregelen, de totale kosten voor de maatschappij die de realisatie van de toegedachte energie-infrastructuur met zich meebrengen en de gevolgen voor de aanleg en het beheer van de energie-infrastructuur. Het buurtuitvoeringsplan bepaalt de einddatum en welke alternatieve energie-infrastructuur de gemeente voor ogen heeft.

Wet collectieve warmtevoorziening (warmtewet 2.0) De wet collectieve warmtevoorziening beoogt de groei van collectieve warmtesystemen (warmtenetten) door nieuwe spelregels (de marktordening), transparantie in de tariefstelling, het aanscherpen van vereisten voor de leveringszekerheid en het zeker stellen van de verduurzaming. De wet regelt meer sturingsmogelijkheden voor gemeenten om in het kader van een buurt- of wijkgerichte aanpak de aanleg en exploitatie van de collectieve warmtesystemen te bevorderen. De gemeente krijgt de regie over waar en wanneer er een collectieve warmtevoorziening wordt gerealiseerd. Hierbij gaan we zogenaamde ‘warmtekavels’ vaststellen en hiervoor voor een bepaalde tijd een warmtebedrijf aanwijzen. Het aangewezen warmtebedrijf draagt verantwoordelijkheid voor een efficiënte (betaalbare) en betrouwbare warmtelevering binnen een specifieke locatie (warmtekavel). De infrastructuur voor de warmtelevering komt in publieke handen. De wet collectieve warmtevoorziening heeft met name betrekking op grootschalige warmtenetten (meer dan 1500 aansluitingen). Voor kleinschalige warmtenetten (bijvoorbeeld op het niveau van een paar blokken woningen) gelden andere regels.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 8

Afwegingskader

Is het betrouwbaar, duurzaam, betaalbaar? De keuze voor een alternatief voor aardgas heeft impact op iedereen in de buurt: bewoners, huiseigenaren, bedrijven, instellingen... Het raakt ons allemaal. Daarom heeft de gemeente in de Transitievisie Warmte uitgangspunten geformuleerd om de keuze en het tempo van aardgasvrij worden te onderbouwen. Een nieuwe energievoorziening moet betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam zijn. Dit is de rode draad door dit buurtuitvoeringsplan. Maar wat ís dat nu precies, betrouwbaar, duurzaam en betaalbaar? Een eenduidig antwoord is moeilijk te geven. Uiteindelijk gaat het erom dat het buurtuitvoeringsplan laat zien dat er voor iedereen een goed en acceptabel alternatief is wanneer het aardgas verdwijnt. Hieronder is een toelichting op deze drie thema’s gegeven: waar kun je aan denken bij betaalbaarheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid?

Betaalbaar Bij betaalbaarheid kijken we in de eerste instantie naar de vraag: verdient een alternatief voor aardgas zich op termijn terug? Een cv-ketel gaat normaal gesproken (net als een warmtepomp) zo’n 15 tot 20 jaar mee. In deze periode betaalt een bewoner vrijwel altijd veel meer voor het aardgasgebruik dan voor het apparaat zelf. Een

warmtepomp is echter een stuk duurder dan een cv-ketel - en meestal is ook een aansluiting op een warmtenet duurder dan een cv-ketel. De vraag is dan: Kun je de aardgasvrije oplossing terugverdienen door de lagere gebruiks- en energiekosten?

“Ik denk dat veel mensen wel willen verduurzamen, maar dat het vaak - zoals bij ons - niet lonend is. De uitgave van een warmtepomp is zo groot en als je kijkt naar het verbruik dat wij hebben… dan zou je het alleen doen voor het milieu.

Bij kosten kunnen we kijken naar de kosten voor de samenleving als geheel (maatschappelijke kosten), of voor de gebruiker van de woning (eindgebruikerskosten). Stel, iedereen stapt over op elektrisch koken. Hierdoor wordt er rond het avondeten veel meer gebruik gemaakt van het elektriciteitsnet. Dat zie je meestal niet direct terug in de kosten van de elektriciteitsaansluiting van een woning waar op inductie wordt gekookt (eindgebruikerskosten). Maar als de netbeheerder hierdoor in de buurt extra infrastructuur moet aanleggen, betaalt de maatschappij als geheel uiteindelijk wél de extra kosten voor een ‘zwaarder’ elektriciteitsnet (maatschappelijke kosten). Andersom kan het gebeuren dat een individuele bewoner veel geld betaalt voor een klimaatvriendelijke oplossing (eindgebruikerskosten), waar we uiteindelijk allemaal een (heel klein) stukje baten bij hebben (maatschappelijke baten). Bij kosten gaat het al snel over ‘terugverdientijd’: verdien ik in 15-20 jaar mijn geld terug als ik iets anders ga gebruiken dan aardgas? Hoewel dat voor veel gebouweigenaren een hele belangrijke factor is, ligt het voor de hand om bij het begrip ‘betaalbaarheid’ ook naar andere aspecten te kijken. Wat is een duurzamere wereld ons waard? Wat zijn de (kosten-) risico’s van niets doen? Zijn we bereid om meer

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 9

te betalen om niet afhankelijk te zijn van foute regimes, of om bijvoorbeeld een comfortabelere, beter gekoelde en beter te verkopen woning ervoor terug te krijgen? Wat gaat het uiteindelijk kosten om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen als we nu niks doen? Dat een oplossing zich terugverdient en maatschappelijk zinvol is, betekent nog niet direct dat het voor iedereen op te brengen is (financierbaarheid). Je moet ten slotte wel het geld hebben om tot aanschaf over te gaan. Dat kan in veel gevallen al met een lening of een hypotheek. Maar is dat voor iedereen een goede optie, of zijn er ook uitzonderingsgevallen? Zo zijn er bepaalde bewonersgroepen die uit principe niet willen lenen (of rente betalen). Een ander aspect dat meetelt, is de waarde van de woning. Investeren kost geld. In de energiecrisis van 2022 zagen we dat een energiezuinig pand aantrekkelijker is voor kopers en dus meer geld waard is. Het is te verwachten dat richting 2050, als alle woningen in Nederland aardgasvrij moeten zijn, kopers steeds meer gaan letten op de toekomstbestendigheid van een pand.

Betaalbaarheid draait daarmee om meerdere zaken: heeft iedereen de toegang tot passende financiële instrumenten en zijn de kosten en baten van de eindoplossing zowel voor de gebruiker als voor de rest van de maatschappij acceptabel? Hoe we antwoord geven op die vraag hangt toch vooral af van onze eigen overtuiging – daar is geen algemeen antwoord op te geven.

Duurzaam Aardgas is per definitie niet duurzaam. We halen aardgas uit de grond om te verbranden, waardoor we het aardgas verloren laten gaan. Het gebruik van fossiel aardgas is geen gesloten kringloop: niet houdbaar, niet duurzaam.

Aardgas geldt dan wel als de minst vervuilende fossiele brandstof maar er komen nog altijd schadelijke stoffen vrij bij het gebruik, met name CO2 (broeikasgas) en stikstofoxiden (NOx, schadelijk voor gezondheid en natuur). Een duurzaam alternatief voor aardgas moet dus gebruik (kunnen) maken van een hernieuwbare energiebron, die niet op kan raken en die uiteindelijk geen uitstoot van broeikasgassen veroorzaakt. Ook uitstoot van andere schadelijke stoffen zou je zo veel mogelijk willen beperken. Elektriciteit kan een duurzaam alternatief voor aardgas zijn, maar dan moet het duurzaam worden opgewekt. Op dit moment is dat nog maar deels het geval. In 2022 was ongeveer 40%3 van de elektriciteit afkomstig uit ‘hernieuwbare’ bronnen. De verwachting is dat dit in 2023 al 50%4 is. In de toekomst moet dit toenemen, zodat in 2050 100% van de elektriciteit duurzaam wordt opgewekt. Er is dus een verschil tussen de CO2-uitstoot die we nú hebben als we bijvoorbeeld met een elektrische warmtepomp ons huis verwarmen, en de uitstoot die daarbij hoort in 2050. Behalve de duurzaamheid tijdens het gebruik van de energie speelt ook een rol hoe de energie geproduceerd/ opgewekt en getransporteerd wordt: de keten van warmteopwekking. Het maken van een warmtepomp is belastender voor het milieu dan de productie van een cv-ketel.

Hoe duurzaam is dan zo’n alternatief voor het aardgas? In de hoofdstukken ‘Alternatieven’ en ‘Omgevingsaspecten’ gaan we daar verder op in. Kortom: bij de beschouwing van hoe duurzaam een alternatief is, is CO2-uitstoot een mooie graadmeter, maar moeten we ook een stapje verder kijken: Wat zijn andere milieu- en duurzaamheidseffecten, en is dat vooral een probleem van nu, of juist voor de toekomst?

Betrouwbaar Een goed alternatief voor het aardgas moet betrouwbaar zijn. Een woning die dan weer te koud of te warm is of waar de verwarming het niet doet, daar zit niemand op te wachten. Tegelijkertijd is ook ons huidige energiesysteem niet oneindig betrouwbaar: je cv-ketel gaat natuurlijk net kapot op die koude winterdag of juist als je een warme douche wilt nemen… Een belangrijke beperking voor de stap naar aardgasvrij is op dit moment de capaciteit van het elektriciteitsnet. Er wordt in de toekomst steeds meer gebruik gemaakt van het elektriciteitsnet en de bestaande kabels en transformatoren kunnen dit steeds vaker niet meer aan. Recent hebben de netbeheerders in de provincie Utrecht aangegeven dat zonder ingrijpen de komende jaren de problemen zo snel verergeren dat niet uitgesloten is dat we steeds vaker met stroomstoringen te maken krijgen. Er wordt de komende decennia enorm veel geïnvesteerd in het stroomnet, maar dit zal niet altijd snel genoeg gaan om te voorkomen dat er problemen optreden. Het is dus belangrijk dat de alternatieven voor aardgas goed werken, maar ook dat de infrastructuur het tempo van verandering aankan. Betrouwbaarheid heeft ook andere aspecten.

Hoe vaak is er onderhoud nodig? Is daar voldoende kennis en capaciteit voor voorhanden? Is de overstap eenvoudig genoeg, of gaat het vaak fout? Moet je een technisch wonderkind zijn om de overstap te wagen of is het een kwestie van tekenen bij het kruisje en alles wordt (goed) geregeld?

3 Website Nationaal klimaatplatform 4  Helft van de stroom in Nederland kwam in 2023 uit hernieuwbare bronnen (trouw.nl)

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 10

Proces

Welke stappen zijn genomen om tot dit plan te komen? Het proces dat we doorlopen hebben In sommige gemeenten zijn bewoners zelf aan de slag gegaan om een plan te maken voor een aardgasvrije buurt of wijk. In Veenendaal (en dus ook in Dragonder-Oost) zijn tot nu toe geen grote initiatieven vanuit bewoners ontstaan om zelf een plan te maken. De gemeente werkt daarom de visie uit en gaat daarmee de buurten in om te onderzoeken wat mogelijk is. Het risico bestaat dan dat de gemeente een plan maakt wat opgelegd voelt en waarin bewoners wel gehoord worden, maar niet echt het idee hebben mee te kunnen praten. In Dragonder-Oost heeft de gemeente geprobeerd om vanaf het begin zo duidelijk mogelijk te zijn: de gemeente maakt het plan, maar nodigt iedereen in de buurt uit om mee te denken. Door twee jaar de tijd voor het proces uit te trekken en vanaf het begin inwoners mee te laten denken, tussenresultaten open te delen en samen in gesprek te gaan over kansen en belemmeringen wil de gemeente het plan zo veel mogelijk toch een plan van en vóór de buurt maken.

Het totstandkomingsproces met de buurt heeft de volgende speerpunten gehad: • Een groot startevenement, om bewustwording te creëren; • Regelmatig tussendoor communiceren via digitale en fysieke nieuwsbrieven; • Een informatiecentrum in de buurt zodat bewoners laagdrempelig binnen kunnen lopen; • Een meedenkgroep om tijdens het onderzoeksproces kritisch mee te kijken en gevraagd en omgevraagd ideeën te geven; • Voorleggen van een voorlopig plan vóór besluitvorming en daarover in gesprek met bewoners. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van alle communicatiemiddelen die zijn ingezet de afgelopen twee jaar om bewoners te informeren, te betrekken en mee te laten denken.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 11

“Ik vind het echt heel goed hoe we hierin betrokken worden. Een voorbeeld voor andere gemeentes in het land dat ze op deze manier het gesprek aangaan. Daarmee heb je in ieder geval het gevoel ‘we doen het samen’.”

Hoe zijn we tot het besluit gekomen? De Transitievisie Warmte 1.0 is het vertrekpunt om van start te gaan met het buurtuitvoeringsplan van Dragonder-Oost. Met de uitgangspunten uit de Transitievisie Warmte 1.0 (een betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar alternatief voor aardgas vinden) is de gemeente in de periode 2022-2023 verder onderzoek gaan doen. Op basis van de Transitievisie Warmte is gekozen voor individuele warmtepompen en/of klein-collectieve systemen (zie hoofdstuk Alternatieven). Vervolgens is onderzoek gedaan naar de volgende vragen: • Welke mogelijkheden zijn er om de koopwoningen in de buurt aardgasvrij te maken door middel van individuele en/of klein-collectieve bronnen? • Hoe kunnen we geluidsoverlast door warmtepompen voorkomen? • Hoe kunnen we het elektriciteitsnet voorbereiden op een overstap naar een aardgasvrije buurt? • Wat zijn de plannen van de woningcorporatie Veenvesters voor hun woningen? • Welk maatschappelijk vastgoed is er in de buurt en welk perspectief is er om dit aardgasvrij te maken? • Welke Verenigingen van Eigenaren zijn er in de buurt en wat is de opgave voor deze VvE-complexen?

In het tweejarige traject is in een projectgroep, bestaande uit medewerkers van gemeente, Stedin en Veenvesters en het energieloket (verzorgd door de regionale energiecoöperatie ValleiEnergie) stap voor stap onderzocht wat het antwoord is op deze vragen. Daarnaast is er gebruikgemaakt van een meedenkgroep van bewoners om ideeën uit te wisselen. Met de informatie uit de onderzoeken is een voorstel uitgewerkt voor het aardgasvrij worden van DragonderOost. In het najaar van 2023 werden bewoners gevraagd om te bekijken of het voorstel haalbaar en ambitieus is en met welke maatregelen de gemeente Veenendaal de stap naar aardgasvrij zou kunnen stimuleren. Met de resultaten uit deze raadpleging werd een definitieve keuze gemaakt voor de aanpak en de ingangsdatum voor een aardgasvrije buurt. In het hoofdstuk Planning is aangegeven hoe bewoners gereageerd hebben op de einddatum en welke stappen bewoners belangrijk vinden om aardgasvrij te kunnen worden. In dit Buurtuitvoeringsplan zijn daarnaast quotes opgenomen van (willekeurig gekozen) buurbewoners die over het onderwerp geïnterviewd zijn.

Leren van eerdere praktijkervaringen Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte in 2020 en 2021 zijn veel inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen bevraagd. De uitkomsten van dat participatieproces vormen de basis voor de aanpak in de buurtuitvoeringsplannen. Uit eerdere bevraging van inwoners is gebleken: • Veenendalers willen niet vooroplopen en voorlopig doorgaan met aardgas. In het algemeen is men het erover eens dat de gemeente op een geleidelijk en natuurlijk tempo naar aardgasvrij kan. Tegelijk leeft bij een groot deel van de bewoners het besef dat het beter is om vroeg te beginnen en zo te profiteren van subsidies die nu nog beschikbaar zijn. • Betaalbaarheid is een belangrijk aspect bij de overstap naar aardgasvrij • In communicatie vinden inwoners het ontzorgen en informeren erg belangrijk. Deze opgehaalde reacties vormden een belangrijke basis voor het opstellen van dit buurtuitvoeringsplan en het participatietraject dat in 2022 en 2023 gelopen is om tot een afgewogen plan te komen. In de afgelopen jaren is ook veel geleerd over communicatie bij de zogenaamde ‘Proeftuinen Aardgasvrije Wijken’(landelijke proefprojecten). Belangrijke lessen zijn: • Klein beginnen • Draagvlak creëren • Vertrouwen opbouwen via ambassadeurs in de buurt • Bewoners vanaf een vroeg moment betrekken.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 12

Omgevingsanalyse

Wat zijn de kenmerken van de buurt? Voor het realiseren van een aardgasvrij Dragonder-Oost, zullen er aanpassingen gedaan moeten worden in het gebied. Aanpassingen aan individuele woningen, maar ook aan de gemeenschappelijke infrastructuur. Bijvoorbeeld het verbeteren van het elektriciteitsnet. Dit biedt kansen om op een samenhangende manier ook andere opgaven aan te pakken. Bijvoorbeeld het vergroenen en klimaatadaptief maken van de buurt, de veiligheid in de buurt, de parkeerdruk. Maar ook opgaven op het gebied van gezondheid, armoede, schuldenproblematiek kunnen mogelijk in samenhang aangepakt worden.

Inwoners

In dit hoofdstuk wordt een analyse gemaakt van de buurt. Wat kenmerkt de buurt? En wat vinden de bewoners zelf van hun buurt? Waar zijn ze trots op? En wat speelt er allemaal? Welke kansen en belemmeringen zijn er? In hoofdstuk Koppelkansen komt aan de orde welke opgaven daadwerkelijk zinvol zijn om te koppelen aan de transitie naar een aardgasvrije buurt.

Figuur 1: Aantal huishoudens in de buurt van 1, 2 of meer personen

Dragonder-Oost is een buurt in het oosten van Veenendaal met 2293 inwoners en 871 huishoudens. Het grootste deel van de huishoudens bestaat uit drie of meer personen. Van deze huishoudens bestaat 62% uit huishoudens met kinderen en 38% uit huishoudens zonder kinderen. In de jaarlijkse leefbarometer wordt voor de leefbaarheid in de buurt een ‘goed’ gescoord. In figuur 1 is een verdeling gegeven van de huishoudensgrootte in de buurt.

1-persoons 2-persoons 3 of meer prs

200

300

400

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 13

Gebouwen en functies

500

De bebouwing in de buurt bestaat uit 881 woningen en uit 14 adressen met een andere functie. Er zijn relatief veel appartementen en tussenwoningen aanwezig (Figuur 1). Daarnaast is er een beperkt aantal gebouwen met een ‘andere’ functie (Figuur 2). Daarmee kenmerkt de buurt zich als een echte ‘woonwijk’.

450

408

400 350 300 250 200

1

16

18

102 24

1

71

Tussenwoning

2012

2011

2008

Appartement

2007

0 2004

106

1

2006

326

2005

50

2001

125

1989

100

134

2010

105

2009

150

49

Figuur 4: Aantallen woningen per bouwjaar

Hoekwoning

275

Twee-onder-een-kap Vrijstaande woning

Figuur 2: Aantallen per type woning

1 1 2

6

Onderwijs/Dagverblijf Kerk Bijzondere woonfuncties

3

Medische voorziening

1

Basisschool Trafo

Figuur 3: Speciale functies in de buurt (aantallen)

De woningen in Dragonder-Oost zijn relatief nieuw. Het grootste deel van de woningen heeft een bouwjaar vanaf 2004 tot en met 2012 (Figuur 4), de meeste woningen hebben dan ook een energielabel A. De woningen in de buurt bestaan voor 63% uit laagbouw en voor 37% uit hoogbouw. 26% van de woningen (228) in Dragonder-Oost is in bezit van de woningcorporatie Veenvesters (Figuur 5). Ook Van Elst vastgoed heeft een aantal (private huur) woningen in eigendom in Dragonder-Oost. Er is een vijftal VvE’s gevestigd in Dragonder-Oost, waarvan twee VvE’s in complexen van Veenvesters en een drietal voor appartementencomplexen met hierin grotendeels koopwoningen of particuliere huur (Figuur 6).

Figuur 5: Ligging van de woningen van Veenvesters

VvE gebouw

Adres

Eigenaar

Lunet 31

Macbridestraat 48 t/m 70

Particuliere koop

Lunet 29

Macbridestraat 72 t/m 106

Particuliere koop

Entrada

Erasmusstraat 1-99 (oneven)

Veenvesters (sociale huur)

Solido

Erasmusstraat 101-199

Particuliere koop en particuliere huur

Het Masker

Sadatstraat 1 t/m 31 (oneven)

Veenvesters (sociale huur)

Figuur 6: Overzicht van VvE’s in Dragonder-Oost

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 14

Leefkwaliteit in de buurt & grootste uitdagingen Uit een recent LEMON-onderzoek (leefbaarheidsonderzoek) blijkt dat de bewoners van Dragonder-Oost het wonen in Veenendaal in het algemeen met een 7,9 beoordelen. De buurt zelf krijgt ook een 7,9. De woonomgeving kwalificeert men met 7,4. Het leven in zijn algemeenheid krijgt van de bewoners in Dragonder-Oost een 8,1. Dit zijn relatief hoge cijfers; veel mensen geven dan ook aan graag in de buurt te blijven wonen.

“Het is eigenlijk een beetje langs me heen gegaan. Mijn interesse ligt er niet. Natuurlijk vind ik het belangrijk om duurzaam bezig te zijn. Zodat onze kinderen straks ook enigszins een goed milieu hebben. […] Mijn man leest de brieven vluchtig door. Ik heb eigenlijk geen idee waar ze mee bezig zijn.”

• Beter beheer buitenruimte (tegengaan vervuiling e.d.) • Aanpak bedreiging/drugs dealen • Financiële zorgen • Hulp aan buren

Leefstijlen Om de communicatie en de aanpak van de buurt zo goed mogelijk aan te laten sluiten op de bewoners, is er onderzoek gedaan naar de verschillende leefstijlen in Dragonder-Oost. Hierbij is gebruik gemaakt van een leefstijlenonderzoek van BSR. Aan de hand van dit model zijn mensen in te delen in vier verschillende groepen ofwel ‘leefstijlen’, namelijk: vitaliteit (rood)/ controle (blauw)/ harmonie (geel)/ zekerheid (groen). De buurt Dragonder-Oost scoort hoog op blauw (controle), met geel als goede tweede (harmonie). Zie Figuur 7 en 8.

Kenmerken van Dragonder-Oost: • In de buurt wonen vooral veel gezinnen. Vaak met een druk programma overdag en ’s avonds, waardoor de sociale samenhang onderling beperkt is; • Er zijn geen winkels in de buurt; bewoners gaan veelal naar Veenendaal-Oost voor de boodschappen; • Er is een basisschool (’t Speelkwartier) en een kerk; • Er is in het verleden sprake geweest van overlast door jongeren. Daar is nu geen/minder sprake meer van. Verbeterpunten uit het LEMON-onderzoek: • Extra straatverlichting • Hangjongeren/jeugdoverlast • Verbeteren voet-/fietstunnels • Aanpak straatintimidatie (naroepen e.d.) • Aanpak Graffiti

16

Figuur 8: Overzichtskaart van de verschillende leefstijlen in Dragonder-Oost

33

harmonie

37 14

zekerheid controle vitaliteit

Figuur 7: Verdeling van de verschillende leefstijlen over de bewoners van Dragonder-Oost. Blauw en geel zijn dominant.

Leefstijlgroepen: welke manier van communiceren is passend? Blauw staat voor controle, eigen verantwoordelijkheid en privacy en heeft geen behoefte aan veel contact met buurtbewoners (alleen als het interessant is voor het eigen netwerk). Dat komt ook terug in het LEMON-onderzoek. In communicatie spreek je de blauwe groep formeel aan.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 15

De groep is gevoelig voor status en neemt zaken niet zomaar aan. Er moet dus goede informatie zijn, gebaseerd op feiten en cijfers. Communicatie dient serieus, volledig en officieel te zijn. Geel daarentegen houdt van sociaal contact, is betrokken, en houdt van gezelligheid. Vindt het ook belangrijk dat bewoners elkaar goed leren kennen. Deze groep kenmerkt zich als informeel, harmonie, inspelend op gevoel, ondersteunend. Aanspreken met jullie, samenwerkings-gericht, de tijd nemen voor hoor en wederhoor. Vriendelijk met een persoonlijke noot. Kort en simpel. Gericht op de buurt als groep en samenwerken. Zowel in voorbereiding op het buurtuitvoeringsplan als straks bij de uitvoering, maken we gebruik van de leefstijlenanalyse om communicatie zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de kenmerken van de buurt.

Andere relevante thema's Om volgens de doelstelling van de Omgevingsvisie 2030 een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving te realiseren, zijn er doelen gesteld die zijn gerelateerd aan het beheer van de openbare ruimte. Deze doelen zijn uitgewerkt in het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte. Voor DragonderOost is een aantal doelen relevant. Deze worden hieronder uitgelicht. BOSS (bewegen, ontmoeten, sporten, spelen) Een groene omgeving draagt bij aan het welzijn van mensen en nodigt uit tot bewegen. Daarom worden de speelplekken in de gemeente groen en aantrekkelijk ingericht. Bovendien zullen ze via aantrekkelijke en veilige groenblauwe verbindingen aan elkaar worden geregen, via het BOSS concept (bewegen, ontmoeten, sporten en spelen). Doordat de huidige speeltuinen in Dragonder-Oost aan vervanging toe zijn, wordt Dragonder-Oost als een van de eerste buurten veranderd naar een BOSS-locatie.

Klimaatmaatregelen Al willen we door het verminderen van de CO2-uitstoot de klimaatverandering beperken, toch kunnen we er niet aan voorbij dat het klimaat verandert. Daarom is het ook nodig om de omgeving zodanig in te richten, dat deze bestendig is tegen de klimaatverandering. Bijvoorbeeld door regenwatermaatregelen te nemen. Hierbij houden we in Veenendaal vast aan de voorkeursvolgorde vasthouden, bergen en gescheiden afvoeren. Dragonder-Oost heeft al een gescheiden rioolstelsel.

Elektrisch laden Op dit moment zijn er 3 publieke laadpalen binnen Dragonder-Oost. Tot 2025 zijn er 14 extra publieke laadpalen voorzien. Het is nog niet duidelijk welke behoefte er is aan laadpalen na 2025, al is de verwachting dat het aantal elektrische auto’s toeneemt en dus ook de behoefte aan laadpalen zal toenemen. Infrastructuur Er staan op dit moment geen grote ingrepen aan wegen en fietspaden gepland.

Bomen en groen in het algemeen hebben een goede werking tegen hitte, droogte en wateroverlast. De Raad voor het landelijk gebied (RLG) geeft als richtlijn dat er 75 m2 groen per woning moet zijn, met een ondernorm van 50 m2 groen per woning bij een middelgrote gemeente als Veenendaal. De hoeveelheid groen in Dragonder-Oost ligt op dit moment net onder de adviesnorm van 75 m2. De herinrichting van de speeltuinen via het BOSS concept, zal bij gaan dragen een aan groenere buurt. Voor het vergroenen en het nemen van regenwatermaatregelen bij bestaande woningen, kan de gemeente de woningeigenaren verleiden, bijvoorbeeld door afkoppelcoaches ter beschikking te stellen. Afval Er zijn weinig ontwikkelingen te verwachten op het gebied van afval. Mogelijk dat er bij hoogbouw op termijn ondergrondse containers kunnen worden toegevoegd.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 16

Energetische analyse

Welke energie hebben de gebouwen nodig voor een prettig werk- en woonklimaat? Om te kunnen analyseren welke alternatieven voor aardgas er zijn in Dragonder-Oost, is het van belang om eerst te bekijken waar aardgas voor gebruikt wordt momenteel. Daarnaast willen we kijken naar de toekomstige behoefte aan ‘koude’ in de woningen. “Deze huizen zijn ontzettend goed geïsoleerd. Daar hoef je eigenlijk niets aan te verbeteren. We hebben zonnepanelen genomen en we hebben een airco op zolder, tegen de hitte, maar die gebruiken we op zolder ook als kachel. Als de kookplaat kapot gaat, dan wordt het een inductieplaat.”

Aardgasgebruik in Dragonder-Oost De meeste woningen in de buurt Dragonder-Oost gebruiken op dit moment nog aardgas. Aardgas wordt gebruikt om het huis te verwarmen (via cv en radiatoren), om te koken, en voor warm water uit de kraan. In Dragonder-Oost heeft slechts een aantal woningen al de overstap gemaakt naar aardgasvrij.

40 250 660

Koken

Vier appartementencomplexen van de woningcorporatie Veenvesters zijn aangesloten op een kleinschalig warmtenet. Dit kleinschalige net is in 2024 overgedragen van Veenvesters naar het Warmtebedrijf Veenendaal. Het warmtenet wordt verwarmd met een (hout-) pelletkachel. De woningen die op dit warmtenet zijn aangesloten maken geen gebruik van aardgas. Naast woningen zijn er ook 14 adressen met een andere functie. Hieronder vallen de Pniëlkerk, basisschool t’ Speelkwartier en het gebouw van stichting Kwintes aan de Ghandistraat. De kerk is reeds verduurzaamd en van het aardgas af. De basisschool heeft wel een aardgasaansluiting. De cv-ketel van deze school is aan vervanging toe. Op dit moment is vervanging door een hybride warmtepomp gepland in 2026. Het gebouw van Stichting Kwintes is aangesloten op het kleinschalige warmtenet van Warmtebedrijf Veenendaal.

Warm water Verwarming

Figuur 9: Geschatte verdeling van het aardgasgebruik (m3) in een gemiddelde woning

1.400 1.200 1.000 800 0

2010

2012

2014

2016

2018

2020

Gemiddeld aardgasverbruik Dragonder-Oost (m ) 3

Figuur 10: Trend in het gemiddelde jaarlijkse aardgasverbruik in Dragonder-Oost

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 17

Dragonder Oost

Gemiddeld Aardgasverbruik (m3)

Gemiddeld elek. Verbruik (kWh)

Stadsverwarming (%)

940

3090

13,2

Figuur 11: Gemiddelde verbruiken per woning volgens het CBS (2021). Het gasverbruik voor woningen in Dragonder-Oost bedroeg in 2021 ongeveer 800.000 m3. Het elektraverbruik bedroeg in 2021 2.600.000 kWh5. Het gemiddeld aardgasverbruik per woning bedraagt gemiddeld zo’n 950 m3. Dit is lager dan het gemiddelde voor heel Nederland (ongeveer 1200 m3). Het relatief lage verbruik is goed te verklaren omdat het gaat om nieuwere, goed geïsoleerde woningen. In de regel zal het gemiddelde verbruik voor appartementen en kleinere rijenwoningen lager liggen dan dit getal en het verbruik van tweekappers en vrijstaande woningen zal hoger liggen. Uitgaand van gemiddelde waarden voor Nederland wordt meestal zo’n 40m3 aardgas per woning verbruikt voor koken en 250 m3 voor warmwater. Het restant (In Dragonder-Oost gemiddeld dus ongeveer 650 m3) wordt gebruikt om de woning te verwarmen.

Warmtevraag De belangrijkste factoren voor de warmtevraag van een woning zijn de mate van isolatie en de grootte van de woning. Maar ook de hoeveelheid energie die verloren gaat door ventilatie is van belang. Daarnaast heeft ook de vorm en ligging van de woning invloed op de warmtevraag van de woning, een tussenwoning heeft bijvoorbeeld minder warmteverlies dan een vrijstaande woning. Woningen van na 2005 zijn doorgaans dusdanig geïsoleerd dat het over het algemeen niet zinvol is om extra isolatie

toe te voegen. In de buurt Dragonder-Oost zal het daarom voor de meeste woningen niet zinvol zijn om extra isolatie toe te voegen. In sommige woningen is er wellicht nog wat te winnen door betere beglazing, met name om het comfort te verhogen6. Uit de onderzoeken die we hebben gedaan naar de woningen blijkt het vervangen van glas voorlopig niet nodig (zie bijlage 3). Bij het onderzoek naar een aardgasvrije warmtevoorziening voor de school blijkt dat extra isolatie (glas- en dakisolatie) wel wenselijk kan zijn bij het overstappen naar een aardgasvrij alternatief (zie bijlage 4). Naast de vraag hoevéél warmte er nodig is, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt (via de radiatoren of vloerverwarming) noemen we de afgiftetemperatuur. Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgiftetemperatuur kan zijn. Dit hangt ondermeer af van de totale hoeveelheid energie die met radiatoren afgegeven kan worden. Om met een lagere temperatuur te verwarmen zijn in veel gevallen extra of grotere radiatoren nodig. Kleine ventilatortjes op de radiatoren zijn ook een mogelijkheid. De verwarmingsinstallatie in deze woningen is in eerste instantie ontworpen op de wat hogere watertemperatuur die een cv-ketel kan leveren. Een warmtepomp werkt juist het liefste bij lage afgiftetemperaturen.

Goed geïsoleerde woningen, zoals in Dragonder-Oost met een schillabel A of beter, of bouwjaar na 2005, kunnen meestal zonder verdere isolatie verwarmd worden op lage temperatuur (<55 °C). Wel is vaak een aanpassing aan de radiatoren nodig. Vloerverwarming is ook een mogelijkheid. Dit vraagt meer investeringen

maar zorgt wel voor een comfortabel binnenklimaat en een efficiëntere installatie7. Soms is een aanpassing aan het ventilatiesysteem wenselijk, zoals het toepassen of verbeteren van warmteterugwinning. Daarna kunnen deze woningen verwarmd worden met vrijwel elke duurzame warmtevoorziening. Voor warm tapwater (warm water uit kraan/ douche) is vanwege het risico op legionella een temperatuur nodig van minimaal 55 graden. In bijlage 3 is meer inzicht gegeven in de mogelijkheden voor het verduurzamen van grondgebonden (koop-) woningen. Bij appartementen is er meer sprake van maatwerk. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft de Startanalyse gepubliceerd. Hierin is voor elke buurt een globale doorrekening gemaakt van verschillende warmtetechnieken, met het rekenmodel Vesta MAIS. Input voor de berekeningen zijn gegevens uit algemene databases, zoals aantal woningen, bouwjaar en aanwezige warmtebronnen. Hierin is aangegeven dat het energieverbruik in Dragonder-Oost per woning naar verwachting (zonder aanvullende ingrepen) daalt van 24 naar 21 GJ/woningequivalent/jaar, een daling van ongeveer 12,5%. Deze verwachte daling is waarschijnlijk grotendeels toe te schrijven aan stijgende buitentemperaturen (door klimaatverandering hoeft minder verwarmd te worden). In bijlage 5 is het gehele overzicht van de PBL-doorrekening voor Dragonder-Oost te vinden.

5 www.klimaatmonitor.nl 6 Grote, minder goed geïsoleerde glasoppervlaktes kunnen zorgen voor ‘koudeval’, een koude luchtstroom naar beneden. De woning is dan wel warm genoeg, maar plaatselijk is het dan oncomfortabel door tocht. 7 Vloerverwarming werkt als een soort ‘opslagvat’ doordat warmte hierin langer wordt vastgehouden. Hierdoor kan de warmtepomp efficiënter werken.

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 18

Koudevraag Waar we in Nederland tot nu toe veelal onze woningen zo ontwierpen dat deze in de winter goed te verwarmen waren, wordt onder invloed van klimaatverandering het koelen van woningen een steeds belangrijker aspect. In figuren 12 en 13 is te zien dat zowel de gemiddelde jaarals zomertemperatuur flink is toegenomen de afgelopen decennia, en naar verwachting nog flink verder toe zal nemen. Daar komt bij dat de opwarming in stedelijk gebied extra veel gevolg heeft; er ontstaat als het warm is een ‘hitte-eiland’ doordat warmte wordt opgenomen door gebouwen en lang blijft hangen tussen gebouwen. In figuur 14 is te zien dat momenteel de effecten van het stedelijk hitte-eiland relatief beperkt zijn in Dragonder-Oost: de extra temperatuurstijging bedraagt maximaal 1 graad Celsius.

Sinds 1 januari 2021 moeten nieuwbouwwoningen aan eisen voldoen om te zorgen dat de woningen voldoende gekoeld kunnen worden. In de woningen in Dragonder-Oost is hier echter niet vanaf de start rekening mee gehouden. Wel zijn de woningen in Dragonder-Oost goed geïsoleerd. Dit zorgt er deels al voor dat de warmte van buiten beter tegen wordt gehouden. Daarbij moet wel rekening worden gehouden met goede ventilatie (vooral ’s nachts) en het voorkomen van zoninstraling (bijvoorbeeld door zonwering). Anders warmt de zon de woning van binnenuit op en zorgt de isolatie er juist voor dat de warmte langer in het huis blijft hangen.

16

24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13

15 14 13 12 11 10 9 8 7

1900

1940

1980

2020

Jaargemiddelde

Hd-klimaatscenario

2060

2100 Bron: KNMI

Goede isolatie en zonwering zijn niet altijd voldoende om het huis koel te houden wanneer temperaturen blijven

1900

1940

1980

2020

Jaargemiddelde

Hd-klimaatscenario

Trendlijn metingen

Hn-klimaatscenario

Trendlijn metingen

Hn-klimaatscenario

90% band

Ld-klimaatscenario

90% band

Ld-klimaatscenario

Verwachting dit jaar

Ln-klimaatscenario

Verwachting dit jaar

Ln-klimaatscenario

Figuur 12: Verloop van de gemiddelde jaartemperatuur sinds 1990 (in De Bilt). De gekleurde streepjes geven berekende gemiddelde jaartemperatuur in een 4-tal klimaatscenario’s. H/L: scenario met hoge/lage CO2-uitstoot. n/d: scenario met vernattend/verdrogend klimaat

2060

stijgen. Het ligt voor de hand om hier rekening mee te houden bij het kiezen van een aardgasvrije oplossing. Kan die oplossing ook bijdragen aan koeling van de woning? Op basis van het TNO-model Warmteprofielengenerator zou de energievraag voor koeling voor een goed geïsoleerde tussenwoning in 2050 kunnen uitkomen op 30% tot 50% van de warmtevraag. Dit zou betekenen dat koeling tot substantieel extra elektriciteitsgebruik kan leiden in de toekomst in Dragonder-Oost. Daar staat tegenover dat in de zomer meer zonnestroom beschikbaar is om woningen te koelen én dat de warmtevraag in de winter (bij lagere beschikbaarheid van duurzame energie) juist lager wordt.

2100 Bron: KNMI

Figuur 13: Verloop van de gemiddelde zomertemperatuur sinds 1990 (in De Bilt). De gekleurde streepjes geven berekende gemiddelde jaartemperatuur in een 4-tal klimaatscenario’s. H/L: scenario met hoge/lage CO2-uitstoot. n/d: scenario met vernattend/verdrogend klimaat

Figuur 14: Extra temperatuurstijging door stedelijk warmteeiland in Dragonder-Oost

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 19

Alternatieven

Welke andere energiebronnen en -systemen zijn geschikt om aardgas te vervangen? In dit hoofdstuk gaan we op onderzoek uit: wat zijn eigenlijk de alternatieven voor aardgas in Dragonder-Oost? En welke daarvan is het meest geschikt? In de Transitievisie Warmte is er al onderzoek gedaan naar de mogelijke alternatieven voor aardgas in Dragonder-Oost en is een voorlopige conclusie getrokken. Is het nodig om die voorlopige conclusie nog aan te passen? Voorkeursalternatief Dragonder-Oost op basis van de Transitievisie Warmte 1.0 In de Transitievisie Warmte 0.1, 0.5 en 1.08 is DragonderOost als kansrijke buurt naar voren gekomen om versneld van het aardgas te gaan. In de (verkennende) Transitievisie Warmte 0.1 is een beschrijving gegeven van DragonderOost en globaal gekeken naar de mogelijke technische oplossingen voor de buurt. Uit dit onderzoek bleek dat zowel een collectieve oplossing, met name vanwege de nabijheid van het warmtenet van DEVO, als een individuele oplossing tot de mogelijkheden behoorden. In de Transitievisie Warmte 0.5 is hier nader onderzoek naar gedaan. Met behulp van de Warmtetool van Greenvis is een berekening gemaakt van de mogelijke warmteoplossingen voor een wat groter gebied in het oosten van Veenendaal. Dragonder-Oost maakte onderdeel uit van dit grotere gebied. Uit deze technischeconomische berekening kwam naar voren dat voor het

Figuur 15: Berekend optimum voor een warmtenet (geel) in oostelijk Veenendaal op basis van de Transitievisie Warmte 0.5. Dragonder-Oost is met blauwe omlijning gemarkeerd gele gebied (figuur 15) een middeltemperatuur warmtenet de meest geschikte oplossing zou zijn. Voor de rest van de buurt, waaronder het grootste deel van Dragonder-Oost, zijn individuele luchtwarmtepompen het meest gunstig. Deze berekening heeft een hoge onzekerheidsmarge en is al door de tijd ingehaald (bijvoorbeeld de sterk gestegen energieprijzen). De berekening van Greenvis is echter wel een sterke indicatie van de gebieden waar een warmtenet meer of minder kansrijk is – en dus ook waar ‘individuele’ manieren van verwarmen kansrijker zijn.

In de TVW 0.5 wordt het warmtenet van DEVO als terugvaloptie voor de buurt genoemd, als daar belangstelling voor is vanuit de bewoners/gebouweigenaren. Deze terugvaloptie is in de praktijk lastig realiseerbaar door het grote aandeel koopwoningen in de buurt. Om een enigszins rendabel warmtenet te realiseren zou er bij een groot aandeel van de eigenaren (meer dan 70%) bereidheid moeten zijn om aan te sluiten om een warmtenet. Hoewel in het participatietraject een aantal woningeigenaren heeft aangegeven geïnteresseerd te zijn in zo’n collectieve oplossing, is er geen brede beweging van bewoners die een voorkeur geeft aan een oplossing met een warmtenet in de gehele buurt. Dat sluit overigens niet uit dat er op kleine schaal initiatieven kunnen ontstaan, ‘mini warmtenetjes’. Dit soort ‘klein-collectieve’ oplossingen zien we als passend binnen een ‘individuele’ aanpak waarbij elke bewoner zijn eigen alternatief voor aardgas kiest. Voor de realisatie van een kleinschalig warmtenet is het essentieel dat er vraag vanuit de bewoners zelf komt; een aantal enthousiaste eigenaren die gezamenlijk de keuze maken voor een collectief systeem. Daarmee is op kleine schaal de hoge aansluitgraad te realiseren die nodig is om zo’n klein warmtenetje voldoende betaalbaar te maken.

Dit soort kleinschalige collectieve warmtesystemen staat nog in de beginfase en kent verschillende uitdagingen ten opzichte van individuele oplossingen per woning.9 8

 ie de voetnoot bij hoofdstuk ‘beleidskaders’ voor een toelichting over de Z verschillende versies van de Transitievisie Warmte. 9 Zie ook dit onderzoek in opdracht van ondermeer de provincie Utrecht: Next2Company

Buurtuitvoeringsplan Dragonder-Oost | 20

Overweging om geen duurzaam gas toe te passen Waterstof en biogas zijn niet overwogen als alternatieve oplossing voor de buurt. De verwachte beschikbaarheid van deze gassen richting 2050 (de uiterste einddatum van het aardgas in Nederland) is beperkt. Bovendien heeft de Rijksoverheid het beleid om (met name waterstof) in eerste instantie vooral te gebruiken voor het verduurzamen van de industrie, waar nu aardgas wordt gebruikt voor productie van grondstoffen of voor het maken van zeer hoge temperaturen (meer dan 200 graden) die nodig zijn voor bepaalde bedrijfsprocessen. Als waterstof of biogas voor die tijd al op enige schaal gebruikt gaat worden voor woningen, dan zal dat zijn voor zeer slecht te isoleren woningen, bijvoorbeeld in oude binnensteden, of voor het landelijk gebied. De woningen in Dragonder-Oost zijn qua kenmerken de laatste woningen die in aanmerking zouden komen voor verwarming met waterstof of biogas.

Gekozen oplossing Dragonder-Oost Het onderzoeksproces in de buurt heeft dan ook geen aanleiding gegeven om de conclusie uit de Transitievisie Warmte te wijzigen. Dit betekent dat voor het grootste deel van de buurt een individuele oplossing het meest geschikt is. Elke bewoner maakt dus zelf een keuze wat de beste aardgasvrije oplossing voor de woning is. We denken dat dit in de meeste gevallen het beste alternatief een (variant van een) warmtepomp zal zijn. Dat wil niet zeggen dat een individueel alternatief voor het aardgas altijd eenvoudig te realiseren is in het gebied10. Het gebied met appartementen rondom de Prins Clauslaan heeft kansen voor een warmtenet. Daar bevindt zich echter al het bestaande warmtenet van Warmtebedrijf Veenendaal. Ook binnen een individuele aanpak blijft de mogelijkheid bestaan om complexen en woningen in de nabijheid die daar baat bij hebben aan te sluiten op dit bestaande netje.

1

2

3

4

5

Essentieel

Rooskleurig

Op termijn

Oog in het zeil houden

Zero priority

Toepasbaar bij:

Toepasbaar bij:

Toepasbaar bij:

Toepasbaar bij:

Toepasbaar bij:

• Grondstof voor productie mest • Bij zeer hoge temperaturen gedurende productieprocessen

• Grondstof in plastic- en staalindustrie (Ter vervanging van fossiele grondstof) • Intercontinentaal vliegen en varen

• Niches gebouwde omgeving • Binnenvaart • Continentaal vliegen

• Hoge temperatuur industriële proceswarmte • Internationaal wegvervoer

• Lage temperatuur industriële procesruimte • Verwarmen douchen koken • Regionaal en nationaal wegverkeer • Treinen, bussen, personenvervoer

Figuur 16: Overzicht van prioritering van de toepassing van (schaarse) waterstof. Hoge temperatuur industriële proceswarmte heeft ten opzichte van andere toepassingen nog steeds een lage prioriteit. Bron: ceos4climate.eu. Dan moet daar wel voldoende warmtecapaciteit voor zijn en moet de eigenaar van het warmtenet daartoe bereid zijn. We geven als gemeente wel de randvoorwaarde mee dat de bestaande stookinstallatie voor biomassa niet verder uitgebreid wordt. Mogelijk zijn er aanvullende technieken nodig om de woningen aangesloten op dit warmtenet te koelen, aangezien het systeem op dit moment niet voorziet in de levering van koude.

Onderzoeken naar de haalbaarheid van een aardgasvrij alternatief De mogelijkheden voor individuele of klein collectieve aardgasvrije oplossingen zijn in een aantal onderzoeken verder uitgewerkt: Brochures (referentie-) koopwoningen In bijlage 3 is voor een aantal kenmerkende woningen uit de buurt een uitwerking gemaakt hoe een individuele

aardgasvrije oplossing vormgegeven zou kunnen worden. Daarnaast is een online rekentool11 ontwikkeld op basis van een rekenmodel van De Warmtetransitiemakers met recente kostenkentallen (oktober ’23). Daarbij is bijvoorbeeld rekening gehouden met het uiteindelijk stopzetten van de salderingsregeling12, prognoses voor energieprijzen, aanpassingen aan het afgiftesysteem en mogelijke subsidies. Voor gemiddelde (grondgebonden) woningen in Dragonder-Oost lijkt de terugverdientijd voor een lucht-water warmtepomp ongeveer gelijk te zijn aan de levensduur van de warmtepomp.

10 In het hoofdstuk Planning zijn deze belemmeringen verder uitgewerkt 11 Aardgasvrijhuis.nl 12 I n februari 2024 is gebleken dat er vooralsnog geen steun is in de eerste kamer voor het afbouwen van de salderingsregeling. Er zijn nog geen verder uitgewerkte voorstellen hoe wél tot een afbouw gekomen kan worden. In de tussentijd gaan energiemaatschappijen nu zelf kostenverhogingen invoeren voor eigenaren van zonnepanelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14209521/1