12. Bijlage 10 Bijlage 7 bij BP - Conventionele Explosieven
Tekst van het document
Turkoois: Explosive Clearance Group (ECG), Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van conventionele explosieven in het onderzoeksgebied “Plangebied Rhenen” (kenmerk: 265-013-VO-01, d.d. 21 oktober 2013) In 2013 heeft Explosive Clearance Group een vooronderzoek uitgevoerd in opdracht van de gemeente Rhenen, in de uiterwaarden van Rhenen gelegen tussen Remmerden in het westen en het Valleikanaal in het oosten. Een deel van het noordelijke uiteinde van het huidige projectgebied RRR is gelegen binnen dit projectgebied. De conclusie uit dit vooronderzoek luidt als volgt: ‘Naar aanleiding van de voorgaande deelconclusies [ op basis van relevant historisch feitenmateriaal ] kan geconcludeerd worden dat het onderzoeksgebied gedeeltelijk VERDACHT is op het aantreffen van conventionele explosieven. De mogelijk aan te treffen typen CE bestaan uit: Gedumpte KKM (Duits); Gedumpte hand- en geweergranaten (Duits en Nederlands); Verschoten en gedumpte geschutmunitie (Duits, Nederlands, geallieerd) minimaal 7,5 cm, maximaal 15 cm; 35
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Afwerpmunitie van 250 tot 1.000 lb (geallieerd); Weggeslingerde vernielingsmiddelen (Duits, Nederlands); Een deel van het onderzoeksgebied van ECG overlapt met het huidige projectgebied RRR. Het betreft hier het gedeelte in Rhenen in de uiterwaard tussen de Cuneralaan en de Rijn. Binnen deze overlapping zijn verdachte gebieden afgebakend voor verschillende typen CE. Het draait hier om verdachte gebieden voor: Afwerpmunitie; Verschoten geschutmunitie en KKM; Gedumpte munitie en KKM; Weggeslingerde vernielingslading. Donkerblauw: Saricon, Vooronderzoek Conventionele Explosieven Pannerdens Kanaal, Neder-Rijn en de Lek (kenmerk 11s132-VO-02, d.d. 8 februari 2012) In 2012 heeft Saricon een vooronderzoek uitgevoerd voor Rijkswaterstaat voor het Pannerdens Kanaal, de Neder-Rijn en de Lek. Een deel van het huidige projectgebied RRR valt binnen het projectgebied van dit onderzoek. De conclusie van dit vooronderzoek luidt als volgt: ‘ Op basis van de beoordeling van al het beschikbare bronmateriaal is geconcludeerd dat er voldoende indicaties zijn om te spreken van de mogelijke aanwezigheid van explosieven. Als gevolg van bombardementen, artillerie-, mortier-, raketbeschietingen is een deel van de waterbodem van het onderzoeksgebied verdacht op de aanwezigheid van: Geallieerde vliegtuigbommen,; Geschutmunitie; Raketten.
Deze munitie wordt in het verdachte gebied onder in de sliblaag op of in de vaste waterbodem verwacht’ Een deel van het onderzoeksgebied van Saricon overlapt met het huidige projectgebied RRR. Het betreft hier het geheel van de Rijn dat binnen het projectgebied valt. Binnen deze overlapping zijn verdachte gebieden afgebakend voor verschillende typen CE. Het draait hier om verdachte gebieden voor: Verschoten geschutmunitie; Afwerpmunitie, 1.000 lb. De gegevens van het verdachte gebied van dit vooronderzoek dat binnen het projectgebied RRR valt zijn meegenomen in het huidige. Zo nodig zijn deze gegevens aangepast of aangevuld.
36
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Oranje AVG Explosieven Opsporing Nederland, Vooronderzoek Gemeente Neder-Betuwe (kenmerk: 1662057-VO-01, d.d. 24 januari 2016). In 2016 heeft AVG een gemeentebreed vooronderzoek uitgevoerd voor de gemeente Neder-Betuwe. Het zuidelijke uiteinde van projectgebied RRR valt binnen het onderzoek van AVG. Enkele van de door AVG afgebakende verdachte gebieden liggen binnen het huidige projectgebied. Het gaat hier om verdachte gebieden voor: Artillerie- mortier- en raketbeschietingen; Afwerpmunitie. Waar relevant zijn de gegevens uit dit vooronderzoek meegenomen in het huidige. Zo nodig zijn deze gegevens aangepast of aangevuld. De door AVG gevonden verdachte gebieden zullen verderop in dit onderzoek besproken worden.
Figuur 18. De ligging van het onderzoeksgebied AVG Vooronderzoek Gemeente Veenendaal (paars), het onderzoeksgebied behorende bij het aanvullend vooronderzoek BeoBOM met kenmerk BB17-174-03 (rood), het onderzoeksgebied behorende bij het aanvullend vooronderzoek BeoBOM met kenmerk 2015-65-03 (geel), het onderzoeksgebied behorende bij het vooronderzoek ECG Plangebied Rhenen met kenmerk 265013-VO-01 (Turkoois), het onderzoeksgebied behorende bij het vooronderzoek Saricon vooronderzoek CE Pannerdens kanaal, Neder-Rijn en Lek (blauw) en het onderzoeksgebied behorende bij AVG Vooronderzoek Gemeente Neder-Betuwe (oranje). Bovenstaand overzicht is niet limitatief. Bron satellietbeeld: World Imagery.
National Archives, Kew, Surrey In The National Archives zijn diverse stukken van de Royal Air Force (RAF) geraadpleegd. Waar relevant, is de aangetroffen informatie toegevoegd aan het overzicht met oorlogshandelingen. 37
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
AIR 25: Air Ministry and Ministry of Defence: Operations Record Books, Groups Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
AIR 25
52
Operations Record Books No 3 Group, 1941-1943 Operations Record Books No 4 Group, 1937-1943
Ja
93
Ja
AIR 27 Air Ministry and Ministry of Defence: Operations Record Books, Squadrons Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
AIR 27
1138
Operations Record Books No 184 Squadron September 1944 Operations Record Books No 332 Squadron November 1944 Operations Record Books No 340 Squadron April 1945 Operations Record Books No 439 Squadron Oktober 1944
Ja
1729 1737 1879
Ja Ja Ja
AIR 37: Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports. Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
AIR 37
715
2ND Tactical Air Force. Daily Log: Sep – Oct 1944 2ND Tactical Air Force. Daily Log: Nov – Dec 1944 2ND Tactical Air Force. Daily Log: Jan Feb 1945 2ND Tactical Air Force. Daily Log: Mar – May 1945
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied Ja
716 717 718
Ja Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied
AIR 2: Air Ministry and Ministry of Defence: Registered Files Toeg.nr.
Inv.nr.
Omschrijving
Relevant
AIR2
7537
4 lb Incendiary Bomb Trials
Ja
The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) Op 29 juni 2016 heeft BeoBOM onderzoek uitgevoerd in de Amerikaanse archieven te Washington (NARA). Onderstaande Defence Overprint heeft betrekking op het projectgebied RRR te Rhenen en Lienden. Toeg.nr. Inv.nr.
Omschrijving
Relevant
RG331
27 maart 1945
Ja
-
38
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Overige bronnen Ter aanvulling van de als verplicht gestelde bronnen als beschreven in het WSCS-OCE zijn tevens enkele relevante persberichten, websites, landkaarten en andere bronnen geraadpleegd. Via de database www.delpher.nl zijn diverse krantenartikelen uit de periode 1940-1945 geraadpleegd. ahn.nl; beeldbankwo2.nl; delpher.nl; gahetna.nl; gemeentegeschiedenis.nl; google earth; inoudeansichten.nl; kadaster.nl; maps.google.com; pdok.nl; tracesofwar.com; vergeltungswaffen.nl; verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl; wegenwiki.nl
39
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
3. Bronnenanalyse Algemeen Ten behoeve van dit vooronderzoek heeft BeoBOM diverse bronnen geraadpleegd. In dit hoofdstuk is het resultaat opgenomen van de beoordeling en evaluatie van het in het vorige hoofdstuk geïnventariseerde bronnenmateriaal. Resultaten archief- en literatuuronderzoek Op basis van het verrichte archief- en literatuuronderzoek, is hieronder een overzicht gegeven van de verschillende oorlogshandelingen die plaats hebben gehad in (de omgeving van) het projectgebied RRR (Rhenen en Lienden). In de kolom ‘relevantie’ wordt door BeoBOM nader toegelicht in hoeverre deze gebeurtenis relevant is voor/van invloed is op het huidige projectgebied en of er sprake is van een tweede, bevestigende bron. Het WSCS-OCE zegt hierover dat bij de beoordeling en evalueren van het bronnenmateriaal de volgende uitgangspunten [worden] gehanteerd: De conclusie wordt vastgesteld op basis van twee of meer onafhankelijk verifieerbare bronnen. Indien slechts één bron is aangetroffen, wordt dat duidelijk aangegeven in de rapportage. In de rapportage wordt gerapporteerd hoe de betrouwbaarheid van de bronnen is ingeschat. In de kolom relevantie zal derhalve tevens worden ingegaan op de betrouwbaarheid van de bronnen. Onderstaande overzicht heeft alleen betrekking op projectgebied RRR (Rhenen en Lienden) waarbij de beide (voormalige) gemeenten afzonderlijk worden besproken.
Lienden Datum 1940 10 mei 1940
11 mei 1940
Gebeurtenis
Relevantie
Bij de Duitse inval komen er over de Betuwestelling, gelegen in het projectgebied, honderden vliegtuigen overvliegen. Door de Nederlandse grondtroepen wordt er op de vliegtuigen geschoten, met als resultaat het neerstorten van een aantal vliegtuigen in de Betuwe.1 De database van de Studiegroep Luchtoorlog (SGLO) bevat geen meldingen voor neergestorte vliegtuigen in de gemeente Lienden in de meidagen.
Niet aantoonbaar relevant, de exacte locaties van genoemde neergestorte vliegtuigen zijn niet bekend.
De in de buurt van het projectgebied gelegen stellingen van het 46e R.I. (Regiment Infanterie) worden, met tussenpozen, onder vuur genomen door Duitse artillerie. 2 Ook worden de opstellingen bij de spoorbrug worden onder vuur genomen.3 Er wordt door kolonel van Voorthuysen van het regiment echter gesteld dat hij geen kraters van artillerie heeft gezien.4
Relevant, tijdens de meidagen zijn de in de nabijheid van het projectgebied gelegen stellingen beschoten door Duitse artillerie.
Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
1 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512035. 2 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512035. 3 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512049. 4 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512035.
40
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Relevantie
Figuur 19. Een kaartje van de Nederlandse stellingen en opstellingen van eenheden bij de Betuwelinie tussen 10 en 13 mei 1940. Duidelijk is te zien dat de stoplijn van het 46e regiment infanterie voor een deel binnen het projectgebied lag. Ook lagen er landmijnen op de binnen het projectgebied gelegen opritten naar de spoorbrug en waren er wapenopstellingen aanwezig. Bron: Grebbeberg.nl
12 mei 1940
Om 11:37 uur valt er vijandelijk granaatvuur op de spoorbaan Kesteren-Rhenen, ter hoogte van ‘p. 1.21.’ De 3e compagnie, 2e bataljon van het 46e R.I., tot zover gelegen langs de stoplijn parallel lopende aan de spoorbrug/spoorlijn krijgt tegen de avond het bevel stelling in te nemen aan weerszijden van de spoorbrug. Extra versterkingen worden gestuurd, namelijk twee zware mitrailleurs en twee stuks pantserafweergeschut. De mitrailleurs worden bij de Ambtseweg en het Rhenense veer geplaatst op enkele honderden meters van het projectgebied om de brug te dekken. Van de stukken pantserafweergeschut wordt er één bij een poort onder de spoordijk gezet, de ander bij het net buiten het projectgebied gelegen Huis ter Leede.5 Om 21:10 uur melden Kapitein Plaizier en Luitenant Van Akkerveeken zich om mijnen te leggen op de spoorbrug. Tien minuten later komt het bevel van de commandant van Brigade A dat deze nog niet scherp gesteld mogen worden, en dat dit eventueel nog gedaan zal worden door pioniers wanneer het nodig is.6 Een verslag van het hoofd van de sectie V, Genie stelt dat om middernacht, onder vijandelijk
Relevant, er zijn stellingen aangelegd in de directe omgeving van de spoorbrug, waarvan enkele binnen het projectgebied. Tevens zijn enkele mijnenvelden aangelegd. De exacte invloed en locatie van de genoemde beschietingen kunnen niet met zekerheid worden vastgesteld. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
5 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512047. 6 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nrs. 512035 en 512047.
41
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Relevantie
vuur, een mijnenveld werd gelegd in de zuidelijke oprit en landhoofd naar de spoorbrug.7 13 mei 1940
Om 9:15 uur wordt de Grebbedijk onder vuur genomen door de Nederlanders, wat direct beantwoord wordt met Duits mortiervuur. Er valt een gewonde.8 Om 10:00 uur wordt vijandelijk artillerievuur ten noorden van de Rijn gemeld, in de directe omgeving van de brug. 9 Ergens in de middag wordt licht artillerievuur gemeld op de stellingen enkele honderden meters ten oosten van de brug. Ook worden de verschillende secties die opgesteld staan langs de dijk aan weerszijden van de brug beschoten met artillerie.10 Om 16:20 uur wordt gemeld dat de zware mitrailleurs opgesteld bij de brug onder zwaar vijandelijk artillerievuur komen te liggen.11 Echter meldt Van Krevelen, de commandant van de 3e compagnie, 2e bataljon, 46 R.I., dat hij in het algemeen geen beschietingen door artillerie, mitrailleur of door vliegtuigen heeft gemerkt. Zijn commandopost had een uitkijkpunt waar vanuit hij zicht had over het gebied. Wel zijn er inslagen geweest bij de brug en in de uiterwaarden, maar niet op de dijk zelf.12 Om 16:30 uur bleek dat de Duitsers twee mitrailleurs hadden opgesteld aan de noordelijke zijde van de spoorbrug. Deze werden door een sectie van 46e compagnie mortieren beschoten.13
Relevant, de stellingen van de Betuwelinie zijn verschillende malen onder vuur genomen door Duitse artillerie. De spoorbrug zelf is enige tijd onder vuur genomen door Nederlandse artillerie. Beide gebeurtenissen vormen een indicatie voor het achterblijven van CE in de vorm van geschutmunitie (Nederlands en Duits). Ook de aanwezigheid en detonatie van vernielingsladingen vormt een aanwijzing voor het mogelijk achterblijven van CE. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Om 19:15 uur wordt de spoorbrug vernield. Het bevel tot vernieling was al eerder gegeven, maar de slagkoorden van de vernielingslading ontbraken of werkten niet. Pogingen om deze te herstellen leidden tot gewonden en mislukking. Als laatste redmiddel besloot men artillerie in te zetten in een poging om de springlading toch te doen detoneren. Naar vermeldt is er langdurig op de brug geschoten en detoneerde de vernielingslanding alsnog, en stortte een deel van de brug in het water.14 In de namiddag en de avond trekken de Nederlandse troepen zich terug uit het gebied. Voor het grootste deel lijkt het terugtrekken zich rustig te voltrekken.15 31 mei 1940
In een brief van de burgemeester van Lienden aan de commissaris van de koningin van de provincie Gelderland wordt
Relevant, de Marsdijk doorkruist het projectgebied ter
7 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512002. 8 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512035. 9
NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512035.
10 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512048. 11 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512035. 12 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512047. 13 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512035. 14 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nr. 512035. 15 NIMH, toeg. nr. 409, inv. nrs. 512035 en 512048.
42
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Relevantie
gesteld dat er binnen de gemeente schade is ontstaan door het oorlogsgeweld van de meidagen. Een bijgesloten tabel (zie onder) vermeldt een aantal adressen aan de Marsdijk waaronder de steenfabriek aldaar gelegen. Vooral de steenfabriek lijkt flink getroffen te zijn met veel schade aan de gebouwen. Andere adressen in de buurt hebben relatief lichte glas-en dak schade.16
hoogte van de oprit naar de spoorbrug. De genoemde steenfabriek ligt op ca. 150 meter van het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door slechts een (primaire) bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
Figuur 20. Geïnventariseerde oorlogsschade na de meidagen van 1940. Te zien is dat de meeste schademeldingen redelijk beperkt zijn in omvang, maar dat de steenfabriek gelegen vlakbij het projectgebied een aanzienlijke schadepost heeft. Andere adressen in de buurt van de Marsdijk 35 (Afgekort als M.35 in deze tabel) melden ook schade en vormen een indicatie dat het gehele gebied in de buurt beschoten is geweest. Bron afbeelding: RAR, toeg. nr. 0779(Gemeentearchief Lienden), inv. nr. A81.
7 juli 1940
In de Marsdijk, circa 150 meter ten westen van het Liendense-Rhenense veer wordt een niet-ontplofte granaat gevonden uit de meidagen.17
Niet aantoonbaar relevant, de vondst is een aanwijzing dat er artilleriebeschietingen in de buurt van het projectgebied zijn geweest in de meidagen, maar het Liendense - Rhenense veer ligt ca. 1 kilometer buiten het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft
16 RAR, toeg. nr. 0779(Gemeentearchief Lienden), inv. nr. A81. 17 NA, toeg. nr. 2.04.53.15, inv. nr. 73.
43
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Relevantie het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
1941 17 april 1941
In een weiland bij de Marsch, toebehorende aan de steenfabriek van Van Hesteren en Jansen, wordt een onontplofte granaat gevonden uit de meidagen.18 Een Duits rapport stelt dat het hier om verschoten luchtdoelmunitie gaat.19
Relevant, de genoemde steenfabriek ligt in de directe nabijheid van het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
22 maart 1941
In het weiland van weduwe Kleinlo wordt een blindganger gevonden.20
Niet relevant, de exacte locatie van deze vondst kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Bovendien is de (sub)soort van de betreffende blindganger niet bekend. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
11 oktober 1941
In een weiland bij de Marsch wordt een niet-ontplofte granaat gevonden.21
Niet aantoonbaar relevant, het buurtschap De Marsch maakt deel uit van de gemeente Lienden en ligt ook waar het projectgebied ligt. Echter kan de exacte locatie niet worden vastgesteld: de Marschpolder strekt tot wel ca. 1,5 kilometer buiten het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
18 NA, toeg. nr. 2.04.53.15, inv. nr. 73. 19 NIOD, toeg.nr. 077, inv. nr. 1328. 20 NIOD, toeg.nr. 077, inv. nr. 1328. 21 NA, toeg. nr. 2.04.53.15, inv. nr. 73.
44
BB19-211-02 1942 15 oktober 1942
Vooronderzoek CE
Bij de Brenkschestraat te Ingen stort een Brits vliegtuig brandend neer. Door de ontsnappende brandstof branden twee boerderijen volledig af.22
Niet relevant, Ingen ligt op ruim 6 kilometer afstand van het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
1943 1943
1944 september 1944
In 1943 vinden te Lienden, zover bekend, geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats.
Relevant, in principe vormt dit een contra-indicatie voor het achterblijven van CE.
Vanaf september 1944 begint het Duitse leger troepen te plaatsen in de Betuwe, met name langs de Waal. De Rijndijk tussen Maurik en Elden wordt minder zwaar bewaakt, met enkel bewakend personeel en in sommige gevallen luchtafweergeschut bij de veren. 23
Niet aantoonbaar relevant, De exacte locatie van de genoemde stellingen kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
20 september 1944
Duikbombardement op ‘een’ brug bij Rhenen door de 56th Fighter Group, met 36 P-47 Thunderbolts.24
Niet relevant, de exacte locatie en invloed van deze aanval kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Deze gebeurtenis wordt niet door een tweede bron onderschreven: in hoeverre deze gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden of correct is vastgelegd, kan niet met zekerheid worden vastgesteld.
23 september 1944
De eerste geallieerde troepen komen Kesteren binnen. Ook vinden er verkenningen plaats in Opheusden..25 De Britten rukten deze dag op naar Opheusden, maar niet verder. Dit zou bepalend worden voor de komende maanden, vanwege het feit dat dit ook de ligging van het front en gevechtsgebied zou bepalen.26 Na deze datum zouden wederzijdse artilleriebeschietingen en gevechten tussen patrouilles plaats gaan vinden.27
22
Relevant, vanaf dit moment is de omgeving van het projectgebied deel van het frontgebied. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
RAR, toeg. nr. 0779 (Gemeentearchief Lienden), inv. nr. A150.
23 Victor Laurentius, De Betuwe in stelling: de ondergronds, 1940-1945 & de stellingenoorlog en de evacuatie 1944-1945 (Kesteren 2000) 86. 24 A. Meijers, They were all over the sky: een kroniek over de Amerikaanse bombardementen tijdens operation Market Garden – september
1944 (Utrecht 2019) 184-185. 25 R. Roodbeen-Heenck, Bûmkes oan ’t spoor: sporen uit de geschiedenis van de gemeente Kesteren (Kesteren 2001) 66. 26 Laurentius, De Betuwe in Stelling, 114-115. 27 Laurentius, De Betuwe in Stelling, 128.
45
BB19-211-02 27 september 1944
Vooronderzoek CE Volgens auteur T. Eversteijn vindt op deze datum een bombardement op de spoorbrug bij Rhenen plaats.28
Niet relevant, deze oorlogshandeling kan niet door een tweede bron geverifieerd worden. Deze gebeurtenis wordt niet door een tweede bron onderschreven: in hoeverre deze gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden of correct is vastgelegd, kan niet met zekerheid worden vastgesteld.
30 september 1944
Het volgende valt op te maken uit het dagboek van Wessel Hollemans, woonachtig te Rhenen: In de midda Volgens Wessel Hollemans, die een dagboek bijhoudt, vinden er in de middag en de avond luchtaanvallen plaats op de spoorbrug. Bij de eerste aanval zou de brug niet geraakt zijn. Bij de tweede aanval zou er een treffer zijn geweest op de zuidelijke overspanning. 29 Laat in de avond vinden er ook beschietingen plaats. Het vermoedelijke doel van deze beschietingen vormde, aldus Hollemans, de brug.30
Niet relevant, deze aanval kan niet door een tweede bron bewezen worden. De omschrijving van het genoemde bombardement kent enkele overeenkomsten met de aanval op 2 oktober (zie hieronder), waarbij de brug in de eerste instantie niet, maar in de tweede instantie wel werd getroffen en vernietigd. Hollemans spreekt echter niet van de vernieling van de brug. De beschietingen van de brug specifiek kunnen niet door andere bronnen bevestigd worden, maar het is wel bekend dat Rhenen in deze tijd onder geallieerd artillerievuur uit de Betuwe lag. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Begin oktober 1944
De 363. Volks-Grenadier Division trekt het gebied van Lienden binnen, waar ze posities inneemt. Het bijbehorende artillerieregiment gaat in stelling langs de noordelijke oever van de Rijn en rond Lienden.31
Relevant, deze gebeurtenissen vormen een indicatie voor het plaatsvinden van troepenbewegingen en de aanleg van (geschutop)stellingen binnen en in de nabijheid van het projectgebied.
28 T. Eversteijn, Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5
mei 1945 (z.p. 2011). 29 Historische vereniging Oudheidkamer Rhenen en Omstreken, Oud Rhenen, Jaargang 27, nummer 2 (Rhenen 2008) 33. 30 Oud Rhenen, 27.2, 33. 31 Laurentius, Betuwe in Stelling, 137.
46
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
1 oktober 1944
Wessel Hollemans stelt dat er de hele dag ‘matig vuur’ vanaf de spoorbrug richting de Betuwe gaat. Hij schat in dat het afstand tot de doelen slechts enkele honderden meters is.32 Hij beweert daarnaast ook Engelsen gezien te hebben op de spoorbrug.
Niet aantoonbaar relevant. De exacte locatie en aard van deze gebeurtenissen kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Deze gebeurtenissen worden door slechts een bron onderschreven, in hoeverre deze gebeurtenissen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden of correct zijn vastgelegd, kan niet met zekerheid worden vastgesteld.
2 oktober 1944
Bombardement op de spoorbrug te Rhenen door Hawker Typhoons van No 439 Squadron (RAF).33 Op deze datum voeren de vliegers van No 439 Squadron twee aanvallen uit op de spoorbrug bij Rhenen. Tussen 07:40 uur en 08:25 uur vindt er een bombardement plaats door 8 Typhoons met 16 x 1.000 lb bommen. De aanval wordt ingezet vanaf 8.000 voet waarbij alle bommen in de buurt van het doelwit vallen, maar voltreffers uitblijven. De brug raakt beschadigd maar wordt niet vernield.
Relevant. De brug ligt binnen projectgebied RRR (Rhenen). Deze gebeurtenis vormt een indicatie voor het achterblijven van CE in de vorm van afwerpmunitie van 1.000 lb binnen het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Tussen 10:20 uur en 11:10 uur wordt de aanval daarom herhaald, ditmaal met 9 Typhoons en 18x 1.000 lb bommen. Deze keer is er wel een voltreffer en wordt de brug vernield. In het Operations Record Book staat het volgende: The railway bridge was the same target as in the previous show, but nine aircraft took-off this time. 1,000 lb. bombs were fitted with instantaneous fuses. S/L Fiset, NFC, led the Squadron down in an attack which was identical to the proceeding one. As before, great clouds of debris were thrown into the air around the bridge but this time when it cleared, the bridge was “kaput”. The entire southern span had been knocked out. An electric train and two passenger trains were seen but not attacked, just south of the bridge as flak was quite evident from this area. Slit trenches and possible troop positions on both sides of the river east of the target, were strafed. No results observed.34 Wessel Holleman stelt in zijn dagboek dat de middelste brugpijler werd geraakt, en dat juist deze door de Duitsers ingericht was met een vernielingslading om de brug te vernietigen.35
32 Oud Rhenen, 27.2, 33. 33 Eversteijn, Bombardementen, p. 2332. 34 TNA, AIR 37/717; Operations Record Books, No 439 Squadron, Oktober 1944, AIR 27/1879. 35 Oud Rhenen, 27.2, 33-34.
47
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
Figuur 21. De gebombardeerde spoorbrug op 26 november 1944. De brug is inderdaad geraakt op of nabij de middelste pijler. In de omgeving zijn een paar inslagkraters te zien, hoewel de uiterwaarden op deze datum grotendeels onder water staan. Luchtfotonummer 4059.
5 oktober 1944
Wessel Holleman spreekt van ‘Enkele tientallen zware treffers’ op de spoorbrug.36 Op 5 Oktober opent de 363. Volks-Grenadier Division de aanval op de Amerikaanse posities in Opheusden, bemand door eenheden van de 101st Airborne Division. Al snel mondt het uit in een bitter gevecht met veelvuldig gebruik van artillerie in en rondom Opheusden. Deze Slag om Opheusden zou in de dagen hierna in en rond het dorp woeden, met zware verliezen aan beide zijden tot gevolg. 37
6 oktober 1944
Op deze datum wordt er een raketaanval uitgevoerd door acht Typhoons van No 174 Squadron, No 121 WING. Het doel, dat tweemaal wordt getroffen, is een troepenconcentratie in een boomgaard bij Lienden.38
Relevant. Er is in de gevechten veel gebruik gemaakt van artillerie. De exacte invloed en locaties van de beschietingen en grondgevechten kan niet met zekerheid worden vastgesteld. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Niet relevant, hoewel verzetsgroep Albrecht op 19 oktober 1944 meldt dat er artillerie opgesteld staat in de boomgaarden in de nabijgelegen Elzenwaard, wordt er in het ORB niet gesproken over geschutopstellingen als doelwit. Bovendien ligt het genoemde
36 Oud Rhenen, 27.2, 34. 37 Laurentius, Betuwe in stelling, 142-164. 38 Operations Record Books, No 174 Squadron, Oktober 1944, AIR 27/1109.
48
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
coördinaat op 3,6 kilometer buiten het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
7 oktober 1944
Wessel Holleman spreekt van een luchtaanval op de batterijen bij de spoorbrug. Duits geschut in de Betuwe wordt verplaatst naar Lienden.39
Relevant. Het verplaatsen van Duits geschut naar de omgeving van Lienden heeft daadwerkelijk plaatsevonden. De aanwezigheid daarvan wordt twee weken later door verzetsgroep Albrecht bevestigd. De melding van de luchtaanval op de brug kan echter niet middels een tweede bron worden bevestigd. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
11 oktober 1944
Wederom een zware geallieerde luchtaanval op de spoorbrug waargenomen door Wessel Holleman. 40
Niet relevant, deze oorlogshandeling kan niet door andere bronnen bevestigd worden. Deze gebeurtenis wordt niet door een tweede bron onderschreven: in hoeverre deze gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden of correct is vastgelegd, kan niet met zekerheid worden vastgesteld.
19 1944
oktober
Verzetsgroep Albrecht maakt melding van de aanwezigheid van artilleriebatterijen in Lienden. Enige artillerie staat in de boomgaarden van de nabijgelegen Elzenwaard.41
Relevant, dit wijst erop dat de eerder genoemde artillerieopstellingen nog steeds in het gebied aanwezig waren. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
39 Oud Rhenen, 27.2, 34. 40 Oud Rhenen, 27.2, 35. 41 NIOD, toeg. nr. 190a, inv. nr. 44.
49
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
Figuur 22. Een uitsnede van een Defence Overprint, opgesteld op 27 maart 1945 op basis van luchtfoto’s van 4 dagen eerder. Rondom het projectgebied zijn verschillende symbolen ingetekend. Zo staan er vlakbij het projectgebied twee geschutopstellingen van elk 4 stukken opgesteld, al zijn deze op dit moment (alweer) verlaten. Binnen het projectgebied zijn ook verscheidene schuttersputten ingetekend die op de luchtfoto’s terug te zien zijn. Hoewel deze kaart stamt van een paar maanden na de meldingen van de aanwezigheid van artillerie in het gebied, getuigt deze kaart ervan dat er inderdaad geschutopstellingen gestaan hebben. Bron: NARA, RG331.
3 december 1944
Het Duitse 712. Pionierbatallion blaast de restanten van de brug aan de noordzijde op.42
Relevant. Deze gebeurtenis vormt een indicatie voor het mogelijke achterblijven van CE in de vorm van (resten van) vernielingsladingen in het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
6 december 1944
Na het doorsteken van de Rijndijk bij Elden op 2 december, bezwijkt de Liniedijk tussen Ochten en Kesteren door het opkomende water. Hierdoor komt ook een groot deel van de Neder-Betuwe onder water te staan. Door de grootschalige inundatie, en het feit dat andere fronten vanaf dit moment belangrijker werden voor de strijdende partijen, is het vanaf dit moment in de Neder-Betuwe weer relatief rustig wat gevechtshandelingen met grondtroepen betreft. Het merendeel van de Duitse troepen wordt naar de noordkant van de Rijn verplaatst.43 Laurentius spreekt over een situatie van patstelling en stuivertje wisselen, met wederzijdse artillerie en patrouilles die de activiteit in het gebied domineren.44 Het blijkt dat de geallieerden het gebied
Relevant. Door de inundaties liep het front in het gebied vast. Het front kwam enigszins tot rust, hoewel er in deze periode toch nog steeds artilleriebeschietingen worden uitgevoerd. Deze gebeurtenissen worden door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
42 C. Huurman, Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd 1939-’45 (Eindhoven 2001) 355. 43 Laurentius, Betuwe in stelling, 192-225. 44 Laurentius, Betuwe in stelling, 191.
50
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
12 december 1944
blijven beschieten met artillerie om de Duitsers geen rust te geven.45 Ook de zuidelijke kant van de spoorbrug wordt verder vernield. 46
Relevant. Deze gebeurtenis vormt een indicatie voor het mogelijke achterblijven van CE in de vorm van (resten van) vernielingsladingen in het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Figuur 23. De vernielde spoorbrug bij Rhenen op de luchtfoto van 19 april 1945. Van de brug was na de bombardementen en de vernielingspogingen door de Duitsers weinig meer over. De inslagkraters van het bombardement van 2 oktober 1944 zijn nog altijd zeer duidelijk te zien. Luchtfotonummer 4042.
1945 januari 1945
Verzetsgroep Albrecht meldt dat, vanwege de overstromingen in het gebied, het Duitse leger bezig is om de zware eenheden zoals de artillerie terug te trekken uit het gebied.47 Ook elders wordt gemeld dat er maar weinig aanwezigheid is van Duitse artillerie. Nog immers zou het weinige vechten zich kenmerken door een min of meer statisch front en het uitwisselen van artillerie. 48
Niet relevant, ondanks de gedeeltelijke terugtrekking zijn er nog steeds aanwijzingen voor artilleriebeschietingen van het gebied na deze periode.
Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
45 Laurentius, Betuwe in stelling, 232. 46 C. Huurman, Het spoorwegbedrijf, 355. 47 NIOD, toeg. nr. 190a, inv. nr. 44. 48 NA, toeg. nr. 2.13.71, inv. nr. 1852.
51
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 15 april 1945
De Geallieerden besluiten toch weer tot het pogen van een offensief in de Neder-Betuwe, vermoedelijk om de Duitsers in de rug aan te kunnen vallen op de Grebbeberg, mocht dat nodig blijken. 49
Relevant, aan het einde van de oorlog is er wederom sprake van een actief front in de buurt van het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
24 april 1945
26 april 1945
Op deze datum bombarderen Supermarine Spitfires van No 127 Squadron No 132 WING de dorpskern van Lienden. Het doel is een Duits regimentshoofdkwartier. De toestellen werpen in totaal 4 x 500 lb en 8 x 250 lb bommen af. Alle bommen vallen in het doelgebied, waarbij sprake is van zes ‘near misses’. Het getroffen gebouw raakt door de aanval in brand. 50
Niet relevant. Het dorpscentrum van Lienden ligt op meer dan 3 kilometer afstand van het projectgebied.
Bij geallieerde eenheden in de Betuwe komt het volgende bevel: tot nader order geen beschietingen meer. Na deze datum zou de situatie in de Betuwe zeer rustig zijn geweest en gebleven, waarbij gesproken wordt over verveelde manschappen die een statisch front zonder beweging moesten bemannen.51
Relevant. Dit duidt het einde aan van significante oorlogshandelingen in de Betuwe.
Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
49 Laurentius, Betuwe in stelling, 254. 50 TNA, Operations Record Books, No 127 Squadron, April 1945 , AIR 27/929. 51 Laurentius, Betuwe in stelling, 261.
52
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
Figuur 24. Uitsnede van de luchtfoto van 25 april 1945, tegen het einde van de oorlogshandelingen. Het is duidelijk te zien dat het projectgebied en de omgeving ervan geteisterd zijn geweest door artilleriebeschietingen. De licht gekleurde verstoringen die de beschietingen achtergelaten hebben zijn in de gehele uitsnede duidelijk te zien. Een drietal concentraties kraters is hierboven aangegeven met rode pijlen. Luchtfotonummer 3006.
12 juni 1945
In de Marsdijk zit een ernstige beschadiging als het gevolg van oorlogsgeweld. Ook zijn een aantal wegen in meer of mindere mate vernield door onder meer granaatinslagen.52 Een schaderapport meldt dat binnen de gemeente Lienden 33 huizen onherstelbaar beschadigd zijn geraakt, 16 zwaar doch herstelbaar beschadigd zijn geraakt, en 120 huizen lichte schade hebben opgelopen.53
Relevant, de Marsdijk doorkruist het projectgebied. Uit het schaderapport blijkt dat Lienden en de directe omgeving daarvan zwaar hebben geleden onder beschietingen en andere oorlogshandelingen. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
16 juli 1945
Bij het leggen van 10 kV kabels tussen Lienden en Zetten, via Kesteren en Opheusden, worden twee Amerikaanse MK I mijnen (antitank) en drie Riegelmine 42 (antitankmijnen) geruimd.54
Niet relevant, er kan geen locatie gekoppeld worden aan deze vondsten. Bovendien zijn er geen mijnenvelden bekend binnen het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
52 RAR, toeg. nr. 0779(Gemeentearchief Lienden), inv. nr. A23. 53 RAR, toeg. nr. 0779(Gemeentearchief Lienden), inv. nr. A23. 54 GAA, toeg. nr. 1037, inv. nr. 274.
53
BB19-211-02 3 augustus 1945
Vooronderzoek CE Een brief van de vakgroep baksteenindustrie geschreven aan de burgemeester van Lienden stelt dat een steenfabriek bij IJzendoorn en een steenfabriek in Lienden beschadigd zijn geraakt door oorlogsgeweld. De ene is licht beschadigd, de andere zwaar, zonder specificatie welke dat precies zijn.55
Relevant. De steenfabriek bij de spoorbrug is tijdens de oorlog beschadigd geraakt. De genoemde schade wordt bevestigd door het luchtfotomateriaal. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Figuur 25. Uitsnede van een luchtfoto waarop de beschadigde steenfabriek ter hoogte van de spoorbrug goed te zien is. Aan de rechterzijde is het projectgebied aangegeven. Te zien is dat de schoorsteen van de steenfabriek is ingestort. Het puin ervan is goed zichtbaar (rode cirkel). Tevens zijn er in de lange daken die horizontaal over de foto lopen meerdere beschadigingen te zien (rode rechthoek). Ook zijn er verstoringen te zien in het omringende landschap. (rode pijlen). Luchtfoto genomen op 25 april 1945, luchtfotonummer 3006.
1945
Een schadeopgave aan boerderijen binnen de gemeente Lienden noemt een aantal adressen aan de Marsdijk waar zodanige oorlogsschade was dat er noodwoningen zijn verzorgd voor de bewoners.56
Relevant. Bij een aantal adressen in de buurt van de steenfabriek (Marsdijk 35), gelegen in de directe omgeving van het projectgebied, wordt grote oorlogsschade gemeld. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
55 RAR, toeg. nr. 0779(Gemeentearchief Lienden), inv. nr. A23. 56 RAR, toeg. nr. 0779(Gemeentearchief Lienden), inv. nr. A23.
54
BB19-211-02 > 1945 10 december 1947
Vooronderzoek CE
Een schaderapport stelt dat het binnendijkse deel van de weg tussen Kesteren en het Rhenense Veer, gelegen binnen de gemeente Lienden, zeer zwaar beschadigd is door een combinatie van oorlogsverkeer en geallieerd granaatvuur. Dit heeft vooral betrekking op het deel dat dichter bij Kesteren is gelegen.57
Relevant, de meest logische wegen van Kesteren naar het Rhenense Veer lopen door het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
Figuur 26. Het schaderapport betreffende de weg van Kesteren naar het Rhenense veer. Dat het het binnendijkse deel van de weg naar het veer betreft wordt in een bijgesloten brief genoemd. De schade zorgde voor een aanzienlijk prijskaartje. Bron: RAR, toeg. nr. 0779 (Gemeentearchief Lienden), inv. nr. A45.
57 RAR, toeg. nr. 0779(Gemeentearchief Lienden), inv. nr. A45.
55
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Rhenen Datum
Gebeurtenis
Relevant
1939
Door Nederlandse troepen worden geschutopstellingen geplaatst aan de Bergweg bij de splitsing van de Oude en Nieuwe Veenendaalseweg. Verder wordt er luchtdoelartillerie ten zuiden van de Koerheuvel geplaatst.58
Niet relevant, de beschreven locatie ligt op ruim een kilometer van het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt niet door een tweede bron onderschreven: in hoeverre deze gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden of correct is vastgelegd, kan niet met zekerheid worden vastgesteld.
Meidagen 1940
Tijdens de meidagen in 1940 ligt Rhenen midden in de Frontlinie. Rhenen ligt namelijk midden in de zogenoemde Grebbelinie. De Grebbelinie is de hoofdverdedigingslinie die weerstand moet bieden tegenover een Duitse invasie. Het ontbreekt er echter aan alles, weinig munitie, verouderde materialen en slecht getrainde troepen. Verder zijn er een aantal locaties waar het land niet onder water gezet kan worden of de verdedigingswerken niet op tijd af zijn. Eén van deze locaties is de Grebbeberg. De Duitse troepen proberen hier dan ook een doorbraak te forceren. Het Nederlandse veldleger krijgt de taak met beperkte middelen weerstand te bieden tegen de Duitse overmacht. Het komt in de directe omgeving van Rhenen tot hevige gevechten.
Relevant. De spoordijk maakt deel uit van het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Het spoor en de daar omliggende spoordijk worden onderdeel van de ruglijn of afgrendellinie. Deze linie moest een eventuele Duitse doorbraak van de front- en stoplinie tot stilstand brengen.59 10 mei 1940
11 mei 1940
In de avond van 10 mei 1940 bereikt de Duitse 207. Infanteriedivision, met de SS Standarte ‘Der Führer’ Wageningen op een aantal kilometer ten oosten van Rhenen.60
Relevant. In de meidagen is Rhenen beschoten door Duitse artillerie.
Op deze dag slaat tevens de eerste granaat in te Rhenen. De granaat komt terecht in de Stationsstraat bij slager Oranje.61 Om 2:oo uur in de nacht begint een hevige artilleriebeschieting op de voorpostenstrook ten oosten van de Grebbeberg. De Nederlandse verbindingen vallen uit en diverse stellingen worden tijdens deze beschieting buitenwerking gesteld. Zodra het licht wordt voert de SS Standarte ‘Der Furher’ een aanval uit op deze strook welke vooral bemand is door het 8e Regiment Infanterie. Door de slechte communicatieverbindingen en het slechte schootsveld worden de diverse Nederlandse voorposten systematisch opgerold. Ondanks pogingen van enkele stellingen stand te houden, valt de laatste post om 17:30 uur. 62
Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Niet relevant, de voorposten van het Nederlandse leger lagen op ongeveer 4,5 kilometer van het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
58 H.P. Deys, Rhenen 1940-1945: bedreigd, bezet, bevrijd: de geschiedenis van vijf jaar oorlogstijd in Rhenen (Rhenen 1995) 12. 59 H. Amersfoort en P. Kamphuis, Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (‘s-Gravenhage 2012) 261-302; grebbeberg.nl. 60 Amersfoort en Kamphuis, Mei 1940, 271; grebbeberg.nl. 61 Deys, Rhenen 1940-1945, 12. 62 Amersfoort en Kamphuis, Mei 1940, 271-274; Brongers, E.H., Grebbelinie 1940 (Soesterberg 2002) 83.
56
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Relevant
12 mei 1940
De hele nacht en ochtend worden de Nederlandse stellingen op de Grebbeberg onder vuur genomen door Duitse artillerie. Na deze beschietingen vallen de SS-eenheden het hoornwerk aan de zuidzijde van de Grebbeberg aan, waarna diverse Nederlandse troepen die daar zijn opgesteld vluchten. Kort daarna wordt de Holleweg veroverd waardoor de Duitse soldaten door de Nederlandse Frontlijn (welke bezet wordt door soldaten van het 8e Regiment Infanterie) zijn gesneden. In de avond van 12 mei is de frontlijn en het gebied voor de stoplijn door de Duitsers bezet. Tegenaanvallen door Nederlandse soldaten mislukken, vaak ook omdat zij onder vuur van eigen troepen terecht komen. Door de diverse chaotische taferelen weet een klein groep Duitse soldaten zich te verschansen in een timmerfabriek vlak langs de in een diepte liggende spoorlijn. De Nederlandse soldaten in de stoplijn moesten hierdoor rekening houden met aanvallen van voren en van achteren. Voor velen wordt dit te veel waarna zij in een wilde vlucht de Grebberg afstormen richting Rhenen over het viaduct over de spoorlijn. De kapitein van de marechaussee die hier staat opgesteld probeert de vluchtende troepen tegen te houden. Hij opent het vuur op zijn ‘eigen’ troepen waarbij er een twintigtal omkomen.63
Relevant, op 12 mei wordt er klaarblijkelijk hard gevochten in en rondom het projectgebied. De bombardementen vinden plaats op de Grebbeberg zelf en zijn daarom niet relevant. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Duitse Junkers Ju 87 Stuka’s voeren bombardementen uit op Nederlandse stellingen op de Grebbeberg, waaronder enkele stellingen in het noordelijk gedeelte van het projectgebied.64 13 mei 1940
Op 13 mei voeren de Duitsers aanvallen uit op de stoplijn, hoewel de eerste aanval nog wordt afgeslagen, heeft de tweede aanval meer succes. Na een ochtend vechten, breken de Duitsers op verschillende locaties door de stoplijn heen en kunnen daardoor diverse posities in de rug aanvallen. Veel Nederlandse soldaten slaan, onder druk van Duitse artillerie, op de vlucht.65 Na de verovering van de Grebbeberg blijft alleen de Ruglijn nog over. Dit is de allerlaatste verdedigingslijn ten westen van de spoorlijn. Het 4e regiment Huzaren (welke is opgesteld bij de Ruglijn) krijgt de opdracht om de Duitse troepen niet over de spoorlijn te laten trekken. Door foute berichtgeving stelt dit regiment zich echter op in de buurt van Elst en besluiten zij niet bij de spoorlijn te blijven. De spoorlijn wordt daardoor verdedigd door enkele infanterie-eenheden en kleine onderdelen van het 4e regiment Huzaren. Nadat zij twee oversteekpogingen van Duitse soldaten verhinderen, worden deze stellingen rond 13.30 uur gebombardeerd door 27 Stuka’s die in lengte over de stelling vliegen.66 Na dit afschrikwekkende bombardement vlucht
Relevant, op 13 mei wordt zwaar gevochten in en rondom het projectgebied. Daarbij is sprake van Duits en Nederlands artillerievuur. Bovendien vinden er bombardementen van de spoorlijn plaats door Stuka’s. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
63 Amersfoort en Kamphuis, Mei 1940, 275-289; Brongers, Grebbelinie 1940, p. 84-140 64 Amersfoort en Kamphuis, Mei 1940, 297. 65 Amersfoort en Kamphuis, Mei 1940, 298-299. 66 Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5
mei 1945 (z.p. 2011) 144; grebbeberg.nl
57
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Relevant
het overgrote deel van de Nederlandse troepen westwaarts. Het viaduct over de spoorlijn wordt kort daarna door de laatste Nederlandse troepen opgeblazen. 67 Eén van de Huzaren meldt het volgende over de gevechten bij de spoorlijn: Toen ik in de loopgraaf bij het viaduct van Rhenen zat, kwam er een luitenant van de infanterie bij mij. Hij wilde een stuk pantserafweergeschut halen dat was achtergebleven en vroeg wie er mee wilde gaan. Ik heb mij terstond aangemeld; of er meer waren, weet ik niet. Eerst ging ik naar de ritmeester Feist om te vragen of ik mee mocht. Een kruishouten versperring met prikkeldraad die op het viaduct stond, werd opengemaakt. De Marechaussee onder kapitein Gelderman stopte met vuren. Ik ben over het viaduct gekropen. De Duitsers schoten uit woningen aan de overkant van de weg, rechts van het viaduct, maar ik werd niet geraakt. Ik ben links langs een huis gekropen en kwam bij de trekker. Die stond met de kop in de richting waar we heen moesten. Ik heb het stuk aangehaakt en luitenant reed ermee weg. Er werd geschoten en alles ging zo vlug dat ik niet meer terug kon. Ik liep de andere kant uit, van de grote weg af. Mijn karabijn heb ik over het prikkeldraad in het talud opgeklommen en onder de daar aanwezige prikkeldraadversperring doorgekropen. Toen ik tegen het talud opklom ontving ik vuur van de Duitsers.
Tengevolge daarvan kreeg ik acht tot tien kogelgaten in mijn overjas.68 Na de terugtrekking van Nederlandse troepen, wordt er vanuit de Betuwe met artillerie aan weerszijde van het viaduct geschoten op Duitse troepen69 Op 13 mei wordt echter nog wel een aanval uitgevoerd door het 11e Grensbataljon op de spoorbaan bij Rhenen. Deze Nederlandse troepen onder leiding van kapitein Boers weten vanuit het westen via het zuidelijke deel van Rhenen onder hevig vijandig vuur op te rukken en bij het station van Rhenen de Duitse voorposten te verjagen. Daar blijkt dat er in zijn geheel geen Nederlandse troepen meer aanwezig zijn bij de spoorlijn. Verder komen zij onder vuur van eigen artillerie uit de Betuwe te liggen, waarna zij besluiten zich terug te trekken. De spoorbrug wordt kort na deze aanval opgeblazen.70 Eén van de soldaten van het 11e Grensbataljon schrijft het volgende over de tegenaanval: We renden over de spoorweg, die onder vuur lag, en kwamen aan de andere kant bij een groep huizen terecht. Na enige huizen doorgelopen te zijn, zagen we zes Duitsers achter een mitrailleur in stelling liggen. We zagen ze in de flank op ongeveer dertig meter afstand. Ik heb van mijn eigen groep een vrijwilliger gevraagd, waarop Mulder zich direct meldde we hadden een stuk of
67 Amersfoort en Kamphuis, Mei 1940,300-301; Brongers, Grebbelinie 1940, 186-230. 68 Brongers, Grebbelinie 1940, 216; NIMH, toeg. nr. 409, inv. nrs. 503003 - 503004. 69 Grebbeberg.nl. 70 Grebbeberg.nl; Brongers, Grebbelinie 1940, 222-224.
58
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Relevant
acht handgranaten bij ons. We gooiden er twee precies achter de Duitsers. Later heb ik er nog een gegooid, toen was de hele zaak opgeruimd.71
Figuur 27. Een kaartje met de militaire situatie in de omgeving van Rhenen op 13 mei 1940. De tegenaanval van het Nederlandse leger en de opmars van de Duitse eenheden is goed te zien. Ook is duidelijk dat de laatste verdedigingslinie van het Nederlandse leger (de Afgrendeling) pal naast het projectgebied lag. Bron: Grebbeberg.nl
Figuur 28. Duitse soldaten in dekking bij de Grebbeweg 53, vlakbij het projectgebied. Bron: Grebbeberg.nl
71 Brongers, Grebbelinie 1940, 224; NIMH, toeg. nr. 409, inv. nrs. 516001 - 516007.
59
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Relevant
1940
Na de meidagen blijkt dat het centrum van Rhenen verwoest is. Vanuit Wageningen is de stad tijdens de Duitse aanvallen meermaals door Duitse artillerie beschoten. 72
Relevant, tijdens de meidagen is Rhenen drie dagen lang beschoten door Duitse artillerie. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
15 juli 1940
De burgemeester van Rhenen verzoekt het Duitse leger om militairen te sturen die projectielen onschadelijk kunnen maken. In de roggevelden binnen de gemeente liggen namelijk nog veel niet-ontplofte granaten.73
Relevant, tijdens de meidagen is Rhenen drie dagen beschoten door Duitse artillerie. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
1941 15 februari 1941
Voor deze datum melden de Duitse autoriteiten het volgende: Am 15.2.41, um 21.30 Uhr, in Rhenen (Gelderland), 1 Sprengebombe auf Gartenanlage. Nähere Angaben folgen. 74 In totaal vallen er drie brisantbommen waarvan er eentje een blindganger blijkt te zijn.75
Niet relevant, de exacte locatie van het bombardement is niet bekend. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
In de avond/nacht van 15 op 16 februari worden diverse doelwitten aangevallen in het Ruhr gebied door bommenwerpers van No 3 en No 4 Group. Een aantal van deze vliegtuigen vallen alternatieve doelwitten in Nederland aan. Het blijft echter onbekend welk vliegtuig zijn bommenlast heeft laten vallen in de buurt van Rhenen. Het dorp of de omgeving van het projectgebied worden niet in de Operation Record Books van de Squadrons genoemd.76 2 mei 1941
De restanten van het viaduct aan de Rijksweg worden opgeblazen.77
Relevant, het viaduct ligt binnen het projectgebied. Omdat de resten van het viaduct gecontroleerd zijn opgeblazen en het viaduct toen herbouwd is, is de kans klein dat er nog vernielingslading van het Nederlandse leger is achtergebleven. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport,
72 Deys, Rhenen 1940-1945, 44; Grebbeberg.nl. 73 RHC ZU, toeg. nr. 244 (Gemeentearchief Rhenen), inv. nr. 1931. 74 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 75 NIOD, toeg. nr. 077, inv. nr. 1328. 76 TNA, AIR 25/93; TNA, AIR 25/52. 77 RHC ZU, toeg. nr. 244(Gemeentearchief Rhenen), inv. nr. 1931.
60
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Relevant waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
1942 25 april 1942
In de gemeente Rhenen wordt een betonbom gevonden. Deze ligt op het station.78
Niet relevant, omdat onduidelijk is waar deze bom vandaan komt en het de enige is, lijkt het een toevalstreffer te zijn. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
1943 22/23 juni 1943
De RAF bombardeert Rhenen met 43 brandbommen. De Herenstraat, Bruine Engseweg en Grebbeweg worden getroffen door deze bommen.79 In een proces-verbaal van de luchtbeschermingsdienst wordt gemeld dat het bombardement werd uitgevoerd in de nacht van 22 op 23 juni 1943 omstreeks 1.13 uur. Daarbij worden 43 brandbommen van Engelse makelij afgeworpen. Bommen vallen daarbij op de Herenstraat, op de Bruin Engseweg en op de Grebbeweg. In het proces-verbaal wordt de schade aan diverse panden uitgebreid gerapporteerd: Enkele dezer bommen vielen op den openbaren weg, de overigen voor, achter, tusschen of tegen woonhuizen. Eén der bommen sloeg echter door een buitenmuur in de keuken van perceel Grebbeweg Nr. 65 en ontbrandde ter plaatse. Het in dit perceel wonende echtpaar bevond zich juist in deze keuken, waardoor de vrouw des huizes door branden licht werd gewond […]. In perceel Grebbeweg Nr. 51 viel een bom door het dak van een garage en ontbrandde eveneens. Aan in deze garage opgeborgen goederen ontstond schade. De brand werd door bewoner gebluscht. De overige bommen richtten aan diverse woningen schaden aan […]. In den voormiddag van den 23sten Juni 1943 werd de omgeving afgezocht naar de metalen resten der brandbommen. Hierbij werden nog twee niet ontbrande exemplaren aangetroffen.80
Relevant, de genoemde straten liggen allen in of nabij het projectgebied. Het is daarom geloofwaardig dat er in het projectgebied mogelijk CE in de vorm van dit soort brandbommen zijn achtergebleven. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
In de nacht van 22 op 23 juni zijn door No 3 en No 4 Group van de RAF diverse grootschalige aanvallen op Duitsland uitgevoerd. Het is daarbij onbekend welk vliegtuig zijn bommenlast boven Rhenen heeft laten vallen.81
78 RHC ZU, toeg. nr. 244(Gemeentearchief Rhenen), inv. nr. 1883. 79 Deys, Rhenen 1940-1945, 87. 80 RHC ZU, toeg. nr. 244(Gemeentearchief Rhenen), inv. nr. 1884. 81 TNA, AIR 25/93; AIR 25/52.
61
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Relevant
Figuur 29. De indicatieve locaties van de inslagen van de brandbommen, op basis van het proces-verbaal dat het beschrijft. Op sommige plekken zijn verstoringen opgemerkt die lijken op inslagen van brandbommen (witte kader). Bron: luchtfoto 16 augustus 1943.
Figuur 30. Schade op de luchtfoto van 16 augustus 1943 die mogelijk het gevolg is van het bombardement met brandbommen. Het huis in de meest rechtse cirkel is de Grebbeweg 65 met schade aan het dak. Bron: luchtfoto 16 augustus 1943.
30 juli 1943
De luchtbeschermingsdienst meldt dat omstreeks 10:30 een luchtgevecht plaatsvindt op grote hoogte boven de gemeente Rhenen. Op hetzelfde tijdstip meldt de uitkijkdienst brand in de boerderij aan de Cuneraweg 98. De brand blijkt ontstaan te zijn in een achter de boerderij gelegen schuur, waar stro door het inslaan van mitrailleurkogels (gevuld met magnesium) vlam heeft gevat.82
Niet relevant, de Cuneraweg 98 ligt op 1,2 kilometer afstand van het projectgebied.
82 RHC ZU, toeg.nr.244(Gemeentearchief Rhenen), inv.nr. 1884.
62
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Volgens het brandweerrapport wordt de boerderij van A. Aartse, Cuneraweg 98, getroffen bij een luchtgevecht tussen verschillende toestellen. De eerste melding van de brand komt binnen om 10:15 uur. Bij de bluswerkzaamheden brandt het achterhuis helemaal uit, terwijl het voorhuis gespaard blijft. Wel is de schade hier aanzienlijk.83 22 november 1943
Er wordt een melding gemaakt van een brandbom die onder de grond ligt in de gemeente Rhenen.84
Relevant Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
Niet relevant, de exacte locatie van deze bom is niet bekend. Deze gebeurtenis wordt door slechts een bron onderschreven, echter betreft het hier een officieel rapport, waardoor de melding als betrouwbaar wordt ingeschat.
1944 8 juni 1944
In een proces-verbaal van de luchtbeschermingsdienst wordt gemeld dat er in de nacht van 7 op 8 juni 1944 omstreeks 00:50 uur een vliegtuig zijn bommenlast laat vallen in een weiland, gelegen bij de spoorbrug aan de Cuneralaan, wordt een bomtrechter gevonden met een diameter van 8 meter en welke 3 à 4 meter diep is. Ter plaatse worden bomscherven met een dikte van 2 cm gevonden. Onderaan het proces-verbaal wordt gemeld dat er schade is opgelopen aan de Cuneralaan 23,31, 59 en de Trambaanweg 13.85
Relevant, de genoemde adressen liggen in het projectgebied. Omdat het hier een enkele bom betreft en een bommenwerper er meestal meer dan één bij heeft, is het aannemelijk dat er bommen in het water terecht zijn gekomen. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
18 september 1944
Een Amerikaans Douglas C47-A ‘Skytrain’ transportvliegtuig stort neer in een uiterwaard ten zuiden van Rhenen. Het vliegtuig was vermoedelijk betrokken bij de luchtlandingen van Operation Market Garden. 86
Niet relevant. Deze crash vond plaats buiten het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
83 RHC ZU, toeg. nr. 244(Gemeentearchief Rhenen), inv. nr. 1949. 84 RHC ZU toeg. nr. 244(Gemeentearchief Rhenen), inv. nr. 1883. 85 RHC ZU, toeg. nr. 244(Gemeentearchief Rhenen), inv. nr. 1884. 86 Eversteijn, Bombardementen, 2279.
63
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Datum
Gebeurtenis
Relevant
Figuur 31. Uitsnede van de luchtfoto van 19 april 1945. Het vliegtuigwrak is hierop nog goed zichtbaar (rode pijl), net als het puin dat het achtergelaten lijkt te hebben (rode ovalen), waarvan een deel mogelijk binnen het projectgebied ligt. Luchtfotonummer 4042.
30 september 1944
Op deze datum voeren zeven Hawker Typhoons van No 184 Squadron tussen 17:55 uur en 18:45 uur een aanval uit op een bos bij Rhenen. Het oorspronkelijke doel betreft V-2 lanceerinstallaties in de driehoek Gorinchem-UtrechtAmersfoort. Deze worden niet gevonden, waarop de Typhoons uitwijken naar een bos bij Rhenen. Bij de beschieting met 45x 60 raketten worden geen resultaten waargenomen. 87
Niet relevant, de exacte locatie van de raketaanval is niet bekend. Uit de MORA’s blijkt dat zowel in het bos op de Grebbeberg als in het bos ten westen van Rhenen raketten zijn teruggevonden, dus de aanval kan ook niet ruwweg gelokaliseerd worden. Beide bossen liggen tevens op meer dan 500 meter van het projectgebied Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
1 oktober 1944
In het dagboek van Wessel Holleman wordt het volgende geschreven: Deze beschieting dan was grotendeels uit het zuidoosten en duurde tot twee in de nacht. De meest nabije treffer 70 meter verwijderd aan de overzijde van de Heerenstraat bij het viaduct […]. Om 1 uur ’s nachts ging het licht uit bij een inslag: kabel getroffen aan de andere zijde van het viaduct 100 meter van ons vandaan. Verder veel treffers in de benedenstad.88
Relevant, uit bronnenmateriaal blijkt dat Rhenen vanaf oktober 1944 tot de bevrijding meerdere malen door geallieerde artillerie uit de Betuwe beschoten is. Deze gebeurtenis wordt door meerdere bronnen onderschreven: de melding wordt als betrouwbaar ingeschat.