12. Bijlage 10 Bijlage 7 bij BP - Conventionele Explosieven
Tekst van het document
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
KENMERK:
BB19-211-02 (DEFINITIEF)
BETREFT:
VOORONDERZOEK CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN
PROJECT:
N233 VEENENDAAL - KESTEREN 1
OPDRACHTGEVER:
TAUW B.V.
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
Documentcode: Aantal pagina’s: Datum: Status:
BB19-211-02 121 9 november 2020 Definitief
BeoBOM Bezoekadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam Postadres: Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam T: E:
+31 (0)10-8202920 info@beobom.nl
KVK: 61002046 BTW: NL 08541.59.587.B01
Afbeelding voorzijde: Oblique luchtfoto van de spoorbrug over Rijn bij Rhenen. De inslagkraters van de bombardementen van 2 oktober 1944 zijn goed zichtbaar. Luchtfoto 29 oktober 1944, fotonummer 0026.
2
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Inhoud Managementsamenvatting ................................................................................................................... 5 Inleiding .................................................................................................................................................. 8 1. Algemeen............................................................................................................................................. 9 Aanleiding ........................................................................................................................................... 9 Begrenzing projectgebied ................................................................................................................. 9 Doel ................................................................................................................................................... 11 Terminologie..................................................................................................................................... 11 Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) ............................. 12 2. Inventarisatie bronnenmateriaal .....................................................................................................
13 Algemeen .......................................................................................................................................... 13 Literatuur .......................................................................................................................................... 13 Gemeentelijk en provinciaal archief ................................................................................................ 15 Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) ............................................................. 19 Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 .................................................... 21 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden .......................................... 22 Collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD ....................................................... 22 Nationaal Archief Den Haag (NA) .................................................................................................... 22 Luchtfotocollecties Bibliotheek Universiteit Wageningen, Topografische Dienst/Kadaster Zwolle en Aerial Reconnaissance Archives ................................................................................................. 24 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) ......................................................................
30 Eerder uitgevoerde vooronderzoeken ........................................................................................... 31 National Archives, Kew, Surrey ....................................................................................................... 37 The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) ........................... 38 Overige bronnen .............................................................................................................................. 39 3. Bronnenanalyse ................................................................................................................................ 40 Algemeen .......................................................................................................................................... 40 Resultaten archief- en literatuuronderzoek ................................................................................... 40 Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 .................................................... 73 Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden .......................................... 73 Collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten EODD ........................................................... 79 4.
Luchtfotoanalyse.............................................................................................................................. 80 Algemeen .......................................................................................................................................... 80 Resultaat luchtfotoanalyse .............................................................................................................. 81 5. Landschapsanalyse ........................................................................................................................... 93 Algemeen .......................................................................................................................................... 93 Naoorlogse bodemroerende werkzaamheden .............................................................................. 93 Resultaat vergelijking ..................................................................................................................... 100 3
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Hoogteverschillen .......................................................................................................................... 104 6. Beoordeling en evaluatie bronnenmateriaal ................................................................................ 105 Algemeen ........................................................................................................................................ 105 Indicaties ......................................................................................................................................... 105 Contra-indicaties............................................................................................................................. 106 Leemten in de kennis ..................................................................................................................... 106 Mogelijk aan te treffen (sub)soorten CE....................................................................................... 107 Horizontale afbakening verdacht gebied ..................................................................................... 108 Verticale afbakening verdacht gebied .......................................................................................... 116 Conclusie en aanbevelingen ..............................................................................................................
119
4
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Managementsamenvatting In de gemeenten Veenendaal, Rhenen, Buren en Neder-Betuwe staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland ten behoeve van de uitbreiding van de provinciale weg N233 Veenendaal – Kesteren. Daarbij zal de bestaande weg worden omgevormd tot een tweebaansweg. De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd op twee trajecten. Een traject is gelegen binnen de gemeente Veenendaal (ORV), het andere traject binnen de gemeenten Rhenen en Neder-Betuwe. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van conventionele explosieven (hierna: CE) te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (hierna: WSCS-OCE). Projectgebied ORV is gelegen binnen de grenzen van de risicokaart van de gemeente Veenendaal. De in het kader van het gemeentebrede vooronderzoek vastgestelde indicaties en verdachte gebieden zijn in voorliggende rapportage inzichtelijk gemaakt en, indien noodzakelijk, nader onderzocht en bijgesteld. Projectgebied RRR is gedeeltelijk gelegen binnen de risicokaart van Neder-Betuwe.
Voor het door dit gemeentebrede vooronderzoek gedekte gedeelte geldt eveneens dat de vastgestelde indicaties en verdachte gebieden inzichtelijk, en zo nodig, aangepast zijn. In bovengenoemde onderzoeken, en in de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen, zijn diverse feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen de beide projectgebieden aangetroffen. Als gevolg van verschillende oorlogshandelingen, waaronder bombardementen en artilleriebeschietingen, is binnen de beide projectgebieden sprake van de volgende verdachte gebieden. Projectgebied ORV (Veenendaal) Verdacht gebied geschutmunitie (verschoten) diverse kalibers van 2 cm tot en met 15 cm Als gevolg van diverse artilleriebeschietingen te Veenendaal in de meidagen van 1940 en van september 1944 tot het einde van de oorlog kan een deel van projectgebied ORV worden beschouwd als zijnde verdacht op de aanwezigheid van verschoten geschutmunitie met een kaliber van maximaal 15 cm (Duits). De diepte t.o.v. NAP dient situationeel te worden bepaald. Projectgebied RRR (Rhenen en Neder-Betuwe) Verdacht gebied afwerpmunitie, Brits, 1.000 lb (afgeworpen) Als gevolg van een tweetal bombardementen op 2 oktober 1944 kunnen rond de spoorbrug bij Rhenen CE in de vorm van afwerpmunitie (vliegtuigbommen) met een gewicht van 1.000 lb (Brits) zijn achtergebleven.
Voor het resulterende verdachte gebied zijn geen geschikte sondeergegevens beschikbaar gebleken. Derhalve is het niet mogelijk gebleken te komen tot een gegronde afbakening van het verdachte gebied in verticale dimensie. Verdacht gebied afwerpmunitie, Duits, 50 t/m 250 kg (afgeworpen) In de meidagen van 1940 werden verschillende Nederlandse stellingen te Rhenen getroffen door een Duits bombardement. Als gevolg van dit bombardement is binnen de noordzijde van het projectgebied sprake van een verdacht gebied waarbinnen CE in de vorm van afwerpmunitie (50 kg
5
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
t/m 250 kg) kunnen worden aangetroffen. Voor het resulterende verdachte gebied zijn geen geschikte sondeergegevens beschikbaar gebleken. Derhalve is het niet mogelijk gebleken te komen tot een gegronde afbakening van het verdachte gebied in verticale dimensie. Verdacht gebied geschutmunitie (verschoten) diverse kalibers van 2 cm tot en met 15 cm Als gevolg van diverse artilleriebeschietingen in de meidagen van 1940 en van september 1944 tot het einde van de oorlog kan projectgebied RRR (Rhenen en Neder-Betuwe) worden beschouwd als zijnde geheel verdacht op de aanwezigheid van verschoten geschutmunitie met een kaliber van maximaal 15 cm (Duits), tot een diepte van maximaal 2,50m-MV. Vanwege de omvang van het projectgebied is sprake van een sterk wisselende hoogte van het maaiveld ten opzichte van NAP. Derhalve dient de indringingsdiepte t.o.v. NAP situationeel te worden bepaald. Verdacht gebied geschutmunitie diverse kalibers 2 tot en met 5cm (achtergelaten) Vanwege de aanwezigheid van geschutopstellingen in de nabijheid van de spoorbrug bij Rhenen kunnen mogelijk CE in de vorm van geschutmunitie met een kaliber van maximaal 5 cm (Duits) zijn achtergebleven. Dergelijke CE kunnen ter plaatse van de uiterwaarden bij Rhenen worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 2,50m-MV, oftewel 5,50m+NAP.
Verdacht gebied submunitie (staafbrandbommen 4lb) (afgeworpen) In 1943 werd Rhenen getroffen door een bombardement met staafbrandbommen met een gewicht van 4 lb. Middels de vastgestelde vliegroute en het verspreidingspatroon van dergelijke CE is binnen het noordelijke deel van het projectgebied een verdacht gebied afgebakend. Binnen dit verdachte gebied kunnen CE in de vorm van 4 lb staafbrandbommen worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 1,50m-MV, oftewel 18,00m+NAP. Verdacht gebied klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers, diverse nationaliteiten (verschoten) Te Rhenen hebben in de meidagen van 1940 hevige grondgevechten plaatsgevonden. Een deel daarvan vond plaats binnen projectgebied RRR. Het noordelijke gedeelte van het projectgebied kan derhalve worden beschouwd als zijnde verdacht op de aanwezigheid van verschoten klein-kalibermunitie, geweergranaten en (munitie voor) granaatwerpers, alsmede handgranaten (geworpen). Dergelijke CE kunnen worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 0,50m-MV. Vanwege de omvang van het projectgebied is sprake van een sterk wisselende hoogte van het maaiveld ten opzichte van NAP. Derhalve dient de indringingsdiepte t.o.v. NAP situationeel te worden bepaald.
Verdacht gebied klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers, diverse nationaliteiten (achtergelaten) In de nabijheid van de spoorbrug te Rhenen en Lienden in projectgebied RRR zijn tijdens de mobilisatie van het Nederlandse leger en vanaf september 1944 verschillende wapenopstellingen, schuttersputten en loopgraven aangelegd. Ter plaatse van deze verdedigingswerken kunnen CE in de vorm van achtergelaten klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers worden aangetroffen tot een diepte van maximaal 2,50m-MV. De diepte t.o.v. NAP dient situationeel te worden bepaald.
6
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Advies Binnen beide projectgebieden is sprake van diverse CE verdachte gebieden. De beoogde werkzaamheden kunnen derhalve vanuit OCE-oogpunt niet zonder beperkende maatregelen worden uitgevoerd. Het is mogelijk direct tot de opsporing van CE over te gaan. Hieraan voorafgaande adviseert BeoBOM echter het opstellen van een projectgebonden risicoanalyse (PRA). Middels een PRA kan de samenhang tussen de voorgenomen werkzaamheden en de verschillende verdachte gebieden worden bepaald en de hiermee gepaard gaande risico’s inzichtelijk worden gemaakt. Bovendien kan de omvang van de verschillende verdachte gebieden van de hierin opgenomen analyse van de invloed van naoorlogse bodemroerende werkzaamheden mogelijk worden verkleind, waardoor minder ingrijpende of omvangrijke opsporingswerkzaamheden noodzakelijk zijn. De opsporingsfase binnen CE onderzoek omvat het geheel van organisatie en uitvoering, te weten achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detectie, interpretatie, localisatie, laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede explosieven, het tijdelijk veilig stellen van de situatie tot aan de overdacht aan de EODD en de verstrekking van een proces-verbaal van oplevering aan de opdrachtgever en bevoegd gezag.
N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij dit rapport worden verdachte gebieden en indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd. Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven. Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.
7
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Inleiding Projectnaam:
Vooronderzoek Conventionele Explosieven N233 Veenendaal – Kesteren.
Project:
N233 Veenendaal – Kesteren.
Opdrachtgever:
Tauw B.V.
Projectadres:
Veenendaal – Rhenen – Buren – Neder-Betuwe
Besteknr./opdrachtnr.
BB19-211
Werkomschrijving:
Uitvoering vooronderzoek Conventionele Explosieven en samenstellen CE bodembelastingkaart conform het WSCS-OCE
Doelstelling:
Uitvoering vooronderzoek CE
Uitvoerder
BeoBOM
Autorisatie rapportage en bodembelastingkaart: Dhr. F.G.J. Barink, adviseur, senior OCE-deskundige
Auteurs:
CE-bodembelastingkaart:
drs. dhr. J. Boelen. Historicus
drs. dhr. J. Rotteveel
drs. dhr. J. Rotteveel Historicus
8
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
1. Algemeen Aanleiding In de gemeenten Veenendaal, Rhenen, Buren en Neder-Betuwe staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland ten behoeve van de uitbreiding van de provinciale weg N233 Veenendaal – Kesteren. Daarbij zal de bestaande weg worden omgevormd tot een tweebaansweg. De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd op twee trajecten. Een traject is gelegen binnen de gemeente Veenendaal (ORV), het andere traject binnen de gemeenten Rhenen en Neder-Betuwe. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van CE te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een vooronderzoek genoemd. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de huidige wettelijke norm, zoals vastgelegd in het WSCS-OCE. Begrenzing projectgebied De projectgebieden zijn begrensd op basis van de door opdrachtgever verstrekte gegevens en de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN). Onderstaande figuren tonen de projectgebieden op drie verschillende zoom-niveaus. Alle afbeeldingen waarop de projectgebieden te zien zijn, noordzuid georiënteerd. Aan enkele afbeeldingen in voorliggend rapport is een schaallat toegevoegd. Dit is gedaan om ook bij uitsneden de afstanden goed te kunnen inschatten. Tevens is een noordpijl toegevoegd aan de afbeeldingen waar dit als wenselijk wordt gezien.
Vanaf dit punt zal naar de projectgebieden verwezen worden als projectgebied ORV (Veenendaal) en projectgebied RRR (Rhenen – Kesteren).
Figuur 1. De begrenzing van de projectgebieden ORV te Veenendaal in het noorden en RRR Rhenen-Kesteren (groen) in het zuiden, in twee overzichtsniveaus. Bron satellietbeeld: World Imagery/Google.
9
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Figuur 2. Detailweergave van projectgebied ORV (Veenendaal). Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 3. Detailweergave van projectgebied RRR (Rhenen). Bron satellietbeeld: World Imagery.
10
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Doel Het doel van het vooronderzoek CE is om: Vast te stellen of er indicaties dan wel contra-indicaties bestaan voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen de projectgebieden; indien er indicaties bestaan voor de aanwezigheid van CE, vast te stellen welke (sub)soorten er kunnen worden aangetroffen; op basis van luchtfoto-interpretatie de mogelijke locaties van achtergebleven CE zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen; het verdachte gebied in de horizontale en in verticale dimensie af te bakenen; een rapportage en bijbehorende CE bodembelastingkaart samen te stellen. N.B.: De conclusies uit de gemeentebrede vooronderzoeken van Veenendaal en Neder-Betuwe zijn in voorliggend rapport inzichtelijk gemaakt en hoofdzakelijk integraal overgenomen. Waar nodig zijn de bevindingen en conclusies aangevuld of bijgesteld.
Terminologie Voor het opstellen van vooronderzoeken wordt voor alle CE-gerelateerde werkvlakken een vijftal gebieden onderscheiden. Voor de verduidelijking wordt dit onderscheid in onderstaande diagram weergegeven: Projectgebied – gebied waarbinnen de reguliere werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Dit gebied wordt bepaald aan de hand van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens. Onderzoeksgebied – het gebied dat tijdens het vooronderzoek onderzocht is. Het WSCS-OCE schrijft voor dat de rapportage tenminste de begrenzing van het onderzoeksgebied omvat. Als begrenzing van het te onderzoeken gebied heeft BeoBOM ervoor gekozen geen vaste buffer rond het projectgebied te nemen, om te voorkomen dat gebeurtenissen over het hoofd worden gezien. Ten behoeve van ieder vooronderzoek wordt onderzocht op geografische relevante na(a)m(en), dat wil zeggen dat de gebeurtenissen met betrekking tot de geografische locaties waarbinnen het projectgebied is gelegen worden onderzocht. Er wordt op die manier op bijv. straat-, buurtschap-, plaats-, gemeente- en provincieniveau gezocht naar oorlogshandelingen en andere relevante gebeurtenissen. De gevonden gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan een geografisch relevante locatie en derhalve mogelijk relevant zijn, worden vervolgens gerapporteerd in het vooronderzoek.
Ook wanneer deze gebeurtenissen na een nadere analyse geen invloed blijken te hebben op (de directe) omgeving van het projectgebied. Er wordt dus niet zozeer gekeken naar een vaste afstand (buffer) rondom het projectgebied, maar naar gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan bepaalde locaties die relevant zouden kunnen zijn voor het projectgebied. Omwille van het schetsen van een historische context (bijvoorbeeld het duiden van gebeurtenissen binnen een breder kader zoals een geallieerde operatie als Market Garden) kunnen ook gebeurtenissen op grote afstand van het projectgebied worden genoemd. Verdacht gebied – gebied waarin mogelijk CE aangetroffen kunnen worden. De totstandkoming wordt bepaald in hoofdstuk 6 (indien van toepassing). 11
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Opsporingsgebied – gebied waar het verdachte gebied en het projectgebied elkaar overlappen. Indien er sprake is van een opsporingsgebied, dienen aanvullende maatregelen genomen te worden. Deze aanvullende maatregelen kunnen bestaan uit een opsporingsproces, maar ook uit aanvullend bureau-onderzoek of overige beheersmaatregelen. Onverdacht gebied - de op de CE bodembelastingkaart niet als ‘verdacht gebied’ aangeduide locaties kunnen worden beschouwd als onverdacht gebied. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van CE.
Figuur 6. Schematische weergave van de verschillende deelgebieden.
Niet gesprongen explosieven (NGE) versus conventionele explosieven (CE) In de praktijk wordt vaak de term NGE (Niet Gesprongen Explosieven) gehanteerd wanneer men doelt op de omgang met CE (conventionele explosieven). NGE is een overkoepelende term waarmee bijvoorbeeld ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid. Voorliggend document heeft slechts betrekking op CE, ofwel (fabrieksmatig geproduceerde) explosieven, niet zijnde geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch, die zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog en waarop de richtlijnen van het WSCSOCE van toepassing zijn. Binnen deze definitie vallen ook: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; wapens of onderdelen daarvan.
12
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
2. Inventarisatie bronnenmateriaal Algemeen Voor dit vooronderzoek CE is een inventarisatie opgesteld van de bronnen die door BeoBOM worden geraadpleegd. Onderstaande tabel toont de geraadpleegde bronnen. Bron Literatuur Gemeentelijk of provinciaal archief Nationaal Archief Den Haag Nederlands Instituut voor oorlogsdocumentatie (NIOD) Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Nederlands Instituut voor militaire historie (NIMH) Luchtfotocollectie Bibliotheek Universiteit Wageningen Luchtfotocollectie Topografische Dienst/Kadaster Zwolle (TOPOD) Luchtfotocollectie Aerial Reconnaissance Archives (TARA) The National Archives (TNA) Londen Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) Getuigenverslagen
Verplicht (WSCS-OCE) √ √
Aanvullend
Geraadpleegd
√ √
√ √ √ √
√
√ √
√
√
√
√
√ √
√
√ √ √
√ √
√
Literatuur Onderstaande literatuur is geraadpleegd ten behoeve van voorliggend vooronderzoek. Hierbij dient vermeld te worden dat er zowel titels op macro- als op microniveau zijn geraadpleegd. De titels op macroniveau behandelen de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in een breder perspectief, terwijl de werken op microniveau zich toespitsen op een specifieke streek of plaats. Het dient vermeld te worden dat het werk van dhr. Eversteijn met de nodige terughoudendheid wordt gebruikt tijdens het opstellen van het overzicht met oorlogshandelingen. Reeds meerdere malen is gebleken dat dit werk gebeurtenissen foutief heeft genoteerd, waarbij vergissingen in jaartallen, plaatsen en afgeworpen bommenlasten en dergelijke geen uitzonderingen zijn. Dat wil niet zeggen dat het werk per definitie onbetrouwbaar is als bron, echter dient er ten allen tijde een tweede bron gevonden te worden bij gebeurtenissen aangehaald in dit werk. In veel gevallen blijkt het werk van dhr. Eversteijn wel degelijk correct. Het niet gebruiken van dit werk dient derhalve als een gemis te worden beschouwd. Het belang van een tweede bron geldt overigens ook voor de andere
13
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
werken: er wordt gestreefd naar minimaal één aanvullende bron per genoteerde gebeurtenis. Afwezigheid van een tweede bron en inschatting van de betrouwbaarheid van de gebruikte bronnen wordt in dit rapport tevens weergegeven. Amersfoort, H. en Kamphuis, P. (red), Mei 1940: De strijd op Nederlands grondgebied (Den Haag 2012). Brongers, E.H., Grebbelinie 1940 (Soesterberg 2002). Carter, K. C., Mueller, R., U.S. Army Air Forces in World War II. Combat Chronology 1941-1945 (Washington D.C. 1991). Deys, H.P., De brug over de Rijn bij Rhenen (Rhenen 2007). Deys, H.P., Rhenen bedreigd, bezet, bevrijd 1940-1945 (Rhenen 1995). Doornmalen, S.E.M. van en Verwoert, P., Lienden: een Betuwse gemeente 1811-1998. Leven op en van de klei (Lienden 1998). Doornmalen, S.E.M. van en Visser, G., Dienst openbare werken Midden-Betuwe: zestig jaar in beweging 1938-1998 (Kesteren 1998). Doornmalen, S.E.M. van., Rivierenland ’40-’45 (Tiel 2016). Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen V-wapens en militaire vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011). Historische kring Kesteren en omstreken, De gemeente Kesteren in de tweede wereldoorlog: een samenvatting van de gebeurtenissen die in Kesteren en Opheusden plaatsvonden in de jaren 1939-1945. (Kesteren 2000).
Historische Vereniging Oudheidkamer Rhenen en Omstreken, Oud Rhenen, Jaargangen 14, 16, 27 en 29 (Rhenen 1995 t/m 2010). Huurman, C., Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd 1939-’45 (Eindhoven 2001). Klep, C. en Schoenmaker, B. (red), Oorlog op de flank: Bevrijding van Nederland 1944-1945’ (Den Haag 1995). Korthals-Altes, A., Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940 – 1945 (Wormer 1984). Laurentius, V., De Betuwe in stelling: de ondergronds, 1940-1945 & de stellingenoorlog en de evacuatie 1944-1945 (Kesteren 2000). Meijers, A., Offset vliegtuigbommen versie 9 (z.p., z.j.). 14
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Meijers, A., They were all over the sky: een kroniek over de Amerikaanse bombardementen tijdens operation Market Garden – september 1944 (Utrecht 2019). Middlebrook, M. en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 1939-1945 (Surrey 2011). Minjon, S., Slag om de Grebbeberg. Strijd om Wageningen en Rhenen in mei 1940 (Utrecht 2015). Plattel-Berben, C., Bevrijdingsbloesem: de Betuwe 1940-1946: oorlog, evacuatietijd, bevrijding en terugkeer (s.l. 1997). Roodbeen-Heenck, R., Bûmkes oan ’t spoor: sporen uit de geschiedenis van de gemeente Kesteren (Kesteren 2001). Schuurman, F., Van twee kanten belaagd: de Tweede Wereldoorlog rond de Liniedijk Ochten – De Spees (Kesteren, 2015). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln., z.p., z.j.). Gemeentelijk en provinciaal archief Ten behoeve van dit vooronderzoek zijn een aantal archiefstukken geïnventariseerd en geanalyseerd. In het Gelders Archief Arnhem en het Utrechts Archief zijn de provinciale archieven geïnventariseerd en geraadpleegd voor het projectgebied RRR. In het Regionaal Archief Rivierenland en het Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht zijn van de gemeenten Lienden en Rhenen diverse stukken met betrekking tot het projectgebied RRR geïnventariseerd en geraadpleegd.
De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht, met vermelding van toegangs- en inventarisnummers, opgenomen. Indien er staat aangegeven dat een dossier als ‘relevant’ is beoordeeld, betekent dit dat er in het betreffende dossier gegevens zijn aangetroffen die als indicaties of contra-indicaties kunnen worden beschouwd voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen- of in de omgeving van het projectgebied. Indien een dossier wordt aangemerkt als zijnde ‘niet relevant’, dan betekent dit dat er in het betreffende dossier geen indicaties of contra-indicaties zijn aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om personeelslijsten, financiële gegevens of regelgeving die geen vermeldingen bevatten met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. In dat geval staat de precieze reden vermeld. Indien relevant, is de gevonden informatie weergegeven in de tabel met oorlogshandelingen, verderop in deze rapportage. De beide projectgebieden zijn verspreid over vier verschillende gemeenten en twee provincies. Het projectgebied ORV ligt in zijn geheel binnen de gemeente Veenendaal in de provincie Utrecht. Het projectgebied RRR strekt zich uit over de gemeenten Rhenen, Buren, en Neder-Betuwe. Rhenen ligt binnen de provincie Utrecht, Buren en Neder-Betuwe liggen in de provincie Gelderland.
De delen van de gemeenten Buren en Neder-Betuwe binnen het projectgebied vormden voorheen de zelfstandige gemeenten Lienden en Kesteren. 15
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
NB: Voor de delen van de projectgebieden welke gedekt worden door de gemeentebrede vooronderzoeken van Veenendaal en Neder-Betuwe is geen aanvullend bronnenonderzoek uitgevoerd. Het geraadpleegde bronnenmateriaal heeft hoofdzakelijk betrekking op de gemeente Rhenen en de voormalige gemeente Lienden, beide gelegen binnen projectgebied RRR.
Figuur 7. De ligging van de gemeenten Veenendaal (rood), Rhenen (blauw), de voormalige gemeente Lienden, nu onder gemeente Buren (geel) en de voormalige gemeente Kesteren, nu onder gemeente Neder-Betuwe (lichtgroen) tegenover de projectgebieden (groen omlijnd), via gemeentegeschiedenis.nl. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Gelders Archief Arnhem (GAA) 1037 Militair Gezag in Gelderland Toeg.nr 1037
Inv.nr 272 273 274 276 409 433
Omschrijving Provinciale Militaire commissaris in Gelderland. Rapporten mijnenruimen 1945, district Elst Provinciale Militaire commissaris in Gelderland. Rapporten 1945 betreffende het begraven van lijken en kadavers Provinciale Militaire commissaris in Gelderland. Overige Rapporten 1945, district Elst Provinciale Militaire commissaris in Gelderland. Aangifte verblijfplaatsen mijnen e.d., district Elst Districts Militaire Commissarissen. Luchtbescherming en mijnopruiming 1944-1945, district Elst Districts Militaire Commissarissen. Oorlogsschade 1945, district Elst
Relevant Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Ja Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied.
16
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
Het Utrechts Archief (UA) 1201 Gedeputeerde Staten van Utrecht 1920-1954 Toeg.nr 1201
Inv.nr 577
Omschrijving Stukken betreffende vergoeding door het Rijk van oorlogs, defensie- en bezettingsschade aan provinciale wegen, waterwegen, bruggen en sluizen 1939-1944
558
Stukken betreffende vergoeding door het Rijk van oorlogs, defensie- en bezettingsschade aan provinciale wegen, waterwegen, bruggen en sluizen 1945-1950
559
Stukken betreffende vergoeding door het Rijk van oorlogs, defensie- en bezettingsschade aan provinciale wegen, waterwegen, bruggen en sluizen 1952-1957
5425
Stukken betreffende het herstel van door oorlogshandelingen verwoeste bruggen en bijkomende werken van de provincie 1940 Stukken betreffende het herstel van door oorlogshandelingen verwoeste bruggen en bijkomende werken van de provincie 1945-1949
5426
Relevant Nee, voornamelijk financiële afhandeling schade, raming, geen specifieke verwijzingen naar CE Nee, genoemde locaties met oorlogsschade buiten het projectgebied en daarnaast financiële afhandeling schadegevallen Nee, genoemde locaties met oorlogsschade buiten het projectgebied en daarnaast financiële afhandeling schadegevallen Nee, betreft enkel info m.b.t. opblazen bruggen buiten het projectgebied Nee, genoemde locaties met oorlogsschade buiten het projectgebied en daarnaast financiële afhandeling schadegevallen
1202 Commissaris van de Koningin van Utrecht 1920-1954 Toeg.nr 1202
Inv.nr 235
236
237
605
640
Omschrijving Meldingen van burgemeesters in de provincie van in de gemeente plaatsgevonden luchtaanvallen en andere gebeurtenissen welk direct verband houden met de oorlogshandelingen, 1940 mei-juli Meldingen van burgemeesters in de provincie van in de gemeente plaatsgevonden luchtaanvallen en andere gebeurtenissen welk direct verband houden met de oorlogshandelingen, 1940 aug-dec Meldingen van burgemeesters in de provincie van in de gemeente plaatsgevonden luchtaanvallen en andere gebeurtenissen welk direct verband houden met de oorlogshandelingen, 1941
Overzicht per gemeente van geleden oorlogsschade op 10 mei 1945 en van de stand van zaken van het herstel van deze schade per 1 november 1945 Meldingen van burgemeesters in de provincie van in de gemeente plaatsgevonden luchtaanvallen en andere gebeurtenissen welk direct verband houden met de oorlogshandelingen, 1942-1943
Relevant Ja
Ja
Nee, voornamelijk protocollen, wat te doen bij brandbommen of parachutisten en brieven met meldingen ongevallen welke niet relevant zijn als indicatie voor CE Nee, betreft enkel statistieken zonder locatievermelding en/of oorzaken schade Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied.
17
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Toeg.nr
Inv.nr 643
Omschrijving Organisatie van en functioneren van de luchtbescherming in de provincie, 1932-1946. 1940-1946
Relevant Nee, betreft enkel protocollen en dergelijke
248 Rijkswaterstaat in Utrecht 1811-1972 Toeg.nr 248
Inv.nr 326
Omschrijving Stukken betreffende het herstel van oorlogsschade aan Rijkswaterstaatwerken, 1940
Relevant Nee, betreft voornamelijk de financiële afhandeling van oorlogsschade, d.w.z., er worden geen oorzaken voor de meeste schade genoemd
Regionaal Archief Rivierenland (RAR) 0779 Gemeentebestuur Lienden, 1928-1979 Toeg.nr 0779
Inv.nr A23
A41 A45 A81 A150A155
Omschrijving Stukken betreffende herstel en wederopbouw van in de oorlog beschadigde eigendom (o.a. markt Lienden) 19451948 Brandrapporten 1933-1955 Stukken betreffende herstellen van oorlogsschade aan wegen 1945-1955 Inventarisatie van oorlogsschade 1940-1942 Justitie, onder andere processen-verbaal, politierapporten en verslagen 1939-1945
Relevant Ja
Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Ja Ja Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied.
1532 Gemeentebestuur Lienden, 1978-1998 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
1532
352
Vliegtuigwrak Tweede Wereldoorlog, 1989-1992
523
Stukken betreffende de ruiming van explosieven uit de Tweede wereldoorlog, 1986-1996. Hogeweg te Lienden, 1996
Nee, geen (directe) betrekking op het projectgebied. Ja
Regionaal Historisch Centrum Zuidoost-Utrecht (RHC ZU) 244 Archief van het gemeentebestuur Rhenen, 1926-1994 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
244
535
Stukken betreffende molestverzekering waarop aanspraak werd gemaakt na de bombardementen op Rhenen tijdens de Duitse bezetting Rapporten over oorlogsschade aan gemeente-eigendommen Maandrapporten gemeentepolitie
Ja
536 1629
Ja Ja
18
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
1883
Stukken betreffende bescherming tegen luchtaanvallen: algemeen Stukken betreffende bescherming tegen luchtaanvallen: uitvoering Kaarten met daarop de verdedigingswerken van de Grebbeberg en omgeving (mei 1940) Vorderingen gebouwen en terreinen door de Duitse Wehrmacht Vorderingen gebouwen en terreinen door de geallieerden
Ja
1884 1912 1925 1926 1927 1931 1949 2377 2387
Stukken betreffende de inkwartiering van de Duitse Wehrmacht Stukken betreffende het opruimen van aangetroffen munitie Brandrapporten van de vrijwillige brandweer (1927-1945) Plantekening voor de wederopbouw (1940) Plantekening voor de wederopbouw (1946)
Ja Ja Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied Nee, betreft voornamelijk rekeningen van inkwartiering Ja Ja Ja Ja
Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) In het NIOD is onderzoek gedaan in verschillende dossiers. In onderstaande archiefstukken is gezocht naar mogelijke indicaties en contra-indicaties met betrekking tot het projectgebied RRR. Wederom zijn archieven met betrekking op de door gemeentebrede vooronderzoeken gedekte gebieden niet geraadpleegd. De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht, met vermelding van toegangs- en inventarisnummers, opgenomen. Indien er staat aangegeven dat een dossier door BeoBOM als ‘relevant’ is beoordeeld, betekent dit dat er in het betreffende dossier gegevens zijn aangetroffen die als indicaties of contra-indicaties kunnen worden beschouwd voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen- of in de omgeving van het projectgebied. Indien een dossier door BeoBOM wordt aangemerkt als zijnde ‘niet relevant’, dan betekent dit dat er in het betreffende dossier geen indicaties of contra-indicaties zijn aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om personeelslijsten, financiële gegevens of regelgeving welke verder niets zeggen over de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied. In dat geval staat de precieze reden vermeld. Indien relevant, is de gevonden informatie weergeven in de tabel met oorlogshandelingen, verderop in deze rapportage.
077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West) Toeg.nr 077
Inv.nr 1328 1332
1715
Omschrijving Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941 Stukken betreffende vijandelijke luchtaanvallen, landingen van vijandelijke vliegeniers, het vinden van versperringsballons, het werpen van springstoffen en het gebruik van sabotagematerialen, 1940-1943 Ingekomen en minuten van uitgegane stukken, 1940-1945
Relevant Ja Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
Nee, stukken m.b.t. personeel, materieel, correspondentie over verschillende onderwerpen. Niet CE-gerelateerd
19
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
1716
Ingekomen telegrammen, 1942-1944
1735
Lagemeldungen van de diverse Verbindingsoffiziere, 1944
1759
Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943 Technische Nothilfe-instanties
1794
werkzaamheden van de verschillende Technische Nothilfegroepen, 1940-1944
1801
Register van de Technische Nothilfe Befehlsstelle met vermelding van de verrichte werkzaamheden, 1944
Nee, organisatorisch van aard, niet CE-gerelateerd Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, correspondentie over uiteenlopende onderwerpen. Niet CE-gerelateerd Nee, enkel zijdelings gerelateerd aan oorlogshandelingen, bijvoorbeeld hoeveel man werden ingezet bij gebeurtenissen. Niet relevant voor vooronderzoek CE. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
Omschrijving Map, bevattende rapporten aangaande sabotagedaden op de verschillende spoorlijnen, juni 1943 – september 1944
Relevant Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
Inv.nr 44 48
Omschrijving Betuwe Provincie Utrecht, diverse steden en dorpen
Relevant Ja Ja
49
Provincie Utrecht, diverse steden en dorpen (vervolg) Portefeuille, bevattende door de groep Albrecht verzamelde of vervaardigde schetsen, tekeningen, plattegronden e.d. van bunkers andere verdedigingswerken en diversen, z.d.
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
1766
178 Railwacht Toeg.nr 178
Inv.nr 2a
190a Groep Albrecht Toeg.nr 190a
122-124
216k Departement van Justitie Toeg.nr 216k
Inv.nr 178 180
185
Omschrijving Dagboek van de Inspectie Luchtbescherming, 10 augustus 1942 – 12 april 1945 Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen en de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 - 28 april 1944 Echt-Zwolle
Relevant Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
20
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Toeg.nr
Inv.nr 186
Omschrijving Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen
Relevant Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
637
Register van ingekomen en uitgaande telefonische berichten, 28 oktober - 8 december 1944.
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
226b Bureau Inlichtingen - Hoofdbureau Londen Toeg.nr 226b
Inv.nr 119
123
124
Omschrijving Rapporten en brieven over geallieerde bombardementen, neergestorte vliegtuigen en treinbeschietingen, 27 april 1943 - augustus 1944 Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, april 1943 – augustus 1944 27 oktober 1944-14 februari 1945
Relevant Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
249-0116A Dossier – Bombardementen, geallieerde Toeg.nr 249-0116A
Inv.nr 1 t/m 34
Omschrijving Diverse stukken betreffende bombardementen op Nederlands grondgebied
Relevant Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
249-0592B Dossier – Oorlogsschade Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
249-0592B
28
Lijsten met vernielde panden, doden en gewonden, maart 1943 - 5 september 1944
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied
615 Collectie kaarten en plattegronden Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
615
268
Gemeentekaart van Nederland, met daarop aangegeven de gebieden waar zich nog landmijnen bevinden en de 'cleared areas', z.d.
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied
Archief Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) 1945-1970 In het Semi-Statisch archief van Defensie te Rijswijk is nagegaan of binnen, of in de directe nabijheid van, het projectgebied RRR door de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (MMOD) in de periode 19451970 ruimingen van CE zijn uitgevoerd.
21
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden Sinds 1971 worden meldingen en ruimingen (MORA’s) van CE centraal geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst (EODD). In het archief, eveneens ondergebracht in het Semi-Statisch Archief te Rijswijk is nagegaan of hierin meldingen en/of ruimingen zijn opgenomen die plaats hebben gehad in de directe nabijheid van projectgebied RRR (Rhenen en Lienden) sinds 2010. De ruimingen die plaatsvonden vóór 2010, zijn tevens opgevraagd. Collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD De collectie mijnenveldgegevens, leg- en ruimrapporten EODD is geraadpleegd om na te gaan of er ten tijde van de oorlog binnen het projectgebied RRR (Rhenen en Lienden) mogelijk mijnenvelden zijn aangelegd.
Nationaal Archief Den Haag (NA) Ten behoeve van dit vooronderzoek zijn voor projectgebied RRR (Rhenen en Lienden) enige aanvullende stukken in het Nationaal Archief Den Haag geraadpleegd. Het gaat hierbij om onderstaande stukken. Indien relevant, zijn deze verwerkt in het overzicht met oorlogshandelingen in deze rapportage.
2.04.53.15 Inspectie bescherming bevolking tegen luchtaanvallen Toeg.nr 2.04.53.15
Inv.nr 38
Omschrijving Gelderland
42
Utrecht
73
Gelderland
75
Utrecht
Relevant Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
2.04.110 Korps Hulpverleningsdienst 1945-1974 Toeg.nr 2.04.110
Inv.nr 20 21 22 27
Omschrijving Registers met krantenknipsels inzake explosieven (z.d.) Registers met krantenknipsels inzake explosieven (1945-1947) Registers met krantenknipsels inzake explosieven (1957-1959) Registers met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig
Relevant Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
22
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
2.13.71 Ministerie van Defensie te Londen Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
2.13.71
1895
Provincie Utrecht
1881
Rhenen
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied Ja
2.13.16 Hoofdkwartier Veldleger Toeg.nr 2.13.16
Inv.nr 883 966
Omschrijving Luchtfoto's waarop de Stellingen in Nederland voorkomen. Dagboek van de Staf 2e Luchtvaartregiment van 10 t/m 14 mei 1940 en verslagen van C-I t/m C-IV Verkenningsgroep met lijsten van gesneuvelden.
Relevant Ja Ja
2.05.44 Gezantschap Groot-Brittannië Toeg.nr 2.05.44
Inv.nr 1414
Omschrijving Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland (1944-1945).
Relevant Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
2.13.25 Militair Gezag Toeg.nr 2.13.25
Inv.nr 1567
Omschrijving Stukken betreffende de ruiming van mijnen en andere explosieven
Relevant Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
2.13.71 Ministerie van Defensie te Londen Toeg.nr 2.13.71
Inv.nr 386 1852 2280
Omschrijving Stukken over luchtbombardementen in Nederland (1944-1945) Betuwe Stukken betreffende de voorbereiding van de vernieling van bruggen en viaducten
Relevant Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Ja Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
2.13.210 Commissie van Proefneming Toeg.nr 2.13.210
Inv.nr 23 24
Omschrijving Staten onontplofte projectielen (1940) Stukken ruimen landmijnen
25
Ingekomen stukken ruimen mijnen (1940)
26
Ingekomen stukken ruimen mijnen (1941)
Relevant Ja Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied. Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
23
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
2.13.151 Verbaalarchief Ministerie van Defensie Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
2.13.151
5914
Overzicht bombardementen
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied.
Luchtfotocollecties Bibliotheek Universiteit Wageningen, Topografische Dienst/Kadaster Zwolle en Aerial Reconnaissance Archives Op basis van luchtfotoanalyse kan in veel gevallen een nauwkeuriger beeld ontstaan van de oorlogshandelingen die op een bepaalde locatie hebben plaatsgevonden en de sporen die deze mogelijk hebben achtergelaten. Sporen die zichtbaar kunnen zijn op luchtfoto’s van goede kwaliteit zijn bijvoorbeeld kraters door artillerie- of bominslagen, aangelegde stellingen, versperringen of beschadigde of vernielde bebouwing. Als deze sporen (correct) worden geïnterpreteerd kunnen bijvoorbeeld inslaglocaties nauwkeuriger worden vastgesteld dan op basis van literatuur- of archiefonderzoek mogelijk zou zijn. Interpretatie van luchtfotomateriaal is niet altijd eenvoudig: door weersomstandigheden, (te) grote hoogte en andere factoren kan de beeldkwaliteit onvoldoende zijn. Het blijven bovendien momentopnamen. Een bominslag kan bijvoorbeeld na enkele dagen door herstelwerkzaamheden al niet meer zichtbaar zijn. Om deze reden wordt te allen tijde getracht diverse luchtfoto’s van variërende data en van goede kwaliteit aan te schaffen. Hoeveel luchtfoto’s beschikbaar zijn, verschilt per locatie.
Uit de collecties van de bibliotheek Universiteit Wageningen (DOTKAdata), de Topografische Dienst Zwolle (TOPOD), de Luftbilddatenbank (LUFT) en BeoBOM is het beschikbare luchtfotomateriaal geïnventariseerd en beoordeeld op kwaliteit. In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde luchtfoto’s weergegeven. Deze luchtfoto’s hebben alleen betrekking op projectgebied RRR (Rhenen en Lienden). Luchtfotonummer(s) Sortie
Datum
Schaal
Kwaliteit
Dekking
Bron
1583
Onbekend
1939
Onbekend
Goed
75%
DOTKA
Onbekend
Onbekend
1940
Onbekend
Uitstekend
20%
NIMH
4054
D/999
16 augustus 1943
Onbekend
Matig
100%
TOPOD
4014
140/1041
19 september 1944
Onbekend
Matig
60%
DOTKA
0026
414/815
29 oktober 1944
1:3.800
Goed
20%
DOTKA
4059
Onbekend
26 november 1944
Onbekend
Goed
40%
LUFT
3082
4/1449
23 december 1944
Onbekend
Matig
90%
DOTKA
3050
4/1605
5 januari 1945
1:8.000
Goed
20%
TOPOD
4042
4/2390
19 april 1945
1:7.600
Goed
20%
DOTKA
3006, 3007
4/2457
25 april 1945
1:8.000
Matig
80%
DOTKA
159
Onbekend
1950
Onbekend
Goed
70%
DOTKA
24
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Dekking luchtfotomateriaal
Figuur 8. De dekking van het projectgebied RRR in 1939. Luchtfotonummer 1583. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 9. De dekking van het projectgebied RRR in 1940. Luchtfotonummer onbekend. Bron satellietbeeld: World Imagery.
25
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Figuur 10. De dekking van het projectgebied RRR op 16 augustus 1943. Luchtfotonummer 4054. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 11. De dekking van het projectgebied RRR op 19 september 1944. Luchtfotonummer 4014. Bron satellietbeeld: World Imagery.
26
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Figuur 12. De dekking van het projectgebied RRR op 26 november 1944. Luchtfotonummer 4059. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 13. De dekking van het projectgebied RRR op 23 december 1944. Luchtfotonummer 3082. Bron satellietbeeld: World Imagery.
27
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Figuur 14. De dekking van het projectgebied RRR op 5 januari 1945. Luchtfotonummer 3050. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 15. De dekking van het projectgebied RRR op 19 april 1945. Luchtfotonummer 4042. Bron satellietbeeld: World Imagery.
28
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Figuur 16. De dekking van het projectgebied RRR 25 april 1945. Luchtfotonummers 3006 en 3007. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 17. De dekking van het projectgebied RRR in 1950. Luchtfotonummer 159. Bron satellietbeeld: World Imagery.
29
Vooronderzoek CE
BB19-211-02
Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) Indien uit de raadpleging van de (verplichte) bronnen blijkt dat er sprake is van indicaties voor de aanwezigheid van Duitse militaire werken in het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, dan wordt de collectie Duitse verdedigingswerken in Nederland en rapporten van het Bureau Inlichtingen te Londen (1940-1945) met collectienummer 575 van het NIMH geraadpleegd. Indien uit de raadpleging van de (verplichte) bronnen blijkt dat er sprake is van indicaties voor het plaatshebben van grondgevechten in de periode mei 1940, dan wordt de collectie Gevechtsverslagen en rapporten mei 1940 met collectienummer 409 geraadpleegd. Voor dit onderzoek zijn aanwijzingen aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van stellingen en verdedigingswerken in het projectgebied RRR (Rhenen en Lienden). Om deze reden is het noodzakelijk bevonden de collectie 575 te raadplegen. Verder werden er aanwijzingen gevonden dat er binnen het projectgebied gevechtshandelingen plaatsvonden tijdens de meidagen van 1940. Het was daarom noodzakelijk collectie 409 ook te raadplegen. 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
409
512035 - 512054 513027 - 513028 538009
46e Regiment Infanterie 22e Regiment Artillerie Kaarten van de Brigade A, Groep Betuwe
Ja Ja Ja
575 Duitse verdedigingswerken en inundaties van Nederlands grondgebied in de oorlog/rapporten van militaire aard vanuit bezet Nederland aan bureau inlichtingen Londen. Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
575
49
Kaarten van Rhenen Grebbe stellingen
67
West- en Oost Rhenen
139
Diverse stukken met betrekking tot de inundaties in het Grebbegebied, Grebbelinie, de Hollandse Waterlinie en de Geldersche Vallei. Bevat ook militaire berichten uit de Grebbe, onder andere troepenverplaatsingen Rapport betreffende getiteld Inundatien en overstromingen.Betreft geheel Nederland, onder andere de Lekdijk, sluizen te Vreeswijk, Wijk bij Duurstede, Schieland, Gouda, IJmuiden, Katwijk, Waterland, Den Helder, Rhenen, Oranjesluizen, Spaarndam, Afsluitdijk en Noord-Hollands kanaal Plattegrond waarop zichtbaar een pontveer bij Remmerden (nabij Rhenen)
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied
163
224
244
381
Locatie van verdedigingswerken in de Grebbelinie (tussen Grebbe en Amersfoort), waaronder bunkers, wegversperringen, tankgrachten, inundatievelden en het nieuwe Amsterdam-Bovenrijn kanaal Berichten betreffende de onbeschermde spoorbrug bij Rhenen en de waterstaatwerken van desbetreffende brug
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied
30
Vooronderzoek CE
BB19-211-02 Toeg.nr
Inv.nr
Omschrijving
Relevant
463
Berichten, plattegronden en schetsen betreffende verdedigingswerken rond Veenendaal en de Grebbeberg, tevens Sperrgebiet Arnhem en Rhenen
464
Berichten betreffende verdedigingswerken bij de Grebbelinie
519
Politieke toestand in Rhenen
Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied Nee, geen relevante stukken m.b.t. het projectgebied
Eerder uitgevoerde vooronderzoeken Bij BeoBOM zijn verschillende eerder uitgevoerde onderzoeken bekend. Het projectgebied ORV valt geheel binnen het reeds in 2015 uitgevoerde gemeentebrede vooronderzoek Veenendaal. Daarnaast wordt een gedeelte van het projectgebied RRR gedekt door het gemeentebrede vooronderzoek voor de gemeente Neder-Betuwe. Beide onderzoeken zijn opgesteld door de firma AVG. Daar deze onderzoeken zijn opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag (de gemeenten Veenendaal en Neder-Betuwe) zijn de relevante indicaties, verdachte gebieden en conclusies van AVG hoofdzakelijk integraal overgenomen, doch waar nodig aangevuld of bijgesteld. Voorliggende rapportage heeft voornamelijk betrekking op Rhenen en de voormalige gemeente Lienden (thans Buren) binnen projectgebied RRR, daar voor dit gedeelte van het projectgebied nog geen volledig vooronderzoek conform WSCS-OCE is uitgevoerd. In onderstaande figuren wordt de samenhang van projectgebieden ORV (Veenendaal) en RRR (Rhenen) met de gemeentebrede vooronderzoeken voor Veenendaal en Neder-Betuwe inzichtelijk gemaakt.
31
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Figuur 4. Dekking van het projectgebied ORV (groen omlijnd) door het gemeentebreed vooronderzoek van de gemeente Veenendaal (paars omlijnd en gearceerd). Bron satellietbeeld: World Imagery.
Figuur 5. Dekking van het projectgebied RRR (groen omlijnd) door het gemeentebreed vooronderzoek van de gemeente Neder-Betuwe (oranje gearceerd). Het zuidelijke deel van het projectgebied wordt gedekt. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Naast bovengenoemde gemeentebrede onderzoeken voor Veenendaal en Neder-Betuwe, zijn nog verschillende andere eerder uitgevoerde onderzoeken voor de omgeving van beide projectgebieden bekend. Enkele van de meest relevante van deze onderzoeken worden hier, per projectgebied, besproken. Onderstaand overzicht is niet limitatief, daar niet van elk onderzoek inzage kon worden verkregen, omdat het betreffende projectgebied was gelegen op te grote afstand van het huidige, of omdat betreffende onderzoeken zijn opgesteld onder de verouderde richtlijn, de BRL-OCE. 32
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Projectgebied ORV (Veenendaal) Rood: BeoBOM, Aanvullend vooronderzoek CE PGO Eemland - De Haar – Rhenen (km. 37.443 – 23.700)/(109) (kenmerk: BB17-174-03, d.d. 12 maart 2018) In 2018 heeft BeoBOM een aanvullend vooronderzoek gedaan op een vooronderzoek van T&A Surveys in opdracht van ProRail, op het spoortraject De Haar – Rhenen. Het zuidelijke uiteinde van het huidige projectgebied ORV is gelegen op slechts enkele tientallen meters het projectgebied van dat onderzoek. De conclusie uit dit vooronderzoek luidt als volgt: ‘In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Op basis van deze feitelijke aanwijzingen is binnen het projectgebied verdacht gebied afgebakend op de aanwezigheid van: Afwerpmunitie van 250, 500 en 1.000 lb vliegtuigbommen (Brits); Afwerpmunitie, minimaal 50 kg, maximaal 250 kg vliegtuigbommen (Duits); Staafbrandbommen, 4 lb, (Brits); Raketten, 60 lb, (Brits); Verschoten geschutmunitie, minimaal 3,7 cm, maximaal 15 cm (Duits, Nederlands, Geallieerd); Verschoten/geworpen KKM, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (Duits, Nederlands); Achtergelaten KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie, minimaal 2cm, maximaal 15 cm (Duits, Nederlands).
Waar relevant zijn de gegevens uit dit vooronderzoek meegenomen in het huidige. Zo nodig zijn deze gegevens aangepast of aangevuld. Geel: BeoBOM, Aanvullend vooronderzoek CE Spoortracé Veenendaal-Arnhem (kenmerk: 2015-65-VO03, d.d. 20 oktober 2015) In 2015 heeft BeoBOM een aanvullend vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het spoortraject Veenendaal – Arnhem. Het noordelijke uiteinde van het huidige projectgebied ORV is gelegen op ongeveer 800 meter van dit projectgebied. De conclusie uit dit vooronderzoek luidt als volgt: ‘In de geraadpleegde bronnen zijn enkele feitelijke aanwijzingen aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van CE binnen het werkgebied. Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal is gebleken dat binnen de contouren van het werkgebied (mogelijk) de volgende typen CE kunnen worden aangetroffen: Afwerpmunitie, 1.000 lb; Verschoten geschutmunitie, tot het maximale kaliber van 4.5 inch; 33
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
Achtergelaten geschutmunitie, onbekend kaliber. Achtergelaten klein-kalibermunitie Achtergelaten hand- en geweergranaten Achtergelaten munitie voor granaatwerpers Waar relevant zijn de gegevens uit dit vooronderzoek meegenomen in het huidige. Zo nodig zijn deze gegevens aangepast of aangevuld. Paars: AVG Explosieven Opsporing Nederland, Vooronderzoek Gemeente Veenendaal (kenmerk: 1662005VO-01, d.d. 1 jul 2016). In 2016 heeft AVG Explosieven Opsporing Nederland (hierna: AVG) een gemeentebreed vooronderzoek uitgevoerd voor de gemeente Veenendaal. Op basis van het archief-en literatuuronderzoek luidt de conclusie als volgt: ‘Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE. […] De volgende CE kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: Afwerpmunitie 3 inch raketten CE als onderdeel van vliegtuigcrashes Geschutmunitie en CE gebruikt tijdens grondgevechten (Geïmproviseerde) vernielingsladingen Gedumpte munitie Landmijnen Het projectgebied ORV ligt in zijn geheel binnen het onderzoeksgebied van dit vooronderzoek. Enkele van de door AVG vastgestelde verdachte gebieden, genummerd B22 (afwerpmunitie) en B13 (geschutmunitie) zijn gedeeltelijk gelegen binnen het projectgebied ORV. Waar relevant zijn de gegevens uit dit vooronderzoek meegenomen in het huidige.
Zo nodig zijn deze gegevens aangepast of aangevuld. De door AVG gevonden verdachte gebieden zullen hieronder nader worden toegelicht. Projectgebied RRR (Rhenen – Kesteren) Rood: BeoBOM, Aanvullend vooronderzoek CE PGO Eemland - De Haar – Rhenen (km. 37.443 – 23.700)/(109) (kenmerk: BB17-174-03, d.d. 12 maart 2018). In 2018 heeft BeoBOM een aanvullend vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van het spoortraject De Haar – Rhenen. Het noordelijke uiteinde van het huidige projectgebied RRR is gelegen binnen het projectgebied van dat onderzoek.
34
BB19-211-02
Vooronderzoek CE
‘In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Op basis van deze feitelijke aanwijzingen is binnen het projectgebied verdacht gebied afgebakend op de aanwezigheid van: Afwerpmunitie van 250, 500 en 1.000 lb vliegtuigbommen (Brits); Afwerpmunitie, minimaal 50 kg, maximaal 250 kg vliegtuigbommen (Duits); Staafbrandbommen, 4 lb, (Brits); Raketten, 60 lb, (Brits); Verschoten geschutmunitie, minimaal 3,7 cm, maximaal 15 cm (Duits, Nederlands, geallieerd); Verschoten/geworpen KKM, hand- en geweergranaten en munitie voor granaatwerpers (Duits, Nederlands); Achtergelaten KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie, minimaal 2cm, maximaal 15 cm (Duits, Nederlands). Het zuidelijke uiteinde van dit projectgebied overlapt met het noordelijke uiteinde van het projectgebied RRR. Op deze locatie is sprake van de volgende verdachte gebieden: Verschoten geschutmunitie, KKM en hand- en geweergranaten; Staafbrandbommen van 4 lb; Achtergelaten KKM en hand- en geweergranaten; Afwerpmunitie van minimaal 50kg, maximaal 250kg vliegtuigbommen (Duits); Afwerpmunitie van 1.000 lb. De gegevens van het verdachte gebied van dit vooronderzoek dat binnen het projectgebied RRR valt zijn meegenomen in het huidige. Zo nodig zijn deze gegevens aangepast of aangevuld.