1. Hervormingsagenda Grenzen aan onze Jeugdzorg - raadsvoorstel + bijlagen
Tekst van het document
De aanvullende maatregelen in kwadrant I richten zich op preventie en daarmee ligt de uitvoering van maatregelen initieel bij het welzijnsdomein en voorliggend veld en vallen daarmee buiten de scope van dit project. Verschillende maatregelen uit de kwadranten II, III en IV richten zich op het verbeteren van de samenwerking tussen verwijzers, jeugdzorgaanbieders, onderwijs en andere aanpalende domeinen. Implementatie van dergelijke maatregelen liggen bij deze partijen zelf. De gemeente kan hier wel een faciliterende dan wel stimulerende rol in spelen. 5.1. Niet alle resultaten zijn in meetbare KPI’s inzichtelijk te maken. Desondanks acht het college het wenselijk dat de raad, ambtelijke organisatie en betrokken partijen op de hoogte zijn van de doelen waarop gestuurd wordt, zodat de kans van slagen zo groot mogelijk is. Eveneens blijft het altijd een kwestie van “tellen en vertellen”, zoals ook in het IBK vastgelegd. Participatie Op dit raadsvoorstel is trede 2, inventariseren-meedenken, van de participatietrap19 van toepassing. Stakeholders uit het sociaal domein20 hebben middels vier dialoogsessies de gelegenheid input te leveren, mee te denken en hun wensen of belangen te uiten omtrent dit raadsvoorstel.
Verder zijn de adviesraden Jeugdbelang en Jongerenraad geconsulteerd middels aparte dialoogsessies en heeft Jeugdbelang op eigen initiatief een schriftelijk advies ingediend. De uitkomsten uit deze consultatiesessies en adviezen hebben wij verwerkt in dit raadsvoorstel. Zie ook bijlage e met een uitwerking van de gegeven input en adviezen van de deelnemers aan de dialoogsessies en vanuit de adviesraden. 19 Visie op participatie Veenendaal 20 De volgende partijen zijn uitgenodigd, jeugdzorgaanbieders met het grootste marktaandeel in aantal
cliënten, onderwijs (PO en VO), Jeugdgezondheidszorg / GGD, huisartsen, vrijwilligersorganisaties.
Pagina 19 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
Verscheidene stakeholders worden, naar aanleiding van het raadsbesluit, op verschillende manieren betrokken in het vervolg. Zo ontvangen de adviesraden Jeugdbelang en de Jongerenraad een officiële adviesvraag ten behoeve van de wijzigingen aan de integrale verordening jeugd. Ook worden verscheidene professionals uit de jeugdhulp en aanpalende domeinen verzocht om mee te schrijven aan vervolgproject plannen. Wat betekent dit besluit voor inwoners? Het maken van scherpe keuzes over de inzet van jeugdhulp betekent een andere mindset en een groter beroep op de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van inwoners. Er wordt vaker van hen gevraagd hulpvragen in het eigen netwerk, de sociale basis of middels hulp uit andere domeinen aan te pakken. Dit bevordert autonomie en veerkracht. Aanpak/ uitvoering Op basis van het raadsbesluit op dit raadsvoorstel wordt de integrale verordening – jeugd op onderdelen gewijzigd (zie bijlage b). Besluitvorming hierover vindt plaats in of uiterlijk voor februari 2026. Naast deze wijzigingen in de verordening wordt uitvoering gegeven aan de concrete maatregelen zoals benoemd onder beslispunt 2, in de vorm van diverse projecten. Projectplannen hiervoor worden in Q1 2026 opgesteld, inclusief een nadere uitwerking van de planning en benodigde capaciteit en middelen. Deze projectplannen zullen elk hun eigen besluitvormingsproces doorlopen.
Doormiddel van de doelenboom met bijbehorende KPI’s en de cyclus van bestuursrapportages, wordt gemonitord of de projectplannen bijdragen aan de gewenste resultaten. Zie voor een nadere uitwerking van deze planning bijlage d. Communicatie over dit besluit Met dit raadsvoorstel wil het college de raad besluiten laten nemen over o.a. de vier vragen uit het projectplan Hervormingsagenda: Grenzen aan onze jeugdzorg en het vervolgproces daarop. In dit raadsvoorstel staan diverse paradigmaverschuivingen en een gedifferentieerde aanpak centraal. Hiermee werken wij toe naar het versterken van kwalitatief goede relaties, positieve gezondheid, veerkracht en mentaal welzijn. Door middel van de gedifferentieerde aanpak in vier kwadranten wordt verder uitwerking gegeven aan het goed verdelen van de schaars middelen. Daarbij hanteert Veenendaal de 80/20-regel, conform de raadsconsultatie, op de kwadranten met een structurele hulpvraag (II en IV) ten opzichte van de kwadranten met een incidentele hulpvraag (I en III). Hiermee wordt de verbetering van het zorgaanbod voor de jeugdigen en hun gezinnen met structurele zorgvragen beoogd en mogelijk het grootste besparingspotentieel gerealiseerd. Daarnaast geeft het college aan dat de uitvoering van de maatregelen onder kwadranten I en III desalniettemin kunnen bijdragen aan een cultuuromslag binnen de jeugdzorg en binnen de samenleving.
Het beoogde resultaat is het verminderen van het aantal kinderen in de jeugdhulp, en/of een lagere intensiteit van de hulpverlening per kind of gezin, en/of lagere kosten van de jeugdhulp in zijn geheel. Teneinde het beschikbaar houden en goed organiseren van jeugdhulp, zodat de meest kwetsbare kinderen en gezinnen snel, goed en dichtbij worden voorzien van praktische, integrale en domein overstijgende hulp.
Pagina 20 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
Als de raad instemt met de voorgestelde beslispunten, vervolgplanning en randvoorwaarden, leidt dit tot een verdere uitwerking en uitvoering van de diverse vervolgprojecten. Alsook een doelenboom met bijbehorende KPI’s ten behoeve van cyclische monitoring en evaluatie Evaluatie De evaluatie bestaat uit de volgende twee onderdelen: a) Als de raad instemt met de genoemde beslispunten komt er een jaarlijkse cyclus waarin geëvalueerd wordt ten aanzien van het zorgaanbod en de samenwerking daar om heen: wat gaat goed Wat gaan we anders of niet meer doen? Wat missen we nog? b) Als de raad instemt met de genoemde beslispunten werkt het college een doelenboom met bijbehorende KPI’s uit, zodat de raad over deze KPI’s bij de bestuursrapportages wordt geïnformeerd.
Kosten, baten, dekking De projectkosten worden gedekt door de reeds beschikbare projectmiddelen. Wanneer er meer kosten gemaakt moeten worden om de diverse projecten verder uit te werken, zal het college dit bespreken met de raad. Vervolgprojecten worden hiertoe voorzien van een businesscase waarin de bandbreedte van mogelijke financiële opbrengsten wordt aangegeven.
College van burgemeester en wethouders, verzonden namens
Sjoukje Deelstra secretaris
Gert-Jan Kats burgemeester
Bijlagen a. Paradigmaverschuivingen en gedifferentieerde aanpak b. Kwadranten en overzicht wijzigingen verordening c. Randvoorwaarden d. Globale planning 2026 e. Participatie stakeholders en adviesraden
Pagina 21 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
Bijlage a. Paradigmaverschuivingen en gedifferentieerde aanpak Deze bijlage vormt een nadere toelichting op hetgeen onder beslispunt 1 is beschreven. Beslispunt 1 behelst: In te stemmen dat Gemeente Veenendaal actief stuurt op de paradigmaverschuivingen en gedifferentieerde aanpak door middel van de vier kwadranten zoals uiteengezet in deze bijlage. Daarmee geven wij antwoord op de vraag: 1. Wat voor gemeente willen wij zijn? Wat vinden wij belangrijk bij het verdelen van het zorgaanbod? Antwoord: Welk mensbeeld zit achter de paradigmaverschuivingen? Opvoeden en opgroeien en het verlenen van hulp aan ouders en kinderen is een sociaal, relationeel en normatief gebeuren. Daarom is het goed om eerst stil te staan bij het mensbeeld dat wij hanteren in het raadsakkoord: ‘samenwerken in vertrouwen’21 en het recentere vastgestelde integraal beleidskader (IBK). Dit mensbeeld is namelijk bepalend voor de paradigmaverschuivingen. Mensbeeld: In het IBK wordt dit beschreven vanuit de terminologieën: "iedereen doet mee naar vermogen", "zelfredzaamheid" en 'samenredzaamheid". Dat gaat uit van het mensbeeld waarin menselijke waardigheid centraal staat; specifiek de vrijheid en verantwoordelijkheid voor onszelf en anderen. We beschouwen de mens daarmee als een relationeel wezen dat voortdurend in ontwikkeling is.
In het Raadsakkoord en het IKB wordt ook gesproken over (positieve) gezondheid en dat dit bijdraagt aan het vermogen van mensen om te kunnen omgaan met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen. Daarmee stellen wij dat deze vermogens met elkaar verbonden zijn en elkaar wederzijds beïnvloeden. Met behulp van een paar filosofische denkers maken wij een aantal begrippen nog explicieter en daarna praktisch naar de dagelijkse praktijk. Dr. Frankl, schrijft dat het nemen van verantwoordelijkheid een primaire drijfveer in het leven van alle mensen is. Echte vrijheid houdt in dat wij ons bewust zijn van de gevolgen van onze keuzes en verantwoordelijkheid nemen voor onze daden. De hoogste vorm van menselijke vrijheid is om onder alle omstandigheden een eigen keuze te maken 22. Frankl stelt dat vrijheid zonder verantwoordelijkheid niet leidt tot persoonlijke groei of maatschappelijke verbetering maar tot egoïsme en nalatigheid. Dit sluit aan bij wat Dr. Sacks zegt: wij mensen hebben de vrijheid om op een waardige en verantwoordelijke manier invulling te geven aan onze vrijheid; in persoonlijke relaties, familieverbanden en andere gemeenschappen. Als burgers zijn wij dus verantwoordelijk voor het welzijn en de welvaart voor ons individueel maar ook voor ons als gehele gemeenschap, zowel lokaal als (inter)nationaal23.
Levinas 24schrijft dat andere mensen geen obstakel zijn voor de eigen vrijheid. Zij zijn noodzakelijk voor het eigen bestaan. De ander geeft jou een plaats én een positie. Wij geven onszelf niet een plaats maar dat doet de ander. Vader of moeder word je door de geboorte van een kind. Onderwijzer ben je op het moment dat je lesgeeft aan een klas met leerlingen. Daarom zijn ‘ik en jij’ relationele begrippen die naar elkaar verwijzen. Tussen de ik en de ander ontstaat het. De ouder leert opvoeden door het kind, het kind leert van de ouder hoe het zich hoort te gedragen.
21 Raadsakkoord 2022-2026 Gemeente Veenendaal 22 De zin van het bestaan, V.E. Frankl 23 Morality, J. Sacks
Pagina 22 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
Sartre ziet ook schaduwkanten in de relaties met anderen. Hij noemt dat anderen een hel zijn, als die anderen ons met harde blik, neerbuigende woorden en wegwerpgebaren tegemoet treden. Andere mensen objectiveren ons vaak en zien ons als afgeronde persoonlijkheden. Dat zet ons vast en laat ons inkrimpen. Concreet kunnen wij dit herkennen als mensen een diagnose hebben. Zij en/of hun omgeving identificeren zich veelal met die diagnose, in plaats als een persoon met gedrag dat (moeilijk) te veranderen is. Als mensen leggen wij dan makkelijk de verantwoordelijkheid buiten onszelf of buiten de ander en verklaren wij onszelf onmachtig. Als voorbeeld: iemand vertelt: ‘ik ben suïcidaal’ dan is de reactie al snel: jij bent suïcidaal? Dan moet jij professionele hulp, daar kan ik niets mee… Wij verklaren onszelf machteloos, niet verantwoordelijk meer en gaan daarmee uit de verbinding met de ander. We bieden geen luisterend oor meer en stellen geen vragen meer zoals: wat maakt dat je niet verder wilt leven? Wat zou er moeten veranderen om weer hoop te hebben? Psychiater en hoogleraar Jim van Os, verwoordt dit kernachtig:’ We zijn verleerd om werkelijk naar de ervaring toe te gaan.25’
Wat betekenen deze filosofische gedachten voor de hulpverlening? Hoogleraar Levi van Dam, maakt het in zijn oratie concreet. Hij pleit voor een bredere kijk op de ondersteuning van jongeren met psychische klachten. Volgens hem moeten we de nadruk leggen op de volgende drie aspecten: 1. Goed contact met jezelf: jongeren moeten leren hun eigen gevoelens en emoties te herkennen en te begrijpen; 2. Goed contact met de mensen om je heen: relaties met vrienden, familie en leeftijdsgenoten zijn cruciaal voor het ontwikkelen van weerbaarheid; 3. Wat ons verbindt: het belang van gemeenschapsgevoel. Bijvoorbeeld een moment op de dansvloer van een groot festival, waarbij het gevoel ontstaat dat je er niet alleen voor staat. Van Dam roept in zijn oratie ouders/ opvoeders en de samenleving als geheel op om hun benadering van mentale gezondheid te overwegen. ‘Er wordt veel verwacht van therapie en aandacht op scholen, maar er moeten ook oplossingen zijn voor in de vrije tijd,’ aldus Van Dam.26 Op de vraag of we psychische problemen ook aan de keukentafel kunnen oplossen, reageert Jim van Os, Hoogleraar Psychiatrie: ‘We hebben het allemaal in onze aard om de ander te helpen. Het enige wat je hoeft te doen is beseffen dat je kundig bent in mens-zijn. Dus stel die vragen over angst, uitzichtloosheid en verslaving. Dat kan en mag allemaal.
En daar ben je heel kundig in, want het zijn menselijke dingen. Het enige wat je hoeft te doen is te vragen en echt betrokken te luisteren 27.’
Lichamelijk en geestelijk welbevinden hangen met elkaar samen Tot slot gaan we in op de relatie tussen lichamelijk en geestelijk welbevinden. Professor Dr. Erik Scherder pleit voortdurend voor meer lichaamsbeweging en culturele ontplooiing. Een stimulerende omgeving met veel verschillende activiteiten is daarom van belang om het brein goed te ontwikkelen, legt Scherder uit: ‘Dus niet alleen rekenen en taal, ook muziek, kunst en cultuur, en sport en bewegen. Samen zingen is namelijk nooit hetzelfde, die hersencellen worden steeds op
25 Waarom doen we eigenlijk nog zoveel diagnostiek in de GGZ? * PsychoseNet 26 Mentale gezondheid van jongeren gaat niet achteruit - Universiteit van Amsterdam 27 Psychische problemen weer 'aan de keukentafel' opgelost? - DIT
Pagina 23 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
een andere manier aangesproken.’ 28 Volgens Scherderleidt meer lichaamsbeweging en culturele ontplooiing samen met anderen tot het verbeteren van de ‘executieve functies’ van onze hersenen. Het vermogen om initiatief te nemen, te plannen, impulsen te beheersen en zelfregulatie. Dreams-onderzoeker Mailindi van der Mheen29 signaleert dat de mentale problemen bij kinderen helaas vaak hand in hand gaan met ongezonde leefstijlpatronen. Veel kinderen die zorg nodig hebben in de kinder- en jeugdpsychiatrie hebben naast hun mentale klachten ook last van andere problemen. Zo slapen ze slecht, draaien hun dag-nacht ritme om, eten ongezond, brengen te veel tijd door op social media en hun smartphones en/ of bewegen te weinig. Soms hadden ze deze problemen al voordat de mentale klachten begonnen, maar bij de meeste kinderen gaan ze juist hand-in-hand: hoe meer een kind last heeft van mentale klachten, hoe moeilijker het wordt om een gezonde leefstijl aan te houden. Recent heeft Dreams wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd over de relatie tussen lifestyle interventies bij verstandelijk gehandicapten. Uit het onderzoek signaleren zij een veelvoud van significante verbeteringen op zowel lichamelijk als geestelijk welbevinden.
Concreet betekent dat het volgens hen cruciaal is om naast behandeling voor de mentale problemen ook oog te hebben voor de verandering van leefstijl en daar gerichte interventies op te doen, zodat kinderen voldoende slaap, gezond eten en voldoende beweging krijgen.
Paradigmaverschuivingen
Definitie positieve gezondheid Onder positieve gezondheid verstaan wij een brede blik op gezondheid. Daarbij gaat het om veerkracht en betekenisgeving. Positieve gezondheid bevat zes dimensies: - Lichaamsfuncties; - Mentaal welbevinden; - Zingeving; - Kwaliteit van leven; - Meedoen; - Dagelijks functioneren.
De paradigmaverschuivingen die hier worden beschreven gaat weg van het medische model waarbij diagnosticeren en individuele jeugdhulptrajecten inzetten centraal staat. We werken toe naar het versterken van kwalitatief goede relaties, positieve gezondheid30, veerkracht en mentaal welzijn. Daarmee zijn deze paradigmaverschuivingen een verdere concretisering van het integraal beleidskader sociaal domein (IBK). Bij de onderstaande opsomming kan het beeld ontstaan dat dit vooral past bij kwadrant I en het gewone leven (sociale basis) maar wij stellen voor om deze paradigmaverschuivingen over alle kwadranten toe te passen. Uiteraard gaan bepaalde zaken hieronder meer in op een bepaalde groep, zoals kinderen in verblijf en andere zaken meer op bijvoorbeeld wijkniveau. Concreet gaat de gemeente Veenendaal met de volgende zaken aan de slag. Deze zaken worden nader geconcretiseerd in vervolgprojecten, onder andere gericht op de verordening en inkoop: a. Het doel van hulpverlening is dat gezinnen/huishoudens en hun kinderen weer zelfstandig verder kunnen. Op het moment dat een gezin/huishouden weer zelfstandig verder kan, is het tijd om te stoppen met de hulpverlening en in een beperkt aantal gevallen op de achtergrond beschikbaar te zijn indien dat op verzoek en kortdurend nodig is, zodat het gezin/huishouden zo zelfstandig mogelijk verder kan.
28 Erik Scherder legt uit: waarom sport en muziek goed zijn voor je brein | Gelijke kansen 29 Leefstijl en mentale problemen: het belang van slaap, voedsel en beweging – DREAMS 30 Wat is Positieve Gezondheid? - Institute for Positive Health
Pagina 24 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
b. We houden de verantwoordelijkheid waar deze hoort en verwijzen in deze gevallen niet door naar individuele jeugdhulp. Dat betekent bijvoorbeeld dat wij zowel aan ouders en jongeren vragen om hun verantwoordelijkheid te nemen en toegewijd te werken aan hun eigen problemen voordat zij (zwaardere) ondersteuning of hulp moeten krijgen. Ook geldt dit voor de samenwerking tussen de verschillende partijen rond een kind/gezin. Daarin sturen wij ook meer op de verantwoordelijkheid van de domeinen buiten de jeugdzorg. c.
Uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van met name langdurige relaties met familieleden, vrienden en anderen in de omgeving cruciaal is. Omdat relaties met hulpverleners slechts tijdelijk en kortdurend zijn kunnen wij dus het beste investeren in de blijvende en de langdurige relaties. Denk hierbij aan ondersteuning en/of hulpverlening van degenen met wie wij langdurige relaties hebben is daarmee ook passender en wellicht zelfs beter/waardevoller dan van iemand die hiervoor betaald wordt. Zie ook aflevering ‘Dit is de kwestie (EO)’31 waarin diverse deskundigen geïnterviewd worden.
d. In de hulpverlening stellen wij niet het kind centraal maar de omgeving 32 van dat kind. Met andere woorden, als het kind onwenselijk gedrag vertoont, is het in de basis aan de omgeving van dat kind om te leren om daar op een goede manier mee om te (leren) gaan en waar mogelijk (gezamenlijk) te werken aan een oplossing. Naar mate een kind ouder wordt verwachten wij van de jongere ook een grotere verantwoordelijkheid voor de eigen positieve gezondheid en zelfredzaamheid. Tot slot zijn er ook situaties mogelijk waarin zowel het kind, de omgeving en de hulpverlener weinig tot geen invloed hebben op de ontstane situatie en is het de kunst (handvatten te geven) om deze situatie te leren accepteren en daar op een goede manier mee om te leren gaan. e. We stoppen met het medische model van ‘diagnosticeren en repareren van individuele kinderen’ maar leren de omgeving hoe zij het kind kunnen ondersteunen bij een gezonde ontwikkeling. We vragen hulpverleners om te werken volgens de f.
Positieve psychologie33 van Seligman. In deze stroming wordt vooral aandacht gegeven aan dat wat goed gaat en wat ingezet kan worden om een gezonde ontwikkeling te bevorderen. Dat is in tegenstelling tot de traditionele psychologie die vooral kijkt wat er mis is. Jim van Oss schrijft dat een GGZ model dat gebaseerd is over ziekte, mensen ook ziek kan maken34. Het eerste dat je namelijk krijgt is een diagnose. Hij stelt dan ook voor om de overgang te maken van behandeling naar begeleiding.
g. Bij omgeving denken wij aan de natuurlijke schaalgrootte van een gezin/huishouden en de wijk eromheen. Als gemeente willen wij op deze schaal meer collectieve en groepsgerichte ondersteuning en hulpverlening bieden en minder individueel.
31 Psychische problemen weer 'aan de keukentafel' opgelost? - DIT 32 Omgeving van het kind: denk o.a. aan ouders/ opvoeders, onderwijzers, sportcoaches etc. 33 Wat is positieve psychologie? | Psyned 34 Waarom GGZ gebaseerd op het ziektemodel mensen ziek maakt
Pagina 25 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
Schoolgebouwen kunnen daarin een centrale en multifunctionele rol spelen voor zowel kinderen als hun ouders/opvoeders alsook voor de wijk waarin zij gebouwd zijn. h. We maken gebruik van de systeemtheorie zowel bij de begeleiding van gezinnen/huishoudens als het sociaal domein als geheel. We vragen van onze hulpverleners om vaker en meer systemisch te werken. In onze aanpak als Gemeente blijven wij de ontwikkelingen in het sociaal domein zien door het theoretisch model van complexe adaptieve systemen en hanteren wij een lerende adaptieve stuurstijl. Zie voor nadere toelichting op deze alinea de uitleg in de voetnoot 35. i.
We erkennen het belang van en stimuleren de inwoners van Veenendaal in het hanteren van een gezonde leefstijl. We roepen ouders/opvoeders en zorgaanbieders op om hier aandacht aan te besteden, zodat kinderen daadwerkelijk voldoende slaap, gezond eten en voldoende beweging krijgen.
j.
We hanteren een gedifferentieerde aanpak binnen de jeugdzorg, zoals verwoord in de raadsconsultatiememo en verderop wordt deze nog uitgebreider beschreven. Sporten en plezier maken met leeftijdsgenootjes kan voor een kind effectiever en betekenisvoller zijn dan individuele gesprekken met een hulpverlener. Dat sluit ook aan bij de uitspraak in het IBK: iedereen die ondersteuning nodig heeft, krijgt deze. Maar daarin hanteren en sturen wij op een gedifferentieerde aanpak.
k.
Wij streven naar zo min mogelijk uit huis plaatsingen volgens het voorbeeld van Denemarken. Volgens het NJI36 is Denemarken op dit onderwerp vergelijkbaar met Nederland en onderscheidt het zich van andere landen in Europa, en ook in Scandinavië, door een laag percentage onvrijwillige uithuisplaatsingen. Dit betekent dat Denemarken een systeem heeft ontwikkeld waarin er veel en vroegtijdig aandacht is voor het ondersteunen van kind en gezin. Het signaleren van bedreiging voor ontwikkeling en veiligheid is ingebed in een systeem waarin alles is gericht op het in stand houden van het gezin, als de veiligheid van het kind dit mogelijk maakt, en waarin ook basisvoorzieningen als kinderopvang en school een belangrijke rol spelen. Het hulpaanbod wordt zo veel mogelijk lokaal geregeld, dichtbij en niet op afstand. In 2024 zijn er in Denemarken verdere doorontwikkelingen die ook voor Nederland relevant zijn en mogelijk in de toekomst politiek steeds relevanter worden, zie de publicatie van Kinderen Eerst37 van het NJI.
l.
Het is de ambitie om bij een uithuisplaatsing altijd gebruiken te maken van een methode als de JIM38 aanpak en om bij voorkeur in het netwerk van het kind te plaatsen. Hiertoe moet verder onderzocht worden op welke wijze dit geïmplementeerd kan worden (eventueel met terugwerkende kracht) en hoe dit zich verhoudt tot de huidige inzet en capaciteit, Team Ervaringsdeskundigen (team ED) van jeugdhulpregio JeugdFV, andere vormen van ervaringsdeskundigheid die al ingezet wordt en (boven)regionale afspraken en werkwijze omtrent uithuisplaatsingen.
35 Meer informatie? Zie de informatie van de Beeldvormende avond 24 oktober 2024 36 Jeugdbescherming. Inzichten uit Duitsland, Denemarken en Zweden | Nederlands Jeugdinstituut 37 Kinderen Eerst 38 JIM: Jouw Ingebrachte Mentor, Levi van Dam
Pagina 26 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
Gedifferentieerde aanpak Veenendaal is een gemeente waar aan de hand van een gedifferentieerde aanpak op basis van incidentele of structurele hulpvragen ondersteuning (vanuit verschillende domeinen) wordt ingezet. Voor tijdelijke problemen vragen wij van de samenleving vaker om een beroep te doen op zelfredzaamheid, het eigen netwerk en/of ondersteuning uit andere domeinen, zoals jeugdgezondheidszorg, onderwijs en sport. Bij structurele problematiek focussen wij ons op een domein overstijgende en integrale aanpak die zich kenmerkt door snel, goed, dichtbij en praktisch. Ook daarbij hebben wij de ondersteuning uit andere domeinen nodig. Het onderscheid tussen incidentele of structurele (zoals volgt uit de dataanalyse in de raadsconsultatiememo ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’) hulpvragen ziet er daarbij uit als volgt: Incidentele hulpvragen (kwadranten I en III) Hierbij wordt een incidentele hulpvraag gezien als alle hulp waarbij minder dan 24 maanden (jeugd)hulp wordt ingezet. In de praktijk gaat het dan om hulpvragen als lichte en tijdelijke vragen voortkomend uit psychische, psychosociale, of gedragsproblemen, opvoedproblemen en adoptiegerelateerde kwesties. Denk hierbij aan tijdelijk escalerende dagelijkse kwesties zoals slaap, schermtijd of driftbuien en tijdelijke emotionele steun of coping strategieën na gebeurtenissen zoals pesten of echtscheidingen.
Ook spreken we over hulpvragen voortkomend uit een plotselinge gebeurtenis zoals verlies, ernstige ziekte, verlies van werk/woning of andere ingrijpende zaken die acuut kunnen optreden maar naar hun aard tijdelijk zijn. Ten slotte is er in deze kwadranten ook spraken van hulpvragen voortkomend uit trauma’s, mishandelingen, angststoornissen, etc. Structurele hulpvragen (kwadranten II en IV) Hiertegenover staan structurele hulpvragen. Dit zijn alle hulpvragen waar meer dan 24 maanden (jeugd)hulp wordt ingezet. In de praktijk gaat het dan om problematiek bij deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van jeugdigen. Veelal met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking en/of chronisch psychisch of psychosociale problematiek. Ook gaat het om gezinnen waarbij vraagstukken op meerdere leefdomeinen bij verschillende leden van het gezinssysteem spelen, zoals armoede of bestaansonzekerheid, psychische of psychosociale problematiek, verslavingsproblematiek en veiligheidsvraagstukken. Transformatieve uitdaging en politieke afweging Samenvattend: elk kwadrant vraagt dus een andere transformatie en een andere politieke opdracht vanuit de gemeenteraad. Dit is ook benoemd in de raadsconsultatiememo pagina 12.
Hieronder benoemen wij deze transformaties kort per kwadrant: I, Versterking van het gewone leven in de samenleving en de samenwerking met andere domeinen om instroom in de jeugdhulp te voorkomen. Meer focus op hulpvragen in het dagelijkse leven te laten en hierover een maatschappelijke dialoog te voeren. Deze transformatie betekent een groter beroep op ouders en het sociale netwerk om jeugdigen heen, evenals een beroep op aanpalende domeinen om te voorzien in voldoende en passend aanbod voor de hulpvragen die in dit kwadrant spelen. Belangrijk is daarbij op te letten dat de moeite en energie die in deze transformatie geïnvesteerd wordt, niet meer kost dan het (financieel) oplevert.
Pagina 27 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
II en van samenwerking met de andere domeinen en een verschuiving van inzet van individuele jeugdhulptrajecten, naar jeugdhulp in groepsverband. Jeugdhulp wordt ingezet om de omgeving van de jeugdige te versterken, zodat hulp eerder afgebouwd en beëindigd kan worden. Deze transformatie vraagt een ander aanbod van jeugdhulpaanbieders, meer inzet en betrokkenheid van ouders en het sociale netwerk om jeugdigen heen en politieke steun voor deze beweging. Belangrijk is daarbij dat de investering om nabijheid en afbouw van jeugdzorg te stimuleren, in verhouding blijft staat tot de opbrengst op het gebied van gereduceerd aantal herhaald beroep en terugval in de jeugdzorg. III Deze doelgroep past in de jeugdwet. De problematiek in dit segment is mogelijk (nog) beperkt domein overstijgend en vraagt van professionals dat zij ‘durven loslaten’ en inhoudelijk overtuigd zijn dat kortere en minder gespecialiseerde jeugdhulp beter is. Deze transformatie vraagt een andere mindset bij jeugdhulpaanbieders, verwijzende partijen en ouders en jeugdigen zelf. Het vraagt om acceptatie en een groter beroep laagdrempelige vormen van (geestelijke) bijstand. Belangrijk daarbij is om scherp te blijven dat de kosten de baten niet overschrijven.
IV De jeugdwet is bij uitstek bedoeld voor deze doelgroep, maar tegelijk zijn er vaak ook andere bestaanszekerheidsvraagstukken in het spel en zijn andere niet-jeugdhulpvoorzieningen ook nodig om de balans in een gezin te herstellen. Deze transformatie vraagt nauwe samenwerking tussen verschillende domeinen en betrokken organisaties. Hiervoor is bestuurlijke en politieke rugsteun nodig. Belangrijk daarbij is om goede zorg te blijven leveren aan de mensen die dit echt nodig hebben en daarbij de organisatie eromheen zo efficiënt mogelijk in te richten. Vertaling naar de uitvoering De gedifferentieerde aanpak zoals voorgesteld in de vier kwadranten is gebaseerd op een terugblik aan de hand van de beschikbare data. Daarmee is dit model nu niet geschikt om toe te passen op individuele kinderen en gezinnen. In de komende tijd wordt de verordening aangepast en ook het afwegingskader in de beleidsregels opnieuw bepaald en vastgesteld in het college. In dat afwegingskader willen wij het model verder uitwerken, zodat dit richting gevend kan zijn bij het vaststellen van de soort hulp of ondersteuning die wenselijk is. 2.
Hoe verlagen wij de behoefte aan professionele zorg? Wat vraagt dit van de samenleving? Wat vraagt dit van professionals in het brede sociale domein? Antwoord: De behoefte naar professionele zorg wordt verlaagd door middel van (het vergroten van de) inzet op enerzijds, voor incidentele hulpvragen, verwijzing naar hulp binnen het eigen netwerk, de sociale basis of vanuit andere domeinen. Of als er jeugdhulp nodig is, hulp vanuit het CJG zelf. Anderzijds, bij structurele vraagstukken, wordt ingezet op snelle, passende en effectieve hulp dichtbij of in de eigen omgeving. Deze hulp wordt zo snel als mogelijk weer afgeschaald of gestopt, zodat mensen weer zelfstandig verder kunnen.
3. Scherpere keuzes: In welke situaties willen wij ondersteunen en in welke situaties niet? Welke zorgvragen vallen onder jeugdhulp en welke niet? Antwoord: Volgend uit de bovenstaande antwoorden is op deze vraag het antwoord dat wij iedereen die ondersteuning nodig heeft helpen. Het onderscheid zit daarbij echter in de vorm van hulp of
Pagina 28 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
ondersteuning. Wij willen iedereen passende en effectieve hulp of ondersteuning bieden, met als uitgangspunt dat voor incidentele hulpvragen een oplossing of ondersteuning uit het eigen netwerk, de sociale basis of aanpalende domeinen passend is. Hulpvragen uit kwadrant I zien wij daarbij als vragen die veelal niet thuishoren binnen de jeugdhulp, maar binnen anderen domeinen of netwerken voorzien dienen te worden van ondersteuning. Voor structurele hulpvragen is snelle, domein overstijgende en flexibele jeugdhulp juist passend. Een nadere uitwerking van de scherpe keuzes die het antwoord formuleren op deze vraag, zijn toegelicht in bijlage b. Het beslispunt dat hierover gaat is beslispunt 2.
4. Hoe komen wij tot een duidelijk én uitvoerbaar kader met meetbare doelen, waarop gestuurd kan worden? Dit moet professionals helpen om het beleid van de raad uit te voeren. Antwoord: Dit kader wordt opgesteld in de vorm van vervolgprojectplannen zoals weergegeven in bijlages b, c, d en onder beslispunt 2. Zoals beschreven in beslispunt 5 worden de projectplannen verwerkt in de doelenboom en worden zij voorzien van KPI’s waarop gestuurd kan worden, middels cyclische monitoring en evaluatiemomenten.
Pagina 29 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
Bijlage b. Kwadranten en overzicht wijzigingen verordening Deze bijlage vormt een nadere toelichting op hetgeen onder beslispunt 2 is beschreven. Beslispunt 2 behelst: In te stemmen met inzet volgens de 80/20-regel, conform de raadsconsultatie, op de kwadranten met een structurele hulpvraag (II en IV) ten opzichte van de kwadranten met een incidentele hulpvraag (I en III), zoals uiteengezet in bijlage b. Zoals in de argumenten toegelicht, is het van belang om scherpe keuzes te maken teneinde het tij te keren van een toenemend aantal jeugdigen in de jeugdhulp, een stijgende intensiteit en complexiteit van jeugdhulp en stijgende kosten. Hierbij is het ook belangrijk dat, zoals in bijlage a toegelicht, er geen allesomvattende maatregel bestaat die voor alle jeugdhulpvraagstukken passend is. Daarom is in bijlage a een mensbeeld met de daar bijbehorende paradigmaverschuivingen en de gedifferentieerde aanpak beschreven. Deze gedifferentieerde aanpak geeft richting bij het maken van scherpe keuzes omtrent wie welke hulp krijgt. Ook worden de filosofische uitgangspunten en paradigmaverschuivingen zoveel mogelijk geconcretiseerd.
Conform de 80/20-regel zoals in de raadsconsultatie benoemd, richten deze scherpe keuzes zich op de kwadranten I en III in de vorm van het begrenzen van de jeugdhulp en een paradigmaverschuiving waarbij meer gebruik wordt gemaakt van (de inzet van) de sociale basis en het eigen netwerk. De keuzes ten aanzien van de kwadranten II en IV zijn daarentegen geënt op anders en daarmee ook beter inrichten van de inhoudelijke jeugdhulp die in deze kwadranten wordt geboden. Concreet vertaalt dit zich tot een overzicht van hetgeen per kwadrant reeds wordt gedaan en wat we anders willen gaan doen. Ook wordt in deze bijlage een overzicht gepresenteerd met hetgeen in de verordening kan worden opgenomen of gewijzigd om kaders te stellen en de maatregelen per kwadrant te ondersteunen. Onder de kop ‘alternatieven’ en in bijlage e zijn ten slotte enkele maatregelen benoemd die niet tot de geadviseerde opties behoren, maar wel zijn aangedragen door stakeholders of adviesraden. Hieronder het gedifferentieerd model, zoals ook opgenomen in de consultatiememo van juni 2025: Gedifferentieerd model Incidenteel Kwadrant I – licht, incidenteel
Structureel Kwadrant II – licht, structureel
Definitie: Gezinnen ervaren tijdelijk een disbalans door een enkelvoudige gebeurtenis.
Definitie: Chronische maar milde problemen, die het dagelijks functioneren onder druk zetten.
Hulpvragen: Lichte en tijdelijke vragen vanuit psychische, psychosociale, of gedragsproblemen, opvoedproblemen en tijdelijke emotionele steun of coping na gebeurtenissen zoals pesten of echtscheidingen.
Hulpvragen: Problematiek bij deelname aan het maatschappelijke verkeer en zelfstandig functioneren. Veelal met een (vorm van) een beperking en/of chronisch psychisch of psychosociale problematiek.
Probleemstelling: Behoren de hulpvragen in dit kwadrant wel tot de jeugdhulp? Kwadrant III – zwaar, incidenteel
Probleemstelling: Is de focus op uitstroom en afschalen wel de juiste? Kwadrant IV – zwaar, structureel Definitie: Langdurige, meervoudige en ernstige problematiek op meerdere leefgebieden.
Pagina 30 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
Definitie: Acute crisis of ernstig incident, verwachting dat problematiek slechts van tijdelijke aard is. Hulpvragen: Voortkomend uit een plotselinge gebeurtenis zoals verlies, ernstige ziekte, verlies van werk/woning of andere ingrijpende zaken die acuut kunnen optreden maar naar hun aard van tijdelijke aard zijn. Probleemstelling: Zijn we in staat snel de juiste zorg in te zetten en af te schalen zodra mogelijk?
Pagina 31 van 56
Hulpvragen: Vraagstukken op meerdere leefdomeinen bij verschillende leden van het gezinssysteem, zoals armoede, bestaansonzekerheid, psychische of psychosociale problematiek, verslavingsproblematiek en veiligheid. Probleemstelling: Hoe maken we domein overstijgende, integrale hulpverlening efficiënter en doeltreffender?
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
1. Kwadrant I – licht, incidenteel Waar gaan we mee door onder beslispunt 2: Binnen Veenendaal zijn reeds veel algemeen toegankelijke voorzieningen voor laagdrempelig passend hulpaanbod bij hulpvragen uit kwadrant I. Er valt te denken aan oudertrainingen georganiseerd door het CJG, laagdrempelige spreekuren op scholen of bij de huisarts, Welzijn op Recept, lichte ondersteuning door vrijwilligers van het CJG, lichte ambulante begeleiding van het CJG in de eigen omgeving of het inloopspreekuur bij de GGD.
Kwadrant I Definitie: Gezinnen ervaren tijdelijk een disbalans door een enkelvoudige gebeurtenis. Hulpvragen: Lichte en tijdelijke vragen vanuit psychische, psychosociale, of gedragsproblemen, opvoedproblemen en tijdelijke emotionele steun of coping na gebeurtenissen zoals pesten of echtscheidingen.
Probleemstelling: Behoren de hulpvragen CJG, Veens Welzijn en tal van vrijwilligersorganisaties of in dit kwadrant wel tot de jeugdhulp? stichtingen bieden een breed collectief scala aan aanbod gericht op preventie en laagdrempelige algemeen toegankelijke voorzieningen. Het blijvend borgen van dergelijk aanbod is van groot belang om doorstroom vanuit kwadrant I naar de kwadranten II of III te voorkomen. Wat gaan we anders doen binnen de 20% zoals benoemd in beslispunt 2:
1.1. Via de reeds bestaande kanalen (LEA, OOGO, BORS, directeurenoverleg) op bestuurlijk niveau het onderwijs stimuleren om te investeren in voorlichting aan ouders over onderwerpen als de pubertijd, schermgebruik of mentale gezondheid en hiermee de maatschappelijke dialoog over jeugdhulpvraagstukken te normaliseren. Met als doel om minder diagnostiekverzoeken vanuit de scholen te ontvangen en minder individuele jeugdhulp via het CJG in te zetten bij dergelijke vraagstukken;
1.2. Via de reeds bestaande kanalen (LEA, OOGO, BORS, directeurenoverleg) op bestuurlijk niveau het onderwijs en de kinderopvang stimuleren om te investeren in kennis en expertise over gedrag, opvoeding en veerkracht. Met als doel om minder uitval van kinderen in het onderwijs te zien die vervolgens in de jeugdzorg in dagbehandelgroepen instromen. De gemeente geeft het onderwijs en leerplicht de taak om het aantal kinderen dat thuiszit drastisch te verminderen, aangezien er afgelopen jaren landelijk39 en ook in Veenendaal een forse stijging40 is van het aantal thuiszitters. 1.3. Onderzoeken op welke wijze de GGD en Jeugd-GZ middels laagdrempelige contactmomenten een grotere rol kan spelen in het bieden van collectieve preventie en daarmee een grotere bijdrage te leveren aan normaliseren en het afvangen van lichte, incidentele hulpvragen. Met als doel om minder individuele jeugdhulp in te zetten bij dergelijke vraagstukken; 1.4. Via onder andere de bestuurlijke route de inzet van vrijwilligersorganisaties als vorm van passende jeugdhulp (middels overige voorziening) en/ of nazorg te stimuleren richting het CJG en mogelijk de andere wettelijke verwijzers (medische route en gecertificeerde instellingen). Met als doel 39 Cijfers over schoolverzuim en thuiszittende leerlingen | Nederlands Jeugdinstituut 40 Jaarverslag Leerplicht 2022-2023 Gemeente Veenendaal
Pagina 32 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
om vaker overige of algemene voorzieningen gericht op het versterken van de positieve gezondheid (sporten, sociale bezigheden, etc.) in te zetten en minder individuele jeugdhulp via het CJG, huisartsen of de gecertificeerde instellingen in te zetten bij dergelijke vraagstukken; 1.5. Via onder andere de bestuurlijke route de samenwerking van CJG, Veens Welzijn en het onderwijs stimuleren op het gebied van het faciliteren en inzetten van laagdrempelige collectieve41 ondersteuning op scholen en in de wijk, zoals opvoedspreekuren, schoolmaatschappelijk werk of jeugdwerk. Met als doel om minder individuele jeugdhulp via het CJG in te zetten bij dergelijke vraagstukken. Bij deze maatregel, maar ook breder, kan blijken dat aanbod ontwikkeld moet worden. Op dit moment is niet in beeld of er voldoende aanbod en capaciteit is om deze vraag bij o.a. meer afschalen en meer inzet vanuit de sociale en pedagogische basis, op te vangen. Dit vraagt dan een aanvullende opdracht.; 1.6. In gesprek met Veens Welzijn via de jaarlijkse afspraken de bestuurlijke opdracht te geven om in te zetten op het faciliteren en onder de aandacht brengen van de reeds bestaande ontmoetingsmogelijkheden voor ouders/ opvoeders teneinde het eigen netwerk van inwoners van Veenendaal te versterken. Te denken valt aan speeltuinen, oudercafés of bijeenkomsten op scholen.
Met als doel om minder individuele jeugdhulp via het CJG en huisartsen in te zetten bij dergelijke vraagstukken; 1.7. Via de jaarlijkse afspraken met het CJG de bestuurlijke opdracht te geven om in te zetten op het beperken van de instroom bij jeugdhulpaanbieders door bij lichte, incidentele vraagstukken te voorzien in kortdurende én praktische opvoedondersteuning door het CJG zelf, waarbij het CJG geen grondig onderzoek ten behoeve van doorverwijzing naar de tweede lijn hoeft uit te voeren. Het meer bieden van praktische opvoedondersteuning is een verandering ten opzichte van de huidige opdracht aan het CJG; 1.8. Via bestuurlijke route in de jeugdhulpregio JeugdFV inzetten op het groepsgericht aanbieden van de tweedelijns jeugdhulp ter ondersteuning aan de gewenste paradigmaverschuiving en de normaliserende inzet op kwadrant I. Belangrijk hierbij is een goede samenwerking met de sociale basis. Met als doel om minder individuele jeugdhulp in te zetten bij dergelijke vraagstukken; 1.9. Via bestuurlijke route in te zetten om in de komende 3 jaar samen met onderwijs uitvoering gegeven aan de overheveling van bepaalde hulpvragen (zoals dyslexie, hoogbegaafdheid, etc.) naar het onderwijs en daarmee geen individuele jeugdhulpvoorzieningen meer te bieden voor dergelijke vraagstukken;
1.10. Via bestuurlijke inzet in de regio JeugdFV worden zorgaanbieders in het inkoopnetwerk gestimuleerd om binnen het jeugdhulpaanbod te focussen op het versterken van de positieve gezondheid, voorafgaand of in plaats van hulpverlening;
Leidend principe bij de samenwerking tussen Onderwijs en Jeugd 41 Onder collectief verstaan wij: laagdrempelige ondersteuning, gericht op een groep ouders/opvoeder
en/of onderwijzend personeel die om het kind heen staan.
Pagina 33 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
Leidend is de volgende definitie voor Onderwijs en Jeugd: ‘een pedagogische samenwerking gebaseerd op de IKC42-visie, waarin minimaal onderwijs en kinderopvang en bij voorkeur of indien van toepassing, vroeg- en voorschoolse educatie en welzijnsorganisaties samenwerken. Met aandacht voor de sociale en pedagogische basis waar van toepassing aanvullend ook in samenwerking met het CJG. Voor gespecialiseerd onderwijs is ruimte voor samenwerking met zorgverleners, mits dit meerwaarde biedt voor het kind en de onderscheidenlijke verantwoordelijkheden van iedere organisatie’. Deze definitie wordt gehanteerd bij het verder uitwerken van maatregelen die, met name binnen kwadrant I, van toepassing zijn op de samenwerking tussen Onderwijs en Jeugd.
2. Kwadrant II – licht, structureel Waar gaan we mee door onder beslispunt 2: Binnen Veenendaal wordt reeds ingezet op het tegengaan van herhaald beroep in kwadrant II. Dit wordt onder meer gedaan door een levensbrede uitvraag bij aanmelding. Ook wordt integraal gewerkt en het netwerk van de jeugdige of het gezin betrokken. Het blijvend borgen van deze werkwijze is van groot belang om herhaald beroep in kwadrant II of doorstroom naar kwadrant IV te voorkomen.
Kwadrant II Definitie: Chronische maar milde problemen, die het dagelijks functioneren onder druk zetten. Hulpvragen: Problematiek bij deelname aan het maatschappelijke verkeer en zelfstandig functioneren. Veelal met een (vorm van) een beperking en/of chronisch psychisch of psychosociale problematiek.
Probleemstelling: Is de focus op Wat gaan we anders doen binnen de 80% zoals benoemd uitstroom en afschalen wel de juiste? in beslispunt 2: 2.1. Via bestuurlijke route in de jeugdhulpregio JeugdFV inzetten op het standaardiseren van systemisch (gezinsgericht) werken ten behoeve van het bieden van duurzame en passende jeugdhulp en het opnemen van deze vereiste in de inkoopvoorwaarden. Met als doel om minder individuele jeugdhulp in te zetten die enkel op het kind focust; 2.2. In gesprek met het CJG via de jaarlijkse afspraken de bestuurlijke opdracht te geven om jeugdhulpaanbieders het sociale netwerk van de jeugdige en het gezin mee te laten nemen in de hulpverlening en om in zijn algemeenheid integraal te werken. Hier kan het CJG in de toegang op sturen. Zie daarvoor ook de voorgestelde wijzigingen in de verordening onderaan deze bijlage. Met als doel om minder jeugdhulp in te zetten die enkel op het kind focust.; 2.3. Via het model van Social Return on Investment (SROI) structureel samen te werken met jeugdhulpaanbieders die evident verantwoordelijkheid nemen en maatregelen in hun interne bedrijfsvoering en/of hulpverlening doorvoeren die aansluit op de waarden en beoogde resultaten uit dit raadsvoorstel;
Kwadrant III
42 IKC staat voor Integraal Kind Centrum
Pagina 34 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
3. Kwadrant III – zwaar, incidenteel Waar gaan we mee door onder beslispunt 2: Er wordt in Veenendaal en vanuit de regio (contractmanagement) reeds op verschillende wijze toegezien op de snelheid en doeltreffendheid van de ingezette jeugdhulp, waaronder door middel van regievoering door het CJG. Ook wordt middels evaluaties, voortgangsgesprekken en middels productvoorwaarden, gestuurd op het stapelen van trajecten en de inzet van jeugdhulp passend bij de gestelde hulpvraag. Aanvullend wordt op lokaal niveau gewerkt aan de hand van de maatregelmonitor.
Definitie: Acute crisis of ernstig incident, verwachting dat problematiek slechts van tijdelijke aard is. Hulpvragen: Voortkomend uit een plotselinge gebeurtenis zoals verlies, ernstige ziekte, verlies van werk/woning of andere ingrijpende zaken die acuut kunnen optreden maar naar hun aard van tijdelijke aard zijn. Probleemstelling: Zijn we in staat snel de juiste zorg in te zetten en af te schalen zodra mogelijk?
Wat gaan we anders doen binnen de 20% zoals benoemd in beslispunt 2: 3.1. Via bestuurlijke inzet in de jeugdhulpregio JeugdFV sturen op het opnemen in de inkoopvoorwaarden dat zorgaanbieders hun cliënten actief stimuleren om, na afronding van een hulpverleningstraject, zich in te zetten vanuit zijn/ haar ervaringen en opgedane kennis, zoals bijvoorbeeld deelname aan team ED, een herstelacademie of middels deelname adviesraden of cliëntenraden. Met als doel om minder herhaald beroep en inzet van individuele jeugdhulp te zien bij dergelijke vraagstukken; 3.2. In gesprek met het CJG via de jaarlijkse afspraken de bestuurlijke opdracht te geven om de expertise en inzet op triage, casusregie en hulpverlening middels een narratieve benadering 43 bij het CJG te vergroten. Indien er signalen zijn dat dit niet past binnen de huidige financiële kaders van het CJG, wordt de raad hierover tijdig geïnformeerd; 3.3. Het college monitort de ontwikkelingen van en ervaringen met het instellen van tijdslimieten op de duur van jeugdhulptrajecten in de regio en landelijk en informeert de raad hierover. Indien deze resultaten veelbelovend zijn kan de raad middels een bestuurlijke opdracht deze maatregel ook in Veenendaal laten borgen in de verordening;
Kwadrant IV Definitie: Langdurige, meervoudige en ernstige problematiek op meerdere leefgebieden. Hulpvragen: Vraagstukken op meerdere leefdomeinen bij verschillende leden van het gezinssysteem, zoals armoede, bestaansonzekerheid, psychische of psychosociale problematiek, verslavingsproblematiek en veiligheid.
43 De narratieve benadering maakt gebruik van het vertellen van (levens)verhalen om mensen te
helpen bij het begrijpen en vormgeven van hun identiteit en ervaringen. Zie ook: https://gezonderleven.com/wat-is-narratieve-therapie-en-waarvoor-wordt-het-gebruikt
Pagina 35 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
4. Kwadrant IV – zwaar, structureel
Probleemstelling: Hoe maken we domein overstijgende, integrale hulpverlening efficiënter en doeltreffender?
Waar gaan we mee door onder beslispunt 2: Er zijn reeds meerdere maatregelen die bijdragen aan de gewenste transformatie in dit kwadrant. Ten eerste is de regiefunctie van het CJG van groot belang bij de casuïstiek in kwadrant IV. Ten tweede zijn er samenwerkingsafspraken tussen het CJG en de andere verwijzende partijen (medische route en gecertificeerde instellingen (GI)). Zo stemmen de GI's hun keuze voor een zorgaanbieder aan de voorkant af met het CJG. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Gelderse Verbeteragenda Jeugdbescherming. Wel is er verbetering mogelijk in de samenwerking met deze partijen, onder andere op het gebied van de inzet van dure zorg en kennis van het zorglandschap in de regio. Wat gaan we anders doen binnen de 80% zoals benoemd in beslispunt 2: 4.1. Via bestuurlijke route (vanuit zowel CJG als gemeente) wordt ingezet op verbetering van de samenwerking tussen het CJG en de andere verwijzende partijen; 4.2. Afsluiten van een convenant met de medische verwijzers omtrent het verwijzen naar jeugdhulp. Onderdeel hiervan zijn in ieder geval afspraken over rechtstreek verwijzen naar jeugdhulpaanbieders of via het CJG, doelstellingen, verlengingen en wanneer een individuele voorziening geïndiceerd is. Zie ook het overzicht met wijzigingen in de verordening onderaan deze bijlage; 4.3.
Via de jaarlijkse afspraken met het CJG de bestuurlijke opdracht te geven om in te zetten op het vergroten van de expertise bij het CJG omtrent risicofactoren en signalen voor escalatie van problematiek in of naar kwadrant IV (verschuiving van lichte zorg naar zware, multi-probleem casuïstiek); 4.4. Het college onderzoekt op welke wijze de wensen en behoeften van de jeugdige zelf een grotere rol kunnen krijgen in geval van jeugdbescherming, jeugdreclassering of een uithuisplaatsing en hoe dit zich verhoudt tot de huidige inzet en capaciteit, Team ED, andere vormen van reeds ingezette ervaringsdeskundigheid en (boven)regionale afspraken en werkwijze omtrent uithuisplaatsingen. Belangrijk is hierbij relationele continuïteit voor de jeugdige, bijvoorbeeld via mentorrelaties, de inzet van vaste contactfiguren uit het netwerk van de jeugdige, etc. 4.5. Via bestuurlijke inzet op regionaal (JeugdFV) en bovenregionaal (G7) niveau te sturen op het bieden van oplossingen voor moeilijk plaatsbare jeugdigen door de zorgaanbieders die vallen onder essentiële functies44, om dure tijdelijke plaatsingen bij niet-gecontracteerd aanbod te voorkomen. Met als doel om minder uithuisplaatsingen in dure, niet-gecontracteerde, residentiële voorzieningen in te zetten bij dergelijke vraagstukken.
Via de bestuurlijke inzet zetten wij in op het snel beschikbaar stellen van passend zorgaanbod bij de verbonden zorgaanbieders. 4.6. Via bestuurlijke opdracht aan het Bestuurlijk Overleg Jeugd te sturen op een reductie van het aantal uit huis plaatsingen, conform het Deense model.45 Met als doel om minder uithuisplaatsingen in residentiële voorzieningen in te zetten bij dergelijke vraagstukken; 44 Project Essentiële functies - G7 | de zeven Gelderse jeugdregio's 45 Zie punt k. op pagina 26.
Pagina 36 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
4.7. Afspraken te maken met de diverse betrokken partijen (jeugdhulpaanbieders, jeugdbescherming, jeugdreclassering, verwijzende partijen en organisaties uit aanpalende domeinen) hoe besluitvorming snel, gedegen en door de juiste verantwoordelijken kan plaatsvinden. Dit vraagt om een duidelijke mandaat per hiërarchische laag en snel op- en afschalen van uitvoering naar beslissingsbevoegde en weer naar de uitvoering, evenals een goede samenwerking en overleg op meso-niveau46 met deze partijen. Welke beleidsruimte biedt de Jeugdwet en wat hebben we daar tot nog toe mee gedaan? Uit artikel 2.3 Jeugdwet volgt de verplichting voor het college om een voorziening op het gebied van jeugdhulp te treffen in geval van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn. Hierbij verduidelijkt artikel 1.1 jeugdwet wat een voorziening op het gebied van jeugdhulp omvat: 1. Ondersteuning van, en hulp en zorg (niet zijnde preventie) aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, of opvoedingsproblemen van ouders. 2.
Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. 3. Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychische aandoening of beperking, die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van 18 jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht. Binnen dit kader heeft de gemeente in gevolg art. 2.9 Jeugdwet de mogelijkheid om: - Vast te leggen welke voorzieningen we aanbieden; - Te bepalen onder welke voorwaarden deze worden verstrekt; - En daarmee ook af te bakenen wat we niet (standaard) aanbieden. Tot op heden is deze afbakening wel op onderdelen in de praktijk toegepast, maar niet opgenomen in de integrale verordening jeugd. Dit heeft meerdere redenen. Ten eerste is de afbakening van het jeugdhulp aanbod een belangrijk onderdeel van de regionale inkoop van jeugdhulp. Daarmee is tot op heden het jeugdhulpaanbod afgebakend.
Ten tweede merkt het CJG in de uitvoering dat zij scherpere kaders in de verordening mist om een aanvraag voor jeugdhulp in de tweede lijn af te wijzen en dus geen hulp te beschikken. Ten derde hebben ontwikkelingen in de jurisprudentie en ontwikkelingen bij andere gemeentes aanleiding gegeven om toch in de integrale verordening een heldere aanscherping vast te leggen. Door middel van dit raadsvoorstel en het aanpassen van de verordening en beleidsregels worden deze zaken aangepakt en/of aangescherpt.
46 Meso-niveau betreft het gesprek over de organisatie en hoe deze functioneert en zorg verleent.
Pagina 37 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
Aanscherping van de verordening Afbakening: Op basis van bovenstaande kan een onderscheid worden gemaakt tussen voorzieningen vanuit de jeugdwet of aanpalende domeinen. Eerder is hier al op ingezet door bijvoorbeeld dossiers van het CJG te analyseren en waar passend te ondersteunen richting een WLZ-aanvraag. We zien echter een beweging waarbij ook andere wetten ‘terugduwen'. In de verordening kunnen daarom bepalingen worden opgenomen over: 1. Afbakenen van algemene voorzieningen; 2. Afbakenen van aanbod aan jeugdhulpvoorzieningen; 3. Afbakening met andere wettelijke domeinen. Jurisprudentie: Ook zijn er volgend uit recente jurisprudentie een aantal afbakeningen of aanscherpingen van de verordening mogelijk, zoals de aanscherping en weging van het begrip ‘eigen kracht’. Deze wijzigingen zijn meegenomen in het overzicht hieronder. Verwerking in de verordening: de mogelijkheden tot afbakening en zaken die volgen uit jurisprudentie lopen inhoudelijk door elkaar. Daarom worden de maatregelen die wijzigingen in de verordening voorstellen hieronder getoond, geordend onder de wijze van afbakening waartoe zij behoren. Daarbij is het belangrijk aan te geven dat een aantal van de hieronder genoemde aanscherpingen reeds in de verordening, beleidsregels, nadere regels of uitvoeringspraktijk worden toegepast.
Echter, deze aspecten kunnen verder afgebakend of dienen op grond van recente jurisprudentie verplaatst te worden van nadere of beleidsregels, naar de verordening zelf. Ook bevat onderstaand overzicht een aantal toevoegingen van onderwerpen die afgebakend kunnen worden ten opzichte van de huidige situatie. 1. Afbakenen van algemene voorzieningen Momenteel zijn de algemene voorzieningen op hoog abstractieniveau in de nadere regels geduid. Recente jurisprudentie47 heeft echter uitgewezen dat dit in de verordening zelf geregeld dient te worden: 5.1. In de verordening wordt opgenomen welke algemene voorzieningen beschikbaar zijn. Voorzieningen die binnen dat aanbod passen, hoeven dan niet als maatwerkvoorziening vanuit de Jeugdwet verstrekt te worden Denk hier bijvoorbeeld aan: - Informatie, advies en lichte ondersteuning rondom opgroeien en opvoeden, zoals - ouderavonden, lotgenotengroepen, zelfregiecentra, ondersteuning vanuit vrijwilligersorganisaties of ondersteuning vanuit Veens Welzijn; - Praktijkondersteuning Huisarts - Jeugd - Algemene trainingen gericht op weerbaarheid en sociale vaardigheden; - Vrij toegankelijke vormen van cliëntondersteuning; - Voorliggende voorzieningen.
47 CRvB 29-5-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1095, CRvB 29-5-2024,ECLI:NL:CRVB:2024:1096 en CRvB
29-5-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1097
Pagina 38 van 56
Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813
2. Afbakenen van aanbod aan jeugdhulpvoorzieningen Momenteel zijn de individuele jeugdhulpvoorzieningen niet nader afgebakend in de jeugdwet of beleids-/nadere regels. De nieuwste modelverordeningen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Schulink bieden, juridisch reeds getoetste mogelijkheden om dit aanbod af te bakenen. Dat kan op de volgende manieren: 5.2.
In de verordening en beleidsregels wordt gespecificeerd: - Welke voorzieningen niet vergoed worden vanuit de jeugdwet, zoals bewezen nieteffectieve zorg conform de databank van het Nederlands Jeugd Instituut; - Welke uitgangspunten gehanteerd worden bij het toekennen van individuele voorzieningen, zoals: o Voorzieningen die groeps- en/of systeemgericht zijn; o Binnen dit aanbod de goedkoopste adequate voorziening; o Hardheidsclausule die mogelijkheid biedt voor toekenning één-op-één voorzieningen indien groepsgericht aanbod niet adequaat is in het individuele geval. - Welke vormen van individuele voorzieningen beschikbaar zijn, met nadere uitwerking in de beleidsregels omtrent: o Criteria/beschrijving/doel waarvoor de voorziening wordt ingezet; o Afwegingskader intensiteit; o Indicatieprotocol voor bepalen van omvang en duur; o Kwaliteitseisen voor de zorgaanbieder of hulpverlener.
- Welke afwegingskaders gehanteerd worden bij het toekennen van individuele voorzieningen, zoals de weging van eigen kracht, (boven)gebruikelijke zorg en de inzet van (medisch) deskundigen, meewerkplicht van ouders en het stellen van concrete doelen op voorhand; - Uitwerking en aanscherping van het proces, verantwoording en verplichtingen bij PGB; - Afbakening van de verwijsroutes binnen de kaders die jeugdwet hieromtrent stelt; - Aanvullende afbakening omtrent bepaalde individuele voorzieningen zoals jeugdwetvervoer, dyslexie en/of vaktherapie;