CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Hervormingsagenda Grenzen aan onze Jeugdzorg - raadsvoorstel + bijlagen

Gemeenteraad 16 oktober 2025, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Hervormingsagenda: Grenzen aan onze jeugdzorg23.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAADSVOORSTEL 2243813 Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg

Zaaknummer Onderwerp

Datum raadsvergadering

MO - Beleid oktober 2025

Programma

MO-B

Inlichtingen bij

Hans Knook en Lieke Kuiper

Team

behandelaar Telefoonnummer E-mailadres

06 4249 7082 hans.knook@veenendaal.nl

Aan de leden van de raad, Leeswijzer In dit raadsvoorstel worden 5 beslispunten voorgelegd, volgend op de raadsconsultatie van 26 juni 2025. Deze beslispunten geven antwoord op de vier vragen die voortkomen uit het projectplan, zoals gepresenteerd tijdens de beeldvormende avond van maart 2025 en beschreven in de raadsconsultatiememo, namelijk: 1. Wat voor gemeente willen wij zijn? Wat vinden wij belangrijk bij het verdelen van het zorgaanbod? 2. Hoe verlagen wij de behoefte aan professionele zorg? Wat vraagt dit van de samenleving? Wat vraagt dit van professionals in het brede sociale domein? 3. Scherpere keuzes: In welke situaties willen wij ondersteunen en in welke situaties niet? Welke zorgvragen vallen onder jeugdhulp en welke niet? Welke zorgvragen vallen onder jeugdhulp en welke niet? 4. Hoe komen wij tot een duidelijk én uitvoerbaar kader met meetbare doelen, waarop gestuurd kan worden? Dit moet professionals helpen om het beleid van de raad uit te voeren. Door middel van de beslispunten worden deze vier vragen beantwoord (in bijlage a) en stelt de raad duidelijke kaders omtrent de jeugdhulp in Veenendaal. De nadere uitwerking en uiteindelijke implementatie van deze kaders vallen buiten de scope van het huidige projectplan.

Het huidige projectplan: ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg: hoe verdelen wij de schaarse middelen goed over de jeugd in Veenendaal’, is na vaststelling van het raadsbesluit, afgerond. In beslispunt 2 (bijlage b) zitten voorstellen voor vervolgprojecten die, getrokken vanuit verschillende domeinen, de gestelde kaders tot uitvoering kunnen brengen. Beslispunt 3 (bijlage c) bevat daarbij enkele randvoorwaarden zoals

Pagina 1 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

door stakeholders geïdentificeerd. Bijlage e bevat ten slotte een verslag van de door stakeholders en adviesraden ingebrachte input. Het advies is om eerst bijlagen a t/m d te lezen en daarna het raadsvoorstel. Om de samenhang tussen de documenten snel en makkelijk te kunnen begrijpen, is het handig om het raadsvoorstel en de bijlagen naast elkaar te leggen, zodat, tijdens het lezen van het raadsvoorstel, de koppeling gevolgd kan worden met de uitwerking in de desbetreffende bijlage. De beslispunten zijn als volgt te lezen: Beslispunt 1 beantwoordt het wat en onderstreept daarmee de benodigde verandering in de maatschappij. Dit kunnen wij niet alleen realiseren, maar de gemeente kan zich wel committeren aan inzet op het bewerkstelligen van de gewenste verandering. Hiermee beantwoordt de gemeente de hierboven genoemde vragen (bijlage a); Beslispunt 2 beantwoordt de vraag hoe de gewenste verandering, zoals verwoord onder beslispunt 1, te bereiken. Daartoe stelt beslispunt 2 per kwadrant, conform het kwadranten-model uit de raadsconsultatiememo, vast welke scherpe keuzes de raad maakt en op welke wijze deze keuzes geïmplementeerd moeten worden (verordening, inkoop of houding en gedrag); Beslispunt 3 stelt vast dat er, over de kwadranten heen, een aantal randvoorwaarden zijn die worden uitgewerkt ten behoeve van de realisatie van de beoogde doelen.

Beslispunt 4 stelt globaal de planning vast voor de implementatie en nadere uitwerking van de maatregelen en keuzes volgend uit dit raadsvoorstel. Ook wordt in deze planning toegelicht op welke momenten en hoe de raad wordt geïnformeerd over de voortgang; Beslispunt 5 stelt vast dat in de uitwerking van de vervolgplannen ook doelenboom en KPI’s worden opgesteld ten behoeve van de monitoring zoals benoemd onder beslispunt 4. Klik hier om naar de bijlagen te gaan: Paradigmaverschuivingen en gedifferentieerde aanpak. Beslispunten 1: In te stemmen dat Gemeente Veenendaal actief stuurt op de paradigmaverschuivingen en gedifferentieerde aanpak door middel van de vier kwadranten zoals uiteengezet in bijlage a ‘Paradigmaverschuivingen en gedifferentieerde aanpak’. 2: In te stemmen met inzet volgens de 80/20-regel, conform de raadsconsultatie, op de kwadranten met een structurele hulpvraag (II en IV) ten opzichte van de kwadranten met een incidentele hulpvraag (I en III), zoals uiteengezet in bijlage b ‘Kwadranten en overzicht wijzigingen verordening’. 3: In te stemmen met de uitvoering van de randvoorwaarden zoals benoemd in bijlage c ‘Randvoorwaarden’. 4: In te stemmen met de uitvoering van de vervolgprojecten en planning zoals beschreven in de (globale) planning voor 2026 behorend bij beslispunt 2, zoals uiteengezet in bijlage d ‘Globale planning 2026’.

Pagina 2 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

5: In te stemmen met het aansluiten van de vervolgprojecten op de te ontwikkelen doelenboom en deze te voorzien van KPI’s ten behoeve van cyclische monitoring en evaluatie. Waarom naar de raad? Friso van Doesburg, ervaringsdeskundige jeugdzorg stelt dat het ons doel is om ‘elke jongere succesvol uit huis’ te laten gaan. Daarbij gaat het niet over een kind uit huis plaatsen maar het kind brengen tot een zelfstandige volwassene die kan deelnemen aan de maatschappij. De vraag is dan: Wat is ervoor nodig om elke jongere, wanneer hij of zij uit huis gaat, te kunnen laten meedraaien in de maatschappij? Op welke manier moet de hulpverlening ingericht worden om dit te bewerkstelligen? Dit zijn politieke vragen en de raad heeft de bevoegdheid om hiertoe beleid vast te stellen. Het huidige beleid omtrent jeugdhulp, in combinatie met ontwikkelingen in de samenleving en andere beleidsdomeinen, hebben geleid tot een alsmaar stijgend aantal jongeren in de jeugdhulp, een stijgende intensiteit en complexiteit van jeugdhulp en stijgende kosten1. Inleiding Waar komen we vandaan? Zowel lokaal, regionaal als landelijk zien we diverse ontwikkelingen binnen de jeugdzorg die vragen om bijsturing. Lokaal heeft de raad hier om diverse redenen ook om gevraagd. Daar gaan we in dit raadsvoorstel verder op in.

Landelijk stijgen de kosten van de jeugdzorg en diverse gemeenten zijn bezig met maatregelen om het aantal kinderen in de jeugdzorg te verminderen en/of de kosten te verlagen. In de voorbereiding op de raadsconsultatie en dit raadsvoorstel hebben wij ons dan ook breed laten informeren en inspireren door (internationale) wetenschappers, praktijkervaringen uit andere gemeenten; waaronder Nijmegen, Eindhoven, Zwolle en de gemeenten in de Jeugdhulpregio JeugdFV. Ook op regionaal niveau wordt binnen Jeugdhulpregio JeugdFV gekeken naar hoe wij kunnen bijsturen. De algemene conclusie hieruit is dat er niet één eenvoudige oplossing bestaat die ‘gekopieerd en geplakt’ kan worden. Zie ook de recente publicatie van het NJI2 waarin wordt gesproken over de machteloosheid in de jeugdzorg. Vanzelfsprekend hebben wij in dit raadsvoorstel de beste suggesties en meest belovende ideeën verwerkt, zodat de kans van slagen zo groot mogelijk is. Belangrijk is dat wij ons met elkaar blijven realiseren dat het gaat om een transformatie in plaats van korte klappen en snelle resultaten en blijven monitoren en evalueren om waar nodig en/ of gewenst bij te kunnen stellen? In de afgelopen jaren is er ook lokaal regelmatig aandacht besteed aan de ontwikkelingen in de Jeugdzorg.

Er zijn meerdere beeldvormende avonden geweest om de raad te informeren over de stijging in het aantal kinderen dat gebruik maakt van zorg, evenals de toenemende complexiteit en intensiteit. Ook de nog snellere stijging van de financiële uitgaven is besproken op verschillende beeldvormende avonden en in P&C documenten. In de afgelopen jaren hebben raadsleden kennisgenomen van en gesproken over de wijze waarop Gemeente Veenendaal de Jeugdhulp monitort en welke maatregelen het college neemt en heeft genomen om invloed uit te oefenen in dit 1 Zie de data-analyse in raadsconsultatiememo ‘Grenzen aan onze jeugdzorg’ 2 https://www.nji.nl/nieuws/hervorming-jeugdstelsel-onmacht-domineert

Pagina 3 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

complexe stelsel. De afgelopen periode is dit met name gebeurd uit het oogpunt van de Hervormingsagenda Jeugd. Zo is de raad op 10 oktober 2024 via raadsinformatiebrief RIB2024.828 geïnformeerd over de Hervormingsagenda Jeugd 2023 – 2028. In deze brief is uitgebreid ingegaan op de inhoudelijke en cijfermatige trends op landelijk, regionaal en lokaal niveau. De algehele conclusie is dat in Veenendaal alle maatregelen van de Hervormingsagenda worden uitgevoerd. Echter leidt dit niet tot een daling in de kosten, terwijl dit wel de beleidsaanname was van de Jeugdwet 2015 en de Hervormingsagenda. Naar aanleiding van deze constatering is het project ‘Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg’ van start gegaan. Hierbij heeft de raad aangegeven meegenomen te willen worden en in gesprek te willen gaan over de mogelijke keuzes rond de jeugdhulp, kijkend naar kwaliteit, organisatie en financiën om hier tenslotte als raad een standpunt over in te kunnen nemen. Middels de hierboven genoemde beeldvormende avonden (7 januari 2025, 4 maart 2025) en een werkbezoek aan het CJG (2 april 2025) is de raad meegenomen in en betrokken bij dit proces. Op 26 juni 2025 is de raad geconsulteerd over de richting van het vervolgproces. Zie hiervoor raadsconsultatiememo ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg'.

Waar staan we nu? In deze raadsconsultatiememo is geconstateerd dat: - Raadsleden zien het als hun verantwoordelijkheid om politiek moeilijke keuzes te maken nog voor de verkiezingen begin 2026. Ook zien zij het belang van een lange termijnvisie en met elkaar de rug recht houden, als keuzes eenmaal gemaakt zijn. Daarbij hebben veel raadsleden gebruik gemaakt van de mogelijkheden om hun kennis te verbreden en te verdiepen op het gebied van Jeugdzorg; -

In algemene zin kan gesteld worden dat het Jeugdzorgdomein een breed scala aan typen en ernst van problematiek kent. Dat betekent dat algemene of gestandaardiseerde maatregelen voor het gehéle jeugdhulpdomein waarschijnlijk leidt tot averechtse effecten. Daarom lijkt een gedifferentieerde aanpak de meest passende;

-

De oorzaak en daarmee oplossingsrichtingen voor de grote vraag naar jeugdhulp ligt vooral in de systemen buiten de jeugdzorg: zoals in het gezin, op school, en in de samenleving. Het rapport Groeipijn concludeert: ‘Jeugdhulp is aanpalend aan de andere levensdomeinen, en niet andersom’. Concreet betekent dit dat wij in Veenendaal een aantal randvoorwaarden anders moeten organiseren om de instroom in de jeugdzorg te verlagen en de door- en uitstroom te verhogen. Dat vraagt om een intensieve samenwerking tussen de aanpalende domeinen, zoals onderwijs en huisvesting/ (beschermd) wonen;

-

Wij ervaren een grote betrokkenheid van de raad, adviesraden, stakeholders en onderzoekers om zaken te verbeteren. In dit raadsvoorstel presenteren wij u het resultaat van het gezamenlijke gelopen traject;

-

Ook is, conform de raadsconsultatievragen, richting gegeven aan het vervolgproces. Hierbij wordt, zoals benoemd in raadsconsultatievraag 4, 80% van de tijd, geld en personele capaciteit aan de kwadranten II en IV besteed en 20% van deze middelen voor de kwadranten

Pagina 4 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

I en III.. Dit betekent dat de focus wordt gelegd op de kwadranten II en IV en de inzet op de kwadranten I en III hieraan ondersteunend moet zijn. -

Raadsconsultatie De inbreng van de diverse politieke partijen heeft zoveel mogelijk een plek gekregen in dit raadsvoorstel. Een paar zaken brengt het college extra onder de aandacht, omdat deze in het raadsvoorstel geen plek hebben of op andere wijze worden meegenomen. o Er is gevraagd om een winstplafond, dit hebben wij ook overwogen maar uit andere voorbeelden in Nederland is gebleken dat dit niet effectief is. Daarom hebben wij dit niet opgenomen in dit voorstel. o Ook wordt de vraag gesteld of deze maatregelen binnen de wet passen en ook binnen de geest van de wet. In dit voorliggend raadsvoorstel blijven wij inderdaad binnen deze kaders. o Over out-of-the-box oplossingen gericht op kwadrant IV heeft het college nu (nog) geen invulling aan gegeven. Dit kunnen wij doen bij de verdere uitwerking van het projectplan voor dit kwadrant. o Verder is aangegeven aandacht te willen geven aan het belang van preventie, bijvoorbeeld via jongerenwerk. In dit raadsvoorstel stellen wij voor om bewezen collectieve preventie wel aandacht te geven, met de kanttekening dit te doen conform de gedifferentieerde aanpak met de kwadranten zoals benoemd in de raadsconsultatie, binnen bestaande capaciteit en middelen. o Daarnaast is aangegeven aandacht te willen geven aan relatieproblemen bij ouders, specifiek echtscheidingen. In dit raadsvoorstel wordt hier op hoofdlijnen verder op ingegaan.

Waar gaan wij naartoe? Dit raadsvoorstel nodigt via de gemeenteraad de gemeente Veenendaal uit om gerichte besluitvorming en beleidsinzet te organiseren op de typen jeugdhulp waar de grootst mogelijke maatschappelijke en financiële impact te behalen valt. Dit met behoud van aandacht voor preventie en normaliseren, maar zonder daar (op korte termijn) onrealistische verwachtingen aan te koppelen wat betreft maatschappelijke en financiële impact. Collectieve preventie3 heeft in veel gevallen meer effect dan individuele preventie en is vaak minder "schadelijk", zie ook de toelichting van Irene Niessen op 7 januari. En als je goed afbakent, kan het wel doorstroom voorkomen. Enkel en alleen

Definitie collectieve preventie Men spreekt van ‘collectieve preventie’ als de uitvoering van een preventieve maatregel niet op de gezondheid van één individu maar op die van een groep is gericht. Dit wil niet zeggen dat de uitvoering van een collectief-preventieve maatregel altijd groepsgewijs plaatsvindt. Dat kan het geval zijn, bijvoorbeeld bij voorlichtingsactiviteiten, maar sommige vormen van collectieve preventie worden op individueel niveau geëffectueerd. Een voorbeeld daarvan is het vaccinatieprogramma dat bij jonge kinderen wordt uitgevoerd.

3 Collectieve preventie bestaat in veel vormen en maten. Collectieve preventie methoden zoals: Nu

Niet Zwanger, Opgroeien in Kansrijke Omgeving en Kansrijke start zijn voorbeelden van wetenschappelijk onderbouwde collectieve preventies. Definitie collectieve preventie, zie Collectieve preventie | SpringerLink

Pagina 5 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

inzetten op preventie, zal de in- en doorstroom niet direct voorkomen4. Ook blijkt uit analyse van Aspectu dat de grootste kostenpost én de grootste maatschappelijke last in de structurele en zware zorg zit. Concreet is de gangbare gedachte dat als de maatschappij meer investeert in allerlei vormen van preventie en vroegsignalering, ook de instroom in en kosten van zowel lichte als zware en complexe vormen van jeugdhulp zullen dalen. Het effect van preventie op de verschillende doelgroepen die gebruik maken van de jeugdhulp hangt echter sterk af van de vorm en inzet van preventie. Zo duiden de gesignaleerde trends, gesprekken met het veld, ervaringen van andere gemeentes en dataanalyse er juist op dat een algemene inzet op preventie en vroegsignalering de instroom in lichte jeugdhulp juist doet stijgen, terwijl er geen duidelijke daling van zware jeugdhulp zichtbaar is. De oproep in dit raadsvoorstel is daarom juist actie te ondernemen in die situaties waarin sprake is van structurele disbalans. Hiermee wordt de gemeenteraad uitgedaagd om onafhankelijk van de mainstream opvattingen over hoe de jeugdzorg te verbeteren en de kosten te laten dalen, juist te focussen op de huishoudens waarbij de draaglast structureel hoger is dan de draagkracht.

Daarbij signaleren wij op grond van de data-analyse dat een structurele lichte disbalans regelmatig leidt tot een verergering van de situatie en dus een grotere mate van disbalans. Daarmee vragen wij van de raad om scherpe keuzes te maken ten behoeve van het beschikbaar houden en goed organiseren van jeugdhulp, teneinde de meest kwetsbare kinderen en gezinnen snel, goed en dichtbij te voorzien van praktische, integrale en domein overstijgende hulp. Om deze scherpe keuzes te maken is een aantal beslispunten geformuleerd. Deze beslispunten geven antwoord op de vier vragen die voortkomen uit het projectplan, zoals gepresenteerd tijdens de beeldvormende avond van maart 2025 (zie ook leeswijzer van dit raadsvoorstel). Beantwoording van deze vragen, middels de beslispunten, vormt het sluitstuk van de publieke waardenafweging zoals geformuleerd door Tim Robbe in het rapport ‘Verkenning afbakening jeugdhulpplicht’5. Samenvatting Het college geeft door middel van dit raadsvoorstel antwoord op de vier vragen uit het projectplan ‘Hervormingsagenda: Grenzen aan onze jeugdzorg: hoe verdelen wij de schaarse middelen goed over de jeugdigen in Veenendaal?’ In de beantwoording staan diverse paradigmaverschuivingen (zoals beschreven in bijlage a) en een gedifferentieerde aanpak centraal.

Hiermee werken wij toe naar het versterken van kwalitatief goede relaties, positieve gezondheid, veerkracht en mentaal welzijn. Door middel van de gedifferentieerde aanpak in vier kwadranten wordt verder uitwerking gegeven aan het goed verdelen van de schaarse middelen. Daarbij hanteert Veenendaal de 80/20-regel, conform de raadsconsultatie, op de kwadranten met een structurele hulpvraag (II en IV) ten opzichte van de kwadranten met een incidentele hulpvraag (I en III). Hiermee wordt de verbetering van het zorgaanbod voor de jeugdigen en hun gezinnen met structurele zorgvragen beoogd en mogelijk het grootste besparingspotentieel gerealiseerd. 4 Dit blijkt o.a. uit het rapport Stelsel in Groei door AEF, december 2020. 5 Zie raadsconsultatiememo ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’, pagina 11. N.B. volgend uit de

raadsconsultatie wordt onder publieke waarde 3 ‘welzijn', de waardering door de gemeente van de balans tussen draagkracht en draaglast van gezinnen verstaan.

Pagina 6 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

Het beoogde resultaat is het verminderen van het aantal kinderen in de jeugdhulp, en/of een lagere intensiteit van de hulpverlening per kind of gezin, en/of lagere kosten van de jeugdhulp in zijn geheel. Teneinde het beschikbaar houden en goed organiseren van jeugdhulp, zodat de meest kwetsbare kinderen en gezinnen snel, goed en dichtbij worden voorzien van praktische, integrale en domein overstijgende hulp. Als dat lukt draagt dit bij aan: 1. De realisatie van de doelen uit het integraal beleidskader sociaal domein 2024-2027; 2. Verbeteren van de zorg voor degenen die dit het hardst nodig hebben; 3. Verlaging van de instroom in en de kosten van jeugdhulp op lange termijn. Daarnaast geeft het college aan dat de uitvoering van de maatregelen onder kwadranten I en III, ondersteunend aan de maatregelen onder kwadranten II en IV, ook kunnen bijdragen aan een cultuuromslag binnen de jeugdzorg en binnen de samenleving. Tot slot, als de raad instemt met de voorgestelde beslispunten, vervolgplanning en randvoorwaarden, leidt dit tot een verdere uitwerking en uitvoering van de diverse vervolgprojecten. Alsook een doelenboom met bijbehorende KPI’s ten behoeve van cyclische monitoring en evaluatie.

Beoogd resultaat Het beoogde resultaat is het verminderen van het aantal kinderen in de jeugdhulp, en/of een lagere intensiteit van de hulpverlening per kind of gezin, en/of lagere kosten van de jeugdhulp in zijn geheel. Teneinde het beschikbaar houden en goed organiseren van jeugdhulp, zowel qua financiën als wel voldoende personeel, zodat de meest kwetsbare kinderen en gezinnen snel, goed en dichtbij worden voorzien van praktische, integrale en domein overstijgende hulp. Proceshistorie en eerdere besluitvorming De raad is op meerdere momenten geïnformeerd over de aanleiding en het verloop van het project ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg'. Dit is onder meer gebeurd middels raadsinformatiebrief RIB2024.828, beeldvormende avonden op 24 oktober 2024, 7 januari 2025 en 4 maart 2025. Ook is op 2 april 2025 een werkbezoek georganiseerd voor de raad bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), met als doel om in gesprek te gaan over de dagelijkse praktijk. Hierdoor hebben raadsleden de mogelijkheden gekregen om de effecten van bepaalde beleidskeuzes te toetsen aan de praktijk. Verder is op 26 juni 2025 de raad geconsulteerd middels raadsconsultatiememo ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’. Middels deze consultatie heeft de raad richting kunnen geven aan het project in aanloop naar dit raadsvoorstel en de hierin geschetste beslispunten.

Tot slot vindt op 9 september 2025 een beeldvormende avond plaats ter inspiratie voor de besluitvorming op dit raadsvoorstel. Tijdens deze avond staat met name de mogelijkheid centraal om met experts in gesprek te gaan over de effecten van de voorgestelde, dan wel alternatieve, keuzes. Argumenten 1.1. De paradigmaverschuivingen uit bijlage a hebben een stevige filosofische onderbouwing,

Pagina 7 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

worden diverse keren aangetoond in wetenschappelijke onderzoek en worden bepleit door verschillende experts en ervaringsdeskundigen op het gebied van jeugdhulp, zoals Levi van Dam en Friso van Doesburg. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de belangrijkste factor in gezondheid de kwaliteit van relaties met anderen is6. Dit sluit aan bij het hiervoor genoemde mensbeeld, dat de mens een relationeel wezen is. Recent heeft de gemeente Rotterdam een verdiepend onderzoek gedaan naar één-op-één begeleiding binnen de jeugdhulp. De oorspronkelijke bedoeling was om tijdelijk intensieve hulpverlening in te zetten als laatste redmiddel. Maar in de praktijk leidt dit veelal tot averechtse effecten: jongeren raken geïsoleerd, afhankelijk van hun begeleiders en blijven soms jarenlang vastzitten in uitzichtloze zorgtrajecten. Ook Van Dam roept in zijn oratie niet alleen ouders en opvoeders op om hun benadering van mentale gezondheid te overwegen, maar ook de samenleving als geheel. ‘Er wordt veel verwacht van therapie en aandacht op scholen, maar er moeten ook oplossingen zijn voor in de vrije tijd.’7 Van Doesburg pleit voor een insteek op positieve gezondheid en versterken van dat wat goed gaat, in plaats van het medische model en diagnosticeren van jongeren. Verder roepen wetenschappers in een nieuw rapport van The Lancet Psychiatry op om GGZ dringend te laten investeren in leefstijl.

In het rapport8 worden deze zaken genoemd als essentieel en niet als een optionele toevoeging. Ook in diverse wetenschappelijke literatuur9 wordt aangetoond dat leefstijlinterventies een effectieve en positieve bijdrage leveren bij psychische aandoeningen en lichamelijk chronische aandoeningen. 1.2. Deze paradigmaverschuivingen sluit aan bij de doelen van de jeugdwet. De paradigmaverschuivingen dragen bij aan het versterken van het probleemoplossend vermogen van kinderen, jongeren, hun ouders en hun sociale omgeving 10, door middel van een verschuiving van diagnosticeren en hulpverlenen volgens het medisch model, naar versterken van veerkracht en het eigen netwerk. 1.3. Kinderen zijn als ‘de kanarie in de kolenmijn’. De stijgende jeugdhulpkosten zijn geen signaal van ‘problemen met de jeugd’, maar van problematische ontwikkelingen in de maatschappij. Dit vraagt om een andere aanpak dan ons te focussen op het diagnosticeren of behandelen van individuele kinderen. Luc van der Steene verwoordt het als volgt:11 ‘Onze neoliberale samenleving met vrije markteconomie legt een grote druk op het individu: succes is meetbaar, falen onaanvaardbaar. Jongeren groeien op in een wereld waarin hun bestaansrecht lijkt af te hangen van prestaties en perfectie. Wanneer jongeren massaal vastlopen, kijken we vooral naar henzelf. We labelen, diagnosticeren en corrigeren dat het een lieve lust is.

Maar kijken we eigenlijk wel naar de context waarin zij opgroeien?’ Zolang wij aan deze benadering vasthouden, is het dweilen met de kraan open. 1.4. De financiële resultaten geven aan dat doorgaan op dezelfde manier niet houdbaar is voor de lange termijn in termen van betaalbaarheid, personele capaciteit en beschikbaarheid van zorg. 6 Zie https://www.adultdevelopmentstudy.org/ 7 Mentale gezondheid van jongeren gaat niet achteruit - Universiteit van Amsterdam 8 'Ggz moet dringend investeren in leefstijl' - Skipr 9 RACGP - AJGP (Australian Journal of General Practice) 10 Jeugdwet | Nederlands Jeugdinstituut 11 Kanaries in de kolenmijn: jongeren als alarmsignaal van een zieke maatschappij, Luc van der

Steene

Pagina 8 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

De aanleiding voor het projectplan ‘Hervormingsagenda: Grenzen aan onze jeugdzorg’ is te vinden in de toenemende disbalans in het jeugdzorgstelsel. Ook in Veenendaal zien wij een alsmaar stijgende vraag naar en intensivering van jeugdhulp. De hiermee gepaard gaande kosten zijn op de lange termijn niet (meer) op te brengen. Dit kan een risico voor de algehele financiële positie van de gemeente met zich mee brengen. De inzet blijft gericht op een goede balans tussen organisatie, kwaliteit en financiën. 1.5. Zoals bepleit in onder andere het rapport Groeipijn, is jeugdhulp aanpalend aan de andere levensdomeinen en niet andersom. Daarom beleggen wij de verantwoordelijkheid waar deze hoort en sturen daarop. Jeugdhulp is vaak minder effectief als de oorzaak van de problematiek zich in een ander levensdomein bevindt. Het (wederom) beleggen van het bieden van hulp vanuit deze domeinen, draagt daarmee zowel inhoudelijk als vanuit financieel oogpunt bij aan de beoogde doelen zoals gesteld in dit raadsvoorstel. 1.6. Deze gedifferentieerde aanpak draagt bij aan de gewenste paradigmaverschuivingen (zoals toegelicht in bijlage a). Door te normaliseren12 en laagdrempelige ondersteuning vanuit aanpalende domeinen te bieden bij lichte hulpvragen, wordt bijgedragen aan het versterken van de veerkracht, autonomie en verantwoordelijkheid binnen de samenleving.

Lichte hulpvragen worden hierdoor in de basis belegd waar zij horen; in het eigen netwerk, de sociale basis en aanpalende domeinen. Is dat netwerk er niet of durft men daar geen hulpvraag te stellen, dan moeten inwoners daarbij geholpen worden. 1.7. Deze gedifferentieerde aanpak creëert ruimte om bij zware jeugdhulpvragen snel, goed en dichtbij in te zetten op praktische, integrale en domein overstijgende hulp. Geen keuzes maken betekent in een context van schaarste vaak dat dit ten koste gaat van degenen die de hulp het hardst nodig hebben.13

Volgens het NJI kan normaliseren in beleid twee doelen hebben: 1 Het realiseren van een inclusieve samenleving waarin alle kinderen en jongeren mee kunnen doen. Normaliseren zorgt voor minder uitsluiting en stigmatisering en bevordert de kansengelijkheid. 2 Als middel om de inzet van specialistische hulp te verminderen en de zorgkosten te beheersen. Normaliseren zorgt er dan ook voor dat kinderen en jongeren die echt specialistische zorg nodig hebben, die ook krijgen.

2.1. De kwadranten II en IV gaan over zorgvragen die een structurele impact hebben op het algemeen welzijn en functioneren van de jeugdigen in Veenendaal, hun netwerk en gezin. Deze kwadranten gaan namelijk over structurele onbalans tussen draagkracht en draaglast bij kinderen en/of gezinnen. Daarmee staat de menselijke waardigheid van deze mensen onder druk en vragen zij om de hoogste prioritering én zeer waarschijnlijk een domein overstijgende aanpak. 2.2. De kwadranten II en IV gaan over maatregelen die zorginhoudelijk en financieel de grootste impact kunnen hebben op het gebied van kwaliteit en effectiviteit van de geboden zorg. Dit blijkt uit een data-analyse aan de hand van gedeclareerde jeugdzorg in Veenendaal door Aspectu. Ook in meerdere dialoogsessies met stakeholders kwam naar voren dat de maatregelen uit de kwadranten II en IV zorginhoudelijk de grootste impact kunnen hebben. 12 Bron: Een gezamenlijke visie op normaliseren | Nederlands Jeugdinstituut 13 Moeilijke gesprekken in jeugdzorg - Andersson Elffers Felix

Pagina 9 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

2.3. Door prioriteit te geven aan de kwadranten II en IV wordt recht gedaan aan de doelen bestaanszekerheid en toekomstbestendig sociaal domein uit het Integraal Beleidskader Sociaal Domein. Op het moment dat er structurele zorgvragen zijn, is het waarschijnlijker dat ook de bestaanszekerheid van dat huishouden onder druk staat. Als het lukt om de hulpverlening voor de kinderen en huishoudens in de kwadranten II en IV anders te organiseren en daarmee de kosten te verlagen, draagt dat bij aan een toekomstbestendig sociaal domein, wat één van de drie doelen van het IBK is. 2.4. Het onderwijs pleit voor een nauwere samenwerking (bijlage b, punten 1.1, 1.2, 1.5, 1.9) tussen jeugd-onderwijs en een grotere rol voor onderwijs in het ondervangen van lichte problematiek of opvoedkundige vraagstukken. Het onderwijs heeft, zoals te lezen in bijlage e, op verscheidene wijze aangegeven dat er vraagstukken zijn waar het onderwijs een grotere rol in kan nemen, teneinde de inzet van (individuele) jeugdhulp te verminderen. Dit, omdat het onderwijs een (wettelijke) taak heeft in het socialiseren van kinderen, onderwijs bij uitstek groepsgericht is en het normaliserend werkt indien hulpvragen binnen het onderwijs kunnen worden opgevangen. 2.5.

De inzet van collectieve preventie door de GGD en Jeugd-GZ alsook het als kind deelnemen aan sport of een andere vrijetijdsbesteding en/of het verrichten van vrijwilligerswerk (bijlage b, punten 1.3 en 1.4) draagt bij aan normaliseren, het vergroten van de veerkracht en het eigen netwerk van jongeren en gezinnen. Een aantal stakeholders heeft tijdens de dialoogsessies aangegeven dat ondersteuning in de zin van collectieve preventie vanuit dergelijke organisaties in bepaalde gevallen de inzet van tweede lijnsjeugdzorg kan voorkomen dan wel kan verkorten. 2.6. Jeugdhulpvoorzieningen gericht op het leggen van persoonlijk contact als basis van ondersteuning, ondersteuning gericht op versterking van het positieve en ondersteuning in groepen (bijlage b, punten 1.6, 1.7, 1.8 en 1.10) sluit aan bij de gewenste paradigmaverschuivingen. Dergelijke hulp is laagdrempelig, dichtbij de eigen omgeving van de jongere of het gezin en werkt daarmee normaliserend en versterkt de eigen kracht of het eigen netwerk van de jongere of het gezin. Bovendien pleiten meerdere landelijke experts (zoals genoemd in bijlage a) voor dergelijke maatschappelijke veranderingen. 2.7. Het rapport Groeipijn en de input van stakeholders bepleiten het standaardiseren van een systeemgericht aanpak in de jeugdzorg (bijlage b, punten 2.1 en 2.2 ).

Jeugdhulp is, aldus deze partijen, minder effectief wanneer het kind uit de gezinssituatie wordt gehaald ten behoeve van begeleiding of behandeling, terwijl de gezinsdynamiek of het netwerk om het kind heen niet veranderd. Een aanpak waarin alle partijen betrokken zijn én waar eventuele ouderproblematiek als voorliggend wordt gezien, is daarmee zowel effectiever als duurzamer, wat zowel inhoudelijk als financieel een verbetering kan opleveren. Een goed voorbeeld hiervan zijn de proeftuinen in de Jeugdzorg14. Vanuit Veenendaal zijn wij betrokken bij de proeftuin in Utrecht.

14 Proeftuinen

Pagina 10 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

2.8. Het is belangrijk met een vaste groep stakeholders te werken aan duurzame veranderingen (bijlage b, punten 2.3, 4.1, 4.2 en 4.7). De gewenste paradigmaverschuivingen en maatregelen kosten tijd om door te voeren. Het is daarom van belang een vaste groep gecommitteerde stakeholders te vormen die actief meedoen en verantwoordelijkheid nemen, zodat de gewenste paradigmaverschuivingen niet enkel vanuit de gemeente worden gestimuleerd, maar hier ook vanuit zorgaanbieders zelf actief op wordt ingezet. Dergelijke organisaties moeten op passende wijze worden meegenomen in de beoogde veranderingen, vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid en nauwe samenwerking. Voortzetting van reeds bestaande bijeenkomsten vanuit het programma Sociaal Domein zijn hierbij van belang.. 2.9. De inzet van ervaringsdeskundigen (bijlage b, punt 3.1) draagt bij aan de gewenste paradigmaverschuiving. Adviesraden, stakeholders en experts bepleiten het vaker inzetten van ervaringsdeskundigen omdat dit bijdraagt aan het normaliseren en het vergroten van de veerkracht van jeugdigen en hun gezinnen, zoals beoogd bij de paradigmaverschuivingen benoemd in dit raadsvoorstel. 2.10. Een sterke triage en voldoende expertise bij het CJG (bijlage b, punten 3.2 en 4.3) sluiten aan bij de gewenste paradigmaveranderingen.

Om een gedifferentieerde aanpak te kunnen hanteren is het van belang dat wordt ingezet op het borgen van een sterke triage en voldoende expertise bij het CJG. Er moet namelijk in een vroeg stadium goed onderscheid gemaakt worden of de hulpvraag een normaliserende aanpak en eventuele laagdrempelige ondersteuning vraagt, of dat er meer achter zit en de onderliggende problematiek domein overstijgende of specialistische hulp vergt. Voor hulpvragen die binnen het model in de kwadranten I en III zou vallen is het belangrijk dat de hulp juist snel en praktisch wordt gegeven, zonder per se altijd uitgebreid nader onderzoek, terwijl bij de hulpvragen uit kwadranten II en IV snel en uitgebreid nader onderzoek wordt ingezet ten behoeve van integrale hulpverlening. 2.11. Er is nog onvoldoende helder of het stellen van tijdslimieten op specifieke jeugdhulptrajecten (bijlage b, punt 3.3) bijdraagt aan de gewenste veranderingen. Daarom is het van belang om te monitoren wat de bevindingen zijn in gemeenten waar dit reeds wordt toegepast, onder andere in onze eigen Jeugdhulpregio. Indien de resultaten aansluiten bij de gewenste veranderingen zoals benoemd in dit raadsvoorstel, kan middels een aparte opdracht aan het college deze maatregel ook in Veenendaal worden doorgevoerd. 2.12.

De inzet op minder uithuisplaatsingen en zo ‘thuis’ mogelijk plaatsen (bijlage b, punten 4.4, 4.5 en 4.6) sluiten aan bij de uitgangspunten van de Hervormingsagenda – jeugd. De Hervormingsagenda – Jeugd bevat onder andere maatregelen en uitgangspunten gericht op het substantieel verminderen van het aantal uithuisplaatsingen en het toevoegen van een zelfgekozen steunfiguur voor de jongere waar een uithuisplaatsing dreigt. 15 Dit is een maatschappelijke beweging die al voor de hervormingsagenda in gang is gezet, denk ook aan de ‘Beweging naar 0 16’ 2.13. De wijzigingen in de verordening (bijlage b, punten 5.1, 5.2 en 5.3) sluiten aan bij de gewenste paradigmaverschuivingen en afbakening zoals in bijlages a en b beschreven.

15 Hervormingsagenda

- Jeugd 2023 2028

16 Beweging van 0 | Projecten | voor Jeugd & Gezin

Pagina 11 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

De wijzigingen zoals voorgesteld, verankeren de gewenste paradigmaverschuivingen en afbakening van de jeugdhulp in de plaatselijke verordening. Hierbij bieden deze wijzigingen een juridisch kader voor de medewerkers van het CJG om op terug te vallen in individuele casuïstiek. 2.14. De wijzigingen in de verordening (bijlage b, punten 5.1, 5.2 en 5.3) zijn reeds juridisch getoetst. De beleidskeuzes zoals beschreven in de punten 5.1, 5.2 en 5.3 zijn door te voeren middels het toevoegen of wijzigingen van artikelen of passages uit de modelverordeningen van de VNG en/of Schulink. De beide modelverordeningen zijn reeds door meerdere gemeentes geïmplementeerd en uitgebreid juridisch getoetst. Daarmee is geborgd dat deze wijzigingen binnen de wettelijke kaders vallen. 3.1 De randvoorwaarden zijn noodzakelijk om de maatregelen zoals genoemd in bijlage b te doen slagen. In de raadsconsultatiememo hebben wij randvoorwaarden benoemd, zoals aangedragen door de stakeholders. In de afgelopen maanden zijn deze verder verkend en uitgewerkt, zoals te lezen in bijlage d. 3.2. De opdracht van het CJG (bijlage c, punt i) krijgt andere taakaccenten volgend uit de maatregelen uit dit raadsvoorstel. Om te borgen dat het CJG ook aan deze opdracht kan voldoen is inzet op het bestendigen van de capaciteit en expertise bij het CJG essentieel.

Hierbij is van belang dat het CJG de tijd krijgt om deze randvoorwaarden uit te voeren, met daarbij oog voor de krapte op de arbeidsmarkt en andere maatschappelijke ontwikkelingen die buiten de invloedssfeer van gemeente of CJG liggen. Tevens kan hier op termijn een aanvullende (financiële) vraag uit voortkomen richting gemeente. 3.3. Meerdere stakeholders, waaronder het onderwijs zelf, pleiten voor een verbeterde samenwerking tussen jeugd en onderwijs (bijlage c, punt ii). We kennen als gemeente al de nodige overlegvormen met het onderwijs, zowel lokaal als regionaal. Versteviging van deze samenwerkingen is een essentieel onderdeel van de gewenste paradigmaverschuivingen waarbij hulpvragen die momenteel door jeugdhulp worden opgevangen voortaan voorzien kunnen worden van een passend hulpaanbod vanuit het onderwijs. Versteviging zoals bedoeld in deze randvoorwaarde is beoogd binnen de bestaande overlegvormen. Hierbij is van belang dat de huidige overlegvormen worden ingezet om concrete, specifieke doelen te bespreken. Hierbij zijn we (deels) afhankelijk van de medewerking van onze partners. Aanvullende acties vallen buiten de scope en vragen om aanvullende capaciteit en tijd. 3.4. Meerdere stakeholders hebben in de dialoogsessies benoemd dat een cruciale randvoorwaarde is dat er domein overstijgend wordt gewerkt (bijlage b, punt 4.6 en bijlage c, punt iii).

Stakeholders bepleitten een ontschotting van de zorgwetten, uniforme toegang en verbeterde ondersteuning bij de overgang van 18- naar 18+ om betere en snellere hulp te kunnen bieden vanuit de juiste domeinen. 3.5. In het rapport Groeipijn van de commissie van Ark wordt gepleit voor betere samenwerking met schuldhulpverlening, WMO, volwassen GGZ en huisvesting (bijlage b, punt 4.6 en bijlage c, punt iii). Factoren als armoede, schulden, complexe scheidingen, GGZ-problematiek bij ouders, het gebrek aan passende huisvesting, toenemende prestatiedruk en maatschappelijke verwachtingen van

Pagina 12 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

jongeren spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van problemen in gezinnen en beïnvloeden de mogelijkheden van jongeren. De huidige Hervormingsagenda heeft te weinig aandacht voor een systeemgerichte aanpak van jeugd en gezin, over alle domeinen heen. 17 Ook in het IBK in Veenendaal besteden wij aandacht aan bestaanszekerheid, zelfredzaamheid en een toekomstbestendig sociaal domein. 3.6. Om de gewenste paradigmaverschuivingen te bewerkstelligen is een sterk genoeg voorliggend veld van belang (bijlage c, punt iv). Veenendaal wordt reeds gekenmerkt door een sterk voorliggend veld en een hoog percentage aan vrijwilligers. Echter, stakeholders, waaronder de organisaties uit dit voorliggend veld hebben onder andere in de dialoogsessies gesignaleerd dat ook zij aan druk onderhevig zijn en daarmee zonder extra financiering niet zonder meer in staat zijn hulpvragen op te vangen die niet momenteel in het jeugdhulpdomein worden opgepakt. Daarom is het belangrijk om, binnen de bestaande middelen, te onderzoeken op welke wijze een extra prikkel ingebouwd kan worden ten behoeve van ondersteuning van deze partijen. 4.1. De raad heeft een opdracht gegeven voor het project Grenzen aan onze Jeugdzorg. Met dit beslispunt geeft de raad de opdracht om hier een vervolg aan te geven conform dit raadsvoorstel.

Ook geeft deze planning een overzicht van de projecten die hieruit volgen en met welke prioriteit deze worden opgepakt, aangezien niet alles op korte termijn gerealiseerd kan worden. Ten behoeve van deze vervolgstappen en de gewenste resultaten, is het belangrijk toe te werken naar een haalbare uitvoering, binnen bestaande capaciteit. 5.1. Om de trends van alsmaar stijgende kosten en toename van aantal kinderen in de jeugdzorg en de intensiteit van de jeugdzorg te keren, is het belangrijk om te sturen op de juiste doelen. Daarom wordt een doelenboom opgesteld met concrete en duidelijke doelen die richting geven aan de verdere uitvoering van de maatregelen zoals in de beslispunten van dit raadsvoorstel beschreven. 5.2. De opdracht om vervolgprojecten te beschrijven en te voorzien van een doelenboom en KPI’s maakt de uitvoering en resultaten beter meetbaar en te evalueren. Deze werkwijze sluit aan bij de werkwijze binnen de P&C-cyclus en borgt, dat projecten zoals in dit raadsvoorstel genoemd en passend binnen de huidige capaciteit en middelen, daadwerkelijk bijdragen aan de gestelde doelen zoals in dit raadsvoorstel benoemd onder ‘beoogd resultaat’. Ook is bijsturen gedurende de uitvoering beter mogelijk indien inzichtelijk is hoe de voortgang met betrekking tot de doelenboom en KPI’s verloopt.

Alternatieven De raad kan ervoor kiezen om geen of andere keuzes te maken dan beschreven in de beslispunten. Concreet bestaan deze alternatieven uit: 1. Geen aanvullende, scherpe, keuzes maken. Er wordt reeds binnen de gemeente op meerdere wijzen gestuurd op de transformatie van de jeugdzorg. Zo wordt middels de maatregelmonitor zicht gehouden op ontwikkelingen in de financiën en vormt dit belangrijke input waarop wordt gestuurd richting zorgaanbieders. Ook wordt er vanuit het

17 Rapport Groeipijn, pagina 47.

Pagina 13 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

programma Sociaal Domein ingezet op een transformatie, onder andere middels het traject rondom normaliseren. Echter, zoals ook is vastgesteld door de rekenkamer Veenendaal en in 2024 ook door de VNG vastgesteld is, zijn de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd binnen gemeente Veenendaal voor zover deze maatregelen binnen de reikwijdte van de gemeente liggen, uitgevoerd. Hiermee lijkt het besparingspotentieel in de kwadranten I en III reeds behaald, voor het deel dat deze maatregelen binnen de Hervormingsagenda liggen. De maatregelen die we als gemeente de afgelopen jaren en op dit moment nemen geven sturing, verbeteren kwaliteit en/of stellen bij, maar hebben nog niet het gewenste effect op het aantal kinderen in de jeugdzorg en de toename van intensiteit. Daarmee is de verwachting dan ook dat in alternatief scenario 1 de kosten, intensiteit en aantal kinderen in de jeugdhulp zullen blijven toenemen. Hiermee komt zowel het financieel kader als de maatschappelijke last onder (verder) onder druk te staan, waarbij geldt; het maken van geen keuzes gaat vaak ten koste van de meest kwetsbaren. Dit scenario staat daarmee op gespannen voet met maatschappelijk doel drie uit het integraal beleidskader sociaal domein: iedereen die hulp nodig heeft ontvangt passende hulp. 2. Inzetten op efficiënter werken binnen het jeugdhulpdomein, zonder scherpe keuzes te maken.

In 2024 is door de VNG en de rekenkamer Veenendaal vastgesteld dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd, die focussen op het vergroten van de efficiënte van de jeugdhulp, binnen gemeente Veenendaal voor zover deze maatregelen binnen de reikwijdte van de gemeente liggen, zijn uitgevoerd. Zie verder ook alternatief 1. Zoals ook onderbouwd door het rapport Groeipijn wordt geconcludeerd dat: ”De Hervormingsagenda Jeugd is een noodzakelijke, maar niet voldoende voorwaarde om te komen tot een goed werkend, beter beheersbaar en financieel houdbaar jeugdstelsel. De commissie trekt de conclusie dat de Hervormingsagenda Jeugd weliswaar een wezenlijke rol speelt in de transformatie van de jeugdhulp, maar dat de agenda onvoldoende aandacht heeft voor het wegnemen en verminderen van de (structurele) factoren die leiden tot instroom naar jeugdhulp. De scope van de Hervormingsagenda is te smal; er ligt een te grote nadruk op het anders organiseren van de jeugdzorg. De oplossing voor de grote vraag naar jeugdhulp ligt vooral in de systemen buiten de jeugdzorg: in het gezin, op school, en in de samenleving. Jeugdhulp is aanpalend aan de andere levensdomeinen, en niet andersom”. 3. Scherpe keuzes op termijn maken. Enkele stakeholders en de adviesraad hebben aangedragen dat er wat hen betreft op dit moment te weinig inzicht is op zowel de kern van het probleem, als de oplossing.

Het alternatief dat hieruit voortvloeit, is het uitstellen van het maken van scherpe keuzes totdat, door middel van nadere analyses en participatie, er voldoende helderheid is over het probleem en de, gedragen, oplossing. Als gemeente hebben we echter door de jaren heen de nodige cijfers en analyses gedaan en ontvangen. Bij dit traject is, ondanks de korte tijdspanne, maximaal ingezet op participatie. Welke ook in het vervolg verder invulling kan en zeker op onderdelen ook zal krijgen.

4. Inzetten op maatregelen uit kwadranten I en III. Zoals in kanttekening 3.2 benoemd, pleit een deel van de stakeholders juist voor concrete inzet op de kwadranten I en III. Concrete maatregelen uit dit kwadrant die onder beslispunt 2 niet zijn voorzien, maar die wel zijn aangedragen als potentiële maatregelen die inhoudelijk kunnen bijdragen aan de

Pagina 14 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

doelen uit het project ‘Grenzen aan onze Jeugdzorg’, zijn te vinden in bijlage e, participatie stakeholders en adviesraden. Zoals weergegeven op pagina 10 van de raadsconsultatiememo ’Grenzen aan onze Jeugdzorg', zijn deze maatregelen qua besparingspotentieel slechts in geringe mate relevant voor de realisatie van de beoogde doelen. 5. Keuze voor inzet op één van de kwadranten of een andere combinatie. Naast het alternatieve scenario 4, is het ook mogelijk om slechts te focussen op één kwadrant. Ook kan het gedifferentieerde model langs de as van ‘licht’ versus ‘zwaar’ gelegd worden. Daarbij wordt de as van incidenteel versus structureel losgelaten en kan gekozen worden voor een inzet op juist de combinatie van kwadranten I en II of III en IV. Ook voor dit scenario geldt dat, zoals weergegeven op pagina 10 van de raadsconsultatiememo ’Grenzen aan onze Jeugdzorg', deze maatregelen qua besparingspotentieel slechts in geringe mate relevant zijn voor de realisatie van de beoogde doelen.

Kanttekeningen 1.1. Deze paradigmaverschuiving vraagt een mentaliteitsverandering van professionals en de samenleving. Feitelijk gezien spreken wij hier over een landelijke beweging waar, over de gemeenten heen, inzet op is gevraagd. De lokale, gemeentelijke, samenleving is op allerlei vlakken onderhevig aan invloeden van regionaal en landelijk niveau. Daarmee heeft de gemeente slechts beperkte invloed op de houding en het gedrag van professionals en inwoners in Veenendaal. Hierin schuilt het risico dat, ondanks alle inspanningen en maatregelen, de gewenste effecten niet (geheel) en/of niet op korte termijn gerealiseerd kunnen worden. 1.2. Het mensbeeld wat hier wordt geschetst geeft maar een beperkt deel van het menszijn weer . We ontkennen niet dat er daadwerkelijk mensen zijn met psychische stoornissen die wel baat hebben bij de medische aanpak. Desondanks blijkt uit epidemiologisch onderzoek dat het aantal jongeren met psychische klachten niet toeneemt maar stabiel is gebleven over de afgelopen 30 jaar. Volgens Levi van Dam zijn jongeren tegenwoordig vooral beter in staat hun gevoelens en emoties te verwoorden. Dat leidt tot een over-interpretatie en daarmee een toename van gerapporteerde mentale problemen.18 1.3. Deze gedifferentieerde aanpak vraagt een verandering van aanbieders en hun hulpverleners.

Het vraagt namelijk dat zij meer durven te verdragen, hun referentiekader verbreden en, ook als dat gevoelsmatig en vanuit de hulpverlenersgedachte ingewikkeld voelt, enkel hulp in te zetten wanneer het gaat om zware en complexe problematiek waarbij de veiligheid van kinderen in gevaar komt of hun ontwikkeling ernstig gevaar loopt. Deze gevraagde verandering kan tot weerstand leiden bij zorgaanbieders die (financieel of organisatorisch) niet mee willen of kunnen veranderen. 1.4. Deze gedifferentieerde aanpak kan tot weerstand leiden bij hulpvragers die menen hulp nodig te hebben of hier recht op te hebben. Zowel het CJG, zorgaanbieders, de gemeente en aanpalende domeinen dienen in dergelijke situaties hun rug recht te houden, elkaar te ondersteunen en te blijven bij de inzet van ondersteuning vanuit aanpalende domeinen, het eigen netwerk of laagdrempelige praktische hulp vanuit het CJG. 18 Terugblik oratie Levi van Dam: Eindeloze Identiteiten | Levvel Up

Pagina 15 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

Belangrijk daarbij is ook het onderscheid te maken tussen (professionele) hulp, of zorg/ ondersteuning. 1.5. Er dient voor het CJG een mogelijkheid te zijn om in specifieke gevallen maatwerk te leveren (bijvoorbeeld door middel van de hardheidsclausule in de verordening). Hierbij is het van belang dat er vertrouwen is in de professionele afweging van (medewerkers van) het CJG, waarbij monitoring van belang is. 2.1. Door ons te focussen op kwadranten II en IV wijkt de Gemeente Veenendaal beredeneerd af van de mainstream opvattingen dat focussen op preventie en vroegsignalering de instroom in en kosten van jeugdzorg zal laten dalen. Deze focus is conform de raadsconsultatie van 26 juni 2025. Daarnaast is de inhoudelijke onderbouwing voor deze focus als volgt: We hebben als Veenendaal, vanuit de 80/20 regel wel oog voor kwadrant I en III, maar dit is ondersteunend aan de acties behorende bij kwadrant II en IV. Meer focus op kwadrant I is mogelijk, maar dit betekent een andere verhouding (en daarmee minder inzet op de zwaarste hulpvragen), dan wel extra investeren in middelen en capaciteit. Per saldo is er daarmee een risico dat de totale kosten nog meer toenemen; 2.2. Meerdere stakeholders adviseren nadrukkelijk om in te zetten op preventie, laagdrempelige en algemeen toegankelijke voorzieningen. Dit sluit aan bij de maatregelen uit kwadranten I en III.

Het college stelt voor hier minder tijd en capaciteit aan te besteden. Daarmee legt de gemeente Veenendaal een deel van de adviezen naast zich neer. Dit kan leiden tot onbegrip bij diverse betrokkenen al kan dit risico met goede en gerichte communicatie verkleind worden. Wel wordt gemonitord waar inzet op de kwadranten I en III noodzakelijk is om de inzet op de kwadranten II en IV te laten slagen en om passend en dekkend aanbod te borgen. 2.3. Mogelijkerwijs is bestuurlijke inzet via de bestaande kanalen onvoldoende om de gewenste verandering met betrekking tot de samenwerking tussen jeugd en onderwijs (bijlage b, punten 1.1, 1.2 en 1.5) te bewerkstelligen. Om de samenwerking tussen onderwijs en jeugd dusdanig vorm te geven dat de gewenste verschuiving van jeugdhulp naar ondersteuning in het onderwijs kan plaatsvinden, is naast bestuurlijk inzet, mogelijkerwijs aanvullende inspanning nodig op thema’s zoals het ontwikkelen van een duidelijke afbakening van rollen en taken (zie ook randvoorwaarde ii) of andere zaken. Zie hiervoor ook bijlage e, de input vanuit het onderwijs. Indien aan de orde, kan de raad hier een aanvullende bestuurlijke opdracht voor geven, zoals ook benoemd onder randvoorwaarde ii. Wel is het hierbij goed te benoemen dat stakeholders hebben aangegeven, een eventuele verdieping van de bestuurlijke inzet via de bestaande overlegvormen te willen vormgeven.

De verdieping is dan te vinden in de omvang of mate van inzet op bepaalde concrete doelen en niet in de oprichting van aanvullende overlegvormen. 2.4. Een groter beroep op de inzet van vrijwilligersorganisaties (bijlage b, punt 1.4) kan in de knel komen wegens een tekort aan en/of overbelasting van vrijwilligers. Veenendaal wordt reeds gekenmerkt door een sterk voorliggend veld en een hoog percentage aan vrijwilligers. Echter, stakeholders, waaronder de organisaties uit dit voorliggend veld hebben in de dialoogsessies gesignaleerd dat ook zij aan druk onderhevig zijn en daarmee zonder extra financiering niet zonder meer in staat zijn hulpvragen op te vangen die niet momenteel in het

Pagina 16 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

jeugdhulpdomein worden opgepakt. Maar met het voorliggende voorstel om meer mensen in te zetten als ervaringsdeskundige (zie bijlage b, punt 3.1- 3.2) wordt dit probleem van vrijwilligers op termijn mogelijk minder groot; 2.5. Bij een te snelle overgang naar collectieve voorzieningen (bijlage b, punten 1.6, 1.7, 1.8 en 1.9) kan dit een averechts hebben, voornamelijk voor kwetsbare gezinnen zonder een sterk vangnet. Indien de inzet van jeugdhulp op hulpvragen uit kwadrant I te snel wordt beperkt, ontstaat het risico dat aanpalende domeinen nog niet voldoende in staat zijn de hulpvragen op te vangen, waarbij gezinnen of jongeren buiten de boot kunnen vallen. Dit raakt potentieel de kwetsbaarste gezinnen zonder eigen vangnet het hardst. 2.6. Inzet op het doorvoeren van wijzigingen in de inkoopvoorwaarden levert mogelijk niet de gewenste resultaten op (bijlage b, punten 1.10, 2.1, 3.1 en 4.5). Wijzigingen in de inkoopvoorwaarden van de regionaal ingekochte jeugdhulp dienen op regionaal niveau afgestemd te worden, waarbij in jeugdhulpregio JeugdFV het uitgangspunt van unanimiteit geldt. Dit betekent dat inzet vanuit gemeente Veenendaal zonder resultaat kan blijven indien de andere gemeentes niet achter deze wijzigingen staan.

De voorgestelde wijzigingen zijn zoals wij dit nu kunnen overzien in lijn met regionale ontwikkelingen, dus deze kans wordt beperkt geacht, maar is desalniettemin aanwezig. 2.7. Standaardiseren van specifieke typen jeugdhulp is niet in alle gevallen passend (bijlage b, punten 1.3, 2.2 en 3.1). Hoewel het standaardiseren van jeugdhulp in de vorm van systeemgericht, groepsgericht en met inzet van ervaringsdeskundigen in veel gevallen passender en effectiever kan zijn, is het niet in alle gevallen passend. Het is daarom belangrijk voldoende ruimte te laten voor de verwijzende partijen en zorgaanbieders om, in een voorkomend geval, een andere vorm van jeugdhulp in te zetten. 2.8. Doordat de gemeente Veenendaal streeft naar lagere kosten en dat beïnvloedt door te sturen aan de hand van de gedifferentieerde aanpak kan dit gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering van zorgaanbieders (bijlage b, punt 2.3). Aanbieders hebben belang bij veel kinderen in de jeugdzorg, lange trajecten en extra middelen, als gevolg van de privatisering van deze zorg. Dat is hen niet te verwijten, maar deze organisatiebelangen spelen wel degelijk een grote rol. Deze organisatiebelangen kunnen een sterke rol gaan spelen en de beoogde verandering bemoeilijken. Desondanks zal de totale hoeveelheid en intensiteit van de geleverde zorg moeten afnemen om de inhoudelijke en financiële doelen te behalen.

Als dat negatieve gevolgen heeft voor zorgaanbieders dan vraagt dat van hen om tijdig bij te sturen, zodat zij hun bedrijfsvoering daarop aanpassen en/of hun dienstverlening verplaatsen. Ook vraagt het van de gemeente en Jeugdhulpregio JeugdFV om hierin een betrouwbare opdrachtgever te zijn en deze organisaties in staat te stellen hun bedrijfsvoering binnen redelijke termijn aan te passen. In de verdere uitvoering van deze plannen moet hiervoor voldoende ruimte zijn om de jeugdhulpregio JeugdFV, regiogemeenten en aanbieders hierin mee te nemen. 2.9. Mogelijkerwijs passen de opdrachten aan het CJG (bijlage b, punten 3.2, 4.1 en 4.3, en bijlage c, punt i) niet binnen de huidige financiële kaders van het CJG. Daarmee vraagt de gewenste ontwikkeling bij het CJG met als doel om op termijn te leiden tot zowel een inhoudelijke als een financiële verbetering wat betreft de inzet van specialistische jeugdhulp

Pagina 17 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

initieel om de inzet van extra capaciteit en middelen bij het CJG. Indien er signalen zijn dat dit aan de orde is, wordt de raad hier tijdig over geïnformeerd. 2.10. Er is reeds in het verleden een maximale behandelduur vastgesteld (bijlage b, punt 3.3). Deze maximering is naar aanleiding van onvoldoende resultaat teruggedraaid naar beschikkingen voor een vast aantal uur met de mogelijkheid tot verlening. Het is daarom belangrijk te onderzoeken welke mogelijkheden voor het limiteren van behandelduur wel de juiste resultaten opleveren, alvorens dergelijke wijzigingen door te voeren. 2.11. Het verwijsrecht van de medische route of de gecertificeerde instellingen (bijlage b, punten 4.2 en 4.7) kan juridisch niet ingeperkt worden. Het afsluiten van een convenant hieromtrent met de medische route, of het maken van afspraken met gecertificeerde instellingen en andere partners in het veiligheidsdomein geeft dan ook geen garanties omtrent het verwijsgedrag van deze partijen 2.12. Sturen op minder uithuisplaatsingen (bijlage b, punten 4.4 en 4.6) slaagt enkel als er voldoende alternatief aanbod is en duidelijke criteria omtrent waar dit aanbod aan moet voldoen.

Dit betekent dat een daling van het aantal uithuisplaatsingen en de daarmee gemoeide kosten kan leiden tot een stijging van de inzet en kosten van ambulante hulpverlening of noopt tot een groei van alternatief aanbod zoals netwerkpleegzorg, deeltijdpleegzorg of intensieve ambulante hulpverlening. Inhoudelijk gezien is dit een gewenste beweging en financieel zijn de kosten in verhouding lager. 2.13. Het aanscherpen van de verordening (bijlage b, punten 5.1, 5.2 en 5.3) is op zichzelf onvoldoende om het gewenste resultaat te realiseren. Hoewel het aanscherpen van de verordening een essentieel onderdeel van dit project is, vergt deze wijziging ook een implementatieslag bij het CJG. De verordening is kaderstellend, maar de medewerkers van het CJG moeten deze kaders strikt toepassen in de uitvoering. Slechts dan, kan de verordening helpen bij het realiseren van de gewenste resultaten en blijft er altijd afhankelijkheid van stakeholders en andere samenwerkingspartners. 3.1. Op basis van de huidige stand van zaken hebben wij de randvoorwaarden beschreven. Het is mogelijk dat er gedurende de verdere uitvoering meer of andere randvoorwaardelijke zaken cruciaal zijn. In dat geval zal het college de raad hierover informeren. 3.2. De gemeente gaat niet over de inhoud/ inrichting van het onderwijs (bijlage c, punt ii).

Dit maakt dat de gewenste veranderingen in (de samenwerking met) het onderwijs buiten de invloedssfeer van de gemeente vallen. 3.3. Organisatorische vraagstukken en (privacy) wetgeving bemoeilijken domein overstijgend werken (bijlage b, punt 4.6 en bijlage c, punt iii). Domein overstijgend werken in de vorm een uniforme toegang vanuit de verschillende zorgwetten, alsook samenwerking met aanpalende domeinen is complex en niet altijd mogelijk vanwege organisatorische aspecten (schotten tussen de domeinen) en (privacy) wetgevingsvraagstukken waardoor de samenwerkende partijen geen informatie mogen delen of financiering van de samenwerking niet altijd mogelijk is. Ook landelijk wordt hiernaar gekeken en als gemeente volgen wij deze ontwikkelingen op de voet en wordt lokaal actie ondernomen op deze ontwikkelingen indien aan de orde

Pagina 18 van 56

Raadsvoorstel, Onderwerp: Raadsconsultatie Hervormingsagenda: Grenzen aan onze Jeugdzorg zaaknummer 2243813

3.4. Het is op dit moment nog onvoldoende helder hoe een dergelijke prikkel ingericht kan worden om de gewenste effecten te behalen (bijlage c, punt iv). Het is daarom van belang dit eerst verder te onderzoeken en uit te werken. 4.1. Mogelijkerwijs past de gewenste inzet op deze projecten niet (volledig) binnen de bestaande middelen en capaciteit. Dit maakt dat mogelijk niet alle gemaakte keuzes direct ten uitvoer gebracht kunnen worden, of dat hiervoor aanvullende middelen beschikbaar gesteld moeten worden. Waar nodig wordt hier dan op teruggekomen bij de raad. 4.2. Het is nog onduidelijk wat de precieze financiële effecten kunnen zijn van de gepresenteerde maatregelen. De beschreven maatregelen zijn voor succesvolle implementatie en realisatie van de gestelde doelen sterk afhankelijk van verscheidene autonome ontwikkelingen in de maatschappij en een veelvoud aan stakeholders met elk hun eigen belangen, bedrijfsvoering en taken. Daarom is het nu niet wenselijk om hier een financiële prognose aan te geven, deze geeft namelijk een schijnzekerheid. Als er behoefte is aan een financiële duiding, verwijzen wij naar de raadsconsultatiememo waarin de mogelijke financiële impact beschreven staat bij een reductie van 20% per kwadrant, zie pag. 10. 4.3. De implementatie van verscheidene maatregelen zoals voorgesteld in dit raadsvoorstel valt buiten de scope van dit projectplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16008143/1