CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

42-03-02 Aanbieding rapport tussenevaluatie ERL Prov. Groningen

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 4234.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

DE CIJFERS:

Figuur 2.5 Leningen Nationaai Restauratiefonds per 01-01-2021 per provincie Bron: Brochure Prins Bernhard Cultuurfonds en Nationaal Restauratiefonds, Cultuurfonds voor monumenten.

2.3.3.2 Wat vonden de partners? Tijdens de eerste plenaire sessie hebben de ERL-partners voor spoor 3 aangegeven waar ze trots op zijn, wat beter kan en waar zich veranderingen hebben voorgedaan. Spoor 3: Nieuwe kwaliteiten: zorg voor een eigen tijdslaag met ruimtelijke kwaliteit als uitgangspunt Trots op-.?

Wat kan beter? Verandering?

Meest trots? [op Netwerk Ruimtemakers?] Verbinding met ruimtelijke kwaliteit is te Netwerk Ruimtemakers: mooie mager. inspirerende bijeenkomsten met diepgang. Mee eens. Energi etransitie he eft gee n kwalite it toegevoegd aan hetlandschap, integendeel. Het vinden van de diverse organisaties/netwerken [kan beter). Meer ontwerpkracht nodig. Meer handjes bij gemeenten. Meer aandacht.

In vergelijking met de andere sporen zijn er bij spoor 3 door de partners weinig opmerkingen gemaakt. De meeste opmerkingen hebben betrekking op zaken die beter kunnen. Het toevoegen van nieuwe ruimtelijke tijdslagen komt nog onvoldoende uit de verf. Het toevoegen van nieuwe lagen aan het landschap is met name problematisch als het gaat om de energietransitie.

26

Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Concreet; windmolenparken en zonneparken staan niet zelden op gespannen voet met de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Zowel gemeenten, externe stakeholders als interne partners ervaren dit als een knelpunt. Het toevoegen van nieuwe tijdslagen op een wijze die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt, wordt mede belemmerd door een tekort aan ontwerpkracht en menskracht. Hierover zijn de diverse typen partners het eens. Het project Netwerk Ruimtemakers wordt genoemd als een succesvol project binnen dit spoor.

2.3.4 Spoor 4: Toekomstbestendig beleid, financiering en samenwerkingsvormen ERL 2.3.4.1 Wat is er bereikt? Inventarisatie bestaande fondsen

Samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is er een inventarisatie gemaakt van fondsen en subsidies waarop verschillende typen eigenaren van erfgoed een beroep kunnen doen. Daaruit kwam naar voren dat er met name behoefte bestond aan een fonds voor rijksmonumentale woonhuizen in het aardbevingsgebied. Hierin is voorzien door de opzet van de provinciale subsidieregelingen GRRG en RORG. Voor karakteristieke panden in het aardbevingsgebied is aanvullend de SOK-regeling in het leven geroepen. In paragraaf 2.3.6 worden deze regelingen beschreven. In totaal is er in de periode 2017-2021 € 31,76 miljoen subsidie voor gebouwd erfgoed (GRRG, RORG en SOK) verleend. Tot bestaande fondsen behoren ook de subsidieregelingen van het Rijk - de Woonhuissubsidie en de SIM-subsidie (Subsidie Instandhouding Rijksmonumenten) - en de hierboven beschreven Cultuurfondshypotheek van het Nationaal Restauratiefonds. Fondsenwerving

Van het Rijk zijn door lobby-activiteiten middelen verkregen om het erfgoed in de provincie Groningen in een goede staat te brengen en te houden. Nieuwe externe fondsen zijn (nog) niet geworven, maar er zijn wel ideeën om bijvoorbeeld het bedrijfsleven in ERL-thema's te laten investeren (zie onder aanbevelingen). Ontwikkeling nieuw fonds

De provinciale erfgoedsubsidieregelingen kunnen beschouwd worden als nieuw ontwikkelde fondsen. Voor het thema 'landschap' zijn nog geen nieuwe fondsen ontwikkeld. Er bestaan nog 'witte vlekken'. Lessons learned binnen- en buitenland

Vanuit ERL is een internationaal netwerk opgebouwd, onder meer via het project MOMAr (zie hierna). Ook is samengewerkt met de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanze Hogeschool. Er zijn excursies georganiseerd, waarbij studenten van de RUG kennis maakten met Groninger Erfgoed. Ook heeft een lid van het ERL-team een college verzorgd over Groninger erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap. Daarnaast hebben de provincie en de RUG gezamenlijk een stage begeleid op het gebied van kerkenvisies. Aan beide zijden is deze samenwerking ervaren als zeer goed en vruchtbaar. 27

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Daarnaast is samengewerkt met de Vereniging Groninger Monumenteigenaren (zie paragraaf 2.3.6) en met het ministerie van BZK en EZK bij het opstellen van een plan van aanpak voor het NOVIgebied (zie paragraaf 2.3.2). Deelname aan en mede organiseren van congressen

Vanuit ERL is deelgenomen aan een internationaal congres over religieus erfgoed. Ook is op een congres van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een workshop verzorgd over het thema 'erfgoed en ruimte'. Daarnaast heeft de gedeputeerde in Oldenburg een conferentie bijgewoond over ERL-gerelateerde onderwerpen. Ook is door het ERL-team een bustour door de provincie Groningen verzorgd voor gasten uit Duitsland. Aanhaken bij (inter)nationale activiteiten

Er is verder gebouwd aan het (inter)nationaal netwerk o.a. via deelname aan congressen in binnenen buitenland en excursies voor diverse ministeries etc. Daaruit is deelname aan het Interreg Europe project MOMAr voortgekomen. MOMAr staat voor Models of Management for Singular Rural Heritage. Dit project heeft betrekking op het zoeken naar nieuwe managementmodellen voor cultureel erfgoed in het landelijk gebied. De provincie neemt samen met projectpartners uit vijf Europese landen deel aan het Interreg-project MOMAr. Gezamenlijk wordt onderzocht hoe het herstel, behoud en ontwikkeling van erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap het beste kan worden aangepakt. Dit gebeurt onder meer door praktijkvoorbeelden te bespreken, oplossingen te formuleren en excursies naar deelnemende regio's te organiseren. Het project heeft een looptijd van 1 augustus 2019 tot 31 juli 2023. Het ERL-team geeft aan dat er door deelname aan MOMAr de afgelopen jaren inspiratie is opgedaan die gebruikt kan worden in lopende projecten en nieuw op te zetten projecten. Een voorbeeld van een inspirerend project is het Centrum voor conservatie en restauratie van Corsicaans erfgoed (CCRPMC). In Groningen wordt nagedacht over de ontwikkeling van een depot voor herbruikbare bouwmaterialen afkomstig uit het Groninger erfgoed.

Het CCRPMC heeft hiervoor veel inspiratie geboden: van duurzame en milieuvriendelijke technieken om erfgoed te ontdoen van pesticiden en schimmels, de wijze van digitaal archiveren en een ID-formulier tot het aanbieden van een zeer goed toegeruste werkplaats voor restauratiewerk. Dit in combinatie met expositie- en depotmogelijkheden. Het project CCRPMC liet zien dat een dergelijke werkplaats de mogelijkheid biedt om kennis en kunde aangaande erfgoed in de regio te houden en om er een (deel van de) opleiding van (toekomstige) professionals op MBO en HBO-niveau aan te verbinden. Het Gildeleren is onderdeel van de nieuwe Regiodeal Oost-Groningen. De ervaringen van het CCRPMC zijn een voorbeeld hiervoor. Een ander voorbeeld van inspiratie die is opgedaan via het MOMAr-project is het Spaanse project Territorio Mudejar. Dit project is een voorbeeld van erfgoededucatie op locatie waarbij een win-win situatie ontstaat. Professionals vanuit het hele land worden door middel van een stage of onderzoek op locatie opgeleid op het gebied van onderhoud en restauratie van erfgoed. Oude restauratietechnieken worden levend gehouden en nieuwe worden ontwikkeld. Op deze manier kan er meer erfgoed worden gerestaureerd doordat er meer mensen bij betrokken zijn. Tot slot wordt er op locatie gewerkt waardoor betrokkenheid ontstaat bij bewoners. Ook worden er bezoekers aangetrokken.

Omdat de erfgoedcomplexen in Spanje zeer groot zijn, zijn restauratie, onderwijs en innovatie goed te combineren. 28

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

De vraag is hoe dit zich verhoudt tot de schaal van het Groninger erfgoed. De kwaliteit en kwantiteit van het Groninger erfgoed, met daarbij de uitdaging van herstel en onderhoud onder andere door de aardbevingen, biedt een kans om naar voorbeeld van Mudejar erfgoededucatie te koppelen aan de plek waar het voorkomt door een goede opleiding op MBO- en HBO-niveau in de regio op te zetten. Dit project is daarom een goed voorbeeld van erfgoededucatie in Groningen. Ook de internationale voorbeelden van erfgoedroutenetwerken kunnen van belang zijn voor Groningen. In de provincie Groningen is veel erfgoed dat op fiets- of wandelafstand ligt waardoor themaroutes opgezet kunnen worden. Hierbij kan geleerd worden van projecten als Romanesque Road (Duitsland), Sense of Place (een culturele organisatie die door middel van beeldende kunst- en ontwerpprojecten de waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie van het werelderfgoed Waddengebied zichtbaar maakt voor publiek), Welterbecard (Werelderfgoedkaart, Duitsland), Via Transilvanica (Roemenië) en Routes of Reformation (Tsjechië). Projecten waarbij complete culturele historische landschappen gedigitaliseerd tot leven komen kunnen voor de provincie Groningen ook een waardevolle inspiratiebron zijn.

Via MOMAr werd kennis gemaakt met het project Territorio Mudejar, waarbij moderne manieren gezocht worden, zoals digitale reconstructie, om het Spaanse erfgoed 'Mudejar' levend en beleefbaar te houden. Ook in het Duitse project Kloster Virtuell en het Spaanse project The Roman city of los banales wordt erfgoed en archeologie tot leven gebracht via visualisatie door middel van computeranimaties. Roemenië heeft een vergelijkbaar project Digitalisation oftouristic objects opgezet. 2.3.4.2 Wat vonden de partners? Tijdens de eerste plenaire sessie hebben de ERL-partners voor spoor 4 aangegeven waar ze trots op zijn, wat beter kan en waar zich veranderingen hebben voorgedaan. Spoor 4: Toekomstbestendig beleid, financiering en samenwerkingsvormen £RL (fondsvorming)

Trots op...? Wat kan beter? Verandering? Trots op Groningen. M.b.t. MOMAr: verbinding tussen beleid Voorde eigenaar/gebruiker aantrekkelijk maken. en uitvoering. Nog meer betrokken bij erfgoed en Onze gemeente is koploper {qua M.b.t. samenwerking met RUG en naar praktijk landschap. subsidieregelingen); mooi nieuws, of Hanzehogeschool: van papier naai (uitvoering). erfgoed is jarenlang genegeerd. (uitvoering). Subsidieregelingen voor erfgoed zijn Nu landschapsbudgetten omhoog! omhoog Inzicht. randvoon«/aarde voor ve rsterking en schadeherstel en goede instandhouding. Veel extern geld binnen te halen. Lobby werkt.

Bij spoor 4 zijn relatief weinig opmerkingen gemaakt. De subsidieregelingen voor erfgoed worden positief gewaardeerd. Ook zijn investeringen door externen uitgelokt; niet alleen via de eigen bijdrage van eigenaren bij de subsidies, maar ook via de lobby bij het Rijk. Overige financieringssporen zijn niet altijd helder voor de partners. Samenwerking met onderwijsinstellingen is op een goede manier in gang gezet en moet verder worden ontwikkeld. Uit de interviews kwam naar voren dat een goede start is gemaakt met de samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool Groningen. Vanuit de provincie is er contact met diverse studierichtingen en studieverenigingen. Er zijn gastcolleges verzorgd en stages en scripties op het gebied van ERL begeleid. 29

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Ook zijn excursies voor studenten georganiseerd langs erfgoedelementen in de provincie Groningen. Zowel de Rijksuniversiteit Groningen als de Hanzehogeschool zijn tevreden over de samenwerking en willen deze graag verder intensiveren. Wat met name gewaardeerd wordt in de ERL-werkwijze is dat deze geen uitsluitend objectgerichte benadering van erfgoed is, maar ook vanuit landschap, ruimte, (cultuur)historie, geologie, landschapsgenese en demografische ontwikkelingen.

2.3.5 Spoor 5: Krachten bundelen: praktische voorbeelden van samenwerking 2.3.5.1 Wat is er bereikt? Binnen spoor 5 is sprake van samenwerking binnen diverse soorten projecten; gebiedsgebonden projecten gericht op bewustwording, projecten gericht op het toekomstbestendig maken van het beleid ten aanzien van ERL en pilotprojecten. Ook was het voornemen om lopende projecten 'ERLproof' te maken. Het plan was om jaarlijks in het stakeholdersoverleg via pitches kandidaat-pilotprojecten zich te laten presenteren, waarna gekozen werd welk project voor een eenmalige subsidie van € 25.000 in aanmerking zou komen. De afdeling 'Landelijk Gebied & Water' en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed droegen ook bij aan deze subsidies. Er waren drie themarondes: 'landelijk gebied', 'aardbevingsgebied' en 'ERL'. In de periode 2017 tot 2021 zijn er in totaal 84 pitches geweest. Daarvan hebben 20 gepitchte projecten subsidie gekregen. In 2017 kregen 7 projecten subsidie, in 2018 3 projecten, in 2019 7 projecten en in 2020 3 projecten. 13 projecten kregen geen ERL-subsidie, maar zijn doorverwezen naar andere programma's en hebben alsnog een subsidiebijdrage ontvangen. Het ging daarbij om bijdragen van Tennet, Ruimtelijke kwaliteit en het Programma Landelijk Gebied (onderdeel landschapsprojectenj. Van de 20 gesubsidieerde projecten zijn er inmiddels 14 afgerond.

Voorbeelden van pitches en projecten die in de periode 2017 tot en met 2020 zijn uitgevoerd: Karakteristieke boerderijen in het waddengebied, behoud door ontwikkeling en kennisdeling; Ecodorp Ter Apel; Het verdwenen schip van Garmerwolde; Grasnapolsky X ERL; NS Plantsoen Roodeschool; Hunzeboord; Biessum - Zichtbaar maken wat onzichtbaar is. De provincie, de NCG en de RCE hebben gezamenlijk in totaal € 500.000 verleend aan de pitches in de periode 2017-2020. Diverse lopende projecten zijn 'ERL-proof' gemaakt doordat vanuit het ERL-team tijdens de uitvoering aandacht gevraagd werd voor de thema's 'erfgoed', 'ruimtelijke kwaliteit' en 'landschap'. Dit gebeurde onder meer door de bestaande interne en externe projectteams in contact te brengen met een landschapsarchitect of archeoloog.

30

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Een voorbeeld is het project 'Wandelpark de Vork' in Haren, een archeologische hotspot waar mensen kunnen zien hoe het landschap er in de prehistorie uitzag. Vanuit ERL zijn er contacten tot stand gebracht met Landschapsbeheer Groningen en Geopark de Hondsrug. 2.3.5.2 Wat vonden de partners? Spoor 5: Krachten bundelen: praktische voorbeelden van samenwerking

Trots op.„?

Wat kan beter?

NS plantsoen Rodeschool: kwaliteit tot in de uithoeken. Kruisbestuiving.

Het mag wel sneller. Lange trajecten, vaak Erfgoed en landschap als serieuze factoren in en bij ontwikkelingen te lang voor vrijwilligers. Meer samenwerking tussen leefwereld en Samen kom je verder! systeemwereld. Van object-gericht denken naar ensembledenken, rood-groen coalitie. Systematiek van pitches als aantrekkelijk instrument.

Prachtig netwerk opgebouwd. Blij met samenwerking.

Verandering?

Trots op deelname/enthousiasme van bewoners. Kerk Klein Wetsinge: verband tussen gebouw en landschap Vele aspecten erfgoed belichten.

Binnen spoor 5 hebben de partners het opgebouwde netwerk, de samenwerking en het toegenomen bewustzijn ten aanzien van de waarde van erfgoed als belangrijkste verworvenheden genoemd. Bureaucratie werd genoemd als een belemmerende factor. In de interviews werd de samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool Groningen genoemd. De pitches werden door de meeste partners hoog gewaardeerd. Wel gaven meerdere partners aan dat de communicatie over de pitches beter zou kunnen. Dit betrof zowel de planning als de resultaten ervan. Voor enkele gemeenten was het lastig om met projecten te komen die gepitcht zouden kunnen worden. Er waren niet altijd kant en klare projectvoorstellen of initiatieven van inwoners. Het voorbereiden en uitvoeren van een pitch kost veel tijd en of het project gesubsidieerd zal worden, is onzeker. Het verstrekken van subsidie aan projecten via de pitches heeft bij sommige partners de indruk gewekt dat ERL een subsidieregeling is. Voor sommige projecten die geen ERLsubsidie kregen, zijn andere subsidiemiddelen gevonden. Dit heeft de vraag opgeroepen naar een totaaloverzicht van subsidiemogelijkheden op het gebied van ERL. Een groot deel van de partners zou graag meer zicht willen hebben op de resultaten van de projecten die gepitcht zijn. Dat geldt ook voor de projecten die mislukt zijn.

Er zou meer geleerd kunnen worden van de gepitchte projecten, door vaker en meer te delen wat er in de uitvoering ervan goed en minder goed ging.

2.3.6. Spoor 6: Aardbevingsgebied

2.3.6.1 Wat is er bereikt? De NCG en de provincie Groningen zijn programmaleiders van het Erfgoedprogramma. Sinds 2017 werken het Rijk (ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), de provincie Groningen en de Groninger aardbevingsgemeenten samen in het Erfgoedprogramma. Dit programma is opgesteld om te investeren in het behoud van het Gronings erfgoed en de Groningse identiteit. Na enige jaren is het Erfgoedprogramma geactualiseerd en verbreed vanwege het Nationaal Programma Groningen. 31

Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Dit heeft geresulteerd in het Erfgoedprogramma 2020-2023. Vanuit OCW en de NCG zijn middelen beschikbaar gesteld voor de restauratie en onderhoud van rijksmonumenten en sinds 2021 ook voor groen erfgoed. De provincie levert cofinanciering en voert de regelingen uit. Op dit moment voert de provincie een lobby uit om de middelen vanuit OCW gecontinueerd te krijgen in 2022 en 2023. In kaart brengen erfgoed

Een van de ambities binnen spoor 6 was het in kaart brengen van het erfgoed, waaronder beeldbepalende en karakteristieke panden en de staat van onderhoud ervan. Onder spoor 2 is dit al beschreven. Daar bleek dat het in kaart brengen van beeldbepalende en karakteristieke panden wel enige vertraging heeft opgelopen, maar inmiddels in het aardbevingsgebied bijna geheel afgerond is. Voor (delen) van de gemeenten Groningen, Het Hogeland (dat wil zeggen: de voormalige gemeenten De Marne en Winsum), Westerkwartier (dat wil zeggen: de voormalige gemeente Marum en grondgebied Middag) en Westerwolde geldt dat de bestemmingsplannen nog definitief moeten worden. Pas als de bestemmingsplannen definitief zijn vastgesteld, kunnen eigenaren van karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten een beroep doen op de provinciale subsidieregeling hiervoor (de 'SOK-regeling', alleen in de aardbevingsgemeenten) en een Cultuurfondshypotheek van het Nationaal Restauratiefonds (in alle Groninger gemeenten). Ondersteuning van en communicatie met bewoners

Ondersteuning van en communicatie met bewoners en eigenaren van monumentale of karakteristieke panden in het aardbevingsgebied, onder meer over herbestemming, subsidie- en financieringsmogelijkheden, regelgeving, duurzaamheid en schadeherstel en versterking gebeurt via het Erfgoedloket. De provincie Groningen heeft samen met Nationaal Coördinator Groningen (NCG) Libau gevraagd om dit Erfgoedloket en een Erfgoedadviesteam op te richten. Ook de Monumentenwacht werkt hieraan mee. De afgelopen 2 jaar is het aantal vragen aan het Erfgoedloket enorm toegenomen. In 2020 en 2021 is het aantal elk jaar meer dan verdubbeld. De meeste vragenstellers komen uit het aardbevingsgebied - wat ook de doelgroep is van het Erfgoedloket. Van deze groep kwamen de meeste vragenstellers uit gemeente Het Hogeland. In deze gemeente staan dan ook de meeste monumenten. De meeste vragen betroffen rijksmonumenten, gevolg door karakteristieke panden. Het ging dan vooral om woonhuizen en boerderijen. Bijna de helft van de vragen had betrekking op onderhoud, de status van het pand en procedures. Bijna een derde van de vragen ging over financiële regelingen. In de periode 2018 tot en met 2021 gaf het Erfgoedloket bijna 1600 antwoorden en adviezen. Er werden bijna 300 locatiebezoeken afgeiegd en bijna 8500 informatiebrieven gestuurd.

Informatiebijeenkomsten trokken 300 bezoekers en de 'Erfgoedfair' werd bezocht door 645 bezoekers en bedrijven. Figuur 2.6 geeft een overzicht van deze gegevens.

32

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Factsheet Erfgoedloket Groningen 2018 - 2021 I

Biigoê<ik>k0t Gromngmn beantwoorot d€ vmgen vaft ffgoschéigwiann m bêwonfs m hêt aérdb0vmg9g»bi»d binnm d» pfovmci» Gmoingtn Of h«t nu ga^ om ondefiwud bovingsscha<f9 of financiélo nagahngan. hoi Erfgoodtokot IS hot steuH'(tn mionnatiapunt voor vragen 9n deskundige bogohtdtng m reiatta tot da irmnbotMfproöhmMtok

Vragen per jaar

2018

2019

2020

2021

295

233 32S

T4S

21%

^ beeUbepetenOfin gaêQKdkmmé

«va- C«m««ntairlui ltar*W»rt«*rtie p«ndon monumcnlwi monurmnton

wiwwiriix^iwit

(Mardü

1/2%

13%

Type gebouw

Onderwerp vraag

A dl^ 1^ OndeftMxid. «Ututpartd prgcvctures.

/e

■rVft/ «ftaöte «fhanctefing 3.3 „

749 520 J30 «ovtKjw

boenei^êt* ktKme.ffvtmna boegen, echelon, leofvoft tonno.

ep I ^ •tmet trr>»^lc*9 • -•>1"

Ananóijte foyjnQon

13 1594 ee;oi9o>i'

ei'tn hmdymamn

29S

ontwikkelingen door de jaren heen

127

4-

♦«

l*»**

♦*»ni

I

P

ï

Ds

bOl iwifiMr»i»t1

flroMiHgibvnpMghad

mMrwMzMrf^

1137 bode^vem op dB fatr

Figuur 2.6 Overzicht stand van zaken Erfgoedloket 2018-2021

Uit laatste kwartaalrapportage Erfgoedloket (2021) is naar voren gekomen dat het aantal vragen na de enorme piek in 2021 langzaam weer wat daalt - al blijft het totaal aantal vragen aan het Erfgoedloket hoog. In het laatste kwartaal van 2021 waren 134 geregistreerde nieuwe vragen binnengekomen, waarvan 84 vragen van nieuwe vraagstellers. De meeste vragen hadden betrekking op karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten. Bij tenminste 25 van deze vragen was het thema 'duurzaamheid' onderdeel van de vraag. Het ging dan vooral om de vraag welke middelen hiervoor beschikbaar zijn en welke koppelkansen er zijn met versterking en schadeherstel. Als er onvoldoende financieringsmogelijkheden voorhanden zijn, zien mensen vaak af van voorgenomen verduurzamingswerkzaamheden, zo is vermeld in de kwartaalrapportage. In het laatste kwartaal van 2021 werd een stijging waargenomen van het aantal vragen uit de gemeente Oldambt - vermoedelijk in samenhang met de afrondende fase van de inventarisatie van karakteristieke panden aldaar. De Vereniging van Groninger Monumenteigenaren (VGME) heeft het initiatief genomen voor een pilotproject om voor eigenaren van monumenten subsidies, schadeherstel en versterking te bundelen. Deze vereniging is opgericht in 2017 en heeft ongeveer 300 leden.

De VGME is een collectieve belangenbehartiger voor eigenaren van rijksmonumenten, gemeentemonumenten, karakteristieke en beeldbepalende panden in de provincie Groningen (en net daarbuiten, het 'ruime aardbevingsgebied'). De Vereniging maakt zich sterk om de eigenaar die worstelt met bureaucratie en ingewikkelde regelgeving rond versterking, schadeherstel, restauratie, onderhoud en subsidieregelingen te ondersteunen. Op dit moment is er een pilot gaande, waarbij een werkwijze wordt ontwikkeld om te komen tot één integrale aanpak van al deze aspecten. De aanpak zelf kan worden vergeleken met een restauratietraject.

33

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapportage

es^ Hatzo Producties

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

Op 1 april 2021 vond een startbijeenkomst plaats waar een stuurgroep voor deze pilot is vastgesteld. Ook een gedeputeerde had hierin zitting, namens de provincie. Een kwartiermaker is in het najaar van 2021 begonnen voor het uitwerken van de afspraken en integrale aanpak van de pilotprojecten erfgoed restauratie in het aardbevingsgebied.

Planologische kaders en normstelling

De ambitie is geformuleerd om vanuit ERL duidelijke planologische kaders en normen op te stellen, onder meer in ruimtelijk beleid, beleid op gebied van woningbouw, sloop, krimp, leefbaarheid en erfgoed, vergunningen, handhaving, toezicht en welstandsbeleid. Dit is deels gebeurd. In de Provinciale Omgevingsverordening zijn regels opgenomen die betrekking hebben op karakteristieke panden. De gemeenten hebben die vervolgens aangewezen en in de bestemmingsplannen opgenomen. Er zijn in enkele gemeenten erfgoedverordeningen opgesteld en gemeentelijke monumenten aangewezen. Er zijn afwegingskaders opgesteld voor erfgoed in relatie tot schadeherstel en versterking in het aardbevingsgebied - ook in relatie tot archeologie. Daarnaast vormen de gebiedsbiografieën die voor de zeven deelgebieden in Groningen zijn opgesteld op hun beurt de basis voor de Provinciale Omgevingsvisie. Uitvoering

In het ERL-programma is als voorgenomen actie binnen spoor 6 opgenomen: "Deskundige uitvoering, kwaliteitsborging en ontwikkeling van nieuwe kwaliteit, prioritering". In het Erfgoedprogramma voor het aardbevingsgebied is dit als volgt vertaald: "Het herstellen van schade aan een pand met een monumentaal karakter of het versterken ervan, vraagt om specialistische kennis. Kennis over de waarden en de bouwkundige kenmerken, maar bijvoorbeeld ook over de te kiezen materialen en bouwwijze. De NCG werkt aan kaders voor de kwaliteitsborging van experts en adviseurs die betrokken zijn bij de schade-afhandeling en versterking van het gebouwde erfgoed". Het is niet duidelijk of deze kaders inmiddels zijn opgesteld en opleveren waarvoor ze bedoeld zijn. Wel is algemeen bekend dat het proces van het versterken van erfgoed zeer langdurig is. Duidelijkheid over financiering

Binnen dit spoor lag de prioriteit bij de totstandkoming van een fonds voor achterstallig onderhoud, verduurzaming, herbestemming binnen het aardbevingsgebied. Voor de financiering van herstel, behoud, onderhoud, verduurzaming en herbestemming van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden zijn er via de provincie drie subsidieregelingen: 1. De GRRG-subsidieregeling voor groot onderhoud waaronder restauratie van rijksmonumenten (sinds 2018, gemiddeld 2 tenders per iaar) Onder voorwaarden is het mogelijk om voor verduurzaming en herbestemming aanvullende subsidie te krijgen. Subsidiabele werkzaamheden zijn: herstellen van daken, voegwerk, houtrot, schilderwerk, isolatie van daken, wanden vloeren en dubbel glas. Deze regeling is voor alle soorten eigenaren van rijksmonumenten in de gehele provincie Groningen. In de aardbevingsgemeenten geldt de regeling voor rijksmonumenten met een woon- of andere bestemming; buiten het aardbevingsgebied is de regeling alleen toegankelijk voor eigenaren van rijksmonumenten zonder woonbestemming. De GRRG subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 400.000. Voor verduurzaming in combinatie met restauratie kan men maximaal € 5.000 krijgen.

34

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Wanneer sprake is van herbestemming van een rijksmonument kan men voor de kosten daarvoor maximaal € 20.000 extra subsidie krijgen. 2. De RORG-subsidieregeling voor regulier onderhoud van woonhuizen van particuliere eigenaren in het aardbevingsgebied (sinds 2018, doorlopend) Onder regulier onderhoud wordt verstaan: herstellen van daken, voegwerk, houtrot, hemelwaterafvoer, goten en schilderwerk. De RORG-subsidie bedraagt 70% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 24.500. 3. De SOK-regeling voor regulier onderhoud van gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden in het aardbevingsgebied (sinds 2021, doorlopend) Subsidiabel zijn werkzaamheden zoals; schilderen, herstel van houtrot en herstel van voegwerk. Voor boerderijen is er extra subsidie beschikbaar gesteld. De SOK-subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000 voor woonhuizen en € 20.000 voor boerderijen. Figuur 2.7 laat zien hoeveel aanvragen er zijn gehonoreerd voor de drie subsidieregelingen. Ook is aangegeven wat het subsidiebudget was, hoeveel aanvragen per gemeente zijn gehonoreerd en hoe het aantal gehonoreerde aanvragen zich verhoudt tot het aantal rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden in de betreffende gemeenten.

Subsidies erfgoed panden provincie Groningen 2018-2021 Regulier onderhoud karakteristieke panden en gemeenteliike monumenten (SOK)

Groot onderhoud waaronder restauratie Rijksmonumenten (GRRG)

Regulier onderhoud Rijksmoruimenten (RORG)

Verleend subsidiebedrag 2016-2021

€7 68mlioen

C2U)e miljoen')

CSmi^jen

Eigen bijdrage van eigervaren

C 3.29 miljoen

€ 24.87 mihoen

C3miboen

Aantal verleende si^isidies

32S

143

423 (waarvan 331 karakteristieke panden en 94 gemeentelijke monumenten)

Besdv kbaar gesteld door

Erffoedprogramma provirKie Groningen, ministene van Onderwijs. Cultuur en Weteruchap en Nationaal Coördirutor Groningen

Erf goed programfTw provincie Groningea mirastene van Onderwijs. Cultuur en Wetenschap en Nationaal Coördinator Groningen

Erffoedprogramma provmoe Groningen, imrasterie van Onderw^. Cultuur en Wetenschap. Nationaal Coördinator Grorwigen en het Nationaal Programma Groningen

Type monument/ertgoedpand

Woonhuizen en andere bewoonde rqksmonu menten

Met name woonhuizen, molens, kerken, boerdenjen. borgen en orgels

Met name' woonhuizen en boerdenjen

Subsidie voor onderhoud, restauratie, veduurzaming en herbest«nmen

Herstellen van daken, voegwerk, houtrot. hemelwater^voer. goten en schilderwerk.

Herstellen van daken, voegwerk, houtrot en schilderwerk Verduurzamen, met name voor isolatie van dakea vloerea wandisolatie en dubbel glas

Regulier onderhoud (zoals schilderen, herstellen houtf ot en voegwerk)

Aanvr^ers

Particulieren, alleen uit aardbevingsgebied

Uit de hele provincie Top 4; L Particulieren (46) Z Stichbngen (43) 3. Bedniven (inclusief agransch (32) 4 Kerken(iö)

Eigenaren karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten in het aardbevingsgebied

Totaal aantal rijksmorwmenten

J

Aantal verleende subsidies 2018-2021 RORG

/■ S j Aantal verleende subsidies 2016-2021 GRRG *)

Totaal aantal karakteristieke panden en gemeentetijke monumenten'*")

^Aantal verleende sulssidies ^ 2021SOK^^ ,1

Eemsdelta**)

311

74

;22

Eemsdetta")

1204

67

Groningen ***)

901

145

k

Groningen *")

1019

71

HetHi^and

309

^37

HetHogeland

1820

126

Midden-Groningen

164

39

19

Midden-Groniiigen

1463

73

CMdvnbt

213

40

12

OMambt

1003

67

Westerkwartief ***}

227

4

4

Westerkwartier ’*')

onbekend

1

Westerwoide en Stadskanaal

Westerwoide (131). Stadskanaal (71)

nvt

Westerwoide en Stadskanaal

nvt

nvt

Pekela en Veendam

Pekela {29i. Veendam (7ö)

nvt

fWt

nvt

i '4

1

!

*) Er loopt nog e«n aanvraagronde voor 2021 die m maart 2022 wordt verleend Naar verwachting wordt het beschikbare budget vanC 3.300.000 volledig besteed De gemeentes Loppersum. Oelfzi^ en Appmgedam voor de jaren 2016-2020 samengevoegd onder Eerrtsdelta. ***) We rekenen met de oude gemeentegrenzen voor het aardbevingsgebied In Groningen valt de voormalig gemeente Haren hier buiten, m Westerkwartier gaat het alleen om voormaiig gemeente Winsum. Dit s een momerttoprume. Gemeentes wijzen nog steeds nx>numerrten aan '****) De regebr^SC^ loopt vanaf Ift-1-2021 en de genoemde bedkagen en aantallen zqnt/m 20-12-21.

f>lVoK<i\ provincie groningen

nattoneai programma gr-'^ningan

■

H

iif»—ap» P *1 '

J

Voor meer mformatie over de regelingerv meefif^Qnnatao^grRQRG meer u^ormatie over GRRG meer infot matie over SOK

27-01-2022

Figuur 2.7 Overzicht Erfgoedsubsidies provincie Groningen 2018-2021

35

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapportage

es^ Hatzo Producties

1

1 Pekela en Vöendam

1 Pekela (1). Veendam (1)

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

In totaal zijn er in de periode 2018-2021 1096 subsidies voor gebouwd erfgoed verleend. Daarmee is 19% van de totale onderhoudsbehoefteraming bereikt. De subsidie is voor een groot deel naar particuliere eigenaren gegaan. De GRRG-regeling wordt de laatste jaren overvraagd, met name door eigenaren van rijksmonumenten binnen het aardbevingsgebied. Aanvragen worden niet beoordeeld op volgorde van binnenkomst, maar gerangschikt volgens een aantal wegingscriteria. De afgelopen jaren moesten aanvragen die laag scoorden op de wegingsfactoren soms worden afgewezen vanwege een gebrek aan budget. Daarnaast is gebleken dat de GRRG-regeling voor aanvragers niet eenvoudig is. Er moeten veel documenten worden aangeleverd. De provincie heeft zich ervoor ingespannen om de aanvraagprocedure zo duidelijk mogelijk te maken. Op de provinciale website zijn een checklist en handreikingen te vinden om aanvragers te helpen om een kansrijke aanvraag in te dienen. Voor eigenaren zijn de eigen bijdrage en de voorfinanciering hindernissen bij het aanvragen van subsidie.^ De SOK-regeling bestaat sinds januari 2021 en geldt uitsluitend voor panden in het aardbevingsgebied. Niet alle gemeenten hebben de aanwijzing van karakteristieke panden al voltooid. In de SOK-regeling is als voorwaarde gesteld dat het bestemmingsplan waarin het pand als karakteristiek is aangewezen definitief is.

Dit is voor sommige delen van het aardbevingsgebied tot op heden nog niet het geval. De eigenaren van karakteristieke panden in deze delen van de gemeenten hebben nog niet kunnen profiteren van de SOK-regeling. Daar komt bij dat eigenaren van panden met de status 'karakteristiek' of 'beeldbepalend' voor onderhoud, restauratie en verduurzaming een Cultuurfondshypotheek Groningen kunnen afsluiten bij het Nationaal Restauratiefonds. Dit geldt ook voor karakteristieke en beeldbepalende panden buiten het aardbevingsgebied. Zolang de status niet definitief is, kunnen eigenaren van karakteristieke en beeldbepalende panden hiervan geen gebruik maken. Een belangrijk onderdeel van spoor 6 is het Erfgoedprogramma. In 2021 is dit intern geëvalueerd. De uitkomsten van die evaluatie worden in de volgende paragraaf beschreven.

^ Groepsinterview, 29-03-2022.

36

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

2.3.6.2 Wat vonden de partners?

Spoor 6: Aardbevirtgsgebied Trots op.„? Kerk Overschild; gebruiksvriendelijk maken. Pilot karakteristieke panden Overschild: positief hergebruik van erfgoed in combinatie met herbestemmingen

Wat kan beter? Verandering? Soepeler beleid van provincie voor vrij Samen kom je verder, gebruik van boerderijen. Meer aandacht nodig voor boerderijen met Samen sta je sterker, erfgoedstatus.

verduurzaming. De erfgoedwaarden zijn voorop komen te Aanwijzing van karakteristieke panden ter Meer aandacht voorensembles nodig. staan in de versterking van erfgoed. voorkoming van onnodige sloop. De goede samenwerking met übau en de Samenwe rki ng/sa me nl oop schadeherstel Je kunt ook met medewerkers vanuit en gelijktijdig versterken is nog steeds een verschiliende gemeenten, provincies, functie die Libau vervult uitdaging. De versterkingsopgave biedt ook een kans: Beter voorlichting aan eigenaren dat erfgoed en landschapgeen belemmering erfgoed wordt actief aangepakt en meer hoeven te zijn. toekomstbestendig. Doorerfgoedbeschermingiser een

Samen!

Het complete werkproces voor het versterken van monumenten hebben we met alle partners kunnen stroomlijnen. Subsidieregeling voor erfgoed (GRRG, RORG, SOK) voorzien in een behoefte en houden erfgoed daadwerkelijk in stand.

Subsidieregelingen voor erfgoed (GRRG,

ministeries en uitvoeringsorganisaties echt een teamgevoel creëren. Dankzij het Erfgoedprogramma is erfgoed de vreemde eend in de bijt bij de NCG; dit team denkt veel brederdan alleen vanuit 'versterken'. Ennejansheerd, Maathuizen: kom kijken!

beperking in de ontwikkeimogelijkheden en in de vergoeding van aardbevingsschade. Tot nu toe lag de focus op het aardbevingsgebied - nu moet de slag gemaakt worden naar de overige gemeenten/ de rest van de provincie. De SOK-regeling geldt alleen in het aardbevingsgebied - maar waar kunnen de eigenaren van gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden buiten het aardbevingsgebied terecht voor subsidie voor onderhoud? Behoefte aan meer uniform beleid

RORG, SOK) zijn welkome regelingen voor rondom karakteristieke panden. de eigenaren en voorde instandhouding van monumentale panden. De inzichten die de Erfgoedmonitor oplevert en de beleidsmatige acties die je daarop kunt uitzetten (bijvoorbeeld ten aanzien van subsidiering van onderhoud).

Binnen spoor 6 zijn veel activiteiten ontplooid; een groot deel van de partners heeft hier aan meegewerkt en er is veel tot stand gebracht. De meeste ERL-zaken waar men trots op is, vallen onder spoor 6. De subsidieregelingen voor erfgoed zijn een vaak genoemd onderdeel. De samenwerking binnen spoor 6 wordt hoog gewaardeerd - zo blijkt ook uit de interviews. Schadeherstel, de versterkingsopgave en herbestemming worden genoemd als zaken die beter zouden kunnen. Er wordt aandacht gevraagd voor ERL-thema's in de niet-aardbevingsgemeenten en voor boerderijen als aparte erfgoedcategorie. 37

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

Provinciale medewerkers geven aan trots te zijn op de lobby die vanuit de provincie Groningen in Den Haag is gevoerd. De relatie met het Rijk is versterkt en de provincie Groningen heeft zich zichtbaar gemaakt, met name op het terrein van erfgoed. Het Erfgoedprogramma maakt deel uit van spoor 6. In het Erfgoedprogramma werken de provincie, de aardbevingsgemeenten, de NCG en het Rijk (OCW, RCE) samen om het erfgoed in het aardbevingsgebied te behouden. Het Erfgoedprogramma is gestart in 2017 en in 2020 geactualiseerd. De looptijd staat gepland tot 2023. In 2021 is het Erfgoedprogramma intern geëvalueerd en is vooruitgeblikt naar de toekomst. De informatie die daarbij is opgehaald, wordt hier samengevat weergegeven. De samenwerking binnen het Erfgoedprogramma wordt als goed en succesvol ervaren. Er zijn vanuit het Erfgoedprogramma verbindingen gelegd met andere ontwikkelingen waar erfgoed mee te maken krijgt, zoals klimaatadaptatie. Het Erfgoedloket, waar eigenaren begeleid worden in de mogelijkheden rondom restauratie en versterking van hun pand, wordt genoemd als concreet succes. Ook de subsidieregelingen voor erfgoed behoren daartoe. Met name de aanwijzing van karakteristieke panden en de subsidieregeling voor onderhoud van karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten (de SOK-regeling, gestart begin 2021) is een belangrijk resultaat.

Het kernteam heeft aangegeven de onderlinge connecties als zeer waardevol te ervaren. Door het Erfgoedprogramma is een platform ontstaan waarbij ambtenaren ervaringen en voorbeelden kunnen delen om van elkaar te leren en eventueel samen in zaken op te trekken. Deze samenwerking heeft ook een bestuurlijke laag in de vorm van de stuurgroep die 3 a 4 keer per jaar de betrokken wethouders, directeurs en gedeputeerden samen brengt. Aandachtspunten Bij de interne evaluatie van het Erfgoedprogramma zijn er ook aandachtspunten voor het vervolg geformuleerd. 1. Communicatie Een belangrijk aandachtspunt is en blijft communicatie, zowel naar eigenaren als onderling. Het kernteam heeft gemerkt dat met name de communicatie met eigenaren over de subsidieregelingen soms stroever verloopt dan gewenst. 2. Duidelijke subsidieregelingen De subsidieregelingen moeten duidelijk omschreven zijn. 3. Aansluiting van gemeentelijke processen Gemeenten moeten hun processen laten aansluiten op de subsidieregelingen. Dat is niet altijd het geval; het aanwijzen van karakteristieke panden is nog niet in alle gemeenten voltooid. 4. Aandacht voor agrarische panden, jonger erfgoed en groene monumenten In het Erfgoedprogramma is wel aandacht gevraagd voor agrarische panden, maar dit blijft een categorie erfgoed die bijzondere aandacht behoeft. Ook het jongere erfgoed (ca.

jaren '50) is een categorie die nu tussen wal en schip valt. Dit zou in het vervolg van het Erfgoedprogramma ook een plek kunnen krijgen. Een andere categorie die nu nog niet volwaardig onderdeel van het Erfgoedprogramma is, is het groene erfgoed. 38

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

5. Kennisdeling Het kernteam erkent dat de kennisdeling tussen partijen beter kan. Er wordt veel kennis opgedaan maar het uitwisselen van daarvan lukt nog niet op grotere schaal. Een voorbeeld daarvan zijn de metingen van de Monumentenwacht. 6. Contact met partijen in aardbevingsdossier Het netwerk van de partijen die betrokken zijn bij het Erfgoedprogramma functioneert goed, maar toch mist de verbinding met partijen die te maken hebben met het aardbevingsdossier hier en daar nog. Een voorbeeld hiervan is het ontbreken van het IMG in de overlegstructuren. 7. Capaciteit van gemeenten De gemeenten geven aan vaak wel plannen te hebben maar niet de mankracht en/of kennis en te bezitten om de plannen verder te brengen. Ook het management van het Erfgoedprogramma herkent dit signaal. Koppelkansen Op dit moment is het Erfgoedprogramma gekoppeld aan de ontwikkelingen rondom aardbevingsschadeherstel. Het kernteam onderschrijft de noodzaak om na het afronden van de versterkingsoperatie het Erfgoedprogramma voort te zetten aangezien aardbevingen niet de enige oorzaak zijn van schade aan monumentale en karakteristieke panden. Uitbreiding van het Erfgoedprogramma tot buiten het aardbevingsgebied heeft zowel voor- als nadelen. Een mogelijk risico is dat verbreding er toe leidt dat het Erfgoedprogramma verwatert en dat de aandacht niet gericht wordt op de juiste projecten.

Anderzijds kan verbreding de mogelijkheid bieden om erfgoed in de gehele provincie te borgen en te betrekken in ontwikkelingen die verder reiken dan het aardbevingsgebied. In de interne evaluatie van het Erfgoedprogramma zijn de volgende belangrijkste 'koppelkansen' genoemd: - Klimaat: in de programma's rondom klimaatadaptatie is ook ruimte voor o.a. isolatie en dóórontwikkeling van erfgoed; - Bodemdaling: naast aardbevingsschade door gaswinning is in Groningen ook op grote schaal sprake van bodemdaling door inklinking en lage grondwaterspiegel. Dit is ook van toepassing op erfgoed dat buiten het bevingsgebied ligt; - Bevolkingsontwikkeling: met de groeiende druk op het grondgebruik in Nederland staat ook het noorden voor een flinke uitdaging op het gebied van volkshuisvesting. Het herbestemmen en doorontwikkelen van erfgoed kan een bijdrage leveren aan dit vraagstuk. - Toerisme: erfgoed biedt uitstekende koppelkansen met de toeristische sector. Zeker nu de toerist Nederland herontdekt heeft als bestemming zijn er mogelijkheden om het erfgoed in de provincie Groningen in de spotlights te zetten. Bij de interne evaluatie van het Erfgoedprogramma was er overeenstemming over de gedachte dat het borgen van erfgoed in brede zin een maatschappelijke taak is die ook buiten het nu bestaande Erfgoedprogramma geïntegreerd moet worden in het reguliere beleid.

Hiervoor is het van belang dat de diverse organisaties voldoende budget beschikbaar hebben om de zorg voor het erfgoed langdurig te organiseren. Hierbij is een lange-termijn-visie van essentieel belang. Daarnaast moeten de opgedane kennis en het netwerk behouden blijven. 39

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

Een mogelijkheid om dit te bewerkstelligen is het in stand houden van het Erfgoedloket en dit uit te breiden met taken die het opgebouwde netwerk in stand houden en waar mogelijk zelfs uitbreiden.

2.4 ERL-partners: betrokkenheid, communicatie en samenwerking Uit de interviews is gebleken dat de doelen, ambities en 'sporen' van het ERL-programma nog niet of niet meer bij alle partners bekend zijn. Met name bij externe partners is een deel niet bekend met ERL. 18% van alle partners geeft aan ERL niet te kennen; 38% is goed bekend met het ERLprogramma en de doelstellingen (zie figuur 2.8). Mogelijke oorzaken van de onbekendheid met de ERL-doelen zijn de veelvuldige personele wisselingen bij alle typen partners en het feit dat er vanwege de coronamaatregelen in 2020 en 2021 weinig fysieke bijeenkomsten konden plaatsvinden.

BEKENDHEID METERL-ALGEMEEN

■ niet bekend met ERL

■ in grote lijnen bekend met ERL

■ goed bekend met ERL

Figuur 2.8 Bekendheid met het ERL-programma en -doelstellingen

In figuur 2.9 is de bekendheid met de ERL-doelen uitgesplitst naar type partner.

BEKENDHEID MET ERL-TYPEN PARTNERS

o

2 4 6 8 10 12 14 16 18

1 niet bekend met ERL

B in grote lijnen bekend met ERL

Bgoed bekend met ERL

Figuur 2.9 Bekendheid met het ERL-programma en -doelsteiling per type partner

40

Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

Meer dan de helft van alle partners ervaart een geringe mate van betrokkenheid bij ERL. Mogelijk hangt dit samen met de eerder genoemde personele wisselingen en het gegeven dat ERL enigszins uit het zicht is geraakt doordat er vanwege de coronamaatregelen zeer beperkte contactmogelijkheden waren. Sommige partners - bijv. ministeries, NCG, NPG - zijn daadwerkelijk alleen op afstand betrokken. Opvallend is dat de uitvoering van dit tussenevaluatie-onderzoek en de beide plenaire sessies die in dat kader georganiseerd zijn de betrokkenheid van de partners lijkt te hebben vergroot.® De kennis over het ERL-programma is opgefrist, behaalde tussentijdse resultaten werden gedeeld en dit leidde tot hernieuwd enthousiasme over het programma. Daar komt bij dat alle partners het belang van ERL onderschrijven. Uit de interviews met de partners is naar voren gekomen dat de betrokkenheid bij de ERLonderdelen 'Erfgoedprogramma' - inclusief het onderdeel 'subsidieregelingen erfgoedpanden'- en 'pitches' het grootst was. Ook bij de gebiedsbiografieën was een groot deel van de geïnterviewde partners betrokken. In figuur 2.10 is dit visueel weergegeven.

Bij welk ERL-onderdeel betrokken? MOMAr

Subsidieregelingen erfgoedpanden bijeenkomsten/excursies Steunpunten Gebiedsbiografieën/Kwaliteitsgids Landschapsconvenant Ruimtemakers Pitches Erfgoedprogramma 12 0 2 4 6 8 10 12 14 16 Figuur 2.10 ERL-onderdelen waarbij partners volgens eigen zeggen betrokken waren

In figuur 2.11 is de betrokkenheid uitgesplitst naar type partner: gemeenten, externe partners (bijv. RUG, NPG, Landschapsbeheer Groningen, Staatsbosbeheer etc.) en interne partners (provinciale medewerkers).

® In de organisatiepsychologie en bedrijfskunde staat dit bekend als het 'Hawthorne-effect': een meestal positief motiverend effect van een interventie op een onderzocht persoon dat uitsluitend toe te schrijven is aan het feit dat die persoon meedoet aan een onderzoek.

41

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Betrokkenheid bij ERL-onderdelen - typen partner Subsidieregelingen erfgoedpanden bijeenkomsten/excursies Steunpunten Gebiedsbiografieën/Kwaliteitsgids Landschapsconvenant Ruimtemakers Pitches Erfgoedprogramma 16 HGemeenten

BExterne partners

Binterne partners

Figuur 2.11 ERL-onderdelen waarbij partners volgens eigen zeggen betrokken waren per type partner

De samenwerking met het ERL-team en de andere ERL-partners wordt door de meerderheid van de partners als 'goed' ervaren. Gemeenten zijn het meest kritisch over de samenwerking. Sommige gemeenten en andere partners ervaren de provincie als afstandelijk en zouden graag juist op het terrein van ruimtelijke kwaliteit meer sturing en betrokkenheid van de provincie willen. De ERLwerkwijze is echter 'opgavegestuurd'; de provincie beoogt binnen de ERL-werkwijze juist minder topdown te sturen, maar één van de partners in het werk te zijn. In de volgende paragraaf wordt dit punt verder uitgewerkt. Communicatie

Voor het ERL-programma is een communicatieplan opgesteld (zie paragraaf 2.2). Het daarin beschreven plan om in 2017, 2018 en 2019 de basis op orde te brengen en de communicatie en samenwerking verder vorm te geven, is uitgevoerd. Het voornemen om daarna monitoring, uitvoering en eventueel bijstelling van het beleid centraal te stellen, wordt op dit moment in praktijk gebracht. Deze Tussenevaluatie maakt daar deel vanuit. De algemene doelstelling van de communicatie - "Doelgroepen weten dat de provincie Groningen veel bijzondere landschappen en erfgoed heeft en zijn daar het liefst ook trots op. Ook zijn ze zich bewust van het belang van behoud van erfgoed en landschap en dat dat (financiële) consequenties heeft" - is grotendeels bereikt. Met name door de uitgevoerde projecten (pitches) en de excursies is dit bewustzijn toegenomen. Het doel dat de werkwijze van ERL gemeengoed wordt en deel uitmaakt van de reguliere werkzaamheden en werkmethoden van de betrokken partijen is nog niet bereikt. In het communicatieplan ERL was aangegeven dat het aardbevingsgebied prioriteit had. Dit is zondermeer het geval geweest in de afgelopen vijfjaar. In het communicatieplan ERL waren per spoor interne en externe doelgroepen beschreven en communicatiedoelen en -middelen geformuleerd. Of deze beschrijving voldaan heeft of nog voldoet is niet bekend. 42

Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Uit de interviews is naar voren gekomen dat ongeveer de helft van de partners vindt dat de communicatie over ERL-zaken beter kan; met name gemeenten zijn kritisch (zie figuren 2.12 en 2.13). Dit betreft voornamelijk de communicatie over de pitches en over wat er gedaan en bereikt is binnen ERL.

Beoordeling communicatie

■ Goed

■ Kan beter

■ Niet van toepassing

Figuur 2.12 Beoordeling communicatie over ERL-zaken

Beoordeling communicatie per type partner

o

2 4 6 8 10 12 14 16 18 BGoed

B Kan beter

B Niet van toepassing

Figuur 2.13 Beoordeling communicatie over ERL-zaken per type partner

Daarnaast zijn de partners tevreden over de samenwerking met het ERL-team en binnen het ERLnetwerk. De samenwerking wordt door de meerderheid van de partners als 'goed' ervaren. In figuur 2.14 is dit aanschouwelijk gemaakt.

43

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Beoordeling samenwerking

■ Goed

■ Deels goed, deels minder goed

■ Nauwelijks samenwerking

Figuur 2.14 Beoordeling samenwerking binnen ERL-netwerk

Gemeenten zijn het meest kritisch over de samenwerking; zij ervaren provinciemedewerkers soms als afstandelijk en onvoldoende betrokken. Met name op het gebied van grote ruimtelijke ingrepen en bij de uitvoering van ERL-projecten wensen zij meer sturing en betrokkenheid van de provincie. Hier is sprake van een spanningsveld; immers binnen de ERL-werkwijze beschouwt de provincie zichzelf als 'een van de netwerkpartners' en beoogt zij juist minder top-down te sturen. In de volgende paragraaf wordt dit punt verder uitgewerkt.

Beoordeling samenwerking per type partner

Interne partners

Externe partners

Gemeenten

0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 aGoed

aDeels goed, deels minder goed

^Nauwelijks samenwerking

Figuur 2.15 Beoordeling samenwerking binnen ERL-netwerk per type partner

44

Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

2.5 Opgavegestuurd werken De ERL-opgave is een van de zes opgaven die zijn aangewezen om opgavegestuurd aan te pakken in samenwerking met diverse organisaties en mede-overheden. Opgavegestuurd werken gaat uit van het gegeven dat maatschappelijke vraagstukken niet door één organisatie of overheid kunnen worden opgelost, maar dat er sprake is van een netwerk van partners. De partners zijn afhankelijk van elkaar, kunnen eikaars kennis en innovatiekracht benutten en gezamenlijk op een gelijkwaardige manier besluiten nemen. In 2019 is een evaluatie uitgevoerd van het opgavegestuurde werken op basis van deskresearch en interviews met het ERL-team, de opgaveregisseurs, afdelingshoofd, directielid en bestuurders. De voornaamste uitkomsten van het onderzoek waren dat het oppakken van het opgavegestuurde werken persoonsafhankelijk bleek te zijn, dat er geen helder gearticuleerde sturingsvorm en doel waren, dat deze manier van werken niet ervaren werd als een ontwikkeling van binnenuit, te weinig blijvende aandacht kreeg, dat de buitenwereld onvoldoende werd meegenomen en dat de opgaveregisseur geen slagkracht kon uitoefenen. Anderzijds werd ook geconstateerd dat een aantal opgaven een betere positie hadden gekregen, dat medewerkers zich meer verbonden voelden met de opgaven en dat de samenwerking met partners wel een gunstig effect had.

De ERL-opgave sprong er in deze evaluatie in positieve zin uit. Het ERL-team heeft vanaf de start gewerkt op de opgavegestuurde manier. Andere teams moesten hun gebruikelijke manier van werken aanpassen, wat het veranderingsproces moeizamer maakte. Het ERL-team zelf is positief over de opgavegestuurde manier van werken. De leden bevestigen het beeld dat de effectiviteit van deze werkwijze sterk persoonsafhankelijk is. De leden van het ERL-team zijn goed op elkaar ingespeeld. Er is sprake van werkplezier, vertrouwen en zorg voor elkaar. De wijze waarop de opgavemanager sturing geeft wordt zeer gewaardeerd. Provinciemedewerkers die meer op afstand staan bevestigen dit beeld: de ERL-teamleden worden gezien als taakbewust, toegewijd, professioneel en verantwoordelijk. De opbrengst van het opgavegestuurde werken is ook dat bepaalde beleidsterreinen meer (bestuurlijke) aandacht en belang kregen en een ruimer budget. Niettemin zijn er ook risico's verbonden aan de opgavegestuurde manier van werken. Deze zijn deels benoemd in het ERL-programma. De grote hoeveelheid spelers maakt eensgezind handelen lastig. Er ontbreekt één duidelijke probleemeigenaar. De vele verbindingen met andere beleidsterreinen die elk hun eigen tempo hebben, vormen een complicerende factor.

Voor Statenleden is het zoeken naar een manier waarop zij hun controlerende taak kunnen uitoefenen en kunnen bepalen of het beleid geborgd blijft. De gedachte dat het bovenlokale belang het beste gediend wordt door een netwerk van gelijkwaardige partners staat op gespannen voet met de vraag van zowel gemeenten als het Rijk om provinciale regie op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Enerzijds past de netwerkgedachte bij de komende Omgevingswet, anderzijds is de omvang van de energietransitieopgave zó groot dat er een roep om provinciale sturing klinkt. Het is aan de provincie om binnen dit spanningsveld te opereren op een manier die het bovenlokale belang - namelijk ruimtelijke kwaliteit - dient. Opgavegestuurd werken is geen doel op zich en ook geen star gegeven. Het is immers verbonden met het gebiedsgerichte werken. Elk van de zeven gebieden heeft zijn eigen opgaven en in een gebied wordt aan meerdere opgaven gewerkt. Van sectoraal wordt de focus steeds meer integraal.

45

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapi

Hatzo

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

2.6 Financieel overzicht ERL-programma De financiering van de opgave ERL en het Erfgoedprogramma is samengesteld uit diverse bronnen: de provincie Groningen, ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), ministerie Binnenlandse Zaken, Nationaal Coördinator Groningen (NCG), Nationaal Programma Groningen en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). De belangrijkste financier van het cultureel erfgoed is echter de eigenaar zelf (particulieren, stichtingen etc.). In tabel 2.4 zijn de extra middelen en structurele middelen van de provincie voor ERL weergegeven. Tabel 2.4 Extra middelen en structurele middelen van de provincie voor opgave ERL 2017-2026 (bron: provincie Groningen)

Provincie: Fondsen/

2017

2018

2019

2020

2021

regelingen Financiering Ruimtelijke kwaliteit

1.500.000

2.000.000

1.500.000

1.500.000

1.500.000

150.000

150.000

150.000

65.000

65.000

65.000

230.000 125.000

275.000 250.000

275.000

275.000

65.000 275.000

250.000

250.000

250.000

1.855.000

2.590.000

2.240.000

2.240.000

2.240.000

Provincie: Fondsen/

2022

2023

2024

2025

2026

regelingen Financiering Ruimtelijke kwaliteit

1.500.000

1.500.000

1.500.000

1.500.000

1.500.000

Kwaliteitsgids Werkbudget ERL Formatie ERL Totaal provincie

150.000

Kwaliteitsgids Werkbudget ERL Formatie ERL

275.000 250.000

275.000 250.000

275.000 250.000

275.000

275.000

250.000

250.000

Totaal provincie

2.175.000

2.025.000

2.025.000

2.025.000

2.025.000

De provincie heeft in totaal € 21.440.000 beschikbaar voor het ERL-programma; dat is gemiddeld € 2.144.000 per jaar.

46

Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Tabel 2.5 Extra middelen van ministeries OCW en BZK, NCG, NPG en RCE voor ERL 2017-2026 (bron: provincie Groningen) 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

1.950.000

4.000.000

4.500.000

4.500.000

2.500.000

7

7

7

7

1.000.000

1.000.000

1.000.000

7

7

?

Ministerie OCW GRRG/RORG

100.000

Erfgoedpaspoort Cofin erfgoedprogramma

1.000.000

Archeologie

130.000

Verduurzaming/ herbestemming/ onderwijs

1.000.000

Er^oed en Ruimte Ministerie

99.900,00

BZK

Bestuurlijke afepraken bevingsgebied tbv karakteristieke panden NCG

10.000.000 1.350.000

RORG Erigoedloket

1.350.000

1.350.000

1.350.000

1.350.000

1.350.000

250.000

250.000

250.000

250.000

250.000

105.000

105.000

105.000

105.000

Verbreding erfgoedloket NPG Erfgoedprogramma

20.000.000

Gebieds biografie

50.000 2.000.000

Pilot 0\erschild Schoolkerk Garmerwolde

210.000

RCE Gebiedsbiografie

50.000

Bijdrage pitchronden

70.000

Catalogus boerenschuren Steunpunt ruimtelijke kwaliteit Complexe ge\«llen erfgoedloket Totaal andere overheden

35.000 50.000 100.000

100.000 99.900

3.300.000

7.810.000

28.560.000

7.435.000

15.305.000

2.705.000

In tabel 2.5 zijn de extra middelen van het ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), ministerie Binnenlandse Zaken, Nationaal Coördinator Groningen (NCG), Nationaal Programma Groningen en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) weergegeven. Uit het overzicht blijkt dat de beschikbaarheid van middelen van de ministeries, NCG, NPG en RCE voor de komende periode nog onzeker is. Voor de uitvoering van de erfgoedsubsidieregelingen en de continuïteit daarvan is dit een lastig punt. Bovenvermelde inkomsten vallen alle onder een meerjarig programma (ERL en/of erfgoedprogramma). Een gedeelte van de budgetten dat van derden komt zit in een zogenoemde Doeluitkering. Deze middelen worden indien nodig automatisch overgeboekt naar het jaar erop. Voor andere budgetten wordt per jaar bekeken of overboeking nodig of mogelijk is. Van de Doeluitkeringen is overgeboekt naar 2022: € 2.875.900. Van de andere budgetten is overgeboekt naar 2022: € 457.900.

47

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

2.7 Samenvatting De voorgenomen activiteiten binnen spoor 1 'Publiek belang, het verhaal vertellen en marketing' zijn voor een deel gerealiseerd. Een aantal zaken zijn anders gelopen dan vooraf gepland. Zo is niet bekend of en hoeveel dorpsontwikkelingsplannen er zijn opgesteld, is het provinciepanel niet geraadpleegd en is de stichting 'De Verhalen van Groningen' opgeheven. Wel zijn de inwoners van de provincie Groningen op een andere manier betrokken bij ERL-gerelateerde thema's, namelijk via Toukomst en een project als 'Voorland Groningen'. Aan een alternatief voor het de stichting 'De Verhalen van Groningen' wordt gewerkt. De noodzaak van het blijven vertellen van de verhalen van Groningen wordt door veel partners genoemd. De koppeling met toerisme/vrijetijdseconomie is nog niet tot stand gebracht. Wel zijn er diverse onderzoeken uitgevoerd. Nu nieuwe beleidskaders zijn geformuleerd voor vrijetijdseconomie kan deze koppeling de komende tijd alsnog tot stand gebracht worden. in de afgelopen 5 jaar zijn er 27 bijeenkomsten en excursies georganiseerd voor de partners. De betrokkenheid van PS, gemeenten en anderen bij het ERL-programma kan beter. Mede door beperkende maatregelen vanwege corona en door personele 'wisselingen van de wacht' is de betrokkenheid de afgelopen twee jaar verminderd.

Doordat de alle partners overtuigd zijn van het belang van ERL, is de verwachting dat de betrokkenheid bij het programma op korte termijn kan worden vergroot. Fysieke bijeenkomsten zijn daarbij essentieel. De voorgenomen activiteiten binnen spoor 2 'Breng de basis op orde' zijn grotendeels uitgevoerd. De identificatie van beeldbepalende en karakteristieke panden is bijna afgerond, evenals het maken van overzichten van andere erfgoedelementen zoals Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, archeologische en landschappelijke elementen en kenmerkende gebiedsstructuren. Deze zijn opgenomen in de Erfgoedmonitor en Landschapsmonitor, die beide deel uitmaken van 'de Staat van Groningen'. De Landschapsmonitor is echter niet online ontsloten. De Erfgoedmonitor bevat inmiddels een behoorlijk compleet overzicht van alle diverse categorieën. Opvallend is het grote aantal karakteristieke panden. De beleidsmatige en financiële inzet op deze categorie zal in de toekomst mogelijk meer impact hebben dan de inzet op rijksmonumenten. Ongeveer 68% van het erfgoed verkeert in een ruim voldoende staat van onderhoud. Buiten het aardbevingsgebied en in het landelijk gebied is de staat van onderhoud van het erfgoed beduidend slechter. Op basis van de Erfgoedmonitor zoals die nu operationeel is, blijkt dat de opgave in het landelijk gebied ligt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13578789/1