CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

42-03-02 Aanbieding rapport tussenevaluatie ERL Prov. Groningen

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 4234.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Een ander aandachtspunt zijn de weg- en waterbouwkundige werken met een erfgoedstatus. Religieuze erfgoedgebouwen staan er relatief goed voor. De gebiedseigen kenmerken zijn benoemd in de zeven gebiedsbiografieën en de Kwaliteitsgids. De Kwaliteitsgids is in 2021 geactualiseerd en aangevuld. Alle gemeenten kennen de Kwaliteitsgids. Het gebruik ervan kan worden verbeterd. Ook ontbreekt het volgens de partners nog aan een praktisch toepasbaar integraal afwegingskader. Ondanks de diverse steunpunten voor gemeenten lijkt er een mismatch te zijn tussen het aanbod van ondersteuning op het gebied van ruimtelijke kwaliteit en de behoefte of vraag. Dat de geboden mogelijkheden onvoldoende benut worden is des te nijpender omdat het gebrek aan menskracht en slagkracht van sommige gemeenten door alle partners als knelpunt onderkend wordt.

48

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Binnen spoor 3 'Nieuwe kwaliteiten' is een beperkt deel van de voorgenomen activiteiten uitgevoerd. Met name het vraagstuk hoe de energietransitie - concreet: windmolenparken en zonneparken samen kan gaan met ruimtelijke kwaliteit baart de partners zorgen. Het project Netwerk Ruimtemakers met bijeenkomsten voor medewerkers van gemeenten en waterschappen op het gebied van ruimtelijke kwaliteit werd positief gewaardeerd. In totaal zijn er 30 subsidies voor ruimtelijke kwaliteit verleend. Belangrijke projecten binnen dit spoor zijn - naast Netwerk Ruimtemakers - Steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit en Agrarisch Landschappelijk Bouwen. Als onderdeel van het 'stimuleringsbeleid' is de Cultuurfondshypotheek Groningen bij het Nationaal Restauratiefonds uitgebreid; eigenaren van erfgoedpanden '- waaronder ook met de status 'karakteristiek pand' of 'gemeentelijk monument - kunnen nu ook een lening afsluiten voor restauratie maar ook voor verduurzaming en herbestemming. Vergeleken met de andere Nederlandse provincies wordt er door eigenaren van erfgoedpanden in de provincie Groningen weinig gebruik gemaakt van het Nationaal Restauratiefonds. In de afgelopen 20 jaar zijn er slechts 27 leningen verstrekt. Binnen spoor 4 'Fondsvorming' kunnen de provinciale erfgoedsubsidieregelingen worden beschouwd als nieuw ontwikkelde fondsen.

Nieuwe externe fondsen zijn nog niet geworven, maar er zijn wel ideeën om bijvoorbeeld het bedrijfsleven in ERL-thema's te laten investeren (zie onder aanbevelingen). Voor het thema 'landschap' zijn nog geen nieuwe fondsen ontwikkeld. Er bestaan nog 'witte vlekken'. Onder spoor 4 valt ook 'internationale samenwerking'. Op dit gebied zijn stappen gezet binnen het project MOMAr. Er zijn excursies geweest en er is kennis gedeeld. Een Corsicaans project waar een duurzame en innovatieve werkplaats voor erfgoedrestauratie in combinatie met expositie en depotmogelijkheden was opgezet heeft inspiratie opgeleverd voor de ontwikkeling van een depot voor herbruikbare bouwmaterialen afkomstig uit het Groninger erfgoed en het inrichten van een erfgoedwerkplaats om kennis en kunde op het gebied van erfgoed in de regio te houden. Een project in Spanje bracht inzichten op het gebied van erfgoededucatie, waarbij restauratie, onderwijs en innovatie gecombineerd worden. Diverse internationale voorbeelden van erfgoedroutenetwerken kunnen van belang zijn voor het ontwikkelen van vergelijkbare routenetwerken in de provincie Groningen. Samenwerken met kennisinstellingen behoort ook tot spoor 4. Er is een goede start gemaakt met de samenwerking op het gebied van ERL van de provincie met de RUG en de Hanzehogeschool Groningen.

Er zijn gastcolleges, stages, excursies en onderzoeken op het gebied van erfgoed en landschap uitgevoerd. Wat met name gewaardeerd wordt in de ERL-werkwijze is dat deze geen uitsluitend objectgerichte benadering van erfgoed is, maar ook vanuit landschap, ruimte, (cultuur)historie, geologie, landschapsgenese en demografische ontwikkelingen. Binnen spoor 5 'Krachten bundelen' zijn er diverse soorten projecten ontwikkeld, gesubsidieerd en uitgevoerd. Het ging daarbij om gebiedsgebonden projecten gericht op bewustwording, projecten gericht op het toekomstbestendig maken van het beleid ten aanzien van ERL en pilotprojecten. Er waren drie themarondes: 'landelijk gebied', 'aardbevingsgebied' en 'ERL'. In de periode 2017 tot 2021 zijn er in totaal 84 pitches geweest, waarvan 20 projecten subsidie hebben gekregen. Daarvan zijn er inmiddels 14 afgerond. De provinciale afdeling 'Landelijk Gebied & Water' en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed droegen ook bij aan deze subsidies.

49

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

De pitches werden door de meeste partners hoog gewaardeerd. Wel gaven meerdere partners aan dat de communicatie over de planning en de resultaten ervan verbeterd kan worden. Voor enkele gemeenten was het lastig om met projecten te komen die gepitcht zouden kunnen worden. Er waren niet altijd kant en klare projectvoorstellen of initiatieven van inwoners. Het voorbereiden en uitvoeren van een pitch kost veel tijd en of het project gesubsidieerd zal worden, is onzeker. Het verstrekken van subsidie aan projecten via de pitches heeft bij sommige partners de indruk gewekt dat ERL een subsidieregeling is. Voor sommige projecten die geen ERL-subsidie kregen, zijn andere subsidiemiddelen gevonden. Dit heeft de vraag opgeroepen naar een totaaloverzicht van subsidiemogelijkheden op het gebied van ERL. Daarnaast zijn lopende projecten 'ERL-proof' gemaakt, onder meer door de bestaande interne en externe projectteams in contact te brengen met een landschapsarchitect of archeoloog. Binnen spoor 6 'Aardbevingsgebied' is veruit het meeste gerealiseerd. Het grootste deel van het erfgoed in de provincie is in kaart gebracht. Nog niet alle gemeenten hebben definitief de 'karakteristieke panden' en 'beeldbepalende panden' aangewezen en in bestemmingsplannen opgenomen.

Eigenaren van panden waarvan de status nog niet definitief is, kunnen geen beroep doen op de provinciale subsidieregeling voor onderhoud van karakteristieke panden en geen gebruik maken van de Cultuurfondshypotheek van het Nationaal Restauratiefonds. Het Erfgoedloket is in het leven geroepen om bewoners en eigenaren van monumentale of karakteristieke panden in het aardbevingsgebied te informeren over herbestemming, subsidie- en financieringsmogelijkheden, regelgeving, duurzaamheid en schadeherstel en versterking. In de periode 2018 tot en met 2021 gaf het Erfgoedloket bijna 1600 antwoorden en adviezen. Er werden bijna 300 locatiebezoeken afgelegd en bijna 8500 informatiebrieven gestuurd. De meeste vragenstellers kwamen uit het aardbevingsgebied en dan met name uit gemeente Het Hogeland. De Verenging van Groninger Monumenteigenaren (VGME) heeft het initiatief genomen voor een pilotproject om voor eigenaren van monumenten één integrale werkwijze te ontwikkelen voor subsidies, schadeherstel en versterking. De provincie en het Rijk zijn hier ook bij betrokken.

De ambitie om vanuit ERL duidelijke planologische kaders en normen op te stellen, onder meer in ruimtelijk beleid, beleid op gebied van woningbouw, sloop, krimp, leefbaarheid en erfgoed, vergunningen, handhaving, toezicht en welstandsbeleid is deels uitgevoerd in de Provinciale Omgevingsverordeningen en de gebiedsbiografieën. De versterkingsopgave is een lastig dossier; processen zijn langdurig en bureaucratisch. Dit geldt ook voor schadeherstel en herbestemming van erfgoedpanden. Een ander belangrijk resultaat binnen spoor 6 zijn de provinciale subsidieregelingen voor groot onderhoud, restauratie, verduurzaming, herbestemming en regulier onderhoud van rijksmonumenten en karakteristieke panden: de GRRG, RORG en SOK. In totaal zijn er in de periode 2018-2021 1096 subsidies voor gebouwd erfgoed verleend. Daarmee is 19% van de totale onderhoudsbehoefteraming bereikt. De subsidie is voor een groot deel naar particuliere eigenaren gegaan. In de subsidieregeling GRRG 2020 zijn ook groene rijksmonumenten opgenomen. Diverse partners hebben aangegeven het belangrijk te vinden dat groene monumenten in de komende periode nog meer aandacht krijgen.

50

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

De samenwerking binnen spoor 6 wordt hoog gewaardeerd - zo blijkt ook uit de interviews. Provinciale medewerkers zijn trots op de uitstekende lobby die vanuit de provincie Groningen in Den Haag is gevoerd. Het succes van de erfgoedaanpak binnen het aardbevingsgebied zou mogelijk ook kunnen worden uitgebreid naar de rest van de provincie. Er wordt aandacht gevraagd voor ERL-thema's in de nietaardbevingsgemeenten en voor boerderijen als aparte erfgoedcategorie. Uit de interviews is gebleken dat de doelen, ambities en 'sporen' van het ERL-programma nog niet of niet meer bij alle partners bekend zijn. 18% van alle partners geeft aan ERL niet te kennen; 38% is goed op de hoogte. Mogelijke oorzaken van de onbekendheid met de ERL-doelen zijn de veelvuldige personele wisselingen bij alle typen partners en het feit dat er vanwege de coronamaatregelen in 2020 en 2021 weinig fysieke bijeenkomsten konden plaatsvinden. Dit zijn mogelijk ook de redenen dat meer dan de helft van de partners een geringe mate van betrokkenheid ervaart bij ERL. Het ERL-team en andere provinciale medewerkers zijn positief over de opgavegestuurde manier van werken. Er is sprake van werkplezier, zorg voor elkaar en de teamleden zijn toegewijd en verantwoordelijk. Niettemin zijn er ook risico's verbonden aan de opgavegestuurde manier van werken. De grote hoeveelheid spelers maakt eensgezind handelen lastig.

Er ontbreekt één duidelijke probleemeigenaar. De vele verbindingen met andere beleidsterreinen die elk hun eigen tempo hebben is een complicerende factor. Voor Statenleden is het zoeken naar een manier waarop zij hun controlerende taak kunnen uitoefenen en kunnen bepalen of het beleid geborgd blijft. De gedachte dat het bovenlokale belang het beste gediend wordt door een netwerk van gelijkwaardige partners staat op gespannen voet met de vraag van zowel gemeenten als het Rijk om provinciale regie op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Ongeveer de helft van de geïnterviewde ERL-partners vindt dat de communicatie over ERL-zaken beter kan. Het gaat dan vooral om de communicatie rond de pitches en over de resultaten van de ERL-projecten. De partners willen graag regelmatig geïnformeerd worden over wat er nu precies bereikt is, wat er goed ging en wat er minder goed ging. Wat betreft het financiële aspect van het ERL-programma: de provincie heeft in totaal € 21.440.000 beschikbaar voor het programma; dat is gemiddeld € 2.144.000 per jaar. De ministeries van OCW en BZK, de NCG, het NPG en de RCE hebben in de periode 2017 tot en met 2021 in totaal gezamenlijk € 50.254.900 bijgedragen. Dat is gemiddeld ruim € 10 miljoen per jaar. De beschikbaarheid van middelen van deze financiers voor de komende periode is nog onzeker.

51

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Hoofdstuk 3 Analyse, conclusies en aanbevelingen

3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de bevindingen zoals die in het vorige hoofdstuk beschreven zijn geanalyseerd in het licht van de doelstellingen van het ERL-programma. Daarnaast wordt een aantal conclusies getrokken. Tot slot wordt een aantal aanbevelingen voor de komende vijf jaar van het ERLprogramma gepresenteerd.

3.2 Analyse

3.2.1 Analyse doelbereik Hoofddoel Het hoofddoel van het ERL-programma is: "Wij willen ons nageslacht een mooi, herkenbaar en beheersbaar thuis nalaten. Dat betekent dat we de identiteit van het gebied willen bewaren, herstellen en verder willen ontwikkelen en erfgoed van onze tijd willen toevoegen. We willen dat onze provincie aantrekkelijk blijft voor onze inwoners en bezoekers. En ervoor zorgen dat de positie van het erfgoed, de ruimtelijke kwaliteit en het landschap in Groningen uiteindelijk minder kwetsbaar wordt".

In de afgelopen 5 jaar van de uitvoering van het programma 'Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap' zijn door het in kaart brengen, aanwijzen en monitoren van elementen die de identiteit van de provincie Groningen constitueren belangrijke stappen gezet op het gebied van het bewaren en herstellen van deze elementen. Met de Kwaliteitsgids, de zeven gebiedsbiografieën, de aanwijzing van karakteristieke panden, en de Erfgoedmonitor is er een overzicht gecreëerd van de gebiedseigen kenmerken van Groningen. Excursies en projecten hebben het bewustzijn ten aanzien van erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap vergroot. De erfgoedsubsidieregelingen hebben een bijdrage geleverd aan herstel en instandhouding van erfgoed. De staat van onderhoud van erfgoed in de nietaardbevingsgemeenten en in het landelijk gebied is nog niet op het gewenste niveau. Het toevoegen van nieuwe tijdslagen aan het landschap op een manier die bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van de provincie Groningen voor inwoners en bezoekers, blijft de komende periode een uitdaging. Ambities Met name op het gebied van 'Erfgoed' zijn de ambities ten aanzien van het in kaart brengen, behouden, herstellen en ontwikkelen van de waarden en kwaliteiten waargemaakt. Op het gebied van 'Ruimtelijke kwaliteit' en 'Landschap' is dit nog niet het geval.

Op het gebied van herbestemming, nieuwbouw en ruimtelijke ordening blijven de ambities voor de komende periode actueel. Voor het behoud en herstel van erfgoed zijn er goede financiële kansen gecreëerd en benut. In de komende periode zullen er aanvullende financieringsmogelijkheden op het terrein van landschap en ruimtelijke kwaliteit gevonden moeten worden.

52

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

De ambitie om Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap volwaardig mee te wegen in beleidsvraagstukken is nog niet verwezenlijkt, met name op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, toerisme, woningbouw en mobiliteit. Het uitdragen van de geïdentificeerde kwaliteitselementen en waarden en het op de kaart zetten van de provincie Groningen is grotendeels geslaagd.

3.2.2 Analyse tweede plenaire sessie Op 23 juni is er een tweede plenaire sessie georganiseerd om de tussentijdse resultaten van de eerste sessie en van de interviews te bespreken en om te reflecteren over aanbevelingen voor de komende vijfjaar van het ERL-programma. Bij de tweede plenaire sessie op 23 juni 2022 waren 34 personen aanwezig; 9 vertegenwoordigers van 7 gemeenten, 10 vertegenwoordigers van 9 externe stakeholders en 15 provinciemedewerkers. Tijdens deze sessie zijn de voorlopige resultaten van de interviews en de eerste plenaire sessie gepresenteerd. De aanwezigen hebben aangegeven zich in de resultaten te herkennen. Daarna is in carrouselvorm gediscussieerd over vier aandachtspunten die uit de voorlopige bevindingen waren geselecteerd. Dit betrof de verbinding van ERL met andere grote opgaven (energietransitie, toerisme, woningbouw, landbouw etc.), meer focus op de aspecten 'ruimtelijke kwaliteit en landschap', de provincie-brede uitrol van erfgoed (niet alleen het aardbevingsgebied) en het vertellen van de verhalen van Groningen. Tot slot was er nog een 'open categorie' waarvoor partners zelf onderwerpen konden aandragen. De koppeling van ERL aan de grote opgaven werd door het grootste aantal partners als het meest urgent ervaren, gevolgd door 'focus op ruimtelijke kwaliteit en landschap'. De verschillende typen partners waren het daar in gelijke mate over eens.

In figuur 3.1 is weergegeven welke van de vier aandachtspunten volgens de verschillende typen partners de hoogste urgentie hadden.

Urgente aandachtspunten per type partner Overig Verhalen vertellen Provincie-brede uitrol erfgoed Focus Ruimtelijke kwaliteit en Landschap ERL & grote opgaven 0

■ Externe stakeholders

1

■ Gemeente

2

3

4

«Provincie

«Rijk

5

6

Figuur 3.1 Urgente aandachtspunten plenaire sessie 23 juni per type partner

Hieronder is samengevat wat er tijdens de tweede plenaire sessie door de partners is opgemerkt ten aanzien van de bovengenoemde aandachtspunten.

53

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapportage

es^ Hatzo Producties

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Verbinding ERL met andere grote opgaven

De verbinding met de andere grote opgaven is van groot belang voor de identiteit van de provincie Groningen en voor het doorgeven daarvan aan volgende generaties. Het is belangrijk om te zien wat de betrokkenheid van ERL bij deze opgaven oplevert en goede voorbeelden daarvan te delen. Duidelijk moet worden dat erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap geen hindermacht zijn bij de uitvoering van deze opgaven, maar juist een meerwaarde kunnen hebben. Ook zouden de ERLpartners zich pro-actief in plaats van reactief moeten opstellen, zodat ze minder overvallen worden door de ontwikkelingen. Een goed hulpmiddel daarbij zou het visualiseren van de opgaven in relatie tot ERL zijn, op een kaart. Op die kaart zou het DNA van de provincie Groningen zichtbaar moeten zijn. Belangrijk is het zoeken van integraliteit en gezamenlijkheid in combinatie met een goede rolverdeling. Daarbij moeten de kennis van de stakeholders en de bestaande netwerken gebruikt worden. Ook moet ervoor gewaakt worden dat de Stad de Ommelanden domineert. De grote opgaven overstijgen de gemeentegrenzen en zijn met elkaar verweven. Om de grote opgaven op een goede manier te kunnen uitvoeren en te verbinden met ERL moeten de gemeenten hun kernwaarden in beeld hebben. De basis, de kennis en het beleid moeten op orde zijn. Bewoners maar ook bestuurders moeten erbij betrokken worden.

Het Bestuurlijk Overleg ERL kan hier een cruciale rol spelen. Het risico is hoog; wanneer de koppeling met de grote opgaven niet gemaakt wordt, komen de transities niet van de grond en ontstaat er frustratie bij inwoners. Ruimtelijke kwaliteit en landschap

Het is niet verwonderlijk dat er op het gebied van 'erfgoed' meer tot stand gebracht is dan op het gebied van 'ruimtelijke kwaliteit en landschap'. Erfgoed is tastbaarder en er is vaak sprake van een te identificeren eigenaar. Ruimtelijke kwaliteit en landschap zijn 'van ons allemaal' en daardoor van niemand. Het lukt nog onvoldoende om bij ontwerpen ook het landschap te betrekken. Een gebrek aan financiële middelen, kennis en capaciteit in combinatie met complexe regelgeving en juridische bezwaren spelen daarbij een belangrijke rol. Het steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit biedt vooralsnog geen soelaas. Er zou geïnventariseerd moeten worden wat er al is en waaraan gemeenten behoefte hebben. Ook moet in kaart gebracht worden welke stakeholders welke rol hebben. De inzet van ontwerpers met kennis van de omgeving is essentieel, maar kost geld. Bij elk ruimtelijk project zou vooraf met alle betrokken partijen besproken moeten worden hoe de ruimtelijke, landschappelijke en historische context worden meegewogen. Vooraf zou ook de kennis moeten worden gedeeld. Er zijn nu te veel organisaties en regelingen; er zou één plek moeten zijn van waaruit ontwerpkracht, advies en financiële middelen beschikbaar worden gesteld. Ook zou het belang van 'ruimtelijke kwaliteit' in visies, regelingen, procedures en andere beleidsstukken moeten worden opgenomen.

Provincie-brede uitrol van erfgoed ook buiten het aardbevingsgebied

Voorop staat het belang van aandacht voor het erfgoed in het aardbevingsgebied. Dit moet niet verwateren. Om echter te voorkomen dat straks alleen in het aardbevingsgebied het erfgoed behouden blijft, is een uitrol naar de rest van de provincie wei belangrijk. Er is een aanleiding of urgentie nodig om de acties en projecten die de afgelopen jaren zijn ondernomen op het gebied van erfgoed binnen het aardbevingsgebied ook uit te rollen over de gehele provincie. Die aanleiding is er: 54

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

bodemproblematiek, waaronder bodemdaling, veenoxidatie, zoutwinning. Daar komt bij dat de staat van onderhoud van monumenten buiten het aardbevingsgebied - en dan met name in de landelijke gebieden - slecht is. Daarnaast is de energietransitie ook een aanleiding; het is van belang om erfgoedpanden in de gehele provincie te verduurzamen. Concreet betekent dit dat er ook voor erfgoedeigenaren buiten het aardbevingsgebied subsidieregelingen - al dan niet in de vorm van een stimuleringsbijdrage - zouden moeten komen. Erfgoedeigenaren buiten het aardbevingsgebied zouden ook ondersteund kunnen worden met nietfinanciële middelen, zoals een erfgoedloket, kennis of ruimere herbestemmingsmogelijkheden. Belangrijk daarbij is dat er niet alleen oog is voor grote erfgoedpanden - zoals boerderijen - maar ook voor bijvoorbeeld kleine woningen. Het is daarbij van belang dat de lessen die de afgelopen jaren in het aardbevingsgebied geleerd zijn worden toegepast in de rest van de provincie. Daarbij zou er niet alleen aandacht moeten zijn voor panden met een rijksmonumentale status, maar ook voor gemeentelijke monumenten of karakteristieke panden en erven. Daardoor kan de ruimtelijke kwaliteit en de gebiedseigen cultuurhistorie hersteld worden en behouden blijven.

Erfgoedpanden die in een redelijke tot goede staat van onderhoud verkeren, zijn immers beter bestand tegen de gevolgen van aardbevingen en van bodemdaling door welke oorzaak dan ook. Voortzetten van het vertellen van het ERL verhaal

Landschap en erfgoed zijn geen losse objecten maar krijgen betekenis binnen een context van verhalen. Een groot deel van de partners geeft aan het te betreuren dat de stichting Verhalen van Groningen is gestopt. Er zouden manieren gevonden moeten worden om de verhalen te blijven vertellen aan diverse doelgroepen omdat daardoor een besef kan ontstaan van de kwaliteiten van het Groninger landschap. Dat zou een eerste stap kunnen zijn naar ruimtelijke kwaliteit. Het is belangrijk om jongeren te laten kennismaken met de verhalen van Groningen. Jongeren zouden een nieuwe groep landschapsambassadeurs kunnen worden. Er zou ook een koppeling met de kennisinstellingen gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld in de vorm van basiscursussen 'ontstaansgeschiedenis van het landschap' gecombineerd met locatiebezoeken, lespakketten voor scholen en het gebruik van social media, Virtual reallty, spelvormen, etc. Een andere suggestie is: 'landschapsleeskaarten' waardoor bezoekers leren hoe ze het landschap kunnen lezen en de geschiedenis beter kunnen begrijpen. Er zijn wel organisaties of projecten die zich richten op het vertellen van verhalen, maar die activiteiten zijn versnipperd. Vanuit ERL zou dit gecoördineerd kunnen worden. Er zou onderzocht moeten worden hoe het niet alleen bij het 'zenden' kan blijven, maar hoe ook verhalen bij de inwoners van de provincie kunnen worden opgehaald.

Ook ambtelijk én politiek-bestuurlijk moeten de verhalen verteld worden en de locaties bezocht worden. Daarbij zou ook het economisch belang van ERL aandacht moeten krijgen. Overige aandachtspunten

Een deel van de partners ervaart een kloof tussen enerzijds de beleidsbestuurlijke wereld en anderzijds de dagelijkse praktijk van eigenaren en gebruikers van erfgoed en landschap. Deze kloof lijkt groter te worden. De beleidsbestuurlijke wereld is steeds meer gericht op controle en raakt steeds verder gejuridiseerd. De eigenaar of gebruiker zou centraal moeten komen te staan en ontzorgd moeten worden. 55

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

Een ander aandachtspunt dat door de partners naar voren gebracht wordt, is het gebrek aan ontwerpkracht en het verlies van ruimtelijke kwaliteit. In de provincie Groningen is genoeg kennis aanwezig; er zijn voldoende (landschaps)architecten en ontwerpers. Maar opdrachtgevers - met name wanneer er sprake is van publiek bezit - kiezen vaak voor het goedkoopste ontwerp en niet voor het meest esthetische. Bij ingrepen in de ruimte zou ook 'schoonheid' als factor moeten meetellen. Het is ook niet zondermeer zo dat een mooi ontwerp altijd duurder is. Positieve voorbeelden moeten breed worden gedeeld. Belangrijk is dat locatiespecifieke kennis wordt benut. Het verhogen van de participatie van inwoners van de provincie Groningen is daarvoor belangrijk. ERL zou kunnen aansluiten bij de FARO-werkwijze. Deze werkwijze is daadwerkelijk succesvol in het verbinden van mensen en het bewerkstelligen van een grotere mate van betrokkenheid. Wanneer goed in kaart gebracht wordt wat bijvoorbeeld een dorp nodig heeft en ook bijvoorbeeld de school erbij betrokken wordt, kan dat een stimulans zijn dat mensen zich verantwoordelijk gaan voelen voor de ruimtelijke kwaliteit van hun eigen omgeving. Dorpsbelangen kunnen daarbij een rol spelen. Daarnaast kan er een verbinding worden gelegd met het vertellen van de verhalen van het erfgoed en landschap van Groningen.

Dit zou gekoppeld kunnen worden aan de Kwaliteitsgids of aan uitvoeringsagenda's die in het kader van het Landschapsconvenant voor drie van de zeven gebieden zijn opgesteld.

3.3 Conclusies De gegevens die door de provincie zijn aangeleverd en de gesprekken met de ERL-partners, bestaande uit interviews en twee plenaire sessies, leiden tot de volgende conclusies. Conclusie 1: De uitvoering van het ERL-programma ligt op koers De uitvoering van het ERL-programma ligt op koers. Na vijfjaar zijn de doelen bereikt in een mate die past bij een programma dat op de helft van de looptijd is. Op het gebied van 'erfgoed' is het doelbereik het hoogst; op het gebied van het toevoegen van nieuwe kwaliteiten aan het landschap en de verbinding met andere opgaven is er nog veel te doen. Het meest is bereikt binnen spoor 6 'Aardbevingsgebied', waaronder de erfgoedsubsidieregelingen, het erfgoedloket, de goede lobby bij het Rijk en de goede (interbestuurlijke) samenwerking. Een groot deel van de activiteiten binnen spoor 2 'Basis op orde' en spoor 5 'Krachten bundelen' is uitgevoerd, waaronder de inventarisatie van karakteristieke panden en elementen, de Erfgoedmonitor en Landschapsmonitor, het Landschapsconvenant, zeven gebiedsbiografieën en de Kwaliteitsgids, het opgebouwde netwerk en het toegenomen bewustzijn van de waarde van erfgoed. Opgemerkt moet worden dat nog niet alle gemeenten de karakteristieke panden definitief hebben opgenomen in bestemmingsplannen.

De voorgenomen activiteiten binnen spoor 3 'Nieuwe kwaliteiten' en spoor 4 'Toekomstbestendig beleid en financiering' zijn deels gerealiseerd; hiertoe behoren Netwerk Ruimtemakers, subsidies Ruimtelijke Kwaliteit, internationale samenwerking (MOMAr) en de samenwerking met RUG en Hanzehogeschool. De activiteiten onder spoor 1 'Publiek belang, het verhaal vertellen en marketing' zijn in beperkte mate uitgevoerd: inwoners zijn betrokken via 'Toukomst'. Bustours en excursies hebben destijds voor bekendheid en betrokkenheid gezorgd. Het belang van ERL wordt door alle partners onderschreven.

56

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Conclusie 2: De grootste successen van het ERL-programma 2017-2021 zijn: de erfgoedsubsidieregelingen, de Erfgoedmonitor, het toegenomen bewustzijn van de waarde van erfgoed, de uitstekende lobby wat betreft erfgoed in het aardbevingsgebied, een goede start van samenwerking met kennisinstellingen op het gebied van ERL en het internationaal uitwisselen van projectideeën en -resultaten. Het ERL-team is erin geslaagd om meer bewustzijn van de waarde van erfgoed en landschap te creëren en een benadering van erfgoed, landschap en ruimte over het voetlicht te brengen die niet (uitsluitend) objectgericht is, maar deze thema's benadert vanuit de (cultuur)historie, geologie, landschapsgenese en demografische ontwikkelingen. Er is een Erfgoedmonitor opgezet die door iedereen te raadplegen is. Daarmee kan de effectiviteit van het beleid gemonitord worden. Partners zijn in de gelegenheid gesteld projectideeën te pitchen. Deze bijeenkomsten werden zeer gewaardeerd en hebben volgens de partners geleid tot een sterker bewustzijn van de waarde van ERL. De lobby wat betreft erfgoed in het aardbevingsgebied is uitstekend, heeft de zichtbaarheid van de provincie Groningen vergroot en de relatie met het Rijk versterkt. Met de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool Groningen is samengewerkt op het gebied van ERL in de vorm van gastcolleges, excursies, stages en onderzoeken.

Onder meer via het project MOMAr zijn internationaal ideeën en resultaten van projecten op het gebied van ERL uitgewisseld. Conclusie 3: De belangrijkste aandachtspunten voor het ERL-programma 2022-2027 zijn: verbinding van ERL met andere beleidsterreinen en opgaven, meer focus op 'ruimtelijke kwaliteit en landschap', meer aandacht voor ERL buiten het aardbevingsgebied, nieuwe vormen vinden voor het vertellen van de verhalen van Groningen, het betrekken van inwoners, eigenaren en gebruikers van erfgoed en het waar mogelijk verminderen van bureaucratie. De verbinding tussen ERL en een aantal andere opgaven of beleidsvelden is nog onvoldoende tot stand gekomen. In het beleid rond toerisme/vrijetijdseconomie, energietransitie, klimaatadaptatie, woningbouw en mobiliteit is ERL nog niet vanzelfsprekend aanwezig. De urgentie van dit punt wordt door alle partners breed erkend. Ruimtelijke kwaliteit en landschap zijn 'van ons allemaal' en daardoor van niemand. Doordat het 'eigenaarschap' minder gemakkelijk te identificeren is dan bij het thema 'erfgoed', is het van belang om de komende periode de aandacht op deze thema's te richten. Ook 'groen erfgoed' hoort daarbij. Om de ruimtelijke kwaliteit te vergroten is ontwerpkracht nodig en aandacht voor de esthetiek van ontwerpen. Er is conform de gemaakte beleidsafspraken hoge prioriteit gegeven aan erfgoed in het aardbevingsgebied.

Wat betreft bestuurlijke aandacht en financiële middelen is fors geïnvesteerd in dit gebied. De partners onderschrijven de noodzaak daarvan. Er is echter aanleiding om de acties en projecten die de afgelopen jaren zijn ondernomen op het gebied van erfgoed binnen het aardbevingsgebied ook uit te rollen over de gehele provincie. Bodemdaling als gevolg van o.a. veenoxidatie en zoutwinning, de energietransitie en de slechte staat van onderhoud van monumenten buiten het aardbevingsgebied - en dan met name in de landelijke gebieden - nopen ertoe om ook de eigenaren van erfgoedpanden buiten het aardbevingsgebied te ondersteunen, zonder de aandacht voor het aardbevingsgebied te laten verwateren. 57

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

Een groot deel van de partners heeft aangegeven het van groot belang te vinden dat de verhalen van Groningen verteld blijven worden aan diverse doelgroepen, waaronder jongeren, maar ook bestuurders en ambtenaren. Door het vertellen van de verhalen kan het besef groeien van het ontstaan van het Groninger landschap als context van het erfgoed. Het centraal stellen en ontzorgen van de eigenaar en gebruiker van erfgoed, het betrekken van inwoners en het benutten van regiospecifieke kennis van de inwoners zijn zaken waarvoor de partners aandacht vragen. Conclusie 4: Het ERL-team functioneert zowel intern als extern goed. Het ERL-team heeft veel krediet, wordt vertrouwd en heeft een goede relatie met de partners. Binnen het ERL-team is sprake van werkplezier en zorg voor elkaar. Overige provinciemedewerkers ervaren de ERL-teamleden als toegewijd, zelfsturend, taakbewust, professioneel en verantwoordelijk. Er is veel bereidwilligheid bij partners (o.a. RUG, Hanzehogeschool, Groninger Landschap, div. gemeenten) tot samenwerking op het gebied van ERL. Conclusie 5: De opgavegestuurde manier van werken wordt binnen het ERL-programma goed toegepast, maar er is sprake van een spanningsveld: enerzijds is de provincie één van de netwerkpartners, anderzijds is er een roep om regie. Het ERL-team en overige provinciale medewerkers zijn positief over de opgavegestuurde manier van werken.

Er zijn ook risico's verbonden aan deze werkwijze, zoals het ontbreken van één probleemeigenaar, de grote hoeveelheid partners, tempoverschillen en het vinden van een goede manier waarop Statenleden hun controlerende taak kunnen uitoefenen. De gedachte dat het bovenlokale belang het beste gediend wordt door een netwerk van gelijkwaardige partners staat op gespannen voet met de vraag van zowel gemeenten als het Rijk om provinciale regie op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Enerzijds past de netwerkgedachte bij de komende Omgevingswet, anderzijds is de omvang van bijvoorbeeld de energietransitieopgave zó groot dat er een roep om provinciale sturing klinkt. Conclusie 6: De bekendheid van het ERL-programma en de betrokkenheid van partners is tijdelijk verminderd door beperkte contactmogelijkheden en personele wisselingen bij alle typen partners. Door beperkende coronamaatregelen en personele wisselingen is de bekendheid van en betrokkenheid bij ERL verminderd; er is daardoor geen collectief geheugen en dit vormt een risico voor de continuïteit van het programma. Het belang van ERL wordt echter door alle partners onderschreven. Gezien dit feit en doordat het ERL-team op een vertrouwenwekkende wijze te werk gaat, is de gerede verwachting dat de bekendheid met en betrokkenheid bij het ERL-programma op korte termijn hersteld kan worden.

Conclusie 7: Communicatie over wat er bereikt is binnen het ERL-programma kan beter. Ongeveer de helft van alle partners vindt dat de communicatie over ERL-zaken beter kan. Dit betreft voornamelijk de communicatie over de pitches en over wat er gedaan en bereikt is binnen ERL. De partners hebben aangegeven vaker en breder geïnformeerd te willen worden over de voortgang, de successen én de mislukkingen van projecten op ERL-gebied om daarvan te kunnen leren.

58

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapi

Hatzo

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

Conclusie 8: Een aantal Groninger gemeenten heeft te weinig personele capaciteit, financiële middelen, kennis en slagkracht om ERL-zaken adequaat aan te pakken; de geboden mogelijkheden tot ondersteuning worden onvoldoende benut. Een aantal Groninger gemeenten heeft te weinig personele capaciteit, financiële middelen, kennis en slagkracht om zaken rond erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap adequaat aan te pakken. Dit geldt met name voor de niet-aardbevingsgemeenten, waaronder met name Pekela en Westerwolde. Ondanks de diverse steunpunten voor gemeenten lijkt er een mismatch te zijn tussen het aanbod van ondersteuning op het gebied van ruimtelijke kwaliteit en de behoefte of vraag. De geboden mogelijkheden worden onvoldoende benut. De steunpunten waarvan gemeenten gebruik kunnen maken zijn: Steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit (Libau), Steunpunt Cultureel Erfgoed (ook bekend als Steunpunt Gebouwd Erfgoed) (Libau), Erfgoedadviesteam (Libau), Vliegende Keep (Libau) en het Omgevingskwaliteitsteam. Conclusie 9: Het integraal meewegen van de waarden van erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap is nog geen gemeengoed. De Kwaliteitsgids is bij alle gemeenten bekend, maar wordt niet actief gebruikt.

Ondanks de gebiedsbiografieën, de Kwaliteitsgids en de eigen ruimtelijke onderleggers die door de gemeenten ontwikkeld zijn of worden, ontbreekt het aan een integraal afwegingskader waarin ook 'zachte', lastig te kwantificeren waarden - zoals 'openheid van het landschap - kunnen worden meegewogen. Het doel dat de integrale werkwijze van ERL gemeengoed wordt en deel uitmaakt van de reguliere werkzaamheden en werkmethoden van de betrokken partijen is nog niet bereikt. De ambitie om Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap volwaardig mee te wegen in beleidsvraagstukken is nog niet verwezenlijkt, met name op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, toerisme, woningbouw en mobiliteit. Conclusie 10: De provincie heeft het budget voor de looptijd van bet gehele ERL-programma gereserveerd; dit geldt niet voor de bijdragen vanuit het Rijk, wat leidt tot onzekerheid en zorgen om de continuïteit van met name de erfgoedsubsidieregelingen. De provincie heeft in totaal € 21.440.000 beschikbaar voor het ERL-programma; dat is gemiddeld € 2.144.000 per jaar. Voor het Erfgoedprogramma is vanuit het Nationaal Programma Groningen in 2020 € 20 miljoen ter beschikking gesteld en het ministerie van BZK heeft in 2022 € 10 miljoen ter beschikking gesteld voor bestuurlijke afspraken ten aanzien van karakteristieke panden in het bevingsgebied.

Dat het meeste bereikt is in spoor 6 van het ERL-programma kan samenhang met het gegeven dat hiervoor ook de meeste middelen beschikbaar waren. De beschikbaarheid van middelen van het ministerie van OCW voor de uitvoering van de erfgoedsubsidieregelingen voor de periode van 2023 tot en met 2026 is onzeker. Voor de uitvoering van de erfgoedsubsidieregelingen en de continuïteit daarvan is dit een lastig punt. Ook de beschikbaarheid van middelen van de andere betrokken ministeries en van de RCE, NCG, NPG voor de komende periode zijn onzeker.

3.4 Aanbevelingen Op grond van de bevindingen en conclusies van dit Tussenevaluatieonderzoek zijn aanbevelingen voor de komende vijf jaar geformuleerd. Bij de interviews is ook gevraagd naar aanbevelingen en bij de tweede plenaire sessie hebben de partners suggesties voor aanbevelingen kunnen doen. Deze 59

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

suggesties zijn verwerkt in onderstaande aanbevelingen. Bij elke aanbeveling is aangegeven aan wie deze gericht is. Aanbeveling 1 - provincie + gemeenten Verbind ERL met andere opgaven Verbind ERL met andere grote opgaven en beleidsvelden, waaronder in ieder geval vrijetijdseconomie/toerisme, energietransitie, klimaatadaptatie, woningbouw, landbouw en mobiliteit. Breng de verbinding tot stand op ambtelijk en bestuurlijk niveau en in het beleid. Aanbeveling 2 - provincie + gemeenten + externe stakeholders Focus meer op ruimtelijke kwaliteit en landschep Focus de komende vijfjaar meer op de thema's 'ruimtelijke kwaliteit en landschap'. Ontwikkel de lobby op dit terrein en zorg voor een meer proactieve rol van het Atelier Ruimtelijke Kwaliteit (voorheen Bouwheerschap). Heb bij het opdracht geven voor of de beoordeling van ontwerpen oog voor de esthetiek en de impact ervan op de ruimtelijke kwaliteit. Bevorder het gebruik van de Kwaliteitsgids en de gebiedsbiografieën bij de toetsing en onderbouwing van ruimtelijke ingrepen. Zorg voor een betere praktische toepasbaarheid van deze instrumenten. Aanbeveling 3 - Rijk - provincie + gemeenten + externe stakeholders Meer aandacht voor erfgoed buiten aardbevingsgebied Schenk aandacht aan erfgoed buiten het aardbevingsgebied.

Stel daarbij de eigenaren en gebruikers centraal; ga na op welke wijze zij zowel financieel als immaterieel gesteund en ontzorgd kunnen worden bij het restaureren, onderhouden en eventueel herbestemmen van hun erfgoedpand. Heb daarbij ook oog voor de effecten van bodemdaling, veenoxidatie en zoutwinning op het erfgoed. Verminder waar mogelijk de bureaucratie; zorg voor begrijpelijke, toegankelijke en korte procedures. Heb zowel binnen als buiten het aardbevingsgebied oog voor groen erfgoed en agrarisch erfgoed. Ga na op welke manieren herbestemming, doorbestemming en verduurzaming van erfgoed beter gefaciliteerd kunnen worden. Aanbeveling 4 - provincie + gemeenten + externe stakeholders Zoek nieuwe vormen om de verhalen van Groningen te blijven vertellen Zorg ervoor dat de verhalen van Groningen worden verzameld en doorverteld aan diverse doelgroepen, waaronder jongeren. Gebruik daarbij innovatieve media en spel- of communicatievormen. Maak een verbinding met de 'merkstrategie' die is opgezet ter versterking van de vrijetijdseconomie. Aanbeveling 5 - provincie + gemeenten + externe stakeholders' Deel vaker resultaten, successen en mislukkingen Deel frequent tussentijdse en eindresultaten van projecten op ERL-gebied met alle partners uit het ERL-netwerk. Besteed daarbij niet alleen aandacht aan successen maar ook aan mislukkingen.

Trek lessen uit wat er goed en minder goed ging en zorg ervoor dat anderen daarmee hun voordeel kunnen doen. Aanbeveling 6 - provincie + gemeenten + externe stakeholders Betrek inwoners Betrek inwoners, eigenaren en gebruikers van erfgoed, jongeren, dorpsbelangen en lokale en regionale verenigingen bij projecten of andere activiteiten op het gebied van ERL. Benut de 60

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapi

Hatzo

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

regiospecifieke kennis die bij deze groepen te vinden is. Overweeg aansluiting bij het Verdrag van Faro dat een perspectief wil bieden om naar cultureel erfgoed te kijken als hulpbron en houvast bij maatschappelijke ontwikkelingen en veranderingen en/of aansluiting bij het programma 'Brede Welvaart' waarin ERL-thema's ook een belangrijke rol spelen.

Aanbeveling 7 - provincie Zet lobby voort en breid deze uit; onderzoek alternatieve mogelijkheden fondsvorming Continueer de lobby voor erfgoed; breid de lobby ook uit naar de thema's ruimtelijke kwaliteit en landschap. Onderzoek mogelijkheden voor fondsvorming. Verken daarbij ook de mogelijkheden om grote bedrijven die zich (willen) vestigen in de provincie op welke manier dan ook te laten bijdragen aan het herstel en de instandhouding van erfgoed, ruimtelijke kwaliteit en landschap van de provincie. Aanbeveling 8 - provincie + externe stakeholders Verbreed en intensiveer samenwerking van ERL met kennisinstellingen Verbreed en intensiveer de samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen, de Hanzehogeschool Groningen en andere kennisinstellingen op het gebied van ERL. Zorg er daarbij voor dat er voldoende opleidingsmogelijkheden zijn op alle niveaus op het gebied van ontwerp, instandhouding en restauratie van erfgoed. Aanbeveling 9 - provincie Blijf het ERL-programma voortdurend onder de aandacht brengen Houd alle ERL-partners frequent en laagdrempelig op de hoogte van wat er binnen het ERLprogramma bereikt is. Ga door met het organiseren van excursies, bustours, lezingen en locatiebezoeken om alle partners 'erbij te houden'. Blijf de doelen en de werkwijze van de ERLopgave uitdragen.

Zorg wanneer er beperkte contactmogelijkheden zijn voor aantrekkelijke alternatieve manieren om snel en effectief informatie te delen en contact te houden. Houd personele wisselingen in de gaten en betrek nieuwe partners zo spoedig mogelijk bij het netwerk. Aanbeveling 10 - provincie Voorzie in behoefte van gemeenten aan steun Onderzoek op welke manier de bestaande steunpunten® op het gebied van ERL voor gemeenten beter benut kunnen worden. Ga tevens na of er andere mogelijkheden zijn om met name de nietaardbevingsgemeenten met een tekort aan personeel, middelen en kennis te ondersteunen. Aanbeveling 11 - provincie Benut monitors en houd deze actueel Blijf de Erfgoedmonitor en overige monitors voeden en actualiseren; ontsluit ook de Landschapsmonitor. Blijf meten, monitoren, data verzamelen en deel deze gegevens. Stel indicatoren op die ook door andere partners gebruikt (kunnen) worden en blijf periodiek evalueren. Vergelijk waar mogelijk de data van de provincie Groningen met die van andere provincies en vergelijk ook de Groninger gemeenten onderling om gewenste en ongewenste effecten van beleid of externe factoren tijdig te kunnen waarnemen en te kunnen bijsturen.

® Steunpunt Ruimtelijke Kwaliteit (Libau), Steunpunt Cultureel Erfgoed (ook bekend als Steunpunt Gebouwd Erfgoed) (Libau), Erfgoedadviesteam (Libau), Vliegende Keep (Libau) en het Omgevingskwaliteitsteam.

61

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

Aanbeveling 12 - provincie Zoek evenwicht tussen sturing en gelijkwaardigheid Zoek binnen de provincie bestuurlijk en ambtelijk naar een balans tussen sturen en loslaten op het gebied van ERL. Betrek daarbij de geconstateerde roep van gemeenten om regie en sturing op het gebied van ruimtelijke ingrepen in het landschap en de rol die het Rijk vraagt van de provincie.

62

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Bijlage 1 Geraadpleegde personen Partner

Naam

EXTERNE PARTNERS Pier Bosch Roeli Broekhuis

Bond Heemschut Erfgoedpartners Groninger Landschap

Marco Glastra Elles Bulder Arthur Scheper

Hanzehogeschool Groningen Landschapsbeheer Groningen Landschapsbeheer Groningen

Georgine Somer Tim Willems-Kruize

Libau Libau

Arnoud Garrelts

Ministerie van BZK

Diana van Driel

Ministerie van BZK

Tess Bakker Suzanne Hoes

Ministerie van OCW Nationaal Coördinator Groningen

Gertine de Gunst Valerie Kort Gert-Jan Swaving

Nationaal Coördinator Groningen Nationaal Programma Groningen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Rijksuniversiteit Groningen Staatsbosbeheer

Cecile van der Tweel Andrew Irving Bram Verhave Patty Wageman Jur Bekooy

Stichting Oude Groninger Kerken Stichting Oude Groninger Kerken Stichting Oude Groninger Kerken

Christiaan Velvis

Vereniging van Groninger Monumenteigenaren

Derk Kremer

Waterschap Noorderzijlvest

Leendert Visser

GEMEENTEN Gemeente Eemsdelta Gemeente Eemsdelta

Pier Prins Herman Wessels

Gemeente Groningen

Peter Teerhuis

Gemeente Groningen Gemeente Het Hogeland

Ingrid Bolhuis

Gemeente Het Hogeland

Wessel Dijkstra Gerben Kleiman

Gemeente Midden-Groningen

Martijn Prins

Gemeente Midden-Groningen Gemeente Midden-Groningen

Rob Hendriks

Gemeente Oldambt

David de Jong Rick Brinks

Gemeente Oldambt

Allard Wiersma

Gemeente Oldambt

Engelko Abbas

Gemeente Pekela Gemeente Pekela

Jaap van Mannekes

Gemeente Stadskanaal Gemeente Stadskanaal

Goziena Brongers

Harriët Wierts René Westerveld Paul Keemink

Gemeente Veendam

63

yA.

Tussenevaluatie 2022

Advies & Rapportage

HatZO Producties^

programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Gemeente Veendam

Rob Oost

Gemeente Westerkwartier

Hielke Westra

Gemeente Westerkwartier

Dick Oudman

Gemeente Westerwolde Gemeente Westerwolde

Gert Leene Jochem Abbes

Gemeente Westerwolde PROVINCIE GRONINGEN

Nina Heeres

Provincie Groningen

Peter Abbink

Provincie Groningen

Monique Antonis

Provincie Groningen Provincie Groningen

Gertie Bergsma

Provincie Groningen

Nicolette Boelens Naomi Ellens

Provincie Groningen

April Fikenscher

Provincie Groningen

Ruben van der Heide

Provincie Groningen

Anne van den Heuvel Nienk Hoepman

Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen

Hanneke Huls Meike Kompaan Johan Koopmans Vera Mijnheer Jules Neefjes Nynke Postma Michiel Rooke Tim Smid Francien van Soest Gijsje Stephanus Theun Termeer

Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen Provincie Groningen

Tessa Valentien Richard Veenstra

Provincie Groningen Provincie Groningen

Louis Witte Monique Wobbes-Peperkamp Mirjam Wulfse

Provincie Groningen Provincie Groningen

Janneke Verdijk Marleen van Vreeswijk

Elvira van der Zwaag

64

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapportage

es^ Hatzo Producties

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

Bijlage 2 Vragenpool Afhankelijk van de rol van de geïnterviewde partner is een selectie gemaakt uit de hier beschreven pool van vragen. De vragen zijn zo open mogelijk en min mogelijk 'sturend' gesteld. Zoveel mogelijk is gevraagd om toelichting, onderbouwing en concrete voorbeelden.

Vooraf; • Bent u bekend met het ERL programma (incl. de doelen / werkwijze)? En tot op welke hoogte? • Indien niet of weinig bekend met ERL; hoe komt dat ? (wisselingen van de wacht, onvoldoende uren om aan dit onderwerp te besteden, beschikbaarheid of toegankelijkheid van de informatie over het programma etc. • Beschrijf kort uw rol en uw taken/doelen binnen het ERL-programma. A.

Vragen over doelen en doelbereik (inhoudelijk)

Al.

Heeft u de indruk dat de partners die samenwerken binnen het programma ERL een zelfde beeld hebben van de waarden en kwaliteiten van het erfgoed, de ruimtelijke kwaliteit en het landschap in Groningen? Geef aan waar overeenstemming bestaat en waar verschillen zijn. Hierbij kan het gaan om;

A2.

•

Gedeelde waarden/kwaliteiten vanuit ERL;

•

Gedeelde visie op; behoud, herstel, herbestemmen (met/zonder publieksfunctie), sloop, ruïnebeleid, nieuwbouw en RO;

•

Gedeelde visie op het benutten van (financiële) kansen (publiek-privaat);

•

Gedeelde visie op het volwaardig meewegen van ERL in beleidsvraagstukken;

•

Gedeelde visie op de identiteit/kwaliteitselementen/waarden van de provincie Groningen en het uitdragen daarvan/op de kaart zetten van de provincie Groningen.

In welke mate zijn de doelen bereikt en/of wat heeft u hiervan gemerkt in uw dagelijkse werkzaamheden? Zie hieronder;

Spoor 1 Publiek belang, het verhaal vertellen en marketing • Betrokkenheid/participatie inwoners; o.a. provinciepanel, dorpsontwikkelingsplannen, aanwijzing karakteristieke elementen; • Toerisme; imago-onderzoek, bestedingen, marketing, communicatie; • Betrokkenheid PS, gemeenten en anderen; lunchlezingen, excursies. Spoor 2 Breng de basis op orde • Identificatie; opstellen cultuurhistorische waardenstelling, ruimtelijke onderlegger per gemeente, overzicht van gegevens per gemeente; rijksmonumenten, archeologische monumenten, landschappelijke elementen, bebouwingsstructuren, beeldbepalende en karakteristieke panden; • Vastleggen waarden/kwaliteiten in o.a. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening, gemeentelijke bestemmingsplannen etc.; • Opstellen, vullen en toepassen erfgoedmonitor en landschapsmonitor en integratie in ERL monitor; 65

Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

• Ontwikkelen en toepassen afwegingskader(s) voor gemeenten; vroegtijdige betrokkenheid van gemeenten bij planvorming; • Ontwikkelen communicatiemateriaal inwoners en ondernemers, o.a. erfgoedloket, NCG en Kwaliteitsgids. Spoor 3: Nieuwe kwaliteiten: zorg voor een eigen tijdslaag met ruimtelijke kwaliteit als uitgangspunt • Icoonprojecten; • Inspiratiebijeenkomsten over ruimtelijke kwaliteit; • Samenwerking met architecten, ontwerpbureaus, onderwijs, ondernemers; • Stimuleringsbeleid, o.a. extra middelen ter compensatie van extra regels/creëren meerwaarde/creëren meer ruimte binnen de regelgeving om maatwerk te kunnen voeren. Spoor 4: Toekomstbestendig beleid, financiering en samenwerkingsvormen ERL (fondsvorming) • Inventarisatie bestaande fondsen; • Fondsenwerving; • Ontwikkeling nieuw fonds; •

Lessons learned binnen- en buitenland;

• Deelname aan en mede organiseren van congressen; • Aanhaken bij (inter)nationale activiteiten. Spoor 5: Krachten bundelen: praktische voorbeelden van samenwerking • Gebiedsgebonden projecten gericht op bewustwording; • Projecten gericht op het toekomstbestendig maken van het beleid ten aanzien van ERL; • Pilotprojecten; • Lopende projecten 'ERL-proof' maken. Spoor 6: Aardbevingsgebied NCG en Provincie Groningen zijn de programmaleiders van een apart Erfgoedprogramma voor het aardbevingsgebied. • In kaart brengen erfgoed (o.a. beeldbepalende en karakteristieke panden) en staat van onderhoud; • Ondersteuning van/communicatie met bewoners, o.a. m.b.t. herbestemming; • Planologische kaders en normstelling, o.a. ruimtelijk beleid, beleid op gebied van woningbouw, sloop, krimp, leefbaarheid en erfgoed, vergunningen, handhaving, toezicht en welstandsbeleid • Uitvoering; • Duidelijkheid over financiering, o.a. fonds voor achterstallig onderhoud, verduurzaming, herbestemming. A3. Wat is uw mening over de mate waarin de doelen de afgelopen 5 jaar zijn bereikt? A4. Ten aanzien van de doelbereiking: wat ging goed, wat kon beter? Ook ten aanzien van uw eigen rol.

66

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

A5.

Wat zijn uw verwachtingen over de mate waarin de doelen de komende 5 jaar bereikt zullen worden? Aan welke voorwaarden moet volgens u worden voldaan om de doelen in de komende 5 jaar te bereiken?

A6.

Wat heeft het ERL-programma opgeleverd voor de geïnterviewde/organisatie waar de geïnterviewde werkt?

B. Vragen over werkwijze (proces) BI.

Met welke partners heeft u de afgelopen 5 jaar samengewerkt?

B2.

Wat zijn tot nu toe uw ervaringen ten aanzien van rolverdeling en inzet van deze partners? Op welke punten wordt volgens u goed samengewerkt? Wat heeft dat tot nu toe opgeleverd? Op welke punten komt de samenwerking niet van de grond of zijn er tegenstrijdige belangen/hindernissen?

B3.

Wat zijn uw ervaringen ten aanzien van de communicatie met de diverse partners? Wat ging goed en wat kan beter in de communicatie of in het delen van informatie?

B4.

Met welke van de partners zou u nog graag willen gaan samenwerken? En waarom?

B5.

Waren er voldoende contactmomenten met de verschillende partners? Wat vond u van de frequentie en de kwaliteit van overleg/contact?

B6. Wat zijn uw verwachtingen/plannen/wensen voor samenwerking in de komende 5 jaar? B7. Wat zijn uw ervaringen met 'opgavegestuurd werken'? Indien mogelijk, noem enkele zaken die goed gingen en enkele zaken die minder goed gingen of die u zou willen veranderen. B8.

Wat vindt u van het tempo waarin de afgelopen 5 jaar gewerkt is? Wat ging vlot, wat liep vertraging op? Waardoor kwam dat?

B9.

Vindt u dat er voldoende kennis aanwezig is (bij uzelf, bij partners) om de doelen te bereiken?

BIO.

Is er volgens u voldoende budget om de doelen te bereiken. Heeft u ten aanzien hiervan suggesties?

Bil.

Ervaart u de bestaande wet- en regelgeving voldoende faciliterend en/of belemmerend om de doelen te bereiken? Zo ja, welke specifieke wet- regelgeving betreft dit?

B12.

Wat heeft u geleerd de afgelopen 5 jaar?

B13.

Welke suggesties voor aanpassing/aanscherping heeft u?

67

Tussenevaluatie 2022 Advies & Rapportage

Hatzo Producties es^

Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap 2017-2026

Bijlage 3 Afkortingen BO

Bestuurlijk Overleg

BZK

ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CCRPMC ERL

Centrum voor conservatie en restauratie van Corsicaans erfgoed Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteit en Landschap

GRRG

subsidieregeling Groot onderhoud waaronder Restauratie Rijksmonumenten Groningen

MOMAr

Models of Management for Singular Rural Heritage Nationaal Coördinator Groningen

NCG NOVI NPG

Nationale Omgevingsvisie Nationaal Programma Groningen

NRF

Nationaal Restauratiefonds

OCW

ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

O KT OKI POV

Omgevingskwaliteitsteam Provinciale Omgevingsverordening

PS RCE

Provinciale Staten Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

RORG RUG SOK

subsidieregeling Regulier onderhoud Rijksmonumenten Groningen

VGME

Rijksuniversiteit Groningen subsidieregeling Regulier onderhoud karakteristieke panden en gemeentelijke monument Vereniging van Groninger Monumenteigenaren

68

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

Colofon Dit onderzoek is uitgevoerd door Haedewych van Kampen, Hatzo Producties, in opdracht van de provincie Groningen. Dr. Haedewych van Kampen Hatzo Producties Oerdeweg 52 9698 XR WEDDE hatzoproducties(5)gmail.com www.hatzoproducties.nl

Vormgeving en opmaak: Johnny Rasters Rasters Printing Steenhouwer 13 9502 EV STADSKANAAL info(S) rastersprinting.nl www.rastersprinting.nl

Printing Drukwerk Belettering Ontwerp

69

Tussenevaluatie 2022 Programma Erfgoed, Ruimtelijke kwaliteiten Landschap 2017-2026

SF"

i

s

;

1 I.* I

I

1

I j

1

'1

!■

1 I ^ 1 I 1

provincie •

•

Port Betaald Port Payé Pays-Bas

groningen POSTBUS 610 • 9700 AP • GRONINGEN

Gemeente Veendam Postbus 20004 9640 PA VEENDAM

2C5CC - #.H’930XüX#öü#üüüü#

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13578789/1