CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

24-05-02 Bijlage 1 - Economische Agenda Nij Begun - 13 juni 2025

Gemeenteraad 7 juli 2025, gemeente VeendamBij agendapunt: Weekpost week 2425.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

39

Doel 5 Versterken van ons regionale zelfbewustzijn en imago Het imago van onze regio loopt achter op de rest van Nederland. Veel inwoners onderschatten hoe anderen over de regio denken. Die bescheidenheid zit de regio ook economisch in de weg: we laten te weinig zien wat we in huis hebben en geloven niet altijd in wat we samen kunnen bereiken. Ook in de Sociale Agenda is ‘het versterken van ons zelfbewustzijn’ een speerpunt. Daarom trekken we ook bij dit doel samen op. Subdoelen en resultaten 1. Trots van eigen inwoners op de regio behouden. 2. Imago van de regio onder niet-Groningers versterken. 3. Positiever zelfbewustzijn: inwoners zijn zich er meer van bewust dat mensen van buiten de regio onze regio waarderen. 4. Versterken van het imago van Groningen bij bedrijven binnen en buiten de regio.

6 Voorwaarden en inhoudelijke inzet Om de doelen te behalen stellen we een vijftal voorwaarden aan investeringen vanuit de drie miljard euro van de Economische Agenda. We kiezen daarmee scherp voor regionaal verdienvermogen en samenwerking die ten goede komt aan de gezondheid, duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en internationale positionering van de regio. Deze voorwaarden passen we toe op een aantal generieke opgaven en op thematische sterkten en kansen. Op die manier wordt duidelijk waar de Economische Agenda wel en niet op inzet. Dit hoofdstuk beschrijft: 1. Voorwaarden die gelden voor investeringen. 2. Generieke inzet op: onderwijs, kennis en arbeidsmarkt, ruimte voor bedrijvigheid, digitalisering en profilering. 3. Thematische inzet op: duurzame energie, gezondheid, landbouw, industrie en vrijetijdseconomie.

Waarom is dit belangrijk? Samenwerking is één van de hoofdonderwerpen van deze Economische Agenda. Om goed samen te werken binnen en buiten de regio is het belangrijk dat duidelijk is waar onze regio voor staat en wat de sterke punten zijn. Ook voor de arbeidsmarkt is een sterk zelfbewustzijn van belang. Dat begint bij weten waar je goed in bent en waarin je ontwikkelstappen kunt zetten, blijven investeren in jezelf, erop vertrouwen dat je een bijdrage kunt leveren en gewaardeerd wordt om die bijdrage. Dat is nog niet overal vanzelfsprekend, maar zou dat wel moeten worden. Innovatie gaat niet vanzelf. De interesse van investeerders en van zowel nieuwe als bestaande bedrijven is belangrijk voor Groningen en Noord-Drenthe om te blijven vernieuwen. Die interesse komt niet vanzelf: we moeten actief laten zien welke kansen en mogelijkheden er zijn. Dat geldt ook voor onze prachtige regio zelf. De diverse landschappen, de verhalen en de historische en moderne parels in onze regio zijn niet altijd bekend bij inwoners binnen en buiten de regio. Door deze kwaliteiten beter onder de aandacht te brengen, versterken we de aantrekkingskracht en het zelfbewustzijn. .

40

41

6.1 Voorwaarden Om de doelen te bereiken investeert de Economische Agenda: In economische projecten, initiatieven en programma’s die de gezondheid, duurzaamheid en de ruimtelijke kwaliteit bevorderen. Omdat de Economische Agenda een looptijd heeft van dertig jaar en inspeelt op grote maatschappelijke uitdagingen voor de komende generatie, is het noodzakelijk dat de groei die we realiseren bijdraagt aan een betere gezondheid, een duurzame economie en een hoge ruimtelijke kwaliteit in onze regio. Voor deze lange termijn is het in ieder geval belangrijk dat we werken aan een klimaatrobuust landschap, waarin ruimtelijke keuzes bijdragen aan een leefomgeving die klaar is voor de toekomst. Het eerste doel van de agenda – het stimuleren van een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving – is het uitgangspunt voor alle investeringen die we doen. In samenwerkingen, projecten, initiatieven en programma’s die ervoor zorgen dat het geld hier verdiend wordt. In Groningen en Noord-Drenthe draait de economie op een aantal sectoren waarin vooral kapitaalintensieve basisproductie plaatsvindt. Vaak door ondernemingen met een hoofdkantoor buiten de regio. Daardoor blijft het verdienvermogen en daarmee het inkomen van werknemers in de regio achter. De Economische Agenda zet zich in om meer duurzaam verdienvermogen in de regio te laten landen.

Dat doen we door goed en inclusief werkgeverschap, zodat inkomens stabieler en hoger worden. Daarnaast zetten we in op het aantrekken van hoofdkantoren, het uitbreiden van regionale ketens en het stimuleren van nieuwe en blijvende bedrijvigheid die vanuit de regio zelf komt. Alleen in samenwerkingen met regionale partijen. Korte termijnoplossingen, geïsoleerde projecten en benaderingen vanuit één stakeholder zijn niet langer voldoende om onze uitdagingen en ambities waar te maken. Alleen door samen te werken komen we verder. Bovendien is het belangrijk dat regionale partijen meeprofiteren van de investeringen die voortkomen uit de Economische Agenda. Voorwaarde voor investeringen is dan ook: regionale partijen moeten altijd betrokken zijn bij de samenwerking. In initiatieven, projecten en programma’s die ervoor zorgen dat kennis aan bedrijfsleven wordt gekoppeld en andersom. Kennis die in de regio aanwezig is, moet beter benut worden en sneller zijn weg naar de markt vinden. Zo kunnen we op basis van onze regionale kracht een nieuwe toekomstbestendige economie ontwikkelen.

42

Daarom investeren we in de (ontwikkeling van) ecosystemen, campussen en spinoffs die voortkomen uit onze kennisinstellingen. Tegelijkertijd moet de markt zich beter kunnen aanpassen aan de kennis die hier aanwezig is. Dit kan bijvoorbeeld door meer R&D-afdelingen van bedrijven in onze regio te vestigen. In de internationale positionering van de regio. De internationale zichtbaarheid en positionering van de regio moet beter. Uit de regionale imagomonitor blijkt dat onvoldoende bekend is wat de regio te bieden heeft en waar deze economisch voor staat. De Economische Agenda investeert daarom in het vergroten van de bekendheid van onze regio. Investeringen in ambitieuze projecten leveren concrete resultaten op waarover we kunnen communiceren. De stad Groningen kan hierin een belangrijke rol spelen: als etalage en als internationaal vlaggenschip.

Extra aandacht voor Noord-, Midden- en Oost-Groningen Uit de analyse van de regionale economische structuur blijkt dat de regionale economie duidelijk twee gezichten heeft. In Noord-, Midden- en Oost-Groningen is de economische structuur meer op zichzelf gericht en zijn de uitdagingen groter. Een uniforme aanpak voor de hele regio werkt hier onvoldoende. Daarom is er speciale aandacht voor Noord-, Midden- en Oost-Groningen. Uit Atlas Research (2023, pagina 8): De drievoudige uitdaging voor Midden- en Oost-Groningen en Eemsdelta: “De economische ontwikkeling in Midden- en Oost-Groningen en Eemsdelta blijft achter op de ontwikkeling in Groningen Stad en de rest van het land. Ook is sprake van een krimpende beroepsbevolking die meer en meer bestaat uit middelbaar opgeleiden en mensen zonder startkwalificatie. Daarnaast kampen deze gemeenten met een ongunstige woonaantrekkelijkheid en liggen ze op relatief grote afstand van de stad, waardoor het onwaarschijnlijk is dat deze gebieden als overloopgebieden voor de stad zullen kunnen fungeren. Dit geldt in het bijzonder voor Oost-Groningen, dat op basis van pendelstromen al sterk intern gericht is.

Tot slot kampt de regio met een flink aantal sociale uitdagingen: de sociaaleconomische status van de inwoners hoort bij de laagste van het land en ontwikkelde zich relatief ongunstig; er zijn veel uitkeringen en lage inkomens en er wonen veel laaggeletterden. Dit zorgt ervoor dat deze regio voor een zeer complexe opgave staat. Midden- en Oost-Groningen en Eemsdelta zijn voor hun economische ontwikkeling dan ook meer op ‘eigen kracht’ aangewezen, maar de uitgangspunten hiervoor zijn niet onverdeeld gunstig. Investeringen in het

43

woonklimaat (zoals een verbetering van het voorzieningenniveau en de veiligheid) en human capital (bij- en omscholing richting werk in sectoren waar het relatief goed mee gaat) en een economisch beleid dat gericht is op het stimuleren van specifieke sterktes en kansen (industrie, farmaceutische grondstoffen, recycling) zouden in combinatie met recreatie en toerisme een mogelijke basis kunnen vormen voor de economische ontwikkeling van deze regio.” Randvoorwaarden Zoals in hoofdstuk 2 beschreven, zijn er thema’s waar de Economische Agenda zelf niet in investeert, maar die wel van groot belang zijn voor het behalen van de doelen. De Economische Agenda wil hierin wel aan actieve rol spelen als samenwerkingsverband tussen Rijk en regio. Dit doen we door deze onderwerpen blijvend op de agenda te zetten en het gesprek tussen overheden te faciliteren over hoe de juiste randvoorwaarden gecreëerd kunnen worden. Brede welvaart draait om meer dan investeren in de economische en de sociale structuur via een Economische en Sociale Agenda. Om de doelen van de beide agenda’s te realiseren, zijn goede randvoorwaarden onmisbaar. De regio heeft aantrekkelijke woonmilieus nodig en moet goed bereikbaar zijn, onder andere via de Lelylijn, de Nedersaksenlijn en betrouwbaar openbaar vervoer binnen de regio. Economische groei volgt namelijk vaak op infrastructuur.

Onderwijs, kennis en arbeidsmarkt Voldoende goed opgeleide arbeidskrachten en een krachtig kennis- en innovatieecosysteem zijn van groot belang om de economische structuur te versterken. De regionale arbeidsmarkt staat de komende jaren voor flinke uitdagingen door demografische ontwikkelingen. We hebben iedereen nodig. Het is belangrijk dat de beroepsbevolking en het kennis- en innovatie-ecosysteem goed zijn voorbereid op de toekomst, waarin vaardigheden en ondernemerschap van werknemers wordt gevraagd. De Economische Agenda moet bijdragen aan een krachtig kennis- en innovatieecosysteem dat aansluit op de sterke punten van de regio. Daarin staat samenwerking tussen bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheden centraal. Noord-Nederland beschikt over een sterke kennispositie, zowel praktisch en toegepast als wetenschappelijk. Toch blijft de stap van idee naar toepassing in de markt en maatschappij achter bij de rest van Nederland en Europa.

Daarnaast zijn ook stroomvoorziening, zoet water en de veiligheid van onze kust belangrijk. Net als de veiligheid en de aanpak van ondermijning. Dit geldt ook voor de noodzaak om vanuit andere reguliere of toekomstige middelen blijvend te investeren in Groningen en Noord-Drenthe. Deze randvoorwaarden zijn noodzakelijk om onze doelen te halen. De Economische Agenda laat de verantwoordelijkheid voor deze onderwerpen waar deze ligt en hoort: bij de regionale- en Rijksoverheid. Zij staan aan de lat voor het scheppen van deze randvoorwaarden, anders kan de Economische Agenda de zogenoemde ‘plus’ niet realiseren.

6.2 Generieke inzet Om de doelen te halen is als eerste generieke inzet nodig op (1) onderwijs, kennis en arbeidsmarkt, (2) ruimte voor bedrijvigheid, (3) digitalisering en (4) profilering. De Economische Agenda zet in op het faciliteren van deze generieke inzet om de economische structuur en het verdienvermogen in de regio te verbeteren.

44

45

Om dat te veranderen, is een cultuuromslag nodig. Onderwijs- en kennisinstellingen moeten het vanzelfsprekend vinden om al veel eerder na te denken over de maatschappelijke toepassing van ideeën. Tegelijk moet de hele regio adaptiever worden, zodat innovaties kunnen uitgroeien tot succesvolle ondernemingen. Door deze samenwerking te versterken, vergroten we zowel innovatiekracht als ondernemerschap. De Economische Agenda zet in op: 1.  Het opleiden en leven lang ontwikkelen van talent op drie essentiële terreinen: techniek, zorg en ondernemerschap. We verwachten dat onze belangrijkste partners - zoals de arbeidsmarktregio (georganiseerd in het programma Werken aan Ontwikkeling) regionale opleiders, kennisinstellingen en bedrijfsleven – samen ambitieuze en innovatieve programma’s ontwikkelen. Deze programma’s zijn gericht op de professionals en ondernemers van de toekomst. 2.

Campussen als motor voor innovatie en talentontwikkeling. Campussen dragen bij aan het ontwikkelen en behouden van talent in de regio. Ze versterken het innovatievermogen van het bedrijfsleven en zorgen voor het toepassen van kennis uit onderwijs en onderzoek in de praktijk. Door kennis en expertise van het bedrijfsleven, vooral het mkb, beter te benutten, ontstaan sneller en effectiever nieuwe innovaties. Een goed functionerende campus bevat vier kernelementen: - Focus op R&D en/of technologie-gedreven activiteiten van bedrijven. - Goede huisvesting en hoogwaardige onderzoeksfaciliteiten. - Aanwezigheid van een mbo-, hbo- en/of wo-instelling als kennisdrager. - Actieve en open innovatie.

We brengen het Masterplan Campussen onder in de Economische Agenda. Hiervoor reserveren we, naast bestaande middelen2, 150 miljoen euro voor cofinanciering van campusontwikkeling. Dat betekent dat overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven mee moeten investeren op basis van integrale plannen. Het Masterplan is een open systeem. In een eerste pilotfase wordt al gewerkt aan ondersteuning en ontwikkeling van acht campuslocaties3. 2 In de kabinetsreactie Nij Begun is reeds 50 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het Masterplan Campussen. 3 Zernike Campus, Healthy Ageing Campus, Campus Niemeyer, Ruby (campus), Vitaliteitscampus, Duurzaamheidscampus, Makeport Mercurius, Campus Eemsdelta.

46

De Economische Agenda bouwt hierop voort en maakt campusontwikkeling op een hoog ambitieniveau mogelijk. Dit geldt voor bestaande en nieuwe locaties, en richt zich op de thema’s uit de agenda. Naast de bestaande locaties zien we op deze thema’s bijvoorbeeld kansen voor Groningen Airport Eelde (thema Energie) en het Ommelander Ziekenhuis (thema Gezondheid). Ook de ontwikkelingsrichting van de Universiteit van het Noorden wordt hierin meegenomen. Vanuit de Economische Agenda is er blijvende aandacht voor de leidende rol van het bedrijfsleven bij deze ontwikkeling. Dit geldt ook in relatie tot de creatieve industrie. 3.  Extra inspanning voor een vitale en duurzaam inzetbare beroepsbevolking in Noord-, Midden- en Oost-Groningen. Dit om zorg te dragen dat de inzet van de Economische Agenda ten goede komt aan de hele regio. Met als doel het verdienvermogen omhoog te brengen en de arbeidsmarkt wendbaarder en weerbaarder te maken. De Economische Agenda daagt de (grote) werkgevers, zorgverzekeraars, onderwijsinstellingen, sociale partners en de arbeidsmarktregio uit om innovatieve en ambitieuze interventies te ontwikkelen om de vitaliteit van de beroepsbevolking - inclusief werkgelegenheid en goed werkgeverschap - te vergroten en verzuim tegen te gaan. Wat doet de Economische Agenda niet: De Economische Agenda richt zich bewust op techniek, zorg en ondernemerschap.

We zijn ervan overtuigd dat de huidige en aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt deze focus nodig heeft. De Economische Agenda investeert dan ook vanuit die focus in de arbeidsmarkt. Hier is belangrijke samenhang met de Sociale Agenda: daar ligt de focus meer op het behalen van startkwalificaties en het activeren van inwoners. Samen zorgen we ervoor dat deze startkwalificaties aansluiting hebben op de arbeidsmarktbehoefte en ambitie van de regio. Binnen het voortgezet onderwijs betekent dit dat er in de bovenbouw meer aandacht moet komen voor kansrijke opleidingen in bijvoorbeeld de techniek, zorg of ondernemerschap. De Sociale Agenda investeert in een stevige fundament in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. In het basisonderwijs gebeurt dat door twee uur per week extra tijd voor alle kinderen, tot zes uren per week voor de scholen waar de behoefte het grootst is. In het voortgezet onderwijs is er aandacht voor het welzijn van jongeren, onder andere door inzet van pedagogisch medewerkers. Ook worden er maatregelen genomen om vroegtijdig schoolverlaten te voorkomen. De Economische Agenda investeert niet in enkelvoudige onderwijshuisvesting, maar alleen in integrale campusontwikkeling, waar onderwijs, bedrijven en innovatie samenkomen.

47

Voorbeeld Scholenchallenge Wij hebben de toekomst Stichting Technasium en Nationaal Programma Groningen organiseren samen met middelbare scholen en mbo’s zogeheten scholenchallenges. Daarbij gaan leerlingen aan de slag met een actueel thema. In 2024 was dat slimme zorg. Betrokken organisaties formuleren een concrete opdracht. De jongeren werken in teams aan oplossingen, die ze tijdens een 30-uurs hackathon op school uitwerken en presenteren aan een jury. Een aantal weken later presenteren ze de prototypes aan een Dragons’ Den, waar geldprijzen te winnen zijn om hun idee verder te ontwikkelen. Wat levert het op? Jongeren zijn actief betrokken bij belangrijke thema’s in de regio. Ze ontdekken dat ze iets kunnen bijdragen. Dat geeft medeeigenaarschap en trots. Ze leren vaardigheden op het gebied van innovatie en ondernemen, maken kennis met regionale partijen die vooroplopen. En ze doen ervaring op met de ontwikkeling van nieuwe ideeën en producten.

Voorbeeld Makeport Mercurius Makeport Mercurius is een coöperatie in Stadskanaal die zich richt op het versterken van ondernemers en onderwijs in de regio door innovatie in de circulaire en hightech maakindustrie aan te jagen. De coöperatie is gevestigd op het voormalige terrein van Philips in Stadskanaal, een plek met een rijke historie in de maakindustrie. Dit erfgoed wordt gebruikt om de regio opnieuw op de kaart te zetten als een centrum voor innovatie en onderwijs. Ondernemerschap, kennis en innovatie komen hier samen. Makeport Mercurius helpt ondernemers bij het oplossen van actuele vraagstukken en stimuleert samenwerking en innovatie. Daarbij worden ook nieuwe verdienmodellen ontwikkeld, zodat inkomsten terugvloeien naar de regio. Dit initiatief versterkt de lokale samenleving, ondersteunt een toekomstbestendig bedrijfsleven en biedt volop kansen voor opleiding en werkgelegenheid. Makeport Mercurius is een kansrijke locatie van een hoogwaardige campus.

Ruimte voor bedrijvigheid Economie vraagt ruimte. Ruimte voor bedrijvigheid is schaars in Nederland. Dat maakt de beschikbare ruimte in onze regio extra waardevol. Toch ligt er ook in Groningen en Noord-Drenthe een opgave: veel bedrijventerreinen zijn verouderd en sluiten niet meer aan op de wensen van deze tijd. Daarom is het belangrijk om deze terreinen te herstructureren, revitaliseren en te verduurzamen. Het gaat dan om een slimme inrichting, een goede energiehuishouding, duurzame watervoorziening en bedrijven die logisch naast en bij elkaar zijn gevestigd. Zo blijft de ruimte in onze regio kwalitatief sterk en toekomstbestendig. Naast bedrijventerreinen hebben regiocentra een belangrijke economische functie. Ze bieden niet alleen ruimte voor bedrijven, maar zijn ook een vestigingsvoorwaarde voor talent. De Economische Agenda heeft specifiek aandacht voor de economische vitaliteit van regiocentra. Een aantal van deze regiocentra staat voor grote en urgente opgaven. Het is belangrijk om hen te ondersteunen, zodat ze kunnen bijdragen aan een levendige en sterke regionale economie. Naast fysieke ruimte voor bedrijvigheid, is het ook nodig de toegang tot kapitaal te vergroten en de regeldruk te verlagen. De Economische Agenda benut hiervoor bestaande financieringsinstrumenten, maar ontwikkelt ook nieuwe. Er is extra aandacht voor de financiering van start-ups en scale-ups.

Deze aanpak wordt verder uitgewerkt in hoofdstuk 8. De Economische Agenda zet in op: 1. Ruimte voor bedrijvigheid Op verschillende plekken wordt al regionaal samengewerkt op het gebied van herstructurering, transformatie en revitalisering en zelfs uitgifte van bedrijfsterreinen. Vanuit de Economische Agenda zijn er mogelijkheden om ook in onze regio de krachten te bundelen en daarmee plannen binnen de Regio Groningen-Assen voor een Herstructureringsmaatschappij DrentheGroningen te realiseren. Dat past ook goed bij het nationale programma Ruimte voor Economie4. Deze herstructureringsmaatschappij kan als specifiek instrument dienen voor een bedrijfsmatige aanpak van verouderde bedrijventerreinen, zodat daar de benodigde transformatie kan plaatsvinden. De primaire taak van de herstructureringsmaatschappij moet zijn om locaties opnieuw geschikt te maken voor werk. Uit andere regio’s (Utrecht, Overijssel) blijkt dat dit tot wel 90% revolverend kan. Door hier gezamenlijk in op te trekken verminderen we de onderlinge concurrentie, kan worden gestuurd op het juiste bedrijf op de juiste plek en kunnen onwenselijke ontwikkelingen gezamenlijk beter tegen worden gegaan. Voorwaarde voor succes is een regio dekkend en integraal programma. 4

48

Zie: Programma Ruimte voor Economie | Rapport | Rijksoverheid.nl.

49

2. Vitale regiocentra We kiezen ervoor om fors te investeren in de economische vitaliteit van regiocentra die een duidelijke bovenregionale verzorgende functie vervullen. In een aantal van deze centra ligt een grote en urgente opgave. Het gaat om het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit, het concentreren van winkels in een compacter centrum, het aanpakken van leegstand en vervallen panden, en het omvormen naar nieuwe, toekomstbestendige functies. Om ervoor te zorgen dat deze centra in de toekomst hun belangrijke economische functie kunnen vervullen, reserveren we 180 miljoen euro aan cofinanciering voor de gehele Nij Begun-regio. Dit komt bovenop de middelen5 die al beschikbaar zijn. Met deze investering bieden we financiële zekerheid voor de te ontwikkelen plannen. Dat betekent wel dat alle betrokken partijen mee moeten investeren. Het Masterplan Regiocentra6 legt een inhoudelijk stevige basis, waarop we verder bouwen. Om dit masterplan goed te laten aansluiten bij de gehele Nij Begun-regio, voeren we dezelfde analyse uit voor regiokernen met een bovenlokale verzorgende functie in Noord-Drenthe7. Conform het masterplan wordt in de kernen geïnvesteerd naar omvang en urgentie van de opgave. In de regio’s Noord-, Midden- en Oost- Groningen is de urgentie extra groot.

Dat komt doordat hier, naast de uitdagingen in de kernen zelf, ook sprake is van een forse opgave in de achterliggende economische structuur. Om in deze centra te kunnen investeren, is het belangrijk dat er kwalitatief sterke plannen komen, gericht op structurele en bovenlokale samenwerking en uitvoering. Vanuit de Economische Agenda is geld beschikbaar voor de economische onderdelen, zoals de huisvesting van mkb en zzp’ers. Daarnaast wordt onderzocht of een gezamenlijk herstructureringsfonds een rol kan spelen in de uitvoering van deze plannen.

zoals de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Wat betreft de regiocentra in Noord-, Midden- en Oost-Groningen is er geen rol voor de Economische Agenda in onderdelen van het masterplan die geen betrekking hebben op het versterken van de economische functie van deze centra.

Voorbeeld: Herstructureringsmaatschappij Drenthe-Groningen Een herstructureringsmaatschapij kan als specifiek instrument ingezet worden voor de verbetering van bedrijfsterreinen. De primaire taak van een herstructureringsmaatschapij is het opnieuw geschikt maken van oude locaties. Door regionaal samen te werken aan één gezamenlijke organisatie, kan dit sneller en op grotere schaal worden aangepakt. De herstructureringsmaatschapij kan ten eerste een rol spelen in de revitalisering van verouderde bedrijfsterreinen - bijvoorbeeld langs het Winschoterdiep - om hoogwaardige werklocaties voor de (maritieme) maakindustrie te realiseren. Ten tweede kan de herstructureringsmaatschapij ingezet worden om bedrijven op de juiste plek te krijgen. In de gemeente Groningen wordt één op de drie bedrijfslocaties niet optimaal gebruikt. Bedrijven zitten dan niet op de goede plek. Vaak gaat het om bedrijven die beter zouden passen in een gemengd woonwerkgebied. Door ze daarheen te verplaatsen, verbeteren we de leefbaarheid, omdat wonen en werken beter op elkaar worden afgestemd. Bovendien komt er ruimte vrij voor bedrijvigheid, zonder nieuwe locaties aan te hoeven leggen die ten koste gaan van onze groene omgeving. Ten derde kan de herstructureringsmaatschapij een rol spelen in de transformatie van bedrijfsterreinen, zodat er ruimte ontstaat voor bredere ruimtelijke ontwikkeling.

In Leek is bijvoorbeeld sprake van een ontwikkeling die wordt belemmerd door verouderde bedrijfsterreinen. Het gaat om terreinen die op de verkeerde plek liggen of die niet de juiste bedrijven dichtbij een woonkern huisvesten. De herstructureringsmaatschappij kan een rol spelen bij de transformatie van deze locaties, zodat ze beter passen bij de bredere ruimtelijke ontwikkeling.

Wat doet de Economische Agenda niet: Ontwikkeling van bedrijventerreinen is de primaire verantwoordelijkheid van gemeenten. De inzet van de Economische Agenda is aanvullend, om de benodigde regionale samenwerking te faciliteren en meer tempo te kunnen maken dan vanuit de reguliere inzet mogelijk is. Er is geen rol voor de Economische Agenda in het uitvoeren van primaire taken van gemeenten 5 Voor het Masterplan Regiocentra is via een regiodeal reeds 20 miljoen euro cofinanciering beschikbaar. 6 De volgende kernen zijn nu onderdeel van het Masterplan: Delfzijl/Appingedam, Hoogezand-Sappemeer, Nieuwe Pekela, Stadskanaal/Musselkanaal, Ter Apel, Uithuizen, Veendam, Winschoten, Bedum en Leek/ Tolbert. 7 Deze kernen zijn: Zuidlaren, Roden en Gieten.

50

51

Digitalisering Nieuwe digitale technologieën zullen toekomstige economische ontwikkelingen sturen. De toekomstige economie wordt steeds digitaler. Daarom is het noodzakelijk om te investeren in een innovatieve digitale (kennis-) infrastructuur. Dat is de basis voor een technologische voorsprong. Of het nu gaat om precisielandbouw, robots in de tuinbouw, preventieve en toegankelijke zorg, energie-efficiëntie, digitalisering in de industriële omgeving of de inzet van AI voor het verhogen van de productiviteit. Ook in de Nationale Technologie Strategie (NTS) behoren AI en datawetenschap in de topprioriteiten. De IT-sector in Noord-Nederland is één van de snelst groeiende economische sectoren van onze regio, met een sterk ecosysteem en succesvolle start-ups en scale-ups. Aan onze kennisinstellingen wordt baanbrekend onderzoek gedaan naar de chip van de toekomst en naar manieren om data sneller en energiezuiniger te analyseren. Daarnaast is er in de regio veel betrouwbare data(kennis) beschikbaar vanuit onder andere Lifelines over de gezondheid van de bevolking (biobank), de kennisinstellingen en overheidsinstellingen zoals DUO (studiebeurzen), RDW (kentekenafgifte, (EU) voertuigkeuringen), RDI (Rijksinspectie Digitale Infrastructuur) en CJIB (Centraal Justitieel Incasso Bureau). Met deze data kunnen nieuwe oplossingen worden ontwikkeld en naar de markt worden gebracht.

Het noordelijk ecosysteem kan een belangrijke rol spelen in nationale en Europese ambities om in veel grotere mate strategisch onafhankelijk te zijn van grote private technologiebedrijven van buiten de Europese Unie. Waar zet de Economische Agenda op in: Investeren in nieuwe ontwikkelingen en faciliteiten die ervoor zorgen dat Groningen en Noord-Drenthe dé plek is voor de ontwikkeling en toepassing van nieuwe verantwoorde digitale technologieën, vooral op het gebied van data en AI. Door het aanwezige ecosysteem in combinatie met de aanwezigheid van betrouwbare datasets en kennis over het (ver)werken van deze data, is er de kans om de regio te ontwikkelen tot pionier op het gebied van betrouwbare en te vertrouwen software. Deze software is gebaseerd op betrouwbare en legitiem verkregen data, verwerkt met transparante en te controleren algoritmes. Dit is een fundamenteel andere werkwijze dan die van de grote techbedrijven. Op terreinen als agro-food en gezondheidsdata (Health Data Valley) kan aanwezige kennis worden ingezet voor nieuwe toepassingen die by design voldoen aan wettelijke regulering en zich daarmee richten op positieve impact op bijvoorbeeld ondernemerschap, techniek en zorg. Zo investeren we in de ontwikkeling van betrouwbare technologieën die economische ontwikkelingen in de toekomst zullen sturen met maatschappelijke meerwaarde.

52

Daarnaast is het noodzakelijk dat er breder gebruik kan worden gemaakt en wordt geprofiteerd van huidige en nieuwe digitale technologieën. Iedereen moet toegang hebben tot snel en betrouwbaar internet. Vanuit de Economische Agenda willen we hier een bijdrage aan leveren. Ook zetten we in op het digitaal vaardiger maken van het mkb zodat zij adaptiever zijn voor nieuwe digitale technologieën en daarmee de productiviteit en het verdienvermogen in de regio kunnen vergroten. Vooral in het brede mkb stagneert de arbeidsproductiviteit. Ook vanuit de Rijksoverheid en de sector zelf is veel aandacht voor deze problematiek, bijvoorbeeld in de ‘Staat van het mkb’ en het Actieplan Groene en Digitale Banen. Samen met de sector en met bewezen programma’s vanuit de clusterorganisaties en kennisinstellingen gaan we dit intensiveren. Het Rijk werkt aan de bredere uitrol van de Nationale Technologie Strategie (NTS) via instrumenten en actieagenda’s. Een belangrijk doel is om in 2030 3% van het BBP te investeren in R&D. De hoogwaardige kennispositie in Groningen en de ambities op het gebied van private R&D zorgen ervoor dat de Economische Agenda een waardevolle bijdrage kan leveren om deze doelen te realiseren. Wat doet de Economische Agenda niet: We kiezen scherp voor de economische invalshoek door te investeren in nieuwe betrouwbare en te vertrouwen technologieën en toepassingen.

Vanuit de Economische Agenda is geen geld beschikbaar voor het realiseren van commerciële datacenters. Tegelijkertijd wordt vanuit de Sociale Agenda langdurig geïnvesteerd in digitale geletterdheid van inwoners. De Sociale en de Economische Agenda werken samen aan een digitale regio.

Voorbeeld Shaping the Future of Work Om innovaties beter te laten aansluiten bij het mkb heeft een publiek-privaat consortium het initiatief genomen voor een beleidsexperiment genaamd Shaping the Future of Work. Dit project wil de ontwikkeling van technologie radicaal anders vormgeven. Bij de klassieke (‘top-down’) ontwikkeling van innovatie wordt de werkpraktijk gescheiden van de technologische ontwikkeling. In deze vernieuwende aanpak worden vakmensen, innovators, ingenieurs en sociale wetenschappers actief betrokken bij het ontwerpen en ontwikkelen van innovaties. Uit projecten bij Schiphol is al gebleken dat het werk hierdoor aantrekkelijker én productiever wordt en technologische innovaties beter aansluiten op de praktijk.

53

Voorbeeld: CogniGron Na ruim zeventig jaar continue innovatie op het gebied van chip- en computerontwerp vragen de huidige ontwikkelingen om een revolutionair nieuwe aanpak. Een aanpak die gestoeld is op alle kennis en ervaring van de afgelopen zeventig jaar, gecombineerd met de uitdaging om nieuwe materialen en nieuwe vormen van computerontwerp te verkennen. Want alleen dan kan het toenemende gebruik van computers op een duurzame manier worden ingevuld. Deze revolutie heet ‘neuromorphic computing’. Tot 10.000 keer energiezuiniger en daarmee een gamechanger voor future-proof computing. De onderzoekers van CogniGron zijn gespecialiseerd in neuromorfische technologie, een nieuw vakgebied dat materialen ontwikkelt met het menselijk brein als uitgangspunt. Digitale supercomputers lijken indrukwekkend, maar het menselijk brein is vele malen sneller in het verwerken van data. En heeft daar ook nog eens veel minder energie voor nodig. CogniGron ontwerpt slimme materialen op basis van de biologie van het brein. Een chip op basis van deze technologie zou krachtig genoeg zijn om in één keer honderden, of zelfs duizenden generaties computers te overtreffen.

Profilering Het bereiken van onze doelen vraagt om een andere manier van profileren en positioneren van onze regio. We dragen te weinig uit wat we in huis hebben. Het serieus nemen van onze ambities vraagt ook om het actief uitdragen van wat we hebben en waar we naartoe gaan. Groningen en Noord-Drenthe moeten zich gezamenlijk met meer ambitie en lef positioneren, met de sterke positie van de stad Groningen als internationaal vlaggenschip van de regio. We gaan grote en zichtbare resultaten boeken met internationaal aanzien.

Waar zet de Economische Agenda op in: De Economische Agenda investeert in de ruggengraat van onze regionale economie, het mkb. Dat doen we niet alleen in de hieronder beschreven thema’s en sectoren, maar ook specifiek door directe ondersteuning in hun eigen organisatievermogen. Het is noodzakelijk dat het mkb een sterke stem heeft en gelijkwaardig gespreks­partner is van grote bedrijven, overheden en kennisinstellingen. Zo wordt het hier gevestigde en gewortelde mkb structureel deelnemer in het gesprek, waarmee de profilering en positionering van de regio wordt versterkt. We werken samen met het mkbprogramma uit de Herstelagenda. Om dit te realiseren zetten we in op (1) het organiseren van het mkb gericht op de thema’s in hoofdstuk 6.3, zodat hun perspectief een structureel onderdeel van de ontwikkeling en uitvoering van de agenda wordt en (2) door een laagdrempelige impuls te geven aan het mkb door financiële ondersteuning van bestaande, vaak gemeentelijke, ondernemersfondsen. Daarnaast is het noodzakelijk in te zetten op veel ambitieuzere en structurele marketing in brede zin. Zelfbewustzijn betekent ook uitdragen wat voor moois hier allemaal gebeurt. De baanbrekende kennis die hier in huis is, de unieke bedrijvigheid die we hebben en hoe mooi het landschap is. Er is veel te weinig bekend over onze regio; bedrijven, bezoekers en investeerders hebben onvoldoende beeld.

We willen dat 80% van de Nederlandse doelgroepen en 25% van de internationale doelgroepen een duidelijk beeld heeft van onze regio. We verwachten dat de overheden, het bedrijfsleven en de kennisinstellingen hier gezamenlijk en structureel beleid op willen voeren en willen investeren. Ook moet veel sterker en wederkerig worden samengewerkt met de al sterke aanwezige merken op het gebied van sport en cultuur zoals Eurosonic/Noorderslag en onze topsportclubs. Onder die voorwaarde kan dit vanuit de Economische Agenda substantieel worden ondersteund. Bij het versterken van het profiel van de regio stellen we regionale media in staat hier een rol in te spelen. Hierbij trekken we samen op met de Sociale Agenda.

Deze regionale en internationale herpositionering draagt bij aan een hogere export, betere internationale verbindingen en internationale aantrekkingskracht van onze regio. Dat vraagt om een nieuwe manier van samenwerken en om het gezamenlijk uitdragen van deze ambitie. Uit onderzoek blijkt dat we te bescheiden zijn over het moois dat we hier al doen. Een groter zelfbewustzijn en betere gezamenlijke organisatie is cruciaal om Groningen en Noord-Drenthe te herpositioneren als internationaal ondernemende kennisregio. Om de regio te profileren en opnieuw te positioneren, is het noodzakelijk dat het regionaal bedrijfsleven hier een volwaardige stem in krijgt. Alleen dan kunnen we ons (inter-)nationaal profileren op thema’s waarin we uitblinken: gezonde jaren, energie en landbouw.

54

55

Voorbeeld positioneren mkb: Life Cooperative Om de beleidsmakers van de regionale overheden en instellingen richting te geven, verenigde het mkb op het gebied van life science en medische technologie in het noordelijke deel van Nederland zich in een coöperatie: de Life Cooperative. De coöperatie van 65 bedrijven ontwikkelt oplossingen om gezamenlijk uitdagingen aan te gaan. Collectieve training, gezamenlijke inkoop van laboratoriumapparatuur en materialen, gedeelde bezoeken aan internationale beurzen en congressen zijn een aantal van de huidige voorbeelden van efficiencymaatregelen. Samen met haar partners ontwikkelt de coöperatie onderzoeks-, ontwikkelings- en aanbodketens die resulteren in efficiënte innovaties. Life Cooperative heeft zich inmiddels bewezen als volwaardige gesprekspartner en stem van het innovatieve mkb in deze sector, die bepalend is voor de agenda’s van overheden en kennisinstellingen.

6.3 Thematische inzet Groningen en Noord-Drenthe hebben grote ambities met de Economische Agenda. De kracht, expertise en kansen voor het verdienvermogen van deze regio zit op dit moment binnen een aantal specifieke thema’s: energie, gezondheid, landbouw, industrie en vrijetijdseconomie. Daar zet deze Economische Agenda dan ook vooral op in, met een open blik naar toekomstige ontwikkelingen die economisch kansrijk zijn. Binnen deze thema’s maken we inzichtelijk waar de Economische Agenda op basis van de voorwaarden op inzet, en waar niet.

Duurzame energie Opgave: transitie naar een duurzaam energiesysteem met brede energiemix.

Wat doen we niet: Vanuit de Economische Agenda is er geen ondersteuning voor eenmalige en/of individuele campagnes die niet zijn ingebed in een brede en gedragen samenwerking. Daarnaast is de investering in het organisatievermogen van het mkb aanvullend op de bestaande inzet van overheden en ondersteunende organisaties op dit gebied en is er geen sprake van substitutie.

Waarom in Groningen en Noord-Drenthe: Onze regio heeft altijd een cruciale rol gespeeld in de Nederlandse en Europese energievoorziening en zal dat in de toekomst blijven doen. Ten minste een derde van de wind op zee zal aanlanden in Groningen. Voorwaarden voor aanlanding zijn een goede ruimtelijke inpassing en de uitkomsten van het lopende onderzoek naar aanlandingsmogelijkheden. De transitie van de waterstofketen krijgt hier als eerste gestalte. Met een project als DJEWELS wordt hier één van de grootste en meest innovatieve elektrolysers van Europa ontwikkeld. Onze regio beschikt over veel kennis van energie(systemen), zowel binnen publieke instellingen als bij private bedrijven. Bovendien is een op Europese schaal ongekende energie-infrastructuur aanwezig: grootschalige, industriële bedrijvigheid met een hoge energievraag en bedrijvigheid in het opwekken van energie, met een unieke ligging aan de zuidelijke Noordzee met een zeehaven. Kortom, een uitstekende uitgangspositie om een cruciale rol te spelen in de transitie naar een duurzaam energiesysteem. Niet voor niets zijn we de eerste Hydrogen Valley. We zijn trots dat deze Europese en nationale opgave in onze regio gestalte krijgt. Maar om deze positie echt te benutten en de brede welvaart van Groningen en Noord-Drenthe te versterken, is meer nodig.

De regio moet vanuit die positie als belangrijk aanlandingspunt voor groene energie, optimaal profiteren van de (toekomstige) beschikbaarheid van groene stroom en waterstof. De vergroening van de bestaande industrie, het vestigingsklimaat voor nieuwe, groene bedrijven en de energiehuishouding in de breedte kunnen er een impuls door krijgen.

56

57

Waar zet de Economische Agenda op in: De Economische Agenda kiest voor twee investeringslijnen: 1. We willen laten zien dat de transitie naar een duurzaam energiesysteem daadwerkelijk bijdraagt aan de regionale economie. Denk bijvoorbeeld aan de verduurzaming van het IndustrieCluster Oost-Groningen. 2. Via het Masterplan Campussen zetten we in op het uitbouwen en verzilveren van onze positie tot internationaal toonaangevende kennis- en toepassingsregio op het gebied van duurzame energie. Een voorbeeld is de ontwikkeling van een topinstituut dat vanuit een centraal punt verschillende campuslocaties verbindt, zoals de duurzaamheidscampus, Zernike campus, Groningen-Airport Eelde en de Eemshaven als satellieten.

Wat doet de Economische Agenda niet: De Economische Agenda investeert niet in het realiseren van grootschalige opwek/productie van energie, transport of opslag van energie, ondersteuning en/ of het organiseren van het bedrijfsleven van buiten de regio voor zover deze niet aantoonbaar en substantieel bijdragen aan bovenbeschreven inzet van de agenda.

Voorbeeld Bedrijvencluster Northern Netherlands Offshore Wind (NNOW) Perspectief van wind op zee is door de regio vroeg onderkend. In 2010 hebben onder andere de Ontwikkelingsmaatschappij Noord-Nederland (NOM) en Energy Valley (voorloper New Energy Coalition) met actieve steun van Groningen Seaports daarom het bedrijvencluster Northern Netherlands Offshore Wind (NNOW) opgezet, dat inmiddels ongeveer 90 leden telt. Het goed kennen en inzetten van posities van de aangesloten bedrijven in de toeleveringsketen van (vaak zeer grote) internationale ontwikkelaars en contractors was en is de basis van NNOW. Dit is een mooi voorbeeld van hoe het regionaal bedrijfsleven zich met passende ondersteuning organiseert om te zorgen dat de energietransitie ten goede komt aan het regionale verdienvermogen. De toen ingeschatte stormachtige ontwikkeling van de offshore windsector heeft zich doorgezet, met als resultaat veel windparken die vanuit de Eemshaven zijn gebouwd en worden onderhouden. De offshore windsector is de afgelopen jaren nog belangrijker geworden voor het behalen van de klimaatdoelen en levert, na de omzetting van groene stroom op zee, (experimenteel) direct groene waterstof.

EEMSHAVEN

ZERNIKE

58

59

INDUSTRIECLUSTER OOST-GRONINGEN

Gezondheid Opgave: transitie van zorg naar gezondheid en gezonde jaren. Waarom in Groningen en Noord-Drenthe: De regio heeft in de afgelopen 20 jaar een wereldwijd uniek ecosysteem rondom Healthy Ageing opgebouwd met de biobank Lifelines als belangrijke pijler. We hebben hier een unieke informatiebron voor het ontwikkelen van interventies die de gezondheid bevorderen en gezondheidsverschillen verkleinen. Nationaal en internationaal hebben we een belangrijke staat van dienst als voorbeeldregio voor onderzoek en toepassing naar gezond opgroeien, mentaal welzijn en gezond ouder worden. Er is in onze regio extra en versneld noodzaak deze transitie gestalte te geven omdat gezondheidsverschillen die we overal zien, zich in onze regio met extra urgentie manifesteren. Zowel binnen steden (Groningen) als landelijke gebieden is een grote ongelijkheid in het aantal jaren waarin men in gezondheid leeft. Ook tussen onze regio en de rest van Nederland zijn deze verschillen fors. In Groningen is veel kennis van internationaal aanzien aanwezig op het gebied van medische technologie - waaronder robotisering - en het verzamelen, beheren en inzetten van gezondheidsdata. Deze kennis zetten we in voor het ontwikkelen van nieuwe vormen van diagnostiek en behandeling met betere uitkomsten voor de patiënt.

Naast de (hoog)technologische, digitale en kennisintensieve ontwikkelingen waaruit nieuwe economische bedrijvigheid voortkomt, moet er specifiek aandacht zijn voor gezondheid in Noord- en Oost-Groningen. In Noord-, Midden- en Oost-Groningen is namelijk sprake van een grote en onrechtvaardige gezondheidsachterstand. Het is noodzakelijk dat de inzet vanuit de Economische Agenda in de hele regio voor verdienvermogen en welvaart zorgt. Waar zet de Economische Agenda op in: De Economische Agenda zet in op het bestendigen en uitbouwen van onze internationale kennispositie op het gebied van (1) gezondheidsdata en kunstmatige intelligentie en (2) biomedische technologie, én zet deze kennis in voor interventies op het gebied van preventie en het bevorderen van een gezonde leefstijl. Hiermee verkleinen we gezondheidsverschillen en vergroten we de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg. Dit heeft als effect dat de gezondheid van Groningers en Noord-Drenten gaat verbeteren en dat we met de kennis en innovaties die daarvoor nodig zijn nieuwe bedrijvigheid creëren. We willen meer spin-offs vanuit de kennisinstellingen op dit terrein en meer bedrijvigheid vanuit de markt rond deze thema’s. Deze economie draagt bij aan meer gezonde jaren in onze regio door verschillende (leefstijl)interventies vorm te geven (in samenhang met de Sociale Agenda) én tot waarde te brengen.

60

Wat doet de Economische Agenda niet: Vanuit de Economische Agenda financieren we geen reguliere zorg. De uitvoering van wettelijke taken van gemeenten, geïsoleerd medisch onderzoek en ontwikkelingen op het gebied van gezondheid vallen buiten bovenbeschreven inzet van de agenda. Ook nemen we geen bestaande subsidiestromen over. De Sociale Agenda richt zich qua gezondheid voornamelijk op het verbeteren van het mentaal welbevinden en vroeg signalering. Daarbij ligt de focus op preventie en er vroeg bij zijn en daarin fors investeren: rondom zwangerschap, in jongerenwerkers, in opbouwwerkers, welzijn op recept en mentale ondersteuning op basis- en voortgezet onderwijs. Ook is er vanuit de Sociale Agenda aandacht voor bewegen: buurtsportcoaches helpen daarbij.

Voorbeeld Health Data Valley Health Data Valley is een cluster van publieke en private organisaties in NoordNederland dat zich richt op het bevorderen van grote datastromen en het inzetten van data om meer gezonde jaren te bereiken. Health Data Valley heeft als doel om de norm te stellen voor het ondersteunen, monitoren en evalueren van regionaal en nationaal gezondheidsbeleid. Daarmee kan het de optimale voorwaarden en samenwerkingen bieden om data-ondersteunde zorgconcepten voor burgers en patiënten te realiseren. Door gezondheidsdata beter te benutten, wordt niet alleen effectief gezondheidsbeleid gefaciliteerd, maar wordt ook de ontwikkeling van nieuwe gezondheidsinnovaties voor preventie, vroege opsporing, diagnose en behandeling ondersteund. Health Data Valley zal het hart vormen van het nationale model voor slim, veilig en toegankelijk secundair datagebruik. Met de toevoeging van het Health Data Access Body zal het model een voorbeeld zijn voor andere landen die verbonden zijn met de European Health Data Space.

HEALTHY AGING CAMPUS OMMELANDER ZIEKENHUIS

61

Landbouw Opgave: transitie naar een duurzame en weerbare landbouwsector. Waarom in Groningen en Noord-Drenthe: De regio is en blijft een landbouwgebied. Juist in de landbouwsector liggen voor de regio veel kansen om zich te ontwikkelen en te onderscheiden. Decennia lang heeft de landbouw in Groningen en Noord-Drenthe bijgedragen aan de brede welvaart door voedselzekerheid, emancipatie van het platteland en de economische wederopbouw. Nog altijd is de sector van grote betekenis. Ruim 70% van de totale oppervlakte van de regio is in gebruik als landbouwgrond, met een groot aantal grondgebonden landbouwbedrijven en sterke agroketens. Vanuit Noord-Groningen wordt 5% van de mondiale export van pootaardappelen geleverd. Tegelijk staat de sector voor de grote opgave: het ontwikkelen van een duurzamer en weerbaarder voedselsysteem. Een systeem waarin de negatieve impact op natuur, bodem en klimaat wordt geminimaliseerd, terwijl de economische veerkracht van de sector behouden blijft. De afgelopen periode werkten diverse partijen in Groningen aan plannen voor het Toekomst Landelijk Gebied. Deze plannen richten zich op het toekomstbestendig maken van het Groningse landschap, met aandacht voor biodiversiteit, een robuust watersysteem en innovatieve landbouw.

De landelijke uitdagingen spelen ook hier: herstel van natuur en biodiversiteit, vermindering van stikstofuitstoot en verbetering van waterkwaliteit. De negatieve impact van de sector op natuur, bodem en water moet worden verminderd door de transitie naar een natuurinclusieve, regeneratieve en innovatievere landbouw.

Een landbouw die door het leveren van gezonde voeding de gezondheid en duurzaamheid van onze regio vergroot. Voorop staat dat naast deze urgente opgaven, het verdienvermogen van de sector omhoog moet. De landbouw in Groningen en Noord-Drenthe heeft ook in de toekomst een belangrijke rol in het leveren van gezonde voeding en het beheer van het landschap. Waar zet de Economische Agenda op in: De Economische Agenda richt zich op het ontwikkelen van langere, regionale waardeketens en kortere afzetketens. Zo blijft een groter deel van de opbrengsten uit de landbouw binnen de regio. Tegelijk zorgen deze ketens voor een positieve impact op de natuur, bodem en gezondheid. Daarmee kiezen we nadrukkelijk voor het verdienvermogen van de sector. Deze ketens kunnen op verschillende manieren worden uitgebreid, bijvoorbeeld door het toevoegen van teelt van nieuwe gewassen voor biobased (bouw) materialen als vlas en hennep, mede in relatie tot de Herstelagenda (waarvan het Agroprogramma één van de onderdelen is) en de isolatieaanpak. Ook klimaatverandering biedt de kans om je te onderscheiden in de markt, mits je hier goed op inspeelt. Andere kansen zijn er bijvoorbeeld door het toevoegen van verwerkingsindustrie, om zo een regionale waardeketen te realiseren.

En het aanjagen van de vraag naar regionale producten, met behulp van de aanwezige kennisinstellingen die een rol kunnen spelen bij kennisontwikkelingen en innovatie. Daarnaast zijn er mogelijkheden om het verdienvermogen van de landbouw te vergroten door samen te werken met sectoren buiten de landbouw. Denk bijvoorbeeld aan agrotoerisme en natuurbeheer. Wat doet de Economische Agenda niet: De Economische Agenda richt zich niet op de subsidiëring van primaire landbouw en individuele bedrijfsvoering van agrariërs of de inrichting van natuur(gebieden) en neemt geen verantwoordelijkheden van de Rijksoverheid over.

Voorbeeld: bodem en productie in balans Lokale voedselproductie, circulaire landbouw en hoogwaardige voedselverwerking op een gezonde bodem bieden perspectief voor zowel de landbouwsector als de inwoners. Ze zorgen voor gezonde voeding, maar ook voor een sterke regionale economie. Regionale afstemming op de groeiende vraag naar zoet water, vooral tijdens droge periodes, is daarbij erg belangrijk. Er moet rekening worden gehouden met diverse behoeften, zoals industrieel proceswater, landbouwwater, drinkwater en zoet water voor natuurbehoud. Met een juiste aanpak kunnen economische kansen in het landelijk gebied zo hand in hand gaan met het beschermen en versterken van het unieke Groningse (kust)landschap. Ook de vrijetijdseconomie in de regio kan hiervan profiteren.

62

63

Voorbeeld: versterken van de korte keten De benodigde transitie kan worden versneld door de vraag naar duurzame producten uit korte ketens aan te wakkeren. Vanuit de sector zien we al veel initiatieven zoals directe verkoop aan consumenten en voedselcoöperaties. De transitie naar een duurzaam en economisch weerbaar landbouwsysteem is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Om de vraag naar producten uit korte ketens te vergroten zou een overeenkomst gesloten kunnen worden tussen de sector en grote, publiek gefinancierde werkgevers zoals gemeenten, provincie en kennisinstellingen om meer lokaal geproduceerd voedsel in te kopen.

Industrie Opgave: transitie naar een schone en groene industrie. Waarom in Groningen en Noord-Drenthe: De chemische- en maakindustrie is historisch sterk vertegenwoordigd in de regio door de aanwezige (milieu)ruimte en gas, dat lange tijd in overvloed aanwezig was. De Nederlandse industrie moet in 2050 100% circulair en energieneutraal zijn. Dat betekent in onze regio een forse opgave waarbij elektrificatie, inzet van waterstof en groene, schone grondstoffen nodig zijn. De regio heeft met de aanlanding van wind op zee en de aanwezigheid van innovatieve nieuwkomers in de markt, een unieke positie om bestaande industrie te vergroenen en het verdienvermogen te vergroten. Ook de sterke kennispositie van de Rijksuniversiteit Groningen en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) op onderdelen van de topsectoren High Tech Systems & Materials (HTSM), innovatieve chemie en Lifescience & Health, is een grote kans. Vanuit die kennis wordt op innovatieve wijze zowel (samen)gewerkt aan fundamenteel onderzoek als aan de toepassing daarvan in het bedrijfsleven. De aanwezige materiaalkennis is internationaal erkend met onder andere een Nobelprijs. Daarnaast is de beschikbare kennis van autonome systemen een grote kans om de huidige productieprocessen te verbeteren en nieuwe, innovatieve oplossingen te bieden zoals robots en machines.

Er wordt gewerkt aan een HTSM Noord agenda die kennis voor het groen en slim maken van de industrie actiever wil positioneren en aan de markt wil verbinden. Ook heeft de regio de potentie om een belangrijke biobased en circulaire hub te worden, waar innovatieve bedrijven op het gebied van biogrondstoffen en circulaire materialen zich willen vestigen en opschalen.

64

De maakindustrie en chemie is verspreid over de regio en kent zeer onderscheidende producenten van hoogwaardige producten, machines, apparaten en onderdelen en samenwerkingen op noordelijke schaal. Diverse markten en afnemers worden bediend, van biobased materialen tot semiconductors (chiptechnologie) met innovaties in de gehele regio: van het bedrijvenpark Zuid-Groningen tot de Zernike Campus. In de nationale ambitie van strategische autonomie heeft ook onze regio een verantwoordelijkheid. Zelfs op (West-)Europese schaal is de aanwezigheid van medische technologie, voedsel- en scheepsbouwindustrie uniek voor een beperkt aantal regio’s in Nederland. Onze regio heeft hier een belangrijke internationale positie. In relatie tot het project Beethoven bieden investeringen een kans voor het Noorden om die industrieën verder te ontwikkelen. Waar zet de Economische Agenda op in: De Economische Agenda zet in op de transitie van bestaande industrie naar een schone, groene en toekomstbestendige sector. De Economische Agenda wil daarbij sneller dan nationale en provinciale ambities. Daarom leggen we voor financiering de lat hoger om daarmee een extra prikkel te geven en ervoor te zorgen dat deze sectoren meer dan in het verleden bijdragen aan de brede welvaart.

De Economische Agenda bevordert dat initiatieven gebruikmaken van de meest milieuvriendelijke (energiearme) productieprocessen naar de laatste stand van de techniek. Een bijdrage van de Economische Agenda wordt een internationaal erkende bevestiging van schone en groene industrie. Om regionaal verdienvermogen toe te voegen, is het nodig om passende industriële (kennis) ketens te sluiten en nieuwe clusters te bouwen, door gericht bedrijven in hun ontwikkeling te steunen of aan te trekken. De Economische Agenda stimuleert samenwerking buiten de regio en het innemen van een (inter)nationale positie. De Economische Agenda zet specifiek in op de volgende sectoren: 1. Chemische procesindustrie: Met Chemport Europe is er een innovatief ecosysteem in Noord-Nederland, gericht op de transformatie en groene groei van de chemische sector. De sector heeft als doel de chemische industrie te verduurzamen door te focussen op groene chemie, biobased grondstoffen, de raffinage van kritieke grondstoffen en circulaire economie. Ook de chemie van geavanceerde materialen waarbij veel waarde wordt toegevoegd aan grondstoffen in relatief energiezuinige processen, past goed bij de regio. Het ecosysteem bestaat uit een samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen (zoals de Rijksuniversiteit Groningen en Hanze) en overheden in de provincies Groningen en Drenthe.

Deze triple helix samenwerking maakt snelle besluitvorming en innovatie mogelijk. De ambitie is om in 2050 een industriecluster te hebben dat alleen gebruikmaakt van hernieuwbare

65

energie en grondstoffen, met nul CO2-emissies. We zien mogelijkheden om met gerichte inzet aan deze ambitie bij te dragen en te versnellen door scherp te kiezen en de lat hoog te leggen. 2. Maritieme maakindustrie: Groningen en Noord-Drenthe zijn sterk verbonden met de maritieme sector. Er worden hier allerlei scheepstypen ontworpen en ontwikkeld met specialisatie in schepen voor droge lading. Er is een sterke regionale keten aanwezig die - afgezien van de scheepsmotoren - alle onderdelen produceert. Van oudsher zijn er in Noord-Nederland vernieuwende samenwerkingen in de sector opgezet, zoals de oprichting van Centraalstaal. De sector staat voor grote uitdagingen die nieuwe en vernieuwende samenwerking vraagt om te komen tot standaardisering en digitalisering van ontwerp, robotisering van productie en collectieve en coöperatieve verdienmodellen. De Economische Agenda investeert in het aanjagen van deze samenwerking binnen de sector en met partijen - zoals kennisinstellingen - buiten de sector. 3. Biobased materialen: Groningen en Noord-Drenthe hebben historie op het gebied van biobased materialen. Er ligt een unieke kans om hier een nieuw hoofdstuk aan toe te voegen.

Verschillende agrariërs voegen de teelt van gewassen als hennep en vlas toe aan hun roulatie voor materiaalproductie, er is een sterke en internationaal gerenommeerde kennispositie op het gebied van materiaalstudies en verschillende bedrijven zijn gespecialiseerd in hoogtechnologische materiaalproductie. En misschien wel belangrijker: er ligt in de regio een zeer omvangrijke en concrete vraag naar biobased bouw- en isolatiematerialen voortkomend uit de Herstelagenda en isolatiemaatregelen uit Nij Begun. De Economische Agenda investeert in de keten van biobased materialen om zo bij te dragen aan innovatie op het gebied van materiaalproductie, verduurzaming van de woningvoorraad en het versterken van het verdienvermogen van agrariërs. Bovendien heeft

een aantal veelbelovende nieuwkomers in de markt zich reeds in de regio gevestigd, waarmee een goede basis wordt gelegd. Wat doet de Economische Agenda niet: De Economische Agenda richt zich niet op industriële single-stakeholder initiatieven zonder aansluiting bij regionale ketens en investeringen zonder aantoonbaar significant schonere en duurzamere productie tot gevolg. De Economische Agenda investeert nadrukkelijk in het regionale verdienvermogen met minimale negatieve en waar mogelijk positieve impact op de omgeving.

Voorbeeld: industriële keten kritieke grondstof voor groene energietechnologie De Europese Critical Raw Materials Act (CRMA) bevat een lijst van materialen die van belang zijn om op Europees niveau zeker te stellen voor de industrie die producten voor de ‘eerste levensbehoefte’ maakt. Producten voor een duurzaam energiesysteem horen daarbij (zoals batterijen, zonnecellen en elektrolysers voor waterstofproductie). In de regio wordt gewerkt aan het vestigen van bedrijven die belangrijk zijn om die keten vorm te geven en die passen binnen de regionale waardeketens. Dit zijn bijvoorbeeld bedrijven die een kritische grondstof zoals silicium produceren, en andere bedrijven die silicium of halfproducten uit die keten kunnen verwerken tot PV-cellen voor de opwek van zonne-energie of in hoogwaardige batterij- of chiptechnologie. Dit is een combinatie van hoogwaardige chemische en maakindustrie. Bij succes draagt de regio daarmee bij aan CO₂reductie in de keten, aan substantieel minder import door de Europese Unie van (milieuonvriendelijk geproduceerde) grondstoffen en energietechnologie en aan versterking van de eigen industrie en het verdienvermogen in een regionale keten.

EEMSHAVEN

CHEMPORT EUROPE

A7-ZONE

MAKEPORT MERCURIUS

66

67

Vrijetijdseconomie Opgave: jaarlijks 1,5 miljoen meer bezoekers naar de regio trekken ten opzichte van 2025. Waarom in Groningen en Noord-Drenthe: De ontwikkeling van de vrijetijdseconomie is een kans voor de hele regio en levert een directe bijdrage aan de doelen van de Economische Agenda. Het is tijd deze waarde te erkennen en met gerichte investeringen al het moois dat de regio biedt op het gebied van erfgoed, landschap, cultuur en sport te versterken. Met als resultaat een aantrekkelijker woon-, leef- en vestigingsklimaat, sterkere sociale cohesie en aantrekkelijke banen voor inwoners met verschillende opleidingsniveaus, waaronder mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De verschillen binnen de regio in de vrijetijdssector zijn enorm. Dat zorgt ervoor dat gebieden van elkaar kunnen profiteren en dat investeringen kansrijk zijn. Noord-Drenthe loopt regionaal voorop met de vrijetijdseconomie. De sector is goed georganiseerd en de samenwerking tussen overheden en het bedrijfsleven verloopt goed. De sector levert een aantoonbare bijdrage aan het voorzieningenniveau en de sociale cohesie. Noord-Drenthe is een volwaardig onderdeel van het dagelijkse economische systeem rond de stad Groningen en Assen. Dit is echter maar beperkt terug te zien bij de samenwerking rond regiomarketing, samenwerking tussen ondernemers en verbindingen van routestructuren en informatievoorziening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15715272/1