24-05-02 Bijlage 1 - Economische Agenda Nij Begun - 13 juni 2025
Tekst van het document
ECONOMISCHE AGENDA SAMEN WERKEN
13 juni 2025
Samenvatting De Economische Agenda voor Groningen en Noord-Drenthe staat voor het versterken van samenwerking. Die samenwerking speelt zich af op vele fronten: tussen landelijke, regionale en Europese overheden, kennisinstellingen, bedrijven, inwoners en maatschappelijke organisaties. De agenda wordt dé aanjager van deze samenwerking gericht op het vergroten van het aanpassingsvermogen en de aantrekkelijkheid van de regio. Voor de Economische Agenda heeft het kabinet van 2026 tot 2056 jaarlijks 100 miljoen euro beschikbaar gesteld en een eenmalige impuls van 250 miljoen euro. Economische Agenda De Economische Agenda is een investeringskader voor de komende dertig jaar. In welke vakgebieden, sectoren en innovaties de economische groei de komende tien, twintig of zelfs dertig jaar plaats gaat vinden is nu nog niet te voorspellen. Daar houdt de Economische Agenda rekening mee. Deze agenda jaagt aan, stimuleert en stelt geld beschikbaar. Keuzes in deze agenda zijn naast de inbreng van inwoners, bedrijven, kennisinstellingen en vele organisaties in Groningen en Noord-Drenthe (mede) gemaakt op basis van een ambitieus toekomstbeeld en regioanalyses van Bureau Louter, RaboResearch, CBS, Atlas Research en de arbeidsmarktregio. Economische analyse Groningen en Noord-Drenthe De brede welvaart staat in onze regio onder druk en onze economie staat voor grote uitdagingen.
De productiviteit en het verdienvermogen zijn hier lager dan in de rest van Nederland. Om dat te verbeteren, is het essentieel om meer talent te behouden, meer te innoveren en beter samen te werken. Tegelijk heeft onze regio ook unieke kwaliteiten en zijn er zijn volop kansen om de economie te versterken. De ambitie: toekomstbeeld 2056 In 2056 is onze regio een plek met een brede welvaart en een levensstandaard boven het landelijk gemiddelde. Het is fijn om hier te wonen en leven. De vrijetijdseconomie is gegroeid. Daardoor zijn er meer voorzieningen en banen gekomen, vooral op het platteland. Onze regio is een internationaal knooppunt van innovatieve bedrijven in sectoren als gezondheid, voedsel en duurzame energie. We hebben de beste campussen. De gezondheidszorg is voorloper in Nederland en inwoners hebben letterlijk meer gezonde jaren. We eten gezond voedsel uit dit gebied. We zijn zelfbewust en trots op onze regio en herkennen die waardering ook bij bezoekers.
2
1
Generieke investeringen Brede, generieke inzet van investeringen vanuit de Economische Agenda gaan over overkoepelende investeringen op vier verschillende gebieden: 1) onderwijs, kennis en arbeidsmarkt, 2) ruimte voor bedrijvigheid, 3) digitalisering en 4) profilering.
De vijf doelen van de Economische Agenda 1. Het stimuleren van een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. 2. Het verdienvermogen van de regio verhogen en bevorderen van ondernemerschap. 3. Meer talent ontwikkelen, dit talent beter benutten en aan de regio binden. 4. Meer kennis uit de regio verzilveren. 5. Versterken van ons regionale zelfbewustzijn en imago.
Aanpak van onderwijs, kennis en arbeidsmarkt
• Leven lang opleiden en ontwikkelen van talent met focus op techniek, zorg en ondernemerschap. • Masterplan Campussen: brede investeringen in het kennis- en innovatie-ecosysteem. • Innovatieve interventies in Noord-, Oost- en MiddenGroningen voor een duurzaam inzetbare beroepsbevolking.
Aanpak van ruimte voor bedrijvigheid
• Ruimte voor bedrijvigheid: herstructureringsmaatschappij Drenthe-Groningen. • Masterplan Regiocentra: levendige centra op verschillende plekken in de regio.
Aanpak van digitalisering
• Ontwikkelen en toepassen van nieuwe verantwoorde digitale technologieën in de regio, vooral op het gebied van data en kunstmatige intelligentie. • Breder gebruik van huidige en nieuwe digitale technologieën en verbeteren van digitale vaardigheden van midden- en kleinbedrijf (mkb).
Aanpak van profileren en positioneren van onze regio
• Het mkb als gelijkwaardige gesprekspartner van grote bedrijven, overheden en kennisinstellingen. • Ambitieuzere en structurele marketing van de regio, nationaal en internationaal.
Om deze doelen te halen zet de Economische Agenda in op zowel breedteinvesteringen, als investeringen in een aantal specifieke sectoren. In de agenda staan daarom vier brede, generieke en vijf thematische onderwerpen. De Economische Agenda is er voor éxtra investeringen. Het gaat niet om reguliere investeringen, grootschalige infrastructuur, openbaar vervoer of woningbouw. De doelen zijn vertaald in voorwaarden die we toepassen op twee soorten investeringen: generiek en thematisch.
2
3
Thematische inzet Naast de brede, generieke inzet zijn er vijf specifieke thema’s waarin de Economische Agenda investeert: duurzame energie, gezondheid, landbouw, industrie en vrijetijdseconomie.
Inhoudsopgave Samenvatting
1
Begrippenlijst
6
Aanpak van duurzame energie
• Investeringen in duurzame energiesystemen voor het regionaal bedrijfsleven. • Uitbouwen en verzilveren van de brede kennis van energie, via Masterplan Campussen.
1 Voorwoord
13
2 Wat is de Economische Agenda?
16
Aanpak van gezondheid
• Investeringen in medische technologie en gezondheidsdata. • Interventies ontwikkelen op het gebied van preventie en een gezonde leefstijl. • Aanjagen van nieuwe ondernemingen die innovaties ontwikkelen. • Specifieke aandacht voor Noord-, Midden- en Oost-Groningen vanwege gezondheidsachterstand.
3 Analyse van de regionale economische structuur
18
4 Toekomstbeeld Groningen en Noord-Drenthe in 2056
29
5 Doelen
33
6 Voorwaarden en inhoudelijke inzet 6.1 Voorwaarden 6.2 Generieke inzet Onderwijs, kennis en arbeidsmarkt Ruimte voor bedrijvigheid Digitalisering Profilering 6.3 Thematische inzet Duurzame energie Gezondheid Landbouw Industrie Vrijetijdseconomie
41 42 44 45 49 52 54 57 57 60 62 64 68
7 Uitvoering: samen werken 7.1 Uitvoeringsstructuur
73 74
8 Financierings- en adviesinstrumenten en regeldruk
79
9 Monitoring: wanneer is de agenda een succes?
82
10 Vervolg
90
Literatuur
92
Colofon
96
Aanpak van landbouw
• Investeren in ontwikkelingen die zorgen voor meer verdienvermogen met positieve impact op de natuur. • Aanjagen van innovatie en gebruik van regionale producten
Aanpak van industrie
• Investeren in de transitie naar schone en groene industrie, zowel steunen van bestaande bedrijven als het aantrekken van nieuwe. • Inzet op chemische procesindustrie, maritieme maakindustrie en biobased materialen.
Aanpak van vrijetijds economie
• Vrijetijdseconomie als sector ambitieus ontwikkelen. • Cofinanciering van een regiodekkend programma, met kansen voor het uitbreiden en versterken van dagrecreatie, hoogwaardige verblijfsaccommodaties en zakelijk toerisme.
Uitvoering: Samen Werken We zetten de Economische Agenda samen met overheden, kennisinstellingen en bedrijven in Groningen en Noord-Drenthe actief in gang. Verderop in de agenda beschrijven we hoe deze samenwerking - de zogeheten triple-helixstructuur is vormgegeven. In 2025 vertalen we de thema’s uit de Economische Agenda naar een eerste concreet uitvoeringsplan. Tegelijk zorgen we ervoor dat de uitvoeringsstructuur staat én werkt.
4
5
Begrippenlijst
Brede welvaart Dit gaat over wat mensen belangrijk vinden als het gaat om welvaart. Deze term is ontwikkeld als alternatief voor het meten van welvaart in puur economische termen uitgedrukt in euro’s. Naast de economische aspecten kijkt brede welvaart ook naar onder andere gezondheid, leefomgeving, staat van de natuur, vrijetijdsbesteding, onderwijs en tevredenheid met het leven.
Adaptief vermogen Het vermogen van systemen, organisaties of gemeenschappen om zich aan te passen aan veranderende en nieuwe omstandigheden, bijvoorbeeld in de context van technologische ontwikkelingen of klimaatverandering. Agrotoerisme Toerisme gericht op het bezoeken van en verblijven bij boerderijen en andere agrarische ondernemingen.
Campus Een plek waar bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden gevestigd zijn en samenwerken op het gebied van onderzoek, ontwikkeling van technologie en andere innovaties gericht op toepassing in het bedrijfsleven. Een campus bevat vier kernelementen: (1) focus op R&D en/of technologie-gedreven activiteiten van bedrijven, (2) fysieke hoogwaardige vestigingsmogelijkheden en onderzoeksfaciliteiten, (3) aanwezigheid van een mbo-, hbo- en/of wo-instelling als kennisdrager en (4) actieve en open innovatie.
Artificial Intelligence (AI) De Engelse benaming voor het begrip ‘kunstmatige intelligentie’. Zie hier-voor de toelichting op het begrip ‘kunstmatige intelligentie’ verderop in deze begrippenlijst. Biobased Materialen die hoofdzakelijk bestaan uit natuurlijke/organische grondstoffen. Denk hierbij aan hout, bamboe of hennepvezel.
Cofinanciering Wanneer cofinanciering wordt gevraagd, betekent dit dat de partijen ook uit eigen middelen en/of andere fondsen geld moeten inbrengen. Dragon’s Den Ondernemers presenteren hun ideeën aan investeerders om financiële steun te krijgen voor hun bedrijf of product.
Gamechanger Dit beschrijft iets (een persoon, idee, ontwikkeling of gebeurtenis) dat een bestaande situatie ingrijpend verandert, bijvoorbeeld een innovatief product of technologie die de markt drastisch verandert.
Durfkapitaal Een financieringsvorm waarbij investeerders kapitaal verstrekken aan startups en snelgroeiende bedrijven met veel potentie. In ruil voor de investering krijgen zij vaak aandelen en soms inspraak in de bedrijfsvoering. Deze investeringen hebben een hoog risico: maar kunnen in potentie ook een stuk meer opleveren dan traditionele investeringen.
Biomedische technologie De toepassing van technologieën in de medische sector om ziekten te diagnosticeren, behandelen en voorkomen, inclusief de ontwikkeling van medische apparaten en therapieën.
Chemische procesindustrie Industrie die grondstoffen door gebruik van chemische processen tot een eindproduct maakt. Dit gaat bijvoorbeeld om eindproducten zoals kunststoffen en geneesmiddelen.
Ecosysteem Ondernemerschap staat niet op zichzelf maar is afhankelijk van (diverse factoren en partijen) onder andere kennis, sociale netwerken, kapitaal, cultuur en wet- en regelgeving. Dit ecosysteem, ook wel ecosysteem voor ondernemerschap genoemd, benadrukt de onderlinge afhankelijkheid van deze elementen en de context waarin ondernemerschap kan plaatsvinden.
Biomoleculaire celtechnologie Technologie die zich richt op het begrijpen en aanpassen van biomoleculen (zoals DNA en eiwitten) in cellen, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en behandelingen.
Circulariteit Het hergebruiken van producten, materialen en onderdelen om zo resten afvalstromen opnieuw te gebruiken in plaats van weg te gooien.
Elektrolyser Een fabriek die water splitst in waterstof en zuurstof door middel van elektriciteit. Dit is essentieel in de productie van groene waterstof.
6
Executiekracht Executiekracht - ook wel uitvoeringskracht - gaat over het vermogen waarin organisaties in staat zijn om hun ideeën en/of beleid effectief uit te voeren zodat dit tot merkbaar resultaat leidt in de praktijk.
Gemeenschappelijke regeling (GR) Een formele samenwerking tussen verschillende overheden, vaak bedoeld om bepaalde diensten gezamenlijk uit te voeren of een gezamenlijk doel te bereiken. Generiek Generiek betekent een benadering die breed toepasbaar is of niet specifiek gericht op één toepassing. High-tech maakindustrie De sector die zich richt op de productie van geavanceerde technologieën en producten, vaak met een hoog innovatief en technisch gehalte. Human Capital Het geheel aan kennis, vaardigheden, ervaring en capaciteiten die mensen meebrengen in een organisatie of maatschappij.
7
Hydrogen Valley Onze regio is de eerste die het officiële Europese predicaat ‘Hydrogen Valley’ heeft gekregen omdat hier een ecosysteem is dat zich richt op de ontwikkeling en toepassing van waterstoftechnologieën.
levensprocessen. Hieronder vallen onder meer biologie en geneeskunde.
Kapitaalintensief Een bedrijf of sector die veel geld en middelen (kapitaal) nodig heeft om te produceren in verhouding tot de hoeveelheid arbeid die er wordt ingezet.
Innovatie-ecosysteem Het geheel van bedrijven, onderzoekinstellingen, overheden en andere partijen die samenwerken om innovaties te ontwikkelen en de verspreiding van nieuwe ideeën te bevorderen.
Industrieel proceswater Water dat wordt gebruikt in industriële processen, zoals in de productie van chemicaliën, energie of voedsel.
Kennis- en innovatie ecosysteem Het netwerk waarin kennis van kennisinstellingen en bedrijven samenkomen en uitgewisseld worden. Campussen dragen bij aan de ontwikkeling van deze ecosystemen.
Intergenerationele armoede Armoede die van generatie op generatie wordt doorgegeven, waarbij families in armoede blijven ondanks inspanningen om hun situatie te verbeteren.
Klimaatadaptatie Het aanpassen van de omgeving en menselijke activiteiten aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte, wateroverlast en overstromingen.
Maritiem Dit omvat alles wat met schepen, scheepvaart, havens en de bijbehorende (maak)industrie te maken heeft.
Kunstmatige intelligentie (AI) Technologie die machines in staat stelt om taken uit te voeren die normaal gesproken menselijke intelligentie vereisen, zoals leren, redeneren en beslissingen nemen. De Engelse term voor kunstmatige intelligentie is ‘Artificial Intelligence’, afgekort ‘AI’.
Metropool Een grote stad of stedelijk gebied dat een centrale rol speelt in de economie, cultuur en politiek van een regio. Milieuruimte De ruimte die volgens regelgeving beschikbaar is voor economische ontwikkeling en menselijke activiteiten, om de schade aan milieu te minimaliseren en onomkeerbare schade te voorkomen.
Life sciences Life sciences - ook wel ‘levenswetenschappen’ - omvat de wetenschappelijke disciplines die gaan over levende organismen en
8
Openbaar lichaam Een organisatie die door de overheid is opgericht met een gemeenschappelijke regeling en verantwoordelijk is voor bepaalde publieke taken.
of het revitaliseren van achtergestelde bedrijfsterreinen. Revolverend Een financieringssysteem waarbij het rendement op investeringen, de opbrengsten van verkoop van aandelen of de rente op leningen opnieuw wordt ingezet voor andere projecten.
Precisielandbouw Het gebruik van technologieën zoals GPS en sensoren om landbouwprocessen nauwkeuriger te maken, zodat processen efficiënter en duurzamer worden, bijvoorbeeld bij het toedienen van water of meststoffen.
Sectorstructuur De manier waarop een specifieke sector is georganiseerd, inclusief de verschillende bedrijven, instellingen en markten die samen de sector vormen.
Procestechnologie Technologieën die worden toegepast in industriële processen om de productie van goederen efficiënter te maken.
Semiconductor (halfgeleider) Een materiaal met specifieke eigenschappen tussen die van een geleider en een isolator. Dit betekent dat het elektriciteit wel kan geleiden, maar in mindere mate dan een geleider. Dit is essentieel voor bijvoorbeeld chips en computers.
Return on Investment (ROI) Return on Investment ontstaat in een situatie dat iets of iemand geld investeert in bijvoorbeeld een bedrijf. Als er sprake is van een positieve Return on Investment, dan houdt dat in dat diegene die een investering heeft gedaan, geld verdient aan die investering. De investeerder krijgt dan geld terug (‘return’) voor de gedane investering (‘investment’).
Signaalindicator Maatstaven of indicatoren die helpen bij het identificeren van trends of belangrijke ontwikkelingen in een economie, sector of organisatie.
Research en development (R&D) Onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe producten, diensten of technologieën, vaak uitgevoerd door bedrijven (private R&D) en/of kennisinstellingen (publieke R&D).
Single-stakeholder Een situatie waarin één partij (bijvoorbeeld een bedrijf of overheid) het grootste deel van de verantwoordelijkheid draagt en initiatief neemt voor een project of initiatief, in tegenstelling tot een gedeelde verantwoordelijkheid.
Revitalisering Het opknappen of vernieuwen van verouderde of verwaarloosde terreinen, bijvoorbeeld stedelijke herontwikkeling
9
Sleuteltechnologieën Technologieën die van cruciaal belang zijn voor de ontwikkeling van nieuwe producten of industrieën, bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie, nanotechnologie of biotechnologie.
Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) De wet waarin samenwerking tussen overheden in de vorm van een gemeenschappelijke regeling wordt geregeld.
Startkwalificatie Een havo, vwo, mbo-niveau 2 of een hoger diploma. Met een startkwalificatie heeft iemand meer kans op het krijgen van een baan. Start-ups / scale-ups Start-ups zijn jonge, innovatieve bedrijven die vaak snel groeien. Scaleups zijn een fase verder: bedrijven die al succesvol zijn en zich verder willen uitbreiden. Substitutie Het vervangen van een product, proces of geldstroom door een alternatief. In het geval van producten en processen vaak gericht op duurzame of efficiëntere alternatieven. Bij geldstromen gaat het vaak om bezuinigen op eigen inzet door deze te vervangen met externe middelen. Triple helix Een model voor samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijven en overheden om innovatie te bevorderen. Waterstofketen Het proces van het produceren, opslaan, transporteren en gebruiken van waterstof.
10
11
1 Voorwoord Het kabinet heeft in haar reactie ‘Nij Begun’ op het rapport van de parlementaireenquêtecommissie ‘Groningers boven gas’ erkend dat de Rijksoverheid een ereschuld heeft aan de inwoners van de provincie Groningen en de drie NoordDrentse gemeenten. Dit vanwege de jarenlange achterstelling en ernstige gevolgen van de gaswinning. Naast een aantal concrete maatregelen om de schadeafhandeling en versterking milder, makkelijker en menselijker te maken, is in de reactie de opdracht opgenomen om een Sociale en Economische Agenda op te stellen. Het doel van deze agenda’s is om de brede welvaart binnen een generatie (dertig jaar) te verhogen naar het landelijk gemiddelde. Voor de regio is vanuit de Economische Agenda vanaf 1 januari 2026, gedurende dertig jaar, een bedrag van 100 miljoen euro per jaar gereserveerd en 250 miljoen euro eenmalig. Deze opdracht vormt de basis van de inzet vanuit de Economische Agenda. Hier zijn de doelen, voorwaarden en de inzet op gericht. Voor de Economische Agenda heb ik in maart 2024 de opdracht als kwartiermaker namens Rijk en regio aanvaard. Omdat de regio niet uniform is, is de inzet van de Nij Begun-gelden dat ook niet. Er is speciale aandacht voor de opgaven in Noord-, Midden- en Oost-Groningen, waar de economische structuur een andere dynamiek kent en de achterstand ten opzichte van het landelijk gemiddelde groter is.
Er is daarin een groot verschil waarneembaar ten opzichte van het economisch krachtige centrum Metropool Groningen, bestaande uit de stad en dagelijkse bewegingen van en naar de stad. De opdracht om een Economische Agenda van dertig jaar op te stellen biedt weinig houvast. We hebben geen beeld welke sectoren in de onderhavige periode tot bloei gaan komen en welke bedrijven over dertig jaar geen relevantie meer zullen hebben. Evenmin weten we hoe ‘arbeid’ er dan uit zal zien. Als we eenzelfde periode terugkijken bestond Google niet, was er geen iPhone en reden we nog niet in elektrische auto’s. Een ruime meerderheid van de Nederlanders dacht eind jaren negentig nog dat ze geen mobiele telefoon zouden gaan gebruiken. We weten inmiddels beter. Technologische innovaties volgen elkaar in een hoog tempo op, met grote impact in de samenleving. Dit gaat zelfs exponentieel snel als we het in een wat langer historisch perspectief plaatsen. De onzekerheid hierover maakt dat de agenda zich in belangrijke mate richt op twee zaken: het versterken van het innovatievermogen en het ontwikkelen van ecosystemen om het adaptief vermogen in de regio te vergroten. Ook laten we vanuit het huidig perspectief
12
13
financieel ruimte om nieuwe inzichten en toekomstige projecten en programma’s te kunnen initiëren en ondersteunen. Binnen de agenda staan landelijke en zelfs wereldwijde uitdagingen centraal. Voorheen vanzelfsprekende voorwaarden voor bedrijvigheid zoals de beschikbaarheid van energie, ruimte (inclusief milieuruimte), voldoende zoet water, gekwalificeerde werknemers en toegang tot kapitaal staan onder zware druk. Tekorten bedreigen de economische doorontwikkeling van bedrijven, maar lijken onze regio ook relatieve voordelen te bieden. Er is hier bijvoorbeeld ruimte, de bevolkingsdichtheid is laag, we hebben een goede internationale geografische ligging aan het water en we hebben toonaangevende kennisinstellingen. Het karakter van de ereschuld vraagt om een zeer zorgvuldige besteding. Voorop staat dat het succes staat of valt bij de milde, makkelijke en menselijke afhandeling van schade en versterking. Als dat niet gebeurt, zal elk perspectief op een wankel fundament staan. Dat is het uitgangspunt. Het geld voor de Economische Agenda vormt vooral een plus op het reguliere economische proces en is niet bedoeld om bestaande private en publieke financieringsprocessen en/of bedrijfsrisico’s te vervangen. Dit zou het effect van de ereschuld schaden. Aan de besteding van Nij Begun-middelen mogen dan ook hogere eisen worden gesteld.
Naast de genoemde zorgvuldigheid vragen de huidige economische situatie en technologische ontwikkelingen ook om het nemen van gecalculeerde risico’s. Dat hoort bij investeren en ondernemen. Voor een deel zal er geïnvesteerd moeten worden zonder een duidelijk zicht op het einddoel. Een aantal investeringen zal absoluut een verschil maken, terwijl andere projecten mogelijk niet het beoogde resultaat opleveren. Anderzijds kunnen door een toevallige samenloop van omstandigheden ook economische kansen ontstaan bij investeringen. Het is van belang hier open over te zijn. De Economische Agenda voor Groningen en Noord-Drenthe staat voor samenwerking. Samenwerken doe je om resultaten te bereiken. Ofwel: individuen of groepen die hun vaardigheden, ideeën en inspanningen bundelen om een gezamenlijk doel te bereiken. Het is belangrijk om gezamenlijk de urgentie van onze maatschappelijke opgaven te delen. En ieders rol daarin te benoemen en waarderen. Als kwartiermaker geloof ik dat de versterking van de samenwerking tussen landelijke, regionale en Europese overheden, kennisinstellingen, bedrijven, maatschappelijke organisaties en onze inwoners de sterkste basis vormt voor onze gezamenlijke Economische Agenda. Zelfs meer nog dan het vooruitzicht van investeringsgelden ter compensatie van de ereschuld die Nederland aan
14
Groningen en Noord-Drenthe heeft. Deze samenwerking komt niet vanzelf en met enige historische kennis over onze regio is dat goed te verklaren. De beschikbare middelen zijn vooral aanjager van de gewenste en benodigde samenwerking. Deze agenda is met recht een gezamenlijk product. Met geweldige teamleden vanuit ministeries, regionale overheden en Nationaal Programma Groningen zijn we als ‘de kwartiermakerij Economische Agenda’ aan de slag gegaan. Om een brede coalitie te vormen voor de agenda en de bijbehorende uitvoeringsorganisatie zijn het afgelopen jaar meerdere congressen bezocht, werkbezoeken afgelegd en vooral zeer veel gesprekken gevoerd met ondernemers, bestuurders, belangenorganisaties, inwoners (waaronder veel jongeren en scholieren), kennisinstellingen en diverse andere experts uit de praktijk en de wetenschap. Zowel individueel als in groepen bijeen. Alle uitgevraagde onderzoeken en bestuurlijke tussenproducten zijn online gepubliceerd. Groningers en Noord-Drenten zijn daarover via inloopsessies en digitale participatie naar hun mening gevraagd. Opvallend veel mensen en partijen hebben daarin over het eigen belang heen durven kijken en groot durven denken. Alleen met die inzet is het gelukt om binnen negen maanden een inhoudelijk breed gedragen Economische Agenda met advies voor de uitvoering op te leveren.
Ik kijk terug op een zeer energiek en intens proces en spreek mijn oprechte dank uit aan allen die met inhoudelijke raad, daad en kritische zin ons team terzijde stonden. In het bijzonder dank ik mijn team, de bestuurlijke trekkers van de agenda, Koen Schuiling en Mirjam van ‘t Veld, alle stuurgroepleden alsmede Henk Nijboer en zijn team van de Sociale Agenda voor de prettige samenwerking. Er is alle reden om met veel vertrouwen vooruit te kijken. Samen klaar voor een Nij Begun!
Jakob Klompien, kwartiermaker Economische Agenda
15
2 Wat is de Economische Agenda? De Economische Agenda geeft richting aan hoe we de komende dertig jaar 100 miljoen euro per jaar willen investeren in Groningen en Noord-Drenthe. Om tot dit plan te komen, zijn verschillende onafhankelijke onderzoeken gedaan naar de economische structuur van de regio. Ook is een ambitieus toekomstbeeld opgesteld. Het resultaat is een richtinggevend investeringskader met vijf doelen die worden vertaald in: - Algemene voorwaarden die gelden voor investeringen vanuit de middelen van de Economische Agenda. - Een generieke inzet op onderwijs, kennis en arbeidsmarkt, ruimte voor bedrijvigheid, digitalisering en profilering. - Een thematische inzet op duurzame energie, gezondheid, landbouw, industrie en vrijetijdseconomie. De Economische Agenda zet in op gerichte samenwerking tussen alle betrokken partijen en wil bijdragen aan tastbare en meetbare maatschappelijke meerwaarde op bovengenoemde gebieden. De agenda fungeert als een ontwikkelmotor die voortdurend inspeelt op actuele ontwikkelingen. Deze stimulerende rol is ook zichtbaar in de uitvoering: flexibel, proactief en wendbaar, maar altijd met de lange termijn in het vizier. De Economische Agenda is bedoeld als een aanvulling op bestaande en reguliere activiteiten, fondsen en programma’s van overheden, bedrijven, kennisinstellingen en samenwerkingsorganisaties.
Door hen met elkaar te verbinden en samenwerking te stimuleren, kunnen we samen meer bereiken. Met jaarlijks 100 miljoen euro uit de Economische Agenda, op een regionaal investeringsvolume van 6,5 miljard euro per jaar, is deze samenwerking noodzakelijk om écht het verschil te maken. De agenda is geen lijst van te financieren projecten of programma’s. Toch zijn er voor drie belangrijke onderwerpen wel bedragen gereserveerd: campusontwikkeling, regiocentra en de vrijetijdseconomie. Het investeren in campussen is erg belangrijk. Het zijn dé plekken waar bedrijven, onderwijs en kennisinstellingen samenkomen en samenwerken aan innovatie. Het is belangrijk dat de regiocentra buiten de stad Groningen hun economische functie kunnen blijven vervullen. We kijken hierbij extra naar Noord-, Midden- en Oost- Groningen, omdat de economie daar minder sterk is dan in gebieden dichter bij de stad.
16
Vrijetijdseconomie biedt veel kansen. Door ons landschap, erfgoed en (cultureel) aanbod te verbeteren, kunnen we ook de economie versterken. Op dit gebied lopen we nog achter op andere regio’s. De Economische Agenda is er niet voor investeringen in grootschalige infrastructuur, openbaar vervoer en woningbouw. Niet omdat ze niet belangrijk zijn. Integendeel: uit onderzoek blijkt dat goede bereikbaarheid en voldoende woningen cruciaal zijn voor een sterke economie. Maar zulke investeringen vragen té veel geld om vanuit het beschikbare budget het verschil te kunnen maken. De verantwoordelijkheid hiervoor laten we waar die hoort: bij de landelijke en regionale overheden. Welke rol de Economische Agenda wél kan spelen voor deze thema’s wordt uitgewerkt in de uitvoering. In 2025 werken we de Economische Agenda uit. Dit gebeurt in een uitvoeringsplan waarvoor vanaf 2026, gedurende dertig jaar, 100 miljoen euro per jaar gereserveerd is. Samenhang Sociale Agenda en Economische Agenda Het vergroten van de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe is het centrale doel van de Sociale en Economische Agenda. Dat betekent: ervoor zorgen dat mensen hier prettig kunnen wonen en werken, een goed inkomen kunnen verdienen en zich verbonden voelen met hun omgeving. Hoewel beide agenda’s bijdragen aan hetzelfde doel, verschillen ze duidelijk van elkaar.
De Sociale Agenda richt zich op de financiering van een aantal specifieke inhoudelijke programma’s. De Economische Agenda biedt vooral een kader voor investeringen, waarmee de ontwikkeling van projecten en programma’s wordt gestimuleerd. De Economische Agenda richt zich op investeringen die de economische structuur van de regio versterken. Daarbij gaat het om het vergroten van het regionaal verdienvermogen, het stimuleren van ondernemerschap en het ontwikkelen en benutten van talenten in de regio. Ook speelt het verzilveren van kennis een belangrijke rol. Dit betekent dat de kennis die aanwezig is wordt toegepast in de praktijk. De Sociale Agenda investeert structureel in gemeenschapszin en trots en zorgt dat problemen vaker worden voorkomen. De Sociale Agenda pakt een aantal fundamentele maatschappelijke problemen aan, zoals schulden, onderwijsachterstanden, (mentale) gezondheidsproblemen, intergenerationele armoede en laaggeletterdheid.
17
3 Analyse van de regionale economische structuur Om een ambitieuze Economische Agenda op te stellen, is het belangrijk om te weten waar we vandaan komen en waar we nu staan. Daarom is een analyse gemaakt van de economische structuur in Groningen en Noord-Drenthe. Deze is gebaseerd op bestaand onderzoek en op nieuwe onderzoeken die speciaal voor deze agenda zijn uitgevoerd. Voor de analyse is gekeken naar meerdere onderdelen: de brede welvaart, de sociaaleconomische structuur, de regionale sectorstructuur, de arbeidsmarkt en het innovatievermogen in Groningen en Noord-Drenthe. Brede welvaart Brede welvaart gaat niet alleen over inkomen, winst en omzet, maar ook over andere aspecten die mensen belangrijk vinden in het leven. Brede welvaart is op verschillende manieren te meten. Uit onderzoeken van Bureau Louter, Atlas Research, RaboResearch en Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) komt steeds hetzelfde beeld naar voren: in grote delen van de provincie Groningen en NoordDrenthe staat de brede welvaart onder druk. Tegelijkertijd zijn er binnen de regio duidelijke verschillen. Dat is goed te zien op de kaarten hieronder. LAGE SCORES OP INDICATOREN
HOGE SCORES OP INDICATOREN
BREDE WELVAART PER GEMEENTE
BREDE WELVAART PER GEMEENTE
De kaarten op de vorige pagina maken duidelijk dat Groningen ten opzichte van andere regio’s laag scoort op brede welvaart. De rode kaart laat zien dat de regio laag scoort op een groot aantal van de brede-welvaartindicatoren van het CBS, de groene kaart laat zien dat de regio tegelijk op slechts weinig van deze indicatoren hoog scoort. Gelijktijdig behoort de brede welvaart in grote delen van Noord-Drenthe tot het hoogste niveau van Nederland. Vooral in Noord-, Oost- en Midden-Groningen bestaat een combinatie van sociale en economische uitdagingen. De CBS-score, die een combinatie weergeeft van welvaart, opleidingsniveau en arbeidsdeelname, laat grote regionale verschillen zien. Ook het aantal uitkeringen per gemeente bevestigt dit beeld. Dit is goed te zien in de kaarten hieronder.
WELVAART, OPLEIDINGSNIVEAU EN
UITKERINGEN DIE GEMEENTEN IN 2023 ONTVINGEN
ARBEIDSMARKTDEELNAME (SES-WOA)
TER ONDERSTEUNING VAN DE BEVOLKING
Bron: CBS (2019)
Bron: Coelo (2023)
De verschillende onderdelen van brede welvaart hangen sterk met elkaar samen. Gezondheid, werk, inkomen, tevredenheid met het leven en het voorzieningenniveau beïnvloeden elkaar. De kaarten op de volgende pagina laten dat goed zien: gebieden met lage inkomens hebben vaak een duidelijk lagere levensverwachting. Bron: CBS (2024)
Bron: CBS (2024)
18
19
LEVENSVERWACHTING BEVOLKING
MEDIAAN BESTEEDBAAR INKOMEN
PER GEMEENTE, 2020
PER GEMEENTE, 2020
Bron: CBS (2022)
Bron: CBS (2020)
SPONTANE ASSOCIATIES BIJ GRONINGEN
78,4 80,7 81,7 82,7 83,9 85,7
Bron: Imagomonitor (2023)
Het beeld van brede welvaart in de regio heeft ook zijn weerslag in regionale imagoscores1. Wat hierbij opvalt is het negatieve zelfbeeld. Cijfers en associaties van inwoners buiten de regio zijn positiever dan wat inwoners van de regio verwachten.
HET BEELD VAN GRONINGEN
Regio van twee snelheden De regio kenmerkt zich volgens Atlas Research (2024) door twee economische snelheden. De stad Groningen groeit bovengemiddeld en trekt dagelijks veel forenzen uit omliggende dorpen en steden. Deze kernen zijn economisch sterk op de stad Groningen georiënteerd en kenmerken zich door sectoren met veel kenniswerk en groeipotentie. Daarentegen heeft het gebied eromheen, vooral Noord-, Midden- en OostGroningen, te maken met een krimpende beroepsbevolking met grote sociale uitdagingen. Dit deel van de regio profiteert nog onvoldoende mee op de economische kracht van de stad Groningen. Vergrijzing, ontgroening en bevolkingskrimp zijn uitdagingen voor vrijwel de hele regio. Het voorzieningenniveau in de regio staat hierdoor onder druk, laat Bureau Louter zien. Het Planbureau voor de Leefomgeving (2024) beschrijft dat verschillende onderzoeken aantonen dat zwakkere regio’s weinig profiteren van investeringen in de economisch sterke regio’s. En dat investeringen in zwakke regio’s juist gedeeltelijk terechtkomen in de sterkste regio’s. De grote uitdaging is om de economische kracht te laten werken voor de hele regio.
(van 0-10, dus geen rapportcijfers) Bron: Imagomonitor (2023)
1
Zie de onderzoeken van RaboResearch (2024), Atlas Research (2024) en Bureau Louter (2024).
20
21
BEVOLKINGSGROEI TUSSEN 2021 EN 2035 (PROGNOSE)
de hoge energieprijs een belangrijke remmende factor voor de productie. Dat is terug te zien in de cijfers. Tegelijkertijd laten analyses zien dat de sectorstructuur van de regio een goede uitgangspositie heeft voor de ontwikkeling van bepaalde sleutelsectoren zoals biomoleculaire celtechnologie, procestechnologie en energiematerialen. Deze technologieën brengen een hoog verdienvermogen met zich mee en bieden kansen voor toekomstige economische ontwikkelingen. Het geschetste beeld wordt ondersteund door een analyse van RaboResearch naar de productiviteit per regio. De onderzoekers concluderen dat ‘de groei van de productiviteit, en daarmee van het verdienvermogen van de Nederlandse economie, onder druk staat. Beleid dat gericht is op het verbeteren van de productiviteit is daarom belangrijk’.
WERKNEMERSBANEN PER SECTOR: OMVANG, AANDEEL EN ONTWIKKELING
Bron: CBS (2021)
Regionale sectorstructuur De regionale economische structuur kenmerkt zich door een specialisatie in verschillende overheidsdiensten zoals publieke zorg, onderwijs en welzijnszorg. Zakelijke dienstverlening speelt voor de regio een steeds belangrijkere rol, met een bovengemiddelde groep gericht op onderzoek en ontwikkeling (R&D) en ICT. Deze kennisintensieve, dienstverlenende sectoren stuwen de economie in dit deel van de regio. Consumentendiensten, detailhandel via internet en vrijetijdseconomie hebben een grote bijdrage geleverd aan de groei van de werkgelegenheid. Deze groei vond vooral in en rond de stad Groningen plaats. In de delen van de regio die verder van de stad Groningen liggen, kenmerkt de economische structuur zich door specialisaties in landbouw, nijverheid en industrie.
Groningen en Noord-Drenthe, verwachte omvang (2025) en groeiprognose 2024-2025 Bron: UWV/Arbeidsmarktregio Groningen (2024)
Het verdienvermogen van de regio is lager dan in de rest van Nederland. De eerdergenoemde sectorstructuur van de regio, met sectoren die zich kenmerken door een hoge arbeidsintensiteit en lage productiviteit, speelt hierbij een grote rol. Daarbij komt dat ook voor de doorgaans productievere sectoren, zoals de industrie, in de regio geldt dat het verdienvermogen lager is dan in de rest van Nederland. Volgens de arbeidsmarktregio is voor energie-intensieve bedrijven
Samenwerking binnen en ook tussen sectoren is een belangrijke sleutel tot regionaal economisch succes. SER Noord-Nederland (2023) concludeert in een advies dat het organiserend vermogen van de regio te beperkt is en dat het mkb maar moeilijk kan aanhaken: ‘De ondersteuning die er is, spitst zich toe op de ‘usual suspects’ (vooral kennisinstellingen en grotere innovatieve bedrijven)’.
22
23
Ondernemerschap en export De ontwikkeling van de regio op het gebied van ondernemerschap laat een gevarieerd beeld zien. Snelgroeiende bedrijven kent de regio zeker, maar het aantal nieuwe ondernemingen en het aandeel ondernemers is de afgelopen jaren minder snel toegenomen dan in de rest van Nederland of neemt af. Ook de teruglopende export is een aandachtspunt.
AANDEEL ONDERNEMERS IN DE BEROEPSBEVOLKING
Verschillende onderzoekers benadrukken de urgentie van innovatie voor de regio. Dit geldt voor sectoren die over hun top heen lijken, zoals de industrie, landbouw en chemie, maar ook voor grote delen van het mkb. Omdat de regio voor grote uitdagingen staat op het gebied van verduurzaming, arbeidsmarktkrapte en digitalisering is innovatie cruciaal om het verdienvermogen te vergroten. Toepassing van kennis over bepaalde sleuteltechnologieën waarin zowel regionale bedrijven als kennisinstellingen een sterke positie hebben, is een grote kans voor de economische ontwikkeling van de regio. Regionale kansen pakken draagt bovendien bij aan het realiseren van de nationale ambitie om in 2030 3% van het bruto binnenlands product (BBP) aan R&D te besteden.
Noord-Drenthe R&D-UITGAVEN PER BAAN IN DE PUBLIEKE (BOVEN) EN PRIVATE SECTOR (ONDER) IN 2022
Westerkwartier Het Hogeland overig Nederland
Oost-Groningen Midden-Groningen Eemsdelta
Ze e
la
nd
nd sla
e
oo
25
e re nt h D
sla
nd
nd la Ze e
Fr ie
d an ol ev
Fl
G
ro n
in
ge
el ss r ij ve
O
n
N nd
G
el
de
rla
ch t tre U
Bron: Atlas Research (2024), o.b.v. CBS maatwerktabel
24
Fr ie
d
Fl
D
re nt h
an ev
ol
ab Br
rd -
O
oo N nd
dZu i
H rd -
N
oo
H
ol
ol
la
la
nd
rg bu m Li
an t ab Br rd oo N
an t
el r ij ve
m Li
rd -
ss
rg
la ol H
de el G
bu
nd
nd rla
nd la H
dZu i
G
Innovatie en R&D De regio kenmerkt zich door een enorme hoeveelheid kennis en research & development (R&D). De publieke R&D-uitgaven, waaronder onderzoek aan universiteiten en hogescholen valt, behoren relatief tot de hoogste van alle Nederlandse regio’s. De private R&D blijft achter en behoort tot de laagste van alle regio’s. Verschillende studies bevestigen dit beeld en wijzen erop dat de spin-off vanuit de kennisinstellingen richting regionaal bedrijfsleven niet optimaal is. Dit duidt erop dat de Nederlandse valorisatie-uitdaging nog groter is in deze regio. Toch zijn er ook grote kansen. De complexiteit van aangevraagde patenten is relatief hoog en de regionale investeringen in software en databases, die een indicatie van vernieuwing geven, zijn hoog, zeker voor een regio buiten de Randstad. Een recente analyse laat zien dat de regio goede papieren heeft op een aantal van de prioriteiten van de Nationale Technologiestrategie (NTS).
ol
tre U
ro n
in
ge
n
Bron: Atlas Research (2024), o.b.v. CBS
ch t
Groningen Stad
Arbeidsmarkt De aanwezigheid van een ruim aanbod (goed opgeleide) potentiële werknemers wordt beschouwd als een cruciale factor voor economische groei van regio’s. Tegenwoordig wordt de groei of krimp van de beroepsbevolking niet meer alleen gezien als een gevolg van de beschikbaarheid van werk, maar juist ook als een factor die zelf bijdraagt aan werkgelegenheid. Het aandeel hoogopgeleiden onder de beroepsbevolking is het grootst in de stad Groningen, gevolgd door NoordDrenthe en Westerkwartier. In deze drie regio’s was de toename van het aandeel hoogopgeleiden de afgelopen tien jaar bovendien sterker dan in de rest van Groningen en Noord-Drenthe.
van de jongeren terug. De aanwezigheid van de stad Groningen is hierbij een kans. Zonder de stad zouden de cijfers een ongunstiger beeld laten zien. Hierin is de regio vergelijkbaar met veel andere provincies zoals Utrecht, Friesland en Overijssel. Wanneer talent na de studie in de regio blijft wonen, neemt de kans toe dat zij in de regio blijven. Stages bij bedrijven in de regio kunnen hier volgens verschillende studies een rol bij spelen. Ook een aantrekkelijke omgeving om te wonen speelt een rol.
OPENSTAANDE VACATURES NAAR BEROEPSRICHTING EN -NIVEAU
PERCENTAGE VAN DE AFGESTUDEERDEN IN GEMEENTE X UIT DE COHORTEN 1984-1992 DAT OP HUN 28E IN DEZELFDE GEMEENTE WOONT ALS TOEN ZIJ 16 WAREN
MBO
HBO
WO
Groningen en Noord-Drenthe, 2e kwartaal 2024
Bron: UWV/Arbeidsmarktregio Groningen (2024)
Bron: Talent in de regio (2024)
Het behouden van talent is een belangrijke uitdaging voor de regio. Uit de cijfers blijkt dat van de jongeren met een mbo-diploma, vaak meer dan de helft blijft wonen in de gemeente waar zij opgroeiden. Groningse hbo-afgestudeerden trekken echter bovengemiddeld vaak weg uit de gemeente waar zij opgroeiden. Hiermee verliest de regio dus meer menselijk kapitaal dan andere gemeentes in Nederland. Na het behalen van een universitair diploma komt minder dan 20%
26
Analyses van de arbeidsmarktregio (2024) laten zien dat het aantal werkenden de afgelopen tien jaar is toegenomen. In tien jaar tijd is de arbeidsparticipatie in de regio van 65,5% naar een recordhoogte van 70,9% gestegen. Het aandeel werkenden behoort tot de hoogste in Europa. De stijgende participatie op de arbeidsmarkt is echter onvoldoende om de vraag naar personeel bij te houden. Arbeidsmarktcijfers laten zien dat in de zorg, onderwijs, ICT en techniek, de krapte op de arbeidsmarkt een groeiend probleem is, dat naar verwachting de komende jaren aanhoudt en nadrukkelijke aandacht vraagt. De zorgsector heeft zelfs te maken met een dubbel effect van de vergrijzing: een ouder wordende bevolking doet een groter beroep op de zorg, terwijl ook het personeel in de zorgsector zelf ouder wordt.
27
4 Toekomstbeeld Groningen en Noord-Drenthe in 2056
BANEN NAAR BEROEPSNIVEAU PER REGIO (2022)
ti e
r
nd
ar
rla
te r W es
el tG os O
kw
de
re -D rd oo
M
id
N
de
H
n-
et
G
H
ro
og
ni
el
ng
nt
he
en
d an
ta el sd m Ee
G
ro
ni
ng
en
St
ad
In de Economische Agenda staat de lange termijn centraal. We streven naar een krachtige economie die bijdraagt aan brede welvaart in Groningen en NoordDrenthe. Stel je voor: het is 2056 en onze regionale ambities zijn werkelijkheid geworden. In dit hoofdstuk lees je hoe de regio er dan uitziet.
Bron: Atlas Research (2024), CBS
Unieke positie van de regio De brede welvaart van de regio staat onder druk en de regionale economie voor grote uitdagingen. Toch laten de verschillende onderzoeken ook duidelijk zien dat er grote kansen bestaan en dat de regio unieke kenmerken heeft waarin deze zich onderscheidt van andere regio’s met vergelijkbare uitdagingen. Sectoren zoals de industrie, de chemie en ook het mkb staan in andere regio’s in Nederland voor hetzelfde type uitdagingen. Onze regio onderscheidt zich echter in de kansen die er zijn. Dat komt door de combinatie van de ruimtelijke kwaliteit, mooie landschappen, natuur en de ruimte om te ondernemen. In combinatie met de omvang en het hoge voorzieningenniveau van de stad Groningen geeft dit de regio een unieke positie. Een ander belangrijk kenmerk waarin de regio zich onderscheidt is het sterke kenniscluster. De regio beschikt over kennis op het gebied van biomoleculaire celtechnologie, procestechnologie en energiematerialen. Dit zijn sleuteltechnologieën die van groot belang zijn voor toekomstige economische groei op regionale, nationale én Europese schaal. Het Universitair Medisch Centrum Groningen en het bruisende ondernemerschap in de digitale en gezondheidssector rond de stad versterken dit kennisprofiel nog verder. De kracht van de regio zit in de mix van stedelijk en landelijk.
Noord-Drenthe, met zijn natuur- en recreatievoorzieningen, ligt nog binnen het dagelijks leef- en werkgebied (daily urban system) van de stad. Dit maakt de regio aantrekkelijk en anders dan veel andere regio’s.
Een regio die uitblinkt in brede welvaart In 2056 ervaren Groningers en Noord-Drenten een brede welvaart die tot de beste van Nederland behoort. Ze ademen schone lucht, wandelen over gezonde bodems en hebben toegang tot voldoende schoon zoet water. De natuur is overal aanwezig: prachtige landschappen die uitnodigen tot verkenning en bosrijke plekken waar je rust vindt. De omgeving beweegt mee met het veranderende klimaat. Dankzij de combinatie van natuur en leefkwaliteit is de regio uitgegroeid tot één van de meest gewaardeerde woonplekken van Nederland. In de dorpen bruist het leven en regiocentra bieden alle voorzieningen die inwoners wensen. De vernieuwde historische regiocentra, ooit een ambitieus masterplan, zijn uitgegroeid tot levendige plekken. Hier komen wonen, werken en recreëren op een natuurlijke manier samen. Een plek om te koesteren en te delen Inwoners koesteren wat deze regio te bieden heeft. Ze waarderen de unieke combinatie van natuur en welzijn én delen het graag met anderen. Steeds meer bezoekers ontdekken dit gebied waar rust en reuring perfect samengaan. Ze worden aangetrokken door de lokale verhalen en de natuur die je hier op een bijzondere manier ervaart. De sfeervolle verblijfsaccommodaties vormen daarbij de kers op de taart. De vrijetijdseconomie is uitgegroeid tot een regionaal paradepaardje.
Jaarlijks komen er ruim 1,5 miljoen bezoekers meer dan dertig jaar geleden. Die groei zorgt voor inkomsten die dorpen en platteland vitaal houden. Rondom deze gastvrijheidseconomie bloeit ondernemerschap. De stad Groningen is het kloppende hart van dit alles en verbindt het Noorden met de rest van de wereld.
Als het lukt om de kennis en innovatiekracht uit de stad Groningen beter te verbinden met het mkb en de andere belangrijke sectoren in de regio, kan dat de economische structuur verder versterken.
28
29
Gezondheid als fundament In de zorg voelen inwoners dagelijks het verschil. Dankzij innovaties en slimme toepassingen van data leven mensen langer en gezonder. Gezondheid komt niet alleen uit de zorgsector. Ook een hoger inkomen en meer welvaart dragen bij aan vitaler leven. De gezondheidskloof in Noord-, Midden- en Oost-Groningen is verleden tijd. Dat is te danken aan een slimme aanpak die preventie, leefstijl, omgeving en economische kansen met elkaar verbindt. Deze regio, ooit gekenmerkt door zorgelijke gezondheidsstatistieken, toont nu hoe mensen samen hun gezondheid en welzijn echt kunnen verbeteren. Duurzame landbouw De landbouw in deze regio zorgt voor voedselzekerheid in binnen- en buitenland. En het levert gezond eten dat mensen voedt en de aarde verrijkt. Waar vroeger nog werd gezocht naar manieren om te verduurzamen, is de regio nu een internationaal voorbeeld. Met innovatieve methoden wordt de bodemkwaliteit hersteld en verbeterd. Deze aanpak levert niet alleen hogere opbrengsten op voor boeren, maar ook meer variatie en leven in de natuur. Lokale producten liggen steeds vaker op het bord: vers, smaakvol en duurzaam. Een economie die werkt voor iedereen De economie bruist op manieren die dertig jaar geleden nog nauwelijks denkbaar waren. Het midden- en kleinbedrijf vormt nog altijd de motor, krachtiger dan ooit.
Er heerst een ondernemersgeest waarin zowel start-ups als gevestigde bedrijven groeien, met een exportniveau dat vroeger onhaalbaar leek. Ondernemers vinden nieuwe kansen, bijvoorbeeld door meer te doen in de productieketen – van basisproducten tot eindproduct. Zo ontstaan nieuwe banen en nieuwe bedrijven. En de welvaart blijft in het Noorden zelf. Innovatie en duurzaamheid zijn vanzelfsprekend voor bedrijven in de regio. Het kantelpunt kwam toen de eerste industrieclusters bewezen dat schone productie winstgevender is dan de oude fossiele manier. Dankzij de goede samenwerking tussen kennisinstellingen en ondernemers blijft er volop vernieuwing. Dat heeft geleid tot sterke internationaal toonaangevende kennis-ecosystemen in energie, digitalisering, kunstmatige intelligentie, gezondheid en medische technologie, biobased materialen en gezonde voeding. En het mooie is: de opbrengsten blijven in de regio.
30
Talent dat blijft en terugkeert De bloeiende innovatiecultuur trekt steeds meer nieuwe bedrijven aan. Zij willen hun onderzoek en ontwikkeling graag dichtbij de Noordelijke kennisinstituten doen. De combinatie van wereldklasse talent, duurzame energie en hoge leefkwaliteit maakt de regio tot een aantrekkelijk alternatief voor innovatiehubs wereldwijd. Start-ups groeien hier vaker en sneller door naar scale-ups. De scheepsbouw beleeft gouden tijden, dankzij samenwerking rond standaardisering, digitalisering, kunstmatige intelligentie en verduurzaming. Ook op het gebied van duurzame energie loopt de regio voorop. Een derde van alle windenergie van de Noordzee komt aan in de Eemshaven, waar die energie lokaal wordt benut en waarde toevoegt aan economie en samenleving. Dankzij een brede mix van duurzame energie zijn Groningen en Noord-Drenthe een aantrekkelijke plek voor bedrijven die op zoek zijn naar betrouwbare duurzame vestigingsplekken. Op het gebied van data- en AI-gedreven gezondheidszorg en medische technologie loopt de regio voorop. En Europa kijkt naar ons als voorbeeld voor leiderschap en inspiratie. In 2056 is volledige werkgelegenheid vanzelfsprekend. Het gebied trekt bekwame professionals uit heel Nederland aan. Zij komen niet alleen voor een baan, maar ook voor een fijne leefomgeving. Vooral in de zorg en techniek vinden veel mensen hier hun plek.
Wat de regio bijzonder maakt, is de grote groep technisch en digitaal geschoolde mensen. Dat is te danken aan jarenlange investeringen in techniekonderwijs, al vanaf jonge leeftijd. Onze campussen behoren tot de meest dynamische en inspirerende van Nederland. Door het landelijk tekort aan praktisch en technisch opgeleide mensen zijn de salarissen hier gestegen. Dat trekt talent aan en zorgt dat het blijft. De regio waardeert dit talent en blijft investeren in ontwikkeling. Wat deze regio extra aantrekkelijk maakt is de mix van culturele voorzieningen, natuur en sportfaciliteiten. En dat alles in een omgeving waar wonen betaalbaar is. Dat maakt dat mensen hier niet alleen willen werken, maar ook graag willen leven.
31
5 Doelen De vijf doelen van de Economische Agenda zijn tot stand gekomen op basis van meerdere onafhankelijke onderzoeken, gesprekken met experts, bevlogen besprekingen in volksvertegenwoordigingen en het toekomstbeeld. Daarna zijn deze doelen besproken met allerlei betrokkenen en er zijn online en schriftelijke reacties op gekomen2. De Economische Agenda heeft vijf doelen: 1. Het stimuleren van een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. 2. Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap. 3. Meer talent ontwikkelen, dit talent beter benutten en aan de regio binden. 4. Meer kennis uit de regio verzilveren. 5. Versterken van ons regionale zelfbewustzijn en imago.
2 In de Reactienota Conceptdoelen op nijbegun.nl/documenten staan de reacties en wat ermee gedaan is.
Een nieuw regionaal zelfbewustzijn Misschien wel het grootste verschil met dertig jaar geleden: Groningers en Noord-Drenten lopen rechtop, vol zelfvertrouwen. Het eens zo karakteristieke Noordelijke understatement heeft plaatsgemaakt voor een zelfverzekerde trots op wat hier samen is opgebouwd. Inwoners koesteren hun regio. En ze voelen de waardering van anderen als een bevestiging van wat ze allang wisten: dit is een prachtige plek om te leven, werken en bezoeken.
32
33
Doel 1 Het stimuleren van een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een dynamische en internationaal georiënteerde economie in een regio waar wij onze omgeving koesteren, met alle landschappelijke en historische waarden en verhalen die daarbij horen. Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is één van de subdoelen van deze agenda. Dat doen we op drie manieren: 1. Behouden en versterken van wat er al is. Klimaatadaptatie biedt kansen om hieraan bij te dragen. 2. Toevoegen van ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe economische initiatieven, bijvoorbeeld door een afgewogen ruimtelijk ontwerp of het toevoegen van recreatieve waarden en voorzieningen. 3. Beperken van negatieve impact, door nieuwe economische initiatieven zorgvuldig in te passen in het landschap. Een verhoging van de brede welvaart vraagt om sturing op bodem-, luchten waterkwaliteit. Economische activiteiten mogen daar geen schade aan toebrengen. Circulariteit speelt hierin een grote rol. Dat betekent: minder grondstoffen gebruiken (in de productiefase), producten langer gebruiken, grondstoffen slim en hoogwaardig hergebruiken, en niet-duurzame materialen vervangen door circulaire alternatieven. Het is ook belangrijk dat er meer circulaire bedrijven ontstaan in de regio en dat voedselketens korter en lokaler worden.
Het economisch beleid moet op lange termijn maatschappelijke meerwaarde hebben. Alleen op die manier kan de agenda ook bijdragen aan een antwoord op de grote uitdagingen waar de regio, en het hele land, de komende decennia voor staan. Subdoelen en resultaten 1. Hoge(re) ruimtelijke kwaliteit.* 2. Gezonde(re) leefomgeving: luchtkwaliteit, waterkwaliteit, bodemkwaliteit. 3. Het bevorderen van de circulariteit van economische processen. *D raagt ook bij aan doel 3 doordat het de aantrekkelijkheid van het leefklimaat voor jong talent vergroot.
34
Waarom is dit belangrijk? Het verhogen van de brede welvaart is het overkoepelende doel van de Economische en Sociale Agenda. Dat kan alleen worden behaald als de activiteiten in de Economische Agenda bijdragen aan een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het economisch beleid moet op lange termijn maatschappelijke meerwaarde hebben. Alleen op die manier kan de agenda ook bijdragen aan een antwoord op de grote uitdagingen waar de regio - en het hele land - de komende decennia voor staat: klimaatadaptatie, voedselzekerheid, energievoorziening, wonen, gezondheid en leefbaarheid.
Doel 2 Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap Het verdienvermogen van de regio staat onder druk. Investeringen blijven achter en steeds meer bedrijven kiezen voor andere regio’s. Kapitaalintensieve sectoren met veel potentie zijn hier vaak alleen aanwezig met dochterondernemingen, die weinig binding hebben met regionale ketens. Daardoor gaat een groot deel van de opbrengsten ergens anders naartoe. Daarnaast daalt het aantal nieuwe bedrijven in Groningen en Noord-Drenthe. Die trend moet worden gekeerd. De regio heeft meer ondernemerschap nodig, sterke regionale ketens, een internationalere oriëntatie en toekomstbestendige plekken om te ondernemen. Subdoelen en resultaten 1. Toename aantal startende (mkb-)bedrijven. 2. Meer groeiende (mkb-)bedrijven. 3. Verbeterde beschikbaarheid van (durf-)kapitaal voor het mkb. 4. Toenemende export (meer exporterende bedrijven en een hoger exportaandeel in de omzet) door (mkb-)bedrijven uit de regio. 5. Toename ondernemerschap in alle levensfases en op alle opleidingsniveaus. 6. Aantrekken van meer (private) investeringen van buiten de regio. 7. Groeiende aantrekkelijkheid als vestigingsregio, zowel materieel (kwaliteit/ voorzieningenniveau) als immaterieel (zoals op het gebied van (verminderde) regeldruk, financiële mogelijkheden en vergunningen).
35
Waarom is dit belangrijk? Ondernemers en bedrijven spelen een cruciale rol in de economie. Ze zorgen voor de banen van de toekomst, brengen innovatie op gang en dragen bij aan het verdienvermogen. Tegelijkertijd staan steeds meer bedrijven in de regio voor grote uitdagingen. De arbeidsproductiviteit moet omhoog, terwijl de arbeidsmarkt steeds krapper wordt. Investeringen blijven achter en sommige bedrijven wijken voor hun investeringen soms uit naar andere regio’s. Ook het aantal nieuwe ondernemingen neemt af. Daar komt bij dat de ruimte in Nederland, ook in onze regio, steeds schaarser wordt. Fysieke ruimte is een waardevol bezit dat slim moet worden benut.
Doel 3 Meer talent ontwikkelen, dit talent beter benutten en aan de regio binden De beroepsbevolking in onze regio gaat de komende jaren met meer dan 35.000 personen krimpen. Dit is een enorme uitdaging voor bedrijven. Veel mensen trekken van ommeland naar de stad Groningen, en van de stad naar het westen van het land. Maar de beweging de andere kant op blijft uit. Om talent hier te houden en aan te trekken, is het belangrijk dat de regio aantrekkelijk genoeg blijft om in te wonen en werken. Dat betekent dat er genoeg verschillende banen moeten zijn, mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding, beschikbaarheid van woningen, een goed cultureel aanbod en een fijne groene omgeving. Subdoelen en resultaten 1. Talent ontwikkelen en doorontwikkelen. 2. Talentbehoud: meer talent blijft in de regio wonen. 3. Meer talent van buiten vestigt zich in de regio. 4. Betere benutting van talent binnen de regio (in kwantiteit en kwaliteit). 5. Stijging gemiddeld inkomensniveau en in het bijzonder stijging van lagere inkomens.
Vergeleken met andere regio’s hebben wij iets bijzonders: een stad met een rijk cultureel aanbod, goede onderwijs- en kennisvoorzieningen, een breed winkelaanbod en veel R&D-kracht en -ondernemerschap. Daarnaast biedt onze regio volop rust, ruimte en mogelijkheden om prettig te wonen en ondernemen. Deze unieke combinatie biedt veel kansen die we nog beter kunnen benutten. Het maakt de regio aantrekkelijk voor zowel praktisch als theoretisch opgeleid talent. Ook voor mensen van buiten de regio, uit andere delen van Nederland en uit het buitenland. We hebben iedereen nodig. Daarom is het belangrijk dat we samen bouwen aan een wendbare en weerbare beroepsbevolking.
Doel 4 Meer kennis uit de regio verzilveren De aanwezigheid van onderscheidende kennisinstellingen in de regio biedt grote kansen. We kunnen er economisch meer voordeel uit halen, bestaande verdienmodellen versterken en nieuwe modellen ontwikkelen. Op dit moment wordt de aanwezige kennis nog te weinig omgezet in nieuwe bedrijvigheid. Ook bereikt die kennis het regionale bedrijfsleven onvoldoende om toe te kunnen passen. De uitdaging is om de kennisinstellingen beter te benutten. Zo kunnen we kennisintensieve bedrijvigheid stimuleren en bijdragen aan de landelijke ambitie om in 2030 3% van het BBP aan onderzoek en ontwikkeling (R&D) te besteden. Bedrijven kunnen daarnaast meer profiteren van elkaars nabijheid, bijvoorbeeld door kennis te delen, gezamenlijk gebruik te maken van toeleveranciers en elkaars werknemers. En door samen te werken aan innovatie. Om dit goed te laten werken zijn investeringen nodig in een betere samenwerking en afstemming tussen kennisinstellingen en bedrijven.
Waarom is dit belangrijk? Inkomens van inwoners in delen van de regio blijven achter. Daarnaast wordt veel talent niet benut. Uit de onderzoeken en analyses van de arbeidsmarktregio komt naar voren dat talentbehoud de belangrijkste uitdaging is.
We willen sterke ecosystemen opzetten en verder ontwikkelen waaruit economische groei, innovatie en meer regionaal verdienvermogen ontstaan. Campussen kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Door bedrijven en kennisinstellingen beter met elkaar te laten samenwerken, kan onze regio werken aan internationale ambities waar we trots op mogen zijn. In zo’n regio maken we optimaal gebruik van alle kennis die we in huis hebben. We zijn innovatiever en productiever. Kennisinstellingen treden meer naar buiten en bedrijven nemen meer initiatief om beschikbare kennis in de regio toe te passen.
36
37
Subdoelen en resultaten 1. Meer kennis naar de markt en maatschappij brengen: valorisatie. 2. Meer innoverende bedrijven en meer innovatie binnen bedrijven. 3. Versterken van het kennis- en innovatie-ecosysteem (van praktijkonderwijs tot en met wetenschappelijk onderwijs, inclusief campusontwikkeling). 4. Meer private investeringen in R&D. 5. Toename arbeidsproductiviteit als gevolg van procesinnovatie, productinnovatie en organisatorische innovatie. Waarom is dit belangrijk? Ook in Groningen liggen er volop kansen in opkomende economische sectoren. Dankzij technologische ontwikkelingen ontstaan er nieuwe bedrijven en krijgen bestaande bedrijven de kans om zich opnieuw te ontwikkelen. Denk aan digitalisering, kunstmatige intelligentie (AI), vergroening van de chemie, medische technologie en nieuwe verdienmodellen in de landbouw en de circulaire economie.
38
Tegelijkertijd bevindt een groot deel van onze werkgelegenheid zich in laagproductieve sectoren. Inkomens in grote delen van onze regio zijn laag. Investeringen in de industrie staan onder druk, mede door hogere energiekosten en veranderende internationale concurrentie. Ook bevindt een deel van de sector zich aan het einde van haar ontwikkelcyclus. Daarom is de aanwezigheid van kennisinstellingen in onze regio een kans. Ze kunnen helpen om economische meerwaarde te creëren en bestaande verdienmodellen te vernieuwen. Op dit moment wordt de aanwezige kennis nog te weinig omgezet in nieuwe bedrijvigheid, en vindt dit onvoldoende zijn weg naar het regionale bedrijfsleven. De uitdaging is om de regionaal aanwezige kennis beter te benutten.