21-07-03 Rapportage toekomstbestendigheid blueports
Tekst van het document
Beperkte realisatie energietransitie
Economische toegevoegde waarde van de Limburgse binnenhavens van 426 miljoen euro (direct) per jaar
16 17
Directe toegevoegde waarde van gevestigde bedrijven (aan de kade) is geschat op 426 miljoen euro. De grootste bijdragen worden geleverd door Maastricht, Sittard-Geleen, Venray en Roermond. Dit is exclusief de toegevoegde waarde van Chemelot (20% van de chemiesector - orde grootte 2 miljard), waarvan 10% van de aanvoer en 52% van de afvoer wordt gerealiseerd via het water. Indirecte toegevoegde waarde: geschat op 370 miljoen euro/jaar. Ongeveer de helft wordt geleverd door Maastricht en kleinere bijdragen door vooral Maasgouw, Venray, Roermond en Sittard-Geleen. De totale toegevoegde
Havens gelegen nabij Natura 2000 gebieden en waar de binnenvaart (o.a. langskomend verkeer over de Maas) bijdraagt aan een overschrijding van de grensdepositiewaarde van stikstof
Afwezigheid van walstroomfaciliteiten voor de binnenvaart via het landelijke netwerk in provincie Limburg 16, m.u.v. de faciliteiten voor de riviercruise in Maasgouw 17, terwijl dit wel in alle andere provincies het geval is – m.u.v. Drenthe en Friesland. Beperkte mogelijkheden voor groene stroom in de directe omgeving, o.a. in de omgeving van Stein. De plannen voor verdere elektrificatie zijn slechts bij drie Blueports gerapporteerd: (1) Venlo is bezig met een plan om waterstof en stroom aan te bieden en (2) bij Leudal wordt/zal de logistieke afwikkeling zoveel mogelijk elektrisch plaatsvinden via de weg en de (elektrische) binnenvaart. In (3) Maasgouw worden de mogelijkheden van een Clean Energy Hub voor de binnenvaart onderzocht in de Bunkerhaven. In Weert is bij de bargeterminal een walstroomvoorzinening.
Beperkte infrastructuur - waterdiepte bij kade t.o.v. de Maas en brughoogten
Opwaardering Maas is conform planning per 2023 (Project Maasroute) gereed. Dan kunnen schepen met een maximale diepgang van 3.5 m de voltallige Noord-Zuid tak van de Maas bevaren, met het doel de tweebaksduwvaart te faciliteren.
Bron (december 2020): walstroom.eu/nl/locaties Bron (december 2020): rivercruiseslimburg.com/nl/overzicht-aanlegsteigers-in-midden-limburg
29
waarde/hectare (het havenoppervlak van watergebonden kavels mét en zónder kavelaansluiting en de economische toegevoegde waarde van alleen de kavels mét kade-aansluiting – waarvoor de binnenhaven essentieel is) is het hoogste in Haven Wessem, Roermond en Maastricht.
Geschikte infrastructuur - waterdiepte bij kade t.o.v. Maas
Zowel Maasgouw, Leudal, SittardGeleen, Roermond (Prins Willem Alexander-haven) als Maastricht hebben een gerapporteerde waterdiepte in de havenbekken 15 gelijk aan of groter dan de geplande waterdiepte op de Maas van 3.5 m (Project Maasroute). Echter, grotere schepen kunnen alsnog beperkt worden gefaciliteerd bij Sittard-Geleen (geringe brughoogten), Roermond (geringe sluisdiepte en lus Roermond) en Maastricht (beperkingen nautische passage).
Enkele havens hebben op (sommige) locaties een kleinere gerapporteerde waterdiepte bij de kade 18 – o.a. Stein (2.9 m minimaal), Venlo, Venray en Roermond (sluis Roermond, in de lus van Roermond, is beperkend met 3.1 m, terwijl de Prins WillemAlexanderhaven een diepgang van ~5 m heeft). De brughoogten bezuiden SittardGeleen is ongeschikt voor CEMTklasse Vb, evenals de nautische passage bij Maastricht. Weert is alleen bereikbaar via de Zuid-Willemsvaart, welke CEMT klasse ll is, terwijl de havens aan de Maas worden opgewaardeerd tot een CEMT klasse Vb (momenteel klasse Va). Hierdoor is Weert minder goed bereikbaar voor grotere schepen dan andere Blueports.
Beperkte transportverbinding Leudal slechts beperkt ontsloten via de weg.
Geschikte havenfaciliteiten en infrastructuur Blueports voor kade- en terminal overslag van verschillende type lading – voor zowel containers, droge- als natte bulk
Woningbouw in nabijheid van havens
Sterke logistieke en industriële clusters in nabijheid van Blueports (o.a. Venlo en Stein)
Effecten COVID-19
Gunstige transportverbinding
Alle Blueports (behalve Weert) zijn gelegen aan de Maas (of het Julianakanaal), welke een onderdeel is van het Europese kernnetwerk transport (TEN-T) met goede verbindingen met Westelijke grote zeehavens en Duitsland en België. Een trimodale ontsluiting (weg, spoor en binnenvaart) bij Stein, Sittard-Geleen, Venlo en Maastricht. Stein heeft een directe verbinding met Chemelot via (openbare) weg, rail en pijpleiding.
O.a. in Maastricht, Weert, Maasgouw en Stein.
Limburg is als provincie relatief hard geraakt t.o.v. andere provincies, doordat (1) Limburg een grensprovincie is en (2) de bedrijvigheid van de sierteelt, automotive en de chemische industrie sterk vertegenwoordigd is en deze sectoren hard zijn geraakt.
Plannen voor ontwikkelingen (o.a. voor uitbreidingen van) binnenhavens- en industrie en het verbeteren van de logistieke infrastructuur
KANSEN
BEDREIGINGEN
Het faciliteren van de toenemende vraag
Afname van de vraag naar overslag
15 18
30
Bij Gennep, Venlo, Leudal, Roermond, Maasgouw en Maastricht. Voor Chemelot (en Stein en SittardGeleen) is ook een masterplan opgezet, maar deze voornamelijk gericht is op het chemie complex. Er zijn bedrijventerreinen beschikbaar in Weert, Maastricht en Venray. Er is nog een locatie te koop in Maasgouw, wat mogelijkheden biedt voor verdere ontwikkeling. Versterking van de verbinding tussen de corridors Rhine-Alpine- en NorthSeaMed-corridor met het Rhombus project bij Venlo.
Bron: Rijkswaterstaat (2020) – Vaarwegen in Nederland Bron: Rijkswaterstaat (2020) – Vaarwegen in Nederland
naar overslag
Chemicaliën (+23%) in 2025 - dit biedt voornamelijk kansen voor Stein, welke de meeste chemicaliën overslaat en welke nabij Chemelot gelegen is. Containers (+17%) - de grootste container haven is Sittard-Geleen (~1.1 miljoen ton/jaar), gevolgd door Venlo (~0.8 miljoen ton/jaar) en Venray (~0.5 miljoen ton/jaar). Deze havens hebben containeroverslagfaciliteiten (naast o.a. Roermond en Maastricht), en er zijn daarom kansen voor het faciliteren van additionele lading. Voor Sittard-Geleen is reeds een masterplan gemaakt om groei te kunnen accommoderen, voor Venlo zijn uitbreidingen gepland (verdubbeling een van de overslagcapaciteit 19) en bij Venray zijn er nog bedrijventerreinen uit te geven. Metalen (+29%) - het overgrote deel aan metalen wordt vervoerd via Maastricht (voornamelijk nationale import en import uit België en Duitsland) en een kleiner deel via Roermond (nationale export en import uit Frankrijk). Specifiek voor deze havens zijn er kansen voor het faciliteren van additionele overslag, mits hier de capaciteit voor is. De krimp van de vraag naar overslag van bouwmaterialen (in zowel Maastricht als Roermond) zou ruimte kunnen bieden. Afval (+19%) - kansen in verschillende havens – o.a.
in Weert (afvalverwerkingsfaciliteiten reeds aanwezig), Roermond (aanwezige bedrijvigheid in afvalverwerking en recycling), Leudal (bio-based haven) of Maastricht (voor welke een dominante rol in afvaltransport is gepland).
Het inzetten op de energietransitie voor het duurzamer maken van de Blueports en het verbeteren van de leef- en werkomgeving
19
Het faciliteren van de energietransitie (overstap naar bijv. elektrificatie kranen en tractor trailers) en het faciliteren van de veranderende behoeften van binnenvaartschippers (zie bedreigingen), zoals het aanbieden van walstroom en alternatief bunkeren van brandstof (bijv. waterstof). Hiervoor kunnen uitbreidingsplannen mogelijk als startpunt worden gebruikt – bij uitbreidingsplannen is het relatief gezien gemakkelijker om een soortgelijke ambitie te realiseren (t.o.v. functionerende havens of terminals), omdat er geen sprake is van vervanging van kranen en apparatuur in gebruik. Concrete duurzaamheidsambities (bijv. het gebruik van elektrische kranen) kunnen in eerste instantie aan de nog uit te geven bedrijventerreinen worden gekoppeld, in bijvoorbeeld Leudal. Het aanbieden van deze alternatieve brandstoffen biedt kansen voor de Blueports als “clean energy hub” in bijvoorbeeld Maasgouw. Het verminderen van het energieverbruik door het faciliteren van efficiënte logistiek van en naar productielocaties (bijvoorbeeld de samenwerking Stein en Chemelot).
Voedingsmiddelen (-35%) in 2025 agribulk wordt vooral getransporteerd via Maasgouw, Venray en Venlo, welke mogelijk de afname van de vraag zullen ervaren in de overslagvolumes. Bouwmaterialen (-30%) - de havens met de grootste overslag volumes en welke krimp kunnen gaan ervaren zijn Sittard-Geleen, Gennep en Maastricht. Er wordt een afname van de overslag van zand en grind verwacht door het project Grensmaas (wat ook een effect heeft in o.a. Maasgouw) in de zuid-Limburgse havens. Tegelijkertijd zal het project Zandmaas (in voornamelijk het noorden van provincie Limburg) voor meer zanden grind transportstromen zorgen. Stop productie bedrijven en wegvallen gerelateerde overslag, o.a. in Sittard-Geleen (VDL).
Grotere schepen in de toekomst mogelijk naar concurrerende binnenhavens
Veroorzaakt door een relatief lagere waterdiepte aan de kade (in o.a. Stein, Venlo en Venray) t.o.v. de concurrerende binnenhavens en de (geplande) waterdiepte van de Maas. Het vaarwegennetwerk moet waar nodig worden opgewaardeerd, om grotere schepen te kunnen faciliteren. Grotere binnenvaartschepen bedreigen ook de toekomst van het nautische cluster in Maasbracht. Hier kunnen nog geen klasse Va (135 meter) en klasse Vb motorschepen behandeld worden. Daardoor komt de toekomst van het gedeelte van het cluster dat zich op de binnenvaart richt, onder druk te staan.
Impact klimaatverandering
Watertekort op de Maas door droogte, overstromen kades, een onderbreking van terminalactiviteiten en/of laden lossen van schepen (door bijv. overstromingen en/of stormen). T.g.v. de verwachtte hogere waterstanden zijn hogere waterkeringen vereist, bij o.a. Roermond. De verwachtte effecten van hoogwater leveren vraagstukken op om bedrijventerreinen te beschermen.
Strengere regelgeving omtrent emissies
De Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens stelt als doel om zowel de NOx als CO2 uitstoot drastisch te verminderen in de komende jaren, met concrete doelstellingen op de korte- en middellange termijn (2024 en 2030). Het behalen van de plannen van de overheid zal impact hebben op (1) het type binnenvaartschepen en bijbehorende behoeften en (2) eisen m.b.t. de terminal. M.b.t. de binnenvaartschepen: de veranderende schepen brengen veranderende behoeften m.b.t. havenfaciliteiten en havenservices
Bron (december 2020): www.limburger.nl/cnt/dmf20190131_00090590
31
Een meer duurzame binnenhaven zal ook een verbeterd imago hebben, waardoor mogelijk meer lading wordt aangetrokken, in lijn met de trend van de vraag naar een “groenere transportketen”.
Het inzetten op circulaire economie voor het duurzamer maken van de Blueports
Faciliteren van het transport, de verzameling en verwerking van afval in combinatie met recycling, specifiek in de havens waar capaciteit beschikbaar is of beschikbaar gemaakt kan worden middels uitplaatsing van niet watergebonden bedrijven – mogelijk in Maastricht, Weert, Roermond,, SittardGeleen, Leudal of Maasgouw (op toekomstige bedrijventerreinen) Recycling van bouw- en sloopafval door A.V.G. Recycling Heijen B.V. in Gennep, waarvoor een uitbreiding gepland staat 20 Maasgouw zet in op een clean energy hub in de Bunkerhaven. Realisatie van het concept “biobased economy” bij Leudal, waarbij de verwerking van reststromen vanuit de agrarische sector centraal staat – dit concept is al deels in uitvoering (een sterkte): 6 boeren hebben al een fabriek neergezet voor mest mechanisering. Samenwerking met Chemelot Circular Hub (CCH) – bijvoorbeeld bij Stein (in de nabijheid) of in Leudal (ruimte voor ontwikkeling). Het aansluiten bij Circulair Hub ZuidLimburg, o.a. van Stein en SittardGeleen Het inzetten op de Clean Energy Hub Westelijke Mijnstreek (tank- en oplaadfaciliteiten voor duurzame brandstoffen), o.a. door Sittard-Geleen en Stein Provincie Limburg, Waterschap Limburg en de gemeente werken aan de het concept van een circulair en autonoom havenbedrijf voor Roermond (kans en sterkte)
Gebruik watergebonden kavels door uitsluitend bedrijven die gebruik maken van het water De totale economische toegevoegde waarde zou 217 miljoen euro hoger kunnen zijn, in het hypothetische scenario dat de watergebonden kavels zónder laadpunt aan de waterzijde (zonder kade of ramp) wél een kade zouden hebben én een bedrijf dat hier gebruik van maakt.
Ontwikkelingen rondom COVID-19 Lage(re) acceptatie haven- en industrie uitbreiding
20
Er zijn meerdere ontwikkelingen gaande om de binnenvaartsector, inclusief de service van de binnenhavens, te optimaliseren d.m.v. o.a. digitale middelen. Deze kunnen ingezet worden wanneer ze op de markt worden gebracht. Alhoewel autonoom varen in de
De meeste havens hebben uitbreidingsplannen gerapporteerd om o.a. meer overslag te kunnen faciliteren, maar deze zijn (beperkt) in uitvoering. In verschillende havens zijn niet watergebonden bedrijven gevestigd op watergebonden kavels. Dit is inefficiënt gebruik van watergebonden kavels en beperkt de groeimogelijkheden van deze havens (o.a. in Venlo, Roermond).
Modal shift naar de weg en het spoor
Naast de strenger wordende regelgeving (omtrent o.a. emissies van stikstof), kan er verzet optreden tegen uitbreidingen van havens en industrie, door een mogelijke (extra) overlast van o.a. geluid of fijnstof, wat bijvoorbeeld speelt in Gennep, of geluid en veiligheid (Stein). Dit is vooral een bedreiging voor havens waar woningen in de nabijheid zijn gelegen, zoals bijvoorbeeld in Maastricht en Maasgouw.
Mogelijk beperkt beschikbare overslagcapaciteit voor faciliteren groei
Ontwikkelingen rondom COVID-19 Kansen voor het verbeteren van de havenservice d.m.v. digitalisering en automatisering
met zich mee, bijvoorbeeld elektrischof waterstof bunkeren en het uitwisselen van (geladen) batterijen. Als een binnenhaven niet meegaat met deze trends, kan uiteindelijk overslagvolume verloren gaan omdat (gedwongen) gekozen wordt voor concurrerende havens. M.b.t. terminalactiviteiten is er een trend naar het gebruik van kade- en terminal kranen en apparatuur met een elektrische (of hybride) aandrijving, i.p.v. bijvoorbeeld alleen op diesel. Het feit dat in de nabijheid van enkele Blueports de binnenvaart bijdraagt aan de overschrijding van Natura 2000 gebieden kan bijdragen aan strenger (en eerder) moeten inzetten op de energietransitie – mogelijk kan het effect hebben op de acceptatie van havenuitbreidingen en plannen, als deze voor een verhoging van emissies zorgen.
In lijn met de afgelopen 10 jaar (een gestage afname van het aandeel van de binnenvaart) Lage wegtransportprijzen, waardoor inzet multimodaal transport minder aantrekkelijk is. CO2-beprijzing waardoor spoortransport mogelijk aantrekkelijker wordt dan de binnenvaart. Infrastructuurplannen voor weg- en spoor welke deze modaliteiten aantrekkelijk(er) maken, zoals het 3 e spoor van de Betuweroute Toenemende containercongestie in
Bron (december 2020): www.gennep.nl/bestuur-organisatie/ruimtelijke-projecten_42573/item/uitbreidinghaven-heijen-bedrijventerrein-hoogveld_37342.html#
32
binnenvaart op dit moment nog in zijn kinderschoenen staat, is het een kans om als binnenhaven te pionieren. Modal shift naar de binnenvaart
Door de kilometerheffing van het vrachtvervoer vanaf 2023, welke leidt tot een betere concurrentiepositie van de binnenvaart Voor specifiek commodity’s die nu veelal via de weg of het spoor gaan, terwijl de binnenvaart ook een optie is (zoals zand, grind en afval)
havens Hoge kosten infrastructuuruitbreidingen
Nauwere samenwerking Blueports
Het creëren van een business focus en/of hubs in bepaalde binnenhavens voor het verhogen van de efficiency (bijv. voor afvalverwerking en/of overslag chemische producten of containers) Verminderen leegvaart door nauwere samenwerking, welke zowel emissiesals logistieke kosten reduceert. Vergroten van de robuustheid van het netwerk voor o.a. klimaatverandering.
Infrastructuuraanpassingen aan vaarwegen vergen grote investeringen, waarvoor veelal maar beperkt budget gereserveerd is De langetermijnbereikbaarheid van de Maashavens staat onder druk, doordat niet duidelijk is of de 24/7 bediening van de kunstwerken op de Maasroute de Brabantse en Limburgse kanalen gecontinueerd wordt. De sluizen op de Maas zijn onbetrouwbaar en daarmee niet toekomstbestendig. De sluizen met meerdere kolken kennen vrijwel jaarrond uitval van minimaal één kolk, waardoor er geen betrouwbare reistijden geboden kunnen worden. Sluis Grave is als enkele sluis uitgevoerd, waardoor er ten tijde van laagwater op de Waal lange wachttijden ontstaan onderweg naar Limburg.
De meest onderscheidende haven-specifieke SWOT highlights (t.o.v. de gezamenlijke Blueports doelstellingen) zijn als volgt. SWOT aspecten die gelden voor vrijwel alle havens, zijn in de algemene SWOT opgenomen, zoals bijv. de zwakte “beperkte realisatie energietransitie” en de bedreiging “strengere regelgeving omtrent em issies”. Per Blueport is ook de toekomstbestendigheid beschouwd t.o.v. de vastgestelde gezamenlijke doelstellingen (Hoofdstuk 6). Sterkten van Stein zijn vooral de nabijheid en connectie met Chemelot, de gerelateerde ontwikkelingsplannen en de trimodale verbinding. Zwakten zijn de stikstof impact op het Bunder- en Elsoërbos, de woningen nabij de haven en de beperkte waterdiepte. Kansen zijn de groei van de transportvraag (via Chemelot), het faciliteren van efficiënte logistiek met Chemelot voor de reductie van emissies en aansluiting/samenwerking met Chemelot Circular Hub en Circular Hub Zuid Limburg. Bedreigingen zijn de lage(re) acceptatie van haven- en industrie uitbreiding door geluid en veiligheid en grotere schepen die mogelijk naar andere havens gaan. M.b.t. de SWOT en de gestelde gezamenlijke Blueports doelstellingen, is Stein toekomstbestendig m.b.t. o.a. het vergroten van het havenoverslag volume en gerelateerde economische toegevoegde waarde (door plannen Chemelot) en circulaire activiteiten, maar is het beperkt toekomstbestendig m.b.t.
de reductie van emissies (CO2 en NOx) en de (milieu)ruimte voor havenuitbreiding. Sittard-Geleen is de grootste haven naar overslagvolume (o.a. bouwmaterialen en containers), de nr. 2 Blueports m.b.t. de economische toegevoegde waarde en heeft een trimodale verbinding. Een zwakte van de Blueport is de bedrijvigheid op de watergebonden kavels, door bedrijven die geen gebruik maken van het water. E en bedreiging is een terugval van overslag volumes bouwmaterialen (aflopen project Grensmaas) en van overslag van bedrijven die de productie hebben gestopt (VDL). Kansen liggen bij de verwachtte groei voor containers en het vinden van aansluiting bij Circular Hub Zuid Limburg. Sittard-Geleen is wat betreft de toekomstbestendigheid goed op weg m.b.t. de doelstelling voor havenoverslagvolumes door de verwachtte groei van containers (tegelijkertijd een terugval van zand en grind), maar beperkt toekomstbestendig
33
m.b.t. het gebruik van het water bij watergebonden kavels en de duurzaamheidsdoelstellingen (circulaire activiteiten, reductie emissies). Maastricht is de Blueport met verreweg de grootste economische toegevoegde waarde van alle Blueports en de nr. 4 naar overslagvolume (voornamelijk staal en bouwmaterialen). Ook de trimodale ontsluiting en ontwikkelingsplannen zijn een sterkte. Zwakten zijn de impact op nabijgelegen Natura 2000 gebieden , de bedrijvigheid op watergebonden kavels zonder dat er gebruik wordt gemaakt van het water en woningbouw in de nabijheid. Kansen liggen bij de groeiende transportvraag naar o.a. metalen, afval en chemicaliën, het inzetten op circulaire economie en het aansluiten bij Circular Hub Zuid Limburg. Bedreigingen zijn de terugval van bouwmaterialen (aflopen project Grensmaas) en de lagere acceptatie van haven- en industrie uitbreiding (door de woningen). M.b.t. tot de gezamenlijke Blueports doelstellingen, is Maastricht is vooral toekomstbestendig wat betreft circulaire economie, reeds significante overslagvolumes en gerelateerde economische toegevoegde waarde, maar nog beperkt m.b.t. het gebruik van het water bij watergebonden kavels (en de benutting van de potentie voor economische toegevoegde waarde) en de reductie van emissies. Roermond is Blueport nr.
2 wat betreft toegevoegde waarde per hectare en heeft de grootste overslag van minerale olieproducten. Ook is Roermond de nr. 2 wat betreft overslag van metaalproducten, na Maastricht. Een zwakte is de gemiste kans om op alle watergebonden kavels gebruik te maken van het water. Een mogelijke bedreiging is de krimp van bouwmaterialen, alhoewel de meeste bouwmaterialen in de Willem Alexander haven zijn voor de betonindustrie (Kalle en Bakker) en de asfaltindustrie (Besix) en er in principe geen sprake is van de afhankelijkhe id van het aflopende project Grensmaas. De verwachting is bovendien dat de overslag bij de containerterminal zal groeien. Roermond is toekomstbestendig m.b.t. de uitbreidingsplannen en de mogelijkheden voor het faciliteren van additionele lading. Alhoewel Roermond werkt aan nieuwe overslagkades, kan de toekomstbestendigheid m.b.t. de emissie-gerelateerde duurzaamheidsdoelstellingen verbeterd worden door het aanbieden van walstroom. Een uitdaging ligt in het gebruik van watergebonden kavels door bedrijven die het water niet gebruiken. Leudal biedt talloze mogelijkheden voor nieuwe en specialistische bedrijven om lading aan te trekken. Het kent daarom vooral kansen en bedreigingen .
Er liggen kansen voor de overslag van chemicaliën, containers, metalen en afva l, alsmede voor circulaire activiteiten, de realisatie van het concept “bio-based economy” en een samenwerking met Chemelot Circular Hub. Ook biedt Leudal een unieke kans om vanaf de start geëlektrificeerde kranen en apparatuur te gebruiken. Venlo is met een klein verschil de nr. 2 Blueport naar containervolume. Een duidelijk sterktepunt is de uitbreiding van de containeroverslag capaciteit en railterminal, zeker met het oog op de verwachtte transportgroei van containers, alsmede de ontwikkeling van het industriegebied over de grens met Duitsland. Een zwaktepunt is de milieubelasting op de Maasduinen en het niet gebruik maken van het water op watergebonden kavels. Venlo is toekomstbestendig m.b.t. havenoverslag en economische toegevoegde waarde, als de groei van containers wordt gerealiseerd, maar tegelijkertijd beperkt toekomstbestendig m.b.t. de duurzaamheidsdoelstellingen (emissie reductie) en het gebruik maken van het water op watergebonden kavels. Maasgouw heeft, bij haven Wessem, de hoogste toegevoegde waarde per hectare watergebonden kavel. Een ander duidelijk sterktepunt is dat er (in beperkte mate) walstroom wordt aangeboden (riviercruises). Een duidelijke zwakte is de nabijheid van
34
woningen in de haven. Project Zandmaas (tussen Maasbracht en Den Bos ch) zal naar verwachting aanhouden, wat kansen biedt voor de overslag van bouwmaterialen. Maasgouw is toekomstbestendig m.b.t. (reeds significante) havenoverslag volume en toegevoegde waarde.. Alhoewel er gestart is met walstroom, zullen er nog investeringen benodigd zijn om de duurzaamheidsdoelstellingen te behalen. Het gedeelte van het nautische cluster dat zich richt op de binnenvaart, dient toekomstbestendig te worden en zich aan te passen aan de trend van schaalvergroting in de binnenvaart. Venray is de nr. 3 containerhaven van Limburg en ook worden veel bouwmaterialen overgeslagen. Ook is Venray Blueport nr. 3 wat betreft economische toegevoegde waarde en hebben alle watergebonden kavels een wateraansluiting. Een zwaktepunt is de milieubelasting op de Maasduinen en de beperkte waterdiepte. Een bedreiging is de terugval van voedingsmiddelen (alhoewel dit een gering deel is van de overslag). Er zijn kansen voor ontwikkeling op de beschikbare bedrijventerreinen en voor het faciliteren van additionele containers. Venray is toekomstbestendig m.b.t. de wateraansluiting van watergebonden kavels, havenoverslag en de economische toegevoegde waarde, maar is beperkt toekomstbestendig m.b.t. de duurzaamheidsdoelstellingen. Gennep is de nr.
3 Blueport naar overslagvolume (bouwmaterialen, schroot, erts) en dit wordt mogelijk groter door de plannen voor uitbreiding (A.V.G. recycling en Teunesen Zand en Grint). In Gennep worden veel bouwmaterialen overgeslagen (>2 miljoen ton/jaar), en dit zal in de komende jaren blijv en aanhouden, in lijn met de uitvoering van project Zandmaas. Een zwakte is de milieubelasting op de Maasduinen. Er liggen kansen voor recycling (van sloopafval) door de uitbreiding. Gennep is toekomstbestendig m.b.t. de wateraansluiting van watergebonden kavels, de circulariteitsdoelstellingen, havenoverslag en de economische toegevoegde waarde. De Blueport is echter beperkt toekomstbestendig m.b.t. de reductie van emissies. In Weert vinden reeds circulaire activiteiten plaats (afvalverwerking). De Bluep ort is alleen bereikbaar via de Zuid-Willemsvaart (CEMT klasse 2) en is niet bereikbaar voor grote schepen die wel op de Maas kunnen varen (CEMT klasse Vb). Hiernaast missen een aantal watergebonden kavels een wateraansluiting en heeft Weert de minste overslag van alle Blueports, op Leudal na. Ook wordt een milieubelasting gelegd op het Weerter- en Bundelerbergen & Ringselven. Relatief gezien met de andere Blueports is Weert op een relatief korte afstand gelegen van Midden-Brabant en Antwerpen (gunstig voor overslag schip naar weg).
Kansen zijn de verwachtte transportgroei van afval, chemicaliën en containers. Tegelijkertijd is een bedreiging de steeds groter wordende schepen zijn, die Weert niet kunnen bereiken maar de andere Blueports wel. Weert is vanuit de bereikbaarheid over water bezien slechts beperkt toekomstbestendig door de geringe schaalgrootte van de schepen die de kades kunnen bereiken, alhoewel er wel kansen liggen voor het vergroten van de havenoverslag en economische toegevoegde waarde (o.a. door benutting van de potentie om gebruik te maken van het water op watergebonden kavels). Weert is echter wel toekomstbestendig daar waar het gaat om het beschikbare kavels voor nieuwe bedrijven. Weert is bovendien gestart met circulaire activiteiten en beschikt over walstroom.
35
6.
Doelstellingen
6.1
Gemeenschappelijke doelstellingen Een set van doelstellingen voor de Blueports voor 2030 is opgezet op basis van analyses van de huidige status van de havens, de trends en ontwikkelingen en de uitkomsten van de workshop met de Blueports, de bestaande doelstellingen van lopende projecten in de Blueports en individuele gesprekken met de Blueports, gehouden in januari 2021. De resultaten van de Blueports workshop zijn de volgende gegenereerde ideeën: (a) het faciliteren van meer scheepvaart op de Maas, (b) het verkrijgen van meer bewustwording van het economische belang van de Maas onder bestuurders, (c) het vergroten van de economisch toegevoegde waarde van de Blueports , (d) meer focus op watergebonden bedrijvigheid aan het water in binnenhavens, (e) optimalisatie van de hoeveelheid arbeidsplaatsen bij de selectie van bedrijven in de binnenhavens (eerder een subdoel dan een hoofddoel), (f) het verhogen van de financiële toegevoegde waarde Blueports door havenoverslag, (g) verduurzaming binnenhavens door verlagen CO2 footprint, (h) verbeteren lokale leef- en werkomgeving door verlagen NOx uitstoot, geluid en fijnstof en (i) het faciliteren van autonoom varen op de Maas. Bij de gedefinieerde doelstellingen voor 2030 zijn indicatoren gekoppeld, om SMART doelstellingen (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden) te kunnen bepalen.
Deze SMART doelstellingen zijn geverifieerd bij de Blueports door middel van individuele gesprekken met Blueports. De doelstellingen, indicatoren en SMART doelstellingen zijn weergegeven in Tabel 5. Tabel 5 Concept-doelstellingen, indicatoren en SMART doelstellingen Nr.
Concept-doelstelling
Indicator
SMART doelstelling 2030 – gekwantificeerd o.b.v. input Blueports gesprekken
1
Verhogen economisch
A
Groei van de economische
toegevoegde waarde Blueports
Economische
toegevoegde waarde tot 120%
toegevoegde
(t.o.v. 2021)
waarde (watergebond en) bedrijven
Groei van van het aantal
(euro)
arbeidsplaatsen tot 120%
B Werkgelegenh eid 2
Vergroten bewustwording
Bewustzijn bij
Besturen en ambtenaren zijn op de
Blueports als (a) belangrijke
gemeentelijke
hoogte van de orde grootte
economische driver van Limburg
besturen
economisch toegevoegde waarde
en (b) als faciliterende partij van
(colleges) en
van de Blueports en bijbehorende
de binnenvaart als duurzame
provincie
goederenstromen, op zowel
modaliteit
bestuur
nationaal, provinciaal als lokaal niveau (zowel haven- en niethavengemeenten, zodat transport ook vanuit niet-haven gemeenten via Blueports kan gaan lopen)
3
36
Optimale benutting
Hoeveelheid
>=90% van de watergebonden
watergebonden kavels –
bedrijven
bedrijven maakt gebruik van het
(uitsluitend watergebonden
welke gebruik
water en >= 95% op de lange
bedrijvigheid aan het water)
maken van
termijn (bijv. 2040)
het water 4
5
Vergroten haven overslag volume
Haven
Groei van totale overslagvolume
overslag
naar orde grootte tot 120% (t.o.v.
(ton/jaar)
2021)
5a - Inzet op duurzaamheid en
Reductie
Een reductie van de hoeveelheid
klimaat - klimaatmitigatie
uitstoot CO 2
CO 2 uitstoot in 2030 van >=30%
(ton/jaar)
(t.o.v. 2021)
5b – Inzet op duurzaamheid en
Frequentie
Frequente (bijv. jaarlijks) meeting
klimaat – klimaatadaptatie (bijv.
monitoring en
over impact klimaat verandering en
aanpassing van de Blueports aan
anticipatie
benodigde adaptatie maatregelen
meer fluctuerende rivierafvoer en/of
en een monitoringssysteem
intensievere regenbuien) 5c - Inzet op duurzaamheid en
Reductie NOx
Een reductie van de hoeveelheid
klimaat – verminderen impact
(ton/jaar),
NOx uitstoot, fijnstof en geluid van
lokale omgeving
geluid en
>=30% (t.o.v. 2021)
fijnstof 5d - Inzet op duurzaamheid en
Hoeveelheid
Activiteit gerelateerd aan de
klimaat - faciliteren circulaire
uitgevoerde
circulaire economie in minimaal
economie
initiatieven
50% van de Blueports (bijv. recyclingactiviteiten, uitbreiding afvalverwerking faciliteiten, clean energy)
6
Pionieren met autonoom varen
Hoeveelheid
en bij voorkeur het autonoom
uitgevoerde
maken van een groter deel van
initiatieven
Minimaal 1 uitgevoerd initiatief
de transportketen – (deels) zelf uit te voeren (zoals bijv. BCTN dit gaat doen met eigen schepen) en/of het stimuleren van initiatieven door het bedrijfsleven bij Blueports
6.2
Individuele doelstellingen per Blueport De individuele doelstellingen per Blueport zijn gedefinieerd door de Blueports zelf en gecommuniceerd tijdens de individuele gesprekken. Hierbij is o.a. gevraagd de doelstellingen te benoemen welke in lijn zijn met de gezamenlijke doelstellingen van de Blueports. Sittard-Geleen
Het verhogen van de economische toegevoegde waarde, o.a. m.b.t. de werkgelegenheid (doelstelling 1); Het vergroten van de bewustwording van de Blueports (doelstelling 2); Optimale benutting watergebonden kavels (doelstelling 3); Inzet op duurzaamheid en klimaat, specifiek op het faciliteren van circulaire economie (doelstelling 5); Een toename van het gebruik van de haven, o.a. m.b.t. de barge terminal.
Gennep
Het verhogen van de economische toegevoegde waarde (doelstelling 1); Inzet op duurzaamheid en klimaat (doelstelling 5).
37
Maasgouw
Het verhogen van de economische toegevoegde waarde (doelstelling 1); Het vergroten van de bewustwording van de Blueports (doelstelling 2); Optimale benutting watergebonden kavels (doelstelling 3); Klimaat en verduurzaming (doelstelling 5).
Roermond
Overslag volume behouden en vergroten (doelstelling 4); Gebruik maken van de kade op watergebonden kavels (doelstelling 3); Verduurzaming en klimaat (doelstelling 5); Werving gekwalificeerd personeel; Het opwaarderen van bedrijventerreinen.
Leudal
Optimale benutting watergebonden kavels (doelstelling 3); Overslag volume vergroten (doelstelling 4); Verduurzaming (doelstelling 5) - CO2 en NOx reductie; Inzet op maatschappelijk rendement; Revitalisering van de haven om o.a. (a) kades geschikt te maken voor op - en overslag, verkaveling en verkoop, realisatie mogelijkheden voor ontvangst klasse CEMT V; Optimale productieprocessen bedrijven; Leefbaarheid in dorpen in omgeving; Innovatie bedrijven.
Stein
Het vergroten van de bewustwording van de Blueports (doelstelling 2), vooral in relatie tot gemeente- en haven Stein; Overslag volume vergroten (doelstelling 4); Inzet op duurzaamheid, specifiek op het faciliteren van circulaire economie (doelstelling 5); Inzet op klimaat, door sturing op modal shift om een reductie van emissies te realiseren. Inzetten op modal shift gevaarlijke stoffen van spoor naa r water door aanleg gasoverslagstation en verbinding Chemelot naar de haven.
Maastricht Het vergroten van de bewustwording van de Blueports (doelstelling 2), Overslag volume vergroten (doelstelling 4); Inzet op duurzaamheid, specifiek op het faciliteren van circulaire economie (doelstelling 5); Inzet op klimaat, door sturing op modal shift om een reductie van emissies te realiseren. Weert: Het verhogen van de economische toegevoegde waarde, o.a. m.b.t. de werkgelegenheid (doelstelling 1); Optimale benutting watergebonden kavels op de Kanaalzones (doelstelling 3); Inzet op duurzaamheid en klimaat, specifiek op het faciliteren van circulaire economie (doelstelling 5); Een toename van het gebruik van de haven voor wat betreft de bargeterminal en het overslag volume vergroten (doelstelling 4); Belgisch-Limburgse binnenhavens
38
Het vergroten van de bewustwording van de Blueports (doelstelling 2),
6.3
Overslag volume vergroten (doelstelling 4); Inzet op duurzaamheid en klimaat en specifiek op de transitie naar een zeroemissie transportketen via land en water (doelstelling 5).
Doelstelling voor de bevaarbaarheid van de Maas Niet alleen op het niveau van havens zijn er doelstellingen geformuleerd, ook naar Rijkswaterstaat als vaarwegbeheerder van de Maas zijn er doelstellingen. Daarbij hebben de Blueports de volgende ambitie geformuleerd:
De Maas binnen Nederland 21 kan ten alle tijden het maatgevende schip (CEMTklasse Vb koppelverband en CEMT-klasse VI motorschip met een maximale breedte van 15,5 meter) faciliteren, inclusief de bijbehorende diepgang van 3,50 meter.
Alle sluizen op de Maas worden uitgevoerd met minimaal twee sluiskolken die geschikt zijn voor motorschepen van CEMT-klasse VI, zodat tijdens gepland en ongepland onderhoud altijd doorvaart mogelijk is en de Maas niet gestremd wordt voor deze categorie schepen;
De Maas dient te beschikken over voldoende ligplaatsen ten behoeve van het voldoen aan het vaar- en rusttijdenbesluit. Bij sluizen, havens en loskaden zijn voldoende wachtplaatsen beschikbaar.
De hoeveelheid ongeplande stremmingen bij sluizen dienen sterk beperkt te worden naar de toekomst toe. Deze stremmingen zorgen voor langdurige wachttijden en maken het binnenvaartvervoer onbetrouwbaar.
De Maas en de Brabantse en Limburgse kanalen dienen 24/7 bediend te worden.
Betrouwbare reistijden, met ongeacht de waterstand op de Rijn, een maximale wachttijd bij de sluizen op de Maas (en die sluizen die toegang geven t ot de Maascorridor) van 30 minuten.
21
Dit omvat dus ook het traject Lith – Grave – Cuijk, alwaar nu bij sluis Grave en de leidingstraat Niftrik diepgangsknelpunten zijn.
39
7.
Actieplan Voor ieder van de gedefinieerde doelstellingen zijn acties geformuleerd voor de Blueports gezamenlijk en voor Blueports individueel. De acties zijn afgeleid uit de SWOT en bestaan uit de volgende typen:
Ontwikkelpunten: o.b.v. huidige sterkten en kansen Aanpassingen om sterk te blijven: o.b.v. sterkten en bedreigingen Het toekomstbestendig maken van Blueports: o.b.v. zwakten en kansen Acties m.b.t. overleven: o.b.v. zwakten en bedreigingen
De acties zijn gevalideerd en aangevuld o.b.v. gesprekken met de individuele Blueports. Het type acties en specifiek de uitvoering per individuele Blueports voor het behalen van doelen hangt sterk af van het niveau van samenwerking tussen de Blueports. Daarom is een set met acties voorgesteld voor drie mogelijke “ontwikkelpaden”, waartussen gekozen kan worden: 1. 2. 3.
Samenwerkingsverband Blueports – zoals het nu is Een nauwer samenwerkingsverband – zoals bijv. in Twente Zeer nauw samenwerkingsverband, bijna functionerend als é én haven, zoals bijv. Havenbedrijf Rotterdam
De acties zijn initieel voorgesteld o.b.v. ontwikkelpad 1 (sectie 5.1), o.b.v. de huidige manier van samenwerken. In sectie 5.2 zijn aanvullende acties voorgesteld, specifiek gerelateerd aan een nauwere samenwerking van de Blueports, in lijn met ontwikkelpaden 2 en 3. Voor ieder van deze aanvullende acties is het verwachte effect op de doelstellingen weergegeven.
7.1
Acties ontwikkelpad 1 - samenwerking zoals het nu is. Tabel 6 geeft een overzicht van mogelijke acties voor het behalen van de gezamenlijke doelstellingen. Deze acties zijn niet noodzakelijkerwijs voor iedere haven van toepassing. Bovendien geldt het principe dat er een positieve (maatschappelijke) businesscase dient te zijn, voordat uitvoering opportuun wordt. Tabel 6 Opties voor gezamenlijke acties Blueports Actie
Doel
Mogelijke
Oplossingsrichting
knelpunten Vergroten economische toegevoegde
1
Plannen voor
Realisatie pas benodigd
waarde door creëren ruimte in havens
uitbreiding
in 2030 – tot die tijd
voor bedrijvigheid, door uitgeven
kosten veel tijd
kunnen allereerst de
beschikbare kavels op bedrijventerreinen
beschikbare
en/of uit te breiden
bedrijventerreinen van dit moment uitgegeven worden, bij voorkeur aan (watergebonden) bedrijven met een grote toegevoegde waarde en veel arbeidsplaatsen. Dit kan geformaliseerd worden in bijvoorbeeld omgevingsplannen en/of bestemmingsplannen.
41
Verdieping havenbekken / sluizen /
Hoge kosten,
Gezamenlijk MIRT-
verhogen bruggen, in lijn met geplande
verstoring
financiering
aanpassing van de Maas voor faciliteren
havenactiviteite
aanvragen/Mobiliteitsfond
tweebaksduwvaart, in Stein, Venlo,
n, gebrek
s
Venray, Gennep, Roermond (sluis) en
draagvlak voor
Sittard-Geleen (bruggen)
project
Het verkrijgen van draagvlak voor
1, 4
1,2,4
Draagvlak
additionele groei van de Blueports
Het uitnodigen van bestuurders (wethouders) voor een bezoek aan havens of bijeenkomsten
Aankaarten economische toegevoegde
2
waarde van de Blueports in bestuurlijke
Geen politieke
Gerichtere communicatie
prioriteit
richting stakeholders
overleggen (provinciaal, relevante
vanuit Blueports in
gemeenten) en in de media (bijv.
overleggen. Bijvoorbeeld
openbaring van dit rapport, haven
door het belang aan te
websites), bijvoorbeeld via AIS.
tonen middels aantoonbare cases, inzet sociale media, nieuwsbrieven, etc. Ook dit rapport informeert over de economische toegevoegde waarde.
Opsporen van huidige bedrijven aan het
3
Lange termijn
Voorwaarden opnemen in
water welke geen gebruik maken van het
concessies /
bestemmingsplannen/ge
water, uitsluiting (bijv. geen verlening
contracten
meente beleid etc.
concessie contract) en uitgifte waterkavels aan uitsluitend bedrijven welke gebruik maken van het water Uitgifte waterkavels aan uitsluitend
Strengere
Voorwaarden opnemen in
bedrijven die gebruik maken van het
selectieprocedur
bestemmingsplannen/ge
water
e benodigd
meente beleid etc.
Nauwere
Initiëren samenwerking
Het creëren van een economische
3
3
stimulans en het aanwijzen van
samenwerking
alternatieven om herlokalisering te
vereist tussen
realiseren, bijvoorbeeld door clusters te
Blueports
creëren Faciliteren van additionele lading
4
chemicaliën, bijv. in Stein of Leudal
Geen
Gemeente, havens en
milieuruimte
gemeenten zoeken gezamenlijk naar oplossingen die groei mogelijk maken en effecten op omgeving minimaliseren.
Faciliteren van additionele lading
4
containers, bijv. in Venlo (uitbreiding
mogelijk een
container terminal), Venray
capaciteitstekort
(bedrijventerreinen uit te geven), Sittard-Geleen (mits genoeg capaciteit – mogelijk komt ruimte vrij door reductie overslag bouwmaterialen) of Roermond… Faciliteren van additionele lading afval, bijvoorbeeld in Weert of Roermond
42
Sittard-Geleen:
4
Focus op Venlo en Venray
(aanwezigheid recycle faciliteiten), Gennep (uitbreiding voor recycle activiteiten van bouw- en sloopafval, geen huisafval), Maastricht (doelt op meer afvaltransport) Promotie modal shift van de weg naar
4, 5a,
Ontwikkelingen
Gezamenlijk initiatief
binnenvaart – bijvoorbeeld in Maastricht
5c
weg- en
nemen als Blueports
en Stein, waar bouwmaterialen van de
spoorvervoer
weg aangetrokken kunnen worden voor de binnenvaart, evenals aan- en afvoer van de betoncentrales in Maastricht Installatie walstroom in alle Blueports
5a,
Hoge kosten,
Gezamenlijk inzetten op
en op alle ligplaatsen, een generator
5c
beperkte
Europese steun
rendabiliteit
programma’s en
verbod (of stimulans tot uitzetten) en handhaving
Mobilteitsfonds
Het als de standaard aannemen voor
5a,
Blueports om alleen elektrisch (en/of
5c
Hoge kosten
Gezamelijk inzetten op Europese steun
hybride) aangedreven kranen en tractor
programma’s en
trailers bij “green field” havens en
Mobilteitsfonds
terminals aan te schaffen – uitgifte bedrijventerreinen (Leudal, Stein, Venlo, Leudal, Maastricht en Weert), uitbreidingen (Gennep, Venlo, Leudal, Roermond, Weert, Maasgouw, SittardGeleen, Stein, Maastricht, Nederweert en Belgisch Limburg) en waar ruimte vrijkomt (Maasgouw, Venray, Venlo, Sittard-Geleen, Gennep, Maastricht, Venlo en Stein) Waar praktisch mogelijk, vervanging
5a,
Lange
Gezamenlijk inzetten op
vervuilende kranen door elektrisch
5c
levensduur
Europese steun
(en/of hybride) aangedreven kranen en
kranen >2030,
programma’s en
tractor trailers in “brown field” havens
hoge kosten
Mobilteitsfonds
Tijd, kosten
Bewustwording van
in terminals, op zijn tijd Het opwekken van duurzame energie
5a,
(zon, wind) als energiebron – dit staat
5c
op de planning bij o.a. Sittard-Geleen Monitoren en anticiperen op
5a,
veranderingen in de binnenvaart
5c
ontwikkelingen Blueports
brandstof-markt (bijv. aanbieden
door te kijken naar
waterstof of uitwisselbare batterijen) –
referenties en waar
d.m.v. studies en bijeenkomsten
mogelijk deelnemen aan
Blueports
initiatieven, zoals bijvoorbeeld een pilot in Wanssum en Roermond (toekomstbestendig havenbeleid)
Monitoren impact klimaatverandering
5b
Gebrek aan
Bewustwording van
d.m.v. studies, monitoring (bv. via AIS)
draagvlak, tijd,
mogelijke impact door te
en frequente bijeenkomsten Blueports
kosten
kijken naar referenties en waar mogelijk deelnemen aan initiatieven
43
Voorbereiding anticipatie impact
5b
klimaatverandering door opbouwen
Kosten, gebrek
Subsidies vanuit de
aan draagvlak
overheid, tijdig opbouwen
budget Hanteren strengere omgevings-impact
budget Gebrek aan
Eén beleid, 1 set met
criteria bij selectie bedrijven in
5c
draagvlak door
criteria voor alle
Blueports met woningbouw in nabijheid
o.a. verschillen
Limburgse Blueports,
(Maasgouw, Maastricht, Weert en Stein)
in Blueports
afhankelijk van de directe
m.b.t. geluid, fijnstof en andere emissies
omgeving (zie
t.o.v. Blueports die dit niet hebben
ontwikkelpaden 2/3)
Behouden huidige faciliteiten
5d
Borgen in gemeente
afvalverwerking en recycling in Weert en
beleid
Roermond Succesvol uitvoeren lopende initiatieven
5d
Tijd, geld
5d
Tijd, politieke
(minimaal 4 van de 7) circulaire economie en recyclingactiviteiten (Maasgouw als Clean Energy Hub, Leudal bio-based economy, samenwerking met Chemelot Circulair Hub door Stein en Sittard-Geleen, Circulair en Autonoom bedrijf Roermond, uitbreiding Gennep voor recycling activiteiten, focus Maastricht op afvalverwerking) Het aansluiten van Stein, Sittard-Geleen en Maastricht bij de Circulair Hub Zuid-
Borgen in beleid
impact
Limburg en het inzetten op de Clean Energy Hub Westelijke Mijnstreek Opzetten pilot studie autonoom varen met de Blueports gezamenlijk, of dit stimuleren bij het bedrijfsleven
6
Geld, gebrek aan
Verkennen netwerk naar
kennis
belanghebbenden, betrekken bij project om kosten te spreiden en resultaten te optimaliseren Gezamenlijk project initiëren en subsidie aanvragen
Additionele individuele acties per Blueport, welke ook zijn genoemd tijdens de individuele gesprekken (deze hebben dus geen betrekking op de Blueports in zijn algemeenheid), zijn:
7.2
Roermond: blijvende inzet op hoogwaterveiligheid, scheiden van recreatievaart en logistieke/industriële vaart; Leudal: prominenter maken van de haven, het laten vestigen van additionele bedrijven met verwachtte groei van overslag, evenals een afvalverwerker met groeiperspectief; Maastricht en Stein: geld vrijmaken voor geluidsschermen en elektrificeren zodat meer geluidsruimte kan worden gecreëerd, diversificatie van type ladingstromen en industrie, terwijl Maastricht als staal hub behouden blijft.
Acties ontwikkelpaden 2 en 3 – nauwere samenwerking In Tabel 7 zijn aanvullende acties gepresenteerd, welke uitgevoerd kunnen worden als er gekozen wordt voor een iets nauwere samenwerking (ontwikkelpad 2) of voor een zeer nauwe samenwerking (ontwikkelpad 3). Uit de individuele gesprekken met
44
Blueports is naar voren gekomen dat op een (korte) termijn een iets nauwere samenwerking (ontwikkelpad 2) als realistische optie wordt gezien. Ook behoort een zeer nauw samenwerkingsverband (ontwikkelpad 3) tot de opties. Echter, er zijn ook signalen verkregen in de interviews dat het derde ontwikkelpad mogelijk minder aantrekkelijk is, doordat een (groter) deel van de autonomie van individuele havens ingeleverd moet worden (wat een grote stap is op de korte termijn) en door het private karakter van de individuele Blueports. Een groeimodel van ontwikkelpad 1 naar 2 en uiteindelijk naar 3 kan echter een aanpak zijn om de gezamenlijke doelen te kunnen bereiken. Voor zowel ontwikkelpad 2 als 3 zijn mogelijke aanvullende acties gepresenteerd in Tabel 7, die overwogen kunnen worden als gezamenlijk wordt gekozen voor een iets nauwelijke samenwerking (ontwikkelpad 2) of een zeer nauw samenwer kingsverband (ontwikkelpad 3). Tabel 7 Aanvullende acties - nauwere samenwerking Blueports Ontwikke
Actie en effect
Doel
l pad 2
Actie: Het als Blueports gezamenlijk
1,2,4
Mogelijke
Oplossing
knelpunten
richting
Draagvlak
Gezamenlijke
uitzoeken waar activiteiten het beste
analyse van de
kunnen plaatsvinden, en daarbij het
betreffende
bedrijfsleven actief betrekken (bijv. het
markten en
opvangen van de additionele lading van
supply chains
Chemelot in Stein, Leudal of Maastricht) tegelijkertijd is het van belang dat hierbij de marktwerking niet wordt verstoord Effect: Lokalisering van activiteiten op de juiste plek 2
Actie: Meer informatiedeling tussen de
1,2,3,
Blueports delen en agendapunten per haven
4, 5,6
Draagvlak
agenderen d.m.v. frequentere bijeenkomsten Effect: Meer “lessons learned” en bewustwording van kansen en bedreigingen 2
Actie: Uitgangspunt gezamenlijk oppakken
5,6
Draagvlak
pilotprojecten met alle Blueports (bijv.
voordelen
walstroom of autonoom varen)
benadrukken
Effect: Gespreide kosten, lagere totale
naast de
kosten, meer vooruitgang Blueports t.o.v.
gezamenlijke
andere (samenwerkende) binnenhavens 2
Individuele
Actie: Gezamenlijk opbouwen budget voor
voordelen 5,6
Draagvlak
Actie: De Blueports samenwerking in de
1,2,3,
Draagvlak
(internationale) media profileren
4,5,6
toekomstuitgaven, voor nieuwe initiatieven (bijv. alternatief bunkeren met waterstof of de onvermijdelijke en kostbare klimaatadaptatie) Effect: Een meer robuust havensysteem i.p.v. relatief kwetsbare individuele havens, betere positie t.o.v. andere havens 2
Gezamenlijk opstellen van
Effect: De positie en relevantie van de
een marketing
Blueports wordt benadrukt - Blueports
en
kunnen “robuuster”, vooruitstrevender en
communicatiest
meer gecontroleerd overkomen, wat klanten
rategie
45
aan kan trekken
2
Actie: Afspraken strategieën individuele
1,3,4,
havens, om kansen voor elkaar te
5,6
Draagvlak
optimaliseren – bijv. over inzet op type commodities of bedrijven per haven (zonder de marktwerking teveel te verstoren) Effect: Gezamenlijke en individuele kansen worden benut – zo kunnen er efficiënte en dedicated “hubs” ontstaan voor bijvoorbeeld containers of juist voor recyclingactiviteiten. 3
Actie: Gemeenschappelijke
1,3,4,
adviescommissie voor individuele Blueports,
5,6
Draagvlak
om tot een coherenter beleid te kunnen komen. Effect: Één beleid voor de Blueports, minder autonomie, benutting van gezamenlijke kansen 3
Actie: Het opzetten van een vereniging,
1,2,4,
met enkele fte’s op de payroll, om o.a. de
5,6
Draagvlak
financiële zaken te regelen omtrent gemeenschappelijke Blueports activiteiten (inkomsten vanuit Blueports, subsidies voor bijv. de aanleg van walstroomfaciliteiten ) Effect: Op deze manier kunnen de Blueports vanuit één vereniging communiceren. Hierbij kan een raad van bestuur worden opgezet, met leden van de verschillende Blueports. Met een vereniging kan het makkelijker zijn om (Europese) subsidies te verkrijgen, voor grensoverschrijdende projecten. 3
Actie: Geharmoniseerde havengelden om
3,4
Draagvlak
Formele
inwinningskosten te besparen en een betere
samenwerkingss
service te kunnen bieden aan de logistiek.
tructuur
Effect: Één organisatie, hogere efficiëntie,
opzetten
helderheid voor binnenvaartschippers 3
Actie: Geharmoniseerde faciliteiten (bijv. 1
5,6
Draagvlak
Formele
walstroom systeem met 1 app voor alle
samenwerkingss
Blueports) en monitoring (via bv. AIS)
tructuur
Effect: Helderheid voor
opzetten
binnenvaartschippers, efficiënt systeem, kostenbesparing 3
Actie: Samenwerking logistieke
1,4,5,
afhandeling, bijvoorbeeld door promoten
6
Verdere automatisering
van in de Blueports geloste schepen om
en informatie
weer in de Blueports te herladen (bijv.
deling
d.m.v. met financiële incentives) Effect: Meer overslag, minder leegvaart, kostenbesparing, emissie reductie en een duurzamer imago
46
Draagvlak
7.3
Acties ten behoeve van de bevaarbaarheid van de Maas Om de bevaarbaarheid van de Maas te verbeteren, kunnen de Blueports de volgende (lobby)acties richting Rijkswaterstaat en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat genomen worden. Daarbij kan mogelijk aanvullende financiering gevonden worden via de Connecting Europe Facility in Rhombus verband.
Tijdens laagwater nemen de wachttijden bij sluis Grave excessief toe en komt de betrouwbaarheid van reistijden onder druk te staan. Er dient daardoor een tweede sluiskolk te worden aangelegd. Momenteel wordt in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een verkenning uitgevoerd naar nut en noodzaak van een Tweede Kolk. Het is aan de provincie Limburg en de Blueports om op basis van de uitkomsten van dit onderzoek een succesvolle lobby op te starten om een tweede kolk, geschikt voor klasse Vb schepen met 3,50 meter diepgang, te realiseren.
Ook Sluis Weurt dient verbeterd te worden. Tijdens normale waterstanden is dit de toegang tot de Blueports. De Oostkolk van Weurt kan slechts beperkt gebruikt worden door een te hoog liggende sluisdrempel. Hierdoor ontstaan er bij niet kritische waterstanden reeds lange wachttijden, doordat er voor geladen schepen praktisch gezien maar één kolk beschikbaar is.
De diepgang op de volledige Maas moet naar 3,50 meter. Momenteel vinden werkzaamheden plaats op het zuidelijke deel van de Maas om dit gereed te krijgen per 2023. Ook de Oost-West tak van de Maas dient een diepgang van 3,50 meter te krijgen – momenteel nog niet het geval bij Grave en Niftrik – en de havens dienen qua diepte aan te sluiten bij deze diepte. Hier dient voor gelobbyd te worden.
Als de Maas volwaardig geschikt wordt voor klasse Vb vaartuigen, resteren slechts knelpunten bij Roermond. Hier voert de hoofdroute via het Kanaal Linne – Buggenum, en geldt de Maas als zijtak. De sluizen bij Roermond en Linne geven toegang tot de Maaslus. De Maaslus kent een maximale diepgang van 3,0 meter, onder andere door de sluisdrempel. Deze dient bij minimaal één van de twee sluizen verdiept te worden zodat schepen met 3,50 meter diepte de haven kunnen bereiken.
De nautische veligheid bij Maastricht dient vergroot te worden voor schepen van klasse Vb. Er dient nader onderzoek uitgevoerd te worden naar maatregelen om dit te bewerkstelligen.
Het beheer- en onderhoud op de Maas moet verbeterd worden om bij de Maassluizen een betrouwbare dienstverlening te kunnen bieden.
De 24/7 bediening van sluizen op de Maascorridor dient gecontinueerd te worden.
47
Appendices en bijlagen Appendix 1
Havenoverslag cijfers In onderstaande figuren is per havengemeente de volgende benaming aangehouden:
Sittard-Geleen: Born
Leudal: Buggenum
Gennep: Heijen
Maasgouw: Maasgouw
Maastricht: Maastricht
Stein: Stein
Venlo: Venlo
Venray: Wanssum
Weert: Weert
Figuur 6 Totaal vervoerd tonnage gelost (links) en geladen (rechts) per Blueport
Figuur 7 Vervoerd tonnage internationale import (links) en internationale export (rechts)
49
Figuur 8 Vervoerd tonnage nationale import (links) en nationale export (rechts)
Figuur 9 Provinciaal vervoerd tonnage
Transportverbindingen
Appendix 2
Tabel 8 Container diensten Blueports22
Haven
Terminal
Bestemming
Operator
/herkomst
# Afvaarten per week
Venlo
TCT Venlo
Rotterdam
Danser Benelux
3
Antwerpen
Meulenberg Transport
5
onbekend
BCTN
onbekend
Rotterdam
Venray Intermodal
5
(Trimodal Container Terminal) Stein
Container Terminal Stein (CTS)
Roermond
BCTN Roermond B.V.
Venray
Wanssum Intermodal terminal B.V. (WIT)
22
50
terminal BV (WIT) Antwerpen
Venray Intermodal terminal BV (WIT)
www.bureauvoorlichtingbinnenvaart.nl, aangevuld met informatie van www.bctn.nl
5
(BCTN
Hengelo
Container Terminal
Venray B.V.)
1
Twente BV (CTT) Nijmegen
Container Terminal
2
Nijmegen BV (CTN) Den Bosch
Bossche Container
2
Terminal BV (BCT) Sittard-
Barge
Geleen
Terminal Sittard-
Rotterdam
Barge Terminal Sittard-
Antwerpen
Barge Terminal Sittard-
Geleen
Appendix 3
4
Geleen BV 2
Geleen BV
Trends Appendix 3.1 Notitie vergroening en klimaatmitigatie Deze notitie omschrijft de ontwikkelingen omtrent vergroening van de binnenvaart, inclusief de politieke plannen voor o.a. klimaatmitigatie (de Green Deal), de status van implementatie en de ontwikkelingen omtrent de energietransitie. Vanuit de politiek en specifiek vanuit de Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens 23, zijn doelstellingen voor de vergroening van de binnenvaarsector gesteld, in het kader van klimaatmitigatie (het mitigeren van het effect van klimaatverandering) en het verminderen van effecten op de lokale omgeving (m.b.t. milieuverontreinigende stoffen). Kernpunten van de doelstellingen voor de binnenvaart voor 2024 zijn (Green Deal, 2019):
Een reductie van CO2-uitstoot van minimaal 20% te bereiken ten opzichte van 2015;
Een reductie van de emissie van milieuverontreinigende stoffen door de binnenvaart met 10% ten opzichte van 2015.
Kernpunten van de doelstelling voor 2030 zijn:
De CO2-emissies van de Nederlandse binnenvaartvloot gereduceerd te hebben met 40% tot 50% ten opzichte van 2015;
Tenminste 150 binnenvaartschepen voorzien te hebben van een zero -emissie aandrijflijn.
De Green Deal focust zich in eerste instantie op het reduceren van de CO2 uitstoot en gerelateerd hieraan de transitie naar emissie loos varen. De maatregelen om de doelstellingen te realiseren, welke zijn gerelateerd aan de energietransitie, kunnen sterke gevolgen hebben voor het type schepen dat zal varen over de Nederlandse vaarwegen en de benodigde faciliteiten langs de vaarweg en/of in de binnenhavens, zoals in de Blueports.
23
https://www.greendeals.nl/green-deals/green-deal-zeevaart-binnenvaart-en-havens
51
Er zijn verschillende ontwikkelingen die zich richten op het verminderen van emissies, waaronder:
Het gebruik van walstroom door binnenvaartschepen voor “huiselijk gebruik” aan wal, zodat generatoren (met vervuilende uitstoot) niet meer gebruikt hoeven te worden;
Technologische ontwikkelingen m.b.t. (traditionele) scheepsmotoren – innovatieve voortstuwing technologieën, verhoogde energie efficiency, een afname van emissies 24;
De optie voor elektrische aandrijving voor het varen – hierbij kan onderscheid gemaakt worden tussen o.a. (1) een dieselelektrische aandrijving, waarbij de schroefas direct door een elektromotor wordt aangedreven, gevoed door elektriciteit opgewekt uit diesel, (2) een hybride aandrijflijn, waarbij zowel de dieselmotor- als de elektromotor de schroefas direct (doorgaans tijdelijk) kunnen aandrijven, (3) een volledig elektrische aandrijflijn met ingebouwde batterijen of met uitwisselbare batterijen - Modular Energy Containers (MEC). Een voorbeeld van een schip met een batterijpakket is de Sendo Liner, welke is uitgerust met een pakket lithium-polymeer accu’s waardoor het schip volledig emissie loos kan varen 25 - zie Figuur 10;
Het gebruik van innovatieve energiedragers, (1) (groene)waterstof – op dit moment kostbaar en zeer beperkt beschikbaar, (2) LNG – een duurzamere vervanging t.o.v. de huidige gebruikte brandstoffen, (3) Biofuels – relatief gezien een vooruitgang t.o.v. de brandstof die nu wordt gebruikt, maar ook niet volledig duurzaam. Hiernaast is er maar een beperkte beschikbaarheid ;
Het aanbieden van “alternatieve bunkerfaciliteiten” in binnenhavens: o
Bunkerfaciliteiten voor waterstof, LNG en/of Biofuels;
o
Het aanbieden van faciliteiten voor E-bunkering (elektrisch bunkeren) van binnenvaartschepen, als deze een vast batterijpakket hebben, eventueel met hoog-voltage laadpunten om ‘snelladen’ (in korte tijd) mogelijk te maken - een zogenaamd ‘Tesla concept’;
o
Het aanbieden van faciliteiten voor de uitwisseling van batterijpakketten (MEC), waarbij gebruik wordt gemaakt van uitwisselbare containers.
De meeste ontwikkelingen initiatieven zitten momenteel echter nog in de concept - of pilot fase (zoals varen met batterijpakketten of op zonnepanelen, zie Figuur 10), en het is onzeker of en wanneer implementatie op grote schaal zal plaatsvinden. Sommige ontwikkelingen zijn al gerealiseerd op redelijk grote schaal, zoals het aanbieden van walstroomfaciliteiten in bijvoorbeeld Rotterdam.
24
European Commission, Directorate-General for Mobility and Transport (2020), Assessment of the potential of maritime and inland ports and inland waterways and of related policy measures, including industrial policy measures. 25 https://www.schuttevaer.nl/nieuws/dossiers/maritime_awards/2019/11/04/sendo-liner-knvts-schip-van-hetjaar/#&gid=1&pid=1
52
Figuur 10 Vrachtschip "The Traveler"26 op zonnepanelen (links) en “Sendo liner” met een batterijpakket (rechts).
Alhoewel de binnenvaart qua CO2 uitstoot (in ton/km) een gunstige optie is in vergelijking met andere modaliteiten, is de stikstof (NOx) uitstoot erg hoog 27 (EICB, 2019). Daarom is in 2020 een uitbreiding op de Green Deal aangekondigd m.b.t. stikstof reductie van de binnenvaart 28 - 79 miljoen euro is ter beschikking gesteld voor de vergroening van de schepen (ter aanvulling op het eerder beschikbaar gemaakte bedrag van 15 miljoen euro in de Green Deal). De doelstelling is om schepen te voorzien van een SCR-katalysator die de stikstof uitstoot met 80% kan reduceren en welke een significante impact zal hebben op (natuur)gebieden langs de vaarweg.
Appendix 3.2 Notitie digitalisatie en autonoom varen In deze notitie zijn de ontwikkelingen in kaart gebracht op het gebied van digitalisatie in de binnenvaart en autonoom varen. Op dit moment staan we aan de start van de digitalisering transitie in de binnenvaart. In een recent onderzoek zijn kansen en uitdagingen geïdentificeerd m.b.t. deze transitie (Rijkswaterstaat, 2019) 29, waaronder:
Verbetering capaciteitsmanagement;
Verbetering verkeersmanagement;
Papierloos varen en minimalisatie van administratieve lasten.
In het door de Europese Unie-geïnitieerde project “Masterplan Digitalisation of Inland Waterways 30” wordt een digitale strategie ontwikkeld voor de binnenvaart en specifiek voor Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk. Dit master plan zou bovenstaande kansen kunnen benutten. De geplande projectresultaten zijn::
Een integrale digitaliseringsstrategie voor de binnenvaart;
Een roadmap voor de vaarwegbeheerder voor de digitale transformatie (ten gunste van de binnenvaart);
Implementatie van verschillende scenario’s inclusief business value, techniek, personeel, organisatie en financiële impact.
26
https://www.schuttevaer.nl/nieuws/schip-en-bedrijf/2019/11/04/vrachtvaart-op-zonnecellen-het-kan/ https://www.eicb.nl/wp-content/uploads/2019/04/EICB-gorinchem-workshop-BK-deel-NL.pdf 28 https://www.bureauvoorlichtingbinnenvaart.nl/actueel/79-mln-voor-vergroening-van-binnenvaartschepen 29 https://nationaalbinnenvaartcongres.nl/wp-content/uploads/2019/10/Digitalisering_deelsessie1_binnenvaart-en-vaarwegen-een-zegen-of-een-last.pdf 30 https://www.masterplandiwa.eu/ 27