CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

21-07-02 Actieprogramma goederenvervoer limburg 2030

Gemeenteraad 26 juni 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 2128.937 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Voor de korte afstand en bij het voor- en natransport van en naar de terminals is en blijft het wegvervoer voorlopig de meest aangewezen modaliteit. Het vrachtschip en de goederentrein stoppen immers niet voor de deur! Ook de e-commerce stromen met kleine pakketjes die bij de klant thuis of in een ophaalpunt worden geleverd, zijn (momenteel nog) afhankelijk van het wegvervoer per bestelauto. Concluderend kan dus gesteld worden dat het wegvervoer de meest aangewezen modaliteit zal blijven! Ténzij we er in slagen de intensiteit te verhogen, dat verandert namelijk het rekenmodel van de oplossingen substantieel. In dat geval is een andere modaliteit dan de weg sneller haalbaar. Door stijgende congestie op de wegen (filevorming) kan de bereikbaarheid en daarmee de leverbetrouwbaarheid van goederen en/of pakketten in de nabije toekomst in het gedrang komen en is meer dan voorheen stimulering van een sturing op multimodaal en intermodaal transport. Bij het voor- en natransport richting de Limburgse barge- en railterminals is de ‘last mile’ over de weg onvermijdelijk. Het is wel zaak om bij dit ‘onvermijdelijk vrachtverkeer over de weg’ zoveel mogelijk in te zetten op de reductie van uitstoot, bijvoorbeeld door elektrificatie van vrachtauto’s of vrachtauto’s die rijden op waterstof.

Daarom hebben we Clean Energy Hubs nodig (voor meer informatie over het landelijk programma Clean Energy Hubs wordt verwezen naar hoofdstuk 2.3). De ‘last mile’ zou met elektrische Terminal Tractors (TT’s) en op waterstof aangedreven terminal tractors kunnen worden uitgevoerd. Dan hoeven vrachtwagens dit niet te doen (zero emissie) en is men minder afhankelijk van professionele vrachtwagenchauffeurs. Voorwaarde is wel dat rond alle terminals toestemming moet worden verleend om deze Terminal Tractors toe te laten. Om het economisch noodzakelijke goederenverkeer over de weg zo goed mogelijk te laten doorstromen zou daarom bij voorkeur ingezet dienen te worden op het vermijden van zo veel mogelijk personenverkeer (bijvoorbeeld door het stimuleren van tijd en/of plaats onafhankelijk werken). Een goede en snelle bereikbaarheid van bedrijventerreinen is immers een essentieel onderdeel van het vestigingsklimaat voor logistieke en industriële bedrijven. Het vermijden en/of reduceren van onnodig personenverkeer levert tevens een welkome bijdrage aan het verlagen van de CO2 emissies. Een multimodaal netwerk tussen de terminals is van belang om te komen tot een goede samenwerking d.m.v. het bundelen en uitwisselen van lading. Hierdoor vindt een belangrijke logistieke opschaling plaats door het stimuleren van afstemming en samenwerking.

De provincie zet in op multimodale terminals (weg, water en/of rail) met als doel volumegroei van de terminals. Door bundeling van goederenstromen wordt voldoende volume gegenereerd voor een efficiënte afhandeling van laadeenheden (o.a. containers), hierdoor wordt een rendabele exploitatie van lijndiensten mogelijk. De praktijk laat zien dat de aanwezige terminals heel Limburg ‘provincie-

61

dekkend’ bedienen. Naast het maritieme containervervoer van en naar de zeehavens is ook het vervoer van continentale stromen (trailers, opleggers, wissellaadbakken, wagenlading verkeer, ‘big bags’, etc.) van groot belang. Gezien de grensligging streeft de provincie naar een grensoverschrijdende afstemming van het aanbod van lijndiensten. Op dit moment bestaan er reeds (informele) samenwerkingsverbanden met diverse terminals over de grens, zoals bijvoorbeeld met de terminals in Genk en Lanaken. Concrete acties hierbij zijn verdere verbeteringen in het fysieke (grensoverschrijdende) infrastructuurnetwerk (multimodaal g rail-/bargeterminals inclusief een integrale vergunningverlening) binnenhavens, wegen, spoor- en vaarwegen/havennetwerk, randvoorwaarden MAA/luchtvracht, buisleidingen (zie tabellen 5.1 t/m 5.3). Voor de concrete projecten die uit deze acties voortvloeien wordt verwezen naar het Uitvoeringskader.

Een van de samenwerkingsprojecten is het project ‘Integrale ketenbenadering containerbinnenvaart Rotterdam’. Het doel is het stimuleren en promoten van meer containervervoer over water op de kansrijke corridors van en naar Rotterdam door het bundelen van containers via samenwerking van inland terminals in de regio’s. Op de Maas Corridor: met barge-terminals in Born (BTB), Venlo (ECT), Venray en Roermond (BCTN) bestaan er in dit kader momenteel 2 samenwerkingsverbanden: Maascorridor (BCTN) en Limburg Expres (EGS/BTB).

37. Haven Wanssum (gemeente Venray)

62

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

4. De ambitie voor de toekomst: de vijf actielijnen (waar zet Limburg op in?)

Actielijn 3: Duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling strategische knooppunten Noord- en Zuid-Limburg Ruimtelijk-economische ontwikkeling | De potentie van de Topcorridors als (logistieke) vestigingsplaats voor bedrijven nog meer benutten, door deze bedrijven zo gericht mogelijk te faciliteren binnen de twee Limburgse strategische bovengemiddelde knooppunten Noord- en Zuid-Limburg Actielijn 3

Duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling strategische knooppunten Noord- en Zuid-Limburg

Om onze ambitie te bereiken wordt er naar gestreefd om de potentie van de Topcorridor Zuidoost als logistieke vestigingsplaats voor Limburgse bedrijven nog beter te benutten, door de industriële, logistieke en hoogwaardige kennis clusters van bedrijven zo gericht mogelijk te faciliteren binnen de twee strategische bovengemiddelde knooppunten in Noord- en Zuid-Limburg.

38. Bouwsteen voor specialisatie en complementariteit, verbeteren vestigingsklimaat (Pijler 3): ontwikkelen van een agro-maak hub (Venlo)

De bestaande barge- en railterminals in de twee bovengemiddelde knooppunten Noord- en ZuidLimburg (Venlo, Wanssum, Born, Stein, Railterminal Chemelot) kunnen een compleet dienstenpakket aanbieden en hebben (op enige uitzonderingen na) goede multimodale verbindingen met alle relevante bestemmingen. Daarnaast hebben ook de Limburgse Blueports c.q. binnenhavens in Gennep, Wanssum, Venlo, Weert, Maasbracht, Leudal (Zevenellen) Roermond, Born, Stein en Maastricht een belangrijke positie in internationale aan- en afvoer van bulkgoederen via water. Zoals eerder vermeld zijn de Limburgse binnenhavens van essentieel belang bij de transitie naar een circulaire economie. En bij de transitie van Chemelot naar Circulair Hub. Een van de kansen10 voor 10.

Bron: IPO kansenkaarten Circulaire Economie 2021 Provinciale kansenkaarten

63

Limburg ligt in de uitbouw Icoonketen Chemelot Circulair Hub als eerste grootschalige circulaire hub in Europa in 2025. De kern van Chemelot Circulair Hub is dat de huidige (fossiele) grondstoffen vervangen worden door grondstoffen uit reststromen en uit biomassa. Dit heeft onherroepelijk grote gevolgen voor de logistieke stromen in Limburg. Behalve de modaliteiten weg, water, spoor beschikt Limburg ook over een uitgebreid ‘dedicated’ buisleidingen netwerk. Hiermee kunnen duurzame brandstoffen (zoals H2) en productiemiddelen (zoals CO2) efficiënt, duurzaam en in grote hoeveelheden worden aangevoerd. Dit is nodig om Chemelot een duurzaam knooppunt te laten worden. Met Maastricht Aachen Airport beschikt de provincie over een goed geoutilleerde cargoluchthaven (na Schiphol, de grootste van Nederland). Ten aanzien van duurzaam ruimtegebruik dient (meer dan in het verleden) te worden ingezet op kwaliteit en selectiviteit in logistieke bedrijvigheid. Conform Scenario 3: Value Added Integrated Supply Chain Ecosysteem uit het rapport Toekomst van de Logistiek, BCI 2019. Hierbij is de logistieke sector meer dan ooit verweven met de maakindustrie en met de agrofoodsector. Het gaat daarbij vooral om ‘blurring’ van logistieke onderdelen van de maakindustrie met de brede sector logistiek.

Bij het aantrekken van nieuwe bedrijven moet de focus liggen op die logistieke activiteiten die de grootste toegevoegde waarde creëren, met name op value added logistics (VAL) en value added services (VAS). Dit betekent streven naar een regionale meerwaarde. De revitalisering en/of herontwikkeling van de zogenaamde ‘brownfields’ / herstructureringslocaties vormt een belangrijke opgave in de discussie t.a.v. ruimtegebruik en verduurzaming. Aandacht voor brownfields / herstructurering (belangrijke opgave in ruimtevraag en duurzaamheid) Een aandachtspunt dat nadere verdieping verdient, is het toenemend belang van herstructurering van verouderde bestaande bedrijventerreinen (de zogenaamde brownfields), dit mede naar aanleiding van de maatschappelijk discussie rondom zorgvuldig ruimtegebruik en verduurzaming van bestaande terreinen.

39. Herstructurering Scheepswerf haven Maasbracht (Slagboom en Peeters Luchtfotografie BV)

64

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

4. De ambitie voor de toekomst: de vijf actielijnen (waar zet Limburg op in?)

Aandacht voor landschap en de fysieke leefomgeving Een ander aandachtspunt hierbij is de toenemende aandacht van de burger voor een goede landschappelijke inpassing van de steeds groter wordende logistieke distributie- en productiehallen in het landschap. De zogenaamde ‘verdozing’ roept veel maatschappelijke weerstand op en is een actueel politiek gevoelig item. Een goede ruimtelijke, maar vooral ook een kwalitatieve hoogwaardige landschappelijke inpassing met aandacht voor behoud en herstel van de natuur is hierbij essentieel. Hierbij wordt verwezen naar het ‘leidend ruimtelijk ordeningsprincipe’ zoals dat in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) is opgenomen t.a.v. de voorkeursvolgorde (ladder) voor uitbreiding van vestigingsmogelijkheden voor logistieke bedrijven. Zie onderstaand citaat uit de POVI, hoofdstuk 9 paragraaf 3: ‘We maken nieuwvestiging van logistieke bedrijven mogelijk voor bedrijven die van toegevoegde waarde zijn voor onze economische structuur en arbeidsmarkt en/of bedrijven met een innovatief karakter.

Ook voor het uitbreiden van de logistieke vestigingsmogelijkheden zijn de gemeenten in eerste instantie aan zet en sluiten we aan bij de voorkeursvolgorde volgens de NOVI: na aangetoonde behoefte (1) vestiging in eerste instantie op bestaande, eventueel te herstructureren bedrijventerreinen (2), indien niet haalbaar dan concentreren in aantal vooraf aangewezen nationale en bovenregionale clusters langs corridors; in Limburg ligt de focus daarbij op de Limburgse multimodale hotspots die zich bevinden in Venlo-Venray en Sittard-Geleen/Stein/ Beek. Hier komen meerdere vervoersmodaliteiten (spoor, weg, water, lucht) bij elkaar en is overslag mogelijk (3). Aanvullend op deze treden uit de NOVI houden wij vast aan een extra trede: indien ook trede 3 niet haalbaar is, dan gemotiveerd eventueel andere buiten stedelijke locaties in clusters langs corridors (4). De reden hiervoor is gelegen in het mogelijk maken van combinaties van logistieke functies aan regionaal gebonden maakindustrie. In de uitvoeringsagenda NOVI 2021-2024 wordt deze optie benoemd.” Einde citaat. Aandacht voor grootschalige bedrijvigheid (Grip op grootschalige bedrijvigheid) Naar aanleiding van Amendement 112 Schuuring e.a. ‘Grenzen aan verdozing’ heeft gedeputeerde Roefs (coördinerend portefeuillehouder) in mei 2022 aan de Staten toegezegd met een nadere uitwerking te komen t.a.v. het beleid over werklocaties.

Hieraan wordt invulling gegeven door middel van het opstellen van een zgn. Programma, een van de kerninstrumenten van de nieuwe Omgevingswet, teneinde te bepalen welke maatregelen er wenselijk worden geacht om meer grip op toekomstige grootschalige bedrijfsontwikkelingen te krijgen. Om grip te krijgen op toekomstige grootschalige bedrijfsvestigingen wordt voorgesteld om zowel ruimtelijk als bedrijfseconomisch te sturen. Ruimtelijk door geen nieuwe kavels van meer dan 5 ha toe te staan. Bedrijfseconomisch door meer eisen te stellen aan de regionale meerwaarde bij nieuwe grootschalige bedrijfsvestigingen. Voorgesteld wordt de ruimtelijke sturing te borgen door onderdelen van het Programma op te nemen in de provinciale Omgevingsverordening. Dat betekent dat gemeenten bij het opstellen en wijzigen van hun omgevingsplan rekening moeten houden met de in de verordening opgenomen eisen. Een verdere uitbouw van kennisintensieve, hoogwaardige en/of innovatieve logistiek (ten behoeve van waarde creatie binnen de sector) is hierbij wenselijk en noodzakelijk. De in Limburg sterk aanwezige clusters, zoals o.a. Healthcare, Chemie (Chemelot) en Automotive (VDL Nedcar), maar ook bijvoorbeeld het Papier- en Staalcluster en Agrofood, zijn kennisintensieve innovatieve clusters met complexe supplychains, die hoge eisen stellen aan de aan- en afvoer van grondstoffen en eindproducten.

De Limburgse logistieke sector kan de innovatieve oriëntatie van deze topspelers afstemmen op de eigen logistieke expertise. Dit bevorderen we door in te zetten op het creëren van Supply Chain ecosystemen waarin ondernemers, kennisinstellingen en overheid samenwerken aan innovatieve oplossingen (volgt uit het Missiegedreven Economisch Beleidskader).

65

En deze kennis benutten in het ontwikkelen van innovatieve logistieke en/of ketenregie activiteiten. Hier liggen ook kansen voor een kwalitatieve logistieke arbeidsmarkt. Daarom zet de provincie al sinds jaar en dag in op hoogwaardige kennis, innovatie en onderwijs op logistiek gebied. Het doel is meer toegevoegde waarde genereren voor onze logistieke knooppunten, met minder negatieve effecten voor gebruikers en omgeving. Inzet hierbij is de logistieke knooppunten Noorden Zuid-Limburg verder te ontwikkelen als besturingscentra voor mondiale logistieke ketens, die voorop lopen met innovatieve en duurzame oplossingen. Voor concrete acties en/of projecten die in het kader van deze actielijn door de provincie worden opgepakt, wordt verwezen naar het Uitvoeringskader (tabellen 5.1. t/m 5.3).

40. Duurzaam en digitaal verbinden van bovengemiddelde knooppunten

Actielijn 4: Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de Limburgse corridors Verduurzaming | De afhandeling van goederenstromen op een meer duurzame manier laten plaatsvinden; zo kan de sector haar bijdrage leveren aan de klimaatafspraken én nadelige gevolgen voor de leefomgeving zoveel mogelijk beperken. Actielijn 4

Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de Limburgse corridors

Om onze ambitie te bereiken wordt er naar gestreefd om de afhandeling van goederenstromen op een efficiënte, effectieve en meer duurzame manier te laten plaatvinden bij voorkeur via water en/of spoor. Dit kan echter alleen indien dit nuttig en zinvol is, immers niet alle goederen zijn ten gevolge van een snelle doorlooptijd of hoge bederfelijkheid geschikt voor vervoer via water of spoor. Zo kan de sector haar bijdrage leveren aan de klimaatafspraken én nadelige gevolgen voor de leefomgeving zoveel mogelijk beperken. In het kader van duurzaamheid wordt daarom ook ingezet op het vermijden van onnodig transport; helaas kan dit niet altijd voorkomen worden, denk bijvoorbeeld aan lege retourritten omdat er niet altijd voldoende lading is voor de terugrit. Bedrijven streven in toenemende mate naar verduurzaming van de logistiek. Bij duurzaamheid gaat het niet alleen om een groen bedrijfsimago, maatschappelijk verantwoord ondernemen of om toekomstige generaties tegemoet te komen, maar bedrijven zien dat er met duurzaamheid geld te verdienen valt. Afvalstromen worden grondstoffen in een duurzame samenleving. Modal shift van weg naar duurzamere modaliteiten, inzet van schone en zuinige bedrijfsvoertuigen (E-trucks, etc.) en energiezuinig bedrijfsvastgoed bieden mogelijkheden voor verduurzaming van de

66

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

4. De ambitie voor de toekomst: de vijf actielijnen (waar zet Limburg op in?)

logistiek. Steeds meer bedrijven verschonen hun wagenpark en/of plaatsen zonnepanelen en windmolens voor hun eigen energievoorziening op eigen terrein. Inzet hierbij is een duurzame afhandeling van stromen (in relatie tot de fysieke leefomgeving). Met betrekking tot duurzaamheid zijn de ambities voor de uitstoot van CO2 vastgelegd in het Klimaatakkoord. De sectordoelstelling voor mobiliteit is een maximale CO2 uitstoot van 25 megaton in 2030, als tussendoel naar het nationale doel om in 2050 de CO2 uitstoot met minimaal 95% ten opzichte van 1990 terug te dringen. In de brede zin van duurzaamheid is het ook de ambitie om uitstoot van fijnstof en andere luchtvervuilende stoffen terug te dringen, evenals geluidhinder van verkeer te verminderen (bron NOVI). Het transport van goederen is namelijk in de regel duurzamer via de binnenvaart dan wanneer goederen over de weg vervoerd worden, omdat de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) per vervoerde ton een stuk lager is. Een belangrijke reden is dat via de binnenvaart bijna altijd grotere volumes vervoerd kunnen worden dan via het wegvervoer, zodat de uitstoot per vervoerde ton lager is. Uiteraard is de hoogte van die besparing afhankelijk van het gebruikte vervoersmiddel en de beladingsgraad. Uit onderzoek blijkt dat per vervoerde ton de inzet van binnenvaart minder CO2 emissie oplevert dan de inzet van wegvervoer.

Bij de uitstoot van NOX geldt dit voordeel minder, de uitstoot voor de twee modaliteiten is bij inzet van het meeste gebruikte voer- en vaartuig ongeveer gelijk. Hier kunnen grote besparingen behaald worden als het transport elektrisch kan worden uitgevoerd. Dit lijkt op middellange termijn eerder voor de binnenvaart een optie dan voor het wegvervoer voor bulk- en containertransport (bron: Toekomstbestendigheid Blueports, 2021). Daarom zijn in de Green Deal afspraken gemaakt voor een ‘emissie label systeem’ waarmee zowel klimaat- als luchtkwaliteit verbeteringen worden gestimuleerd. Ter illustratie: Het Havenbedrijf Rotterdam gaat geld voor de binnenhavenbijdrage differentiëren naar milieulabels (dit betekent dat schonere schepen korting krijgen op de haventarieven). Zowel het internationale als nationale aantal vrachtbewegingen neemt naar alle waarschijnlijkheid verder toe, bijvoorbeeld door de forse groei van e-commerce en het daardoor toenemende aantal (online bestelde) pakketjes dat wordt bezorgd. Het ligt niet in de verwachting dat dit de komende decennia anders gaat worden. Dit betekent dat om aan de duurzaamheidsdoelstelling te kunnen voldoen, ingezet moet worden op een zogenaamde drietrapsfasering bij een efficiënte en effectieve afhandeling van goederenstromen: a)

b)

67

het vermijden c.q. voorkomen van (onnodig) transport van goederen. Voordat goederen vervoerd gaan worden dient eerst de principiële vraag gesteld te worden of het transport daadwerkelijk nodig is? Ter illustratie: het vervoeren van levende varkens met vrachtauto’s over een afstand van meer dan duizend kilometer naar Italië, om daar tot parmaham verwerkt te worden is (los van het dierenwelzijnsaspect) verre van duurzaam. Dit geldt ook voor het per vliegtuig vervoeren van Nederlandse ongepelde garnalen, om in Marokko gepeld te worden, en vervolgens per vliegtuig retour te gaan richting Nederland. Andere weinig duurzame transportvoorbeelden zijn rozen uit Kenia die op Maastricht Aachen Airport worden ingevlogen. Hoewel de provincie hier geen directe invloed op kan uitoefenen, is er wel sprake van meer aandacht voor dierenwelzijn tijdens transport van levende dieren en een toenemend maatschappelijk besef bij consumenten om de ecologische voetafdruk te verminderen. Dit ten faveure van lokale streekproducten en dieren die in de eigen regio zijn grootgebracht, zoals bijvoorbeeld het Limburgs varken (LIVAR). het bundelen van stromen (d.m.v. het bundelen van zware stromen en/of digitalisering van de ketenregie c.q. het gebruik van “Big data”).

In het kader van het MIRT-onderzoek 2017 is door Panteia onderzoek gedaan naar de kansen voor het vervoer over water en spoor via de bovengemiddelde knooppunten. Hieruit is gebleken dat er een aanzienlijke potentie is van 30,1 miljoen ton aan continentale lading die kosteneffectief overgeheveld kan worden van de weg naar modaliteiten binnenvaart en spoor.

het benutten van álle modaliteiten; Voor goederen waar dat mogelijk en/of zinvol is inzetten op een modal shift van weg naar duurzame(re) modaliteiten zoals binnenvaart, spoor en buis. Teneinde hiermee een modal optimum te bereiken. Het is zaak om de ruimte die er is bínnen de diverse modaliteiten ook maximaal te benutten. Circa 80% van het vrachtverkeer op de Nederlandse wegen is weliswaar ‘niet kraanbaar’, maar daar zijn nu oplossingen voor (bijvoorbeeld het Cargo Beamer Systeem).

c)

Slimme logistieke oplossingen zijn vereist om de doorstroming op peil te houden. Hierbij hoort ook het naadloos schakelen tussen de verschillende modaliteiten. Daar waar het mogelijk, zinvol en nuttig is inzetten op vervoer van goederen via water, spoor en/of buis. Niet alle producten zijn (door de langere doorlooptijden, etc.) immers geschikt voor vervoer over water, spoor en/of buis. Met name zware en volumineuze producten zijn uitermate geschikt voor vervoer over water. Goederenstromen die bij uitstek geschikt zijn om via binnenvaart en/of spoor te vervoeren zijn: huishoudelijk afval, landbouwproducten (zoals bieten, veevoeder, etc.), inbound bulkstromen voor Chemelot, grondstoffen voor de bouwindustrie (zoals bijvoorbeeld zand en grind), hout- en papierpulp, zware producten (zoals bijvoorbeeld metaal en staal).

Suikerbieten duurzaam vervoerd over water Nieuws Forum Provincie Limburg, 9 juli 2021 L’Ortye verlaadt tijdens de komende bietencampagne alle suikerbieten uit Zuid-Limburg in schepen die vervolgens naar de suikerfabriek van Cosun Beet Company (CBC) in het WestBrabantse Dinteloord worden gevaren. Met het vervoer over water worden minimaal 8.000 vrachtwagenritten uitgespaard. Zo draagt de nieuwe manier van transport niet alleen bij aan een significante CO2-reductie, maar ook aan het verminderen van de filedruk op snelwegen. Maar liefst 270.000 ton bieten worden in de periode van half september tot en met januari verladen op de locatie van L’Ortye in de Beatrixhaven in Maastricht. Ruim 200 schepen vervoeren de bieten vervolgens naar de fabriek in Dinteloord. Gedurende de 18 weken durende campagne zal een team van circa 10 mensen 6 dagen per week bezig zijn om alle bieten te verwerken. De nieuwe manier van transport is de uitkomst van een pilot die Cosun Beet Company het afgelopen jaar heeft gedaan, met medewerking van Provincie Limburg, Provincie Brabant, L’Ortye, MCA Brabant en Zuid-Limburg-Bereikbaar. Gedeputeerde Maarten van Gaans van de Provincie Limburg: “Vervoer over water is een duurzamer alternatief voor het vrachtverkeer over de weg. Het sluit aan bij ons streven om de CO2-uitstoot in Limburg terug te dringen en de luchtkwaliteit in steden te verbeteren.

Die omslag kunnen we alleen bereiken als het bedrijfsleven en overheden samenwerken. Daar is dit initiatief een prima voorbeeld van.” Bij de proef werden twee manieren van transport getest: bieten die in zeecontainers in het schip werden geladen en met los gestorte bieten in het schip. De laatste methode bleek zowel qua CO2-uitstoot als bedrijfseconomisch het meest efficiënt. Bij de komende campagne worden de bieten uit onder meer Simpelveld, Vaals, Margraten en Meerssen met vrachtauto’s naar de havenlocatie in Maastricht gebracht. Voordat ze per schip worden verladen, worden de bieten gewogen en bemonsterd. Uit elke vracht wordt een representatief monster genomen, dat in een Beet-box wordt verpakt en voorzien van een sticker. Aan het eind van de dag worden de monsters vervolgens naar het laboratorium van Cosun Beet Company gebracht. Aan de hand van de sticker die aangeeft van welke teler de vracht afkomstig is, bepaalt het lab de kwaliteit van de bieten en de bijbehorende prijs.

68

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

4. De ambitie voor de toekomst: de vijf actielijnen (waar zet Limburg op in?)

Belangrijk hierbij is wel dat het mobiliteitssysteem voldoende toekomstbestendig en klimaatbestendig is. Denk bijvoorbeeld aan ‘voldoende diepgang van de rivieren tijdens droge zomers’ of aan ‘vaarbeperkingen tijdens natte perioden met overstromingen’. Een van de acties die in dit kader ondernomen wordt is het project Laagwaterbescherming (zie tabellen 5.1 t/m 5.3).

41. Suikerbieten duurzaam vervoerd over water. Suikerbietencampagne 2021-2022

69

Ook het vastlopen van het containerschip “Ever Given” in maart 2021 in het Suezkanaal toont aan hoe kwetsbaar de (mondiale) logistieke keten is. Het voor Evergreen varende schip had zo’n 18.000 TEU aan beladen containers aan boord en veroorzaakte sinds de stranding op 23 maart 2021 een zesdaagse blokkade van het kanaal. Een deel van de bederfelijke lading moest als verloren worden beschouwd en veel tijdgebonden artikelen verliezen een fors deel van hun waarde.

42. Het containerschip ‘Ever Given’ blokkeert het Suez kanaal, 23 maart 2021

Het thema duurzaamheid staat in het vakgebied logistiek volop in de belangstelling. Private partijen hebben zelf reeds een start gemaakt met het doorvoeren van innovaties in de diverse modaliteiten ter reductie van brandstofverbruik, gevaren en/of gereden kilometers en emissies schadelijke stoffen. Een van de concrete acties en/of projecten die in het kader van deze actielijn door de provincie is opgepakt is bijvoorbeeld het duurzaam project ‘terminal trekker’ (green last mile Venlo Greenport). De provincie heeft géén invloed op de aanbestedingen die door gemeenten in het kader van duurzaamheid worden. Het zou helpen als maatschappelijke kosten zwaarder zouden doorwegen in de uiteindelijke keuze. Zie bijvoorbeeld huishoudelijk afval dat door RD4 nu per vrachtauto wordt afgevoerd.

70

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

4. De ambitie voor de toekomst: de vijf actielijnen (waar zet Limburg op in?)

Actielijn 5: Digitalisering (State of the art digitale voorzieningen) Digitalisering | Binnen de strategische bovengemiddelde knooppunten Noord- en Zuid-Limburg ervoor zorgen dat bedrijven kunnen profiteren van de typisch Nederlandse logistieke organisatiekracht (uitstekende digitale voorzieningen en faciliteiten). Actielijn 5

Digitalisering (State of the art digitale voorzieningen)

Om onze ambitie te bereiken wordt gestreefd naar ‘State of the art digitale voorzieningen’. Inzet bij digitalisering is het volgende: Binnen de 2 strategische bovengemiddelde knooppunten Noord-Limburg (Venlo/Venray) en Zuid-Limburg (Sittard-Geleen/Stein) ervoor zorgen dat bedrijven kunnen profiteren van de typisch Nederlandse logistieke organisatie- en innovatiekracht (uitstekende digitale voorzieningen en faciliteiten). Concreet betekent dat: bedrijven laten investeren in kennisniveau (bijvoorbeeld in combinatie met Brightlands AI Academy), het stimuleren van Data-gedreven toepassingen in de logistiek, en in het bijzonder datadeel toepassingen in de bovengemiddelde knooppunten. Verder kan gedacht worden aan het ondersteunen van digitale diensten ten behoeve van het versnellen van de energietransitie (digitaal duurzaam beleid), ketenoptimalisatie, en het verhogen van de veerkracht bij grootschalige logistieke verstoringen. Het succes van de digitale voorzieningen staat of valt bij de bereidheid van het bedrijfsleven om data te delen en aan hun bereidheid om mee te werken aan ‘open source’ data / platformen. Supply Chain Valley trekt zich de rol aan om bedrijven hierin te begeleiden vanuit een vertrouwensrelatie, kennisoverdracht.

Ook Brightlands Smart Services en Brightlands AI Academy in Heerlen vervullen deze begeleidende rol voor het Limburgse bedrijfsleven, waarbij Ondernemers samen met Onderwijs- en kennisinstellingen, Omgeving en Overheden samen de verbinding zoeken om met elkaar uitvoering te geven aan projecten in lijn met het provinciale beleid. Door het inzetten op innovatiekracht versterken wij de concurrentiepositie van de Limburgse logistieke sector in het internationele speelveld. Wij zetten ons (in samenwerking met alle betrokken kennisinstellingen) in om te komen tot een toekomstbestendige sector, die innovatief en duurzaam is. Innovatieve bedrijven kunnen ondersteuning krijgen van LIOF dat uitvoering geeft aan het MKB-breed innovatieprogramma ‘Limburg Toekomstbestendig’. Teneinde aan kop te blijven op gebied van innovatieve logistiek ondersteunt de provincie de doorontwikkeling van het Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI). BISCI, Fontys Hogescholen en Supply Chain Valley werken samen met de Universiteit Maastricht, TNO en enkele tientallen bedrijven samen aan projecten op een veelal hoog strategisch niveau. Hierdoor kunnen slimme en duurzame supply chain-innovaties onderzocht, uitgewerkt en vervolgens ook toegepast worden.

Overigens wordt geconstateerd dat het gemiddelde profiel van het logistieke bedrijfsleven in Limburg er een is, waarbij het bedrijf niet alleen behoefte heeft aan strategisch onderzoek, maar ook aan zowel training/opleiding en voorlichting, als aan projecten op midden en lager niveau. Op basis van de aanwezige complexiteit van het thema wordt gewerkt met verschillende kennisinstellingen. Bedrijfsinnovatie in de logistiek wordt voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door ICT ontwikkelingen. ICT tools maken het mogelijk om stromen in en tussen ketens efficiënter te plannen. Ketenregie biedt vooral toegevoegde waarde in de distributieketens die gekenmerkt worden door hoge complexiteit en grote volumes. Mogelijkheden doen zich voor in industrieën zoals bijvoorbeeld automotive en hightech waar ‘just in time’, ‘just in sequence’, (en steeds vaker ‘just in case’) en klantspecifiek geproduceerd wordt), chemie (waar veiligheid en leverbetrouwbaarheid en klantspecificiteit voor wat betreft specialty chemie) vereist zijn en agrofood (waar versheid en flexibiliteit prioritair zijn).

71

Al deze 3 (industriële) sectoren zijn aanwezig in Limburg en bieden kansen voor zowel het ontwikkelen en implementeren van hoogwaardige ketenregie activiteiten als het aantrekken van regiecenters. Vanuit het Topsectoren beleid is sterk ingezet op Cross Chain Control Centers (4C) als ICTondersteuning voor ketenregie. Een 4C is een regiecentrum waar meerdere logistieke ketens en netwerken gecoördineerd en geregisseerd worden. Het gaat dan om bundeling en aansturen van fysieke goederenstromen, informatiestromen eventuele financiële stromen en datamanagement. ICT zorgt er voor dat stromen heel anders kunnen gaan lopen. E-commerce is daar een voorbeeld van. Ook voor de logistieke afhandeling van e-commerce (e-fullfilment) zijn nog veel kansen voor optimalisatie door ICT tools. Hierbij gaat het vaak om data-uitwisseling, voorraadbeheer en bundeling van pakketten. Voor concrete acties en/of projecten die in het kader van deze actielijn door de provincie worden opgepakt wordt verwezen naar het Uitvoeringskader (tabellen 5.1 t/m 5.3).

43. Digitalisering Goederenvervoer: Connecting communities

72

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

4. De ambitie voor de toekomst: de vijf actielijnen (waar zet Limburg op in?)

1. Data Basis op orde 2. APP PROCES/APP 3. Praktijkproef BDI

1. Infra 2. APP 3. Data

44. Digitaliseren-Datadelen (Werkgroep Digitalisering Goederenvervoercorridor)

73

DEEL 2 Uitvoeringskader Goederenvervoer en Logistiek

74

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

5 Uitvoeringskader Goederenvervoer in relatie tot afspraken BO-MIRT In 2019 is in het Bestuurlijk Overleg MIRT (BO-MIRT) afgesproken om een samenhangende toekomstagenda op te stellen waarin de ontwikkelrichting tot 2030 is uitgewerkt. In 2020 heeft de Werkgroep Duurzame Vestigings- en Investeringsstrategie Corridors de ‘Toekomstagenda Corridorontwikkeling, perspectief voor samen werken aan en investeren in krachtige en duurzame Oost- en Zuidoost Topcorridors’ opgesteld. Deze flexibele agenda bevat een meerjarige aanpak en investeringsstrategie, waarbij is gekozen voor een gezamenlijke inzet op vijf pijlers voor meer focus bij het samenwerken en investeren in diverse logistieke projecten in de beide krachtige en duurzame corridors. Meerjaren uitvoeringsplan 2022-2026 (conform besluiten BO-MIRT GVC)

75

Provincie Limburg heeft in maart 2015 een eerste Actieprogramma Logistiek Limburg, inclusief een Uitvoeringsprogramma Logistiek opgesteld, met daarin een overzicht van de belangrijkste projecten die de provincie, al dan niet samen met de externe partners, in de nabije toekomst zou gaan uitvoeren. Het voorliggende Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 is een actualisering van het Actieprogramma Logistiek Limburg uit 2015. Het betreft een concreet kader, dat op korte termijn een solide basis biedt voor effectieve besluitvorming en samenwerking omtrent goederenvervoer projecten en/of initiatieven op provinciaal niveau. Een groot aantal projecten wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met het Rijk, het Havenbedrijf Rotterdam (HBR) en andere provincies in het kader van de MIRT goederenvervoercorridor. Zie de volgende figuur.

45. Samenwerken in de corridor (Bron: GVC/HBR)

Waar nodig gebeurt de uitvoering en de samenwerking ook met logistieke partijen over de grens. Provincie Limburg werkt al jaren nauw samen met AGIT (Duitsland) en met Logistics in Wallonia en POM Limburg (België). Goederenvervoer stopt immers niet bij de grenzen. In aanvulling op de gezamenlijke plannen hebben de bovengemiddelde knooppunten (o.a. knooppunt Venlo) hun eigen ‘plan van aanpak’ geactualiseerd aan de hand van de vijf strategische pijlers uit de Toekomstagenda.

76

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

5. Uitvoeringskader Goederenvervoer in relatie tot afspraken BO-MIRT

5.1 Uitvoeringsprojecten (op basis van de vijf actielijnen provincie Limburg) Deze paragraaf betreft de acties en/of projecten van het (dynamisch) Uitvoeringskader Goederenvervoer Limburg 2030. De hier vermelde projecten zijn een rechtstreeks uitvloeisel van de ambities zoals genoemd per strategische pijler c.q. actielijn van het Rijk en provincie. Concreet zijn dit de projecten die op de korte termijn (d.w.z. de komende 5 tot 10 jaar) tot uitvoering zullen worden gebracht. Pijlers

Actielijn

Type wares

1

Robuuste verbindingen Mainport Rotterdam en Antwerpen en Europese achterland

M

Mindware (gedrag)

2

Multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk versterken

S

Software (technologie)

3

Duurzame ruimtelijke-economische ontwikkeling strategische knooppunten Noord- en Zuid-Limburg

O

Orgware (samenwerking)

4

Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de Limburgse corridors

H

Hardware (infrastructuur)

5

Digitalisering (State of the art digitale voorzieningen)

In de volgende tabel volgt een beschrijving van de belangrijkste projecten die de provincie (m.n. cluster Mobiliteit), al dan niet samen met externe partners, in de nabije toekomst gaat uitvoeren.

46. Beatrixhaven Maastricht

77

Tabel 5.1: Projecten Uitvoeringsprogramma (per pijler/actielijn en per modaliteit)

PIJLER 1 Robuuste verbindingen tussen Mainport Rotterdam en Antwerpen

Robuuste vaarwegen /infra Trekker I&W Een robuust en betrouwbaar vaarwegennet is van belang voor het behoud van de concurrentiekracht van Nederland en de continuïteit van vervoer over water. Het kan zorgen voor de, door alle corridorpartijen gewenste:

en Europese achterland 1. modal shift van vervoer van weg naar water; BO MIRT (Limburg - Noord-Brabant) extra inzet op logistiek Makelaars 2. betere benutting van de vaarwegen; 3. verduurzaming van het goederenvervoer. Uitbreiding Binnenhavens / Connecting Europe Facility (CEF) CALL 1 en 2 Actiepunt: capaciteit RWS regelen Voor een projectvoorstel voor het verbeteren van het Trans Europese Transportnetwerk (TEN-T) is een financiële bijdrage vanuit CEF Transport mogelijk. Jaarlijks doet de Europese Commissie een oproep voor nieuwe projectvoorstellen. CEF Transport staat open voor overheden (Rijk, provincies, gemeenten) en het bedrijfsleven (havenbedrijven, industriële, logistieke en dienstverlenende bedrijven). De Connecting Europe Facility (CEF) is een financieringsinstrument van de Europese Unie (EU) voor meer groei, banen en concurrentievermogen. De EU stimuleert met CEF transport gerichte investeringen die de ontwikkeling van goede trans-Europese transportnetwerken ondersteunen. Deze netwerken zijn onderling verbonden, duurzaam en efficiënt. Project 7x24 uur bediening: Onderzoek doen – middels evalueren - naar het voortzetten van de 7x24uur bediening op de Brabantse en Limburgse hoofdvaarwegen en de verruimde openingsmogelijkheden op de overige vaarwegen. En mogelijke extra sluizen opnemen. Link naar Digitalisering/RWS/Datadelen. Loopt eind 2023 af. Er moet evaluatie komen.

Het Havenbedrijf Rotterdam (HBR) onderbouwt mede de noodzaak. Criteria ter onderbouwing hierbij zijn o.a. hoofdtransportas, aantal grensoverschrijdend tonnage/schepen. Rhombus-project n

Sluis Weurt (agenderen bij het Ministerie)

n

Sluis Grave (verkennende studie afgerond in najaar 2021)

n

Peilopzet Julianakanaal Peilopzet is een generieke maatregel voor het tegengaan van verdrogingseffecten. Over het hele gebied wordt een verhoging van de grondwaterstanden gerealiseerd, zodat aan de kwantitatieve watervraag wordt voldaan. De effecten zijn niet alleen merkbaar in de doelgebieden (grondwater-afhankelijke natuurgebieden) maar ook daarbuiten.

n

Laagwaterbescherming (water terug pompen)

n

Hoogwaterbescherming (ingrepen in de Maas bij onder andere Eijsden en Maastricht moeten voorkomen dat de keersluis vaker dicht moet).

Zie prioritaire projecten ‘Robuuste Vaarwegen’ en ‘Plan van aanpak 046’ En nieuwe Panteia studie voor I&W

78

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

5. Uitvoeringskader Goederenvervoer in relatie tot afspraken BO-MIRT

PIJLER 1 Robuuste verbindingen tussen Mainport

Modal-shift kansen De provincie Limburg ziet voor de volgende stromen kansen voor modal shift: n

Afval

Rotterdam en Antwerpen

Het vervoer van los gestort afval gaat nu over de weg van Limburg naar Drenthe. De Limburgse

en Europese achterland

havens hebben daar nu nog geen vergunningen voor. De provincie doet wel proeven hiermee, want afval is business in de circulaire economie. n

Zand en grind Het vervoer van zand en grind als grondstoffen, is nodig voor de enorme opgave in de woningbouw. Voor een gemiddeld huis is namelijk 50 tot 100 kuub zand en grind nodig. De komende decennia zijn dus nog tientallen tonnen zand en grind per jaar nodig die uit Duitsland of uit de Zandmaas en Grensmaas komen.

n

Agrofood en veevoeder producten Het vervoer van agrobulkproducten is een potentiele stroom om over water te vervoeren. Het vervoer van veevoeder, zoals bijvoorbeeld mais en suikerbieten, is bij uitstek geschikt om via het water te vervoeren.

n

Metaal en Staalproducten Vanuit de Beatrixhaven (Steelport) worden per jaar 80.000 vrachtauto’s via de weg afgevoerd. Door het zware gewicht is staal uitermate geschikt om per binnenvaart en/of spoor te worden afgehandeld. Deze stroom verdient nader onderzoek om te kijken of modal shift mogelijk is.

Truckparkings weg (*HBR:) *PrvLimb Twee beveiligde vrachtwagenparkeerplaatsen zijn in voorbereiding. Ter voorkoming van criminaliteit (ladingdiefstallen) worden dergelijke parkeerplaatsen voorzien van een hekwerk, camerabewaking, toegangspoort (met registratie van vrachtwagen en/of chauffeur) en verlichting. We verwachten hiervan een substantiële reductie van criminaliteit in logistieke knooppunten, waaronder havens. Tevens moeten de parkeerplaatsen een oplossing bieden voor o.a. verkeers- en sociale onveiligheid vanwege (nu nog) foutief geparkeerde voertuigen. Verzoek naar I&W om hulp, uitbreiding op verzorgingsplaatsen, maar ook op zoek gaan naar kleinere business modellen. Inclusief: n

Handhaving (pilots ‘remote sensing’ en vluchtstrook parkeren)

n

Parkeren exceptioneel transport

De realisatie van de twee beoogde locaties blijkt een zeer hoge investering te vergen en de huuropbrengsten zijn laag. Limburg kan op dit moment deze ambitie niet verder oppakken. De Provincie Limburg is in gesprek met het Ministerie I&W om te bezien of er andere kostendragers zijn of kosten kunnen worden gedrukt. Tevens zijn we actief op zoek naar kleinschalige oplossingen.

79

PIJLER 1 Robuuste verbindingen tussen Mainport Rotterdam en Antwerpen en Europese achterland

Robuustheid van het wegennetwerk verbeteren Kwetsbaarheid A67, A2 en A76 (ontbreken alternatieve routes) Zowel de A67, de A2 als de A76 zijn kwetsbaar omdat binnen de noord-zuid en west-oost corridor geen parallelle alternatieve routes beschikbaar zijn. Door de groei van de economische activiteiten in de logistieke knooppunten zullen op termijn naar verwachting knelpunten optreden op de A67 – Venlo/Duitse grens, op de A76 en op de A2 (Eindhoven- het Vonderen). Kwetsbaarheid A67 (ontbreken alternatieve routes) Over de corridor Zuidoost (A58/A67) zijn in het bereikbaarheidsprogramma Zuid-Nederland met de minister van I&W afspraken gemaakt over het aanpakken van de bereikbaarheid in Zuid-Nederland. Leidraad is in het programma is Smart Mobility waar het kan, verbreding van infrastructuur waar nodig. De Goederenvervoercorridor A67 is erg kwetsbaar omdat binnen de noord-zuid en west-oost corridor geen parallelle alternatieve routes beschikbaar zijn. Door de groei van de economische activiteiten in de logistieke knooppunten zullen op termijn naar verwachting knelpunten optreden op de A67 – Venlo/Duitse grens. Inclusief: n

Knooppunt Zaarderheiken (MIRT verkenning A67 Leenderheide – Zaarderheiken)

Kwetsbaarheid A76 (ontbreken alternatieve routes) De A76 is kwetsbaar omdat binnen de noord-zuid en west-oost corridor geen parallelle alternatieve routes beschikbaar zijn. Door de groei van de economische activiteiten in de logistieke knooppunten zullen op termijn naar verwachting knelpunten optreden op de A76. Mede door de vele bochten in de weg is de A76 vaak onoverzichtelijk en derhalve gevoelig voor ongelukken. Kwetsbaarheid A2 (ontbreken alternatieve routes) De A2 is kwetsbaar omdat binnen de noord-zuid en west-oost corridor geen parallelle alternatieve routes beschikbaar zijn. Door de groei van de economische activiteiten in de logistieke knooppunten zullen op termijn naar verwachting knelpunten optreden op de A2 (Eindhoven- het Vonderen).

Spoor(wegen) (*HBR:) Integrale studie Venlo (omgeving Emplacement Venlo kent doorstromings- veiligheids- en leefbaarheidsproblemen): n

740 meter treinen

n

Spoorverdubbeling Kaldenkirchen – Dülken

n

ERTMS, linkerspoorbeveiliging

n

Geluidmaatregelen

n

Uitbreiding Centraal Bediend Gebied

n

Diverse aanpassing i.v.m. IC Eindhoven – Venlo – Düsseldorf, zoals perrons, voetgangerstunnel, stationsgebouw

80

n

Lobby voor Spoorverdubbeling Kaldenkirchen – Dülken

n

Maatregelen treffen om omleidingen Betuweroute in goede banen te leiden

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

5. Uitvoeringskader Goederenvervoer in relatie tot afspraken BO-MIRT

PIJLER 1

Sittard-Geleen/Stein

Robuuste verbindingen

n

ERTMS uitbreiding tot Chemelot, alsmede tot de Maaslijn

tussen Mainport

n

Elektrificatie baanvak Chemelot Lutterade (ten behoeve van de verbetering van de leefomgeving

Rotterdam en Antwerpen

van omwonenden van het spooremplacement Sittard, maar ook in zijn algemeenheid uit

en Europese achterland

duurzaamheidsoogpunt: bij elektrificatie zijn geen vervuilende diesellocomotieven meer nodig).

Buisleidingen (*HBR:, Provincie Limburg) Buisleidingenproject Deltacorridor Rotterdam/Antwerpen-Chemelot-Ruhrgebied (Propeen, LPG, H2, CO2) Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die toekomstige inpassingen van buisleidingen bemoeilijken moeten zoveel mogelijk vermeden worden.

Integrale ketenoptimalisatie binnenvaart (LimburgExpress, Maasexpress 3.0) (HBR: Provincie Limburg) De Limburg Express vaart van Born via Venlo naar de ECT Terminal in Rotterdam en weer retour richting Limburg. Sinds enige tijd is er een uitbreiding, Limburg Express 2.0 Deze nieuwe dienst verbindt Barge Terminal Born en Hutchison Ports Venlo met afwisselend de RWG terminal en de Euromax Terminal, beide in Rotterdam. De Limburg Express is uniek vanwege de samenwerking tussen twee inlandterminals in Limburg, die voorheen de ECT Terminal, de RWG terminal en de Euromax Terminal in Rotterdam met eigen schepen bedienden. De samenwerking leidt tot diverse efficiency verbeteringen. Dankzij de bundeling van de stromen kan er in Rotterdam gebruik worden gemaakt van ‘fixed windows’ bij de verschillende terminals. Hierdoor worden de goederenstromen van de Limburg Express en de Limburg Express 2.0 volgens een vaste planning én dus betróuwbaar afgehandeld.

PIJLER 2

Kademuren regeling binnenhavens (*HBR:)

Multimodale

n

Project Kademuren Venlo

bereikbaarheid van het

n

Project Kademuren Roermond

knooppuntennetwerk versterken

Project CEF Binnenhavens n

Havens Heijen, Zevenellen, Roermond, Venlo, Stein, Maastricht

Last-mile spoor (Zie Sittard-Geleen en Integrale studie Venlo) Havenontwikkeling Venlo

81

n

Uitbreiding barge terminal

n

Havenvoorzieningen: walstroom, AIS, Nextlogic

n

Verbeteren wegontsluiting (incl. evt. Railontsluiting)

PIJLER 2

n

Multimodale

Ontwikkeling noordoever (greenfield) (incl. randvoorwaardelijk verplaatsen jachthaven naar Océweerd (koppeling hoogwaterbeschermingsplan Vierwaarden)

bereikbaarheid van het

n

Herstructurering zuidoever (brownfield)

knooppuntennetwerk

n

Upgraden GreenportRing (De Greenportlane die de A67 met de A73 verbindt is onderdeel

versterken

van de GreenportRing) Uitbouwen Limburg Express Integrale vergunningverlening bij Modal shift Betreft de vergunningen van de terminals. Willen we de overslagterminals aan het water steeds groter en belangrijker maken dan moeten we hier ook rekening mee houden qua geluid, stof, geur, etc.

PIJLER 3 Duurzame ruimtelijke

Beleidsontwikkeling om meer grip te krijgen op grootschalige bedrijvigheid Beleidsnotitie: Grip op grootschalige bedrijvigheid (mei 2022).

economische ontwikkeling strategische knooppunten

Pilots brownfield Herstructurering, landschappelijke inpassing, ruimtelijke sturing op watergebonden kavels

Noord-en Zuid-Limburg Regiobranding Idealiter zouden de (samenwerkende) Inlandknooppunten onder leiding van één organisatie (bijvoorbeeld door Stichting Supply Chain Valley) internationaal op de kaart moeten worden gezet, teneinde hun concurrentie positie internationaal gezien te versterken.

PIJLER 4 Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de Limburgse corridors

Clean Energy Hubs (duurzame tank- en laadinfrastructuur): (*HBR) PrvLimb:) Binnen het Programma Clean Energy Hubs werken Ministerie I&W, topsector Logistiek, Havenbedrijf Rotterdam, Provincies Gelderland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg, samen aan een strategie voor realisatie van een landelijk dekkend netwerk van Clean Energy Hubs (CEH) richting 2050: n

Gericht op transitie naar duurzame brandstoffen en andere energiedragers (elektrisch rijden, biobrandstoffen, Bio-LNG/-CNG en waterstof) voor zowel weg als water.

n

Met een uitrol naar andere modaliteiten, plus ruimte voor nieuwe vormen van aandrijving op de langere termijn (2050).

n

Bestaand uit een landelijke overall strategie (ingevuld vanuit het MIRT-traject) en een regionale strategie (ingevuld door Provincies zelf).

Doel: opstellen landelijke strategie voor het realiseren van landelijk dekkend netwerk van CEH. Een toolbox te ontwikkelen op basis van informatie / kennis vergaren bij ten minste 5 CEH locaties die zich in verschillende, gevorderde ontwikkelingsfasen bevinden (zowel weg- als binnenvaart).

82

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

5. Uitvoeringskader Goederenvervoer in relatie tot afspraken BO-MIRT

PIJLER 4

SPUK-regeling Clean Energy Hubs (looptijd 2021-2022)

Verduurzaming van

Door het Rijk opgezette zogenaamde SPUK regeling CEH. SPUK staat voor Specifieke Uitkering

de afhandeling van de

CEH. Binnen deze regeling heeft de provincie geld van het rijk gekregen om haalbaarheidsonder-

goederenstromen in

zoeken te laten verrichten naar de realisatie van CEH.

de Limburgse corridors Onderzoek logistiek in relatie tot circulaire economie Onderzoek naar de implicaties voor de logistiek van de circulaire economie. Welke veranderingen in goederenstromen gaan er plaatsvinden? Welke additionele logistieke infrastructuur is benodigd voor het faciliteren van de circulaire economie? Robuust Basisnet Spoor Het Rijk rolt dit programma uit om meer grip te krijgen op het basisnet spoor, onder andere door het sluiten van convenanten (zoals het ammoniakconvenant OCI Nitrogen). Modalshift regeling: *LIOF coördineert /(*HBR) Modal shift (MIRT): het Rijk stelt de komende vier jaar financiële middelen beschikbaar om een modal shift van weg naar binnenvaart en spoor te realiseren. Dit is een project binnen programma Goederenvervoercorridor (GVC), waarbij de Topsector Logistiek eindverantwoordelijk is en de logistiek makelaars in de vier provincies aanstuurt. Samen met LIOF schakelt de Provincie Limburg een logistiek makelaar in. Deze werkt nauw samen met de logistiek makelaars van Zuid-Limburg Bereikbaar en de logistieke makelaars van Midden-Limburg (NNB) en Noord-Limburg (NNB). Supply Chain Valley (SCV) is kennisdrager op het gebied van de Modal Shift. Er zijn ‘verladers tafels’, er zijn ‘ontwikkelteams‘ voor nieuwe railverbindingen. SCV werkt samen met LIOF aan deze thema’s en versterken daarmee de impact op inhoud vanuit het bedrijfsleven.

Via de ‘Modal Shift Study’ (EGTC Rhine-Alpine Corridor) wordt met inzet van logistiek makelaars getracht om modal shift potenties te realiseren in de corridor. De bovengemiddelde logistieke knooppunten Venlo/Venray en Sittard-Geleen/Stein komen daarbij extra in beeld. Project Inventarisatie Walstroom vermogensbehoefte *PrvLimb: g In het kader van de EU verplichting tot walstroom per 2025 onderzoeken we op welke locaties walstroom moet worden aangelegd. Project Zero Emissie Services duurzame laadinfrastructuur binnenvaart g onderzoek naar locaties voor ZES Zero Emissie Stadslogistiek Limburg Maastricht, Heerlen en Venlo zijn hierbij betrokken. In Maastricht is inmiddels een zero emissie zone vastgesteld. Waterstof tankstations In april 2022 is het eerste waterstoftankstation gerealiseerd in Horst.

83

PIJLER 4

Aanvullende projecten:

Verduurzaming van

n

Clean Energy Hubs (CEH) in Venlo, Venray en binnenhaven Maasbracht

de afhandeling van de

n

Bunkerplaatsen in havens van Venlo, Maasbracht en Born

goederenstromen in

n

Implementatie van E-Green Last Mile

de Limburgse corridors

n

PIONEERS (Horizon Europe, HEU) project waarin Port of Venlo in samenwerking met BISCI een Masterplan en een Roadmap ontwikkelt, teneinde de Greendeal doelstellingen te realiseren.

PIJLER 5

BISCI Digitaliseringsprojecten:

Digitalisering

n

Federatief datadelen in Agrifood (MESDAG) en Healthcare hub;

(State of the art

n

Smart Supply Chain Resilience;

digitale voorzieningen)

n

Autonome expeditie m.v. AI (in samenwerking met Supply Chain Valley);

n

Tegengaan voedselverspilling met behulp van Internet of Things (IoT.).

SLEM: Smart Logistics E-fulfilment Management (LIOF, BISCI en IT-bedrijven) Binnenvaart Ligplaatsen informatie systeem (BLIS) Uitbreiden van het reeds bestaande informatiesysteem van RWS voor Rijksligplaatsen naar alle ligplaatsen in Limburgse binnenhavens Optimalisatie wegtransport Spreiding richting rustige uren in combinatie met (toelating) innovatieve voertuigconcepten als Super Eco Combi (Havenbedrijf Rotterdam, RWS, Provincie Limburg). Optimalisatie railvervoer INDIGO Tijdbesparende automatische koppeling wagons en digitale veiligheidscheck, zie ook onder ‘Digitalisering’ (Havenbedrijf Rotterdam, ProRail: provincie Limburg). Projecten Supply Chain Valley in samenwerking met SmartwayZ.NL AI en data: n

Met beschikbare data CO2 footprint van agrofood, hightech en e-commerce ketens in de regio in kaart brengen en verminderen;

n

Met behulp van data logistieke processen van MKB-bedrijven verder optimaliseren.

Parcelhub Europe: n

Opzetten grootschalige samenwerking logistieke partijen om bundeling van transportstromen te realiseren met ondersteuning van centraal boekingsplatform.

Railtransport of the Future: n

Meer modal shift realiseren door meer vervoer over spoor en minder vervoersbewegingen met vrachtwagens.

Digitalisering sensorisering- talking wagons: n

740 meter treinen vooruitlopend op opstelsporen Venlo, zoveel mogelijk kansen benutten om lange treinen te laten rijden van Rotterdam, naar en via Venlo. HBR: ProRail:, gemeente Venlo, provincie Limburg.

84

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

5. Uitvoeringskader Goederenvervoer in relatie tot afspraken BO-MIRT

Bovengenoemde projecten spelen vooral in de logistieke knooppunten Venlo/Venray en SittardGeleen/Stein. De twee knooppunten hebben in het kader van het MIRT-Programma Goederenvervoercorridors een knooppuntplan opgesteld. Op de volgende pagina’s zijn ter illustratie de projectenlijsten uit deze knooppuntplannen weergegeven.

47. Haven Stein

85

Tabel 5.2: Projecten Logistiek knooppunt Noord-Limburg Legenda Pijlers

Actielijn

Type wares

1

Robuuste verbindingen Mainport Rotterdam en Antwerpen en Europese achterland

M

Mindware (gedrag)

2

Multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk versterken

S

Software (technologie)

3

Duurzame ruimtelijke-economische ontwikkeling strategische knooppunten Noord- en Zuid-Limburg

O

Orgware (samenwerking)

4

Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de Limburgse corridors

H

Hardware (infrastructuur)

5

Digitalisering (State of the art digitale voorzieningen)

1

2

Overzicht Projecten Logistiek knooppunt NL

Status

Type wares

Railprojecten Spoorknooppunt Venlo 1.

Robuust Basisnet Spoor en Emplacementproject

O, H

2.

Railterminals

H

3.

Verdubbeling Kaldenkirchen-Dülken

H

4.

740 meter treinen

H, O

5.

ERTMS, linkerspoorbeveiliging

H, S

6.

Spanningsluis

H

7.

Last mile spoor

O, H

8.

NCBG

H

9.

Elektrificatie rangeerterrein Venlo

H

Binnenvaartprojecten Havenontwikkeling 10. Vernatting bedrijfskavels Venlo (BP)

O, M

11.

H

Uitbreiding Bargeterminal Venlo

12. ISPS en MSW (havenbeveiliging en scheepsregistratie)

O, S

13. Havenvoorzieningen en faciliteiten (walstroom, AIS, Nextlogic)

S, O, H

14. Optimalisering wegontsluiting + Noordelijke ontsluiting haven Venlo

H

15. Zwaaikom en verbetering toegang havenmond Venlo

H

16. Havenuitbreiding Venlo (Noord oever; lange termijn)

O, M, H

17.

O, M, H

Duurzame bunkerpunt (energietransitie)

18. Intensivering samenwerking Blue Ports ( alle Limburgse binnenhavens)

O

19. Limburg Express

O, S

20. Hoogwaterbescherming (haven)

O, M, H

21. Verplaatsing Jachthaven (randvoorwaarde)

86

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

Pijlers 3

4

5

5. Uitvoeringskader Goederenvervoer in relatie tot afspraken BO-MIRT

Overzicht Projecten Logistiek knooppunt NL

Status

Type wares

Vervoer over de weg Bedrijventerreinen 22. Trade Port Noord (Greenfield ontwikkeling)

O, M, H

23. Herstructurering en verduurzaming bedrijventerreinen (Brownfield ontwikkeling)

O, M, H

24. Truckparking / lange weekendrust 45 uur

O, H

25. Handhaving (45 rust, kosten-baten)

O

26. Parkeren exceptioneel transport

H

27. Landelijk programma Clean Energy Hub

M, H

28. Electric Green Last Mile (eGLM)

O, M, H

29. Super eco-combi’s / Catalyst (Ewals)

O, M, H

30. Laagwaterbescherming (pompen water sluis Belfeld)

H

31. Hoogwaterbescherming (Maas)

O, H

Innovatie en digitalisering 32. SmartwayZ.NL (A67)

S, M, H

33. Track en tracing TKI Rotterdam/Venlo

S

34. Sensoring wagons emplacement

S

35. Implementeren app blauwe golf

S, O, M

36. Logistieke makelaar (Liof)

O, M

37. Ontwikkeling Logistiek koppelpunt

O, M

38. Joint Inspection Centre 39. Handhaving (pilot remote sensing en vluchtstrookpp

O, S, H

40. Connected Transport Corridors 41. Reeferhub (Inter)nationaal verbinden 42. Buisleidingen Rotterdam/Antwerpen-Venlo-Chemelot / Duitsland en België

H

43. Knooppunt Zaarderheiken (Venlo)

H

44. Intercity Eindhoven-Venlo-Düsseldorf

H

45. Opwaardering Maaslijn

H

46. Ondertunneling 4-paardjes (Venlo)

H

47. 24/7 bediening Maasroute

H

48. Uitbaggeren Maasroute vaarklasse 5B

H

49. Opwaarderen sluizen Grave en Weurt

H

50. Upgraden Geenportring (incl i-VRI’s)

H, S

51. Opwaarderen stations Venlo en Blerick

H

52. 3RX

H

53. Betuweroute

H

87

Pijlers 1

2

3

4

5

Tabel 5.3: Projecten Logistiek Knooppunt Zuid-Limburg Legenda Pijlers

Actielijn

Type wares

1

Robuuste verbindingen Mainport Rotterdam en Antwerpen en Europese achterland

M

Mindware (gedrag)

2

Multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk versterken

S

Software (technologie)

3

Duurzame ruimtelijke-economische ontwikkeling strategische knooppunten Noord- en Zuid-Limburg

O

Orgware (samenwerking)

4

Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de Limburgse corridors

H

Hardware (infrastructuur)

5

Digitalisering (State of the art digitale voorzieningen)

Overzicht Projecten Logistiek Knooppunt ZL

Status

Type wares

Railprojecten Spoorknooppunt Sittard-Geleen, Born, Stein Robuust Basisnet Spoor en Emplacementproject

O, H

Studie uitbreiding Railterminal Chemelot (milieuvergunning)

H

ERTMS, linkerspoorbeveiliging

H, S

Last mile spoor

O, H

Binnenvaartprojecten Havenontwikkeling Uitwerking van de havenoplossingen Stein • Versterken multimodale transportinfrastructuur haven Stein • Opwaardering Maasroute • Aanpassing hoogte bruggen • Peilopzet • Modernisering binnenvaartvloot Julianakanaal • Demonstratieproject ontgassingsinstallaties, nabij laad-/losplekken voor de binnenvaart Vernatting bedrijfskavels (BP)

O, M

Uitbreiding haven Stein

H

Havenvoorzieningen en faciliteiten (walstroom, AIS, Nextlogic)

S, O, H

Duurzame bunkerpunt (energietransitie)

O, M, H

Intensivering samenwerking Blue Ports (alle Limburgse binnenhavens)

O

Limburg Express

O, S

88

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

Pijlers 1

2

3

4

5

5. Uitvoeringskader Goederenvervoer in relatie tot afspraken BO-MIRT

Overzicht Projecten Logistiek Knooppunt ZL

Status

Type wares

Vervoer over de weg Bedrijventerreinen Herstructurering en verduurzaming bedrijventerreinen (Brownfield ontwikkeling)

O, M, H

Verkenning ruimtelijke uitbreiding Chemelot Campus, waar mogelijk op bestaande (hiervoor geschikte) bedrijventerreinen Aanpassing provinciale infrastructuur voor verbetering van bereikbaarheid terrein VDL-Nedcar en Born Uitbreiding VDL Nedcar terrein voor vergroten productiecapaciteit met 60 Ha, waarvan 25 ha nieuw bedrijventerrein A2 verbreding Het Vonderen-Kerensheide Pilotstudie/aanpak verbeterde operationele ruimtelijke inrichting / herstructurering bedrijventerreinen Opstellen verkeersplanomgeving Chemelot site en onderzoek naar aanpassing infra rondom Studie naar externe sites Chemelot Herontwikkeling site Chemelot (t.b.v. optimaal / efficiënt grondgebruik Handhaving (45 rust, kosten-baten)

O

Verkenning van modal shift mogelijkheden in Beatrixhaven (staal per schip/rail laten afvoeren)

H

Verduurzaming (energietransitie en klimaatadaptatie) Landelijk programma Clean Energy Hub

M, H

Versterken hoogspanningsinfrastructuur t.b.v. de energietransitie met een 380kV aansluiting (zonder uitbreiding beschikbare capaciteit is elektrisch varen, walstroom, etc. niet mogelijk) Innovatie en digitalisering BISCI Digitalisering-projecten: • Federatief datadelen in Agrifood (MESDAG) en Healthcare hub; • Smart Supply Chain Resilience; • Autonome expeditie met behulp van AI (in samenwerking met Supply Chain Valley); • Tegengaan voedselverspilling met behulp van Internet of Things (IoT). SmartwayZ.NL (A….)

S, M, H

Track en tracing TKI Rotterdam/ZL (suikerbieten)

S

Sensoring wagons emplacement

S

Implementeren app blauwe golf

S, O, M

Logistieke makelaar (Liof)

O, M

Ontwikkeling Logistiek koppelpunt

O, M

Handhaving (pilot remote sensing en vluchtstrookpp)

O, S, H

(Inter)nationaal verbinden • Buisleidingtracés en buisleidingen Rotterdam-Venlo-Chemelot / Duitsland • Tracé tussen Rotterdam Chemelot en Ruhrgebied, • inclusief het deel Helmond – Nederweert • Tracé tussen Antwerpen, Chemelot en Ruhrgebied • Buisleidingen voor energietransitie (waaronder H2 en CO2 leidingen van Rotterdam via Chemelot naar Ruhrgebied • Buisleidingen voor LPG en Propeen

H

24/7 bediening hele Maasroute (Zuid-Limburg)

H

Uitbaggeren Maasroute vaarklasse 5B

H

Opwaarderen sluizen

H

89

Pijlers 1

2

3

4

5

48. Industriehaven Blerick

5.2 Financieel kader Vanuit het strategische visie deel gaan we in dit Uitvoeringskader Goederenvervoer in op de afwegingen die we maken in de verschillende (economische) thema’s zoals die in het collegeprogramma zijn verwoord. Om een realistisch beeld te scheppen van de uitvoering van onze ambities gaan we eerst in op onze mogelijkheden, waarbij financiën, instrumenten, fondsen en onze uitvoeringspartners aan bod komen. In dit deel beschrijven we ook wat wij als Provincie concreet gaan doen en waarvoor we onze middelen inzetten. De uitdagingen en missies liggen voor de komende jaren vast, maar de weg er naar toe vaak nog niet. Het realiseren van de missies vraagt een integrale aanpak vanuit diverse beleidsterreinen (‘policy mix’) en met vele partners, instrumenten en actoren. De realisatie vindt ook plaats via diverse andere provinciale kaders, zoals bijvoorbeeld het Uitvoeringskader Circulaire Economie. Voor de twee belangrijkste programma’s (Goederenvervoercorridors en Blueports) zullen we in 2022 en 2023 onze procesmiddelen inzetten. Daarnaast zullen wij procesmiddelen inzetten ten behoeve van EGTC Rhine Alpine.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12866549/1