CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

21-07-02 Actieprogramma goederenvervoer limburg 2030

Gemeenteraad 26 juni 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 2128.937 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Binnen de goederencorridor gaat het om: ■ Bijdrage provincie Limburg aan Programmamanagement ■ Procesbegeleiding landelijk Programma Clean Energy Hubs ■ Procesmiddelen ten behoeve van sturing ruimtelijke ontwikkeling ■ Procesbegeleiding projecten kademuren ■ Procesbegeleiding digitalisering Goederenvervoercorridors ■ Procesbegeleiding ‘Modal shift’ aanpak ■ Procesbegeleiding Europese en private financiering Binnen Blueports gaat het om: ■ Programmamanagement ■ Procesbegeleiding digitalisering binnenhavens ■ Procesbegeleiding verduurzaming binnenhavens

90

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

5. Uitvoeringskader Goederenvervoer in relatie tot afspraken BO-MIRT

In de periode daarna (2024-2030) zullen in de nieuwe collegeperiodes afspraken worden gemaakt over de inzet van procesmiddelen. Daarnaast worden in de periode 2023-2030 investeringen in infrastructuur, mede als gevolg van circulaire economie, voorzien voor een aantal projecten en maatregelen. Deze investeringen zullen voor een groot deel worden gedaan door private partijen en gemeenten. Wij verwachten echter ook dat deze projecten in aanmerking komen voor bijdragen vanuit Europese programma’s en vanuit rijksmiddelen. Provincie Limburg zal waar mogelijk een rol spelen als intermediair om private partijen en gemeenten te ondersteunen in het aanvragen en inzetten van financiële middelen vanuit het Rijk of vanuit de Europese Commissie. In de nieuwe collegeperiodes zullen afspraken worden gemaakt over de inzet van investeringsmiddelen.

Het betreft onder andere de volgende projecten: ■ Uitbreiding en verduurzaming haven Venlo ■ Uitbreiding en verduurzaming haven Roermond ■ Uitbreiding en verduurzaming haven Zevenellen ■ Uitbreiding en verduurzaming haven Stein ■ Uitbreiding en verduurzaming haven Maastricht ■ Beveiligde vrachtwagenparkeerplaatsen, diverse locaties ■ Ontwikkeling Clean Energy Hubs (CEH) gelieerd aan beveiligde vrachtwagenparkeerplaatsen (2 keer) en binnenhavens (2 keer) ■ Spoorgoederenknooppunt Venlo ■ Spoorontsluiting Chemelot (veiligheid, leefbaarheid) ■ Robuuste vaarwegen, o.a. sluizen Weurt en Grave

5.3 Programmabeheer In deze paragraaf staat het integrale beheer van het Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 en daarmee primair van het bijbehorende ‘Uitvoeringskader Goederenvervoer’ centraal. Integraal beheer wil hier zeggen dat pro actief en continue de vinger aan de pols moet worden gehouden in hoeverre tijdig en voortvarend uitvoering worden gegeven aan dit Actieplan en aan het bijbehorende uitvoeringskader. Bewaking inzetbaarheid cofinancieringen Wat betreft de eventueel inzetbare publieke middelen vanuit de budgetten van de EU, Rijk, provincie gemeenten, etc. dan wel privaat vanuit de markt, zullen wij nauwgezet monitoren of aan alle voorwaarden van regelgeving wordt voldaan. Prioritering De prioritering van de projecten vindt plaats op basis van het feit in hoeverre ze bijdragen aan het behalen van de doelstellingen, zoals benoemd in de 5 actielijnen c.q. 5 strategische pijlers. Voor bijdragen vanuit de Provincie Limburg vanuit de Mobiliteitsmiddelen zal het daartoe ontwikkelde afwegingskader worden toegepast, waarin met name de mobiliteitsdoelstellingen doorstroming, veiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid aan de orde zijn.

91

92

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

49. A73, knooppunt Tiglia, Venlo

6 Management Samenvatting De Provincie Limburg heeft het beleid ten aanzien van goederenvervoer geactualiseerd in het Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030. Het mobiliteitsbeleid is in 2018 geactualiseerd met het Mobiliteitsplan ‘Slim op weg naar Morgen’. Met dit Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 is er nu (binnen de context van mobiliteit) ook een geactualiseerd uitvoeringskader voor het deelthema goederenvervoer en logistiek. Teneinde een breed draagvlak te creëren is het Actieprogramma afgestemd met alle relevante interne en externe stakeholders. Het bijbehorende Uitvoeringskader (deel 2) biedt een compleet overzicht van alle goederenvervoer projecten en/of acties, die reeds in uitvoering zijn of in de komende periode in uitvoering gaan. De vermelde projecten sluiten aan op de ambitie met betrekking tot een betrouwbaar, efficiënt, veilig, schoner en duurzamer goederenvervoer via een robuust netwerk van multimodale verbindingen. Gezien de noodzakelijke transitie naar een circulaire economie en de snelle ontwikkelingen in het goederenvervoer en de logistieke voorraadketens, die zowel vanuit de mobiliteitstransitie als vanuit de energietransitie worden ingegeven, is een actualisatie van het goederenvervoerbeleid wenselijk.

Hiervoor hebben wij dit programma afgestemd op de (inter)nationale en provinciale beleidskaders van energie, economie, ruimte en duurzaamheid. Het Actieprogramma gaat in op alle modaliteiten: wegverkeer, binnenvaart, spoorvervoer, buisleidingen (inclusief de energie infrastructuur) en luchtvaart. De rol van de provincie is in veel gevallen facilitator, procesbegeleider of lobbyist. Voor verbeteringen in de infrastructuur gaat het meestal om verantwoordelijkheden die bij het Rijk liggen. Voor een aantal thema’s, zoals beveiligde vrachtwagenparkeerplaatsen, binnenhavens en schone brandstoffen, is de provincie medeinitiatiefnemer. Hiervoor zijn in een aantal gevallen provinciale middelen benodigd. Tegelijkertijd stemt de Provincie Limburg met dit Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 haar provinciaal goederenvervoerbeleid nauw af op het nationale MIRT-Programma Goederenvervoercorridors, waar gezamenlijk met Rijk, Topsector Logistiek, Havenbedrijf Rotterdam en de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland aan wordt gewerkt. Dit MIRT programma bevat acties op 5 ‘pijlers’: 1. Robuuste achterlandverbindingen | Vlotte, betrouwbare en veilige multimodale verbindingen tussen de Mainport Rotterdam en het Europese achterland faciliteren. 2.

Aansluiting van knooppunten | Zorgen voor een zo optimaal mogelijke (inter)nationale multimodale bereikbaarheid van de zes strategische bovengemiddelde knooppunten Moerdijk, Tilburg, Tiel, Nijmegen, Venlo en Sittard-Geleen/Stein, naast de goede internationale bereikbaarheid van de mainport Rotterdam. 3. Ruimtelijk-economische ontwikkeling | De potentie van de Topcorridors als (logistieke) vestigingsplaats voor bedrijven nog meer benutten, door deze bedrijven zo gericht mogelijk te faciliteren binnen de mainport én de zes strategische bovengemiddelde knooppunten. 4. Verduurzaming | De afhandeling van goederenstromen op een meer duurzame manier laten plaatsvinden; zo kan de sector haar bijdrage leveren aan de klimaatafspraken én nadelige gevolgen voor de leefomgeving zoveel mogelijk beperken. 5. Digitalisering | Binnen de Mainport Rotterdam en de zes strategische bovengemiddelde knooppunten Moerdijk, Tilburg, Tiel, Nijmegen, Venlo en Sittard-Geleen/Stein ervoor zorgen dat bedrijven kunnen profiteren van de typisch Nederlandse logistieke organisatiekracht (uitstekende digitale voorzieningen en faciliteiten).

93

In hoofdstuk 4 van deel 1 van het actieprogramma wordt beschreven hoe we met behulp van de 5 actielijnen het gewenste streefbeeld voor de Limburgse logistiek willen bereiken (de ambitie). Actielijn 1

Robuuste verbindingen tussen Mainport Rotterdam en Antwerpen en Europese achterland

Actielijn 2

Multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk versterken

Actielijn 3

Duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling strategische knooppunten Noord- en Zuid-Limburg

Actielijn 4

Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de corridors

Actielijn 5

State of the art digitale voorzieningen

Het betreft een doorkijk naar de gewenste toekomstige situatie, waarbij meer wordt ingezet op duurzaamheid en digitalisering. Bedrijven streven in toenemende mate naar verduurzaming van hun logistieke processen (o.a. modal shift, inzet schonere brandstoffen en energieneutraal vastgoed). Bestaande ontwikkelingen inzake digitalisering van logistieke productieprocessen zijn in een stroomversnelling geraakt (o.a. door de COVID-19 pandemie).

Actielijn 1

Robuuste verbindingen tussen Mainport Rotterdam en Antwerpen en Europese achterland

Robuuste achterlandverbindingen Vlotte, betrouwbare en veilige multimodale verbindingen tussen de Mainports Rotterdam en Antwerpen en het Europese achterland faciliteren. Om deze ambitie te bereiken wordt gestreefd naar een compleet grensoverschrijdend infrastructuurnetwerk. Het project ‘Delta corridor-buisleidingen’ tussen Nederland en Duitsland is hierbij een cruciale opgave t.b.v. een duurzame toekomstige afhandeling van de goederenstromen van Chemelot, alsmede t.b.v. de energietransitie en de circulaire economie. ■ Knooppunt Chemelot: doorvoer en productie/circulaire moleculen g modaliteit buisleidingen ■ Knooppunt Maasbracht (doorvoer en productie elektronen) g modaliteit kabels ■ Waterstof-laadinfrastructuur infrastructuur voor binnenvaart (project RH2INE betreft proeven om binnenvaart schepen te laten varen op H2 tussen Noord Rijn Westfalen en Zuid-Holland en het Havenbedrijf Rotterdam.

Actielijn 2

Multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk versterken

Aansluiting van knooppunten Zorgen voor een zo optimaal mogelijke (inter)nationale multimodale bereikbaarheid van de twee Limburgse strategische bovengemiddelde knooppunten Venlo en Sittard-Geleen/Stein, naast de goede internationale bereikbaarheid van de mainport Rotterdam. Om onze ambitie te bereiken wordt gestreefd naar een voortzetting van het huidige concentratie- en samenwerkingsbeleid in de twee logistieke knooppunten Noord- en Zuid-Limburg. Om een goede bereikbaarheid te blijven garanderen zet de provincie in op álle modaliteiten. Daar waar dat mogelijk én zinvol is richten we ons zoveel mogelijk op een modal shift van weg naar water, spoor, buis en/of lucht, teneinde hiermee een “modal optimum” te bereiken. Alleen bij transitostromen (d.w.z. stromen door Limburg heen) en vervoer over (middel)lange en lange afstand en/of bij zware c.q. volumineuze goederen wordt gestreefd naar een modal shift van weg naar water, rail en/of buis.

94

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

6. Management Samenvatting

Met ‘modal shift’ worden in dit plan een aantal zaken beoogd: ■ de verkeerscongestie op de weg beperken (d.m.v. een modal shift van weg naar water en/of spoor). ■ de (externe) veiligheid te verhogen (d.m.v. bijvoorbeeld een modal shift van spoor naar buis). ■ de capaciteit van álle modaliteiten zo goed mogelijk te benutten (binnen de nog beschikbare ruimte per vervoerswijze: op het water is er in vergelijking met de weg weinig last van file en congestievorming (behoudens stremmingen ten gevolge van laag- en/of hoog- water). ■ de ecologische footprint van stromen verkleinen.

Niet alle goederen zijn immers geschikt om via water en/of rail vervoerd te worden. Voor de korte afstand en bij het voor- en natransport van en naar de terminals is en blijft het wegvervoer voorlopig de meest aangewezen modaliteit. Dit geldt ook voor de e-commerce stromen met kleine pakketjes.

Actielijn 3

Duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling strategische knooppunten Noord- en Zuid-Limburg

Ruimtelijk-economische ontwikkeling Om onze ambitie te bereiken wordt er naar gestreefd om de potentie van de Topcorridor Zuidoost als logistieke vestigingsplaats voor Limburgse bedrijven nog beter te benutten, door de industriële, logistieke en hoogwaardige kennis clusters van bedrijven zo gericht mogelijk te faciliteren binnen de twee strategische bovengemiddelde knooppunten in Noord- en Zuid-Limburg. De bestaande barge- en railterminals in de twee bovengemiddelde knooppunten Noord- en ZuidLimburg (Venlo, Wanssum, Born, Stein, Railterminal Chemelot) kunnen een compleet dienstenpakket aanbieden en hebben goede multimodale verbindingen met alle relevante bestemmingen. Ook de Limburgse Blueports c.q. binnenhavens in Gennep, Wanssum, Venlo, Weert, Maasbracht, Leudal (Zevenellen) Roermond, Born, Stein en Maastricht hebben een belangrijke positie in de internationale aan- en afvoer van bulkgoederen via water. In zee- en binnenhavens kan de transportsector mogelijk een (onbewuste) faciliterende rol spelen in ondermijnende criminaliteit. Centrale thema’s bij het voorkomen van criminele ondermijnende activiteiten in de havens zijn bewustwording, kennis delen, bespreken van mogelijke risico’s en uitwisselen van tips om signalen van ondermijnende criminaliteit te herkennen en te melden. De Limburgse binnenhavens zijn van essentieel belang bij de transitie naar een circulaire economie.

En bij de transitie van Chemelot naar Circulair Hub. Behalve de modaliteiten weg, water, spoor beschikt Limburg ook over een uitgebreid ‘dedicated’ buisleidingen netwerk. Hiermee kunnen duurzame brandstoffen (zoals H2) en productiemiddelen (zoals CO2) efficiënt, duurzaam en in grote hoeveelheden worden aangevoerd. Dit is nodig om Chemelot een duurzaam knooppunt te laten worden. Ten aanzien van duurzaam ruimtegebruik wordt ingezet op kwaliteit en selectiviteit in logistieke bedrijvigheid. Bij het aantrekken van nieuwe bedrijven moet de focus liggen op die logistieke activiteiten die de grootste toegevoegde waarde creëren. De revitalisering en/of herontwikkeling van de zogenaamde ‘brownfields’ / herstructureringslocaties vormt een belangrijke opgave in de discussie t.a.v. ruimtegebruik en verduurzaming. Een ander aandachtspunt hierbij is de toenemende aandacht voor een goede landschappelijke inpassing van de logistieke distributie- en productiehallen in het landschap (zie het ‘leidend ruimtelijk ordeningsprincipe’ zoals opgenomen in de POVI t.a.v. voorkeursvolgorde (ladder) voor uitbreiding van vestigingsmogelijkheden voor logistieke bedrijven).

95

Zutphen Doesburg

Arnhem

rdam

Tiel Emmerich Nijmegen

Oosterhout

Kleve

Oss

Moerdijk

's-Hertogenbosch

Waalwijk

Gennep

Veghel

Breda

Venray

Tilburg

Eindhoven Venlo Nederweert Weert

Leudal

Mol-Lommel

Roermond

Geel

Wessem

Meerhout

Genk

Neuss Düsseldorf Mönchengladbach

Maasbracht Sittard-Geleen

Beringen

Krefeld

Stein

Köln

Köln

Lanaken Leuven

Maastricht

Aachen

Boonn

Liège

Liège

© Provincie Limburg 1902

50. Blueports Limburg: samenwerking Nederlands en Belgisch Limburgse binnenhavens

96

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

6. Management Samenvatting

Actielijn 4

Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de corridors

Verduurzaming Om onze ambitie te bereiken is de inzet om de afhandeling van goederenstromen op een efficiënte, effectieve en meer duurzame manier (in relatie tot de fysieke leefomgeving) te laten plaatvinden bij voorkeur via water en/of spoor. Zo kan de sector haar bijdrage leveren aan de klimaatafspraken én nadelige gevolgen voor de leefomgeving zoveel mogelijk beperken. In het kader van duurzaamheid wordt ook ingezet op het vermijden van onnodig transport. Modal shift van weg naar duurzamere modaliteiten, inzet van schone en zuinige bedrijfsvoertuigen (E-trucks, etc.) en energiezuinig bedrijfsvastgoed bieden mogelijkheden voor verduurzaming van de logistiek. Steeds meer bedrijven verschonen hun wagenpark en/of plaatsen zonnepanelen en windmolens voor hun eigen energievoorziening op eigen terrein. Met betrekking tot duurzaamheid zijn de ambities voor de uitstoot van CO2 vastgelegd in het Klimaatakkoord. Om aan de duurzaamheidsdoelstelling te kunnen voldoen, wordt ingezet op een zogenaamde drietrapsfasering bij een efficiënte en effectieve afhandeling van goederenstromen: a) b) c)

het vermijden c.q. voorkomen van (onnodig) transport van goederen. het bundelen van stromen (d.m.v. het bundelen van zware stromen en/of digitalisering van de ketenregie c.q. het gebruik van “Big data”). het benutten van álle modaliteiten; Voor goederen waar dat mogelijk en/of zinvol is inzetten op een modal shift van weg naar duurzame(re) modaliteiten zoals binnenvaart, spoor en buis. Teneinde hiermee een modal optimum te bereiken.

Actielijn 5

State of the art digitale voorzieningen

Digitalisering Om onze ambitie te bereiken is de inzet bij digitalisering het volgende: Limburgse bedrijven laten investeren in kennisniveau (bijvoorbeeld in combinatie met Brightlands AI Academy), het stimuleren van data-gedreven toepassingen in de logistiek, en in het bijzonder datadeel toepassingen in de bovengemiddelde knooppunten. Verder kan gedacht worden aan het ondersteunen van digitale diensten ten behoeve van het versnellen van de energietransitie (digitaal duurzaam beleid), ketenoptimalisatie, en het verhogen van de veerkracht bij grootschalige logistieke verstoringen. Bedrijfsinnovatie in de logistiek wordt voor een belangrijk deel mogelijk gemaakt door ICT ontwikkelingen. ICT tools maken het mogelijk om stromen in en tussen ketens efficiënter te plannen. Vanuit het Topsectoren beleid is sterk ingezet op Cross Chain Control Centers (4C) als ICT-ondersteuning voor ketenregie. Een 4C is een regiecentrum waar meerdere logistieke ketens en netwerken gecoördineerd en geregisseerd worden. Het gaat om bundeling en aansturen van fysieke goederenstromen, informatiestromen eventuele financiële stromen en datamanagement. ICT zorgt er voor dat stromen heel anders kunnen gaan lopen. E-commerce is daar een voorbeeld van.

Ook voor de logistieke afhandeling van e-commerce (e-fullfilment) zijn nog veel kansen voor optimalisatie door ICT tools (data-uitwisseling, voorraadbeheer en bundeling van pakketten). Concluderend Het Actieprogramma kan zorgen voor een versnelling in de duurzamere en efficiëntere afhandeling van goederen door het bewerkstelligen van een modal shift van weg naar water, spoor en/of buisleiding, daar waar dat nuttig en zinvol is (met name voor de zware en/of volumineuze stromen) en door de inzet op schone(re) brandstoffen d.m.v. het ontwikkelen van Clean Energy Hubs. Met de ingezette goederenvervoerstrategie bereidt Limburg zich voor op de transitie naar een betrouwbare en schonere transportsector via wegtransport, scheepvaart, railvervoer, luchtcargo en buisleiding.

97

Bijlagen Provinciale beleidskaders (vastgestelde kaders)

98

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

51. Maastricht Aachen Airport

Bijlage 1 Beleidskader Economie Provincie Limburg De snelle ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en robotisering en de verdergaande integratie van de (be)sturing van de logistieke ketens, de verschuivingen van internationale goederenstromen als gevolg van mondiale ontwikkelingen vormden aanleiding voor het College van GS om een analyse naar de toekomst van de logistiek sector te entameren. De onderzoeksresultaten zijn vastgelegd in het rapport ‘Toekomst Logistieke Sector Limburg, BCI, 2019’. Dit rapport heeft aan de basis gestaan van het Economisch Beleidskader 2019-2023; Missiegedreven Economisch Beleidskader 2.0 (periode 2020-2023) uit 2020. Om positie als logistieke topregio te behouden zal Limburg mee moeten in de transitie naar meer duurzame en circulaire logistiek. Gezien het belang van de logistiek voor de Limburgse economie is logistiek opgenomen als een apart thema in het Missiegedreven Economisch Beleidskader. Dit thema, met het advies van BCI als uitgangspunt, wordt op dit moment verder uitgewerkt in een afwegingskader. In het (concept) kader wordt o.a. ingezet op: ■ Het creëren van een uitstekend logistiek ecosysteem ■ Limburg positioneren als voorbeeldregio op het gebied van innovatie en duurzaamheid ■ Het Limburgs MKB betrekken bij dit ecosysteem ■ Optimaal gebruik maken van de beschikbare ruimte

Onderzoeksrapport ‘Toekomst Logistieke Sector Limburg’ (BCI 2019) Op basis van de analyse inzake het BCI rapport: ‘Toekomst Logistieke Sector Limburg’ zijn een drietal toekomstscenario’s opgesteld. Let op: de onderstaande passages geven de voorziene situaties conform de drie scenario’s weer, het is géén beschrijving van de huidige situatie! Scenario 1: Physical Distribution Hub Conform scenario 1 blijft er een grote vraag naar logistieke diensten bestaan in de belangrijke logistieke knooppunten in Limburg. Er wordt in komende periode fors geïnvesteerd in grootschalige XXL Distributie Centra (DC’s) en e-commerce-centra en moderne city hubs. De regio ontpopt zich als een internationaal fysiek distributieknooppunt op meerdere vervoerscorridors met frequente verbindingen richting Rotterdam en Antwerpen en in toenemende mate met andere Europese bestemmingen en zelfs met Azië. De multimodale bereikbaarheid voor omvangrijke transporten is excellent. Scenario 2: Advanced Logistics Regio Conform scenario 2 transformeert de logistieke sector. Dankzij opkomst big data, waarbij slimme combinaties worden gelegd tussen bestellingen en ketenposities, worden stromen beter gebundeld.

De groei van het goederenvervoer zet door, slimme technologieën maken het mogelijk deze ‘beter te benutten’ (betere spreiding over de corridor, betere spreiding in de tijd en meer bundeling), waardoor ‘overlast’ afneemt c.q. naar verhouding niet toeneemt. Op de corridor ontstaan synchromodale verbindingen via grote modern aangestuurde terminals. Binnen de regio ontstaan (volgens dit scenario 2) nieuwe vastgoedconcepten met nieuwe typen ontkoppelpunten, goederen in de wijk worden deels via drones afgeleverd. De regio heeft geen leidende positie in nieuwe innovaties, maar volgt de ontwikkelingen elders en profiteert hiervan door toepassing van technologieën. Intensieve samenwerking tussen verladers en vervoerders en ontstaan van nieuwe typen samenwerkingsvormen.

99

Scenario 3: Value Added Integrated Supply Chain Ecosysteem Conform scenario 3 is de logistieke sector meer dan ooit verweven met de maakindustrie. De toegevoegde waarde activiteiten vanuit de transportsector nemen toe en de rol van de logistiek wint aan economische importantie. Het gaat daarbij vooral om ‘blurring’ van logistieke onderdelen van de maakindustrie met de (brede) sector logistiek. Er ontstaan zogenaamde ‘Combined Manufacturing Logistics’ (CML) -activiteiten in warehouses van logistieke dienstverleners en verladende partijen. De oorspronkelijke transportbedrijven groeien in scenario 3 door naar regisseurs en realiseren moderne ‘Control Towers’ (veelal in opdracht van verladers). Daarnaast ontwikkelt zich een afgeleide IT sector, die data gedreven diensten gaat leveren. Ook voor ontwikkeling nieuwe hardwaretechnologie (bijv. robots) heeft Limburg een uitstekend ecosysteem. Hiermee ontstaat meer toegevoegde waarde gebaseerd op nieuwe technologische en samenwerkingsinnovaties.

Conclusies uit het onderzoeksrapport ‘Toekomst Logistieke sector Limburg’ (BCI 2019) Op toegevoegde waarde scoort Scenario 3 het beste, vanwege menging technologische en logistieke innovaties met (nieuwe) maakindustrie en snelle modernisering van de industrie zelf. Investeren in innovatie loont. Innovatieve bedrijven scoren beter. De Limburgse economie is in dit scenario minder gevoelig voor internationale geopolitieke en handelsontwikkelingen door intensieve relaties met de aanwezige industrie (glokalisering versus globalisering). De andere twee scenario’s worden op dit aspect gelijk geacht. Mede als gevolg van het bovenstaande levert het derde scenario ook de meeste banen op. Daarbij is rekening gehouden met extra aantrekkingseffect op nieuwe bedrijvigheid in bestaande en nieuwe logistiek-industriële segmenten. Scenario 2 scoort het minst door maximale efficiency in transport, logistieke ketens en warehouses. Bij werkgelegenheidseffecten dient ook opleidingsniveau toekomstige logistieke werkers te worden meegenomen: in scenario 1 vooral praktisch opgeleiden; in scenario 3 voor een substantieel deel middelbaar/hoger opgeleiden, niet alleen met logistieke achtergrond, maar ook ICT- en werkbouwtuigkunde opleidingen (Internet of Things). De vraag naar bedrijventerreinen is het grootst in scenario 1.

Of, waar en hoe de ruimtebehoefte (in alle scenario’s) kan worden ingepast in de bestaande voorraad bedrijventerrein vergt nadere verdieping, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin (welk type vestigingsmilieu). De grootse toename van extra vervoer ontstaat in scenario 1, waarbij het overgrote deel van het goederenvervoer via de weg zal blijven gaan. Het grote aandeel wegvervoer in scenario 1 vergroot de kans op voertuigverliesuren en brengt dus extra kosten met zich mee. In scenario`s 2 en 3 is minder sprake van een toename aan wegvervoer, waardoor er minder kans is op voertuigverliesuren. De vernieuwing voor de logistieke sector komt het meest tot zijn recht in de scenario’s 2 en 3. De combinatie van focus op vernieuwing in logistiek én industrie maakt beide sectoren toekomstbestendig in scenario 3 en daarmee is de economische toekomstkracht van Limburg het meest gediend met scenario 3. Vanuit duurzaamheidsoptiek laten scenario’s 2 en 3 de beste resultaten zien, scenario 1 is vanwege de grote transportstromen het minst gunstig.

100

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12866549/1