18-03 Bijlage 2. Definitieve VRG Jaarrekening 2021 met controleverklaring getekend dd 21 03 2022
Tekst van het document
multidisciplinaire evenementenadvisering samen
informatieknooppunt van de VRG.
met risicobeheersing in te richten. Samen met relevante multipartners (politie, brandweer, risicobeheersing) op dit dossier participeert de GHOR in het project ’verbetering multidisciplinaire evenementenadvisering’.
Regionaal Overleg Acute Zorg
Vakbekwaamheid
• ROAZ Bestuurlijk overleg
In 2021 hebben we de reguliere taken op het gebied
• ROAZ en GHOR kernteam
van mono-vakbekwaamheid uitgevoerd, en
COVID-19
4x 38x
hebben we ons aangesloten bij de ontwikkeling van multi-vakbekwaamheid. De uitdaging was om
Regionaal Overleg Niet-Acute Zorg
vakbekwaamheid te organiseren op afstand. Er zijn een aantal elektronische leeromgevingen
• RONAZ overleg
31x
(ELO's) ontwikkeld waarmee op afstand (digitaal) geoefend kan worden.
36
4.4.1
Baten en lasten programma GHOR
Primitieve begroting
Actuele begroting
Realisatie
Verschil
Baten
1.727
1.727
1.738
11
V
Lasten
1.727
1.727
1.781
54
N N
Resultaat voor reserve mutaties
-
-
-43
-43
Reserve mutaties
-
-
-
-
Resultaat na reserve mutaties
- -43
Het nadelig resultaat van 43 duizend euro wordt toegelicht in de jaarrekening.
36
-43
N
5
Paragrafen
5.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De beoordeling van de robuustheid van het weerstandsvermogen bestaat uit de volgende componenten:
Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit
In 2018 is door het Algemeen Bestuur de
en de risico’s.
beleidsnota risicomanagement en
Een inventarisatie van de beschikbare
weerstandsvermogen vastgesteld 2019-2022.
weerstandscapaciteit: bestaande uit de middelen
De hierin opgenomen actuele risico’s worden
en mogelijkheden waarover de
periodiek herzien en hierover wordt gerapporteerd
gemeenschappelijke regeling beschikt of kan
in de managementrapportages.
beschikken om niet begrote kosten te dekken. Een inventarisatie van de benodigde
Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in
weerstandscapaciteit.
het volgende verhoudingsgetal:
Ratio weerstandsvermogen
beschikbare weerstandscapaciteit (vrij beschikbare reserves) benodigde weerstandcapaciteit (uitkomstrisicoanalyse)
Gemeenten verwachten dat VRG risicobewust handelt en de gevolgen van financiële calamiteiten zoveel mogelijk zelf opvangt. Om die reden is een zekere buffer aan te raden. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 wordt als voldoende beoordeeld. Bij de jaarrekening 2019 heeft VRG een voorziening moeten treffen van circa €15,2 miljoen inzake de kosten van de Regeling FLO-overgangsrecht 75% netto garantie (FLO2018). De algemene reserve van VRG werd daardoor sterk negatief (circa €12,5 miljoen). Zoals wettelijk geregeld moeten de deelnemende gemeente tekorten in de GR opvangen. Na overleg met de gemeenten en de toezichthouder Provincie Groningen is een herstelplan voor het negatief eigen vermogen overeengekomen. Op 2 oktober 2020 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met het 5-jaars scenario. Binnen de termijn van deze MJB (2021-2024) inclusief het jaar 2020 zal door jaarlijkse extra gemeentelijke bijdragen het negatief eigen vermogen aangezuiverd worden zodat een positief saldo van de algemene reserve ontstaat in 2024.
37
31 - 12 - 2020
Res. bestemming 2020
1 - 1 -2021
Mutatie 2021
31 - 12 - 2021
Beschikbare weerstancap
-12.523
2.240
-10.283
3.094
-7.189
-
x €1.000)
Algemene reserve VRG
Bestemmingsreserve
Materieel VRG
2.011
-
2.011
-
2.011
-
Ontwikkeling stedelijk gebied
240
181
59
-
59
-
Egalisatiereserve kapitaallasten Totaal
-10.272
2.059
-8.213
3.094
-5.119
-
De algemene reserve VRG wordt tot het
Benodigde weerstandscapaciteit
beschikbare weerstandscapaciteit gerekend.
De risico’s voor uitvoering van de
Door de getroffen voorziening bij de jaarrekening
veiligheidsregio-taken worden conform vastgesteld
2019 is de algemene reserve negatief.
beleid gemonitord in het kader van de P&C-cyclus. Zoals in de kaderbrief 2023-2026 benoemd zal met
Niet tot het beschikbare weerstandscapaciteit
name de nieuwbouw stedelijk gebied Groningen
worden de bestemmings- en egalisatiereserves
in de toekomst naar verwachting tot een forse
gerekend:
financiële opgave leiden. Dit hebben we als risico
Materieel VRG. Deze is bestemd om de kapitaal-
toegevoegd. Niet alle risico’s zijn op dit moment
lasten op toekomstige investeringen in activa die
te kwantificeren. Deze risico’s zijn als PM post
eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In
opgenomen en worden in 2022 nader uitgewerkt in
2021 is geïnvesteerd in vier grootwater systemen.
gekwantificeerd.
De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. Onderzoek stedelijk gebied. Deze is bestemd voor de onderzoekskosten stedelijk gebied. Kapitaallasten. Deze is bestemd om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen.
38
Het overzicht op de volgende pagina geeft een beeld van de risico’s, die VRG onderkent, met mogelijke financiële consequenties.
Incidenteel (gevolgen 1 jaar)
Structureel (gevolgen 2 jaar)
Klasse
Risicobedrag
-
600.000
30%
180.000
2022
150.000
-
30%
45.000
Nieuwbouw stedelijk gebied
2020
-
1.600.000
70%
1.120.000
Programma aardbevingen
2017
-
550.000
30%
165.000
Tweede loopbaanbeleid
2021
300.000
-
30%
90.000
Verzekeren
2019
-
500.000
10%
50.000
Calamiteiten coördinator MkNN
2021
-
400.000
30%
120.000
Omgevingswet / omgevingsrecht
2021
-
650.000
70%
455.000
FLO regeling
2020
-
1.400.000
50%
700.000
Taakstelling
2021
-
300.000
50%
150.000
Totaal incidenteel + structureel
3.075.000
Risicobedrag (*0,9)
2.767.500
Actueel vanaf 2019
Onderhoud kazerne Sontweg
Risico Paraatheid vrijwilligers
De volgende risico’s zijn op dit moment nog niet goed te kwantificeren. Deze risico’s zijn daarom
Incidenteel (gevolgen 1 jaar)
Structureel (gevolgen 2 jaar)
Klasse
Risicobedrag
Wet Veiligheidsregio’s
2019
p.m.
p.m.
30%
p.m.
Taakdifferentiatie
2019
p.m.
p.m.
30%
p.m.
Strategisch Vastgoedbeleid
2020
p.m.
p.m.
10%
p.m.
KCR 2
2022
p.m.
p.m.
50%
p.m.
BON
2020
p.m.
p.m.
30%
p.m.
Cyber en informatiebeveiliging
2020
p.m.
p.m.
30%
p.m.
Risico
Actueel vanaf
als p.m. opgenomen.
Beoordeling weerstandsvermogen VRG voert tweemaal per jaar een inventarisatie
Structurele risico’s worden voor 2 jaar voorzien.
uit naar alle strategische risico’s. Eind 2021 is de
Binnen deze twee jaar moet door middel van
laatste uitgevoerd. Het risicobedrag wordt bepaald
bijsturing en/of aanpassing van het beleid het
aan de hand van:
risico geminimaliseerd worden dan wel opgevangen
de geschatte financiële omvang van het risico;
worden binnen de begroting. Omdat de kans klein is
de waarschijnlijkheid dat het risico zich
dat alle risico’s zich gelijktijdig voordoen, corrigeren
daadwerkelijk voordoet
we het totale risicobedrag met een
het effect van bijsturingsmaatregelen.
waarschijnlijkheidsfactor van 90%.
39
Bovenstaand overzicht laat zien dat, rekening
In de nota risicomanagement en
houdend met deze beoordeling, de benodigde
weerstandsvermogen is het uitgangspunt
weerstandscapaciteit €3.075 mln. bedraagt
gehanteerd dat VRG zelf weerstandscapaciteit
(€2.768 mln. met correctie van 10%).
opbouwt om potentiële financiële calamiteiten op
Op dit moment is er geen weerstandsvermogen
te kunnen vangen. Hierbij wordt uitgegaan van een
beschikbaar doordat sprake is van een negatieve
ratio tussen de 1,0 en 1,4 (verhouding beschikbaar
algemene reserve ultimo 2021 van €7,2 miljoen.
en benodigd weerstandsvermogen). Hier kan de
Dit is het gevolg van de vorming van een
komende jaren niet aan worden voldaan.
voorziening FLO ultimo 2019 van €15,2 miljoen. Financiële kengetallen Kengetallen
Realisatie 2021
Begroting 2021
Rekening 2020
Begroting 2020
34,6%
57,5%
38,2%
42,1%
voor alle verstrekte leningen
34,6%
57,5%
38,2%
42,1%
Solvabiliteitsratio
-14,8%
-18,2%
-35,1%
17,5%
0,7%
0,3%
-0,6%
0,3%
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd
Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Netto schuldquote
Solvabiliteitsratio
Netto schuldquote: het niveau van de schuldenlast
Solvabiliteitsratio: het eigen vermogen als
ten opzichte van de eigen middelen
percentage van het vreemd vermogen. Hoe hoger
0% t/m 100%: normaal
de ratio, hoe groter de weerbaarheid. Een normaal
100%: weinig leencapaciteit
solvabiliteitsratio is tussen de 20% en 70%. De
130%: zeer hoge schuld
ratio van VRG is nog steeds negatief, dit wordt veroorzaakt door het negatieve eigen vermogen
De netto schuldquote geeft een indicatie van de
(oorzaak: de gevormde FLO-voorziening in 2019 van
druk van de rentelasten en de aflossingen op de
€15,2 miljoen).
exploitatie. VRG scoort normaal. Dit betekent dat VRG ruim voldoende mogelijkheden heeft tot het
Structurele exploitatieruimte
opnemen van langlopende geldleningen. De netto
Dit kengetal geeft aan welke structurele ruimte
schuldquote is ten opzichte van vorig jaar gedaald,
VRG heeft om de eigen lasten te dragen. Daarmee
hetgeen voornamelijk wordt veroorzaakt door een
wordt de weerbaarheid van VRG aangegeven.
afname van de boekwaarde van de investeringen en
Een positief percentage geeft een overschot aan
hogere baten op de exploitatie.
en een negatief percentage een tekort. Het verschil ten opzichte van vorig jaar is vooral het gevolg van het inzichtelijker maken van de incidentele baten en lasten over het boekjaar 2021.
40
5.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Vastgoed
Materieel
VRG werkt vanuit meerdere locaties die
VRG is verantwoordelijk voor het onderhouden van
overwegend in eigen bezit zijn en voor een aantal
het materieel. Op basis van het Inrichtingsplan
locaties is een huurovereenkomst. VRG draagt
2021-2024 (voorheen Regionaal Dekkingsplan)
daarmee zorg voor het onderhoud en beheer van 39
wordt gewerkt aan een visie voor invulling van het
gebouwen waarvan 28 in eigendom.
benodigde materieel en bezetting. Op basis van een
De boekwaarde van de gebouwen in eigendom
brede inventarisatie van risico’s en
bedraagt tezamen per ultimo €8,9 miljoen.
ontwikkelingen die in het kader van incidentbestrijding op ons af komen, zal een
Voor de gebouwen in eigendom is het gewenste
prioritering en aanpak bepaald worden om te
kwaliteitsniveau gesteld op niveau drie (redelijk)
komen tot een toekomstbestendige inzet met de
volgens NEN 2767. Om deze kwaliteit te
juiste middelen. Dit project zal ook een berekende
waarborgen zijn voor de eigendomslocaties
grondslag vormen voor de toekomstige
meerjarige onderhoudsplanningen opgesteld.
kapitaallasten.
De plannen worden periodiek tegen het licht gehouden en zo nodig op onderdelen herijkt.
In het kader daarvan hebbe wij in 2021 de
Bij de huurlocaties wordt gestreefd naar een
investeringsplanning 2022-2026 vastgesteld en de
vergelijkbaar kwaliteitsniveau. Aangezien de kosten
op dat moment marktconforme prijzen
van groot onderhoud fluctueren over de jaren is er
doorgevoerd. Daarnaast zijn alle vervangingen
voor gekozen deze te egaliseren met behulp van de
tot en met 2031 nu goed in beeld en gekoppeld
in 2017 gevormde voorziening groot onderhoud.
aan realistische aanschafwaarden. Daarnaast is een groot aantal aanbestedingen afgerond voor
In 2021 hebben veel onderhoudswerkzaamheden
onderhoud en beheer. Vanaf begin 2022 zullen deze
geen doorgang kunnen vinden. De oorzaak hiervan
contracten ingaan, wat in de ondersteuning aan het
ligt in de onzekerheid bij de nieuwbouwplannen,
primaire proces een verbetering oplevert
corona en het tekort aan capaciteit van mensen en
(eenduidige financiële afspraken,
materialen die de werkzaamheden kunnen
kwaliteitsverhoging en beter inzicht in
uitvoeren.
onderhoudshistorie). Het onderhoud van dit materieel vindt plaats conform de onderhoudskalender. De investeringscyclus van dit materieel is voortvarend opgepakt. In de aankomende jaren zal het effect op de vervangingscyclus te zien zijn in de exploitatiekosten en kapitaalslasten.
41
5.3
Financiering
In het treasurystatuut is bepaald dat investeringen
Schatkistbankieren
in beginsel uit eigen middelen worden gefinancierd.
De ‘Wet verplicht schatkistbankieren’ verplicht om
Wanneer deze ontoereikend zijn, wordt hiervoor een
overtollige liquide middelen aan te houden in de
lening aangetrokken. De omvang en looptijd wordt
schatkist. Hiervoor gold van 1 januari tot 1 juli 2021
afgestemd op de omvang en levensduur van het te
een drempelbedrag van €373 duizend, dit is 0,75%
financieren materiële vaste actief.
van het begrotingstotaal. Per 1 juli 2021 is het
De aflossingsbedragen vallen binnen de kaders voor
drempelbedrag 2% van het begrotingstotaal
de renterisiconorm en de kasgeldlimiet, uit de Wet
geworden met een minimum van €1 miljoen.
Financiering Decentrale Overheden. Het beleid is
Dit is voor VRG van toepassing. De naleving van de
defensief en risicomijdend en erop gericht om de
regeling is opgenomen in de toelichting op
financieringsrisico's zo goed mogelijk te beheersen.
kortlopende vorderingen van de balans.
Bij de financiering worden geen zekerheden verstrekt en geen afgeleide financiële instrumenten ingezet. Eind 2021 staan er elf leningen in de boeken voor een totaalbedrag van €12,2 miljoen. Liquiditeitspositie Met de huisbankier, Bank Nederlandse Gemeenten (hierna: BNG), is een krediet- en depotarrangement vastgelegd van €3,3 miljoen voor de kortlopende negatieve saldi in rekening-courant. In maart 2021 is een kasgeldlening aangetrokken van €2 miljoen voor aanzuivering van benodigd werkkapitaal. Deze lening is na 1 maand weer afgelost.
42
Kasgeldlimiet Berekening kasgeldlimiet Kasgeldlimiet moet berekend worden bij de aanvang van elk kalenderjaar en bij wijziging van elk percentage Begrotingstotaal 2021
€49.697.000
Het bij ministeriele regeling vastgestelde percentage
8,20%
Kasgeldlimiet
€4.075.000
Kasgeldlimiet (gemiddeld per kwartaal)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Omvang begrotingsjaar 2021
€49.697.000
€49.697.000
€49.697.000
€49.697.000
1. Toegestane kasgeldlimiet (8,5%)
€4.075.000
€4.075.000
€4.075.000
€4.075.000
€0
€667.000
€0
0
- opgenomen gelden < 1 jaar
€667.000
-
-
2. Omvang vlottende schuld
- schuld in rekening-courant - gestorte gelden door derden 3. Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden in rekening courant - overige uitstaande gelden (niet vast) 4. Totaal netto vlottende schuld (2 minus 3)
-
-
-
-
€799.000
€1.332.000
€2.995.000
€4.065.000
€2.000
€3.000
€4.000
€3.000
€797.000
€1.326.000
€2.991.000
€4.062.000
-
-
-
-
€-799.000
€-662.000
€-2.995.000
€-4.065.000
Ruimte (+) Overschrijding (-) (1 minus 4)
€4.874.000
€4.737.000
€7.070.00
€8.140.000
Renterisiconorm De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De samenstelling van de leningenportefeuille is zodanig dat ook in de toekomst bij herfinanciering de renterisiconorm niet wordt overschreden. Renterisico norm
2021
Begrotingstotaal
49.697
Voorgeschreven percentage
20%
Risico norm
9.939
Rente herzieningen
-
Aflossingen
443
Rente risico
443
Renterisico norm Rente risico
9.939
443
Ruimte onder de renterisico norm
9.496
43
5.4
Bedrijfsvoering
Binnen de sectoren Directie en Bedrijfsvoering
Vervolgens heeft VRG zich, net als alle andere
worden alle ondersteunende taken verricht ten
veiligheidsregio's, gecommitteerd aan het
aanzien van financiën, personeelszaken, facilitaire
Versnellingsprogramma Informatieveiligheid van
zaken, inkoop, informatiemanagement en
het IFV. Dit houdt in dat VRG begin 2023 moet
communicatie.
voldoen aan een groot deel van de maatregelen in de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO).
Grip op financiën
Om te kijken wat er precies moet gebeuren is een
VRG heeft een grote stap gemaakt in
GAP-analyse (nulmeting) uitgevoerd. Op basis
budgetgestuurd werken. Zo vindt budgettoekenning
hiervan is gekeken wat er zowel financieel nodig is,
plaats op basis van jaarplannen en werkbegroting,
voor o.a. hard- en software, maar ook wat betreft
zijn budgetverantwoordelijken in de juiste positie
personele middelen. De structurele consequenties
gezet en vinden periodiek voortgangsgesprekken
voor het aanstellen van een CISO functionaris en de
plaats over de resultaten. Met de invoering van
toename van werkzaamheden voor de
budgetgestuurd werken geeft VRG uitvoering aan
Functionaris Gegevensbescherming zijn
de ‘Regeling Budgetbeheer’, zoals vastgesteld in
meegenomen in de begroting 2023.
de vergadering op 24 mei 2019 van het Dagelijks Bestuur van VRG.
Ook zijn naar aanleiding van de GAP-analyse al direct een aantal zaken opgepakt, zoals het
Informatiegestuurd werken
verbeteren van de beveiliging van e-mail, een extra
Door informatiegestuurd te werken willen we meer
back-up voorziening voor onze essentiële gegevens,
aan de voorkant gaan sturen op interne en externe
stoppen met automatisch doorsturen van e-mail,
(landelijke) ontwikkelingen. Helaas is op dit vlak
het verspreiden van een flyer over privacy en
minder voortgang geboekt dan gewenst, vanwege
informatieveiligheid binnen de hele organisatie, het
de coronacrisis en wat dit gevraagd heeft van de
aangaan van een 3 jaar durende samenwerking met
ambtelijke organisatie.
studenten van de Hanzehogeschool die projecten binnen VRG oppakken om het digitale
Informatieveiligheid, privacy (BIO) en cybercrime
bewustzijn te verhogen en nog tal van andere
Eind 2021 werden we als veiligheidsregio
technische aanpassingen binnen ons netwerk om de
geconfronteerd met een cyberdreiging als gevolg
veiligheid verder te vergroten.
van een veiligheidslek in JAVA (Log4shell). Hierbij werd nogmaals duidelijk hoe belangrijk het is
Verder is gewerkt aan het aanleggen van nieuwe
om structureel te werken aan informatieveiligheid
verbindingen op alle locaties van VRG. Hierdoor
en privacy. Dit gaat niet alleen over de systemen en
hebben we sneller internet en verbeterde wifi op de
verbindingen maar het is ook van belang het
locaties en is VRG beter voorbereid op
informatieveiligheids- en privacybewustzijn te
cyberdreigingen, inclusief de daarbij behorende
vergroten bij de medewerkers van VRG.
monitoring op de verschillende systemen om zo
Daarnaast is en wordt gewerkt aan het veiliger
tijdig te kunnen acteren bij (cyber)aanvallen van
maken van de vernieuwde ICT-omgeving, om de
buitenaf.
kans op een (geslaagde) cyberaanval te verkleinen. Vastgoedbeleid In het begin van 2021 heeft VRG zich aangesloten
Eind 2020 is besloten de nieuwbouwplannen van
bij de VR-ISAC. De VR-ISAC (Information Sharing
VRG “on hold” te zetten gezien de ontwikkelingen
and Analysis Centre) is een frequent geformaliseerd
bij Brandweerzorg (Visie Brandweerzorg 2030 en
overleg over cybersecurity en is bedoeld om een
Organisatieplan Brandweerzorg 2022-2025) en het
vertrouwde omgeving te creëren waarbinnen de
besef dat er behoefte is aan meerjarig strategisch
veiligheidsregio’s gevoelige en vertrouwelijke
vastgoedbeleid. Tegelijkertijd is - vanuit het besef
informatie over incidenten, dreigingen,
dat er wel het nodige onderhoud moet plaatsvinden
kwetsbaarheden, maatregelen, best practices en
- in december 2020 besloten een doorstart te
leerpunten delen.
44
maken met de (ver)bouwplannen voor de kazernes
algemeen bestuur vast te stellen beleid en
in Baflo, Bellingwolde en Haren. In 2021 is hier
toekomstbestendige huisvesting voor de
invulling aan gegeven.
brandweerposten, brandweerpost stedelijk gebied en de dagdienstfuncties. Ook moet dit leiden tot
Het dossier van de bouw van de brandweerkazerne
een professionalisering van het
in Uithuizen is in 2021 afgerond en het pand is
vastgoedmanagement, vastgelegd in een
overgedragen aan gebouwenbeheer VRG.
meerjarig strategisch vastgoedbeleidsplan met
De verbouw van de kazerne in Bellingwolde is in
heldere kaders en te hanteren normen en
uitvoering en zal naar verwachting in maart 2022
uitgangspunten voor de brandweerposten in de
afgerond worden. Door de aanbesteding van de
regio, het logistiek en oefencentrum en de
bouw van een nieuwe kazerne in Haren is een zeer
huisvesting van de kantoorfuncties, inclusief zicht
belangrijke stap gezet. Met de start van de bouw in
op de benodigde investeringen voor de komende 20
2022 en realisatie/oplevering medio oktober 2022
jaar.
wordt de discussie van twee decennia rond de realisatie van een nieuwe kazerne in Haren
Tweede loopbaanbeleid
afgerond.
Landelijk is het tweede loopbaanbeleid ontwikkeld met als doel om medewerkers maximaal twintig
Na het “on hold” zetten van de ontwikkeling van het
jaar in een bezwarende functie actief te laten zijn
bouwplan voor de kazerne in Baflo is daarmee in
en daarna intern of extern een tweede loopbaan te
2021 een doorstart gemaakt. Er zijn vele opties om
laten starten. De landelijke ontwikkelingen met
te komen tot een andere locatiekeuze en de
betrekking tot het tweede loopbaanbeleid zijn
ontwikkeling van een flexibel bouwplan is
gevolgd. Binnen VRG zijn stappen gezet om te
onderzocht en besproken. Variërend van nieuwbouw
komen tot een herijkt tweede loopbaanbeleid, als
tot een door een private partij te ontwikkelen en
onderdeel van breder VRG-beleid. Dit beleid moet
te verhuren pand. Besloten is de oriëntatie op een
de kaders bieden voor afspraken tussen werkgever
nieuwe kazerne in Baflo stop te zetten in
en werknemer voor toepassing van de landelijke
afwachting van de uitkomst van de visie
rechtspositie. Inmiddels zijn ook de extra kosten in
Brandweerzorg 2030 en het bijbehorende
beeld gebracht op basis van 3 scenario's (best case,
Organisatieplan Brandweerzorg 2022-2025.
real case en worst case). Het gaat onder andere om kosten voor opleiding- en ontwikkeling en
De vloer van de kazerne in Harkstede was technisch
loopbaaninstrumenten. Voorgesteld wordt de
toe aan vervanging en de deuropening bleek niet
incidentele vrijval opleidingskosten (€0,4 mln.) te
hoog genoeg te zijn voor de nieuwe
storten in een nieuw te vormen
tankautospuit. Beide werkzaamheden zijn
bestemmingsreserve loopbaanbeleid.
gecombineerd door een nieuwe verlaagde vloer aan
Daarbij wordt uitgegaan van een real case
te brengen en de bestaande deur te vervangen door
scenario. De resterende kosten worden gedekt
nieuwe baanderdeuren. Na een schilderbeurt ziet de
binnen de reguliere begroting.
stallingsruimte er weer netjes uit. Veerkracht In 2020 zijn de voorbereidingen getroffen voor het
Om de organisatiedoelen te bereiken is het van
realiseren van een eigen huiskamer voor de ploeg
belang dat het personeel zo veerkrachtig en vitaal
van Zuidbroek. In het eerste kwartaal van 2021 zijn
mogelijk is. Dit geldt in algemene zin, maar kreeg
de werkzaamheden uitgevoerd.
tijdens de coronapandemie een extra lading. In 2021 zijn diverse interventies gepleegd om de veerkracht
In 2021 is gestart met de eerste aanzetten om
en vitaliteit te versterken, zowel op individueel als
te komen tot een strategisch vastgoedbeleid dat
op groepsniveau. Daarnaast is door een extern
verder vorm zal krijgen in 2022, aansluitend bij de
bureau een inventarisatie uitgevoerd naar de
ontwikkelingen rondom de Visie Brandweerzorg
veerkracht van VRG-medewerkers. De resultaten
2030 en het Organisatieplan Brandweerzorg 2022-
daarvan worden begin 2022 besproken in de
2025. Dit moet uiteindelijk leiden tot een door het
organisatie.
45
Opleiding en ontwikkeling (VRG Academie)
Verzekeringen
VRG is doorlopend bezig te investeren in haar
In 2021 zijn de eerste stappen gezet richting het
personeel. Een voorbeeld hiervan is de
maken van gezamenlijke afspraken om vanaf 2024
introductie van de VRG Academie door middel van
een landelijke werkwijze te hanteren op het gebied
een pilot. Via dit digitale platform kunnen
van verzekeringen. Een concrete uitwerking hiervan
medewerkers plaats- en tijdsonafhankelijk werken
is de oprichting van de stichting risicobeheer, die
aan hun persoonlijke en vakmatige ontwikkeling.
veiligheidsregio’s adviseert op het thema
Daarnaast biedt het platform de mogelijkheid om
risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor
eigen VRG-content toe te voegen.
de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt. Om aanspraken die niet verzekerbaar zijn in
Het goede gesprek
gezamenlijkheid te financieren wordt gekeken naar
In 2020 en 2021 is een nieuwe, moderne
de oprichting van een waarborgfonds. De financiële
werkwijze ingevoerd voor de
consequenties worden in 2022 inzichtelijk.
werkbegeleidingscyclus. Dit betreft de manier waarop leidinggevenden met medewerkers in gesprek zijn over hun loopbaan, ontwikkeling, resultaten, werkgeluk et cetera. Deze werkwijze is eind 2021 tussentijds geëvalueerd. De ervaringen zijn grotendeels positief. Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s In 2021 is de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s’ (WVSV) opgericht, waarvan VRG ook lid is geworden. Dit is een werkgeversvereniging die de taak van de VNG op het terrein van gezamenlijke, landelijke arbeidsvoorwaardenvorming overneemt. De dienstverlening vanuit VNG is per eind 2021 geëindigd, aangezien VNG alleen nog maar werkzaamheden verricht voor gemeenten. Vanuit WVSV is het doel om zo dicht mogelijk aangesloten te blijven op de gemeentelijke CAO, en voor de brandweer en crisisbeheersing waar nodig aanvullende arbeidsvoorwaarden overeen te komen met de vakbonden. Hierbij is het relevant om op te merken dat WVSV (nog) niet te maken heeft met de wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De inwerkingtreding van de WNRA is voor veiligheidsregio's nog uitgesteld, daar waar gemeenten in 2020 al zijn overgegaan.
46
5.5
COVID-19
Regeling meerkosten
Rol VRG COVID-19
Net als in 2020 zijn Veiligheidsregio’s (VR’s) ook in
Op 1 december 2020 is de Tijdelijke wet
2021 geconfronteerd met extra kosten in verband
maatregelen (Twm) COVID-19 in werking getreden.
met het bestrijden en beheersen van COVID-19.
Met de inwerkingtreding van de Twm is een aantal
Deze meerkosten worden vergoed door het Rijk.
bevoegdheden weer bij de burgemeesters gelegd
Afgesproken is dat de verantwoording van deze
(in plaats van de voorzitter van de veiligheidsregio).
meerkosten plaatsvindt via de jaarrekening .
Op 29 januari 2021 heeft het DB ingestemd met het
Op hoofdlijnen gelden de volgende uitgangspunten:
voorstel de crisisorganisatie (projectorganisatie) hierop aan te passen.
In de jaarrekening worden de meerkosten op de
De projectorganisatie is grotendeels ingevuld
reguliere wijze toegelicht bij het betreffende
door bestaande medewerkers van gemeenten en
programma.
VRG. Op een aantal punten was externe inhuur
In het jaarverslag wordt een COVID-19 paragraaf
noodzakelijk.
opgenomen. Hierin wordt alle relevante informatie over COVID-19 beschreven. Voor de
De meerkosten zijn toegelicht in de geactualiseerde
verantwoording van de kosten is een
begroting 2022.
verantwoordingsprotocol opgesteld en wordt een landelijk format gehanteerd.
Meerkosten VRG
Naast de meerkosten worden ook de
De coronacrisis leidt tot meerkosten voor VRG op
minderkosten in kaart gebracht als gevolg van
het gebied van onder andere (crisis)communicatie
COVID-19. We houden daarbij expliciet rekening
en de inhuur van extra capaciteit op het gebied van
met het inhalen van achterstanden. Door de
crisisbeheersing. Daarnaast is de inzet van een deel
coronacrisis zijn achterstanden ontstaan en
van het eigen personeel gericht geweest op de
verschuiven kosten naar 2022. De meer- en
aanpak van de corona crisis. Dit gaat (deels) ten
minderkosten kunnen dus niet zondermeer
koste van andere reguliere activiteiten en wordt
worden verrekend.
daarom niet als financiële afwijking zichtbaar in de
Het Rijk hanteert het uitgangspunt dat
jaarrekening. Voor de verantwoording van de
Veiligheidsregio’s in redelijkheid zullen declareren
COVID-19 kosten en de mogelijke declaratie richting
en een afweging zullen maken welke kosten extra
het Rijk zijn op basis van het verantwoordings-
gemaakt zijn ten opzichte van de reguliere
protocol de volgende uitgangspunten gehanteerd:
financiering en welke kosten gesaldeerd kunnen worden.
Binnen VRG worden alle kosten voor COVID-19
De meerkostenregeling kan nooit leiden tot een
afzonderlijk geadministreerd. Dit vormt de basis
resultaat. Toepassen van de regeling is budget
voor de verantwoording.
neutraal voor de exploitatie van de
De inzet van eigen personeel voor de COVID-19
Veiligheidsregio.
bestrijding is conform de verantwoordingsinstructie buiten beschouwing gelaten. Kosten voor eventuele vervanging zijn wel aangemerkt als meerkosten. Voor de overige COVID-19 kosten is beoordeeld of de kosten passen binnen het verantwoordingsprotocol en of de kosten opgevangen kunnen worden binnen bestaande budgetten. Dit leidt tot een bedrag van afgerond €470 duizend aan meerkosten. In de geactualiseerde begroting 2022 is rekening gehouden met een bedrag van afgerond €570 duizend euro. De werkelijke meerkosten hebben betrekking op:
47
Minderkosten VRG Coronadialoog (€95 duizend) Met NDC Media is een tweewekelijks Corona
Naast meerkosten heeft VRG ook incidenteel minderkosten als gevolg van de coronacrisis.
Dialoog ontwikkeld voor het delen en
Zo vallen opleidingskosten en vrijwilligers-
verbinden van standpunten van betrokken in
vergoedingen lager uit, zijn diverse
Groningen. De kosten zijn meegenomen in de
aanbestedingen en projecten doorgeschoven en zijn
geactualiseerde begroting 2022.
er minder kosten voor inhuur en externe consultancy. Echter heeft VRG, net als in 2020, veel
(Crisis)communicatie (€95 duizend)
inzet gepleegd met eigen personeel en is de externe
VRG is verantwoordelijk voor de
inhuur als gevolg van de coronakosten
crisiscommunicatie. Hiervoor was extra inhuur
beperkt gebleven. Deze inzet is ten koste gegaan
noodzakelijk en zijn diverse campagnes
van andere reguliere activiteiten. Daar komt bij dat
opgestart. De kosten zijn meegenomen in
de financiële positie van zowel VRG als de
de geactualiseerde begroting 2022.
gemeenten kwetsbaar is. De kosten voor de inzet van eigen personeel zijn afzonderlijk bijgehouden en
Inhuur procesleider gemeente (€70 duizend) Voor afstemming en coördinatie met en
bedragen in totaal €228 duizend. Gelet op vorenstaande is gekozen om de meerkosten niet
tussen de gemeenten is een procesleider
volledig te verrekenen met de minderkosten, maar
gemeenten ingehuurd. De kosten vallen lager
de minderkosten te corrigeren met de eigen inzet
uit ten opzichte van de geactualiseerde
van personeel. Op deze manier wordt circa de helft
begroting 2022, omdat de procesleider voor
van de meerkosten gedeclareerd bij het Rijk,
een half jaar is ingehuurd.
zijnde een bedrag van €228 duizend.
Inhuur beleidscapaciteit crisisbeheersing
Conclusie
(€95 duizend) Er is extra capaciteit ingehuurd voor
Voorgesteld wordt een declaratie van
crisisbeheersing. De kosten vallen lager uit
€228 duizend in te dienen bij het Rijk voor meerkosten corona.
ten opzichte van de geactualiseerde begroting 2022.
Format verantwoording De kosten zijn in de tabel op de volgende pagina
Overig (€115 duizend) Er zijn extra kosten gemaakt voor de GHOR (o.a. opvangbedden).
48
gespecificeerd op basis van het landelijke format.
Kostensoort Opgave kosten Coronahotels/centra 0 Inkoop en distributie PBM
0
Overige specifieke meerkosten
€207.060
Overige Meerkosten Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR 92.045 Preventie Crisisbeheersing & rampenbestrijding
101.888
Risicobeheersing Bevolkingszorg 67.760 Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten
Subtotaal €261.693 Minder inkomsten (verrekend met minder uitgaven) Brandweerzorg repressie/incidentbestrijding
-240.744
Meldkamer ROC (opleidingen) GHOR Preventie Crisisbeheersing & rampenbestrijding Risicobeheersing Bevolkingszorg Bedrijfsvoering Overige taken/activiteiten
Subtotaal -€240.744 Totale voorlopige uitgaven 2021
€228.009
49
5.6
Verbonden partijen
Stichting beheer Openbare Voorzieningen
Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON)
Meldkamer Noord-Nederland (MkNN)
De bestuurlijke deelname van VRG, samen met VRF
Sinds 2015 heeft VRG via de ‘samenwerkings-
en VRD, in de Stichting BON, benadert de definitie
overeenkomst MkNN’ een belang in de stichting
van een verbonden partij. Er is volgens de statuten
MkNN, gevestigd te Drachten. De Stichting MkNN
geen sprake van een financieel belang in de
heeft als doel: het verwerven, beheren en verhuren
stichting BON. De stichting BON is
van een registergoed ten behoeve van de MkNN,
aandeelhouder in de BON BV. De BON B.V. heeft
en is hiermee in 2011 gestart. De stichting MkNN
een 100% deelneming in Oefencentrum Noord B.V.
is een onderneming zonder winststreven en keert
,Brandweeropleidingen Noord B.V. en Brandweer
het overgebleven resultaat uit aan de deelnemende
Flexpool Noord B.V.
partijen. Het eigen vermogen einde boekjaar 2021 en het resultaat over het boekjaar 2021 zijn derhalve nihil. De kosten gemoeid met de MkNN bedragen in 2021 €0,7 miljoen. De stichting is in 2021 geliquideerd en de financiën zijn geheel afgewikkeld.
50
51
Balans en overzicht
52
6
Balans en overzicht baten en lasten
6.1
Balans
Activa (* €1.000)
31-dec-21
31-dec-20
Vaste activa Immateriële vaste activa
Materiële vaste activa - investeringen met economisch nut
30.642 30.642
Financiële vaste activa
28.096 28.096
Totaal vaste activa
30.642
28.096
Vlottende activa Voorraden Uitzettingen korter dan één jaar - vorderingen op openbare lichamen - uitzettingen in Rijks schatkist - overige vorderingen
- bank
1.140 900
-
-
298 240
Liquide middelen - kas
637
339
108
23
3 7 105
Totaal vlottende activa Totaal activa
Passiva (* €1.000)
16
745
1.163
31.387
29.259
31-dec-21
31-dec-20
Vaste passiva Eigen vermogen
-3.361
-8.213
- algemene reserve
-7.189
- bestemmingsreserves
2.070 2.251
- gerealiseerd resultaat
1.758
Voorzieningen - voorzieningen
-12.523 2.059
15.567
17.309
15.567 17.309
Vaste schulden van langer dan één jaar
12.233
12.675
- binnenlandse banken en overige financiële instellingen
12.233
Totaal vaste passiva
12.675
24.439
21.771
5.397
6.367
Vlottende passiva Netto vlottende schulden korter dan één jaar - bank- en girosaldi - overig schulden
-
213
5.397
6.154
Overlopende passiva
1.551
1.121
- overige vooruitontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren
1.551
1.121
Totaal vlottende passiva
6.948
7.488
Totaal passiva
31.387
29.259
53
6.2
Overzicht van baten en lasten Primitieve begroting 2021 (x €1.000)
Actuele begroting 2021 (x €1.000)
Realisatie 2021 (x €1.000)
Veiligheidsregio Groningen Baten Lasten
Saldo Baten Lasten
Saldo Baten Lasten
Saldo
Brandweerzorg 39.878 32.579
7.299 43.599
32.215
11.384 43.330 34.856
8.474
Crisisbeheersing 659
1.106
-447 659
1.403
- 744 887
-288
GKG 1.208
1.208
- 1.208
1.323
-115 1.208
961
247
GHOR 457
1.722
-1.265 457
1.727
-1.270 457
1.782
-1.325
Algemene dekkingsmiddelen 7.495
-
7.495 8.059
-
8.059 8.031
-
8.031
Overhead - 13.082 -13.082 -
1.175
14.445 -14.445 269 10.556 -10.287
Heffing VPB -
-
- -
-
- -
-
-
Bedrag onvoorzien -
-
- -
-
- -
-
-
Saldo van baten en lasten 49.697 49.697
- 53.982
51.113
2.869 54.182 49.330
4.852
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma (x €1.000) Brandweerzorg -
-
- -
2.869
-2.869 -
3.094 -3.094
Crisisbeheersing -
-
- -
-
- -
-
-
GKG -
-
- -
-
- -
-
-
GHOR -
-
- -
-
- -
-
-
- 54.182 52.424
1.758
Resultaat 49.697 49.697
54
- 53.982 53.982
6.3
Waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling
Algemeen
Voorzieningen
De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming
De definitie van een voorziening is een schatting
van de BBV-voorschriften. De waardering van de
van voorzienbare lasten waarvan het ontstaan in
activa en passiva en de bepaling van het resultaat
het verleden ligt. De exacte omvang hiervan is
vinden plaats op basis van historische kosten.
onzeker evenals het tijdstip van optreden.
De jaarrekening is opgesteld in euro’s en afgerond
Voorzieningen worden opgenomen tegen de
op duizenden.
nominale waarde. Met uitzondering van de voorziening FLO, deze voorziening wordt bepaald
Continuïteitsveronderstelling
conform de volgende uitgangspunten:
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.
De rechten van personeelsleden inzake FLOovergangsrecht zijn gebaseerd op de huidige
Materiële vaste activa
bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van
De vaste activa van VRG heeft een economisch
de CAR;
nut en is gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of
De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van
vervaardigingsprijs. De activa wordt lineair
het bij het opmaken van de jaarrekening bekende
afgeschreven vanaf het jaar na ingebruikname
cao-loon. De huidige cao loopt tot en met 2022.
waarbij geen rekening wordt gehouden met een
Na 2022 is rekening gehouden met 2,13%
restwaarde. Op gronden en terreinen wordt niet
indexatie per jaar. Dit is de gemiddelde stijging
afgeschreven. De afschrijvingstermijnen zijn
over de afgelopen jaren.;
vastgelegd in de financiële verordening.
Voor het contant maken van de verplichting wordt gebruik gemaakt van een disconteringsvoet van 2,5%;
Vlottende activa
Bij het opnemen van de verplichtingen wordt geen
De vlottende activa worden opgenomen tegen de
rekening gehouden met de kans op vervallen van
nominale waarde.
rechten door natuurlijk verloop.
Eigen vermogen
Vaste en vlottende passiva
Het eigen vermogen bestaat uit de
Vaste en vlottende passiva worden opgenomen
algemene- en bestemmingsreserves en het
tegen de nominale waarde.
resultaat voor bestemming van het lopende jaar. De algemene reserve heeft geen bestuurlijk
Resultaatbepaling
vastgelegde bestemming en dient als buffer voor
De baten en lasten worden toegerekend aan het
het opvangen van financiële tegenvallers of andere
jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden
niet te kwantificeren risico’s. Aan een
opgenomen voor het bedrag waarvoor zij op
bestemmingsreserve is door het Algemeen
balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s
Bestuur een specifiek doel gekoppeld.
die hun oorsprong vinden in het begrotingsjaar worden opgenomen indien zij bekend zijn voor het opstellen van de jaarrekening. Niet in de balans opgenomen verplichtingen Meerjarige financiële verplichtingen worden niet in de balans opgenomen. De lasten die hieruit voortvloeien worden onder de bedrijfslasten verantwoord.
55
7
Toelichtingen
7.1
Toelichting balans
7.1.1
Vaste activa
(x €1.000 )
Boekwaarde 31-12-2020
Investeringen 2021
Desinves-teringen 2021
Afschrijvingen 2021
Boekwaarde 31-12-2021
Materiële vaste activa (zie bijlage V ‘Vaste activa’ voor een nadere specificatie).
Gronden
2.172
-
-
-
2.172
Bedrijfsgebouwen
8.866
Vervoermiddelen
10.035
Machines en installaties
27 400 3.056
-
1.611
8.493 11.480
451
-
-
66
385
Overige materiële vaste activa
3.887
748
240
885
3.510
Totaal
25.411
3.831
240
2.961
26.040
In 2021 zijn er wijzigingen in het rapportageniveau doorgevoerd, hetgeen resulteert in andere bedragen per
Boekwaarde 31-12-2021
Activeringen 2021
Investeringen 2021
(x €1.000 )
Boekwaarde 31-12-2020
activasoort per 31-12-2020.
2.685
5.843
3.926
4.602
Totaal
2.685
5.843
3.926
4.602
(x €1.000 )
Boekwaarde 31-12-2021
Investeringsprojecten in uitvoering
Materiële vaste activa
26.040
Investeringsprojecten in uitvoering
4.602
Totaal
30.642
56
7.1.2
Vlottende activa
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (x €1.000)
31-dec-21 31-dec-20
Rijksschatkist -
-
Vorderingen op openbare lichamen
339
900
Overige vorderingen
298
240
Totaal 409 1.140
Rijksschatkist Met de BNG is een overeenkomst schatkistbankieren gesloten, het banksaldo boven de €373 duizend wordt automatisch door de BNG afgeroomd. Dit is 0,75% van het begrotingstotaal. Per 1 juli 2021 is het drempelbedrag 2% van het begrotingstotaal geworden met een minimum van €1 miljoen. Dit is voor VRG van toepassing. Per kwartaal was dit saldo gemiddeld als volgt: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x €1.000)
Verslagjaar
Drempelbedrag
373
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Rijks schatkist aangehouden middelen
96
106
125
157
Ruimte onder het drempelbedrag
277
267
875
843
Overschrijding van het drempelbedrag -
-
-
-
1.000 Kwartaal 3
Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s
Overige vorderingen Gelet op het karakter en de kredietwaardigheid van
De overige vorderingen bestaan uit vooruitbetaalde
de debiteuren wordt voor deze vorderingen geen
bedragen/nog te ontvangen bedragen inzake:
voorziening getroffen.
• Verkoop tankautospuit • Licentiekosten en onderhoudskosten.
Vorderingen op openbare lichamen Onder de vorderingen op openbare lichamen is onder andere de declaratie van €228.000 inzake de landelijke compensatieregeling meerkosten COVID-19 opgenomen. Liquide middelen (x €1.000)
31-dec-21 31-dec-20
Bank
105
Kas 3
16 7
Totaal 108 23
Dit betreft de saldi van de bankrekeningen bij de Triodos bank en het kassaldo. Ieder cluster van VRG heeft een eigen kas en bankrekening.
57
7.1.3
Vaste passiva
31-12-2020
Res. Bestemming 2020
1-1-2021
Toevoeging
Onttrekking
31-12-2021
Algemene reserve
VRG
-12.523
2.240
-10.283
3.094
-
-7.189
Totaal
-12.523
2.240
-10.283
3.094
-
-7.189
(x €1.000 )
De bestemming van het resultaat 2020 is verwerkt conform vastgestelde jaarstukken 2020. Bovenstaand overzicht betreft de opstelling voor resultaat bestemming. In hoofdstuk 2 is het voorstel voor het bestemmen van het resultaat 2021 opgenomen.
31-12-2020
Res. Bestemming 2020
1-1-2021
Toevoeging
Onttrekking
31-12-2021
Bestemmingsreserve
Materieel VRG
2.011
-
2.011
-
-
2.011
Ontwikkeling stedelijk gebied
240
-181
59
-
-
59
-
-
-
-
-
-
2.251
-181
2.070
-
-
2.070
(x €1.000 )
Egalisatiereserve kapitaallasten Totaal
Materieel VRG Deze is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwater systemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. Onderzoek stedelijk gebied De reserve is bestemd voor de onderzoekskosten herlocatie huisvesting VRG in het stedelijk gebied. Egalisatiereserve kapitaallasten In 2021 is besloten om de egalisatiereserve kapitaallasten in te stellen. De reserve wordt ingesteld om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. Voorzieningen (x €1.000)
31-12-2020
Toevoeging
Vrijval
Aanwending
31-12-2021
Voorziening personeel
16.281
784
2.772
14.293
Voorziening materieel
1.028
290
44
1.274
Totaal
17.309
1.042
58
2.816 15.567
Voorziening personeel
In de jaarrekening 2019 is een voorziening
VRG is eigenrisicodrager WW. De WW-uitkering
getroffen van €15,2 mln voor de verplichting van
van medewerkers waarvan afscheid wordt
het FLO-overgangsrecht. De toekomstige FLO
genomen, ook na een tijdelijk dienstverband,
kosten zijn bij de jaarrekening 2021 opnieuw
komen voor eigen rekening. Voor de oud-
herrekend door een externe adviseur.
medewerkers waarbij een verband bestaat tussen
Deze herrekening heeft ertoe geleid dat er een
de WW-uitkering en de regionalisering is voor de
aanvulling van €556 duizend gedaan is in 2021.
toekomstige verplichting een voorziening
De aanwending bedroeg in 2021 €2,4 mln
getroffen. In 2021 zijn drie medewerkers aan deze
doordat de laatste bruto levensloop tegoeden zijn
voorziening toegevoegd, waarbij de verwachting
uitgekeerd.
is dat ze volledig gebruik zullen maken van een uitkering. Dit betreft een toevoeging van €90
Voorziening materieel
duizend.
Eind 2017 is voor alle kazernes, met uitzondering
Daarnaast is er in 2021 een nieuwe
van de kazernes in de gemeente Groningen en
voorziening gevormd voor boventallig personeel.
Haren, een koop- danwel huurovereenkomst
Er is één medewerker welke in 2022 boventallig
getekend. VRG is zelfstandig bevoegd om het
zal zijn en hiervoor is een voorziening getroffen
onderhoud uit te laten voeren. Op basis van het
(€52 duizend).
meerjarenonderhoudsplan is de voorziening
In 2017 is een voorziening gevormd voor de
gevormd. Dit om de schommelingen die de
compensatie van het AOW-hiaat van oud-
onderhoudskosten tussen de verschillende jaren
medewerkers. Ze zijn voor hun 65 jarige leeftijd op
zullen gaan vertonen in de exploitatie af te vlakken.
basis van de FLO-regeling vervroegd met pensioen gegaan. De verhoging van de AOW
Vaste schulden (zie bijlage VI ‘Geldleningen’ voor
leeftijd bezorgt hen een financieel nadeel dat
meer informatie)
zij niet kunnen compenseren door langer door te werken. Er is een toevoeging aan de voorziening gedaan om in de toekomst te kunnen voldoen aan de compensatie (€53 duizend). (x €1.000)
Hoofdsom
31-12-2020
Opgenomen
Afgelost
31-12-2021
BNG 110.778
1.100
974
-
32
942
BNG 110.857
2.000
1.680
-
80
1.600
BNG 110.858
1.200
1.080
-
30
1.050
BNG 110.949
1.200
720
-
120
600
BNG 110.950
1.000
866
-
33
833
BNG 111.111
1.100
880
-
72
808
BNG 111.110
1.000
925
-
25
900
BNG 112.605
2.500
2.500
-
-
2.500
BNG 112.935
750
750
-
-
750
WSB 29286
1.400
1.400
-
-
1.400
WSB 29892
1.000
900
-
50
850
Totaal
14.250
12.675
-
442
12.233
Het merendeel van de leningen zijn afgesloten voor de financiering van kazernes. De totaal betaalde rente in 2021 bedraagt €155.256.
59
7.1.4
Vlottende passiva
Schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (x €1.000)
31-dec-21 31-dec-20
Overige schulden
5.397
6.154
Vooruitontvangen bedragen
1.551
1.121
Bank- en giro saldi
-
213
Totaal 6.948 7.488
Overige schulden
Niet in de balans opgenomen verplichtingen
Nog te betalen bedragen, enkele grote zijn:
De niet in de balans opgenomen verplichtingen
Loonheffing december €1.635 duizend
hebben betrekking op:
Pensioenpremie €357 duizend Nieuwe CAO-verplichting €471 duizend
Meldkamer Noord Nederland (MKNN).
Salarissen december 2021 €544 duizend
De kosten van het brandweeraandeel in het
Aanschaf redgereedschap €1.002 duizend
meldkamerpersoneel worden gedragen door de
Piketkosten GKG €64 duizend
drie noordelijke Veiligheidsregio’s. Op grond van
Transitorische rente geldleningen €46 duizend
het convenant worden de gezamenlijke personeels
Omzetbelasting Q4 2021 €43 duizend
kosten op basis van inwoneraantal verrekend, dit betekent een aandeel van ongeveer 34% voor
Vooruitontvangen bedragen
VRG. Deze kosten worden verantwoord onder
Er staat nog een in 2016 ontvangen bedrag aan
programma brandweerzorg. Veiligheidsregio
frictiekosten vanuit een gemeente als voorui
Drenthe is formeel werkgever van dit personeel en
tontvangen voor een medewerker die in dienst
zij belast de kosten door aan VRG en VR Fryslan.
is getreden bij VRG. Deze ontvangen vergoeding geldt ter compensatie voor de door VRG hoger te
In de raamovereenkomst (aangegaan in 2015)
betalen salarislasten ten opzichte van het
betreffende de levering van tankautospuiten is
formatieplan.
vastgelegd dat er mogelijk vijftien tankautospuit
Van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is een
en worden geleverd met een aanvullende optie
bijdrage vooruit ontvangen ter compensatie van
voor circa zes tankautospuiten. In 2020 is
het uitwerkingskader van de Meldkamer. Vanuit
afgesproken dat twee extra tankautospuiten
de samenwerking met Veiligheidsregio Drenthe en
zullen worden besteld bovenop hetgeen wat is
Veiligheidsregio Fryslân wordt voor de uitwerking
afgesproken in de overeenkomst. In totaal
van het akkoord verwacht kosten te maken.
worden 23 tankautospuiten geleverd, waarvan de
Vooruit ontvangen NCG gelden voor het
laatste drie in 2022. De daadwerkelijk in productie
aardbevingsdossier voor te maken kosten in 2021.
genomen tankautospuiten zijn opgenomen in de onderhanden investeringen op de balans.
De huurverplichtingen met betrekking tot gebouwen en MCU’s zijn als volgt: Verplichting (x €1.000) < 1 jaar 1 – 5 jaar Huurverplichtingen gebouwen
1.245
Huurverplichtingen MCU’s
1
Totale huurverplichtingen
1.246
60
> 5 jaar
1.167
281
1.167
281
7.2
Toelichting baten en lasten
Primitieve begroting 2021 (x €1.000)
Actuele begroting 2021 (x €1.000)
Realisatie 2021 (x €1.000)
Veiligheidsregio Groningen Baten Lasten
Saldo Baten Lasten
Saldo Baten Lasten
Saldo
Brandweerzorg 39.878 32.579
7.299 43.599
32.215
11.384 43.330 34.856
8.474
Crisisbeheersing 659
1.106
-447 659
1.403
- 744 887
-288
GKG 1.208
1.208
- 1.208
1.323
-115 1.208
961
247
GHOR 457
1.722
-1.265 457
1.727
-1.270 457
1.782
-1.325
Algemene dekkingsmiddelen 7.495
-
7.495 8.059
-
8.059 8.031
-
8.031
Overhead - 13.082 -13.082 -
1.175
14.445 -14.445 269 10.556 -10.287
Heffing VPB -
-
- -
-
- -
-
-
Bedrag onvoorzien -
-
- -
-
- -
-
-
Saldo van baten en lasten 49.697 49.697
- 53.982
51.113
2.869 54.182 49.330
4.852
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma (x €1.000) Brandweerzorg -
-
- -
2.869
-2.869 -
3.094 -3.094
Crisisbeheersing -
-
- -
-
- -
-
-
GKG -
-
- -
-
- -
-
-
GHOR -
-
- -
-
- -
-
-
- 54.182 52.424
1.758
Resultaat 49.697 49.697
- 53.982 53.982
Financiële toelichtingen bij de programma’s. Het resultaat van VRG bedraagt €1.758 mln.
Hieronder zijn de financiële toelichtingen per
positief. In de volgende paragrafen zijn de baten en
programma (inclusief algemene dekkingsmiddelen
lasten per programma opgenomen. Tevens wordt in
en overhead) opgenomen, waarbij per
de toelichting op het resultaat aangegeven of deze
programma een toelichting op de afwijking in de
een structureel of incidenteel karakter heeft.
baten en lasten (personeel en materieel) van groter dan €25 duizend is gegeven.
Overhead Voor de bepaling van de overhead is Notitie Overhead (juli 2016) geschreven door Commissie BBV gehanteerd. Dit wordt verder toegelicht in bijlage Taakvelden. Heffing VPB Als gevolg van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen is VRG met ingang van 1 januari 2016 belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Op basis van eerder uitgevoerde inventarisaties is gebleken dan VRG geen ondernemingsactiviteiten heeft. Dit heeft tot gevolg dat VRG, naar het nu lijkt, evenals in voorgaande jaren geen opgave hoeft te doen.
61
Actuele begroting 2021
Realisatie 2021
39.878
39.949
39.949
-
3.650
3.650
-
5.212
5.212
5.261
49
510
718
917
199
48.663
45.600
49.529
49.777
248
31.806
30.709
31.867
31.245
-622
38.965
FLO Bijdrage gemeenten
3.650
Rijksbijdrage BDuR
5.159
Overige baten
889
Totaal baten Personele lasten
Brandweerzorg (x €1.000) Gemeentelijke bijdrage
Verschil
Primitieve begroting 2021
Brandweerzorg
Realisatie 2020
7.2.1
Materiële lasten
14.729
14.891
14.793
14.167
-626
Totaal lasten
46.535
45.600
46.660
45.412
-1.248
2.128
-
2.869
4.365
1.496
Reserve mutaties
-
-2.869
-3.094
-225
Resultaat na reserve mutaties
-
-
1.271
1.271
Resultaat voor reserve mutaties
2.128
Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x €1.000)
Rijksbijdrage BDuR
Voordeel
Incidenteel
49
Overige baten
Voordeel
Incidenteel
199
Totaal
Voordeel
248
Rijksbijdrage BDuR (voordeel €49 duizend) Het voordeel heeft betrekking op de toegekende loon- en prijscompensatie over het jaar 2021. Overige baten (voordeel €199 duizend) Het voordeel heeft voornamelijk betrekking op de verkoop van afgeschreven activa en hogere detacheringsinkomsten. Het voordeel op de verkoop van afgeschreven activa wordt conform besluitvorming middels resultaatbestemming toegevoegd aan de egalisatiereserve kapitaallasten.
62
Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x €1.000)
Salariskosten
Nadeel
Incidenteel
-313
Vrijwilligersvergoedingen
Voordeel
Incidenteel
385
Opleidingskosten
Voordeel
Incidenteel
288
Flexibele schil
Voordeel
Incidenteel
234
Nadeel
Incidenteel
-42
Overige personele lasten
Voordeel
Incidenteel
70
Totaal
Voordeel
622
Mutatie personele voorzieningen
Salariskosten/vrijwilligersvergoedingen (per saldo
Flexibele schil (voordeel €234 duizend)
voordeel €72 duizend)
In het januari 2021 is het besluit genomen om de
De vrijwilligersvergoedingen worden inclusief
crisisorganisatie aan te passen. Op grond
werkgeverslasten geraamd (voordeel), echter de
daarvan is de crisisorganisatie is omgezet naar een
werkelijke werkgeverslasten (inzake de vrijwilligers)
projectorganisatie. Daarbij is tevens besloten om
worden geboekt op de salariskosten (nadeel).
een beroep te doen op externe inhuur ten behoeve
Het dan nog resterende voordeel heeft voornamelijk
van de projectorganisatie. In 2021 is minder beroep
betrekking op minder bijeenkomsten voor
gedaan op externe inhuur, hetgeen leidt tot een
vrijwilligers als gevolg van de corona maatregelen.
voordeel. Hiertegenover staan ook lagere baten, zie ook toelichting bij overige baten.
Opleidingskosten (voordeel €288 duizend) De opleidingskosten vallen €288K lager uit.
Mutatie personele voorzieningen (nadeel €42
Een bedrag van €144K heeft betrekking op niet
duizend)
repressieve opleidingen. Net als in 2020 zijn er
Actualisatie van de voorzieningen leidt tot een
door de coronamaatregelen minder trainingen en
hogere dotatie aan de personele voorzieningen.
opleidingen verzorgt en gevolgd. Overige personele lasten (voordeel €70 duizend) Het resterende voordeel (€144K) betreft
In verband met Corona zijn er minder kosten
vakbekwaamheid en heeft betrekking op een
gemaakt inzake Periodiek Preventief
aantal onderdelen. Zo is het aantal op te leiden
Medisch Onderzoek (PPMO). Daarnaast is er een
manschappen en bevelvoerders lager en zijn door
schade-uitkering vrijgevallen. Het dan nog
de coronamaatregelen diverse activiteiten niet
resterende voordeel heeft betrekking op een aantal
doorgegaan. Daartegenover zijn extra kosten
kleinere over- en onderschrijdingen die niet nader
gemaakt inzake de zogenaamde scenariotrainingen
toegelicht worden.
voor commandovoering, het bijscholen van Materiële lasten
kern-instructeurs voor de schuimblusvoertuigen.
Specificatie verschil materiële lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x €1.000)
Kapitaallasten
Voordeel
Incidenteel
221
Kosten informatisering/automatisering
Voordeel
Incidenteel
253
Huisvestingskosten
Voordeel
Incidenteel
100
Persoonlijke uitrusting
Voordeel
Incidenteel
162
Overige materiële lasten
Nadeel
Incidenteel
-110
Voordeel
626
Totaal
63
Kapitaallasten (voordeel €221 duizend)
Persoonlijke uitrusting (voordeel €162 duizend)
Het voordeel van €221 duizend wordt in hoofdlijnen
In verband met de lopende landelijke aanbesteding
veroorzaakt door investeringen waarvan de
voor kleding wordt alleen het hoognodige
aanbesteding nog niet of later is gestart ten
vervangen. Door het thuiswerken van de
gevolge van de coronacrisis. Dit voordeel wordt
medewerkers wordt de kleding weinig gedragen en
conform besluitvorming middels
treedt minder slijtage op. Tevens worden door het
resultaatbestemming
zelf wassen van kleding minder kosten gemaakt
toegevoegd aan de egalisatiereserve
voor het laten reinigen van de pakken.
kapitaallasten. Overige materiële lasten (nadeel €110 duizend) Kosten informatisering/automatisering (voordeel
Het nadeel heeft voornamelijk betrekking op de
€253 duizend)
onder overige materiele lasten opgenomen
Voor 2021 zijn er tal van projecten gepland en
taakstelling. Echter, deze taakstelling is onder de
begroot die door diverse omstandigheden zijn
andere posten gerealiseerd waardoor per saldo dit
uitgesteld. Naast corona zijn een aantal visies nog
budgettair neutraal is.
niet afgerond waardoor de start van projecten vertraagd is. Huisvestingskosten (voordeel €100 duizend) Een deel van de geplande werkzaamheden op basis van het onderhoudsplan zijn niet doorgegaan door gebrek aan vakmensen en materialen. Deze uitgestelde werkzaamheden zullen naar verluidt opgepakt worden in 2022.opgepakt worden in 2022.
Reserve mutaties Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x €1.000)
Reserve mutaties
Nadeel
Incidenteel
-225
Totaal
Nadeel
De reservemutaties zijn verwerkt conform genomen bestuursbesluiten. Het nadeel heeft voornamelijk betrekking op een lagere onttrekking uit de algemene reserve ter dekking van een lagere FLO-kosten.
64
-225
Actuele begroting 2021
Realisatie 2021
Verschil
Gemeentelijke bijdrage
645
659
659
659
-
Rijksbijdrage BDuR
Crisis beheersing (x €1.000)
Primitieve begroting 2021
Crisisbeheersing Realisatie 2020
7.2.2
500
504
504
508
4
Overige baten
12
-
240
293
53
Totaal baten
1.157
1.163
1.403
1.460
57
Personele lasten
964
806
1.046
977
-69
Materiële lasten Totaal lasten
279
357
357
198
-159
1.243
1.163
1.403
1.175
-228
285
285
Resultaat voor reserve mutaties
-86
-
-
-
-
-
-
-
-86
-
-
285
285
Reserve mutaties Resultaat na reserve mutaties
Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Rijksbijdrage BDuR
Voordeel
Incidenteel
4
Overige baten
Voordeel
Incidenteel
53
Totaal
Bedrag (x €1.000)
Nadeel
57
Overige baten (voordeel €53 duizend) Het voordeel heeft voornamelijk betrekking op een incidenteel vrijgevallen bedrag vanuit project aardbevingen, het bedrag wordt toegevoegd aan de reserve kapitaallasten bij resultaatbestemming (€65 duizend). Daarnaast is er een nadeel van €12 duizend inzake de declaratie voor COVID-19, die wordt ingediend (totale declaratie bedraagt €228 duizend), waarop begrotingsbasis rekening is mee gehouden voor een bedrag van €240 duizend. Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Salariskosten
Voordeel
Incidenteel
52
Flexibele schil
Voordeel
Incidenteel
143
Nadeel
Incidenteel
-126
Voordeel
69
Overige personele lasten Totaal
Bedrag (x €1.000)
65
Salariskosten (voordeel €52 duizend) Het voordeel heeft betrekking op het vrijvallen van een opgenomen balanspost inzake de uitbetaling van een vergoeding op grond van een vaststellingsovereenkomst. Flexibele schil (voordeel €143 duizend) De kosten inzake flexibele schil worden voornamelijk centraal bij programma Brandweer begroot. Voor verdere toelichting zie programma Brandweer. Overige personele lasten (nadeel €126 duizend) Het nadeel heeft voornamelijk betrekking op de onder overige personele lasten opgenomen taakstelling. Echter, deze taakstelling is onder de andere personele posten gerealiseerd en is per saldo budgettair neutraal. Materiële lasten Specificatie verschil materiële lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x €1.000)
Informatisering/automatisering
Voordeel
Incidenteel
88
Abonnementen / Landelijke bijdragen
Voordeel
Incidenteel
46
Overige materiele lasten
Voordeel
Incidenteel
25
Totaal
Voordeel
159
Kosten informatisering/automatisering (voordeel
De meeste activiteiten gefinancierd vanuit NCG
€88 duizend)
subsidie zijn inmiddels gerealiseerd en financieel
De kosten van IM/ICT worden voornamelijk centraal
afgerond. Ter ondersteuning van het
bij programma Brandweer begroot. Voor verdere
aardbevingsprogramma heeft NCG voor 2021
toelichting zie programma Brandweer.
subsidie beschikbaar gesteld voor een Programmamanager en Communicatieadviseur.
Kosten abonnementen/landelijke bijdrage (voordeel
In 2021 zijn adviezen en zienswijzen geschreven in
€46 duizend)
samenwerking met regionale overheden
De inschatting van de raming voor abonnementen/
vertegenwoordigd in de ambtelijke kopgroep
landelijke bijdragen is te hoog geweest, hetgeen
gaswinning. Daarnaast wordt het lesprogramma
leidt tot een voordeel.
Aardbevingenwijzer geactualiseerd en worden er lessen ontwikkeld om kinderen op een veilige en
Overige materiele lasten (voordeel €25 duizend)
laagdrempelige manier te leren over aardbevingen
Het nadeel heeft betrekking op een aantal kleinere
en gaswinning. Voor het project Bijstand
over- en onderschrijdingen die niet nader toegelicht
Hulpverleners is verlening bij NPG aangevraagd en
wordt.
deze aanvraag is toegekend.
Aardbevingsdossier De activiteiten van het Programma Aardbevingen worden in belangrijke mate gefinancierd met subsidies van het Nationaal Programma Groningen (NPG) en de Nationaal Coördinator Groningen (NCG).
66
Overige baten
Realisatie 2021
1.180
1.208
1.208
1.208
-
-
-
-
-
-
Verschil
Actuele begroting 2021
Rijksbijdrage BDuR
Primitieve begroting 2021
Gemeentelijke bijdrage
Realisatie 2020
Gemeentelijke kolom Groningen (GKG)
Gemeentelijke kolom Groningen (x €1.000)
7.2.3
-
-
115
-
-115
Totaal baten
1.180
1.208
1.323
1.208
-115
Personele lasten
1.070
1.068
1.229
910
-319
Materiële lasten
69
140
94
51
-43
1.139
1.208
1.323
961
-362
Totaal lasten
Resultaat voor reserve mutaties
41
0
0
247
247
Reserve mutaties
-
-
-
-
-
Resultaat na reserve mutaties
41
0
0
247
247
Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x €1.000)
Overige baten
Nadeel
Incidenteel
-115
Totaal
Nadeel
-115
Overige baten (nadeel €115 duizend) De kosten voor de COVID-19 procesleider zijn lager zijn dan begroot, de hiertegenover staande baten (dekking) zijn dan ook lager, hetgeen leidt tot een nadeel van €115K. Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting:
Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x €1.000)
Salariskosten
Voordeel
Incidenteel
110
Opleidingskosten
Voordeel
Incidenteel
47
Flexibele schil
Voordeel
Incidenteel
59
Piketvergoedingen
Voordeel
Incidenteel
99
Overige personele lasten
Voordeel
Incidenteel
4
Totaal
Voordeel
319
67
Salariskosten (voordeel €110 duizend)
Piketvergoedingen (voordeel €99 duizend)
De vacatureruimte levert een incidenteel voordeel
Er zijn twee piketfuncties in 2021 niet ingevuld,
op de salariskosten van €144 duizend. Het dan nog
hetgeen leidt tot een voordeel.
resterende voordeel heeft betrekking op een aantal kleinere over- en onderschrijdingen die niet nader
Overige personele lasten (voordeel €4 duizend)
toegelicht worden.
Het nadeel heeft betrekking op een aantal kleinere over- en onderschrijdingen die niet nader toegelicht
Opleidingskosten (voordeel €47 duizend)
worden.
Als gevolg van het Corona-virus is in 2021 het merendeel van de opleidingen niet doorgegaan, dit
Materiële lasten
resulteert in lagere kosten van €47 duizend.
Specificatie verschil materiële lasten ten opzichte van de begroting:
Flexibele schil (voordeel €59 duizend) De kosten inzake de flexibele schil worden voornamelijk centraal bij programma Brandweer begroot. Voor verdere toelichting zie programma Brandweer.
Omschrijving
Voordeel/nadeel
Karakter
Bedrag (x €1.000)
Overige materiele lasten
Voordeel
Incidenteel
43
Totaal
Voordeel
43
Overige materiele lasten (voordeel €43 duizend) Het nadeel heeft betrekking op een aantal kleinere over- en onderschrijdingen die niet nader toegelicht worden.
Actuele begroting 2021
Realisatie 2021
Verschil
Gemeentelijke bijdrage
447
457
457
457
-
Rijksbijdrage BDuR