CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

16-02 Aanbiedingsbrief jaarstukken 2021 en ontwerpbegroting 2023 naar college BW gemeente Veendam (v1.290322)

Gemeenteraad 30 mei 2022, gemeente VeendamBij agendapunt: Jaarstukken 2021 en ontwerpbegroting 2023 Volkskredietbank Noord-Oost Groningen.29.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Daar kan dan worden volstaan met een Verkorte Intake: een analyse van het dossier en een intakegesprek, waardoor er snel een gericht plan van aanpak kan worden gemaakt en deze uit te voeren. Wanneer het dossier onvoldoende compleet is (bijvoorbeeld vanwege complexiteit) en er vindt een doorverwijzing plaats van gemeente naar de VKB, dan zal alsnog een Intake Compleet worden gedeclareerd (zie hieronder). Inwoner zoeken rechtstreeks contact met de VKB Inwoners hebben financiële zorgen en komen zonder dossier, op advies of uit zichzelf, bij de VKB voor hulp. Zij worden gekoppeld aan een vast contactpersoon (de consulent) die met hen een Intake Compleet doorloopt. Dat houdt in: een intake, dossierverzameling, analyse, stabilisatie, een plan van aanpak en, indien nodig, doorgeleiding naar collega’s van de VKB voor een passend schuldhulpverleningstraject. Indien er sprake is van een crisissituatie, bijvoorbeeld een dreigende huisuitzetting of afsluiting van gas en elektriciteit, dan wordt er een Crisisintake doorlopen. Daarbij wordt de aanmelding binnen drie werkdagen opgepakt en wordt geprobeerd om de crisis tijdig op te lossen. Om de gang rechtstreeks naar de VKB te bevorderen zetten we in op een beter begrip bij andere organisaties over onze kennis en kunde. Wij zoeken in toenemende mate andere

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

9 | 39

organisaties op om vanuit de gedachte ‘elkaars vindplaats zijn’ beter te kunnen herkennen, signaleren en doorverwijzen. Om die reden is van groot belang dat andere organisaties ook een beter begrip hebben van de rol van de VKB en daarmee ook kunnen doorverwijzen naar onze organisatie. Uiteraard hebben wij hierbij oog voor zaken als bescherming van persoonsgegevens. Het is van belang dat we een aanmelding van een inwoner registeren en verwerken. Niet elke aanmelding krijgt een vervolg, daarom is het bij die registratie van belang om inzichtelijk te maken waarom aanmeldingen geen gevolg krijgen. Daar kan waar nodig actie op ondernomen worden in samenwerking met de gemeenten of ketenpartners. Vanaf 2023 registreert de VKB alle aanmeldingen. 2.3.2.2.1 De Schuldhulpverleningstrajecten Het tweede onderdeel van het kernpakket zijn de schuldhulpverlengingstrajecten. Op basis van een plan van aanpak kunnen inwoners met problematische schulden verder worden geholpen door een schuldhulpverleningstraject te starten. De VKB biedt diverse vormen van schuldhulpverlening zoals Schuldregeling, Schuldbemiddeling, Dwangakkoord, Wsnp, Financieel beheer, Saneringskredieten en Budgetbeheer. Budgetbeheer Het uitgangspunt bij budgetbeheer blijft: lichte ondersteuning waar het kan en zwaardere waar nodig. Het doel is dat mensen weer financieel zelfredzaam worden.

Er wordt nu steviger ingezet op maatwerk en coaching. Dat betekent dat de dienstverlening nog meer wordt afgestemd op de individuele situatie van de klant. We onderscheiden daarbij vier vormen budgetbeheer: Regulier Budgetbeheer Dit is de meest uitgebreide vorm van inkomensbeheer en budgetbegeleiding middels coaching. De insteek is een totaal pakket budgetbeheer waarbij afhankelijk van de situatie en de fase waarin iemand zit, op basis van de professionele inschatting van de consulent, een bepaalde werkwijze en tempo wordt gehanteerd. Bij deze werkwijze wordt door gesprekken, coaching of het samenwerken met ketenpartners gemonitord of een lichtere vorm van dienstverlening mogelijk is. Deze vorm van budgetbeheer zetten we ook in wanneer een schuldregeling nog niet mogelijk is voor inwoners. Beperkt Budgetbeheer Maatwerk betekent ook rekening houden met mensen die, direct aan het begin of na verloop van tijd, lichte ondersteuning nodig hebben. Voor hen is het product Beperkt Budgetbeheer. Dit product, waarbij de ondersteuning uitgaat van een redelijke mate van zelfstandigheid van de klant, wordt bijvoorbeeld ingezet in de laatste fase van het proces budgetbeheer. Het kan eventueel ook worden ingezet voor mensen die mogelijk onder bewind komen bij de VKB en moeten wachten op de beschikking van de rechtbank.

Begeleid Financieel Beheer Begeleid Financieel Budgetbeheer is bedoeld voor bestaande klanten voor wie zelfredzaamheid ondanks coaching of flankerende hulp (nog) geen optie is. In een bepaalde fase in hun proces is er de mogelijkheid om Begeleid Financieel Budgetbeheer in te zetten. Dit volstaat in een stabiele situatie met het voortzetten van het betalingsverkeer via de VKB. Het is geen uitbreiding van de doelgroep budgetbeheer, maar een andere vorm van dienstverlening waarbij bewindvoering een te zwaar middel is. Opstart Budgetbeheer ten behoeve van bewindvoering Een nieuwe vorm die in 2023 wordt toegepast is het uitvoeren van budgetbeheer bij het opstarten van bewindvoering. Wanneer een inwoner zicht meldt voor bewindvoering duurt het gemiddeld vier maanden voordat het bewind is toegekend. In deze vier maanden is het van belang om te zorgen voor stabiliteit in het inkomen en de uitgaven. Door budgetbeheer in deze vier maanden op te starten en uit te voeren, zorgt de VKB ervoor dat de financiële ondersteuning direct kan starten voor de inwoner. Door het opstarten van budgetbeheer mogen er bij het bewind minder kosten gedeclareerd worden zodra bewind is uitgesproken, omdat er

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

10 | 39

al budgetbeheer loopt. Dat zorgt voor minder hoge kosten van de bijzondere bijstand. Dit zijn twee belangrijke voordelen van de combinatie van budgetbeheer in samenhang met bewindvoering. Schuldregeling Bij het regelen van de schulden ligt de focus op het laten slagen van het minnelijke schuldregelingstraject. Er wordt ingezet op goede informatievoorziening richting de schuldeisers om ze te overtuigen om akkoord te gaan. Waar nodig wordt een dwangakkoord ingezet om het minnelijke traject te laten slagen. Deze manier van werken zorgt er voor dat meer aanvragen in het minnelijke traject slagen dan voorheen. Als het minnelijke traject niet mogelijk is, dan wordt er een goede doorgeleiding naar de Wsnp gedaan. Ongeveer 75% van de geslaagde minnelijke schuldregelingen wordt omgezet in een saneringskrediet. Het saneringskrediet is voordelig voor klanten, schuldeisers en de VKB. Klanten houden nog maar één schuldeiser over (de VKB) en daarnaast kunnen zij zich eerder richten op de toekomst doordat de schulden direct gesaneerd zijn. Schuldeisers ontvangen direct het afgesproken bedrag en kunnen daardoor het dossier sluiten na uitbetaling, dit biedt hun zekerheid. Voor de VKB heeft dit als voordeel dat de periodieke hercontroles voor een schuldbemiddeling niet meer gedaan hoeven te worden.

De focus ligt op het laten slagen van schuldregelingen en daardoor worden inwoners sneller geholpen.

2.3.2.3 Het keuzepakket van de VKB Om tegemoet te komen aan de verschillende individuele ambities binnen de GR-gemeenten is in het vorig hoofdstuk aangegeven dat een samenwerkingsvorm met enige flexibiliteit wenselijk is. Concreet betekent dat dat naast het kernpakket voor iedereen, er een keuzepakket is waarbij via dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) afzonderlijke afspraken gemaakt kunnen worden met de VKB. Wij onderscheiden daarin twee mogelijkheden: inzet van de VKB binnen de gemeentelijke toegang en beschermingsbewind. Voor bewind verwijzen we naar hoofdstuk 5 van het Toekomstplan. 2.3.2.3.1 Keuzepakket: Inzet VKB binnen gemeentelijke toegang De eerste stap bij (dreigende) financiële problemen is om de situatie integraal te bekijken en snel en deskundig, samen met de inwoner, aan te pakken. Gemeenten zijn volop bezig met de ontwikkeling van een toegang waarin dit kan worden opgepakt. De wijze waarop dat wordt vormgegeven, verschilt per gemeente. Zo is er bijvoorbeeld een zorgbalie, een geldteam, een ‘erop af team’ en/of ondersteuning via een sociaal team. De afgelopen periode heeft de VKB daar in afzonderlijke gemeenten en met verschillende intensiteit een bijdrage aan geleverd. Door als VKB nauw samen te werken met gemeentelijke medewerkers en andere partners wordt de integrale benadering bevorderd.

Door korte lijnen is er snelheid in het proces en is onderlinge uitwisseling van kennis eenvoudiger. Ook kan, indien dat nodig blijkt, een schuldhulpverleningstraject binnen de VKB sneller en effectiever worden opgestart wanneer in een gemeentelijke toegang op deskundige wijze al is begonnen met stabilisatie. Deze inzet van de VKB aan het begin van het proces is dus optioneel. Gemeenten hebben de mogelijkheid om, uiteraard in samenwerking met de VKB, te bepalen of en welke inzet nodig is. Preventie en voorlichting Preventie in de hele keten van schuldhulpverlening is belangrijk. Met name het voorkomen van schulden bij jongeren is een punt van aandacht. In de regio Noord-Oost Groningen waar intergenerationele armoede een veelvoorkomend verschijnsel is, is het belangrijk de spiraal te doorbreken en jongeren te begeleiden. Tot en met 2020 werd met een aantal gemeenten aparte afspraken gemaakt over preventie-activiteiten (het pluspakket). De constatering is dat dit pluspakket weinig wordt afgenomen. In 2021 is getracht om tot afspraken te komen met de gemeenten voor preventie en voorlichtingsactiviteiten. Er was weinig animo om te komen tot afzonderlijke preventie, mede ingegeven door de beperkende omstandigheden van de Corona pandemie.

Gaandeweg 2021 en 2022 hebben we gemerkt dat de gemeenten andere verwachtingen hebben van preventie en voorlichting, dan de eerdere focus op met name de

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

11 | 39

verzorging van financiële educatie lessen op basisscholen. Dit heeft ons ertoe gebracht om de strategie van preventie en voorlichting onder de loep te nemen en in 2022 met een nieuw strategisch plan op preventie en voorlichting te komen, welke aan gemeenten zal worden voorgelegd medio 2022. In de begroting is al terug te zien dat we niet langer inzetten op de eerder geboden cursussen, maar komen met een nieuw, gebiedsgerichte en doelgroepgerichte campagne welke inspeelt op de lokale behoefte. In de begroting 2023 is dit terug te zien onder de noemer “algemeen”. Daarnaast is de VKB van mening dat preventie en voorlichtingsactiviteiten niet louter zouden kunnen worden bekostigd door de gemeenten, ook andere partijen zijn geïnteresseerd in betere kennis over schuldhulp, signalering en preventie. We onderzoeken in 2022 de haalbaarheid van activiteiten die kostendekkend kunnen worden uitgevoerd door bijvoorbeeld kennisinstellingen of werkgevers. Vroegsignalering Sinds 1 januari 2021 hebben gemeenten de wettelijke taak om zich toe te leggen op vroegsignalering. De VKB kan met de expertise die ze hebben hierin een belangrijke rol spelen voor de gemeenten. Dat kan door aan de voorkant betrokken te zijn door de VKB onderdeel te laten zijn van vroegsignalering in de gemeenten (wijkteams, geldteams etc.).

Dit kan ook aan de achterkant, door inwoners vanuit vroegsignalering door te verwijzen naar de VKB. Met elke gemeente kunnen hier afzonderlijk afspraken over gemaakt worden. In 2021 en 2022 is een medewerker van de VKB gedetacheerd bij de Gemeente Veendam in het kader van het opzetten van de vroegsignalering aldaar. In 2021 is de VKB betrokken geweest bij het opzetten van het geldloket ‘STAP’ in de Gemeente Oldambt. In 2022 wordt gestart met de inrichting van vroegsignalering voor de gemeente Eemsdelta.

2.3.2.4 Klantvisie en klantbenadering Naast inhoudelijke aanscherping en vernieuwing is er ook een ander element dat maakt of de dienstverlening effectief is: de klantvisie en de klantbenadering. Daarover gaat deze paragraaf. Uit het rapport “Weten is nog geen doen” van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR)1 blijkt dat er een behoorlijk verschil is tussen wat de overheid van burgers verwacht en wat zij daadwerkelijk in staat zijn om te doen. Rationeel weten mensen vaak wel wat ze moeten doen, maar met alle stress, verleidingen en tegenslagen is het erg moeilijk om zich aan een plan te houden. Dit geldt niet alleen voor kwetsbare groepen in de maatschappij maar ook voor hoger opgeleiden en mensen met een goede maatschappelijke positie. Dichtbij de burger betekent dus niet alleen fysiek in de buurt van wat wij de inwoner noemen. Minstens zo belangrijk is de dienstverlening en verwachtingen van inwoners (en dus ook de verplichtingen die worden opgelegd) af te stemmen op de persoonlijke situatie. Het stellen van reële en haalbare doelen is dus essentieel. In de loop van 2020 is een klantvisie binnen de VKB ontwikkeld. Daarbij is een drietal kernwaarden geformuleerd, te weten: betrokken, betrouwbaar en bereikbaar. De VKB wil een klant-gedreven organisatie zijn die staat voor professionele en uniforme dienstverlening.

De klant is bij ons in vertrouwde handen, we zoeken de actieve samenwerking op met de klant en met onze samenwerkingspartners om gezamenlijk tot oplossingen te komen voor ieders persoonlijke situatie. We zijn betrokken bij de klant en leveren betrouwbare dienstverlening die kwalitatief hoogstaand is en uniform. Onze klant en onze partners kunnen ons via diverse kanalen bereiken. De klantvisie 2020 is in 2021 verder door vertaald naar onze kernwaarden deskundig, resultaatgericht, betrouwbaar en inwonergericht. In dit kader wordt binnen de VKB ook gewerkt aan een meer stress-sensitieve benadering van de klanten. Daarbij wordt de methodiek van ‘motiverende gespreksvoering’ toegepast. Motiverende gespreksvoering is een klantgerichte, non-directieve manier van begeleiding die als doel heeft mensen zelf hun eigen wensen en tegenstrijdigheden te laten onderzoeken, om hen op die manier verder te helpen in het proces van gedragsverandering. Uit onderzoek blijkt

1

Weten is nog geen doen, een realistisch perspectief op redzaamheid, Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) 2017.

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

12 | 39

dat motiverende gespreksvoering leidt tot meer gemotiveerde klanten, minder uitval en meer kans op structurele gedragsverandering. Daarnaast zetten we ons als VKB in voor laaggeletterdheid bij inwoners van onze gemeenten. Het ontbreken van deze basisvaardigheden leveren een belemmering op voor de inwoners om goed mee te kunnen komen. Er is een goede samenwerking met het Taalhuis, onze medewerkers zijn getraind in het signaleren, herkennen en doorverwijzen bij laaggeletterdheid. In 2022 maken we een start met ook het onderwerp laaggecijferdheid. Medewerkers van de VKB kunnen op ieder moment in het proces een inwoner door verwijzen naar het Taalhuis om van hen de nodige ondersteuning te krijgen. In het bijzonder noemen we in dit verband de klantreis waaraan wordt gewerkt binnen de VKB. Als gevolg van het visie-traject en het medewerkerstraject is de nieuwe organisatiestructuur in januari 2022 effectief geworden. Maar met een nieuw organogram ben je er niet, het gaat erom hoe je eraan invulling geeft. De nieuwe organisatie structuur en het besluit om Frontoffice en Budgetbeheer samen te voegen, zorgt ervoor dat met de medewerkers samen de gehele klantreis opnieuw wordt besproken en gedefinieerd. Dit leidt ertoe dat de werkprocessen helder zijn, hetgeen de uniformiteit van onze dienstverlening bevordert. Het draagt ook bij aan de continue verbetering van onze kwaliteit.

2.3.3

Wat mag het kosten?

Het programmaplan is gebaseerd op de gerealiseerde cijfers 2021, waaronder de Jaarstukken 2021, maar ook de Begroting 2022 en het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2021-2024. De onderliggende producten zijn per product op ambtelijk niveau afgestemd. Daarnaast is in het kader van de totstandkoming van de programmabegroting het rekenmodel tezamen met de gemeente specifieke gegevens vertaald in de productraming, die voor het management leidend zal zijn bij de dagelijkse sturing. De financiële vertaalslag ligt uiteraard in de financiële begroting verderop in dit document. De begroting is opgesteld op basis van een inschatting van de aantallen producten voor het kern- en keuzepakket. De specificatie van de aantallen per gemeente wordt hieronder weergegeven. 2.3.3.1

Producten kernpakket

Opdrachtgever Tarief Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal

Opdrachtgever Tarief Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal

Aanmelding € 59 4 185 54 188 63 118 608

Intake compleet € 649 4 90 45 65 45 72 317

Adviesrecht beschermingsbewind € 354 3 16 6 14 4 8 48

Advies gesprek (preventie) € 236 3 20 8 21 7 15 71

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

Crisis intake compleet € 1.180 2 5 5 11 6 16 43

Verkorte intake € 295 2 75 100 25 200

Intake SR € 236 12 20 13 26 13 28 100

Schuldregeling € 826 6 70 43 79 32 61 285

13 | 39

Subtotaal kernpakket

€ € € € € €

97.400 38.300 95.800 40.000 79.900 351.400

Schuldbemiddeling € 354 4 50 20 23 24 28 145

Subtotaal kernpakket

€ € € € € €

90.600 49.700 89.400 41.100 73.300 344.100

Wsnpverklaring € 236 4 20 5 22 16 15 78

Financ. beheer € 177 3 12 5 6 6 7 36

Dwangakkoord, incl. zitting € 354 6 2 2 5 2 4 15

Budgetbeh. (incl. opstart, afronding en coaching) Tarief € 1.003 14 Eemsdelta 306 Het Hogeland 92 Oldambt 187 Pekela 77 Veendam 145 Totaal 807

Budgetbeheer beperkt € 295 6 10 3 8 3 6 30

Begeleid financieel beheer € 590 4 35 22 45 15 41 158

Opdrachtgever Tarief Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal

Opdrachtgever

Opstart budgetbeh. t.b.v. bescherm.bew. € 472 13 10 3 7 3 6 29

Coachingsgesprek (preventie) € 354

Totaal kern pakket

Opdrachtgever Tarief Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal

€ € € € € €

541.400 201.200 420.500 177.500 338.900 1.679.500

2.3.3.2 Producten keuzepakket

Opdrachtgever Tarief

Leenaanvraag met borg -

Algemene preventie en voorlichting € 822

0 8 3 12 23

10 3 8 3 0 24

Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal

Totaal keuze pakket

€ € € € € €

Totaal kern en keuze pakket

Opdrachtgever Tarief Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal

€ € € € € €

549.600 203.700 427.100 180.000 338.900 1.699.300

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

14 | 39

8.200 2.500 6.600 2.500 19.800

30 8 21 7 15 81

Subtotaal kernpakket

€ € € € € €

12.300 4.200 11.300 7.000 9.000 43.800

Leenaanvraag 4 101 32 85 37 65 320

Subtotaal kernpakket

€ € € € € €

341.100 109.000 224.000 89.400 176.700 940.200

2.3.3.2.1

Pilots SHV ondernemers / jongeren en vroegsignalering

Pilot SHV ondernemers Tarief € 59 uren Eemsdelta 0 Het Hogeland 210 Oldambt 0 Pekela 36 Veendam 0 Totaal 246 Opdrachtgever

Opdrachtgever Tarief Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal

Vroegsignalering € 42 uren 3.120 0 0 3.120

Totaal budget

Pilot SHV jongeren € 59 uren 0 105 0 36 0 141

Opdrachtgever Tarief

€ € € € € €

12.400 2.100 14.500

Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal

Totaal budget

Totaal budget

€ € € € € €

6.200 2.100 8.300

Totaal overige bijdragen

Opdrachtgever Tarief

€ € € € € €

131.000 131.000

Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Totaal

131.000 18.600 4.200 153.800

Raming lasten en baten

Schuldhulpverlening

Lasten Baten Saldo

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Primaire begroting 2023

€ 2.211.287 2.268.086 56.799

€ 2.087.145 2.102.640 15.495

€ 2.004.415 2.036.800 32.385

2.3.3.3 Beschermingsbewind Beschermingsbewind wordt primair door de klant betaald. Ongeveer twee-derde van alle klanten zal hiervoor bijzondere bijstand aanvragen. Deze kosten zullen derhalve wel op de gemeentebegroting drukken maar niet primair als 'uitgaven VKB' zichtbaar zijn. Van belang hierbij is dat beschermingsbewind alleen door de rechter kan worden opgelegd en ook alleen door de rechter beëindigd kan worden. De rechtbank bepaalt tevens het soort bewind.

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

15 | 39

De geschatte verdeling van het aantal dossiers per gemeente blijkt uit onderstaand overzicht:

Opdrachtgever

Jaarbeloning Regulier Schulden

Intake

ER&V

€ 538

€ 224

€ 1.270

€ 1.643

4 11 3 9 3 4 30

11 3 9 3 4 30

2 109 30 81 25 37 19 300

36 10 27 8 12 6 100

Tarief

Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Buiten werkgebied Totaal

Totaal

€ € € € € € €

2 208.400 57.400 155.800 47.800 70.600 35.400 575.400

De uurtarieven voor bewindvoering worden bepaald door het rijk. Daar heeft de gemeente geen invloed op. Ter indicatie: de uurprijs is voor 2022 vastgesteld op € 73,20 (exclusief btw). Op dit moment brengt de VKB geen BTW in rekening voor beschermingsbewind. In de risicoparagraaf op pagina 17 wordt specifiek ingegaan op het eventuele risico wat de VKB hier nog loopt. Raming lasten en baten

Beschermingsbewind

Lasten Baten Saldo

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Primaire begroting 2023

€ 545.065 488.266 -56.799

€ 538.271 517.700 -20.571

€ 614.085 575.400 -38.685

2.3.3.4 Vaste bijdrage: overhead en bestaan De VKB heeft te maken met kosten voor bestuursondersteuning en niet product- / dienstverleningspecifieke activiteiten en voorzieningen gericht op een effectief en efficiënt beheer van de bedrijfsvoering. Er vindt een algemene interne ondersteuning aan de diverse organisatieonderdelen, het management, het dagelijks bestuur en algemeen bestuur plaats. Bij de algemene interne ondersteuning gaat het onder meer om de personeelszorg, communicatie, juridische zaken, de financiële administratie, de kwantitatieve, kwalitatieve en financiële informatievoorziening en applicatiebeheer en de facilitaire ondersteuning. De begrote lasten worden bepaald door de kosten van het in standhouden van de gemeenschappelijke regeling. Deze zogenaamde bestaanskosten zijn de materiele kosten en ondersteunde diensten (overhead) zoals beschreven in de ‘notitie overhead’ van de Commissie BBV. Raming lasten en baten

Vaste bijdrage

Lasten Baten Saldo

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

16 | 39

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Primaire begroting 2023

€ 1.668.053 1.668.053 -

€ 1.588.600 1.588.600 -

€ 1.631.200 1.631.200 -

In de begroting wordt uitgegaan van budgettair neutrale situatie op de overhead en bestaanskosten. Deze kosten worden middels een tarief per inwoner in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. De verdeling per gemeente ziet er als volgt uit:

Opdrachtgever

Inwoners (CBS 2021)

Vaste bijdrage 2023 € 11,72

45.443 15.553 38.507 12.201 27.472 139.176

€ 532.600 € 182.300 € 451.300 € 143.000 € 322.000 € 1.631.200

Tarief Eemsdelta Het Hogeland *) Oldambt Pekela Veendam Totaal

*) betreft het aantal inwoners van de voormalige gemeente Eemsmond.

2.4

Paragrafen

In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de VKB. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen en grondbeleid niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Onderhoud kapitaalgoederen; 3. Financiering; 4. Bedrijfsvoering; 5. Verbonden partijen.

2.4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Weerstandsvermogen is van belang om de financiële gezondheid van de Volkskredietbank te kunnen beoordelen. Het is bedoeld om risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen op te kunnen vangen. Het gaat hierbij om de verhouding tussen: • De weerstandscapaciteit, dit is de beschikbare financiële ruimte die zonder ingrijpende beleidswijzigingen beschikbaar is; • De aanwezige risico’s. De weerstandscapaciteit bestaat uit twee onderdelen, de structurele en de incidentele weerstandscapaciteit. De structurele weerstandscapaciteit is met name van belang voor het opvangen van optredende risico’s die een over de tijd uitgestrekt effect hebben en om de incidentele weerstandscapaciteit aan te vullen na het optreden van risico’s. Een structureel middel om risico’s op te vangen kan bijvoorbeeld zijn de post onvoorzien in de begroting. De incidentele weerstandscapaciteit is het ter dekking van risico’s aanwezige vrije vermogen. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit bijvoorbeeld de algemene en bestemmingsreserves en deze bedrage ultimo 2021 nihil. De aanwezige (structurele en incidentele) weerstandscapaciteit moet voldoende zijn om de financiële gevolgen van optredende risico’s op te kunnen vangen. Risico’s zijn van nature onzeker van aard en omvang. Indien dit niet zo was, zouden zij worden opgenomen in de begroting.

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

17 | 39

De belangrijkste risico’s voor de Volkskredietbank zijn: • Er is onduidelijkheid over de vraag of de VKB verplicht is BTW in rekening te brengen bij het product beschermingsbewind. De VKB is van mening dat er geen BTW-plicht is omdat beschermingsbewind binnen de BTW-vrijstelling voor schuldhulpverlening valt. Begin 2018 heeft de belastingdienst aangegeven dat er voor de VKB wel een BTW-plicht bij beschermingsbewind zou gelden. Nadien is er een uitspraak van een rechtbank geweest in een vergelijkbare situatie. De rechtbank was het niet eens met het standpunt van de belastingdienst. Vervolgens heeft de belastingdienst hoger beroep tegen deze uitspraak van de rechtbank ingesteld. De belastingdienst zal naar verwachting gedurende die procedure niet bereid zijn het standpunt aan te passen. Daarom is besloten de huidige werkwijze voort te zetten, het standpunt van de VKB vast te leggen en na afloop van het hoger beroep opnieuw in overleg te treden met de belastingdienst. Omdat de VKB tot op heden nog geen BTW in rekening heeft gebracht, bestaat er in beginsel een BTW-risico voor het verleden. Indien uiteindelijk blijkt dat het standpunt van de belastingdienst juist is, dan kan er een eventuele naheffing van omzetbelasting plaatsvinden over een periode van maximaal vijf jaar.

Inmiddels is er in twee vergelijkbare zaken uitspraak in hoger beroep geweest, waarvan de ene uitspraak het standpunt van de belastingdienst ondersteunde maar de andere het standpunt van VKB. Omvang risico: maximaal € 531.000,-; • Alle in de begroting opgenomen aannames zijn gebaseerd op een voorspelling omtrent het aantal aanvragen en diensten. Indien er in een jaar sprake zal zijn van een (grote) stijging of daling in het aantal aanvragen en diensten, zal dit kunnen leiden tot frictiekosten en een extra financiële bijdrage van de gemeenten. Omvang risico: p.m.; • De voormalige directeur is eind 2018 wethouder geworden in de gemeente Veendam en op grond van de rechtspositionele regels is er sprake van een terugkeergarantie vanwege politiek verlof. Omvang risico: loonsomkosten (schaal 13 max. en arbeidsomvang van 32 uur (0,89 fte) per week) van ongeveer € 100.000,- per jaar. Uitgangspunt bij risico’s is dat het meestal incidentele tegenvallers zijn. Daarnaast zullen niet alle risico’s op hetzelfde moment plaatsvinden. De Volkskredietbank is een uitvoeringsorgaan van de deelnemende gemeenten. In dat kader ontvangt de Volkskredietbank op basis van de opgestelde begroting financiële bijdragen van de deelnemende gemeenten en is het niet nodig dat de Volkskredietbank over een eigen weerstandsvermogen beschikt.

Een nadelig exploitatiesaldo wordt op basis van de gemeenschappelijke regeling volledig doorberekend aan de deelnemende gemeenten. In het weerstandsvermogen wordt daarom voorzien door de deelnemende gemeenten zelf. Een eventueel nadelig exploitatiesaldo brengen de gemeenten ten laste van de door hen opgebouwde weerstandscapaciteit. Hiermee is de weerstandscapaciteit van de VKB als zodanig gewaarborgd.

2.4.1.1 Kengetallen Ingevolge artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) dient een aantal kengetallen opgenomen te worden. De financiële kengetallen zijn een uniforme set van kengetallen die een betere inzicht geven in de financiële posities van de gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en provincies, en daarmee ook informatie over de weer- en wendbaarheid van hun begrotingen. De berekening van de kengetallen is conform de ministeriële richtlijnen voor de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting.

Kengetallen

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd vvoor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Liquiditeitsratio

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Primaire begroting 2023

Meerjaren begroting 2024

Meerjaren begroting 2025

Meerjaren begroting 2026

4,4%

5%

5%

5%

5%

5%

4,4%

5%

5%

5%

5%

5%

0% 0,9

0% 0,8

0% 0,9

0% 0,9

0% 0,9

0% 0,9

18 | 39

Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Normaliter bevindt de netto schuldquote zich ergens tussen de 0% en 100%. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de VKB in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is conform het gevoerde beleid al een langere periode nihil (zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing op pagina 17). Liquiditeitsratio De liquiditeit laat zien wat de mate is waarin de VKB in staat is om aan haar direct opeisbare verplichtingen te kunnen voldoen. De liquiditeitsratio is conform het gevoerde beleid al een langere periode onder de 1. De huidige uitkomst geeft aan dat er op korte termijn onvoldoende vorderingen en gelden zijn om de korte schulden te voldoen. Door de waarborgen die een gemeentelijke kredietbank als overheidsorgaan (gemeenschappelijke regeling) met zich meebrengt, is er geen noodzaak het toegepaste beleid te wijzigen.

2.4.2

Onderhoud kapitaalgoederen

De investeringen zijn met name gericht op het in stand houden en vervangen van de telefonie en automatisering. Het personeel is gehuisvest in het kantoorpand aan de Stationsweg 2 te Appingedam, maar is vanwege Corona vooral thuis aan het werk of op locatie bij een gemeente of ketenpartner. De medewerker van de VKB is, met behulp van diverse mobiele devices, flexibel inzetbaar. Het kantoorpand wordt gehuurd. In 2019 is besloten de huurovereenkomst van het pand niet op te zeggen en daarmee te gaan voor een verlenging van de huidige huurovereenkomst van vijf jaar. Vanwege de mobiele inzetbaarheid van de medewerkers en de Corona maatregelen is er voor gekozen het aantal werkplekken op kantoor te verminderen. Er zijn 38 werkplekken geformeerd. In goed overleg met de verhuurder is de tweede verdieping van het pand halverwege 2021 afgestoten. Het binnen onderhoud van het kantoorpand komt voor rekening en risico van de Volkskredietbank. Voor wat betreft de inrichting dan wel bouwkundige aanpassingen van de kantoorruimten is de Volkskredietbank eveneens verantwoordelijk. Deze kosten worden aangemerkt als huurderinvesteringen. Het externe (groot) onderhoud van het kantoorpand komt voor rekening en risico van de verhuurder.

2.4.3

Financiering

Deze paragraaf bevat de beleidsrealisatie ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Overeenkomstig de regelgeving heeft het bestuur het treasurystatuut vastgesteld. Het treasurystatuut stelt kaders en doelstellingen voor de uitvoering van het treasurybeleid. Het treasurystatuut is gebaseerd op de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). Een belangrijk doel van deze wet is de bevordering van een solide financieringstructuur van decentrale overheden. De treasuryfunctie wordt onderverdeeld in risicobeheer en kasbeheer.

2.4.3.1 Risicobeheer Conform artikel 13 Besluit Begroting en Verantwoording zullen opmerkingen gemaakt moeten worden omtrent beleidsvoornemens inzake risicobeheer. Het betreft hier rente-, debiteuren-, koers-, en valutarisico’s. Voor de Volkskredietbank zijn de twee laatstgenoemde risico’s niet van toepassing. Voor risico’s die kwantificeerbaar zijn, dienen voorzieningen te zijn gevormd.

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

19 | 39

Renterisico Onder dit risico wordt begrepen het risico dat de Volkskredietbank loopt als gevolg van mogelijke renteschommelingen. Voorkomen dient te worden dat de Volkskredietbank in financiële moeilijkheden komt door rentestijgingen. Dit risico kan worden beperkt door de financieringsbehoefte te spreiden over de jaren. De mate van deze spreiding wordt uitgedrukt in de renterisico norm. In de renterisico norm worden nieuw aan te trekken leningen in een jaar uitgedrukt als percentage van het begrotingstotaal. Het begrote renterisico norm wordt weergegeven in de volgende tabel. 2023

Renterisiconorm (bedragen x 1.000) 1a 1b 2 3a 3b 4 5 6 7 8 9 10 11

( b eg r o o t )

Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Netto renteherziening op vaste schuld Nieuwe aangetrokken vaste schuld Nieuwe verstrekte lange leningen Netto nieuw aangetrokken vaste schuld Betaalde aflossingen Herfinanciering Renterisico op vaste schuld De begrotingsomvang per 1 januari Het normpercentage Renterisiconorm Ruimte (positief) / Overschrijding (negatief)

€ € (1a - 1b) € € € (3a - 3b) € € (laagste van 4 en 5) € (2 + 6) € € (8 x 9) (10 - 7)

€ €

450 -450 -450 -450 4.250 20% 850 1.300

Uit deze opstelling blijkt dat de Volkskredietbank binnen de grenzen van de renterisico norm opereert. Ook voor de komende jaren verwacht de Volkskredietbank geen overschrijding van deze norm. Kredietrisico Kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. Ten aanzien van het debiteurenrisico, kan jaarlijks 4% van de netto uitbetaalde leningen in dat jaar worden toegevoegd aan de voorziening dubieuze leningdebiteuren. Er wordt ten aanzien van leningdebiteuren een (pro)actief beleid gevoerd. Voor wat betreft niet-kwantificeerbare risico’s wordt verwezen naar de eerdere paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing.

2.4.3.2 Kasbeheer De kasgeldlimiet is het maximum bedrag waarvoor de Volkskredietbank middelen mag aantrekken op de geldmarkt. Voor de netto vlottende schulden geldt de kasgeldlimiet als norm. De standaard norm is gedefinieerd als 8,2% van de jaarlijkse begrotingsomvang aan het begin van het jaar. Op grond van artikel 3 lid 5 van de Wet Fido wordt jaarlijks door de provincie Groningen in overleg met de VKB een afwijkend percentage voor de kasgeldlimiet vastgesteld, zodat de netto vlottende schuld binnen de toegestane kasgeldlimiet blijft. Voor 2022 is die vastgesteld op 40%.

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

20 | 39

De begrote kasgeldlimiet wordt weergegeven in de volgende tabel. 2023

Kasgeldlimiet (bedragen x 1.000)

( b eg r o o t )

€

4.250

€

40% 1.700

(b)

€ € € € €

7.000 7.000

(c)

€ € € € €

80 400 5.200 5.680

€ € €

1.320 1.700 380

Omvang begrotingstotaal per 1 januari: Toegestane kasgeldlimiet - in procenten - in geld Vlottende schuld - opgenomen gelden < 1 jaar - schuld in rekening-courant - gestorte gelden door derden < 1 jaar - overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende schuld Vlottende kasgeldmiddelen - uitgeleende gelden < 1 jaar - contante gelden in kas - tegoeden in rekening-courant - overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende kasgeldmiddelen Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld Toegestane kasgeldlimiet Ruimte (positief) / Overschrijding (negatief)

(a)

(b) - (c) (a)

De ruimte binnen de begrote kasgeldlimiet bedraagt € 380.000,- positief.

2.4.3.3 Schatkistbankieren De aanwezige bankgelden betreffen gelden van cliënten. Deze derden gelden zijn uitgezonderd van het verplichte schatkistbankieren (SKB). Per 1 juli 2021 neemt de VKB deel aan het SKB en voorkomt daarmee rentekosten op positieve banktegoeden.

2.4.4

Bedrijfsvoering

2.4.4.1 Algemeen In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de beleidsmatige en toekomstige aspecten van de bedrijfsvoering. Een juiste bedrijfsvoering is van belang om de taken van de VKB verantwoord uit te kunnen voeren. De VKB beschikt over een werkorganisatie onder leiding van een directeur. De werkorganisatie voert taken op het gebied schuldhulpverlening uit. Voor een verdere toelichting op de bedrijfsvoering wordt verwezen naar het voorwoord op pagina 3 en het programmaplan vanaf pagina 7 en verder.

2.4.4.2 Financieringssystematiek Op transparante wijze wordt onderscheid gemaakt tussen bestaanskosten en de productkosten. De bestaanskosten worden op basis van het inwoneraantal omgerekend naar een vaste bijdrage voor elke GR-gemeente en de productkosten worden berekend voor elke gemeente afzonderlijk op basis van de productafname.

2.4.4.3 Automatisering en telefonie De VKB heeft de automatisering uitbesteed. De VKB is aangesloten op en maakt gebruik van de diensten van CSN Groep B.V. De diensten worden door middel van een dienstverleningsovereenkomst uitgevoerd. In 2022 wordt een Europese aanbesteding gedaan voor de ICT

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

21 | 39

binnen de VKB. Dit geeft ons de gelegenheid om opnieuw de balans op te maken hoe wij onze ICT willen inrichten en voor ons willen laten werken. In dit licht willen we ook benoemen dat kredietbanken in Nederland zich momenteel beraden op het systeem Allegro. Er zijn ontwikkelingen rondom een nieuw budgetteringssysteem, welke mogelijk ook voor de VKB interessant kunnen zijn naar de toekomst. Een dergelijke ontwikkeling gaat gepaard met de nodige investeringen. Op dit moment kunnen we de omvang daarvan nog niet inschatten. Mochten de ontwikkelingen in een versnelling komen, dan zullen we dit onderwerp agenderen bij het bestuur wanneer het mogelijk tot een begrotingswijziging zou leiden. Op dit moment is het echter te prematuur om hier op te anticiperen. Naast de standaard hard- en software voor een werkplek wordt gebruik gemaakt van de softwareprogramma’s Allegro, Xtendis, Scienta, Elvy en Exact Globe Next. In 2021 is MS 365 geïmplementeerd. In 2021 is een nieuwe telefooncentrale geïmplementeerd en in gebruik genomen. De VKB is aangesloten op en maakt gebruik van de diensten van Telecom Service Leek B.V.

2.4.4.4 Gegevensbescherming Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de VKB. Toegankelijke en betrouwbare informatie is essentieel voor de VKB om zijn (wettelijke) taken te kunnen uitvoeren en om daarover transparant en proactief verantwoording te kunnen afleggen. Daarnaast verwerkt de VKB bij de uitvoering van zijn taken persoonsgegevens van gevoelige aard, zoals financiële gegevens. Deze informatie is dus waardevol en moet beschermd worden. Privacy en gegevensbescherming is daarom een blijvend relevant onderwerp voor de VKB. Het zorgvuldig verwerken van privacygevoelige informatie is essentieel voor het vertrouwen van inwoners in de VKB. De VKB spant zich in om gegevensbescherming en informatiebeveiliging blijvend op niveau te houden. Zo is de VKB transparant naar inwoners over wat het met de persoonsgegevens doet en is er aandacht voor de rechten van betrokkenen. Door cliënten ingediende AVG-verzoeken worden zorgvuldig en tijdig afgehandeld. Uiteraard is er ook een werkende procedure voor het melden en registreren van beveiligingsincidenten en datalekken. Recent is met behulp een externe deskundige een begin gemaakt met het structureel vormgeven van informatiebeveiliging. Hiervoor wordt in 2022 een traject gestart waarbij beveiligingstesten worden gedaan en waarbij wordt bekeken waar de VKB omgeving nog veiliger gemaakt kan worden.

Ook wordt gewerkt aan security awareness en -training en worden Incident Response services ingeregeld voor het geval VKB geraakt wordt door een digitale aanval. In 2023 zal verder gebouwd worden aan de inrichting van gegevensbescherming en informatiebeveiliging en het borgen daarvan als continu proces. Externe functionaris voor gegevensbescherming Als overheidsorganisatie is de VKB verplicht een functionaris voor gegevensbescherming (hierna: FG) aan te wijzen. De FG heeft een onafhankelijke positie in de organisatie en houdt toezicht op naleving van de AVG en het beleid gegevensbescherming. Tot voor kort was het FG-schap belegd binnen de functie van de Juridisch Beleidsadviseur. Het toezichthoudende aspect van de FG-rol is in de loop van de jaren binnen die functie meer gaan knellen, met name de combinatie met de rol als juridisch adviseur / privacy officer. Om het onafhankelijke toezicht nog beter te borgen en rolconflicten te voorkomen, is besloten het FG-schap extern te beleggen. Met ingang van 1 december 2021 wordt de FG-rol op detacheringsbasis ingevuld door de FG van de Provincie Groningen.

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

22 | 39

2.4.4.5 Gevolgen gemeentelijke herindelingen De voormalige Bellingwedde is met de voormalige gemeente Vlagtwedde gefuseerd tot de nieuwe gemeente Westerwolde. In verband daarmee is de gemeente Westerwolde per 1 januari 2020 uitgetreden uit de GR VKB. Daarbij is conform de uittreedbepalingen in de gemeenschappelijke regeling een uittreedsom betaald. De dienstverlening aan de inwoners uit de voormalige gemeente Bellingwedde die op 31 december 2019 gebruik maakten van de VKB, is voortgezet middels een dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Westerwolde. Deze dienstverlening is door de gemeente Westerwolde middels een eenmalige betaling afgekocht. Op 1 januari 2019 is de gemeente Eemsmond gefuseerd met de gemeenten Bedum, Winsum en De Marne tot de nieuwe gemeente Het Hogeland. De nieuwe gemeente Het Hogeland neemt de plaats in van de opgeheven gemeenten. Het Hogeland heeft de schuldhulpverlening niet alleen ondergebracht bij de VKB maar heeft voor de schuldhulpverlening aan de inwoners van de voormalige gemeenten Bedum, De Marne en Winsum ook een dienstverleningsovereenkomst met de Groningse kredietbank. De gemeenten Appingedam, Delfzijl en Loppersum zijn per 1 januari 2021 gefuseerd tot de nieuwe gemeente Eemsdelta. Omdat deze drie gemeenten allen reeds lid waren van de GR VKB, heeft die herindeling geen financiële gevolgen voor de GR.

2.4.4.6 Personeel Op 1 januari 2022 is de nieuwe organisatie structuur effectief geworden. Het organogram van de uitvoeringsorganisatie van de VKB is hieronder weergegeven.

De uitvoeringsorganisatie staat onder leiding van de directeur en onder toezicht van het Dagelijks en het Algemeen Bestuur. Directeur en Management Team De directeur stuurt het Management Team van de VKB aan. In 2022 namen we afscheid van de term teamleiders en hebben de term managers geïntroduceerd. Dit is deels ook te motiveren door het streven naar enige vorm van zelforganisatie om daarmee te breken met het neerleggen van reguliere afdelingstaken bij de teamleider en meer de professionaliteit van de

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

23 | 39

individuele medewerker aan te spreken. De managers sturen de betreffende functionele afdelingen aan. Zij vormen de schakel tussen de afdelingen en de directie. Staf De directeur stuurt de Staf afdeling aan waar generieke taken liggen als bestuurlijke zaken, managementondersteuning, juridische zaken, klachtafhandeling, kwaliteit en algemene communicatie. Financiën en ICT Financiële administratie De kerntaak betreft de planning-en-controlcyclus (P&C) oftewel op een systematische manier de financiële koers van de organisatie in de gaten houden. Hiermee wordt richting gegeven aan het financieel proces met behulp van diverse rapportages zoals begroting, jaarstukken en maraps. Daarnaast verzorgt deze afdeling het betalingsverkeer, de dagelijkse bankadministratie alsmede de debiteurenbewaking. Deze afdeling is organisatie ondersteunend. Zo verzorgen zij o.a. de administratieve ondersteuning van de afdelingen en de administratieve afhandeling van het schuldregeling traject. Kredietverstrekking De afdeling kredietverstrekking heeft als kerntaken, het beoordelen van de aanvragen voor en het verstrekken van sociale leningen, herfinancieringen en saneringskredieten. Schuldregeling Het verzorgen van schuldbemiddeling, schuldsaneringstrajecten en het opstellen van verklaringen Wsnp. ICT Het beheren van de contracten met de IT en Telefonie leveranciers.

Het up to date brengen en houden van onze proces ondersteunende systemen. Het verzorgen van hybride werkplekken voor onze medewerkers. Het zorgdragen voor een goede informatiebeveiliging. Personele & Facilitaire Zaken Balie / receptie De kerntaken zijn het telefonisch ondersteunen van alle afdelingen, het ontvangen / te woord staan van klanten aan de balie, het maken van afspraken en het verwerken van de post. Personeelszaken, opleiding en vitaliteit Het voeren van een helder personeelsbeleid, het up to date brengen en houden van ons personeelsbeleid. Het voeren van een gericht opleidingsbeleid gericht op de kwaliteit van onze individuele medewerkers, de teams en de organisatie als geheel. Het zorgdragen voor de vitaliteit van onze medewerkers, mede in het kader van het terugbrengen van het ziekte verzuim. Het vormgeven van het hybride werken bij de VKB. Regioteams Preventie en voorlichting De afdeling preventie houdt zich bezig met het ontwikkelen en uitvoeren van individuele en collectieve preventie activiteiten zoals het voeren van advies- en coachingsgesprekken en het geven van cursussen en voorlichting. Budgetbeheer Het voeren van intakegesprekken en het uitvoeren en onderhouden van het budgetbeheer en budgetbegeleiding. Beschermingsbewind Deze afdeling verzorgt het beschermingsbewind.

Beschermingsbewind is een door de rechter opgelegde vorm van 'verplicht budgetbeheer' voor meerderjarige personen die wegens verkwisting, een geestelijke of lichamelijke tekortkoming niet in staat zijn zelf hun financiën goed te regelen.

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

24 | 39

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. De Wnra zorgt er kort samengevat voor dat een belangrijk deel van de huidige ambtenaren dezelfde rechtspositie krijgt als ‘gewone’ werknemers. Deze ambtenaren zullen niet langer werkzaam zijn op basis van een ambtelijke aanstelling, maar op basis van een arbeidsovereenkomst. Dit brengt een aantal belangrijke veranderingen met zich mee. Eén van deze veranderingen is dat de (collectieve) arbeidsvoorwaarden van voormalige ambtenaren vanaf 1 januari 2020 in een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) worden vastgelegd. Voor de VKB is de cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (SGO) van toepassing. Personeelshandboek Eind 2021 heeft het Dagelijks Bestuur - na verkregen instemming van de Ondernemingsraad (OR) - het technisch omgezette Personeelshandboek vastgesteld. In 2021 is een nieuw HR en opleidingsbeleid ontwikkelt en de OR heeft ingestemd met deze vernieuwingen. Dit HR en opleidingsbeleid is vervolgens verwerkt in het Personeelshandboek. De nieuwe versie van het Personeelshandboek inclusief het nieuwe HR en opleidingsbeleid en de wijzigingen in andere regelingen is vervolgens ter instemming voorgelegd aan de OR. De OR heeft eind 2021 hiervoor instemming verleend.

Het Dagelijks Bestuur heeft begin 2022 de wijzigingen in het Personeelshandboek vastgesteld met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022. Nu het Personeelshandboek is vastgesteld worden in 2022 de medewerkers, ingestroomd vóór 1 januari 2020, een arbeidsovereenkomst aangeboden. Deze vervangt de akte van aanstelling. Medewerkers welke na 1 januari 2020 in dienst zijn gekomen hebben reeds een arbeidsovereenkomst ontvangen. Het Personeelshandboek is een dynamisch document. Indien nodig zal de inhoud, op basis van de organisatiebehoefte en met instemming van de OR, worden aangepast. Loonkosten De loonkosten zijn gebaseerd op de schaallonen behorende bij de functies. De loonkosten bestaan onder andere uit: de jaarlonen inclusief 8% vakantietoelage, 6,75% eindejaarsuitkering, 1,5% levensloopbijdrage, 0,8% bovenwettelijke verlofuren en sociale lasten werkgeverspremies WGA, ZVW etc. en de werkgeverslasten OP/NP, AOP en VPL. Ziekteverzuim De VKB poogt continue het verzuim lager te krijgen en laag te houden, te weten: een kwartaal overleg met de arbodienst waarbij we op casusniveau onderzoeken hoe we het verzuim kunnen terugbrengen of opbouw sneller kunnen bevorderen. Aan de hand van een adequaat HR beleid en een Opleidingsbeleid zal strakker worden gestuurd op het functioneren van de medewerkers in brede zin.

Het Medewerkers Vitaliteitsbeleid wordt regelmatig geactualiseerd om op die manier ook te kunnen blijven werken aan vitale medewerkers. Het verminderen van verzuim heeft, ook in 2023, de aandacht van het management. We voeren met het management team een maandelijks personeelszaken overleg, waar ook verzuim op de agenda staat.

2.4.5

Verbonden partijen

De Volkskredietbank is als Gemeenschappelijke Regeling een verbonden partij voor de deelnemende gemeenten. De Volkskredietbank heeft zelf geen verbonden partijen.

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

25 | 39

3

Financiële begroting 3.1

Overzicht van lasten en baten 2023

3.1.1

Programmarekening

In het volgende overzicht worden de lasten en baten per programma weergegeven. Daarnaast zijn ook de gerealiseerde lasten en baten van 2021 opgenomen.

LASTEN

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Primaire begroting 2023

Programma: schuldhulpverlening

€ 3.256.358 3.256.358

€ 3.191.416 3.191.416

€ 3.224.894 3.224.894

Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing voor de VPB Onvoorzien

1.168.047 1.168.047

1.022.600 1.022.600

1.024.806 1.024.806

Totaal lasten

4.424.405

4.214.016

4.249.700

26,4%

24,3%

24,1%

BATEN

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Primaire begroting 2023

€

€

€

Programma: schuldhulpverlening

4.424.405

4.208.940

4.243.400

4.424.405

4.208.940

4.243.400

-

-

-

4.424.405

4.208.940

4.243.400

Exploitatiesaldo voor bestemming

-

-5.076

-6.300

Westerwolde

-

5.076

6.300

Exploitatiesaldo na bestemming

-

-

-

Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing voor de VPB Onvoorzien

Totaal baten

Uit bovenstaand overzicht blijkt een sluitende begroting voor het jaar 2023.

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

26 | 39

3.1.2

Categoriale indeling van baten en lasten 2023

In dit overzicht staan de baten en lasten van de begroting 2023 per categorie. Daarnaast zijn ook de gerealiseerde baten en lasten van 2021 opgenomen.

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Primaire begroting 2023

€ 1.668.053 558.071 1.347.812 108.573 488.266 185.645 67.985 4.424.405

€ 1.588.600 1.802.400 107.640 517.700 117.600 75.000 4.208.940

€ 1.631.200 1.699.100 14.500 8.300 131.000 575.400 118.900 65.000 4.243.400

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Primaire begroting 2023

€ 3.527.305 109.286 147.638 264.319 172.252 27.077 -3.963 180.491 4.424.405

€ 3.333.900 85.500 148.758 260.000 176.095 26.663 32.000 151.100 4.214.016

€ 3.374.900 79.000 153.000 273.200 183.800 26.700 19.000 140.100 4.249.700

Exploitatiesaldo voor bestemming Westerwolde Mutaties reserves: Algemene reserve Bestemmingsreserves Totaal mutaties reserves

-

-5.076 5.076

-6.300 6.300

-

-

-

Exploitatiesaldo na bestemming

-

-

-

BATEN

E.1 Vaste bijdrage E.2 Exploitatiebijdrage E.3 Schuldhulpverlening E.3a Schuldhulpverlening ondernemers (pilot) E.3b Schuldhulpverlening jongeren (pilot) E.4 Gemeentelijke toegang E.5 Beschermingsbewind E.6 Overige E.7 Rente Totaal baten

LASTEN

E.8 Personeel E.9 Afschrijving investeringen E.10 Huisvesting E.11 Automatisering E.12 Apparaatskosten E.13 Bankkosten E.14 Mutaties voorzieningen E.15 BTW compensatie E.16 Vennootschapsbelasting Totaal lasten

Uit bovenstaand overzicht blijkt een sluitende begroting voor het jaar 2023.

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

27 | 39

-

3.1.3

Uitgangspunten begroting 2023

De jaarrekening 2021, de begroting 2022 en het beleidsplan schuldhulpverlening 2021 - 2024 vormen gezamenlijk de uitgangspunten voor de begroting 2023, omdat hierin het meest recente (bestaande) beleid is opgenomen. Bij de toepassing van de loon- en prijsindex wordt aangesloten bij de kengetallen in de Macro Economische Verkenningen (MEV) september 2021, opgesteld door het Centraal Plan Bureau (CPB). De prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 2023, dient als prijsindex voor de prijscompensatie van de overige kosten. Op basis van de verwachtingen van het CPB bedraagt deze index 1,7% voor 2023. Voor de begroting 2023 wordt rekening gehouden met deze prijsindexatie. De salarisstaat van februari 2022 dient als basis voor de loonkosten in de begroting 2023. Bij het opstellen van de uitgangspunten voor deze begroting is uitgegaan van de Cao SGO en de salaristabel per 1 april 2022. Voor de begroting 2023 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 2,6%. Dit percentage is gelijk aan de Loonvoet sector overheid 2023. De Volkskredietbank stelt voor om de tarieven voor de begroting 2023 met 2,4% te indexeren. Deze indexatie is gebaseerd op een gewogen gemiddelde van de ‘Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) 2022’ (20%) en de ‘Loonvoet sector overheid 2022’ (80%).

3.2

Toelichting op en analyse van de categoriale indeling 2023

Toelichting op en analyse van de baten De begrote totale baten zijn per saldo € 34.460,- hoger dan de primaire begroting 2022. De afwijking kan als volgt worden gespecificeerd:

BATEN

E.1 Vaste bijdrage E.2 Exploitatiebijdrage E.3 Schuldhulpverlening E.3a Schuldhulpverlening ondernemers (pilot) E.3b Schuldhulpverlening jongeren (pilot) E.4 Gemeentelijke toegang E.5 Beschermingsbewind E.6 Overige E.7 Rente Totaal baten

Begroting 2023 t.o.v. begroting 2022

Primaire begroting 2023

Primaire begroting 2022

€

€

€

%

€

%

€

1.631.200 1.699.100 14.500 8.300 131.000 575.400 118.900 65.000 4.243.400

1.588.600 1.802.400 107.640 517.700 117.600 75.000 4.208.940

42.600 14.500 8.300 23.360 57.700 1.300 147.760

2,7 21,7 11,1 1,1 3,5

103.300 10.000 113.300

5,7 13,3 2,7

34.460

Hoger

Lager

Saldo

De begrote vaste bijdrage (E.1) is € 42.600,- hoger dan de primaire begroting 2022. Dit wordt veroorzaakt door de indexering van de bijdrage per inwoner. De begroting van schuldhulpverlening (E.3) is gebaseerd op de te verwachten afnames van de gemeenten. Deze zijn in een paar gevallen hoger of lager ingeschat dan in de begroting 2022. De resterende stijging wordt veroorzaakt door de indexering van de tarieven.

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

28 | 39

Het verschil in de aantallen is zichtbaar in de volgende tabel. Primaire begroting 2023

Primaire begroting 2022

aant.

aant.

aant.

%

aant.

%

Kernpakket: Aanmelding Intake compleet Crisisintake compleet Verkorte intake Adviesrecht beschermingsbewind Adviesgesprekken (preventie) Intake SR Schuldregeling Schuldbemiddeling Wsnp-verklaring Financieel beheer Dwangakkoord, incl. zitting Opstart budgetbeheer t.b.v. beschermingsbewind Budgetbeheer (incl. opstart, afronding en coaching) Budgetbeheer beperkt Begeleid financieel beheer Coachingsgesprekken (preventie) Leenaanvraag zonder borg

608 317 43 200 48 71 100 285 145 78 36 15 29 807 30 158 81 320

489 55 107 95 100 330 215 121 26 47 843 57 149 224

608 93 48 10 29 9 81 96

86,9 38,5 6,0 42,9

172 12 24 45 70 43 32 36 27 -

35,2 21,8 25,3 13,6 32,6 35,5 68,1 4,3 47,4 -

Keuzepakket: Leenaanvraag met borg

23

30

-

-

7

23,3

Activiteiten

Begr. 2023 t.o.v. begr. 2022 Hoger

Lager

In 2021 is er een wettelijke taak voor gemeenten bijgekomen, te weten schuldhulp aan ondernemers. De VKB is onlangs in overleg met de betreffende gemeenten begonnen met een pilot en daarom is hiervoor een bedrag opgenomen in de begroting. Ook de doelgroep jongeren komt specifiek terug in de begroting. We zien in toenemende mate dat bij jongeren financiële problemen ontstaan. In 2021 zijn we gestart met een pilot schuldhulp aan jongeren (scherp). De baten gemeentelijke toegang (E.4) zijn € 23.360,- hoger. De samenwerking tussen GRgemeenten en de VKB m.b.t. inzet in de gemeentelijke toegang / vroegsignalering is voor 2023 in de begroting opgenomen. De begrote bijdrage voor beschermingsbewind (E.5) is hoger dan in 2022. In de begroting van 2022 was uitgegaan van een lichte afname. De aantallen in de begroting 2023 zijn enigszins verhoogd met het oog op het nader uitwerken van het adviesrecht gemeenten op beschermingsbewind. De overige toename is het resultaat van indexatie van de tarieven. Toelichting op en analyse van de lasten De begrote totale lasten zijn per saldo € 35.684,- hoger dan de primaire begroting 2022.

Deze stijging is enerzijds het gevolg van een autonome toename van de kosten en een verhoogde afname van producten en diensten van de gemeenten en anderzijds een doorgevoerde bezuinigingsmaatregel: Toename van kosten: 2,6% indexatie loonkosten € Toename van kosten: stijging werkgeverslasten met 1% € Toename van kosten: verhoogde afname producten gemeenten (0,5 fte) € Afname overige kosten: inclusief inflatie 1,7% per saldo € Besparing (waaronder 2,9% (0,6 fte) op de overhead) € Per saldo, toename €

54.000,- + 19.000,- + 36.000,- + 6.000,- -/67.000,- -/36.000,-

Per saldo is er een besparing doorgevoerd van 1,5% ten opzichte van de primaire begroting 2022. De afwijking tussen de begrotingen 2023 en 2022 kan als volgt worden gespecificeerd:

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

29 | 39

LASTEN

E.8 Personeel E.9 Afschrijving investeringen E.10 Huisvesting E.11 Automatisering E.12 Apparaatskosten E.13 Bankkosten E.14 Mutaties voorzieningen E.15 BTW compensatie E.16 Vennootschapsbelasting Totaal lasten Exploitatiesaldo voor bestemming

Begroting 2023 t.o.v. begroting 2022

Primaire begroting 2023

Primaire begroting 2022

€

€

€

%

€

%

€

3.374.900 79.000 153.000 273.200 183.800 26.700 19.000 140.100 4.249.700

3.333.900 85.500 148.758 260.000 176.095 26.663 32.000 151.100 4.214.016

41.000 4.242 13.200 7.705 37 66.184

1,2 2,9 5,1 4,4 0,1 1,6

6.500 13.000 11.000 30.500

7,6 40,6 7,3 0,7

35.684

-6.300

-5.076

81.576

Hoger

Lager

Saldo

82.800

-1.224

De begrote personeelskosten (E.8) zijn per saldo € 41.000,- hoger dan de primaire begroting 2022 en zijn als volgt onderverdeeld: Begroting 2023 t.o.v. begroting 2022

Primaire begroting 2023

Primaire begroting 2022

€

€

€

%

3.147.500

3.042.500

105.000

3,5

-

-

37.100

92.200

-

-

55.100

59,8

3.184.600

3.134.700

105.000

Overige personeel: Vervanging ziekteverzuim Scholing Salarisverwerking en P&O Reis- en verblijf + thuiswerkvergoeding Arbo en bedrijfszorg Diversen

73.700 60.000 13.000 12.600 15.300 15.700

76.000 60.800 20.000 12.400 15.000 15.000

200 300 700

1,6 2,0 4,7

2.300 800 7.000 -

3,0 1,3 35,0 -

Totaal

190.300

199.200

1.200

0,6

10.100

5,1

-8.900

3.374.900

3.333.900

106.200

3,2

65.200

2,0

41.000

LASTEN

E.8 Personeel: Ambtelijk personeel Inhuur personeel Totaal

Totaal personeel

•

Lager €

Saldo %

55.100

€

49.900

De loonsomkosten ambtelijk en inhuur zijn per saldo € 49.900,- hoger dan de primaire begroting 2022. Bezetting / formatie

Management Bedrijfsbureau en staf Financiële administratie Receptie / postverwerking Kredietverstrekking Preventie Beschermingsbewind Frontoffice / budgetbeheer Schuldregeling Totaal

•

Hoger

Realisatie 2021

Primaire begroting 2022

Primitieve begroting 2023

fte

fte

fte

4,4 4,4 1,2 3,4 0,7 1,4 7,2 17,7 6,3 46,7

4,4 4,2 1,2 3,4 0,7 1,0 6,4 16,9 5,7 43,9

4,3 4,1 1,1 3,1 0,8 2,5 5,9 17,5 4,5 43,7

De formatie is gebaseerd op de verwachte aantallen dienstverlening / producten en trajecten in 2023, zoals afgestemd met de gemeenten. De formatie is voor 2023 begroot op 43,7 fte. De begrote formatie 2023 wijzigt per saldo met -0,2 fte ten opzichte van de primaire begroting 2022: ▪ Beschermingsbewind (kosten/baten in balans brengen) 0,5 fte -/-

Ontwerpbegroting 2023 (v.3.290322)

30 | 39

▪ ▪ ▪ ▪

Schuldregeling (lagere productafname) Frontoffice / budgetbeheer (toename activiteiten / pilots) Preventie groeit door toename activiteiten / pilots Overhead (vanwege gevraagde bezuinigingen lager begroot)

1,2 fte -/0,6 fte + 1,5 fte + 0,6 fte -/-

De begrote lasten afschrijvingen investeringen (E.9) zijn € 6.500,- lager dan de begroting 2022. De investeringen in de IT infrastructuur en de telefooncentrale (beide in 2021) zijn in de begroting 2022 te hoog ingeschat. In deze begroting wordt dat gecorrigeerd en dit leidt tot een afname van de afschrijvingskosten. De begroting voor automatiseringskosten (E.11) is € 13.200,- hoger dan de begroting 2022. Dit is een gevolg van de investeringen in de IT-infrastructuur die ook leiden tot hogere kosten voor o.a. MS365 licenties en informatiebeveiliging. De begroting voor mutaties voorzieningen (E.14) is € 13.000,- lager. De voorzieningen voor (lening)debiteuren laten een positief beeld zien. Het aantal dubieuze debiteuren neemt af en de verwachting is dat dit zo blijft. De begrote lasten BTW compensatie (E.15) zijn € 11.000,- lager dan de begroting 2022. De afname wordt veroorzaakt door lagere inhuur van personeel. De deelnemende gemeenten kunnen naar rato (een deel van) deze BTW kosten compenseren vanuit het BTW compensatiefonds. Vennootschapsbelasting (E.16) De VKB heeft geen Vpb-plicht, omdat er geen fiscaal winststreven is. Conform de afspraken met de gemeenten sluit de exploitatie jaarlijks op nihil. De belastingdienst heeft in een schriftelijk reactie van 20 januari 2017 geconcludeerd dat er geen belastingplicht ontstaat voor de vennootschapsbelasting per 1 januari 2016.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11507180/1