CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

10-02-02 Bijlage 1 Concept Economische Agenda

Gemeenteraad 31 maart 2025, gemeente VeendamBij agendapunt: Weekpost 1022.428 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De Economische Agenda ziet als Rijk-regioproduct nadrukkelijk wel een rol in het agenderen van deze onderwerpen en het faciliteren van het gesprek tussen de verschillende overheden over het creeren van deze randvoorwaarden.

25

Generieke inzet Om de doelen te halen is als eerste generieke inzet nodig op (1) onderwijs, kennis en arbeidsmarkt, (2) ruimte voor bedrijvigheid, (3) digitalisering en (4) profilering. De Economische Agenda zet in op het faciliteren van deze generieke inzet om de economische structuur en het verdienvermogen in de regio te verbeteren.

26

Onderwijs, kennis en arbeidsmarkt Voldoende en gekwalificeerde arbeidskrachten en een krachtig kennis- en innovatie-ecosysteem in Groningen en Noord-Drenthe zijn cruciaal om de economische structuur te versterken. De regionale arbeidsmarkt staat door demografische ontwikkelingen de komende jaren voor grote uitdagingen. We hebben iedereen nodig. Dat betekent dat we een beroepsbevolking en een kennis- en innovatie-ecosysteem nodig hebben dat toegerust is op wat in de toekomst aan vaardigheden en ondernemerschap van werknemers wordt gevraagd. De Economische Agenda moet bijdragen aan een krachtig kennis- en innovatie-ecosysteem dat past bij de regionale sterkten en waarin we samenwerking tussen bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen en overheden bevorderen. Een van de grootste krachten van Noord-Nederland is haar sterke kennispositie op zowel praktisch, toegepast als wetenschappelijk niveau. Tegelijk blijft de vertaling van idee naar toepassing in de markt en maatschappij achter bij de rest van Nederland en Europa. Hierin verandering brengen vraagt zowel een cultuurverandering bij de onderwijsen kennisinstellingen - daar moet het vanzelfsprekend worden veel eerder te denken aan de maatschappelijke toepassing van ideeen - als een verandering in de hele regio die adaptiever moet worden om deze innovaties tot succesvolle ondernemingen te maken.

Door in te zetten op deze samenwerking vergroten we innovatiekracht en ondernemerschap. De Economische Agenda zet in op: (1) Het opleiden en leven lang ontwikkelen van talent op drie essentiele terreinen: techniek, zorg en ondernemerschap. We verwachten dat onze belangrijkste partners - zoals de arbeidsmarktregio, georganiseerd in het programma Werken aan Ontwikkeling, regionale opleiders, kennisinstellingen en bedrijfsleven - ambitieuze en innovatieve programma’s ontwikkelen gericht op de professionals en ondernemers van de toekomst. Het gaat hierbij om voortgezet, beroeps, hoger en wetenschappelijk onderwijs, en om-, na- en bijscholing. Bij techniek denken we ook aan het ontwikkelen van vaardigheden en innovaties in het kader van schadeherstel en de versterkingsopgave, waaronder de bouw en restauratie van bijvoorbeeld (rijks)monumenten. We zetten in op doorlopende leerlijnen vanaf primair en voorgezet onderwijs, aansluiting van voortgezet onderwijs op mbo, hbo en wo tot de bijscholing van professionals. Het ontwikkelen van een regionale Human Capital Agenda kan hier een instrument voor zijn. We sluiten aan bij de nieuwe arbeidsmarktinfrastructuur die inzet op meer publiek-private samenwerking om toegang tot scholing en werk te vergroten en bij bestaande samenwerkingen zoals het Actieplan Groene en Digitale banen.

(2) Campussen dragen bij aan de ontwikkeling en behoud van talent in de regio, het innovatievermogen van het bedrijfsleven en aan valorisatie vanuit de kennisinstellingen. Daar wordt actief gewerkt aan de toepassing van ideeen ten behoeve van maatschappij en bedrijfsleven. Het benutten van kennis en kunde van het bedrijfsleven, vooral het MKB, kan leiden tot snellere en effectievere innovaties. Een campus bevat daarbij vier kernelementen: (1) focus op R&D en/of technologie-gedreven activiteiten van bedrijven, (2) fysieke hoogwaardige vestigingsmogelijkheden en onderzoeksfaciliteiten, (3) aanwezigheid van een mbo-, hbo- en/of wo-instelling als kennisdrager en (4) actieve en open innovatie. We brengen het Masterplan Campussen onder in de Economische Agenda en reserveren aanvullend op de reeds beschikbare middelen4 € 150 miljoen voor cofinanciering van campusontwikkeling. Dit betekent dat overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven mee moeten investeren op basis van integrale plannen. In het Masterplan is een open systeem waar nu in een eerste pilotfase al wordt gewerkt aan de ondersteuning en

4

In de kabinetsreactie Nij Begun is reeds €50 miljoen beschikbaar gesteld voor het Masterplan Campussen

27

ontwikkeling van acht campuslocaties.5 Voortbouwend op dit masterplan maakt de Economische Agenda campusontwikkeling op een hoog ambitieniveau mogelijk. Met bestaande en nieuwe locaties, gericht op de thema's van de Agenda waar we kansen voor campusontwikkeling zien, zoals op Groningen Airport Eelde (thema Energie) en het Ommelander Ziekenhuis (thema Gezondheid). Ook de ontwikkelingsrichting van de Universiteit van het Noorden wordt hierin meegenomen. Vanuit de Agenda hebben we blijvende aandacht voor de noodzakelijke leidende rol die het bedrijfsleven heeft in deze ontwikkeling, ook in relatie tot de creatieve industrie. (3) Om zorg te dragen dat de inzet van de Economische Agenda ten goede komt aan de hele regio, is een extra inspanning voor een vitale en duurzaam inzetbare beroepsbevolking in Noord-, Midden- en Oost-Groningen nodig. Met als doel het verdienvermogen omhoog te brengen en de arbeidsmarkt wendbaarder en weerbaarder te maken. De Economische Agenda daagt de (grote) werkgevers, zorgverzekeraars, onderwijsinstellingen, sociale partners en de arbeidsmarktregio uit om innovatieve en ambitieuze interventies te ontwikkelen om de vitaliteit van de beroepsbevolking - inclusief werkgelegenheid en goed werkgeverschap - te vergroten en verzuim tegen te gaan.

Wat doet de Economische Agenda niet: We zijn ervan overtuigd dat de huidige en aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt de bovengenoemde sterke focus op techniek, zorg en ondernemerschap nodig heeft. De Economische Agenda investeert dan ook vanuit die focus in de arbeidsmarkt. Hier is belangrijke samenhang met de Sociale Agenda: daar ligt de focus meer op het behalen van startkwalificaties en het activeren van inwoners. Gezamenlijk zetten we ons in, zodat deze startkwalificaties aansluiting hebben op de arbeidsmarktbehoefte en ambitie van de regio. Waarbij extra aandacht in de bovenbouw moet zijn voor een kansrijke opleiding in bijvoorbeeld de zorg, techniek of het onderwijs. De Sociale Agenda investeert in het versterken van de basis in het basis- en voortgezet onderwijs. In het basisonderwijs door twee uren per week voor alle kinderen tot zes uren per week extra tijd voor de meest kwetsbare scholen. In het voortgezet onderwijs is er aandacht voor het bredere welzijn van jongeren met behulp van pedagogisch medewerkers. Ook wordt geïnvesteerd in maatregelen om vroegtijdig schoolverlaten tegen te gaan. Daarnaast investeert de Economische Agenda niet in enkelvoudige onderwijshuisvesting maar alleen in integrale campusontwikkeling.

Voorbeeld Makeport Mercurius Makeport Mercurius is een cooperatie gevestigd in Stadskanaal die zich richt op het versterken van ondernemers en onderwijs in de regio door innovatie in de circulaire en high-tech maakindustrie aan te jagen. Het heeft zijn basis op het voormalige terrein van Philips in Stadskanaal, een plek met een rijke historie in de maakindustrie. Dit erfgoed wordt gebruikt om de regio opnieuw op de kaart te zetten als een centrum voor innovatie en onderwijs. Op deze plek komen ondernemerschap, kennis en innovatie samen. De cooperatie is gericht op het oplossen van problemen van ondernemers door middel van innovatie, het mogelijk maken van nieuwe samenwerkingen en het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen, waarbij de inkomsten terugvloeien naar de regio. Dit draagt bij aan een sterke maatschappij en een toekomstbestendig bedrijfsleven, en biedt volop kansen voor opleiding en werkgelegenheid. Een potentieel hoogwaardige campus. Voorbeeld Scholenchallenge Wij hebben de toekomst Stichting Technasium en Nationaal Programma Groningen organiseren samen met middelbare scholen en het mbo scholenchallenges. Voor een actueel thema - in 2024 was dat slimme zorg 5

Zernike Campus, Healthy Ageing Campus, Campus Niemeyer, Ruby (campus), Vitaliteitscampus, Duurzaamheidscampus, Makeport Mercurius, Campus Eemsdelta

28

worden opgaven geformuleerd door belanghebbenden. De jongeren onderzoeken de opgaven in teams en bedenken oplossingen die ze vervolgens pitchen bij een jury. Dit gebeurt gedurende een dertig uur durende hackathon op de scholen. Een aantal weken later worden prototypes van de oplossingen gepresenteerd aan een Dragons’ Den, waarbij geldprijzen voor doorontwikkeling te winnen zijn. De opbrengst: jongeren zijn actief betrokken bij actuele thema's in de regio en ondervinden dat ze een bijdrage kunnen leveren (mede-eigenaarschap en trots), ze leren vaardigheden op het gebied van innovatie en ondernemen, maken kennis met regionale partijen die vooroplopen, en niet in de laatste plaats: de ontwikkeling van nieuwe ideeen en producten.

29

Ruimte voor bedrijvigheid Economie vraagt ruimte. Ruimte voor bedrijvigheid is schaars in Nederland en daarmee een unique sellingpoint van de regio. Toch ligt er ook in Groningen en Noord-Drenthe een opgave. Die betreft vooral het bij de tijd brengen van verouderde en niet langer passend gebruikte bedrijventerreinen: herstructurering, revitalisering en verduurzaming. Denk aan de inrichting, energiehuishouding, duurzame watervoorziening, de bedrijven logisch naast en bij elkaar. Zo blijft de hier kwalitatief hoogwaardige beschikbare ruimte een voordeel van onze regio. Naast bedrijventerreinen hebben regiocentra een belangrijke verzorgende economische functie, ook als vestigingsvoorwaarde voor talent. De Economische Agenda heeft specifiek aandacht voor de economische vitaliteit van regiocentra. Een aantal van deze regiocentra staan voor grote en urgente opgaven en het is noodzakelijk deze te ondersteunen om economische dynamiek in de regio te stimuleren. Naast fysieke ruimte voor bedrijvigheid is het nodig de toegang tot kapitaal te vergroten en de regeldruk waar mogelijk te verlagen. De Economische Agenda maakt zowel gebruik van bestaande financieringsinstrumenten als de ontwikkeling van nieuwe. Hierbij is specifiek aandacht voor financiering van start-ups en scale-ups. Deze inzet wordt verder uitgewerkt in het hoofdstuk Uitvoering.

De Economische Agenda zet in op: (1) Ruimte voor bedrijvigheid: omdat de economie zich niet houdt aan gemeentegrenzen, wordt op verschillende plekken al regionaal samengewerkt op het gebied van herstructurering, transformatie en revitalisering en zelfs uitgifte van bedrijfsterreinen. Vanuit de Economische Agenda zijn er mogelijkheden om ook in onze regio de krachten te bundelen en daarmee plannen binnen de Regio Groningen-Assen voor een Herstructureringsmaatschappij Drenthe-Groningen te realiseren. Dat past ook goed bij het nationale programma Ruimte voor Economie.6 Deze herstructureringsmaatschappij kan als specifiek instrument dienen voor een bedrijfsmatige aanpak van verouderde bedrijventerreinen, zodat daar de benodigde transformatie kan plaatsvinden. Primaire taak van de herstructureringsmaatschappij moet zijn om locaties opnieuw geschikt te maken voor werk. Uit andere regio's (Utrecht, Overijssel) blijkt dat dit tot wel 90 procent, revolverend kan. Door hier gezamenlijk in op te trekken verminderen we de onderlinge concurrentie, kan worden gestuurd op het juiste bedrijf op de juiste plek en kunnen onwenselijke ontwikkelingen gezamenlijk beter tegen worden gegaan. Voorwaarde voor succes is een regio-dekkend integraal programma.

(2) Vitale regiocentra: we kiezen ervoor om fors te investeren in de economische vitaliteit van regiocentra met een duidelijke bovenregionale verzorgende functie. In een aantal van deze centra ligt een grote en urgente opgave, die reikt van het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit, het concentreren van winkels in een compacter centrum, aanpak van leegstand en rotte kiezen en transformatie naar nieuwe, toekomstbestendige functies. Om te zorgen dat deze centra in de toekomst hun belangrijke economische functie kunnen vervullen reserveren we € 180 miljoen voor de gehele Nij Begun-regio aan cofinanciering, aanvullend op de reeds beschikbare middelen7. Zo bieden we financiele zekerheid voor de te ontwikkelen plannen. Dit betekent wel dat alle betrokken partijen mee moeten investeren.

6 Zie: Programma Ruimte voor Economie | Rapport | Rijksoverheid.nl.

7 Voor het Masterplan Regiocentra is via een regiodeal reeds € 20 miljoen cofinanciering beschikbaar.

30

In het Masterplan Regiocentra8 wordt inhoudelijk een stevige basis gelegd, waar we op voortbouwen. Om dit Masterplan dekkend te maken voor de gehele Nij Begun-regio voeren we dezelfde analyse ook uit voor regiokernen met bovenlokale verzorgende functie in Noord-Drenthe.9 Conform het Masterplan wordt in de kernen geïnvesteerd naar omvang en urgentie van de opgave. Voor de regio’s Noord-, Midden- en OostGroningen is sprake van extra urgentie omdat er naast de opgave in de kernen zelf, een forse opgave ligt in de achterliggende economische structuur. Voorwaarden voor investeringen zijn dat er kwalitatief hoogwaardig plannen voor deze centra komen, gericht op structurele en bovenlokale samenwerking en uitvoering. Vanuit de Economische Agenda zijn middelen beschikbaar voor de economische onderdelen zoals de huisvesting van MKB en zzp’ers. Ook zal hier worden verkend of een gezamenlijk herstructureringsfonds een rol kan spelen in het uitvoeren van deze plannen.

Wat doet de Economische Agenda niet: Ontwikkeling van bedrijventerreinen is de primaire verantwoordelijkheid van gemeenten. De inzet van de Economische Agenda is aanvullend, om de benodigde regionale samenwerking te faciliteren en meer tempo te kunnen maken dan vanuit de reguliere inzet mogelijk is. Er is geen rol voor de Economische Agenda in het uitvoeren van primaire taken van gemeenten zoals de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen. Wat betreft de regiocentra in Noord-, Midden- en OostGroningen is er geen rol voor de Economische Agenda in onderdelen van het Masterplan die geen betrekking hebben op het versterken van de economische functie van deze centra. Voorbeeld: Herstructureringsmaatschappij Groningen - Drenthe Een herstructureringsmaatschapij kan als specifiek instrument ingezet worden voor de verbetering van bedrijfsterreinen. Primaire taak van een herstructureringsmaatschapij is om oude locaties opnieuw geschikt te maken voor werk. Door hier regionaal een gezamenlijk vehikel voor op te richten, kan meer snelheid gemaakt worden en op grotere schaal ingezet worden voor toekomstbestendige ruimte voor bedrijvigheid. De herstructureringsmaatschapij kan ten eerste een rol spelen in de revitalisering van verouderde bedrijfsterreinen, bijvoorbeeld langs het Winschoterdiep, om hoogwaardige werklocaties voor de (maritieme) maakindustrie te realiseren.

Ten tweede kan de herstructureringsmaatschapij ingezet worden om te zorgen dat bedrijven op de juiste plek zitten. Op bedrijfslocaties binnen de gemeente Groningen is voor een derde sprake van niet-optimale benutting: het bedrijf zit op de verkeerde plek. Veelal gaat het om bedrijven die je liever in een gemengd woon-werkgebied wil hebben. Daarmee vergroot je leefbaarheid door wonen en werken te mengen en speel je ruimte voor bedrijvigheid vrij zonder nieuwe locaties aan te hoeven leggen die ten koste van onze groene omgeving gaan. Ten derde kan de herstructureringsmaatschapij een rol spelen in de transformatie van bedrijfsterreinen om zo een bredere ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken. In Leek is bijvoorbeeld sprake van een ontwikkeling die wordt belemmerd door, verouderde, bedrijfsterreinen die ruimtelijk op de verkeerde plek liggen of niet de juiste bedrijven op een plek dicht bij een woonkern huisvesten. De herstructureringsmaatschappij kan hier een rol spelen door versneld in te zetten op de transformatie van deze locaties passend bij de bredere ruimtelijke ontwikkeling.

8 De volgende kernen zijn nu onderdeel van het Masterplan: Delfzijl/Appingedam, Hoogezand-Sappemeer,

Nieuwe Pekela, Stadskanaal/Musselkanaal, Ter Apel, Uithuizen, Veendam, Winschoten, Bedum en Leek/Tolbert. 9 Deze kernen zijn Zuidlaren, Roden en Gieten.

31

Digitalisering

Nieuwe digitale technologieën zullen toekomstige economische ontwikkelingen sturen. De toekomstige economie is nog meer digitaal dan nu en daarom is het noodzakelijk een zeer innovatieve digitale (kennis-)infrastructuur te hebben, op basis waarvan een technologische voorsprong kan worden ontwikkeld. Of dit nou gaat om precisie-landbouw, robots in de tuinbouw, preventieve en toegankelijke zorg, energie-efficiëntie, digitalisering in de industriële omgeving of de inzet van AI voor het verhogen van de productiviteit. Ook in de Nationale Technologie Strategie (NTS) staan AI en datawetenschap in de top tien prioriteiten. De Noordelijke IT-sector is een van de snelst groeiende economische motoren van onze regio met een sterk ecosysteem en succesvolle start-ups en scale-ups. Aan onze kennisinstellingen wordt baanbrekend onderzoek gedaan naar de chip van de toekomst en naar concepten om data sneller en energiezuiniger te analyseren. Daarnaast is hier veel betrouwbare data(kennis) beschikbaar vanuit o.a. Lifelines over de gezondheid van de bevolking (biobank), de kennisinstellingen en overheidsinstellingen zoals DUO (studiebeurzen), RDW (kentekenafgifte, (EU) voertuigkeuringen), RDI (Rijksinspectie Digitale Infrastructuur) en CJIB (Centraal Justitieel Incasso Bureau). Met deze data kunnen nieuwe oplossingen worden ontwikkeld en naar de markt worden gebracht.

Het noordelijk ecosysteem kan een belangrijke rol spelen in nationale en Europese ambities om in veel grotere mate strategisch onafhankelijk te zijn van grote private technologiebedrijven van buiten de Europese Unie. Waar zet de Economische Agenda op in: Investeren in nieuwe ontwikkelingen en faciliteiten die ervoor zorgen dat Groningen en NoordDrenthe de plek is voor de ontwikkeling en toepassing van nieuwe verantwoorde digitale technologieën, met name op het gebied van data en kunstmatige intelligentie. Door het aanwezige ecosysteem in combinatie met de aanwezigheid van betrouwbare datasets en kennis over het (ver)werken van deze data, is er de kans om te ontwikkelen tot pionier van betrouwbare en te vertrouwen software. Die is gebaseerd op betrouwbare en legitiem verkregen data, verwerkt met transparante en te controleren algoritmes. Dit is een fundamenteel andere werkwijze dan die van de grote techbedrijven. Op terreinen als agro-food en gezondheidsdata (Health Data Valley) kan aanwezige kennis worden ingezet voor nieuwe toepassingen die by design voldoen aan wettelijke regulering en zich daarmee richten op positieve impact op bijvoorbeeld ondernemerschap, techniek en zorg. Zo investeren we in de ontwikkeling van betrouwbare technologieën die economische ontwikkelingen in de toekomst zullen sturen met maatschappelijke meerwaarde.

Daarnaast is het noodzakelijk dat er breder gebruik kan worden gemaakt en wordt geprofiteerd van huidige en nieuwe digitale technologieen. Iedereen moet toegang hebben tot snel en betrouwbaar internet. Vanuit de Economische Agenda willen we hier een bijdrage aan leveren. Ook zetten we in op het digitaal vaardiger maken van het MKB zodat zij adaptiever zijn voor nieuwe digitale technologieen en daarmee de productiviteit en het verdienvermogen in de regio kunnen vergroten. Met name in het brede MKB stagneert de arbeidsproductiviteit. Ook vanuit de Rijksoverheid en de sector zelf is veel aandacht voor deze problematiek, bijvoorbeeld in de ‘Staat van het MKB’ en het Actieplan Groene en Digitale Banen. Met de sector en bewezen programma’s vanuit de clusterorganisaties en kennisinstellingen gaan we dit intensiveren. Het Rijk werkt als het gaat om innovatie aan de bredere uitrol van de NTS in instrumenten en actieagenda’s, evenals aan een actieplan om te realiseren dat 3% van de BBP-uitgaven aan R&D in 2030 wordt gerealiseerd. De hoogwaardige kennispositie in Groningen en de ambities rondom private R&D maken dat de Economische Agenda een bouwsteen kan vormen om deze doelen te realiseren.

32

Wat doet de Economische Agenda niet: We kiezen scherp voor de economische invalshoek door te investeren in nieuwe betrouwbare en te vertrouwen technologieën en toepassingen. Vanuit de Economische Agenda is geen geld beschikbaar voor het realiseren van commerciële datacenters. Het inzetten op de digitale geletterdheid van de bevolking valt buiten deze scope. Vanuit de Sociale Agenda wordt langjarig geïnvesteerd in de digitale geletterdheid. In samenhang werken we aan een digitale regio. Voorbeeld: CogniGron Na ruim zeventig jaar continue innovatie op het gebied van chip- en computerontwerp vragen de huidige ontwikkelingen om een revolutionair nieuwe aanpak. Een aanpak die gestoeld is op alle kennis en ervaring van de afgelopen zeventig jaar, gecombineerd met de uitdaging om nieuwe materialen en nieuwe vormen van computerontwerp te verkennen. Want alleen dan kan het toenemende gebruik van computers op een duurzame manier worden ingevuld. Deze revolutie heet ‘neuromorphic computing’. Tot 10.000 keer energiezuiniger en daarmee een gamechanger voor future-proof computing. De onderzoekers van CogniGron zijn gespecialiseerd in neuromorfische technologie, een nieuw vakgebied dat materialen ontwikkelt met het menselijk brein als uitgangspunt. Digitale supercomputers lijken indrukwekkend, maar het menselijk brein is vele malen sneller in het verwerken van data.

En heeft daar ook nog eens veel minder energie voor nodig. CogniGron ontwerpt slimme materialen op basis van de biologie van het brein. Een chip op basis van deze technologie zou krachtig genoeg zijn om in een keer honderden, of zelfs duizenden generaties computers te overtreffen.

Voorbeeld Shaping the Future of Work Om innovaties beter laten aansluiten bij het MKB heeft een publiek-privaat consortium het initiatief genomen voor een beleidsexperiment genaamd Shaping the Future of Work. Dit project wil de ontwikkeling van technologie radicaal anders vormgeven. Bij de klassieke (‘top-down’) ontwikkeling van innovatie wordt de werkpraktijk gescheiden van de technologische ontwikkeling. In deze vernieuwende aanpak worden vakmensen, innovators, ingenieurs en sociale wetenschappers actief betrokken bij het ontwerpen en ontwikkelen van innovaties. Uit projecten bij Schiphol is al gebleken dat het werk hierdoor aantrekkelijker en productiever wordt en technologische innovaties beter aansluiten op de praktijk.

33

Profilering

Het bereiken van onze doelen vraagt om een andere manier van profileren en positioneren van onze regio. We dragen te weinig uit wat we in huis hebben. Het serieus nemen van onze ambities vraagt ook om het actief uitdragen van wat we hebben en waar we naartoe gaan. Groningen en Noord-Drenthe moeten zich gezamenlijk met meer ambitie en lef positioneren, met de sterke positie van de stad Groningen als internationaal vlaggenschip van de regio. We gaan grote en zichtbare resultaten boeken met internationaal aanzien. Deze regionale internationale herpositionering draagt bij aan een hogere export, betere internationale verbindingen en internationale aantrekkingskracht van onze regio. Dat vraagt om een nieuwe manier van samenwerken en van het gezamenlijk uitdragen van deze ambitie. Uit onderzoek blijkt dat we te bescheiden zijn over het moois dat we hier al doen. Een groter zelfbewustzijn en betere gezamenlijke organisatie is cruciaal om Groningen en Noord-Drenthe te herpositioneren als internationaal ondernemende kennisregio. Bij het profileren en herpositioneren van de regio is het noodzakelijk dat het regionaal bedrijfsleven hier een volwaardige stem in krijgt. Dan kunnen we ons (inter)nationaal profileren op onze economische sterkten op het gebied van meer gezonde jaren, energie en landbouw.

Waar zet de Economische Agenda op in: De Economische Agenda investeert in de ruggengraat van onze regionale economie, het MKB. Dat doen we niet alleen in de hieronder beschreven thema’s en sectoren maar ook specifiek door directe ondersteuning in hun eigen organisatievermogen. Het is noodzakelijk dat het MKB een sterke stem heeft en gelijkwaardig gesprekspartner is van grote bedrijven, overheden en kennisinstellingen. Zo wordt het hier gevestigde en gewortelde MKB structureel deelnemer in het gesprek, waarmee de profilering en positionering van de regio wordt versterkt. We werken samen met het MKB-programma uit de Agenda Herstel. Om dit te realiseren zetten we in op (1) het organiseren van het MKB gericht op de hieronder beschreven sectoren, zodat hun perspectief structureel onderdeel van ontwikkeling en uitvoering van de Agenda wordt en (2) door een laagdrempelige impuls te geven aan het MKB door financiele ondersteuning van bestaande, vaak gemeentelijke, ondernemersfondsen. Daarnaast is het noodzakelijk in te zetten op veel ambitieuzere en structurele marketing in brede zin. Zelfbewustzijn betekent ook uitdragen wat voor moois hier allemaal gebeurt. De baanbrekende kennis die hier in huis is, de unieke bedrijvigheid die we hebben en hoe mooi het landschap is. Er is veel te weinig bekend over onze regio en bedrijven, bezoekers en investeerders hebben onvoldoende beeld.

We willen dat 80% van de Nederlandse doelgroepen en 25% van de internationale doelgroepen een duidelijk beeld heeft van onze regio. We verwachten dat de overheden, het bedrijfsleven en de kennisinstellingen hier gezamenlijk en structureel beleid op willen voeren en willen investeren. Ook moet veel sterker en wederkerig worden samengewerkt met de al sterke aanwezige merken op gebied van sport en cultuur zoals Eurosonic/Noorderslag en onze topsportclubs. Onder die voorwaarde kan dit vanuit de Economische Agenda substantieel worden ondersteund. Bij het versterken van het profiel van de regio stellen we Dagblad van het Noorden en RTV Noord in staat hier een rol bij te spelen. Hierbij trekken we samen op met de Sociale Agenda.

Voorbeeld positioneren MKB: Life Cooperative Om de beleidsmakers van de regionale overheden en instellingen richting te geven, verenigde het MKB op het gebied van life science en medische technologie in het noordelijke deel van Nederland zich in een coöperatie: de Life Cooperative. De coöperatie van 65 bedrijven ontwikkelt oplossingen om gezamenlijk uitdagingen aan te gaan. Collectieve training, gezamenlijke inkoop van laboratoriumapparatuur en materialen, gedeelde bezoeken aan internationale beurzen en congressen zijn een aantal van de huidige voorbeelden van efficiencymaatregelen. Samen met haar partners 34

ontwikkelt de coöperatie onderzoeks-, ontwikkelings- en aanbodketens die resulteren in efficiënte innovaties. Life Cooperative heeft zich inmiddels bewezen als volwaardige gesprekspartner en stem van het innovatieve MKB in deze sector, die bepalend is voor de agenda's van overheden en kennisinstellingen.

Wat doen we niet: Vanuit de Economische Agenda is er geen ondersteuning voor eenmalige en/of individuele campagnes die niet zijn ingebed in een brede en gedragen samenwerking. Daarnaast is de investering in het organisatievermogen van het MKB aanvullend op bestaande inzet van overheden en ondersteunende organisaties op dit gebied en is er geen sprake van substitutie.

35

Thematische inzet Groningen en Noord-Drenthe hebben grote ambities met de Economische Agenda. De kracht, expertise en kansen voor het verdienvermogen van deze regio zit op dit moment binnen een aantal specifieke thema's: energie, gezondheid, landbouw, industrie en vrijetijdseconomie. Daar moet deze Economische Agenda dan ook vooral op inzetten, met een open blik naar toekomstige ontwikkelingen die economisch kansrijk zijn. Binnen deze thema’s maken we inzichtelijk waar de Economische Agenda op basis van de voorwaarden op inzet, en waar niet.

36

Duurzame Energie Opgave: transitie naar een duurzaam energiesysteem met brede energiemix. Waarom in Groningen en Noord-Drenthe: Onze regio heeft altijd een cruciale rol in de Nederlandse en Europese energievoorziening gespeeld en blijft dat doen. Ten minste een derde van de wind op zee zal aanlanden in Groningen. Voorwaarde voor aanlanding zijn een goede ruimtelijke inpassing en de uitkomsten van het lopende onderzoek naar aanlandingsmogelijkheden. De transitie van de waterstofketen krijgt hier als eerste gestalte. Met een project als DJEWELS wordt hier een van de grootste en meest innovatieve elektrolysers van Europa ontwikkeld. In onze regio is veel kennis over energie(systemen) aanwezig, zowel bij publieke instituties als private bedrijven. Bovendien is een op Europese schaal ongekende energie-infrastructuur aanwezig: grootschalige, industriele bedrijvigheid met een hoge energievraag en bedrijvigheid in het opwekken van energie, met een unieke ligging aan de zuidelijke Noordzee met een zeehaven. Kortom, een uitstekende uitgangspositie om een cruciale rol te spelen in de transitie naar een duurzaam energiesysteem. Niet voor niets zijn we de eerste Hydrogen Valley. We zijn trots dat deze Europese en nationale opgave in onze regio gestalte krijgt. Tegelijk is er veel meer nodig om vanuit deze uitgangspositie de brede welvaart van Groningen en Noord-Drenthe te versterken.

De regio moet vanuit die positie als belangrijk aanlandingspunt voor groene energie, optimaal profiteren van de (toekomstige) beschikbaarheid van groene stroom en waterstof. De vergroening van de bestaande industrie, het vestigingsklimaat voor nieuwe, groene bedrijven en de energiehuishouding in de breedte kunnen er een impuls door krijgen. Waar zet de Economische Agenda op in: De Economische Agenda is er voor inzet die zowel de transitie versnelt als borgt dat de regio hier meer van profiteert. In de brede energiemix die daarvoor nodig is, speelt de waterstofketen een belangrijke rol. De Economische Agenda kiest voor investeringen (1) in het laten zien (‘showcasen’) dat de transitie naar een duurzaam energiesysteem werkt ten behoeve van het regionaal bedrijfsleven zoals het industriecluster Oost-Groningen, (2) via het Masterplan Campussen inzetten op het uitbouwen en verzilveren van onze kennispositie tot internationaal toonaangevende kennis- en toepassingsregio op het gebied van duurzame energie. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van een topinstituut dat vanuit een centraal punt verschillende campuslocaties, zoals de duurzaamheidscampus, Zernike campus, Groningen-Airport Eelde en de Eemshaven als satellieten verbindt.

Wat doet de Economische Agenda niet: De Economische Agenda investeert niet in het realiseren van grootschalige opwek/productie van energie, transport of opslag van energie, ondersteuning van en/of het organiseren van bedrijfsleven van buiten de regio voor zover deze niet aantoonbaar en substantieel bijdragen aan bovenbeschreven inzet van de agenda. Voorbeeld Bedrijvencluster Northern Netherlands Offshore Wind (NNOW) Perspectief van wind op zee is door de regio vroeg onderkend. In 2010 hebben de NOM, Energy Valley (voorloper New Energy Coalition) e.a. met actieve steun van Groningen Seaports daarom het bedrijvencluster Northern Netherlands Offshore Wind (NNOW) opgezet met inmiddels circa 90 leden. Het goed kennen en inzetten van posities van de aangesloten bedrijven in de supply chain van (vaak zeer grote) internationale ontwikkelaars en contractors was en is de basis van NNOW. Dit is een mooi voorbeeld van hoe regionaal bedrijfsleven zich met passende 37

ondersteuning organiseert om te zorgen dat de energietransitie ten goede komt aan het regionale verdienvermogen. De toen ingeschatte stormachtige ontwikkeling van de offshore windsector heeft zich doorgezet, met als resultaat veel windparken die vanuit de Eemshaven zijn gebouwd en worden onderhouden. De offshore windsector is de afgelopen jaren nog belangrijker geworden om klimaatdoelen te halen en landt naast groene stroom intussen (experimenteel) ook direct groene waterstof aan na het omzetten van groene stroom op zee. HOTSPOTS te plotten op kaart: Zernike / HVCE / Duurzaamheidscampus / Groningen Airport Eelde Eemshaven Industriecluster oost-Groningen

38

Gezondheid Opgave: transitie van zorg naar gezondheid en gezonde jaren. Waarom in Groningen en Noord-Drenthe: de regio heeft in de afgelopen 20 jaar een wereldwijd uniek ecosysteem rondom Healthy Ageing opgebouwd met de biobank Lifelines als belangrijke pijler. We hebben hier een unieke informatiebron voor het ontwikkelen van interventies die de gezondheid bevorderen en gezondheidsverschillen verkleinen. Nationaal en internationaal hebben we een belangrijke staat van dienst als voorbeeldregio voor onderzoek en toepassing naar gezond opgroeien, mentaal welzijn en gezond ouder worden. Er is in onze regio extra en versneld noodzaak deze transitie gestalte te geven omdat gezondheidsverschillen die we overal zien zich in onze regio met extra urgentie manifesteren. Zowel binnen steden (Groningen) als landelijke gebieden is een grote ongelijkheid in het aantal jaren waarin men in gezondheid leeft. Ook tussen onze regio en de rest van Nederland zijn deze verschillen fors. In Groningen is veel kennis van internationaal aanzien aanwezig op het gebied van medische technologie, waaronder robotisering, en het verzamelen, beheren en inzetten van gezondheidsdata. Deze kennis zetten we in voor het ontwikkelen van nieuwe vormen van diagnostiek en behandeling met betere uitkomsten voor de patient.

Naast de (hoog)technologische, digitale en kennisintensieve ontwikkelingen waaruit nieuwe economie voortkomt, moet er specifiek aandacht zijn voor gezondheid in Noord- en OostGroningen. In Noord-, Midden- en Oost-Groningen is namelijk sprake van een grote en onrechtvaardige gezondheidsachterstand. Het is noodzakelijk dat de inzet vanuit de Economische Agenda in de hele regio voor verdienvermogen en welvaart zorgt. Waar zet de Economische Agenda op in: De Economische Agenda zet in op het bestendigen en uitbouwen van onze internationale kennispositie op het gebied van (1) gezondheidsdata en kunstmatige intelligentie en (2) biomedische technologie, en zet deze kennis in voor interventies op het gebied van preventie en het bevorderen van een gezonde leefstijl. Hiermee verkleinen we gezondheidsverschillen en vergroten we de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg. Dit heeft als effect dat de gezondheid van Groningers en Noord-Drenten gaat verbeteren en dat we met de kennis en innovaties die daarvoor nodig zijn nieuwe bedrijvigheid creeren. We willen meer spin-offs vanuit de kennisinstellingen op dit terrein en meer bedrijvigheid vanuit de markt rond deze thema’s. Deze economie draagt bij aan meer gezonde jaren in onze regio door verschillende (leefstijl)interventies vorm te geven (in samenhang met de Sociale Agenda) en tot waarde te brengen.

Wat doet de Economische Agenda niet: Vanuit de Economische Agenda financieren we geen reguliere zorg, de uitvoering van wettelijke taken van gemeenten, geïsoleerd medisch onderzoek of ontwikkelingen op het gebied van gezondheid buiten bovenbeschreven inzet van de agenda. Ook nemen we geen bestaande subsidiestromen over. De Sociale Agenda richt zich qua gezondheid voornamelijk op het verbeteren van het mentaal welbevinden en vroegsignalering. Daarbij ligt de focus op preventie en er vroeg bij te zijn en daar fors in te investeren: rondom zwangerschap, jongerenwerkers, opbouwwerkers, welzijn op recept, mentale ondersteuning op basis- en voortgezet onderwijs. Ook is er vanuit de Sociale Agenda aandacht voor bewegen: buurtsportcoaches helpen daarbij. Voorbeeld Health Data Valley

39

Health Data Valley is een cluster van publieke en private organisaties in Noord-Nederland dat zich richt op het bevorderen van grote datastromen en het inzetten van data om meer gezonde jaren te bereiken. Health Data Valley heeft als doel de norm te stellen voor het ondersteunen, monitoren en evalueren van regionaal en nationaal gezondheidsbeleid. Daarmee kan het de optimale voorwaarden en samenwerkingen bieden om data-ondersteunde zorgconcepten voor burgers en patiënten te realiseren. Door gezondsheidsdata beter te benutten, wordt niet alleen effectief gezondheidsbeleid gefaciliteerd, maar wordt ook de ontwikkeling van nieuwe gezondheidsinnovaties voor preventie, vroege opsporing, diagnose en behandeling ondersteund. Health Data Valley zal het hart vormen van het nationale model voor slim, veilig en toegankelijk secundair datagebruik. Met de toevoeging van het Health Data Access Body zal het model voorbeeld zijn voor andere landen die verbonden zijn met de European Health Data Space. HOTSPOTS te plotten op kaart Healthy Ageing Campus Health Hub Roden Ommelander Ziekenhuis

40

Landbouw Opgave: transitie naar een duurzame en weerbare landbouwsector. Waarom in Groningen en Noord-Drenthe: De regio is en blijft een landbouwgebied. Juist in de landbouwsector liggen voor de regio veel kansen om zich te ontwikkelen en te onderscheiden. Decennia heeft de landbouw in Groningen en Noord-Drenthe bijgedragen aan de brede welvaart door voedselzekerheid, emancipatie van het platteland en de economische wederopbouw. Nog altijd is de sector van grote betekenis. Ruim 70% van de totale oppervlakte van de regio is in gebruik als landbouwgrond, met een groot aantal grondgebonden landbouwbedrijven en sterke agroketens. Vanuit Noord-Groningen wordt 5% van de mondiale export van pootaardappelen geleverd. Tegelijk staat de sector voor de grote uitdaging om naar een duurzamer en weerbaarder voedselsysteem te ontwikkelen. Een systeem waarin de negatieve impact die de sector heeft op natuur, bodem en klimaat wordt geminimaliseerd met behoud van economische veerkracht. De afgelopen periode is door diverse partijen gewerkt aan plannen voor de Transitie van het Landelijk Gebied. Deze plannen richten zich op het toekomstbestendig maken van het Groningse landschap, met aandacht voor biodiversiteit, een robuust watersysteem en innovatieve landbouw.

De landelijke uitdagingen spelen ook hier: herstel van natuur en biodiversiteit, vermindering van stikstofuitstoot en verbetering van waterkwaliteit. De negatieve impact van de sector op natuur, bodem en water moet worden verminderd door de transitie naar een natuurinclusieve, regeneratieve en innovatievere landbouw. Een landbouw die door het leveren van gezonde voeding de gezondheid en duurzaamheid van onze regio vergroot. Voorop staat dat naast deze urgente opgaven het verdienvermogen van de sector omhoog moet. De landbouw in Groningen en Noord-Drenthe heeft ook in de toekomst een belangrijke rol in het leveren van gezonde voeding en het beheer van het landschap. Waar zet de Economische Agenda op in: De Economische Agenda zet in op het ontwikkelen van langere, regionale waardeketens en kortere afzetketens waarmee meer van wat verdiend wordt in de landbouw in deze regio blijft en impact op de natuur, bodem en gezondheid positief is. Daarmee kiezen we nadrukkelijk voor het verdienvermogen van de sector. Deze ketens kunnen op verschillende manier worden uitgebreid, bijvoorbeeld door het toevoegen van teelt van nieuwe gewassen voor biobased (bouw)materialen als vlas en hennep, mede in relatie tot de Herstelagenda (Agro-programma) en de isolatieaanpak. Ook klimaatverandering biedt de kans om onderscheidend te worden in de markt als hier goed op wordt ingespeeld.

Andere kansen zijn er bijvoorbeeld door het toevoegen van verwerkingsindustrie, om zo een regionale waardeketen te realiseren. En het aanjagen van vraag naar regionale producten, met behulp van de aanwezige kennisinstellingen die een rol kunnen spelen bij kennisontwikkelingen en innovatie. Daarnaast zijn er mogelijkheden het verdienvermogen te vergroten door landbouw te integreren in waardeketens buiten de sector. Te denken valt aan agrotoerisme en natuurbeheer. Wat doen we niet: De Economische Agenda richt zich niet op de subsidiëring van primaire landbouw en individuele bedrijfsvoering van agrariërs of de inrichting van natuur(gebieden) en neemt geen verantwoordelijkheden van de Rijksoverheid over. Voorbeeld: bodem en productie in balans

41

Lokale voedselproductie, circulaire landbouw en hoogwaardige voedselverwerking op een gezonde bodem zorgt voor perspectief voor de sector en gezond voedsel voor inwoners. Regionale afstemming op de groeiende vraag naar zoet water tijdens droge periodes is hiervoor in het bijzonder belangrijk. Met aandacht voor diverse behoeften zoals industrieel proceswater, landbouwwater, drinkwater en zoetwater voor natuurbehoud. Met een juiste aanpak kunnen de kansen voor de economie in het landelijk gebied zo hand in hand gaan met het beschermen en versterken van het unieke Groningse (kust)landschap. Dit biedt bovendien perspectief voor de vrijetijdseconomie in de regio. Voorbeeld: versterken van de korte keten De benodigde transitie kan worden versneld door de vraag naar duurzame producten uit korte ketens aan te wakkeren. Vanuit de sector zien we al veel initiatieven zoals directe verkoop aan consumenten en voedselcoöperaties. De transitie naar een duurzaam en economisch weerbaar landbouwsysteem is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Om de vraag naar producten uit korte ketens te vergroten zou een overeenkomst gesloten kunnen worden tussen de sector en grote, publiekelijk gefinancierde werkgevers zoals gemeenten, provincie en kennisinstellingen om veel meer lokaal geproduceerd voedsel in te kopen.

42

Industrie Opgave: transitie naar een schone en groene industrie. Waarom in Groningen en Noord-Drenthe: De chemische- en maakindustrie is historisch sterk vertegenwoordigd in de regio door de aanwezige (milieu-)ruimte en de lange tijd in overvloede aanwezigheid van gas. De Nederlandse industrie moet in 2050 100% circulair en energieneutraal zijn. Dat betekent in onze regio een forse opgave waarbij elektrificatie, inzet van waterstof, groene en schone grondstoffen nodig zijn. De regio heeft met de aanlanding van wind op zee en de aanwezigheid van innovatieve nieuwkomers in de markt een unieke positie om bestaande industrie te vergroenen en het verdienvermogen te vergroten. Ook de sterke kennispositie van de Rijksuniversiteit Groningen en het UMCG op onderdelen van de topsectoren High Tech Systems & Materials (HTSM), innovatieve chemie en Lifescience & Health is een grote kans. Vanuit die kennis wordt op innovatieve wijze zowel (samen)gewerkt aan fundamenteel onderzoek als aan de toepassing daarvan in het bedrijfsleven. De aanwezige materiaalkennis is internationaal erkend met onder andere een Nobelprijs. De aanwezige kennis van autonome systemen is een grote kans om de huidige productieprocessen te verbeteren en nieuwe, innovatieve oplossingen te bieden zoals robots en machines.

Er wordt gewerkt aan een HTSM Noord agenda die kennis voor het groen en slim maken van de industrie actiever wil positioneren en aan de markt wil verbinden. Ook heeft de regio de potentie om een belangrijke biobased en circulaire hub te worden waar innovatieve bedrijven op het gebied van biogrondstoffen en circulaire materialen zich willen vestigen en opschalen. De maakindustrie en chemie is verspreid over de regio en kent zeer onderscheidende producenten van hoogwaardige producten, machines, apparaten en onderdelen en samenwerkingen op noordelijke schaal. Diverse markten en afnemers worden bediend, van biobased materialen tot semiconductors (chiptechnologie). In relatie tot project Beethoven bieden investeringen een kans voor het Noorden om die industrieen verder te ontwikkelen. Ook de aanwezigheid van medische technologie, voedsel- en scheepsbouwindustrie is uniek voor een beperkt aantal regio's in Nederland. In de nationale ambitie om in grotere mate onafhankelijk te zijn van partijen buiten de Europese Unie (strategische autonomie) heeft ook onze regio een verantwoordelijkheid. Waar zet de Economische Agenda op in: De Economische Agenda zet in op de transitie van bestaande industrie naar een schone, groene en toekomstbestendige sector. De Economische Agenda wil daarbij sneller dan nationale en provinciale ambities.

Daarom leggen we voor financiering de lat hoger om daarmee een extra prikkel te geven en zorg te dragen dat deze sectoren meer dan in het verleden bijdragen aan de brede welvaart. De Economische Agenda bevordert dat initiatieven gebruikmaken van de meest milieuvriendelijke (energiearme) productieprocessen naar de laatste stand van de techniek. Een bijdrage van de Economische Agenda wordt een internationaal erkende bevestiging van schone en groene industrie. Om regionaal verdienvermogen toe te voegen is het nodig om passende industriele (kennis)ketens te sluiten en nieuwe clusters te bouwen, door gericht bedrijven in hun ontwikkeling te steunen of aan te trekken. Samenwerking buiten de regio en (inter)nationaal positie nemen gaat de Economische Agenda stimuleren. De Economische Agenda zet specifiek in op de volgende sectoren: (1) Chemische procesindustrie: Met Chemport Europe is er een innovatief ecosysteem in Noord-Nederland, gericht op de transformatie en groene groei van de chemische sector. De sector heeft als doel de 43

chemische industrie te verduurzamen door te focussen op groene chemie, biobased grondstoffen, de raffinage van kritieke grondstoffen en circulaire economie. Ook de chemie van geavanceerde materialen waarbij veel waarde wordt toegevoegd aan grondstoffen in relatief energiezuinige processen, past goed bij de regio. Het ecosysteem bestaat uit een samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen (zoals de Rijksuniversiteit Groningen en Hanzehogeschool) en overheden in de provincies Groningen en Drenthe. Deze triple helix samenwerking maakt snelle besluitvorming en innovatie mogelijk. De ambitie is om in 2050 een industriecluster te hebben die alleen gebruikmaakt van hernieuwbare energie en grondstoffen, met nul CO2-emissies. We zien mogelijkheden om met gerichte inzet aan deze ambitie bij te dragen en te versnellen door scherp te kiezen en de lat hoog te leggen. (2) Maritieme maakindustrie: Groningen en Noord-Drenthe zijn sterk verbonden met de maritieme sector. Er worden hier allerlei scheepstypen ontworpen en ontwikkeld met specialisatie in schepen voor droge lading. Er is een sterke regionale keten aanwezig die, afgezien van de scheepsmotoren, alle onderdelen produceert. Van oudsher zijn er in Noord-Nederland vernieuwende samenwerkingen in de sector opgezet, zoals de oprichting van Centraalstaal.

De sector staat voor grote uitdagingen die nieuwe en vernieuwende samenwerking vraagt om te komen tot standaardisering en digitalisering van ontwerp, robotisering van productie en collectieve en cooperatieve verdienmodellen. De Economische Agenda investeert in het aanjagen van deze samenwerking binnen de sector en met partijen, zoals kennisinstellingen, buiten de sector. (3) Biobased materialen: Groningen en Noord-Drenthe hebben historie op het gebied van biobased materialen. Er ligt een unieke kans om hier een nieuw hoofdstuk aan toe te voegen. Verschillende agrariers voegen de teelt van gewassen als hennep en vlas toe aan hun roulatie voor materiaalproductie, er is een sterke en internationaal gerenommeerde kennispositie op het gebied van materiaalstudies en verschillende bedrijven zijn gespecialiseerd in hoogtechnologische materiaalproductie. En misschien wel belangrijker: er ligt in de regio een zeer omvangrijke en concrete vraag naar biobased bouw- en isolatiematerialen voortkomend uit de Herstelagenda en isolatiemaatregelen uit Nij Begun. De Economische Agenda investeert in de keten van biobased materialen om zo bij te dragen aan innovatie op het gebied van materiaalproductie, verduurzaming van de woningvoorraad en het versterken van het verdienvermogen van agrariers.

Bovendien heeft een aantal veelbelovende nieuwkomers in de markt zich reeds in de regio gevestigd, waarmee een goede basis wordt gelegd. Wat doet de Economische Agenda niet: De Economische Agenda richt zich niet op industriële single-stakeholder initiatieven zonder aansluiting bij regionale ketens en investeringen zonder aantoonbaar significant schonere en duurzamere productie tot gevolg. De Economische Agenda investeert nadrukkelijk in het regionale verdienvermogen met minimale negatieve en waar mogelijk positieve impact op de omgeving. Voorbeeld: industriële keten kritieke grondstof voor groene energietechnologie De Europese Critical Raw Materials Act (CRMA) bevat een lijst van materialen die van belang zijn om op Europees niveau zeker te stellen voor de industrie die producten voor ‘eerste levensbehoefte’ maakt. Producten voor een duurzaam energiesysteem horen daarbij (bijv. batterijen, zonnecellen, elektrolysers voor waterstofproductie). In de regio wordt gewerkt aan het vestigen van bedrijven die belangrijk zijn om die keten vorm te geven en passen binnen de regionale waardeketens. Dit zijn bijvoorbeeld bedrijven die een kritische grondstof, zoals 44

silicium produceren, en andere bedrijven die silicium of halfproducten uit die keten kunnen verwerken tot PV-cellen voor de opwek van zonne-energie of in hoogwaardige batterij- of chiptechnologie. Dit is een combinatie van hoogwaardige chemische en maakindustrie. Bij succes draagt de regio daarmee bij aan CO2-reductie in de keten, aan substantieel minder import door de EU van (milieuonvriendelijk geproduceerde) grondstoffen en energietechnologie en aan versterking van de eigen hoogwaardige industrie en het verdienvermogen in een regionale keten. HOTSPOTS te plotten op kaart Chemport Makeport Mercurius Eemshaven A7-zone

45

Vrijetijdseconomie Opgave: jaarlijks 1,5 miljoen meer bezoekers naar de regio trekken ten opzichte van 2025 Waarom in Groningen en Noord-Drenthe: De ontwikkeling van de vrijetijdseconomie is een kans voor de hele regio en levert een directe bijdrage aan de doelen van de Economische Agenda. Het is tijd deze waarde te erkennen en met gerichte investeringen al het moois dat de regio biedt op het gebied van erfgoed, landschap, cultuur en sport te versterken. Met als resultaat een aantrekkelijker woon-leef- en vestigingsklimaat, sterkere sociale cohesie en aantrekkelijke banen voor inwoners met verschillende opleidingsniveaus, waaronder mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De verschillen binnen de regio zijn als het om de vrijetijdssector gaat enorm. Dat zorgt ervoor dat gebieden van elkaar kunnen profiteren en dat investeringen kansrijk zijn. Noord-Drenthe loopt regionaal voorop met de vrijetijdseconomie. De sector is goed georganiseerd en de samenwerking tussen overheden en bedrijfsleven verloopt goed. De sector levert een aantoonbare bijdrage aan het voorzieningenniveau en de sociale cohesie. NoordDrenthe is een volwaardig onderdeel van het dagelijkse economische systeem rond de stad Groningen en Assen.

Dit is echter maar beperkt terug bij te zien bij de samenwerking rond regiomarketing, samenwerking tussen ondernemers en verbindingen van routestructuren en informatievoorziening. Noord-Drenthe doet het tot nu toe vooral op eigen kracht. In grote delen van de regio blijft de vrijetijdseconomie sterk achter. Zo staat de provincie Groningen onderaan in Nederland. Slechts 1,3 procent van alle overnachtingen in Nederland vindt in Groningen plaats. Ook neemt het voorzieningenniveau in dorpen al jaren af en scoort het imago van Groningen laag. Tegelijkertijd biedt onze regio juist veel moois op het gebied van erfgoed, landschap, cultuur en sport. Er liggen grote kansen om de vrijetijdseconomie als sector ambitieus te ontwikkelen door in de hele regio te investeren. De sector kan veel werkgelegenheid leveren voor inwoners met verschillende opleidingsniveaus, herintreders en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Maar de impact kan veel verder reiken: de sector draagt ook bij aan een aantrekkelijke leefomgeving, waardoor het voor zowel inwoners, nieuw talent en kenniswerkers aantrekkelijker wordt om hier te wonen en zich te vestigen. Dit is van belang bij de positionering van Groningen en Noord-Drenthe als interessante vestigingsregio voor bedrijven. Hierdoor draagt vrijetijdseconomie ook bij aan het succes van de andere sectoren in de regio.

Het overeind houden van winkels en horeca in dorpen voorkomt verschraling en vergroot de aantrekkelijkheid van dorpen als woonplek. Ten slotte heeft de vrijetijdssector een belangrijke indirecte invloed op de economie. Vrije tijd speelt namelijk een cruciale rol in de mentale en fysieke gezondheid en persoonlijke ontwikkeling en identiteit. Investeren in de vrijetijdseconomie heeft hiermee een sterk multipliereffect. Waar zet de Economische Agenda op in: Als nooit tevoren gaat deze regio investeren in de vrijetijdseconomie en zo de achterstand omzetten in voorsprong. Er moeten jaarlijks 1,5 miljoen meer bezoekers naar de regio komen om te recreeren en te verblijven, met een verdubbeling in verblijfsduur. De Economische Agenda gaat het realiseren van deze voorsprong substantieel cofinancieren met een reservering van 200 miljoen euro. Dit betekent dat overheden en bedrijfsleven moeten mee-investeren. Op deze manier verleiden we nieuwe en bestaande partijen meer verantwoordelijkheid te nemen, groter te denken en veel meer samen te werken. Vrijetijdseconomie en cultuur vormen een wezenlijk onderdeel van het regionale verdienvermogen. Voorwaarde voor succes is een ambitieus en regio-dekkend programma waarin de verhalen van de regio op een krachtige manier terugkomen, met duidelijke betrokkenheid van een nieuwe generatie initiatiefnemers en 46

ondernemers. Onderwerpen als arbeidsmarkt, ondernemerschap, onderwijs en samenwerking binnen en vertegenwoordiging van de sector moeten onderdeel zijn van dit programma. Daarnaast is het noodzakelijk te investeren in de herbestemming van erfgoed voor vrijetijdsondernemers in agrarisch, religieus en industrieel erfgoed. Herbestemming van erfgoedpanden voegt waarde toe aan de regionale economie. Het draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving en behoud van de gebiedsidentiteit, inspiratie voor innovatieve en technologische ontwikkelingen en het versterkt het regionale economische zelfbewustzijn en het imago. We zien ruimte om de vrijetijdssector serieus te ontwikkelen op de volgende terreinen: (1) Uitbreiden en versterken dagrecreatief aanbod: Voor inwoners en bezoekers moet er het hele jaar door meer te beleven zijn. Daarom is het nodig toe te werken naar minimaal vijf grote en tien middelgrote publiekstrekkers die bezoekers uitnodigen stad en regio te bezoeken. We zien kansen voor het versterken en toevoegen van trekkers op de volgende gebieden: • Museaal aanbod door bijvoorbeeld een depotfunctie van een van de Rijksmusea, een foto- of sportmuseum toe te voegen met (inter)nationale uitstraling en het versterken van het huidig aanbod.

• Natuurbeleving door het veel beter toegankelijk maken van onze mooie natuur en gevarieerde (cultuur-)landschap, zoals het Middag-Humsterland, met kwalitatief hoogstaande ondersteunende voorzieningen zoals een uitstekende kop koffie. • Nieuw en onderscheidend vrijetijdsaanbod in de hele regio om gericht een impuls te geven aan de ontwikkeling van de sector. • Gericht investeren in erfgoedparels met een bovenregionale publieksfunctie zoals museale borgen, kloosters, landgoederen en havezaten. • Nieuwe (plekken voor) evenementen op unieke locaties op het gebied van sport en cultuur zoals een internationale marathon, optredens van internationale artiesten of een internationale kunstmanifestatie om te zorgen voor extra bezoekreden. (2) Verblijfsaccommodaties: Er is ruimte in onze regio voor meer hoogwaardige verblijfsaccomodaties. Het huidige aanbod is vooral geconcentreerd in de stad. Er is een stevige impuls nodig in het verblijfsaanbod in de rest van de regio: een verdubbeling van het aantal bedden in professionele hotels, bijzondere vakantieparken, typisch Groningse B&B’s met bijzondere Groningse architectuur of in herbestemd historisch erfgoed.

(3) Zakelijke markt: Zakelijk toerisme - waarbij bezoekers komen voor een congres, beurs of vergadering - is een belangrijk aanvullend segment op ‘recreatief toerisme’, omdat deze omzet door de week en buiten de schoolvakanties oplevert en leidt tot vervolgbezoek. De regio moet als zakelijke bestemming terugkomen op plek 3 (nu plek 9). De congres-alliantie Groningen Conventions moet worden versterkt en er moet meer worden geïnvesteerd in de uitbreiding van faciliteiten, als onderdeel van het overkoepelende plan. Wat doet de Economische Agenda niet: Investeren in vrijetijdseconomie vraagt iets van alle regionale partners. De samenwerking moet op een nieuwe manier opgebouwd en georganiseerd worden, met de structurele betrokkenheid van overheden en ondernemers. De regionale ambitie om in te zetten op vrijetijdseconomie is niet nieuw maar heeft tot nu toe onvoldoende gestalte gekregen. Daarom investeert de Economische Agenda ook hier niet in single-stakeholder initiatieven en voegt bij voorkeur geen extra subsidie toe aan een het bestaande oerwoud aan subsidies, maar zet in op het samen met betrokken overheden beter richten van het bestaande instrumentarium. De Economische Agenda investeert niet in de structurele exploitatie, beheer en onderhoud van voorzieningen en tekorten in lopende begrotingen.

Aanvullend financiert de Sociale Agenda met een focus op het culturele erfgoed in de regio, evenals cultuurcoaches en culturele arbeidskrachten. Met de 47

uitbreiding van de onderwijstijd wordt vanuit de Sociale Agenda een stevige impuls gegeven voor culturele werkers in het onderwijs.

Voorbeeld: economische plus op gebiedsontwikkelingen Het gevarieerde landschap van onze regio met het gezichtsbepalend agrarische, religieuze en industriele erfgoed geven de regio haar unieke identiteit en karakter en onderscheiden de regio van andere delen van Nederland. In delen van onze provincie wordt de komende jaren fors geïnvesteerd in het landschap om het landelijk gebied toekomstbestendiger te maken, bijvoorbeeld op het gebied van waterhuishouding, klimaatbestendigheid en de gebiedsplannen van het Toekomst Landelijk Gebied. Als plus op deze ontwikkelingen in het landelijk gebied maakt de economische agenda investeringen mogelijk in publieksvoorzieningen, nieuwe initiatieven voor verblijfs- en dagrecreatie, wandel- en fietsroutes, agrotoerisme, natuurbeleving en de herbestemming van erfgoed. Hiermee versterken we de identiteit en het onderscheidende karakter van onze regio en vergroten we het verdienvermogen. Eigentijds nieuw aanbod maakt het aantrekkelijker om in de regio te wonen en draagt zo bij aan het behouden van talent. Zo koppelen we meerdere investeringsstromen aan de doelen van de Economische Agenda. HOTSPOTS te plotten op kaart Werelderfgoedcentrum Waddenzee Groninger Museum Graanrepubliek Vesting Bourtange Landgoed Nienoord Veenhuizen Borg Verhildersum UNESCO Geopark de Hondsrug Wierdenmuseum Ezinge Kunstencentrum De Ploeg

48

UITVOERING: SAMEN WERKEN Uitvoering van de Economische Agenda vraagt meer dan intensivering van wat we al hebben. Er moet meer worden samengewerkt en dat vraagt iets van alle partijen. Een andere wijze van organiseren van de uitvoering is daarom vanzelfsprekend, en op basis van de kabinetsreactie en het startdocument nadrukkelijk onderdeel van de Economische Agenda. Immers: ‘als we doen wat we deden, krijgen we wat we kregen’. De Economische Agenda heeft een uitvoeringsstructuur nodig. De uitvoeringsstructuur moet zo eenvoudig mogelijk zijn, samenwerking stimuleren, sturen op doelstellingen voor de lange termijn en ruimte bieden om flexibel in te springen op onvoorziene kansen. We maken in die structuur gebruik van de kennis en kunde die er is in de regio. Besluitvorming over middelen moet plaatsvinden binnen politiekbestuurlijke kaders met duidelijke verantwoording, maar mag niet zelf politiek ingegeven zijn. In deze samenwerking moet de structurele betrokkenheid en zeggenschap van overheden, kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden georganiseerd. De Economische Agenda is er voor het gedeelde belang en dat vraagt een gezamenlijke verantwoordelijkheid en inzet. In de manier van uitvoering moet specifieke aandacht zijn voor het gezamenlijk - triple helix - formuleren van projecten en programma’s en daar ook gezamenlijk in investeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15282462/1