10-02-02 Bijlage 1 Concept Economische Agenda
Tekst van het document
Economische Agenda Groningen en Noord-Drenthe Samen Werken
Concept Economische Agenda Nij Begun Groningen en Noord-Drenthe
1
SAMENVATTING ECONOMISCHE AGENDA De Economische Agenda voor Groningen en Noord-Drenthe staat voor de versterking van samenwerking. Samenwerking op vele fronten: tussen landelijke, regionale en Europese overheden, kennisinstellingen, bedrijven, inwoners en maatschappelijke organisaties. De Economische Agenda wordt de aanjager van samenwerking om onze prachtige regio vooruit te helpen en het adaptief vermogen en de aantrekkelijkheid van onze regio. Hiervoor is dertig jaar lang een bedrag van 100 miljoen euro per jaar beschikbaar. Economische Agenda De Economische Agenda is een investeringskader voor de inzet van de 100 miljoen euro per jaar, voor de komende dertig jaar. In welke vakgebieden, sectoren en innovaties de economische groei de komende tien, twintig of zelfs dertig jaar plaats gaat vinden is nu nog niet te voorspellen. Daar houdt de Economische Agenda rekening mee. Deze agenda jaagt aan, stimuleert en stelt geld beschikbaar. Keuzes in deze agenda zijn in deze agenda zijn naast de inbreng van inwoners, bedrijven, kennisinstellingen en vele organisaties in Groningen en Noord-Drenthe (mede) gemaakt op basis van een ambitieus toekomstbeeld en regio analyses van bureau Louter, Rabo Research, CBS, Atlas Research en een arbeidsmarktanalyse.
Economische analyse Groningen en Noord-Drenthe De brede welvaart staat in onze regio onder druk en onze economie staat voor grote uitdagingen. De productiviteit en het verdienvermogen zijn hier lager dan in de rest van Nederland. Talentbehoud, innovatie en samenwerking zijn essentieel. Onze regio heeft ook unieke kwaliteiten. Hier zijn, naast de uitdagingen, volop kansen voor economische versterking. De ambitie: toekomstbeeld 2056 In 2056 zien we een regio met een brede welvaart boven het nationaal gemiddelde en een hoge levensstandaard. Het is hier prettig wonen en leven. De vrijetijdseconomie is gegroeid en zorgde voor voorzieningen en banen in het landelijk gebied. Onze regio is een internationaal knooppunt van innovatieve bedrijven in sectoren als gezondheid, voedsel en duurzame energie. We hebben de beste campussen. De gezondheidszorg is voorloper in Nederland en inwoners hebben letterlijk meer gezonde jaren. We eten gezond voedsel uit dit gebied. We zijn zelfbewust en trots op deze regio en herkennen die waardering ook bij bezoekers. De vijf doelen van de Economische Agenda 1. Stimuleren van een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. 2. Verdienvermogen van de regio verhogen en bevorderen van ondernemerschap. 3. Meer talent ontwikkelen, dit talent beter benutten en aan de regio binden. 4. Meer kennis uit de regio verzilveren. 5.
Versterken van ons regionale economische zelfbewustzijn en ons imago. Om deze doelen te halen zet de Economische Agenda in op zowel breedte-investeringen, als investeringen in een aantal specifieke sectoren. In de agenda staan daarom vier brede, generieke en vijf thematische onderwerpen. De Economische Agenda is er voor extra investeringen. Het gaat niet om reguliere investeringen, grootschalige infrastructuur, openbaar vervoer of woningbouw. Deze doelen zijn vertaald in voorwaarden die we toepassen op twee soorten investeringen: generiek en thematisch. Generieke investeringen Brede, generieke inzet van investeringen vanuit de Economische Agenda gaan over
2
overkoepelende investeringen op vier verschillende gebieden: 1) onderwijs, kennis en arbeidsmarkt, 2) ruimte voor bedrijvigheid, 3) digitalisering en 4) profilering. Aanpak van onderwijs, kennis en arbeidsmarkt
• • •
Aanpak van ruimte voor bedrijvigheid
Aanpak van digitalisering
• • • •
Aanpak van profileren en positioneren van onze regio
• •
Leven lang opleiden en ontwikkelen van talent. Focus op techniek, zorg, ondernemerschap. Masterplan Campussen: brede investeringen in het kennis- en innovatie ecosysteem. Innovatieve interventies in Noord-, Oost- en Midden-Groningen voor een duurzaam inzetbare beroepsbevolking. Ruimte voor bedrijvigheid: herstructureringsmaatschappij DrentheGroningen. Masterplan Regiocentra: levendige centra op verschillende plekken in de regio. Ontwikkeling en toepassen van nieuwe verantwoorde digitale technologieen in de regio, vooral rond data en kunstmatige intelligentie. Breder gebruik van huidige en nieuwe digitale technologieen, digitale vaardigheden van midden- en kleinbedrijf (mkb). Het mkb als gelijkwaardig gesprekspartner van grote bedrijven, overheden en kennisinstellingen. Ambitieuzere en structurele marketing van de regio, nationaal en internationaal.
Thematische inzet Naast de brede, generieke inzet zijn er vijf thema’s waarin de Economische agenda investeert: duurzame energie, gezondheid, landbouw, industrie en vrijetijdseconomie. Aanpak van duurzame energie
• •
Aanpak van gezondheid
• • • •
Aanpak van landbouw Aanpak van industrie
• • • •
Aanpak van vrijetijdseconomie
• •
Investeringen in duurzame energiesystemen voor het regionaal bedrijfsleven. Uitbouwen en verzilveren van de brede kennis van energie, via Masterplan Campussen. Investeringen in medische technologie en gezondheidsdata. Interventies ontwikkelen op het gebied van preventie en een gezonde leefstijl. Aanjagen nieuwe ondernemingen die innovaties ontwikkelen. Specifieke aandacht voor Noord-, Midden- en Oost-Groningen vanwege gezondheidsachterstand. Investeren in ontwikkelingen die zorgen voor meer verdienvermogen met positieve impact op de natuur. Aanjagen van innovatie en gebruik van regionale producten. Investeren in de transitie naar schone en groene industrie, zowel steunen van bestaande bedrijven als het aantrekken van nieuwe. Inzet op chemische procesindustrie, maritieme maakindustrie en biobased materialen. Vrijetijdseconomie als sector ambitieus ontwikkelen. Cofinanciering van regiodekkend programma, met kansen voor het uitbreiden en versterken van dagrecreatie, hoogwaardige verblijfsaccommodaties en zakelijk toerisme.
Uitvoering: Samen Werken De Economische Agenda vraagt een andere wijze van uitvoeren. We gaan de Agenda uitvoeren met betrokkenheid van alle overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven. In de Economische Agenda wordt beschreven hoe deze triple-helix uitvoeringsstructuur er uit ziet. In 2025 wordt een eerste uitvoeringsplan van de Economische Agenda opgesteld en de uitvoeringsstructuur uitgewerkt en operationeel gemaakt. 3
Inhoudsopgave INHOUD Voorwoord ............................................................................................................................................... 5 Wat is de Economische Agenda? ............................................................................................................. 7 Toekomstbeeld Groningen en Noord-Drenthe in 2056 ......................................................................... 17 Doelen ................................................................................................................................................... 19 Voorwaarden en inhoudelijke inzet....................................................................................................... 23 Voorwaarden ..................................................................................................................................... 24 Generieke inzet.................................................................................................................................. 26 Onderwijs, kennis en arbeidsmarkt ............................................................................................... 27 Ruimte voor bedrijvigheid .............................................................................................................
30 Digitalisering .................................................................................................................................. 32 Profilering ...................................................................................................................................... 34 Thematische inzet.............................................................................................................................. 36 Duurzame Energie ......................................................................................................................... 37 Gezondheid.................................................................................................................................... 39 Landbouw ...................................................................................................................................... 41 Industrie ........................................................................................................................................ 43 Vrijetijdseconomie ......................................................................................................................... 46 Uitvoering: Samen Werken....................................................................................................................
49 Uitvoeringsstructuur ......................................................................................................................... 49 Financierings- en adviesinstrumenten en regeldruk ......................................................................... 52 Monitoring: wanneer is de agenda een succes? ................................................................................... 55 Vervolg ................................................................................................................................................... 60 Bijlagen .................................................................................................................................................. 61 Literatuur ............................................................................................................................................... 62
4
VOORWOORD Het kabinet heeft in haar reactie 'Nij Begun’ op het rapport van de parlementaireenquetecommissie Groningers boven gas” erkend dat de Rijksoverheid een ereschuld heeft aan de inwoners van de provincie Groningen en de drie Noord-Drentse gemeenten, vanwege de jarenlange achterstelling en ernstige gevolgen van de gaswinning. Naast een aantal concrete maatregelen om schadeafhandeling en versterking milder, makkelijker en menselijker te maken, is in de reactie de opdracht opgenomen een Sociale en een Economische Agenda op te stellen. Het doel in deze agenda’s is de brede welvaart binnen een generatie (30 jaren) te verhogen naar het landelijk gemiddelde. Voor de regio is vanuit de Economische Agenda een bedrag van 100 miljoen euro per jaar gedurende 30 jaar gereserveerd vanaf 1 januari 2026 en 250 miljoen euro eenmalig. Deze opdracht vormt de basis van de inzet vanuit de Economische Agenda. Hier zijn de doelen, voorwaarden en de inzet op gericht. Voor de Economisch Agenda heb ik in maart 2024 de opdracht als kwartiermaker namens Rijk en regio aanvaard. Omdat de regio niet uniform is, is de inzet van de Nij Begun-gelden dat ook niet. Er is speciale aandacht voor de opgaven in Noord-, Midden- en Oost-Groningen waar de economische structuur een andere dynamiek kent en de achterstand tot het landelijk gemiddelde groter is.
Er is daarin een groot verschil waarneembaar ten opzichte van het economisch krachtige centrum Metropool Groningen, bestaande uit de stad en dagelijkse bewegingen van en naar de stad. De opdracht tot een Economische Agenda met een looptijd van 30 jaar te komen, biedt weinig houvast. We hebben geen beeld welke sectoren in de onderhavige periode tot bloei gaan komen en welke bedrijven over 30 jaar geen relevantie meer zullen hebben. Evenmin weten we hoe ‘arbeid’ er dan uit zal zien. Als we eenzelfde periode terugkijken bestond Google niet, was er geen iPhone en reden we nog niet in elektrische auto's. Een ruime meerderheid van de Nederlanders dacht eind jaren negentig nog dat ze geen mobiele telefoon zouden gaan gebruiken. We weten inmiddels beter. Technologische innovaties volgen elkaar in een hoog tempo op met grote impact in de samenleving. Dit gaat zelfs exponentieel snel als we het in een wat langer historisch perspectief plaatsen. De onzekerheid hierover maakt dat de agenda zich in belangrijke mate richt op twee zaken: het versterken van het innovatievermogen en het ontwikkelen van ecosystemen om het adaptief vermogen in de regio te vergroten. Ook laten we vanuit het huidig perspectief financieel ruimte om nieuwe inzichten en toekomstige projecten en programma's te kunnen initieren en ondersteunen.
Binnen de agenda staan landelijke en zelfs wereldwijde uitdagingen centraal. Voorheen vanzelfsprekende voorwaarden voor bedrijvigheid zoals de beschikbaarheid van energie, ruimte (inclusief milieuruimte), voldoende zoet water, gekwalificeerde werknemers en kapitaalsimpulsen staan zeer onder druk. Tekorten bedreigen de economische doorontwikkeling van bedrijven, maar lijken onze regio ook relatieve voordelen te bieden. Er is in de regio bijvoorbeeld ruimte, we zijn dunner bevolkt, hebben een goede internationale geografische ligging aan het water en hebben toonaangevende kennisinstellingen. Het karakter van de ereschuld vraagt om een zeer zorgvuldige besteding. Voorop staat dat het succes staat of valt bij de milde, makkelijke en menselijke afhandeling van schade en versterking. Als dat niet gebeurt zal elk perspectief op een wankel fundament staan. Dat is het uitgangspunt. Het geld voor de Economische Agenda vormt vooral een plus op het reguliere economische proces en is niet bedoeld om bestaande private en publieke financieringsprocessen en/of bedrijfsrisico's te vervangen. Dit zou het effect van de ereschuld schaden. Voor Nij Begunmiddelen mogen dan ook hogere eisen gelden. Naast de genoemde zorgvuldigheid vragen de huidige economische situatie en technologische ontwikkelingen ook om het nemen van gecalculeerde risico's. Dat hoort bij investeren en 5
ondernemen. Voor een deel zal er geïnvesteerd moeten worden zonder een duidelijk zicht op het einddoel. Een aantal investeringen gaat absoluut een verschil maken, terwijl andere projecten niet of anders zullen uitwerken als bedoeld. Anderszins zullen ook door toevallige samenloop van omstandigheden economische kansen ontstaan bij investeringen. Het is van belang hier open over te zijn. De Economische Agenda voor Groningen en Noord-Drenthe staat voor samenwerking. Samenwerken doe je om resultaten te bereiken. Ofwel: individuen of groepen die hun vaardigheden, ideeen en inspanningen bundelen om een gezamenlijk doel te bereiken. Het is belangrijk om gezamenlijk de urgentie van onze maatschappelijke opgaven te delen. En ieders rol daarin te benoemen en te waarderen. Als kwartiermaker geloof ik dat de versterking van de samenwerking tussen landelijke en regionale en Europese overheden, kennisinstellingen, bedrijven, maatschappelijke organisaties en onze inwoners de sterkste basis vormt voor onze gezamenlijke Economische Agenda. Zelfs meer nog dan het vooruitzicht van investeringsgelden ter compensatie van de ereschuld die Nederland aan Groningen en Noord-Drenthe heeft. Deze samenwerking komt niet vanzelf en met enige historische kennis over onze regio is dat goed te verklaren. De beschikbare middelen zijn vooral aanjager van de gewenste en benodigde samenwerking.
Deze agenda is met recht een gezamenlijk product. Met geweldige teamleden vanuit ministeries, regionale overheden en Nationaal Programma Groningen zijn we als ‘de kwartiermakerij Economische Agenda’ aan de slag gegaan. Om een brede coalitie te vormen voor de agenda en de bijbehorende uitvoeringsorganisatie zijn in de afgelopen negen maanden meerdere congressen bezocht, werkbezoeken gebracht en vooral zeer veel gesprekken gevoerd met ondernemers, bestuurders, belangenorganisaties, inwoners - waaronder veel jongeren en scholieren kennisinstellingen en diverse andere experts uit de praktijk en de wetenschap. Zowel individueel als in groepen bijeen. Alle uitgevraagde onderzoeken zijn gepubliceerd op het web, evenals bestuurlijke tussenproducten. Groningers en Noord-Drenten zijn daarover via inloopsessies en digitale participatie naar hun mening gevraagd. Opvallend veel mensen en partijen hebben daarin over het eigen belang heen durven kijken en groot durven denken. Alleen met die inzet is het gelukt binnen negen maanden een inhoudelijk breed gedragen Economische Agenda met advies voor de uitvoering op te leveren. Ik kijk terug op een zeer energiek en intens proces en spreek mijn oprechte dank uit aan allen die met inhoudelijke raad, daad en kritische zin ons team terzijde stonden.
In het bijzonder dank ik mijn team, de bestuurlijke trekkers van de agenda Koen Schuiling en Mirjam van 't Veld, alle stuurgroepleden alsmede Henk Nijboer en zijn team van de Sociale Agenda voor de prettige samenwerking. Er is absoluut veel reden om met veel vertrouwen vooruit te kijken. Samen klaar voor een Nij Begun!
Jakob Klompien, kwartiermaker Economische Agenda
6
WAT IS DE ECONOMISCHE AGENDA?
De Economische Agenda is een richtinggevend investeringskader voor toekomstige besluitvorming over de inzet van € 100 miljoen per jaar voor de komende dertig jaar. Om tot een kader te komen zijn meerdere onafhankelijke onderzoeken en analyses gedaan over de regionale economische structuur in Groningen en Noord-Drenthe. Het kader is gebaseerd op deze analyse en een ambitieus toekomstbeeld, en bestaat allereerst uit vijf doelen die cruciaal zijn om waar we naartoe willen te bereiken. Deze doelen worden vertaald in (1) een aantal algemene voorwaarden die gelden voor investeringen vanuit de middelen van de Economische Agenda, (2) een generieke inzet op onderwijs & arbeidsmarkt, ruimte voor bedrijvigheid, digitalisering en positionering en (3) een thematische inzet op duurzame energie, gezondheid, landbouw, industrie en vrijetijdseconomie. Met deze toespitsing wil de Agenda de komende dertig jaar gerichte samenwerking tussen alle partijen stimuleren en concreet bijdragen aan herkenbare en meetbare maatschappelijke meerwaarde op deze terreinen. Daarvoor moet de Agenda vooral gaan fungeren als een ontwikkelmotor die in de loop van de jaren actualiteit blijft houden. Die ontwikkel- en stimuleringsfunctie komt ook terug in de organisatie van de uitvoering: alert, actief en adaptief maar met de langetermijnfocus die in de Agenda gegeven is.
Zo wil de Agenda een plus realiseren op bestaande en reguliere activiteiten, fondsen en programma’s van overheden, samenwerkende organisaties, kennisinstellingen en individuele bedrijven en investeerders door samenwerking mogelijk te maken en aan te jagen. Met een bedrag van € 100 miljoen per jaar vanuit de Economische Agenda op een totaal jaarlijks regionaal investeringsvolume van € 6,5 miljard is deze samenwerking ook noodzakelijk om het verschil te maken. Ook al is de Agenda geen opsomming van te financieren projecten en programma's, wel zijn er voor drie specifieke onderwerpen bedragen opgenomen: campusontwikkeling, regiocentra en vrijetijdseconomie. Het is voor de gewenste ontwikkeling noodzakelijk fors te investeren in campussen, de plekken waar bedrijfsleven, onderwijs en kennis elkaar vinden en samen innoveren. Het is noodzakelijk dat regionale centra hun economische functie kunnen blijven vervullen. We hebben daarbij speciale aandacht voor Noord-, Midden- en Oost-Groningen waar de economische dynamiek anders is dan in de delen die directer profiteren van de stad Groningen. Op het gebied van vrijetijdseconomie ligt een grote kans om de verbetering van ons landschap, erfgoed en (cultureel) aanbod te verbinden aan economische activiteit. Hier is een achterstand in te halen ten opzichte van aangrenzende regio's.
De Economische Agenda is er niet voor investeringen in grootschalige infrastructuur, openbaar vervoer en woningbouw. Niet omdat ze niet belangrijk zijn: uit de onderzoeken blijkt dat de beschikbaarheid van woningen, infrastructuur en bereikbaarheid cruciaal zijn voor het versterken van de economische structuur. Maar ze zijn te kapitaalintensief om vanuit het beschikbare budget het verschil te kunnen maken. De verantwoordelijkheid hiervoor laten we waar die hoort: de landelijke en regionale overheden. Welke rol de Economische Agenda wel kan spelen voor deze thema’s is onderdeel van de uitvoering. In 2025 werken we de Economische Agenda uit. Dit gebeurt in een uitvoeringsplan waarvoor vanaf 2026 € 100 miljoen per jaar gedurende 30 jaar is gereserveerd. Samenhang Sociale en Economische agenda Het vergroten van de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe is de grote opdracht van de Sociale en Economische Agenda. Zorgen dat mensen graag wonen en werken in Groningen en Noord-Drenthe, een goede boterham kunnen verdienen en zich verbonden voelen met de gemeenschap. Toch verschillen beide agenda’s wezenlijk. Waar de Sociale Agenda inzet op financiering van een aantal specifieke inhoudelijke programma’s is de Economische Agenda bovenal een kader voor investeringen en daarmee voor de ontwikkeling van projecten en programma’s. 7
De Economische Agenda richt zich voornamelijk op investeringen die de economische structuur versterken en zorgen voor regionaal verdienvermogen en ondernemerschap, het ontwikkelen en benutten van talenten in de regio en het verzilveren van kennis uit de regio. Een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving en regionaal zelfbewustzijn vormen de basis van een toekomstbestendige economie. De Sociale Agenda draagt met structurele investeringen bij aan gemeenschapszin en trots, zorgt dat we er eerder bij zijn zodat problemen worden voorkomen. En pakt een aantal fundamentele problemen op de gebieden van schulden, onderwijsachterstanden, (mentale) gezondheid, intergenerationele armoede en laaggeletterdheid aan.
8
ANALYSE VAN DE REGIONALE ECONOMISCHE STRUCTUUR Voor het opstellen van een ambitieuze Economische Agenda is nodig te weten waar we vandaan komen en op dit moment staan. Op basis van bestaand onderzoek en nieuwe door de Economische Agenda uitgevraagde onderzoeken2 is onderstaande analyse van de regionale economische structuur opgesteld. Deze analyse gaat zowel in op de brede welvaart en sociaaleconomische structuur als op de regionale sectorstructuur, arbeidsmarkt en het innovatievermogen in Groningen en Noord-Drenthe. Brede welvaart Brede welvaart gaat niet alleen om inkomen, winst en omzet, maar ook over andere aspecten in het leven die mensen van waarde vinden.3 Brede welvaart is op verschillende manieren te meten, maar onderzoeken van Bureau Louter, Atlas Research, Rabo-Research en CBS laten hierbij hetzelfde beeld zien. In grote delen van de provincie Groningen en Noord-Drenthe staat de brede welvaart onder druk. Er zijn echter ook grote regionale verschillen, zoals onderstaande kaarten laten zien. Lage scores op indicatoren brede welvaart per gemeente
Hoge scores op indicatoren brede welvaart per gemeente
Bron: CBS (2024)
Bron: CBS (2024)
Bovenstaande kaarten maken duidelijk dat Groningen ten opzichte van andere regio's laag scoort op brede welvaart. De rode kaart laat zien dat de regio laag scoort op een groot aantal van de brede-welvaartindicatoren van het CBS, de groene dat de regio tegelijk op slechts weinig van deze indicatoren hoog scoort. Gelijktijdig behoort de brede welvaart in grote delen van NoordDrenthe tot het hoogste niveau van Nederland. Vooral in Noord-, Oost- en Midden-Groningen bestaat een combinatie van sociale en economische uitdagingen. De grote verschillen in het regionale brede welvaartsniveau zijn ook goed terug te zien in de regionale CBS-score die gecombineerd de welvaart, opleidingsniveaus en arbeidsmarktdeelname meet. Het aantal uitkeringen per gemeente bevestigt dit beeld.
9
Welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname (SES-WOA).
Uitkeringen die gemeenten in 2023 ontvingen ter ondersteuning van de bevolking
Bron: CBS (2019)
Bron: Coelo (2023)
Er is een grote samenhang tussen verschillende dimensies van brede welvaart. Gezondheid, werk, inkomen, tevredenheid met het leven en het voorzieningenniveau hebben invloed op elkaar. Zo laten onderstaande figuren duidelijk zien dat plekken met lage inkomens een significant lagere levensverwachting kennen. Levensverwachting bevolking per gemeente, 2020
Mediaan besteedbaar inkomen per gemeente, 2020
Bron: CBS (2022)
Bron: CBS (2020)
Het beeld van brede welvaart in de regio heeft ook zijn weerslag in regionale imagoscores.1Wat hierbij opvalt is het negatieve zelfbeeld. Cijfers en associaties van inwoners buiten de regio zijn positiever dan wat inwoners van de regio verwachten.
1 In opdracht van Nationaal Programma Groningen doet Kantar jaarlijks onderzoek naar het imago van de
provincie Groningen. In 2024 is Noord-Drenthe in dit onderzoek meegenomen. Zodra de resultaten publiek zijn worden deze meegenomen in dit document.
10
Het beeld van Groningen
Spontane associaties bij Groningen
(van 0-10, dus geen rapportcijfers) Bron: Imagomonitor (2023)
Bron: Imagomonitor (2023)
Regio van twee snelheden De regio kenmerkt zich volgens Atlas Research (2024) door twee economische snelheden. De stad Groningen met een daily urban system van een wijde ring van kernen die economisch gezien op de stad Groningen georienteerd zijn, heeft een bovengemiddelde economische ontwikkeling. Dit deel van de regio kenmerkt zich door een groter aandeel op kenniswerk georienteerde groeisectoren. Het gebied eromheen, met Noord-, Midden- en Oost-Groningen in het bijzonder, kenmerkt zich door een krimpende beroepsbevolking met grote sociale uitdagingen. Dit deel van de regio lift onvoldoende mee op de kracht van de stad Groningen. Vergrijzing, ontgroening en bevolkingskrimp zijn uitdagingen voor vrijwel de hele regio. Het voorzieningenniveau in de regio staat hierdoor onder druk, laat Louter zien. Het PBL (2024) beschrijft dat verschillende onderzoeken aantonen dat zwakkere regio’s weinig profiteren van investeringen in de economisch sterke regio’s. En dat investeringen in zwakke regio’s juist gedeeltelijk terechtkomen in de sterkste regio’s.4 Er ligt een grote uitdaging om de economische sterkten te laten werken voor de hele regio. Bevolkingsgroei tussen 2021 en 2035 (prognose)
Bron: CBS (2021)
11
Regionale Sectorstructuur De regionale economische structuur kenmerkt zich door een specialisatie in verschillende overheidsdiensten zoals publieke zorg, onderwijs en welzijnszorg. Zakelijke dienstverlening speelt voor de regio een steeds belangrijkere rol, met een bovengemiddelde groep gericht op onderzoek en ontwikkeling (R&D) en ICT. Deze kennisintensieve, dienstverlenende sectoren stuwen de economie in dit deel van de regio. Consumentendiensten, detailhandel via internet en vrijetijdseconomie hebben een grote bijdrage geleverd aan de groei van de werkgelegenheid. Deze groei vond vooral in en rond de stad Groningen plaats. In de delen van de regio die verder van de stad Groningen liggen, kenmerkt de economische structuur zich door specialisaties in landbouw, nijverheid en industrie. Het verdienvermogen van de regio is lager dan in de rest van Nederland. De eerdergenoemde sectorstructuur van de regio, met sectoren die zich kenmerken door een hoge arbeidsintensiteit en lage productiviteit, speelt hierbij een grote rol. Daarbij komt dat ook voor de doorgaans productievere sectoren, zoals de industrie, in de regio geldt dat het verdienvermogen lager is dan in de rest van Nederland. Volgens de arbeidsmarktregio is voor energie-intensieve bedrijven de hoge energieprijs een belangrijke remmende factor voor de productie, die is terug te zien in de cijfers.
Tegelijkertijd laten analyses zien dat de sectorstructuur van de regio een goede uitgangspositie heeft voor de ontwikkeling van bepaalde sleutelsectoren zoals biomoleculaire celtechnologie, procestechnologie en energiematerialen. Deze technologieen brengen een hoog verdienvermogen met zich mee en bieden kansen voor toekomstige economische ontwikkelingen. Het geschetste beeld wordt ondersteund door een analyse van Rabo Research naar de productiviteit per regio. De Rabobank concludeert dat "de groei van de productiviteit, en daarmee van het verdienvermogen van de Nederlandse economie, onder druk staat. Beleid dat gericht is op het verbeteren van de productiviteit is daarom belangrijk". Werknemersbanen per sector: omvang, aandeel en ontwikkeling
(Groningen en Noord-Drenthe, verwachte omvang (2025) en groeiprognose 2024-2025 Bron: UWV/Arbeidsmarktregio Groningen
Samenwerking binnen en ook tussen sectoren is een belangrijke sleutel tot regionaal economisch succes. SER Noord-Nederland (2023) concludeert in een advies dat het organiserend vermogen van de regio te beperkt is en specifiek dat het MKB maar moeilijk kan aanhaken. “De ondersteuning die er is, spitst zich toe op de 'usual suspects' (vooral kennisinstellingen en grotere innovatieve bedrijven).” Ondernemerschap en export De ontwikkeling van de regio op het gebied van ondernemerschap laat een gevarieerd beeld 12
zien. Snelgroeiende bedrijven kent de regio zeker, maar het aantal nieuwe ondernemingen en het aandeel ondernemers is afgelopen jaren minder snel toegenomen dan in de rest van Nederland of neemt af. Ook de teruglopende export is een aandachtspunt. Aandeel ondernemers in de beroepsbevolking
Bron: Atlas Research (2024), o.b.v. CBS
Innovatie & R&D De regio kenmerkt zich door een enorme hoeveelheid kennis en R&D. De publieke R&D-uitgaven, waar onderzoeken aan de universiteit en hogescholen toe behoren, behoren relatief tot de hoogste van alle Nederlandse regio’s. De private R&D blijft achter en behoort tot de laagste van alle regio’s. Verschillende studies bevestigen dit beeld en wijzen erop dat de spin-off vanuit de kennisinstellingen richting regionaal bedrijfsleven niet optimaal is. Dit duidt erop dat de Nederlandse valorisatie-uitdaging nog groter is in deze regio. Toch zijn er ook grote kansen. De complexiteit van aangevraagde patenten is relatief hoog en de regionale investeringen in software en databases, die een indicatie van vernieuwing geven, zijn hoog, zeker voor een regio buiten de Randstad. Een recente analyse laat zien dat de regio goede papieren heeft op een aantal van de prioriteiten van de Nationale Technologiestrategie (NTS). Verschillende onderzoekers benadrukken de urgentie van innovatie voor de regio. Dit geldt voor sectoren die over hun top heen lijken, zoals de industrie, de landbouw en de chemie, maar ook voor grote delen van het MKB. Omdat de regio voor grote uitdagingen staat op het gebied van verduurzaming, arbeidsmarktkrapte en digitalisering is innovatie cruciaal om het verdienvermogen te vergroten.
Toepassing van kennis over bepaalde sleuteltechnologieen waarin zowel regionale bedrijven als kennisinstellingen een sterke positie hebben, is een grote kans voor de economische ontwikkeling van de regio. Regionale kansen pakken draagt bovendien bij aan het realiseren van de nationale ambitie om in 2030 3% van het BBP aan R&D te besteden.
13
R&D-uitgaven per baan in de publieke (boven) en private sector (onder) in 2022
Bron: Atlas Research (2024); obv CBS maatwerktabel
Arbeidsmarkt en human capital De aanwezigheid van een ruim aanbod (goed opgeleide) potentiele werknemers wordt beschouwd als een cruciale factor voor economische groei van regio’s. De groei of krimp van de (potentiele) beroepsbevolking wordt dan ook niet meer (alleen) als een gevolg van de ontwikkeling van de werkgelegenheid gezien, maar juist ook als een factor die de werkgelegenheidsgroei mede bepaalt. Het aandeel hoogopgeleiden in de beroepsbevolking is het grootst in de stad Groningen, gevolgd door Noord-Drenthe en Westerkwartier. In deze drie regio’s was de toename van het aandeel hoogopgeleiden de afgelopen tien jaar tevens sterker dan in de andere regio’s. Percentage van de afgestudeerden in gemeente x uit de cohorten 1984-1992 dat op hun 28e in dezelfde gemeente woont als toen zij 16 waren MBO
HBO
WO
Bron: Talent in de regio (2024)
14
Het behouden van talent is een belangrijke uitdaging voor de regio. Uit de cijfers blijkt dat van de jongeren met een mbo-diploma vaak meer dan de helft in dezelfde gemeente blijft wonen als waar zij opgroeiden. Groningse hbo-afgestudeerden trekken echter bovengemiddeld vaak weg uit de gemeente waar zij opgroeiden. Hiermee verliest de regio dus meer menselijk kapitaal dan andere gemeentes in Nederland. Na het behalen van een universitair diploma komt minder dan 20% van de jongeren terug. De aanwezigheid van de stad Groningen is hierbij een kans. Zonder de stad zouden de cijfers een ongunstiger beeld laten zien. Hierin is de regio vergelijkbaar met veel andere provincies, zoals Utrecht, Friesland en Overijssel. Wanneer talent na de studie in de regio blijft wonen, neemt de kans toe dat zij in de regio blijven. Stages bij bedrijven in de regio kunnen hier volgens verschillende studies een rol bij spelen. Ook een aantrekkelijke omgeving om te wonen speelt een rol. Openstaande vacatures naar beroepsrichting en -niveau
Groningen en Noord-Drenthe, 2e kwartaal 2024 Bron: UWV/Arbeidsmarktregio Groningen (2024)
Analyses van de arbeidsmarktregio (2024) laten zien dat het aantal werkenden de afgelopen tien jaar is toegenomen. In tien jaar tijd is de arbeidsparticipatie in de regio van 65,5% naar een recordhoogte van 70,9% gestegen. Het aandeel werkenden behoort tot de hoogste in Europa. De stijgende participatie op de arbeidsmarkt is echter onvoldoende om de vraag naar personeel bij te houden. Arbeidsmarktcijfers laten zien dat in de zorg, onderwijs, ICT en techniek, de krapte op de arbeidsmarkt een groeiend probleem is dat naar verwachting komende jaren aanhoudt en nadrukkelijke aandacht vraagt. De zorgsector heeft zelfs te maken met een dubbel effect van de vergrijzing: een ouder wordende bevolking doet een groter beroep op de zorg, terwijl ook het personeel in de zorgsector zelf ouder wordt.
15
Banen naar beroepsniveau per regio (2022)
Bron: Atlas Research (2024), CBS
Unieke positie van de regio De brede welvaart van de regio staat onder druk en de economie in de regio staat voor grote uitdagingen. Toch laten de verschillende onderzoeken ook duidelijk zien dat er grote kansen bestaan en dat de regio unieke kenmerken heeft waarin deze zich onderscheidt van andere regio's met vergelijkbare uitdagingen. Sectoren zoals de industrie, de chemie en ook het MKB staan in andere regio’s in Nederland voor hetzelfde type uitdagingen. Onze regio onderscheidt zich echter in de kansen die er zijn. De combinatie van de ruimtelijke kwaliteiten van de regio, de landschappen, de natuur en de ruimte om te ondernemen, in combinatie met de omvang van en het hoge voorzieningenniveau van de stad Groningen geeft de regio een unieke positie. Ander belangrijk kenmerk waarin de regio zich onderscheidt is het sterke kenniscluster, met onder andere kennis in belangrijke sleuteltechnologieen op het gebied van biomoleculaire celtechnologie, procestechnologie en energiematerialen die voor toekomstige economische ontwikkelingen kansen bieden. Het sterke Universitair Medisch Centrum en het bruisende ondernemerschap van de digitale en healthsector rond de stad Groningen versterken het kennisprofiel verder.
De combinatie van stedelijk en landelijk, met Noord-Drenthe met haar unieke natuur- en recreatievoorzieningen nog binnen het daily urban system van de stad maken dat de regio verschilt van andere regio's. Als het de regio lukt de kennis uit de stad Groningen veel sterker bij het MKB en de belangrijke sectoren buiten de stad te laten landen, kan dit de structuur van de economie verder versterken.
16
TOEKOMSTBEELD GRONINGEN EN NOORDDRENTHE IN 2056
Voor de Economische Agenda staat de lange termijn centraal. Het doel is een economie in dienst van brede welvaart. Dat zou er zo uit kunnen zien: Groningers en Noord- Drenten ervaren in 2056 een brede welvaart die landelijk bovengemiddeld is. De zuivere lucht, een gezonde bodem, voldoende zoet water en prachtige klimaatadaptieve landschappen met zowel vergezichten als bosrijke gebieden, de mooie dorpen en goede voorzieningen in meerdere regiocentra zorgden in de loop der decennia voor een prettige leefomgeving. Deze waarden staan bij de bevolking hoog in het vaandel. Niet alleen inwoners genieten hiervan, in toenemende mate komen er bezoekers naar onze provincie om te genieten van de ideale combinatie van rust en reuring. De regionale verhalen en beleving van de natuur en cultuur hebben, naast de bijzondere verblijfsaccommodaties, een belangrijke aantrekkingskracht op mensen 'van buiten'. De extra stroom aan bezoekers zorgt voor de extra inkomsten die nodig zijn om met name op het platteland de voorzieningen in stand te houden. Rondom het toerisme is veel nieuwe bedrijvigheid ontstaan. De regio is ook een belangrijke internationale hub geworden, met de stad Groningen als vlaggenschip met uitstraling over de gehele regio.
De goede gezondheidszorg in de regio, mede op basis van unieke datasets en onderscheidende procesoptimalisaties en technische innovaties, hebben gezorgd voor meer gezonde levensjaren van de inwoners. Stijging van het inkomen heeft ook positief bijgedragen aan de gezondheid. De regio loopt voorop als het gaat om de productie van gezond voedsel. De landbouw vormt een cruciale schakel in de voedselvoorziening van ons land en daarbuiten. De regio gebruikt steeds meer regionaal geproduceerd voedsel. De economie in 2056 is erg veranderd ten opzichte van dertig jaar geleden. Het MKB is nog steeds de ruggengraat van onze economie. Niet alleen door de vrijetijdseconomie, maar ook door het verlengen van onze productieketens van basisproducten naar halffabricaten en eindproducten, zijn er nieuwe bedrijven gekomen en is ook het verdienvermogen in de regio gestegen. Door de jaren heen is er steeds meer aandacht binnen bedrijven gekomen voor innovatie en duurzaamheid. De wisselwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven is daarmee in een opwaartse spiraal gekomen. Innovaties hebben belangrijke invloed gehad op de doorgroei naar (inter)nationaal toonaangevende ecosystemen op het gebied van energie, digitalisering en kunstmatige intelligentie, bio-based materialen, gezondheid en medische technologie en voeding.
Door de groei aan regionale innovaties die daaruit zijn ontstaan, is het geld dat verdiend is ook voor een belangrijk deel in de regio gebleven. Deze ontwikkeling heeft een aantrekkingskracht gehad op nieuwe grotere bedrijven die hun R&D in de buurt van kennisinstituten willen vestigen, als de vele start-ups die er ontstaan sneller en vaker doorgroeien naar scale-ups. De scheepsbouw in Groningen kent hoogtijdagen, ontstaan door onderlinge samenwerking, met name op het gebied van digitalisering en kunstmatige intelligentie, standaardisering en verduurzaming. De regio is koploper in duurzame energie. Een derde van alle wind op zee komt aan in de Eemshaven. Door beschikbaarheid van een brede energiemix hebben bedrijven steeds vaker gekozen voor de regio als vestigingslocatie. En op gebied van data- en AI-ondersteunde gezondheidszorg en medische technologie is de regio een Europese koploper. In 2056 zijn we gewend aan volledige werkgelegenheid. De regio trekt gekwalificeerde medewerkers van elders uit Nederland aan die voor werk (en een goed leven) naar de regio komen. Veel mensen werken in de zorg en de techniek. De regio onderscheidt zich door relatief veel mensen met een technische en ICT-achtergrond. Zij maken het verschil. De ontwikkeling van opleidingscentra en de structurele aandacht voor o.a. techniek, ook op jonge leeftijd, ligt hieraan 17
ten grondslag. We hebben de beste campussen van Nederland. Vanwege de schaarste op de arbeidsmarkt aan mensen met een praktisch technische achtergrond, is het gemiddelde salarisniveau in de regio gestegen. Het is nog steeds belangrijk om talenten bij alle werknemers verder te ontwikkelen en te koesteren, zodat zij in de regio blijven of komen wonen. Interessante culturele voorzieningen, boeiende natuur en een goede sportinfrastructuur, in combinatie met betaalbaar wonen, hebben daarvoor gezorgd. Groningers en Noord-Drenten zijn zelfbewuster geworden en zijn trots op hun regio en herkennen ook de waardering van anderen voor de regio.
18
DOELEN
Op basis van meerdere onafhankelijke onderzoeken2, gesprekken met experts, bevlogen besprekingen in volksvertegenwoordigingen en het toekomstbeeld zijn vijf doelstellingen voor de Economische Agenda geformuleerd. Deze doelen zijn vervolgens besproken met veel partijen en er zijn online en schriftelijke reacties op gekomen3. De Economische Agenda heeft vijf doelen: 1. 2. 3. 4. 5.
Het stimuleren van een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap Meer talent ontwikkelen, dit talent beter benutten en aan de regio binden Meer kennis uit de regio verzilveren Versterken van ons regionale economische zelfbewustzijn en ons imago
1. Het stimuleren van een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Een dynamische en internationaal georienteerde economie in een regio waar wij onze omgeving koesteren, met alle landschappelijke en historische waarden en verhalen die daarbij horen. Het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit is daarom een van de subdoelen van deze agenda. Op drie manieren is dit van belang. Ten eerste voor het behouden en versterken van de kwaliteit die er al is. Klimaatadaptatie is een kans om deze kwaliteit te versterken. Ten tweede voor toevoegen van ruimtelijke kwaliteit met nieuwe economische initiatieven, bijvoorbeeld door een afgewogen ruimtelijk ontwerp of het toevoegen van recreatieve waarden en voorzieningen. Ten derde door met zorgvuldige inpassing van nieuwe, economische initiatieven negatieve impact op de ruimtelijke kwaliteit te beperken. Een verhoging van de brede welvaart vraagt om sturing op bodem-, lucht- en waterkwaliteit. Economische activiteiten moeten hier aantoonbaar geen afbreuk aan doen om toekomstbestendig te zijn. Circulariteit binnen onze economische processen draagt bij aan de economische toekomstbestendigheid.
Hieronder valt onder andere het verminderen van grondstoffengebruik (in productiefase), het verlengen van de levensduur, hoogwaardige verwerking van grondstoffen en substitutie door het vervangen van niet-circulaire grondstoffen door circulaire grondstoffen. En: het vergroten van het aantal circulaire bedrijven in de regio en meer circulaire en lokale voedselketens. Het economisch beleid moet op lange termijn maatschappelijke meerwaarde hebben. Alleen op die manier kan de Agenda ook bijdragen aan een antwoord op de grote uitdagingen waar de regio, en het hele land, de komende decennia voor staan. Subdoelen en resultaten a. Hoge(re) ruimtelijke kwaliteit* b. Gezonde(re) leefomgeving: luchtkwaliteit, waterkwaliteit, bodemkwaliteit. c. Het bevorderen van de circulariteit van economische processen. *Draagt ook bij aan doel 3 doordat het de aantrekkelijkheid van het leefklimaat voor jong talent vergroot.
2 3
Zie bijgevoegd de onderzoeken van RaboResearch, Atlas van Gemeenten en Bureau Louter In bijgevoegde reactienota leest u meer over de reacties en wat ermee gedaan is.
19
Waarom is dit belangrijk? Het verhogen van de brede welvaart is het overkoepelende doel van de Economische en Sociale Agenda. Dat kan alleen worden behaald als de activiteiten in de Economische Agenda bijdragen aan een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Het economisch beleid moet op lange termijn maatschappelijke meerwaarde hebben. Alleen op die manier kan de agenda ook bijdragen aan een antwoord op de grote uitdagingen waar de regio, en het hele land, de komende decennia voor staan: klimaatadaptatie, voedselzekerheid, energievoorziening, wonen, gezondheid en leefbaarheid. 2. Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap Het verdienvermogen van de regio staat onder druk. Investeringen blijven achter en bedrijven wijken uit naar andere regio’s. Een aantal kapitaalintensieve sectoren met veel verdienvermogen is in onze regio vooral vertegenwoordigd door dochterondernemingen en heeft onvoldoende binding met regionale ketens waardoor de baten elders landen. En er is een dalende trend zichtbaar in het aantal nieuwe ondernemingen in Groningen en Noord-Drenthe. Deze trends moeten worden omgebogen. De regio heeft meer ondernemerszin nodig, meer regionale ketens, een internationalere orientatie en toekomstbestendige bedrijfslocaties. Subdoelen en resultaten 1. Toename aantal startende (MKB-)bedrijven. 2.
Meer groeiende (MKB-)bedrijven. 3. Verbeterde beschikbaarheid van (durf-)kapitaal voor het MKB. 4. Toenemende export (meer exporterende bedrijven en een hoger exportaandeel in de omzet) door (MKB-)bedrijven uit de regio. 5. Toename ondernemerschap in alle levensfases en op alle opleidingsniveaus. 6. Aantrekken van meer (private) investeringen van buiten de regio. 7. Groeiende aantrekkelijkheid als vestigingsregio, zowel materieel (kwaliteit/ voorzieningenniveau) als immaterieel (zoals op gebied van (verminderde) regeldruk, financiele mogelijkheden en vergunningen). Waarom is dit belangrijk? Ondernemers en bedrijven spelen een cruciale rol in de economie: ze bieden de banen van de toekomst, zorgen voor innovatie en dragen bij aan het verdienvermogen. Een toenemend aantal ondernemingen in de regio staat echter voor grote uitdagingen. De arbeidsproductiviteit moet omhoog in een krappere arbeidsmarkt, investeringen blijven achter en bedrijven wijken voor hun investeringen soms uit naar andere regio’s. Daarbij is een dalende trend zichtbaar in het aantal nieuwe ondernemingen. De ruimte in Nederland en binnen onze regio wordt steeds schaarser. Daarom moeten we zuinig met onze ruimte omgaan. Fysieke ruimte is een uniqueselling-point van de regio. 3.
Meer talent ontwikkelen, dit talent beter benutten en aan de regio binden De beroepsbevolking in onze regio gaat de komende jaren met meer dan 35.000 personen krimpen. Dit betekent een enorme uitdaging voor bedrijven in onze regio. Er is een grote trek van ommeland naar stad en van stad naar het Westen, maar onvoldoende in omgekeerde richting. Om meer talent te behouden, is het belangrijk dat de regio aantrekkelijk genoeg blijft voor talent om hier te blijven of zich hier juist te vestigen. Aspecten van het vestigingsklimaat die vaak worden genoemd om werknemers te binden aan onze regio zijn: een diverse werkgelegenheid, de mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding, beschikbaarheid van woningen, het culturele aanbod en een aantrekkelijk landelijk gebied. Subdoelen en resultaten 1. Talent ontwikkelen en doorontwikkelen. 2. Talentbehoud: meer talent blijft in de regio wonen. 20
3. Meer talent van buiten vestigt zich in de regio. 4. Betere benutting van talent binnen de regio (in kwantiteit en kwaliteit). 5. Stijging gemiddeld inkomensniveau en in het bijzonder stijging van lagere inkomens. Waarom is dit belangrijk? Inkomens van inwoners in delen van de regio blijven achter. Te veel talent wordt niet benut. Ook uit de onderzoeken en analyses van de arbeidsmarktregio komt naar voren dat talentbehoud de belangrijkste uitdaging is. Ten opzichte van andere regio’s hebben we een stad die met haar culturele aanbod, onderwijs- en kennisvoorzieningen, winkelaanbod en R&D-kracht en ondernemerschap veel meer te bieden heeft dan vergelijkbare steden. Met een regio die naast ruimte voor ondernemerschap en wonen, veel meer rust en ruimte biedt om op te laden dan vergelijkbare regio’s. Deze unieke combinatie is een kans die we nog veel beter moeten benutten om dit doel te bereiken. Het maakt de regio aantrekkelijk voor het praktisch en het theoretisch geschoolde talent dat we hebben en voor mensen van elders (zowel nationaal als internationaal). We hebben iedereen nodig en daarom is het belangrijk dat we een wendbare en weerbare beroepsbevolking realiseren. 4. Meer kennis uit de regio verzilveren De aanwezigheid van onderscheidende kennisinstituten in de regio is een kans.
We kunnen meer economisch voordeel behalen, waarde toevoegen aan bestaande verdienmodellen en nieuwe modellen ontwikkelen. De aanwezige kennis wordt nu te weinig omgezet in nieuwe bedrijvigheid en vindt onvoldoende zijn weg naar het regionale bedrijfsleven om toe te passen. De uitdaging is om de kennisinstituten daarvoor beter te benutten. Op deze manier stimuleren we ook kennisintensieve bedrijvigheid die kan bijdragen aan de nationale ambitie om in 2030 3% van het BBP aan R&D te besteden. Daarnaast kunnen bedrijven meer profiteren van elkaars nabijheid (agglomeratievoordelen), waarbij ze gebruik kunnen maken van elkaars kennis, van toeleveranciers, alsook van werknemers. Dat vraagt investeringen in een betere organisatie van voorgaande. Daarvoor zetten we in op het tot stand brengen en doorontwikkelen van ecosystemen waaruit economische ontwikkeling, innovatie en regionaal verdienvermogen kunnen ontstaan. Campussen kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Zodat de regio – door middel van samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven – kan werken aan internationale ambities waar we trots op kunnen zijn. Een regio waarin we beter gebruikmaken van alle kennis die we in huis hebben, innovatiever en productiever zijn, kennisinstellingen meer naar buiten treden en bedrijven meer initiatief tonen om kennis in de regio te gebruiken. Subdoelen en resultaten 1.
Meer kennis naar de markt en maatschappij brengen: valorisatie. 2. Meer innoverende bedrijven en meer innovatie binnen bedrijven. 3. Versterken van het kennis- en innovatie-ecosysteem (van praktijkonderwijs tot en met WO, inclusief campusontwikkeling). 4. Meer private investeringen in R&D. 5. Toename arbeidsproductiviteit als gevolg van procesinnovatie, productinnovatie en organisatorische innovatie. Waarom is dit belangrijk? Ook in Groningen doen zich kansen voor in opkomende economische sectoren. Nieuwe technieken zorgen ervoor dat nieuwe bedrijven worden gestart, en bedrijven een nieuwe ontwikkelcyclus ingaan. Denk aan digitalisering, kunstmatige intelligentie (AI), vergroening van de chemie, medische technologie, nieuwe verdienmodellen in de landbouw en de circulaire economie. Een groot deel van onze werkgelegenheid bevindt zich in laagproductieve sectoren. Inkomens in grote delen van onze regio zijn laag. Investeringen in de industrie staan onder druk, 21
mede door hogere energiekosten en veranderende internationale concurrentieverhoudingen, en een deel van de sector bevindt zich aan het einde van haar ontwikkelcyclus. De aanwezigheid van onze kennisinstituten is een kans om economisch voordeel te behalen en waarde toe te voegen aan bestaande verdienmodellen. De aanwezige kennis zorgt voor te weinig nieuwe bedrijvigheid en vindt onvoldoende zijn weg naar het regionale bedrijfsleven. De uitdaging is om de kennisinstituten beter te benutten. 5. Versterken van ons regionaal zelfbewustzijn en ons imago Het imago van onze regio bij de rest van Nederland kan veel beter. Inwoners van onze regio onderschatten bovendien hoe anderen over de regio denken. Deze bescheidenheid speelt de regio ook in economische zin parten: we dragen onvoldoende uit wat voor moois we hier hebben en we hebben onvoldoende geloof in al het moois dat we hier kunnen bereiken. Ook in de Sociale Agenda is het versterken van ons zelfbewustzijn een onderdeel. Daarom trekken we ook bij dit doel samen op. Subdoelen en resultaten 1. Trots van eigen inwoners op de regio behouden. 2. Imago van de regio onder niet-Groningers versterken. 3. Positiever zelfbewustzijn: inwoners zijn zich er meer van bewust dat mensen van buiten de regio onze regio waarderen. 4. Versterken van het imago van Groningen bij bedrijven binnen en buiten de regio.
Waarom is dit belangrijk? Samenwerking is een van de hoofdonderwerpen van deze Economische Agenda. Voor de samenwerking binnen de regio en buiten de regio helpt het als heel duidelijk is waar de regio voor staat, wat de sterke punten zijn. Ook voor onze arbeidsmarkt is zelfbewustzijn van belang. Weten waar je goed in bent en waarin je ontwikkelstappen kunt zetten, blijven investeren in jezelf, erop vertrouwen dat je een bijdrage kunt leveren en gewaardeerd worden om die bijdrage. Zaken die niet overal vanzelfsprekend zijn en dat wel moeten worden. Interesse van investeerders, nieuwe en bestaande bedrijven is voor Groningen en NoordDrenthe van belang om te kunnen blijven innoveren. Die interesse ontstaat niet vanzelf: kansen en mogelijkheden moeten actief onder de aandacht worden gebracht. Ook de schoonheid van de diverse landschappen, de verhalen en de historische en moderne parels in onze regio zijn niet altijd een vanzelfsprekendheid voor inwoners binnen en buiten de regio. De aantrekkingskracht en het zelfbewustzijn worden vergroot door ook hier actief de kansen en mogelijkheden onder de aandacht te brengen.
22
VOORWAARDEN EN INHOUDELIJKE INZET
Om de doelen te behalen stellen we een vijftal voorwaarden aan investeringen vanuit de drie miljard euro van de Economische Agenda. We kiezen daarmee scherp voor regionaal verdienvermogen en samenwerking die ten goede komt aan de gezondheid, duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en internationale positionering van de regio. Deze voorwaarden passen we toe op een aantal generieke opgaven en op thematische sterkten en kansen. Op die manier wordt duidelijk waar de Economische Agenda wel en niet op inzet. Dit hoofdstuk beschrijft de: (1) Voorwaarden die gelden voor investeringen. (2) Generieke inzet op onderwijs & arbeidsmarkt, ruimte voor bedrijvigheid, digitalisering en positionering. (3) Thematische inzet op duurzame energie, gezondheid, landbouw, industrie en vrijetijdseconomie.
23
Voorwaarden Om de doelen te bereiken investeert de Economische Agenda: In economische projecten, initiatieven en programma’s die de gezondheid, duurzaamheid en de ruimtelijke kwaliteit bevorderen; Met een looptijd van dertig jaar en een opdracht gericht op brede welvaart, en met het oog op de grote maatschappelijke opgaven waar Nederland de komende generatie voor staat, is het noodzakelijk dat de met de Economische Agenda gerealiseerde groei significant heeft bijgedragen aan onze gezondheid, de duurzaamheid van onze economie en de ruimtelijke kwaliteit van onze regio. Voor deze lange termijn is het in ieder geval noodzakelijk een klimaatrobuust landschap te realiseren en dat ruimtelijke keuzes daaraan bijdragen. Het eerste doel van de Agenda (Een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving) operationaliseren we door deze voorwaarde voor alle investeringen te stellen. In samenwerkingen, projecten, initiatieven en programma’s die ervoor zorgen dat het geld hier verdiend wordt; Groningen en Noord-Drenthe hebben op een aantal terreinen een economie van, vaak zeer kapitaalintensieve, basisproductie door ondernemingen met een hoofdkantoor buiten de regio. Ook blijft het verdienvermogen en daarmee de inkomens van werknemers achter. De Economische Agenda zet zich in om meer duurzaam verdienvermogen in de regio te laten landen.
Door in te zetten op goed en inclusief werkgeverschap, zodat inkomens stabieler en hoger worden. En door - naast productiebedrijven - in te zetten op de vestiging van hoofdkantoren, het uitbreiden van regionale ketens en op nieuwe en blijvende bedrijvigheid die vanuit de regio ontstaat. Alleen in samenwerkingen met regionale partijen; Traditionele korte termijn-, geïsoleerde, reactieve, single stakeholder-benaderingen zijn niet langer toereikend voor onze opgaven en ambities. Alleen samen komen we verder. Bovendien is het nodig dat regionale partijen meeprofiteren van de investeringen uit de Economische Agenda. Voorwaarde voor investeringen is dan ook dat er in samenwerkingen altijd regionale partijen deelnemen. In initiatieven, projecten en programma’s die ervoor zorgen dat kennis aan bedrijfsleven wordt gekoppeld en andersom; Kennis die in de regio aanwezig is, moet beter de weg naar de markt vinden om nieuwe economie hier te ontwikkelen op basis van onze regionale kracht. We investeren in de (ontwikkeling van) ecosystemen, campussen en spin-offs vanuit de kennisinstellingen. Daarnaast moet de markt adaptiever worden voor de kennis die hier aanwezig is. Bijvoorbeeld door meer R&D-afdelingen van bedrijven hier te vestigen. In de internationale positionering van de regio. De internationale positionering van de regio moet beter.
Uit de regionale imagomonitor blijkt dat onvoldoende bekend is wat de regio te bieden heeft en waar deze economisch voor staat. De Economische Agenda investeert in het vergroten van de bekendheid van onze regio. De investeringen in ambitieuze projecten en de resultaten die dat oplevert, bieden de inhoud om over te communiceren. De stad Groningen kan hierbij als regionale etalage en internationaal vlaggenschip een veel belangrijkere rol spelen.
24
Extra aandacht voor Noord-, Midden- en Oost-Groningen Uit de analyse blijkt dat de regionale economie duidelijk twee gezichten heeft, waarbij in Noord-, Midden- en Oost-Groningen sprake is van een economische structuur die veel meer op zichzelf is gericht en meer uitdagingen kent. Omdat uniforme inzet in de regio onvoldoende effect heeft in dit gebied, is er speciale aandacht voor Noord-, Midden- en Oost-Groningen. Uit Atlas Research (2023, p. 8): “De drievoudige uitdaging voor Midden- en Oost-Groningen en Eemsdelta De economische ontwikkeling in Midden- en Oost-Groningen en Eemsdelta blijft achter op de ontwikkeling in Groningen Stad en de rest van het land. Ook is sprake van een krimpende beroepsbevolking die meer en meer bestaat uit middelbaar opgeleiden en mensen zonder startkwalificatie. Daarnaast kampen deze gemeenten met een ongunstige woonaantrekkelijkheid en liggen ze op relatief grote afstand van de stad, waardoor het onwaarschijnlijk is dat deze gebieden als overloopgebieden voor de stad zullen kunnen fungeren. Dit geldt in het bijzonder voor Oost-Groningen, dat op basis van pendelstromen al sterk intern gericht is.
Tot slot kampt de regio met een flink aantal sociale uitdagingen: de sociaaleconomische status van de inwoners hoort bij de laagste van het land en ontwikkelde zich relatief ongunstig; er zijn veel uitkeringen en lage inkomens en er wonen veel laaggeletterden. Dit zorgt ervoor dat deze regio voor een zeer complexe opgave staat. Midden- en Oost-Groningen en Eemsdelta zijn voor hun economische ontwikkeling dan ook meer op ‘eigen kracht’ aangewezen, maar de uitgangspunten hiervoor zijn niet onverdeeld gunstig. Investeringen in het woonklimaat (zoals een verbetering van het voorzieningenniveau en de veiligheid) en human capital (bij- en omscholing richting werk in sectoren waar het relatief goed mee gaat) en een economisch beleid dat gericht is op het stimuleren van specifieke sterktes en kansen (industrie, farmaceutische grondstoffen, recycling) zouden in combinatie met recreatie en toerisme een mogelijke basis kunnen vormen voor de economische ontwikkeling van deze regio.”
Randvoorwaarden Zoals in de inleiding beschreven zijn er thema’s waar de Economische Agenda niet in investeert, maar die wel van groot belang zijn voor het behalen van de doelen. Brede Welvaart gaat over meer dan investeren in de economische en sociale structuur via een Economische en een Sociale Agenda. Om de doelstellingen van de Economische en Sociale Agenda te halen is het noodzakelijk dat de regio voldoende aantrekkelijke woonmilieus kent, uitstekend bereikbaar is van buiten de regio met onder andere een Lelylijn en Nedersaksenlijn en goed en betrouwbaar openbaar vervoer binnen de regio heeft. Van economie weten we immers dat deze vaak volgt op infrastructuur. Dit geldt net zozeer voor de beschikbaarheid van stroom en zoet water en de veiligheid van onze kust. Ook veiligheid en de aanpak van ondermijning vallen hieronder. Deze onderwerpen zijn randvoorwaardelijk voor het behalen van onze doelen. De Economische Agenda laat de verantwoordelijkheid voor deze onderwerpen waar hij ligt en hoort: bij de rijksen regionale overheden. Zij staan aan de lat voor het scheppen van deze randvoorwaarden, anders kan de Economische Agenda de zogenoemde ‘plus’ niet realiseren.