CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

10-02-02 Bijlage 1 Concept Economische Agenda

Gemeenteraad 31 maart 2025, gemeente VeendamBij agendapunt: Weekpost 1022.428 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het project-genererend vermogen en de executiekracht van de regio moet een impuls krijgen, zodat de beschikbare middelen ten goede komen aan de regio. De kwartiermaker heeft onafhankelijk advies gevraagd over de uitvoering van de Economische Agenda. Dit advies is integraal bijgevoegd. Voor het opstellen van dit advies is gesproken met alle betrokken overheidsbestuurders en met stakeholders vanuit ondernemers en kennisinstellingen. Ook zijn op Rijksniveau bestuurlijk en topambtelijk gesprekken gevoerd. Hieronder beschrijven we op hoofdlijnen de uitvoeringsstructuur van de Economische Agenda op basis van dit onafhankelijke advies en schetsen we het vervolgproces. De komende periode werken we het advies uit met alle betrokkenen en hebben daarbij speciale aandacht voor de rollen van de provincies en het Rijk. Het staat voorop dat we in de uitwerking en besluitvorming recht doen aan de rol van volksvertegenwoordigingen in besluitvorming over regionale samenwerking conform de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR).

Uitvoeringsstructuur De Economische Agenda wordt uitgevoerd met betrokkenheid van alle overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven. De hoofdstructuur voor aansturing en uitvoering van de Economische Agenda moet vier essentiele taken vervullen: 1. Het fungeren als bankrekening waar het Rijk de middelen naar kan overdragen; 2. Het vaststellen van de lange termijn Economische Agenda en het vertalen daarvan in een concreet uitvoeringsplan; 3. Het toekennen van financiele middelen aan programma’s en projecten; 4. Het afleggen van verantwoording over de uitgave van publieke middelen in relatie tot de gestelde doelen. De Economische Agenda gaan we uitvoeren via een getrapte structuur van een Openbaar Lichaam (GR) met daarnaast een Stichting. Deze structuur toont gelijkenissen met hoe overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven in de metropoolregio Eindhoven samenwerken onder de noemer ‘Brainport’.

49

Openbaar Lichaam In het Openbaar Lichaam zijn alle regionale overheden vertegenwoordigd door kroonbenoemde burgemeesters, dijkgraven en de commissaris van de Koning van de provincie Groningen. De politiek-inhoudelijke expertise wordt in commissies georganiseerd. Vanuit het Openbaar Lichaam wordt verantwoording afgelegd over de besteding van middelen aan volksvertegenwoordigingen. Het Openbaar Lichaam gaat over wat we willen bereiken en onder welke voorwaarden we daaraan werken. Oftewel: de langjarige doelen, inhoudelijke kaders op hoofdlijnen en daarmee het vaststellen van de Economische Agenda en het bijbehorende afwegingskader op hoofdlijnen. Ook de uitvoeringsplannen worden vastgesteld door het Openbaar Lichaam maar deze laat het opstellen daarvan aan de triple helix georganiseerd in een Stichting. Om te zorgen dat portefeuillehouders inhoudelijk betrokken zijn wordt een politiek-bestuurlijke commissie ingesteld. Het Openbaar Lichaam wint bij het vaststellen van alle onderdelen advies in bij deze commissie. Stichting Het Openbaar Lichaam gaat over de inhoudelijke kaders. Dan blijft de vraag wie er beslist over het ‘hoe’, inclusief de toekenning van middelen aan specifieke programma’s en projecten.

Om de gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen gestalte te geven, wordt deze besluitvorming belegd bij de triple helix (zijnde overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen) in de vorm van een Stichting. Rabo Research (2022) over onze regio “Een grote opgave is om letterlijk nieuwe energie in de organisatie van het bedrijfsleven te brengen. Bedrijven mogen meer het voortouw nemen bij de strategievorming van de regio. Door als groep bedrijven de krachten te bundelen en als één entiteit naar voren te treden, doe je ertoe en zit je bij belangrijke partijen aan tafel. Verenigd kun je immers beter uitdragen waar je als groep behoefte aan hebt. Overheid en onderwijs zullen op die manier meer naar bedrijven toe bewegen. Dit is nodig, aangezien overheid en onderwijs op dit moment zeer bepalend zijn voor de beleidsvorming en -richting. (..) Zodra er een evenwichtige triple helix ontstaat, kunnen de verschillende partijen werken aan een gezamenlijke visie en vervolgens een gezamenlijke agenda.” (pagina 3) Deze Stichting staat aan de lat voor het - binnen de door het openbaar lichaam vastgestelde kader - opstellen van uitvoeringsplannen, opstellen van een gedetailleerd afwegingskader en het op basis daarvan beslissen over de toekenning van middelen.

Om stabiliteit te borgen zal het uitvoeringsplan een looptijd van zes jaar hebben, passend bij het langjarige karakter van de ondersteuning van projecten en programma’s. Er ontstaat dan een getrapte structuur. Op die manier vindt uitvoering plaats binnen duidelijke politiek-bestuurlijk kaders, maar is deze zelf niet politiek. Het bestuur van de stichting zal technocratisch, op basis van expertise en gezag, zijn. Dat betekent dat leden er niet zitten als vertegenwoordiger of functionaris van een van de overheden, kennisinstellingen of bedrijven, maar op basis van expertise, profiel en gezag. Zo keuren zij niet hun eigen vlees. Voordracht van bestuurders gebeurt wel vanuit de verschillende geledingen. De Stichting heeft ook een belangrijke rol in het ontwikkelen van projecten, programma’s en initiatieven waar ‘witte vlekken’ zitten. Het is daarvoor cruciaal dat er nauwe verbinding is met zowel de beste ambtenaren van de overheden als de beste medewerkers van bedrijfsleven en kennisinstellingen. Zo wordt op een plek de samenwerking op de thema's van de Economische Agenda georganiseerd en de ontwikkel- en executiekracht van de regio verhoogd.

50

Verhouding Openbaar Lichaam en Stichting De relatie tussen het Openbaar Lichaam en de Stichting wordt geregeld in de statuten van de Stichting en via de financierings- en verantwoordingsrelatie. In de statuten wordt opgenomen dat het stichtingsbestuur in al haar handelen binnen de politiek gestelde kaders (de Economische Agenda, het afwegingskader op hoofdlijnen en het uitvoeringsplan) dient te blijven. De Stichting legt verantwoording af aan het Openbaar Lichaam over de besteding van de middelen. Deze structuur moet ook worden ondersteund. Het Openbaar Lichaam heeft een secretarisdirecteur met een achtergrond bij de overheid. Die is verantwoordelijk voor topambtelijke afstemming met de besturen en voor het goed laten functioneren van de governance. De stichting heeft een directeur met een achtergrond in het bedrijfsleven of bij een kennisinstelling en een stevige en deskundige staf. Deze staf bestaat uit medewerkers vanuit de verschillende betrokken organisaties om uitvoeringsplannen op te stellen en besluitvorming in het bestuur voor te bereiden. Vervolg Het is duidelijk dat het opzetten van deze uitvoeringsstructuur niet over een nacht ijs gaat. We leggen nu de basis die nodig is om de start van de uitvoering mogelijk te maken. En de basis die ruimte biedt om in de toekomst aanvullingen te doen wanneer daar inhoudelijk aanleiding toe is.

De vorm is immers het middel om de inhoud mogelijk te maken. Doel is dat in 2026 deze structuur in de basis operationeel is. Aandachtspunten Voor de uitwerking van deze hoofdstructuur is het nodig aandacht te hebben voor: • De positie van de provincie Groningen en hoe deze zodanig te verankeren dat deze recht doet aan de provinciale taak op het gebied van regionale economie; • De positie van het Rijk en hoe deze te verankeren op een wijze die recht doet aan de in de wet geformuleerde inspanningsverplichting en verantwoording richting de Tweede Kamer; • De wijze waarop volksvertegenwoordigers naast hun formele rol conform de WGR directer betrokken kunnen worden in bijvoorbeeld een adviescommissie van het Openbaar Lichaam. Onzes inziens vraagt verlengd lokaal bestuur ook een vorm van verlengde democratische controle; • De wijze waarop jongeren en vertegenwoordigers van bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in een adviescommissie van het Openbaar Lichaam worden georganiseerd; • De mogelijkheden om naast de triple helix maatschappelijke organisaties en jongeren een formele positie te geven in advisering aan de GR of Stichting. Er mogen niet meerdere structuren los van elkaar op (ongeveer) hetzelfde sturen.

De afgelopen jaren is al veel geïnvesteerd in economische ontwikkeling, onder andere met de Economic Board, Nationaal Programma Groningen, de NOM, SNN, het Akkoord van Groningen en Werken aan Ontwikkeling. Komende periode gaan we verduidelijken hoe deze partijen zich verhouden tot de uitvoeringsstructuur. De uitvoering van het Masterplan Campussen wordt in ieder geval onderdeel van de Economische Agenda. We verkennen hoe ook het Nationaal Programma Groningen in de voorgestelde structuur kan worden ondergebracht. Betrokkenheid jongeren De grootste uitdagers van de economie zoals we die nu kennen zijn hun bedrijf nog niet gestart, zitten misschien nog op de basisschool of zijn nog niet geboren. Voor de werkenden van de toekomst geldt hetzelfde. Nu we bouwen aan een economische agenda voor de komende dertig jaar is het vanzelfsprekend jongeren te betrekken. Dat doen we op verschillende manieren: door 51

het verwerken van inhoudelijk input en door de inhoud van de agenda te richten op deze belangrijke groep inwoners, door de ondersteuning van ondernemerschapsvaardigheden, door het faciliteren van initiatieven van jong ondernemerschap. Al deze onderwerpen krijgen een duidelijke plek in het opstellen van de uitvoeringsplannen en daar zal ook substantieel budget voor komen. Maar, betrekken alleen is niet genoeg. Met een agenda voor dertig jaar en een uitvoeringsstructuur die mogelijk langer functioneert is het van belang jongeren echt positie te geven. Wat de Economische Agenda betreft gaat dat verder dan meepraten en meedenken. Het betrekken van jongeren vraag het structureel borgen van hun stem in besluitvorming op de momenten die ertoe doen. Om goede inbreng te hebben op zaken als uitvoeringsprogramma’s van de stichting moeten jongeren een stem hebben. We stellen daarom voor om jongeren een formele positie te geven binnen de uitvoeringsstructuur, bijvoorbeeld in een adviescommissie van het Openbaar Lichaam en hun betrokkenheid te vereisen in het opstellen van uitvoeringsplannen door de Stichting. Daarnaast stellen we voor om voor minimaal twee van de bestuursleden van de Stichting personen onder de 35 te benoemen.

Financierings- en adviesinstrumenten en regeldruk Uitvoering van de Economische Agenda vraagt passende financieringsinstrumenten en een inzet om de regeldruk voor alle betrokken partijen te verlagen. Financieringsinstrumenten Uitgangspunt van de Agenda is dat inzet van geld moet passen bij het doel dat een specifiek initiatief, project of programma wil bereiken t.b.v. de Economische Agenda (Brede Welvaart). De Economische Agenda zal zowel bestaande instrumenten inzetten als nieuwe instrumenten, speciaal bedacht en ingericht voor de Economische Agenda. De beschikbare middelen zullen voornamelijk in een financieringsmix worden ingezet, waarbij niet enkelvoudige subsidies maar gezamenlijk investeren, deelnemen en ondernemen de voorkeur hebben. Sommige ondernemers weten de weg naar subsidies goed te vinden terwijl andere, vaak lokaal MKB, hier in mindere mate toe in staat zijn. De Economische Agenda kan beschikken over instrumenten om te investeren, subsidieren, adviseren, ondersteunen en (mede)ontwikkelen en wil een substantiele hefboom realiseren. Daarvoor gaan we samenwerken met regionale en nationale partijen die middelen en waardevolle expertise hebben. In de regio zijn dat bijvoorbeeld lopende programma's zoals Interreg en regionale investeringsfondsen zoals het NOM Fonds en het Groninger Groeifonds.

Nationaal zijn dat regelingen en fondsen van RVO en Invest NL en internationaal de Europese Investeringsbank (EIB). Ook met private partijen zoals pensioenfondsen zoeken we samenwerking. De Agenda zet geld, waar mogelijk, gezamenlijk in met dergelijke partijen. Nu al werken Rijk, Provincie, NOM en de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) samen aan strategische acquisitie van (internationale) bedrijven. Daartoe kan uit een daarvoor speciaal bestemd budget subsidie of risicokapitaal worden ingezet om partijen in specifieke keten- en clusterambities - die bijdragen aan economische structuurversterking - aan te trekken. Dit instrument kan bij gebleken succes ook binnen de instrumentenmix van de Agenda worden doorgezet. SER Noord, 2023 (p4): "Organiserend vermogen voor visie- en projectontwikkeling ontbreekt In Noord-Nederland wordt nog onvoldoende gebruikgemaakt van het aanwezige organiserend vermogen om voor de inhoudelijke thema’s waar verschillende partijen aan werken, in gezamenlijkheid een integrale visie en strategie te ontwikkelen, met een heldere stip op de horizon. 52

Er is te weinig onderscheidend vermogen binnen de gesignaleerde thema’s wat vervolgens geconcretiseerd kan worden om te komen tot een heldere, consistente aanpak. Dit doortrekkend zien we dat er te weinig organiserend vermogen en ontwikkelcapaciteit is voor industriële projecten in de regio. Met de volgende punten wordt dit tot uitdrukking gebracht: - Ontbreken van ontwikkelfaciliteiten (geld en menskracht) en geen duidelijke regie hierop. - Beperkte kennis en ervaring van initiatiefnemers met de pré-financieringsfase. Ondersteuning bij projectontwikkeling ontbreekt. - Het bestaande MKB kan in de innovatieve processen vaak maar moeilijk aanhaken. De ondersteuning die er is, spitst zich toe op de ‘usual suspects’ (vooral kennisinstellingen en grotere innovatieve bedrijven). - Beperkte ervaring bij gemeenten en provincies op Europees niveau voor het organiseren van projecten" Uiteindelijk is het doel een goed werkende financieringsketen te realiseren. Denkrichtingen daarbij: Revolverend fonds Bij een revolverend fonds wordt geld in een zodanige vorm beschikbaar gesteld dat het terugbetaald dient te worden en er rente over betaald wordt (door de aflossing komen de middelen terug in het fonds, door rente groeien deze). Of er staat mede-eigendom (aandelenpositie) in het bedrijf tegenover, die later kan worden verkocht voor een hogere opbrengst.

Het geld komt zo weer terug in het fonds en kan opnieuw en dus meerdere keren (revolverend) worden ingezet. We hebben er hierbij aandacht voor dat de investeringshorizon van een fonds past bij de regionale opgaven. De Economische Agenda wil in ieder geval positieve impact hebben via de financiering van start-ups in een heel vroege fase en voor scale-ups in de eerste financieringsronde via een fonds. Subsidie Naast financieren kan de Agenda ook subsidieren. Er zijn situaties waarbij het belang van het aanjagen of op gang brengen van een ontwikkeling zwaarder weegt dan de kans op financieel rendement. Marktfalen willen opheffen kan hier een voorbeeld van zijn. De Economische Agenda kijkt naar een slimme financieringsmix van risicokapitaal en subsidie (blended finance). Bij projecten zal cofinanciering worden gevraagd. In elke private of publiek-private samenwerking zal aandacht zijn voor (EU)-staatssteunkaders en stapeling. We verkennen de mogelijkheden voor regionale uitzondering op deze kaders. Advies- en kennisinstrumenten Uitvoering van de agenda vraagt naast financieringsinstrumenten goed toegankelijke advies- en kennisinstrumenten voor het MKB. Regionaal, nationaal en internationaal zijn er veel instrumenten en adviseurs. Het organiseren van het beter benutten daarvan is een belangrijke taak in de uitvoering van de Economische Agenda.

Initiatiefnemersmoeten in een zo vroeg mogelijk stadium kunnen rekenen op creatieve en deskundige sparringpartners. Voor ‘hun eigen’ (MKB) doelgroepen worden bestaande organisaties als NOM en Economic Board Groningen via extra Rijksmiddelen versterkt met ‘loopen organiserend vermogen’ voor de Agenda. Het ministerie van Economische Zaken heeft een cluster ingericht om in overleg met partners in de Agenda, bedrijfsleven, kennisinstellingen, etc. te ondersteunen bij projecten, zoals acquisitie, innovatie en opschaling van (bewezen) aanpak. Ook door het inbrengen van kennis vanuit en initieren van samenwerking met andere ministeries. Regeldruk Om de ontwikkel- en executiekracht van de regio te vergoten moet worden gekeken naar de regeldruk en doorlooptijden voor alle betrokken partijen. In het uitvoeren van de Economische 53

Agenda zetten we daarom breder in dan alleen nieuwe financieringsinstrumenten, efficiente beoordelingsprocessen en passende beslissingsbevoegdheid. Staatssteun De Economische Agenda voor Groningen en Noord-Drenthe dient ter ondersteuning van de sociaaleconomische ontwikkeling van de regio. Bij het met publieke middelen ondersteunen van ondernemingen - door middel van investeringen in deze regio door overheden - moet rekening worden gehouden met het (EU) staatssteunrecht. Het staatsteunkader biedt verschillende vrijstellingen om deze investeringen verenigbaar te maken met de interne markt. Bezien moet worden of deze vrijstellingen toereikend zijn of eventueel een melding nodig is bij de Europese Commissie over de rechtmatigheid van de investeringen. Dit gaan we in de volgende fase verkennen.

54

MONITORING: WANNEER IS DE AGENDA EEN SUCCES?

De Economische Agenda draagt samen met de Sociale Agenda bij aan het doel om binnen een generatie ten minste op het nationale gemiddelde te komen op relevante indicatoren van brede welvaart. Door generatielang te investeren biedt de Economische Agenda een kans voor duurzame economische structuurversterking. De Economische Agenda wil voortdurend leren: periodiek wordt bekeken of de gekozen strategie de beoogde economische resultaten oplevert en of er bijsturing nodig is. Voor deze monitoring zijn indicatoren en streefwaarden afgeleid. Indicatoren kunnen een doel concreet en meetbaar maken; waarbij de streefwaarden de gewenste resultaten op die indicatoren vastleggen. In lijn met de eerder gedeelde uitgangspunten is gekozen voor ambitieuze streefwaarden, die zijn afgeleid uit het bijgevoegde advies van Rebel. Rebel heeft op basis van de vijf doel- en subdoelstellingen van de Economische Agenda een voorstel gedaan voor mogelijke indicatoren en streefwaarden. Het is van belang te benoemen dat niet alle indicatoren op het eerste gezicht ‘economisch’ zijn. Omdat we de duurzaamheid, gezondheid en de ruimtelijke kwaliteit van groot belang vinden, operationaliseren we deze waarden ook in het monitoringsapparaat. Dat doen we in de vorm van signaalwaarden. Een aantal niet-economische indicatoren mogen niet onder een bepaalde waarde zakken als gevolg van investeringen.

Hieronder staan de voorlopige indicatoren per doel van de Economische Agenda in een overzicht weergegeven. De voorgestelde indicatoren bieden gezamenlijk een breed inzicht in de economische situatie van de regio en hoe deze zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Doel 1: Het stimuleren van een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Hoge(re) ruimtelijke kwaliteit Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

1a. Living Planet Index

1a. NPG monitor

1b. Tevredenheid met woonomgeving

1b. CBS

1a. Randvoorwaardelijk: Living Planet Index duikt niet onder 96,5. 1b. Randvoorwaardelijk: Delfzijl en omgeving op 80%, en daarmee niet meer in het laagste segment.

Gezonde(re) leefomgeving: luchtkwaliteit, waterkwaliteit, bodemkwaliteit Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

1c. Emissies van fijnstof naar lucht

1c. CBS

1c. Randvoorwaardelijk: emissieniveau regio GRND blijft ver onder dat van NL (bijna 50% lager).

1d. Kwaliteit van zwemwater binnenwateren

1d. CBS

1d. Randvoorwaardelijk: kwaliteit zwemwater regio GR-ND blijft boven dat van NL.

Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

c. Het bevorderen van de circulariteit van economische processen.

Doel: Het verdienvermogen van de regio verhogen en het bevorderen van ondernemerschap

55

Toename aantal startende (MKB-) bedrijven Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

2a. Gestarte vestigingen per 10.000 inwoners

2a. WSJG/KVK

2a. De regio halveert de achterstand op NL: bijv. 140 gestarte vestigingen per 10.000 inwoners.

Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

2b. Aantal vestigingen van snelgroeiende bedrijven (scale-ups) per 10.000 inwoners

2b. Regio-gemiddelde zit op het NL gemiddelde: 2b. WSJG/KVK 13 snelgroeiende vestigingen per 10.000 inwoners (nu op 11).

Meer groeiende (MKB-) bedrijven

Verbeterde beschikbaarheid van (durf-) kapitaal voor het MKB Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

2c. Aanbod kapitaal MKB (euro)

2c. SNN

2c. Nader uit te werken.

Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

2d. Export in euro per inwoner (goederen en diensten)

2d. CBS

2d. Nader uit te werken.

Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

2e. EE-score (Entrepreneurial Ecosystem Index)

2e. Universiteit Utrecht/Birch

2e. Meerdere ecosystemen, namelijk in Delfzijl en omgeving, Noord-Drenthe en Oost-Groningen worden versterkt (bijv. indexscore van 7-8 voor ieder ecosysteem)

Bron

Streefwaarde/ambitie

2f. Imago monitor

2f. Ambitiescore (ISI -10 tot 10): 7

Bron

Streefwaarde/ambitie

Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

3a. Stay rate (% 16-jarigen die op 28-jarige leeftijd nog of weer in dezelfde gemeente woont, uitgesplitst naar opleidingsniveau)

3a. 3a. Stay rate voor de hele regio op alle Talentmonitor opleidingsniveaus ten minste op NL-niveau: Groningen MBO 64%, HBO 53%, WO 33%

Toenemende export door (MKB-) bedrijven uit de regio

Toename ondernemerschap in alle levensfases en op alle opleidingsniveaus

Groeiende aantrekkelijkheid als vestigingsregio Indicatoren 2f. ISI-score: oordeel niet-Groningse bedrijven over aantrekkelijkheid van Groningen. Doel 3: Meer talent ontwikkelen, dit talent beter benutten en aan de regio binden Talent ontwikkelen en doorontwikkelen Indicatoren [vooralsnog geen geschikte indicatoren] Talentbehoud: meer talent blijft in de regio wonen

Meer talent vestig zich in de regio Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

56

3b. % 28-jarigen die werken in de provincie maar elders zijn opgegroeid

3b. 3b. Groningen: 40% (nu 29%); Drenthe: 20% Talentmonitor (nu 12%) (vergelijkbaar met bijv. Overijssel) Groningen

Betere benutting van talent binnen de regio (in kwantiteit en kwaliteit) Indicatoren

Bron

3c. Voortijdig schoolverlaters/ startkwalificaties (%)* 3d. Netto arbeidsparticipatie (%)*

3c.CBS 3d.CBS

Streefwaarde/ambitie 3c. Geen enkele gemeente zit boven de 3% en regio-gemiddelde van 2,5% (nu 3,0%) voortijdige schoolverlaters (conform Sociale Agenda) 3d. Het regio-gemiddelde ligt op dat van NL van 71% (nu 67%)

Stijging gemiddeld inkomensniveau en hogere gemiddelde inkomens van praktisch geschoolden in het bijzonder Indicatoren

Bron

3e. Mediaan besteedbaar inkomen (€) 3f. Particuliere huishoudens onder lage-inkomensgrens (%)

Streefwaarde/ambitie 3e. Regio-gemiddelde van de mediaan wordt gelijk met NL: ca. €41.700 (nu €36.900)

3e. CBS 3d. CBS

3f. Regio-gemiddelde is maximaal 4,2% (nu 4,6%) en geen enkele gemeente zit boven de 4,5%

Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

4a. Aantal spin-offs voortkomend uit kennisinstellingen

4a. RUG

4a Streefwaarden nader uit te werken, met betere data.

4b. Verleende NL-octrooien per 100.000 inwoners

4b. RVO

4b. Toename aantal verleende octrooien in OostGroningen (nu 25), Overig Groningen, NoordDrenthe, richting niveau Delfzijl (35)

4d. Publieke R&D-uitgaven (% bruto regionaal product)

4d. CBS

Doel 4: Meer kennis uit de regio verzilveren Meer kennis naar de markt en maatschappij brengen (valorisatie).

4d. n.t.b.

Meer innoverende bedrijven en meer innovatie binnen bedrijven. Indicatoren 4c. Innovatieve bedrijven (%)

Bron

Streefwaarde/ambitie

4c. CBS

4c. % innovatieve bedrijven groeit in de regio en vergroot voorsprong t.o.v. NL tot 3,0%. De gehele regio kent een hoger % innovatieve bedrijven dan het landelijk gemiddelde.

Bron

Streefwaarde/ambitie

Bron

Streefwaarde/ambitie

Versterken van het kennis- en innovatieve ecosysteem. Indicatoren Meten met EE-indicator (zie hoofddoel 2) Meer private investeringen in R&D. Indicatoren

57

4e. Private R&D-uitgaven (% bruto regionaal product)

4e. CBS

Verhogen private R&D-uitgaven naar ten minste 1,5% in Groningen en 1,3% in Drenthe.

Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

4f. Arbeidsproductiviteit (€/gewerkt uur)

4f. CBS

Nader uit te werken.

Doel 5: Versterken van ons regionale economische zelfbewustzijn en ons imago Trots eigen inwoners op de regio behouden. Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

Toename arbeidsproductiviteit als gevolg van innovaties.

5a. 5a. Trots Groningen op provincie/woonplaats Ambitierapportcijfer trots: 8,5 (ISI-score loopt Imagomonitor (rapportcijfer) van: -10 tot 10): Groningen 5b. Imago-score van eigen provincie volgens Groningers (ISI)

5b. Ambitiecijfer eigen provincie volgens Groningers Imagomonitor (ISI: -10 tot 10): 7,5 Groningen

Imago van de regio onder niet-Groningers versterken. Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

5c. Imago-score van provincie volgens nietGroningers (ISI)

5c. Ambitiecijfer regio volgens niet-Groningers (ISI: Imagomonitor -10 tot 10): 6,5 Groningen

Positiever zelfbewustzijn: inwoners zijn zich er meer van bewust dat mensen van buiten de regio onze regio waarderen. Indicatoren

Bron

Streefwaarde/ambitie

5d. Verwachting die Groningers hebben over de imago-score door niet-Groningers (ISI)

5d. 5d: Ambitiecijfer verwachting van Groningers Imagomonitor over imago-score door niet-Groningers (ISI: -10 Groningen tot 10): 6

Monitoring van output en outcome Bovenstaand overzicht geeft weer welke indicatoren goed passen bij de gekozen doelen en het geeft overwegingen voor streefwaarden. Het betreffen zogenaamde outcome-indicatoren: cijfers die laten zien of de doelen uiteindelijk zijn behaald. Vaak is er een aanzienlijke vertraging tussen het opschrijven van een bepaalde interventie, het uitvoeren ervan en het moment dat het effect ervan is terug te zien in (CBS-)cijfers. Daarom gaat de Economische Agenda op termijn ook de output monitoren, zodat inzichtelijk is wat de voortgang van de uitvoering is en zodat op die manier al eerder is te bepalen of het aannemelijk is dat de doelstellingen worden behaald. Samenhangende monitoring via de Staat van Groningen In de Staat van Groningen wordt periodiek verantwoording afgelegd over de voortgang van Nij Begun en daarmee ook de Economische Agenda. Binnen de regio bestaan verschillen. Dat de regio als geheel of een gemeente op het landelijk gemiddelde scoort, kan verhullen dat er in specifieke gebieden grote problemen bestaan die moeten worden aangepakt. Dat wordt 58

meegenomen in de opzet van de uiteindelijke monitoring. De voorgestelde indicatoren bieden gezamenlijk een breed inzicht in de economische situatie van de regio en hoe deze zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Bij het voorstel voor indicatoren is rekening gehouden met twee aspecten. Enerzijds een logische aansluiting op de doelen van de Economische Agenda en het streven naar brede welvaart. Anderzijds databetrouwbaarheid, -beschikbaarheid (ook op lokaal niveau) en de frequentie van rapportage. Als de precieze uitvoeringsstructuur en bijbehorende maatregelen voor de Economische Agenda verder zijn uitgewerkt, kunnen indicatoren en streefwaarden nader worden uitgewerkt. Dit is iets om samen met de relevantie partijen te doen. Streefwaarden kunnen op verschillende manieren worden geformuleerd. Dat is in bijgevoegde rapportage uitgelegd.

59

VERVOLG Om de Economische Agenda de komende dertig jaar te realiseren, zijn er in 2025 een aantal vervolgstappen te zetten: 1. Uitvoeringsplan De hier genoemde thema’s werken we in 2025 met ondernemers, kennisinstellingen en overheden uit in een eerste uitvoeringsplan. In deze aanpak voor de korte termijn beschrijven we de voorgenomen activiteiten en beschikbare budgetten. We stellen dit op in samenhang met lopende trajecten zoals de omgevingsvisies en het NOVEX-gebied Groningen/Masterplan Zeehavens en het gebiedsplan Toekomst Landelijk Gebied. De activiteiten binnen dit plan kunnen uiteenlopen van projectfinanciering tot fondsvorming, projectontwikkeling en uitvragen. Het uitvoeringsplan wordt in de toekomst periodiek herijkt onder leiding van de stichting in de uitvoeringsstructuur. Het openbaar lichaam neemt vervolgens besluiten over deze meerjarenprogramma's. De koers die we willen varen richting structurele economische verbeteringen en maatschappelijke meerwaarde is duidelijk. De precieze stappen krijgen de komende decennia vorm, meebewegend met ontwikkelingen en kansen. Omdat dit uitvoeringsplan wordt opgesteld zonder aansturing vanuit de gewenste governance zal deze een korte(re) looptijd krijgen dan de geadviseerde reguliere zes jaar.

Ook is de nieuwe uitvoeringsstructuur nog niet beschikbaar om het uitvoeringsprogramma vast te stellen, dit zal nu via dezelfde procedure als de Economische Agenda zelf verlopen. 2. Implementeren en verder uitwerken van de uitvoeringsstructuur Na besluitvorming over de economische agenda en de daarin beschreven hoofdlijn van de uitvoeringsstructuur, moeten de dan besloten onderdelen (Openbaar Lichaam en Stichting Economische Agenda) formeel worden opgericht en ingericht. Ook is er op een aantal punten uitwerking nodig in samenspraak met betrokken partijen. Daarnaast moet de uitvoering verder worden vormgegeven: wie doet wat en hoe zijn verantwoordelijkheden en sturing belegd. En hoe richten we de ondersteuning van GR en stichting in. Over al deze onderwerpen is vervolgens besluitvorming nodig. 3. Financieringsinstrumenten en operationaliseren afwegingskader De benodigde instrumenten om daadwerkelijk resultaten te behalen worden verkend en verder vormgegeven. De doelen, voorwaarden en uitgangspunten uit deze conceptagenda en de inhoudelijke aanscherping die daaruit voortkomt, vertalen we in een passend afwegingskader voor de inzet van deze instrumenten. Terwijl we aan de (uitwerking van) de Economische Agenda werken staat de wereld niet stil. We houden samen met bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden de vinger aan de pols.

Welke economische en maatschappelijke ontwikkelingen zien we en welke kansen doen zich voor die passen bij de doelen van de Economische Agenda. Hoe ontwikkelen bestaande initiatieven, programma's en projecten zich en waar zien we samenhang. De samenwerking zoals die straks formeel wordt vormgegeven, willen we nu al in gang zetten. Of het nu gaat om het betrekken van volksvertegenwoordigingen of de kennis en kunde uit de regio en het land te benutten.

60

BIJLAGEN

1. Verkenning en advies Governance Economische Agenda, simpel en slagvaardig Berenschot 2. Advies Rebel Monitoring en Streefwaarden 3. Reactiedocument Doelen Economische Agenda

61

LITERATUUR − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − −

Arbeidsmarktregio Groningen (2024). Regio in beeld 2024- 2025 Arbeidsmarktregio Groningen (2024). Regioschets basiscijfers jeugd 2023. Atlas Research (2024) (Marten Middeldorp, Joran Veldkamp, Aron Joosse) Aanknopingspunten voor een Nij Begun. Bijkerk, S. en O. Raspe (2024). Bredere-welvaartslens biedt nieuw zicht op ongelijkheid, ESB mei 15 2024. Bathelt, H., Malmberg, A., & Maskell, P. (2004). Clusters and knowledge: Local, buzz, global pipelines and the process of knowledge creation, Progress in Human Geography, 28(1). Boisen, M., Terlouw, K., Groote, P., & Couwenberg, O. (2018). Reframing place promotion, place marketing, and place branding - moving beyond conceptual confusion. Cities, 80. Boschma, R. en P. Balland (2022) ESB, 107 Nieuwe methode brengt kansen op regionale vernieuwing in kaart. Bijkerk, S. en O. Raspe (2024). Eerste generatie theoretisch opgeleiden ervaren minder brede welvaart, Utrecht: RaboResearch. Bijkerk, S. en O. Raspe (2024). Kleinere bedrijven op grotere achterstand in transitie naar nieuwe economie, Utrecht: RaboResearch. J. Van Dijk, S. Hartman (2024). Regionaal beleid, Elke Regio Telt, wat moet anders voor het Noorden, Rijksuniversiteit Groningen. Erken, H. (2024). Lage groei productiviteit mede door ongunstige structuur economie, ESB, 109. Garretsen, H. (2019). ‘Een pleidooi voor indirect innovatiebeleid’, Me Judice, 26 september 2019.

Garretsen, H. (2024). Gevestigde kritiek op industriebeleid botst met nieuwe realiteit, ESB, 109. CBS (2018). Monitor Brede Welvaart 2018, Den Haag/Heerlen: Centraal Bureau voor de Statistiek. Garretsen, H., Ph. McCann, R. Martin & P. Tyler (2013), The future of regional policy, Cambridge Journal of Regions, Economy and Society, 6. Hospers, GJ. (2010) Spatial self-preference: On the limits of place marketing to attract new residents and firms. Place Brand Public Dipl 6. Hospers, G. (2010), "Making sense of place: from cold to warm city marketing", Journal of Place Management and Development, Vol. 3 No. 3, pp. Hospers, G.J. (2020). A Short Reflection on City Branding and its Controversies, TESG Jongerentop (2024), Jong in Groningen, de dialoogsessies. Kantar Public (2023) Imagomonitor Groningen 2023 Kantar Public (2022) Imagomonitor Groningen 2022 KAW (2024). Masterplan Regiocentra Groningen Kleinknecht, R. (2024). Investeren in verdienvermogen vergt politici met lef. ESB, 109. Masterplan Campussen (2023) Eindrapportage Toekomstagenda Groningen NOM (2024). Van economische achterblijver naar innovatieve koploper NOM (2024). Energie voor de toekomst Porter, M.E. (2000). Location, competition and economic development: local clusters in a global economy, in: Economic Development Quarterly, 141.

Rabo Research (2022) Nieuwe energie en sterkere chemie in Metropoolregio Groningen Raspe, O. en E. Stam (2019). Brede welvaart in de regio verdient meer aandacht, ESB 104. Rijksoverheid (2024), Nationale Technologiestrategie Rijksoverheid (2024). Ruimtelijke Economische Verkenning Nijs, S. en Thissen, M. (2024). Duurder gas drukt de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie. ESB, 109. 62

− − − − − − − − − − −

− − − −

Stam, E. (2022) ESB, 107; Er is meer inzicht nodig in de effectiviteit en efficientie van ondernemerschapsbeleid Sander, F.J., R. Aalders, O. Raspe, B. van Bavel, T. van der Lippe, A. Rijpma en E. Stam (2024). Brede welvaart herstelt, maar ongelijkheid tussen regio’s neemt toe, RaboResearch en Universiteit Utrecht. SNN (2021), Research- en innovatiestrategie voor slimme specialisatie (RIS3) voor Noord-Nederland 2021-2027. SNN & Rijksuniversiteit Groningen, (2024). Innovatiemonitor Noord-Nederland 2024 Span, T. et. Al. (2024) Start-ups groeien harder dan andere starters. ESB, 109. Storper, M. & A. Venables (2004). Buzz: face-to-face contact and the urban economy, in: Journal of Economic Geography, 42. Talent in de regio (2024); Talentmonitor. www.talendinderegio.com/talentmonitor Weterings, A., M. van der Staak, D. Snellen en M. Thissen (2024). Brede welvaart in elke regio. Voor welke keuzes staat het Rijk?, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving. SER Noord-Nederland (2023). Voorwaarden voor regionale innovatie. Ser Noord-Nederland (2014). Aan de slag. Innovatieondersteuning voor het MKB in Noord-Nederland. Van Dijk, J., Brunow, S. & Dall Schmidt, T. (2022).

The long-term consequences of brain drain related to depopulation on social and territorial cohesion with a focus on the North of the Netherlands and a short comparison with Germany and Denmark: Research Report Department of Economic Geography. Groningen: RUG - Faculty of Spatial Sciences. Venhorst EA. (2011) https://pure.rug.nl/ws/portalfiles/portal/2537254/Venhorst_et_al_2011_brain_drai_1.p df Vogelaar, J.J., Cloosterman, E., Stam, E. & Oosterwaal, L. (2020) Economisch beleid regio: naar een missie-gestuurde ecosysteembenadering. Economisch Statistische Berichten. Jaargang 105(4790), 8 oktober 2020. Vogelaar, S. en Stam, E. (2024) Kritiek op de ‘ondernemende staat’ biedt lessen voor beleid ESB, 109.

63

Colofon

Economische Agenda Dit document is nog een concept. Inwoners, bedrijven, organisaties en overheden in Groningen en Noord-Drenthe kunnen hierop nog tot 24 april 2025 hun reactie geven. De verwachting is dat de Economische Agenda halverwege juni 2025 definitief is.

Nij Begun De parlementaire enquêtecommissie gaswinning trok 24 februari 2023 harde conclusies. Groningers en Drenten verdienen een nij begun: een mooie, leefbare, veilige en betere toekomst. Dertig jaar lang wordt gewerkt aan herstel en perspectief. De gevolgen van de gaswinning laten diepe sporen na bij een groot deel van onze inwoners. Een noodzakelijke voorwaarde voor een betere toekomst is het herstel van woningen én mensen. Zo lang als nodig. Koste wat kost. Het aanpakken van schade, versterking en herstel is daarom de belangrijkste prioriteit. Daarnaast is 200 miljoen euro per jaar beschikbaar voor sociaal en economisch perspectief. Ook is er in totaal de komende tien jaar (tot 2035) 1,65 miljard euro voor de isolatie van woningen beschikbaar. In Groningen en Noord-Drenthe zetten we samen de schouders eronder. 64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15282462/1