CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

07-02-02 Bijlage 1 Advies Regiegroep definitief inclusief ontwikkeltafeladviezen

Gemeenteraad 6 maart 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 23-0721.566 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.

Wat zijn gedeelde leidende principes over preventie voor de regio?

3.

Wat zijn de grootste (prioritaire) preventie-opgaven in de regio?

4.

Welke stappen voorwaarts moeten gezet worden en wie heeft daarin welke rol?

Daarbij zijn de volgende aandachtspunten dan wel wensen meegegeven door de regiegroep: • • •

De wens om zoveel als mogelijk gebruik te maken van inzichten uit andere overleggremia in de regio gericht op preventie (in ieder geval het Preventieoverleg Groningen). De wens om expliciet aandacht te besteden aan ‘doen wat bewezen werkt’. De wens om expliciet aandacht te besteden aan de rol van onderwijs bij preventie.

Visie van de ontwikkeltafel op preventie Kinderen, jeugdigen en ouders handvatten bieden Preventie omvat de activiteiten die bijdragen aan het gezond en veilig opgroeien van kinderen en jeugdigen door het bouwen aan een ‘positieve identiteit’ (waaronder het vergroten van het zelfvertrouwen en het vergroten van de weerbaarheid) en het versterken van beschermende factoren 13. Dit is een brede insteek, waarbij preventie eraan bijdraagt dat kinderen, jeugdigen en ouders14 handvatten hebben om, wanneer in de levensloop kwetsbaarheden of problemen ontstaan, zo snel en zo goed mogelijk te kunnen handelen. Daar waar beleid eerder vooral gericht was op het vermijden en verminderen van risicofactoren, wordt nu steeds vaker de nadruk gelegd op het versterken van beschermende factoren. Als we dat verbinden aan jeugdhulp gaat preventie over het voorkomen dat kinderen en jeugdigen jeugdhulp nodig hebben, bijvoorbeeld door aandacht te hebben voor jonge ouders en te zorgen dat zij

13 Op basis van een analyse van (wetenschappelijk) onderzoek formuleert het Nederlands Jeugdinstituut

een top tien van beschermende factoren die bijdragen aan een positieve ontwikkeling van jeugdigen (bijvoorbeeld: sociale binding en kansen voor betrokkenheid)13. Bron: Nederlands Jeugdinstituut, 2018. ‘Top tien beschermende factoren: Voor een positieve ontwikkeling van jeugdigen’. 14 Waar in dit advies gesproken wordt over kinderen en jeugdigen bedoelen we primair iedereen vanaf het ongeboren kind tot de leeftijd van 18 jaar. De ontwikkeltafel geeft daarbij aan dat dit onverlet laat dat er ook aandacht moet zijn voor preventie voor de doelgroep jongvolwassenen (van 18 jaar tot 27 jaar).

24/54

voldoende handvatten hebben. Maar het gaat ook om het adequaat handelen bij beginnende problemen en voorkomen dat kinderen en jeugdigen in jeugdhulp zwaardere jeugdhulp nodig hebben. Niet door als betrokken organisatie zelf de problemen op te lossen, maar door te kijken hoe handvatten geboden kunnen worden aan kinderen, jeugdigen en ouders om zelf met oplossingen te komen. Preventie is pas effectief als kinderen, jeugdigen en hun ouders écht centraal worden gesteld en er vanuit gelijkwaardigheid wordt gehandeld Preventie is alleen effectief als kinderen, jeugdigen en ouders centraal worden gesteld en actief (en als gelijkwaardig partner) worden betrokken bij het ontwikkelen, uitvoeren, evalueren en doorontwikkelen van beleid (in algemene zin) en preventieve programma’s (in specifieke zin). Daar daadwerkelijk naar handelen is niet altijd vanzelfsprekend, al zijn er ook al tal van prachtige voorbeelden waarin preventie met, door en voor de doelgroep is vormgegeven. De leidende principes die later in dit advies aan de orde komen geven richting aan hoe kinderen, jeugdigen en hun ouders nog meer en beter centraal kunnen worden gesteld. Meer preventief werken betekent meer en beter samenwerken op verschillende terreinen Verschillende partners hebben een rol bij preventie, waaronder: kinderopvang, onderwijs, jeugdgezondheidszorg, jongerenwerk, gemeenten, zorgaanbieders en politie.

De Hervormingsagenda Jeugd stelt dat onderwijs “de meest prioritaire preventieve voorziening voor veel kinderen en jongvolwassenen” is.15 Het versterken van de samenwerking vraagt om inzet vanuit alle betrokken partners en wederkerigheid (alle partijen moeten met elkaar aan de slag, kennis delen en elkaar helpen). De vraag is dus niet alleen hoe ervoor gezorgd wordt dat er voor elke leeftijd en thema een passend aanbod beschikbaar is (zonder dat de integrale blik verloren gaat), maar juist ook hoe de aansluiting tussen leeftijdsgroepen wordt georganiseerd, hoe de samenwerking tussen partijen wordt vormgegeven (hoe ben je met elkaar preventief bezig en hoe wordt de samenwerking duurzaam geborgd?) en hoe de leefomgeving wordt betrokken. Preventie indelen langs de lijn van vorm en thema Preventie kan op verschillende manieren ingedeeld worden. De ontwikkeltafel stelt voor preventie te categoriseren langs de lijnen van vorm en thema: •

•

Bij onderscheid naar vorm van preventie zijn er twee hoofdcategorieën 16: collectieve preventie (gericht op een brede doelgroep (universeel) of groepen met een verhoogd risico (selectief)) en individuele preventie (gericht op individuen met (een verhoogd risico op) een probleem (geïndiceerd)). Daarnaast kunnen preventie-interventies ook op thema van elkaar onderscheiden worden17: in de jeugdhulp wordt dan veelal onderscheid gemaakt tussen interventies gericht op gezondheid, veiligheid en/of kansengelijkheid.

15 Voor een toelichting op de taken van onderwijs en gemeenten bij preventie, zie Nederlands

Jeugdinstituut, 2021. ‘Preventie in de verbinding van scholen met gemeentelijke voorzieningen voor jeugd’. 16 Bron: RIVM, geen datum. ‘Wat is preventie: Wettelijk en beleidskader’. 17 Bron: Nederlands Jeugdinstituut, geen datum. ‘Preventiematrix jeugd: Uw jeugdbeleid in kaart’.

25/54

Leidende principes preventie formuleren en deze vervolgens ook vertalen naar uitvoeringseisen Leidende principes: jeugdige centraal, bouwen aan ‘positieve identiteit’ en het versterken van beschermende factoren, en doen wat bewezen werkt De ontwikkeltafel adviseert de volgende leidende principes te hanteren: •

•

•

Het kind en de jeugdige staat centraal (en daarmee ook de leefomgeving van kinderen en jeugdigen) in preventie en aanpak. Dat betekent het volgende: - Preventieve programma’s worden samen – en vanuit gelijkwaardigheid – met de doelgroep (kinderen, jeugdigen en ouders) ontwikkeld en waar mogelijk ook uitgevoerd (van, voor en door de doelgroep). - Wanneer dat kan gaan organisaties die zich richten op preventie zelf naar de kinderen, jeugdigen en ouders toe (in plaats van de kinderen, jeugdigen en/of ouders die naar de organisatie toe komen) (oftewel: meer outreachend werken). - Preventie wordt zo dicht mogelijk bij de leefwereld van kinderen en jeugdigen georganiseerd (in lijn met het pleidooi van Bert Wienen). Dat betekent ook dat kritisch gekeken wordt naar de plekken waar preventie gepleegd wordt, waarbij – in het geval van jeugdigen – de voorkeur uitgaat naar plekken die niet direct geassocieerd worden met ‘zorg’ (bijvoorbeeld scholen, jeugdsoos, kerk en sportverenigingen). - Preventie is laagdrempelig, snel in te zetten en duurzaam. Preventieve programma’s hebben de tijd nodig om tot wasdom te komen (fragmentarisch werken tot een minimum beperken). Preventie is gericht op het bouwen aan een ‘positieve identiteit’ van kinderen en jeugdigen en het versterken van de beschermende factoren (zie ook de vorige paragraaf ‘Visie van de ontwikkeltafel op preventie’).

Doen wat bewezen werkt. Het effect van preventie is moeilijk te bewijzen omdat het moeilijk is causale verbanden aan te tonen tussen preventieve programma’s en een (maatschappelijk) resultaat. Desalniettemin raakt steeds meer bekend over wat wel of niet werkt. Die inzichten zijn leidend bij het bepalen van preventie. Maar: niet alles kan gemeten worden en effectieve preventie vraagt ook om een lange adem en het vertrouwen dat wat je doet ook werkt, dus ook de continuïteit van programma’s moet geborgd zijn.

Leidende principes vertalen naar algemene en specifieke uitvoeringseisen De leidende principes kunnen worden vertaald naar uitvoeringseisen. De ontwikkeltafel adviseert de volgende algemene uitvoeringseisen te hanteren: • • • •

Kinderen, jongeren en ouders worden actief betrokken bij het ontwikkelen, uitvoeren, evalueren en doorontwikkelen van beleid (in algemene zin) en preventieve programma’s (in specifieke zin). Er wordt optimaal gebruik gemaakt van de slagkracht die je als regio kan realiseren door slim samen te werken en de krachten te bundelen. Waar dat kan is er uniformiteit in de regio. Er is in kaart gebracht wat bewezen werkt ten aanzien van preventie en deze inzichten zijn leidend bij het bepalen van beleid en de daaraan gekoppelde preventieve programma’s. Er is een lerende omgeving waarin kennis en ervaringen tussen partijen worden gedeeld.

De ontwikkeltafel adviseert de volgende specifieke uitvoeringseisen te hanteren bij preventieve programma’s: • • •

Het preventief programma is samen met de doelgroep ontwikkeld en wordt, waar mogelijk, met de doelgroep uitgevoerd (van, voor en door de doelgroep). Het preventief programma is laagdrempelig en dichtbij: mensen weten dat het bestaat en onnodige blokkades worden weggenomen om gebruik te maken van het aanbod. Het preventief programma gebruikt taal die aansluit bij de taal van de doelgroep.

26/54

• • •

Het preventief programma is snel in te zetten: er kan, passend bij de doelgroep, snel gebruik worden gemaakt van het aanbod. Bij het ontwikkelen van het preventief programma is op voorhand nagedacht over hoe de effectiviteit en de eventuele kostenbesparing van het programma in kaart wordt gebracht. Het preventief programma is duurzaam: preventief werken vraagt een lange adem, dus de continuïteit van het gebruik van het instrument is geborgd.

Lopende preventieve programma’s die niet voldoen aan de uitvoeringseisen worden aangepast zodat er zoveel als mogelijk aan de uitvoeringseisen wordt voldaan (en als dat teveel wijzigingen vraagt, dan wordt dat programma stopgezet). Nieuwe preventieve programma’s dienen te voldoen aan de uitvoeringseisen. De grootste (prioritaire) preventie-opgaven in de regio Bestaande trajecten toetsen en versterken (en, waar dat nodig is, schrappen) In de regiovisie wordt gesteld dat gemeenten nog onvoldoende zijn toegekomen aan het investeren in preventie en dat dit te doorbreken is door in de toekomst meer gebruik te maken van effectieve vormen van preventie voor specifieke doelgroepen en door het versterken van de basisvoorzieningen en basisondersteuning. De ontwikkeltafel herkent dit beeld ten dele. Er lopen namelijk al een aantal waardevolle trajecten rond preventie, bijvoorbeeld ‘Kansrijke start’ (gericht op de eerste 1000 dagen van een kind), ‘Jimmy’s, School als Wijk’, schoolmaatschappelijk werk en het Preventie Overleg Groningen. Er loopt al veel en het is zaak om in beeld te brengen wat ontbreekt18, het bestaande te toetsen aan de uitvoeringseisen (en waar dat nodig is ook zaken te schrappen) en lopende trajecten die voldoen aan de uitvoeringseisen te versterken.

De uitdaging wordt daarbij om het geheel te blijven overzien (integraal kijken naar preventie, gegeven de veelheid aan trajecten). Zoveel als mogelijk in de regio samen optrekken Waar dat kan wordt de regionale schaal gebruikt om preventie te organiseren. Dat zorgt voor een schaalvoordeel, het geeft de ruimte om partners die veelal op regionaal niveau samenwerken (bijvoorbeeld huisartsen die op provinciaal niveau georganiseerd zijn of onderwijs dat in verschillende samenwerkingsverbanden is georganiseerd) goed aan te haken. Het biedt ook de mogelijkheid om op regionaal niveau een klankbordgroep met jeugdigen en ouders in te richten die gevraagd en ongevraagd advies geeft. Vanzelfsprekend zal elke gemeente ook een aantal specifieke preventie-opgaven hebben waarop zij zich wil focussen. Meer preventief werken betekent aandacht voor houding en gedrag Preventief werken organiseren we niet “vanaf het papier” met mooie principes. Uiteindelijk gaat het om de mensen die een rol hebben bij preventie – van de sportcoach tot de jeugdconsulent – en de mate waarin zij kennis hebben van wat er mogelijk is op het terrein van preventie en bereid zijn om gebruik te maken van het beschikbare aanbod.19 Maar het gaat verder: kinderen, jeugdigen en ouders aan het stuur

18 Hierbij is tijdens de ontwikkeltafel in ieder geval aangegeven dat voor veel huisartsen niet duidelijk is

bij wie ze aan kunnen kloppen binnen de gemeente voor het regelen van praktische hulp om individuen of gezinnen tijdelijk te ontlasten. Een vast contactpersoon, bijvoorbeeld in de vorm van een ondersteuner sociaal domein of een ondersteuner jeugd en gezin, kan daarbij fungeren als brug tussen huisarts en gemeente. Merk op: huisartsen zijn slechts een van de spelers op het terrein van preventie en ook andere spelers – niet in de minste plaats het onderwijs – zullen specifieke aandachtspunten hebben. 19 Zie ook filmpje van Jan Bommerez over transformatie van binnenuit.

27/54

zetten betekent ook loslaten (“in hoeverre mag hun oplossing de oplossing zijn”) en dat vraagt om een veilige omgeving voor professionals om zo te mogen handelen. Stappenplan De ontwikkeltafel adviseert volgende vervolgstappen te nemen: 1.

2. 3. 4.

Het in kaart brengen van de lopende initiatieven, waarbij vervolgens: - in kaart wordt gebracht of voor alle leeftijdscategorieën, vormen en thema’s (zie de hierboven geschetste indeling) in elke gemeente een passend preventief aanbod beschikbaar is 20 (indien gewenst kan www.socialekaartgroningen.nl hiervoor als basis dienen); - getoetst kan worden in hoeverre de preventieve programma’s in lijn zijn met de uitvoeringseisen zoals hierboven beschreven; - acties worden gekoppeld aan de vorige stap: lopende preventieve programma die niet voldoen aan de uitvoeringseisen worden aangepast zodat zoveel als mogelijk wordt voldaan aan de uitvoeringseisen (en als dat teveel wijzigingen vraagt, dan wordt dat programma stopgezet). Nieuwe preventieve programma’s dienen te voldoen aan de uitvoeringseisen. Het ontwikkelen van een ‘basisset preventie’: bepalen en vaststellen op welke thema’s alle gemeenten preventief aanbod beschikbaar dienen te hebben (dit gaat om het vaststellen van het minimum). Lessen trekken van jeugdigen waar men ‘te laat’ was met de inzet van passende hulp of ondersteuning: wat heeft jeugdigen geholpen of wat had de jeugdige kunnen helpen? Toetsen in hoeverre de bekostiging en contractering helpend is bij het realiseren van de doelstellingen rond preventie.

Advies ontwikkeltafel richting de regiegroep • De ontwikkeltafel adviseert de regiegroep om de leidende principes en de daaraan gekoppelde uitvoeringseisen over te nemen en (bestuurlijk) vast te (laten) stellen. • De ontwikkeltafel adviseert de regiegroep om de stappen zoals beschreven in bovenstaand stappenplan uit te voeren. • Indien gewenst kan de ontwikkeltafel een rol spelen bij de uitvoering van deze stappen, mits de regiegroep daar opdracht toe geeft aan de ontwikkeltafel en een ontwikkeltafel het meest passende gremium is. Er dient gekeken te worden of de ontwikkeltafel het beste gremium is of dat het handiger is om aan te sluiten op dan wel gebruik te maken van reeds langer lopende overleggremia. Bij het voortzetten van de ontwikkeltafel dient opnieuw gekeken te worden naar de samenstelling van de ontwikkeltafel.

20 Merk op: Preventie gaat, zoals eerder beschreven, om het adequaat handelen bij beginnende problemen

en voorkomen dat kinderen en jeugdigen in jeugdhulp zwaardere jeugdhulp nodig hebben. Voor laatstgenoemde groep dient voldoende aandacht te blijven bij preventie (bijvoorbeeld door te kijken hoe jeugdhulp en gemeenten meer en beter kunnen sturen op het afschalen van zorg), aangezien preventie vaak primair geassocieerd wordt met het voorkomen dat geïndiceerde zorg nodig is.

28/54

Aan:

Regiegroep

Van:

Deelnemers aan de ontwikkeltafel ‘Afbakening van en realiseren van een dekkend zorglandschap’

Onderwerp: [Onderwerp] Datum:

[Publicatiedatum]

Advies De ontwikkeltafel ‘Afbakening van en realiseren van een dekkend zorglandschap’ adviseert over hoe het zorglandschap in de regio Groningen verbeterd kan worden. Deze ontwikkeltafel focust op de centrale vraag zoals die door de regiegroep is geformuleerd, te weten: In beeld brengen van het huidige en het gewenste zorglandschap jeugdhulp, waarbij aandacht is voor beantwoording van volgende vragen: 1.

Welke zorgfuncties hebben we nu in de regio en welke zorgfuncties zouden we moeten willen hebben in de regio (gewenste zorglandschap, nu en in de toekomst)?

2.

Hoe zijn zorgfuncties en producten onderling van elkaar afhankelijk (“je kan het ene doen, omdat je het andere hebt”)?

3.

Wat dient op welke schaal (lokaal/regionaal/bovenregionaal) te worden georganiseerd om beschikbaarheid van de hulpverlening te borgen?

4.

Wat is ervoor nodig om het gewenste, dekkend zorglandschap te houden of te realiseren (eerste beelden)?

Daarbij zijn de volgende aandachtspunten c.q. wensen meegegeven door de regiegroep: • • • •

De wens om ‘preventie’ ook te zien als onderdeel van het zorglandschap. De wens om te focussen op sub vraag 1, 2 en 4. De wens om een zo concreet mogelijk advies op te stellen, waarbij niet alleen wordt geïnventariseerd maar juist ook wordt geconcretiseerd. Op 2 maart jl. is een voorbereidend overleg georganiseerd tussen gemeenten en aanbieders over de afbakening jeugdhulp (zie ook volgende paragraaf). De inzichten uit dit gesprek worden zoveel als mogelijk meegenomen in de bijeenkomsten met de ontwikkeltafel.

De regiovisie geeft een eerste beeld bij de stand van zaken van het zorglandschap en de gewenste beweging in het zorglandschap. De ontwikkeltafel richt zich op het concretiseren van de regiovisie. De leden van de ontwikkeltafel benadrukken dat in de drie sessies met de ontwikkeltafel stappen voorwaarts zijn gezet. Dit zijn echter de eerste stappen en een voortzetting is gewenst. Wat volgt is de neerslag van het punt waar de ontwikkeltafel nu is, waarbij de ontwikkeltafel erkent dat verschillende zaken nog nadere uitwerking nodig hebben.

29/54

Visie van de ontwikkeltafel op het zorglandschap Juiste zorg op de juiste plek op het juiste moment door de juiste hulpverlener Er is één leidend principe bij het nadenken over het realiseren van een dekkend zorglandschap: We willen dat de juiste zorg op de juiste plek op het juiste moment en door de juiste hulpverlener geboden wordt. Als dat niet het geval is, dan zijn er op hoofdlijnen twee varianten mogelijk: Kinderen en jeugdigen krijgen niet op het juiste moment de juiste hulp omdat a) de hulp er wel is, maar niet op het juiste moment beschikbaar, b) de hulp überhaupt niet beschikbaar is (a en b zeggen beide iets over de staat van het landschap), of c) de hulp is wel beschikbaar, maar onvoldoende bekend bij verwijzers. Het is onvoldoende bekend welke aanbieder welke expertise in huis heeft en dus voor een jeugdige iets kan betekenen. Dit heeft invloed op 'de juiste expertise op het juiste moment'. Er is niet één zorglandschap Er zijn verschillende segmenten binnen het zorglandschap, waarbij een mogelijke indeling als volgt luidt: enkelvoudige problemen (vraagt om basisjeugdhulp), meervoudige problemen (vraagt om veelvoorkomende specialistische jeugdhulp) en complexe meervoudige problemen (vraagt om weinig voorkomende specialistische jeugdhulp).

Het is helpend om aan de hand van concrete zorgvragen dit gesprek te voeren om te voorkomen dat ieder vanuit zijn eigen werkelijk redeneert en daarmee de vraag en het antwoord kleurt, bijvoorbeeld LVB en levensfasen. Om te komen tot een dekkend zorglandschap is soms inzet nodig op alle segmenten en soms gerichte inzet nodig op één bepaald segment. De segmenten dienen niet gezien te worden als ‘harde grenzen’, maar geven wel houvast in het gesprek over het zorglandschap. Het zorglandschap is ‘dekkend’ als het aan vier eisen voldoet Het zorglandschap is dekkend als: 1. 2. 3. 4.

het ondersteuningsaanbod aansluit bij de vraag naar jeugdhulp; er kwalitatief goede ondersteuning en behandeling wordt geboden door kundige professionals; continuïteit en beschikbaarheid van zorgfuncties voor de gehele jeugdhulpregio is geborgd en kwetsbaarheden in het beschikbare aanbod en/of de continuïteit van zorg tot een minimum worden beperkt.21

Het zorglandschap bestaat uit verschillende elementen die constant in beweging zijn Het zorglandschap voor jeugdhulp bestaat uit een aantal elementen22: 1. 2. 3. 4.

inzet gericht op preventie en vroegsignalering; de toegang tot jeugdhulp; de ondersteuning en behandeling van lichte tot complexe en meervoudige problematiek van kinderen, jeugdigen en gezinnen (met onderscheid tussen het vrijwillig kader en het gedwongen kader), en de organisatie die nodig is om deze ondersteuning en behandeling aan te bieden.

Twee opmerkingen naar aanleiding van bovenstaande definitie:

21 Deze definitie bouwt voort op de beschrijving van ‘dekkend zorglandschap’ in de regiovisie ‘Norm voor

opdrachtgeverschap: Concept regiovisie regio Groningen’ (18 november 2021, p. 25). 22 Gebaseerd op de ‘Eerste evaluatie Jeugdwet’ (ZonMw, 2018).

30/54

•

•

Het ‘dekkend maken’ van het zorglandschap gaat nadrukkelijk niet alleen over zorgaanbod dat wel of juist niet beschikbaar is, maar juist ook over hoe het beschikbare aanbod – en de organisaties die een rol hebben in dat zorglandschap – kennis en expertise verbinden en samenwerken. Het zorglandschap is geen statisch geheel: vraag en aanbod hebben constant invloed op elkaar. De vraag is dan ook hoe je met elkaar in kaart brengt wat ontbreekt (en wat niet langer nodig is) om met elkaar steeds te zorgen dat passend aanbod beschikbaar is.

Basisgedachte: partijen hebben elkaar nodig om tot oplossingen te komen Het leidend principe - Juiste zorg op de juiste plek, op het juiste moment, door de juiste hulpverlener – geeft weer wat de vier grote (deel)ambities zijn in het zorglandschap: de juiste zorg, de juiste plek, het juiste moment en de juiste hulpverlener. Veel gaat al goed in het bieden van passende zorg en ondersteuning aan kinderen, jeugdigen en gezinnen in de regio Groningen. Desalniettemin krijgt een groep mensen nog niet de juiste zorg en ondersteuning en daar richt deze ontwikkeltafel zich op. Om daar wezenlijke stappen voorwaarts in te zetten is partnerschap, samenwerking en dus ook vertrouwen cruciaal. Ondanks het feit dat veel dingen goed gaan, hebben gemeenten en ketenpartners de afgelopen periode ook veel discussie gevoerd. Dat heeft soms tot verwijdering geleid en het vertrouwen is onder druk komen te staan. Het bouwen aan het herstel van vertrouwen, ook het vertrouwen dat partijen bereid zijn tot gezamenlijk transformeren en daar actief stappen in willen zetten, vraagt aandacht in het vervolgproces.

Nulplaten als middel om in kaart te brengen wat nodig is om ‘juiste zorg op de juiste plek op het juiste moment door de juiste hulpverlener’ te realiseren De ambitie als vertrekpunt voor het bepalen van het gewenste zorglandschap Verschillende documenten, waaronder de regiovisie, inventariseren knelpunten in het huidige zorglandschap. De ontwikkeltafel concludeert dat een uitgebreide inventarisatie van de knelpunten ons niet verder gaat brengen in discussies over het gewenste zorglandschap. Wat wel gaat helpen is het hanteren van één centraal leidend principe (‘Juiste zorg op de juiste plek, op het juiste moment, door de juiste hulpverlener’) en de grote (deel)ambities die het leidend principe met zich meebrengt als vertrekpunt nemen. De nulplaat in het kort: wat is het en hoe wordt de nulplaat gebruikt? De nulplaat is een middel (dus zeker geen doel op zich), waarmee inzichtelijk gemaakt kan worden welke verbeteringen mogelijk zijn in de jeugdhulp. Uit nulplaat komen voorstellen die dan vervolgens, waar dat kan, onderbouwd dienen te worden (bijvoorbeeld door de ontwikkeltafel data en monitoring te benutten). De nulplaat in het kort: •

•

•

De nulplaat wordt van links naar rechts gelezen. Rechtsboven de nulplaat staat de (deel)ambitie verwoord. De ontwikkeltafel heeft de keuze gemaakt om bij het bepalen van wat nodig is de (deel)ambities die direct zijn afgeleid van het leidend principe te hanteren. Dat betekent dat er uiteindelijk vier nulplaten nodig zijn: een nulplaat over ‘de juiste zorg’, een nulplaat over ‘het juiste moment’, een nulplaat over ‘de juiste expertise’ en een nulplaat over ‘de juiste plaats’. De basisgedachte achter de nulplaat is dat, om tot passende oplossingen te komen, alle betrokken partijen aan de slag moeten en partijen elkaar nodig hebben: er is sprake van een wederzijdse afhankelijkheid. De nulplaat geeft weer aan welke knoppen gezamenlijk gedraaid kan worden om te komen tot de ambitie zoals rechtsboven verwoord. De knoppen geven dus aan wat aandacht behoeft voor het verbeteren van het zorglandschap. Deze knoppen zijn voorlopig gedefinieerd, maar hebben een nadere uitwerking nodig.

31/54

•

De knoppen (lees: de tussenkoppen in de nulplaat) geven antwoord op de wat-vraag: Wat is ervoor nodig om de ambitie te realiseren? De tekst onder de knoppen (lees: de tekst onder de tussenkop in hetzelfde kader) geeft antwoord op de hoe-vraag: Hoe kan deze knop worden ingericht om ervoor te zorgen dat de ambitie inderdaad wordt gerealiseerd.

De ontwikkeltafel heeft concept-nulplaten uitgewerkt voor twee van de vier opgaven (zie bijlage 1 voor de concept nulplaat over ‘de juiste zorg’ en bijlage 2 voor de concept nulplaat over ‘het juiste moment’). De nulplaten voor ‘de juiste expertise’ en ‘de juiste plaats’ zijn nog niet (in concept) opgesteld. De toegevoegde waarde van het werken met nulplaten Het werken met nulplaten is helpend voor de ontwikkeltafel, om volgende redenen: • • •

•

De ambitie is breed gedragen door alle deelnemers aan de ontwikkeltafel, waardoor de werkvorm uitnodigt om als partners samen op te trekken (vanuit het gedeelde inhoudelijke doel). Het werken met nulplaten dwingt deelnemers om steeds te toetsen of de voorgestelde knoppen daadwerkelijk bijdragen aan het realiseren van de ambitie. Het werken met nulplaten helpt om niet alleen knoppen te benoemen, maar ook tot een invulling van de knoppen te komen. Bij het invulling geven van de knoppen kan, daar waar dat opportuun is, onderscheid worden gemaakt tussen de verschillende segmenten in het zorglandschap en knoppen voor de verschillende rollen (verwijzers, gemeenten als opdrachtgevers en aanbieders). Het werken met nulplaten helpt om elkaars wereld beter te begrijpen en tot een gemeenschappelijke taal te komen.

Komen tot een dekkend zorglandschap: stappenplan De ontwikkeltafel adviseert de volgende vervolgstappen t.a.v. het volledig maken en conclusies verbinden aan de nulplaten: 1.

2.

3.

4.

De bestaande concept nulplaten (‘de juiste zorg’ en ‘het juiste moment’) nader uit werken en de nulplaten die nog ontbreken (in concept) opstellen (‘de juiste expertise’ en ‘de juiste plaats’). De concept nulplaten worden zo nodig nog getoetst bij een select aantal personen die geen deel uitmaken van deze ontwikkeltafel (bij het JENN bijvoorbeeld). Op basis van de nulplaten kan de ontwikkeltafel bepalen wat de grootste opgaven en de meest urgente knelpunten zijn in het zorglandschap (prioriteiten bepalen). En aansluitend bepalen wat de gewenste vervolgstappen zijn (hoe gaan we het ook oplossen en wie staat dan voor welk onderdeel aan de lat). Daarbij lijkt het aangewezen om een aantal specifieke aandachtspunten mee te geven: - Expliciet maken wat we niet meer gaan doen met elkaar (‘nieuw voor oud’). - In kaart brengen wat de opgaven/knelpunten en vervolgstappen betekenen voor sturing en bekostiging. - In kaart brengen hoe het samenwerken in netwerken gefaciliteerd kan worden (doel: kennis en expertise beter en efficiënter inzetten, dubbelingen elimineren en beschikbare kennis over effectieve en bewezen methodes beter benutten). - Een voorzet doen om te komen tot een gemeenschappelijke taal.

Alvorens de opgaven uit voorgaande stap worden vastgesteld, is het van belang na te gaan of de beschikbare data vanuit gemeenten, aanbieders, RiGG, verwijzers en andere partners bevestigt dat dit inderdaad de grote opgaven/knelpunten zijn. Daarmee krijgen de knelpunten op hoofdlijnen waarde en kunnen eventuele aannames of veronderstellingen die er lijken te zijn bevestigd of ontkracht worden. Wellicht kan hiervoor een beroep worden gedaan op de ontwikkeltafel ‘Data en monitoring’. Op basis van de analyses kunnen we concrete vervolgstappen zetten en dient data ingezet te worden om de vervolgstappen te volgen en waar nodig bij te stellen. Hierbij is het nodig om heldere afspraken te maken om van concept tot uitvoering te komen. Onder meer commitment, mandaat, en helderheid over rollen en besluitvorming zijn voorwaardelijk om tot resultaat te komen.

32/54

5.

Een nulplaat is geen statisch geheel, maar een weergave van dit moment. De 'PDCA-cyclus' dient echter altijd met een passende frequentie gehanteerd te worden om bij te stellen. Zeker bij het grote onderwerp 'Dekkend Zorglandschap', waarbij we zeker willen weten dat we het goed doen én goed blijven doen, aangesloten op de vraag en het landschap.

Naast het ontwikkelen van de nulplaten adviseert de ontwikkeltafel de volgende stappen: 6.

7.

8.

Er is regie nodig op het realiseren van de opgaven in het zorglandschap. Dat betekent dat er een gremium ingericht wordt dat overzicht heeft over de lopende trajecten gericht op (verbetering van) het zorglandschap, de verbindingen tussen deze trajecten en in kaart brengt wat de voortgang en lessen zijn op elk van de trajecten. (Hierbij kan onderzocht worden of de netwerkgedachte die momenteel bij het JENN wordt ontwikkeld, helpend kan zijn.) De belangrijkste afspraken uit dit gremium worden bestuurlijk vastgesteld. Hierin is het van belang om in alle plannen gemeenten zowel als opdrachtgever, “opdrachtnemer” en als belangrijke partner als (keten)partner in de zorg separaat te benoemen. Vanuit de verschillende rollen van gemeenten dienen afspraken over verdere invulling en uitwerking te worden gemaakt. Er is regie nodig op het realiseren van de opgaven in het zorglandschap. Dat betekent dat er een gremium ingericht wordt dat overzicht heeft over de lopende trajecten gericht op (verbetering van) het zorglandschap, de verbindingen tussen deze trajecten en in kaart brengt wat de voortgang en lessen zijn op elk van de trajecten. De belangrijkste afspraken uit dit gremium worden bestuurlijk vastgesteld. Daarmee komt ‘dekkend zorglandschap’ altijd als agendapunt op de bestuurlijke agenda te staan, wat bijdraagt aan het commitment om tot acties en actiegerichte oplossingen te komen.

Het Groninger Functioneel Model concreter uitwerken, vanuit de lijnen van de Hervormingsagenda en vanuit basis en specialistische functies. Hierbij is samenwerking en samenhang tussen de verschillende functies, maar zeker op het snijvlak, essentieel. Hoe zorgen we dat verwachtingen over en weer helder zijn, hoe borgen we dat we dit naleven en de basis laten zijn van afspraken die we met elkaar maken. Dit geeft een belangrijke bijdrage aan het bouwen aan partnerschap.

Tot slot: De discussies die in de regio gevoerd worden rond inkoop leiden, begrijpelijk, tot onrust. Het is belangrijk dat de regiegroep zich ervan bewust is dat deze discussies ook het gesprek aan deze ontwikkeltafel beïnvloeden. Heldere afspraken in de regio rond inkoop, zal positief bijdragen aan het resultaat van deze ontwikkeltafel. Daarnaast vraagt dit het eerder genoemde vertrouwen, transparantie en partnerschap. Advies ontwikkeltafel richting de regiegroep • De ontwikkeltafel adviseert de regiegroep om de visie van de ontwikkeltafel op het zorglandschap over te nemen en (bestuurlijk) vast te (laten) stellen. • De ontwikkeltafel adviseert de regiegroep om de stappen zoals beschreven in bovenstaand stappenplan uit te voeren. • Indien gewenst kan de ontwikkeltafel een rol spelen bij de uitvoering van deze stappen, mits de regiegroep daar opdracht toe geeft aan de ontwikkeltafel. De ontwikkeltafel wil in ieder geval graag aan de slag met het (verder) uitwerken van de nulplaten.

33/54

Bijlage 1 – Nulplaat, onderdeel ‘De juiste zorg’

34/54

Bijlage 2 – Nulplaat, onderdeel ‘Het juiste moment’

35/54

Aan:

Regiegroep

Van:

Deelnemers ontwikkeltafel Data en monitoring

Onderwerp: [Onderwerp] Datum:

[Publicatiedatum]

Advies De ontwikkeltafel ‘Data en monitoring’ adviseert over hoe data en monitoring ondersteunend kunnen zijn aan het verbeteren van de jeugdhulp in de regio Groningen. Deze ontwikkeltafel focust op de centrale vraag zoals die door de regiegroep is geformuleerd, te weten: Hoe kunnen data en monitoring zo vormgegeven worden dat zij ondersteunend zijn aan het lerende en verbeterende potentieel van jeugdhulp in Groningen?

Daarbij zijn de volgende aandachtspunten dan wel wensen meegegeven vanuit de regiegroep: • • • •

De wens om expliciet aandacht te besteden aan de ‘spelregels’ die gehanteerd worden bij het verzamelen en gebruiken van data. De wens om aandacht te besteden aan een uniforme manier van data ophalen, waarbij gekeken wordt naar welke data nodig is (met onderscheid naar: ‘need to know’ en ‘nice to know’). De wens om aandacht te besteden aan de wijze waarop samen met ketenpartners en eindgebruikers van zorg data wordt gedeeld, data wordt verrijkt en data wordt geduid. De wens om waar mogelijk aan te sluiten bij de opbrengsten van de Hervormingsagenda Jeugd.

Bovenstaande punten betekenen dat tijdens de bijeenkomsten met de ontwikkeltafel aandacht zal worden besteed aan volgende vragen: • • • • •

Waar liggen kansen om gezamenlijk stappen te zetten op dit onderwerp? Wat is er nodig om dit te faciliteren? Wat zijn afspraken die we willen maken om gezamenlijk verder te gaan? Wat zijn spelregels die we willen afspreken voor het verzamelen en gebruiken van data? Hoe kunnen we borgen dat de uitkomsten van de ontwikkeltafel uitwerking vinden?

36/54

Reflectie op de opdrachtformulering door de leden van de ontwikkeltafel Data zijn een middel om het realiseren van doelen te ondersteunen en partnerschap te creëren De ketenpartners in de jeugdhulp in de regio Groningen onderkennen de gezamenlijke behoefte om te leren en te verbeteren. Gebruik van data en informatie en monitoring kunnen dat ondersteunen en daarvoor is betrouwbare data/informatie nodig. De deelnemers aan de ontwikkeltafel benadrukken dat het verkrijgen van data dus geen doel moet worden. Blijf het zien als een middel dat kan bijdragen aan goede jeugdhulp in de regio. Dat maakt het niet minder belangrijk of waardevol. Juist het gebruik van betrouwbare informatie in een vertrouwde en veilige setting is een goede manier om beleid te ontwikkelen en bij te sturen in de richting van effectieve jeugdhulp. Het verzamelen en duiden van informatie is een iteratief proces. Stap voor stap en gaandeweg leren partners elkaars business kennen door het bespreken van data. Het kan in de regio Groningen bijdragen aan de ontwikkeling naar partnerschap in de jeugdhulp. Er is nog geen traditie waarin partijen regelmatig met elkaar in gesprek zijn over de inzet van middelen en de effecten die data van die inzet laten zien. De ontwikkeltafel ziet dat als een gemis en wil daar verandering in brengen.

De ontwikkeltafel wijst er op dat het begrip ‘data’ te kust en te keur wordt gebruikt. Uiteindelijk is het de behoefte aan informatie die echt telt. Informatie wordt opgebouwd met gebruik van data. Data wordt pas informatie als je het goed weet te gebruiken en duiden. In dit document wordt de term ‘data’ vaak gebruikt terwijl dikwijls ‘informatie’ een beter woord zou zijn. Geef de uitvraag en analyse van data richting door doelgerichte vragen, sluit aan bij de doelen uit de regiovisie en zorg voor een operationalisering ervan In de huidige tijd wordt veel verwacht van de verzameling van data. Dat leidt soms tot situaties waarin beschikbare data bijeen wordt gebracht om via ‘data mining’ en andere methodes ‘big data’ te gebruiken, waarna conclusies worden getrokken zonder richting. De ervaring leert dat data echt effectief uitgevraagd kan worden wanneer de vraag die er achter ligt duidelijk en doelgericht is. Bedenk dat het serieuze inspanningen vergt om betrouwbare data te verzamelen. Daarom moet er goed over de vragen worden nagedacht waarvoor data wordt verzameld. Zowel over achterliggende doelen, als over het aangewezen schaal- en abstractieniveau waarop de vraag zich richt en de informatie over wordt verzameld. De ontwikkeltafel ‘Dekkend Zorglandschap’ brengt naar verwachting vragen voort waar data en informatie ongetwijfeld aan de beantwoording bijdragen.

De ontwikkeltafel adviseert een kader te hanteren waarbinnen de uitvragen worden voorbereid. In de context van de regio Groningen is het voorstel om doelstellingen uit de regiovisie te gebruiken om de uitvragen van data aan te koppelen. Dan is het wel zo dat deze brede (maatschappelijke) doelen uit de regiovisie nog vertaald moeten worden naar operationele doelen alvorens er KPI’s aan gekoppeld kunnen worden (en uiteindelijk ook de databehoefte in kaart kan worden gebracht). De regiovisie bevat volgende doelstellingen: 1. 2. 3. 4. 5.

Alle jeugdigen krijgen de kans zich positief te ontwikkelen. Jeugdigen worden beschermd als hun ontwikkeling gevaar loopt. Jeugdigen groeien ‘zo thuis mogelijk’ op. De toegang voor (jeugd)hulp kan zijn taak goed uitvoeren. De ondersteuning, begeleiding en behandeling voor jeugdigen en gezinnen is passend voor alle doelgroepen en van goede kwaliteit.

37/54

Deze doelstellingen gelden voor jeugdbeleid en jeugdhulp voor de hele regio Groningen en overstijgen het niveau van afzonderlijke gemeentes en afzonderlijke organisaties. Een deel van de vragen leent zich voor monitoring (op regelmatige basis volgen van indicatoren). Een ander deel voor een meer vraag- of themagerichte aanpak. In onderstaande kader geven we enkele voorbeelden van vraagstukken.

Doelgroepen - Welke doelgroepen doen een beroep op jeugdhulp? In termen van type problematiek, demografische en sociaal maatschappelijke kenmerken? Zien we daar trends of verschuivingen in? Hebben we zicht op de oorzaken van deze verschuivingen? -

Welke ‘paden’ volgen jeugdigen binnen de zorg? Kunnen we daarmee zicht krijgen op vroege indicatoren, signalen, risicofactoren?

Knelpunten in netwerkzorg -

Hoe goed sluit zorgaanbod op elkaar aan? Voor welke doelgroepen werkt dit wel en voor welke niet? Waar ontstaan knelpunten? Waar ontstaat discontinuïteit? Waardoor wordt deze discontinuïteit veroorzaakt? En welke aanknopingspunten zijn er om daar verandering in te brengen?

Toegang en bereikbaarheid van zorg -

Welke barrières zijn er in de toegang naar zorg? Denk aan verwijsbias, drempels om zorg te zoeken.

-

Kunnen we zicht krijgen op groepen die onvoldoende toegang hebben tot zorg? En wat kunnen we daar als regio aan doen?

Stapeling van zorg -

Bij welke groepen zien we stapeling van zorg? Hoe groot is die groep? En wat zijn redenen voor die stapeling? Wat is nodig om deze groep goed te begeleiden?

Betrek belanghebbenden bij de uitvraag, de analyse en zeker bij de duiding Bij de verzameling, de analyse en de duiding hebben verschillende partijen verschillende rollen. Voor de uitvraag is een opdrachtgever nodig die een doelgerichte vraag stelt. De ketenpartners leveren en verzamelen de data. Waardevolle duiding vereist dat eindgebruikers, dat zijn in dit geval de cliënten, de medewerkers en de zorgaanbieders, betrokken zijn bij de uitvraag, de analyse en de duiding. De ontwikkeltafel tekent hier wel bij dat aan de aard van de gestelde vraag hier bepalend in is. Transparantie in hoe de data is verkregen, bewerkt en geanalyseerd, is een belangrijke factor om vertrouwen in de duiding te hebben. En vertrouwen is weer nodig om data beschikbaar te stellen. Voor het vertrouwen is ook nodig dat iedereen weet wat met de uitkomsten van de duiding wordt gedaan en welke consequenties er aan kunnen worden verbonden. Kaders en spelregels voor informatieverzameling, -analyse en -duiding De ontwikkeltafel stelt een bondig kader voor waarbinnen dataverzameling en -analyse plaatsvindt Op basis van het voorgaande ontstaat een kader voor veilige en betrouwbare verzameling en analyse van data/informatie. Dit bestaat uit de volgende punten: •

•

Maak de wens expliciet om een traditie te ontwikkelen om gecoördineerd informatie te delen, te verrijken en gezamenlijk te duiden en laat die wens door alle ketenpartners op bestuurlijk niveau uitspreken en vastleggen. Data en monitoring aan de hand van de correcte doelgerichte vraag zijn middelen om het Groningse jeugdzorglandschap te helpen zich steeds te blijven verbeteren.

38/54

• •

• • • • • • •

Doelstellingen die worden gekozen zijn direct gerelateerd aan doelstellingen in de regiovisie en aan inzichten die voor alle betrokken organisaties relevant zijn. Ketenpartners, gemeenten en eindgebruikers van zorg (cliënten en hun ouders/vertegenwoordigers) worden betrokken bij het delen, verrijken en duiden van data. Dit vraagt om een veilige omgeving voor deelnemers om hun inzichten te delen. Het uitvragen van data leidt niet tot een verhoging van de administratieve lasten. De uitvraag moet voor de organisaties uitvoerbaar zijn. Sluit met de uitvraag van data aan bij hetgeen aanbieders aan gegevens verzamelen voor hun eigen bedrijfsvoering. Dat zorgt voor eenmalige uitvraag en voorkomt administratieve last. Data wordt op een uniforme manier uitgevraagd en verzameld. Zorg voor eenheid van taal. Data wordt alleen uitgevraagd en geregistreerd als de data ook daadwerkelijk gebruikt wordt (dataminimalisatie). Data-uitvraag is gebonden aan de geldende wet en regelgeving (AVG-proof) die hierop van toepassing is. Er worden uniforme afspraken gemaakt over welke data gedeeld wordt, met welk doel en op welke manier het delen, verrijken en duiden van data georganiseerd wordt.

Traditie om in jeugdhulp Groningen data te duiden start bij deze ontwikkeltafel De deelnemers aan de ontwikkeltafel willen de traditie starten waarin ketenpartners informatie met elkaar duiden. Goed om aan te geven dat aan de duidingstafel geen platte data wordt gedeeld, maar juist gezamenlijke analyses worden gemaakt of bestaande analyses worden geduid. De duidingstafel gaat inzichten en analyses delen. De uitkomsten komen ten goede aan het leren en verbeteren in de regio. Uiteraard zijn ook afspraken en adviezen nodig over verzamelen en analyseren van data. Daarover is hieronder een start gemaakt. Voor de duiding stellen zij de volgende route voor: 1.

De ontwikkeltafel adviseert een groep mensen te verzamelen vanuit de betrokken organisaties (gemeenten, ketenpartners en cliëntvertegenwoordiging). Deze groep vormt de ‘duidingstafel’. Het voorzitterschap wordt ingevuld door een vertegenwoordiger van gemeenten en van ketenpartners. Zij wisselen elkaar af. Aan de duidingstafel wordt ook deelgenomen door personen uit de wetenschap en kennisinstituten.

2.

Het is duidelijk dat duiding van informatie een opdrachtgever nodig heeft. De structuur die voor de ontwikkeltafels is ingesteld met een regiegroep lijkt hiervoor een passende vorm. De regiegroep kan binnen een mandaat van bestuurders (wethouders en bestuurders van ketenpartners) de duidingstafel opdracht geven om bepaalde vraagstukken met behulp van data te analyseren en te duiden. Adviezen die dat oplevert legt de duidingstafel voor aan de regiegroep die daar een eigen advies over formuleert voor de bestuurders. Zo wordt inhoud gecreëerd door inhoudelijke experts waarop bestuurders hun koersbepalende besluiten kunnen baseren.

3.

Het begint met een door de opdrachtgever gestelde doelgerichte vraag. Op basis daarvan wordt informatie verzameld of wordt een analyse gepresenteerd. De opdrachtgever hoeft de vraag niet zelf te formuleren; deze kan heel goed in de praktijk ontstaan, bijvoorbeeld door trendanalyses van de RIGG.

4.

De duidingstafel kan drie dingen doen: - Vertellen en toevoegen: we weten dat niet alles in cijfers uitgedrukt wordt. Ieder is zich bewust van de beperkingen van data. De winst ontstaat door het gezamenlijk duiden van dat wat we

39/54

-

-

cijfermatig ophalen, door er ook ervaringen naast te zetten en aan toe te voegen. Zo ontstaat bruikbare informatie en dat maakt de aanwezigheid van cliënten bij de duiding zo belangrijk. Beleidsdoelstellingen toetsen en beleidsadviezen formuleren: deze groep krijgt het mandaat om de informatie te bespreken en er duidingen uit te halen die relevant zijn voor beleid en uitvoering. De resultaten van de duiding gelden als dringende adviezen aan bestuur om gevolg aan te geven. Aanvullend/verdiepend vervolgonderzoek instellen: het komt voor dat een data-uitvraag en analyse aanleiding geeft tot nieuwe of verdiepende vragen. De duidingstafel informeert de opdrachtgever over deze stap en vraagt daarvoor instemming.

5.

De duidingstafel heeft ondersteuning nodig en een penvoerder. De conclusies van de duidingstafel moeten op papier gezet worden en als adviezen naar de opdrachtgever worden doorgezet.

6.

De duidingstafel sluit aan bij de P&C-cycli van de ketenpartners. Door regelmaat aan te brengen ontstaat een proces waarin betrokkenen elkaar leren kennen en elkaars kwaliteiten leren benutten. Daar kan het vertrouwen groeien bij de omgeving dat de duidingstafel kwaliteit toevoegt en helpt de jeugdhulp te verbeteren.

7.

De duidingstafel kan de opdracht op basis van de inhoud betwisten en teruggeven. Reden om de opdracht terug te geven kan ook zijn dat de vraag niet past binnen de hiervoor genoemde spelregels.

8.

De duidingstafel heeft een bepaalde (onderzoeks)capaciteit, afhankelijk van het aantal deelnemers en de tijd die de deelnemers aan de duidingstafel besteden. Onderzoeksvragen zullen moeten worden geschat op omvang, om te bepalen welke vragen in welke cyclus worden opgepakt. Dat proces moet transparant zijn, zodat ook duidelijk is welke onderzoeksvragen (voorlopig) niet worden opgepakt.

Advies van de ontwikkeltafel aan de regiegroep • De ontwikkeltafel adviseert de wens expliciet te maken om een traditie te ontwikkelen om gecoördineerd informatie te delen, te verrijken en gezamenlijk te duiden en die wens op bestuurlijk niveau van gemeenten en ketenpartners te laten uitspreken en vastleggen. • De ontwikkeltafel adviseert een ‘duidingstafel’ op te richten en deze ontwikkeltafel de opdracht te geven om de invulling verder vorm te geven. • De ontwikkeltafel adviseert de Regiegroep in de positie van opdrachtgever van de duidingstafel te plaatsen. • De ontwikkeltafel adviseert de doelen van de regiovisie te operationaliseren, zodat een opdrachtgevend gremium houvast heeft om gewenste verbeteringen te formuleren en van daaruit gerichte vragen voor informatieverzameling en duiding te stellen. • De ontwikkeltafel adviseert om bij data en monitoring uit te gaan van het perspectief van de jeugdige en diens ouders.

40/54

Bijlage 1. Een oefening voor operationalisering van de doelen uit de regiovisie

Doelstelling (Regiovisie) 1. Alle jeugdigen krijgen de kans zich positief te ontwikkelen.

2. Jeugdigen worden beschermd als hun ontwikkeling gevaar loopt.

3. Jeugdigen groeien ‘zo thuis mogelijk’ op.

Operationele doelstelling(en)23 • We versterken het opvoedklimaat rond gezinnen, in wijken en scholen. • We realiseren een preventieve basisinfrastructuur ter bevordering van de volksgezondheid via een integrale aanpak. • We verbeteren de veiligheidsketen voor jeugdigen door een systeemgerichte aanpak, meer preventieve jeugdbescherming en duurverkorting van ondertoezichtstellingen. • We voorkomen huisuitzettingen, leiden toe naar zorg en werken aan het perspectief van multiprobleemhuishoudens. • We bieden slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling een veilige omgeving en er wordt ingezet op het voorkomen, vroegsignaleren, stoppen en duurzaam doorbreken van geweld. • We versterken jeugdigen en gezinnen zodat er minder kinderen in verblijf opgroeien en als dit moet dan in gezinsvormen en zo kort mogelijk.

Indicatoren24 • Maatschappelijk resultaat: kinderen kunnen meedoen. • Kansengelijkheid. • Afwijking daadwerkelijk jeugdzorggebruik van het verwachte zorggebruik op populatieniveau. • Kwaliteit jeugdhulp (beleving meerdere perspectieven). • Recidive/terugval/ zwaardere hulp nodig. • Wachttijden (duur aanmelding tot daadwerkelijke start).

• •

Ontwikkeling aantal kinderen in jeugdhulp met verblijf. Ontwikkeling aandeel kinderen in gezinsvormen in jeugdhulp met verblijf.

23 Gebaseerd op de doelenboom die in de gemeente Nijmegen is opgesteld: https://nijmegen.begroting-

2021.nl/p47500/doelenboom. 24 Geïnspireerd op de indicatoren beschreven in de Hervormingsagenda Jeugd (‘7a. Bouwsteen Data en Monitoring – Advies werkgroep 2021412’, p. 19). Zie ook bijlage 3.

41/54

Bijlage 2. Ter inspiratie uit de Hervormingsagenda een raamwerk van doelen naar indicatoren voor monitoring in de Jeugdzorg De ontwikkeltafel ziet in de Hervormingsagenda mooie aanzetten om vanuit doelstellingen te komen tot indicatoren. Wellicht dat in het vervolg de ontwikkeltafel aan dit onderwerp uitwerking kan geven in verbinding met de regiovisie van de regio Groningen. De doelen van de Hervormingsagenda worden als volgt gedefinieerd:

Monitoring is dus een randvoorwaarde voor sturen op betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is (kwaliteit, toegankelijkheid), een beheersbaar en daarmee duurzaam stelsel (betaalbaarheid) én het evenwicht tussen beiden. De vraag is: hoe gaan we dat meten? Vanuit de definities van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid kan een selectie van indicatoren worden voorgesteld. Dit doen we aan de hand van structuur-, proces- en outcome-indicatoren: - Structuurindicatoren: de organisatorische randvoorwaarden van de jeugdzorg, waaronder de aanwezigheid van registraties en kwalificaties van personeel en het gebruik van richtlijnen. - Procesindicatoren: de procesgang van de jeugdzorg, waaronder wachttijden, doorlooptijden, volumeindicatoren en indicatiestelling.

42/54

- Uitkomstindicatoren: de uitkomsten van geleverde jeugdzorg zoals de beleving van zorg door meerdere perspectieven, recidive en kwaliteit van leven. Dit leidt in de Hervormingsagenda tot een voorlopig voorstel:

43/54

Aan:

Regiegroep

Van:

Deelnemers ontwikkeltafel Aansluiting jeugdhulp en onderwijs

Onderwerp: [Onderwerp] Datum:

[Publicatiedatum]

Advies Ieder kind heeft het recht zich te kunnen ontwikkelen volgens het kinderrechtenverdrag. In dat kader gaat al veel goed, het gros van de kinderen en jeugdigen is in beeld en met hen gaat het goed. Maar binnen de huidige onderwijsomgeving kan niet altijd aan tegemoet worden gekomen. Voor een kleine groep jeugdigen kan binnen het onderwijs niet optimaal tegemoet worden gekomen aan hun ontwikkelperspectief, zodanig dat zij (bijna) besluiten niet langer deel te nemen aan het onderwijs. Daardoor bestaat het gevaar op schooluitval en dat zij buiten beeld raken of blijven. Daar is maatwerk nodig. Dit is nog afgezien van de groep kinderen die in zorg is en nog niet eerder in het reguliere onderwijs heeft deelgenomen. Die groep is volgens velen buiten beeld. Een andere categorie waarvoor aandacht nodig is, om thuiszitten tegen te gaan en waarop specifieke factoren inwerken, zijn de 18 jarigen. De grens 18-/18+ leidt tot knelpunten die weliswaar nu niet centraal staan in dit document maar die wel aanpak nodig hebben om uitval en thuiszitten te voorkomen. De ontwikkeltafel ‘Aansluiting jeugdhulp-onderwijs’ adviseert over hoe de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp in de regio Groningen (nog) beter gerealiseerd kan worden.

Deze ontwikkeltafel focust op de centrale vraag zoals die door de regiegroep is geformuleerd, te weten: Welke effectieve en efficiënte inzet is er nodig om “thuiszitters” in onze regio te voorkomen en het huidige aantal terug te dringen, uitgaande van de wettelijke taken en verantwoordelijkheden van onderwijs en jeugdhulp?

Reflectie op de opdrachtformulering door de ontwikkeltafel Aanpak thuiszitters is noodzakelijk, maar de opgave is fundamenteler van aard De vraag die de regiegroep heeft gesteld om de problematiek van thuiszitters aan te pakken wordt door de deelnemers gedeeld: alle partijen onderschrijven dat er voor de samenleving een prioriteit ligt bij het laten ontwikkelen van kinderen en jongeren in het onderwijs of in een alternatieve omgeving. Daarom willen de deelnemers aan de ontwikkeltafel het aanpakken. Maar er gaat iets aan vooraf. Dat is het inzicht dat aansluiting van jeugdhulp en onderwijs vier partijen aangaat: het kind, de jeugdige en het gezin, het onderwijs, de gemeente (vanuit verschillende rollen) en jeugdhulp met zorginhoudelijke kennis en expertise. Die samenwerking – aangevuld door expertise vanuit de kennisinstituten – is nog onvoldoende vormgegeven, waarbij met name jeugdhulp zich onvoldoende betrokken voelt. Om het doel – meer kinderen en jeugdigen die zich optimaal kunnen ontwikkelen – te realiseren is intensieve samenwerking tussen vijf partijen nodig (de vijfhoek): kinderen, jeugdigen en ouders; onderwijs; jeugdhulp; gemeenten; en kennisinstituten. Tot op heden wordt er veel bilateraal samengewerkt: gemeenten en onderwijs (bijvoorbeeld in de OOGO’s) en tussen gemeenten en jeugdhulp (veelal vanuit een opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie).

Daarnaast worden kinderen, jeugdigen en ouders niet standaard als gelijkwaardige partner betrokken. Oftewel: er is een wereld te winnen als in de

44/54

toekomst veel meer vanuit de vijfhoek en in partnerschap wordt gewerkt, waarbij overleg geen doel, maar middel is. De huidige aanpak van thuiszitters illustreert de (op dit moment) beperkte betrokkenheid van jeugdhulp Het werken vanuit de vijfhoek bij de aanpak van thuiszitters is om volgende redenen van belang: • •

•

De menselijke maat wordt gemist: er zouden geen routes meer moeten worden bepaald zonder dat jeugdigen en ouders actief betrokken zijn (altijd ouders, want: minderjarig). Om te komen tot een goede oplossing moet je weten wat het kind nodig heeft en is expertise vanuit onderwijs en jeugdhulp nodig om dat inzichtelijk te maken. Daar kan ook een rol voor de leerplichtambtenaar liggen. Het ontbreekt regelmatig aan een gedegen probleemanalyse aan de voorkant en het leren begrijpen wat een kind nodig heeft voor zijn of haar ontwikkeling. Het is niet altijd duidelijk wie wanneer welke verantwoordelijkheid heeft bij een casus, wie voor de uitvoering aan de lat staat en hoe de verschillende partijen elkaar op de hoogte houden.

In de huidige aanpak van thuiszitters hebben gemeenten en onderwijs de jeugdhulpaanbieders (en jeugdigen/ouders) onvoldoende betrokken. Deelnemers aan de ontwikkeltafel onderschrijven dat de aansluiting jeugdhulp en onderwijs en de aanpak van thuiszitters in het bijzonder in de uitvoering een zaak is van onderwijs, jeugdhulp en gemeenten. En dat betrokkenheid van jeugd en ouders onontbeerlijk is voor een op de vraag aansluitende aanpak. De toegevoegde waarde van de ontwikkeltafel aan het specifieke thema van thuiszitters is beperkt Het lijkt niet voor de hand te liggen om het gremium van de ontwikkeltafel te gebruiken voor het beantwoorden van de door de regiegroep gestelde vraag, omdat het a) een complex vraagstuk betreft, b) er al verschillende programma’s lopen op dit thema (bijvoorbeeld de Ommelander werkagenda en het Thuiszitterspact 2.0) en c) er verschillende overleggremia zijn waar het onderwerp thuiszitters aan bod komt (bijvoorbeeld in de OOGO’s, een provinciale werkgroep en C4Youth). Wel kan de ontwikkeltafel een aantal punten meegeven waarvan ze vindt dat meer aandacht naartoe moet gaan bij de aanpak thuiszitters, te weten: • •

•

Er is behoefte aan een overzicht om hoeveel thuiszitters het gaat, met onderscheid in verschillende typen of stadia van thuiszitten. Een versterkte inzet op met name de langdurig thuiszitters is noodzakelijk; het betreft een groep jeugdigen met veelal toenemende problematiek als gevolg van een gebrek aan ontwikkelperspectief. Deze groep is niet meer in beeld bij onderwijs. Met name het oplossen van problemen in het systeem lijkt nu beperkt van de grond te komen, zoals de ingewikkelde financiering, het werken vanuit gezamenlijke dossiers en het inrichten van een leeren verbetercyclus.

Werken in de vijfhoek: wat betekent het? Stip op de horizon: professionals in de uitvoering voelen de vrijheid en veiligheid om te handelen De samenwerking in de vijfhoek gebeurt op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Dat betekent dat alle inzet erop gericht moet zijn dat de professionals in de uitvoering, binnen heldere kaders, de vrijheid en veiligheid voelen om te handelen. Hoe minder domeingrenzen, hoe beter. De gemeente heeft hierin een leidende positie. Vanuit afspraken met onderwijs en contractering met jeugdhulpaanbieders kunnen zij zorgen voor een sluitende financiering waarbinnen professionals aan de slag kunnen. Partijen spreken af hiervoor een bekostiging te ontwikkelen die dat faciliteert en in ieder geval niet hindert. In juridische zin liggen de verantwoordelijkheden vast. Het spreekt voor zich dat partijen zich daardoor laten leiden, maar de financiering mag gerust over die grenzen heen gaan.

45/54

De gemeente acteert vanuit verschillende rollen en binnen verschillende samenhangende relaties De gemeente heeft een centrale rol en relatie met de andere spelers, waarbij de gemeente vanuit verschillende rollen acteert (soms op afstand, soms juist heel dichtbij). De gemeente heeft een rol in: • • •

• •

het ontwikkelen, uitvoeren, evalueren en doorontwikkelen van beleid; het contracteren van jeugdhulp en het bieden van basisjeugdhulp; het stimuleren van leerlingen (weer) naar school te gaan, beoordelen van vrijstellingen en handhaven bij schoolverzuim (vanuit de leerplichtambtenaar als sparringpartner, kritische meedenker en schakelaar); casemanagement via de WIJ-teams naar ouders toe; het afgeven van beschikkingen voor toegang tot zorg voor de ouders/jeugdige.

Het schakelen tussen deze rollen, waarbij je soms heel aanwezig dient te zijn en soms juist ook weer afstand dient te houden, is niet vanzelfsprekend. Uit die rollen volgen ook drie relaties vanuit de gemeente met drie verschillende spelers op het gebied van onderwijs en jeugdhulp, namelijk: • • •

een samenwerkingsrelatie met de onderwijsinstellingen; een contractrelatie met jeugdhulpaanbieders; een (handhavings)relatie met de jeugdige en diens ouders.

Rollen en relaties plaatsen de gemeente in een centrale en bepalende positie in de aanpak van en verbetering van de aansluiting van jeugdhulp en onderwijs. Dit roept op tot het verbinden van beleidsterreinen binnen de gemeentelijke organisatie en eenduidigheid in de beleidsmatige aansturing van de rollen en relaties. Het vraagt ook om samenwerking in de uitvoering bij het opstellen van het gezamenlijke plan (ondersteuningsroute). Werken in de vijfhoek: wat zijn mogelijke vervolgstappen? Samenwerking in de vijfhoek vormgeven: waar moet in ieder geval aan gedacht worden? De ontwikkeltafel wenst het partnerschap in de vijfhoek zowel in de uitvoering als in het beleid te verstevigen en te formaliseren. Dit vraagt in ieder geval om: • •

•

• •

een werkende governance waarin het ‘hoe’ wordt vormgegeven; een herbezinning op lopende initiatieven en overlegstructuren (daarbij vereist een balans tussen: geen werk overnieuw doen c.q. onnodig nieuwe structuren optuigen en ook dingen durven veranderen) heldere kaders voor het organiseren van de samenwerking en deze ook vertalen naar werkafspraken; in ieder geval voor hoe jeugdhulp betrokken wordt bij die casussen waar hun inbreng helpt om tot een gedeelde verklarende analyse te komen. De vaststelling, de uitvoering en de evaluatie van de benodigde zorg vraagt om een nauwe samenwerking tussen de genoemde partijen erkenning dat een cultuurverandering nodig is en een leer- en verbetercyclus wordt ingericht erkennen dat acteren vanuit de vijfhoek ook impact heeft op bekostiging en financiering

De samenwerking in de vijfhoek specifiek ten aanzien van aanpak thuiszitters vormgeven Deze ontwikkeltafel wil het begin zijn van de route om wat op papier staat aan te scherpen met de inbreng vanuit jeugdhulp en kinderen, jeugdigen en ouders en dit in de praktijk werkelijkheid te laten worden. Daartoe wordt de volgende stap geadviseerd: 1.

Kinderen, jeugdigen en ouders, onderwijs, jeugdhulp en gemeenten gaan met elkaar om tafel om te kijken hoe het beleid en de reeds gemaakte afspraken rond aanpak thuiszitters verbeterd kunnen worden met de inbreng vanuit jeugdhulp en kinderen, jeugdigen en ouders. Waar mogelijk wordt aangesloten bij reeds bestaande overlegstructuren. Met gebruikmaking van bestaande beleidsdocumenten zoals de Werkagenda worden de samenwerkingsafspraken verrijkt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12445200/1